koop tickets online

50e verjaardag van wijlen Virgall Joemankhan

Op 7 juni 1989 stortte een SLM-vliegtuig vlakbij het vliegveld Zanderij in Paramaribo neer. 168 mensen kwamen om bij die crash, onder wie veertien spelers van het Kleurrijk Elftal, die op weg waren naar Suriname om in hun moederland deel te nemen aan een voetbaltoernooi. Onder de slachtoffers: de toen 20-jarige Virgall Joemankhan, die net vandaag 50 zou worden.

Cerle Brugge KSV

Journalist Iwan Tol heeft onderzoek gedaan naar de gebeurtenissen die aan deze ramp voorafgingen. Hij heeft veel informatie ingewonnen over de levensloop van alle bij de ramp betrokken spelers. Ook heeft hij gesproken met nabestaanden en hun gevraagd hoe zij de verschrikkelijke ramp beleefd hebben. Hij beschrijft in detail welke menselijke blunders voorafgingen aan de crash en de chaotische nasleep in het onlangs door L.J.Veen uitgegeven boek Eindbestemming Zanderij.

Een van de veertien omgekomen Surinaamse voetballers was Virgall Joemankhan, een talentvolle 20-jarige speler, die van plan was zijn contract met Cercle Brugge, waar hij al meer dan een jaar had gespeeld, te verlengen. 

Met de moeder van Virgall hebben we een afspraak gemaakt voor een gesprek. Herman Joemankhan, de vader van Virgall, was bereid ons wat meer over de periode van hun zoon bij Cercle te vertellen. We werden ontvangen in de gezellig ingerichte studeerkamer annex kantoor van hun Amsterdamse woning. Aan de muur hangen elftalfoto’s van de jeugdteams van Ajax, waarin Virgall gespeeld heeft. De schok der herkenning! Op de foto’s herkenden we Dennis Bergkamp, Bryan Roy, Frank en Frank de Boer, Richard Sneekes, Richard Witsche en trainer Tonny Bruins Slot. “Ja, er zijn hier heel wat miljonairs over de vloer gekomen!”

Er zijn ook een paar foto’s waar Virgall alleen opstaat, in voetbalkleding. Op een ervan kijkt hij vol zelfvertrouwen in de lens van de fotograaf en hij draagt het groene Cercle- shirt met daarop de naam van sponsor Rodenbach.

Herman, een rustige en uiterst sympathieke gesprekspartner, opent het gesprek. “De ramp heeft diepe wonden geslagen. Elke dag denken wij er nog aan en dan gaan onze gedachten terug naar Virgall, onze enige zoon. Hij was een voorbeeldige, begripvolle en spontane jongen. Hij stond voor iedereen klaar en was geliefd bij zijn vrienden. Ook thuis was hij een buitengewoon aardige jongen. Hij was altijd open en we hadden het heel goed met elkaar”, vertelt Herman. “Als vijf-jarig jongetje kwam hij in annraking met de voetbal sport en wel in de buurt bij de amateurvereniging, Herenmarkt, waar spontaan een elftal werd geformeerd voor hem en zijn leeftijdgenootjes. Toen Virgall een jaar of tien was, deed zijn elftal mee aan een jeugdtoernooi. “ Virgall maakte toen zo’n indruk op de toevallif daar aanwezige Johan Cruyff, dat hij meteen gevraagd werd bij Ajax te komen spelen. Daar heeft elke Amsterdamse jongen wel oren naar en zo kwam hij terecht in de beroemde jeugdopleiding van deze Amsterdamse vereniging. Hij begon in de C1 en elke twee jaar mocht hij in een hoger team spelen. Na een periode bij de B1, mocht hij direct naar de A1, het hoogste juniorenelftal, waar hij zelfs aanvoerder van werd. 

De technische staf van Ajax zag het wel in hem zittten en toen Cruyff trainer bij Ajax werd, nodigde hij af en toe jeugdspelers uit om met de selectie van het eerste elftal mee te trainen. Virgall was een van hen, samen met Bergkamp. Hij was misschien wel de meest getalenteerde voetballer uit de Ajax-opleiding en sommigen zagen in hem zelfs de opvolger van Frank Rijkaard.
In zijn tweede jaar bij Ajax A1 werd Virgall voor vier wedstrijden teruggezet naar de A2 en de definitieve doorbraak bleef uit. 

Virgall zocht, op eigen initiatief en geholpen door spelersmakelaar Humphrey Nijman, contact met Cercle Brugge en een lid van de beheerraad zag wel wat in de jonge, talentvolle speler en ontfermde zich over hem. In het seizoen 1987-1988 trainde hij onder René Taelman en later onder Roland Rotty. In het seizoen 1988-1989 was de Nederlander Han Grijzenhout hoofdcoach bij Cercle. Virgall kreeg een appartement in Brugge, trainde met de selectie van het eerste elftal en probeerde een profcontract te verdienen. 

Herman vertelt verder: “Ik kan het me niet zo goed meer herinneren, maar ik geloof dat Virgall in de derby tegen klup mocht invallen, maar al gauw kreeg hij een rode kaart wegens natrappen. Na zijn schorsing kreeg hij een terugslag en speelde hij zijn wedstrijden bij de reserves. Ook in Brugge genoot hij van het leven. Hij was goed bevriend met een andere Nederlander bij de groen-zwarten, Tommy Krommendijk, uitgeleend door Feyenoord, en met een speler uit Zeeland, van wie ik de naam vergeten ben. Na afloop van een wedstrijd reed de Zambiaanse sterspeler Kalusha vaak met hem mee naar ons huis in Amsterdam, waar ze dan het weekend doorbrachten. Maar het is ook wel eens voorgekomen dat Virgall en Tommy, die een heel snelle auto had, ’s avonds vanuit Brugge naar het Leidseplein in Amsterdam reden, daar een heel plezierige avond beleefden en weer net op tijd waren voor de ochtendtraining in Brugge...”

Aan het einde van dat seizoen werd Virgall uitgenodigd met het Kleurrijk Elftal mee te gaan naar Suriname om daar wat wedstrijden te spelen. “Ik bracht hem, samen met Wendel Fräser en Ortwin Linger naar Schiphol. Het vliegtuig bleek echter liefst zes uur vertraging te hebben en we gingen maar weer naar huis. Ik moest die avond als KNVB-scheidsrechter een wedstrijd in een sporthal fluiten en belde hem op en zei tegen hem dat hij niet ziek moest worden. Het zou de laatste keer zijn dat ik zijn lach hoorde. Samen met een vriend zou ik de auto waarmee Virgall de vorige dag naar de luchthaven was gereden van Schiphol ophalen, maar op die dag werd ik al vroeg opgebeld. Virgall had een vriendin en haar moeder werkte op de Surinaamse ambassade. Zij vertelde mij dat ze heel slecht nieuws voor mij had. Zo wist ik het nog eerder dan mijn vrouw, die al een paar dagen eerder naar Suriname was afgereisd. Zij wist nog van niets. Later ben ik zelf naar Suriname gevlogen. Ik moest Virgall identificeren. Hij was niet verminkt, maar zijn nekwervel was gebroken en hij had een wondje boven zijn oog. Hij is onder overweldigende belangstelling op de Amsterdamse begraafplaats Westgaarde gecremeerd. Ook de Cercle-selectie was aanwezig. Twee dagen daarna moest ik in Brugge het appartement van Virgall ontruimen. Dat was een vreselijke zware dag en ik kan me nog goed herinneren dat een Cercle-bestuurslid ons geholpen heeft bij het afwikkelen van alle formaliteiten.”

Ik vroeg Herman tot slot of het ‘een vergeten verhaal’ is, verwijzend naar de subtitel van het boek Eindbestemming Zanderij. “Absoluut niet! Elke dag gaan onze gedachten nog uit naar Virgall en als ik ergens kom, vragen mensen mij er nog regelmatig naar. De mensen die hem hebben gekend zijn altijd vol belangstelling gebleven.”

En ook bij Cercle is Virgall Joemankhan zeker nog niet vergeten.
 

(Vrij naar F. Mantel - Shot - september 2005)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Onze (bijna) "Nestor" - Benjamin Delacourt

Met Benjamin Delacourt trok Groen-Zwart ervaring aan bij de over het algemeen toch wel jonge nieuwe Cercle-ploeg.  De naam Benjamin komt uit de Bijbel.  Benjamin was de jongste zoon van de 12  kinderen van aartsvader Jakob (en zijn vrouw Rachel).  Met de uitdrukking “de benjamin” denken nog weinig mensen aan de Bijbel, maar wel aan het begrip “de jongste”.  Bij stamnummer 12 is Benjamin niet de jongste maar, op Brian Vandenbussche na, de oudste.
Een kennismaking met onze centraal verdediger.

Stel je jeugdjaren even voor.

Ik ben op 10 september 1985 geboren in Croix, Noord Frankrijk.  Binnenkort staat mijn teller dus op 32.  Op mijn vijf jaar trapte ik mijn eerste balletjes bij het lokaal ploegje, maar snel ging het naar het grote Lille.  Daar doorliep ik de jeugdrangen tot de U16.  Lille beschikt over een fantastisch opleidingscentrum, wat mijn kwaliteiten vormde. Daarna stak ik de grens over naar België richting Moeskroen  Daar tekende ik ook mijn eerste contract.  Aanvankelijk een “contract beloften” en nadien een profcontract.  Ik speelde met de Beloften, trainde met de A-kern en speelde ook een wedstrijd met de fanions.

Na een zestal jaar “Hurlus” trok je terug richting Frankrijk?

Inderdaad.  Van 2006 tot 2011 speelde ik voor ES Wasquehal ( D4, CFA en CFA2).  Ik speelde er quasi alle wedstrijden en was ook twee seizoenen kapitein.  Eén exploot van Wasquehal was toen we in 2011 tot de 1/16 finale van de “Coup de France” konden doorstoten.

De liefde met Moeskroen was nog niet over, want in 2011 stond je opnieuw op “Le Canonnier”?

Ditmaal bij het “nieuwe” Moeskroen, RMP.  Ik verbleef er vier seizoenen, waarvan drie in tweede afdeling en één in eerste.  Ik speelde er zowat een honderdtwintig wedstrijden.  Dat ik er als verdediger ook heel wat doelpunten maakte?  Ik ben sterk in de lucht en trof zowat een dozijn keer raak. Het is niet de nationaliteit maar de kwaliteit van de spelers op het terrein die van tel is

Je bleef in België en verkaste naar Deinze.  Daar kwam je ook een oude bekende tegen en enkele andere Cercle-oudgedienden?

Dennis van Wijk was er trainer, maar zijn assistent was Geoffrey Claeys met wie ik nog samen speelde bij Moeskroen.  Na het vertrek van van Wijk werd Geoffrey hoofdcoach.  Dat was wel een speciale relatie natuurlijk, een voormalig collega-speler die je hoofdtrainer wordt.  Maar dat verliep zeer goed.  Nadien kwam Regi Van Acker overnemen.  

Ik speelde ook naast een andere Cercle-bekende, Hans Cornelis.  Ik heb het wel niet met hem over Cercle kunnen hebben want tijdens het seizoen was er nog geen sprake van dat ik naar hier zou komen.  Dit gebeurde, tijdens de vakantie, compleet onverwacht.

Hoe dan?

Na afloop van de vorige competitie bij Deinze vertrok ik op vakantie.  Ik kreeg een telefoontje van François Vitali (nvdr: onze nieuwe sportief directeur) om mijn situatie bij Deinze te schetsen.  Ik vertelde hem dat ik nog een jaar onder contract lag.  Vanzelfsprekend had ik interesse in het nieuwe project van Cercle, maar gezien mijn lopende contract lag dit niet in mijn handen.

Ik belde naar coach Regi Van Acker.  Hij was bereid mij te laten gaan gezien de mooie kans - en het mooie Cercle-project - die ik kreeg op mijn leeftijd.  Hij gaf mij “groen licht”.  De voorzitter van Deinze zag dit echter anders en wou mij aan mijn contract houden.  Er is onderhandeld tussen de twee besturen die uiteindelijk tot een overeenkomst kwamen.  Zo tekende ik hier voor een jaar.

Laten we nog even bij Deinze blijven.  Het was een bizar verhaal wat zich vorig seizoen afspeelde, niet?

Eigenlijk begon het reeds het jaar voordien.  Door de op til zijnde competitiehervorming diende de ploeg bij de eerste acht te eindigen.  Het bestuur stelde een heel competitieve ploeg samen, maar op het eind waren we er net niet bij.  Het vorige seizoen startte dus in de nieuwe 1e amateur liga.  Alles verliep lekker en we concurreerden met Beerschot toen we plots, na enkele maanden competitie, door een klacht van Seraing, tientallen punten afgetrokken werden (nvdr: dit kwam door het al dan niet reglementair opstellen van een speler – het ganse verhaal weergeven is te uitgebreid).  Je kunt je voorstellen dat dit mentaal enorm zwaar was voor de spelers en de ploeg.  Uiteindelijk haalde de voorzitter en de advocaten toch het gelijk naar Deinze.  In plaats van de top dreigde immers de degradatie door een administratieve aangelegenheid.  Zonder dit feit haalden we ongetwijfeld een beter eindresultaat.

Hier bij Cercle zit je tussen tal van landgenoten?

Ik kende dit ook reeds bij Moeskroen toen Lille ze overgenomen had.  Het is echter niet de nationaliteit maar de kwaliteit van de spelers op het terrein die van tel is.  Of het nu Fransen, Argentijnen, Spanjaarden of wat dan ook zijn, dat is niet van tel.  We hebben een goede ploeg.

We gaan er het maximum aan doen om dit jaar de promotie te realiseren. De kern is tamelijk uitgebreid.  Er is een grote concurrentie. Zo maak je vooruitgang als speler en als ploeg.  Het project van Cercle is ambitieus en daarvoor moet je ook ambitieuze spelers hebben.  De concurrentie zal de groep goed doen.

Benjamin staat als begrip voor “de jongste”, maar je bent hier meer “de Nestor”?  (nvdr: spreekwoordelijk “de oudste en eerbiedwaardigste persoon in een vereniging of gezelschap” – afkomstig uit de Griekse mythologie)

Dat is een van de redenen waarom de technisch directeur mij hier wou.  Met de ervaring die ik opdeed bij Moeskroen in het project Lille-Mouscron, weet hij dat hij op mij kan rekenen om de jongeren hier te ondersteunen.  Het omkaderen van de jongeren is een van mijn doelstellingen.  Anderzijds ben ik hier natuurlijk vooral om te spelen.  Dat ik actueel 2e kapitein ben?  Op dit ogenblik kiest de coach daarvoor.  Het is een rol die me ligt.  De jongeren omkaderen, er naar schreeuwen als het nodig is en “copain” zijn in de andere gevallen.  Er moeten enkele dergelijke spelers zijn in een ploeg.

Wat niet onbelangrijk is, je bent voetbal-Belg?

Ja, ik word beschouwd als voetbal-Belg op het scheidsrechtersblad.  Ik genoot een deel van mijn jeugdopleiding bij Moeskroen en finaliseerde het ook daar.  Vandaar. 

In je periode bij Deinze stelde je in een interview dat je doel was om ooit nog eens terug in 1A te spelen, een competitie waar je bij Moeskroen van proefde.

Vanzelfsprekend! Als je er eenmaal van proefde wil je meer.  Op mijn leeftijd kan dit Groen-Zwarte project me naar de Jupiler League leiden.  We gaan er het maximum aan doen om het dit jaar te realiseren.

En familiaal?

Ik ben gehuwd en heb twee kinderen.  Een jongen en een meisje.  “Le choix du roi” (1).  Ik woon in Frankrijk, in Hem, vlakbij Roubaix en op een boogscheut van de Belgische grens.

((1) Nu we toch geschiedkundig bezig zijn in dit artikel: dit begrip stamt uit de middeleeuwen toen vorsten en aristocraten een zoon wensten om hun naam verder te zetten en hun bezittingen te behouden en daarnaast een meisje om uit te huwelijken in een andere belangrijke familie om zo de macht te kunnen uitbreiden.) 

Stout slotvraagje.  Ik las ooit ergens dat uw favoriete Franse ploeg Bordeaux is.  Mag je dit hier wel uitspreken?

(lacht) Ik heb steeds van die ploeg gehouden.  De generatie van Lizarazu, Zidane, Dugarry, … de tijd van het grote Bordeaux.  Het is gebleven (met een verontschuldigende glimlach).

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Serge Gakpé

Op de dag van de vrijwilliger had ik in de statige beheerraadzaal van Cercle Brugge een interview met Serge Gakpé.  Serge ontpopte zich tot een aangename en enthousiaste gesprekspartner.  Met zijn 31 lentes heeft hij er al een goed gevulde carrière op zitten.  Bovendien is hij een speler die eerder naar boven kijkt, dan naar beneden.  Al nuanceert hij het toch wel snel door te stellen dat het behoud de eerste bezorgdheid is en dat daarna PO I misschien in het vizier komt.  Het relaas van een aangenaam gesprek.  

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Crescendo

Hoewel deze term - het geleidelijk versterken van de toon - afkomstig is uit de (Italiaanse) muziekwereld, is deze overgangsdynamiek treffend voor wat we de voorbije weken meemaakten op Cercle.  Achttien op achttien, ik herinner me niet spontaan wanneer we dit eerder beleefden.  Bovendien is Groen-Zwart ook reeds acht wedstrijden op rij ongeslagen.  Ondanks tweemaal met tien man te moeten spelen en een 2-0 achterstand op “het Kiel”, vochten onze spelers met succes terug.  Niet mis voor een behoorlijk jonge ploeg met voornamelijk technisch talent.  De hand van coach Vercauteren laat zich voelen.

De wil om te winnen en te ‘vechten’ was zeer duidelijk in de voorbij wedstrijd tegen Roeselare.  Gezien de omstandigheden deed deze nipte overwinning dubbel deugd.  Met de beslissing van scheidrechter Dieperink om Lambot rood te geven bij de aangeschoten bal, was het net of hij ons de dieperik wou induwen.  Nog tal van zijn (en eerste assistent) beslissingen smaakten bij de Groen-Zwarte fans als een Zeeuwse slijkmossel.  Een Vlaams gezegde luidt: “Als je van een “Hollander” niet gekl**t wordt, is hij het vergeten” (sorry voor onze Nederlandse Cerclevrienden).  Wel, deze was het niet vergeten.  Zo oordeelde althans het grootste deel van de tribunes.  Het Bondsparket  oordeelde de maandag nadien terecht dat de uitsluiting (meer dan) voldoende was.  Zodoende kan Benjamin vrijdag aantreden op OHL.

Betreffende journalistiek kan men zich ook soms “blauw ergeren”, wat voor een Cerclesupporter natuurlijk dubbel erg is… Over de strafschopfase lazen we (digitale versie van grote kranten) dat Lambot de bal met de handen (meervoud) uit het doel haalde.  Nou jongens, die noemen zich dan journalist!  Even flagrant, zo niet flagranter, was de berichtgeving over het “besmeuren met verf van het eigen stadion”.  Aanleiding: één berichtje van een idioot op de sociale media.  De juistheid van het bericht verifiëren, of achtergrondinformatie opzoeken is voor bepaalde perslui (die naam niet waardig) blijkbaar te veel moeite.  Gelukkig zijn er tal van andere journalisten die hun werk wel au serieux nemen.

In een vorig stukje had ik het o.a. over het gebrek aan persbelangstelling voor 1B.  Anderzijds valt het wel op dat er naargelang wie er aan de leiding staat ruimere artikels over die ploeg verschijnen.  Zowel vorig seizoen als het huidige was de omvang van de artikels telkens ruimer als het ploegen aan de Schelde betrof …

Afin, wat natuurlijk écht van tel is, is onze positie.  In de algemene rangschikking staan we op de eerste plaats met o.a. het meest gescoorde doelpunten.  Op zich heeft die plaats (cf. Lierse vorig jaar) slechts een symbolische waarde.  Het kan wel zijn nut hebben bij de finalewedstrijden waar we vanzelfsprekend hopen van de partij te zijn.  Plaatsen we ons en staan we eerste, dan mogen we de belangrijke terugwedstrijd thuis spelen.  Ook zijn actueel enkel Cercle en Beerschot, indien ze niet promoveren, de twee enige ploegen die nu reeds mathematisch zeker zijn van deelname aan PO2.

Ook met de kijkcijfers gaat het crescendo.  We spreken niet over overvolle tribunes, waarbij  een groot deel van ons zich trouwens onwennig zou voelen, maar over een leuke bezetting met een goede sfeer.  De Brugse politie (en belastingbetaler) hoeft er zelfs geen agent extra  voor in te zetten/betalen …

Nog een uitsmijter: binnenkort wordt de “gouden schoen” uitgereikt.  Als de stemgerechtigden van nu de kortzichtigheid van hun collega’s destijds willen rechtzetten, dan is er maar één mogelijke winnaar: postuum drievoudig topschutter Josip Weber!  Al is het symbolisch  …

Tot slot nog een treurige vermelding, maar met onze hoop dat het goed afloopt.  Na de wedstrijd tegen Roeselare werd Alexander Boi, broer van Fré, nog in volle euforie van de winst, voor zijn deur aangereden.  Alexander verkeert op het ogenblik van dit schrijven nog in kritieke toestand.  We wensen de ganse (Cercle-)familie Boi veel sterkte en hoop op een goede afloop.

Cerclevrienden, steun Groen-Zwart in deze laatste vier cruciale wedstrijden van de reguliere  competitie door uw aanwezigheid én aanmoedigingen.  We zijn er bijna, maar nog niet helemaal.  Kent u het liedje nog?

Laat ons crescendo gaan/spelen…

Leve Cercle!

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Met Cercle doen wat Antwerpen vorig jaar deed - Johanna Omolo

Tussen de twee thuiswedstrijden tegen Lierse en Roeselare door had ik een afspraak gemaakt met Johanna Omolo.  Onze Keniaanse middenvelder – woonachtig te Oostkamp, de thuisgemeente van onze hoofdredacteur - ontpopte zich tot een aangename gesprekspartner.  Veel lachende gezichten trouwens aan de groenzwarte kant van het Jan Breydelstadion.  Dat kan natuurlijk moeilijk anders met een knappe vijftien op vijftien op het rapport en een voorlopige eerste plaats in de tweede periode.  Ik sprak met Johanna over zijn al rijk gevulde carrière, het huidige seizoen en zijn foundation.  

Johanna, je bent geboren in Nairobi (Kenia).  Dat land kennen we vooral van duursporten.  Denken we maar aan de lange afstandslopers.  Ook wielrenner Chris Froome groeide er op.  Jij koos voor voetbal.  

Inderdaad, het lijkt geen evidente keuze.  Maar in onze gemeenschap werd er onderling al snel gevoetbald.  Voor de lol uiteraard en om ons bezig te houden.  Het klopt inderdaad dat veel van mijn landgenoten bekend zijn van de atletiek en de langere afstand.  Maar ik werd verliefd op de bal en besloot volop te gaan voor een voetbalcarrière.  

Je voetbalgeschiedenis begon dus bij een lokaal team in Kenia, maar al snel kwam je in België terecht.  

Dat klopt.  Vanaf 2006 begon mijn ‘actieve’ voetbalcarrière.  Na enkele seizoenen kwam ik in contact met een manager en hij had op zijn beurt contacten bij het Belgische Visé.   Dat was in het seizoen 2008-2009.  Visé speelde toen in de tweede voetbalklasse.  Ik kreeg er onmiddellijk mijn kans en bleef er één seizoen.  Voor mij was de overgang naar het buitenland een zeer grote stap in het onbekende.  Maar als je het in het voetbal wilt maken, moet je wel naar Europa.  Ik was 20 en vond in Visé de ideale ploeg om mijn carrière te lanceren.  

Na dat seizoen Visé kwam er een tussenstop van twee seizoenen in Luxemburg vooraleer je weer in België terecht kwam?  

Inderdaad.  Mijn prestaties werden opgemerkt door Fola Esch.  Dat is een Luxemburgse club met een rijke geschiedenis.  Sinds kort traden ze opnieuw aan in de hoogste Luxemburgse voetbalklasse de zogenaamde Nationaldivisioun.   Ik bleef er inderdaad twee seizoenen en speelde er zeer vaak in de basis.  Ik kon ook een aantal keer scoren, iets wat ik trouwens bij Visé ook al deed.  Na die twee jaar in Luxemburg was er opnieuw interesse van enkele Belgische clubs.  Beerschot AC was toen het meest concreet en ik trok voor drie jaar richting Antwerpen.   Het eerste seizoen verliep voor mij persoonlijk niet zo goed.  Ik kon maar een handvol selecties maken en viel soms naast de ploeg.  Dat was moeilijk.  Het seizoen erop werd er naar een oplossing gezocht en kon ik uitgeleend worden aan Lommel.  Die uitleenbeurt verliep goed, want ik werd definitief overgenomen het seizoen erna.  

Toch keerde je daarna opnieuw terug naar Antwerpen.  In het seizoen 2014-2015 ging je aan de slag bij FC Antwerp.  Je bleef er drie seizoenen en hielp vorig jaar mee de promotie afdwingen. 

Vorig seizoen slaagden we er inderdaad in om te promoveren.  Als spelersgroep was dit een fantastische ervaring.  Maar vooral voor de supporters was dit een onvergetelijk moment en een onvergetelijk seizoen.  Ik ben blij dat ik daartoe mijn steentje heb kunnen bijdragen.  De periode in tweede klasse duurde namelijk al dertien jaar.  Dit seizoen lijkt trouwens een beetje op het seizoen van Antwerp toen.  Een mindere eerste periode, maar een tweede periode die veel beter liep.  Laat ons hopen dat we met Cercle hetzelfde parcours kunnen afwerken.  We zullen er als spelers in elk geval alles aan doen.  

Waarom koos je in het vorige tussenseizoen voor Cercle Brugge?  

Er kwamen veel nieuwe mensen op Antwerp en ik voelde er niet genoeg vertrouwen.  Ze besloten om me te laten gaan bij een goed bod.  Dat goede bod kwam van Cercle en ik zette met plezier de stap naar het mooie Brugge.  Ik woon in de buurt, in Oostkamp.  

Je speelde dit seizoen reeds veel wedstrijden, wat is je favoriete positie op het veld?  Enkele wedstrijden geleden was je ook beslissend in de wedstrijd tegen OHL.  

Ik ben een middenvelder die graag de nodige vrijheid heeft en af en toe wil meeschuiven om voorin gevaarlijk te zijn.   Maar ik schik me ook in elke mogelijke andere rol.  Tijdens de wedstrijd die je vermeldt, viel ik in onder moeilijke omstandigheden.  We waren toen net met tien gevallen toen de trainer besliste om mij in te brengen.  Er werd een fout op mij gemaakt in de zestien en Irvin (Cardona) kon de elfmeter benutten.  Misschien een lichte penalty, maar hij werd gefloten.  

Je bent ook bezig met andere zaken.  Zo is er een foundation die jouw naam draagt?  

Dat klopt.  We willen met enkele mensen de situatie van jongeren in Dandora verbeteren.  Het is de gemeenschap waar ik vandaan kom.  Vandaag de dag zijn er daar nog veel problemen en we proberen die problemen zo goed mogelijk op te lossen.  Het is onze bedoeling om de kinderen daar een betere toekomst te bezorgen.  Dit doen we door zowel in te zetten op onderwijs als op het voetbal.  

Alvast een mooi iniatief!  Wie nog meer informatie wil over het project van Johanna kan terecht op https://johannaomolofoundation.org/ Vrijblijvende stortingen kunnen op BE02 7370 4816 9940.  Voorts hopen we vurig dat Johanna kan doen wat hij vorig jaar deed en dat is de promotie afdwingen, ditmaal met Cercle! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Langste anciënniteit - David Carpels

David Carpels heeft onder de jeugdtrainers de langste staat van dienst. Een zware blessure maakte indertijd een einde aan zijn voetballoopbaan in de provinciale reeksen. Na een intermezzo als coach van o.a. het eerste elftal van Hoger Op Oedelem besefte hij dat zijn hart bij de jeugd lag en dat hij jongeren wilde opleiden. 

David, na 15 jaar verschillende jeugdteams van Cercle getraind te hebben, maakte je een zijsprong naar de scouting voor de A-kern en de video-analyse van de jeugd. Ondertussen coach je opnieuw een ploeg. 

Op een gegeven moment begon het trainer zijn een beetje te wegen. Elke dag na je werk je in zeven haasten begeven naar de oefenvelden, pas om 21.30u thuiskomen, daarna eten, om vervolgens nieuwe trainingen voor te bereiden, en tijd vrij te maken voor het gezin. De scouting en de video-analyse waren daarom voor mij een soort herbronning en het opdoen van andere inzichten. Ik was meer thuis en kon zelf mijn tijd indelen. Na twee jaar kreeg ik echter opnieuw heimwee naar een eigen team. Je mist een zekere spanning: het toeleven met je ploeg naar een wedstrijd, het tijdens de week in functie van die match werken, de ontlading achteraf, …..Ik miste het gras tussen mijn tenen en het contact met jeugdspelers en andere trainers. 

Cercle Brugge kwam de afgelopen jaren op sportief vlak in woelige wateren terecht. Welke impact had dit op de jeugdwerking?

Het is logisch dat als je budget vermindert, dat er ook minder geld gaat naar de jeugd. Het vervoer van jeugdspelers met busjes is tot een minimum herleid. Het bestuur blijft echter zeer veel investeren in de eigen opleiding. Er is zeker geen hakbijl gezet in het aantal trainers of de omkadering. En dat is nodig ook, want de opleiding heeft steeds meer behoefte aan specialisten die ‘vakoverschrijdend’ werken. Experten in periodisering, krachttraining, revalidatietechniek, voeding, psychologie, enz. Op die manier kunnen we het maximale uit elk individu halen. Met Cercle staan we zover nog niet, maar we werken naar dat ideaal toe. 

Door de degradatie van de eerste ploeg spelen jullie nu niet meer in de hoofdreeks. 

Inderdaad, we spelen in Elite 2. Dat is een reeks met zes ploegen uit 1B en zes ploegen uit 1A. Onze jongens spelen dus op hetzelfde niveau als hun leeftijdsgenoten van o.a. KV Oostende en KV Kortrijk. Dat is een goede zaak natuurlijk om onze spelers te motiveren om op Cercle te blijven. Als we nog een stap voorwaarts kunnen zetten in onze opleiding, dan bestaat de mogelijkheid om met onze ploegen in de Elite 1 reeks aan te treden, ook al maakt het eerste elftal deel uit van 1B. Dat is een aantrekkelijk perspectief.

Jij bent momenteel trainer van de U17. Hoe doet jouw team het?

We staan momenteel samen met KV Kortrijk op een gedeelde tweede plaats na leider Eupen. In onze reeks zijn de ploegen zeer sterk aan elkaar gewaagd. Tussen de eerste en de zevende van de reeks gaapt een kloof van amper vier punten. 

“Jeugdtrainer zijn is zoals leraar zijn, een maatschappelijke verantwoordelijkheid”

Je zal het na de winterstop wel moeten rooien zonder een paar dragende spelers. 

Inderdaad, we hebben ervoor gekozen om Olivier Deman en Gianni Swennen door te schuiven naar de U19, om hen te laten kennismaken met een hoger ritme van trainen en spelen. Gianni is een grote, balvaste aanvaller die een actie voor zichzelf kan creëren, wat niet iedere nummer 9 kan, en hij bezit een neus voor doelpunten. Olivier Deman is een schaduwspits die de ruimte weet te vinden en over een groot infiltratievermogen beschikt. Dat zijn spelers die even ver staan als een Stijn Desmet en Lukas Van Eenoo op dezelfde leeftijd, maar een garantie op succes is dat nog niet. 

Je hebt inderdaad al veel jeugdspelers de revue zien passeren. Kon jij al bij de scholieren of junioren voorspellen of iemand het zou maken of niet?

Ik denk dat dit sowieso heel moeilijk is. Ik heb in het verleden veel jeugdinternationals in mijn ploegen gehad, maar vaak waren dat spelers die op fysiek vlak voor waren op hun leeftijdsgenoten. Omgekeerd zijn er spelers als Mathieu Maertens die bij de jeugd er niet boven uitstaken, maar die toch van hun voetbal hun broodwinning hebben kunnen maken. Voetballers op de leeftijd van 17 jaar moeten op elk vlak nog een stap vooruit kunnen zetten, en niet iedereen slaagt daar om fysische of mentale redenen in. Je moet blijven evolueren, en of dat lukt is moeilijk jaren op voorhand te voorspellen. 

Is de 1B-reeks eigenlijk geen godsgeschenk voor de jeugd?

Ik vind van wel. Ik begrijp dat supporters hun team liever in 1A zien, maar voor de jeugd maakt dat de kans om door te breken een stuk moeilijker. Een Felix Reuse en Nicholas Tamsin indertijd hadden zeker de kwaliteiten om profvoetballer te worden, maar op het moment dat zij piepten aan de deur van de hoofdmacht, zat Cercle in een hoogconjunctuur en kregen ze daarom geen speelkansen. Ondertussen zijn zij naar een lagere afdeling afgezakt, maar zijn ze nu 18, dan maken ze bij ons waarschijnlijk deel uit van het eerste elftal. Denk ook terug aan de tijd met Frederik Boi, Denis Viane en Bram Vandenbussche. Ook zij hadden tweede klasse met Cercle nodig om rustig te evolueren en uiteindelijk profvoetballer op het hoogste niveau te worden. 

“Cercle heeft veel geduld met eigen jeugd, dat zit in het DNA van de Vereniging”

Dat is een pleidooi voor onze jeugd om niet naar andere oorden te trekken.

Tenzij je een absoluut toptalent bent, maar dat hebben we niet, blijf je als speler van de bovenbouw beter bij Cercle Brugge, dan naar een topclub te gaan om in de Elite 1 te gaan spelen. In de 17 jaar dat ik op Cercle Brugge ben, is trouwens nog geen enkele jongere die in de bovenbouw Groen-Zwart verliet voor het prestige van een topclub profvoetballer geworden. Cercle heeft veel geduld met eigen jeugd, dat zit in het DNA van de Vereniging. Men focust zich bij een jongere immers vaak teveel op gebreken en niet altijd genoeg op de kwaliteiten die zij bezitten. Met ontwikkelend talent moet je geduld hebben; elke jeugdspeler heeft op een bepaald moment een dipje. 

Spelers die je vroeger onder je hoede had, prijzen vooral je taktisch inzicht en je individuele benadering van spelers.

Die twee zaken hangen vaak samen. Ik hecht veel belang aan organisatie op het terrein en een duidelijke afbakening van basistaken en verantwoordelijkheden. Spelers hebben behoefte aan een structuur waarin ze precies weten wat ze moeten doen, bijvoorbeeld op vlak van het lopen zonder bal, de omschakeling in balverlies of balbezit, …. Je mag slecht spelen of op technisch vlak onderliggen, als je zeer georganiseerd speelt, kun je een wedstrijd toch naar je hand zetten. Het spel leren lezen moet er door veel herhaling in geslepen worden. Soms zijn het details die wel degelijk het verschil kunnen maken. Hoeveel balverlies wordt er bijvoorbeeld niet geleden na een inworp? We zijn ons daar niet altijd bewust van, maar door de spelers in kwestie te confronteren met opgenomen beelden van henzelf, gaan hun ogen vaak open.

Tot slot. David, je werkt je al 17 jaar lang dag in, dag uit uit de naad voor de jeugd van Groen-Zwart. Heb je er nooit aan gedacht om trainer te worden van een nationale of provinciale eerste ploeg waar je ongetwijfeld meer kan verdienen?

Op het eind van vorig seizoen is Jurgen Van Opstaele, die 15 jaar bij Cercle jeugdtrainer geweest is, naar Racing Club Gent getrokken. Ooit heb ook  ik wel eens die stap overwogen, maar ik voel dat mijn hart bij de jeugd ligt. Jeugdtrainer zijn is zoals leraar zijn, een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Je hebt als trainer vooral de taak en verantwoordelijkheid om de jongens zoveel mogelijk aan te reiken en hen te begeleiden in hun vervolmaking als voetballer en hun zoektocht naar de volwassenheid. Jongeren zijn op menselijk en voetbalvlak nog ruwe bolsters, je kan en mag hen nog veel leren en je werkt altijd toe naar resultaten op langere termijn.  En dat is dankbaar werk, zo ervaar ik dat toch.

Bedankt voor het interview!

(D. Vermeersch)

Lees meer