koop tickets online

Ambitie - Gianni Bruno

Gianni Bruno is reeds van jongs af aan aanzien als een groot talent.  Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zijn jeugdopleiding kreeg bij Standard en Lille.  Zijn beroepscarrière speelde zich tot nu toe enkel in het buitenland af, nl. in Frankrijk en in Rusland.De openingswedstrijd van dit seizoen is meteen zijn officieel debuut in de Belgische competitie.  Dit interview met Gianni, zeer sympathieke jongen en een vlotte prater, is meteen het tweede opeenvolgende – na eerder deze week Benjamin Delacourt – met een Rijselse link.

Je naam verraadt je Italiaanse roots?

Mijn grootouders zijn inwijkelingen.  Mijn ouders zijn in Italië geboren, maar kwamen met hun ouders op zeer jonge leeftijd naar België.  Ikzelf zag het levenslicht in Luik, maar eveneens met de Italiaanse nationaliteit.  Toen ik op mijn vijftiende zou opgeroepen worden voor de nationale jeugdelftallen vroeg de voetbalbond me om ook de Belgische nationaliteit  aan te nemen.  Dat was geen probleem gezien ik in België geboren was.  Op die manier bekwam ik de dubbele nationaliteit.

Je vader was jeugdtrainer bij RFC Liège en het is dan ook niet verwonderlijk dat je daar voor het eerst tegen een bal trapte?

Klopt.  Mijn vader heeft een trainersdiploma en trainde o.a. ook kleinere ploegen.  Nadien deed hij ook scouting voor ploegen uit 1e en 2e klasse.  Hij ging dus veel wedstrijden bekijken en in het weekend vergezelde ik hem. Ik zag dus veel ploegen aan het werk.  Toen ik vijf jaar was (1996) trainde mijn vader de jeugd van RFC Liège.  Mijn oudere broer speelde er ook, de stap was vlug gezet.  Ik volgde dus mijn vader en broer.

Met de Luikse traditieploeg ging het financieel niet goed en in 2000 stapte je over naar de jeugdwerking van Standard?

Standard wou reeds enkele jaren dat ik bij hen tekende maar mijn vader was daar niet voor te vinden.  Hij was immers ook Club Luik supporter…  Toen de gebroeders Mpenza bij Standard tekenden, ik was een grote fan van hen, wou ik per se wel naar de Rouches.  Toen Standard dan opnieuw aanklopte mocht ik wel van mijn pa.

Na zeven jaar jeugdvoetbal bij Standard trok je naar het Franse Lille, ondanks een aanbod van “de Rouches”?

Lille volgde mij reeds van een jaar voordien.  Toen kwam er een concreet voorstel .  De dag dat ik besliste om te tekenen kwam er een voorstel van Standard. D’Onofrio contacteerde mijn vader, maar die gaf hem te kennen dat ik mijn beslissing reeds genomen had.

"Ik ben heel blij terug in België te zijn."

Je doorliep verder de jeugdrangen bij Lille (2007-2011) om vervolgens je debuut te maken bij de eerste ploeg. Meteen de start van een passage bij enkele Franse ploegen?

Inderdaad.  Tijdens het seizoen 2013-2014 werd ik uitgeleend aan Bastia.  Toen werd ik getransfereerd naar Evian, waar ik een contract voor vier seizoenen tekende.  Daar klikte het niet zo goed met de coach.  Na zes maand werd ik uitgeleend aan FC Lorient.  Na dat seizoen keerde ik terug naar Evian, maar die waren gedegradeerd naar D2.  Toen speelde ik zes maanden met Evian in tweede afdeling en vertrok vervolgens naar Rusland.In Evian vond ik immers geen plezier meer in het voetbal.  Ik voelde me niet goed in de stad.  Ook met de supporters verliep het niet vlot.  We speelden niet goed, haalden geen goede resultaten, het klikte niet met de coach, kortom: geen goede ervaring. 

In Rusland, bij Krylya Sovetov Samara, kon je het beter vinden.  O.a. bij coach Franky Vercauteren?

De timing van de competitie is daar anders.  Ik speelde twee maand onder Franky Vercauteren.  Hij wou me behouden en Evian leende me nog een jaar uit.  Ik speelde onder Vercauteren de vier eerste competitiewedstrijden en raakte dan gekwetst en was vijf maand out (met o.a. revalidatie in België).  Bij mijn terugkeer, in maart dit jaar, was mijnheer Vercauteren ontslagen en speelde ik de twee/drie  laatste maanden terug mee met Samara.  Dit was onder de Russische trainer Vadir Skripchenko.  De man sprak enkel Russisch, maar er was wel 24/24 een vertaler tegenwoordig.  Ik moest me echter wel opnieuw bewijzen gezien hij me niet kende, maar ik genoot zijn vertrouwen.  Zo viel ik eerst tweemaal in om daarna de tien slotwedstrijden te spelen.  Hij speelde me wel meer op de rechterflank uit dan op mijn favoriete centrale positie.  

Samara is een grote Russische stad.  Hoe was het om daar te leven?

Er leven ruim 1.200.000 mensen in Samara.  Het is een uur vliegen van Moskou.  Laat ons zeggen dat ze “un peu à retard” zijn, een beetje achter op onze moderne Europese wereld.  Ze zijn  niet even modern ingesteld als hier.   De mensen zijn er ook wat koud, meer gesloten.  Ik kende er echter geen problemen.  Op voetbalgebied verliep alles vlot.  De club was goed georganiseerd en ik maakte er heel wat vrienden.  Het was er goed voetballen en het was een goede ervaring voor mij.  Ik blik er zeer positief op terug!

Was je er alleen?  Ben je gehuwd?

Ik ben niet gehuwd maar sinds een jaar verloofd.  In september zijn we reeds negen jaar “samen”.  Zij verbleef een twee/drie maand bij mij in Rusland.

Je was ondertussen een vrije speler?

Ik lag nog onder contract bij Evian, maar de ploeg is tijdens mijn verblijf in Rusland failliet gegaan.  Vandaar ben ik vrij.

Reeds geruime tijd gaf je te kennen graag naar België terug te keren.  Er was reeds eerder interesse uit de hoek van Standard, Z.-Waregem, Moeskroen, YR KV Mechelen, …  Jij wou naar een ploeg met “un bon projet” .  Die heb je hier dus gevonden?

Mijn oorspronkelijke bedoeling was om in 1A te spelen.  Het is er echter moeilijk om een goed project te vinden waar ik in pas.  Sommigen haakten ook af op mijn loon/tranferkosten.  Doordat ik ondertussen een vrije speler ben, veranderde de situatie. Ik keek even de kat uit de boom.  Toen kreeg ik een telefoontje van mijnheer Riga die me perfect uitlegde wat de ambities van Cercle waren, de verhoudingen met Monaco, de doelstelling om kampioen te spelen, enz…
We hadden er beiden een goed gevoel bij en het contract volgde snel.

"Ik hoop dat we een super seizoen beleven en dat de supporters met plezier naar het stadion komen."

Een mediatitel was dat je via “la petite porte” terug naar België kwam maar dat dit wellicht geen slechte keuze is?  Naast de mogelijkheid om kampioen te spelen is er nog altijd de mogelijke deelname aan PO2 om je hogerop in de kijker te spelen?

Vooreerst wil ik hier spelen om kampioen te worden!  Ik voetbal nu reeds drie/vier jaar tegen de degradatie.  Het ging weliswaar om ploegen uit eerste klasse, maar die toch speelden om niet te degraderen.  Ik hoopte eindelijk eens te voetballen bij een ploeg waar de doelstelling “stijgen” is.  Het is zo dat voor een aanvaller het beter acteren is bij een ploeg die speelt om te winnen dan bij een ploeg die speelt om niet te verliezen…  Het project van Cercle is om kampioen te spelen.  Het is inderdaad zo dat ik via “la petite porte” België terug binnenkom, maar het zal voor mij mogelijks de grote poort openen.

Komende week, tijdens de openingswedstrijd op Westerlo, speel je je eerste officiële wedstrijd in de Belgische competitie.

Daar kijk ik echt naar uit.  Ik ben heel blij terug in België te zijn.  Dit vooral ook voor mijn familie.  Nu kunnen ze maximaal aanwezig zijn om naar me te komen kijken.  Voorheen zat ik telkens echt ver weg van Luik…  

Waar ga je wonen?

Ik betrek binnenkort een appartement dichtbij het centrum.  “J’adorre la ville de Bruges”!  Ook in Luik heb ik samen met mijn vriendin een appartement.  Zo kan ik ook af en toe in Luik verblijven, een stad waarvan ik eveneens hou, en zo ver rijden is het nu ook niet.

Wat verwacht je, voor jou persoonlijk en voor de ploeg, van het komende seizoen?

Persoonlijk hoop ik de ploeg te helpen met een zo groot mogelijk aantal doelpunten of beslissende voorzetten.  De ploeg helpen overwinningen te behalen, regelmatig te zijn gedurende het ganse seizoen en gespaard te blijven van blessures. Ik hoop van harte dat we een heel goede groep kunnen smeden.  Er zit heel veel individuele kwaliteit in.    Nu komt het er op aan er een groep van te maken.  Zonder het groepsgevoel kun je geen wedstrijd winnen.  Het is belangrijk om goed samen te werken en een goede mentaliteit te creëren.   Men heeft hier gepoogd om een zeer goed team samen te stellen, een mooi project, zeer professioneel.  Ik hoop dat we een super seizoen beleven en dat de supporters met plezier naar het stadion komen. 

Tot slot, weet je dat er een goede vriendschapsband bestaat tussen de supporters van Cercle en die van RFC Liège?

Ik heb daaromtrent iets gezien op het internet.  Best leuk.  Het was uiteindelijk mijn eerste ploeg.

(Georges Debacker)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Cercle en Carrefour Market doen het met een stickerboek

Naar analogie met de gekende Panini stickerboeken sloegen Cercle en Carrefour Market de handen in elkaar om een mooi album samen te stellen waarin, op enkele uitzonderingen na, alle spelers van de voetbalschool tot de eerste ploeg en de Cercle-leiding in voorkomen.

Op een persconferentie verduidelijkten de regionaal directeur en de PR-verantwoordelijke van Carrefour Market, geflankeerd door de verantwoordelijken van Carrefour Market Scheepsdale en Brugge St.-Andries (de twee winkels waar de stickers kunnen bekomen worden) het opzet.

Carrefour Market wil zijn lokale verankering beklemtonen en doet dit o.a. met het aanbieden van stickerboeken aan de lokale voetbalverenigingen.  

De inhoud en cover zijn samengesteld door de ploeg.  De leden van de vereniging krijgen het album.  Sympathisanten kunnen het voor slechts € 2,00 aankopen in de twee  hierboven vermelde winkels.

Er zijn in totaal 363 stickers, waarbij elke speler als start zijn eigen sticker krijgt.  Het stickerboek vervolledigen kan via aankopen in de twee filialen.  Per schijf van € 25,00 ontvang je een zakje met vier stickers.  Bij aankopen van deelnemende producten  (variabel per week) krijgt de klant extra stickers en mogelijks volgen er nog promo-acties om het boek sneller vol te krijgen.

De actie is gestart op 23 december en loopt tot 18 maart.

Cercles algemeen directeur Eric Deleu dankte de verantwoordelijken van Carrefour Market en stelde dat het in 1B niet steeds evident is om steun te krijgen om dergelijke zaken te realiseren.  Hij loofde tevens het werk van de personen die zich hiervoor hebben ingezet.

Regiodirecteur Bart Demarest, tot zijn 18e zelf jeugdspeler van Cercle, “veertig kilogram eerder” (citaat), vond het  (terecht) een prachtig ontwerp en benadrukte dat dit voor wie er als jeugdspeler in voorkomt, over pakweg twintig jaar, een schitterend souvenir zal zijn.

Er kwam onze redactie ter ore dat er ondertussen reeds een facebookpagina zou bestaan om tot uitwisseling van dubbele prentjes te komen.

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cijfers zeggen niet alles - Kristof Arys

In Tweede Nationale laat Kristof Arys 7 keren de netten van Cercles tegenstrevers trillen in 13 matchen.  Het jaar erop, in Eerste, lukt hem dat slechts 3 keren in 25 matchen.  “De cijfers spreken voor zichzelf, commentaar overbodig,” zo dacht ik.  “Het komt wel voor dat schijn bedriegt, maar toch niet bij zo’n tegenstelling,”  zo leek het mij!  Voordat  ik bij Kristof aanbelde, kon ik het me niet anders voorstellen dan dat hij zijn tweede jaar in Cercleshirt als een rampjaar had aangevoeld.  Toen ik wat later buitenstapte, was ik wijzer geworden.  Neen, hoe welsprekend ze ook lijken, cijfers zeggen niet alles.  Ook nu nog kijkt Kristof terecht met trots en warme herinnering terug op wat hij bij Cercle presteerde  in Eerste Nationale.

Kristof, na zowat 70 jaar Cercles wel en wee intens van nabij gevolgd te hebben, lopen feiten en namen meer dan mij lief is door elkaar in mijn geheugen.  Maar tijdens welke seizoenen  jij voor Cercle speelde, daarover hoefde ik slecht vijf seconden na te denken.  Hoe zou dat komen?

Er zal zich wel menig Cerclesupporter herinneren dat ik Cercle mocht helpen aan zijn, voorlopig, laatste promotie, en ook wel dat ik één jaar later al een ander oord opzocht.  We spreken over 2002-2003 en 2003-2004.

Je kwam van Deinze, en een gemakkelijke overgang was het niet geweest.  Enkele weken voor je transfer kon ik niet nalaten voorzitter Frans Schotte even aan te spreken en hem te zeggen dat er niets belangrijker was voor Cercle dan een overgang van jou naar Groen-Zwart.  Hij antwoordde: “Ze zijn zot bij Deinze.  Zo’n transfersom als zij vragen, dat is niet redelijk.”

Het is pas in januari 2003 dat ik bij Cercle kwam.  Tijdens het tussenseizoen, een half jaar voordien, zat Cercle al achter mij aan, maar bij Deinze was mijn contract voor twee jaar nog maar halfweg.  Had Cercle tien miljoen frank voor mij overgehad, dan was de transfer meteen geklonken geweest.  Toen Deinze er rond Nieuwjaar niet naast kon kijken dat ik een half jaar later gratis weg kon, lieten ze de vraagprijs zakken, en Cercle verschalkte de concurrentie van onder meer AA Gent, Westerlo en Alemania Aken.

En jij, je was gelukkig met die transfer?

Ik was ermee in de wolken.  Mijn ambitie liep helemaal gelijk met die van Cercle: zo snel mogelijk naar Eerste promoveren.  En die uitdaging was enorm.
Groen-Zwart had zeven punten achterstand op de koploper, Heusden-Zolder. Zelf had ik tussen 1998 en nieuwjaar 2003 respectievelijk bij Eendracht Aalter, KM Torhout en SK Deinze in 119 matchen 89 doelpunten gescoord, waarvan de laatste 13 bij Deinze tijdens de eerste helft van de lopende competitie.  In plaats van tegen de degradatie te moeten vechten, kon ik nu, heel dicht bij huis bovendien, een steentje bijdragen in wat een succesverhaal werd.

Met zeven rozen hielp je Cercle aan de zo vurig verlangde kampioenentitel.  
De laatste twee matchen waren beslissend, en ze staan bij elke Cerclesupporter-van-toen in het geheugen gegrift.  Je scoorde niet tijdens die wedstrijden, maar dat was wellicht niet eens een minidompertje op de uiteindelijke euforie? 

Als spits, aangeworven om te scoren, prik  je, vanzelfsprekend, graag de bal tegen het net zoveel het maar kan, maar voetbal is een teamsport, en het is als team dat je faalt of zegeviert.  Was ik niet terechtgekomen in een ploeg die hecht aaneenhing, een ploeg die een collectieve eenheid was, dan was die toch wel zeer merkwaardige  remonte na zeven punten achterstand onmogelijk geweest. Overigens, één doelpunt en één assist staan me extra klaar voor de geest.  Mijn tweede match bij Cercle was op Deinze, we behaalden een belangrijke 0-1 overwinning, en dat ik toen kon scoren was iets heel bijzonders voor mij.  Tijdens de voorlaatste match, op Zulte-Waregem, zouden we bij een overwinning kampioen geworden zijn, maar het werd 1-1. Tijdens de slotwedstrijd, thuis tegen Dessel, hadden we ons lot in eigen handen.  We kwamen 0-1 achter, maar Sebastien Stassin bezorgde ons de zege met twee kopbaldoelpunten.  Eentje ervan was bijzonder merkwaardig: ik kon ‘een verloren bal’ toch nog voor het doel brengen en in een kluwen van spelers werd het een gouden assist voor het hoofd van Sebastien.

Wellicht een onmogelijk te beantwoorden vraag: Was Cercle in 2003 ook zonder jou kampioen geworden? 

Af en toe kom ik op Olympia, en het is niet uitzonderlijk dat Cerclesupporters me zeggen: “Moesten we joen niet gèt èn da joar, we woaren nooiet kampiejoen gewist.”  En dan voegen ze er nogal eens aan toe dat ik niet lang genoeg bij Cercle gespeeld heb.  Maar het enige dat ontegensprekelijk klopt, dat is dat ik tijdens mijn eerste half seizoen één element was van een ploeg met veel talent gedreven door een enthousiaste teamspirit.

Niet lang genoeg bij Cercle gespeeld?  Kom, laten we er geen doekjes om winden: in Tweede 7 goals in 13 matchen, het jaar erop in Eerste 3 in 25.
Ik vraag me af: Wat zou daarvan de verklaring kunnen zijn?  Is het verschil tussen Eerste en Tweede zo groot?   Lag het aan jouw specifieke talenten, m.a.w. aan het ‘soort’ speler dat jij was?  Kreeg jij te weinig de bal toegespeeld door je medespelers? Of misschien vlotte het niet genoeg van meet af aan, zodat je steeds meer aan zelfvertrouwen verloor?  Is het iets van wat mij als mogelijke verklaring door het hoofd gaat of is het iets heel anders: Wat mag er toch aan de basis hebben gelegen van  zo’n daling van het aantal gescoorde doelpunten??  

Tijdens mijn 19-jarige carrière als voetballer heb ik ongeveer 300 doelpunten gescoord. Toen ik met Cercle naar Eerste promoveerde zag ik reikhalzend uit naar wat voor de deur stond, vol verlangen en vertrouwen. Op het einde van 10 jaar jeugdopleiding bij Club trainde ik mee met de eerste ploeg, met Spehar, Stanic, Okon… Speelminuten in Eerste kreeg ik er niet, ik was er nog niet rijp voor.  En nu, halfweg 2003, ging de grote poort open voor mij.  Echter, echter, voorheen en altijd daarna speelde ik als diepe spits, maar bij Cercle speelde ik in Eerste nooit op die mij zo eigen positie.  Cercle had Nordin Jbari aangetrokken, en het was mijn taak rond hem heen te spelen.  Nordin was een vedette, deed het ook  heel goed, maar ‘meters afleggen’ lag hem niet.  Waar ik gewoon was dat mijn medespelers voor mij de ruimte afdweilden, was het nu mijn taak dat voor hem te doen, zodat hij de afrondende schakel kon zijn.  Nooit heb ik zoveel gelopen tijdens mijn matchen als dat jaar, en ook nooit kwam ik zo zelden in de grote rechthoek voor het doel van de tegenstander.  Kijk je alleen naar de cijfers, dan lijkt 2003-2004 een lelijke tegenvaller voor mij, maar daar zit een heel verhaal achter.  Hoe dan ook, ik was blij dat ik kon spelen in Eerste, dat ik mee timmerde aan de weg, en ik voelde mij niet te goed om  de mij opgelegde opdracht in functie van heel ons team en van Nordin Jbari in het bijzonder met hart en ziel uit te voeren.

"Was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien."

Ik luister met open mond.  Maar het volgende jaar trok je weg van Cercle.  Uit eigen beweging of moest je weg van Groen-Zwart?

In juli en augustus 2004 trainde ik nog bij Cercle, maar op 31 augustus, de laatste transferdag, hakten Cercle en ik de knoop door: op leenbasis vertrok ik naar de grote verliezer van Cercles kampioenenjaar, naar Heusden-Zolder.  Zowel Cercle als ikzelf achtten dit de beste gang van zaken.  Het Cercle van het voorbije jaar had een ingrijpende verandering ondergaan.  Hoewel hij erin geslaagd was Cercle in Eerste te houden, en hij eerder een gouden medaille had verdiend dan dat, werd trainer Tipuric de laan uitgestuurd.  Harm van Veldhoven verving hem.  Jbari trok naar AA Gent, en Cercle lijfde naast Tom Van Mol drie voorspelers in: Dieter Dekelver, Paulus Roiha, en bijzonder belangrijk voor mij, Darko Pivaljevic.  Er kon geen sprake van zijn dat ik diepe spits zou worden en met een trainer die mij wikte en weegde als “slechts driemaal gescoord”, was er weinig twijfel aan dat ik weinig speelminuten zou krijgen.  Ik trok enthousiast naar Heusden-Zolder, want het zag ernaar uit dat ik het succesrijke Cercleseizoen van twee jaar voordien kon overdoen.  Heusden-Zolder barstte van ambitie. De ploeg bestond echter eerder uit eilandjes dan uit een team, en zoiets leidt onvermijdelijk tot een fiasco. 

Blijkbaar had jij het voor Jerko Tipuric.  Uit verschillende interviews van spelers  is me gebleken dat hun visies over hem  fel uiteenlopen: van oprechte appreciatie tot  veroordeling als was hij eerder een kwakzalver dan een coach.

Ik denk dat de pers hierin een niet al te fraaie rol gespeeld heeft, hem uiteindelijk als een kolderfiguur begon af te schilderen. Het valt niet te loochenen dat hij belang hechtte aan wat voor het voetbal niet eens marginaal genoemd kan worden - de kleur van de urine, de stand van de maan - en dat werd in de pers breed uitgesmeerd, maar Tipuric was een vakman die zowel in kwade als in goede dagen voor een gemoedelijke, een familiale sfeer wist te zorgen.  Ook met spelers van verschillende nationaliteiten liepen we niet als in hokjes naast elkaar.  Het is niet elke trainer gegeven een hele groep concurrenten, waarvan je er onvermijdelijk voortdurend enkele zwaar moet ontgoochelen, zelfs met plezier naar de trainingen te laten komen.  Over wat voor mij volgde op Cercle, ben ik heel tevreden, maar was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien. 

Je liet al verstaan dat je overgang naar de buurt van de Limburgse mijnen  geen succesnummer was.  Je bleef er dan ook maar één jaar.  Hoe verliep je carrière verder? 

Na dat ene seizoen in het verre Limburg trok ik naar Waasland, eveneens in Tweede, en scoorde er 30 goals in 60 wedstrijden.  Daarna, na mijn twee seizoenen aldaar, trok trainer Dirk Geeraerd naar Roeselare, dat in Eerste speelde.  Ik mocht mee, maar kreeg de kans op een mooie job  in het Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart Instituut op enkele kilometers van mijn deur.  Ik greep dat aanbod met beide handen beet, en ben er nog altijd als preventieadviseur en technisch coördinator werkzaam.  Sportief was het een afdaling van Tweede naar Derde Nationale, bij SV Oudenaarde, maar na interessante tussenstadia, doorgaans in stijgende lijn, ben ik nu actief als sportief coördinator bij F.C. Knokke, dat zopas naar Eerste Amateurs promoveerde.  Niet alleen, maar toch vooral, spoor ik jong talent op bij de Beloften van Club, Cercle, Kortrijk, Roeselare, Zulte-Waregem, Gent.

Sinds enkele jaren komen opvallend veel ex-Cerclejongeren bij Knokke terecht.  Lukraak door elkaar som ik even op: Niels Mestdagh, Kieriën Serpieters, Niels Van de Water, Ruben Vanraefelghem, Jannes Vermeulen, Maarten Cobbaert, Alessio Staelens, Niel Dildick, Maxim Vandewalle.  En Nicolas Tamsin en Steven Van Moeffaert hebben zopas na Knokke een ander oord opgezocht.   Dat het zo’n lange lijst is, is geen toeval?

Bij welke ploegen kan er goed opgeleid jong talent gevonden worden dat vermoedelijk net niet voldoende lijkt voor het eerste elftal van een Eerste of Tweede Klasser, maar dat in aanmerking kan komen voor een ambitieuze amateurploeg als F.C. Knokke?  Zonder nodeloos ver te lopen, is dat bij de ploegen die ik vermelde, en voor ons komt Cercle inderdaad als een waardevolle visvijver voor de dag.  Het komt wel eens voor dat talentrijke jeugdspelers menen dat voor hen een basisplaats gegarandeerd is bij een ‘ploegje’ als Knokke, maar dat staat lang niet bij voorbaat vast.  Voor elke speler die door onze selectie geraakt, is het hard knokken bij Knokke!  En, terloops, toen ik als jonge speler van Club naar Standaard Wetteren in Derde overging, scoorde ik slechts driemaal in 20 wedstrijden.  Tijdens de volgende twee seizoenen trof  ik 27 keren roos bij Eendracht  Aalter.  Voor iedereen, maar voor jongeren in het bijzonder, is geduld een mooie maar een noodzakelijke deugd.

"Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie."

Je beëindigde je loopbaan als veldspeler bijna anderhalf jaar geleden.  Die loopbaan duurde 19 jaar na je opleiding bij Club, verliep bij niet minder dan 14 ploegen, en eindigde bij Wingene.  Bij welke ploegen speelde je het liefst?

Bij Cercle en Waasland, en op minder hoog niveau bij Knokke, Wingene en Gullegem.  Dat waren allemaal succesverhalen: bij elk van die sleepten we de kampioenentitel uit de brand.  Weet je waar ik bijzonder fier op ben?  Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie. Wat gekscherend laat ik af en toe eens horen: “Als je spits een neus voor goals heeft, kun je niet zakken…”

En vandaag de dag, na bijna twee decennia op het veld, kun je ook ernaast  genieten van wat je zich ziet afspelen op de grasmat?

Enorm, enorm plezier kan ik eraan beleven.  Ik ben dan ook rechtstreeks en intens bij het gebeuren betrokken.  Niet alleen spoor ik talent op tijdens een viertal wedstrijden per week , ruimer nog behartig ik heel het reilen en zeilen van onze eerste ploeg, in mindere mate ook van onze beloften. Bovendien ben ik een aanspreekpunt voor onze spelers, voor ons bestuur, en in het bijzonder voor onze voorzitter, die als een succesrijk zakenman weet bepaalde taken te delegeren, zodat ik hem zowel sportief als extra sportief wat kan ontlasten.

Om het interview af te ronden, vroeg ik wat de reporter bij een recent interview in het Brugsch Handelsblad wel kan bedoeld hebben, als hij onder een foto laat volgen: “Kristof Arys wordt in Knokke fel geapprecieerd omwille van zijn voetbalkennis en zijn eenvoud.”  Over ‘voetbalkennis’ stelde ik mij geen vragen, maar waaraan dacht  JPV als hij verwees naar Kristofs ‘eenvoud’?  Kristof zal het wel juist voorhebben als hij meent dat JVP daarmee zinspeelt op het feit dat hij vlot en helemaal zichzelf zijnde contact weet op te nemen met wie dan ook.  Evenzeer voelt hij zich op zijn gemak in het bureau van zijn voorzitter bij Knokke, in het bureau van Vitali of Mannaert, als in om het even welk lokaal van Wingene of rond het veld van om het even welk team.  En omgekeerd!  Het is niet omdat hij in Eerste heeft gespeeld, omdat hij vijf jaar profvoetballer was, dat hij zich te goed zou voelen om met mensen van het provinciale voetbal kameraadschappelijk om te gaan. Een vriendelijke ‘goeiedag’, een praatje slaan met Jan en alleman, een openhartig interview: het typeert en eert Kristof Arys, zonder wie we “da joar, 2002-2003, nooiet kampioen geworden woaren, adden we èm nie gèt.”

(Georges Volckaert)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen (deel 207)

(periode van 20-08-1960 -> 20-08-1960)

* Cercle

Het nieuwe voetbalseizoen naderde met rasse schreden.  Hoog tijd dus om te kijken hoe de conditie van de groen-zwarten er voor stond.  En, hoe kon dit beter dan door enkele pittige oefenwedstrijden op het programma te plaatsen ?

“Veelbelovende oefenmatchen te Brugge” – “Cercle – Beerschot AC” : “Het mag gezegd dat Cercle op veelbelovende wijze het nieuw voetbalseizoen tegemoet gaat.  Er werden immers reeds twee oefenmatchen betwist die in grote lijnen voldoening schonken.  Te Charleville werd nipt met 2-1 verloren tegen de Franse eersteklasser FC Rouen terwijl op half-oogst in Nederland een mooie en verdiende 1-2 zege werd geboekt tegen Breda.  In dit laatste treffen lukte de nieuwe aanwinst W. Lambert een prachtdoel terwijl Notteboom het winninggoal scoorde.  De Hongaar Locskai, die na de rust Desmaele als linksbuiten verving, liet eveneens een gunstige indruk.  De zieke Baas diende belet te geven en werd terdege gedoebleerd door Wittewrongel.
Heden zaterdag, te 18 uur, zet Cercle op eigen terrein haar kompetitievoorbereiding verder met een oefenmatch tegen niemand minder dan de Antwerpse eersteklasser Beerschot.  Voor de groen-zwarten wordt het zeker een zware test, al menen we dat het toch op zulk geen ramp zal uitdraaien als verleden jaar.  De Sinjoren zullen het niettemin ernstig opnemen en er alles op zetten om op punt te komen.  Het bewijs hiervan is dat volgende vijftien “mannekens” de reis naar Brugge zullen meemaken : Smolders, Gernaey, Wouters, Schroeyens, Weyn, Raskin, Van Hemelryck, Huysmans, Vanhostayen, Van Acker, Rik Coppens, Drieskens, De Borger, Zaman en Et. Coppens.  Allemaal bekende spelers waarbij ook de duurste transfer van het jaar Drieskens van Lommel, waarvan veel goeds verteld wordt.
Cercle van haar kant zal het met volgende opstelling proberen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Wittewrongel, Demey, W. Lambert, Buyse, Bailliu, Michiels en de Hongaar Locskai.  Verder zullen ook Desmaele, Acket, Notteboom, Daels en de Hongaar Gaal tijdens deze match getest worden.”

* Brugge

* Als een agent de baan op moet om een opdracht uit te voeren kunnen de weersomstandigheden wel eens tegen zitten.  Dan is het altijd meegenomen als er extra kleding ter beschikking is om de weerselementen in iets comfortabeler omstandigheden te trotseren.  Burgemeester Pierre Vandamme had oog voor deze situatie en besloot om de daad bij het woord te voegen : “Brugse politiemannen tegen regen en wind beschermd” : “Burgemeester Vandamme heeft twaalf plastieken regenmantels aangekocht om de dienstdoende politiemannen te beschermen tegen regen en wind.  De wetsdienaars zijn uiterst tevreden over deze beschutting, doch voor de verkeersagenten is deze meestal minder praktisch, vermits er geen armgaten of mouwen voorhanden zijn, om met de armen bewegingen te kunnen maken. Mogelijks kan aan deze kleine tekortkoming verholpen worden voor degenen die het verkeer moeten regelen.  In ieder geval is het een flink initiatief vanwege het administratief hoofd van de Brugse politie, dat ten zeerste naar waarde wordt geschat.”      

* Wiedenkt dat de beelden aan de voorgevel van het Brugse stadhuis honderden jaren oud zijn moet dringend zijn mening herzien.  De huidige beelden zijn zelfs van relatief recente datum.  Een beetje geschiedenis hieromtrent…

- De eerste steen van het stadhuis werd in 1376 gelegd door graaf Lodewijk van Male.  De werken namen, zacht uitgedrukt, geruime tijd in beslag want het was pas in 1421, 45 jaar na het begin der werken !, dat men het stadhuis als voltooid beschouwde.
Het Brugse stadhuis was het eerste monumentale laatgotische raadhuis van Vlaanderen en Brabant en was een stenen getuige van de economische en politieke bloei van Brugge tijdens de veertiende eeuw.
- De toenmalige geplaatste gevelbeelden waren van de hand van J. van Valenciennes.  Deze beelden werden in de loop van de eeuwen (van de 15detot de 18deeeuw) aangevuld met beeltenissen van figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament en figuren van heersers van Vlaanderen zoals graven en gravinnen, aartshertogen en keizers.
- Na de Franse Revolutie van 1792 werden onze gewesten vanaf 1794 door de Fransen bezet.  Iedereen weet nog uit de geschiedenislessen van destijds dat de Fransen zich niet schroomden om waardevolle gebouwen, vooral kerken en abdijen, te plunderen en te vernielen.  Ook het Brugse stadhuis kwam niet ongeschonden uit deze woelige tijden want de gevelbeelden en de wapenschilden werden vernield.
Op 18 juni 1815 leed Napoleon een definitieve nederlaag tijdens de Slag van Waterloo.  Voor onze gewesten veranderde echter niet veel.  Wij kwamen gewoon van de regen in de drup terecht want eenmaal de Fransen verdwenen waren kwamen de Nederlanders hier de plak zwaaien…
- Op 25 augustus 1830 werd, ter gelegenheid van de verjaardag van de Nederlandse koning Willem I, de opera “De Stomme van Portici” in de Brusselse Koninklijke Muntschouwburg opgevoerd.  Deze opera luidde meteen het begin van het einde van het Nederlandse bewind in.  De aria “Amour sacrée de la Patrie” zorgde er voor dat de vlam van de opstand definitief in de pan sloeg, er braken relletjes uit en de Nederlanders mochten nog datzelfde jaar hun matten voorgoed oprollen.
- Vanaf dan ging het snel : op 20 december 1830 erkende een conferentie van de grote mogendheden in Londen het recht op Belgische onafhankelijkheid en reeds op 11 januari 1831 erkende de Conferentie van Londen de nieuwe staat België.
Gevolg van dit alles was dat Leopold van Saksen-Coburg-Gotha op 21 juli 1831 voor het Congres de eed op de Grondwet aflegde en de eerste koning van België werd.
- Het Brugse stadhuis wachtte ondertussen, zoals hierboven vermeld, sinds de ongewenste aanwezigheid van de Fransen op de nodige herstelwerken.  Toch moesten de Bruggelingen nog geduld oefenen tot 1852-1863 om de totale buitenrestauratie van hun stadhuis mee te maken inclusief neogotische toevoegingen en het plaatsen van nieuwe beelden door J. Geefs uit Antwerpen en C. Geerts uit Leuven in samenwerking met Bruggeling J. Van Nieuwenhuyse.
- Blijkbaar was er, ook toen reeds, niets nieuws onder de zon, want omstreeks 1875 stelde men vast dat de stadhuisbeelden ‘aftakelden’ wegens ‘slechte materiaalkeuze’ met als logisch gevolg de geleidelijke verwijdering van deze beelden.
Omdat men nooit over één nacht ijs gaat duurde het nog tot 1876 vooraleer met de herstellings- en restauratiewerken begonnen werd.  Maar éénmaal gestart werd niet enkel de buitenkant maar ook de binnenkant van het stadhuis grondig aangepakt.  Opnieuw werd voor de betrokken kunstenaars en restaurateurs jarenlange werkzekerheid gecreëerd.
- In 1924 kreeg Prosper Hinderyckx uit Sint-Andries de opdracht om nieuwe beelden van Onze-Lieve-Vrouw met de inktpot en van Maria en de engel Gabriël te kappen.

- De soap met de stadhuisbeelden bleef echter duren.  In 1960, men was nog maar eens bezig met het stadhuis te restaureren, werden enkele plaasteren beelden geplaatst in de nissen van de voorgevel van het stadhuis met volgend resultaat (artikel verschenen in “Het Brugsch Handelsblad” van 20 augustus 1960) :

“Nieuwe beelden voor het stadhuis vielen niet in de smaak” : “Voor enkele dagen werden in de nissen van het Brugs stadhuis, dat men volop aan ’t restaureren is, vijf plaasteren beelden geplaatst die door de leden van de Koninklijke Kommissie voor Monumenten en Landschappen gekeurd werden.  Volgens die heren steekt er niet genoeg ziel in deze beelden, waardoor de gotische stijl zoek is geraakt.  Er werd besloten kontakt te nemen met de beeldhouwers de hh. Vandevoorde uit Brussel en Aubroeck uit Temse, om de kunstwerken de gewenste wijzigingen te laten ondergaan.”

- In 1967 werd de Brugse Burg ongewild sensationeel voorpaginanieuws want voor de toegangspoort van het toenmalige gerechtshof ontplofte… een bom !
Uiteraard besteedde ook “Het Brugsch Handelsblad” van 18 februari 1967, naast alle nationale kranten, de nodige aandacht aan dit opzienbarend feit :

“Brugge, Valentijnsdag 13 februari 1967.  Het anders zo kalme Brugge haalt de voorpagina’s van de nationale en de lokale pers.  ‘Bom ontploft te Brugge.  Ontzaglijke schade aan stadhuis, gerechtshof en Heilig Bloedkapel’.  Aan de poort van het Brugse gerechtshof op de Burg is in de voorafgaande nacht een bijzonder krachtige bom ontploft.
Drie agenten hebben in de nacht van 12 op 13 februari een enorme knal gehoord en reppen zich richting Burg.  Ze constateren dat de bom was geplaatst aan de poort van het gerechtsgebouw, aangezien ze hier een krater van een halve meter diep aantreffen.  De linkerhelft van een massieve eikenhouten poort is uit haar hengsels geblazen en het beeld van Moeder Justitia op het binnenplein is onthoofd.  Stukken van de gevel van het stadhuis zijn door de klap beschadigd en ook de Heilig Bloedkapel komt er niet ongeschonden uit. Eeuwenoude brandglasramen zijn volledig vernield.  Politie, rijkswacht en een wapendeskundige kammen de Burg uit, maar van het springtuig is geen spoor meer te vinden.”

Hoe opvallend deze zaak een hele tijd de voorpagina’s van de lokale en nationale kranten beheerste, even snel verdween elk nieuws van de aanslag uit de media.  Ook kon het Belgische gerecht, ondanks zijn duchtige werk in deze prestigezaak, de zaak nooit oplossen.  De zaak stierf een stille dood en slechts enkele Bruggelingen hebben nog vage herinneringen aan het mysterie van ‘de bomme van ip den Burg’…

- Na deze aanslag opteerde men om nieuwe beelden te kappen in plaats van de beelden uit de 19deeeuw te kopiëren.  M. Witdouck uit Lovendegem vervaardigde zeven gotisch getinte beelden om in de onderste rij te plaatsen.
Er ontstond een langdurige polemiek over de vorm en de stijl van de 48 ontbrekende beelden zodat men zich in 1981 genoodzaakt zag om een wedstrijd uit te schrijven.  Het echtpaar Livia Canestraro en Stefaan Depuydt uit Snellegem werden de winnaars.  Bij het kappen van de overige beelden inspireerden zij zich, zoals het ook enkele eeuwen eerder gebeurd was, op figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament en op heersers van Vlaanderen.  Dit keer werden de beelden op andere consoles geplaatst die wapenschilden van de subalterne steden voorstelden.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Play-offs bij de jeugd

Ook bij de jeugd zijn er play-offs van toepassing.
Een woordje toelichting:
De ELITE jeugdkampioenschappen worden gespeeld door de clubs die uitkomen in de afdelingen profvoetbal 1A en 1B én de jeugdlicentie “ELITE” bezitten.
In dit artikel hebben we het over de leeftijdscategorieën U13 t/m U19.  Bijgevolg de ploegen die met 11/11 spelen.  (De U10 t/m U12 spelen 8/8 en de U9 5/5)

De ploegen worden ingedeeld in twee reeksen nl. A & B.  Reeks A bestaat uit de twaalf ploegen met de hoogste kwaliteitsranking.  Het is de Pro-league die de criteria voor deze kwaliteitsranking bepaalt.  Deze criteria zijn onafhankelijk van het feit of de A- ploeg uitkomt in 1A of 1B.

De reeks B bestaat uit de overige (in principe twaalf) ploegen.

Zo spelen de Cercle-jongeren in reeks B tegen Eupen, Moeskroen, Westerlo, KV Oostende, Tubeke, Antwerp, KV Kortrijk, Roeselare, Waasland Beveren, Lommel en Union.

Na de heen- en terugwedstrijden worden in beide reeksen per leeftijdscategorie een rangschikking opgemaakt.  Daaruit volgt een ranking.  Die ranking wordt opgemaakt aan de hand van de eindklassering van de ploegen U15 t/m U19.  Bij een gelijke stand haalt de vereniging met de hoogst geklasseerde U19 ploeg het.

De nummers 1 t/m 8 van de reeks A spelen een “play-off 1”.  

De nummers 9 tot 12 van de reeks A en de nummers 1 t/m 4 van de reeks B spelen een “play-off 2”.  

De nummers 5 t/m 12 van de reeks B spelen een “play-off 3”.

Dit weekend (4 maart) loopt de eigenlijke competitie af, maar er staan nog enkele inhaalwedstrijden op het programma (zoals voor ons de U13,14,17,19 tegen Roeselare op 11 maart).

De situatie ziet er op dit ogenblik rooskleurig uit voor de Groen-Zwarte jeugd.  De combinatie van de U13 t/m U19 staat op plaats 3.  De situatie om deel te nemen aan PO2, voor al deze ploegen, houdt rekening met de U15 t/m U19.  Daar staat de Cerclejeugd op plaats 2 (voornamelijk met dank aan de U19 met plaats 1 en de U 17 met plaats 3) na het ongenaakbare Eupen.

Dat net de oudste jeugdcategorieën het goed doen is goed nieuws natuurlijk.

Voor de ploegen uit 1B is dit systeem van competitie positief naar mijn mening.  Vroeger dienden ze het onder elkaar “uit te vechten” in 2e afdeling.  Nu kunnen de jeugdploegen zich meten met ploegen uit 1A (en zoals in het geval van Cercle ze achter zich laten) en via deelname aan PO2 opnieuw tegen andere ploegen uitkomen.  Sportief staan ze dus, ondanks 1B,  op gelijke hoogte en dit kan belangrijk zijn voor (verstandige) ouders als ze beslissen waar ze hun zoon willen “stallen”… 

Of het uiteindelijk binnenkort vaststaat dat de Groen-Zwarte jongeren definitief deelnemen aan PO2 en hoe ze het er van afbrengen, laten we later nog weten.

(met dank aan Wilfried Devos voor het bijhouden van de cijfergegevens)

(Georges Debacker)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Ik hou van de bal - Kevin Hoggas

Van de drie wintertransfers die Cercle in januari realiseerde was Kévin de eerste.  De 26-jarige Fransman mocht al vrij snel op een basisplaats rekenen en het Cercle-publiek heeft er een goed oog op.

Twee dagen voor de, alweer belangrijke, verplaatsing naar het Koning Boudewijnstadion, dat tijdelijk dienst doet als thuishaven van onze Brusselse vrienden met het stamnummer 10, maakten we een praatje met deze vriendelijke jongeman.

Je bent geboren en getogen in Besançon.  Ook je voetbalroots liggen daar?

Ik doorliep alle jeugdrangen van Racing Besançon tot de U19 (nvdr: er is ook nog “Besançon Foot” die in de periode van Kévin veel lager speelde.  Actueel bevinden beide ploegen zich echter in dezelfde lagere reeks, nl zowat de Franse 5e klasse).  Op mijn 19e werd ik opgenomen in het A-team waar ik vijftien maal aantrad tijdens het seizoen 2010-2011 (Amateursliga) en eenentwintig wedstrijden in het daaropvolgende seizoen, dit in “nationale” (nvdr: 3e afdeling).

Op het eind van het seizoen ging het niet zo goed met de financiën van de ploeg en ze moesten de boeken neerleggen en degraderen naar de regionale competitie.  Ik trok daarop voor drie seizoenen naar ASM Belfort, waar ik bijna alle wedstrijden (92) speelde.

In het seizoen 2014/15 schreef ASM Belfort, mede dankzij de jonge spelmaker Kévin Hoggas, geschiedenis.  (Wikipedia)

Toen ging het hogerop naar de Ligue 2?

Ik kwam in contact met Evian TG FC (Ligue 2) en kende er persoonlijk een goed seizoen. Daar leerde ik ook Gianni Bruno kennen.  Hij was er reeds toen ik arriveerde. Spijtig genoeg degradeerde de ploeg op het eind van het seizoen.

Opnieuw vatte je aan bij een Ligue 2 ploeg?

Bourg-en-Bresse Péronnas werd mijn volgende ploeg. Ik speelde ook daar in anderhalf seizoen (2016-17 en tot nieuwjaar 2017) veruit alle wedstrijden (54).
Ook zij verkeren actueel nog in degradatiegevaar.

Hoe kwam jij op Cercle terecht?

De onderhandelingen tussen Cercle en mezelf begonnen zowat half december. Cercles sportief manager François Vitali had contact opgenomen met mijn manager. Het project beviel me wel en voor mij was die transfer OK. Toen moesten de beide ploegen nog onderling overeenkomen, want ik was natuurlijk geen vrije speler.  Dat lukte uiteindelijk en na nieuwjaar stond ik in het mooie Brugge.

Men heeft hier duidelijk vertrouwen in jou?

(lacht) Het is inderdaad zo dat als je een contract mag tekenen van drie en een half jaar, men vertrouwen in je stelt. Ik ben hier gekomen om het objectief van Cercle, de promotie naar 1A, te helpen bewerkstelligen. Volgend seizoen kan mijn verhaal dan nog mooier worden.

Was je steeds middenvelder?

Affirmatief, dat was steeds mijn vaste “lijn”. Dat ik ook vaak scoorde? Ik speelde regelmatig als “nummer 10” en dan kun je je offensiever uitleven. Zoals jij het zelf berekende scoorde ik ruim dertig maal in ongeveer 230 wedstrijden. Mijn statistieken liggen echter hoger in het geven van assists.  

Fysiek lijk je sterk, we zien je overal op het terrein, maar ook technisch lukt het aardig?

Fysiek voel ik me inderdaad goed. De vorm zit actueel prima. De coach dient me soms wel te kanaliseren om mijn energie wat te spreiden, niet té veel afstand af te leggen en wat meer mijn positie te houden.

Wat techniek betreft: ik hou er van de bal aan mijn voeten te voelen. Meestal om een ploegmaat te bedienen maar ik neem er ook graag een dribbel bij om een tegenstander te verrassen. Ik hou van de bal.

Voel je je reeds thuis in Brugge?

Zeker! Ik woon op een appartement in het centrum van Brugge. Het is een mooie stad en ik voel me hier heel goed.

Mijn vriendin woont nog in Besançon. Ze werkt daar in de regio. Om haar hier te werk te stellen is het omwille van de taal natuurlijk niet eenvoudig. Daarom kijken we uit of er mogelijkheden zijn voor haar in de regio Rijsel. Eenmaal dat lukt, kan ze me hier vervoegen.

Terug naar het sportieve. Er staan op korte tijd heel belangrijke wedstrijden op het programma. Dat leeft wellicht in de groep?

Zeker! Iedereen is geconcentreerd en betrokken. Eerst de twee resterende competitiewedstrijden goed afwerken. Het begint overmorgen op Union. Als we daar punten pakken kan mogelijks de periodetitel reeds binnen zijn.  
De beloning is de dubbele finale tegen Beerschot. Maar… eerst die twee competitiewedstrijden tot een goed einde brengen!
Dat promotie ook extra vakantie opbrengt? Dat zou een leuk extraatje zijn natuurlijk, maar daarvoor doen we het niet hé? Cercle naar 1A brengen, dat is het objectief!

(Georges Debacker)

Lees meer