koop tickets online
Supporters
06/11/2018

15de maaltijd The Green Devils

Op zondag 18 november organiseren The Green Devils voor de 15de keer een maaltijd. Iedereen is hiervoor welkom.

Het menu bestaat uit:

* Aperitief

* Mosselsouper à volonté

* Koffie

Voor diegene die geen mossels wensen is er ook een koude schotels voorzien. 

Waar: Jeugdcentrum De Groene Meersen - Zedelgem

Kosten: voor een lid €20,- voor een niet-lid €25,- 
Voor kinderen tot 12 jaar: €15,-

Je kunt je opgeven bij:

Dave "Café Transit" Zedelgem:
0472549713

Serge: 0470260960
of: bouwensserge@gmail.com

Junior: 0491633490
of: stefaan.lamaire1@gmail.com

Sonia Soens: 0497133805

 

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Laatste koploper van heerlijke reeks? Frederik Boi

Frederik Boi weet wat waardering verdient, en wat niet.  Van statistieken houdt hij niet.  Zozeer is hij ervan doordrongen dat voetbal een teamgebeuren is dat hij lijsten van top-schutters en meeste assists eerder als een bekoring tot individualisme beschouwt dan als een uitdrukking van verdienste.  Al staat hijzelf er niet bij stil, zijn naam prijkt bovenaan een heerlijke, statistische weergave. Vragen we ons af welke Cerclespeler voorlopig de laatste is die meer dan driehonderd keren in een officiële match de Groen-Zwarte kleuren verdedigde, dan is ‘Fré’ het antwoord. Met 325 wedstrijden nam hij die koppositie in na zijn laatste Cerclematch in april 2014.  Daarmee verdrong hij na bijna drie jaar Denis Viane van die plaats, die op niet minder dan 383 beurten kan bogen.  En wie zal Fré opvolgen?  Bij het zo veranderde voetballandschap, is de kans op een opvolger wel flinterdun.

Fré, het vorige retro-interview vond plaats in Stekene ten huize van Anthony Portier, nu zitten we hier in jouw huis in Sint-Andries, rechtover de Olympiaterreinen.  Jij en Anthony komen om dezelfde reden aan de beurt: je beëindigt een lange, in hoge mate Zwart-Groen gekleurde, voetbalcarrière.   Anthony houdt ermee op wegens knieletsels, tijdwinst voor zijn gezin en omdat het plezier aan het spel er niet meer is.  En jij, waarom?

Aan meer tijd voor mijn gezin en familiale aangelegenheden hecht ook ik veel belang,  maar bovendien is  de combinatie van mijn werk en competitief voetballen niet meer mogelijk.  Ik droomde er al van voetballer te worden toen ik nog niet eens op de lagere school zat, maar nog voor ik naar het middelbaar ging intrigeerde mij ook alles wat met informatica te maken had.  Sinds een half jaar werk ik nu bij Epson, een Japans bedrijf met wereldwijd 70.000 werknemers, dat printers, scanners en projectoren produceert.  Zozeer een droomjob is dat voor mij, dat ik er de tijdrovende verplaatsing graag bijneem.  Elke werkdag trotseer ik met mijn auto de afstand tussen thuis en Diegem, in de buurt van de Nationale Luchthaven.  Dat komt gemiddeld neer op tweemaal honderd minuten. Per trein zou het even lang duren, en geregeld neem ik zware pakken materiaal mee.

Je hebt ettelijke paren voetbalschoenen bij de Cerclejeugd versleten.  Wat is je uit je prilste Cerclejaren vooral bijgebleven?

Ik kwam als vanzelf als vijf- of zesjarige in het spoor van mijn neef en broers in Cercles Voetbalschool terecht.  De Groen-Zwarte jeugdopleiding stond hoog aangeschreven, het niveau moest zeker niet onderdoen voor dat van ‘de buren’.  Ik was tenger en klein zodat ik  fysisch iets achter was op mijn leeftijdgenoten, maar mijn trainers zagen wel kwaliteiten in mij.  Cercle had toen niet alleen nationale maar ook provinciale jeugdploegen, en meer dan mijn medespelertjes ging ik over van het ene naar het andere niveau.  Ik kon hemelhoog juichen als ik naar ‘nationale’ overgeheveld werd, maar ook bij ‘provinciale’ was het heerlijk voetballen en met veel inzet.  Onder meer met Jan Masureel, Stijn Willems, Bram Vandenbussche en Pieter Doom heb ik goeie vrienden uit ‘provinciale’ overgehouden.  

Je startte als negentienjarige bij de Eerste Ploeg in december 2000.  Herinner je nog die eerste match?  Misschien weet je nog wat jij bij je selectie het meest was: verwonderd, blij, zenuwachtig of zelfzeker? 

Blij was ik alleszins, maar niet verwonderd.  Het moest ervan komen.  In tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de trainers, keek Dennis van Wijk niet alleen naar ‘namen’, maar wie goed presteerde op training, kreeg vroeg of laat de kans om zich tijdens het weekend te bewijzen.  Zenuwachtig was ik toen niet, dat was ik pas later bij mijn eerste derby in het fanionelftal.  En zelfzeker?  Aan zelfvertrouwen ontbrak het me niet.  En, ja, het verloop van die eerste match zie ik nog voor ogen.  We verloren thuis met 1-2 tegen Maasmechelen, dat nochtans niet hoog gequoteerd stond.  Na de match was van Wijk in alle staten…  Hoe ik het er zelf van afgebracht had?  Bij mijn eerste duel kreeg ik een klop op mijn hoofd, en kinesist Geert Leys mocht het veld op om mij te verzorgen.  “Zo gaat dat bij de grote jongens,” zei hij.   En ik moest niet lang wachten op bevestiging daarvan, slechts tot mijn tweede match… 

In het ‘Cerclemuseum’ tref ik iets aan dat me bijzonder merkwaardig lijkt.   In je debuutjaar speelde je 6 competitiewedstrijden, het jaar erop 3, en 7 tijdens het daarop volgende seizoen, Cercles kampioenenjaar 2002-‘3.  Met Cercle in Eerste was je er meteen 28 keren bij en vervolgens was je nog zeven seizoenen na elkaar een vaste waarde met minstens 25 beurten.  Een trainer is een machtig man, maar aan zijn voorkeur kon het niet gelegen zijn want zowel juist na als juist voor de promotie had Jerko Tipuric het roer in handen. Blijkbaar was jij niet goed genoeg voor Tweede, maar onmisbaar in Eerste?

In het kampioenenjaar begon ik heel goed, werd zelfs in een krantenartikel als de revelatie van het seizoenbegin bestempeld.  Tegen Geel speelde ik voor de eerste keer in het midden, voordien rechtsbuiten, en na de match zei Jerko mij: “Jij gaat nooit meer weg uit het midden.”  Nog voor die term bestond, draafde ik toen het veld af als ‘box-to-box speler’, en  dankzij mijn goeie conditie had ik daar geen moeite mee.  Na enkele matchen, helaas, werd ik in Heusden-Zolder zwaar getackeld, recht op mijn knieën.  Mijn mediale band was zo goed als door, en de revalidatie duurde verschrikkelijk lang, voor een stuk doordat ik te vroeg weer op het veld wilde staan.  ‘k Heb alleen nog één match gespeeld op het einde van het seizoen, op Maasmechelen.  

"Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen".

Och, blessure, aan die meest voor de hand liggende verklaring had ik niet eens gedacht!  Na één jaar Eerste deed zich een grote verrassing voor: Tipuric was erin geslaagd Cercle in de topklasse te behouden, maar Harm van Veldhoven nam zijn plaats in.

Die trainerswissel vernamen wij al in Westerlo, juist voor de laatste wedstrijd van het seizoen.  Het zat verschillende spelers zo hoog dat ze, vooral onder impuls van Vital Borkelmans, dreigden de match niet te spelen.  “Wij spelen niet,” zei Vital.  “Je speelt wel,” zei Jerko.  En … we keerden naar Brugge terug met een 1-1 gelijkspel. Ja, dat we  in Eerste bleven met de kern die we toen hadden, was een half mirakel.  Jerko door Harm vervangen konden we nauwelijks begrijpen, ook omdat Cercle toen het kleinste budget van heel de reeks had.  En, terloops, ik beëindig straks mijn voetbalcarrière bij het pas naar Eerste Provinciale gepromoveerde Sporting Blankenberge.  Wie is er de trainer?  Jerko.  Staan we op een degradatieplaats?  Neen, je vindt ons zelfs in de eerste helft van de rangschikking.

Jerko blijft?  Neen.  Maar toch is het niet helemaal hetzelfde als bij Cercle halfweg 2004.  Dat men bij een degelijk spelend voetbalteam na zes jaar hoe dan ook graag eens nieuwe wind laat waaien is minder verwonderlijk dan na twee jaar, zoals toen.   Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen’.

Tijdens Cercles gloriejaar, het eerste onder Glen De Boeck, trok jij voor niet minder dan 33 competitiematchen het Groen-Zwarte shirt aan.  Volgens Anthony Portier waren Cercles knalprestaties wel degelijk eerst en vooral aan Glen te danken.  Deel je zijn mening?

Heel zeker.  Vooreerst beschikte Glen over een stel fantastische spelers, maar daarnaast was zijn aanpak  zoals voetbal hoort te zijn: zo eenvoudig, zo simpel als het maar kan.  Dat komt erop neer dat iedere speler heel duidelijk moet weten wat hem als pion van een team op het voetbalschaakbord te doen staat.  En we wisten het! “Jij dit, jij dat, jij dit, jij dat …”  Voetbal is een loopsport, je moet voortdurend bewegen en je moet erop kunnen betrouwen: “Recupereer ik de bal, dan staat daar een medespeler die ik kan aanspelen.” Elke week opnieuw prentte Glen het ons in, steeds weer hetzelfde, zo ongecompliceerd mogelijk moest het zijn.  We hadden alleen maar verstandige spelers, maar waren er een paar blinden bij geweest, dan nog hadden die geweten wat hen te doen stond.  Wat ons tijdens Glens eerste jaar genekt heeft, dat is de gescheurde kruisband van Tom De Sutter in februari.

Maar dat Glen de glansprestatie van zijn eerste jaar erna niet heeft kunnen overdoen, heeft hij toch wel aan zichzelf te wijten.  “Wij zijn te voorspelbaar,” vreesde hij, en hij stapte af van zijn voor ons zo hanteerbaar systeem.  Ik kan het niet genoeg beklemtonen: “In voetbal is simpel spelen het beste, maar het moeilijkste dat er is.”  Weet je welke speler ik het meest bewonderde omdat hij alles zo eenvoudig mogelijk aanpakte? Dat was Oleg Iachtchouk.  Zijn balcontrole was altijd goed.  Zoals alles bij hem, leek zijn meesterschap over de bal en zijn voortgang in het spel vanzelfsprekend. Kreeg jij echter zo’n bal toegespeeld, dan lag die plots een halve meter weg van je voet.  Een eenvoudige, een intelligente, ook een leuke voetballer was Oleg. 

Dankten jullie je sterkte ook niet aan het feit dat Glen tot het uiterste ging  om de fysische conditie op te drijven? 

Ja, Glen was veeleisend, zeker ook qua fysische paraatheid.  ‘k Zie ons nog een uur aan een stuk ‘volle bak’ lopen in Tillegem.  En ook vele baloefeningen bleven duren tot onze tong op het gras lag…  Ik mag echter gerust beweren dat ik een van de spelers was die daar het minst last van had.  Ik heb het perfecte voetballichaam niet, maar wel een fysisch gestel dat geschikt is voor duursporten.  Wat ik als voetballer het meest mis, dat is kracht, en dat heb ik altijd weten te compenseren door ‘adem’ en snelheid.   ‘k Bezit beelden waarop ik tachtig meter loop langs de zijkant van het veld, de bal rond het penaltypunt van de tegenstander stil leg, binnenschiet, en rustig dooradem alsof ik twee stappen had gezet.

"Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken". 

Niet alleen over Glen De Boeck als trainer kun je meespreken, je hebt er in Cercles fanionelftal, asjeblief,  zeven meegemaakt: Dennis van Wijk, Jerko Tipuric, Harm van Veldhoven, Glen, Bob Peeters, Foeke Booy en Lorenzo Staelens.  Twee vragen liggen voor de hand: wie vond jij de beste, en zou je nu met elk van hen even graag aan tafel gaan zitten?

De meeste trainers die ik heb gehad, waren zeer degelijk, en twee van hen waren zelfs zo goed dat ze nog een paar centimeters boven Jerko uitstaken.  Dat waren Glen en, op gelijke hoogte, Yves Van Borm toen ik bij Knokke speelde. Dat ze ‘de beste’ waren, betekent lang niet dat ik met hen het minst in botsing ben gekomen, zelfs niet dat ik nu met hen het liefst zou tafelen. Een en ander kan complex zijn, hoor.  Dennis van Wijk, bijvoorbeeld, kent geen greintje medelijden op het voetbalveld, maar hij is een crème van een mens erbuiten.

We gaan even weg van Cercle.  Nog voor Van Borm heb jij dat trouwens al gedaan.  Je trok halfweg 2011 naar Oud-Heverlee Leuven, kwam na anderhalf jaar terug naar het Groen-Zwarte Olympia, je werd begin 2015 door Cercle eventjes uitgeleend aan Izegem, knokte twee jaar bij F.C. Knokke en nu ben je aan je laatste matchen bij Sporting Blankenberge toe.  

Bij OHL voelde ik me goed thuis, maar toch was ik blij dat Cercle me weer met open armen ontving.  Ook van de supporters voelde ik hun ‘welkom’ aan - en supporters zijn écht ‘de twaalfde man’: niet elke speler voelt het even intens aan, maar de meesten geeft het een kick van vertrouwen als de supporters positief op hun spel reageren. Al te veel supporters denken dat ze betalen om je te zien winnen, maar, neen, ze staan van hun centen af om je zo goed te zien spelen als het je mogelijk is!  Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken. 

U denkt, lezer, ik kom aan de slotbeschouwing van het interview, en dàt waarmee iedere Cerclesupporter Fré omkranst, is niet eens ter sprake gekomen.  17 december 2006, juist voor de winterstop, Cercle-Club, 63ste minuut: Fré keilt de bal tussen de blauw-zwarte doelpalen.  Het blijft 1-0 tot de scheidsrechter affluit.  Wat een vreugde, wat een euforie!  Eén seconde van uniek succes, en Fré is en blijft levenslang wereldberoemd in heel Brugge!  “Ja, zeker, daarover spreken velen me nog dikwijls aan.”  Op mijn slotvraag of het blijde nieuws dat ik vanmorgen in het Nieuwsblad gelezen heb, klopt, bevestigt Fré dat het, alles in acht genomen, onwaarschijnlijk goed evolueert met Alexander, zijn broer die nog geen maand geleden het slachtoffer werd van een zwaar verkeersongeval.  Een flits, ook hier, maar een gevolg dat écht ingrijpt in het leven.  Voor Alexander, vanzelfsprekend.  Voor Fré ook?  “Ik had voordien al besloten te stoppen met voetballen.  Zoveel tijd eist mijn werk van mij op, dat ik er te allen koste genoeg moet vrij maken voor mijn vrouw, mijn twee dochtertjes en heel mijn familie.  Alexanders accident bevestigt wat ik me al goed bewust was: tijd dient ertoe om die zo interessant mogelijk door te brengen.”

(Georges Volckaert)

Lees meer
Shot-online
20/03/2018
Cerle Brugge KSV
12de man

Kees & Casper Verhoeven
Nederlandse supporters

Als hoofdredacteur van SHOT kwam ik in de voorbije 23 jaar vaak in contact met buitenlandse aanwezigen op Cercle-wedstrijden terwijl ik me her of der in het stadion bevond.  Sommige “relaties”  (en hun aanhankelijkheid t.o.v. Cercle) zijn niet kortstondig, zo bewijzen o.a. onze Ierse vrienden.  Een ander bewijs zijn Kees en Casper Verhoeven uit het Nederlandse Berkel-Enschot (zie je de link in de plaatsnaam?).  Ik interviewde de familie Verhoeven quasi exact 21 jaar geleden.  Het artikel verscheen in SHOT nr 10 van mei 1997.  Onder de kerktoren van Lissewege had ik toen een gesprekje met de jonge Casper en vader Cees.  “Oudere” broer Kees kon er toen niet bij zijn.

Nog steeds tekenen de broers meer dan regelmatig present bij Cercle-wedstrijden, zowel thuis als uit.  Even kennismaken.

Het valt wel meer voor dat we buitenlandse supporters enkele jaren als trouwe fans mogen begroeten, maar jullie houden het reeds erg lang vol.  Daarenboven komen jullie van zo’n 200 Km. ver.
Als ik me goed herinner lag de basis meer dan twintig jaar geleden bij het regelmatig familievakantie uitje naar Blankenberge én … Josip weber?

Blankenberge was sinds jaar en dag voor onze familie meerdere keren per jaar dé vakantiebestemming.  Zo gingen we ook het Belgische voetbal volgen.  Ik kan me nog herinneren dat we ’s avonds in het Belgische appartement de samenvattingen van de wedstrijden op de BRT volgden en hoe we o.a. zagen hoe Cercle met 3-1 won tegen de buren met een fantastische wedstrijd van “fenomeen” Josip Weber.  Een fenomeen als speler en als mens en hij werd al snel het jeugdidool van Casper (die ook verwijst naar klassespelers als Munteanu en Selymes).  Ik denk dat bij die wedstrijd onze liefde voor Cercle ontstaan is (Kees).  We volgden toen Cercle via de radio of teletekst en vader kocht regelmatig op maandag een Belgische krant. Daarna begonnen we (Kees)  in Nederland  de BRT-samenvattingen op video op te nemen, tot de VTM de rechten verwierf…  Gelukkig is het via het internet nu gemakkelijker om informatie en beelden te vergaren.
(Casper) Op zaterdag 22 oktober 1994 ging ik voor het eerst met mijn vader naar Cercle.  Ik was toen veertien.  Kees kon er spijtig genoeg niet bij zijn.  Cercle stond op dat ogenblik voorlaatste en moest tegen een topper als Standard, die nog niet verloren had, aantreden.  Het werd een 3-0 overwinning.  Ik was meteen helemaal verkocht!

Vader was destijds chauffeur van dienst?

Wij hadden toen vanzelfsprekend nog geen rijbewijs, dus waren we afhankelijk van vader.  Tot eind de jaren ’90 reed hij regelmatig naar Cercle.  Zo woonden we enkel malen per jaar een wedstrijd bij, vaak gecombineerd met onze vakanties in Blankenberge.Toen eerst Kees en daarna ikzelf in het bezit kwamen van een rijbewijs steeg het aantal wedstrijden sterk.

Jullie tekenen inderdaad heel regelmatig present in Jan Breydel?

Dit seizoen 15 van de 30 wedstrijden aanwezig geweest, zowel uit als thuis.  Meestal combineren we dit met een dagje aan zee, en als het weer het toestaat, op het strand.

Sommige uitwedstrijden zijn heel wat korter bij jullie deur en ook daar vinden we jullie terug, al is het  niet steeds makkelijk als het een combiregeling betreft of er geen kaartverkoop is aan de deur zoals op Union bv. .

(Kees) Ikzelf ben tegen combi-regelingen dus daar doe ik niet aan mee uit principe. Gelukkig konden we heel eenvoudig kaarten kopen voor Beerschot-Cercle (finalewedstrijd), al zaten we wel in een Beerschot vak. Weliswaar zonder Cercle-sjaal, maar ik moet toegeven dat de sfeer er prima was en er absoluut geen vijandigheden jegens Cercle waren. Voor kaarten in het Jan-Breydel stadion kunnen we gelukkig altijd, via jou Georges, op voorhand kaarten verkrijgen. Dat is echt heel prettig, want het is niet zo fijn als we lang hebben gereden om Cercle te zien, kaarten kopen aan de deur en dat we dan op rij 3 of zo moeten plaats nemen.
(Casper) Die wedstrijd op Beerschot-Wilrijk wilden we echt niet missen.  Bij verplaatsingen waarbij de lokale loketten niet open zijn, zoals op Union, hebben we dan het geluk dat door onze goede contacten met jou, je de kaart(en) vooraf in Brugge koopt voor ons.  Daar zijn we erg dankbaar voor.  

Risicowedstrijden waar niet zo veel van afhangt of andere wedstrijden die we niet kunnen bijwonen, volgen we via een stream op internet.  Dat is voor ons het voordeel van deze tijd t.o.v. de jaren ’90.

"Het mooiste om te zien was dat Cercle weer leeft."

De belangrijke wedstrijd om het behoud te verzekeren vorig seizoen op Lommel maakten we samen mee.  Daar nam onze terreinfotograaf Geert bovendien een leuke foto van.  Ook voor jullie was het resultaat toen een pak van het hart.

(Casper) Ik kwam net terug uit Fuerteventura en reed daarna met Kees meteen door naar Lommel.  Het was een spannende wedstrijd met gelukkig een positief resultaat.
(Kees) Het was een onvergetelijke avond.  De spanning was enorm.  We waren al heel vroeg bij het stadion en tijdens de wedstrijd kwamen er steeds meer supporters binnendruppelen.  Blijkbaar hadden de bussen vertraging.  De ontlading bij de overwinning was enorm.  Die leuke foto blijven we herinneren.

Bij de laatste (finale)wedstrijd dit seizoen, ging het niet  over het afwenden van degradatie maar om de promotie.  Hoe beleefden jullie deze wedstrijd?

(Casper) Het was een jaar met een groot contrast om eerst voor het  behoud (profstatus) te spelen en daarna te promoveren naar 1A. De ontlading is in beide gevallen enorm geweest.
Wat er vooraf gebeurde met de ontvangst van de spelersbus heeft heel veel indruk op mij gemaakt. En toen er ook nog eens bijna 15.000 toeschouwers in het stadion zaten vond ik ongekend.  Ik was vol spanning tijdens de wedstrijd maar toen de 2 doelpunten vielen zat ik wat gemakkelijker op mijn stoeltje.  Alleen zag ik in de 2de helft een minder sterk Cercle wat ook nog een paar goeie kansen miste.
Toen de 2-1 viel zak je even door de grond van “het is over” maar toch bleef ik een sprankeltje hoop houden omdat er tegen Beerschot altijd wel iets gebeurde dit seizoen ( aanwezig bij de legendarische 2-3 overwinning op 13 januari op Beerschot).
Uiteindelijk viel een paar minuten later dan toch de treffer via de penalty. Ontlading was gigantisch!!!

(Kees) Enorm spannend, maar ik had er vertrouwen in. Het mooiste om te zien was dat Cercle weer leeft. En dan bedoel ik de versieringen in de Olympialaan, de geweldige aankomst van de bus en de spanning en sfeer rond het stadion. Het was allemaal gemeende liefde voor Cercle wat ik zag en dat deed mij goed!

Het was ook niet jullie eerste “kampioenenwedstrijd”.  In 2003 waren jullie ook present (met pa).

(Kees) We waren er bij. Ook een week eerder toen het net niet lukte. Ik herinner me nog de geweldige rush van Berthé die hij helaas niet afmaakte. Gelukkig lukte het een week later wel! Qua sfeer en blijdschap viel dat kampioenschap in het niet bij de meest recente vieringen.

Bekerfinale’s?

(Kees) Bij beide (AA Gent & Genk) waren we aanwezig, helaas viel het resultaat steeds tegen. Het waren hele gezellige dagen, maar ook qua plek in het stadion was het niet helemaal dat.  (Casper) Het waren wel twee geweldige ervaringen in Brussel onder het Atomium in het “Cercle Village”.

Casper maakte reeds eens een rekensommetje hoeveel wedstrijden (jullie kunnen niet steeds samen present zijn) van Cercle hij reeds bijwoonde.  Vertel even, Casper.

De Cercle tickets bewaren Kees en ik altijd. En die vanaf 2000 heb ik sinds enkele jaren in een map verzameld. Deze ben ik recent gaan tellen en kom dan op 165 tickets uit sinds 2000. 

In al die seizoenen die jullie meemaakten kenden we enkele “magere jaren”, waar verlies vaak diende ingecalculeerd te worden.  Hoe verliep zo’n terugrit van 200 kilometer dan?

(Casper) De meest vervelende terugrit is die na de wedstrijd tegen KV Mechelen geweest toen Cercle degradeerde (2015). Tijdens deze terugrit radio uitgezet en wij drieën hebben die rit weinig gezegd. Ik ging een dag later op vakantie en mijn humeur was enkele dagen verpest. De overige kilometers na een verloren wedstrijden zijn over het algemeen goed te verteren vaak met een dosis humor.  Je kunt overigens niet altijd winnen … (smiley).

(Kees) Meestal gaat dat wel, soms is de tegenstander ook beter en dan is dat makkelijker te accepteren. Tijdens het dramatische verlies tegen Mechelen een aantal jaren geleden was het inderdaad echter stiller dan normaal.

"Cercle is vaak de underdog geweest en dat trekt op een of andere manier ook aan."

Wat trekt jullie nog steeds zo aan in Groen-Zwart?

(Kees) Het voetbal zoals het vroeger was, denk ik. De gezellige sfeer. Bij Cercle is van echte commercie nog weinig te merken. Hoewel  de competitie-indeling in 1B echt belachelijk is. In de oude 1e en 2e klasse was er mee diversiteit aan verenigingen en te bezoeken plaatsen.  Cercle heeft altijd leuke spelers gehad. Verder is Cercle vaak de underdog geweest en dat trekt op een of andere manier ook aan. En natuurlijk het vriendelijke contact van de mensen die we via of door Cercle kennen. 

(Casper) Eens een fan altijd een fan in goede en in slechte tijden.  Cercle heeft altijd een neusje gehad om mooie/interessante spelers te halen (vooral in het verleden).  Dit zijn te veel spelers om op te noemen.  
De spectaculaire wedstrijden die we gezien hebben trekken ons natuurlijk aan, want soms lijkt dit alleen bij Cercle te kunnen. (3-2 ) Mechelen (115 Jaar bestaan) 2-3 (Beerschot) en de gewonnen derby’s. 
Het warme, sympathieke en familialere van Cercle hebben in het begin al wel de basis gelegd.  Er zijn door de jaren heen contacten met bepaalde personen/supporters  van Cercle opgebouwd (en sommige oud-spelers). 

Wat zijn jullie toekomstdromen voor Cercle?

(Casper) Dat Cercle door de samenwerking wel Cercle blijft zoals hierboven beschreven betreft de vereniging.  Vooral dat Cercle sportief en financieel gezond blijft maar ook stabiel verblijf in 1A met leuk aantrekkelijk voetbal.  Hopelijk dat Cercle ooit nog een prijsje pakt zou helemaal tof zijn! 

(Kees) We zullen jaarlijks natuurlijk wedstrijden blijven bezoeken en zijn benieuwd hoe de verdere  uitbouw van het huwelijk met Monaco zal evolueren. Cercle staat gelukkig weer op de kaart en hopelijk blijft de ziel van Cercle intact! 

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
11/04/2018
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen (deel 208)

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 208)
(periode van 27-08-1960 -> 03-09-1960)

  • Cercle

In de vorige bijdrage kondigden we de oefenwedstrijd van de groen-zwarten tegen Beerschot AC aan.  De Cerclejongens wisten dat het sowieso een zware dobber zou worden maar hadden toch op een meer dan eervol resultaat gehoopt…

Cercle Brugge – Beerschot A.C. 0-5 – Eerste goede prestatie niet bevestigd !” : “De talrijke Brugse voetballiefhebbers die zaterdagavond op het Edgard De Smedtstadion waren om Cercle voor het eerst dit seizoen aan het werk te zien tegen Beerschot, zijn als één man ten zeerste ontgoocheld huiswaarts gekeerd.  Niet dat deze oefenwedstrijd op zichzelf zo minderwaardig was, maar hetgeen de groen-zwarten ten beste (?) gaven was zo onnoemelijk zwak en peuterig, dat zelfs de grootste optimisten er hun vertrouwen bij inschoten.  De uitslagen en prestaties der twee vorige oefenmatchen hadden immers de Cercle-aanhangers een hart onder de riem gestoken en de hoop doen heropleven dat het dit jaar eindelijk naar wens zou gaan. Deze illuzie was echter van heel korte duur, want men heeft kunnen vaststellen dat er nog niets veranderd noch verbeterd is bij vorig seizoen.  Natuurlijk is het nog maar een begin en bleek Beerschot andermaal een te sterke tegenstrever, maar toch is het van nu al reeds duidelijk dat de vooruitzichten allesbehalve rooskleurig zijn indien het roer niet kordaat gewend wordt.”

Technische krabbels…

-opkomst: +/- 2.500 toeschouwers.
terrein: uitstekend.
leiding: ref. Debleeckere, bevredigend.
fair-play: niets aan te merken.
doelpunten: 12’ Van Acker 0-1, 29’ Weyn 0-2, 30’ Drieskens 0-3, 65’ Drieskens (penalty)
  0-4, 69’ Van Acker 0-5.
Cercle: Mortier, Roje (Gaal), Serru, Perot, Wittewrongel, Demey, W. Lambert
  (Notteboom), Buyse, Bailliu, Michiels, Locskai (Desmaele).
Beerschot A.C.: Smolders, Wouters, Schroyens, Vanhemelryck, Raskin, Huysmans, Van
  Hoetayen (Zaman), Van Acker, Weyn, Drieskens, De Borger.
 

Het was overduidelijk dat de groen-zwarten nog flink wat schaafwerk voor de boeg hadden om een ploeg klaar te stomen die een gooi kon doen naar de promotie in Tweede Klasse.  Gezien men steevast beweert dat oefening kunst baart, besloot Cercle om, vooraleer de officiële competitie van start ging, nog een zware oefenwedstrijd in te lassen. Tegenstander van dienst was niemand minder dan Lierse, de kersvers kampioen Eerste Klasse :

Morgen zondag te 16 uur : Cercle – Liersche” : “Morgen zondag komt Cercle te 16 uur op eigen veld uit tegen niemand minder dan de kampioen van 1eklasse Liersche SK.  Voor de groen-zwarten betekent dit andermaal een zware opgave en zij zullen beslist veel beter moeten spelen dan tegen Beerschot, willen ze een eervol resultaat bewerken.  Cercle zal het echter op prijs stellen zich in de ogen van haar aanhangers enigszins te rehabiliteren zodat we ons ditmaal aan een meer overtuigende prestatie verwachten en een spannender en aantrekkelijker vertoon.”

Deze aankondiging maakte het de groen-zwarten alvast meer dan duidelijk, als zij er zelf nog zouden aan getwijfeld hebben, dat al wie Cercle een warm hart toedroeg uit was op een knalprestatie tegen Lierse na de wanprestatie tegen Beerschot…

Cercle Brugge – Liersche S.K. 1-1 – Gunstige kentering bij de groen-zwarten” : “De wedstrijden volgen elkaar, maar gelijken niet steeds op elkaar is een voetbalwaarheid die treffend geïllustreerd werd door de laatste oefenmatchen van Cercle, resp. tegen Beerschot en Liersche. De week tevoren kwamen de Brugse groen-zwarten omzeggens aan geen bal tegen de Sinjoren en werden dan ook na een zeer teleurstellend presteren zwaar verslagen.  Alle omstandigheden in acht genomen maar terecht, spaarden we achteraf onze scherpe kritiek niet en wezen in alle oprechtheid op de talrijke fouten en tekortkomingen die hierbij klaar aan het licht waren gekomen.
Het moet zijn dat de Cerclespelers zelf volkomen bewust waren van hun ontgoochelend en minderwaardig akteren tegen Beerschot, want tegen de landskampioenen uit Lier hebben ze zich verleden zondag niet alleen overtroffen maar tevens een heel wat betere en gavere prestatie ten beste gegeven.  Zeker, alles was bijlange nog niet perfekt en alles liep nog niet helemaal gesmeerd –met als bijzonderste nog te verbeteren punten het tekort aan uitvoersnelheid en diepte– doch er was globaal een verheugende gunstige kentering waar te nemen, die de toekomst reeds heel wat minder duister doet uitzien.  Als men ten minste verder in dezelfde zin bevestigd.
Hier ook moeten we immers in acht nemen dat het een loutere oefenpartij betrof, die weinig vaste maatstaven biedt betreffende de konditie en het rendement van de in lijn komende spelers en ploegen. De verbetering bij Cercle was echter zo opvallend dat we zulks in alle objektiviteit dubbel en dik willen onderlijnen. Zonder dat Liersche reeds “de” ploeg was die kampioenenspel demonstreerde en wel nog terdege in rodage bleek, was de repliek van de lokalen echter van die aard, dat zij ruim gelijke tred hielden met de kampioenen en voluit het besluitend 1-1 gelijkspel verdienden.” 


Technische krabbels…

-opkomst: 2.000 toeschouwers.
terrein: uitstekend.
fair-play: vriendensfeer.
leiding: ref. Casteleyn, goed.
doelpunten: 60’ Bailliu 1-0, 60’ Vermeyen 1-1.
corners: Cercle 7, Liersche 4.
Cercle: Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Locskai, Buyse (De Caluwé), Bailliu,
  Michiels, J. Gerard.
Liersche: M. Baeten, Bogaerts, Thys, A. Baeten, Willems, Van Dessel, Valckenborgh,
  Goossens, Vermeyen, Martens, Van Roosbroeck.

  Stippen we aan dat Liersche deze week met dezelfde opstelling Espagnol Barcelona versloeg
  met 2-1.
 

De tijd van de oefenwedstrijden lag, na het gelijkspel tegen Lierse, achter de rug. Het werd nu hoog tijd voor het serieuze competitiewerk.  De groen-zwarten wilden, na al die jaren van geduld oefenen, eindelijk de beoogde promotie in de wacht slepen maar natuurlijk waren wel meer ploegen op het waardevol promotieticket belust.

“Het Brugsch Handelsblad” wierp alvast een blik op Cercle’s eerste competitiematch van het seizoen 1960-1961, een zeker niet te onderschatten verplaatsing naar F.C. Diest : “Morgen zondag gaat de bal weer officieel aan het rollen : Diest – Cercle” : “De groen-zwarten wacht morgen zondag reeds een kwade verplaatsing naar FC Diest, die met de Bruggelingen nog een eitje te pellen heeft.  Cercle haalde er verleden seizoen immers heel gevleid de beide punten zodat Van Camp en Cie op weerwraak belust zijn.  De Bruggelingen weten dus van meet af waar ze aan toe zijn en zullen dubbel uit hun ogen moeten kijken willen ze niet verrast worden.  Tegen Lierse lieten ze verleden zondag een niet onaardige indruk maar toch zal er nog meer “poer” moeten inzitten om de volle buit binnen te halen. We menen dan ook dat een draw reeds een ruim bevredigend begin zou zijn voor de groen-zwarten.
Moeten we het hier nogmaals betreuren dat de vaste ploegopstelling slechts de vrijdagavond bekend wordt gemaakt en wij deze zodoende niet kunnen mededelen, dan geven we hierna toch de officieuze formatie zoals zij wellicht te Diest in lijn zal komen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Locskai, Buyse, Bailliu, Michiels, Jo Gerard.”

Lees meer
Shot-online
20/12/2018
Cerle Brugge KSV
Alles op zijn tijd - Anthony Portier

35 jaar is Anthony Portier.  Dat is uitzonderlijk jong om al geïnterviewd te worden voor de rubriek ‘Retro’ van  Shot On-Line.  Niet eens half zo oud is hij als Willy Craeye, de vorige ex-Cerclespeler die ons zijn wedervaren bij Groen-Zwart uit de doeken deed. De reden van dit vroege interview ligt echter voor de hand: Anthony heeft zijn voetbalschoenen definitief aan de haak gehangen.  ‘Definitief’?  Hoe geëngageerd ook, hoezeer ook met volle overgave hij zijn voetbalcarrière met alles erop, eraan en errond beleefd heeft, en hoewel zijn gehavende knieën het niet onmogelijk zouden maken nog tegen het ronde leren ding te trappen, toch lijkt het me niet dat Anthony beter het “Zeg nooit, nooit,” indachtig zou zijn.

Anthony, na turbulente jaren bij het KV Oostende-van-lang-voor-Coucke, heb je zeven en een half jaar bij Cercle gespeeld, om daarna het wat lager op te nemen bij Union St.-Gillis, Beerschot-Wilrijk en ten slotte Spermalie Middelkerke.   Wat komt je het eerst voor de geest bij deze opsomming? 

Op mijn vijfde startte ik bij Gold Star Middelkerke.  KVO trok mij als jeugdspeler aan, en ik was pas zestien toen ik al bij de eerste ploeg de bank met wedstrijden op het veld afwisselde.  Door allerlei perikelen lagen bij KVO hemel en hel dicht bij elkaar, zodat ik er speelde in Eerste, in Tweede en in Derde Klasse.  Tijdens het tussenseizoen van 2005 – 2006 keek Cercle Brugge uit naar een centrale verdediger die kon inspringen voor Djordje Svetlicic die last had van blessures, en zoals ik nadien vernam, heeft Franky Van der Elst mij bij Groen-Zwart aanbevolen als een jonge, beloftevolle kracht.  KVO deed het matig in Tweede, en de kans om bij Cercle binnen te geraken, kon ik niet aan mij laten voorbijgaan.  Al was het dan altijd in Eerste Klasse, gespreid doorheen mijn lange Cerclecarrière hebben zowel ‘de Vereniging’ als ikzelf wel en wee meegemaakt dat ver uiteen lag.  Halfweg 2013 waren Cercle en ik op elkaar uitgekeken, en ik sloot mijn loopbaan als voetballer af met één jaar Union, twee jaar Beerschot en anderhalf jaar Spermalie Middelkerke.  Bij Union werd het een tegenvaller, maar bij Beerschot speelden we tweemaal kampioen.  Helaas, bij de laatste kampioenenmatch kon ik er niet bij zijn.  Nadat ik vroeger al aan de rechterknie geopereerd werd, was het nu de beurt aan mijn linkerknie: kruisbanden gescheurd, kraakbeenletsel, meniscus…

"Glen De Boeck maakte me een betere speler".

Ik kan me onmogelijk vergissen in wat bij Cercle je hoogtepunt is geweest.  Je speelde immers 33 competitie- en 4 bekermatchen in - tien jaar geleden nu al! – het eerste Cerclejaar van Glen De Boeck.  Laat mij meteen vragen of het werkelijk dankzij Glen is dat Cercle zo schitterend presteerde.  Je hoort en leest immers courant dat Glen profiteerde van het werk van zijn voorganger, Harm van Veldhoven.

Zonder dat dit iets afdoet aan wat Harm Groen-Zwart heeft bijgebracht of aan de gedrevenheid van ons team zelf - waarbij ik vooral aan Denis Viane denk - kan ik verzekeren dat Cercle dat uitzonderlijke succes echt wel aan Glen te danken had.  Nooit heb ik zwaarder moeten trainen dan onder Glen, maar zijn specifieke aanpak rendeerde.  Hij wist zijn eigen jarenlange ervaring bij Anderlecht op ons over te brengen, en voor mij als centrale verdediger was dat extra leerzaam doordat hij bij paars-wit op die plaats speelde.  Zeker weten, hij heeft me een betere speler gemaakt.  Hoe de man afdekken, hoe instappen, hoe het spel lezen, beter dan andere trainers wist hij het uit ervaring en hamerde hij het erin.Om het bij één voorbeeld te houden:  Nogal wat trainers wensen dat je als verdediger aan een aanvaller ‘plakt’.  Glen wou vooral dat de tegenstander niet kon weten waar jij juist stond en wat jij van plan was. Leun je tegen hem aan, dan heeft hij je door, hij weet of hij het best naar links of naar rechts draait, en hij is ervandoor voordat jij het kunt beletten.  Sta je echter een paar stappen achter hem, dan zie je gauw wat hij wil, en je krijgt de kans  om gepast in te grijpen.   Ook één voorbeeld van zijn harde aanpak geef ik je graag. Toen Cercle een samenwerkingscontract met  Blackburn had, trokken we in juli 2008, nog voor het begin van de competitie, naar de terreinen van de Rovers voor een oefenstage.  We moesten ’s morgens om 7 uur op Olympia zijn en een kwartier later een duurloop van een uur in het rood beginnen in Tillegembos. Dat ‘in het rood’ komt erop neer dat we ons maximum moesten weten te bereiken.  Wie het niet goed deed, moest in Blackburn die duurloop overdoen. Op Tillegem volgde anderhalf uur bus naar Zaventem, twee uur vliegen, anderhalf uur naar Blackburn, bagage uitpakken, en een uur later bijna drie uur gaan trainen op het veld. Het werd een helse week, en blijkbaar was ik zo vermoeid en gefrustreerd dat ik me tijdens een oefenpartijtje dat we daar speelden, niet tegen de Rovers zelf, een rode kaart liet aansmeren door een aanvaller die heel de tijd ambetant deed. 

Wat was Glen eerder, een trainer die bereikte dat de spelers er individueel op vooruitgingen of een ‘team’trainer?

Och, de persoon van Glen De Boeck bestaat voor 99 procent uit ‘voetbal’, van mens tot mens over iets anders praten met hem is onmogelijk.  Het is geen toeval dat hij van het zakenleven gauw weer in de wereld van het voetbal is gedoken, en het is evenmin een toeval dat Kortrijk momenteel met hem zo knap presteert.   Uiteraard is het Glen zoals elke trainer vooral om het team zelf te doen, maar bij wederzijds vertrouwen kan hij ploeg en speler het beste doen bereiken dat voor hen haalbaar is.

Hoewel Cercle bij Glens tweede seizoen Thomas Buffel wist aan te werven, toch was het wellicht uitgesloten dat Groen-Zwart het even goed zou doen als tijdens Glens eerste?  En wat Thomas betreft, hij scoorde slechts drie doelpunten in dertig competitie- plus vier bekermatchen.  Vermoedelijk was hij niet helemaal hersteld van de blessures die hij bij Glasgow Rangers had opgelopen?

Het belangrijkste dat voor een stuk ontbrak tijdens dat seizoen was juist dat wederzijds vertrouwen, en dit in het bijzonder tussen Glen en Thomas.  Glen had een voor hemzelf duidelijk omlijnde visie op  ‘zijn’ ploeg en op alle pionnen die ervoor in aanmerking kwamen, maar naast Thomas ook beschikkend over kleppers als Tom De Sutter en Stijn De Smet viel het hem moeilijk alle kwaliteitsspelers op de voor hen meest aangewezen plaats te laten uitkomen.  Nu, zo kwalijk was dat seizoen ook niet. Bij de winterstop stonden wij nog vierde, maar Tom vertrok naar Anderlecht.  We werden negende en haalden de halve finale van de beker in Mechelen, waar we met de strafschoppen verloren.  Nog beter bekerden we het jaar daarop: al verloren we de finale op de Heizel kansloos met 3-0 tegen Gent, we hadden zelfs Anderlecht uitgeschakeld om die finale te bereiken.

Tijdens dat ‘jaar daarop’, waren Stijn De Smet en Bram Vandenbussche er niet meer bij.  Ze waren respectievelijk naar AA Gent en naar Roeselare vertrokken. Wat was het grootste verlies voor Cercle, dat van een speler met veel talent of dat van een speler met niet slechts een Zwart-Groen hart, maar een speler die Groen-Zwart kleurde van kop tot teen?

Ik bekijk het alleen maar zo: beide spelers hadden gelijk, ze maakten een goede keuze.  Niemand zal dat ontkennen voor Stijn, en Bram, door de  Zwart-Groene supporters op handen gedragen, kon met een gerust gemoed zeggen: “Ik heb een schone periode gehad bij Cercle, het is er goed geweest.” Niet dat het leuk was voor Bram, maar het is geen schande een stap opzij te zetten uit Eerste Klasse.  Bram zag zijn eigen beperkingen in, en een speler kan onmogelijk blijven drijven op enthousiasme en liefde voor de ploeg die hem gestuwd heeft naar het maximaal haalbare.

Naast verschillen zie ik ook overeenkomsten tussen Bram en jezelf als voetballer.  Heb ik het juist voor?

Daaraan is er geen twijfel mogelijk.  Zoals Bram was ook ik een karakterspeler, lang niet de rapste of de meest verfijnde voetballer. Allebei moesten wij het hebben van onze tomeloze inzet, van onze wilskracht.  Al dan niet in dezelfde mate als bij Bram, kenmerkten mij harde duelkracht, een stevig kopspel en, zoals ik al zei, goed het spel kunnen lezen, aanvoelen dus waar het spel naartoe gaat. 

Na de verloren bekerfinale kon Glen zijn vierde jaar bij Cercle beginnen.  Hij ‘kon’ het, maar hij deed het niet.  Spreken we maar niet over de wijze waarop hij Cercle in de steek liet, maar zeg even: “In voetbal zoekt iedereen het beste voor zichzelf.  Had Glen, louter zakelijk gezien, gelijk?”

Absoluut niet.  Van Cercle weggaan was het domste dat hij kon doen.  Hij zat vast in het zadel bij Cercle, had ‘de Vereniging’ een goed stuk professioneler gemaakt, en had de mogelijkheid wat hij begonnen was nog jaren aan een stuk verder uit te bouwen.  Hij had alles naar zijn eigen hand kunnen zetten.  Overigens, hoewel het niet altijd koek en ei was tussen hem en mezelf, hij is zeker de beste trainer die ik heb gehad.  Zijn opvolger, Bob Peeters, stond als trainer twee trappen lager in mijn ogen.  De Boeck ging zijn eigen gang,  hij voerde uit wat hij in zijn hoofd had.  Peeters kon het wel uitleggen, maar doordat hij die zelfzekerheid van Glen niet had, ging er minder zelfvertrouwen van hemzelf naar zijn spelers over.  En qua fysiek kon hij ons niet zo scherp houden als Glen.

"Van alle medespelers die ik bij Cercle gehad heb, heb ik het meest in bewondering gestaan voor Oleg Iachtchouck".

Je speelde ruim twee jaar onder Peeters.  Tijdens zijn derde jaar en jouw laatste bij Cercle, 2012 -2013, werd hij vervangen door Foeke Booy, die daarna zelf de plaats moest ruimen voor Lorenzo Staelens.  Met slechts 14 punten eindigde Cercle als laatste in de reguliere competitie, maar een miraculeuze redding in  PO3, na onwaarschijnlijke uitschakeling van Beerschot  en groepswinst tegen Westerlo, Moeskroen en White Star Woluwe, betekende slechts twee jaar uitstel van degradatie.  Je zei al dat Cercle en jijzelf halfweg 2013 “op elkaar uitgekeken” waren.  Hoe heb jij dan dat laatste seizoen van jou bij Groen-Zwart beleefd?  

Laat Cercle die ‘miraculeuze redding’ alleszins maar veel meer toeschrijven aan Eidur Gudjohnsen dan aan mij!  Ik kreeg slechts  14 keren de kans om aanvallers het scoren te beletten dit jaar, en na een tweedeseizoenshelft als bankzitter werd ik wel nog het veld opgestuurd  tijdens de laatste match op Westerlo, waar we 5-0 om de oren kregen.  Het ergste voor mij was dat Cercle me bij de jaarwisseling belette een droom te realiseren.  Er was een reële kans dat ik naar het Ujpest Boedapest van de zoon van Duchâtelet kon vertrekken, maar Cercle lag dwars.  Ik was er echt op uit eens zelf te ervaren wat ik zovele medespelers van me heb weten meemaken wanneer ze ver van huis gingen voetballen.  Met Frans Schotte had ik een akkoord dat ik bij Cercle weg kon bij een aanbod uit het buitenland, maar dat stond niet op papier en hij was het niet die me tegenhield.  Dat ik niet op dankbaarheid vanwege Cercle mocht rekenen, verwonderde me niet, want het woord ‘dankbaarheid’ komt in geen enkel voetbalwoordenboek voor.  Kwalijker is dat niet alleen ik, maar nogal wat van mijn ex-Cerclemedespelers, tijdens hun loopbaan bij Groen-Zwart en vooral bij het beëindigen ervan, tegen een tekort aan respect opbotsten.  Om daar  slechts één voorbeeld van te geven:  Van alle medespelers die ik bij Cercle gehad heb, heb ik het meest in bewondering gestaan voor Oleg Iatchouck, zowel op als buiten het veld.  Zo’n voetballer!  Zo’n ploegspeler! Zo’n rustige, eenvoudige mens, en toch vol temperament zodat hij niettegenstaande zijn hart van koekenbrood vinnig van zich wist af te bijten!  Zo’n kameraad met wie ik uren aan een stuk heel interessant over voetbal en alles errond kon babbelen – in het Frans dan nog wel!  Welnu, dat doe je toch niet met iemand bij wie zijn schitterende, op en top professionele carrière er stilaan begint op achteruit te gaan: Oleg had geen keuze, hij moest eerst van Brussel naar Brugge rijden om dan in de bus te stappen naar Luik en er bij de reserves te spelen…

"ik zeg altijd wat ik denk".

En jij, moest je vertrekken bij Cercle, of had het gewoon geen zin meer dat je bij Groen-Zwart bleef?

Er was mij voorgeschoteld dat er in mei zou ‘gepraat’ worden, maar dat kwam er niet van.  Na mijn laatste match liet mijn manager me weten dat Cercle hem had laten weten dat mijn contract niet verlengd werd.  Ik vernam het alleen ‘via’, en zelfs op de traditionele eindseizoenbarbecue bij Geert Leys was er niemand van het bestuur die me erover aansprak.  Kijk, ik heb veel aan Cercle te danken, de mogelijkheid om zo lang in Eerste Nationale te spelen, maar Cercle heeft ook heel wat aan mij te danken, altijd ben ik er honderd procent voor gegaan.  Rancuneus ben ik niet, maar ik zeg altijd wat ik denk, mijn trainers kunnen ervan meespreken, en het heeft me wel wat gedaan dat ook de Vereniging die geroemd wordt om het familiale karakter, de eigen spelers aanpakt als een radertje in het grote geheel.

Ja, vooral aan de manier waarop spelers weggestuurd worden, aan communicatie met hen, valt er blijkbaar te sleutelen…   Groen-Zwart ligt nu vier en een half jaar achter je.   Het is in de krant te lezen dat je het voetballen voor bekeken beschouwt.  Kniekwetsuren maken het je blijkbaar onmogelijk op je vijfendertigste nog verder te voetballen?

Neen, goed gesteld met mijn knieën is het niet na die operaties eraan, maar zo erg dat ik noodgedwongen het voetballen moet stoppen is het evenmin.  Op scharniermomenten moet een mens echter durven keuzes te maken, en verergering voorkomen is beter dan risico te lopen.  Bovendien, voetballen is heerlijk zolang  jij je er met hart en ziel kunt voor inzetten, zodat je er plezier aan beleeft.  Mijn laatste periode bij Cercle en wat ik bij Union meemaakte, waren echter niet om erbij te jubelen.  Belangrijk is ook dit: ik geef lang niet alle sport op.  Ik golf regelmatig, en zie ernaar uit golfsurfen en mountainbiken weer op te nemen.  En nog van groter belang: tijdens de weekends zal mijn agenda me toelaten te doen wat wij wensen, me niet langer dwingen mijn verplicht voetbal op te dringen ten koste van de voorkeur van mijn vrouw, Sara.  Ook onze twee zoontjes, Santiago, nu bijna zeven, en Cruz, volgende maand vijf jaar oud, zullen er heel wel bij varen.

Ik kan me niet voorstellen dat ook maar één van ons, lezers, Anthony zou tegenspreken als hij voorhoudt dat een mens op scharniermomenten keuzes moet maken.  Het merkwaardige is echter dat Anthony zich zo klaar en duidelijk realiseert hoe vrij en hoe belangrijk zijn keuze wel is.  Ik vermoed dat nogal wat voetballers die het beste achter de rug hebben, er niet toe komen zo radicaal het roer om te gooien.  Gelijk hebben ze zolang ze het voetbalspel als een hobby kunnen beleven zonder dat dit  een bedreiging is voor hun fysieke gesteldheid, hun familiale, financiële of sociale situatie.  Tot een terechte beslissing komt echter niemand als hij niet begint zoals Anthony het aanpakt: met open ogen zien en oordelen waar men staat.  Zegt iemand: “Nooit”, dan is dat niet noodzakelijk een woord dat onvoldoende overwogen is…

(Georges Volckaert)

Lees meer
Shot-online
09/01/2018