koop tickets online

Cercle door de jaren heen (deel 206)

(periode van 23-07-1960 -> 06-08-1960)

  • Cercle

Het nieuwe voetbalseizoen 1960-1961 naderde op kousenvoeten.  De groen-zwarten maakten zich op om een nieuwe gooi naar de promotie te doen en hoopten dat “derde keer goede keer” ook voor hen van toepassing zou zijn…

Koning Voetbal weer in aantocht…  Cercle maakt zich klaar !” : “Deze week werd een aanvang genomen met de trainingen in het vooruitzicht van de nieuwe kompetitie 1960-1961.  Natuurlijk is het nog te vroeg om nu reeds uit te pakken met de vooruitzichten en de mogelijkheden van Cercle aangezien het hier slechts een eerste kontaktname geldt onder vorm van lichaamsoefeningen –zonder bal– om de stramme spieren los te werken, maar toch mogen we zeggen dat op het Edgard De Smedt Stadion een sfeer van vertrouwen, ja zelfs van optimisme heerst.
Van een buitengewone bedrijvigheid op de transfermarkt kan er bij de groen-zwarten moeilijk gewaagd worden al kan Eric Daels best een goede versterking zijn en kunnen in de laatste dagen nog verrassingen gebeuren.  In grote lijnen wordt dan ook de basisploeg behouden zodat van hun presteren in het komende kampioenschap heel wat zal afhangen.
Voorlopig kunnen we alleen maar hopen dat de spelers zich ten volle zullen inspannen om zo spoedig mogelijk de gewenste konditie en de juiste tred te vinden, ten einde volkomen klaar te zijn voor de officiële start in september a.s.  Verder rekenen we op een goede geest en samenwerking waartoe ook het bestuur en de trainer terdege hun steentje kunnen bijdragen.  In een ideale geest van samenhorigheid en onderling begrip moet Cercle zich dit jaar duchtig kunnen doen gelden en hun aanhangers voluit bevredigen.  Dit is onze enigste en vurigste wens die hopelijk met klank zal vervuld worden.”

Een ander artikel blikte nog even terug op de twee voorbije seizoenen toen Cercle telkens bijna de promotie te pakken had maar in extremis toch de duimen moest leggen :

“ “Derde keer, goei keer” voor Cercle ?“ : “Tot tweemaal toe werd Cercle in de afgelopen kampioenschappen op de meet geklopt voor de zo vurig betrachte promovering naar 1eklasse. Het jammerlijk en veelomstreden falen der groen-zwarten in de beslissende testmatch te Mechelen tegen Patro Eisden, ligt nog vers in het geheugen en nog dagelijks moeten we het aanhoren dat de Bruggelingen nooit meer dergelijke kans zullen krijgen !...
Zulks kan heel goed mogelijk zijn en is zeker te betreuren, terwijl het even waar is dat zware vergissingen begaan werden met verdragende gevolgen.  Maar gedane zaken nemen geen keer, zodat het best is daar niet verder te blijven bij stilstaan en de spons over het verleden te vegen.  Thans dient alles aangewend om niet meer in hetzelfde euvel te vervallen en alles in ’t werk gesteld om zich in ere te herstellen.
De grootste aandacht moet nu gaan naar het seizoen 1960-61 die voor Cercle hopelijk “derde keer, goei keer” wordt. Dinsdag woonden we de eerste training bij op de vernieuwde grasmat en we kunnen zeggen dat deze eerste kennismaking ons een beste indruk heeft gelaten.  Niet dat er geoefend werd dat de stukken er afvlogen, noch dat de meeste spelers reeds blijk gaven van een vergevorderde forme, maar de kameraadschappelijke geest en de goede verstandhouding waren opvallend en bemoedigend.
Onder leiding van de bruingebrande Delfour deden de twintigtal opgekomen spelers lichte lichaams-, lenigheids- en ontspanningsoefeningen waarin allen van goede wil getuigden.  Wij noteerden de aanwezigheid van praktisch de volledige Cercleploeg met Willy Mortier, Robert Serru, Aimé Baas, Dré Perot, Jackie De Caluwé, Noël Demey, Roger Notteboom, Gilbert Bailliu, Eric Buyse, Philemon Desmaele en Albert Michiels.  Enkel Marin Roje en Joseph Van Vlaenderen ontbraken wegens verlof.
We stipten ook de tegenwoordigheid aan van de nieuwe aanwinst Eric Daels van SV Wevelgem, een zwartharige rijzige atleet die de opgelegde oefeningen en bewegingen zeer flink uitvoerde.  Verder nog de bijzonderste invallers Acket, Wittewrongel, Jo Gerard en Verheye, de jongeren Van Hamme en Flamée en de “verloren zonen” Gaston Eeckeman en Willy Craeye.  Deze laatsten waren destijds flinke beloften, die echter bleven hangen en mits intensieve en harde training wellicht weer op het voorplan kunnen komen.
Wezen we reeds op het gemoedelijke van de eerste training die eerder een voorbereidend karakter had, dan zal de oefening echter geleidelijk harder en meer toegespitst worden.  En dat zal meer dan nodig zijn, vermits reeds op zondag 7 augustus een eerste wedstrijd dient betwist en dit in Frankrijk te Charleville waar de groen-zwarten het moeten opnemen tegen de nieuwe Franse eersteklasser Rouen.  Een gemakkelijke inzet is dat in geen geval en Cercle zal zeker behoorlijk zweten om tot een eervol resultaat te komen.
Het moet trouwens gezegd dat trainer Delfour zijn spelers weer een zeer lastig oefenprogramma in de schoenen schuift, want na deze harde inzet in Frankrijk wachten de groen-zwarten nog zware opgaven. Zo op maandag 15 augustus krijgen ze de traditionele Hollandse trip naar Breda, waarvan de terugmatch te Brugge waarschijnlijk begin september ’s avonds zal doorgaan.  Op zaterdag 20 augustus komt Beerschot op bezoek terwijl op zondag 28 augustus niemand minder dan de Belgische kampioenenploeg SK Lierse alhier te gast zal zijn.  Komt dan nog een vriendenpartij tegen Union waarvan de datum echter nog niet werd vastgesteld.
Dit alles wijst er op dat Delfour zijn spelers helemaal wil klaar krijgen voor de start van het kampioenschap op zondag 4 september a.s.  De gelegenheid om zich te roderen krijgen de groen-zwarten in ieder geval slechts voor het grijpen, maar het is nu te zien of allen zich daaraan zullen kunnen aanpassen.
De Cercledirigenten die we even uithoorden omtrent de vooruitzichten en de mogelijkheden der groen-zwarten in het komende kampioenschap, bleken zeer voorzichtig om niet te zeggen terughoudend in hun uitlatingen.  Het is een nieuw begin werd ons verzekerd, zodat men moet afwachten…  Alles hangt af van de konditie van de spelers en van het ploegverband, maar toch verwachten we en hopen we het beste.
We kunnen niet anders dan ons hierbij aansluiten en de hoop uitdrukken dat Cercle dit seizoen beter op haar zaak zal letten en met verenigde krachten hogerop zal trachten te komen.  Waar een wil is, is een weg, moet zowel voor spelers als bestuur de te volgen leidraad zijn !”

De groen-zwarten hadden zich bijna niet geroerd op de transfermarkt maar naarmate de dagen verstreken scheen hier toch wel een kentering in te komen.  Het was het Cerclebestuur menens om zich in het promotiedebat te mengen en dus mocht er op enkele plaatsen wat versterking bijkomen…

Toch nog versterking voor Cercle ?” : “De groen-zwarten hebben dit jaar geen sensationele aankopen gedaan en eerder de kat uit de boom gekeken.  Daarentegen werd Hans Gerard voor een flinke bom duiten van de hand gedaan aan Union Sint-Gillis, zodat de transferaktiviteit voor Cercle eerder een passief betekende.
In laatste instantie schijnt hierin dan toch een gunstige kentering te komen vermits op het ogenblik dat we deze lijnen schrijven vergevorderde onderhandelingen bezig zijn voor de aankoop van nog een paar spelers.
Er is o.m. sprake van de voorspeler van SC Charleroi, Willy Lambert, die over twee seizoenen topscorer was van IIe Klasse, en voor wie alleen nog enkele details dienen geregeld.
Deze week werden tevens een tweetal Hongaarse voetballers getest en ook hier kan het nog tot een akkoord komen ! Afwachten is echter de boodschap…” 

En dat het niet bij woorden bleef bewees het volgend artikel  :

Drie nieuwe spelers voor Cercle” : “In het kader van onze bijdrage over de eerste Cercletraining, lieten we uitschijnen dat de groen-zwarten in extremis best nog een paar belangrijke aankopen zouden kunnen doen.  Dit werd trouwens bewaarheid en vrijdag in de namiddag kregen we de officiële bevestiging dat nog drie nieuwe transfers tot een goed einde gebracht en ondertekend werden.
In de eerste plaats gaat het om de bekende voorspeler van SC Charleroi, Willy Lambert, afkomstig van Nijvel, een gevaarlijke doelschutter die twee seizoenen geleden aan het hoofd stond van de goalgetters van 2eklasse met meer dan twintig doelpunten.
Tevens werden nog twee Hongaren aangeworven die gekwalificeerd zijn om in de fanionploeg op te treden.  Het zijn de 22-jarige Zoltan Locskai, die verleden seizoen bijna alle matchen speelde bij de Anderlechtreserven als centervoor of inside en de 26-jarige André Gaal, die twee jaar geleden als achterspeler optrad bij de Gantoise-invallers.  Naar men ons verzekerde zijn het technisch vaardige elementen die op de afgenomen testen een gunstige indruk lieten.  Het is nu te zien hoe zij zullen presteren in kompetitie- en in ploegverband, zodat dient afgewacht of zij al dan niet aanwinsten voor de groen-zwarten zullen betekenen.”

Nvdr : naast deze drie vermelde spelers stapte ook nog de Hongaar Kovari over van Olympic Charleroi naar Cercle Brugge.  

  • Brugge

* 2018 was een lange, hete en droge zomer en overtrof daarmee de zomer van 1976 die toch in het collectief geheugen was blijven hangen als dé zomer ooit.  Dat de zomers in België ook wel eens kunnen tegenvallen hoeft geen betoog.  Blijkbaar was de zomer van 1960 er geen om over naar huis te schrijven maar ook zonder de medewerking van de weergoden zorgden de vele toeristen toch nog voor de nodige drukte in Brugge :

Steeds regen” : “Het wil maar niet zomeren : vorig jaar teisterde een grote droogte ons land, dit jaar is het tegenovergestelde het geval en volgen de regenbuien mekaar op met de regelmaat van een uurwerk.  Het is dan ook niet te verwonderen, dat men aan de kust begint te vrezen voor het goede verloop van het seizoen.  Reeds stelt men een daling van de belangstelling van de vakantiegangers voor de kust vast.  Te Brugge daarentegen is het elke dag zeer druk en laten de toeristen zich niet door regen en wind afschrikken, om in dichte drommen het centrum af te slenteren, de reien te bevaren en de musea en andere bezienswaardigheden te bezoeken. Deze week was het ook druk ingevolge de Gentse stadsfeesten, waardoor honderden “Stropkes” naar onze streek afzakten en er de goede luim inhielden.  Het was geen zeldzaamheid ’s avonds enkele Gentenaars boven hun theewater op zoek te zien gaan naar hun bus, die ze niet meer wisten staan…” 

* Er werd al een tijdje gesproken over de komst van een grootwarenhuis langs de Scheepsdalelaan maar nu leek het project wel heel concreet te worden : de bouwvergunning was (eindelijk) in orde en dus was het nu enkel nog wachten op de eerste spadesteek :

Grand Bazar zal weldra bouwen” : “De “Grand Bazar” heeft haar bouwvergunning ontvangen, om langs de Scheepsdalelaan een grootwarenhuis op te trekken.  De werken zullen binnenkort aanvangen.  Architekt is dhr. Grosemans uit Antwerpen, de ondernemer is de firma Van Riel en Van den Bergh eveneens uit Antwerpen.
Wat het tweede nieuw grootwarenhuis in onze stad betreft, nl. in de vroegere cinema “Oud Brugge”, daarover is momenteel geen nieuws, alhoewel verwacht wordt, dat in de herfst met de verbouwingswerken zal begonnen worden.”

* Heel wat firma’s kozen Brugge of de dichte omgeving er van om een vestiging te bouwen.  Wij beleefden de gouden jaren zestig : er werd geïnvesteerd, er werden jobs gecreëerd, de mensen konden sparen, kochten bouwgrond, bouwden een huis,… kortom, de economie floreerde.  Ook Oostkamp pikte zijn graantje van deze hoogconjunctuur mee : een bekende firma kwam er zich vestigen en zorgde in de streek voor heel wat werkverschaffing :

De kogel is door de kerk – “Siemens und Halske” vestigt afdeling voor het produceren van apparaten voor zwakstroom te Oostkamp”: “Begin van de bouwwerken van de nieuwe fabriek : november 1960 – Begin van de fabrikatie : april 1961.”

Cerle Brugge KSV

Siemens und Halske werd later gewoon Siemens en heet tegenwoordig Tyco Electronics. De jaren van de grote tewerkstelling liggen intussen ook al een tijdje achter ons… (bron foto : http://www.areyouaco2nsumer.eu/facesofbelgium.htm).

* Vroeger had elke zichzelf respecterende school, instelling of organisatie een tijdschrift dat verspreid werd naar de geabonneerde belangstellenden.  Er een tekst in mogen publiceren werd als een eer beschouwd, redacteur zijn er van was zowat de opperste eer die iemand kon te beurt vallen.  De (talrijke) lezers keken telkens weer uit naar het volgende nummer dat in de bus zou vallen.  Ook het Sint-Leocollege kon destijds bogen op een prima tijdschrift : “Contact”, een interessant driemaandelijks boekje dat kon uitpakken met heerlijke, vlot geschreven teksten die boeiden van A tot Z.  In 1960, “Contact” was toen reeds aan de veertiende jaargang toe, kwam de vaak gecontesteerde voorgevel van het college aan bod :

Cerle Brugge KSV

Kroniek van het Sint-Leokollege” : “Van het kollegetijdschrift “Contact” verscheen onlangs het derde nummer van zijn 14ejaargang.  Wie iets afweet over het uitgeven van bladen en tijdschriften weet dat het een hele prestatie is om het zolang vol te houden.  Het is onbetwistbaar een teken van leven en vitaliteit, tevens wil het een “spieghel historiael” blijven van het kollegeleven en van de oudleerlingenbond.
In de kollegekroniek van de hogere en voorbereidende afdeling stippen wij in de eerste plaats het feit aan dat het voorgebouw van het kollege langs de Potterierei zijn voltooiing nabij is.  De voorgevel ziet er wel uit als een architektonisch anachronisme, maar toch zal hij de bouwvallige krotten van voorheen vlug doen vergeten.  Ontegensprekelijk zal het de standing en het prestige van het kollege merkelijk verhogen.” 

De lijstgevel van het Sint-Leocollege dateert uit de twintigste eeuw.  Helemaal links zien we 'Villa Latina'.  De oorspronkelijke villa ging reeds jaren geleden tegen de grond maar het college liet met zorg de voorgevel van de oude villa reconstrueren en integreerde de achterliggende ruimte in het college.  Let even op de tv-antenne op het dak van het schoolgebouw met er naast het torentje van de kapel dat boven de nok van het dak uitpriemt.  Op de voorgrond kabbelt de Langerei eeuwig verder (bron : beeldbank Brugge).

Cerle Brugge KSV

Zo zagen de gevels (in het artikel in “Contact” bouwvallige krotten genoemd) langs de Potterierei er uit voor de vaak gecontesteerde voorgevel van het Sint-Leocollege er kwam (bron : beeldbank Brugge).

* Dat er heel wat sporten bestaan en je waarschijnlijk geen sport kunt bedenken die niet beoefend wordt is wellicht een feit.  Iets waar we nu niet onmiddellijk aan denken is go karting.  Is rijden met een go kart trouwens wel een sport ?  Wie het beoefent zal dit met klem bevestigen.  Anderen zullen dan weer in alle toonaarden ontkennen dat het ook maar iets met sport te maken heeft.  De vraag zou dus voer voor discussie kunnen zijn.
Go karting anno 2018 kennen we enkel nog van wedstrijden die indoor of outdoor op speciale circuits gehouden worden maar in de tijd van onderstaand artikel (augustus 1960) waren enkele straten in Sint-Kruis het decor van deze Grote Prijs.
De eerste go kart werd in 1956 in Californië door ene Art Ingels gebouwd.  Binnen de kortste keren groeide go karting uit tot een populaire bezigheid en, hoe kan het ook anders ?, waaide het over naar Europa.
In 1960 deed go karting, in het “Brugsch Handelsblad” omschreven als een “Nieuwe Sensatiesport”, dan ook zijn intrede op Brugse bodem :

Sport en sensatie te Sint-Kruis op 21 augustus – Grote Prijs van West-Vlaanderen voor Go-Kart’s” – “Nieuwe Sensatiesport…” : “Na een welkomwoord van voorzitter N. Inion en een korte uiteenzetting van sekretaris F. Tamsin, gaf dhr. M. Van Gorp uit Brussel een vluchtige maar zeer bevattelijke uitleg over “Karting”.  Deze nieuwe sport vond 3 à 4 jaar geleden zijn oorsprong in Amerika (natuurlijk !) waar het om zijn veelvuldige sensatie en spannende strijd dadelijk een ophefmakende opgang maakte.
 

Deze nieuwe “gedemokratiseerde” autokoersen worden betwist met een eenvoudig, laagzittend wagentje, zonder chassis, met vier kleine wielen waarop dikke banden gemonteerd zijn.  Verder is er een stuur, een voetrem en een gaspedaal met achteraan een motor van 100 of 200 cc.  Hiermede wordt een snelheid bereikt van 60 à 80 km. per uur terwijl de kostprijs ervan schommelt tussen 12 en 14.000 frank.” 

Spektakulair en ongevaarlijk” : “Dhr. Van Gorp beklemtoonde dat Karting een zeer spektakulaire sport is en in verhouding één der minst gevaarlijkste.  Alhoewel nu iedere week omzeggens één of meer wedstrijden betwist worden, is het aantal ongevallen heel miniem.”

 

Cerle Brugge KSV

Karters op het circuit van Zandvoort in 1960.  Het zag er toen allemaal nog een beetje primitief en amateuristisch uit… (bron foto : Wikipedia).

Cerle Brugge KSV

Een moderne go kart lijkt, met een beetje fantasie, steeds meer op een formule 1 wagen… (bron foto : Capital Karts).  

* Wij staan er niet altijd bij stil dat er ook nog zoiets bestaat als korporatief voetbal en vooral, dat het korporatief voetbal een rijke geschiedenis heeft. Zeker in tijden dat er veel grote bedrijven waren die heel wat personeel tewerkstelden groeide en bloeide het bedrijfsvoetbal.
Reeds in 1923 kwamen enkele initiatiefnemers uit de West-Vlaamse bedrijfssportwereld bijeen om inmiddels opgerichte sportverenigingen te polsen of ze interesse hadden om toe te treden tot een nog op te richten West-Vlaamse Sportbond.  Het streefdoel was om de sportbeoefening onder de werkgemeenschappen beter te coördineren en te bevorderen.
Op 1 februari 1924 was de kogel door de kerk en werd de officiële aansluiting bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond ondertekend.  Zoals toen gebruikelijk was gebeurde dit onder een Franstalige benaming : “Le Groupement Corporatif de la Flandre Occidentale, dans le but de développer la pratique des Sports, surtout le Football”.
De pas opgerichte liga werd als volwaardige toetredende federatie opgenomen en de eerste competitie ging van start op 30 augustus 1925.
Eén van de oudste ploegen in het bedrijfsvoetbal is KV Rust Roest, het elftal van de in Brugge wereldberoemde Gistfabriek met thuishaven langs het Zuidervaartje in Sint-Kruis.  Deze bedrijfsploeg, met oranje-zwarte uitrusting, werd opgericht op 15 augustus 1911 en erkend onder het stamnummer 45.  In 2018, ruim honderd jaar later, bestaat de ploeg nog steeds !

In augustus 1960 kwamen de afgevaardigden van de diverse korporatieve ploegen want de nieuwe competitie stond voor de deur :

Korporatief Verbond Brugge vergaderde” : “In de stemmige receptiezaal van de brouwerijen Aigle-Belgica had zaterdag jl. de jaarlijkse algemene vergadering plaats van het Korporatief Gewest Brugge. Praktisch alle clubs waren vertegenwoordigd en het was voorzitter Leon De Clerck die iedereen welkom heette en in de eerste plaats de Direktie van Aigle-Belgica een hartelijk dankwoordje toestuurde voor de gulle gastvrijheid.”

Degenen onder de lezers die niet meer piepjong zijn maar daarom natuurlijk ook nog niet stokoud, zullen zich bij het zien van de reeksindelingen ongetwijfeld nog enkele ploegen herinneren :

De ploegen voor het kampioenschap ’60-’61:

Reeks A: Univerbel, Franco Belge, Rust Roest, La Brugeoise, Aigle-Belgica, Gazel, Société Générale, Vismijn, Un. Cotonnière, Politie, Sodivac Oostende.

Reeks B: Augustinus, CNF, CBRT, Bitumac, Stad Oostende, Oosteroever, Spoor Oostende, Zeewezen, Flandria Zedelgem.

Reeks C: Phenix, Lanssens, Auto Occidentale, Vander Ghote, St-Katriena, Ombesa, De Cock, Brugfina, Stadspersoneel Brugge (onder voorbehoud).

 

Cerle Brugge KSV

* De Damse Vaart, zoals deze waterloop in de volksmond bekend is, heet officieel het Napoleonkanaal.

Napoleon (° 15 augustus 1769 (Ajaccio, Corsica), + 5 mei 1821 (Sint-Helena)) bracht een groot deel van zijn heerschappij (1799-1815) door op de slagvelden (bron foto : AliExpress).

Keizer Napoleon Bonaparte zag het economisch en strategisch belang (o.a. het transporteren van oorlogsmateriaal) in van een verbinding van de grote Noord-Franse havens, vanaf Duinkerke, met de Westerschelde in Antwerpen.  Napoleon wilde daarom de bestaande kanalen Duinkerke – Veurne – Nieuwpoort – Plassendale – Brugge met een nieuw kanaal Brugge – Damme – Sluis – Aardenburg – Breskens vervolledigen. Het leek logischer om gewoon over de Noordzee te varen maar daar heerste de Engelse vloot waar de Fransen niet tegen opgewassen waren.  Zo werd van de nood een deugd gemaakt en startte men in 1811 met de aanleg van de Damse Vaart.Het leek logischer om gewoon over de Noordzee te varen maar daar heerste de Engelse vloot waar de Fransen niet tegen opgewassen waren.  Zo werd van de nood een deugd gemaakt en startte men in 1811 met de aanleg van de Damse Vaart. Om het kanaal te graven werden vooral Spaanse krijgsgevangenen ingezet.  De aanleg van het Napoleonkanaal had een enorme stedenbouwkundige impact op Damme. Er stroomde reeds een waterloop door de stad maar Napoleon verlegde deze rivier vijftig meter omdat er een bocht in zat.

Waar nu Damme brug ligt, lag toen, pal in het stadscentrum, de Korenmarkt.  Deze markt en enkele omliggende herenhuizen dienden plaats te ruimen voor het nieuwe kanaal.  Niet enkel Damme maar ook Oostkerke deelde in de brokken.  Het grondgebied van Oostkerke omvatte een klein havenstadje : Monnikerede.  Het bevond zich waar tegenwoordig de Damse Vaart loopt, tussen Oostkerkebrug en de bocht naar Hoeke.  Het havenstadje dankte zijn naam aan de monniken van de Lisseweegse Abdij Ter Doest die ter plaatse enkele bezittingen hadden.  De oudste teruggevonden vermeldingen van Monnikerede dateren uit 1226. Het stadje had een schepenbank (vergelijkbaar met de huidige schepencolleges) en verkreeg in 1266 stadsrechten en een aantal handelsrechten voor scheepvaart over het Zwin.  De bloeiperiode van Monnikerede situeerde zich vooral in de veertiende en begin vijftiende eeuw.  Het havenstadje dreef handel met Engeland en Frankrijk en ook de visserij werd er beoefend.  Er was een kapel, een molen, een stadhuis en een reeks koopmanshuizen.  Na deze periode verminderde het belang van het stadje steeds meer.  De verzanding van het Zwin, economische moeilijkheden en oorlogstroebelen veroorzaakten de geleidelijke teloorgang.  Omstreeks 1550 werd de haven niet meer gebruikt en toen kort daarop de Tachtigjarige Oorlog uitbrak (oorlog tussen de Nederlanden en de Spaanse overheersers die begon in 1568 en eindigde in 1648 en onderbroken werd door een tussenliggende vrede, het Twaalfjarig Bestand, die duurde van 1609 tot 1621) was het lot van het havenstadje beklonken.
De aanleg van het Napoleonkanaal zorgde er voor dat Monnikerede helemaal van de kaart werd geveegd.  Het tracé van de nieuwe waterweg liep dwars doorheen het voormalige centrum van het vroegere havenstadje.  In het landschap zijn nauwelijks nog zichtbare sporen van het stadje terug te vinden.  Enkel de Monnikeredestraat verwijst naar het vroegere havenstadje.  Toch kon door archeologisch onderzoek, gecombineerd met het goed bewaarde stadsarchief, gedetailleerde kennis opgebouwd worden omtrent de structuur en de geschiedenis van Monnikerede.
Toen Napoleon op 18 juni 1815 te Waterloo definitief verslagen werd, was het nieuwe kanaal tot aan het fort Sint-Donaas in Lapscheure gerealiseerd.  Koning Willem I liet, tussen 1818 en 1824, het kanaal verder doortrekken tot in Sluis. In 1829 werd het plan opgevat om, zoals oorspronkelijk voorzien was, het kanaal door te trekken tot in Breskens maar toen in 1830 de Brabantse Omwenteling losbrak, wat leidde tot het ontstaan van het onafhankelijke België, werden deze plannen definitief opgeborgen.

Het is in dit Napoleonkanaal, het gedeelte tussen Brugge en Damme, dat jaarlijks een fel gesmaakte zwemwedstrijd doorgaat simpelweg Damme – Brugge genoemd.  De eerste editie ging door in 1910 en telde dertien deelnemers die 4060 zwemmeters voor de kiezen geschoven kregen.  De eerste winnaar was Jef Pletinckx, aangesloten bij CN Bruxelles, die 1 uur en 20 minuten nodig had.  Op 19 augustus 2018 was Damme – Brugge reeds aan de 96steeditie toe.
Ook in 1960 stond er een Damme – Brugge op het programma :

Zondag 14 augustus te 15 uur : Damme – Brugge” : “De Brugse Zwemkring heeft zich dank zij een ruime financiële steun van de Stad Brugge, een buitengewone inspanning getroost om de 38everjaring van Damme – Brugge grote luister bij te zetten.  Niet minder dan vijf verschillende landen zijn vertegenwoordigd, zodat alvast reeds een eerste rekord gebroken is, dit der buitenlandse deelname.
Nederland zendt ons niemand minder dan de Robben uit Hilversum die reeds in 1952 en 1955 de wisselbeker van de Stad Brugge wonnen en nu een grote kans maken om deze definitief te veroveren.
Uit Frankrijk ontving men de inschrijving van de specialist fondzwemmer (schoolslag) Jedinger uit Metz en 4 zwemmers van de CH Mulhouse.
Duitsland vaardigt vier vrije slagzwemmers af van de SV Westfalen Dortmund terwijl ook Luxemburg vertegenwoordigt is door 4 zwemmers van Dudelange.
Bij de Belgische deelnemers dienen vermeld : de Belgische rekordhoudster Alice Van Nooten die reeds in 1958 en 1959 zegevierde.  Verder Liliane Mampuy.  In schoolslag heren o.m. Bruno Deheselle van AZC, de doelman van de nationale waterpoloploeg en Longueval van Doornik.  In vrije slag heren treffen wij een sterk AZC-trio aan alsmede een sterke Gentse ploeg.
 

Van Brugse zijde werden volgende namen medegedeeld : Martine De Ghesele (vrije slag) en Yvette Lauwers (schoolslag).  Bij de heren Guido Maes, Germain Rotsaert, André Jaque en Jan Blondelle, allen in schoolslag.
Tevens is een prachtig afwachtingsprogramma voorzien onder vorm van een tweekamp Brugse Zwemkring – Schw. Club Poseidon Koblenz.  Deze wedstrijd gaat over de klassieke afstanden en wordt omlijst door verscheidene proeven voor BZK-jongeren.  Ook 2 aflossingswedstrijden wisselslag en vrije slag voor de waterpolospelers staan op het programma.  

Cerle Brugge KSV

Tot slot twee waterpolowedstrijden nl. BZK II – GZV II en BZK I – Poseidon Koblenz.
Prijzen der plaatsen : deze worden gezien het selekt internationaal gezelschap zeer laag gehouden : 5, 10 en 15 frank.”

De zwemwedstrijd Damme – Brugge lokt jaarlijks heel wat kijklustigen.  Hier een zicht op de talrijke zwemmers (in Damme) tijdens de 93steeditie (2015) (bron foto : Krant van West-Vlaanderen).

 

(Marnix Knockaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met ... Ganvoula

SHOT sprak met … Silvère Ganvoula

‘Moeilijk moment in mijn carrière’

In de week voor de thuiswedstrijd tegen KV Kortrijk (2-0 winst) had ik ook een gesprek met Silvère Ganvoula.  De rijzige spits uit Congo-Brazzaville streek neer tijdens de winterstop.  Voorlopig kwam hij niet verder dan een paar invalbeurten.  In het gesprek werd duidelijk dat hij toch wat moeite heeft om zich aan te passen aan de voetbalstijl van Cercle Brugge.  Het relaas van een aangenaam gesprek met onze spits. 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Jesper Daland

SHOT sprak met … Jesper Daland

‘Heb me heel vlot aangepast aan het Belgische voetbal’

Na de 6 op 6 in de competitie lijkt Cercle Brugge eindelijk gelanceerd te zijn.  In de aanloop naar de wedstrijd in en tegen STVV ging ik in gesprek met Jesper Daland.  De jonge Noorse verdediger ontpopte zich in de eerste seizoenshelft tot een vaste waarde in het Cercleteam.  Meer nog, hij mag gerust omschreven worden als één van de revelaties.  Niet alleen bij Cercle, maar ook in de Belgische competitie.  Hieronder volgt het relaas van een aangenaam gesprek met een erg sympathieke jongeman.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 230)

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 230)
(periode van 01-07-1961 -> 08-07-1961)

  • Cercle

Tegenwoordig bestaat er geen komkommertijd meer in het voetbal.  Elke dag valt er wel een of ander nieuwtje.  Of het nu de pure waarheid is of integendeel de waarheid geweld aandoet, daar ligt allang niemand meer van wakker.  Hooguit maakt iemand er zich nog eens een beetje zenuwachtig over wat dan in het beste geval voor een bescheiden tegenreactie zorgt maar meer stof wordt er niet meer door opgewaaid.  Vijftig jaar geleden verscheen tijdens de zomermaanden niet al te veel transfernieuws maar wat toen gepubliceerd werd stemde wel vaak overeen met de werkelijkheid.
Net voor het afsluiten van de transferperiode vernamen de voetbalsupporters dat de Hongaar Nemes het groen-zwarte spelersshirt zou aantrekken.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met ... Yves Vanderhaeghe


SHOT sprak met …

Yves Vanderhaeghe


Ik werk hier heel graag

Onze coach is hier reeds sinds februari, wanneer hij de geslaagde reddingsactie inzette, maar een gesprekje met SHOT kwam er nog niet van.
Hoog tijd dus om even samen te zitten.  Ik sprak met een gedreven man die vol enthousiasme over zijn job en het spelletje praat.
Een aangenaam gesprek waarbij we, hoewel velen mogelijks denken zijn geschiedenis  voldoende te kennen, behoorlijk terugkomen op zijn carrière als speler en als trainer om het daarna vanzelfsprekend over Cercle te hebben.

Als speler begon, en beëindigde je ook, je carrière in je geboortestad Roeselare?

Ik doorliep er alle jeugdrangen tot UEFA-junior.  Als scholier kende ik een aantal selecties bij de West-Vlaamse selectie.  Zo werd ik blijkbaar opgemerkt door een scout van Cercle.  Zo deed ik mijn laatste twee jaar als UEFA bij Cercle.  Toen ging het wel snel, want na één jaar kon ik mijn debuut maken met de A-ploeg op Standard (0-3).  Er waren heel wat geblesseerde spelers en zo kon ik op de bank starten.  Het laatste kwartier mocht ik invallen.  Dat was mijn debuut in eerste afdeling.  Het is bij dat ene “optreden” bij Cercle gebleven, hoewel ik de week nadien op STVV ook op de bank zat.  Daarna waren alle A-kernspelers terug en was het logisch dat ik terug uit de selectie viel.  Toen bestond het wedstrijdblad immers maar uit vijftien spelers.  Voor mij was dat wel een serieuze motivatie om toch te proberen door te breken op het hoogste niveau.  Ik mocht op Cercle blijven en verder met de A-kern meetrainen, maar ik kreeg geen contract.  Mijn vader is een pure West-Vlaming en een nuchtere kerel, en ik diende eerst te studeren.  Ik kwam als regent LO studeren in Brugge, dus dat viel mee.  Met een klein contractje zou ik reeds tevreden geweest zijn, maar voor mijn vader was dat niet goed genoeg.  Zo keerde ik terug naar Roeselare, dat toen in 3e afdeling speelde.  Ik deed er veel ervaring op want dan speel je “mannenvoetbal”.  Ik was immers amper 18 jaar.  Ik bleef er vier jaar, tot mijn tweeëntwintigste.

Dan volgt periode 1 bij “Les Hurlus”?

Lees meer