koop tickets online
Shot-online
28/07/2017

Ambitie - Gianni Bruno

Gianni Bruno is reeds van jongs af aan aanzien als een groot talent.  Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zijn jeugdopleiding kreeg bij Standard en Lille.  Zijn beroepscarrière speelde zich tot nu toe enkel in het buitenland af, nl. in Frankrijk en in Rusland.De openingswedstrijd van dit seizoen is meteen zijn officieel debuut in de Belgische competitie.  Dit interview met Gianni, zeer sympathieke jongen en een vlotte prater, is meteen het tweede opeenvolgende – na eerder deze week Benjamin Delacourt – met een Rijselse link.

Je naam verraadt je Italiaanse roots?

Mijn grootouders zijn inwijkelingen.  Mijn ouders zijn in Italië geboren, maar kwamen met hun ouders op zeer jonge leeftijd naar België.  Ikzelf zag het levenslicht in Luik, maar eveneens met de Italiaanse nationaliteit.  Toen ik op mijn vijftiende zou opgeroepen worden voor de nationale jeugdelftallen vroeg de voetbalbond me om ook de Belgische nationaliteit  aan te nemen.  Dat was geen probleem gezien ik in België geboren was.  Op die manier bekwam ik de dubbele nationaliteit.

Je vader was jeugdtrainer bij RFC Liège en het is dan ook niet verwonderlijk dat je daar voor het eerst tegen een bal trapte?

Klopt.  Mijn vader heeft een trainersdiploma en trainde o.a. ook kleinere ploegen.  Nadien deed hij ook scouting voor ploegen uit 1e en 2e klasse.  Hij ging dus veel wedstrijden bekijken en in het weekend vergezelde ik hem. Ik zag dus veel ploegen aan het werk.  Toen ik vijf jaar was (1996) trainde mijn vader de jeugd van RFC Liège.  Mijn oudere broer speelde er ook, de stap was vlug gezet.  Ik volgde dus mijn vader en broer.

Met de Luikse traditieploeg ging het financieel niet goed en in 2000 stapte je over naar de jeugdwerking van Standard?

Standard wou reeds enkele jaren dat ik bij hen tekende maar mijn vader was daar niet voor te vinden.  Hij was immers ook Club Luik supporter…  Toen de gebroeders Mpenza bij Standard tekenden, ik was een grote fan van hen, wou ik per se wel naar de Rouches.  Toen Standard dan opnieuw aanklopte mocht ik wel van mijn pa.

Na zeven jaar jeugdvoetbal bij Standard trok je naar het Franse Lille, ondanks een aanbod van “de Rouches”?

Lille volgde mij reeds van een jaar voordien.  Toen kwam er een concreet voorstel .  De dag dat ik besliste om te tekenen kwam er een voorstel van Standard. D’Onofrio contacteerde mijn vader, maar die gaf hem te kennen dat ik mijn beslissing reeds genomen had.

"Ik ben heel blij terug in België te zijn."

Je doorliep verder de jeugdrangen bij Lille (2007-2011) om vervolgens je debuut te maken bij de eerste ploeg. Meteen de start van een passage bij enkele Franse ploegen?

Inderdaad.  Tijdens het seizoen 2013-2014 werd ik uitgeleend aan Bastia.  Toen werd ik getransfereerd naar Evian, waar ik een contract voor vier seizoenen tekende.  Daar klikte het niet zo goed met de coach.  Na zes maand werd ik uitgeleend aan FC Lorient.  Na dat seizoen keerde ik terug naar Evian, maar die waren gedegradeerd naar D2.  Toen speelde ik zes maanden met Evian in tweede afdeling en vertrok vervolgens naar Rusland.In Evian vond ik immers geen plezier meer in het voetbal.  Ik voelde me niet goed in de stad.  Ook met de supporters verliep het niet vlot.  We speelden niet goed, haalden geen goede resultaten, het klikte niet met de coach, kortom: geen goede ervaring. 

In Rusland, bij Krylya Sovetov Samara, kon je het beter vinden.  O.a. bij coach Franky Vercauteren?

De timing van de competitie is daar anders.  Ik speelde twee maand onder Franky Vercauteren.  Hij wou me behouden en Evian leende me nog een jaar uit.  Ik speelde onder Vercauteren de vier eerste competitiewedstrijden en raakte dan gekwetst en was vijf maand out (met o.a. revalidatie in België).  Bij mijn terugkeer, in maart dit jaar, was mijnheer Vercauteren ontslagen en speelde ik de twee/drie  laatste maanden terug mee met Samara.  Dit was onder de Russische trainer Vadir Skripchenko.  De man sprak enkel Russisch, maar er was wel 24/24 een vertaler tegenwoordig.  Ik moest me echter wel opnieuw bewijzen gezien hij me niet kende, maar ik genoot zijn vertrouwen.  Zo viel ik eerst tweemaal in om daarna de tien slotwedstrijden te spelen.  Hij speelde me wel meer op de rechterflank uit dan op mijn favoriete centrale positie.  

Samara is een grote Russische stad.  Hoe was het om daar te leven?

Er leven ruim 1.200.000 mensen in Samara.  Het is een uur vliegen van Moskou.  Laat ons zeggen dat ze “un peu à retard” zijn, een beetje achter op onze moderne Europese wereld.  Ze zijn  niet even modern ingesteld als hier.   De mensen zijn er ook wat koud, meer gesloten.  Ik kende er echter geen problemen.  Op voetbalgebied verliep alles vlot.  De club was goed georganiseerd en ik maakte er heel wat vrienden.  Het was er goed voetballen en het was een goede ervaring voor mij.  Ik blik er zeer positief op terug!

Was je er alleen?  Ben je gehuwd?

Ik ben niet gehuwd maar sinds een jaar verloofd.  In september zijn we reeds negen jaar “samen”.  Zij verbleef een twee/drie maand bij mij in Rusland.

Je was ondertussen een vrije speler?

Ik lag nog onder contract bij Evian, maar de ploeg is tijdens mijn verblijf in Rusland failliet gegaan.  Vandaar ben ik vrij.

Reeds geruime tijd gaf je te kennen graag naar België terug te keren.  Er was reeds eerder interesse uit de hoek van Standard, Z.-Waregem, Moeskroen, YR KV Mechelen, …  Jij wou naar een ploeg met “un bon projet” .  Die heb je hier dus gevonden?

Mijn oorspronkelijke bedoeling was om in 1A te spelen.  Het is er echter moeilijk om een goed project te vinden waar ik in pas.  Sommigen haakten ook af op mijn loon/tranferkosten.  Doordat ik ondertussen een vrije speler ben, veranderde de situatie. Ik keek even de kat uit de boom.  Toen kreeg ik een telefoontje van mijnheer Riga die me perfect uitlegde wat de ambities van Cercle waren, de verhoudingen met Monaco, de doelstelling om kampioen te spelen, enz…
We hadden er beiden een goed gevoel bij en het contract volgde snel.

"Ik hoop dat we een super seizoen beleven en dat de supporters met plezier naar het stadion komen."

Een mediatitel was dat je via “la petite porte” terug naar België kwam maar dat dit wellicht geen slechte keuze is?  Naast de mogelijkheid om kampioen te spelen is er nog altijd de mogelijke deelname aan PO2 om je hogerop in de kijker te spelen?

Vooreerst wil ik hier spelen om kampioen te worden!  Ik voetbal nu reeds drie/vier jaar tegen de degradatie.  Het ging weliswaar om ploegen uit eerste klasse, maar die toch speelden om niet te degraderen.  Ik hoopte eindelijk eens te voetballen bij een ploeg waar de doelstelling “stijgen” is.  Het is zo dat voor een aanvaller het beter acteren is bij een ploeg die speelt om te winnen dan bij een ploeg die speelt om niet te verliezen…  Het project van Cercle is om kampioen te spelen.  Het is inderdaad zo dat ik via “la petite porte” België terug binnenkom, maar het zal voor mij mogelijks de grote poort openen.

Komende week, tijdens de openingswedstrijd op Westerlo, speel je je eerste officiële wedstrijd in de Belgische competitie.

Daar kijk ik echt naar uit.  Ik ben heel blij terug in België te zijn.  Dit vooral ook voor mijn familie.  Nu kunnen ze maximaal aanwezig zijn om naar me te komen kijken.  Voorheen zat ik telkens echt ver weg van Luik…  

Waar ga je wonen?

Ik betrek binnenkort een appartement dichtbij het centrum.  “J’adorre la ville de Bruges”!  Ook in Luik heb ik samen met mijn vriendin een appartement.  Zo kan ik ook af en toe in Luik verblijven, een stad waarvan ik eveneens hou, en zo ver rijden is het nu ook niet.

Wat verwacht je, voor jou persoonlijk en voor de ploeg, van het komende seizoen?

Persoonlijk hoop ik de ploeg te helpen met een zo groot mogelijk aantal doelpunten of beslissende voorzetten.  De ploeg helpen overwinningen te behalen, regelmatig te zijn gedurende het ganse seizoen en gespaard te blijven van blessures. Ik hoop van harte dat we een heel goede groep kunnen smeden.  Er zit heel veel individuele kwaliteit in.    Nu komt het er op aan er een groep van te maken.  Zonder het groepsgevoel kun je geen wedstrijd winnen.  Het is belangrijk om goed samen te werken en een goede mentaliteit te creëren.   Men heeft hier gepoogd om een zeer goed team samen te stellen, een mooi project, zeer professioneel.  Ik hoop dat we een super seizoen beleven en dat de supporters met plezier naar het stadion komen. 

Tot slot, weet je dat er een goede vriendschapsband bestaat tussen de supporters van Cercle en die van RFC Liège?

Ik heb daaromtrent iets gezien op het internet.  Best leuk.  Het was uiteindelijk mijn eerste ploeg.

(Georges Debacker)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Niet uit de lucht gegrepen - Hans Gerard

Het is geen toeval, lezer, dat de ex-Cerclespeler van wie u een interview voorgeschoteld krijgt, Hans Gerard is.  Hebt u de Shot-on-Linerubriek: “Cercle en Brugge door de jaren heen, deel 204 “ van 19 mei 2018 gelezen, dan begrijpt u meteen wat de aanleiding tot dit interview was.   Wellicht hoopte u zelfs dat er klaarheid zou volgen op wat u daar te lezen kreeg.  Is het u niet duidelijk waarover het hier gaat, dan raad ik u aan dat ‘deel 204’ door te nemen , bij voorkeur nog voordat u verder leest.  Vooraleer we over ‘dat hoofdstuk’ uitweiden, heeft Hans echter nog iets heel anders te vertellen…

Toen ik je telefonisch contacteerde, Hans, zei je me dat het een wonder is dat jij nog kunt geïnterviewd worden.  Blijkbaar had een recent ongeval fataal kunnen zijn voor jou?

Ja, en dat is pas drie maanden geleden.  In Sint-Pieters werd ik op het fietspad door een auto aangereden.  Die wagen zwierde mij in de lucht.  Ik kwam eerst op het dak ervan terecht en daarna op de grond.  Er was spoedig maar langdurig medische hulp, en ik kwam op de afdeling intensieve zorg van het AZ Sint-Jan terecht.  Om het uur kreeg ik er verzorging,  twaalf dagen lang.  Het zag er niet goed uit: ik lag daar met mijn nog recente ‘nieuwe heup’ verbrijzeld, schouderblad en vijf ribben gebroken, rechter schouder volledig uit de kom, een klaplong, genaaid zowel bovenaan als onderaan.  Eigenlijk heb ik geluk gehad in mijn ongeluk, maar dat mijn herstelproces nu bijzonder vlot verloopt is geen toeval.  Dat heb ik aan mijn positivisme te danken.  Mijn lichaam en mijn geest zijn al lang zo harmonisch op elkaar afgestemd dat ik fysiek en psychisch in een perfect fifty-fifty evenwicht leef.  Vóór mijn ongeval fietste ik dagelijks dertig tot veertig kilometer.  Kijk je hier even rond, dan vallen je ogen niet alleen op een hometrainer, maar je ziet overal  boeken en brieven liggen.  Dit Franstalige boek hier, “Energie Cosmique”, is toplectuur. Hadden alle mensen er maar een idee van wat uitgaat van een goede lichamelijke conditie en ontvankelijkheid voor de geesteskracht van een positieve levenshouding!

Niet alleen een wonder, ook een geluk voor jezelf en voor onze lezers is het,  Hans, dat ik je vandaag mag interviewen.  Je speelde drie jaar voor Groen-Zwart, van 1957 tot ’60.  Het is duidelijk dat het venijn in de staart zit, maar beginnen we toch maar bij jouw prilste begin.  Op 1 april 1936 werd er in Nieuwpoort een wel heel bijzondere aprilvis geboren.  Waren er onder de mensen die bewonderend in het wiegje keken ook broers of zussen van je, of kwam je ter wereld als de eerstgeborene van het gezin?    

Ik was de derde in de reeks van tien kinderen - eigenlijk de vierde, maar een zusje was gestorven.  Mijn vader was een hardwerkende landmeter, die duidelijk liet verstaan dat hij ons  liever over de studieboeken gebogen zag dan aan het sporten.  Mijn moeder werd door iedereen als een heel bijzondere persoonlijkheid erkend.  Voordat ze trouwde was ze hoofdverpleegster bij de bekende professor en chirurg Joseph Sebrechts in Brugge, en thuis was ze een fantastische moeder, die tegelijkertijd als een dokter was voor ons. 

Je voetbalde al in de wieg?

Al vroeg ‘sportte’ ik graag.  Fietsen, tennis, wat atletiek, lopen vooral.  Toch spande voetbal de kroon.  En het ging goed.  Wat schiet er zo meteen mijn geheugen te binnen?  Een matchke dat we met 9-4 wonnen toen ik nog kind was.  Ik scoorde er vijf van de negen.  En dat deed de ronde in Nieuwpoort!   Ook herinner ik me levendig een match op de Gistfabriek tegen ‘de Frères’: ‘k Zal dan twaalf geweest zijn, en ik mocht meespelen met de ploeg van het Brugse Sint-Lodewijkscollege.  Ik studeerde er Grieks-Latijn, en sommige spelers waren vijf jaar ouder dan ikzelf.

"Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij"

Toch was je al 21 toen je van Nieuwpoort in Provinciale naar Cercle trok in de op één na hoogste afdeling van het land.  Was Cercle een zeer bewuste keuze?

Eigenlijk niet.  Ik kende Cercle nauwelijks, had er nog geen enkele wedstrijd van gezien.  Het was Robert Braet die het klaar kreeg om me naar Cercle te loodsen.  Ook A.S. Oostende was een mogelijkheid geweest.  In de loop van mijn voetbalcarrière is een transfer naar een andere ploeg meer dan eens ter sprake gekomen.  Ik kon naar Anderlecht, maar mijn vader lag dwars wegens mijn studies architectuur aan Sint-Lucas in Gent - later heb ik  voor de bouw gewerkt, maar langer als verzekeraar.  Nadat ik goed presteerde als gelegenheidsspeler op Clubs Paastornooi, waar het heerlijk samenspelen was met technisch knappe spelers als Berre Deurwaerder en Fernand Goyvaerts, keek Club onder trainer Höffling begerig naar mij uit.  Ik ben zelfs bij Michel Van Maele thuis op bezoek geweest, maar Cercles bestuur, vooral Lucien Dhondt,  was niet te vermurwen.  Na de inhuldiging van Cercles lichtinstallatie  met een match van Groen-Zwart tegen Stade Reims in november 1957 had ik naar die Franse kampioeneploeg gekund.  En nadat ik al weg was bij Cercle had Beerschot een goed bod voor mij over.  Kijk, dat zijn dingen die ik me allemaal herinner, maar feitelijk  was het mij grotendeels gelijk voor welk team ik speelde.  Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij.  Ook nu nog volg ik graag matchen op tv, maar niet om het even welke.  Genieten kan ik alleen van creatief voetbal, individuele nummertjes, vlug doorspelen van de bal,  posities innemen, knappe combinaties, opentrekken van het spel.  Velen die naar het voetbal gaan, kijken haast uitsluitend naar de bal.  Ze zien die vliegen van achter naar voor, van rechts naar links,  heen en terug, maar ze hebben er geen oog voor hoe de spelers patronen vormen over het terrein.  Gisteren zag ik de Belgen in hun laatste oefenpot voor het WK 4-1 winnen tegen Costa Rica.  Wat een genot voor het oog Kevin De Bruyne en vooral Eden Hazard over het veld te zien draven met de bal aan de voet of positie kiezend om gaten te kunnen trekken.  Vraag me niet of voetbal oorlog is of  feest: het is alleen voetbal als het een spel is, een spel waarbij je kunt genieten van het oogstrelende, vooreerst als speler, maar evenzeer als toeschouwer.  Al speelde ik destijds natuurlijk om te winnen, het zal wel waar zijn dat ik soms eerder uit was op het speelse, het technisch vaardige, het creatieve, dan op het resultaat: Ik dribbelde zo graag…  

Bij Cercle maakte je vlug furore.  Maar heel lang duurde de pret niet.  Na drie jaar kwam er een bizar slot aan.  Op het einde van het seizoen 1959-’60 kreeg Cercle nog onverhoopt de kans om naar de hoogste afdeling te promoveren.  De beslissing viel bij een testwedstrijd tegen Patro Eisden op het veld van Club Mechelen (het huidige YR KV Mechelen).  Cercle verloor met 2-1.  Ik herinner me die match bijzonder goed en toen ik naar huis reed, was ik niet alleen over de uitslag ontgoocheld maar ook over het gebrek aan strijdlust bij Groen-Zwart. Toen, jaren later, het prachtige “Cercle Brugge KSV 1899-1989” van Roland Podevijn van de drukpersen kwam, las ik erin: “De wedstrijd mondde voor de talrijke Brugse supporters uit op een enorme ontgoocheling.  Na een effenaf teleurstellende Cercleprestatie werd er met 2-1 verloren.  Enkele spelers hadden tegen hun gewoonte in opvallend gelaten, inspiratieloos en ondermaats gevoetbald … Dat was niet ‘normaal’!”  Jij, Hans, kon het niet geweest zijn die ‘ondermaats’ presteerde, want  … nadat je 12 goals had gescoord in 24 matchen, was jij er niet bij – je mocht er niet bij zijn!  Maar wat las ik enkele dagen geleden op Shot-on-Line?  Weliswaar had ik al ‘geruchten’ die niet minder suggestief waren dan bovenstaand citaat voordien opgevangen, maar wat ik daar las, was niet om er stil bij te blijven zitten.  Vandaar het verzoek van onze hoofdredacteur om te luisteren naar jouw visie erop.

[Ter wille van de lezer die het vermelde ‘deel 204’ niet leest, citeer ik één zin uit die tekst, kort na de testmatch in het Brugsch Handelsblad verschenen:  “De trainer en zijn blinde volgelingen hebben waarlijk te veel ‘met zijn voeten gespeeld’ en anderen zouden het wellicht reeds lang stilgelegd hebben.”  Na lectuur van de volledige tekst, reageerde Hans als een gentleman: feiten ontkennen kon hij niet, schuldigen vrijpleiten kon hij evenmin, maar hij stond erop ook na zo lange tijd de sluier van de anonimiteit te behouden boven het hoofd van wie trainer Delfour zijn eigenzinnigheid liet doordrijven.]

Straks is het zestig jaar geleden, Hans, maar hoe kijkt u op de dag van vandaag daar tegenaan?

Al wat hier gezegd wordt, klopt.  En de testwedstrijd heb ik gezien … van op de tribune.  Hoe zat het allemaal juist in elkaar?  Heel het gebeuren, heel de achtergrond ervan, was mij duidelijk van naaldje tot draadje.  Het was trouwens niet de eerste keer dat het voor de spelers interessanter was niet te winnen, en dat niet alleen voor hen die vermoedelijk geen kans zouden krijgen in de hoogste afdeling.  Er komt nu nog een binnenpretje bij me op als ik denk aan een match op A.S. Oostende.  Wat panikeerden we toen Vic Derboven ons van ver van het doel af op voorsprong schoot!  We mochten niet winnen, en ja, hoor, het lukte ons om met 3-2 het onderspit te delven.  Dat was nog vóór het seizoen dat op die testmatch eindigde.  Ja, dat ik al een tijdje voor de testmatch aan de zijlijn gehouden werd, niet zelf het veld mocht opdraven, lag inderdaad zoals het artikel te verstaan geeft, niet alleen, zij het wel vooral, aan Edmond Delfour.  Ik weet heel goed hoe ik hem op de tenen had getrapt, maar wat zou eraan gewonnen zijn als ik dat uit de doeken deed?  Het komt er wel op neer dat ik mijn ogen niet sloot waar hij me dat liever had zien doen.  Wat kan ik hier verder nog over zeggen?  Dit alleszins, dat ik er geen trauma aan overgehouden heb, lang niet.  Ik had graag bij Cercle gespeeld, maar zo kon het niet verder.  Als het er zo aan toeging, kon ik er geen plezier meer aan beleven.  Ofwel voetbalde ik niet meer, ofwel werd ik getransfereerd.

Het werd een transfer naar Union Sint-Gillis, en kwalijk viel dat nu precies ook niet uit, want ‘den Union’ speelde in de Eerste Afdeling.  Cercle promoveerde dus niet, maar jij wél!

Bij Union kwam ik wel in onze hoofdstad terecht, maar niet in de hemel!  Ik was er semiprof, maar er was meer dat tegenviel dan dat er meeviel.  In een match tegen Beerschot werd ik brutaal gekwetst.  Er volgde een meniscusoperatie, en daarbij werd ik ‘mismeesterd’.  Onze trainer was niet vrij van vriendjespolitiek, en op het einde van mijn tweede jaar degradeerden we.  S.K. Roeselare lijfde me in, en ik trof er Robert Goethals aan, die een prima trainer was en mij weer intense vreugde in het spel bezorgde. Toen hij drie jaar later naar V.G. Oostende trok, vroeg hij me mee, en met de kustjongens speelden we kampioen.  Ten slotte heb ik nog even in Wevelgem gevoetbald.  Tijdens het weekend gaf ik daar tennisles, en dat ik een half jaartje trainer-speler werd bij S.V. was grotendeels een vriendendienst.

Na de desastreuse testmatch halfweg 1960 vreesden velen dat het met Cercle  bergaf zou gaan, te meer doordat jij er niet meer bij was, maar promotie was slechts uitgesteld.  Eén jaar later promoveerde Cercle als tweede, samen met kampioen Diest. Weet je nog hoe dat bij jou overkwam, hoe jij daar tegenaan keek?

Wel, al speelde mijn broer Jo nog bij Groen-Zwart, zelf had ik niet alleen niets meer met Cercle te maken, maar ook psychisch had ik afstand genomen van wat toch voorbij was.  Voetbal is in tegenstelling tot mijn druk zakenleven altijd een bijzaak geweest voor mij.  Ik draag Cercle geen rancune toe, en vanuit de loges samen met Fernand Van Damme, zoon van de gewezen burgemeester van Brugge en ex-voorzitter van Cercle, heb ik Groen-Zwart later nog een aantal matchen zien spelen in Jan Breydel.  

Hans woont in hartje Brugge, in het Prinsenhof, zijstraat van de Geldmuntstraat.  Hij is 82 jaar jong.  Dat ‘jong’ schrijf ik niet zomaar.  Erop wijzend dat voor nogal wat mensen op zijn leeftijd de dagen eentonig verlopen, dat elke volgende dag hun als een herhaling van de vorige overkomt, vroeg ik Hans of hij dat ook zo aanvoelde.  Het was eigenlijk een retorische vraag.  Hans’ vitaliteit was me al duidelijk vanaf het begin van het gesprek. Ik kon dan ook niet verwonderd zijn over het centrale woord van zijn antwoord: net zoals bij het voetbal is hij dag in dag uit op niets meer uit dan op ‘creativiteit’.  “Altijd ben ik creatief bezig,” beklemtoont hij, “ik denk, ik lees, ik schrijf, onophoudelijk gedreven door kosmische energie, de basis van het ontstaan en het bestaan van ALLES.”

(Georges Volckaert)

Lees meer
Shot-online
03/07/2018
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen (deel 207)

(periode van 20-08-1960 -> 20-08-1960)

* Cercle

Het nieuwe voetbalseizoen naderde met rasse schreden.  Hoog tijd dus om te kijken hoe de conditie van de groen-zwarten er voor stond.  En, hoe kon dit beter dan door enkele pittige oefenwedstrijden op het programma te plaatsen ?

“Veelbelovende oefenmatchen te Brugge” – “Cercle – Beerschot AC” : “Het mag gezegd dat Cercle op veelbelovende wijze het nieuw voetbalseizoen tegemoet gaat.  Er werden immers reeds twee oefenmatchen betwist die in grote lijnen voldoening schonken.  Te Charleville werd nipt met 2-1 verloren tegen de Franse eersteklasser FC Rouen terwijl op half-oogst in Nederland een mooie en verdiende 1-2 zege werd geboekt tegen Breda.  In dit laatste treffen lukte de nieuwe aanwinst W. Lambert een prachtdoel terwijl Notteboom het winninggoal scoorde.  De Hongaar Locskai, die na de rust Desmaele als linksbuiten verving, liet eveneens een gunstige indruk.  De zieke Baas diende belet te geven en werd terdege gedoebleerd door Wittewrongel.
Heden zaterdag, te 18 uur, zet Cercle op eigen terrein haar kompetitievoorbereiding verder met een oefenmatch tegen niemand minder dan de Antwerpse eersteklasser Beerschot.  Voor de groen-zwarten wordt het zeker een zware test, al menen we dat het toch op zulk geen ramp zal uitdraaien als verleden jaar.  De Sinjoren zullen het niettemin ernstig opnemen en er alles op zetten om op punt te komen.  Het bewijs hiervan is dat volgende vijftien “mannekens” de reis naar Brugge zullen meemaken : Smolders, Gernaey, Wouters, Schroeyens, Weyn, Raskin, Van Hemelryck, Huysmans, Vanhostayen, Van Acker, Rik Coppens, Drieskens, De Borger, Zaman en Et. Coppens.  Allemaal bekende spelers waarbij ook de duurste transfer van het jaar Drieskens van Lommel, waarvan veel goeds verteld wordt.
Cercle van haar kant zal het met volgende opstelling proberen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Wittewrongel, Demey, W. Lambert, Buyse, Bailliu, Michiels en de Hongaar Locskai.  Verder zullen ook Desmaele, Acket, Notteboom, Daels en de Hongaar Gaal tijdens deze match getest worden.”

* Brugge

* Als een agent de baan op moet om een opdracht uit te voeren kunnen de weersomstandigheden wel eens tegen zitten.  Dan is het altijd meegenomen als er extra kleding ter beschikking is om de weerselementen in iets comfortabeler omstandigheden te trotseren.  Burgemeester Pierre Vandamme had oog voor deze situatie en besloot om de daad bij het woord te voegen : “Brugse politiemannen tegen regen en wind beschermd” : “Burgemeester Vandamme heeft twaalf plastieken regenmantels aangekocht om de dienstdoende politiemannen te beschermen tegen regen en wind.  De wetsdienaars zijn uiterst tevreden over deze beschutting, doch voor de verkeersagenten is deze meestal minder praktisch, vermits er geen armgaten of mouwen voorhanden zijn, om met de armen bewegingen te kunnen maken. Mogelijks kan aan deze kleine tekortkoming verholpen worden voor degenen die het verkeer moeten regelen.  In ieder geval is het een flink initiatief vanwege het administratief hoofd van de Brugse politie, dat ten zeerste naar waarde wordt geschat.”      

* Wiedenkt dat de beelden aan de voorgevel van het Brugse stadhuis honderden jaren oud zijn moet dringend zijn mening herzien.  De huidige beelden zijn zelfs van relatief recente datum.  Een beetje geschiedenis hieromtrent…

- De eerste steen van het stadhuis werd in 1376 gelegd door graaf Lodewijk van Male.  De werken namen, zacht uitgedrukt, geruime tijd in beslag want het was pas in 1421, 45 jaar na het begin der werken !, dat men het stadhuis als voltooid beschouwde.
Het Brugse stadhuis was het eerste monumentale laatgotische raadhuis van Vlaanderen en Brabant en was een stenen getuige van de economische en politieke bloei van Brugge tijdens de veertiende eeuw.
- De toenmalige geplaatste gevelbeelden waren van de hand van J. van Valenciennes.  Deze beelden werden in de loop van de eeuwen (van de 15detot de 18deeeuw) aangevuld met beeltenissen van figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament en figuren van heersers van Vlaanderen zoals graven en gravinnen, aartshertogen en keizers.
- Na de Franse Revolutie van 1792 werden onze gewesten vanaf 1794 door de Fransen bezet.  Iedereen weet nog uit de geschiedenislessen van destijds dat de Fransen zich niet schroomden om waardevolle gebouwen, vooral kerken en abdijen, te plunderen en te vernielen.  Ook het Brugse stadhuis kwam niet ongeschonden uit deze woelige tijden want de gevelbeelden en de wapenschilden werden vernield.
Op 18 juni 1815 leed Napoleon een definitieve nederlaag tijdens de Slag van Waterloo.  Voor onze gewesten veranderde echter niet veel.  Wij kwamen gewoon van de regen in de drup terecht want eenmaal de Fransen verdwenen waren kwamen de Nederlanders hier de plak zwaaien…
- Op 25 augustus 1830 werd, ter gelegenheid van de verjaardag van de Nederlandse koning Willem I, de opera “De Stomme van Portici” in de Brusselse Koninklijke Muntschouwburg opgevoerd.  Deze opera luidde meteen het begin van het einde van het Nederlandse bewind in.  De aria “Amour sacrée de la Patrie” zorgde er voor dat de vlam van de opstand definitief in de pan sloeg, er braken relletjes uit en de Nederlanders mochten nog datzelfde jaar hun matten voorgoed oprollen.
- Vanaf dan ging het snel : op 20 december 1830 erkende een conferentie van de grote mogendheden in Londen het recht op Belgische onafhankelijkheid en reeds op 11 januari 1831 erkende de Conferentie van Londen de nieuwe staat België.
Gevolg van dit alles was dat Leopold van Saksen-Coburg-Gotha op 21 juli 1831 voor het Congres de eed op de Grondwet aflegde en de eerste koning van België werd.
- Het Brugse stadhuis wachtte ondertussen, zoals hierboven vermeld, sinds de ongewenste aanwezigheid van de Fransen op de nodige herstelwerken.  Toch moesten de Bruggelingen nog geduld oefenen tot 1852-1863 om de totale buitenrestauratie van hun stadhuis mee te maken inclusief neogotische toevoegingen en het plaatsen van nieuwe beelden door J. Geefs uit Antwerpen en C. Geerts uit Leuven in samenwerking met Bruggeling J. Van Nieuwenhuyse.
- Blijkbaar was er, ook toen reeds, niets nieuws onder de zon, want omstreeks 1875 stelde men vast dat de stadhuisbeelden ‘aftakelden’ wegens ‘slechte materiaalkeuze’ met als logisch gevolg de geleidelijke verwijdering van deze beelden.
Omdat men nooit over één nacht ijs gaat duurde het nog tot 1876 vooraleer met de herstellings- en restauratiewerken begonnen werd.  Maar éénmaal gestart werd niet enkel de buitenkant maar ook de binnenkant van het stadhuis grondig aangepakt.  Opnieuw werd voor de betrokken kunstenaars en restaurateurs jarenlange werkzekerheid gecreëerd.
- In 1924 kreeg Prosper Hinderyckx uit Sint-Andries de opdracht om nieuwe beelden van Onze-Lieve-Vrouw met de inktpot en van Maria en de engel Gabriël te kappen.

- De soap met de stadhuisbeelden bleef echter duren.  In 1960, men was nog maar eens bezig met het stadhuis te restaureren, werden enkele plaasteren beelden geplaatst in de nissen van de voorgevel van het stadhuis met volgend resultaat (artikel verschenen in “Het Brugsch Handelsblad” van 20 augustus 1960) :

“Nieuwe beelden voor het stadhuis vielen niet in de smaak” : “Voor enkele dagen werden in de nissen van het Brugs stadhuis, dat men volop aan ’t restaureren is, vijf plaasteren beelden geplaatst die door de leden van de Koninklijke Kommissie voor Monumenten en Landschappen gekeurd werden.  Volgens die heren steekt er niet genoeg ziel in deze beelden, waardoor de gotische stijl zoek is geraakt.  Er werd besloten kontakt te nemen met de beeldhouwers de hh. Vandevoorde uit Brussel en Aubroeck uit Temse, om de kunstwerken de gewenste wijzigingen te laten ondergaan.”

- In 1967 werd de Brugse Burg ongewild sensationeel voorpaginanieuws want voor de toegangspoort van het toenmalige gerechtshof ontplofte… een bom !
Uiteraard besteedde ook “Het Brugsch Handelsblad” van 18 februari 1967, naast alle nationale kranten, de nodige aandacht aan dit opzienbarend feit :

“Brugge, Valentijnsdag 13 februari 1967.  Het anders zo kalme Brugge haalt de voorpagina’s van de nationale en de lokale pers.  ‘Bom ontploft te Brugge.  Ontzaglijke schade aan stadhuis, gerechtshof en Heilig Bloedkapel’.  Aan de poort van het Brugse gerechtshof op de Burg is in de voorafgaande nacht een bijzonder krachtige bom ontploft.
Drie agenten hebben in de nacht van 12 op 13 februari een enorme knal gehoord en reppen zich richting Burg.  Ze constateren dat de bom was geplaatst aan de poort van het gerechtsgebouw, aangezien ze hier een krater van een halve meter diep aantreffen.  De linkerhelft van een massieve eikenhouten poort is uit haar hengsels geblazen en het beeld van Moeder Justitia op het binnenplein is onthoofd.  Stukken van de gevel van het stadhuis zijn door de klap beschadigd en ook de Heilig Bloedkapel komt er niet ongeschonden uit. Eeuwenoude brandglasramen zijn volledig vernield.  Politie, rijkswacht en een wapendeskundige kammen de Burg uit, maar van het springtuig is geen spoor meer te vinden.”

Hoe opvallend deze zaak een hele tijd de voorpagina’s van de lokale en nationale kranten beheerste, even snel verdween elk nieuws van de aanslag uit de media.  Ook kon het Belgische gerecht, ondanks zijn duchtige werk in deze prestigezaak, de zaak nooit oplossen.  De zaak stierf een stille dood en slechts enkele Bruggelingen hebben nog vage herinneringen aan het mysterie van ‘de bomme van ip den Burg’…

- Na deze aanslag opteerde men om nieuwe beelden te kappen in plaats van de beelden uit de 19deeeuw te kopiëren.  M. Witdouck uit Lovendegem vervaardigde zeven gotisch getinte beelden om in de onderste rij te plaatsen.
Er ontstond een langdurige polemiek over de vorm en de stijl van de 48 ontbrekende beelden zodat men zich in 1981 genoodzaakt zag om een wedstrijd uit te schrijven.  Het echtpaar Livia Canestraro en Stefaan Depuydt uit Snellegem werden de winnaars.  Bij het kappen van de overige beelden inspireerden zij zich, zoals het ook enkele eeuwen eerder gebeurd was, op figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament en op heersers van Vlaanderen.  Dit keer werden de beelden op andere consoles geplaatst die wapenschilden van de subalterne steden voorstelden.

Lees meer
Shot-online
07/11/2018
Cerle Brugge KSV
Algemeen coƶrdinator: Marc Vanmaele

Nieuwe bazen nieuwe wetten. Sedert Cercle in Monegaskische handen viel, waait een nieuwe wind in zowat elk hoek van de Vereniging. We spraken, in volle voorbereiding (29 juni) op het nieuwe voetbalseizoen, met Marc Vanmaele, de nieuwe ‘Algemeen coördinator’ van groenzwart. Enthousiasme, ambitie en positiviteit troef, voor wie daar nog aan zou twijfelen.

"Cercle koopt met de bedoeling om top 1B te spelen."

Monaco heeft de touwtjes stevig in handen? 

AS Monaco is hoofdaandeelhouder, we moeten daar niet flauw over doen. Er is zeer veel overleg met de Monegasken die heel veel knowhow in huis hebben. Zowel op sportief als op financieel vlak maar ook in commercieel en communicatief opzicht... Ze zijn zeer hulpvaardig, kennen onze situatie en komen vaak op bezoek om ons bij te staan. Alles gaat heel snel. Wanneer er beslissingen genomen moeten worden, dan gebeurt dat ook. De mensen reageren direct, maar voor alle duidelijkheid, er is een no-nonsense klimaat. Iedereen is recht voor de raap, onnodige discussies worden gemeden, wat het werken makkelijk maakt. Een voorstel moet gefundeerd gebracht worden, en als men beslist om er niet op in te gaan krijg je daar ook goede redenen voor. Tot hiertoe dus alleen maar positieve ervaringen.

De Cercle-website barst uit zijn voegen door aankondigingen van nieuwe spelers. De indruk leeft dat er een volledig nieuwe ploeg gebouwd wordt? 

Die vraag zou je eigenlijk aan François Vitali moeten stellen, want dit is een sportieve kwestie. François valt steeds terug op zijn inzicht: op elke plaats voldoende mensen die elkaar onderling kunnen versterken. De moeilijkheid is daarbij vooral om mensen te kunnen overtuigen om in België in 1B te komen spelen, want dat is nu niet meteen de meest aantrekkelijke competitie van Europa. Maar de bedoeling is inderdaad om met goede spelers te bouwen en naar 1A te kunnen stijgen. Dit gaat momenteel niet met langdurige contracten, want sommige spelers willen het graag een jaar bekijken. In elk geval, ik weet dat Cercle koopt met de bedoeling om top 1B te spelen.

Je bent een nieuwkomer bij Cercle. Wat noteren we voor de supporter die zich afvraagt wie Marc Vanmaele is?

Ik ben geboren en getogen in Tielt, 1960, afkomstig uit een textiel- en confectiefamilie. Ons gezin telde negen kinderen en ik werkte als kleine jongen al snel mee in het ouderlijk bedrijf. Ik voetbalde bij Tielt en kreeg de kans om hogerop te spelen, maar dat zagen mijn ouders niet zitten. Ik studeerde voorts lichamelijke opvoeding in Leuven, en ging na mijn legerdienst werken in Spanje voor een grote hotelketen waar ik mijn vrouw leerde kennen en de Spaanse taal. Eenmaal terug in België ging ik voor Konvert Interim werken, een West-Vlaams bedrijf dat van kleine speler uitgroeide tot big business. Van daaruit ging het naar de mediawereld, waar ik in 1994 de opstart van FOCUS-televisie meemaakte, de regionale zender van Noord-West-Vlaanderen. Na de fusie met WTV werd ik aangezocht door AVS (de Oost-Vlaamse televisiezender) waar ik algemeen directeur werd. Mijn interesse voor sport bleef evenwel altijd levend. Via Roger Lambrechts kwam ik in de voetbalwereld terecht om bij Sporting Lokeren de algemene leiding te nemen. Ik vond er alles terug wat in mij leefde: media, commercie, sport… Ik bleef drie jaar in Lokeren waar ik fantastische tijden beleefde samen met Peter Maes. In die drie jaar tijd wonnen we tweemaal de bekerfinale, speelden we tweemaal Europees en tweemaal Play-Off 1.

Om uiteindelijk bij Cercle te belanden...

Toen ik bij Sporting Lokeren vertrok kreeg ik na een relatief kalmere periode zonder voetbal de suggestie van Philips Dhondt uit Monaco om mijn CV op te sturen, toen plots de vraag kwam of ik niet voor Cercle wilde werken. Daar heb ik geen moment aan getwijfeld.

Bij Lokeren nam je de algemene leiding als CEO op jou. Welke zijn je functies bij Cercle?

Algemeen coördinator is de officiële term voor wat ik doe bij Cercle, vergelijkbaar met wat ik eerder in Lokeren deed. Mijn verantwoordelijkheid betreft het niet-sportieve luik. Die opsplitsing is ook goed, want zo kan er beter gefocust worden. Bovendien vergt de sportieve kant van de zaak een specialisatie die ik zelf niet heb, maar bij François Vitali wel aanwezig is. Financiën, personeelsbeleid, gebouwen, veiligheid, communicatie… dat is mijn terrein bij Cercle.

Het is een publiek geheim: Cercle start aan de competitie met grote ambitie. Stijgen naar 1A is het minste wat we mogen verwachten?

Zo is dat. Terug in 1A spelen, eigenlijk moet het. Er is enorm veel veranderd sinds de overname door Monaco. We draaien vijf versnellingen groter nu. Zowel sportief als niet-sportief doen we enorme sprongen vooruit. We hebben het uiteraard niet zelf in de hand, en we krijgen een zeer zware competitie. Maar stijgen is ook de ambitie van Monaco. Mijn overtuiging is dat vooral ook die belangrijke “kleedkamer” goed zit, met een mix tussen jeugd en ervaring. Het kan dus lukken, dat is mijn overtuiging.

Zijn er sinds de komst van AS Monaco, naast het stijgen naar 1A, nog andere nieuwe doelen gesteld? 

Een belangrijk item is uiteraard het stadion-dossier. Dat dossier hangt samen met het vertrek van de buren in 2020. De vraag rijst wat Cercle binnen drie jaar zal doen. Het is hoogtijd om dat dossier te finaliseren, en het leeft ook sterk in de bestuurskamer. De studiedienst van Stad Brugge is daar eveneens mee bezig. Ik ben overtuigd dat hier goede oplossingen kunnen komen. Daarnaast zijn we hard bezig met de abonnementenverkoop, de online Cercle-shop en de online ticketting. Ook de communicatie nemen we onderhanden zodat we stap voor stap kunnen groeien naar een hoger niveau. Bij dit alles staat echter voorop dat Cercle een zeer speciaal DNA heeft. Monaco beweegt zich, met alle respect, op een ander niveau. Het is mijn taak om die beide werelden bij elkaar te brengen zonder dat de eigenheid van Cercle verloren gaat.

"Nu komt er een nieuw verhaal dat Cerclisten de fierheid terug zal geven die ze verdienen."

Over de buren gesproken. Is de relatie sinds de overname veranderd?

Ik vermoed het wel. Ik hoor veel verhalen uit het verleden, maar we kunnen niet blijven stilstaan. We moeten elkaar in elk geval zien te vinden nu we nog steeds samenleven. Bij beiden is die wil aanwezig. Belangrijk is dat de grote baas van Monaco, Vadim Vasilyev, en nu ook gedelegeerd bestuurder van Cercle, binnenkort naar Brugge komt. We plannen bij die gelegenheid ook met de top van Club Brugge een onderhoud. We vinden het belangrijk dat er ook op dat niveau gepraat wordt en dat positief ‘naar beneden’ toe doorsijpelt. 

Wanneer durf jij volgend seizoen geslaagd te noemen?

Uiteraard als het lukt om te stijgen. Het buikgevoel zit goed, en ik ben overtuigd dat we hoog eindigen. Supporters zijn ontzettend belangrijk, en ik voel ook dat mensen terug naar Cercle zullen komen. Cercle heeft een moeilijke periode doorgemaakt, maar nu komt er een nieuw verhaal dat Cerclisten de fierheid terug zal geven die ze verdienen. Ik doe dan ook een oproep aan iedereen om een abonnement te kopen of anderen te overtuigen zich bij de groen-zwarte familie aan te sluiten en de boodschap mee uit te dragen dat Cercle kan en zal slagen.

(KV)

Lees meer
Shot-online
18/07/2017
Cerle Brugge KSV
Onze (bijna) "Nestor" - Benjamin Delacourt

Met Benjamin Delacourt trok Groen-Zwart ervaring aan bij de over het algemeen toch wel jonge nieuwe Cercle-ploeg.  De naam Benjamin komt uit de Bijbel.  Benjamin was de jongste zoon van de 12  kinderen van aartsvader Jakob (en zijn vrouw Rachel).  Met de uitdrukking “de benjamin” denken nog weinig mensen aan de Bijbel, maar wel aan het begrip “de jongste”.  Bij stamnummer 12 is Benjamin niet de jongste maar, op Brian Vandenbussche na, de oudste.
Een kennismaking met onze centraal verdediger.

Stel je jeugdjaren even voor.

Ik ben op 10 september 1985 geboren in Croix, Noord Frankrijk.  Binnenkort staat mijn teller dus op 32.  Op mijn vijf jaar trapte ik mijn eerste balletjes bij het lokaal ploegje, maar snel ging het naar het grote Lille.  Daar doorliep ik de jeugdrangen tot de U16.  Lille beschikt over een fantastisch opleidingscentrum, wat mijn kwaliteiten vormde. Daarna stak ik de grens over naar België richting Moeskroen  Daar tekende ik ook mijn eerste contract.  Aanvankelijk een “contract beloften” en nadien een profcontract.  Ik speelde met de Beloften, trainde met de A-kern en speelde ook een wedstrijd met de fanions.

Na een zestal jaar “Hurlus” trok je terug richting Frankrijk?

Inderdaad.  Van 2006 tot 2011 speelde ik voor ES Wasquehal ( D4, CFA en CFA2).  Ik speelde er quasi alle wedstrijden en was ook twee seizoenen kapitein.  Eén exploot van Wasquehal was toen we in 2011 tot de 1/16 finale van de “Coup de France” konden doorstoten.

De liefde met Moeskroen was nog niet over, want in 2011 stond je opnieuw op “Le Canonnier”?

Ditmaal bij het “nieuwe” Moeskroen, RMP.  Ik verbleef er vier seizoenen, waarvan drie in tweede afdeling en één in eerste.  Ik speelde er zowat een honderdtwintig wedstrijden.  Dat ik er als verdediger ook heel wat doelpunten maakte?  Ik ben sterk in de lucht en trof zowat een dozijn keer raak. Het is niet de nationaliteit maar de kwaliteit van de spelers op het terrein die van tel is

Je bleef in België en verkaste naar Deinze.  Daar kwam je ook een oude bekende tegen en enkele andere Cercle-oudgedienden?

Dennis van Wijk was er trainer, maar zijn assistent was Geoffrey Claeys met wie ik nog samen speelde bij Moeskroen.  Na het vertrek van van Wijk werd Geoffrey hoofdcoach.  Dat was wel een speciale relatie natuurlijk, een voormalig collega-speler die je hoofdtrainer wordt.  Maar dat verliep zeer goed.  Nadien kwam Regi Van Acker overnemen.  

Ik speelde ook naast een andere Cercle-bekende, Hans Cornelis.  Ik heb het wel niet met hem over Cercle kunnen hebben want tijdens het seizoen was er nog geen sprake van dat ik naar hier zou komen.  Dit gebeurde, tijdens de vakantie, compleet onverwacht.

Hoe dan?

Na afloop van de vorige competitie bij Deinze vertrok ik op vakantie.  Ik kreeg een telefoontje van François Vitali (nvdr: onze nieuwe sportief directeur) om mijn situatie bij Deinze te schetsen.  Ik vertelde hem dat ik nog een jaar onder contract lag.  Vanzelfsprekend had ik interesse in het nieuwe project van Cercle, maar gezien mijn lopende contract lag dit niet in mijn handen.

Ik belde naar coach Regi Van Acker.  Hij was bereid mij te laten gaan gezien de mooie kans - en het mooie Cercle-project - die ik kreeg op mijn leeftijd.  Hij gaf mij “groen licht”.  De voorzitter van Deinze zag dit echter anders en wou mij aan mijn contract houden.  Er is onderhandeld tussen de twee besturen die uiteindelijk tot een overeenkomst kwamen.  Zo tekende ik hier voor een jaar.

Laten we nog even bij Deinze blijven.  Het was een bizar verhaal wat zich vorig seizoen afspeelde, niet?

Eigenlijk begon het reeds het jaar voordien.  Door de op til zijnde competitiehervorming diende de ploeg bij de eerste acht te eindigen.  Het bestuur stelde een heel competitieve ploeg samen, maar op het eind waren we er net niet bij.  Het vorige seizoen startte dus in de nieuwe 1e amateur liga.  Alles verliep lekker en we concurreerden met Beerschot toen we plots, na enkele maanden competitie, door een klacht van Seraing, tientallen punten afgetrokken werden (nvdr: dit kwam door het al dan niet reglementair opstellen van een speler – het ganse verhaal weergeven is te uitgebreid).  Je kunt je voorstellen dat dit mentaal enorm zwaar was voor de spelers en de ploeg.  Uiteindelijk haalde de voorzitter en de advocaten toch het gelijk naar Deinze.  In plaats van de top dreigde immers de degradatie door een administratieve aangelegenheid.  Zonder dit feit haalden we ongetwijfeld een beter eindresultaat.

Hier bij Cercle zit je tussen tal van landgenoten?

Ik kende dit ook reeds bij Moeskroen toen Lille ze overgenomen had.  Het is echter niet de nationaliteit maar de kwaliteit van de spelers op het terrein die van tel is.  Of het nu Fransen, Argentijnen, Spanjaarden of wat dan ook zijn, dat is niet van tel.  We hebben een goede ploeg.

We gaan er het maximum aan doen om dit jaar de promotie te realiseren. De kern is tamelijk uitgebreid.  Er is een grote concurrentie. Zo maak je vooruitgang als speler en als ploeg.  Het project van Cercle is ambitieus en daarvoor moet je ook ambitieuze spelers hebben.  De concurrentie zal de groep goed doen.

Benjamin staat als begrip voor “de jongste”, maar je bent hier meer “de Nestor”?  (nvdr: spreekwoordelijk “de oudste en eerbiedwaardigste persoon in een vereniging of gezelschap” – afkomstig uit de Griekse mythologie)

Dat is een van de redenen waarom de technisch directeur mij hier wou.  Met de ervaring die ik opdeed bij Moeskroen in het project Lille-Mouscron, weet hij dat hij op mij kan rekenen om de jongeren hier te ondersteunen.  Het omkaderen van de jongeren is een van mijn doelstellingen.  Anderzijds ben ik hier natuurlijk vooral om te spelen.  Dat ik actueel 2e kapitein ben?  Op dit ogenblik kiest de coach daarvoor.  Het is een rol die me ligt.  De jongeren omkaderen, er naar schreeuwen als het nodig is en “copain” zijn in de andere gevallen.  Er moeten enkele dergelijke spelers zijn in een ploeg.

Wat niet onbelangrijk is, je bent voetbal-Belg?

Ja, ik word beschouwd als voetbal-Belg op het scheidsrechtersblad.  Ik genoot een deel van mijn jeugdopleiding bij Moeskroen en finaliseerde het ook daar.  Vandaar. 

In je periode bij Deinze stelde je in een interview dat je doel was om ooit nog eens terug in 1A te spelen, een competitie waar je bij Moeskroen van proefde.

Vanzelfsprekend! Als je er eenmaal van proefde wil je meer.  Op mijn leeftijd kan dit Groen-Zwarte project me naar de Jupiler League leiden.  We gaan er het maximum aan doen om het dit jaar te realiseren.

En familiaal?

Ik ben gehuwd en heb twee kinderen.  Een jongen en een meisje.  “Le choix du roi” (1).  Ik woon in Frankrijk, in Hem, vlakbij Roubaix en op een boogscheut van de Belgische grens.

((1) Nu we toch geschiedkundig bezig zijn in dit artikel: dit begrip stamt uit de middeleeuwen toen vorsten en aristocraten een zoon wensten om hun naam verder te zetten en hun bezittingen te behouden en daarnaast een meisje om uit te huwelijken in een andere belangrijke familie om zo de macht te kunnen uitbreiden.) 

Stout slotvraagje.  Ik las ooit ergens dat uw favoriete Franse ploeg Bordeaux is.  Mag je dit hier wel uitspreken?

(lacht) Ik heb steeds van die ploeg gehouden.  De generatie van Lizarazu, Zidane, Dugarry, … de tijd van het grote Bordeaux.  Het is gebleven (met een verontschuldigende glimlach).

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
26/07/2017