koop tickets online

Cercle en Brugge door de jaren heen (deel 207)

(periode van 20-08-1960 -> 20-08-1960)

* Cercle

Het nieuwe voetbalseizoen naderde met rasse schreden.  Hoog tijd dus om te kijken hoe de conditie van de groen-zwarten er voor stond.  En, hoe kon dit beter dan door enkele pittige oefenwedstrijden op het programma te plaatsen ?

“Veelbelovende oefenmatchen te Brugge” – “Cercle – Beerschot AC” : “Het mag gezegd dat Cercle op veelbelovende wijze het nieuw voetbalseizoen tegemoet gaat.  Er werden immers reeds twee oefenmatchen betwist die in grote lijnen voldoening schonken.  Te Charleville werd nipt met 2-1 verloren tegen de Franse eersteklasser FC Rouen terwijl op half-oogst in Nederland een mooie en verdiende 1-2 zege werd geboekt tegen Breda.  In dit laatste treffen lukte de nieuwe aanwinst W. Lambert een prachtdoel terwijl Notteboom het winninggoal scoorde.  De Hongaar Locskai, die na de rust Desmaele als linksbuiten verving, liet eveneens een gunstige indruk.  De zieke Baas diende belet te geven en werd terdege gedoebleerd door Wittewrongel.
Heden zaterdag, te 18 uur, zet Cercle op eigen terrein haar kompetitievoorbereiding verder met een oefenmatch tegen niemand minder dan de Antwerpse eersteklasser Beerschot.  Voor de groen-zwarten wordt het zeker een zware test, al menen we dat het toch op zulk geen ramp zal uitdraaien als verleden jaar.  De Sinjoren zullen het niettemin ernstig opnemen en er alles op zetten om op punt te komen.  Het bewijs hiervan is dat volgende vijftien “mannekens” de reis naar Brugge zullen meemaken : Smolders, Gernaey, Wouters, Schroeyens, Weyn, Raskin, Van Hemelryck, Huysmans, Vanhostayen, Van Acker, Rik Coppens, Drieskens, De Borger, Zaman en Et. Coppens.  Allemaal bekende spelers waarbij ook de duurste transfer van het jaar Drieskens van Lommel, waarvan veel goeds verteld wordt.
Cercle van haar kant zal het met volgende opstelling proberen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Wittewrongel, Demey, W. Lambert, Buyse, Bailliu, Michiels en de Hongaar Locskai.  Verder zullen ook Desmaele, Acket, Notteboom, Daels en de Hongaar Gaal tijdens deze match getest worden.”

* Brugge

* Als een agent de baan op moet om een opdracht uit te voeren kunnen de weersomstandigheden wel eens tegen zitten.  Dan is het altijd meegenomen als er extra kleding ter beschikking is om de weerselementen in iets comfortabeler omstandigheden te trotseren.  Burgemeester Pierre Vandamme had oog voor deze situatie en besloot om de daad bij het woord te voegen : “Brugse politiemannen tegen regen en wind beschermd” : “Burgemeester Vandamme heeft twaalf plastieken regenmantels aangekocht om de dienstdoende politiemannen te beschermen tegen regen en wind.  De wetsdienaars zijn uiterst tevreden over deze beschutting, doch voor de verkeersagenten is deze meestal minder praktisch, vermits er geen armgaten of mouwen voorhanden zijn, om met de armen bewegingen te kunnen maken. Mogelijks kan aan deze kleine tekortkoming verholpen worden voor degenen die het verkeer moeten regelen.  In ieder geval is het een flink initiatief vanwege het administratief hoofd van de Brugse politie, dat ten zeerste naar waarde wordt geschat.”      

* Wiedenkt dat de beelden aan de voorgevel van het Brugse stadhuis honderden jaren oud zijn moet dringend zijn mening herzien.  De huidige beelden zijn zelfs van relatief recente datum.  Een beetje geschiedenis hieromtrent…

- De eerste steen van het stadhuis werd in 1376 gelegd door graaf Lodewijk van Male.  De werken namen, zacht uitgedrukt, geruime tijd in beslag want het was pas in 1421, 45 jaar na het begin der werken !, dat men het stadhuis als voltooid beschouwde.
Het Brugse stadhuis was het eerste monumentale laatgotische raadhuis van Vlaanderen en Brabant en was een stenen getuige van de economische en politieke bloei van Brugge tijdens de veertiende eeuw.
- De toenmalige geplaatste gevelbeelden waren van de hand van J. van Valenciennes.  Deze beelden werden in de loop van de eeuwen (van de 15detot de 18deeeuw) aangevuld met beeltenissen van figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament en figuren van heersers van Vlaanderen zoals graven en gravinnen, aartshertogen en keizers.
- Na de Franse Revolutie van 1792 werden onze gewesten vanaf 1794 door de Fransen bezet.  Iedereen weet nog uit de geschiedenislessen van destijds dat de Fransen zich niet schroomden om waardevolle gebouwen, vooral kerken en abdijen, te plunderen en te vernielen.  Ook het Brugse stadhuis kwam niet ongeschonden uit deze woelige tijden want de gevelbeelden en de wapenschilden werden vernield.
Op 18 juni 1815 leed Napoleon een definitieve nederlaag tijdens de Slag van Waterloo.  Voor onze gewesten veranderde echter niet veel.  Wij kwamen gewoon van de regen in de drup terecht want eenmaal de Fransen verdwenen waren kwamen de Nederlanders hier de plak zwaaien…
- Op 25 augustus 1830 werd, ter gelegenheid van de verjaardag van de Nederlandse koning Willem I, de opera “De Stomme van Portici” in de Brusselse Koninklijke Muntschouwburg opgevoerd.  Deze opera luidde meteen het begin van het einde van het Nederlandse bewind in.  De aria “Amour sacrée de la Patrie” zorgde er voor dat de vlam van de opstand definitief in de pan sloeg, er braken relletjes uit en de Nederlanders mochten nog datzelfde jaar hun matten voorgoed oprollen.
- Vanaf dan ging het snel : op 20 december 1830 erkende een conferentie van de grote mogendheden in Londen het recht op Belgische onafhankelijkheid en reeds op 11 januari 1831 erkende de Conferentie van Londen de nieuwe staat België.
Gevolg van dit alles was dat Leopold van Saksen-Coburg-Gotha op 21 juli 1831 voor het Congres de eed op de Grondwet aflegde en de eerste koning van België werd.
- Het Brugse stadhuis wachtte ondertussen, zoals hierboven vermeld, sinds de ongewenste aanwezigheid van de Fransen op de nodige herstelwerken.  Toch moesten de Bruggelingen nog geduld oefenen tot 1852-1863 om de totale buitenrestauratie van hun stadhuis mee te maken inclusief neogotische toevoegingen en het plaatsen van nieuwe beelden door J. Geefs uit Antwerpen en C. Geerts uit Leuven in samenwerking met Bruggeling J. Van Nieuwenhuyse.
- Blijkbaar was er, ook toen reeds, niets nieuws onder de zon, want omstreeks 1875 stelde men vast dat de stadhuisbeelden ‘aftakelden’ wegens ‘slechte materiaalkeuze’ met als logisch gevolg de geleidelijke verwijdering van deze beelden.
Omdat men nooit over één nacht ijs gaat duurde het nog tot 1876 vooraleer met de herstellings- en restauratiewerken begonnen werd.  Maar éénmaal gestart werd niet enkel de buitenkant maar ook de binnenkant van het stadhuis grondig aangepakt.  Opnieuw werd voor de betrokken kunstenaars en restaurateurs jarenlange werkzekerheid gecreëerd.
- In 1924 kreeg Prosper Hinderyckx uit Sint-Andries de opdracht om nieuwe beelden van Onze-Lieve-Vrouw met de inktpot en van Maria en de engel Gabriël te kappen.

- De soap met de stadhuisbeelden bleef echter duren.  In 1960, men was nog maar eens bezig met het stadhuis te restaureren, werden enkele plaasteren beelden geplaatst in de nissen van de voorgevel van het stadhuis met volgend resultaat (artikel verschenen in “Het Brugsch Handelsblad” van 20 augustus 1960) :

“Nieuwe beelden voor het stadhuis vielen niet in de smaak” : “Voor enkele dagen werden in de nissen van het Brugs stadhuis, dat men volop aan ’t restaureren is, vijf plaasteren beelden geplaatst die door de leden van de Koninklijke Kommissie voor Monumenten en Landschappen gekeurd werden.  Volgens die heren steekt er niet genoeg ziel in deze beelden, waardoor de gotische stijl zoek is geraakt.  Er werd besloten kontakt te nemen met de beeldhouwers de hh. Vandevoorde uit Brussel en Aubroeck uit Temse, om de kunstwerken de gewenste wijzigingen te laten ondergaan.”

- In 1967 werd de Brugse Burg ongewild sensationeel voorpaginanieuws want voor de toegangspoort van het toenmalige gerechtshof ontplofte… een bom !
Uiteraard besteedde ook “Het Brugsch Handelsblad” van 18 februari 1967, naast alle nationale kranten, de nodige aandacht aan dit opzienbarend feit :

“Brugge, Valentijnsdag 13 februari 1967.  Het anders zo kalme Brugge haalt de voorpagina’s van de nationale en de lokale pers.  ‘Bom ontploft te Brugge.  Ontzaglijke schade aan stadhuis, gerechtshof en Heilig Bloedkapel’.  Aan de poort van het Brugse gerechtshof op de Burg is in de voorafgaande nacht een bijzonder krachtige bom ontploft.
Drie agenten hebben in de nacht van 12 op 13 februari een enorme knal gehoord en reppen zich richting Burg.  Ze constateren dat de bom was geplaatst aan de poort van het gerechtsgebouw, aangezien ze hier een krater van een halve meter diep aantreffen.  De linkerhelft van een massieve eikenhouten poort is uit haar hengsels geblazen en het beeld van Moeder Justitia op het binnenplein is onthoofd.  Stukken van de gevel van het stadhuis zijn door de klap beschadigd en ook de Heilig Bloedkapel komt er niet ongeschonden uit. Eeuwenoude brandglasramen zijn volledig vernield.  Politie, rijkswacht en een wapendeskundige kammen de Burg uit, maar van het springtuig is geen spoor meer te vinden.”

Hoe opvallend deze zaak een hele tijd de voorpagina’s van de lokale en nationale kranten beheerste, even snel verdween elk nieuws van de aanslag uit de media.  Ook kon het Belgische gerecht, ondanks zijn duchtige werk in deze prestigezaak, de zaak nooit oplossen.  De zaak stierf een stille dood en slechts enkele Bruggelingen hebben nog vage herinneringen aan het mysterie van ‘de bomme van ip den Burg’…

- Na deze aanslag opteerde men om nieuwe beelden te kappen in plaats van de beelden uit de 19deeeuw te kopiëren.  M. Witdouck uit Lovendegem vervaardigde zeven gotisch getinte beelden om in de onderste rij te plaatsen.
Er ontstond een langdurige polemiek over de vorm en de stijl van de 48 ontbrekende beelden zodat men zich in 1981 genoodzaakt zag om een wedstrijd uit te schrijven.  Het echtpaar Livia Canestraro en Stefaan Depuydt uit Snellegem werden de winnaars.  Bij het kappen van de overige beelden inspireerden zij zich, zoals het ook enkele eeuwen eerder gebeurd was, op figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament en op heersers van Vlaanderen.  Dit keer werden de beelden op andere consoles geplaatst die wapenschilden van de subalterne steden voorstelden.

Links op de foto staat Onze-Lieve-Vrouw met de inktpot.  Het  beeld wordt ook Onze-Lieve-Vrouw van Aardenburg genoemd.  De hieraan verbonden legende vertelt dat men op een dag in Brugge een persoon vermoord aantrof.  Een jongeman uit Aardenburg werd verdacht en aangehouden.  De jongeman ontkende ook maar iets met de misdaad te maken te hebben maar toch werd hij schuldig bevonden en ter dood veroordeeld.  Ten einde raad deed de jongeman een beroep op Onze-Lieve-Vrouw.  De nacht voor zijn terechtstelling verscheen zij, samen met het kindje Jezus, in zijn cel, een inktpot in de hand houden.  Het kindje Jezus schreef iets neer op een stukje perkament. Onze-Lieve-Vrouw droeg de jongeman op het perkament aan de schout te tonen.  Van zodra de schout het perkament gelezen had stelde hij de jongeman onmiddellijk op vrije voeten.  Nooit heeft iemand geweten wat er op het stukje perkament geschreven stond (bron foto : http://brugselegenden.blogspot.com/2014/10/de-legende-van-onze-lieve-vrouw-met-de.html).

Cerle Brugge KSV

* Toeristen betekenen voor een stad als Brugge een belangrijke bron van inkomsten.  Maar door de Bruggelingen die geen gewin uit de toeristische aanwezigheid halen worden ze vaak als een noodzakelijk kwaad aanzien.  Ze lopen je voor de voeten, staan stil op de meest onverwachte momenten en geven de indruk dat er in hun thuissteden geen fietsen, bromfietsen of auto’s bestaan. Ook in 1960 ergerden bepaalde Bruggelingen zich aan de houding van de toeristen en een lezer van “Het Brugsch Handelsblad” kon het niet laten om zijn gal te spuwen :

“Mentaliteit van sommige toeristen” : “Bij deze wil ik U eens laten weten hoe sommige toeristen aangelegd zijn.  Deze middag krijg ik een heerschap in mijn winkel, die me vraagt : Mijnheer, wilt U eens voor mij die fles bier ontkurken ?”. Mijn antwoord : “Mijnheer, wij verkopen zulke flesopeners vanaf 2 frank.”.  “Ja,” antwoordt hij, “maar ik heb die maar eenmaal nodig.
Om er van af te zijn, en die sukkelaar zijn ‘kwartjes’ te laten behouden, heb ik toch maar zijn fles geopend, waarna hij afdroop met een kort “bedankt, hoor”.  En die man reisde per auto !!
Volgens de volksspreuk zijn de Schotten gierig, maar die mogen wel bij de Hollanders gaan leven, want die zijn nog veel gieriger !!

N.d.R. – Men hoeft zich inderdaad tegenwoordig over niets meer te verbazen. Maar triestig is een dergelijke lef zeker !”

* In het vorig deeltje van deze reeks hadden wij het over go karting, omschreven als een ‘spectaculaire en ongevaarlijke’ sport met op 21 augustus ’60 een ‘Grote Prijs van West-Vlaanderen voor Go-Kart’s ’ op de betonbanen van de toen nog nieuwe wijk Vossensteert te Sint-Kruis.  De sportliefhebbers hadden pas kennis gemaakt met deze nieuwe sport of ze konden reeds gaan kijken naar alweer een andere eerder ongebruikelijke sport : motorvoetbal.  Voor wie geen exact idee heeft waarover het gaat : motorvoetbal of motoball behoort (uiteraard) tot de motorsport en is een teamsport.  Het spel wordt gespeeld met twee ploegen.  Elke ploeg bestaat uit een keeper, vier veldspelers, drie wisselspelers, een monteur en een coach.  Het wedstrijdveld is even groot als een voetbalveld.  De gebruikte motorfietsen mogen maximaal 250 cc cilinderinhoud hebben.  De spelers zitten op hun motorfiets en hebben als opdracht een 40 centimeter grote bal van 1200 gram vanaf hun motorfiets in het doel van de tegenstander te mikken. Een motorvoetbalwedstrijd duurt 4 keer twintig minuten met daar tussenin tien minuten pauze.  Hoeft het gezegd dat de ploeg die het meeste doelpunten scoort de winnaar is ?

In Zedelgem stond er een motorvoetbalwedstrijd op het programma. Het plaatselijke Sint-Elooi nam het op tegen het Franse Troyes :

Cerle Brugge KSV

“Motorvoetbal : Sint-Elooi Zedelgem – Troyes 3-2 – Verdiende lokale zege” : “De mannen van voorzitter Gyselinck hebben zondag te Veldegem bewezen dat ze de officieuze titel van kampioen van België voluit verdienen. Tegenover één van de sterkste Franse formaties hebben ze duidelijk aangetoond dat hun blauw-witte opstelling met de beste onder de beste kan wedijveren en ook overwinnen.  De zege van Sint-Elooi Zedelgem was zeker geen toeval of een geschenk van hun tegenstrevers in vergelding voor het goede onthaal, doch wel de beloning voor hun degelijk vertoon dat ze ten beste hadden gegeven.

De acteurs :
scheidsrechters : de hh. Decorte (België) en Minwet (Frankrijk)
Sint-Elooi : J. Buffel, G. en R. Packo, W. Gyzelinck, Fr. Packo.
Troyes : J. Mahieu, M. Barzot, M. Fageot, E. Jaillant, J. Crosset.”

 

Een opname uit een motorvoetbalwedstrijd (voor alle duidelijkheid : dit is geen foto uit de wedstrijd Sint-Elooi Zedelgem – Troyes) (bron foto : Flickr).

* Als we het hebben over de ‘Keizer van Herentals’ dan weten de meeste sportliefhebbers, en zeker de wielerliefhebbers, dat het gaat over één van de allergrootste wielertalenten die wij in Vlaanderen gekend hebben : Rik Van Looy (° 20 december 1933).
Van Looy werd in 1960 en in 1961 wereldkampioen op de weg en is de enige wielrenner die de zes klassiekers buiten categorie kon winnen : Luik-Bastenaken-Luik, Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix, Parijs-Tours, de Ronde van Lombardije en de Ronde van Vlaanderen.
In de drie grote rondes (de Tour (Frankrijk), de Giro (Italië) en de Vuelta (Spanje)) won hij het punten- of bergklassement maar Rik Van Looy blonk toch vooral uit als sprinter.
Van Looy was ook actief op de baan.  Hij won twaalf zesdaagsen waarvan tien samen met Peter Post.
De erelijst van de ‘Keizer van Herentals’ kon nog groter geweest zijn maar in het begin van zijn carrière als prof (van 1954 tot 1969) moest hij opboksen tegen Rik Van Steenbergen en in de nadagen moest hij de opkomende Eddy Merckx trotseren.  Diezelfde Eddy Merckx koerste trouwens tot 1966 in de wielerploeg Solo-Superia, bekend als de rode garde, waarvan Rik Van Looy de patron was.
Alles samen won Rik Van Looy 493 wedstrijden waarvan er 379 overwinningen op de weg mochten opgetekend worden, een aantal dat enkel overtroffen werd door… Eddy Merckx (445).
Op zaterdag 12 augustus 2017 werd op de Grote Markt van Herentals een drie meter hoog standbeeld van Rik Van Looy onthuld. Het standbeeld is van de hand van kunstenaar Philip Aguirre.
Op zaterdag 7 juli 2018 werd de eerste Grote Prijs Rik Van Looy gereden.  Het was de ‘Keizer van Herentals’ zelf die het startschot gaf.     

In 1960 kroonde Rik Van Looy zich een eerste keer tot wereldkampioen. Uiteraard besteedde ook “Het Brugsch Handelsblad” de nodige aandacht aan dit belangrijke wielerfeit :

“Rik Van Looy wereldkampioen” : “Sinds een vijftal jaar is Rik Van Looy onbetwistbaar de sterkste wegrenner ter wereld, zonder dat hij dit nochtans volwaardig kon onderstrepen door zich met de regenboogtrui te tooien.  De reden hiervan is genoegzaam gekend om daar nog te moeten op terugkeren. Te Kopenhagen in 1956 en te Waregem in 1957 vond hij de nog steeds aalvlugge Rik Van Steenbergen op zijn weg, terwijl hij te Reims in 1958 en te Zandvoort in 1959 door zijn eigen ploegmaats gekelderd werd.
Spijt zijn talrijke klassieke en andere overwinningen, was het veroveren van de wereldtitel voor de sterke Rik Van Looy een obsessie geworden die gans zijn streven beheerste.  Zijn langverwachte droom zou dan eindelijk toch in vervulling gaan, want verleden zondag toonde hij zich op de Saksenring te Leipzig de ongenaakbare meester.
 

Waakzaam als niet één, kontroleerde hij gans het koersverloop en reageerde steeds gepast op de nochtans veelvuldige uitvallen met de Fransen Graczyk, Rohrbach en Anglade als grote bezielers.  De Herentalsenaar zou dan ook zijn ééntje beide laatstgenoemde vluchters bijbenen, doch deze vertikten het de Belg te helpen, zodat in de laatste ronden nog een 18-tal kanshebbers naar de finish vlogen.
Alhoewel nog heel wat snelle sprinters in deze groep zaten, was het reeds duidelijk dat de titel ditmaal Van Looy moeilijk kon ontsnappen.  Goed geholpen door de andere Belgen, nam hij kordaat de leiding om met grote voorsprong op wereldkampioen 1959 André Darrigade te zegevieren.  De kranige Cerami werd mooi 3e, Jozef Planckaert 11e, Frans Demulder 15e, Frans Aerenhouts 18e, Miel Daems 19e en Adriaenssens 28e.  Alleen Noël Foré moest de strijd staken.  Het werd aldus ’n Belgische zegedag.”

Cerle Brugge KSV

Rik Van Looy in de trui van wereldkampioen (bron foto : Pinterest).

* Nu we toch in de wereld van het wielrennen aanbeland zijn kunnen we het even goed wat dichterbij zoeken.  In de Brugse deelgemeente Sint-Kruis was er een wielerwedstrijd voor… Onderbeginnelingen. Voor alle duidelijk : een Onderbeginneling was een wielrenner die de kaap van 18 jaar nog niet bereikt had.

In het “Brugsch Handelsblad” verscheen hierover de volgende aankondiging :


                                                                        Gemeente Sint-Kruis
                                                                               (Lettenburg)
                                                                                  _______

                                                            Op zondag 28 augustus te 15.30 uur
                                                            bij gelegenheid der Jaarlijkse Kermis
                                                                        bij René Vandevelde :
                                                                            Wielerwedstrijd
                                                                   voor Onderbeginnelingen
                                                                        beneden de 18 jaar
           met de medewerking van het Gemeentebestuur, Poeders Dr. Mann, Brouwerij Van Damme – Oedelem,
                         Melkerij Ste-Marie- Oedelem, Huis Richard Verté St-Kruis en Meubelgalerijen Huyghe
                                                         1500 frank prijzen en talrijke premiën.
                                                               60 km. op zeer goede banen.

                                         Inschrijving en vertrek : café “Lettenburg”, Moerkerkesteenweg.
 

Nu is het ons niet te doen om de wedstrijd zelf maar om de plaats waar deze koers verreden werd : Lettenburg in Sint-Kruis.  Het zou een vraag in een Brugse quiz kunnen zijn : wie kan Lettenburg in Sint-Kruis situeren ?  Wedden dat er slechts (zeer) weinigen zouden zijn die dit weten ?
Lettenburg was terug te vinden aan het kruispunt Moerkerksesteenweg – Pijpeweg en verwees eigenlijk naar een pleisterplaats voor reizigers en paarden halverwege tussen Brugge en Moerkerke. Bovendien was er een oud Lettenburg (tot 1930) en sinds 1935 een nieuw Lettenburg.  Op de site van de werkgroep Heemkunde Sint-Kruis vinden wij hieromtrent heel nuttige informatie : “Herberg in de wijk Lettenburg rond het kruispunt Pijpeweg en de Moerkerkse Steenweg.  Komt de naam van ‘verletten’ (verpozen) ?  Paarden vonden er halfweg tussen Brugge en Moerkerke alvast voederbakken en de voerders pinten.  De laatste zondag van augustus was er Lettenburg-kermis.  De herberg werd verkocht rond 1930.  De tram Brugge – Moerkerke passeerde er.  De gebouwen van oud Lettenburg (de oudste vermelding dateert uit 1654) werden in 2003-2004 afgebroken voor nieuwbouw.
De zoon van de laatste uitbater van de oude herberg Lettenburg bouwde rond 1935 aan de diagonale overkant, op het goed Avignon, een nieuwe herberg met dezelfde naam : (Nieuw) Lettenburg, nabij de tramhalte Brugge – Aardenburg.  Waar vroeger voederbakken de paarden bevoorraadden, kwamen in de jaren ’60 benzinepompen voor auto’s.  De bestuurders vonden er hun natje en droogje.  De herberg hield op te bestaan rond 1980.  Enkele jaren baatten nieuwe eigenaars er een huis van lichte zeden uit onder de naam ‘De Dartele Pepe’.  In 1985 opende de familie Sneppe er de huidige huisdieren- en tuinspeciaalzaak Lettenburg, met behoud van de gevel.”

 

Cerle Brugge KSV

Foto van café Lettenburg in de jaren ’60.

bron : http://heemkundesintkruis.brugseverenigingen.be/GeschiedenisStKruis/Herbergen/Lettenburg

(Marnix Knockaert)

05.11.2018

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Play-offs bij de jeugd

Ook bij de jeugd zijn er play-offs van toepassing.
Een woordje toelichting:
De ELITE jeugdkampioenschappen worden gespeeld door de clubs die uitkomen in de afdelingen profvoetbal 1A en 1B én de jeugdlicentie “ELITE” bezitten.
In dit artikel hebben we het over de leeftijdscategorieën U13 t/m U19.  Bijgevolg de ploegen die met 11/11 spelen.  (De U10 t/m U12 spelen 8/8 en de U9 5/5)

De ploegen worden ingedeeld in twee reeksen nl. A & B.  Reeks A bestaat uit de twaalf ploegen met de hoogste kwaliteitsranking.  Het is de Pro-league die de criteria voor deze kwaliteitsranking bepaalt.  Deze criteria zijn onafhankelijk van het feit of de A- ploeg uitkomt in 1A of 1B.

De reeks B bestaat uit de overige (in principe twaalf) ploegen.

Zo spelen de Cercle-jongeren in reeks B tegen Eupen, Moeskroen, Westerlo, KV Oostende, Tubeke, Antwerp, KV Kortrijk, Roeselare, Waasland Beveren, Lommel en Union.

Na de heen- en terugwedstrijden worden in beide reeksen per leeftijdscategorie een rangschikking opgemaakt.  Daaruit volgt een ranking.  Die ranking wordt opgemaakt aan de hand van de eindklassering van de ploegen U15 t/m U19.  Bij een gelijke stand haalt de vereniging met de hoogst geklasseerde U19 ploeg het.

De nummers 1 t/m 8 van de reeks A spelen een “play-off 1”.  

De nummers 9 tot 12 van de reeks A en de nummers 1 t/m 4 van de reeks B spelen een “play-off 2”.  

De nummers 5 t/m 12 van de reeks B spelen een “play-off 3”.

Dit weekend (4 maart) loopt de eigenlijke competitie af, maar er staan nog enkele inhaalwedstrijden op het programma (zoals voor ons de U13,14,17,19 tegen Roeselare op 11 maart).

De situatie ziet er op dit ogenblik rooskleurig uit voor de Groen-Zwarte jeugd.  De combinatie van de U13 t/m U19 staat op plaats 3.  De situatie om deel te nemen aan PO2, voor al deze ploegen, houdt rekening met de U15 t/m U19.  Daar staat de Cerclejeugd op plaats 2 (voornamelijk met dank aan de U19 met plaats 1 en de U 17 met plaats 3) na het ongenaakbare Eupen.

Dat net de oudste jeugdcategorieën het goed doen is goed nieuws natuurlijk.

Voor de ploegen uit 1B is dit systeem van competitie positief naar mijn mening.  Vroeger dienden ze het onder elkaar “uit te vechten” in 2e afdeling.  Nu kunnen de jeugdploegen zich meten met ploegen uit 1A (en zoals in het geval van Cercle ze achter zich laten) en via deelname aan PO2 opnieuw tegen andere ploegen uitkomen.  Sportief staan ze dus, ondanks 1B,  op gelijke hoogte en dit kan belangrijk zijn voor (verstandige) ouders als ze beslissen waar ze hun zoon willen “stallen”… 

Of het uiteindelijk binnenkort vaststaat dat de Groen-Zwarte jongeren definitief deelnemen aan PO2 en hoe ze het er van afbrengen, laten we later nog weten.

(met dank aan Wilfried Devos voor het bijhouden van de cijfergegevens)

(Georges Debacker)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Niet uit de lucht gegrepen - Hans Gerard

Het is geen toeval, lezer, dat de ex-Cerclespeler van wie u een interview voorgeschoteld krijgt, Hans Gerard is.  Hebt u de Shot-on-Linerubriek: “Cercle en Brugge door de jaren heen, deel 204 “ van 19 mei 2018 gelezen, dan begrijpt u meteen wat de aanleiding tot dit interview was.   Wellicht hoopte u zelfs dat er klaarheid zou volgen op wat u daar te lezen kreeg.  Is het u niet duidelijk waarover het hier gaat, dan raad ik u aan dat ‘deel 204’ door te nemen , bij voorkeur nog voordat u verder leest.  Vooraleer we over ‘dat hoofdstuk’ uitweiden, heeft Hans echter nog iets heel anders te vertellen…

Toen ik je telefonisch contacteerde, Hans, zei je me dat het een wonder is dat jij nog kunt geïnterviewd worden.  Blijkbaar had een recent ongeval fataal kunnen zijn voor jou?

Ja, en dat is pas drie maanden geleden.  In Sint-Pieters werd ik op het fietspad door een auto aangereden.  Die wagen zwierde mij in de lucht.  Ik kwam eerst op het dak ervan terecht en daarna op de grond.  Er was spoedig maar langdurig medische hulp, en ik kwam op de afdeling intensieve zorg van het AZ Sint-Jan terecht.  Om het uur kreeg ik er verzorging,  twaalf dagen lang.  Het zag er niet goed uit: ik lag daar met mijn nog recente ‘nieuwe heup’ verbrijzeld, schouderblad en vijf ribben gebroken, rechter schouder volledig uit de kom, een klaplong, genaaid zowel bovenaan als onderaan.  Eigenlijk heb ik geluk gehad in mijn ongeluk, maar dat mijn herstelproces nu bijzonder vlot verloopt is geen toeval.  Dat heb ik aan mijn positivisme te danken.  Mijn lichaam en mijn geest zijn al lang zo harmonisch op elkaar afgestemd dat ik fysiek en psychisch in een perfect fifty-fifty evenwicht leef.  Vóór mijn ongeval fietste ik dagelijks dertig tot veertig kilometer.  Kijk je hier even rond, dan vallen je ogen niet alleen op een hometrainer, maar je ziet overal  boeken en brieven liggen.  Dit Franstalige boek hier, “Energie Cosmique”, is toplectuur. Hadden alle mensen er maar een idee van wat uitgaat van een goede lichamelijke conditie en ontvankelijkheid voor de geesteskracht van een positieve levenshouding!

Niet alleen een wonder, ook een geluk voor jezelf en voor onze lezers is het,  Hans, dat ik je vandaag mag interviewen.  Je speelde drie jaar voor Groen-Zwart, van 1957 tot ’60.  Het is duidelijk dat het venijn in de staart zit, maar beginnen we toch maar bij jouw prilste begin.  Op 1 april 1936 werd er in Nieuwpoort een wel heel bijzondere aprilvis geboren.  Waren er onder de mensen die bewonderend in het wiegje keken ook broers of zussen van je, of kwam je ter wereld als de eerstgeborene van het gezin?    

Ik was de derde in de reeks van tien kinderen - eigenlijk de vierde, maar een zusje was gestorven.  Mijn vader was een hardwerkende landmeter, die duidelijk liet verstaan dat hij ons  liever over de studieboeken gebogen zag dan aan het sporten.  Mijn moeder werd door iedereen als een heel bijzondere persoonlijkheid erkend.  Voordat ze trouwde was ze hoofdverpleegster bij de bekende professor en chirurg Joseph Sebrechts in Brugge, en thuis was ze een fantastische moeder, die tegelijkertijd als een dokter was voor ons. 

Je voetbalde al in de wieg?

Al vroeg ‘sportte’ ik graag.  Fietsen, tennis, wat atletiek, lopen vooral.  Toch spande voetbal de kroon.  En het ging goed.  Wat schiet er zo meteen mijn geheugen te binnen?  Een matchke dat we met 9-4 wonnen toen ik nog kind was.  Ik scoorde er vijf van de negen.  En dat deed de ronde in Nieuwpoort!   Ook herinner ik me levendig een match op de Gistfabriek tegen ‘de Frères’: ‘k Zal dan twaalf geweest zijn, en ik mocht meespelen met de ploeg van het Brugse Sint-Lodewijkscollege.  Ik studeerde er Grieks-Latijn, en sommige spelers waren vijf jaar ouder dan ikzelf.

"Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij"

Toch was je al 21 toen je van Nieuwpoort in Provinciale naar Cercle trok in de op één na hoogste afdeling van het land.  Was Cercle een zeer bewuste keuze?

Eigenlijk niet.  Ik kende Cercle nauwelijks, had er nog geen enkele wedstrijd van gezien.  Het was Robert Braet die het klaar kreeg om me naar Cercle te loodsen.  Ook A.S. Oostende was een mogelijkheid geweest.  In de loop van mijn voetbalcarrière is een transfer naar een andere ploeg meer dan eens ter sprake gekomen.  Ik kon naar Anderlecht, maar mijn vader lag dwars wegens mijn studies architectuur aan Sint-Lucas in Gent - later heb ik  voor de bouw gewerkt, maar langer als verzekeraar.  Nadat ik goed presteerde als gelegenheidsspeler op Clubs Paastornooi, waar het heerlijk samenspelen was met technisch knappe spelers als Berre Deurwaerder en Fernand Goyvaerts, keek Club onder trainer Höffling begerig naar mij uit.  Ik ben zelfs bij Michel Van Maele thuis op bezoek geweest, maar Cercles bestuur, vooral Lucien Dhondt,  was niet te vermurwen.  Na de inhuldiging van Cercles lichtinstallatie  met een match van Groen-Zwart tegen Stade Reims in november 1957 had ik naar die Franse kampioeneploeg gekund.  En nadat ik al weg was bij Cercle had Beerschot een goed bod voor mij over.  Kijk, dat zijn dingen die ik me allemaal herinner, maar feitelijk  was het mij grotendeels gelijk voor welk team ik speelde.  Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij.  Ook nu nog volg ik graag matchen op tv, maar niet om het even welke.  Genieten kan ik alleen van creatief voetbal, individuele nummertjes, vlug doorspelen van de bal,  posities innemen, knappe combinaties, opentrekken van het spel.  Velen die naar het voetbal gaan, kijken haast uitsluitend naar de bal.  Ze zien die vliegen van achter naar voor, van rechts naar links,  heen en terug, maar ze hebben er geen oog voor hoe de spelers patronen vormen over het terrein.  Gisteren zag ik de Belgen in hun laatste oefenpot voor het WK 4-1 winnen tegen Costa Rica.  Wat een genot voor het oog Kevin De Bruyne en vooral Eden Hazard over het veld te zien draven met de bal aan de voet of positie kiezend om gaten te kunnen trekken.  Vraag me niet of voetbal oorlog is of  feest: het is alleen voetbal als het een spel is, een spel waarbij je kunt genieten van het oogstrelende, vooreerst als speler, maar evenzeer als toeschouwer.  Al speelde ik destijds natuurlijk om te winnen, het zal wel waar zijn dat ik soms eerder uit was op het speelse, het technisch vaardige, het creatieve, dan op het resultaat: Ik dribbelde zo graag…  

Bij Cercle maakte je vlug furore.  Maar heel lang duurde de pret niet.  Na drie jaar kwam er een bizar slot aan.  Op het einde van het seizoen 1959-’60 kreeg Cercle nog onverhoopt de kans om naar de hoogste afdeling te promoveren.  De beslissing viel bij een testwedstrijd tegen Patro Eisden op het veld van Club Mechelen (het huidige YR KV Mechelen).  Cercle verloor met 2-1.  Ik herinner me die match bijzonder goed en toen ik naar huis reed, was ik niet alleen over de uitslag ontgoocheld maar ook over het gebrek aan strijdlust bij Groen-Zwart. Toen, jaren later, het prachtige “Cercle Brugge KSV 1899-1989” van Roland Podevijn van de drukpersen kwam, las ik erin: “De wedstrijd mondde voor de talrijke Brugse supporters uit op een enorme ontgoocheling.  Na een effenaf teleurstellende Cercleprestatie werd er met 2-1 verloren.  Enkele spelers hadden tegen hun gewoonte in opvallend gelaten, inspiratieloos en ondermaats gevoetbald … Dat was niet ‘normaal’!”  Jij, Hans, kon het niet geweest zijn die ‘ondermaats’ presteerde, want  … nadat je 12 goals had gescoord in 24 matchen, was jij er niet bij – je mocht er niet bij zijn!  Maar wat las ik enkele dagen geleden op Shot-on-Line?  Weliswaar had ik al ‘geruchten’ die niet minder suggestief waren dan bovenstaand citaat voordien opgevangen, maar wat ik daar las, was niet om er stil bij te blijven zitten.  Vandaar het verzoek van onze hoofdredacteur om te luisteren naar jouw visie erop.

[Ter wille van de lezer die het vermelde ‘deel 204’ niet leest, citeer ik één zin uit die tekst, kort na de testmatch in het Brugsch Handelsblad verschenen:  “De trainer en zijn blinde volgelingen hebben waarlijk te veel ‘met zijn voeten gespeeld’ en anderen zouden het wellicht reeds lang stilgelegd hebben.”  Na lectuur van de volledige tekst, reageerde Hans als een gentleman: feiten ontkennen kon hij niet, schuldigen vrijpleiten kon hij evenmin, maar hij stond erop ook na zo lange tijd de sluier van de anonimiteit te behouden boven het hoofd van wie trainer Delfour zijn eigenzinnigheid liet doordrijven.]

Straks is het zestig jaar geleden, Hans, maar hoe kijkt u op de dag van vandaag daar tegenaan?

Al wat hier gezegd wordt, klopt.  En de testwedstrijd heb ik gezien … van op de tribune.  Hoe zat het allemaal juist in elkaar?  Heel het gebeuren, heel de achtergrond ervan, was mij duidelijk van naaldje tot draadje.  Het was trouwens niet de eerste keer dat het voor de spelers interessanter was niet te winnen, en dat niet alleen voor hen die vermoedelijk geen kans zouden krijgen in de hoogste afdeling.  Er komt nu nog een binnenpretje bij me op als ik denk aan een match op A.S. Oostende.  Wat panikeerden we toen Vic Derboven ons van ver van het doel af op voorsprong schoot!  We mochten niet winnen, en ja, hoor, het lukte ons om met 3-2 het onderspit te delven.  Dat was nog vóór het seizoen dat op die testmatch eindigde.  Ja, dat ik al een tijdje voor de testmatch aan de zijlijn gehouden werd, niet zelf het veld mocht opdraven, lag inderdaad zoals het artikel te verstaan geeft, niet alleen, zij het wel vooral, aan Edmond Delfour.  Ik weet heel goed hoe ik hem op de tenen had getrapt, maar wat zou eraan gewonnen zijn als ik dat uit de doeken deed?  Het komt er wel op neer dat ik mijn ogen niet sloot waar hij me dat liever had zien doen.  Wat kan ik hier verder nog over zeggen?  Dit alleszins, dat ik er geen trauma aan overgehouden heb, lang niet.  Ik had graag bij Cercle gespeeld, maar zo kon het niet verder.  Als het er zo aan toeging, kon ik er geen plezier meer aan beleven.  Ofwel voetbalde ik niet meer, ofwel werd ik getransfereerd.

Het werd een transfer naar Union Sint-Gillis, en kwalijk viel dat nu precies ook niet uit, want ‘den Union’ speelde in de Eerste Afdeling.  Cercle promoveerde dus niet, maar jij wél!

Bij Union kwam ik wel in onze hoofdstad terecht, maar niet in de hemel!  Ik was er semiprof, maar er was meer dat tegenviel dan dat er meeviel.  In een match tegen Beerschot werd ik brutaal gekwetst.  Er volgde een meniscusoperatie, en daarbij werd ik ‘mismeesterd’.  Onze trainer was niet vrij van vriendjespolitiek, en op het einde van mijn tweede jaar degradeerden we.  S.K. Roeselare lijfde me in, en ik trof er Robert Goethals aan, die een prima trainer was en mij weer intense vreugde in het spel bezorgde. Toen hij drie jaar later naar V.G. Oostende trok, vroeg hij me mee, en met de kustjongens speelden we kampioen.  Ten slotte heb ik nog even in Wevelgem gevoetbald.  Tijdens het weekend gaf ik daar tennisles, en dat ik een half jaartje trainer-speler werd bij S.V. was grotendeels een vriendendienst.

Na de desastreuse testmatch halfweg 1960 vreesden velen dat het met Cercle  bergaf zou gaan, te meer doordat jij er niet meer bij was, maar promotie was slechts uitgesteld.  Eén jaar later promoveerde Cercle als tweede, samen met kampioen Diest. Weet je nog hoe dat bij jou overkwam, hoe jij daar tegenaan keek?

Wel, al speelde mijn broer Jo nog bij Groen-Zwart, zelf had ik niet alleen niets meer met Cercle te maken, maar ook psychisch had ik afstand genomen van wat toch voorbij was.  Voetbal is in tegenstelling tot mijn druk zakenleven altijd een bijzaak geweest voor mij.  Ik draag Cercle geen rancune toe, en vanuit de loges samen met Fernand Van Damme, zoon van de gewezen burgemeester van Brugge en ex-voorzitter van Cercle, heb ik Groen-Zwart later nog een aantal matchen zien spelen in Jan Breydel.  

Hans woont in hartje Brugge, in het Prinsenhof, zijstraat van de Geldmuntstraat.  Hij is 82 jaar jong.  Dat ‘jong’ schrijf ik niet zomaar.  Erop wijzend dat voor nogal wat mensen op zijn leeftijd de dagen eentonig verlopen, dat elke volgende dag hun als een herhaling van de vorige overkomt, vroeg ik Hans of hij dat ook zo aanvoelde.  Het was eigenlijk een retorische vraag.  Hans’ vitaliteit was me al duidelijk vanaf het begin van het gesprek. Ik kon dan ook niet verwonderd zijn over het centrale woord van zijn antwoord: net zoals bij het voetbal is hij dag in dag uit op niets meer uit dan op ‘creativiteit’.  “Altijd ben ik creatief bezig,” beklemtoont hij, “ik denk, ik lees, ik schrijf, onophoudelijk gedreven door kosmische energie, de basis van het ontstaan en het bestaan van ALLES.”

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Ervaring - Brian Vandenbussche

Deze week zette Brian Vandenbussche zijn handtekening onder een contract dat hem voor één jaar bindt aan Cercle Brugge. Voor de gewezen doelman van de Rode Duivels is deze transfer een beetje thuiskomen: na twee jaar Sparta, tien jaar Heerenveen en drie jaar AA Gent keert hij terug naar Jan Breydel waar hij, weliswaar aan de andere kant van het stadion, zijn jeugdopleiding kreeg. 

Brian, hoe is Cercle Brugge bij jou terechtgekomen?

Het eerste contact dateert van 2014. Ik besloot mijn verbintenis in Friesland niet te verlengen, en mijn vrouw en ik wilden ons settelen in Blankenberge, waar onze roots liggen. Toenmalig Technisch Directeur Sven Jaecques nodigde mij uit voor een gesprek. Dat was heel constructief, maar in dezelfde periode belde Gent met een voorstel dat toen zowel sportief als financieel een stuk interessanter was, en ik koos voor de Buffalo’s. Het contact met Cercle is echter altijd gebleven. Mijn verbintenis met Gent liep af, en keepertrainer Pieter-Jan Sabbe liet me weten dat Cercle Brugge op zoek was naar een doelman met mijn profiel. En zo ging de bal aan het rollen.

Je zegt dat Cercle zocht naar een type zoals jij. Wat bedoel je hier concreet mee? Met andere woorden: welke taak is voor jou dit seizoen weggelegd bij Groen-Zwart?

De rolverdeling is duidelijk. Paul Nardi is eerste doelman en Miguel Van Damme is nog aan het herstellen. Ik ben dus voorlopig stand-in. Dit betekent niet dat ik mij zomaar neerleg bij mijn plaats op de bank. Ik zal Miguel en Paul zo scherp mogelijk houden en het de trainer zo moeilijk mogelijk maken bij zijn keuzes. De ambitie moet de titel zijn, en dat begint met een betrouwbaar sluitstuk achter de verdediging.

"vind zo snel mogelijk een heel goede en sterke vrouw!"

Dat is een beetje de rol die je bij Gent had, waar Matz Sels, en vorig seizoen Lovre Kalinic onbetwistbare titularis waren. We vroegen aan je gewezen ploegmaat en aanvoerder Hannes Van der Bruggen, die nu bij KV Kortrijk speelt, of dit een functie is die je ligt.

(Van der Bruggen) Ik ben ervan overtuigd dat Cercle Brugge met de komst van Brian een goede zaak gedaan heeft. Eerlijk gezegd heb ik hem enkele weken geleden meermaals aangeprezen bij het bestuur van KV Kortrijk, dat ook op zoek was naar een dergelijke keeper, maar dit is uiteindelijk niet doorgegaan. Brian is altijd loyaal geweest tegenover de eerste doelman en ligt zeer goed in een groep, dat mag je bij elke speler van Gent navragen. 

Sommige mensen denken misschien: een tweede doelman mag blij zijn dat hij erbij hoort, die is sowieso braaf.

(Van der Bruggen) ‘Loyaal zijn’ is niet hetzelfde als ‘braaf zijn’. Brian is een natuurlijke leidersfiguur met veel présance. Op zijn eentje onderhandelde hij bij Gent de premies voor de rest van de groep. Met Louwaegie over geld praten is niet gemakkelijk, maar Brian deed dat met verve, en dat engagement was des te opmerkelijker omdat hij in het laatste jaar uit de wedstrijdkern viel en onderhandelde over premies die hij zelf niet meer zou krijgen. 

Ondanks het feit dat hij weinig aan spelen toekwam, bleef hij zeer gedreven trainen, en laste hij voor zichzelf vaak extra krachttrainingen in. Nardi en Van Damme zullen hun speelminuten in elk geval niet cadeau krijgen van hem.  

Brian, van jou wordt wellicht ook verwacht dat je wat ontfermt over de jonge spelers.

Zeker voor de spelers die uit het buitenland komen, en dus niet op hun ouders kunnen terugvallen, heb ik één belangrijke raad die ik vaak herhaal: vind zo snel mogelijk een heel goede en sterke vrouw! Voor een voetballer is alleen zijn heel gevaarlijk. Je gaat gemakkelijker uit, je krijgt veel aandacht, iedereen is vriendelijk en wil iets van jou, enz. De grote motor van mijn carrière is eigenlijk mijn vrouw Loes. Zij gaf haar job in het onderwijs op om mee naar Heerenveen te gaan, en gaf me zo de rust, de stabiliteit en de nestwarmte die ik broodnodig had. Na de training en de wedstrijden kon ik naar een warme thuishaven terugkeren en behield ik zo mijn focus op het voetbal. Ik heb het maximum uit mijn carrière gehaald, en daar heeft zij een groot aandeel in. Ondertussen heeft mijn echtgenote haar beroep als leerkracht opnieuw opgenomen en hebben we samen een zoon, Arno, die als linksbuiten bij de U12 van Blankenberge speelt.

Voor wie jou door je lange verblijf in het buitenland niet goed kent: wat voor een keeper ben jij? 

Ik ben met mijn 1m96 een grote doelman en sterk op hoge ballen. Ondanks mijn lengte ben ik vrij snel tegen de grond. Daarnaast ben ik nog redelijk explosief en voetbal ik ook goed uit. Uiteraard heb ik ook punten waar ik minder tevreden over ben, maar daar vertel ik zelf nooit over.

Je bent 35 jaar, dus we mogen al eens terugblikken op je carrière. Je hebt veel trainers gehad. Wie maakte de grootste indruk op jou? 

Marco Van Basten imponeerde natuurlijk door zijn verleden als topvoetballer bij AC Milaan en het Nederlands voetbalelftal; de no-nonsense stijl van Gertjan Verbeek (huidig trainer VfL Bochum, n.v.d.r.) lag me zeer goed, de kwaliteiten van Trond Sollied kent iedereen, maar de de grootste bewondering koester ik toch voor Vanhaezebrouck. Tactisch is Hein buitengewoon sterk en hij slaagde er bovendien in de groep mee te krijgen in zijn verhaal. 

"ik ben echt benieuwd of in onze kern ook pareltjes zitten die later te bewonderen zullen zijn op het allerhoogste niveau."

En je mooiste herinnering? 

Ik twijfel tussen drie zaken. Mijn eerste wedstrijd met de Rode Duivels (Brian werd 13 keer opgeroepen en speelde 3 keer, n.v.d.r.) tegen Azerbeidzjan, in 2007, was een kinderdroom die uitkwam. De resultaten van de nationale ploeg waren onder René Vanderecyken nog niet goed, maar de kiem voor het huidige succes werd toen wel gelegd, met in het team een jonge Kompany, Vertonghen en Vermaelen. Daarnaast heb ik bij Heerenveen vijf of zes Europese campagnes meegemaakt, en de match tegen AC Milaan was een avond die lang bleef beklijven. En tot slot is er natuurlijk het kampioenenjaar en de Champions League-campagne van Gent. Sportief heb ik daar geen grote bijdrage aan geleverd, maar je raakt zo opgezogen in de groepsdynamiek van een team dat boven zichzelf uitstijgt dat je daar als bankzitter ook enorm van geniet. 

Naast de Rode Duivels die je opsomde heb je ook bij Heerenveen met heel wat goede voetballers gespeeld.

Heerenveen heeft een zeer knap scoutingsapparaat en is een kweekijver voor jong talent. Afonso Alves maakte later deel uit van de Braziliaanse nationale ploeg, Danijel Pranjic vertrok naar Bayern Munchen, Klaas-Jan Huntelaar kwam nadien bij Real Madrid terecht, Sulejmani en Djuricic tekenden bij Benfica, enz. Door de inbreng van Monaco wordt Cercle Brugge misschien het nieuwe Heerenveen. Ik ben echt benieuwd of in onze kern ook pareltjes zitten die later te bewonderen zullen zijn op het allerhoogste niveau.

Wij ook! Bedankt voor het interview en een succesvol en blessurevrij seizoen toegewenst!

(Diederiek Vermeersch)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Ik hou van de bal - Kevin Hoggas

Van de drie wintertransfers die Cercle in januari realiseerde was Kévin de eerste.  De 26-jarige Fransman mocht al vrij snel op een basisplaats rekenen en het Cercle-publiek heeft er een goed oog op.

Twee dagen voor de, alweer belangrijke, verplaatsing naar het Koning Boudewijnstadion, dat tijdelijk dienst doet als thuishaven van onze Brusselse vrienden met het stamnummer 10, maakten we een praatje met deze vriendelijke jongeman.

Je bent geboren en getogen in Besançon.  Ook je voetbalroots liggen daar?

Ik doorliep alle jeugdrangen van Racing Besançon tot de U19 (nvdr: er is ook nog “Besançon Foot” die in de periode van Kévin veel lager speelde.  Actueel bevinden beide ploegen zich echter in dezelfde lagere reeks, nl zowat de Franse 5e klasse).  Op mijn 19e werd ik opgenomen in het A-team waar ik vijftien maal aantrad tijdens het seizoen 2010-2011 (Amateursliga) en eenentwintig wedstrijden in het daaropvolgende seizoen, dit in “nationale” (nvdr: 3e afdeling).

Op het eind van het seizoen ging het niet zo goed met de financiën van de ploeg en ze moesten de boeken neerleggen en degraderen naar de regionale competitie.  Ik trok daarop voor drie seizoenen naar ASM Belfort, waar ik bijna alle wedstrijden (92) speelde.

In het seizoen 2014/15 schreef ASM Belfort, mede dankzij de jonge spelmaker Kévin Hoggas, geschiedenis.  (Wikipedia)

Toen ging het hogerop naar de Ligue 2?

Ik kwam in contact met Evian TG FC (Ligue 2) en kende er persoonlijk een goed seizoen. Daar leerde ik ook Gianni Bruno kennen.  Hij was er reeds toen ik arriveerde. Spijtig genoeg degradeerde de ploeg op het eind van het seizoen.

Opnieuw vatte je aan bij een Ligue 2 ploeg?

Bourg-en-Bresse Péronnas werd mijn volgende ploeg. Ik speelde ook daar in anderhalf seizoen (2016-17 en tot nieuwjaar 2017) veruit alle wedstrijden (54).
Ook zij verkeren actueel nog in degradatiegevaar.

Hoe kwam jij op Cercle terecht?

De onderhandelingen tussen Cercle en mezelf begonnen zowat half december. Cercles sportief manager François Vitali had contact opgenomen met mijn manager. Het project beviel me wel en voor mij was die transfer OK. Toen moesten de beide ploegen nog onderling overeenkomen, want ik was natuurlijk geen vrije speler.  Dat lukte uiteindelijk en na nieuwjaar stond ik in het mooie Brugge.

Men heeft hier duidelijk vertrouwen in jou?

(lacht) Het is inderdaad zo dat als je een contract mag tekenen van drie en een half jaar, men vertrouwen in je stelt. Ik ben hier gekomen om het objectief van Cercle, de promotie naar 1A, te helpen bewerkstelligen. Volgend seizoen kan mijn verhaal dan nog mooier worden.

Was je steeds middenvelder?

Affirmatief, dat was steeds mijn vaste “lijn”. Dat ik ook vaak scoorde? Ik speelde regelmatig als “nummer 10” en dan kun je je offensiever uitleven. Zoals jij het zelf berekende scoorde ik ruim dertig maal in ongeveer 230 wedstrijden. Mijn statistieken liggen echter hoger in het geven van assists.  

Fysiek lijk je sterk, we zien je overal op het terrein, maar ook technisch lukt het aardig?

Fysiek voel ik me inderdaad goed. De vorm zit actueel prima. De coach dient me soms wel te kanaliseren om mijn energie wat te spreiden, niet té veel afstand af te leggen en wat meer mijn positie te houden.

Wat techniek betreft: ik hou er van de bal aan mijn voeten te voelen. Meestal om een ploegmaat te bedienen maar ik neem er ook graag een dribbel bij om een tegenstander te verrassen. Ik hou van de bal.

Voel je je reeds thuis in Brugge?

Zeker! Ik woon op een appartement in het centrum van Brugge. Het is een mooie stad en ik voel me hier heel goed.

Mijn vriendin woont nog in Besançon. Ze werkt daar in de regio. Om haar hier te werk te stellen is het omwille van de taal natuurlijk niet eenvoudig. Daarom kijken we uit of er mogelijkheden zijn voor haar in de regio Rijsel. Eenmaal dat lukt, kan ze me hier vervoegen.

Terug naar het sportieve. Er staan op korte tijd heel belangrijke wedstrijden op het programma. Dat leeft wellicht in de groep?

Zeker! Iedereen is geconcentreerd en betrokken. Eerst de twee resterende competitiewedstrijden goed afwerken. Het begint overmorgen op Union. Als we daar punten pakken kan mogelijks de periodetitel reeds binnen zijn.  
De beloning is de dubbele finale tegen Beerschot. Maar… eerst die twee competitiewedstrijden tot een goed einde brengen!
Dat promotie ook extra vakantie opbrengt? Dat zou een leuk extraatje zijn natuurlijk, maar daarvoor doen we het niet hé? Cercle naar 1A brengen, dat is het objectief!

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met ... de Beloftencoach

Praatje met ... de Beloftencoach


 Jimmy De Wulf

 


Ambitie


De link Jimmy De Wulf/Cercle telt 10 jaar.  Jimmy was vijf jaar A-kernspeler (2003-2008, 148 wedstrijden) en is na nog omzwervingen bij KVO, in Cyprus en in Koksijde, ondertussen vijf jaar actief als trainer bij  Groen-Zwart.
Die trainersjaren mogen als een succes beschouwd worden.  Om die reden, en de opnieuw mooie prestaties dit seizoen van de Beloften, maakte ik op vrijdag 8 februari een afspraak met Jimmy in café “Calvarieberg”, kortbij zijn deur en zoals het past, zeker met de derby in het vooruitzicht, binnen de Brugse stadswallen.

Lees meer