koop tickets online

Back in Business

“Alleen de optimisten zullen overleven”, is een toepasselijk spreekwoord.  Toen Cercle enkele weken geleden zeven punten achter holde op Lierse, gaven velen geen cent meer voor Groen-Zwarte kansen op de tweede periodetitel.  
Iemand die zich toen positief opstelde en verklaarde dat alles mogelijk is in 1B, kreeg niet de stempel “positief” maar “naïef” op het voorhoofd gedrukt.  Persoonlijk meegemaakt…

Maar, op een psychologisch moment, net voor de korte winterstop en met de feestdagen in het verschiet, staat Groen-Zwart zowaar reeds tweede in de huidige periode met slechts één puntje achterstand op de Pallieters en, eveneens niet onbelangrijk mocht het uiteindelijk toch niet lukken, derde in de totaalrangschikking met negen punten voor op plaats vijf.

Gezien er nog een onderlinge confrontatie komt met Lierse (thuiswedstrijd op vrijdag 19 januari om 20.30 hr) heeft de ploeg van Frank Vercauteren vanaf heden alles in eigen handen.  Nu komt de periode waarbij een ruime kern van pas kan komen.  Dat alle posities op zijn minst dubbel bezet kunnen worden zal zijn nut hebben bij de ondertussen (gezien het vorderen van de competitie) oplopende gele kaarten en gebeurlijke blessures.  Zo zagen we bv. hoe Hector Rodas (zelf langdurig gekwetst voorheen) Jérémy Taravel prima verving tijdens diens schorsing.  Dat we eindelijk terug over het Monegaskisch talent Cardonna kunnen beschikken na zijn langdurige blessure, heeft een duidelijke invloed op de resultaten.  Ook Gianni Bruno staat terug aan de deur te kloppen.  Daarnaast laten de woorden van trainer Frank Vercauteren in de pers weinig aan de verbeelding over dat er eerstdaags nog gerichte versterking zou komen om het doel te realiseren.

Over pers gesproken.  Het blijft hemeltergend hoe stiefmoederlijk 1B behandeld wordt in de  media.  Ikzelf trok in elk geval reeds mijn conclusies.

Na het feestgedruis staan in de komende twee maanden nog acht “cupfinals” te wachten.  Op zondag 25 februari valt het doek over de reguliere competitie in 1B.  We sluiten thuis af tegen Westerlo.  Vijf van de acht wedstrijden spelen we in “Jan Breydel”.  Het mag dan al putje winter zijn, de vereniging rekent op uw warme steun om het doel, winst van de 2e periode en daarna nog wat meer, te bereiken.  

Eerstvolgende afspraak dus op vrijdag 5 januari met de thuiswedstrijd tegen OHL (20.30 hr).

Leve Cercle!

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Onze (bijna) "Nestor" - Benjamin Delacourt

Met Benjamin Delacourt trok Groen-Zwart ervaring aan bij de over het algemeen toch wel jonge nieuwe Cercle-ploeg.  De naam Benjamin komt uit de Bijbel.  Benjamin was de jongste zoon van de 12  kinderen van aartsvader Jakob (en zijn vrouw Rachel).  Met de uitdrukking “de benjamin” denken nog weinig mensen aan de Bijbel, maar wel aan het begrip “de jongste”.  Bij stamnummer 12 is Benjamin niet de jongste maar, op Brian Vandenbussche na, de oudste.
Een kennismaking met onze centraal verdediger.

Stel je jeugdjaren even voor.

Ik ben op 10 september 1985 geboren in Croix, Noord Frankrijk.  Binnenkort staat mijn teller dus op 32.  Op mijn vijf jaar trapte ik mijn eerste balletjes bij het lokaal ploegje, maar snel ging het naar het grote Lille.  Daar doorliep ik de jeugdrangen tot de U16.  Lille beschikt over een fantastisch opleidingscentrum, wat mijn kwaliteiten vormde. Daarna stak ik de grens over naar België richting Moeskroen  Daar tekende ik ook mijn eerste contract.  Aanvankelijk een “contract beloften” en nadien een profcontract.  Ik speelde met de Beloften, trainde met de A-kern en speelde ook een wedstrijd met de fanions.

Na een zestal jaar “Hurlus” trok je terug richting Frankrijk?

Inderdaad.  Van 2006 tot 2011 speelde ik voor ES Wasquehal ( D4, CFA en CFA2).  Ik speelde er quasi alle wedstrijden en was ook twee seizoenen kapitein.  Eén exploot van Wasquehal was toen we in 2011 tot de 1/16 finale van de “Coup de France” konden doorstoten.

De liefde met Moeskroen was nog niet over, want in 2011 stond je opnieuw op “Le Canonnier”?

Ditmaal bij het “nieuwe” Moeskroen, RMP.  Ik verbleef er vier seizoenen, waarvan drie in tweede afdeling en één in eerste.  Ik speelde er zowat een honderdtwintig wedstrijden.  Dat ik er als verdediger ook heel wat doelpunten maakte?  Ik ben sterk in de lucht en trof zowat een dozijn keer raak. Het is niet de nationaliteit maar de kwaliteit van de spelers op het terrein die van tel is

Je bleef in België en verkaste naar Deinze.  Daar kwam je ook een oude bekende tegen en enkele andere Cercle-oudgedienden?

Dennis van Wijk was er trainer, maar zijn assistent was Geoffrey Claeys met wie ik nog samen speelde bij Moeskroen.  Na het vertrek van van Wijk werd Geoffrey hoofdcoach.  Dat was wel een speciale relatie natuurlijk, een voormalig collega-speler die je hoofdtrainer wordt.  Maar dat verliep zeer goed.  Nadien kwam Regi Van Acker overnemen.  

Ik speelde ook naast een andere Cercle-bekende, Hans Cornelis.  Ik heb het wel niet met hem over Cercle kunnen hebben want tijdens het seizoen was er nog geen sprake van dat ik naar hier zou komen.  Dit gebeurde, tijdens de vakantie, compleet onverwacht.

Hoe dan?

Na afloop van de vorige competitie bij Deinze vertrok ik op vakantie.  Ik kreeg een telefoontje van François Vitali (nvdr: onze nieuwe sportief directeur) om mijn situatie bij Deinze te schetsen.  Ik vertelde hem dat ik nog een jaar onder contract lag.  Vanzelfsprekend had ik interesse in het nieuwe project van Cercle, maar gezien mijn lopende contract lag dit niet in mijn handen.

Ik belde naar coach Regi Van Acker.  Hij was bereid mij te laten gaan gezien de mooie kans - en het mooie Cercle-project - die ik kreeg op mijn leeftijd.  Hij gaf mij “groen licht”.  De voorzitter van Deinze zag dit echter anders en wou mij aan mijn contract houden.  Er is onderhandeld tussen de twee besturen die uiteindelijk tot een overeenkomst kwamen.  Zo tekende ik hier voor een jaar.

Laten we nog even bij Deinze blijven.  Het was een bizar verhaal wat zich vorig seizoen afspeelde, niet?

Eigenlijk begon het reeds het jaar voordien.  Door de op til zijnde competitiehervorming diende de ploeg bij de eerste acht te eindigen.  Het bestuur stelde een heel competitieve ploeg samen, maar op het eind waren we er net niet bij.  Het vorige seizoen startte dus in de nieuwe 1e amateur liga.  Alles verliep lekker en we concurreerden met Beerschot toen we plots, na enkele maanden competitie, door een klacht van Seraing, tientallen punten afgetrokken werden (nvdr: dit kwam door het al dan niet reglementair opstellen van een speler – het ganse verhaal weergeven is te uitgebreid).  Je kunt je voorstellen dat dit mentaal enorm zwaar was voor de spelers en de ploeg.  Uiteindelijk haalde de voorzitter en de advocaten toch het gelijk naar Deinze.  In plaats van de top dreigde immers de degradatie door een administratieve aangelegenheid.  Zonder dit feit haalden we ongetwijfeld een beter eindresultaat.

Hier bij Cercle zit je tussen tal van landgenoten?

Ik kende dit ook reeds bij Moeskroen toen Lille ze overgenomen had.  Het is echter niet de nationaliteit maar de kwaliteit van de spelers op het terrein die van tel is.  Of het nu Fransen, Argentijnen, Spanjaarden of wat dan ook zijn, dat is niet van tel.  We hebben een goede ploeg.

We gaan er het maximum aan doen om dit jaar de promotie te realiseren. De kern is tamelijk uitgebreid.  Er is een grote concurrentie. Zo maak je vooruitgang als speler en als ploeg.  Het project van Cercle is ambitieus en daarvoor moet je ook ambitieuze spelers hebben.  De concurrentie zal de groep goed doen.

Benjamin staat als begrip voor “de jongste”, maar je bent hier meer “de Nestor”?  (nvdr: spreekwoordelijk “de oudste en eerbiedwaardigste persoon in een vereniging of gezelschap” – afkomstig uit de Griekse mythologie)

Dat is een van de redenen waarom de technisch directeur mij hier wou.  Met de ervaring die ik opdeed bij Moeskroen in het project Lille-Mouscron, weet hij dat hij op mij kan rekenen om de jongeren hier te ondersteunen.  Het omkaderen van de jongeren is een van mijn doelstellingen.  Anderzijds ben ik hier natuurlijk vooral om te spelen.  Dat ik actueel 2e kapitein ben?  Op dit ogenblik kiest de coach daarvoor.  Het is een rol die me ligt.  De jongeren omkaderen, er naar schreeuwen als het nodig is en “copain” zijn in de andere gevallen.  Er moeten enkele dergelijke spelers zijn in een ploeg.

Wat niet onbelangrijk is, je bent voetbal-Belg?

Ja, ik word beschouwd als voetbal-Belg op het scheidsrechtersblad.  Ik genoot een deel van mijn jeugdopleiding bij Moeskroen en finaliseerde het ook daar.  Vandaar. 

In je periode bij Deinze stelde je in een interview dat je doel was om ooit nog eens terug in 1A te spelen, een competitie waar je bij Moeskroen van proefde.

Vanzelfsprekend! Als je er eenmaal van proefde wil je meer.  Op mijn leeftijd kan dit Groen-Zwarte project me naar de Jupiler League leiden.  We gaan er het maximum aan doen om het dit jaar te realiseren.

En familiaal?

Ik ben gehuwd en heb twee kinderen.  Een jongen en een meisje.  “Le choix du roi” (1).  Ik woon in Frankrijk, in Hem, vlakbij Roubaix en op een boogscheut van de Belgische grens.

((1) Nu we toch geschiedkundig bezig zijn in dit artikel: dit begrip stamt uit de middeleeuwen toen vorsten en aristocraten een zoon wensten om hun naam verder te zetten en hun bezittingen te behouden en daarnaast een meisje om uit te huwelijken in een andere belangrijke familie om zo de macht te kunnen uitbreiden.) 

Stout slotvraagje.  Ik las ooit ergens dat uw favoriete Franse ploeg Bordeaux is.  Mag je dit hier wel uitspreken?

(lacht) Ik heb steeds van die ploeg gehouden.  De generatie van Lizarazu, Zidane, Dugarry, … de tijd van het grote Bordeaux.  Het is gebleven (met een verontschuldigende glimlach).

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Historiek van de shirtsponsors

Actueel zijn de Cercle-truitjes maagdelijk blank op de borst.  De fiere witte dwarslijn loopt ononderbroken van de rechterschouder tot de linker heup.
Door de jaren heen prijkten er echter vijftien verschillende hoofdsponsors op de truien.  Recordhouders (8 seizoenen) zijn onze recentste hoofdsponsor, die thans nog steeds op de rug prijkt, ADMB en ABB-verzekeringen.  Rodenbach, die voor de supporters (naast Ysco) de lekkerste sponsor was (gezien de talloze gratis vaten…), prijkt op nr 3 met zes seizoenen. 

De eerste vorm van sponsoring op de voetbaluitrusting kwam er bij Cercle in de jaren ’60.  Het betrof eerst CULLIGAN (waterverzachters, koelers, …) en daarna de olieproducten “SINCLAIR” (Amerikaanse maatschappij opgericht in 1916 en genaamd naar de stichter).  Deze publiciteit kwam voor op de trainingsvesten van de spelers.  Shirtreclame was toen nog niet toegelaten.  

Het logo van Sinclair was een groene dino (eigenlijk een Brontosaurus).  Ik herinner me nog goed hoe voorafgaand aan sommige wedstrijden de spelers plastic groene dino’s in de tribune van het Edgard De Smedtstadion gooiden.  
Even als uitsmijter: het dino logo werd gekozen omdat de firma een link wilde leggen met de enorme ouderdom van de grondstof waaruit hun producten gemaakt werden (en nog steeds worden).

1966-1967

1967-1968

 Vanaf het seizoen 1972-1973 werd shirtreclame (onder strikte voorwaarden zoals één hoofdsponsor en niets meer) toegelaten.  Meteen ook de aanleiding waarom de thans befaamde retro-truitjes slechts één volledig seizoen gedragen werden (1971-1972).
Cercle begon met een smakelijke sponsor, nl. het product met de toepasselijke naam “GOAL” van Chocolade Jacques.

Op de ploegfoto van het seizoen 1973-1974 prijken de spelers weliswaar nog eenmaal met de mooie truitjes met C-logo, maar algauw wijzigden de truitjes met een nieuwe sponsor, nl de ferry maatschappij TOWNSEND THORESEN met aanlegplaats in Zeebrugge.

Met het West-Vlaamse YSCO kwam er stabiliteit in deze sponsoring, want de ijsjesfabrikant prijkte drie seizoenen op de truien (74-75, 75-76 en 76-77).

1974-1975

Nog meer stabiliteit in de volgende veertien seizoenen.  ABB-verzekeringen nam de eerstvolgende acht jaar voor zijn rekening (77-78 t/m 84/85).

1982-1983

De volgende zes jaar (85-86 t/m 90/91) waren voor RODENBACH.  Een periode waar de (dorstige) supporters met heimwee aan terugdenken.  Niet alleen omwille van het voetbal (met de klassespelers die we in die periode hadden), maar zeker ook omwille van de gulle sponsor naar de supporters toe…

1986-1987

In 1991-1992 een kort intermezzo met 49-JEANS dat eerder ook al sponsor van onze buren geweest was.

Toen volgden drie jaar met het Brugse benzine/diesel merk PETROS (92-93 tot zowat half 94-95).  Door “omstandigheden” werden die drie seizoenen niet voltooid en kwam het sokkenmerk BREITEX voor de rest van het seizoen op de shirts.

 Vervolgens, 95-96 en 96-97, kwam YSCO terug op de proppen en viel ook een regelmatig  gratis ijsje in de gratie van de supporters.

Daarna ging Cercle de “auto-toer” op met RENAULT, welke vier seizoenen op de groen-zwarte shirts prijkte (97-98 t/m 00-01).

1998-1999

Wat de nieuwe sponsor in 2001-2002 inhield, was niet zo meteen duidelijk voor de modale supporter.  Het betrof RES, een Barter-system waarbij o.a. handelaars onder elkaar konden/kunnen afrekenen met een eigen puntensysteem dat een geldwaarde vertegenwoordigde.  RES bleef twee seizoenen sponsor, het 2e seizoen in co-sponsoring met Standaard Boekhandel, en pikte ongetwijfeld een graantje mee met de extra publiciteit bij de promotie naar 1e afdeling in 2003.

De daaropvolgende twee seizoenen (03-04 en 04-05) was het lezen geblazen want STANDAARD BOEKHANDEL van voorzitter Frans Schotte blonk op de truien.

Tijdens de drie seizoenen nadien kregen we telkens een nieuwe hoofdsponsor en telkens uit een volledig andere branche.  In 2005-2006 was het de nationale telefooninlichtingendienst 1207, in 2006-2007 de voedingssupplementen VITAFYTEA en in 2007-2008 de campingvakanties VACANSOLEIL.

  

Ik schreef reeds dat in de jaren ’70 en ‘80  er een behoorlijke stabiliteit was i.v.m. de hoofdsponsors.  In het seizoen 2008-2009 zette ADMB de eerste stap om zich naast sponsor ABB-verzekeringen van destijds te plaatsen.  Deze HR-dienstengroep bleef eveneens maar liefst acht seizoenen hoofdsponsor van Cercle en is nog steeds co-sponsor (rugreclame).

Tijdens het vorige seizoen (2016-2017) had Cercle geen hoofdsponsor maar stond de vermelding van BUSINESS KRING 12 op de truien.

Noot: Van zodra dit toegelaten was prijkten ook tal van cosponsors op de shirts.  Vaak ook trouwe.  Niet in het minst de firma VAILLANT die Cercle zowat 25 jaar sponsorde met o.a. rugpubliciteit.

Tot zover dit beknopt overzicht betreffende zowat vijfenveertig jaar hoofdsponsors op de groen-zwarte truien.

 

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Niet uit de lucht gegrepen - Hans Gerard

Het is geen toeval, lezer, dat de ex-Cerclespeler van wie u een interview voorgeschoteld krijgt, Hans Gerard is.  Hebt u de Shot-on-Linerubriek: “Cercle en Brugge door de jaren heen, deel 204 “ van 19 mei 2018 gelezen, dan begrijpt u meteen wat de aanleiding tot dit interview was.   Wellicht hoopte u zelfs dat er klaarheid zou volgen op wat u daar te lezen kreeg.  Is het u niet duidelijk waarover het hier gaat, dan raad ik u aan dat ‘deel 204’ door te nemen , bij voorkeur nog voordat u verder leest.  Vooraleer we over ‘dat hoofdstuk’ uitweiden, heeft Hans echter nog iets heel anders te vertellen…

Toen ik je telefonisch contacteerde, Hans, zei je me dat het een wonder is dat jij nog kunt geïnterviewd worden.  Blijkbaar had een recent ongeval fataal kunnen zijn voor jou?

Ja, en dat is pas drie maanden geleden.  In Sint-Pieters werd ik op het fietspad door een auto aangereden.  Die wagen zwierde mij in de lucht.  Ik kwam eerst op het dak ervan terecht en daarna op de grond.  Er was spoedig maar langdurig medische hulp, en ik kwam op de afdeling intensieve zorg van het AZ Sint-Jan terecht.  Om het uur kreeg ik er verzorging,  twaalf dagen lang.  Het zag er niet goed uit: ik lag daar met mijn nog recente ‘nieuwe heup’ verbrijzeld, schouderblad en vijf ribben gebroken, rechter schouder volledig uit de kom, een klaplong, genaaid zowel bovenaan als onderaan.  Eigenlijk heb ik geluk gehad in mijn ongeluk, maar dat mijn herstelproces nu bijzonder vlot verloopt is geen toeval.  Dat heb ik aan mijn positivisme te danken.  Mijn lichaam en mijn geest zijn al lang zo harmonisch op elkaar afgestemd dat ik fysiek en psychisch in een perfect fifty-fifty evenwicht leef.  Vóór mijn ongeval fietste ik dagelijks dertig tot veertig kilometer.  Kijk je hier even rond, dan vallen je ogen niet alleen op een hometrainer, maar je ziet overal  boeken en brieven liggen.  Dit Franstalige boek hier, “Energie Cosmique”, is toplectuur. Hadden alle mensen er maar een idee van wat uitgaat van een goede lichamelijke conditie en ontvankelijkheid voor de geesteskracht van een positieve levenshouding!

Niet alleen een wonder, ook een geluk voor jezelf en voor onze lezers is het,  Hans, dat ik je vandaag mag interviewen.  Je speelde drie jaar voor Groen-Zwart, van 1957 tot ’60.  Het is duidelijk dat het venijn in de staart zit, maar beginnen we toch maar bij jouw prilste begin.  Op 1 april 1936 werd er in Nieuwpoort een wel heel bijzondere aprilvis geboren.  Waren er onder de mensen die bewonderend in het wiegje keken ook broers of zussen van je, of kwam je ter wereld als de eerstgeborene van het gezin?    

Ik was de derde in de reeks van tien kinderen - eigenlijk de vierde, maar een zusje was gestorven.  Mijn vader was een hardwerkende landmeter, die duidelijk liet verstaan dat hij ons  liever over de studieboeken gebogen zag dan aan het sporten.  Mijn moeder werd door iedereen als een heel bijzondere persoonlijkheid erkend.  Voordat ze trouwde was ze hoofdverpleegster bij de bekende professor en chirurg Joseph Sebrechts in Brugge, en thuis was ze een fantastische moeder, die tegelijkertijd als een dokter was voor ons. 

Je voetbalde al in de wieg?

Al vroeg ‘sportte’ ik graag.  Fietsen, tennis, wat atletiek, lopen vooral.  Toch spande voetbal de kroon.  En het ging goed.  Wat schiet er zo meteen mijn geheugen te binnen?  Een matchke dat we met 9-4 wonnen toen ik nog kind was.  Ik scoorde er vijf van de negen.  En dat deed de ronde in Nieuwpoort!   Ook herinner ik me levendig een match op de Gistfabriek tegen ‘de Frères’: ‘k Zal dan twaalf geweest zijn, en ik mocht meespelen met de ploeg van het Brugse Sint-Lodewijkscollege.  Ik studeerde er Grieks-Latijn, en sommige spelers waren vijf jaar ouder dan ikzelf.

"Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij"

Toch was je al 21 toen je van Nieuwpoort in Provinciale naar Cercle trok in de op één na hoogste afdeling van het land.  Was Cercle een zeer bewuste keuze?

Eigenlijk niet.  Ik kende Cercle nauwelijks, had er nog geen enkele wedstrijd van gezien.  Het was Robert Braet die het klaar kreeg om me naar Cercle te loodsen.  Ook A.S. Oostende was een mogelijkheid geweest.  In de loop van mijn voetbalcarrière is een transfer naar een andere ploeg meer dan eens ter sprake gekomen.  Ik kon naar Anderlecht, maar mijn vader lag dwars wegens mijn studies architectuur aan Sint-Lucas in Gent - later heb ik  voor de bouw gewerkt, maar langer als verzekeraar.  Nadat ik goed presteerde als gelegenheidsspeler op Clubs Paastornooi, waar het heerlijk samenspelen was met technisch knappe spelers als Berre Deurwaerder en Fernand Goyvaerts, keek Club onder trainer Höffling begerig naar mij uit.  Ik ben zelfs bij Michel Van Maele thuis op bezoek geweest, maar Cercles bestuur, vooral Lucien Dhondt,  was niet te vermurwen.  Na de inhuldiging van Cercles lichtinstallatie  met een match van Groen-Zwart tegen Stade Reims in november 1957 had ik naar die Franse kampioeneploeg gekund.  En nadat ik al weg was bij Cercle had Beerschot een goed bod voor mij over.  Kijk, dat zijn dingen die ik me allemaal herinner, maar feitelijk  was het mij grotendeels gelijk voor welk team ik speelde.  Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij.  Ook nu nog volg ik graag matchen op tv, maar niet om het even welke.  Genieten kan ik alleen van creatief voetbal, individuele nummertjes, vlug doorspelen van de bal,  posities innemen, knappe combinaties, opentrekken van het spel.  Velen die naar het voetbal gaan, kijken haast uitsluitend naar de bal.  Ze zien die vliegen van achter naar voor, van rechts naar links,  heen en terug, maar ze hebben er geen oog voor hoe de spelers patronen vormen over het terrein.  Gisteren zag ik de Belgen in hun laatste oefenpot voor het WK 4-1 winnen tegen Costa Rica.  Wat een genot voor het oog Kevin De Bruyne en vooral Eden Hazard over het veld te zien draven met de bal aan de voet of positie kiezend om gaten te kunnen trekken.  Vraag me niet of voetbal oorlog is of  feest: het is alleen voetbal als het een spel is, een spel waarbij je kunt genieten van het oogstrelende, vooreerst als speler, maar evenzeer als toeschouwer.  Al speelde ik destijds natuurlijk om te winnen, het zal wel waar zijn dat ik soms eerder uit was op het speelse, het technisch vaardige, het creatieve, dan op het resultaat: Ik dribbelde zo graag…  

Bij Cercle maakte je vlug furore.  Maar heel lang duurde de pret niet.  Na drie jaar kwam er een bizar slot aan.  Op het einde van het seizoen 1959-’60 kreeg Cercle nog onverhoopt de kans om naar de hoogste afdeling te promoveren.  De beslissing viel bij een testwedstrijd tegen Patro Eisden op het veld van Club Mechelen (het huidige YR KV Mechelen).  Cercle verloor met 2-1.  Ik herinner me die match bijzonder goed en toen ik naar huis reed, was ik niet alleen over de uitslag ontgoocheld maar ook over het gebrek aan strijdlust bij Groen-Zwart. Toen, jaren later, het prachtige “Cercle Brugge KSV 1899-1989” van Roland Podevijn van de drukpersen kwam, las ik erin: “De wedstrijd mondde voor de talrijke Brugse supporters uit op een enorme ontgoocheling.  Na een effenaf teleurstellende Cercleprestatie werd er met 2-1 verloren.  Enkele spelers hadden tegen hun gewoonte in opvallend gelaten, inspiratieloos en ondermaats gevoetbald … Dat was niet ‘normaal’!”  Jij, Hans, kon het niet geweest zijn die ‘ondermaats’ presteerde, want  … nadat je 12 goals had gescoord in 24 matchen, was jij er niet bij – je mocht er niet bij zijn!  Maar wat las ik enkele dagen geleden op Shot-on-Line?  Weliswaar had ik al ‘geruchten’ die niet minder suggestief waren dan bovenstaand citaat voordien opgevangen, maar wat ik daar las, was niet om er stil bij te blijven zitten.  Vandaar het verzoek van onze hoofdredacteur om te luisteren naar jouw visie erop.

[Ter wille van de lezer die het vermelde ‘deel 204’ niet leest, citeer ik één zin uit die tekst, kort na de testmatch in het Brugsch Handelsblad verschenen:  “De trainer en zijn blinde volgelingen hebben waarlijk te veel ‘met zijn voeten gespeeld’ en anderen zouden het wellicht reeds lang stilgelegd hebben.”  Na lectuur van de volledige tekst, reageerde Hans als een gentleman: feiten ontkennen kon hij niet, schuldigen vrijpleiten kon hij evenmin, maar hij stond erop ook na zo lange tijd de sluier van de anonimiteit te behouden boven het hoofd van wie trainer Delfour zijn eigenzinnigheid liet doordrijven.]

Straks is het zestig jaar geleden, Hans, maar hoe kijkt u op de dag van vandaag daar tegenaan?

Al wat hier gezegd wordt, klopt.  En de testwedstrijd heb ik gezien … van op de tribune.  Hoe zat het allemaal juist in elkaar?  Heel het gebeuren, heel de achtergrond ervan, was mij duidelijk van naaldje tot draadje.  Het was trouwens niet de eerste keer dat het voor de spelers interessanter was niet te winnen, en dat niet alleen voor hen die vermoedelijk geen kans zouden krijgen in de hoogste afdeling.  Er komt nu nog een binnenpretje bij me op als ik denk aan een match op A.S. Oostende.  Wat panikeerden we toen Vic Derboven ons van ver van het doel af op voorsprong schoot!  We mochten niet winnen, en ja, hoor, het lukte ons om met 3-2 het onderspit te delven.  Dat was nog vóór het seizoen dat op die testmatch eindigde.  Ja, dat ik al een tijdje voor de testmatch aan de zijlijn gehouden werd, niet zelf het veld mocht opdraven, lag inderdaad zoals het artikel te verstaan geeft, niet alleen, zij het wel vooral, aan Edmond Delfour.  Ik weet heel goed hoe ik hem op de tenen had getrapt, maar wat zou eraan gewonnen zijn als ik dat uit de doeken deed?  Het komt er wel op neer dat ik mijn ogen niet sloot waar hij me dat liever had zien doen.  Wat kan ik hier verder nog over zeggen?  Dit alleszins, dat ik er geen trauma aan overgehouden heb, lang niet.  Ik had graag bij Cercle gespeeld, maar zo kon het niet verder.  Als het er zo aan toeging, kon ik er geen plezier meer aan beleven.  Ofwel voetbalde ik niet meer, ofwel werd ik getransfereerd.

Het werd een transfer naar Union Sint-Gillis, en kwalijk viel dat nu precies ook niet uit, want ‘den Union’ speelde in de Eerste Afdeling.  Cercle promoveerde dus niet, maar jij wél!

Bij Union kwam ik wel in onze hoofdstad terecht, maar niet in de hemel!  Ik was er semiprof, maar er was meer dat tegenviel dan dat er meeviel.  In een match tegen Beerschot werd ik brutaal gekwetst.  Er volgde een meniscusoperatie, en daarbij werd ik ‘mismeesterd’.  Onze trainer was niet vrij van vriendjespolitiek, en op het einde van mijn tweede jaar degradeerden we.  S.K. Roeselare lijfde me in, en ik trof er Robert Goethals aan, die een prima trainer was en mij weer intense vreugde in het spel bezorgde. Toen hij drie jaar later naar V.G. Oostende trok, vroeg hij me mee, en met de kustjongens speelden we kampioen.  Ten slotte heb ik nog even in Wevelgem gevoetbald.  Tijdens het weekend gaf ik daar tennisles, en dat ik een half jaartje trainer-speler werd bij S.V. was grotendeels een vriendendienst.

Na de desastreuse testmatch halfweg 1960 vreesden velen dat het met Cercle  bergaf zou gaan, te meer doordat jij er niet meer bij was, maar promotie was slechts uitgesteld.  Eén jaar later promoveerde Cercle als tweede, samen met kampioen Diest. Weet je nog hoe dat bij jou overkwam, hoe jij daar tegenaan keek?

Wel, al speelde mijn broer Jo nog bij Groen-Zwart, zelf had ik niet alleen niets meer met Cercle te maken, maar ook psychisch had ik afstand genomen van wat toch voorbij was.  Voetbal is in tegenstelling tot mijn druk zakenleven altijd een bijzaak geweest voor mij.  Ik draag Cercle geen rancune toe, en vanuit de loges samen met Fernand Van Damme, zoon van de gewezen burgemeester van Brugge en ex-voorzitter van Cercle, heb ik Groen-Zwart later nog een aantal matchen zien spelen in Jan Breydel.  

Hans woont in hartje Brugge, in het Prinsenhof, zijstraat van de Geldmuntstraat.  Hij is 82 jaar jong.  Dat ‘jong’ schrijf ik niet zomaar.  Erop wijzend dat voor nogal wat mensen op zijn leeftijd de dagen eentonig verlopen, dat elke volgende dag hun als een herhaling van de vorige overkomt, vroeg ik Hans of hij dat ook zo aanvoelde.  Het was eigenlijk een retorische vraag.  Hans’ vitaliteit was me al duidelijk vanaf het begin van het gesprek. Ik kon dan ook niet verwonderd zijn over het centrale woord van zijn antwoord: net zoals bij het voetbal is hij dag in dag uit op niets meer uit dan op ‘creativiteit’.  “Altijd ben ik creatief bezig,” beklemtoont hij, “ik denk, ik lees, ik schrijf, onophoudelijk gedreven door kosmische energie, de basis van het ontstaan en het bestaan van ALLES.”

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Jonge spelers begeleiden is onderdeel van mijn job - Jérémy Taravel

De donderdag voor de laatste wedstrijd van het kalenderjaar had ik een gesprek met Jérémy Taravel.  Dat gesprek vond plaats in de rijkelijke beheerraadszaal van Cercle Brugge K.SV.  Net voor de ochtendtraining maakte de dertigjarige Fransman even wat tijd vrij voor een interview.  Hij is bezig aan zijn eerste seizoen bij Cercle en kwam in het tussenseizoen over van AA Gent.  Hij heeft er al een rijkgevulde carrière opzitten en naast zijn functie als speler is hij ook belangrijk als klankbord voor de vele jonge Franstalige spelers die Cercle aan boord heeft.   

Jérémy, je bent een bekend gezicht op de Belgische velden.  Toch heb je ook al ervaring in eigen land en in Kroatië.  Kun je even je sportieve carrière tot nu toe schetsen voor onze lezers?  

Ik begon als zesjarige te voetballen bij lokale ploegen.  Ik ben geboren in Vincennes in de buurt van Parijs.  Vanaf 2003, ik was toen zestien, verdedigde ik twee seizoenen de kleuren van US Crétail-Lusitanos.  Daarna kwam het grote Lille aankloppen.  Daar vervolledigde ik mijn jeugdopleiding en kreeg ik in het seizoen 2007-2008 mijn kans in de eerste ploeg. De concurrentie was evenwel hevig.  Ik deed er toch veel ervaring op.  We hadden toen echt een goede ploeg.  Het tweede seizoen dat ik bij de grote jongens van Lille speelde, werd ik tweemaal uitgeleend.  Een half jaar aan Troyes en de tweede seizoenshelft belandde ik in België, bij Zulte Waregem.  

Bij Zulte Waregem ging het goed, je werd dan ook snel definitief overgenomen door het team van Francky Dury.  

Inderdaad.  Ik leerde in dat eerste half jaar erg veel bij van Francky Dury.  Vooral op het mentale vlak groeide ik enorm.  Bovendien kreeg ik ook de nodige speelkansen.  We eindigden dat seizoen trouwens knap vijfde.  Zulte Waregem en Lille geraakten het snel eens in het tussenseizoen en ik kon ook het seizoen daarop de kleuren van Zulte Waregem verdedigen.  Dat tweede seizoen eindigden we zesde.  

Na anderhalf jaar Zulte Waregem, volgde een langere periode bij Sporting Lokeren.  Je  bleef er maar liefst vier seizoenen, van 2010 tot 2014.  

Dat klopt.  Met Lokeren kende ik een erg goede periode.  We plaatsten ons twee seizoenen op een rij voor Play Off 1.  Bovendien konden we ook een bekerfinale spelen op de Heizel.  We wonnen toen met het kleinste verschil van KV Kortrijk.  Samen met Mijat Maric vormde ik bij de Waaslanders een complementair duo.  We speelden bijna alles, enkele kleine blessures niet te na gesproken.  In totaal speelde ik meer dan 100 wedstrijden voor Lokeren.  Het is een periode om nooit te vergeten.  

Nadien volgde dan de stap naar het buitenland.  Het werd Dinamo Zagreb in Kroatië.  Hoe beviel je dat?  

Erg goed.  Het was voor mij het moment om de stap te zetten.  Ik kende er een leuke tijd en kon veel spelen.  Op een erg hoog niveau, mag ik wel stellen.  We werden tweemaal kampioen en pakten de beker.  Ook Europees speelden we onze wedstrijden.  Het was een stap die ik me zeker niet heb beklaagd.  Mijn eerste kind werd er geboren en familiaal was het beter om na die twee seizoenen opnieuw naar België te gaan.  

Dat werd Gent, maar een succes werd het niet?  

Dat kun je wel zeggen.  Om allerlei redenen klikte het gewoon niet in Gent.  Ik wil daar niet verder over uitweiden, want dat is het verleden.  Ik werd uitgeleend aan het Zwitserse Sion, maar ook dat werd een maat voor niets.  In het vorige tussenseizoen waren er verschillende contacten, maar Cercle Brugge was het meest concreet.  Ik tekende een contract voor twee seizoenen.  

"Dit is echt wel een hoog niveau voor een ploeg in 1B.  Een hoog niveau dat uiteindelijk moet leiden tot de promotie."

Waarom werd het Cercle Brugge en wat was je eerste indruk van de ‘vereniging’?  

Het eerste gesprek was met Francois Vitali.  Ik kende hem nog van bij Lille. Dat eerste gesprek was meteen veelbelovend.  Bij het tweede gesprek kwam ook de toenmalige trainer José Riga erbij.  De gesprekken evolueerden zo goed, dat ik uiteindelijk niet lang twijfelde om hier aan de slag te gaan.  Het is echt een goed project.  Het is niet alleen maar wat spelers kopen en hopen dat de promotie gerealiseerd wordt.  Het is het totale plaatje dat klopt.  De omkadering, de faciliteiten, de begeleiding, het feit dat we elke wedstrijd op afzondering gaan, de aankomende winterstage in Spanje… Dit is echt wel een hoog niveau voor een ploeg in 1B.  Een hoog niveau dat uiteindelijk moet leiden tot de promotie.  

Het huidige seizoen verloopt wat wisselvallig.  De eerste periode eindigde Cercle derde, momenteel volgen we op vier punten van leider Lierse.  

De eerste periode was niet makkelijk.  We moesten echt bouwen aan een nieuwe ploeg.  Bijna alle spelers waren nieuw.  Dat kost natuurlijk tijd en dat was ook ingecalculeerd.  Toch deden we het niet onaardig en konden we zelfs meer punten gehaald hebben mits wat meer geluk.  Momenteel zijn we vijf wedstrijden ver in de tweede periode en totaliseren we acht punten.  Lierse won bijna alles, maar verloor vorig weekend.  Het is een reeks waar de verschillen erg klein zijn en waar we elke match alles moeten geven.  

Ondertussen hebben we ook een nieuwe coach met Frank Vercauteren.   Hoe schat je hem in?  

Elke trainer legt zijn eigen accenten.  De nieuwe trainer heeft veel gesprekken gevoerd, zowel individueel als in groep.  Hij luistert ook naar de inbreng van de spelers.  Momenteel spelen we een systeem met drie centrale verdedigers.  Dat systeem past echt wel bij de groep die we hebben.  Drie centrale verdedigers of twee, dat maakt voor mij eigenlijk niet uit.  De coach zit er trouwens kort op en is erg aanwezig.  

Je bent met je dertig jaar één van de anciens in de ploeg.  Hoe vul je die rol in?  

Ik heb inderdaad de nodige ervaring en ik probeer dat zeker in het elftal binnen te loodsen.  Samen met jongens als Koné en Mercier probeer ik de jonge spelers wat te coachen.  Zowel op het veld als buiten de lijnen.  Er zitten inderdaad erg veel jonge spelers in de kern.  Spelers die soms ook voor het eerst in het buitenland spelen.  Dat is voor hen een erg grote stap.  Samen proberen we ze dus te begeleiden.  

Hoe schat je de rest van het seizoen in?  

We moeten gewoon blijven werken.  Elke dag op training en elke wedstrijd moeten we het volle pond geven.  1B is een reeks waar het kort bij elkaar ligt en waar mentaliteit zeer belangrijk is.  Ik wil zeker de nodige mentaliteit in de ploeg brengen.  

Tot zover het aangenaam gesprek met Jérémy Taravel, een ancien die zijn rol zowel binnen als buiten de lijnen zeer ter harte neemt! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Integratie verloopt vlot - Guévin Tormin

In de aanloop naar de twee thuiswedstrijden tegen SK Lierse en Beerschot-Wilrijk trok ik nogmaals richting het spelershome van Cercle Brugge.  De spelers waren nog volop aan het ontbijten toen ik een gesprek had met Guevin Tormin.  De jonge Fransman van 19 kwam in het tussenseizoen over van AS Monaco.  Een gesprek over zijn verleden, zijn tijd bij Cercle en de ambities op korte en lange termijn.  

Guevin, je bent bezig aan je eerste maanden bij Cercle Brugge.  Kun je je sportieve carrière tot nu toe even schetsen voor onze lezers?  

Ik ben 19 jaar en ben sinds deze zomer inderdaad een speler van Cercle Brugge.  Ik heb een contract bij AS Monaco en wordt door hen uitgeleend aan Groen-Zwart.  Samen met Paul Nardi, Jordy Gaspar, Jonathan Mexique en Tristan Muyumba.  In 2012 maakte ik de overstap naar de academie van AS Monaco.  Tot dan toe speelde ik bij de jeugd van Red Star Parijs.  

Je hebt er ondertussen al een paar maanden bij Cercle opzitten.  Wat was je eerste indruk van de vereniging?  

Ik moet eerlijk toegeven dat ik Cercle Brugge niet kende.  Van de Belgische ploegen kende ik enkel Anderlecht, Gent en de buren van Club Brugge.  Maar ik leerde in die eerste maanden Cercle en Brugge beter kennen.  De eerste indruk was dus echt goed.  De nieuwe spelers werden erg goed ontvangen en ook de faciliteiten zijn hier zeer aardig.  Er is een goed oefenveld en ook naast het trainen en het spelen van de wedstrijden is alles goed geregeld voor de spelers.  Voor jonge gasten als ik is het buitenland een grote stap.  Maar er wordt hier alles aan gedaan om die stap zo goed mogelijk te verteren.  

"De wedstrijd tegen KRC Genk wordt voor ons een leuke wedstrijd."

Even over de ambities.  Wat is de ambitie met de ploeg en wat is je persoonlijke ambitie in je carrière?  

Er is gewerkt aan een zeer competitieve ploeg.  De concurrentie is zeer groot en dat komt het niveau alleen maar ten goede.  Het houdt iedereen scherp en iedereen wil gewoon spelen.  De ambitie met de ploeg is dan ook zeer duidelijk.  Cercle wil terug naar het hoogste niveau en daar zullen wij alle aan doen.  De persoonlijke ambitie op de korte termijn is om het hier zo goed mogelijk te doen en ervaring op te doen.  Op lange termijn keer ik terug naar Monaco en probeer ik daar de eerste ploeg te halen.  

Hoe blik je terug op de eerste wedstrijden?  In de competitie werd er zes op negen gehaald?

In de competitie hebben we eigenlijk al alles meegemaakt.  Op Westerlo kwamen we achter, maar toonden we de nodige mentale weerbaarheid om het nog recht te zetten.  Thuis tegen Union brachten we echt goed voetbal en wonnen we ook erg verdiend.  De uitmatch op Leuven was er één om snel te vergeten.  Alles liep fout en Leuven scoorde bij elke mogelijkheid.  We hebben veel geleerd tijdens die wedstrijd.   De competitie is hier ook veel intenser en fysieker dan in Frankrijk.  Dat is voor mij het grootste verschil.  Maar het is goed dat ik hier echte wedstrijden met inzet speel.  Dit is goed in mijn ontwikkeling als speler.  Het concept van de competitie is toch ook even aanpassen.  We spelen vier keer tegen dezelfde tegenstander.  Momenteel ken ik enkel de teams waartegen we al gespeeld hebben, maar we zullen alle teams pas goed kunnen inschatten nadat we ze allemaal één keer bekampt hebben.  

In de beker werd de 1/16de finales bereikt na winst tegen Temse?  

Inderdaad.  Het was geen makkelijke wedstrijd.  Temse speelde aardig en kwam op voorsprong.  Ik kon de gelijkmaker lukken.  Tijdens de verlengingen konden we dan afstand nemen.   De volgende ronde wacht nu een thuiswedstrijd tegen Racing Genk.  Dat wordt voor ons een leuke wedstrijd.  We kunnen ons tonen en het soort voetbal dat Genk speelt moet ons wel liggen.  We zullen die wedstrijd zonder stress afwerken.  

Je bent zoals al gezegd uitgeleend door AS Monaco.  Heb je daar nog veel contacten?  

Ja, hoor.  Ik volg hun wedstrijden natuurlijk op de voet.  Vorige weekend wonnen ze nog met 6-1 van Marseille.  Regelmatig hoor ik ook wat spelers.  En ik weet dat zij ons hier op Cercle van dichtbij volgen.  

Laten we hopen dat Guevin nog vaak beslissend mag zijn voor Cercle Brugge en nog een mooie carrière kan uitbouwen! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer