koop tickets online

Cercle door de jaren heen (deel 206)

(periode van 23-07-1960 -> 06-08-1960)

  • Cercle

Het nieuwe voetbalseizoen 1960-1961 naderde op kousenvoeten.  De groen-zwarten maakten zich op om een nieuwe gooi naar de promotie te doen en hoopten dat “derde keer goede keer” ook voor hen van toepassing zou zijn…

Koning Voetbal weer in aantocht…  Cercle maakt zich klaar !” : “Deze week werd een aanvang genomen met de trainingen in het vooruitzicht van de nieuwe kompetitie 1960-1961.  Natuurlijk is het nog te vroeg om nu reeds uit te pakken met de vooruitzichten en de mogelijkheden van Cercle aangezien het hier slechts een eerste kontaktname geldt onder vorm van lichaamsoefeningen –zonder bal– om de stramme spieren los te werken, maar toch mogen we zeggen dat op het Edgard De Smedt Stadion een sfeer van vertrouwen, ja zelfs van optimisme heerst.
Van een buitengewone bedrijvigheid op de transfermarkt kan er bij de groen-zwarten moeilijk gewaagd worden al kan Eric Daels best een goede versterking zijn en kunnen in de laatste dagen nog verrassingen gebeuren.  In grote lijnen wordt dan ook de basisploeg behouden zodat van hun presteren in het komende kampioenschap heel wat zal afhangen.
Voorlopig kunnen we alleen maar hopen dat de spelers zich ten volle zullen inspannen om zo spoedig mogelijk de gewenste konditie en de juiste tred te vinden, ten einde volkomen klaar te zijn voor de officiële start in september a.s.  Verder rekenen we op een goede geest en samenwerking waartoe ook het bestuur en de trainer terdege hun steentje kunnen bijdragen.  In een ideale geest van samenhorigheid en onderling begrip moet Cercle zich dit jaar duchtig kunnen doen gelden en hun aanhangers voluit bevredigen.  Dit is onze enigste en vurigste wens die hopelijk met klank zal vervuld worden.”

Een ander artikel blikte nog even terug op de twee voorbije seizoenen toen Cercle telkens bijna de promotie te pakken had maar in extremis toch de duimen moest leggen :

“ “Derde keer, goei keer” voor Cercle ?“ : “Tot tweemaal toe werd Cercle in de afgelopen kampioenschappen op de meet geklopt voor de zo vurig betrachte promovering naar 1eklasse. Het jammerlijk en veelomstreden falen der groen-zwarten in de beslissende testmatch te Mechelen tegen Patro Eisden, ligt nog vers in het geheugen en nog dagelijks moeten we het aanhoren dat de Bruggelingen nooit meer dergelijke kans zullen krijgen !...
Zulks kan heel goed mogelijk zijn en is zeker te betreuren, terwijl het even waar is dat zware vergissingen begaan werden met verdragende gevolgen.  Maar gedane zaken nemen geen keer, zodat het best is daar niet verder te blijven bij stilstaan en de spons over het verleden te vegen.  Thans dient alles aangewend om niet meer in hetzelfde euvel te vervallen en alles in ’t werk gesteld om zich in ere te herstellen.
De grootste aandacht moet nu gaan naar het seizoen 1960-61 die voor Cercle hopelijk “derde keer, goei keer” wordt. Dinsdag woonden we de eerste training bij op de vernieuwde grasmat en we kunnen zeggen dat deze eerste kennismaking ons een beste indruk heeft gelaten.  Niet dat er geoefend werd dat de stukken er afvlogen, noch dat de meeste spelers reeds blijk gaven van een vergevorderde forme, maar de kameraadschappelijke geest en de goede verstandhouding waren opvallend en bemoedigend.
Onder leiding van de bruingebrande Delfour deden de twintigtal opgekomen spelers lichte lichaams-, lenigheids- en ontspanningsoefeningen waarin allen van goede wil getuigden.  Wij noteerden de aanwezigheid van praktisch de volledige Cercleploeg met Willy Mortier, Robert Serru, Aimé Baas, Dré Perot, Jackie De Caluwé, Noël Demey, Roger Notteboom, Gilbert Bailliu, Eric Buyse, Philemon Desmaele en Albert Michiels.  Enkel Marin Roje en Joseph Van Vlaenderen ontbraken wegens verlof.
We stipten ook de tegenwoordigheid aan van de nieuwe aanwinst Eric Daels van SV Wevelgem, een zwartharige rijzige atleet die de opgelegde oefeningen en bewegingen zeer flink uitvoerde.  Verder nog de bijzonderste invallers Acket, Wittewrongel, Jo Gerard en Verheye, de jongeren Van Hamme en Flamée en de “verloren zonen” Gaston Eeckeman en Willy Craeye.  Deze laatsten waren destijds flinke beloften, die echter bleven hangen en mits intensieve en harde training wellicht weer op het voorplan kunnen komen.
Wezen we reeds op het gemoedelijke van de eerste training die eerder een voorbereidend karakter had, dan zal de oefening echter geleidelijk harder en meer toegespitst worden.  En dat zal meer dan nodig zijn, vermits reeds op zondag 7 augustus een eerste wedstrijd dient betwist en dit in Frankrijk te Charleville waar de groen-zwarten het moeten opnemen tegen de nieuwe Franse eersteklasser Rouen.  Een gemakkelijke inzet is dat in geen geval en Cercle zal zeker behoorlijk zweten om tot een eervol resultaat te komen.
Het moet trouwens gezegd dat trainer Delfour zijn spelers weer een zeer lastig oefenprogramma in de schoenen schuift, want na deze harde inzet in Frankrijk wachten de groen-zwarten nog zware opgaven. Zo op maandag 15 augustus krijgen ze de traditionele Hollandse trip naar Breda, waarvan de terugmatch te Brugge waarschijnlijk begin september ’s avonds zal doorgaan.  Op zaterdag 20 augustus komt Beerschot op bezoek terwijl op zondag 28 augustus niemand minder dan de Belgische kampioenenploeg SK Lierse alhier te gast zal zijn.  Komt dan nog een vriendenpartij tegen Union waarvan de datum echter nog niet werd vastgesteld.
Dit alles wijst er op dat Delfour zijn spelers helemaal wil klaar krijgen voor de start van het kampioenschap op zondag 4 september a.s.  De gelegenheid om zich te roderen krijgen de groen-zwarten in ieder geval slechts voor het grijpen, maar het is nu te zien of allen zich daaraan zullen kunnen aanpassen.
De Cercledirigenten die we even uithoorden omtrent de vooruitzichten en de mogelijkheden der groen-zwarten in het komende kampioenschap, bleken zeer voorzichtig om niet te zeggen terughoudend in hun uitlatingen.  Het is een nieuw begin werd ons verzekerd, zodat men moet afwachten…  Alles hangt af van de konditie van de spelers en van het ploegverband, maar toch verwachten we en hopen we het beste.
We kunnen niet anders dan ons hierbij aansluiten en de hoop uitdrukken dat Cercle dit seizoen beter op haar zaak zal letten en met verenigde krachten hogerop zal trachten te komen.  Waar een wil is, is een weg, moet zowel voor spelers als bestuur de te volgen leidraad zijn !”

De groen-zwarten hadden zich bijna niet geroerd op de transfermarkt maar naarmate de dagen verstreken scheen hier toch wel een kentering in te komen.  Het was het Cerclebestuur menens om zich in het promotiedebat te mengen en dus mocht er op enkele plaatsen wat versterking bijkomen…

Toch nog versterking voor Cercle ?” : “De groen-zwarten hebben dit jaar geen sensationele aankopen gedaan en eerder de kat uit de boom gekeken.  Daarentegen werd Hans Gerard voor een flinke bom duiten van de hand gedaan aan Union Sint-Gillis, zodat de transferaktiviteit voor Cercle eerder een passief betekende.
In laatste instantie schijnt hierin dan toch een gunstige kentering te komen vermits op het ogenblik dat we deze lijnen schrijven vergevorderde onderhandelingen bezig zijn voor de aankoop van nog een paar spelers.
Er is o.m. sprake van de voorspeler van SC Charleroi, Willy Lambert, die over twee seizoenen topscorer was van IIe Klasse, en voor wie alleen nog enkele details dienen geregeld.
Deze week werden tevens een tweetal Hongaarse voetballers getest en ook hier kan het nog tot een akkoord komen ! Afwachten is echter de boodschap…” 

En dat het niet bij woorden bleef bewees het volgend artikel  :

Drie nieuwe spelers voor Cercle” : “In het kader van onze bijdrage over de eerste Cercletraining, lieten we uitschijnen dat de groen-zwarten in extremis best nog een paar belangrijke aankopen zouden kunnen doen.  Dit werd trouwens bewaarheid en vrijdag in de namiddag kregen we de officiële bevestiging dat nog drie nieuwe transfers tot een goed einde gebracht en ondertekend werden.
In de eerste plaats gaat het om de bekende voorspeler van SC Charleroi, Willy Lambert, afkomstig van Nijvel, een gevaarlijke doelschutter die twee seizoenen geleden aan het hoofd stond van de goalgetters van 2eklasse met meer dan twintig doelpunten.
Tevens werden nog twee Hongaren aangeworven die gekwalificeerd zijn om in de fanionploeg op te treden.  Het zijn de 22-jarige Zoltan Locskai, die verleden seizoen bijna alle matchen speelde bij de Anderlechtreserven als centervoor of inside en de 26-jarige André Gaal, die twee jaar geleden als achterspeler optrad bij de Gantoise-invallers.  Naar men ons verzekerde zijn het technisch vaardige elementen die op de afgenomen testen een gunstige indruk lieten.  Het is nu te zien hoe zij zullen presteren in kompetitie- en in ploegverband, zodat dient afgewacht of zij al dan niet aanwinsten voor de groen-zwarten zullen betekenen.”

Nvdr : naast deze drie vermelde spelers stapte ook nog de Hongaar Kovari over van Olympic Charleroi naar Cercle Brugge.  

  • Brugge

* 2018 was een lange, hete en droge zomer en overtrof daarmee de zomer van 1976 die toch in het collectief geheugen was blijven hangen als dé zomer ooit.  Dat de zomers in België ook wel eens kunnen tegenvallen hoeft geen betoog.  Blijkbaar was de zomer van 1960 er geen om over naar huis te schrijven maar ook zonder de medewerking van de weergoden zorgden de vele toeristen toch nog voor de nodige drukte in Brugge :

Steeds regen” : “Het wil maar niet zomeren : vorig jaar teisterde een grote droogte ons land, dit jaar is het tegenovergestelde het geval en volgen de regenbuien mekaar op met de regelmaat van een uurwerk.  Het is dan ook niet te verwonderen, dat men aan de kust begint te vrezen voor het goede verloop van het seizoen.  Reeds stelt men een daling van de belangstelling van de vakantiegangers voor de kust vast.  Te Brugge daarentegen is het elke dag zeer druk en laten de toeristen zich niet door regen en wind afschrikken, om in dichte drommen het centrum af te slenteren, de reien te bevaren en de musea en andere bezienswaardigheden te bezoeken. Deze week was het ook druk ingevolge de Gentse stadsfeesten, waardoor honderden “Stropkes” naar onze streek afzakten en er de goede luim inhielden.  Het was geen zeldzaamheid ’s avonds enkele Gentenaars boven hun theewater op zoek te zien gaan naar hun bus, die ze niet meer wisten staan…” 

* Er werd al een tijdje gesproken over de komst van een grootwarenhuis langs de Scheepsdalelaan maar nu leek het project wel heel concreet te worden : de bouwvergunning was (eindelijk) in orde en dus was het nu enkel nog wachten op de eerste spadesteek :

Grand Bazar zal weldra bouwen” : “De “Grand Bazar” heeft haar bouwvergunning ontvangen, om langs de Scheepsdalelaan een grootwarenhuis op te trekken.  De werken zullen binnenkort aanvangen.  Architekt is dhr. Grosemans uit Antwerpen, de ondernemer is de firma Van Riel en Van den Bergh eveneens uit Antwerpen.
Wat het tweede nieuw grootwarenhuis in onze stad betreft, nl. in de vroegere cinema “Oud Brugge”, daarover is momenteel geen nieuws, alhoewel verwacht wordt, dat in de herfst met de verbouwingswerken zal begonnen worden.”

* Heel wat firma’s kozen Brugge of de dichte omgeving er van om een vestiging te bouwen.  Wij beleefden de gouden jaren zestig : er werd geïnvesteerd, er werden jobs gecreëerd, de mensen konden sparen, kochten bouwgrond, bouwden een huis,… kortom, de economie floreerde.  Ook Oostkamp pikte zijn graantje van deze hoogconjunctuur mee : een bekende firma kwam er zich vestigen en zorgde in de streek voor heel wat werkverschaffing :

De kogel is door de kerk – “Siemens und Halske” vestigt afdeling voor het produceren van apparaten voor zwakstroom te Oostkamp”: “Begin van de bouwwerken van de nieuwe fabriek : november 1960 – Begin van de fabrikatie : april 1961.”

Cerle Brugge KSV

Siemens und Halske werd later gewoon Siemens en heet tegenwoordig Tyco Electronics. De jaren van de grote tewerkstelling liggen intussen ook al een tijdje achter ons… (bron foto : http://www.areyouaco2nsumer.eu/facesofbelgium.htm).

* Vroeger had elke zichzelf respecterende school, instelling of organisatie een tijdschrift dat verspreid werd naar de geabonneerde belangstellenden.  Er een tekst in mogen publiceren werd als een eer beschouwd, redacteur zijn er van was zowat de opperste eer die iemand kon te beurt vallen.  De (talrijke) lezers keken telkens weer uit naar het volgende nummer dat in de bus zou vallen.  Ook het Sint-Leocollege kon destijds bogen op een prima tijdschrift : “Contact”, een interessant driemaandelijks boekje dat kon uitpakken met heerlijke, vlot geschreven teksten die boeiden van A tot Z.  In 1960, “Contact” was toen reeds aan de veertiende jaargang toe, kwam de vaak gecontesteerde voorgevel van het college aan bod :

Cerle Brugge KSV

Kroniek van het Sint-Leokollege” : “Van het kollegetijdschrift “Contact” verscheen onlangs het derde nummer van zijn 14ejaargang.  Wie iets afweet over het uitgeven van bladen en tijdschriften weet dat het een hele prestatie is om het zolang vol te houden.  Het is onbetwistbaar een teken van leven en vitaliteit, tevens wil het een “spieghel historiael” blijven van het kollegeleven en van de oudleerlingenbond.
In de kollegekroniek van de hogere en voorbereidende afdeling stippen wij in de eerste plaats het feit aan dat het voorgebouw van het kollege langs de Potterierei zijn voltooiing nabij is.  De voorgevel ziet er wel uit als een architektonisch anachronisme, maar toch zal hij de bouwvallige krotten van voorheen vlug doen vergeten.  Ontegensprekelijk zal het de standing en het prestige van het kollege merkelijk verhogen.” 

De lijstgevel van het Sint-Leocollege dateert uit de twintigste eeuw.  Helemaal links zien we 'Villa Latina'.  De oorspronkelijke villa ging reeds jaren geleden tegen de grond maar het college liet met zorg de voorgevel van de oude villa reconstrueren en integreerde de achterliggende ruimte in het college.  Let even op de tv-antenne op het dak van het schoolgebouw met er naast het torentje van de kapel dat boven de nok van het dak uitpriemt.  Op de voorgrond kabbelt de Langerei eeuwig verder (bron : beeldbank Brugge).

Cerle Brugge KSV

Zo zagen de gevels (in het artikel in “Contact” bouwvallige krotten genoemd) langs de Potterierei er uit voor de vaak gecontesteerde voorgevel van het Sint-Leocollege er kwam (bron : beeldbank Brugge).

* Dat er heel wat sporten bestaan en je waarschijnlijk geen sport kunt bedenken die niet beoefend wordt is wellicht een feit.  Iets waar we nu niet onmiddellijk aan denken is go karting.  Is rijden met een go kart trouwens wel een sport ?  Wie het beoefent zal dit met klem bevestigen.  Anderen zullen dan weer in alle toonaarden ontkennen dat het ook maar iets met sport te maken heeft.  De vraag zou dus voer voor discussie kunnen zijn.
Go karting anno 2018 kennen we enkel nog van wedstrijden die indoor of outdoor op speciale circuits gehouden worden maar in de tijd van onderstaand artikel (augustus 1960) waren enkele straten in Sint-Kruis het decor van deze Grote Prijs.
De eerste go kart werd in 1956 in Californië door ene Art Ingels gebouwd.  Binnen de kortste keren groeide go karting uit tot een populaire bezigheid en, hoe kan het ook anders ?, waaide het over naar Europa.
In 1960 deed go karting, in het “Brugsch Handelsblad” omschreven als een “Nieuwe Sensatiesport”, dan ook zijn intrede op Brugse bodem :

Sport en sensatie te Sint-Kruis op 21 augustus – Grote Prijs van West-Vlaanderen voor Go-Kart’s” – “Nieuwe Sensatiesport…” : “Na een welkomwoord van voorzitter N. Inion en een korte uiteenzetting van sekretaris F. Tamsin, gaf dhr. M. Van Gorp uit Brussel een vluchtige maar zeer bevattelijke uitleg over “Karting”.  Deze nieuwe sport vond 3 à 4 jaar geleden zijn oorsprong in Amerika (natuurlijk !) waar het om zijn veelvuldige sensatie en spannende strijd dadelijk een ophefmakende opgang maakte.
 

Deze nieuwe “gedemokratiseerde” autokoersen worden betwist met een eenvoudig, laagzittend wagentje, zonder chassis, met vier kleine wielen waarop dikke banden gemonteerd zijn.  Verder is er een stuur, een voetrem en een gaspedaal met achteraan een motor van 100 of 200 cc.  Hiermede wordt een snelheid bereikt van 60 à 80 km. per uur terwijl de kostprijs ervan schommelt tussen 12 en 14.000 frank.” 

Spektakulair en ongevaarlijk” : “Dhr. Van Gorp beklemtoonde dat Karting een zeer spektakulaire sport is en in verhouding één der minst gevaarlijkste.  Alhoewel nu iedere week omzeggens één of meer wedstrijden betwist worden, is het aantal ongevallen heel miniem.”

 

Cerle Brugge KSV

Karters op het circuit van Zandvoort in 1960.  Het zag er toen allemaal nog een beetje primitief en amateuristisch uit… (bron foto : Wikipedia).

Cerle Brugge KSV

Een moderne go kart lijkt, met een beetje fantasie, steeds meer op een formule 1 wagen… (bron foto : Capital Karts).  

* Wij staan er niet altijd bij stil dat er ook nog zoiets bestaat als korporatief voetbal en vooral, dat het korporatief voetbal een rijke geschiedenis heeft. Zeker in tijden dat er veel grote bedrijven waren die heel wat personeel tewerkstelden groeide en bloeide het bedrijfsvoetbal.
Reeds in 1923 kwamen enkele initiatiefnemers uit de West-Vlaamse bedrijfssportwereld bijeen om inmiddels opgerichte sportverenigingen te polsen of ze interesse hadden om toe te treden tot een nog op te richten West-Vlaamse Sportbond.  Het streefdoel was om de sportbeoefening onder de werkgemeenschappen beter te coördineren en te bevorderen.
Op 1 februari 1924 was de kogel door de kerk en werd de officiële aansluiting bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond ondertekend.  Zoals toen gebruikelijk was gebeurde dit onder een Franstalige benaming : “Le Groupement Corporatif de la Flandre Occidentale, dans le but de développer la pratique des Sports, surtout le Football”.
De pas opgerichte liga werd als volwaardige toetredende federatie opgenomen en de eerste competitie ging van start op 30 augustus 1925.
Eén van de oudste ploegen in het bedrijfsvoetbal is KV Rust Roest, het elftal van de in Brugge wereldberoemde Gistfabriek met thuishaven langs het Zuidervaartje in Sint-Kruis.  Deze bedrijfsploeg, met oranje-zwarte uitrusting, werd opgericht op 15 augustus 1911 en erkend onder het stamnummer 45.  In 2018, ruim honderd jaar later, bestaat de ploeg nog steeds !

In augustus 1960 kwamen de afgevaardigden van de diverse korporatieve ploegen want de nieuwe competitie stond voor de deur :

Korporatief Verbond Brugge vergaderde” : “In de stemmige receptiezaal van de brouwerijen Aigle-Belgica had zaterdag jl. de jaarlijkse algemene vergadering plaats van het Korporatief Gewest Brugge. Praktisch alle clubs waren vertegenwoordigd en het was voorzitter Leon De Clerck die iedereen welkom heette en in de eerste plaats de Direktie van Aigle-Belgica een hartelijk dankwoordje toestuurde voor de gulle gastvrijheid.”

Degenen onder de lezers die niet meer piepjong zijn maar daarom natuurlijk ook nog niet stokoud, zullen zich bij het zien van de reeksindelingen ongetwijfeld nog enkele ploegen herinneren :

De ploegen voor het kampioenschap ’60-’61:

Reeks A: Univerbel, Franco Belge, Rust Roest, La Brugeoise, Aigle-Belgica, Gazel, Société Générale, Vismijn, Un. Cotonnière, Politie, Sodivac Oostende.

Reeks B: Augustinus, CNF, CBRT, Bitumac, Stad Oostende, Oosteroever, Spoor Oostende, Zeewezen, Flandria Zedelgem.

Reeks C: Phenix, Lanssens, Auto Occidentale, Vander Ghote, St-Katriena, Ombesa, De Cock, Brugfina, Stadspersoneel Brugge (onder voorbehoud).

 

Cerle Brugge KSV

* De Damse Vaart, zoals deze waterloop in de volksmond bekend is, heet officieel het Napoleonkanaal.

Napoleon (° 15 augustus 1769 (Ajaccio, Corsica), + 5 mei 1821 (Sint-Helena)) bracht een groot deel van zijn heerschappij (1799-1815) door op de slagvelden (bron foto : AliExpress).

Keizer Napoleon Bonaparte zag het economisch en strategisch belang (o.a. het transporteren van oorlogsmateriaal) in van een verbinding van de grote Noord-Franse havens, vanaf Duinkerke, met de Westerschelde in Antwerpen.  Napoleon wilde daarom de bestaande kanalen Duinkerke – Veurne – Nieuwpoort – Plassendale – Brugge met een nieuw kanaal Brugge – Damme – Sluis – Aardenburg – Breskens vervolledigen. Het leek logischer om gewoon over de Noordzee te varen maar daar heerste de Engelse vloot waar de Fransen niet tegen opgewassen waren.  Zo werd van de nood een deugd gemaakt en startte men in 1811 met de aanleg van de Damse Vaart.Het leek logischer om gewoon over de Noordzee te varen maar daar heerste de Engelse vloot waar de Fransen niet tegen opgewassen waren.  Zo werd van de nood een deugd gemaakt en startte men in 1811 met de aanleg van de Damse Vaart. Om het kanaal te graven werden vooral Spaanse krijgsgevangenen ingezet.  De aanleg van het Napoleonkanaal had een enorme stedenbouwkundige impact op Damme. Er stroomde reeds een waterloop door de stad maar Napoleon verlegde deze rivier vijftig meter omdat er een bocht in zat.

Waar nu Damme brug ligt, lag toen, pal in het stadscentrum, de Korenmarkt.  Deze markt en enkele omliggende herenhuizen dienden plaats te ruimen voor het nieuwe kanaal.  Niet enkel Damme maar ook Oostkerke deelde in de brokken.  Het grondgebied van Oostkerke omvatte een klein havenstadje : Monnikerede.  Het bevond zich waar tegenwoordig de Damse Vaart loopt, tussen Oostkerkebrug en de bocht naar Hoeke.  Het havenstadje dankte zijn naam aan de monniken van de Lisseweegse Abdij Ter Doest die ter plaatse enkele bezittingen hadden.  De oudste teruggevonden vermeldingen van Monnikerede dateren uit 1226. Het stadje had een schepenbank (vergelijkbaar met de huidige schepencolleges) en verkreeg in 1266 stadsrechten en een aantal handelsrechten voor scheepvaart over het Zwin.  De bloeiperiode van Monnikerede situeerde zich vooral in de veertiende en begin vijftiende eeuw.  Het havenstadje dreef handel met Engeland en Frankrijk en ook de visserij werd er beoefend.  Er was een kapel, een molen, een stadhuis en een reeks koopmanshuizen.  Na deze periode verminderde het belang van het stadje steeds meer.  De verzanding van het Zwin, economische moeilijkheden en oorlogstroebelen veroorzaakten de geleidelijke teloorgang.  Omstreeks 1550 werd de haven niet meer gebruikt en toen kort daarop de Tachtigjarige Oorlog uitbrak (oorlog tussen de Nederlanden en de Spaanse overheersers die begon in 1568 en eindigde in 1648 en onderbroken werd door een tussenliggende vrede, het Twaalfjarig Bestand, die duurde van 1609 tot 1621) was het lot van het havenstadje beklonken.
De aanleg van het Napoleonkanaal zorgde er voor dat Monnikerede helemaal van de kaart werd geveegd.  Het tracé van de nieuwe waterweg liep dwars doorheen het voormalige centrum van het vroegere havenstadje.  In het landschap zijn nauwelijks nog zichtbare sporen van het stadje terug te vinden.  Enkel de Monnikeredestraat verwijst naar het vroegere havenstadje.  Toch kon door archeologisch onderzoek, gecombineerd met het goed bewaarde stadsarchief, gedetailleerde kennis opgebouwd worden omtrent de structuur en de geschiedenis van Monnikerede.
Toen Napoleon op 18 juni 1815 te Waterloo definitief verslagen werd, was het nieuwe kanaal tot aan het fort Sint-Donaas in Lapscheure gerealiseerd.  Koning Willem I liet, tussen 1818 en 1824, het kanaal verder doortrekken tot in Sluis. In 1829 werd het plan opgevat om, zoals oorspronkelijk voorzien was, het kanaal door te trekken tot in Breskens maar toen in 1830 de Brabantse Omwenteling losbrak, wat leidde tot het ontstaan van het onafhankelijke België, werden deze plannen definitief opgeborgen.

Het is in dit Napoleonkanaal, het gedeelte tussen Brugge en Damme, dat jaarlijks een fel gesmaakte zwemwedstrijd doorgaat simpelweg Damme – Brugge genoemd.  De eerste editie ging door in 1910 en telde dertien deelnemers die 4060 zwemmeters voor de kiezen geschoven kregen.  De eerste winnaar was Jef Pletinckx, aangesloten bij CN Bruxelles, die 1 uur en 20 minuten nodig had.  Op 19 augustus 2018 was Damme – Brugge reeds aan de 96steeditie toe.
Ook in 1960 stond er een Damme – Brugge op het programma :

Zondag 14 augustus te 15 uur : Damme – Brugge” : “De Brugse Zwemkring heeft zich dank zij een ruime financiële steun van de Stad Brugge, een buitengewone inspanning getroost om de 38everjaring van Damme – Brugge grote luister bij te zetten.  Niet minder dan vijf verschillende landen zijn vertegenwoordigd, zodat alvast reeds een eerste rekord gebroken is, dit der buitenlandse deelname.
Nederland zendt ons niemand minder dan de Robben uit Hilversum die reeds in 1952 en 1955 de wisselbeker van de Stad Brugge wonnen en nu een grote kans maken om deze definitief te veroveren.
Uit Frankrijk ontving men de inschrijving van de specialist fondzwemmer (schoolslag) Jedinger uit Metz en 4 zwemmers van de CH Mulhouse.
Duitsland vaardigt vier vrije slagzwemmers af van de SV Westfalen Dortmund terwijl ook Luxemburg vertegenwoordigt is door 4 zwemmers van Dudelange.
Bij de Belgische deelnemers dienen vermeld : de Belgische rekordhoudster Alice Van Nooten die reeds in 1958 en 1959 zegevierde.  Verder Liliane Mampuy.  In schoolslag heren o.m. Bruno Deheselle van AZC, de doelman van de nationale waterpoloploeg en Longueval van Doornik.  In vrije slag heren treffen wij een sterk AZC-trio aan alsmede een sterke Gentse ploeg.
 

Van Brugse zijde werden volgende namen medegedeeld : Martine De Ghesele (vrije slag) en Yvette Lauwers (schoolslag).  Bij de heren Guido Maes, Germain Rotsaert, André Jaque en Jan Blondelle, allen in schoolslag.
Tevens is een prachtig afwachtingsprogramma voorzien onder vorm van een tweekamp Brugse Zwemkring – Schw. Club Poseidon Koblenz.  Deze wedstrijd gaat over de klassieke afstanden en wordt omlijst door verscheidene proeven voor BZK-jongeren.  Ook 2 aflossingswedstrijden wisselslag en vrije slag voor de waterpolospelers staan op het programma.  

Cerle Brugge KSV

Tot slot twee waterpolowedstrijden nl. BZK II – GZV II en BZK I – Poseidon Koblenz.
Prijzen der plaatsen : deze worden gezien het selekt internationaal gezelschap zeer laag gehouden : 5, 10 en 15 frank.”

De zwemwedstrijd Damme – Brugge lokt jaarlijks heel wat kijklustigen.  Hier een zicht op de talrijke zwemmers (in Damme) tijdens de 93steeditie (2015) (bron foto : Krant van West-Vlaanderen).

 

(Marnix Knockaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Schijnwerpers op … Luc Constandt

Bij het vallen van het blad. SHOT Online sprak met Luc Constandt, bestuurslid van de VZW Cercle Brugge en Cerclist in hart en nieren. Net voor de aftrap tegen Waasland-Beveren spraken we de bedrijfsleider uit Maldegem bij een kop warme soep.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Tienmaal kampioen.. - Pierre Hanon

Wie kan zeggen dat hij ooit de groen-zwarte kleuren in Cercles fanionelftal verdedigde, verdient lof. Wie ooit het paars-wit bij de eerste ploeg van Anderlecht aantrok, kan terecht iets hoger van de toren blazen. Wie ooit als Rode Duivel de eer van ons land verdedigde, mag er bepaald trots op gaan. Wierook vraagt hij niet, maar Pierre Hanon speelde bij Cercle, bij Anderlecht, werd landskampioen, werd bekerwinnaar zowel op nationaal als op Europees vlak, was een sterkhouder als Rode Duivel. Achtenveertig keren verdedigde Pierre ons nationaal elftal, maar het merkwaardigste getal dat hem siert, is …  tien.  Niet één speler in onze hoogste nationale afdeling behaalde  er meer keren dan hij de hoogste titel: tienmaal werd hij kampioen in onze eerste nationale! 

Op 1 juli 1970 werd je officieel  aangesloten bij Cercle, maar jou interviewen, Pierre, kan onmogelijk starten bij 1970. Daar ging al te veel aan vooraf…

Klopt, je moet zelfs niet lang na mijn geboorte, in Anderlecht, eind 1936, van start gaan. Ik was pas drie of vier jaar toen mijn vader, die een café openhield, tegen zijn klanten zei: “Gaan jullie wat opzij zitten, want de kleine moet hier voetballen.” Zeven jaar oud trok ik naar een groot veld waar we tegen elkaar voetbalden met vijftig tegen vijftig, als het niet met honderd tegen honderd was! Als doel zetten we palen in de grond, en het was niet te verwonderen dat het mensen van Anderlecht opviel dat ik een goed schot had, want ik schoot de palen omver.  Ik tekende een aansluiting bij paars-wit, speelde erbij voordat ik tien was en nooit heb ik bij een jeugdploeg van mijn leeftijd gespeeld, altijd hoger. Wat ik me bijzonder goed herinner, is dat de voorzitter van Anderlecht in ons café kwam en tegen vader en moeder zei: “Als díe niet in ons eerste elftal komt, dan komt er nooit iemand in!”

Ik dacht dat je zou beginnen bij Jef Mermans, Arsène Vaillant, Rie Meert, want althans mijn verste herinneringen aan paars-wit gaan terug tot deze Anderlechtpioniers. Misschien noem ik ze ten onrechte ‘pioniers’, maar vóór hun generatie, voor de Tweede Wereldoorlog, speelde Anderlecht nooit kampioen. Nu is paars-wit al aan dertig kampioenentitels toe!

Ik was tien jaar toen mijn favorieten hun eerste nationale titel binnenhaalden. Dat was in 1947. Zelf kwam ik in het eerste elftal toen ik bijna achttien was, in 1954-’55. We verloren thuis tegen Sporting Charleroi met 0-1, maar dat belette niet dat Anderlecht dan al voor de zesde keer kampioen werd. Toen ik in ’70 naar Cercle vertrok, kon ik bogen op iets dat door geen enkele speler overtroffen is: tienmaal kampioen van België! Onze beste reeks zetten we neer van 1964 tot ’68, met vijf kampioenentitels na elkaar. Het was heerlijk, te meer nog daar ons elftal enkel en alleen uit Belgen bestond. Om even terug te komen op de drie spelers die je daarnet vernoemde: met elk van hen heb ik samen in onze fanionploeg gespeeld, zij het slechts enkele keren. Bovendien was het Jef Mermans die mij leiding gaf en mij ons eerste elftal binnenloodste.

"Mijn beste tegenstander ooit?  Pélé!"

Wil  je voor onze lezers  een ruikertje plukken van je meest memorabele herinneringen aan spelers en wedstrijden van vóór je Cercletijd?

Aan de spits van mijn medespelers staan Pol Van Himst en Jef Jurion, samen met een verdediger zoals ik er nooit, zelfs wereldwijd, een betere heb gekend. Ook al is het wel voorgekomen dat zijn speelsheid ons een puntje kostte, een sterker verdedigende spektakelman dan hij, kwam ik nergens tegen. Zijn naam: Laurent Verbiest. Mijn beste tegenstander ooit: Pélé, tegen wie ik drie of vier keer uitkwam. Mijn mooiste herinnering bij de nationale ploeg: 5-1 winst tegen Brazilië, met drie doelpunten van Jackie Stockman. We hebben daar Brazilië zozeer van het veld gespeeld dat ze ons direct na de match al uitnodigden om hun het volgende jaar repliek te gaan geven op eigen bodem. Minstens de helft van onze spelers waren zo vooruitziende dat ze bedankten voor die return, en, jawel, we kregen er dan ook een 5-0 rammeling. Twintig minuten voor het einde was het nog maar 1-0, maar wegens ademhalingsproblemen bij dat vochtige, warme klimaat, stuikten we ten slotte helemaal in elkaar. Op Europees vlak is vooral de uitschakeling van Real Madrid met 1-0 op de Heizel onvergetelijk voor mij, met een doelpunt van Jef Jurion.

Halfweg 1970 trek jij naar Cercle Brugge. Hoe komt een voetbalmonument als Pierre Hanon ertoe, hoewel nog duidelijk ver af van zijn laatste voetbaladem, naar een matige tweedeklasser te trekken die drie jaar voordien nog in de derde klasse uitkwam?

Als ik naar Cercle gekomen ben, was dat niet negentig of negenennegentig maar honderd procent dankzij en voor Urbain Braems. Ik kon onder meer ook naar Club Mechelen, maar het was me duidelijk dat Urbain mij zeer hoog inschatte en hij overtuigde me dat hij mij echt van doen had. Ik kan niet omschrijven wat die overgang voor mij betekende. In het begin had ik het zéér, zéér moeilijk. Het verschil met Anderlecht was enorm. Ik was gewoon voor 30.000 mensen te spelen, kwam nu uit in het armzalige Edgard De Smedt-stadionneke voor een publiek tienmaal minder in aantal.Ook tijdens de week treinde ik ernaartoe voor avondtrainingen. Neen, je begrijpt het niet als je niet ervaren hebt hoe ánders het er bij  Anderlecht aan toe ging, bij Anderlecht met zijn perfecte accommodatie en materiaalvoorziening.  Dat alles terzijde gelaten waren er toch twee dingen die mijn motivatie hooghielden: ik wilde  hoe dan ook aan iedereen bewijzen dat ik het nog kon, en vooral, ik ben nooit, nooit in mijn leven zulke charmante, zulke vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle. Niet alleen maar toch in het bijzonder denk ik hierbij aan Gerard Versyp, aan Johan Versyp en aan Lucien Hautekiet.

"Ik ben nooit in mijn leven zulke charmante, vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle."

En het ging goed bij Cercle! Zeer goed zelfs, aanvankelijk. Tijdens je eerste Cerclejaar al werd Groen-Zwart kampioen en promoveerde dus naar eerste. Ik kan niet voorkomen dat er hierbij toch een vraagje bij me opkomt. Na je unieke carrière bij Anderlecht  daal je af naar een tweedeklasser en direct promoveer je met dat ‘ploegje’ naar de reeks waaruit je weggestapt bent. Was je écht gelukkig met die gang van zaken? Kon  je met hart en ziel opnieuw naar eerste gaan – met Cercle…?

Oh, ja. Met Cercle kampioen spelen in tweede deed me evenveel plezier als kampioen worden in eerste. Zie je, als je een contract afsluit, dan moet je het respecteren. Je moet er volop achter staan, en dan besef je: “Nu speel ik met die ploeg, en net als vroeger komt het erop aan te winnen.” Lukt dat, dan heb je er evenveel plezier aan als iemand die al twintig jaar voor die ploeg speelt.

Het jaar daarop deed Cercle het lang niet onaardig in eerste. Groen-Zwart was vierde halfweg, eindigde als vijfde op één plaats van een Uefa-ticket.

Het begon al fantastisch. De eerste wedstrijd was thuis tegen … Anderlecht! We wonnen met 2-0. ‘k Weet niet of je dat kunt begrijpen, maar hoewel ook dan nog mijn hart voor Anderlecht klopte, was het Cerclegevoel dat mij toen aangreep, overweldigend. Een misschien vergelijkbaar gevoel doorstroomde mij ook bij onze zesde match. We staan 1-0 achter op het veld van Club. Ik pegel een vrije schop van op vijfentwintig meter keihard tegen het net van ex-Cercledoelman Sanders. Wie het gezien heeft, herinnert het zich, ongetwijfeld.  Carlos Desteur lepelde de bal van heel dichtbij op mijn voet, en … raak! Het was een enig mooi doelpunt, maar geen toevalstreffer. Week op week hadden we bij elke training dat nummertje ingeoefend. Zo haalden we 1-1 op Club, en niet veel later lukte het op Club Luik nog eens op die manier te scoren. Nogal wat ploegen hebben het nummertje nadien uitgeprobeerd, maar toch was het vrij vlug op geen enkel veld meer te zien. Was het geen toevalstreffer, efficiënt was het evenmin. Zelf kreeg ik op die manier tijdens de oefeningen gemiddeld zes keren op de tien de bal tussen de palen, maar het scorepercentage was toch wel aan de zeer lage kant. 

"Mijn hart klopte voor Anderlecht, maar het Cerclegevoel greep me toen aan."

Cercle eindigde het volgende seizoen, 1972-73, slechts als elfde. In het feestboek van Roland Podevijn bij Cercles negentigste bestaansjaar wordt dat onder meer toegeschreven aan langdurige kwetsuren, aan schorsingen en aan “wrijvingen met het bestuur (Pierre Hanon)”.  Was het juist geweest indien er niet had gestaan “wrijvingen met het bestuur”, maar “wrijvingen met trainer Grijzenhout”?

Wat je suggereert, klopt helemaal. Niet met het bestuur had ik problemen, enkel en alleen met de nieuwe trainer. Urbain Braems was, helaas, naar Antwerp vertrokken – helaas, want het ging mij onder Urbain zo goed dat ik onder hem misschien wel tot mijn veertigste in eerste klasse had kunnen meedraaien.Graag had hij mij meegenomen, maar mijn contract liep nog één jaar door, en daar hield ik mij aan. Ik moet het niet onder stoelen of banken steken, met de nieuwe trainer, met Han Grijzenhout, heeft het nooit geklikt. Het nam zulke proporties aan dat ik het na enkele maanden niet meer zag zitten. Gelukkiglijk had Cercles bestuur dan het begrip voor mij dat bij Grijzenhout ontbrak.

Het is niet als een stoute vraag bedoeld, Pierre, maar, ja, wat wil je, wij zijn allemaal mensen onderhevig aan psychologische wetmatigheden die ook wel de volgende vraag rechtvaardigen: Kan het bij jou een rol gespeeld hebben dat Grijzenhout als trainer een groentje was en jij als speler een doorgewinterde ex-topvoetballer?

Ik denk inderdaad dat dit heeft meegespeeld.Maar dat neemt niet weg dat Grijzenhout geen greintje respect voor mij opbracht, noch voor mij als persoon, noch voor mij in mijn specifieke situatie. De meeste Cerclespelers waren twintigers.  Ik was 35 jaar.  Ik had een schoolgaande zoon. Als die de vorige twee jaren in juli met vakantie was en de voetbaltrainingen herbegonnen, bezorgde Urbain mij een trainingsschema zodat ik een halve maand van een familiale vakantie kon genieten en daarna toch topfit op de trainingen verscheen. Geen sprake van zo’n situatiebegrip bij Grijzenhout. Integendeel, voortdurend behandelde hij mij alsof ik een spelertje was dat uit Bevordering kwam. Neen, ik heb nooit beweerd dat Grijzenhout op het vlak van het voetbalspelletje op zich geen bekwame trainer was, maar daar waar ik zeer bewust niet boven mijn medespelers uitkraaide, daar waar ik van meet af aan goed in de groep geïntegreerd was, daar waar jongens als John Bogaert, Julien Verriest en Franky Simon bereid waren  voor mij door het vuur te gaan, daar ontbrak het Grijzenhout aan elementair respect voor mij. Overigens: ik geef toe dat mijn houding tegenover Grijzenhout onbewust kan beïnvloed geweest zijn doordat ik bovenaan een heuvel stond en hij onderaan, maar is het niet evengoed mogelijk dat zijn houding tegenover mij voor een stuk juist te verklaren is door zíjn positie daar onderaan?

In overleg met het Cerclebestuur deed jij je derde jaar niet uit en daarna trok je naar Bergen.  Met succes? En wat deed je na Bergen?

Succes? Jawel, want we speelden kampioen in derde en promoveerden dus naar tweede. Ik begon als speler-trainer, maar vond het na een tijdje beter niet meer zelf mee te spelen. Maar, maar, maar … Zie, ik ben geen Vlaming, ik ben geen Waal, ik ben een Brusselaar en ik ben een Belg, maar als wat ik in Brugge en in Bergen heb meegemaakt typisch is voor Vlaanderen en Wallonië, dan is het met de Walen erg gesteld. Cercle was kleinschalig, maar alles was er altijd proper en in orde. Als ik in Bergen twee maanden na de kampioenenviering in de kleedkamers terugkwam, waren die nog altijd dezelfde varkensstallen als direct na die viering.  Mij gaat dat niet, zo’n gebrek aan orde, aan discipline, aan voornaamheid – ik kan er niet tegen. Lang heb ik het dan ook niet uitgehouden in Bergen. Daarna ben ik nog ruim tien jaar jeugdtrainer geweest bij Anderlecht, tot trainer Peruzovic mij voorstelde om de scouting voor de eerste ploeg op mij te nemen. Dat ik dit mocht doen, is voor mij een onvoorstelbare zegen geweest. Het werd het begin van een nieuw, een prachtig hoofdstuk in mijn leven.

Een nieuw, prachtig hoofdstuk in je leven?

Wat ging eraan vooraf? Het voetbal heeft mij eerst en vooral veel plezier bijgebracht.  Nu nog herhaalt mijn vrouw het dikwijls: “Je hebt in je leven geluk gehad. Je hebt kunnen doen wat je graag deed en je bent daar totaal in geslaagd.” Ten tweede heb ik dankzij het voetbal veel mensen leren kennen en veel interessante relaties aangeknoopt. En ten derde dank ik aan Koning Voetbal dat ik goed mijn brood heb verdiend, zozeer zelfs dat ik nu, inderdaad, na mijn voetbalcarrière een prachtig hoofdstuk aan mijn leven kan toevoegen. Het begon als scout bij Anderlecht. Als scout heb ik heel Europa doorgereisd. Dat reizen intrigeerde me zozeer dat ik intussen bijna heel de wereld heb gezien. Reizen is voor mijn vrouw en mezelf, ook nu nog, een festijn. Maanden lang bereid ik onze reizen voor, ter plekke weet ik altijd heel goed wat er het bezoeken waard is, en na elke reis vergt ook het vereeuwigen ervan weken, zo niet maanden tijd. Het bewerken van beeld, klank en kleur, zeg maar, het opmaken van hele filmreportages, vind ik meeslepend en verrijkend. Bijna, bijna geniet ik zoveel van mijn reizen als van het voetballen voordien. En dat is véél gezegd!

U las het al, lezer, Pierre Hanon vraagt geen wierook. Maar het minste dat gezegd kan worden is dat hij een sterke persoonlijkheid is. Hij is zichzelf en hij weet wie hij is. Hij is zich bewust van het toch wel uitzonderlijke dat hij als voetballer gepresteerd heeft. Als er iets is dat hij in zijn omgang met zijn medemensen vereist - en já, dat ís er! -  dan is het  ‘respect’. Wederzijds respect, respectvol benaderd worden en ontvangen respect met respect beantwoorden, bepaalt Pierres levenswijze en –filosofie overduidelijk. Als een vriendelijke, kordate gentleman, die ‘oude waarden’ als voornaamheid,  betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, netheid en vooral respect hoog in het vaandel draagt, zal ik me hem blijven herinneren. Toen Pierre gevraagd werd om voor Shot geïnterviewd te worden, antwoordde hij: “Ja, voor Cercle wil ik dat graag doen” (en ook dan zei  hij, letterlijk, dat hij nooit charmantere mensen dan bij Cercle heeft ontmoet). Ik heb het  hem niet gevraagd, lezer, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat hij er ook toe bereid  was geweest een interview toe te staan voor de supporters van RAEC Mons. 

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Mooi project bij Cercle Brugge - Xavier Mercier

Tussen de eerste twee competitiewedstrijden in trok ik naar de oefenvelden van Cercle.  Dat alles rond Groen-Zwart weer volop leeft, werd meteen duidelijk.  De A-kern was stevig aan het trainen onder het goedkeurend oog van een ruim opgekomen schare supporters.  Ook aan het secretariaat heerste een gezellige drukte.  Na de training had ik een gesprek met Xavier Mercier.  De aanvallende middenvelder kwam over van KV Kortrijk en was enkele dagen voordien de matchwinnaar dankzij twee goals op het veld van Westerlo.  

Xavier, als eerste vraagje.  Wie is de mens Xavier Mercier?  

Ik ben afkomstig  uit Zuid-Frankrijk.  Momenteel woon ik in Wevelgem.  Ik ben getrouwd en heb twee kinderen.  

Je bent niet nieuw in het Belgische voetbal.  Je kwam immers over van KV Kortrijk.  Kun je voor onze lezers even je volledige sportieve carrière schetsen?  

Met voetballen begon ik bij Montpellier HSC, een ploeg die momenteel in de Ligue 1 speelt.    Ik ben geboren in Alès, in het zuiden van Frankrijk.  Montpellier was een logische keuze, aangezien het in de buurt was van mijn geboorteplaats.  Ik doorliep er alle jeugdrangen.  In 2009 startte mijn eigenlijke carrière.  Ik was toen twintig en besloot te kiezen voor een avontuur bij US Lesquin.  Het woord avontuur mag je letterlijk nemen, want ik verhuisde naar de andere kant van het land.  Voor een jonge gast is dat niet evident.  Lesquin kwam toen uit in de tweede amateurklasse.  Het is een beetje te vergelijken met de vijfde klasse.  In Frankrijk heb je de ‘Ligue 1’ als hoogste niveau.  Daaronder is er dan de ‘Ligue 2’.  Als je nog meer afzakt is er dan ook de ‘National’ reeks.  Nog daaronder heb je dan nog de eerste amateurklasse (CFA 1) en de tweede amateurklasse (CFA 2).  

Je talent werd snel opgemerkt en al snel kwam er een profploeg op je weg?  

Dat klopt. Ik speelde er een goed seizoen en kon het seizoen daarop aan de slag bij  EA Guingamp.  Momenteel spelen ook zij in de Ligue 1.  Maar toen ik er speelde, kwamen ze uit in de ‘National’ reeks.  Mijn eerste seizoen viel daar goed mee.  We konden zelfs de promotie afdwingen naar de ‘Ligue 2’.  Het tweede seizoen verliep minder.  Ik besloot om het seizoen daarop (2012-2013) in de eerste amateurklasse (CFA 1) te beginnen.  Met name bij AS Beauvais Oise.  Ik bleef er twee seizoenen en vond er het voetbalplezier terug.  Ik speelde bijna alles en scoorde ook vlot.  In 2015 kon ik weer een niveau hoger terecht met name bij US Boulogne.  Ik bleef er anderhalf seizoen en kon toen naar KV Kortrijk.  

Je Belgisch avontuur begon inderdaad bij Kortrijk op het hoogste niveau.  Waarom verkoos je in het tussenseizoen Cercle Brugge? 

Het liep niet meer goed in Kortrijk.  Ik speelde wel een behoorlijk goed eerste seizoen.  In mijn eerste wedstrijd kon ik ook meteen scoren tegen KV Oostende.  In de loop van de voorbereiding merkte ik echter dat men niet meer op mij rekende.   Ik besloot dan uit te kijken naar een andere ploeg.  Er waren wat ploegen uit de ‘Ligue 2’ die interesse toonden in mijn diensten, maar ook Cercle Brugge was snel erg concreet.  De twee ploegen geraakten er snel uit en na een onderhoud met ondermeer trainer José Riga besloot ik voor het ambitieuze Cercleproject te kiezen.  

"We moeten ons niet verstoppen.  Promotie naar eerste klasse A is het doel."

De voorbereiding verliep vlot voor Cercle.  Wat was je eerste indruk en hoe verliep de integratie?  

Ik kwam wat later toe, maar werd onmiddellijk goed opgevangen door de ploegmaats en de staf.  Alles verloopt hier heel professioneel.  De eerste indruk was dus wat mij betreft perfect.  De integratie versnelde ook omdat heel wat spelers eveneens de Franse nationaliteit bezitten of toch ook Frans spreken.  

Persoonlijk was je vorige zondag al meteen beslissend.  Dat moet deugd doen.  Hoe blik je daarop terug?  

Eerst en vooral is het zo dat een goede start zeer belangrijk is.  In die zin is het natuurlijk deugddoend dat we meteen op Westerlo de volle buit konden pakken.  Dat ik daarbij inval en twee doelpunten maak is bijzaak.  Het ploegbelang staat voorop.   We moeten allemaal strijden voor de ploeg en voor een zo goed mogelijk resultaat in elke wedstrijd.  

De ambitie van dit seizoen is duidelijk.  Cercle gaat voor het kampioenschap?  En hoe schat je de andere ploegen in?  

Wij hebben in elk geval een goede ploeg met veel mogelijkheden.  We moeten ons dan ook niet verstoppen.  Promotie naar eerste klasse A is het doel.  Wat de andere ploegen betreft, is het moeilijk om ze nu al allemaal in te schatten.  Het wordt in elk geval een harde competitie waar we talent zullen moeten koppelen aan mentaliteit.  

Laat ons hopen dat Xavier nog enkele keren beslissend mag zijn in wedstrijden van Cercle Brugge.  Te beginnen tegen Union nu vrijdag! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Peru en Spanje

Stefaan Dierickx moest voor een conferentie in Cusco, Peru, zijn.  Een bezoek aan Machu Picchu – met Cerclesjaal – mocht dan ook niet ontbreken.

Myriam en Georges (hoofdredacteur SHOT-online) vierden hun 40e huwelijksverjaardag op restaurant in Spanje met hun voornamelijk Britse buren.  Allen duimden voor een geslaagd Cercle-seizoen in 1A.  Hoewel… er zat 1 Brugse Clubfan tussen.  

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Een jeugdspeler aan het woord

Ward Vandenbroucke – U10

Eens supporter, altijd supporter. Shot wil daarom ook de allerjongsten aan het woord laten. In deze aflevering stellen we Ward Vandenbroucke voor. Ward woont in Snellegem, is negen jaar oud en verdedigt sinds dit seizoen met veel enthousiasme de kleuren van Groen-Zwart. 

Dag Ward, wanneer ben je beginnen voetballen?

In Snellegem is geen ploeg, dus ik speelde eerst vier jaar voor VKSO Zerkegem, waar ook Denis Viane ooit is beginnen shotten. Vorig seizoen ging het goed en klopten de scouts van KV Oostende, Cercle Brugge en KFC Varsenare aan. 

Waarom heb je uiteindelijk voor Cercle gekozen?

Marc Van Opstaele, de hoofdscout van de jeugd, nodigde me uit om vier keer te komen testen.  Mijn ouders en ik werden hartelijk ontvangen. Ik was onmiddellijk op mijn gemak en had een goed gevoel. Mijn papa zei dat Cercle Brugge al jaren bekend staat om zijn goede en warmmenselijke opleiding. Voor mijn ouders speelden natuurlijk ook praktische redenen mee: de afstand naar Brugge zorgt voor minder tijdverlies dan een verplaatsing naar Oostende. De eerste ploeg van KVO speelt wel in 1A, maar bij de jeugd voetballen we in dezelfde reeks. Ik heb ondertussen geen spijt van mijn keuze, ik ben hier immers heel graag.

De jeugd van Zerkegem speelt gewestelijk voetbal, en nu ben je actief op nationaal niveau. Dat was voor jou wellicht een heel grote stap?

Dit klopt, het verschil is immens. Ik train plots drie keer per week, de oefeningen zijn moeilijker en het niveau van mijn ploegmaats op training en van tegenstanders in wedstrijden is veel hoger. 

In de kern van de U10 zitten 23 spelers. Hoe werkt dit in de praktijk?

Elke ploeg in onze reeks heeft bij de U10 twee teams, die elk wekelijks een 8 tegen 8 wedstrijd spelen. Ook bij ons zijn de 23 kinderen in twee groepen verdeeld. Er bestaat geen A of B-ploeg met de betere of iets mindere voetballers. Om de vier weken wordt daarentegen de groep door elkaar geschud zodat iedereen eens met iedereen speelt. Onze coaches zijn Nicolas Poppe en Pablo Vermote. Het zijn twee heel toffe trainers. Ze hebben een goede band met alle kinderen, vertellen graag eens een mopje en spelen vaak mee met ons.

Je vader Lieven, die jeugdcoördinator is van VKSO Zerkegem, was vroeger een fervent atleet. Hij liep enkele jaren geleden de Marathon des Sables, een zesdaagse ultraloop van 254 kilometer in de woestijn van Marokko bij een temperatuur van meer dan 40 graden.  Ik stel me dan ook voor dat jij een box-to-box voetballer bent die over veel loopvermogen beschikt. Heb ik het juist?

Ik ren veel in een match, maar ik ben toch een ander type speler. Bij Zerkegem speelde ik centraal achteraan, maar daar had ik het te gemakkelijk. Om het voor mij iets uitdagender te maken speel ik nu op de flanken, op de posities 7 en 11, maar ik kan op bijna alle plaatsen uit de voeten. Technisch ben ik goed, ik kan in een 1 tegen 1-situatie een tegenstander uitschakelen als dat moet, en ben vrij snel.  Mijn papa denkt dat ik toch een verdediger zal worden omdat ik het spel het liefst voor mij heb, en voortdurend positioneel denk, maar we zullen wel zien in de toekomst. 

Je hebt je sterke punten opgesomd. Ongetwijfeld zijn er ook zaken waar je nog hard moet aan werken. Welke zijn die?

Ik ben iets te timide op het veld. Het duel moet ik meer durven aangaan. Ik mis nog wat grinta en onverzettelijkheid. Daarnaast moet ik de kwaliteiten die ik heb beter durven gebruiken. Soms ben ik immers te onzeker om een dribbel aan te gaan. Ik moet dus meer geloven in mijzelf. 

"Ik hoop dat de A-kern spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen."

We vroegen aan één van je trainers, Nicolas Poppe, of hij zich kan herkennen in het beeld dat je van jezelf schetst.

(Nicolas) Ik denk het wel. Ward is, zoals hij zelf zegt, tweevoetig maar moet nog meer zijn tweede voet durven gebruiken bij een passeerbeweging. Hij draait heel goed mee in de groep, maar bezit door zijn verleden bij een gewestelijke ploeg nog over heel veel groeimarge, en daar gaan we samen aan werken. Ik wil er nog aan toevoegen dat Ward voor zijn leeftijd zeer matuur is. Hij is bovendien positief ingesteld, ligt goed in de groep en is altijd zeer enthousiast. Het is een plezier om zo iemand in het team te hebben. 

(Ward) Ik ga heel graag trainen, zelfs als het regent en sneeuwt. Ik speel zo graag voetbal dat ik op dinsdag ook nog minivoetbal bij De Zotte Mutse uit Brugge. De voorwaarde van mijn ouders was wel dat ik een goed schoolrapport blijf hebben. 

Hoe doet de U10 het in wedstrijden, Ward?

We spelen matchen tegen bijna alle ploegen van 1A en 1B uit het Vlaamse landsgedeelte.
Er is nog geen klassement, maar de resultaten zijn heel degelijk. Anderlecht, Club Brugge, Lokeren en Gent zijn een maatje te groot, maar we kunnen onze voet zetten naast alle andere tegenstanders.

Volg je ook de competitie van de eerste ploeg?

Natuurlijk! Ik ga ook regelmatig kijken. Mijn favoriet is Yagan omdat hij op dezelfde positie speelt als ik.  Ze mogen niet degraderen want dat heeft enorme gevolgen voor de jeugd en dan spelen we niet meer op nationaal niveau. Ik hoop dat de spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen. 

Laten we hopen dat ze dit lezen, en goed in hun oren knopen! Tot slot, ik hoorde dat je een fervent verzamelaar was van de stickers van het plakboek van Cercle Brugge.

Van mijn ploeg was ik inderdaad het snelst klaar met het vullen van mijn boek. Ik ging een paar avonden naar de Carrefour, wachtte daar aan de kassa, en vroeg aan de mensen die de stickers niet moesten hebben of ik die van hen mocht krijgen, en dat lukte meestal. Ik vond dat plakboek een heel leuk initiatief van Cercle Brugge.

Bedankt voor het interview, Ward en nog veel voetbalplezier!

(D. Vermeersch)

Lees meer