koop tickets online

Cercle en Brugge door de jaren heen (deel 207)

(periode van 20-08-1960 -> 20-08-1960)

* Cercle

Het nieuwe voetbalseizoen naderde met rasse schreden.  Hoog tijd dus om te kijken hoe de conditie van de groen-zwarten er voor stond.  En, hoe kon dit beter dan door enkele pittige oefenwedstrijden op het programma te plaatsen ?

“Veelbelovende oefenmatchen te Brugge” – “Cercle – Beerschot AC” : “Het mag gezegd dat Cercle op veelbelovende wijze het nieuw voetbalseizoen tegemoet gaat.  Er werden immers reeds twee oefenmatchen betwist die in grote lijnen voldoening schonken.  Te Charleville werd nipt met 2-1 verloren tegen de Franse eersteklasser FC Rouen terwijl op half-oogst in Nederland een mooie en verdiende 1-2 zege werd geboekt tegen Breda.  In dit laatste treffen lukte de nieuwe aanwinst W. Lambert een prachtdoel terwijl Notteboom het winninggoal scoorde.  De Hongaar Locskai, die na de rust Desmaele als linksbuiten verving, liet eveneens een gunstige indruk.  De zieke Baas diende belet te geven en werd terdege gedoebleerd door Wittewrongel.
Heden zaterdag, te 18 uur, zet Cercle op eigen terrein haar kompetitievoorbereiding verder met een oefenmatch tegen niemand minder dan de Antwerpse eersteklasser Beerschot.  Voor de groen-zwarten wordt het zeker een zware test, al menen we dat het toch op zulk geen ramp zal uitdraaien als verleden jaar.  De Sinjoren zullen het niettemin ernstig opnemen en er alles op zetten om op punt te komen.  Het bewijs hiervan is dat volgende vijftien “mannekens” de reis naar Brugge zullen meemaken : Smolders, Gernaey, Wouters, Schroeyens, Weyn, Raskin, Van Hemelryck, Huysmans, Vanhostayen, Van Acker, Rik Coppens, Drieskens, De Borger, Zaman en Et. Coppens.  Allemaal bekende spelers waarbij ook de duurste transfer van het jaar Drieskens van Lommel, waarvan veel goeds verteld wordt.
Cercle van haar kant zal het met volgende opstelling proberen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Wittewrongel, Demey, W. Lambert, Buyse, Bailliu, Michiels en de Hongaar Locskai.  Verder zullen ook Desmaele, Acket, Notteboom, Daels en de Hongaar Gaal tijdens deze match getest worden.”

* Brugge

* Als een agent de baan op moet om een opdracht uit te voeren kunnen de weersomstandigheden wel eens tegen zitten.  Dan is het altijd meegenomen als er extra kleding ter beschikking is om de weerselementen in iets comfortabeler omstandigheden te trotseren.  Burgemeester Pierre Vandamme had oog voor deze situatie en besloot om de daad bij het woord te voegen : “Brugse politiemannen tegen regen en wind beschermd” : “Burgemeester Vandamme heeft twaalf plastieken regenmantels aangekocht om de dienstdoende politiemannen te beschermen tegen regen en wind.  De wetsdienaars zijn uiterst tevreden over deze beschutting, doch voor de verkeersagenten is deze meestal minder praktisch, vermits er geen armgaten of mouwen voorhanden zijn, om met de armen bewegingen te kunnen maken. Mogelijks kan aan deze kleine tekortkoming verholpen worden voor degenen die het verkeer moeten regelen.  In ieder geval is het een flink initiatief vanwege het administratief hoofd van de Brugse politie, dat ten zeerste naar waarde wordt geschat.”      

* Wiedenkt dat de beelden aan de voorgevel van het Brugse stadhuis honderden jaren oud zijn moet dringend zijn mening herzien.  De huidige beelden zijn zelfs van relatief recente datum.  Een beetje geschiedenis hieromtrent…

- De eerste steen van het stadhuis werd in 1376 gelegd door graaf Lodewijk van Male.  De werken namen, zacht uitgedrukt, geruime tijd in beslag want het was pas in 1421, 45 jaar na het begin der werken !, dat men het stadhuis als voltooid beschouwde.
Het Brugse stadhuis was het eerste monumentale laatgotische raadhuis van Vlaanderen en Brabant en was een stenen getuige van de economische en politieke bloei van Brugge tijdens de veertiende eeuw.
- De toenmalige geplaatste gevelbeelden waren van de hand van J. van Valenciennes.  Deze beelden werden in de loop van de eeuwen (van de 15detot de 18deeeuw) aangevuld met beeltenissen van figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament en figuren van heersers van Vlaanderen zoals graven en gravinnen, aartshertogen en keizers.
- Na de Franse Revolutie van 1792 werden onze gewesten vanaf 1794 door de Fransen bezet.  Iedereen weet nog uit de geschiedenislessen van destijds dat de Fransen zich niet schroomden om waardevolle gebouwen, vooral kerken en abdijen, te plunderen en te vernielen.  Ook het Brugse stadhuis kwam niet ongeschonden uit deze woelige tijden want de gevelbeelden en de wapenschilden werden vernield.
Op 18 juni 1815 leed Napoleon een definitieve nederlaag tijdens de Slag van Waterloo.  Voor onze gewesten veranderde echter niet veel.  Wij kwamen gewoon van de regen in de drup terecht want eenmaal de Fransen verdwenen waren kwamen de Nederlanders hier de plak zwaaien…
- Op 25 augustus 1830 werd, ter gelegenheid van de verjaardag van de Nederlandse koning Willem I, de opera “De Stomme van Portici” in de Brusselse Koninklijke Muntschouwburg opgevoerd.  Deze opera luidde meteen het begin van het einde van het Nederlandse bewind in.  De aria “Amour sacrée de la Patrie” zorgde er voor dat de vlam van de opstand definitief in de pan sloeg, er braken relletjes uit en de Nederlanders mochten nog datzelfde jaar hun matten voorgoed oprollen.
- Vanaf dan ging het snel : op 20 december 1830 erkende een conferentie van de grote mogendheden in Londen het recht op Belgische onafhankelijkheid en reeds op 11 januari 1831 erkende de Conferentie van Londen de nieuwe staat België.
Gevolg van dit alles was dat Leopold van Saksen-Coburg-Gotha op 21 juli 1831 voor het Congres de eed op de Grondwet aflegde en de eerste koning van België werd.
- Het Brugse stadhuis wachtte ondertussen, zoals hierboven vermeld, sinds de ongewenste aanwezigheid van de Fransen op de nodige herstelwerken.  Toch moesten de Bruggelingen nog geduld oefenen tot 1852-1863 om de totale buitenrestauratie van hun stadhuis mee te maken inclusief neogotische toevoegingen en het plaatsen van nieuwe beelden door J. Geefs uit Antwerpen en C. Geerts uit Leuven in samenwerking met Bruggeling J. Van Nieuwenhuyse.
- Blijkbaar was er, ook toen reeds, niets nieuws onder de zon, want omstreeks 1875 stelde men vast dat de stadhuisbeelden ‘aftakelden’ wegens ‘slechte materiaalkeuze’ met als logisch gevolg de geleidelijke verwijdering van deze beelden.
Omdat men nooit over één nacht ijs gaat duurde het nog tot 1876 vooraleer met de herstellings- en restauratiewerken begonnen werd.  Maar éénmaal gestart werd niet enkel de buitenkant maar ook de binnenkant van het stadhuis grondig aangepakt.  Opnieuw werd voor de betrokken kunstenaars en restaurateurs jarenlange werkzekerheid gecreëerd.
- In 1924 kreeg Prosper Hinderyckx uit Sint-Andries de opdracht om nieuwe beelden van Onze-Lieve-Vrouw met de inktpot en van Maria en de engel Gabriël te kappen.

- De soap met de stadhuisbeelden bleef echter duren.  In 1960, men was nog maar eens bezig met het stadhuis te restaureren, werden enkele plaasteren beelden geplaatst in de nissen van de voorgevel van het stadhuis met volgend resultaat (artikel verschenen in “Het Brugsch Handelsblad” van 20 augustus 1960) :

“Nieuwe beelden voor het stadhuis vielen niet in de smaak” : “Voor enkele dagen werden in de nissen van het Brugs stadhuis, dat men volop aan ’t restaureren is, vijf plaasteren beelden geplaatst die door de leden van de Koninklijke Kommissie voor Monumenten en Landschappen gekeurd werden.  Volgens die heren steekt er niet genoeg ziel in deze beelden, waardoor de gotische stijl zoek is geraakt.  Er werd besloten kontakt te nemen met de beeldhouwers de hh. Vandevoorde uit Brussel en Aubroeck uit Temse, om de kunstwerken de gewenste wijzigingen te laten ondergaan.”

- In 1967 werd de Brugse Burg ongewild sensationeel voorpaginanieuws want voor de toegangspoort van het toenmalige gerechtshof ontplofte… een bom !
Uiteraard besteedde ook “Het Brugsch Handelsblad” van 18 februari 1967, naast alle nationale kranten, de nodige aandacht aan dit opzienbarend feit :

“Brugge, Valentijnsdag 13 februari 1967.  Het anders zo kalme Brugge haalt de voorpagina’s van de nationale en de lokale pers.  ‘Bom ontploft te Brugge.  Ontzaglijke schade aan stadhuis, gerechtshof en Heilig Bloedkapel’.  Aan de poort van het Brugse gerechtshof op de Burg is in de voorafgaande nacht een bijzonder krachtige bom ontploft.
Drie agenten hebben in de nacht van 12 op 13 februari een enorme knal gehoord en reppen zich richting Burg.  Ze constateren dat de bom was geplaatst aan de poort van het gerechtsgebouw, aangezien ze hier een krater van een halve meter diep aantreffen.  De linkerhelft van een massieve eikenhouten poort is uit haar hengsels geblazen en het beeld van Moeder Justitia op het binnenplein is onthoofd.  Stukken van de gevel van het stadhuis zijn door de klap beschadigd en ook de Heilig Bloedkapel komt er niet ongeschonden uit. Eeuwenoude brandglasramen zijn volledig vernield.  Politie, rijkswacht en een wapendeskundige kammen de Burg uit, maar van het springtuig is geen spoor meer te vinden.”

Hoe opvallend deze zaak een hele tijd de voorpagina’s van de lokale en nationale kranten beheerste, even snel verdween elk nieuws van de aanslag uit de media.  Ook kon het Belgische gerecht, ondanks zijn duchtige werk in deze prestigezaak, de zaak nooit oplossen.  De zaak stierf een stille dood en slechts enkele Bruggelingen hebben nog vage herinneringen aan het mysterie van ‘de bomme van ip den Burg’…

- Na deze aanslag opteerde men om nieuwe beelden te kappen in plaats van de beelden uit de 19deeeuw te kopiëren.  M. Witdouck uit Lovendegem vervaardigde zeven gotisch getinte beelden om in de onderste rij te plaatsen.
Er ontstond een langdurige polemiek over de vorm en de stijl van de 48 ontbrekende beelden zodat men zich in 1981 genoodzaakt zag om een wedstrijd uit te schrijven.  Het echtpaar Livia Canestraro en Stefaan Depuydt uit Snellegem werden de winnaars.  Bij het kappen van de overige beelden inspireerden zij zich, zoals het ook enkele eeuwen eerder gebeurd was, op figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament en op heersers van Vlaanderen.  Dit keer werden de beelden op andere consoles geplaatst die wapenschilden van de subalterne steden voorstelden.

Links op de foto staat Onze-Lieve-Vrouw met de inktpot.  Het  beeld wordt ook Onze-Lieve-Vrouw van Aardenburg genoemd.  De hieraan verbonden legende vertelt dat men op een dag in Brugge een persoon vermoord aantrof.  Een jongeman uit Aardenburg werd verdacht en aangehouden.  De jongeman ontkende ook maar iets met de misdaad te maken te hebben maar toch werd hij schuldig bevonden en ter dood veroordeeld.  Ten einde raad deed de jongeman een beroep op Onze-Lieve-Vrouw.  De nacht voor zijn terechtstelling verscheen zij, samen met het kindje Jezus, in zijn cel, een inktpot in de hand houden.  Het kindje Jezus schreef iets neer op een stukje perkament. Onze-Lieve-Vrouw droeg de jongeman op het perkament aan de schout te tonen.  Van zodra de schout het perkament gelezen had stelde hij de jongeman onmiddellijk op vrije voeten.  Nooit heeft iemand geweten wat er op het stukje perkament geschreven stond (bron foto : http://brugselegenden.blogspot.com/2014/10/de-legende-van-onze-lieve-vrouw-met-de.html).

Cerle Brugge KSV

* Toeristen betekenen voor een stad als Brugge een belangrijke bron van inkomsten.  Maar door de Bruggelingen die geen gewin uit de toeristische aanwezigheid halen worden ze vaak als een noodzakelijk kwaad aanzien.  Ze lopen je voor de voeten, staan stil op de meest onverwachte momenten en geven de indruk dat er in hun thuissteden geen fietsen, bromfietsen of auto’s bestaan. Ook in 1960 ergerden bepaalde Bruggelingen zich aan de houding van de toeristen en een lezer van “Het Brugsch Handelsblad” kon het niet laten om zijn gal te spuwen :

“Mentaliteit van sommige toeristen” : “Bij deze wil ik U eens laten weten hoe sommige toeristen aangelegd zijn.  Deze middag krijg ik een heerschap in mijn winkel, die me vraagt : Mijnheer, wilt U eens voor mij die fles bier ontkurken ?”. Mijn antwoord : “Mijnheer, wij verkopen zulke flesopeners vanaf 2 frank.”.  “Ja,” antwoordt hij, “maar ik heb die maar eenmaal nodig.
Om er van af te zijn, en die sukkelaar zijn ‘kwartjes’ te laten behouden, heb ik toch maar zijn fles geopend, waarna hij afdroop met een kort “bedankt, hoor”.  En die man reisde per auto !!
Volgens de volksspreuk zijn de Schotten gierig, maar die mogen wel bij de Hollanders gaan leven, want die zijn nog veel gieriger !!

N.d.R. – Men hoeft zich inderdaad tegenwoordig over niets meer te verbazen. Maar triestig is een dergelijke lef zeker !”

* In het vorig deeltje van deze reeks hadden wij het over go karting, omschreven als een ‘spectaculaire en ongevaarlijke’ sport met op 21 augustus ’60 een ‘Grote Prijs van West-Vlaanderen voor Go-Kart’s ’ op de betonbanen van de toen nog nieuwe wijk Vossensteert te Sint-Kruis.  De sportliefhebbers hadden pas kennis gemaakt met deze nieuwe sport of ze konden reeds gaan kijken naar alweer een andere eerder ongebruikelijke sport : motorvoetbal.  Voor wie geen exact idee heeft waarover het gaat : motorvoetbal of motoball behoort (uiteraard) tot de motorsport en is een teamsport.  Het spel wordt gespeeld met twee ploegen.  Elke ploeg bestaat uit een keeper, vier veldspelers, drie wisselspelers, een monteur en een coach.  Het wedstrijdveld is even groot als een voetbalveld.  De gebruikte motorfietsen mogen maximaal 250 cc cilinderinhoud hebben.  De spelers zitten op hun motorfiets en hebben als opdracht een 40 centimeter grote bal van 1200 gram vanaf hun motorfiets in het doel van de tegenstander te mikken. Een motorvoetbalwedstrijd duurt 4 keer twintig minuten met daar tussenin tien minuten pauze.  Hoeft het gezegd dat de ploeg die het meeste doelpunten scoort de winnaar is ?

In Zedelgem stond er een motorvoetbalwedstrijd op het programma. Het plaatselijke Sint-Elooi nam het op tegen het Franse Troyes :

Cerle Brugge KSV

“Motorvoetbal : Sint-Elooi Zedelgem – Troyes 3-2 – Verdiende lokale zege” : “De mannen van voorzitter Gyselinck hebben zondag te Veldegem bewezen dat ze de officieuze titel van kampioen van België voluit verdienen. Tegenover één van de sterkste Franse formaties hebben ze duidelijk aangetoond dat hun blauw-witte opstelling met de beste onder de beste kan wedijveren en ook overwinnen.  De zege van Sint-Elooi Zedelgem was zeker geen toeval of een geschenk van hun tegenstrevers in vergelding voor het goede onthaal, doch wel de beloning voor hun degelijk vertoon dat ze ten beste hadden gegeven.

De acteurs :
scheidsrechters : de hh. Decorte (België) en Minwet (Frankrijk)
Sint-Elooi : J. Buffel, G. en R. Packo, W. Gyzelinck, Fr. Packo.
Troyes : J. Mahieu, M. Barzot, M. Fageot, E. Jaillant, J. Crosset.”

 

Een opname uit een motorvoetbalwedstrijd (voor alle duidelijkheid : dit is geen foto uit de wedstrijd Sint-Elooi Zedelgem – Troyes) (bron foto : Flickr).

* Als we het hebben over de ‘Keizer van Herentals’ dan weten de meeste sportliefhebbers, en zeker de wielerliefhebbers, dat het gaat over één van de allergrootste wielertalenten die wij in Vlaanderen gekend hebben : Rik Van Looy (° 20 december 1933).
Van Looy werd in 1960 en in 1961 wereldkampioen op de weg en is de enige wielrenner die de zes klassiekers buiten categorie kon winnen : Luik-Bastenaken-Luik, Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix, Parijs-Tours, de Ronde van Lombardije en de Ronde van Vlaanderen.
In de drie grote rondes (de Tour (Frankrijk), de Giro (Italië) en de Vuelta (Spanje)) won hij het punten- of bergklassement maar Rik Van Looy blonk toch vooral uit als sprinter.
Van Looy was ook actief op de baan.  Hij won twaalf zesdaagsen waarvan tien samen met Peter Post.
De erelijst van de ‘Keizer van Herentals’ kon nog groter geweest zijn maar in het begin van zijn carrière als prof (van 1954 tot 1969) moest hij opboksen tegen Rik Van Steenbergen en in de nadagen moest hij de opkomende Eddy Merckx trotseren.  Diezelfde Eddy Merckx koerste trouwens tot 1966 in de wielerploeg Solo-Superia, bekend als de rode garde, waarvan Rik Van Looy de patron was.
Alles samen won Rik Van Looy 493 wedstrijden waarvan er 379 overwinningen op de weg mochten opgetekend worden, een aantal dat enkel overtroffen werd door… Eddy Merckx (445).
Op zaterdag 12 augustus 2017 werd op de Grote Markt van Herentals een drie meter hoog standbeeld van Rik Van Looy onthuld. Het standbeeld is van de hand van kunstenaar Philip Aguirre.
Op zaterdag 7 juli 2018 werd de eerste Grote Prijs Rik Van Looy gereden.  Het was de ‘Keizer van Herentals’ zelf die het startschot gaf.     

In 1960 kroonde Rik Van Looy zich een eerste keer tot wereldkampioen. Uiteraard besteedde ook “Het Brugsch Handelsblad” de nodige aandacht aan dit belangrijke wielerfeit :

“Rik Van Looy wereldkampioen” : “Sinds een vijftal jaar is Rik Van Looy onbetwistbaar de sterkste wegrenner ter wereld, zonder dat hij dit nochtans volwaardig kon onderstrepen door zich met de regenboogtrui te tooien.  De reden hiervan is genoegzaam gekend om daar nog te moeten op terugkeren. Te Kopenhagen in 1956 en te Waregem in 1957 vond hij de nog steeds aalvlugge Rik Van Steenbergen op zijn weg, terwijl hij te Reims in 1958 en te Zandvoort in 1959 door zijn eigen ploegmaats gekelderd werd.
Spijt zijn talrijke klassieke en andere overwinningen, was het veroveren van de wereldtitel voor de sterke Rik Van Looy een obsessie geworden die gans zijn streven beheerste.  Zijn langverwachte droom zou dan eindelijk toch in vervulling gaan, want verleden zondag toonde hij zich op de Saksenring te Leipzig de ongenaakbare meester.
 

Waakzaam als niet één, kontroleerde hij gans het koersverloop en reageerde steeds gepast op de nochtans veelvuldige uitvallen met de Fransen Graczyk, Rohrbach en Anglade als grote bezielers.  De Herentalsenaar zou dan ook zijn ééntje beide laatstgenoemde vluchters bijbenen, doch deze vertikten het de Belg te helpen, zodat in de laatste ronden nog een 18-tal kanshebbers naar de finish vlogen.
Alhoewel nog heel wat snelle sprinters in deze groep zaten, was het reeds duidelijk dat de titel ditmaal Van Looy moeilijk kon ontsnappen.  Goed geholpen door de andere Belgen, nam hij kordaat de leiding om met grote voorsprong op wereldkampioen 1959 André Darrigade te zegevieren.  De kranige Cerami werd mooi 3e, Jozef Planckaert 11e, Frans Demulder 15e, Frans Aerenhouts 18e, Miel Daems 19e en Adriaenssens 28e.  Alleen Noël Foré moest de strijd staken.  Het werd aldus ’n Belgische zegedag.”

Cerle Brugge KSV

Rik Van Looy in de trui van wereldkampioen (bron foto : Pinterest).

* Nu we toch in de wereld van het wielrennen aanbeland zijn kunnen we het even goed wat dichterbij zoeken.  In de Brugse deelgemeente Sint-Kruis was er een wielerwedstrijd voor… Onderbeginnelingen. Voor alle duidelijk : een Onderbeginneling was een wielrenner die de kaap van 18 jaar nog niet bereikt had.

In het “Brugsch Handelsblad” verscheen hierover de volgende aankondiging :


                                                                        Gemeente Sint-Kruis
                                                                               (Lettenburg)
                                                                                  _______

                                                            Op zondag 28 augustus te 15.30 uur
                                                            bij gelegenheid der Jaarlijkse Kermis
                                                                        bij René Vandevelde :
                                                                            Wielerwedstrijd
                                                                   voor Onderbeginnelingen
                                                                        beneden de 18 jaar
           met de medewerking van het Gemeentebestuur, Poeders Dr. Mann, Brouwerij Van Damme – Oedelem,
                         Melkerij Ste-Marie- Oedelem, Huis Richard Verté St-Kruis en Meubelgalerijen Huyghe
                                                         1500 frank prijzen en talrijke premiën.
                                                               60 km. op zeer goede banen.

                                         Inschrijving en vertrek : café “Lettenburg”, Moerkerkesteenweg.
 

Nu is het ons niet te doen om de wedstrijd zelf maar om de plaats waar deze koers verreden werd : Lettenburg in Sint-Kruis.  Het zou een vraag in een Brugse quiz kunnen zijn : wie kan Lettenburg in Sint-Kruis situeren ?  Wedden dat er slechts (zeer) weinigen zouden zijn die dit weten ?
Lettenburg was terug te vinden aan het kruispunt Moerkerksesteenweg – Pijpeweg en verwees eigenlijk naar een pleisterplaats voor reizigers en paarden halverwege tussen Brugge en Moerkerke. Bovendien was er een oud Lettenburg (tot 1930) en sinds 1935 een nieuw Lettenburg.  Op de site van de werkgroep Heemkunde Sint-Kruis vinden wij hieromtrent heel nuttige informatie : “Herberg in de wijk Lettenburg rond het kruispunt Pijpeweg en de Moerkerkse Steenweg.  Komt de naam van ‘verletten’ (verpozen) ?  Paarden vonden er halfweg tussen Brugge en Moerkerke alvast voederbakken en de voerders pinten.  De laatste zondag van augustus was er Lettenburg-kermis.  De herberg werd verkocht rond 1930.  De tram Brugge – Moerkerke passeerde er.  De gebouwen van oud Lettenburg (de oudste vermelding dateert uit 1654) werden in 2003-2004 afgebroken voor nieuwbouw.
De zoon van de laatste uitbater van de oude herberg Lettenburg bouwde rond 1935 aan de diagonale overkant, op het goed Avignon, een nieuwe herberg met dezelfde naam : (Nieuw) Lettenburg, nabij de tramhalte Brugge – Aardenburg.  Waar vroeger voederbakken de paarden bevoorraadden, kwamen in de jaren ’60 benzinepompen voor auto’s.  De bestuurders vonden er hun natje en droogje.  De herberg hield op te bestaan rond 1980.  Enkele jaren baatten nieuwe eigenaars er een huis van lichte zeden uit onder de naam ‘De Dartele Pepe’.  In 1985 opende de familie Sneppe er de huidige huisdieren- en tuinspeciaalzaak Lettenburg, met behoud van de gevel.”

 

Cerle Brugge KSV

Foto van café Lettenburg in de jaren ’60.

bron : http://heemkundesintkruis.brugseverenigingen.be/GeschiedenisStKruis/Herbergen/Lettenburg

(Marnix Knockaert)

05.11.2018

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Voorzitter VZW Cercle Brugge: Piet D'Hooghe

Men moet de dag niet prijzen voor het avond is. We legden ons oor te luister bij Piet D’Hooghe, voorzitter van de VZW Cercle Brugge en vol vuur voor de groenzwarte Vereniging, luttele dagen voor de belangrijke finale-matchen tegen Beerschot-Wilrijk. Op een ijskoude wintermiddag, thuis bij koffie en haardvuur, spraken we over hoe Cercle zichzelf kon blijven in het ‘huwelijk’ met A.S. Monaco, en de vele ambities die er uit zijn geboren.

Laat ons, voor wie dat nog nodig zou zijn, beginnen met de persoon Piet D’Hooghe.

Ik tel intussen, zegge en schrijve, vierenvijftig jaar, met groen bloed geboren. Mijn oom Paul Ducheyne fungeerde tweeëndertig jaar als voorzitter van Cercle Brugge (1970-2002 nvdr). Van jongs af aan ging ik, meestal samen met mijn neef Filip Ducheyne, regelmatig mee naar Cercle kijken. Ik deed mijn humaniora bij de Jezuïten in Aalst, en daarna rechten aan de universiteit Gent waardoor Cercle toch noodgedwongen wat naar de achtergrond verdween. Maar eenmaal afgestudeerd en gehuwd, kwamen wij in Brugge wonen en was Cercle weer helemaal terug.

Om later uiteindelijk zelf bestuurlijk lid van Cercle te worden.

Ik werd eerst lid van de Business Kring, daarna BK12-bestuurslid en tenslotte BK12-voorzitter. Sindsdien rolde ik eigenlijk van het ene in het andere. Ik werd lid van de VZW, bestuurslid van de VZW, vervolgens medeoprichter en vennoot van de CVBA en bestuurslid van de CVBA, om uiteindelijk, sedert vijf mei 2017, Voorzitter van de VZW te worden.

Sedert eind 2016 werden, samen met CVBA-Voorzitter Frans Schotte, de onderhandelingen met AS Monaco gevoerd. Overigens, de intentieverklaring met AS Monaco van vierentwintig december 2016 werd hier, aan deze tafel, ondertekend. Een ontzettend intense periode waarin we geconfronteerd werden met PricewaterhouseCoopers (PwC, een internationaal accountantsbedrijf, nvdr), aangesteld door AS Monaco, die ons soms met zeven à acht man het vuur aan de schenen legden, wat niet evident was gezien de laatste moeilijke jaren van Cercle in 1B. We zijn nog steeds fier dat we daardoor zijn geworsteld. Eigenlijk zijn alle onderhandelingen met PwC en Monaco zeer constructief verlopen, in volledige openheid en in de beste verstandhouding. De uitmatch tegen Lommel (eenentwintig april 2017, Lommel – Cercle: 0-1, nvdr) die ons aan de zekerheid hielp om aan de voorwaarde te voldoen om in 1B te blijven, was een grote last die van onze schouders viel. We hadden allen de tranen in de ogen bij dat laatste fluitsignaal…

"We hadden allen de tranen in de ogen bij dat laatste fluitsignaal…"

Je bent nu voorzitter van de VZW. Velen hoorden erover, maar misschien wil je de Shot-lezer nog even kort toelichten waar die VZW precies voor staat en hoe die zich tot de, vrij recente, CVBA verhoudt?

De CVBA is de vennootschap die het stamnummer van Cercle bezit, en de A-ploeg en (deels) de beloften onder zich heeft. Die CVBA is in 2014 uit de VZW ontstaan, om redenen opgelegd door de fiscus én om externe investeringen mogelijk te maken. De voetbalbond verplichtte ons ook om het stamnummer met de A-ploeg naar de CVBA te verhuizen

Daarna bleef de VZW zonder meer bestaan, met onder zich ondermeer de ganse jeugdwerking, het community-gebeuren, de supportersfederatie en -verenigingen, en de vrijwilligers.  Juridisch is het voor een CVBA immers niet mogelijk om met vrijwilligers te werken. Cercle telt om en bij de tweehonderdnegentig vrijwilligers, een belangrijke groep waar ik zeer fier op ben. Zij vormen nog steeds, zoals voorheen, de "ruggengraat" van Cercle !

Maar de VZW vormt ook een soort toegangspoort tot de CVBA?

Daarnaast is de VZW ook belangrijk omdat elk nieuwe CVBA-vennoot eerst lid moet worden van de VZW. Dit vergt misschien een woordje uitleg. De VZW telt momenteel vierenzeventig leden.  Eén van deze leden is AS Monaco. Elk VZW-lid heeft één stem, onafhankelijk van zijn of haar financiële inbreng. Dezelfde VZW-leden (op twee uitzonderingen na) zijn ook vennoot van de CVBA. In de CBVA daarentegen hangt het stemaantal af van het kapitaal dat wordt ingebracht, waardoor AS Monaco in de CVBA uiteraard de meerderheid van de stemmen heeft. Om vennoot te kunnen worden in de CVBA, moet de betreffende persoon dus eerst als VZW-lid worden aanvaard door de bestaande VZW-leden. Dit alles om te zeggen dat het behouden van de VZW ook gericht was op het behouden van het hart en de eigenheid van Cercle, zodat niet alleen het kapitaal het laken naar zich toe zou trekken. Ook in de deal met Monaco werd dit bewust zo behouden. Het zal in feite nooit kunnen dat een "malafide" persoon, zonder medeweten of instemming van de VZW, plots aandeelhouder wordt van de CVBA. Ontzettend belangrijk dus.

Bovendien blijft de VZW als rechtspersoon ook een belangrijke aandeelhouder van de CVBA. In ruil voor de inbreng van het stamnummer en de A-ploeg verkreeg de VZW bij de oprichting van de CVBA in 2014 aandelen van de CVBA in ruil. Ook na de deal met Monaco is dit zo gebleven.

Dus de VZW is versterkt uit de onderhandelingen met Monaco gekomen?

Ik wil zeker benadrukken dat ook de VZW voordeel heeft gehaald uit de deal met Monaco. Van bij de oprichting van de CVBA had de VZW een vrij aanzienlijke schuld aan de CVBA (ongeveer vijfhonderdduizend euro) die ze niet zelf kon ophoesten. Hiervoor werd een regeling uitgewerkt met Monaco, waardoor deze schuld afgelost is. Daarnaast hebben we, met de steun van Monaco, ook een definitieve regeling kunnen treffen i.v.m. de schuld van de roerende voorheffing op de TV-rechten uit het verleden. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat we in de VZW met een schone lei konden beginnen. Uiteraard is dit zeer belangrijk. Voor het eerst sinds lang konden we met de VZW een positief resultaat voorleggen, wat zeer belangrijk is voor de toekomst. We hebben een budget dat we volledig onder controle hebben, en het is zeker mijn intentie om dat zo te houden.

Samenvattend kunnen we stellen dat het democratische hart van Cercle klopt in de VZW, die de toegang bewaakt tot de CVBA?

Voilà, het gaat inderdaad om een mechanisme dat de Cercle-eigenheid zoekt te behouden. Daardoor vermijden we toegangen die we niet kennen of niet willen. 

Je bent sinds vijf mei 2017 voorzitter van de VZW. De focus ligt daarbinnen vooral op de jeugdwerking?

Inderdaad. We tellen tweehonderdenvijf jeugdspelers plus tachtig in de voetbalschool, tweeëntwintig jeugdtrainers in parttime dienstverband, een fulltime hoofd van de jeugdopleiding, David Carpels, die prachtig werk verricht, en uiteraard ook tientallen vrijwilligers in de jeugdwerking. En dan ook een parttime hoofdscout, Marc Van Opstaele, die een hele scouting cel leidt. Dit jaar beschouwen we eigenlijk als een overgangsjaar, gezien de moeilijke laatste drie jaren waar de middelen zeer schaars waren. Met het ganse jeugdteam werken we aan een solide basis om vervolgens alleen maar te groeien Het loopt goed, stap per stap.

Sowieso hebben we de intentie om met de jeugd op termijn te stijgen van niveau. We willen naar de elite A, wat investeringen vraagt in talent, accommodatie, trainers, trainerslonen, … Recent werd een aantal jeugdspelers een contract aangeboden, wat ook een factor is om te kunnen stijgen naar de elite A. Ik voel overigens dat Monaco echt bereid is om ook wat betreft de jeugd een positieve rol te spelen, zelfs bovenop hetgeen "op papier" werd vastgelegd. 

Anderzijds, bij de A-ploeg spreken we niet van een overgangsjaar…

Nee, dat is duidelijk. Monaco stelde van meet af aan een duidelijke doelstelling. In het begin liep dat niet meteen vlot. José Riga is een uitstekend trainer, maar had het nadeel met een compleet nieuwe ploeg te moeten werken. Thans draait "de machine" op volle toeren en hopelijk leidt dit tot het beoogde resultaat.

"Het "huwelijk" is zonder meer geslaagd."

In elk geval, ik hoor links en rechts dat de samenwerking met Monaco momenteel uitstekend verloopt en dat ‘de mayonaise pakt’. Dat is ook jouw aanvoelen?

Voor honderd procent. Ik krijg die vraag vaak voorgeschoteld. Monaco en Cercle begrijpen elkaar perfect, en moeilijkheden worden meteen opgelost in een open communicatie. Het "huwelijk" is zonder meer geslaagd.

Cercle staat nu met twee benen in de finale tegen Beerschot-Wilrijk. Wellicht onnodig te vragen of je er vertrouwen in hebt?

Ik had van meet af aan vertrouwen, ook al vielen de verwachtingen in de eerste periode tegen. Ik besef ook wel dat we niet te vroeg victorie moeten kraaien. Maar zelfs al zou het niet lukken, wat niemand hoopt, verandert dit niets aan de intenties om het te doen lukken.

We moeten de dag niet prijzen voor de avond valt. Als we er echter zeer voorzichtig, bijna onhoorbaar, vanuit gaan dat de A-ploeg stijgt… hoe moeten we dan kijken naar de ambities voor volgend jaar? Monaco ziet in Cercle geen staartploeg?

Nee, zeker niet. Dat blijkt ook uit de hele opzet van de deal tussen Monaco en Cercle. Maar laat ons ons toch eerst concentreren op de eerstkomende belangrijke finale!

Dus de voorbereiding voor eventuele aankopen naar volgend jaar toe is al bezig?

Ik twijfel daar niet aan.  Maar ook hier: het sportieve beleid is een bevoegdheid van Monaco, waar we ons moeten aan houden. Monaco heeft het professionalisme, de ervaring, de knowhow, waarin we alle vertrouwen hebben. Vanaf tien maart vrij zijn is overigens geen evidentie, de brug naar de start van de volgende competitie is lang.

Misschien nog een laatste vraag, waar we vooral bij de buren over horen: het stadiondossier?

Dat dossier is in eerste instantie een bevoegdheid van de CVBA. Sowieso zijn we afhankelijk van de buren, en wel zolang zij op Jan Breydel blijven. Cercle van haar kant heeft een paar jaar terug duidelijk de principiële beslissing genomen om in Jan Breydel te blijven. Ook Monaco ondersteunt dit. Stad Brugge is eigenaar van Jan Breydel en heeft ondertussen verschillende studies besteld met het oog op de keuze tussen verbouwing of nieuwbouw. De beslissingen zullen allicht over de gemeenteraadsverkiezingen heen worden getild, mede gezien de moeilijkheden die de buren ondervinden voor het bekomen van een bouwvergunning voor hun plannen aan de Blankenbergse Steenweg. Maar die beslissingen komen er. In ieder geval blijft Cercle op Jan Breydel. Dit zal niet worden teruggedraaid.

Ik vat samen: Cercle, gelukkig getrouwd met Monaco en vol ambitie, blijft spelen in Jan Breydel, …in 1A?

Uiteraard…! Immers, Cercle leeft, leve Cercle!

(K.V.)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cijfers zeggen niet alles - Kristof Arys

In Tweede Nationale laat Kristof Arys 7 keren de netten van Cercles tegenstrevers trillen in 13 matchen.  Het jaar erop, in Eerste, lukt hem dat slechts 3 keren in 25 matchen.  “De cijfers spreken voor zichzelf, commentaar overbodig,” zo dacht ik.  “Het komt wel voor dat schijn bedriegt, maar toch niet bij zo’n tegenstelling,”  zo leek het mij!  Voordat  ik bij Kristof aanbelde, kon ik het me niet anders voorstellen dan dat hij zijn tweede jaar in Cercleshirt als een rampjaar had aangevoeld.  Toen ik wat later buitenstapte, was ik wijzer geworden.  Neen, hoe welsprekend ze ook lijken, cijfers zeggen niet alles.  Ook nu nog kijkt Kristof terecht met trots en warme herinnering terug op wat hij bij Cercle presteerde  in Eerste Nationale.

Kristof, na zowat 70 jaar Cercles wel en wee intens van nabij gevolgd te hebben, lopen feiten en namen meer dan mij lief is door elkaar in mijn geheugen.  Maar tijdens welke seizoenen  jij voor Cercle speelde, daarover hoefde ik slecht vijf seconden na te denken.  Hoe zou dat komen?

Er zal zich wel menig Cerclesupporter herinneren dat ik Cercle mocht helpen aan zijn, voorlopig, laatste promotie, en ook wel dat ik één jaar later al een ander oord opzocht.  We spreken over 2002-2003 en 2003-2004.

Je kwam van Deinze, en een gemakkelijke overgang was het niet geweest.  Enkele weken voor je transfer kon ik niet nalaten voorzitter Frans Schotte even aan te spreken en hem te zeggen dat er niets belangrijker was voor Cercle dan een overgang van jou naar Groen-Zwart.  Hij antwoordde: “Ze zijn zot bij Deinze.  Zo’n transfersom als zij vragen, dat is niet redelijk.”

Het is pas in januari 2003 dat ik bij Cercle kwam.  Tijdens het tussenseizoen, een half jaar voordien, zat Cercle al achter mij aan, maar bij Deinze was mijn contract voor twee jaar nog maar halfweg.  Had Cercle tien miljoen frank voor mij overgehad, dan was de transfer meteen geklonken geweest.  Toen Deinze er rond Nieuwjaar niet naast kon kijken dat ik een half jaar later gratis weg kon, lieten ze de vraagprijs zakken, en Cercle verschalkte de concurrentie van onder meer AA Gent, Westerlo en Alemania Aken.

En jij, je was gelukkig met die transfer?

Ik was ermee in de wolken.  Mijn ambitie liep helemaal gelijk met die van Cercle: zo snel mogelijk naar Eerste promoveren.  En die uitdaging was enorm.
Groen-Zwart had zeven punten achterstand op de koploper, Heusden-Zolder. Zelf had ik tussen 1998 en nieuwjaar 2003 respectievelijk bij Eendracht Aalter, KM Torhout en SK Deinze in 119 matchen 89 doelpunten gescoord, waarvan de laatste 13 bij Deinze tijdens de eerste helft van de lopende competitie.  In plaats van tegen de degradatie te moeten vechten, kon ik nu, heel dicht bij huis bovendien, een steentje bijdragen in wat een succesverhaal werd.

Met zeven rozen hielp je Cercle aan de zo vurig verlangde kampioenentitel.  
De laatste twee matchen waren beslissend, en ze staan bij elke Cerclesupporter-van-toen in het geheugen gegrift.  Je scoorde niet tijdens die wedstrijden, maar dat was wellicht niet eens een minidompertje op de uiteindelijke euforie? 

Als spits, aangeworven om te scoren, prik  je, vanzelfsprekend, graag de bal tegen het net zoveel het maar kan, maar voetbal is een teamsport, en het is als team dat je faalt of zegeviert.  Was ik niet terechtgekomen in een ploeg die hecht aaneenhing, een ploeg die een collectieve eenheid was, dan was die toch wel zeer merkwaardige  remonte na zeven punten achterstand onmogelijk geweest. Overigens, één doelpunt en één assist staan me extra klaar voor de geest.  Mijn tweede match bij Cercle was op Deinze, we behaalden een belangrijke 0-1 overwinning, en dat ik toen kon scoren was iets heel bijzonders voor mij.  Tijdens de voorlaatste match, op Zulte-Waregem, zouden we bij een overwinning kampioen geworden zijn, maar het werd 1-1. Tijdens de slotwedstrijd, thuis tegen Dessel, hadden we ons lot in eigen handen.  We kwamen 0-1 achter, maar Sebastien Stassin bezorgde ons de zege met twee kopbaldoelpunten.  Eentje ervan was bijzonder merkwaardig: ik kon ‘een verloren bal’ toch nog voor het doel brengen en in een kluwen van spelers werd het een gouden assist voor het hoofd van Sebastien.

Wellicht een onmogelijk te beantwoorden vraag: Was Cercle in 2003 ook zonder jou kampioen geworden? 

Af en toe kom ik op Olympia, en het is niet uitzonderlijk dat Cerclesupporters me zeggen: “Moesten we joen niet gèt èn da joar, we woaren nooiet kampiejoen gewist.”  En dan voegen ze er nogal eens aan toe dat ik niet lang genoeg bij Cercle gespeeld heb.  Maar het enige dat ontegensprekelijk klopt, dat is dat ik tijdens mijn eerste half seizoen één element was van een ploeg met veel talent gedreven door een enthousiaste teamspirit.

Niet lang genoeg bij Cercle gespeeld?  Kom, laten we er geen doekjes om winden: in Tweede 7 goals in 13 matchen, het jaar erop in Eerste 3 in 25.
Ik vraag me af: Wat zou daarvan de verklaring kunnen zijn?  Is het verschil tussen Eerste en Tweede zo groot?   Lag het aan jouw specifieke talenten, m.a.w. aan het ‘soort’ speler dat jij was?  Kreeg jij te weinig de bal toegespeeld door je medespelers? Of misschien vlotte het niet genoeg van meet af aan, zodat je steeds meer aan zelfvertrouwen verloor?  Is het iets van wat mij als mogelijke verklaring door het hoofd gaat of is het iets heel anders: Wat mag er toch aan de basis hebben gelegen van  zo’n daling van het aantal gescoorde doelpunten??  

Tijdens mijn 19-jarige carrière als voetballer heb ik ongeveer 300 doelpunten gescoord. Toen ik met Cercle naar Eerste promoveerde zag ik reikhalzend uit naar wat voor de deur stond, vol verlangen en vertrouwen. Op het einde van 10 jaar jeugdopleiding bij Club trainde ik mee met de eerste ploeg, met Spehar, Stanic, Okon… Speelminuten in Eerste kreeg ik er niet, ik was er nog niet rijp voor.  En nu, halfweg 2003, ging de grote poort open voor mij.  Echter, echter, voorheen en altijd daarna speelde ik als diepe spits, maar bij Cercle speelde ik in Eerste nooit op die mij zo eigen positie.  Cercle had Nordin Jbari aangetrokken, en het was mijn taak rond hem heen te spelen.  Nordin was een vedette, deed het ook  heel goed, maar ‘meters afleggen’ lag hem niet.  Waar ik gewoon was dat mijn medespelers voor mij de ruimte afdweilden, was het nu mijn taak dat voor hem te doen, zodat hij de afrondende schakel kon zijn.  Nooit heb ik zoveel gelopen tijdens mijn matchen als dat jaar, en ook nooit kwam ik zo zelden in de grote rechthoek voor het doel van de tegenstander.  Kijk je alleen naar de cijfers, dan lijkt 2003-2004 een lelijke tegenvaller voor mij, maar daar zit een heel verhaal achter.  Hoe dan ook, ik was blij dat ik kon spelen in Eerste, dat ik mee timmerde aan de weg, en ik voelde mij niet te goed om  de mij opgelegde opdracht in functie van heel ons team en van Nordin Jbari in het bijzonder met hart en ziel uit te voeren.

"Was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien."

Ik luister met open mond.  Maar het volgende jaar trok je weg van Cercle.  Uit eigen beweging of moest je weg van Groen-Zwart?

In juli en augustus 2004 trainde ik nog bij Cercle, maar op 31 augustus, de laatste transferdag, hakten Cercle en ik de knoop door: op leenbasis vertrok ik naar de grote verliezer van Cercles kampioenenjaar, naar Heusden-Zolder.  Zowel Cercle als ikzelf achtten dit de beste gang van zaken.  Het Cercle van het voorbije jaar had een ingrijpende verandering ondergaan.  Hoewel hij erin geslaagd was Cercle in Eerste te houden, en hij eerder een gouden medaille had verdiend dan dat, werd trainer Tipuric de laan uitgestuurd.  Harm van Veldhoven verving hem.  Jbari trok naar AA Gent, en Cercle lijfde naast Tom Van Mol drie voorspelers in: Dieter Dekelver, Paulus Roiha, en bijzonder belangrijk voor mij, Darko Pivaljevic.  Er kon geen sprake van zijn dat ik diepe spits zou worden en met een trainer die mij wikte en weegde als “slechts driemaal gescoord”, was er weinig twijfel aan dat ik weinig speelminuten zou krijgen.  Ik trok enthousiast naar Heusden-Zolder, want het zag ernaar uit dat ik het succesrijke Cercleseizoen van twee jaar voordien kon overdoen.  Heusden-Zolder barstte van ambitie. De ploeg bestond echter eerder uit eilandjes dan uit een team, en zoiets leidt onvermijdelijk tot een fiasco. 

Blijkbaar had jij het voor Jerko Tipuric.  Uit verschillende interviews van spelers  is me gebleken dat hun visies over hem  fel uiteenlopen: van oprechte appreciatie tot  veroordeling als was hij eerder een kwakzalver dan een coach.

Ik denk dat de pers hierin een niet al te fraaie rol gespeeld heeft, hem uiteindelijk als een kolderfiguur begon af te schilderen. Het valt niet te loochenen dat hij belang hechtte aan wat voor het voetbal niet eens marginaal genoemd kan worden - de kleur van de urine, de stand van de maan - en dat werd in de pers breed uitgesmeerd, maar Tipuric was een vakman die zowel in kwade als in goede dagen voor een gemoedelijke, een familiale sfeer wist te zorgen.  Ook met spelers van verschillende nationaliteiten liepen we niet als in hokjes naast elkaar.  Het is niet elke trainer gegeven een hele groep concurrenten, waarvan je er onvermijdelijk voortdurend enkele zwaar moet ontgoochelen, zelfs met plezier naar de trainingen te laten komen.  Over wat voor mij volgde op Cercle, ben ik heel tevreden, maar was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien. 

Je liet al verstaan dat je overgang naar de buurt van de Limburgse mijnen  geen succesnummer was.  Je bleef er dan ook maar één jaar.  Hoe verliep je carrière verder? 

Na dat ene seizoen in het verre Limburg trok ik naar Waasland, eveneens in Tweede, en scoorde er 30 goals in 60 wedstrijden.  Daarna, na mijn twee seizoenen aldaar, trok trainer Dirk Geeraerd naar Roeselare, dat in Eerste speelde.  Ik mocht mee, maar kreeg de kans op een mooie job  in het Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart Instituut op enkele kilometers van mijn deur.  Ik greep dat aanbod met beide handen beet, en ben er nog altijd als preventieadviseur en technisch coördinator werkzaam.  Sportief was het een afdaling van Tweede naar Derde Nationale, bij SV Oudenaarde, maar na interessante tussenstadia, doorgaans in stijgende lijn, ben ik nu actief als sportief coördinator bij F.C. Knokke, dat zopas naar Eerste Amateurs promoveerde.  Niet alleen, maar toch vooral, spoor ik jong talent op bij de Beloften van Club, Cercle, Kortrijk, Roeselare, Zulte-Waregem, Gent.

Sinds enkele jaren komen opvallend veel ex-Cerclejongeren bij Knokke terecht.  Lukraak door elkaar som ik even op: Niels Mestdagh, Kieriën Serpieters, Niels Van de Water, Ruben Vanraefelghem, Jannes Vermeulen, Maarten Cobbaert, Alessio Staelens, Niel Dildick, Maxim Vandewalle.  En Nicolas Tamsin en Steven Van Moeffaert hebben zopas na Knokke een ander oord opgezocht.   Dat het zo’n lange lijst is, is geen toeval?

Bij welke ploegen kan er goed opgeleid jong talent gevonden worden dat vermoedelijk net niet voldoende lijkt voor het eerste elftal van een Eerste of Tweede Klasser, maar dat in aanmerking kan komen voor een ambitieuze amateurploeg als F.C. Knokke?  Zonder nodeloos ver te lopen, is dat bij de ploegen die ik vermelde, en voor ons komt Cercle inderdaad als een waardevolle visvijver voor de dag.  Het komt wel eens voor dat talentrijke jeugdspelers menen dat voor hen een basisplaats gegarandeerd is bij een ‘ploegje’ als Knokke, maar dat staat lang niet bij voorbaat vast.  Voor elke speler die door onze selectie geraakt, is het hard knokken bij Knokke!  En, terloops, toen ik als jonge speler van Club naar Standaard Wetteren in Derde overging, scoorde ik slechts driemaal in 20 wedstrijden.  Tijdens de volgende twee seizoenen trof  ik 27 keren roos bij Eendracht  Aalter.  Voor iedereen, maar voor jongeren in het bijzonder, is geduld een mooie maar een noodzakelijke deugd.

"Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie."

Je beëindigde je loopbaan als veldspeler bijna anderhalf jaar geleden.  Die loopbaan duurde 19 jaar na je opleiding bij Club, verliep bij niet minder dan 14 ploegen, en eindigde bij Wingene.  Bij welke ploegen speelde je het liefst?

Bij Cercle en Waasland, en op minder hoog niveau bij Knokke, Wingene en Gullegem.  Dat waren allemaal succesverhalen: bij elk van die sleepten we de kampioenentitel uit de brand.  Weet je waar ik bijzonder fier op ben?  Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie. Wat gekscherend laat ik af en toe eens horen: “Als je spits een neus voor goals heeft, kun je niet zakken…”

En vandaag de dag, na bijna twee decennia op het veld, kun je ook ernaast  genieten van wat je zich ziet afspelen op de grasmat?

Enorm, enorm plezier kan ik eraan beleven.  Ik ben dan ook rechtstreeks en intens bij het gebeuren betrokken.  Niet alleen spoor ik talent op tijdens een viertal wedstrijden per week , ruimer nog behartig ik heel het reilen en zeilen van onze eerste ploeg, in mindere mate ook van onze beloften. Bovendien ben ik een aanspreekpunt voor onze spelers, voor ons bestuur, en in het bijzonder voor onze voorzitter, die als een succesrijk zakenman weet bepaalde taken te delegeren, zodat ik hem zowel sportief als extra sportief wat kan ontlasten.

Om het interview af te ronden, vroeg ik wat de reporter bij een recent interview in het Brugsch Handelsblad wel kan bedoeld hebben, als hij onder een foto laat volgen: “Kristof Arys wordt in Knokke fel geapprecieerd omwille van zijn voetbalkennis en zijn eenvoud.”  Over ‘voetbalkennis’ stelde ik mij geen vragen, maar waaraan dacht  JPV als hij verwees naar Kristofs ‘eenvoud’?  Kristof zal het wel juist voorhebben als hij meent dat JVP daarmee zinspeelt op het feit dat hij vlot en helemaal zichzelf zijnde contact weet op te nemen met wie dan ook.  Evenzeer voelt hij zich op zijn gemak in het bureau van zijn voorzitter bij Knokke, in het bureau van Vitali of Mannaert, als in om het even welk lokaal van Wingene of rond het veld van om het even welk team.  En omgekeerd!  Het is niet omdat hij in Eerste heeft gespeeld, omdat hij vijf jaar profvoetballer was, dat hij zich te goed zou voelen om met mensen van het provinciale voetbal kameraadschappelijk om te gaan. Een vriendelijke ‘goeiedag’, een praatje slaan met Jan en alleman, een openhartig interview: het typeert en eert Kristof Arys, zonder wie we “da joar, 2002-2003, nooiet kampioen geworden woaren, adden we èm nie gèt.”

(Georges Volckaert)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Carrefour Market doen het met een stickerboek

Naar analogie met de gekende Panini stickerboeken sloegen Cercle en Carrefour Market de handen in elkaar om een mooi album samen te stellen waarin, op enkele uitzonderingen na, alle spelers van de voetbalschool tot de eerste ploeg en de Cercle-leiding in voorkomen.

Op een persconferentie verduidelijkten de regionaal directeur en de PR-verantwoordelijke van Carrefour Market, geflankeerd door de verantwoordelijken van Carrefour Market Scheepsdale en Brugge St.-Andries (de twee winkels waar de stickers kunnen bekomen worden) het opzet.

Carrefour Market wil zijn lokale verankering beklemtonen en doet dit o.a. met het aanbieden van stickerboeken aan de lokale voetbalverenigingen.  

De inhoud en cover zijn samengesteld door de ploeg.  De leden van de vereniging krijgen het album.  Sympathisanten kunnen het voor slechts € 2,00 aankopen in de twee  hierboven vermelde winkels.

Er zijn in totaal 363 stickers, waarbij elke speler als start zijn eigen sticker krijgt.  Het stickerboek vervolledigen kan via aankopen in de twee filialen.  Per schijf van € 25,00 ontvang je een zakje met vier stickers.  Bij aankopen van deelnemende producten  (variabel per week) krijgt de klant extra stickers en mogelijks volgen er nog promo-acties om het boek sneller vol te krijgen.

De actie is gestart op 23 december en loopt tot 18 maart.

Cercles algemeen directeur Eric Deleu dankte de verantwoordelijken van Carrefour Market en stelde dat het in 1B niet steeds evident is om steun te krijgen om dergelijke zaken te realiseren.  Hij loofde tevens het werk van de personen die zich hiervoor hebben ingezet.

Regiodirecteur Bart Demarest, tot zijn 18e zelf jeugdspeler van Cercle, “veertig kilogram eerder” (citaat), vond het  (terecht) een prachtig ontwerp en benadrukte dat dit voor wie er als jeugdspeler in voorkomt, over pakweg twintig jaar, een schitterend souvenir zal zijn.

Er kwam onze redactie ter ore dat er ondertussen reeds een facebookpagina zou bestaan om tot uitwisseling van dubbele prentjes te komen.

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Algemeen coƶrdinator: Marc Vanmaele

Nieuwe bazen nieuwe wetten. Sedert Cercle in Monegaskische handen viel, waait een nieuwe wind in zowat elk hoek van de Vereniging. We spraken, in volle voorbereiding (29 juni) op het nieuwe voetbalseizoen, met Marc Vanmaele, de nieuwe ‘Algemeen coördinator’ van groenzwart. Enthousiasme, ambitie en positiviteit troef, voor wie daar nog aan zou twijfelen.

"Cercle koopt met de bedoeling om top 1B te spelen."

Monaco heeft de touwtjes stevig in handen? 

AS Monaco is hoofdaandeelhouder, we moeten daar niet flauw over doen. Er is zeer veel overleg met de Monegasken die heel veel knowhow in huis hebben. Zowel op sportief als op financieel vlak maar ook in commercieel en communicatief opzicht... Ze zijn zeer hulpvaardig, kennen onze situatie en komen vaak op bezoek om ons bij te staan. Alles gaat heel snel. Wanneer er beslissingen genomen moeten worden, dan gebeurt dat ook. De mensen reageren direct, maar voor alle duidelijkheid, er is een no-nonsense klimaat. Iedereen is recht voor de raap, onnodige discussies worden gemeden, wat het werken makkelijk maakt. Een voorstel moet gefundeerd gebracht worden, en als men beslist om er niet op in te gaan krijg je daar ook goede redenen voor. Tot hiertoe dus alleen maar positieve ervaringen.

De Cercle-website barst uit zijn voegen door aankondigingen van nieuwe spelers. De indruk leeft dat er een volledig nieuwe ploeg gebouwd wordt? 

Die vraag zou je eigenlijk aan François Vitali moeten stellen, want dit is een sportieve kwestie. François valt steeds terug op zijn inzicht: op elke plaats voldoende mensen die elkaar onderling kunnen versterken. De moeilijkheid is daarbij vooral om mensen te kunnen overtuigen om in België in 1B te komen spelen, want dat is nu niet meteen de meest aantrekkelijke competitie van Europa. Maar de bedoeling is inderdaad om met goede spelers te bouwen en naar 1A te kunnen stijgen. Dit gaat momenteel niet met langdurige contracten, want sommige spelers willen het graag een jaar bekijken. In elk geval, ik weet dat Cercle koopt met de bedoeling om top 1B te spelen.

Je bent een nieuwkomer bij Cercle. Wat noteren we voor de supporter die zich afvraagt wie Marc Vanmaele is?

Ik ben geboren en getogen in Tielt, 1960, afkomstig uit een textiel- en confectiefamilie. Ons gezin telde negen kinderen en ik werkte als kleine jongen al snel mee in het ouderlijk bedrijf. Ik voetbalde bij Tielt en kreeg de kans om hogerop te spelen, maar dat zagen mijn ouders niet zitten. Ik studeerde voorts lichamelijke opvoeding in Leuven, en ging na mijn legerdienst werken in Spanje voor een grote hotelketen waar ik mijn vrouw leerde kennen en de Spaanse taal. Eenmaal terug in België ging ik voor Konvert Interim werken, een West-Vlaams bedrijf dat van kleine speler uitgroeide tot big business. Van daaruit ging het naar de mediawereld, waar ik in 1994 de opstart van FOCUS-televisie meemaakte, de regionale zender van Noord-West-Vlaanderen. Na de fusie met WTV werd ik aangezocht door AVS (de Oost-Vlaamse televisiezender) waar ik algemeen directeur werd. Mijn interesse voor sport bleef evenwel altijd levend. Via Roger Lambrechts kwam ik in de voetbalwereld terecht om bij Sporting Lokeren de algemene leiding te nemen. Ik vond er alles terug wat in mij leefde: media, commercie, sport… Ik bleef drie jaar in Lokeren waar ik fantastische tijden beleefde samen met Peter Maes. In die drie jaar tijd wonnen we tweemaal de bekerfinale, speelden we tweemaal Europees en tweemaal Play-Off 1.

Om uiteindelijk bij Cercle te belanden...

Toen ik bij Sporting Lokeren vertrok kreeg ik na een relatief kalmere periode zonder voetbal de suggestie van Philips Dhondt uit Monaco om mijn CV op te sturen, toen plots de vraag kwam of ik niet voor Cercle wilde werken. Daar heb ik geen moment aan getwijfeld.

Bij Lokeren nam je de algemene leiding als CEO op jou. Welke zijn je functies bij Cercle?

Algemeen coördinator is de officiële term voor wat ik doe bij Cercle, vergelijkbaar met wat ik eerder in Lokeren deed. Mijn verantwoordelijkheid betreft het niet-sportieve luik. Die opsplitsing is ook goed, want zo kan er beter gefocust worden. Bovendien vergt de sportieve kant van de zaak een specialisatie die ik zelf niet heb, maar bij François Vitali wel aanwezig is. Financiën, personeelsbeleid, gebouwen, veiligheid, communicatie… dat is mijn terrein bij Cercle.

Het is een publiek geheim: Cercle start aan de competitie met grote ambitie. Stijgen naar 1A is het minste wat we mogen verwachten?

Zo is dat. Terug in 1A spelen, eigenlijk moet het. Er is enorm veel veranderd sinds de overname door Monaco. We draaien vijf versnellingen groter nu. Zowel sportief als niet-sportief doen we enorme sprongen vooruit. We hebben het uiteraard niet zelf in de hand, en we krijgen een zeer zware competitie. Maar stijgen is ook de ambitie van Monaco. Mijn overtuiging is dat vooral ook die belangrijke “kleedkamer” goed zit, met een mix tussen jeugd en ervaring. Het kan dus lukken, dat is mijn overtuiging.

Zijn er sinds de komst van AS Monaco, naast het stijgen naar 1A, nog andere nieuwe doelen gesteld? 

Een belangrijk item is uiteraard het stadion-dossier. Dat dossier hangt samen met het vertrek van de buren in 2020. De vraag rijst wat Cercle binnen drie jaar zal doen. Het is hoogtijd om dat dossier te finaliseren, en het leeft ook sterk in de bestuurskamer. De studiedienst van Stad Brugge is daar eveneens mee bezig. Ik ben overtuigd dat hier goede oplossingen kunnen komen. Daarnaast zijn we hard bezig met de abonnementenverkoop, de online Cercle-shop en de online ticketting. Ook de communicatie nemen we onderhanden zodat we stap voor stap kunnen groeien naar een hoger niveau. Bij dit alles staat echter voorop dat Cercle een zeer speciaal DNA heeft. Monaco beweegt zich, met alle respect, op een ander niveau. Het is mijn taak om die beide werelden bij elkaar te brengen zonder dat de eigenheid van Cercle verloren gaat.

"Nu komt er een nieuw verhaal dat Cerclisten de fierheid terug zal geven die ze verdienen."

Over de buren gesproken. Is de relatie sinds de overname veranderd?

Ik vermoed het wel. Ik hoor veel verhalen uit het verleden, maar we kunnen niet blijven stilstaan. We moeten elkaar in elk geval zien te vinden nu we nog steeds samenleven. Bij beiden is die wil aanwezig. Belangrijk is dat de grote baas van Monaco, Vadim Vasilyev, en nu ook gedelegeerd bestuurder van Cercle, binnenkort naar Brugge komt. We plannen bij die gelegenheid ook met de top van Club Brugge een onderhoud. We vinden het belangrijk dat er ook op dat niveau gepraat wordt en dat positief ‘naar beneden’ toe doorsijpelt. 

Wanneer durf jij volgend seizoen geslaagd te noemen?

Uiteraard als het lukt om te stijgen. Het buikgevoel zit goed, en ik ben overtuigd dat we hoog eindigen. Supporters zijn ontzettend belangrijk, en ik voel ook dat mensen terug naar Cercle zullen komen. Cercle heeft een moeilijke periode doorgemaakt, maar nu komt er een nieuw verhaal dat Cerclisten de fierheid terug zal geven die ze verdienen. Ik doe dan ook een oproep aan iedereen om een abonnement te kopen of anderen te overtuigen zich bij de groen-zwarte familie aan te sluiten en de boodschap mee uit te dragen dat Cercle kan en zal slagen.

(KV)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Laatste koploper van heerlijke reeks? Frederik Boi

Frederik Boi weet wat waardering verdient, en wat niet.  Van statistieken houdt hij niet.  Zozeer is hij ervan doordrongen dat voetbal een teamgebeuren is dat hij lijsten van top-schutters en meeste assists eerder als een bekoring tot individualisme beschouwt dan als een uitdrukking van verdienste.  Al staat hijzelf er niet bij stil, zijn naam prijkt bovenaan een heerlijke, statistische weergave. Vragen we ons af welke Cerclespeler voorlopig de laatste is die meer dan driehonderd keren in een officiële match de Groen-Zwarte kleuren verdedigde, dan is ‘Fré’ het antwoord. Met 325 wedstrijden nam hij die koppositie in na zijn laatste Cerclematch in april 2014.  Daarmee verdrong hij na bijna drie jaar Denis Viane van die plaats, die op niet minder dan 383 beurten kan bogen.  En wie zal Fré opvolgen?  Bij het zo veranderde voetballandschap, is de kans op een opvolger wel flinterdun.

Fré, het vorige retro-interview vond plaats in Stekene ten huize van Anthony Portier, nu zitten we hier in jouw huis in Sint-Andries, rechtover de Olympiaterreinen.  Jij en Anthony komen om dezelfde reden aan de beurt: je beëindigt een lange, in hoge mate Zwart-Groen gekleurde, voetbalcarrière.   Anthony houdt ermee op wegens knieletsels, tijdwinst voor zijn gezin en omdat het plezier aan het spel er niet meer is.  En jij, waarom?

Aan meer tijd voor mijn gezin en familiale aangelegenheden hecht ook ik veel belang,  maar bovendien is  de combinatie van mijn werk en competitief voetballen niet meer mogelijk.  Ik droomde er al van voetballer te worden toen ik nog niet eens op de lagere school zat, maar nog voor ik naar het middelbaar ging intrigeerde mij ook alles wat met informatica te maken had.  Sinds een half jaar werk ik nu bij Epson, een Japans bedrijf met wereldwijd 70.000 werknemers, dat printers, scanners en projectoren produceert.  Zozeer een droomjob is dat voor mij, dat ik er de tijdrovende verplaatsing graag bijneem.  Elke werkdag trotseer ik met mijn auto de afstand tussen thuis en Diegem, in de buurt van de Nationale Luchthaven.  Dat komt gemiddeld neer op tweemaal honderd minuten. Per trein zou het even lang duren, en geregeld neem ik zware pakken materiaal mee.

Je hebt ettelijke paren voetbalschoenen bij de Cerclejeugd versleten.  Wat is je uit je prilste Cerclejaren vooral bijgebleven?

Ik kwam als vanzelf als vijf- of zesjarige in het spoor van mijn neef en broers in Cercles Voetbalschool terecht.  De Groen-Zwarte jeugdopleiding stond hoog aangeschreven, het niveau moest zeker niet onderdoen voor dat van ‘de buren’.  Ik was tenger en klein zodat ik  fysisch iets achter was op mijn leeftijdgenoten, maar mijn trainers zagen wel kwaliteiten in mij.  Cercle had toen niet alleen nationale maar ook provinciale jeugdploegen, en meer dan mijn medespelertjes ging ik over van het ene naar het andere niveau.  Ik kon hemelhoog juichen als ik naar ‘nationale’ overgeheveld werd, maar ook bij ‘provinciale’ was het heerlijk voetballen en met veel inzet.  Onder meer met Jan Masureel, Stijn Willems, Bram Vandenbussche en Pieter Doom heb ik goeie vrienden uit ‘provinciale’ overgehouden.  

Je startte als negentienjarige bij de Eerste Ploeg in december 2000.  Herinner je nog die eerste match?  Misschien weet je nog wat jij bij je selectie het meest was: verwonderd, blij, zenuwachtig of zelfzeker? 

Blij was ik alleszins, maar niet verwonderd.  Het moest ervan komen.  In tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de trainers, keek Dennis van Wijk niet alleen naar ‘namen’, maar wie goed presteerde op training, kreeg vroeg of laat de kans om zich tijdens het weekend te bewijzen.  Zenuwachtig was ik toen niet, dat was ik pas later bij mijn eerste derby in het fanionelftal.  En zelfzeker?  Aan zelfvertrouwen ontbrak het me niet.  En, ja, het verloop van die eerste match zie ik nog voor ogen.  We verloren thuis met 1-2 tegen Maasmechelen, dat nochtans niet hoog gequoteerd stond.  Na de match was van Wijk in alle staten…  Hoe ik het er zelf van afgebracht had?  Bij mijn eerste duel kreeg ik een klop op mijn hoofd, en kinesist Geert Leys mocht het veld op om mij te verzorgen.  “Zo gaat dat bij de grote jongens,” zei hij.   En ik moest niet lang wachten op bevestiging daarvan, slechts tot mijn tweede match… 

In het ‘Cerclemuseum’ tref ik iets aan dat me bijzonder merkwaardig lijkt.   In je debuutjaar speelde je 6 competitiewedstrijden, het jaar erop 3, en 7 tijdens het daarop volgende seizoen, Cercles kampioenenjaar 2002-‘3.  Met Cercle in Eerste was je er meteen 28 keren bij en vervolgens was je nog zeven seizoenen na elkaar een vaste waarde met minstens 25 beurten.  Een trainer is een machtig man, maar aan zijn voorkeur kon het niet gelegen zijn want zowel juist na als juist voor de promotie had Jerko Tipuric het roer in handen. Blijkbaar was jij niet goed genoeg voor Tweede, maar onmisbaar in Eerste?

In het kampioenenjaar begon ik heel goed, werd zelfs in een krantenartikel als de revelatie van het seizoenbegin bestempeld.  Tegen Geel speelde ik voor de eerste keer in het midden, voordien rechtsbuiten, en na de match zei Jerko mij: “Jij gaat nooit meer weg uit het midden.”  Nog voor die term bestond, draafde ik toen het veld af als ‘box-to-box speler’, en  dankzij mijn goeie conditie had ik daar geen moeite mee.  Na enkele matchen, helaas, werd ik in Heusden-Zolder zwaar getackeld, recht op mijn knieën.  Mijn mediale band was zo goed als door, en de revalidatie duurde verschrikkelijk lang, voor een stuk doordat ik te vroeg weer op het veld wilde staan.  ‘k Heb alleen nog één match gespeeld op het einde van het seizoen, op Maasmechelen.  

"Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen".

Och, blessure, aan die meest voor de hand liggende verklaring had ik niet eens gedacht!  Na één jaar Eerste deed zich een grote verrassing voor: Tipuric was erin geslaagd Cercle in de topklasse te behouden, maar Harm van Veldhoven nam zijn plaats in.

Die trainerswissel vernamen wij al in Westerlo, juist voor de laatste wedstrijd van het seizoen.  Het zat verschillende spelers zo hoog dat ze, vooral onder impuls van Vital Borkelmans, dreigden de match niet te spelen.  “Wij spelen niet,” zei Vital.  “Je speelt wel,” zei Jerko.  En … we keerden naar Brugge terug met een 1-1 gelijkspel. Ja, dat we  in Eerste bleven met de kern die we toen hadden, was een half mirakel.  Jerko door Harm vervangen konden we nauwelijks begrijpen, ook omdat Cercle toen het kleinste budget van heel de reeks had.  En, terloops, ik beëindig straks mijn voetbalcarrière bij het pas naar Eerste Provinciale gepromoveerde Sporting Blankenberge.  Wie is er de trainer?  Jerko.  Staan we op een degradatieplaats?  Neen, je vindt ons zelfs in de eerste helft van de rangschikking.

Jerko blijft?  Neen.  Maar toch is het niet helemaal hetzelfde als bij Cercle halfweg 2004.  Dat men bij een degelijk spelend voetbalteam na zes jaar hoe dan ook graag eens nieuwe wind laat waaien is minder verwonderlijk dan na twee jaar, zoals toen.   Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen’.

Tijdens Cercles gloriejaar, het eerste onder Glen De Boeck, trok jij voor niet minder dan 33 competitiematchen het Groen-Zwarte shirt aan.  Volgens Anthony Portier waren Cercles knalprestaties wel degelijk eerst en vooral aan Glen te danken.  Deel je zijn mening?

Heel zeker.  Vooreerst beschikte Glen over een stel fantastische spelers, maar daarnaast was zijn aanpak  zoals voetbal hoort te zijn: zo eenvoudig, zo simpel als het maar kan.  Dat komt erop neer dat iedere speler heel duidelijk moet weten wat hem als pion van een team op het voetbalschaakbord te doen staat.  En we wisten het! “Jij dit, jij dat, jij dit, jij dat …”  Voetbal is een loopsport, je moet voortdurend bewegen en je moet erop kunnen betrouwen: “Recupereer ik de bal, dan staat daar een medespeler die ik kan aanspelen.” Elke week opnieuw prentte Glen het ons in, steeds weer hetzelfde, zo ongecompliceerd mogelijk moest het zijn.  We hadden alleen maar verstandige spelers, maar waren er een paar blinden bij geweest, dan nog hadden die geweten wat hen te doen stond.  Wat ons tijdens Glens eerste jaar genekt heeft, dat is de gescheurde kruisband van Tom De Sutter in februari.

Maar dat Glen de glansprestatie van zijn eerste jaar erna niet heeft kunnen overdoen, heeft hij toch wel aan zichzelf te wijten.  “Wij zijn te voorspelbaar,” vreesde hij, en hij stapte af van zijn voor ons zo hanteerbaar systeem.  Ik kan het niet genoeg beklemtonen: “In voetbal is simpel spelen het beste, maar het moeilijkste dat er is.”  Weet je welke speler ik het meest bewonderde omdat hij alles zo eenvoudig mogelijk aanpakte? Dat was Oleg Iachtchouk.  Zijn balcontrole was altijd goed.  Zoals alles bij hem, leek zijn meesterschap over de bal en zijn voortgang in het spel vanzelfsprekend. Kreeg jij echter zo’n bal toegespeeld, dan lag die plots een halve meter weg van je voet.  Een eenvoudige, een intelligente, ook een leuke voetballer was Oleg. 

Dankten jullie je sterkte ook niet aan het feit dat Glen tot het uiterste ging  om de fysische conditie op te drijven? 

Ja, Glen was veeleisend, zeker ook qua fysische paraatheid.  ‘k Zie ons nog een uur aan een stuk ‘volle bak’ lopen in Tillegem.  En ook vele baloefeningen bleven duren tot onze tong op het gras lag…  Ik mag echter gerust beweren dat ik een van de spelers was die daar het minst last van had.  Ik heb het perfecte voetballichaam niet, maar wel een fysisch gestel dat geschikt is voor duursporten.  Wat ik als voetballer het meest mis, dat is kracht, en dat heb ik altijd weten te compenseren door ‘adem’ en snelheid.   ‘k Bezit beelden waarop ik tachtig meter loop langs de zijkant van het veld, de bal rond het penaltypunt van de tegenstander stil leg, binnenschiet, en rustig dooradem alsof ik twee stappen had gezet.

"Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken". 

Niet alleen over Glen De Boeck als trainer kun je meespreken, je hebt er in Cercles fanionelftal, asjeblief,  zeven meegemaakt: Dennis van Wijk, Jerko Tipuric, Harm van Veldhoven, Glen, Bob Peeters, Foeke Booy en Lorenzo Staelens.  Twee vragen liggen voor de hand: wie vond jij de beste, en zou je nu met elk van hen even graag aan tafel gaan zitten?

De meeste trainers die ik heb gehad, waren zeer degelijk, en twee van hen waren zelfs zo goed dat ze nog een paar centimeters boven Jerko uitstaken.  Dat waren Glen en, op gelijke hoogte, Yves Van Borm toen ik bij Knokke speelde. Dat ze ‘de beste’ waren, betekent lang niet dat ik met hen het minst in botsing ben gekomen, zelfs niet dat ik nu met hen het liefst zou tafelen. Een en ander kan complex zijn, hoor.  Dennis van Wijk, bijvoorbeeld, kent geen greintje medelijden op het voetbalveld, maar hij is een crème van een mens erbuiten.

We gaan even weg van Cercle.  Nog voor Van Borm heb jij dat trouwens al gedaan.  Je trok halfweg 2011 naar Oud-Heverlee Leuven, kwam na anderhalf jaar terug naar het Groen-Zwarte Olympia, je werd begin 2015 door Cercle eventjes uitgeleend aan Izegem, knokte twee jaar bij F.C. Knokke en nu ben je aan je laatste matchen bij Sporting Blankenberge toe.  

Bij OHL voelde ik me goed thuis, maar toch was ik blij dat Cercle me weer met open armen ontving.  Ook van de supporters voelde ik hun ‘welkom’ aan - en supporters zijn écht ‘de twaalfde man’: niet elke speler voelt het even intens aan, maar de meesten geeft het een kick van vertrouwen als de supporters positief op hun spel reageren. Al te veel supporters denken dat ze betalen om je te zien winnen, maar, neen, ze staan van hun centen af om je zo goed te zien spelen als het je mogelijk is!  Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken. 

U denkt, lezer, ik kom aan de slotbeschouwing van het interview, en dàt waarmee iedere Cerclesupporter Fré omkranst, is niet eens ter sprake gekomen.  17 december 2006, juist voor de winterstop, Cercle-Club, 63ste minuut: Fré keilt de bal tussen de blauw-zwarte doelpalen.  Het blijft 1-0 tot de scheidsrechter affluit.  Wat een vreugde, wat een euforie!  Eén seconde van uniek succes, en Fré is en blijft levenslang wereldberoemd in heel Brugge!  “Ja, zeker, daarover spreken velen me nog dikwijls aan.”  Op mijn slotvraag of het blijde nieuws dat ik vanmorgen in het Nieuwsblad gelezen heb, klopt, bevestigt Fré dat het, alles in acht genomen, onwaarschijnlijk goed evolueert met Alexander, zijn broer die nog geen maand geleden het slachtoffer werd van een zwaar verkeersongeval.  Een flits, ook hier, maar een gevolg dat écht ingrijpt in het leven.  Voor Alexander, vanzelfsprekend.  Voor Fré ook?  “Ik had voordien al besloten te stoppen met voetballen.  Zoveel tijd eist mijn werk van mij op, dat ik er te allen koste genoeg moet vrij maken voor mijn vrouw, mijn twee dochtertjes en heel mijn familie.  Alexanders accident bevestigt wat ik me al goed bewust was: tijd dient ertoe om die zo interessant mogelijk door te brengen.”

(Georges Volckaert)

Lees meer