koop tickets online
Shot-online
25/09/2018

Cercle door de jaren heen (deel 206)

(periode van 23-07-1960 -> 06-08-1960)

  • Cercle

Het nieuwe voetbalseizoen 1960-1961 naderde op kousenvoeten.  De groen-zwarten maakten zich op om een nieuwe gooi naar de promotie te doen en hoopten dat “derde keer goede keer” ook voor hen van toepassing zou zijn…

Koning Voetbal weer in aantocht…  Cercle maakt zich klaar !” : “Deze week werd een aanvang genomen met de trainingen in het vooruitzicht van de nieuwe kompetitie 1960-1961.  Natuurlijk is het nog te vroeg om nu reeds uit te pakken met de vooruitzichten en de mogelijkheden van Cercle aangezien het hier slechts een eerste kontaktname geldt onder vorm van lichaamsoefeningen –zonder bal– om de stramme spieren los te werken, maar toch mogen we zeggen dat op het Edgard De Smedt Stadion een sfeer van vertrouwen, ja zelfs van optimisme heerst.
Van een buitengewone bedrijvigheid op de transfermarkt kan er bij de groen-zwarten moeilijk gewaagd worden al kan Eric Daels best een goede versterking zijn en kunnen in de laatste dagen nog verrassingen gebeuren.  In grote lijnen wordt dan ook de basisploeg behouden zodat van hun presteren in het komende kampioenschap heel wat zal afhangen.
Voorlopig kunnen we alleen maar hopen dat de spelers zich ten volle zullen inspannen om zo spoedig mogelijk de gewenste konditie en de juiste tred te vinden, ten einde volkomen klaar te zijn voor de officiële start in september a.s.  Verder rekenen we op een goede geest en samenwerking waartoe ook het bestuur en de trainer terdege hun steentje kunnen bijdragen.  In een ideale geest van samenhorigheid en onderling begrip moet Cercle zich dit jaar duchtig kunnen doen gelden en hun aanhangers voluit bevredigen.  Dit is onze enigste en vurigste wens die hopelijk met klank zal vervuld worden.”

Een ander artikel blikte nog even terug op de twee voorbije seizoenen toen Cercle telkens bijna de promotie te pakken had maar in extremis toch de duimen moest leggen :

“ “Derde keer, goei keer” voor Cercle ?“ : “Tot tweemaal toe werd Cercle in de afgelopen kampioenschappen op de meet geklopt voor de zo vurig betrachte promovering naar 1eklasse. Het jammerlijk en veelomstreden falen der groen-zwarten in de beslissende testmatch te Mechelen tegen Patro Eisden, ligt nog vers in het geheugen en nog dagelijks moeten we het aanhoren dat de Bruggelingen nooit meer dergelijke kans zullen krijgen !...
Zulks kan heel goed mogelijk zijn en is zeker te betreuren, terwijl het even waar is dat zware vergissingen begaan werden met verdragende gevolgen.  Maar gedane zaken nemen geen keer, zodat het best is daar niet verder te blijven bij stilstaan en de spons over het verleden te vegen.  Thans dient alles aangewend om niet meer in hetzelfde euvel te vervallen en alles in ’t werk gesteld om zich in ere te herstellen.
De grootste aandacht moet nu gaan naar het seizoen 1960-61 die voor Cercle hopelijk “derde keer, goei keer” wordt. Dinsdag woonden we de eerste training bij op de vernieuwde grasmat en we kunnen zeggen dat deze eerste kennismaking ons een beste indruk heeft gelaten.  Niet dat er geoefend werd dat de stukken er afvlogen, noch dat de meeste spelers reeds blijk gaven van een vergevorderde forme, maar de kameraadschappelijke geest en de goede verstandhouding waren opvallend en bemoedigend.
Onder leiding van de bruingebrande Delfour deden de twintigtal opgekomen spelers lichte lichaams-, lenigheids- en ontspanningsoefeningen waarin allen van goede wil getuigden.  Wij noteerden de aanwezigheid van praktisch de volledige Cercleploeg met Willy Mortier, Robert Serru, Aimé Baas, Dré Perot, Jackie De Caluwé, Noël Demey, Roger Notteboom, Gilbert Bailliu, Eric Buyse, Philemon Desmaele en Albert Michiels.  Enkel Marin Roje en Joseph Van Vlaenderen ontbraken wegens verlof.
We stipten ook de tegenwoordigheid aan van de nieuwe aanwinst Eric Daels van SV Wevelgem, een zwartharige rijzige atleet die de opgelegde oefeningen en bewegingen zeer flink uitvoerde.  Verder nog de bijzonderste invallers Acket, Wittewrongel, Jo Gerard en Verheye, de jongeren Van Hamme en Flamée en de “verloren zonen” Gaston Eeckeman en Willy Craeye.  Deze laatsten waren destijds flinke beloften, die echter bleven hangen en mits intensieve en harde training wellicht weer op het voorplan kunnen komen.
Wezen we reeds op het gemoedelijke van de eerste training die eerder een voorbereidend karakter had, dan zal de oefening echter geleidelijk harder en meer toegespitst worden.  En dat zal meer dan nodig zijn, vermits reeds op zondag 7 augustus een eerste wedstrijd dient betwist en dit in Frankrijk te Charleville waar de groen-zwarten het moeten opnemen tegen de nieuwe Franse eersteklasser Rouen.  Een gemakkelijke inzet is dat in geen geval en Cercle zal zeker behoorlijk zweten om tot een eervol resultaat te komen.
Het moet trouwens gezegd dat trainer Delfour zijn spelers weer een zeer lastig oefenprogramma in de schoenen schuift, want na deze harde inzet in Frankrijk wachten de groen-zwarten nog zware opgaven. Zo op maandag 15 augustus krijgen ze de traditionele Hollandse trip naar Breda, waarvan de terugmatch te Brugge waarschijnlijk begin september ’s avonds zal doorgaan.  Op zaterdag 20 augustus komt Beerschot op bezoek terwijl op zondag 28 augustus niemand minder dan de Belgische kampioenenploeg SK Lierse alhier te gast zal zijn.  Komt dan nog een vriendenpartij tegen Union waarvan de datum echter nog niet werd vastgesteld.
Dit alles wijst er op dat Delfour zijn spelers helemaal wil klaar krijgen voor de start van het kampioenschap op zondag 4 september a.s.  De gelegenheid om zich te roderen krijgen de groen-zwarten in ieder geval slechts voor het grijpen, maar het is nu te zien of allen zich daaraan zullen kunnen aanpassen.
De Cercledirigenten die we even uithoorden omtrent de vooruitzichten en de mogelijkheden der groen-zwarten in het komende kampioenschap, bleken zeer voorzichtig om niet te zeggen terughoudend in hun uitlatingen.  Het is een nieuw begin werd ons verzekerd, zodat men moet afwachten…  Alles hangt af van de konditie van de spelers en van het ploegverband, maar toch verwachten we en hopen we het beste.
We kunnen niet anders dan ons hierbij aansluiten en de hoop uitdrukken dat Cercle dit seizoen beter op haar zaak zal letten en met verenigde krachten hogerop zal trachten te komen.  Waar een wil is, is een weg, moet zowel voor spelers als bestuur de te volgen leidraad zijn !”

De groen-zwarten hadden zich bijna niet geroerd op de transfermarkt maar naarmate de dagen verstreken scheen hier toch wel een kentering in te komen.  Het was het Cerclebestuur menens om zich in het promotiedebat te mengen en dus mocht er op enkele plaatsen wat versterking bijkomen…

Toch nog versterking voor Cercle ?” : “De groen-zwarten hebben dit jaar geen sensationele aankopen gedaan en eerder de kat uit de boom gekeken.  Daarentegen werd Hans Gerard voor een flinke bom duiten van de hand gedaan aan Union Sint-Gillis, zodat de transferaktiviteit voor Cercle eerder een passief betekende.
In laatste instantie schijnt hierin dan toch een gunstige kentering te komen vermits op het ogenblik dat we deze lijnen schrijven vergevorderde onderhandelingen bezig zijn voor de aankoop van nog een paar spelers.
Er is o.m. sprake van de voorspeler van SC Charleroi, Willy Lambert, die over twee seizoenen topscorer was van IIe Klasse, en voor wie alleen nog enkele details dienen geregeld.
Deze week werden tevens een tweetal Hongaarse voetballers getest en ook hier kan het nog tot een akkoord komen ! Afwachten is echter de boodschap…” 

En dat het niet bij woorden bleef bewees het volgend artikel  :

Drie nieuwe spelers voor Cercle” : “In het kader van onze bijdrage over de eerste Cercletraining, lieten we uitschijnen dat de groen-zwarten in extremis best nog een paar belangrijke aankopen zouden kunnen doen.  Dit werd trouwens bewaarheid en vrijdag in de namiddag kregen we de officiële bevestiging dat nog drie nieuwe transfers tot een goed einde gebracht en ondertekend werden.
In de eerste plaats gaat het om de bekende voorspeler van SC Charleroi, Willy Lambert, afkomstig van Nijvel, een gevaarlijke doelschutter die twee seizoenen geleden aan het hoofd stond van de goalgetters van 2eklasse met meer dan twintig doelpunten.
Tevens werden nog twee Hongaren aangeworven die gekwalificeerd zijn om in de fanionploeg op te treden.  Het zijn de 22-jarige Zoltan Locskai, die verleden seizoen bijna alle matchen speelde bij de Anderlechtreserven als centervoor of inside en de 26-jarige André Gaal, die twee jaar geleden als achterspeler optrad bij de Gantoise-invallers.  Naar men ons verzekerde zijn het technisch vaardige elementen die op de afgenomen testen een gunstige indruk lieten.  Het is nu te zien hoe zij zullen presteren in kompetitie- en in ploegverband, zodat dient afgewacht of zij al dan niet aanwinsten voor de groen-zwarten zullen betekenen.”

Nvdr : naast deze drie vermelde spelers stapte ook nog de Hongaar Kovari over van Olympic Charleroi naar Cercle Brugge.  

  • Brugge

* 2018 was een lange, hete en droge zomer en overtrof daarmee de zomer van 1976 die toch in het collectief geheugen was blijven hangen als dé zomer ooit.  Dat de zomers in België ook wel eens kunnen tegenvallen hoeft geen betoog.  Blijkbaar was de zomer van 1960 er geen om over naar huis te schrijven maar ook zonder de medewerking van de weergoden zorgden de vele toeristen toch nog voor de nodige drukte in Brugge :

Steeds regen” : “Het wil maar niet zomeren : vorig jaar teisterde een grote droogte ons land, dit jaar is het tegenovergestelde het geval en volgen de regenbuien mekaar op met de regelmaat van een uurwerk.  Het is dan ook niet te verwonderen, dat men aan de kust begint te vrezen voor het goede verloop van het seizoen.  Reeds stelt men een daling van de belangstelling van de vakantiegangers voor de kust vast.  Te Brugge daarentegen is het elke dag zeer druk en laten de toeristen zich niet door regen en wind afschrikken, om in dichte drommen het centrum af te slenteren, de reien te bevaren en de musea en andere bezienswaardigheden te bezoeken. Deze week was het ook druk ingevolge de Gentse stadsfeesten, waardoor honderden “Stropkes” naar onze streek afzakten en er de goede luim inhielden.  Het was geen zeldzaamheid ’s avonds enkele Gentenaars boven hun theewater op zoek te zien gaan naar hun bus, die ze niet meer wisten staan…” 

* Er werd al een tijdje gesproken over de komst van een grootwarenhuis langs de Scheepsdalelaan maar nu leek het project wel heel concreet te worden : de bouwvergunning was (eindelijk) in orde en dus was het nu enkel nog wachten op de eerste spadesteek :

Grand Bazar zal weldra bouwen” : “De “Grand Bazar” heeft haar bouwvergunning ontvangen, om langs de Scheepsdalelaan een grootwarenhuis op te trekken.  De werken zullen binnenkort aanvangen.  Architekt is dhr. Grosemans uit Antwerpen, de ondernemer is de firma Van Riel en Van den Bergh eveneens uit Antwerpen.
Wat het tweede nieuw grootwarenhuis in onze stad betreft, nl. in de vroegere cinema “Oud Brugge”, daarover is momenteel geen nieuws, alhoewel verwacht wordt, dat in de herfst met de verbouwingswerken zal begonnen worden.”

* Heel wat firma’s kozen Brugge of de dichte omgeving er van om een vestiging te bouwen.  Wij beleefden de gouden jaren zestig : er werd geïnvesteerd, er werden jobs gecreëerd, de mensen konden sparen, kochten bouwgrond, bouwden een huis,… kortom, de economie floreerde.  Ook Oostkamp pikte zijn graantje van deze hoogconjunctuur mee : een bekende firma kwam er zich vestigen en zorgde in de streek voor heel wat werkverschaffing :

De kogel is door de kerk – “Siemens und Halske” vestigt afdeling voor het produceren van apparaten voor zwakstroom te Oostkamp”: “Begin van de bouwwerken van de nieuwe fabriek : november 1960 – Begin van de fabrikatie : april 1961.”

Cerle Brugge KSV

Siemens und Halske werd later gewoon Siemens en heet tegenwoordig Tyco Electronics. De jaren van de grote tewerkstelling liggen intussen ook al een tijdje achter ons… (bron foto : http://www.areyouaco2nsumer.eu/facesofbelgium.htm).

* Vroeger had elke zichzelf respecterende school, instelling of organisatie een tijdschrift dat verspreid werd naar de geabonneerde belangstellenden.  Er een tekst in mogen publiceren werd als een eer beschouwd, redacteur zijn er van was zowat de opperste eer die iemand kon te beurt vallen.  De (talrijke) lezers keken telkens weer uit naar het volgende nummer dat in de bus zou vallen.  Ook het Sint-Leocollege kon destijds bogen op een prima tijdschrift : “Contact”, een interessant driemaandelijks boekje dat kon uitpakken met heerlijke, vlot geschreven teksten die boeiden van A tot Z.  In 1960, “Contact” was toen reeds aan de veertiende jaargang toe, kwam de vaak gecontesteerde voorgevel van het college aan bod :

Cerle Brugge KSV

Kroniek van het Sint-Leokollege” : “Van het kollegetijdschrift “Contact” verscheen onlangs het derde nummer van zijn 14ejaargang.  Wie iets afweet over het uitgeven van bladen en tijdschriften weet dat het een hele prestatie is om het zolang vol te houden.  Het is onbetwistbaar een teken van leven en vitaliteit, tevens wil het een “spieghel historiael” blijven van het kollegeleven en van de oudleerlingenbond.
In de kollegekroniek van de hogere en voorbereidende afdeling stippen wij in de eerste plaats het feit aan dat het voorgebouw van het kollege langs de Potterierei zijn voltooiing nabij is.  De voorgevel ziet er wel uit als een architektonisch anachronisme, maar toch zal hij de bouwvallige krotten van voorheen vlug doen vergeten.  Ontegensprekelijk zal het de standing en het prestige van het kollege merkelijk verhogen.” 

De lijstgevel van het Sint-Leocollege dateert uit de twintigste eeuw.  Helemaal links zien we 'Villa Latina'.  De oorspronkelijke villa ging reeds jaren geleden tegen de grond maar het college liet met zorg de voorgevel van de oude villa reconstrueren en integreerde de achterliggende ruimte in het college.  Let even op de tv-antenne op het dak van het schoolgebouw met er naast het torentje van de kapel dat boven de nok van het dak uitpriemt.  Op de voorgrond kabbelt de Langerei eeuwig verder (bron : beeldbank Brugge).

Cerle Brugge KSV

Zo zagen de gevels (in het artikel in “Contact” bouwvallige krotten genoemd) langs de Potterierei er uit voor de vaak gecontesteerde voorgevel van het Sint-Leocollege er kwam (bron : beeldbank Brugge).

* Dat er heel wat sporten bestaan en je waarschijnlijk geen sport kunt bedenken die niet beoefend wordt is wellicht een feit.  Iets waar we nu niet onmiddellijk aan denken is go karting.  Is rijden met een go kart trouwens wel een sport ?  Wie het beoefent zal dit met klem bevestigen.  Anderen zullen dan weer in alle toonaarden ontkennen dat het ook maar iets met sport te maken heeft.  De vraag zou dus voer voor discussie kunnen zijn.
Go karting anno 2018 kennen we enkel nog van wedstrijden die indoor of outdoor op speciale circuits gehouden worden maar in de tijd van onderstaand artikel (augustus 1960) waren enkele straten in Sint-Kruis het decor van deze Grote Prijs.
De eerste go kart werd in 1956 in Californië door ene Art Ingels gebouwd.  Binnen de kortste keren groeide go karting uit tot een populaire bezigheid en, hoe kan het ook anders ?, waaide het over naar Europa.
In 1960 deed go karting, in het “Brugsch Handelsblad” omschreven als een “Nieuwe Sensatiesport”, dan ook zijn intrede op Brugse bodem :

Sport en sensatie te Sint-Kruis op 21 augustus – Grote Prijs van West-Vlaanderen voor Go-Kart’s” – “Nieuwe Sensatiesport…” : “Na een welkomwoord van voorzitter N. Inion en een korte uiteenzetting van sekretaris F. Tamsin, gaf dhr. M. Van Gorp uit Brussel een vluchtige maar zeer bevattelijke uitleg over “Karting”.  Deze nieuwe sport vond 3 à 4 jaar geleden zijn oorsprong in Amerika (natuurlijk !) waar het om zijn veelvuldige sensatie en spannende strijd dadelijk een ophefmakende opgang maakte.
 

Deze nieuwe “gedemokratiseerde” autokoersen worden betwist met een eenvoudig, laagzittend wagentje, zonder chassis, met vier kleine wielen waarop dikke banden gemonteerd zijn.  Verder is er een stuur, een voetrem en een gaspedaal met achteraan een motor van 100 of 200 cc.  Hiermede wordt een snelheid bereikt van 60 à 80 km. per uur terwijl de kostprijs ervan schommelt tussen 12 en 14.000 frank.” 

Spektakulair en ongevaarlijk” : “Dhr. Van Gorp beklemtoonde dat Karting een zeer spektakulaire sport is en in verhouding één der minst gevaarlijkste.  Alhoewel nu iedere week omzeggens één of meer wedstrijden betwist worden, is het aantal ongevallen heel miniem.”

 

Cerle Brugge KSV

Karters op het circuit van Zandvoort in 1960.  Het zag er toen allemaal nog een beetje primitief en amateuristisch uit… (bron foto : Wikipedia).

Cerle Brugge KSV

Een moderne go kart lijkt, met een beetje fantasie, steeds meer op een formule 1 wagen… (bron foto : Capital Karts).  

* Wij staan er niet altijd bij stil dat er ook nog zoiets bestaat als korporatief voetbal en vooral, dat het korporatief voetbal een rijke geschiedenis heeft. Zeker in tijden dat er veel grote bedrijven waren die heel wat personeel tewerkstelden groeide en bloeide het bedrijfsvoetbal.
Reeds in 1923 kwamen enkele initiatiefnemers uit de West-Vlaamse bedrijfssportwereld bijeen om inmiddels opgerichte sportverenigingen te polsen of ze interesse hadden om toe te treden tot een nog op te richten West-Vlaamse Sportbond.  Het streefdoel was om de sportbeoefening onder de werkgemeenschappen beter te coördineren en te bevorderen.
Op 1 februari 1924 was de kogel door de kerk en werd de officiële aansluiting bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond ondertekend.  Zoals toen gebruikelijk was gebeurde dit onder een Franstalige benaming : “Le Groupement Corporatif de la Flandre Occidentale, dans le but de développer la pratique des Sports, surtout le Football”.
De pas opgerichte liga werd als volwaardige toetredende federatie opgenomen en de eerste competitie ging van start op 30 augustus 1925.
Eén van de oudste ploegen in het bedrijfsvoetbal is KV Rust Roest, het elftal van de in Brugge wereldberoemde Gistfabriek met thuishaven langs het Zuidervaartje in Sint-Kruis.  Deze bedrijfsploeg, met oranje-zwarte uitrusting, werd opgericht op 15 augustus 1911 en erkend onder het stamnummer 45.  In 2018, ruim honderd jaar later, bestaat de ploeg nog steeds !

In augustus 1960 kwamen de afgevaardigden van de diverse korporatieve ploegen want de nieuwe competitie stond voor de deur :

Korporatief Verbond Brugge vergaderde” : “In de stemmige receptiezaal van de brouwerijen Aigle-Belgica had zaterdag jl. de jaarlijkse algemene vergadering plaats van het Korporatief Gewest Brugge. Praktisch alle clubs waren vertegenwoordigd en het was voorzitter Leon De Clerck die iedereen welkom heette en in de eerste plaats de Direktie van Aigle-Belgica een hartelijk dankwoordje toestuurde voor de gulle gastvrijheid.”

Degenen onder de lezers die niet meer piepjong zijn maar daarom natuurlijk ook nog niet stokoud, zullen zich bij het zien van de reeksindelingen ongetwijfeld nog enkele ploegen herinneren :

De ploegen voor het kampioenschap ’60-’61:

Reeks A: Univerbel, Franco Belge, Rust Roest, La Brugeoise, Aigle-Belgica, Gazel, Société Générale, Vismijn, Un. Cotonnière, Politie, Sodivac Oostende.

Reeks B: Augustinus, CNF, CBRT, Bitumac, Stad Oostende, Oosteroever, Spoor Oostende, Zeewezen, Flandria Zedelgem.

Reeks C: Phenix, Lanssens, Auto Occidentale, Vander Ghote, St-Katriena, Ombesa, De Cock, Brugfina, Stadspersoneel Brugge (onder voorbehoud).

 

Cerle Brugge KSV

* De Damse Vaart, zoals deze waterloop in de volksmond bekend is, heet officieel het Napoleonkanaal.

Napoleon (° 15 augustus 1769 (Ajaccio, Corsica), + 5 mei 1821 (Sint-Helena)) bracht een groot deel van zijn heerschappij (1799-1815) door op de slagvelden (bron foto : AliExpress).

Keizer Napoleon Bonaparte zag het economisch en strategisch belang (o.a. het transporteren van oorlogsmateriaal) in van een verbinding van de grote Noord-Franse havens, vanaf Duinkerke, met de Westerschelde in Antwerpen.  Napoleon wilde daarom de bestaande kanalen Duinkerke – Veurne – Nieuwpoort – Plassendale – Brugge met een nieuw kanaal Brugge – Damme – Sluis – Aardenburg – Breskens vervolledigen. Het leek logischer om gewoon over de Noordzee te varen maar daar heerste de Engelse vloot waar de Fransen niet tegen opgewassen waren.  Zo werd van de nood een deugd gemaakt en startte men in 1811 met de aanleg van de Damse Vaart.Het leek logischer om gewoon over de Noordzee te varen maar daar heerste de Engelse vloot waar de Fransen niet tegen opgewassen waren.  Zo werd van de nood een deugd gemaakt en startte men in 1811 met de aanleg van de Damse Vaart. Om het kanaal te graven werden vooral Spaanse krijgsgevangenen ingezet.  De aanleg van het Napoleonkanaal had een enorme stedenbouwkundige impact op Damme. Er stroomde reeds een waterloop door de stad maar Napoleon verlegde deze rivier vijftig meter omdat er een bocht in zat.

Waar nu Damme brug ligt, lag toen, pal in het stadscentrum, de Korenmarkt.  Deze markt en enkele omliggende herenhuizen dienden plaats te ruimen voor het nieuwe kanaal.  Niet enkel Damme maar ook Oostkerke deelde in de brokken.  Het grondgebied van Oostkerke omvatte een klein havenstadje : Monnikerede.  Het bevond zich waar tegenwoordig de Damse Vaart loopt, tussen Oostkerkebrug en de bocht naar Hoeke.  Het havenstadje dankte zijn naam aan de monniken van de Lisseweegse Abdij Ter Doest die ter plaatse enkele bezittingen hadden.  De oudste teruggevonden vermeldingen van Monnikerede dateren uit 1226. Het stadje had een schepenbank (vergelijkbaar met de huidige schepencolleges) en verkreeg in 1266 stadsrechten en een aantal handelsrechten voor scheepvaart over het Zwin.  De bloeiperiode van Monnikerede situeerde zich vooral in de veertiende en begin vijftiende eeuw.  Het havenstadje dreef handel met Engeland en Frankrijk en ook de visserij werd er beoefend.  Er was een kapel, een molen, een stadhuis en een reeks koopmanshuizen.  Na deze periode verminderde het belang van het stadje steeds meer.  De verzanding van het Zwin, economische moeilijkheden en oorlogstroebelen veroorzaakten de geleidelijke teloorgang.  Omstreeks 1550 werd de haven niet meer gebruikt en toen kort daarop de Tachtigjarige Oorlog uitbrak (oorlog tussen de Nederlanden en de Spaanse overheersers die begon in 1568 en eindigde in 1648 en onderbroken werd door een tussenliggende vrede, het Twaalfjarig Bestand, die duurde van 1609 tot 1621) was het lot van het havenstadje beklonken.
De aanleg van het Napoleonkanaal zorgde er voor dat Monnikerede helemaal van de kaart werd geveegd.  Het tracé van de nieuwe waterweg liep dwars doorheen het voormalige centrum van het vroegere havenstadje.  In het landschap zijn nauwelijks nog zichtbare sporen van het stadje terug te vinden.  Enkel de Monnikeredestraat verwijst naar het vroegere havenstadje.  Toch kon door archeologisch onderzoek, gecombineerd met het goed bewaarde stadsarchief, gedetailleerde kennis opgebouwd worden omtrent de structuur en de geschiedenis van Monnikerede.
Toen Napoleon op 18 juni 1815 te Waterloo definitief verslagen werd, was het nieuwe kanaal tot aan het fort Sint-Donaas in Lapscheure gerealiseerd.  Koning Willem I liet, tussen 1818 en 1824, het kanaal verder doortrekken tot in Sluis. In 1829 werd het plan opgevat om, zoals oorspronkelijk voorzien was, het kanaal door te trekken tot in Breskens maar toen in 1830 de Brabantse Omwenteling losbrak, wat leidde tot het ontstaan van het onafhankelijke België, werden deze plannen definitief opgeborgen.

Het is in dit Napoleonkanaal, het gedeelte tussen Brugge en Damme, dat jaarlijks een fel gesmaakte zwemwedstrijd doorgaat simpelweg Damme – Brugge genoemd.  De eerste editie ging door in 1910 en telde dertien deelnemers die 4060 zwemmeters voor de kiezen geschoven kregen.  De eerste winnaar was Jef Pletinckx, aangesloten bij CN Bruxelles, die 1 uur en 20 minuten nodig had.  Op 19 augustus 2018 was Damme – Brugge reeds aan de 96steeditie toe.
Ook in 1960 stond er een Damme – Brugge op het programma :

Zondag 14 augustus te 15 uur : Damme – Brugge” : “De Brugse Zwemkring heeft zich dank zij een ruime financiële steun van de Stad Brugge, een buitengewone inspanning getroost om de 38everjaring van Damme – Brugge grote luister bij te zetten.  Niet minder dan vijf verschillende landen zijn vertegenwoordigd, zodat alvast reeds een eerste rekord gebroken is, dit der buitenlandse deelname.
Nederland zendt ons niemand minder dan de Robben uit Hilversum die reeds in 1952 en 1955 de wisselbeker van de Stad Brugge wonnen en nu een grote kans maken om deze definitief te veroveren.
Uit Frankrijk ontving men de inschrijving van de specialist fondzwemmer (schoolslag) Jedinger uit Metz en 4 zwemmers van de CH Mulhouse.
Duitsland vaardigt vier vrije slagzwemmers af van de SV Westfalen Dortmund terwijl ook Luxemburg vertegenwoordigt is door 4 zwemmers van Dudelange.
Bij de Belgische deelnemers dienen vermeld : de Belgische rekordhoudster Alice Van Nooten die reeds in 1958 en 1959 zegevierde.  Verder Liliane Mampuy.  In schoolslag heren o.m. Bruno Deheselle van AZC, de doelman van de nationale waterpoloploeg en Longueval van Doornik.  In vrije slag heren treffen wij een sterk AZC-trio aan alsmede een sterke Gentse ploeg.
 

Van Brugse zijde werden volgende namen medegedeeld : Martine De Ghesele (vrije slag) en Yvette Lauwers (schoolslag).  Bij de heren Guido Maes, Germain Rotsaert, André Jaque en Jan Blondelle, allen in schoolslag.
Tevens is een prachtig afwachtingsprogramma voorzien onder vorm van een tweekamp Brugse Zwemkring – Schw. Club Poseidon Koblenz.  Deze wedstrijd gaat over de klassieke afstanden en wordt omlijst door verscheidene proeven voor BZK-jongeren.  Ook 2 aflossingswedstrijden wisselslag en vrije slag voor de waterpolospelers staan op het programma.  

Cerle Brugge KSV

Tot slot twee waterpolowedstrijden nl. BZK II – GZV II en BZK I – Poseidon Koblenz.
Prijzen der plaatsen : deze worden gezien het selekt internationaal gezelschap zeer laag gehouden : 5, 10 en 15 frank.”

De zwemwedstrijd Damme – Brugge lokt jaarlijks heel wat kijklustigen.  Hier een zicht op de talrijke zwemmers (in Damme) tijdens de 93steeditie (2015) (bron foto : Krant van West-Vlaanderen).

 

(Marnix Knockaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
De beloften: Gianni Swennen

Toen in april het behoud en, met de overname door AS Monaco, de toekomst van Cercle Brugge werd veilig gesteld, legde het bestuur jeugdspelers Olivier Deman, Martin Puskas, Charles Vanhoutte, Francis Cathenis en Gianni Swennen voor twee jaar vast. Deze laatste is ondertussen uitgegroeid tot een van de sterkhouders van het U21 team van Jimmy Dewulf en Wouter Artz. 

Gianni, hoe ben je bij Cercle Brugge terechtgekomen?

Ik begon te voetballen in mijn woonplaats Gavere, en daar werd ik op mijn 8ste opgemerkt door de scouts van KMSK Deinze. Toen ik 15 was, werd ik gecontacteerd door Cercle Brugge, met de vraag om te komen testen. Ik trainde vier keer mee, en speelde ook een match tegen OHL. Nadien mocht ik tekenen. Ik kon ook naar KV Oostende en KV Kortrijk, maar de persoonlijke aanpak van hoofdscout Marc Van Opstaele en het feit dat Cercle Brugge een goede naam heeft op vlak van doorstroming van eigen jeugd, gaf voor mij de doorslag om voor Groen-Zwart te kiezen. 

Vanaf toen ging het snel. Je pikte vlot het niveau op, en bleef vooruitgang boeken.

Bij de U16 werd ik halfweg het seizoen doorgeschoven naar de U17. Vorig jaar startte ik opnieuw bij de U17, maar na de winterstop kreeg ik mijn kans bij de junioren. Enkele weken voor het einde van de competitie werd ik door Jimmy Dewulf en toenmalig Algemeen Directeur Eric Deleu uitgenodigd voor een gesprek. Ze vertelden dat Cercle Brugge sterk geloofde in mij, dat het bestuur mij een profcontract aanbood, en dat ik het seizoen daarop voor de beloften mocht uitkomen.

Het werd nog spannend, want KV Oostende wilde jou absoluut aantrekken. 

Dat klopt. Vorig seizoen kwam de Vereniging in woelige wateren terecht. Er was tot in april geen duidelijkheid of Cercle zich kon handhaven in het professioneel voetbal, en zelfs over haar voortbestaan was er twijfel. Niemand kon 100% duidelijkheid verschaffen. Als andere teams dan interesse tonen en blijven aandringen, ga je als speler eens luisteren. Maar uiteindelijk heb ik voor Cercle gekozen, en voorlopig heb ik me dat nog niet beklaagd.

"Hij is een typische centrumspits."

We polsten bij David Carpels, Hoofd Opleiding, en je coach Jimmy Dewulf naar wat voor type speler jij bent. 

(David) Ik heb vorig seizoen Gianni bij de U17 onder mijn hoede gehad. Hij is een typische centrumspits. Gianni is groot en sterk, kan de bal goed afschermen, sluit goed aan en is redelijk snel. Zijn mentaliteit is prima. Hij toont zich leergierig, intelligent en gedreven, pikt dingen snel op en ligt goed in de groep. Gianni was natuurlijk nog geen afgewerkt product toen hij mijn team verliet. Onder andere aan zijn kopspel en kaatsen moest nog geschaafd worden, en bij de beloften zal hij, door het hoger niveau van zijn ploegmaats en tegenstanders, ongetwijfeld met nog meer werkpunten geconfronteerd worden. 

(Jimmy). Ik ga akkoord met wat David zegt. Gianni heeft daarnaast een neus voor doelpunten en in het begin van het seizoen deed hij het net vaak trillen, maar de voorbije weken sputterde het kanon, en sinds een aantal matchen staat hij droog. Je merkt op training dat hij dan wat ambetant loopt. Een aanvaller leeft van doelpunten  en wil het net ruiken. Als dat niet gebeurt weegt dat, hoe goed je voor de rest ook speelt, op je gemoed. 

Wat doe je dan als trainersstaf?

(Jimmy) Het is dan aan Wouter en mij om hem te helpen dit een juiste plaats te geven, en hem te doen blijven geloven in zijn kwaliteiten. Veel schouderklopjes, eens slaan, eens zalven. Op welk niveau hij later ook terechtkomt, hij zal dit nog meemaken en hij moet leren daarmee omgaan. In die omstandigheden mag hij de zaken zeker niet forceren door zich te ver te laten uitzakken naar het middenveld, iets wat van nature sowieso een beetje in zijn spel zit, om de bal te voelen. Dat is weliswaar een normale reactie, maar heeft een averechts effect, want een spits moet fris in de box zitten, en in het geval van Gianni nog meer met het gezicht naar doel. Daarnaast mag hij ook nog wat leper worden. Zowel Wouter Artz als ik waren vroeger verdedigers, en vanuit dat verleden kunnen we hem een aantal leertips meegeven, meestal details, maar op het hoogste niveau, en daar moet hij toch naar streven, maken ze vaak het verschil. We herhalen die dingen voortdurend, en hij houdt daar dan wel rekening mee, maar het is de bedoeling dat dit op een dag volledig uit zichzelf komt.

Gianni, door het zware onweer waarin Cercle Brugge de afgelopen jaren vaak vertoefde, zochten veel getalenteerde jongeren andere oorden op. Het pleit dan ook voor de jeugdwerking dat ondanks die exodus de beloften het klassement in 1B aanvoeren.

Dat klopt en is een bewijs dat er met de jongeren goed gewerkt werd. Sinds de start van de voorbereiding verloren we slechts één keer in 15 matchen. De koppositie willen we niet meer uit handen geven, we gaan dus resoluut voor de titel. Ook de Beker van België leeft in de groep, want je mag daar enkel met U21-spelers voetballen, en dat geeft een eerlijker beeld over het werkelijke niveau van de beloften. We versloegen in die competitie ondertussen KV Oostende en KV Kortrijk, en met wat geluk met de loting kunnen we heel ver geraken. 

"We gaan resoluut voor de titel."

Wat is het geheim van jullie sterke prestaties?

Een goeie sfeer, we hangen sterk aan elkaar - iets waar ook de trainers een groot aandeel in hebben - en een sterke centrale as. Broes Willem en Simon Vandewiele zijn goed uitvoetballende verdedigers, Robbe Decostere recupereert veel ballen op het middenveld, en Olivier Deman en Charles Vanhoutte kunnen individueel het verschil maken. Vooraf vreesden we dat er elke week heel wat spelers van de grote A-kern zouden afzakken, ten koste van onze speelminuten, maar dat valt goed mee. Zeker op mijn positie heb ik niet te klagen. De trainers drukken ons evenwel voortdurend op het hart dat we, als we om die reden eens naast de basisploeg vallen, in de speeltijd die we krijgen, hoe beperkt die ook is, voor ons leven moeten spelen. 

Jij woont in Gavere, en je loopt school in Brugge. Hoe slaag jij erin om het voetbal met je studies succesvol te combineren?

Het is niet altijd gemakkelijk. In elk geval zijn het lange dagen. Ik sta vroeg op om te studeren en neem daarna de trein van 07.15u in Gavere, richting Brugge. Ik volg de richting Marketing en Ondernemen aan het VHSI. Na de lessen en de studie volgt de training, en daarna pendel ik terug naar Gavere en kom ik omstreeks 22.00u thuis aan. Ik zou kunnen op internaat gaan, maar mijn ouders willen nog wat controle over mij houden. Ze zijn bezorgd, willen het beste voor mij, hameren er voortdurend op dat ik mijn diploma moet behalen en moedigen me aan niet op te geven. De combinatie lukt, maar veel tijd voor andere dingen is er niet. Ik moet dus goed plannen en efficiënt en gefocust studeren. 

Daar kunnen we alleen maar bewondering voor hebben. Bedankt voor het interview en een mooi en blessurevrij seizoen toegewenst!

(Diederiek Vermeersch) 

Lees meer
Shot-online
10/10/2017
Cerle Brugge KSV
Ervaring - Brian Vandenbussche

Deze week zette Brian Vandenbussche zijn handtekening onder een contract dat hem voor één jaar bindt aan Cercle Brugge. Voor de gewezen doelman van de Rode Duivels is deze transfer een beetje thuiskomen: na twee jaar Sparta, tien jaar Heerenveen en drie jaar AA Gent keert hij terug naar Jan Breydel waar hij, weliswaar aan de andere kant van het stadion, zijn jeugdopleiding kreeg. 

Brian, hoe is Cercle Brugge bij jou terechtgekomen?

Het eerste contact dateert van 2014. Ik besloot mijn verbintenis in Friesland niet te verlengen, en mijn vrouw en ik wilden ons settelen in Blankenberge, waar onze roots liggen. Toenmalig Technisch Directeur Sven Jaecques nodigde mij uit voor een gesprek. Dat was heel constructief, maar in dezelfde periode belde Gent met een voorstel dat toen zowel sportief als financieel een stuk interessanter was, en ik koos voor de Buffalo’s. Het contact met Cercle is echter altijd gebleven. Mijn verbintenis met Gent liep af, en keepertrainer Pieter-Jan Sabbe liet me weten dat Cercle Brugge op zoek was naar een doelman met mijn profiel. En zo ging de bal aan het rollen.

Je zegt dat Cercle zocht naar een type zoals jij. Wat bedoel je hier concreet mee? Met andere woorden: welke taak is voor jou dit seizoen weggelegd bij Groen-Zwart?

De rolverdeling is duidelijk. Paul Nardi is eerste doelman en Miguel Van Damme is nog aan het herstellen. Ik ben dus voorlopig stand-in. Dit betekent niet dat ik mij zomaar neerleg bij mijn plaats op de bank. Ik zal Miguel en Paul zo scherp mogelijk houden en het de trainer zo moeilijk mogelijk maken bij zijn keuzes. De ambitie moet de titel zijn, en dat begint met een betrouwbaar sluitstuk achter de verdediging.

"vind zo snel mogelijk een heel goede en sterke vrouw!"

Dat is een beetje de rol die je bij Gent had, waar Matz Sels, en vorig seizoen Lovre Kalinic onbetwistbare titularis waren. We vroegen aan je gewezen ploegmaat en aanvoerder Hannes Van der Bruggen, die nu bij KV Kortrijk speelt, of dit een functie is die je ligt.

(Van der Bruggen) Ik ben ervan overtuigd dat Cercle Brugge met de komst van Brian een goede zaak gedaan heeft. Eerlijk gezegd heb ik hem enkele weken geleden meermaals aangeprezen bij het bestuur van KV Kortrijk, dat ook op zoek was naar een dergelijke keeper, maar dit is uiteindelijk niet doorgegaan. Brian is altijd loyaal geweest tegenover de eerste doelman en ligt zeer goed in een groep, dat mag je bij elke speler van Gent navragen. 

Sommige mensen denken misschien: een tweede doelman mag blij zijn dat hij erbij hoort, die is sowieso braaf.

(Van der Bruggen) ‘Loyaal zijn’ is niet hetzelfde als ‘braaf zijn’. Brian is een natuurlijke leidersfiguur met veel présance. Op zijn eentje onderhandelde hij bij Gent de premies voor de rest van de groep. Met Louwaegie over geld praten is niet gemakkelijk, maar Brian deed dat met verve, en dat engagement was des te opmerkelijker omdat hij in het laatste jaar uit de wedstrijdkern viel en onderhandelde over premies die hij zelf niet meer zou krijgen. 

Ondanks het feit dat hij weinig aan spelen toekwam, bleef hij zeer gedreven trainen, en laste hij voor zichzelf vaak extra krachttrainingen in. Nardi en Van Damme zullen hun speelminuten in elk geval niet cadeau krijgen van hem.  

Brian, van jou wordt wellicht ook verwacht dat je wat ontfermt over de jonge spelers.

Zeker voor de spelers die uit het buitenland komen, en dus niet op hun ouders kunnen terugvallen, heb ik één belangrijke raad die ik vaak herhaal: vind zo snel mogelijk een heel goede en sterke vrouw! Voor een voetballer is alleen zijn heel gevaarlijk. Je gaat gemakkelijker uit, je krijgt veel aandacht, iedereen is vriendelijk en wil iets van jou, enz. De grote motor van mijn carrière is eigenlijk mijn vrouw Loes. Zij gaf haar job in het onderwijs op om mee naar Heerenveen te gaan, en gaf me zo de rust, de stabiliteit en de nestwarmte die ik broodnodig had. Na de training en de wedstrijden kon ik naar een warme thuishaven terugkeren en behield ik zo mijn focus op het voetbal. Ik heb het maximum uit mijn carrière gehaald, en daar heeft zij een groot aandeel in. Ondertussen heeft mijn echtgenote haar beroep als leerkracht opnieuw opgenomen en hebben we samen een zoon, Arno, die als linksbuiten bij de U12 van Blankenberge speelt.

Voor wie jou door je lange verblijf in het buitenland niet goed kent: wat voor een keeper ben jij? 

Ik ben met mijn 1m96 een grote doelman en sterk op hoge ballen. Ondanks mijn lengte ben ik vrij snel tegen de grond. Daarnaast ben ik nog redelijk explosief en voetbal ik ook goed uit. Uiteraard heb ik ook punten waar ik minder tevreden over ben, maar daar vertel ik zelf nooit over.

Je bent 35 jaar, dus we mogen al eens terugblikken op je carrière. Je hebt veel trainers gehad. Wie maakte de grootste indruk op jou? 

Marco Van Basten imponeerde natuurlijk door zijn verleden als topvoetballer bij AC Milaan en het Nederlands voetbalelftal; de no-nonsense stijl van Gertjan Verbeek (huidig trainer VfL Bochum, n.v.d.r.) lag me zeer goed, de kwaliteiten van Trond Sollied kent iedereen, maar de de grootste bewondering koester ik toch voor Vanhaezebrouck. Tactisch is Hein buitengewoon sterk en hij slaagde er bovendien in de groep mee te krijgen in zijn verhaal. 

"ik ben echt benieuwd of in onze kern ook pareltjes zitten die later te bewonderen zullen zijn op het allerhoogste niveau."

En je mooiste herinnering? 

Ik twijfel tussen drie zaken. Mijn eerste wedstrijd met de Rode Duivels (Brian werd 13 keer opgeroepen en speelde 3 keer, n.v.d.r.) tegen Azerbeidzjan, in 2007, was een kinderdroom die uitkwam. De resultaten van de nationale ploeg waren onder René Vanderecyken nog niet goed, maar de kiem voor het huidige succes werd toen wel gelegd, met in het team een jonge Kompany, Vertonghen en Vermaelen. Daarnaast heb ik bij Heerenveen vijf of zes Europese campagnes meegemaakt, en de match tegen AC Milaan was een avond die lang bleef beklijven. En tot slot is er natuurlijk het kampioenenjaar en de Champions League-campagne van Gent. Sportief heb ik daar geen grote bijdrage aan geleverd, maar je raakt zo opgezogen in de groepsdynamiek van een team dat boven zichzelf uitstijgt dat je daar als bankzitter ook enorm van geniet. 

Naast de Rode Duivels die je opsomde heb je ook bij Heerenveen met heel wat goede voetballers gespeeld.

Heerenveen heeft een zeer knap scoutingsapparaat en is een kweekijver voor jong talent. Afonso Alves maakte later deel uit van de Braziliaanse nationale ploeg, Danijel Pranjic vertrok naar Bayern Munchen, Klaas-Jan Huntelaar kwam nadien bij Real Madrid terecht, Sulejmani en Djuricic tekenden bij Benfica, enz. Door de inbreng van Monaco wordt Cercle Brugge misschien het nieuwe Heerenveen. Ik ben echt benieuwd of in onze kern ook pareltjes zitten die later te bewonderen zullen zijn op het allerhoogste niveau.

Wij ook! Bedankt voor het interview en een succesvol en blessurevrij seizoen toegewenst!

(Diederiek Vermeersch)

 

Lees meer
Shot-online
29/06/2017
Cerle Brugge KSV
The revival - Miguel van Damme

Bij de aanvang van de voorbereiding van het vorige seizoen kwam het als een donderslag bij heldere hemel. Bij Miguel Van Damme werd leukemie vastgesteld.  In februari interviewden we Miguel die toen vol goed hoop was dat de revalidatie goed verliep en hij keek reeds vooruit naar zijn eerste stappen op de groene mat. Terecht blijkt nu. Zijn doorzettingsvermogen als sportman, de medische bijstand die hij ontving, de morele steun van velen en mogelijks net dat tikkeltje geluk dat iedereen nodig heeft, bracht hem inderdaad terug op het voetbalveld.  Dat dit reeds mogelijk was in de Bekerwedstrijd tegen Genk is op zich een half mirakel.  Weinigen deden het hem voor.

We hadden een kort gesprekje met hem “the day after”.

Miguel, goed een jaar na de vreselijke diagnose stond je tegen KRC Genk op het hoogste niveau opnieuw tussen de palen?

’t Is zot geweest.  Ik had nooit gedacht dat het zo snel zou gaan.  Ik herinner me nog goed dat ik ruime tijd geleden een gesprek had met de ploegdokter die me vertelde dat we het bij het begin van het seizoen rustig zouden opbouwen en voornamelijk met de kine’s werken en als alles goed zou verlopen dat ik in december of bij de winterstage zou kunnen meetrainen met de groep en eventueel wat wedstrijden spelen.  Nu blijkt dat ik met de zomerstage reeds kon meetrainen en enkele wedstrijden met de Beloften spelen.  Het is immens hoe snel het gegaan is.  Mijn lichaam heeft het goed aangenomen.  Alleen maar positieve zaken dus.

20 september 2017 zal wellicht een speciale dag blijven voor jou?

Inderdaad.  Ik heb reeds enkele wedstrijden met de Beloften achter de rug, maar nu voor het grote publiek terug te komen  en het vertrouwen krijgen van de trainers, is vanzelfsprekend heel positief en heel leuk.   Ik ben er hen heel dankbaar voor.  Ook voor de steun die ik van de supporters kreeg, zowel voor als na de wedstrijd.  Het is een moment dat altijd in mijn hart gegrift zal staan.

De supporters stonden inderdaad letterlijk en figuurlijk achter je.

Reeds tijdens de opwarming voelde ik me gesterkt door hen.  Ook tijdens de wedstrijd en er na.  Elke bal die je pakt of elk goed moment die je hebt in de wedstrijd hoor je inderdaad de mensen die achter je staan positief reageren.  Ook tijdens de periode dat ik ziek was kreeg ik heel veel steun van vele mensen.  Dit zowel van Cercle uit als van de voetbalwereld in het algemeen.  Daar trek je je aan op.

Ook Cercle op zich bleef in je geloven.  Je contract liep immers af tijdens je ziekte en toch kon je bijtekenen.

Door mijn ziekte kwam ik in een onzekere situatie.  Eerst denk je voornamelijk aan genezen, maar naarmate je dichter bij die genezing komt, komt het sportieve dan toch terug boven water.  Als je op dat ogenblik van Cercle hoort dat ze steeds van plan waren om mijn aflopend contract te verlengen, en mij de tijd te geven om terug te keren op het hoogste niveau, gaf dat een enorme boost voor mezelf en ook voor mijn familie.  

Je “debuutwedstrijd” was niet mis?

Ik had een positief gevoel na gisteren.  Ik kon enkel goede ballen pakken en we hebben ons terug in de match kunnen knokken.  Spijtig van die lucky goal, maar we moeten de positieve zaken uit die wedstrijd onthouden.

Die eerste wedstrijd op het hoogste vlak, verteerde je die fysiek goed?

Ik trainde vandaag terug mee met de groep en kende totaal geen weerslag van gisteren.  Gisterenavond ook geen abnormale vermoeidheid.  Ondanks dat ik nog om de maand een lichte kuur krijg, heb ik er helemaal geen last van.  Ook de dokters zijn positief verrast.  

Ook je vriendin is onvoorwaardelijk blijven achter je staan en volgend jaar huwen jullie?

Inderdaad.  We wonen reeds in ons nieuw huis maar op 15 juni komend jaar treden we in het huwelijksbootje.  Alweer iets om naar uit te kijken.

Tot slot, je bent , samen met chocolatier Dominque Persoone, het gezicht van “Levensloop”?

Dit is een heel mooi initiatief van die mensen.  Het is het tweede jaar dat ze dit organiseren. Toen ze me vroegen om peter te zijn, twijfelde ik natuurlijk geen moment.  Je komt uit zo’n situatie en je weet wat die mensen doormaken, dan is dit het minste wat je kunt doen om je steun te betuigen en hen helpen een mooi bedrag in te zamelen.  Een mooi initiatief en ik hoop dat het een geslaagde dag zal worden voor de organisatie.

(Georges Debacker)

 

Lees meer
Shot-online
21/09/2017
Cerle Brugge KSV
Filips Dhondt

Optimism is a moral duty. Na bijna twintig jaar is Filips Dhondt terug bij Cercle als bestuurder namens AS Monaco. Na de knappe winst tegen OH Leuven en net voor de nieuwjaarsreceptie van Groen Zwart nam hij uitgebreid de tijd voor een gesprek met SHOT. Ambitie, optimisme en de onverzadigbare wil om te winnen vormden de ingrediënten. Alsof we al een voorsmaak kregen van het kleine mirakel op en tegen KFCO Beerschot Wilrijk vier dagen later…

Je kijkt terug op een lange en rijk gevulde carrière in de voetbalwereld. Als we kennis willen maken met Filips Dhondt, welke hoogtepunten mogen we dan noteren?

Dit seizoen is mijn vierentwintigste seizoen dat ik in de voetbalwereld professioneel actief ben. Ik kan verschillende hoogtepunten noemen, maar dieptepunten uiteraard ook. Een recent hoogtepunt is zonder meer het vorige voetbalseizoen bij AS Monaco. We behaalden de kampioenstitel in Frankrijk, de finale van de Liga-beker, en de halve finale van de Champions League, amper vijf jaar nadat we laatste stonden in de tweede klasse. Een ongelofelijk scenario, eigenlijk een mirakel als je bedenkt dat de tweede in de eindstand, Paris Saint Germain, werkt met een budget dat tot zes keer zo groot is als dat van AS Monaco. Maar eigenlijk was elke Champions League campagne, zowel bij Monaco als bij de buren hier, een summum van beleving. Tijdens mijn eerste periode bij Cercle, van 1994-1998, was het voor mij vooral genieten van Josip Weber. Als ik zijn naam noem krijg ik nog steeds kippenvel. Ik was eind vorig jaar nog op de begrafenis van Josip met Franky Carlier, Geert Leys en Bert Lamaire. Laagtepunt was dan uiteraard de degradatie met Groen Zwart in 1998, waarna ik heb beslist om naar EURO 2000 over te stappen. Toenmalig voorzitter Paul Ducheyne gaf te kennen met minder mindelen verder te moeten, waarna we in alle vriendschap en openheid oplossingen hebben gezocht en gevonden.

Hoe kijk jij naar het voetbal? Kijk je als voetbalstrateeg, als zakenman, als manager?

Om in de voetbalsector te werken moet je vooral gepassioneerd zijn. Het vraagt vierentwintig uur per dag en zeven dagen per week je volle aandacht en engagement. Zelfs ’s nachts houdt het je bezig. Te meer ook omdat mensen je voortdurend aanspreken over wat voor hen hun hobby is… maar voor mij mijn beroep.

Dus je kijkt en beleeft voetbal als gepassioneerd voetballiefhebber?

Ja, absoluut, ook al evolueer je zelf ook wel na een lange carrière in de voetballerij. Ik zet de televisie op als er wedstrijden worden uitgezonden, maar ik lees intussen ook wel iets. Ook de voetbalwereld zelf is overigens zeer sterk geëvolueerd de laatste paar decennia.

Van evoluties gesproken, je was reeds bij Cercle aan de slag, en je bent nu terug bij Groen-zwart, als is dat nu in de hoedanigheid van bestuurder namens AS Monaco. Mogen we zeggen dat jij één van de drijvende krachten was achter het hele proces van de overname van Cercle?

De drijvende krachten zijn de voorzitter van AS Monaco, Dmitry Rybolovlev en de ondervoorzitter Vadim Vasilyev. Zij wilden absoluut een tweede voetbalclub vinden, omdat er zich in Frankrijk een enorm probleem stelt met de ontwikkeling van de jeugdspelers. De ‘reserven’ of U21 spelen in Frankrijk in vierde of vijfde afdeling, wat maakt dat er een enorme kloof is met de eerste afdeling. Jonge spelers kunnen nooit klaar zijn om onmiddellijk mee te draaien – tenzij je Mbappé noemt uiteraard (lacht). Je mag binnen Frankrijk maximaal zeven spelers uitlenen, waarvan hoogstens twee naar dezelfde ploeg. We hebben vaak spelers uitgeleend aan buitenlandse ploegen, maar hebben dan minder zicht op hoe die jongens evolueren. Een andere reden is ook dat je in Frankrijk slechts vier niet-Europeanen mag aansluiten bij de club, of dat nu bij de jeugd is of niet. We hebben permanent scouting in Zuid-Amerika en Afrika, maar we hebben reeds vier niet-Europeanen in dienst, wat het onmogelijk maakt om verder te rekruteren. België is bovendien een interessant land om eigen spelers te gaan ontwikkelen. Dus voorzitter en ondervoorzitter gaven me de opdracht om op zoek te gaan naar wat een interessant land zou kunnen zijn. We hebben zes landen zeer nauwkeurig onderzocht.

En het Belgische Cercle kwam daar als beste kandidaat uit naar voor?

Zo is dat. In november 2016 hebben we een eerste gesprek gehad met de toenmalige Raad van Bestuur van Cercle, wat zeer positief is verlopen, met een openheid van geest, en volle transparantie op het vlak van uitwisseling van informatie. Zeer snel reeds, op 24 december 2016, werd een ‘Confidential letter of interest’ getekend, om uiteindelijk in februari 2017 tot een consensus te komen. AS Monaco formuleerde daarbij 3 voorwaarden: de licentie halen, in 1B blijven en tenslotte de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Cercle verkrijgen. In 1B blijven bleek nog de moeilijkste opgave…

Het feit dat je al eens bij Cercle aan de slag was, heeft de zaken wellicht wel bespoedigd?

Dat niet zozeer, wel dat ik met de Belgische voetbalwereld vertrouwd was. Je moet de voetbalreglementering, de voetbalcultuur, de netwerken… echt wel kennen om dergelijke beslissingen te nemen. Mijn job was objectief verslag uit te brengen bij de voorzitter van AS Monaco. Maar Vadim had zelf ook onmiddellijk een zeer goed gevoel bij Cercle. Dat was ontzettend belangrijk.

Je hebt ook jarenlang bij de buren gewerkt. Versoepelt dat het samenleven hier in Jan Breydel? 

Ik heb tien jaar met veel plezier bij Club Brugge gewerkt, en heb ook veel goede herinneringen en vrienden bewaard. Daar heb ik geen enkel probleem mee. Maar ik ben er intussen zeven jaar weg en er is ontzettend veel veranderd. Sportieve rivaliteit moet er echter zijn, anders moet en kun je geen voetbal spelen.

Terug naar AS Monaco. Hoe kijkt men ginder eigenlijk naar Cercle? Ligt men daar als wereldploeg eigenlijk wakker van wat er hier in Brugge, bij de Groen Zwarte familie dan, gebeurt?

Ik kan je zeggen dat als Cercle speelt de stand van de wedstrijd stante pede wordt doorgestuurd naar alle hoofdrolspelers in AS Monaco. Ook op onze wekelijkse maandagvergadering is een aandachtspunt steevast het resultaat van Cercle en waar we staan. Iedereen op kantoor volgt het, niet enkel ‘les dirigeants’ van de club.

Leeft Cercle ook bij de supporters van Monaco?

Evident, iedereen weet waar het over gaat. Een van de zaken die we binnen afzienbare tijd moeten realiseren is de Cercle website in het Frans aanbieden. Dat zal de band tussen supporters veel nauwer maken. Zoals Cercle-supporters de website van AS Monaco kunnen volgen, zou dat ook omgekeerd het geval moeten kunnen zijn. We nodigden overigens ook al de jeugdploegen uit van Cercle. Dus we creëren die banden tussen beide verenigingen ook echt actief. 

"‘L’esprit des vainqueurs’, dat moeten we kweken hier in Brugge."

Naar de orde van de dag dan. Cercle won tegen OHL met tien man, toonde vechtlust en drang om te winnen. Ben je tevreden zoals het tot hiertoe loopt. Is AS Monaco tevreden?

We zijn tevreden, maar we moeten vooral de mentaliteit van de winnaar in Cercle pompen. Willen winnen, op elk moment. ‘L’esprit des vainqueurs’, dat moeten we kweken hier in Brugge.

Cercle moet af van het Calimero gevoel?

Altijd willen winnen, ook al win je niet altijd. Alleen die ingesteldheid telt. We moeten onze ambitie ook luidop durven verkondigen, en die op elk vlak laten blijken, sportief, administratief en organisatorisch. Elkeen zal gemerkt hebben dat er al grote stappen gezet werden. We bouwen aan een professionele structuur, met veel aandacht voor de eigenheid van Cercle. Daar is niet aan geraakt geweest.

Dat was inderdaad een voorwaarde die Cercle zou gesteld hebben: de eigenheid behouden en de jeugdwerking verder uitbouwen? 

Zeer zeker. Het was zelfs ook één van de eisen van AS Monaco. Overigens ook de vrees bij AS Monaco bestond toen Dmitry Rybolovlev de club kocht. Iedereen was bang dat de eigenheid van AS Monaco verloren zou gaan, en mensen hielden het hart vast voor de buitenlandse invloed. Maar we zijn nooit zo hoog gevlogen. Op vijf jaar tijd van laatste in tweede, tot eerste in eerste.

Op welke termijn willen jullie bij Cercle welke plannen realiseren?

Eerste stap was de professionalisering op alle niveaus, overigens met alle respect voor de vele vrijwilligers van Cercle. De eerste sportieve ambitie is de promotie naar 1A. Iedereen ziet ongetwijfeld welke inspanningen Monaco heeft gedaan.

The sky is the limit?

Nee, zeker niet. We mogen ook niet onderschatten dat François Vitali van voor af aan een ploeg heeft moeten bouwen, en dit vanaf half juni 2017. Als je ziet waar we nu al staan dan zijn we op goede weg. Ook tijdens de ‘wintermercato’ zal worden bijgestuurd. Probleem is wel dat we met zeer vreemde competitie zitten. In het ideale scenario spelen we de finale met als inzet de promotie, wat wil zeggen dat er tot dan nog slechts een handvol matchen te spelen zijn. Dan is het zeer moeilijk om spelers te overtuigen naar Cercle te komen. Dus de sportieve ambitie is 1A, om daarna een stabiele ploeg in de hoogste afdeling worden. Daar  hoort Cercle thuis, een traditieploeg met jaren ervaring.

"1A, daar  hoort Cercle thuis.  Een traditieploeg met jaren ervaring."

De realiteit is dat vele ploegen uit of rond West-Vlaanderen meespelen in 1A. Is het economisch haalbaar om daar nog een ploeg als Cercle aan toe te voegen?

1B is lastig, 1A is meer rendabel. Als AS Monaco elk jaar drie tot vier spelers ter beschikking kan stellen die voor Cercle alleen niet haalbaar zouden zijn, zoals met Sporting Lissabon het geval was, dan is 1A mogelijk. Dit alles aangevuld met de middelen die Cercle genereert. Buiten de vier à vijf topclubs in België moet iedereen zijn eigen business model ontwikkelen. Dat geldt ook voor AS Monaco, waar we 2500 abonnees hebben. Met alle respect voor de supporters, maar niet alleen die inkomsten maken ons ginder tot een topclub.

Terugblikkend op het seizoen tot hiertoe: Cercle heeft zich helemaal terug geknokt in de competitie. Een sterke voorbereidingscampagne, waarna het in de competitie toch op en af ging, met winstmatchen, maar ook zware verliesscores. Waar zie jij nog de nodige groeimarge?

Deze zomer hebben we zeer snel moeten handelen. Er waren weinig spelers beschikbaar, en er moest een nieuwe kern komen. Ik denk dat onze kern nu te groot is. We mikken op een kern van tweeëntwintig tot vierentwintig spelers, aangevuld met twee tot drie jeugdspelers. Dat is veel werkbaarder voor een trainer. Over specifieke posities moeten we de tegenstanders niet wijzer maken dan zij al zijn. En voor het overige moeten we uitkijken naar de middellange termijn. Jongens met korte contracten die een meerwaarde vormen moeten we aanhouden en verlengen.

Wanneer ben jij persoonlijk tevreden over dit seizoen? Alleen de promotie telt?

(overtuigd) Ja. Alleen winnen telt. Als het niet lukt, lukt het niet, maar dan is er ook geen tevredenheid mogelijk. Ik verneem dat de winterstage veel heeft bijgebracht. Er staat een groep die elkaar kent en uitgedund is. Ook tegen OHL was de vechtlust duidelijk zichtbaar. En we hebben op dit moment alles in eigen handen. Maar ook de supporters moeten er staan. Supporteren betekent letterlijk ondersteunen.

En dat is ook wat jij wil uitdragen naar de supporters?

Ik houd niet van kankeraars. Positivisme en de winning spirit, dat wil ik verkondigen voor Cercle. Winnen en willen blijven winnen, zelfs als dat niet altijd lukt!

(K.V.)

Lees meer
Shot-online
18/01/2018
Cerle Brugge KSV
Alles op zijn tijd - Anthony Portier

35 jaar is Anthony Portier.  Dat is uitzonderlijk jong om al geïnterviewd te worden voor de rubriek ‘Retro’ van  Shot On-Line.  Niet eens half zo oud is hij als Willy Craeye, de vorige ex-Cerclespeler die ons zijn wedervaren bij Groen-Zwart uit de doeken deed. De reden van dit vroege interview ligt echter voor de hand: Anthony heeft zijn voetbalschoenen definitief aan de haak gehangen.  ‘Definitief’?  Hoe geëngageerd ook, hoezeer ook met volle overgave hij zijn voetbalcarrière met alles erop, eraan en errond beleefd heeft, en hoewel zijn gehavende knieën het niet onmogelijk zouden maken nog tegen het ronde leren ding te trappen, toch lijkt het me niet dat Anthony beter het “Zeg nooit, nooit,” indachtig zou zijn.

Anthony, na turbulente jaren bij het KV Oostende-van-lang-voor-Coucke, heb je zeven en een half jaar bij Cercle gespeeld, om daarna het wat lager op te nemen bij Union St.-Gillis, Beerschot-Wilrijk en ten slotte Spermalie Middelkerke.   Wat komt je het eerst voor de geest bij deze opsomming? 

Op mijn vijfde startte ik bij Gold Star Middelkerke.  KVO trok mij als jeugdspeler aan, en ik was pas zestien toen ik al bij de eerste ploeg de bank met wedstrijden op het veld afwisselde.  Door allerlei perikelen lagen bij KVO hemel en hel dicht bij elkaar, zodat ik er speelde in Eerste, in Tweede en in Derde Klasse.  Tijdens het tussenseizoen van 2005 – 2006 keek Cercle Brugge uit naar een centrale verdediger die kon inspringen voor Djordje Svetlicic die last had van blessures, en zoals ik nadien vernam, heeft Franky Van der Elst mij bij Groen-Zwart aanbevolen als een jonge, beloftevolle kracht.  KVO deed het matig in Tweede, en de kans om bij Cercle binnen te geraken, kon ik niet aan mij laten voorbijgaan.  Al was het dan altijd in Eerste Klasse, gespreid doorheen mijn lange Cerclecarrière hebben zowel ‘de Vereniging’ als ikzelf wel en wee meegemaakt dat ver uiteen lag.  Halfweg 2013 waren Cercle en ik op elkaar uitgekeken, en ik sloot mijn loopbaan als voetballer af met één jaar Union, twee jaar Beerschot en anderhalf jaar Spermalie Middelkerke.  Bij Union werd het een tegenvaller, maar bij Beerschot speelden we tweemaal kampioen.  Helaas, bij de laatste kampioenenmatch kon ik er niet bij zijn.  Nadat ik vroeger al aan de rechterknie geopereerd werd, was het nu de beurt aan mijn linkerknie: kruisbanden gescheurd, kraakbeenletsel, meniscus…

"Glen De Boeck maakte me een betere speler".

Ik kan me onmogelijk vergissen in wat bij Cercle je hoogtepunt is geweest.  Je speelde immers 33 competitie- en 4 bekermatchen in - tien jaar geleden nu al! – het eerste Cerclejaar van Glen De Boeck.  Laat mij meteen vragen of het werkelijk dankzij Glen is dat Cercle zo schitterend presteerde.  Je hoort en leest immers courant dat Glen profiteerde van het werk van zijn voorganger, Harm van Veldhoven.

Zonder dat dit iets afdoet aan wat Harm Groen-Zwart heeft bijgebracht of aan de gedrevenheid van ons team zelf - waarbij ik vooral aan Denis Viane denk - kan ik verzekeren dat Cercle dat uitzonderlijke succes echt wel aan Glen te danken had.  Nooit heb ik zwaarder moeten trainen dan onder Glen, maar zijn specifieke aanpak rendeerde.  Hij wist zijn eigen jarenlange ervaring bij Anderlecht op ons over te brengen, en voor mij als centrale verdediger was dat extra leerzaam doordat hij bij paars-wit op die plaats speelde.  Zeker weten, hij heeft me een betere speler gemaakt.  Hoe de man afdekken, hoe instappen, hoe het spel lezen, beter dan andere trainers wist hij het uit ervaring en hamerde hij het erin.Om het bij één voorbeeld te houden:  Nogal wat trainers wensen dat je als verdediger aan een aanvaller ‘plakt’.  Glen wou vooral dat de tegenstander niet kon weten waar jij juist stond en wat jij van plan was. Leun je tegen hem aan, dan heeft hij je door, hij weet of hij het best naar links of naar rechts draait, en hij is ervandoor voordat jij het kunt beletten.  Sta je echter een paar stappen achter hem, dan zie je gauw wat hij wil, en je krijgt de kans  om gepast in te grijpen.   Ook één voorbeeld van zijn harde aanpak geef ik je graag. Toen Cercle een samenwerkingscontract met  Blackburn had, trokken we in juli 2008, nog voor het begin van de competitie, naar de terreinen van de Rovers voor een oefenstage.  We moesten ’s morgens om 7 uur op Olympia zijn en een kwartier later een duurloop van een uur in het rood beginnen in Tillegembos. Dat ‘in het rood’ komt erop neer dat we ons maximum moesten weten te bereiken.  Wie het niet goed deed, moest in Blackburn die duurloop overdoen. Op Tillegem volgde anderhalf uur bus naar Zaventem, twee uur vliegen, anderhalf uur naar Blackburn, bagage uitpakken, en een uur later bijna drie uur gaan trainen op het veld. Het werd een helse week, en blijkbaar was ik zo vermoeid en gefrustreerd dat ik me tijdens een oefenpartijtje dat we daar speelden, niet tegen de Rovers zelf, een rode kaart liet aansmeren door een aanvaller die heel de tijd ambetant deed. 

Wat was Glen eerder, een trainer die bereikte dat de spelers er individueel op vooruitgingen of een ‘team’trainer?

Och, de persoon van Glen De Boeck bestaat voor 99 procent uit ‘voetbal’, van mens tot mens over iets anders praten met hem is onmogelijk.  Het is geen toeval dat hij van het zakenleven gauw weer in de wereld van het voetbal is gedoken, en het is evenmin een toeval dat Kortrijk momenteel met hem zo knap presteert.   Uiteraard is het Glen zoals elke trainer vooral om het team zelf te doen, maar bij wederzijds vertrouwen kan hij ploeg en speler het beste doen bereiken dat voor hen haalbaar is.

Hoewel Cercle bij Glens tweede seizoen Thomas Buffel wist aan te werven, toch was het wellicht uitgesloten dat Groen-Zwart het even goed zou doen als tijdens Glens eerste?  En wat Thomas betreft, hij scoorde slechts drie doelpunten in dertig competitie- plus vier bekermatchen.  Vermoedelijk was hij niet helemaal hersteld van de blessures die hij bij Glasgow Rangers had opgelopen?

Het belangrijkste dat voor een stuk ontbrak tijdens dat seizoen was juist dat wederzijds vertrouwen, en dit in het bijzonder tussen Glen en Thomas.  Glen had een voor hemzelf duidelijk omlijnde visie op  ‘zijn’ ploeg en op alle pionnen die ervoor in aanmerking kwamen, maar naast Thomas ook beschikkend over kleppers als Tom De Sutter en Stijn De Smet viel het hem moeilijk alle kwaliteitsspelers op de voor hen meest aangewezen plaats te laten uitkomen.  Nu, zo kwalijk was dat seizoen ook niet. Bij de winterstop stonden wij nog vierde, maar Tom vertrok naar Anderlecht.  We werden negende en haalden de halve finale van de beker in Mechelen, waar we met de strafschoppen verloren.  Nog beter bekerden we het jaar daarop: al verloren we de finale op de Heizel kansloos met 3-0 tegen Gent, we hadden zelfs Anderlecht uitgeschakeld om die finale te bereiken.

Tijdens dat ‘jaar daarop’, waren Stijn De Smet en Bram Vandenbussche er niet meer bij.  Ze waren respectievelijk naar AA Gent en naar Roeselare vertrokken. Wat was het grootste verlies voor Cercle, dat van een speler met veel talent of dat van een speler met niet slechts een Zwart-Groen hart, maar een speler die Groen-Zwart kleurde van kop tot teen?

Ik bekijk het alleen maar zo: beide spelers hadden gelijk, ze maakten een goede keuze.  Niemand zal dat ontkennen voor Stijn, en Bram, door de  Zwart-Groene supporters op handen gedragen, kon met een gerust gemoed zeggen: “Ik heb een schone periode gehad bij Cercle, het is er goed geweest.” Niet dat het leuk was voor Bram, maar het is geen schande een stap opzij te zetten uit Eerste Klasse.  Bram zag zijn eigen beperkingen in, en een speler kan onmogelijk blijven drijven op enthousiasme en liefde voor de ploeg die hem gestuwd heeft naar het maximaal haalbare.

Naast verschillen zie ik ook overeenkomsten tussen Bram en jezelf als voetballer.  Heb ik het juist voor?

Daaraan is er geen twijfel mogelijk.  Zoals Bram was ook ik een karakterspeler, lang niet de rapste of de meest verfijnde voetballer. Allebei moesten wij het hebben van onze tomeloze inzet, van onze wilskracht.  Al dan niet in dezelfde mate als bij Bram, kenmerkten mij harde duelkracht, een stevig kopspel en, zoals ik al zei, goed het spel kunnen lezen, aanvoelen dus waar het spel naartoe gaat. 

Na de verloren bekerfinale kon Glen zijn vierde jaar bij Cercle beginnen.  Hij ‘kon’ het, maar hij deed het niet.  Spreken we maar niet over de wijze waarop hij Cercle in de steek liet, maar zeg even: “In voetbal zoekt iedereen het beste voor zichzelf.  Had Glen, louter zakelijk gezien, gelijk?”

Absoluut niet.  Van Cercle weggaan was het domste dat hij kon doen.  Hij zat vast in het zadel bij Cercle, had ‘de Vereniging’ een goed stuk professioneler gemaakt, en had de mogelijkheid wat hij begonnen was nog jaren aan een stuk verder uit te bouwen.  Hij had alles naar zijn eigen hand kunnen zetten.  Overigens, hoewel het niet altijd koek en ei was tussen hem en mezelf, hij is zeker de beste trainer die ik heb gehad.  Zijn opvolger, Bob Peeters, stond als trainer twee trappen lager in mijn ogen.  De Boeck ging zijn eigen gang,  hij voerde uit wat hij in zijn hoofd had.  Peeters kon het wel uitleggen, maar doordat hij die zelfzekerheid van Glen niet had, ging er minder zelfvertrouwen van hemzelf naar zijn spelers over.  En qua fysiek kon hij ons niet zo scherp houden als Glen.

"Van alle medespelers die ik bij Cercle gehad heb, heb ik het meest in bewondering gestaan voor Oleg Iachtchouck".

Je speelde ruim twee jaar onder Peeters.  Tijdens zijn derde jaar en jouw laatste bij Cercle, 2012 -2013, werd hij vervangen door Foeke Booy, die daarna zelf de plaats moest ruimen voor Lorenzo Staelens.  Met slechts 14 punten eindigde Cercle als laatste in de reguliere competitie, maar een miraculeuze redding in  PO3, na onwaarschijnlijke uitschakeling van Beerschot  en groepswinst tegen Westerlo, Moeskroen en White Star Woluwe, betekende slechts twee jaar uitstel van degradatie.  Je zei al dat Cercle en jijzelf halfweg 2013 “op elkaar uitgekeken” waren.  Hoe heb jij dan dat laatste seizoen van jou bij Groen-Zwart beleefd?  

Laat Cercle die ‘miraculeuze redding’ alleszins maar veel meer toeschrijven aan Eidur Gudjohnsen dan aan mij!  Ik kreeg slechts  14 keren de kans om aanvallers het scoren te beletten dit jaar, en na een tweedeseizoenshelft als bankzitter werd ik wel nog het veld opgestuurd  tijdens de laatste match op Westerlo, waar we 5-0 om de oren kregen.  Het ergste voor mij was dat Cercle me bij de jaarwisseling belette een droom te realiseren.  Er was een reële kans dat ik naar het Ujpest Boedapest van de zoon van Duchâtelet kon vertrekken, maar Cercle lag dwars.  Ik was er echt op uit eens zelf te ervaren wat ik zovele medespelers van me heb weten meemaken wanneer ze ver van huis gingen voetballen.  Met Frans Schotte had ik een akkoord dat ik bij Cercle weg kon bij een aanbod uit het buitenland, maar dat stond niet op papier en hij was het niet die me tegenhield.  Dat ik niet op dankbaarheid vanwege Cercle mocht rekenen, verwonderde me niet, want het woord ‘dankbaarheid’ komt in geen enkel voetbalwoordenboek voor.  Kwalijker is dat niet alleen ik, maar nogal wat van mijn ex-Cerclemedespelers, tijdens hun loopbaan bij Groen-Zwart en vooral bij het beëindigen ervan, tegen een tekort aan respect opbotsten.  Om daar  slechts één voorbeeld van te geven:  Van alle medespelers die ik bij Cercle gehad heb, heb ik het meest in bewondering gestaan voor Oleg Iatchouck, zowel op als buiten het veld.  Zo’n voetballer!  Zo’n ploegspeler! Zo’n rustige, eenvoudige mens, en toch vol temperament zodat hij niettegenstaande zijn hart van koekenbrood vinnig van zich wist af te bijten!  Zo’n kameraad met wie ik uren aan een stuk heel interessant over voetbal en alles errond kon babbelen – in het Frans dan nog wel!  Welnu, dat doe je toch niet met iemand bij wie zijn schitterende, op en top professionele carrière er stilaan begint op achteruit te gaan: Oleg had geen keuze, hij moest eerst van Brussel naar Brugge rijden om dan in de bus te stappen naar Luik en er bij de reserves te spelen…

"ik zeg altijd wat ik denk".

En jij, moest je vertrekken bij Cercle, of had het gewoon geen zin meer dat je bij Groen-Zwart bleef?

Er was mij voorgeschoteld dat er in mei zou ‘gepraat’ worden, maar dat kwam er niet van.  Na mijn laatste match liet mijn manager me weten dat Cercle hem had laten weten dat mijn contract niet verlengd werd.  Ik vernam het alleen ‘via’, en zelfs op de traditionele eindseizoenbarbecue bij Geert Leys was er niemand van het bestuur die me erover aansprak.  Kijk, ik heb veel aan Cercle te danken, de mogelijkheid om zo lang in Eerste Nationale te spelen, maar Cercle heeft ook heel wat aan mij te danken, altijd ben ik er honderd procent voor gegaan.  Rancuneus ben ik niet, maar ik zeg altijd wat ik denk, mijn trainers kunnen ervan meespreken, en het heeft me wel wat gedaan dat ook de Vereniging die geroemd wordt om het familiale karakter, de eigen spelers aanpakt als een radertje in het grote geheel.

Ja, vooral aan de manier waarop spelers weggestuurd worden, aan communicatie met hen, valt er blijkbaar te sleutelen…   Groen-Zwart ligt nu vier en een half jaar achter je.   Het is in de krant te lezen dat je het voetballen voor bekeken beschouwt.  Kniekwetsuren maken het je blijkbaar onmogelijk op je vijfendertigste nog verder te voetballen?

Neen, goed gesteld met mijn knieën is het niet na die operaties eraan, maar zo erg dat ik noodgedwongen het voetballen moet stoppen is het evenmin.  Op scharniermomenten moet een mens echter durven keuzes te maken, en verergering voorkomen is beter dan risico te lopen.  Bovendien, voetballen is heerlijk zolang  jij je er met hart en ziel kunt voor inzetten, zodat je er plezier aan beleeft.  Mijn laatste periode bij Cercle en wat ik bij Union meemaakte, waren echter niet om erbij te jubelen.  Belangrijk is ook dit: ik geef lang niet alle sport op.  Ik golf regelmatig, en zie ernaar uit golfsurfen en mountainbiken weer op te nemen.  En nog van groter belang: tijdens de weekends zal mijn agenda me toelaten te doen wat wij wensen, me niet langer dwingen mijn verplicht voetbal op te dringen ten koste van de voorkeur van mijn vrouw, Sara.  Ook onze twee zoontjes, Santiago, nu bijna zeven, en Cruz, volgende maand vijf jaar oud, zullen er heel wel bij varen.

Ik kan me niet voorstellen dat ook maar één van ons, lezers, Anthony zou tegenspreken als hij voorhoudt dat een mens op scharniermomenten keuzes moet maken.  Het merkwaardige is echter dat Anthony zich zo klaar en duidelijk realiseert hoe vrij en hoe belangrijk zijn keuze wel is.  Ik vermoed dat nogal wat voetballers die het beste achter de rug hebben, er niet toe komen zo radicaal het roer om te gooien.  Gelijk hebben ze zolang ze het voetbalspel als een hobby kunnen beleven zonder dat dit  een bedreiging is voor hun fysieke gesteldheid, hun familiale, financiële of sociale situatie.  Tot een terechte beslissing komt echter niemand als hij niet begint zoals Anthony het aanpakt: met open ogen zien en oordelen waar men staat.  Zegt iemand: “Nooit”, dan is dat niet noodzakelijk een woord dat onvoldoende overwogen is…

(Georges Volckaert)

Lees meer
Shot-online
09/01/2018