koop tickets online
Shot-online
11/04/2018

12de man

Kees & Casper Verhoeven
Nederlandse supporters

Als hoofdredacteur van SHOT kwam ik in de voorbije 23 jaar vaak in contact met buitenlandse aanwezigen op Cercle-wedstrijden terwijl ik me her of der in het stadion bevond.  Sommige “relaties”  (en hun aanhankelijkheid t.o.v. Cercle) zijn niet kortstondig, zo bewijzen o.a. onze Ierse vrienden.  Een ander bewijs zijn Kees en Casper Verhoeven uit het Nederlandse Berkel-Enschot (zie je de link in de plaatsnaam?).  Ik interviewde de familie Verhoeven quasi exact 21 jaar geleden.  Het artikel verscheen in SHOT nr 10 van mei 1997.  Onder de kerktoren van Lissewege had ik toen een gesprekje met de jonge Casper en vader Cees.  “Oudere” broer Kees kon er toen niet bij zijn.

Nog steeds tekenen de broers meer dan regelmatig present bij Cercle-wedstrijden, zowel thuis als uit.  Even kennismaken.

Het valt wel meer voor dat we buitenlandse supporters enkele jaren als trouwe fans mogen begroeten, maar jullie houden het reeds erg lang vol.  Daarenboven komen jullie van zo’n 200 Km. ver.
Als ik me goed herinner lag de basis meer dan twintig jaar geleden bij het regelmatig familievakantie uitje naar Blankenberge én … Josip weber?

Blankenberge was sinds jaar en dag voor onze familie meerdere keren per jaar dé vakantiebestemming.  Zo gingen we ook het Belgische voetbal volgen.  Ik kan me nog herinneren dat we ’s avonds in het Belgische appartement de samenvattingen van de wedstrijden op de BRT volgden en hoe we o.a. zagen hoe Cercle met 3-1 won tegen de buren met een fantastische wedstrijd van “fenomeen” Josip Weber.  Een fenomeen als speler en als mens en hij werd al snel het jeugdidool van Casper (die ook verwijst naar klassespelers als Munteanu en Selymes).  Ik denk dat bij die wedstrijd onze liefde voor Cercle ontstaan is (Kees).  We volgden toen Cercle via de radio of teletekst en vader kocht regelmatig op maandag een Belgische krant. Daarna begonnen we (Kees)  in Nederland  de BRT-samenvattingen op video op te nemen, tot de VTM de rechten verwierf…  Gelukkig is het via het internet nu gemakkelijker om informatie en beelden te vergaren.
(Casper) Op zaterdag 22 oktober 1994 ging ik voor het eerst met mijn vader naar Cercle.  Ik was toen veertien.  Kees kon er spijtig genoeg niet bij zijn.  Cercle stond op dat ogenblik voorlaatste en moest tegen een topper als Standard, die nog niet verloren had, aantreden.  Het werd een 3-0 overwinning.  Ik was meteen helemaal verkocht!

Vader was destijds chauffeur van dienst?

Wij hadden toen vanzelfsprekend nog geen rijbewijs, dus waren we afhankelijk van vader.  Tot eind de jaren ’90 reed hij regelmatig naar Cercle.  Zo woonden we enkel malen per jaar een wedstrijd bij, vaak gecombineerd met onze vakanties in Blankenberge.Toen eerst Kees en daarna ikzelf in het bezit kwamen van een rijbewijs steeg het aantal wedstrijden sterk.

Jullie tekenen inderdaad heel regelmatig present in Jan Breydel?

Dit seizoen 15 van de 30 wedstrijden aanwezig geweest, zowel uit als thuis.  Meestal combineren we dit met een dagje aan zee, en als het weer het toestaat, op het strand.

Sommige uitwedstrijden zijn heel wat korter bij jullie deur en ook daar vinden we jullie terug, al is het  niet steeds makkelijk als het een combiregeling betreft of er geen kaartverkoop is aan de deur zoals op Union bv. .

(Kees) Ikzelf ben tegen combi-regelingen dus daar doe ik niet aan mee uit principe. Gelukkig konden we heel eenvoudig kaarten kopen voor Beerschot-Cercle (finalewedstrijd), al zaten we wel in een Beerschot vak. Weliswaar zonder Cercle-sjaal, maar ik moet toegeven dat de sfeer er prima was en er absoluut geen vijandigheden jegens Cercle waren. Voor kaarten in het Jan-Breydel stadion kunnen we gelukkig altijd, via jou Georges, op voorhand kaarten verkrijgen. Dat is echt heel prettig, want het is niet zo fijn als we lang hebben gereden om Cercle te zien, kaarten kopen aan de deur en dat we dan op rij 3 of zo moeten plaats nemen.
(Casper) Die wedstrijd op Beerschot-Wilrijk wilden we echt niet missen.  Bij verplaatsingen waarbij de lokale loketten niet open zijn, zoals op Union, hebben we dan het geluk dat door onze goede contacten met jou, je de kaart(en) vooraf in Brugge koopt voor ons.  Daar zijn we erg dankbaar voor.  

Risicowedstrijden waar niet zo veel van afhangt of andere wedstrijden die we niet kunnen bijwonen, volgen we via een stream op internet.  Dat is voor ons het voordeel van deze tijd t.o.v. de jaren ’90.

"Het mooiste om te zien was dat Cercle weer leeft."

De belangrijke wedstrijd om het behoud te verzekeren vorig seizoen op Lommel maakten we samen mee.  Daar nam onze terreinfotograaf Geert bovendien een leuke foto van.  Ook voor jullie was het resultaat toen een pak van het hart.

(Casper) Ik kwam net terug uit Fuerteventura en reed daarna met Kees meteen door naar Lommel.  Het was een spannende wedstrijd met gelukkig een positief resultaat.
(Kees) Het was een onvergetelijke avond.  De spanning was enorm.  We waren al heel vroeg bij het stadion en tijdens de wedstrijd kwamen er steeds meer supporters binnendruppelen.  Blijkbaar hadden de bussen vertraging.  De ontlading bij de overwinning was enorm.  Die leuke foto blijven we herinneren.

Bij de laatste (finale)wedstrijd dit seizoen, ging het niet  over het afwenden van degradatie maar om de promotie.  Hoe beleefden jullie deze wedstrijd?

(Casper) Het was een jaar met een groot contrast om eerst voor het  behoud (profstatus) te spelen en daarna te promoveren naar 1A. De ontlading is in beide gevallen enorm geweest.
Wat er vooraf gebeurde met de ontvangst van de spelersbus heeft heel veel indruk op mij gemaakt. En toen er ook nog eens bijna 15.000 toeschouwers in het stadion zaten vond ik ongekend.  Ik was vol spanning tijdens de wedstrijd maar toen de 2 doelpunten vielen zat ik wat gemakkelijker op mijn stoeltje.  Alleen zag ik in de 2de helft een minder sterk Cercle wat ook nog een paar goeie kansen miste.
Toen de 2-1 viel zak je even door de grond van “het is over” maar toch bleef ik een sprankeltje hoop houden omdat er tegen Beerschot altijd wel iets gebeurde dit seizoen ( aanwezig bij de legendarische 2-3 overwinning op 13 januari op Beerschot).
Uiteindelijk viel een paar minuten later dan toch de treffer via de penalty. Ontlading was gigantisch!!!

(Kees) Enorm spannend, maar ik had er vertrouwen in. Het mooiste om te zien was dat Cercle weer leeft. En dan bedoel ik de versieringen in de Olympialaan, de geweldige aankomst van de bus en de spanning en sfeer rond het stadion. Het was allemaal gemeende liefde voor Cercle wat ik zag en dat deed mij goed!

Het was ook niet jullie eerste “kampioenenwedstrijd”.  In 2003 waren jullie ook present (met pa).

(Kees) We waren er bij. Ook een week eerder toen het net niet lukte. Ik herinner me nog de geweldige rush van Berthé die hij helaas niet afmaakte. Gelukkig lukte het een week later wel! Qua sfeer en blijdschap viel dat kampioenschap in het niet bij de meest recente vieringen.

Bekerfinale’s?

(Kees) Bij beide (AA Gent & Genk) waren we aanwezig, helaas viel het resultaat steeds tegen. Het waren hele gezellige dagen, maar ook qua plek in het stadion was het niet helemaal dat.  (Casper) Het waren wel twee geweldige ervaringen in Brussel onder het Atomium in het “Cercle Village”.

Casper maakte reeds eens een rekensommetje hoeveel wedstrijden (jullie kunnen niet steeds samen present zijn) van Cercle hij reeds bijwoonde.  Vertel even, Casper.

De Cercle tickets bewaren Kees en ik altijd. En die vanaf 2000 heb ik sinds enkele jaren in een map verzameld. Deze ben ik recent gaan tellen en kom dan op 165 tickets uit sinds 2000. 

In al die seizoenen die jullie meemaakten kenden we enkele “magere jaren”, waar verlies vaak diende ingecalculeerd te worden.  Hoe verliep zo’n terugrit van 200 kilometer dan?

(Casper) De meest vervelende terugrit is die na de wedstrijd tegen KV Mechelen geweest toen Cercle degradeerde (2015). Tijdens deze terugrit radio uitgezet en wij drieën hebben die rit weinig gezegd. Ik ging een dag later op vakantie en mijn humeur was enkele dagen verpest. De overige kilometers na een verloren wedstrijden zijn over het algemeen goed te verteren vaak met een dosis humor.  Je kunt overigens niet altijd winnen … (smiley).

(Kees) Meestal gaat dat wel, soms is de tegenstander ook beter en dan is dat makkelijker te accepteren. Tijdens het dramatische verlies tegen Mechelen een aantal jaren geleden was het inderdaad echter stiller dan normaal.

"Cercle is vaak de underdog geweest en dat trekt op een of andere manier ook aan."

Wat trekt jullie nog steeds zo aan in Groen-Zwart?

(Kees) Het voetbal zoals het vroeger was, denk ik. De gezellige sfeer. Bij Cercle is van echte commercie nog weinig te merken. Hoewel  de competitie-indeling in 1B echt belachelijk is. In de oude 1e en 2e klasse was er mee diversiteit aan verenigingen en te bezoeken plaatsen.  Cercle heeft altijd leuke spelers gehad. Verder is Cercle vaak de underdog geweest en dat trekt op een of andere manier ook aan. En natuurlijk het vriendelijke contact van de mensen die we via of door Cercle kennen. 

(Casper) Eens een fan altijd een fan in goede en in slechte tijden.  Cercle heeft altijd een neusje gehad om mooie/interessante spelers te halen (vooral in het verleden).  Dit zijn te veel spelers om op te noemen.  
De spectaculaire wedstrijden die we gezien hebben trekken ons natuurlijk aan, want soms lijkt dit alleen bij Cercle te kunnen. (3-2 ) Mechelen (115 Jaar bestaan) 2-3 (Beerschot) en de gewonnen derby’s. 
Het warme, sympathieke en familialere van Cercle hebben in het begin al wel de basis gelegd.  Er zijn door de jaren heen contacten met bepaalde personen/supporters  van Cercle opgebouwd (en sommige oud-spelers). 

Wat zijn jullie toekomstdromen voor Cercle?

(Casper) Dat Cercle door de samenwerking wel Cercle blijft zoals hierboven beschreven betreft de vereniging.  Vooral dat Cercle sportief en financieel gezond blijft maar ook stabiel verblijf in 1A met leuk aantrekkelijk voetbal.  Hopelijk dat Cercle ooit nog een prijsje pakt zou helemaal tof zijn! 

(Kees) We zullen jaarlijks natuurlijk wedstrijden blijven bezoeken en zijn benieuwd hoe de verdere  uitbouw van het huwelijk met Monaco zal evolueren. Cercle staat gelukkig weer op de kaart en hopelijk blijft de ziel van Cercle intact! 

(Georges Debacker)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Ambitie - Gianni Bruno

Gianni Bruno is reeds van jongs af aan aanzien als een groot talent.  Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zijn jeugdopleiding kreeg bij Standard en Lille.  Zijn beroepscarrière speelde zich tot nu toe enkel in het buitenland af, nl. in Frankrijk en in Rusland.De openingswedstrijd van dit seizoen is meteen zijn officieel debuut in de Belgische competitie.  Dit interview met Gianni, zeer sympathieke jongen en een vlotte prater, is meteen het tweede opeenvolgende – na eerder deze week Benjamin Delacourt – met een Rijselse link.

Je naam verraadt je Italiaanse roots?

Mijn grootouders zijn inwijkelingen.  Mijn ouders zijn in Italië geboren, maar kwamen met hun ouders op zeer jonge leeftijd naar België.  Ikzelf zag het levenslicht in Luik, maar eveneens met de Italiaanse nationaliteit.  Toen ik op mijn vijftiende zou opgeroepen worden voor de nationale jeugdelftallen vroeg de voetbalbond me om ook de Belgische nationaliteit  aan te nemen.  Dat was geen probleem gezien ik in België geboren was.  Op die manier bekwam ik de dubbele nationaliteit.

Je vader was jeugdtrainer bij RFC Liège en het is dan ook niet verwonderlijk dat je daar voor het eerst tegen een bal trapte?

Klopt.  Mijn vader heeft een trainersdiploma en trainde o.a. ook kleinere ploegen.  Nadien deed hij ook scouting voor ploegen uit 1e en 2e klasse.  Hij ging dus veel wedstrijden bekijken en in het weekend vergezelde ik hem. Ik zag dus veel ploegen aan het werk.  Toen ik vijf jaar was (1996) trainde mijn vader de jeugd van RFC Liège.  Mijn oudere broer speelde er ook, de stap was vlug gezet.  Ik volgde dus mijn vader en broer.

Met de Luikse traditieploeg ging het financieel niet goed en in 2000 stapte je over naar de jeugdwerking van Standard?

Standard wou reeds enkele jaren dat ik bij hen tekende maar mijn vader was daar niet voor te vinden.  Hij was immers ook Club Luik supporter…  Toen de gebroeders Mpenza bij Standard tekenden, ik was een grote fan van hen, wou ik per se wel naar de Rouches.  Toen Standard dan opnieuw aanklopte mocht ik wel van mijn pa.

Na zeven jaar jeugdvoetbal bij Standard trok je naar het Franse Lille, ondanks een aanbod van “de Rouches”?

Lille volgde mij reeds van een jaar voordien.  Toen kwam er een concreet voorstel .  De dag dat ik besliste om te tekenen kwam er een voorstel van Standard. D’Onofrio contacteerde mijn vader, maar die gaf hem te kennen dat ik mijn beslissing reeds genomen had.

"Ik ben heel blij terug in België te zijn."

Je doorliep verder de jeugdrangen bij Lille (2007-2011) om vervolgens je debuut te maken bij de eerste ploeg. Meteen de start van een passage bij enkele Franse ploegen?

Inderdaad.  Tijdens het seizoen 2013-2014 werd ik uitgeleend aan Bastia.  Toen werd ik getransfereerd naar Evian, waar ik een contract voor vier seizoenen tekende.  Daar klikte het niet zo goed met de coach.  Na zes maand werd ik uitgeleend aan FC Lorient.  Na dat seizoen keerde ik terug naar Evian, maar die waren gedegradeerd naar D2.  Toen speelde ik zes maanden met Evian in tweede afdeling en vertrok vervolgens naar Rusland.In Evian vond ik immers geen plezier meer in het voetbal.  Ik voelde me niet goed in de stad.  Ook met de supporters verliep het niet vlot.  We speelden niet goed, haalden geen goede resultaten, het klikte niet met de coach, kortom: geen goede ervaring. 

In Rusland, bij Krylya Sovetov Samara, kon je het beter vinden.  O.a. bij coach Franky Vercauteren?

De timing van de competitie is daar anders.  Ik speelde twee maand onder Franky Vercauteren.  Hij wou me behouden en Evian leende me nog een jaar uit.  Ik speelde onder Vercauteren de vier eerste competitiewedstrijden en raakte dan gekwetst en was vijf maand out (met o.a. revalidatie in België).  Bij mijn terugkeer, in maart dit jaar, was mijnheer Vercauteren ontslagen en speelde ik de twee/drie  laatste maanden terug mee met Samara.  Dit was onder de Russische trainer Vadir Skripchenko.  De man sprak enkel Russisch, maar er was wel 24/24 een vertaler tegenwoordig.  Ik moest me echter wel opnieuw bewijzen gezien hij me niet kende, maar ik genoot zijn vertrouwen.  Zo viel ik eerst tweemaal in om daarna de tien slotwedstrijden te spelen.  Hij speelde me wel meer op de rechterflank uit dan op mijn favoriete centrale positie.  

Samara is een grote Russische stad.  Hoe was het om daar te leven?

Er leven ruim 1.200.000 mensen in Samara.  Het is een uur vliegen van Moskou.  Laat ons zeggen dat ze “un peu à retard” zijn, een beetje achter op onze moderne Europese wereld.  Ze zijn  niet even modern ingesteld als hier.   De mensen zijn er ook wat koud, meer gesloten.  Ik kende er echter geen problemen.  Op voetbalgebied verliep alles vlot.  De club was goed georganiseerd en ik maakte er heel wat vrienden.  Het was er goed voetballen en het was een goede ervaring voor mij.  Ik blik er zeer positief op terug!

Was je er alleen?  Ben je gehuwd?

Ik ben niet gehuwd maar sinds een jaar verloofd.  In september zijn we reeds negen jaar “samen”.  Zij verbleef een twee/drie maand bij mij in Rusland.

Je was ondertussen een vrije speler?

Ik lag nog onder contract bij Evian, maar de ploeg is tijdens mijn verblijf in Rusland failliet gegaan.  Vandaar ben ik vrij.

Reeds geruime tijd gaf je te kennen graag naar België terug te keren.  Er was reeds eerder interesse uit de hoek van Standard, Z.-Waregem, Moeskroen, YR KV Mechelen, …  Jij wou naar een ploeg met “un bon projet” .  Die heb je hier dus gevonden?

Mijn oorspronkelijke bedoeling was om in 1A te spelen.  Het is er echter moeilijk om een goed project te vinden waar ik in pas.  Sommigen haakten ook af op mijn loon/tranferkosten.  Doordat ik ondertussen een vrije speler ben, veranderde de situatie. Ik keek even de kat uit de boom.  Toen kreeg ik een telefoontje van mijnheer Riga die me perfect uitlegde wat de ambities van Cercle waren, de verhoudingen met Monaco, de doelstelling om kampioen te spelen, enz…
We hadden er beiden een goed gevoel bij en het contract volgde snel.

"Ik hoop dat we een super seizoen beleven en dat de supporters met plezier naar het stadion komen."

Een mediatitel was dat je via “la petite porte” terug naar België kwam maar dat dit wellicht geen slechte keuze is?  Naast de mogelijkheid om kampioen te spelen is er nog altijd de mogelijke deelname aan PO2 om je hogerop in de kijker te spelen?

Vooreerst wil ik hier spelen om kampioen te worden!  Ik voetbal nu reeds drie/vier jaar tegen de degradatie.  Het ging weliswaar om ploegen uit eerste klasse, maar die toch speelden om niet te degraderen.  Ik hoopte eindelijk eens te voetballen bij een ploeg waar de doelstelling “stijgen” is.  Het is zo dat voor een aanvaller het beter acteren is bij een ploeg die speelt om te winnen dan bij een ploeg die speelt om niet te verliezen…  Het project van Cercle is om kampioen te spelen.  Het is inderdaad zo dat ik via “la petite porte” België terug binnenkom, maar het zal voor mij mogelijks de grote poort openen.

Komende week, tijdens de openingswedstrijd op Westerlo, speel je je eerste officiële wedstrijd in de Belgische competitie.

Daar kijk ik echt naar uit.  Ik ben heel blij terug in België te zijn.  Dit vooral ook voor mijn familie.  Nu kunnen ze maximaal aanwezig zijn om naar me te komen kijken.  Voorheen zat ik telkens echt ver weg van Luik…  

Waar ga je wonen?

Ik betrek binnenkort een appartement dichtbij het centrum.  “J’adorre la ville de Bruges”!  Ook in Luik heb ik samen met mijn vriendin een appartement.  Zo kan ik ook af en toe in Luik verblijven, een stad waarvan ik eveneens hou, en zo ver rijden is het nu ook niet.

Wat verwacht je, voor jou persoonlijk en voor de ploeg, van het komende seizoen?

Persoonlijk hoop ik de ploeg te helpen met een zo groot mogelijk aantal doelpunten of beslissende voorzetten.  De ploeg helpen overwinningen te behalen, regelmatig te zijn gedurende het ganse seizoen en gespaard te blijven van blessures. Ik hoop van harte dat we een heel goede groep kunnen smeden.  Er zit heel veel individuele kwaliteit in.    Nu komt het er op aan er een groep van te maken.  Zonder het groepsgevoel kun je geen wedstrijd winnen.  Het is belangrijk om goed samen te werken en een goede mentaliteit te creëren.   Men heeft hier gepoogd om een zeer goed team samen te stellen, een mooi project, zeer professioneel.  Ik hoop dat we een super seizoen beleven en dat de supporters met plezier naar het stadion komen. 

Tot slot, weet je dat er een goede vriendschapsband bestaat tussen de supporters van Cercle en die van RFC Liège?

Ik heb daaromtrent iets gezien op het internet.  Best leuk.  Het was uiteindelijk mijn eerste ploeg.

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
28/07/2017
Cerle Brugge KSV
Wat nu? - Willy Craeye

Wat nu?  Blijkbaar kan zoiets zelfs nadat je al een respectabel aantal oud-Cerclespelers geïnterviewd hebt: Je komt thuis, en je vraagt je af: “Hoe leg ik dat aan boord?  Hoe slaag ik erin een correct beeld weer te geven van een mens die al te eenzijdig uit de verf komt als ik alleen de woorden weergeef die hij mij liet horen?”  Doe ik niet meer dan dat, schrijf ik alleen Willy’s antwoorden op de gestelde vragen neer, dan zou de lezer zich hem wel eens  met een al te donkere bril op kunnen voorstellen.  Werd ons gesprek gefilmd, dan kon de kijker zien dat dergelijke indruk niet klopt.  De belangrijkste oorzaak hiervan komt erop neer dat Willy, nu 78 jaar, tegelijkertijd weinig interesse heeft behouden voor wat hij als Cerclespeler 60 jaar geleden heeft gepresteerd en dat dit verleden toch een deel uitmaakt van de persoon die hij is op de dag van vandaag.  Een gezellige, goedlachse persoon is hij, die echter een stuk verleden in zich draagt, waarvan hij niet kan verhelen dat het hem is tegengevallen.  Zou ik het als ‘een brok onverteerd verleden’ brandmerken?  Neen, dat niet, ‘k geloof niet dat Willy er in de voorbije halve eeuw ook maar één uur van wakker gelegen heeft, maar vraag je hem expliciet naar ‘de tijd van toen’, dan brandt ‘de waarheid’ op zijn tong.

De waarheid?  De waarheid?  Daar moet ik verder over uitweiden, al gaat er een vrij lange aanloop aan vooraf…

Ik was enthousiast toen onze hoofdredacteur, Georges Debacker, me voorstelde Willy Craeye te interviewen.   Ik herinnerde me Willy immers heel goed.  Destijds, zo lang geleden, had hij als jong Cerclespeler indruk op mij gemaakt.  Na vier jaar in Derde werd Cercle kampioen tijdens het seizoen 1955-1956.  Ik stond vol bewondering in vuur en vlam voor de kampioenenploeg: Raoul Verleye, Marin Roye, Maurits Crépain, Roger Claeys, Adhémar Slabbinck  Jackie Decaluwé en de bijna uitsluitend Antwerpse voorlinie met Vic Derboven, Richard Van Gassen, Français Loos, Guy Thys en onze bloedeigen Pierre Schotte.  Geen wonder was het dat ik met grote ogen opkeek naar enkele beloftevolle jongeren die van zich lieten spreken en voor nieuw bloed zorgden tussen de zopas vernoemde ‘oude ratten’.  In het bijzonder Gaston Eeckeman en Willy Craeye, in mindere mate ook Herman Houf, stelden mij, zelf nog jonger dan die nieuwe sterren aan het Groen-Zwarte firmament, gerust dat Cercle stand zou houden in Tweede.  Willy Craeye imponeerde mij als een aalvlugge aanvaller met goede invallen die op een eigen, onverwachte manier een gevaarlijke aanval kon lanceren.  Heel goed herinnerde ik me echter ook dat hij na weinige wedstrijden plots uit het Groen-Zwarte blikveld verdwenen was, helemaal verdwenen eruit, zonder dat ik er enig idee van had hoe dat kwam.  Ja, het kwam goed uit dat me voorgesteld werd Willy te interviewen.  Ook na zo lange tijd vroeg ik me af hoe het kwam dat hij er ‘al met eens’ niet meer was.

Bijgevolg: als interviewer fietste ik met licht gemoed en heel nieuwsgierig naar Willy’s woonst in Sint-Andries?  Toch niet!  Nieuwsgierig was ik wel, maar vederlicht viel dat gemoed van mij niet uit.  Stel je voor: Toen Georges Debacker Willy contacteerde vroeg onze ex-Cerclist hem: “Durft je interviewer de waarheid neer te schrijven?”  “Oei,” dacht ik toen Georges me dat zei, “er zal iemand Willy lelijk tegen de schenen getrapt hebben…  Natuurlijk, natuurlijk mag ‘de waarheid’ het daglicht zien, maar het wordt delicaat als Willy namen vernoemt van wie hem onrecht zou hebben aangedaan.  Onvermijdelijk zal het interview een verhaal uit één mond worden, waarbij wie aangeklaagd mocht worden geen kans heeft op een repliek.  Hopelijk, vooral, komt hij niet voor de dag met een zo kwalijk verhaal dat het beter in de nevelen van het verre verleden verdampt dan dat het nu nog bovengehaald wordt.”

Mocht u, lezer, enigszins in mijn ongerustheid gaan delen zijn, dan kan ik u meteen gerust stellen.  Willy weet zich onheus behandeld, maar het gaat om feiten waarbij een buitenstaander denkt: “Ja, dergelijke zaken komen, helaas, al te dikwijls voor.  Aanvaardbaar zijn ze niet, maar we leven nu eenmaal in een wereld waar een ideale gang van zaken ver te zoeken is.”  Willy, echter,  commentarieert: “Je moet dat zelf hebben meegemaakt als een jong spelertje, zo’n gebrek aan teamspirit en zo’n tekort aan psychologisch inzicht, om te begrijpen wat voor een dégoût zoiets  oplevert.”

Er zijn drie zaken die Willy aanklaagt.  Laat me ze eerst inkaderen.  Tijdens Cercles eerste jaar in Tweede, 1956-’57, speelde hij één wedstrijd in het fanionelftal.  Het jaar erop elf wedstrijden.  Het is niet uitzonderlijk dat begaafde spelers vrij jong debuteren in een eerste elftal, maar Willy was bijzonder jong, pas 17 jaar.  Begrijpelijkerwijze, en niet ten onrechte, droomde hij van een heerlijke toekomst als voetballer.  Meer dan hem lief was echter wist hij zich gedwarsboomd door de Antwerpse, altijd geselecteerde, voorspelers, die “samen in dezelfde auto uit Antwerpen naar Cercle reden”.  Dat ‘dwarsbomen’ zou Willy wellicht geredelijk aanvaard hebben, was het niet dat hij zich als slachtoffer geviseerd voelde.  Dit vooral ging hem tegen: in het toenmalige WM-systeem met vijf voorspelers werd hij meermaals niet als hoekspeler maar als inside, dat betekent tussen de midvoor en de hoekspeler, opgesteld.  En trainer Guy Thys plaatste hem daar om Vic Derboven te sparen, om Vic ademtijd te geven tussen zijn acties door.   Een hoekspeler hoefde immers niet voortdurend, onophoudelijk, te draven, zoals een inside dat wel moest doen.  “Dat, zoiets, een jonge voetballer met een lichaam dat op die leeftijd nog niet volgroeid is, met zo’n zware opgave belasten zodat je eigen favoriet het wat rustiger aan kan klaren, dat doe je niet. Het is fysiek en psychologisch onverantwoord,” klaagde Willy aan.  En als illustratie voegde hij eraan toe dat hij in een wedstrijd tegen A.S. Oostende kort na drie, vier, opeenvolgende spurten plots alleen verscheen voor de toenmalige nationale doelwachter, Pol Gernaey, maar dat hij het niet verder bracht dan hem het leer zomaar zonder enige kracht in de handen te shotten.

Het tweede dat Willy zwaar tegen de borst stootte, was van een heel andere aard.  Hij vond het niet alleen eigenaardig maar zelfs oneerlijk vanwege Cercle, maar speelde hij bij de fanionelf, dan stortte Groen-Zwart slechts de helft van het bedrag dat de andere spelers verdienden, op zijn spaarboek.   Dat geen geld aan spelers onder de 21 jaar in de hand uitbetaald werd, kon Willy  aanvaarden, maar dat halveren van het bedrag zat hem hoog.

En het derde waarover Willy zozeer niet te spreken was dat hij het niet kon verzwijgen, is het feit dat Cercle hem na het einde van het seizoen 1957-’58 niet liet meegaan naar A.S. Oostende met Louis Versyp, die in de loop van het voorbije seizoen bij Cercle Guy Thys als trainer vervangen had.  Versyp had Willy graag meegenomen en hem zelfs verzekerd van een plaats in het eerste elftal.  Vermoedelijk, zo denkt, Willy, stelde Groen-Zwart dat veto om te voorkomen dat hij, Willy, bij een rechtstreekse tegenstander terecht zou komen.  Uiteindelijk belandde hij bij F.C. Eeklo, een afdeling lager, en dat na bijzondere inspanningen vanwege het Oost-Vlaamse team, niet dankzij Groen-Zwarte medewerking. 

"Een buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen."

Is het dat, slechts dat, wat het interview opleverde: Niets dan klachten, niets dan negatieve terugblikken bij een speler die het in een ver verleden niet heeft weten waar te maken bij Groen-Zwart?  Wilt u onze ex-Cerclist begrijpen, hem ‘naar waarheid’ inschatten, dan is het nodig dat u meer weet over hem en zijn specifieke persoonlijkheid.  Willy is nooit ‘een voetbalbeest’ geweest.  Dat was hij niet eens toen zijn toekomst als voetballer hem het meest rooskleurig leek.  Als knaap voetbalde hij dolgraag.  Hij woonde in de Ganzenstraat in Brugge en voortdurend voetbalde hij … doorgaans alleen, zelden met vrienden dus, voortdurend de bal tegen de muur shottend.   Toevalligheden leidden hem naar Cercle.  Verschillende keren ontmoette hij Lucien Dhondt, destijds overbekend als Cerclefiguur en als leverancier van bananen, onder meer aan zijn grootmoeder, die een groentewinkel had in de Oude Gentweg.  Een nicht van Willy was getrouwd met Pietje Roggeman, één van mijn favoriete spelers bij het Cercle van niet zo lang na de Eerste Wereldoorlog.  Hoe weinig belang Willy ook aan de kleuren hechtte, het tapijt dat voor hem open gespreid lag, kleurde Groen-Zwart.  Bijzonder typisch voor Willy is het volgende.  Hij speelde weinig bij de Cerclejeugd doordat hij vroeg bij de reserves en de eerste ploeg terecht kwam, maar tijdens de korte tijd dat hij bij de scholieren of de juniores speelde, scoorde hij aan de lopende band.  Bij de eerste ploeg echter trof hij slechts éénmaal raak. Hij scoorde die enige goal als openingstreffer in een thuismatch tegen Racing Doornik, wedstrijd die uiteindelijk op 1-2 verlies uitdraaide. Van naaldje tot draadje kan Willy dat pareltje van een doelpunt beschrijven:  rechts kreeg hij juist voor ‘de zestien’ de bal van ver toegespeeld, hij dribbelde een paar verdedigers, liep met de bal een heel eind naar links, voerde een verrassende crochet uit, keerde terug totdat hij weer midden de breedte van het veld net buiten de zestien terechtkwam, en als bekroning van deze knappe actie knalde hij het leer keihard in de winkelhaak.  Wat hierbij zo typisch is voor Willy is vooreerst de oogstrelende makelij van het doelpunt, maar vooral de commentaar die hij zestig jaar later laat volgen op zijn beschrijving ervan.  “Ik was blij,” zegt Willy, “ja, ik was blij, dat wel, maar ik voelde niks van de euforie zoals vele spelers tegenwoordig demonstreren als ze gescoord hebben.  Zo’n buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen.”  Enigszins in de zelfde lijn ligt wat hij vertelt over zijn verhouding tot zijn medespelers: met iedereen kwam hij goed overeen, maar actief deelnemen aan hun gebabbel lag hem niet, zich volop opgenomen bij die leuke bende voelde hij zich niet.  

En nu, al ben ik geen psycholoog,  hopelijk gunt u het mij, lezer, dat ik even verder nadenk over de verhouding tussen Willy’s persoonlijkheid en de betekenis van Koning Voetbal in zijn leven.  Welnu, ik vroeg Willy of hij tijdens de voorbije jaren  goed zijn boterham verdiend had.  Hij antwoordde mij dat hij 38 jaar in het onderwijs had gestaan, als technisch leraar in de afdeling houtbewerking van het Koninklijk Atheneum van Knokke-Heist.  Met terechte fierheid wees hij mij op het kunstvolle meubilair in zijn living, allemaal zelf gemaakt.  U las al dat Willy geen ‘voetbalbeest’ was.  Koning Voetbal, Cercle Brugge evenmin, heeft ooit wortel geschoten in hem.  Van binnen uit is Willy iemand die meer dan Jan met de pet geniet van wat hij als ‘schoon’ ervaart, van het artistieke, van wat het gewone op een kunstige wijze te boven gaat.  Dat is zelfs zo als het om een doelpunt gaat…  Mij was het niet moeilijk zijn standpunt te begrijpen bij de donkere toekomstvisie voor het voetbal, wereldwijd, die hij, eerder vluchtig, uit de doeken deed toen we daar verder over praatten.  Maar eigenlijk interesseert hem dat niet.  En in welke mate Cercle hem interesseert, bleek overduidelijk uit zijn antwoord op mijn vraag hoe hij tegen het Cercle van vandaag aankijkt.  Twee wedstrijden voor het einde van het eerste periodekampioenschap antwoordde hij: “Ik hoop dat ze erin blijven.”  Neen, zijn wens dat Cercle niet zou degraderen, was niet ironisch bedoeld…

En nu heb ik het wat moeilijk, lezer.  Terecht portretteer ik Willy Craeye als een ex-voetballer voor wie de lederen bal lang niet centraal staat in zijn leven, maar ik vrees dat wat u gelezen hebt de indruk nalaat dat ik hem in de eerste alinea ten onrechte als gezellig en goedlachs heb bestempeld. Wat u las, gaat daar niet tegen in.  “Om naar een voetbalmatch te gaan kijken heb ik geen cent over”, zegt hij, maar van ‘een terrasje’ kan hij echt genieten, en jarenlang al komt hij wekelijks samen met een uitdunnend groepje kameraden.  ‘Uitdunnend’, want onder meer Gaby Savat, jarenlang een door vriend en tegenstander gewaardeerde Clubspeler, is er niet meer bij.  Enkele weken geleden bezocht Willy, samen met Gaston Eeckeman, hun vroegere blauw-zwarte tegenstander in het rusthuis waarin hij verblijft.

"Ondanks alles acht ik mij een gelukkig mens."

Ik beëindigde het interview met een ietwat schalkse vraag. In oktober 1956 verloor Willy zijn eerste match bij Cercle, thuis tegen Racing Tienen, 0-1,  en anderhalf jaar later werd ook zijn laatste Cerclematch een nederlaag, 2-1  op Patro Eisden.  Of hij misschien een ‘geboren loser’ was, vroeg ik hem.  Rustig verzekerde mijn gastheer mij dat hij zich een gelukkige mens acht “omdat mijn vrouw en ik op onze leeftijd nog elke dag samen kunnen genieten van ‘t gene dat we hebben na al wat we zijn tegengekomen.”  Op dat ogenblik had Willy al verteld hoe hij bij Eeklo als voetballer niet had kunnen doorbreken wegens een bijzonder zware hersenschudding die hij nog voor zijn transfer bij een voetbalmatch onder militairen had opgelopen toen een bal van dichtbij keihard tegen zijn hoofd werd geschopt.  Een volle maand verbleef hij in de kliniek en de dokter liet er geen twijfel over bestaan: de gevolgen ervan zouden blijven natrillen, nooit meer zou hij kunnen voetballen als voordien.  Maar het was niet daaraan dat Willy dacht toen hij te verstaan gaf dat hij en zijn vrouw met heel wat tegenslagen werden geconfronteerd.

Neen, het ziet er niet naar uit dat er ooit iemand voor de dag komt met een uitgebreide biografie van Willy Craeye.  Zou het schrijven ervan de moeite lonen?  Wel, uniek zou die biografie zeker zijn.  Net zo uniek zou die zijn, lezer, als die over u, als die over mij en als die over onze buurman.  Geenszins bedoel ik daarmee dat die alledaags zou zijn, wél dat iedereen op een eigen, merkwaardige, wijze zichzelf is en beleeft wat hij of zij meemaakt.  Mij zal Willy bijblijven als een bijzonder getalenteerde jonge voetballer, wiens hart, binnen en buiten het voetbalspel, nooit op de eerste plaats klopte met het oog op sensatie of succes, maar des te meer voor het oogstrelende, het kunstvolle, het gracieuze.

(Georges Volckaert)

Lees meer
Shot-online
07/11/2017
Cerle Brugge KSV
Historiek van de shirtsponsors

Actueel zijn de Cercle-truitjes maagdelijk blank op de borst.  De fiere witte dwarslijn loopt ononderbroken van de rechterschouder tot de linker heup.
Door de jaren heen prijkten er echter vijftien verschillende hoofdsponsors op de truien.  Recordhouders (8 seizoenen) zijn onze recentste hoofdsponsor, die thans nog steeds op de rug prijkt, ADMB en ABB-verzekeringen.  Rodenbach, die voor de supporters (naast Ysco) de lekkerste sponsor was (gezien de talloze gratis vaten…), prijkt op nr 3 met zes seizoenen. 

De eerste vorm van sponsoring op de voetbaluitrusting kwam er bij Cercle in de jaren ’60.  Het betrof eerst CULLIGAN (waterverzachters, koelers, …) en daarna de olieproducten “SINCLAIR” (Amerikaanse maatschappij opgericht in 1916 en genaamd naar de stichter).  Deze publiciteit kwam voor op de trainingsvesten van de spelers.  Shirtreclame was toen nog niet toegelaten.  

Het logo van Sinclair was een groene dino (eigenlijk een Brontosaurus).  Ik herinner me nog goed hoe voorafgaand aan sommige wedstrijden de spelers plastic groene dino’s in de tribune van het Edgard De Smedtstadion gooiden.  
Even als uitsmijter: het dino logo werd gekozen omdat de firma een link wilde leggen met de enorme ouderdom van de grondstof waaruit hun producten gemaakt werden (en nog steeds worden).

1966-1967

1967-1968

 Vanaf het seizoen 1972-1973 werd shirtreclame (onder strikte voorwaarden zoals één hoofdsponsor en niets meer) toegelaten.  Meteen ook de aanleiding waarom de thans befaamde retro-truitjes slechts één volledig seizoen gedragen werden (1971-1972).
Cercle begon met een smakelijke sponsor, nl. het product met de toepasselijke naam “GOAL” van Chocolade Jacques.

Op de ploegfoto van het seizoen 1973-1974 prijken de spelers weliswaar nog eenmaal met de mooie truitjes met C-logo, maar algauw wijzigden de truitjes met een nieuwe sponsor, nl de ferry maatschappij TOWNSEND THORESEN met aanlegplaats in Zeebrugge.

Met het West-Vlaamse YSCO kwam er stabiliteit in deze sponsoring, want de ijsjesfabrikant prijkte drie seizoenen op de truien (74-75, 75-76 en 76-77).

1974-1975

Nog meer stabiliteit in de volgende veertien seizoenen.  ABB-verzekeringen nam de eerstvolgende acht jaar voor zijn rekening (77-78 t/m 84/85).

1982-1983

De volgende zes jaar (85-86 t/m 90/91) waren voor RODENBACH.  Een periode waar de (dorstige) supporters met heimwee aan terugdenken.  Niet alleen omwille van het voetbal (met de klassespelers die we in die periode hadden), maar zeker ook omwille van de gulle sponsor naar de supporters toe…

1986-1987

In 1991-1992 een kort intermezzo met 49-JEANS dat eerder ook al sponsor van onze buren geweest was.

Toen volgden drie jaar met het Brugse benzine/diesel merk PETROS (92-93 tot zowat half 94-95).  Door “omstandigheden” werden die drie seizoenen niet voltooid en kwam het sokkenmerk BREITEX voor de rest van het seizoen op de shirts.

 Vervolgens, 95-96 en 96-97, kwam YSCO terug op de proppen en viel ook een regelmatig  gratis ijsje in de gratie van de supporters.

Daarna ging Cercle de “auto-toer” op met RENAULT, welke vier seizoenen op de groen-zwarte shirts prijkte (97-98 t/m 00-01).

1998-1999

Wat de nieuwe sponsor in 2001-2002 inhield, was niet zo meteen duidelijk voor de modale supporter.  Het betrof RES, een Barter-system waarbij o.a. handelaars onder elkaar konden/kunnen afrekenen met een eigen puntensysteem dat een geldwaarde vertegenwoordigde.  RES bleef twee seizoenen sponsor, het 2e seizoen in co-sponsoring met Standaard Boekhandel, en pikte ongetwijfeld een graantje mee met de extra publiciteit bij de promotie naar 1e afdeling in 2003.

De daaropvolgende twee seizoenen (03-04 en 04-05) was het lezen geblazen want STANDAARD BOEKHANDEL van voorzitter Frans Schotte blonk op de truien.

Tijdens de drie seizoenen nadien kregen we telkens een nieuwe hoofdsponsor en telkens uit een volledig andere branche.  In 2005-2006 was het de nationale telefooninlichtingendienst 1207, in 2006-2007 de voedingssupplementen VITAFYTEA en in 2007-2008 de campingvakanties VACANSOLEIL.

  

Ik schreef reeds dat in de jaren ’70 en ‘80  er een behoorlijke stabiliteit was i.v.m. de hoofdsponsors.  In het seizoen 2008-2009 zette ADMB de eerste stap om zich naast sponsor ABB-verzekeringen van destijds te plaatsen.  Deze HR-dienstengroep bleef eveneens maar liefst acht seizoenen hoofdsponsor van Cercle en is nog steeds co-sponsor (rugreclame).

Tijdens het vorige seizoen (2016-2017) had Cercle geen hoofdsponsor maar stond de vermelding van BUSINESS KRING 12 op de truien.

Noot: Van zodra dit toegelaten was prijkten ook tal van cosponsors op de shirts.  Vaak ook trouwe.  Niet in het minst de firma VAILLANT die Cercle zowat 25 jaar sponsorde met o.a. rugpubliciteit.

Tot zover dit beknopt overzicht betreffende zowat vijfenveertig jaar hoofdsponsors op de groen-zwarte truien.

 

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
28/11/2017
Cerle Brugge KSV
Gedeelde ambitie - Dylan de Belder

Cercle Brugge verwelkomde begin deze week Frank Vercauteren als nieuwe oefenmeester.  Op training is de nieuwe aanpak meteen duidelijk.  Ik kwam te vroeg aan langs de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion en pikte de ochtendtraining mee.  Na de training had ik een afspraak met Dylan De Belder.  Ik had een leuk gesprek met hem over gedeelde ambities.  Het is namelijk zowel Cercles als Dylans wens en hoop om zo snel mogelijk in 1A te spelen.  

Dylan, je bent nog niet zo lang een officiële speler van Cercle.  Kun je even je carrière schetsen tot nu toe?  Daar was al eens een passage bij Cercle, niet?

Ik ben een geboren en getogen ‘Montois’ en startte ook met voetballen in de streek van Bergen. Als jeugdspeler kende ik een drietal ploegen.  Ik begon bij het kleine RLC Mesvin, maar in de  jeugdreeksen was ik vooral bij RAEC Mons actief.  Tussendoor was er ook  een korte tussenstop bij La Louvière.   Mijn eerste profcontract onderschreef ik bij RAEC Bergen in het seizoen 2011-2012.  Dat seizoen scoorde ik ook mijn eerste en enige officiële goal voor Mons.  In de terugwedstrijd van de finale van Play Off II was dat, hier in het Jan Breydelstadion.  (Cercle plaatste zich toen na een 0-1 en 3-2 zege tegen Bergen voor een wedstrijd tegen Gent met als inzet een Europees ticket, nvdr).  In het seizoen 2013-2014 kende Mons een slecht seizoen.  Ze degradeerden uiteindelijk uit de hoogste voetbalklasse en mijn contract werd er vroegtijdig ontbonden.  Dankzij mijn manager die op Cercle goede contacten had, kon ik hier mijn conditie onderhouden.  Het kwam uiteindelijk niet tot een contract.  Dan kwam Waasland-Beveren op de proppen.  Ik tekende er een contract voor een half seizoen met een optie op nog twee jaar.  Die optie werd gelicht, maar toen kwam Stijn Vreven als nieuwe trainer.  Het klikte niet bepaald tussen ons en hij liet me al snel verstaan dat ik niet in zijn plannen voorkwam.  Ik keek uit naar een andere club en kon uitgeleend worden aan Lommel in de tweede klasse.  Dat was voor mij een echt superjaar.  Ik kon er toen maar liefst achttien keer scoren en wekte de interesse van enkele teams.  Ik koos uiteindelijk voor Lierse.  Ik speelde er vorig seizoen en werd er topschutter van eerste klasse B met 23 treffers.  

"Monaco wil hier echt een mooi project neerzetten en ik ben blij dat ik er deel van mag uitmaken."

Je bleef dus uiteindelijk maar één seizoen in Lier.  Je maakte er in het tussenseizoen ook geen geheim van om hogerop te willen en nog het liefst naar eerste klasse A?  

Inderdaad, ik voelde dat ik klaar was voor die stap.  Ik speelde erg graag voor Lierse en draag de supporters nog steeds een warm hart toe.  Maar ik ben daar toen niet al te best behandeld geworden.   Er was interesse van enkele ploegen uit eerste klasse A en die interesse was ook redelijk concreet.  Maar het bestuur van Lierse had beslist dat ik 1,5 miljoen euro moest kosten.  Dit was gewoon een onrealistisch bedrag.  Geen enkele van de teams die interesse hadden in mij wilde of kon dat bedrag ophoesten.  In de kranten werd dit ook al snel opgeklopt.  Die gazettepraat werd vooral gecreëerd door de toenmalige voorzitter van Lierse.  Ik trainde wel mee tijdens de voorbereiding, maar had slechts een helft gespeeld en miste dus ook ritme.  In het tussenseizoen nam ik ook een nieuwe manager, met name Mogi Bayat.  Mijn prijs zakte toen wel, maar de kernen van de eersteklassers waren al grotendeels gevormd.  Ik zat wat gevangen op het Lisp.  

Toen kwam Cercle op de proppen.  Waarom trok je naar ‘de vereniging’ en wat was je eerste indruk?

Ik kende Cercle natuurlijk al vrij goed.  Ik was hier al een periode geweest.  Maar toch was er heel wat veranderd.  Alles gaat er nu veel professioneler aan toe dan toen.  De kern die hier is samengesteld is ook helemaal niet mis.  Monaco wil hier echt een mooi project neerzetten en ik ben blij dat ik er deel van uit mag maken.  De ambitie van de ploeg is natuurlijk ook zo snel mogelijk naar het hoogste niveau doorstijgen en dat is ook net mijn ambitie.  

De competitie was al bezig toen je hier aankwam.   Hoe verliep de aanpassingsperiode?  

Alle begin is moeilijk en uiteraard  had ik toen ook een conditionele achterstand.  In het begin was het erg hard werken en knokken.  De concurrentie is ook groot en dat houdt je automatisch scherp.  De laatste weken verloopt het persoonlijk vrij goed.  Ik stond vaak in de basis en kon in en tegen Beerschot ook mijn eerste doelpunt scoren.  Ik hoop dat ik op die ingeslagen weg kan verder gaan.  

Ondertussen staan er nog drie wedstrijden op het programma in de eerste periode en heeft Cercle sinds deze week een nieuwe trainer.  Wat is je eerste indruk van de nieuwe coach en hoe schat je de kansen voor de eerste periode in?   

De nieuwe trainer is niet de eerste de beste.  Hij heeft zeer veel ervaring als speler en ook als trainer.  Zijn palmares is ook indrukwekkend.  Het is een echte persoonlijkheid die meteen zijn stempel drukt op de groep en de trainingen.  Wat de eerste periode betreft, moeten we het gewoon wedstrijd per wedstrijd bekijken.  We moeten gewoon naar onszelf kijken en elke wedstrijd proberen te winnen.  Als we dat doen, leggen we druk bij de twee tegenstanders.  Beerschot-Wilrijk en OHL moeten bovendien nog een onderling duel afwerken.  Hun laatste wedstrijd in deze periode is trouwens ook een uitwedstrijd.  En die zijn in 1B nooit ‘makkelijk’.  Ook wij zullen 100% gefocust moeten zijn om de komende weken resultaat te halen in Lier en in Tubeke.  

Tot zover het gesprek met onze nieuwe spits.  Een ambitieuze jongeman die wil doorgroeien en die dat misschien het best bij Cercle kan doen.  

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Shot-online
19/10/2017