koop tickets online

Cercle en Brugge door de jaren heen (deel 208)

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 208)
(periode van 27-08-1960 -> 03-09-1960)

  • Cercle

In de vorige bijdrage kondigden we de oefenwedstrijd van de groen-zwarten tegen Beerschot AC aan.  De Cerclejongens wisten dat het sowieso een zware dobber zou worden maar hadden toch op een meer dan eervol resultaat gehoopt…

Cercle Brugge – Beerschot A.C. 0-5 – Eerste goede prestatie niet bevestigd !” : “De talrijke Brugse voetballiefhebbers die zaterdagavond op het Edgard De Smedtstadion waren om Cercle voor het eerst dit seizoen aan het werk te zien tegen Beerschot, zijn als één man ten zeerste ontgoocheld huiswaarts gekeerd.  Niet dat deze oefenwedstrijd op zichzelf zo minderwaardig was, maar hetgeen de groen-zwarten ten beste (?) gaven was zo onnoemelijk zwak en peuterig, dat zelfs de grootste optimisten er hun vertrouwen bij inschoten.  De uitslagen en prestaties der twee vorige oefenmatchen hadden immers de Cercle-aanhangers een hart onder de riem gestoken en de hoop doen heropleven dat het dit jaar eindelijk naar wens zou gaan. Deze illuzie was echter van heel korte duur, want men heeft kunnen vaststellen dat er nog niets veranderd noch verbeterd is bij vorig seizoen.  Natuurlijk is het nog maar een begin en bleek Beerschot andermaal een te sterke tegenstrever, maar toch is het van nu al reeds duidelijk dat de vooruitzichten allesbehalve rooskleurig zijn indien het roer niet kordaat gewend wordt.”

Technische krabbels…

-opkomst: +/- 2.500 toeschouwers.
terrein: uitstekend.
leiding: ref. Debleeckere, bevredigend.
fair-play: niets aan te merken.
doelpunten: 12’ Van Acker 0-1, 29’ Weyn 0-2, 30’ Drieskens 0-3, 65’ Drieskens (penalty)
  0-4, 69’ Van Acker 0-5.
Cercle: Mortier, Roje (Gaal), Serru, Perot, Wittewrongel, Demey, W. Lambert
  (Notteboom), Buyse, Bailliu, Michiels, Locskai (Desmaele).
Beerschot A.C.: Smolders, Wouters, Schroyens, Vanhemelryck, Raskin, Huysmans, Van
  Hoetayen (Zaman), Van Acker, Weyn, Drieskens, De Borger.
 

Het was overduidelijk dat de groen-zwarten nog flink wat schaafwerk voor de boeg hadden om een ploeg klaar te stomen die een gooi kon doen naar de promotie in Tweede Klasse.  Gezien men steevast beweert dat oefening kunst baart, besloot Cercle om, vooraleer de officiële competitie van start ging, nog een zware oefenwedstrijd in te lassen. Tegenstander van dienst was niemand minder dan Lierse, de kersvers kampioen Eerste Klasse :

Morgen zondag te 16 uur : Cercle – Liersche” : “Morgen zondag komt Cercle te 16 uur op eigen veld uit tegen niemand minder dan de kampioen van 1eklasse Liersche SK.  Voor de groen-zwarten betekent dit andermaal een zware opgave en zij zullen beslist veel beter moeten spelen dan tegen Beerschot, willen ze een eervol resultaat bewerken.  Cercle zal het echter op prijs stellen zich in de ogen van haar aanhangers enigszins te rehabiliteren zodat we ons ditmaal aan een meer overtuigende prestatie verwachten en een spannender en aantrekkelijker vertoon.”

Deze aankondiging maakte het de groen-zwarten alvast meer dan duidelijk, als zij er zelf nog zouden aan getwijfeld hebben, dat al wie Cercle een warm hart toedroeg uit was op een knalprestatie tegen Lierse na de wanprestatie tegen Beerschot…

Cercle Brugge – Liersche S.K. 1-1 – Gunstige kentering bij de groen-zwarten” : “De wedstrijden volgen elkaar, maar gelijken niet steeds op elkaar is een voetbalwaarheid die treffend geïllustreerd werd door de laatste oefenmatchen van Cercle, resp. tegen Beerschot en Liersche. De week tevoren kwamen de Brugse groen-zwarten omzeggens aan geen bal tegen de Sinjoren en werden dan ook na een zeer teleurstellend presteren zwaar verslagen.  Alle omstandigheden in acht genomen maar terecht, spaarden we achteraf onze scherpe kritiek niet en wezen in alle oprechtheid op de talrijke fouten en tekortkomingen die hierbij klaar aan het licht waren gekomen.
Het moet zijn dat de Cerclespelers zelf volkomen bewust waren van hun ontgoochelend en minderwaardig akteren tegen Beerschot, want tegen de landskampioenen uit Lier hebben ze zich verleden zondag niet alleen overtroffen maar tevens een heel wat betere en gavere prestatie ten beste gegeven.  Zeker, alles was bijlange nog niet perfekt en alles liep nog niet helemaal gesmeerd –met als bijzonderste nog te verbeteren punten het tekort aan uitvoersnelheid en diepte– doch er was globaal een verheugende gunstige kentering waar te nemen, die de toekomst reeds heel wat minder duister doet uitzien.  Als men ten minste verder in dezelfde zin bevestigd.
Hier ook moeten we immers in acht nemen dat het een loutere oefenpartij betrof, die weinig vaste maatstaven biedt betreffende de konditie en het rendement van de in lijn komende spelers en ploegen. De verbetering bij Cercle was echter zo opvallend dat we zulks in alle objektiviteit dubbel en dik willen onderlijnen. Zonder dat Liersche reeds “de” ploeg was die kampioenenspel demonstreerde en wel nog terdege in rodage bleek, was de repliek van de lokalen echter van die aard, dat zij ruim gelijke tred hielden met de kampioenen en voluit het besluitend 1-1 gelijkspel verdienden.” 


Technische krabbels…

-opkomst: 2.000 toeschouwers.
terrein: uitstekend.
fair-play: vriendensfeer.
leiding: ref. Casteleyn, goed.
doelpunten: 60’ Bailliu 1-0, 60’ Vermeyen 1-1.
corners: Cercle 7, Liersche 4.
Cercle: Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Locskai, Buyse (De Caluwé), Bailliu,
  Michiels, J. Gerard.
Liersche: M. Baeten, Bogaerts, Thys, A. Baeten, Willems, Van Dessel, Valckenborgh,
  Goossens, Vermeyen, Martens, Van Roosbroeck.

  Stippen we aan dat Liersche deze week met dezelfde opstelling Espagnol Barcelona versloeg
  met 2-1.
 

De tijd van de oefenwedstrijden lag, na het gelijkspel tegen Lierse, achter de rug. Het werd nu hoog tijd voor het serieuze competitiewerk.  De groen-zwarten wilden, na al die jaren van geduld oefenen, eindelijk de beoogde promotie in de wacht slepen maar natuurlijk waren wel meer ploegen op het waardevol promotieticket belust.

“Het Brugsch Handelsblad” wierp alvast een blik op Cercle’s eerste competitiematch van het seizoen 1960-1961, een zeker niet te onderschatten verplaatsing naar F.C. Diest : “Morgen zondag gaat de bal weer officieel aan het rollen : Diest – Cercle” : “De groen-zwarten wacht morgen zondag reeds een kwade verplaatsing naar FC Diest, die met de Bruggelingen nog een eitje te pellen heeft.  Cercle haalde er verleden seizoen immers heel gevleid de beide punten zodat Van Camp en Cie op weerwraak belust zijn.  De Bruggelingen weten dus van meet af waar ze aan toe zijn en zullen dubbel uit hun ogen moeten kijken willen ze niet verrast worden.  Tegen Lierse lieten ze verleden zondag een niet onaardige indruk maar toch zal er nog meer “poer” moeten inzitten om de volle buit binnen te halen. We menen dan ook dat een draw reeds een ruim bevredigend begin zou zijn voor de groen-zwarten.
Moeten we het hier nogmaals betreuren dat de vaste ploegopstelling slechts de vrijdagavond bekend wordt gemaakt en wij deze zodoende niet kunnen mededelen, dan geven we hierna toch de officieuze formatie zoals zij wellicht te Diest in lijn zal komen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Locskai, Buyse, Bailliu, Michiels, Jo Gerard.”

  • Brugge

* Stakingen, personeelsingrepen, sociale onrust,… het is van alle tijden.  Het hoeft trouwens niet altijd op al dan niet georganiseerd verzet te stuiten, zeker niet als het personeel met de genomen maatregel(s) akkoord gaat en er de voordelen van kan inzien.  Ook het personeel van de Brugse stadsschouwburg kon er in 1960 over meepraten :

Nieuw statuut voor personeel van stadsschouwburg” : “Het personeel van de Brugse stadsschouwburg werd kort geleden kollektief ontslagen, doch daarna opnieuw aangeworven.  De bedoeling van deze op het eerste gezicht zonderlinge maatregel is, het personeel door een nieuw kontrakt te binden, waarin meer rekening gehouden wordt met de sociale vooruitgang.  Er is dus geen sprake van eigenlijk ontslag, zoals sommige geruchten voorwendden.” 

Cerle Brugge KSV

De voorgevel van de prachtige Brugse stadsschouwburg in de Vlamingstraat die op 30 september 1869 de deuren opende met een voorstelling van “Les mousquetaires de la reine”.  Reeds in 1864 was de beslissing gevallen dat Brugge toe was aan een nieuw theater maar het had nog heel wat voeten in de aarde voor het effectief zo ver was.  Op de plaats waar de stadsschouwburg gebouwd werd stond een kleinere theaterzaal uit 1756, in de volksmond de “Comedie” genoemd. Veel oudere Bruggelingen spraken ook vele jaren later nooit over het Schouwburgplein (wat de correcte benaming was) maar hielden hardnekkig vast aan de destijds ingeburgerde benaming “Comedieplaats”.  Voor de bouw van de stadsschouwburg werd niet enkel de oude “Comedie” afgebroken, ook 45 huizen in de nabijheid verdwenen onder de sloophamer en 150 Bruggelingen dienden uit te kijken naar een nieuw onderkomen.  De nieuwe schouwburg werd gebouwd naar plannen van Gustave Saintenoy die de hierover georganiseerde architectuurwedstrijd gewonnen had.  

Zijn inspiratie had hij gehaald bij het Parijse operagebouw van Charles Garnier. In 1969 bestond de stadsschouwburg 100 jaar en kreeg het predicaat ‘Koninklijk’ toegekend.
(bron foto : https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/29835)

Voor de stadsschouwburg staat het beeld van Papageno, de vogelvanger uit “Die Zauberflöte”, een opera van Wolfgang Amadeus Mozart (zie foto onder).

Cerle Brugge KSV

(bron foto : Flickr)

* We kunnen er jammer genoeg niet meer van genieten in Brugge maar ooit was het een sterke Brugse troef : het Heilig Bloedspel.  Wie dit massatoneel, dat in de schaduw van het Belfort werd opgevoerd, nog bijgewoond heeft kan zich alvast niet meer piepjong noemen want het Heilig Bloedspel ofwel het Sanguis Christi ging de laatste keer door in… 1962.  Toch blijven veel Bruggelingen hopen dat er ooit weer een stadsbestuur komt dat het Heilig Bloedspel opnieuw een plaatsje geeft tussen de vele evenementen die onze Brugse stede rijk is.

De eerste editie vond plaats in 1938 en er kwamen meer dan 125.000 toeschouwers op af.  Zoals de naam duidelijk maakt vormt het Heilig Bloed, de wereldberoemde religieuse relikwie, het onderwerp.
Het Heilig Bloedspel werd georganiseerd in opdracht van het Brugse stadsbestuur en stond volledig los van de jaarlijkse Heilig Bloedprocessie die een realisatie is van de Edele Confrérie van het Heilig Bloed.

 

(bron foto : www.odis.be)

Het Heilig Bloedspel was een creatie van redemptoristenpater Jozef Boon.

Cerle Brugge KSV

Hij werd op 5 september 1900 geboren in Halle.  Na zijn handelsstudies aan het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Halle werd hij secretaris bij de inspectie van het lager onderwijs. In 1921 trad hij in in het noviciaat der paters Redemptoristen van Sint-Truiden en werd er geprofest op 20 september 1922.  Op 21 september 1927 werd hij tot priester gewijd in Beau Plateau.
Jozef Boon ging vervolgens Germaanse filologie studeren aan de Katholieke Universiteit Leuven en promoveerde in 1932 tot licentiaat Germaanse letteren.  Tot 1944 gaf hij les aan het College van het Eucharistisch Hart te Essen, een job die hij verder combineerde met die van secretaris bij de inspectie van het lager onderwijs.

Jozef Boon verwierf naam en faam in de katholieke toneelwereld als auteur van toneelstukken en spreekkoren.  In 1938 ontwierp hij het Brugse Heilig Bloedspel rond de verering van het Heilig Bloed waarbij Bijbelse en historische motieven de inspiratie vormden voor een openluchtspel dat toen gold als eigentijdse religieuze kunst voor het brede publiek.  Jozef Boon werd datzelfde jaar aangesteld als algemeen leider van de opvoeringen van het door hem ontworpen en geschreven Heilig Bloedspel.  In 1947 stichtte hij het blijvend Gezelschap van het Heilig Bloedspel en riep het toneeltijdschrift De Graal in het leven.
Pater Jozef Boon overleed op 5 april 1957 te Gent, amper 56 jaar jong.
Het afsterven van pater Jozef Boon was een zwaar verlies voor de opvoeringen van het Heilig Bloedspel te Brugge maar ook voor het religieus toneel in België en zelfs in West-Europa.  Pater Boon was immers tot ver buiten onze landsgrenzen bekend als auteur van een hele reeks religieuze toneelwerken en als bezieler van talrijke toneelopvoeringen en toneelcongressen.  Liefst 46 (!) van zijn werken werden in niet minder dan zes (!) talen vertaald.
Uiteraard pakte het toneeltijdschrift De Graal uit met een speciaal nummer gewijd aan het leven en werk van Pater Boon. Na zijn dood kwam de leiding over het Heilig Bloedspel in handen van een andere Redemptoristenpater : Albert Speekaert.

Cerle Brugge KSV

Een zicht op de uitvoering van het Heilig Bloedspel.  Het Belfort vormde het decor van dit religieus massaspektakel.  Aan het Belfort was een reusachtig kruisbeeld aangebracht (bron foto : Geneanet).

De pers spaarde de lofbetuigingen niet voor de eerste editie waarbij, typisch voor die tijd, de vrouwelijke en de mannelijke figuranten zorgvuldig van elkaar gescheiden werden !  Het (bijna) logisch gevolg was dat er reeds in 1939 een tweede editie kwam.

 

Zoals hoger aangehaald werd het Heilig Bloedspel ontworpen door Pater Jozef Boon. Maar alles alleen realiseren kon hij natuurlijk ook niet.  Zo zorgde componist Arthur Meulemans voor de muziek en stond Anton Van de Velde in voor de regie. 

Componist Arthur Meulemanswerd geboren in Aarschot op 19 mei 1884.

(bron foto : Musicalics) 

De vader van Arthur was een ambachtsman die als muziekliefhebber zelf dansmuziek componeerde.  De jonge Arthur kreeg bijgevolg zijn eerste muzieklessen van zijn eigen vader.  Maar daar stopte het niet.  Van zijn oom Jan leerde hij de piccolo (= de niet geheel correcte maar wel veel gebruikte naam voor de sopranino-dwarsfluit) bespelen.  Nog een ander leraar gaf hem vioollessen terwijl de jonge knaap ook nog lessen harmonieleer, contrapunt en fuga onder de knie probeerde te krijgen.
Arthur Meulemans volgde les aan het Mechelse Lemmensinstituut en werd er, na zijn eindexamen in 1906, leraar tot in 1914. Ondertussen was hij in 1911 in het huwelijksbootje gestapt met een verhuis naar Tongeren tot gevolg.  

Cerle Brugge KSV

In de stad van Ambiorix onderrichtte hij muziek aan het Koninklijk Atheneum, een job die hij uitoefende tot hij in 1930 aangesteld werd als dirigent (samen met Fernand Quinet) van het pas opgerichte Symfonieorkest van de Belgische Radio in Brussel.  Meulemans was hiermee niet aan zijn proefstuk toe want eerder reeds was hij dirigent geweest van diverse amateur-muziekverenigingen.
Arthur Meulemans mag binnen het Belgische muziekleven een overgangsfiguur genoemd worden tussen de romantische Vlaamse generatie na Peter Benoit en de moderne internationale stromingen die in België een definitieve doorbraak kennen met August L. Baeyens.

Meulemans mocht prat gaan op een groot symfonisch oeuvre dat meer dan 350 werken telt en verwierf hiermee een plaatsje tussen de meest productieve en bekendste Belgische componisten uit de eerste helft van de twintigste eeuw.  Hij schreef onder meer vijftien symfonieën, drie opera’s, vijf strijkkwartetten, liederen, oratoria, koorwerken en soloconcerti voor allerhande instrumenten.  Kreeg hij in het begin van zijn carrière vooral naam en faam met zijn vocale werken, vanaf 1930 wijdde hij zich meer en meer aan het orkest.
Zoveel talent moest beloond worden : in 1909 won hij de befaamde Prix de Rome met zijn oratorium “De legende van de Heilige Hubertus” en kort voor de Eerste Wereldoorlog ontving hij de Karel Bouryprijs van de Vlaamse Academie voor zijn “Kinderliederen”.
In 1916 stichtte Meulemans in Hasselt de latere Limburgse Orgel- en Zangschool.
Vanaf 1932 leefde en werkte hij in Brussel. In 1954 werd hij president van de Koninklijke Vlaamse Academie.  Arthur Meulemans overleed op 29 juni 1966 in Etterbeek.
 

Cerle Brugge KSV

(bron foto : theater.ua.ac.be)

Met Jozef Boon en Arthur Meulemans passeerden reeds twee verantwoordelijken van het Heilig Bloedspel de revue.  De persoon die dit drieluik vervolledigde was regisseur Anton van de Velde.

Anton van de Velde werd in Antwerpen geboren op 8 juli 1895 en was toneelschrijver, schrijver, dramaturg en regisseur.  Als schrijver verwierf  hij vooral bekendheid met zijn jeugdboeken en met zijn driedelige reeks over het leven van Joost van den Vondel.  Diverse werken van hem werden vertaald in het Duits, Frans en Noors.

 


Hij wordt nog altijd gezien als de voornaamste vertegenwoordiger van het Vlaams katholiek getinte expressionisme.
Anton van de Velde was vooral actief op het vlak van toneel als schrijver en regisseur.  Tussen 1929 en 1932 leidde hij het Vlaamsche Volkstooneel en werkte hij als redactiesecretaris van de Toneelgids.  In de jaren vijftig en zestig was hij één van de huisregisseurs van de Koninklijke Vlaamse Opera.
Eén van zijn grootste opdrachten als regisseur was die van het massaspektakel van het Heilig Bloedspel.
Anton van de Velde overleed op 21 juni 1983 in Schilde.


Het Heilig Bloedspel werd opgevoerd in 1938, 1939, 1947, 1952, 1957 en 1962.

De opbouw van het reusachtige podium aan de voet van het Belfort was telkens weer een titanenwerk en mocht rekenen op de nieuwsgierigheid van de Bruggelingen én van de toeristen.  De opvoeringen zelf gingen uiteraard telkens ’s avonds door en de Brugse Markt werd gedurende al die dagen gewoon verkeersvrij gemaakt.
 

Op het midden van de Markt, naast het standbeeld van Jan Breydel en Pieter de Coninck, stond de regiecabine die men het uitzicht gegeven had van een van kantelen voorziene middeleeuwse toren. De volledige Markt was volgestouwd met zitplaatsen zodat ruim twintigduizend toeschouwers per opvoering een plaatsje vonden.
De editie 1957 had zelfs nog een bijzondere verrassing in petto want op 1 augustus volgde, speciaal voor de Bruggelingen !, een volksvertoning.  Voor twee frank, de euro was toen nog heel veraf, kon een Bruggeling deze uitzonderlijke editie bijwonen !

De affiche van het Heilig Bloedspel 1947.  Ze geeft ons een prachtig beeld van een avondlijke opvoering van dit massaspektakel aan de voet van het Belfort.  Boven het podium hangt een reusachtig kruisbeeld en boven de gekruisigde Christus ‘wappert’ een reuzegrote Vlaamse leeuw.  In 1947, twee jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, kon dit blijkbaar wel.  In 2018, éénenzeventig jaar later, zou deze Vlaamse leeuw vanuit bepaalde hoeken wellicht op protest stuiten…

In “Het Brugsch Handelsblad” van 3 september 1960, twee jaar voor het laatste Heilig Bloedspel zou doorgaan, verscheen er een artikel over een meningsverschil omtrent de regie :

Cerle Brugge KSV

De regie van het H. Bloedspel” : “In verband met de moeilijkheden, die gerezen zijn in de schoot van de leiding van het H. Bloedspel, ligt momenteel weinig nieuws voor.  Er is een kompromisvoorstel, uitgaande van de raad, waarbij dhr. Remi Van Duyn de eigenlijke regie zou waarnemen en dhr. Anton Vandevelde, de vroegere regisseur, zou belast worden met de lichtregie.  In die zin werd een voorstel aan het schepenkollege overgemaakt, waarop echter nog geen antwoord is gekomen.  Dhr. Van Duyn gaat echter met dit voorstel niet akkoord. Hij is van mening, dat de belichting een integraal deel uitmaakt van de algemene regie en dat zowel de spelregie als de regeling van de belichting door één man moet geleid en gericht worden. Daaruit volgt, dat aan de gerezen moeilijkheden tot nog toe geen einde is gekomen.  Indien men aan de scheiding van de regie zou vasthouden, zou het kunnen gebeuren, dat men naar een andere regisseur dan dhr. Van Duyn zal moeten uitzien, vermits men blijkbaar dhr. Vandevelde niet meer wil belasten met de algemene regie.  Naar verluidt zou de beheerraad van het H. Bloedspelgezelschap binnen kort bijeen komen, om de kwestie andermaal te bespreken.  O.i. heeft het inderdaad weinig zin, de regie te splitsen, want het kan dan best gebeuren, dat ingevolge verschillende opvattingen, het H. Bloedspel geen homogeen karakter meer zou hebben, wat uiteindelijk aan de opvoeringen moet schaden.  Men zal de moed moeten hebben, kordate beslissingen te treffen.  In het tegenovergestelde geval zou men best doen, de zaken te laten zoals ze zijn, want kompromissen als deze brengen geen aarde aan de dijk en met tweeslachtigheid is nog nooit iets gediend geweest, stellig niet waar het gaat om de regie van een openlucht- en massaspel als het H. Bloedspel.”

(Marnix Knockaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Halfweg

In een vorig leven, eigenlijk nog maar anderhalf seizoen geleden, toen ik nog instond voor de gedrukte versie van SHOT, diende er maandelijks een redactioneel stukje te verschijnen op  pagina 1, dit ongeacht of er voldoende inspiratie was of niet…
Nu heb ik de “luxe” om dit te doen wanneer het me uitkomt of wanneer het tijdstip er het best voor geschikt is.  Het einde van de eerste periode komende zondag lijkt me een gepast  moment om even terug te blikken en een hoopvolle blik in de toekomst te werpen.

Voorafgaand aan het huidige seizoen pende ik iets neer met als titel “optimisme”.  We kenden door de inbreng van AS Monaco een tsunami aan nieuwe spelers.  Toen reeds schreef ik dat het onmiskenbare talent dat we binnenloodsten gekneed moest worden tot een hecht team.  De pers plaatste ons voorop als de te kloppen ploeg.  Vanzelfsprekend had dit (terecht) positief beeld ook een keerzijde, want ploegen plooiden zich dubbel tegen ons.  Wellicht door de jeugdige overmoed werden heel wat punten onwaarschijnlijk te grabbel gegooid.  Overwinningen en verlieswedstrijden wisselden zich af. Om die reden vond ik het ook niet raadzaam er iets over neer te pennen en even de kat uit de boom te kijken.

Een aantal supporters die met (terecht) hoge verwachtingen het seizoen tegemoet zagen, waren regelmatig ontgoocheld (verliespunten in het slot van de wedstrijd bv.).  De ene uitte dit al luidruchtiger dan de andere en niet steeds met zinvolle omschrijvingen (op Roeselare stond er na afloop eentje naast me in de toiletten die luidruchtig verkondigde dat het bestuur buiten moest…).  Eén ding is duidelijk: 1e klasse B is een niet te onderschatten reeks waar elke wedstrijd een cupwedstrijd is.

Naast de “techniekers” in onze ploeg hebben we gelukkig ook een aantal vechters en routiniers.  Een elftal met de juiste mix daaruit samenstellen is de taak van de trainer.

Gentleman José Riga (zoals onze voorzitter hem omschreef tijdens de persconferentie bij de aanstelling van Frank Vercauteren), slaagde daar blijkbaar niet in.  Een op dat ogenblik derde plaats in de eerste periode werd als onvoldoende beschouwd en om de doelstelling van dit seizoen te bereiken, lees: een periode winnen om zo de promotie proberen af te dwingen, werd snel ingegrepen.  Nauwelijks enkele uren nadat de coach zijn kastje leegmaakte werd een persconferentie gehouden waarbij de nieuwe trainer voorgesteld werd.  Velen keken ongelovig naar de naam (die voortijdig uitlekte).  Franky Vercauteren!  Zelfs de nationale TV-zenders vonden eens de weg naar de groene kant van Jan Breydel. Ook de naam van de assistent die hij meebracht wekte verwondering, Vincent Euvrard.  Vincent die bij aanvang van het vorige seizoen nog hoofdtrainer was bij Groen-Zwart.  Mooi om een gekend (Groen-Zwart) gezicht terug te zien.

Op het ogenblik van het ingrijpen - lees trainerswissel - maakte Cercle nog een mathematische kans op de eerste  periodetitel.  Het belangrijkste was wellicht dat er nog drie wedstrijden “inloopperiode” waren naar de volgende, ultieme, kans, nl. de 2e periode.
Dat die inloopperiode nodig is, werd duidelijk op het veld van Lierse.  Elke trainer legt zijn eigen accenten.  De groep moet die opnemen.  In enkele dagen tijd is dit quasi onmogelijk.  Op Lierse was dit duidelijk.  Op Tubize, steeds een moeilijk te bespelen ploeg, zeker in het Stade Leburton, zagen we reeds een gans ander Cercle.  Veel balbezit, vele kansen, maar wat niet wijzigde … weinig omgezette kansen.  Zoals vaak tegen ons speelde de doelman ook weer zijn match van het seizoen.

Maar… er is ook een ander aspect! Sportief hebben we het enkele malen zelf laten liggen, maar “de man in oranje” (in het zwart als het een Nederlander is) liet zich tevens niet steeds van zijn mooiste kant zien.  Gigantische krantenkoppen, bladzijden vol bla bla, analisten op TV die nog meer uit hun nek kunnen kletsen, enz… omtrent de videoref.  Wij moeten het echter stellen met een aantal scheidsrechters waar ik om beleefdheidsredenen mijn mening niet verder over uitdruk.

Ik beperk me tot vorige zondag.  Wat indien de scheids wel zijn job deed bij de duidelijke strafschopfout en/of bij een andere fase Tubize tot tien man herleid zou hebben?
Ga ik te kort door de bocht?  Ik denk het niet.  In “KW sportactua” (20 oktober 2017) laat Dennis van Wijk, met heel wat ervaring in 1B, noteren: “Als je eerste klasse B voor volwaardig wil aanzien, dan moet je stoppen met het als laboratorium voor experimenten te beschouwen.  Nu laten ze hier bij ons jonge refs proefstomen, maar ze vergeten dat één punt meer of minder soms het verschil uitmaakt over het voortbestaan van de club.  Het gaat om profvoetbal, je moet dus ook hier toprefs hebben.”   Einde citaat.

De wedstrijd komende zondag tegen Westerlo, die de eerste periode afrondt, is voornamelijk van belang om het goede wat op Tubize te zien was in het spel te bevestigen en… winnend af te sluiten.  Zo kweek je vertrouwen bij spelers en aanhang.  Het is tevens de ultieme voorbereiding om voluit te kunnen gaan voor de 2e periode die de zondag nadien start met een uitgelezen test tegen Beerschot-Wilrijk.

We starten met een nieuwe lei en hopen in februari een feestje te kunnen bouwen met de periodetitel.

Leve Cercle!

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met de trainer - Laurent Guyot

We zijn tevreden, nu “SHOT-online” terug op dreef geraakt, u nog eens een trainersinterview te kunnen aanbieden.  Onze vorige trainer, Frank Vercauteren, wou destijds geen niet-wedstrijd gerelateerde interviews geven aan de pers.  Ook niet aan de eigen media.
Met Laurent Guyot ontmoetten we net voor de vrijdagnamiddagtraining, anderhalve dag voor de wedstrijd tegen Anderlecht, een aimabele gesprekspartner.

"Ik ben heel gelukkig hier te zijn"

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Kampioenendiner

Na de viering op het podium trok het Cercle-gezelschap (spelers, sportieve staf, begeleiders en beheerraadsleden van de cvba en de vzw) naar een “geheime” locatie om met een maaltijd de feestdag af te sluiten.

De twee bussen trokken richting hotel-restaurant “Lodewijk Van Male”, waar eerst een aperitief plaatsvond in de prachtige tuin en vervolgens een maaltijd.

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Play-offs bij de jeugd

Ook bij de jeugd zijn er play-offs van toepassing.
Een woordje toelichting:
De ELITE jeugdkampioenschappen worden gespeeld door de clubs die uitkomen in de afdelingen profvoetbal 1A en 1B én de jeugdlicentie “ELITE” bezitten.
In dit artikel hebben we het over de leeftijdscategorieën U13 t/m U19.  Bijgevolg de ploegen die met 11/11 spelen.  (De U10 t/m U12 spelen 8/8 en de U9 5/5)

De ploegen worden ingedeeld in twee reeksen nl. A & B.  Reeks A bestaat uit de twaalf ploegen met de hoogste kwaliteitsranking.  Het is de Pro-league die de criteria voor deze kwaliteitsranking bepaalt.  Deze criteria zijn onafhankelijk van het feit of de A- ploeg uitkomt in 1A of 1B.

De reeks B bestaat uit de overige (in principe twaalf) ploegen.

Zo spelen de Cercle-jongeren in reeks B tegen Eupen, Moeskroen, Westerlo, KV Oostende, Tubeke, Antwerp, KV Kortrijk, Roeselare, Waasland Beveren, Lommel en Union.

Na de heen- en terugwedstrijden worden in beide reeksen per leeftijdscategorie een rangschikking opgemaakt.  Daaruit volgt een ranking.  Die ranking wordt opgemaakt aan de hand van de eindklassering van de ploegen U15 t/m U19.  Bij een gelijke stand haalt de vereniging met de hoogst geklasseerde U19 ploeg het.

De nummers 1 t/m 8 van de reeks A spelen een “play-off 1”.  

De nummers 9 tot 12 van de reeks A en de nummers 1 t/m 4 van de reeks B spelen een “play-off 2”.  

De nummers 5 t/m 12 van de reeks B spelen een “play-off 3”.

Dit weekend (4 maart) loopt de eigenlijke competitie af, maar er staan nog enkele inhaalwedstrijden op het programma (zoals voor ons de U13,14,17,19 tegen Roeselare op 11 maart).

De situatie ziet er op dit ogenblik rooskleurig uit voor de Groen-Zwarte jeugd.  De combinatie van de U13 t/m U19 staat op plaats 3.  De situatie om deel te nemen aan PO2, voor al deze ploegen, houdt rekening met de U15 t/m U19.  Daar staat de Cerclejeugd op plaats 2 (voornamelijk met dank aan de U19 met plaats 1 en de U 17 met plaats 3) na het ongenaakbare Eupen.

Dat net de oudste jeugdcategorieën het goed doen is goed nieuws natuurlijk.

Voor de ploegen uit 1B is dit systeem van competitie positief naar mijn mening.  Vroeger dienden ze het onder elkaar “uit te vechten” in 2e afdeling.  Nu kunnen de jeugdploegen zich meten met ploegen uit 1A (en zoals in het geval van Cercle ze achter zich laten) en via deelname aan PO2 opnieuw tegen andere ploegen uitkomen.  Sportief staan ze dus, ondanks 1B,  op gelijke hoogte en dit kan belangrijk zijn voor (verstandige) ouders als ze beslissen waar ze hun zoon willen “stallen”… 

Of het uiteindelijk binnenkort vaststaat dat de Groen-Zwarte jongeren definitief deelnemen aan PO2 en hoe ze het er van afbrengen, laten we later nog weten.

(met dank aan Wilfried Devos voor het bijhouden van de cijfergegevens)

(Georges Debacker)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Keepertrainer: Pieter-Jan Sabbe

Cercle beschikt over een uitgebreide technische staf.  Een onontbeerlijk element daarin is de keepertrainer.  Daar waar de assistent-trainers reeds weinig in de spotlights komen, is dit zo mogelijk voor een keepertrainer nog minder het geval.  Pieter-Jan geeft er ook zelf de voorkeur aan om in de luwte te werken.  

“Onbekend is onbemind” luidt het spreekwoord.  Daar willen we met dit artikel wat verandering in brengen.

Je bent 37 en woonachtig in Marke?

Ik verhuisde recent naar Lendelede.  Ik ben afkomstig uit Zwevegem. Mijn hele leven speelde zich af in de regio Kortrijk.  Ik liep er school en sloot me op 15-jarige leeftijd aan bij K.V. Kortrijk.  Ik woonde tien jaar in Marke en sinds deze zomer, samen met mijn echtgenote Ine Veys en kinderen Siebe (7), Marie-Maxine (8) en  Rhune (10), in Lendelede.

Wat onthouden we van je sportieve carrière als speler?

Ik vatte aan bij Zwevegem Sport, een lokale ploeg.  Van mijn vijftiende tot tweeëntwintigste  speelde ik bij K.V. Kortrijk.  De laatste drie jaar behoorde ik tot de A-kern.  Het eerste jaar, in 1e afdeling, was ik 3e doelman, de volgende twee seizoenen 2e doelman.  Als jonge keeper  maakte ik er mooie zaken mee.  ¼ finale Beker van België als 2e doelman, vijf wedstrijden op de bank in eerste afdeling en daarna wedstrijden gespeeld in 2e afdeling.

2002 werd een heel moeilijk jaar met de faling van KV Kortrijk.  Er zou een fusie komen tussen Kortrijk en Wevelgem.  Ik stapte eerst mee in dat fusieverhaal, maar dat sprong uiteindelijk af.  Zo vatte ik aan bij Wevelgem in derde afdeling.  Ik verbleef er twee jaar.  Daarna volgden twee seizoenen Doornik, met Claude Verspaille als trainer en Piet Timmerman, die ik kende van bij Kortrijk, op de liberoplaats. Het was leuk.  Ik maakte er ook de fusie mee en de ingebruikname van het nieuwe stadion.
Ik kreeg toen echter problemen met mijn schouder en ik moest stoppen met voetballen.  Dit op mijn vijfentwintigste!
Ik moest stoppen met voetballen op mijn vijfentwintigste

Met je 37 jaar nu ben je jong als keepertrainer, maar wel, net door die blessure, reeds zowat twaalf jaar bezig?

Ik ben tweemaal geopereerd aan de schouder. Van beroep ben ik sportleraar.   Ik zou net al-dan-niet vast benoemd worden.  Het werd dus een moeilijke keuze.  Het ging echter niet meer om mij te verdedigen in het voetbal en ik besloot, vol ambitie, om voor mijn schoolcarrière te kiezen en dit te combineren met de taak als keepertrainer.

Ik kreeg direct alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk onder mijn hoede.  Dit deed ik drie seizoenen.  Ondertussen haalde ik alle mogelijke diploma’s als keepertrainer.  

Men stelt soms “hij is jong”, maar van mijn vijfentwintigste tot mijn zevenendertigste was ik drie jaar verantwoordelijk voor alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk, daarna bij SV Roeselare, vervolgens, als “jonge gast in de branche” drie seizoenen de A-ploeg van Antwerp.  Een moeilijke, maar mooie grote ploeg in België.  Dat was o.a. met Dennis van Wijk.  Of Dennis er voor iets tussen zat dat ik er keepertrainer werd?  Eigenlijk was het Luc De Vroe die er voor gezorgd heeft.  Hij was toen sportief directeur in Roeselare.  Hij wist dat mijn ambitie was om de keepers van de eerste ploeg te trainen.  Waarschijnlijk was het objectief om me die taak bij Roeselare toe te kennen, maar toen kwam die plaats bij Antwerp vrij.  Luc kende Dennis wel en zo is het in principe gegaan.  

In Antwerp kreeg ik na een jaar het vertrouwen door me een contractverlenging van twee seizoenen te laten ondertekenen.  

Het tweede jaar was ook een ervaring op zich met Jimmy Floyd Hasselbaink als hoofdcoach.  Tweemaal topschutter in de Premier League, driemaal topschutter van Chelsea, WK’s meegemaakt, enz…  

Zoals je aanhaalt trainde ik er ook oud-Cerclist Björn Sengier.  Hij kende er een uitstekend eerste seizoen (periode van Wijk).  Hasselbaink had het seizoen erop een andere visie op het profiel van een doelman en Björn had het er moeilijk mee.  Speciaal aan het feit dat ik trainer was van Björn was dat we ooit concurrenten waren en dat ik als 29-jarige op dat ogenblik hem als 31-jarige trainde …

Met Dennis van Wijk, op en top professional, en Hasselbaink had ik heel goede leermeesters.  Ook in het laatste jaar leerde ik veel bij.  Dan meer bepaald over het voetbalwereldje.  Antwerp was toen in overname, er waren besparingen, enz… Een moeilijk seizoen bij een “moeilijke” vereniging.  

Antwerp is toen overgenomen door De Cuyper (en Paul Gheysen) en men sloeg een andere weg in.  Zoiets valt wel voor in het voetbal.  Dat was echter heel laat.  Eigenlijk ging ik blijven, dan bleek het moeilijk en ben ik een jaartje naar Koksijde gegaan.  Het was het seizoen dat ze naar 2e klasse promoveerden.  Daar valt niet veel over te schrijven.  Sportief en financieel was die promotie naar 2e een stap te hoog voor de kustploeg.  Met die voorzitter heb ik nog steeds een goed contact.  Ik vertelde hem: “je moet zorgen dat je de mooiste amateurclub wordt van het land”.  “Je zit aan de kust, een mooi klein stadion, een leuke club”  (n.v.d.r.: het voorbeeld van Knokke volgen?).  Het viel anders uit.

Tussendoor hielp ik als vriendendienst ook nog even Izegem uit de nood, toen hun keepertrainer tijdens het seizoen opstapte.  Ik kende trainer Franky Dekenne van toen hij coach was van Wevelgem terwijl ik er speelde.  Ik depanneerde toen een tijd, eigenlijk wat langer dan voorzien.

Toen kwam Cercle?

Via Eric Deleu, die van keepertrainer Algemeen Directeur werd bij Groen-Zwart, kreeg ik na Antwerp opnieuw de mogelijkheid om voor een grote mooie professionele ploeg te werken.  Toen het verhaal Monaco startte mocht ik aan boord blijven.  Riga kende me en was lovend.  Met de financiële inbreng van de Monegasken konden ze kiezen uit wie ze wilden, maar ik mocht blijven.  Ik denk dat mijn ervaring uit de voorbije tien jaar daar wel bij geholpen heeft.  Ik ben ook dankbaar voor die kans, zowel t.o.v. José als voor Cercle.  Als je ziet dat ik nu opnieuw kan werken met, voor mij,  toch een van de drie topcoaches van België, is dit geweldig om mijn bagage nog te verruimen.

Omtrent de job nu.  De bedoeling van een keepertrainer is om doelmannen beter te maken.  Hoe vat je dat aan?

Allereerst bekijk ik welke doelmannen ik heb.  In mijn loopbaan heb ik al “mooie” doelmannen onder mijn hoede gehad.  Ik denk bv. aan Jorn Brondeel,  niet zo gekend bij het Belgische publiek.  Het is een fantastische doelman.  Hij debuteerde bij mij op Antwerp.  Hij speelde bij de U19, was afkomstig van Zulte-Waregem, en was 3e doelman bij the Great Old.  Hij heeft 12 tot 14 wedstrijden gespeeld.  Hij transfereerde naar Lierse waar hij 1e doelman werd.  Hij brak er volledig door.  Vervolgens trok hij naar Nederland (NAC Breda) en tekende onlangs een langdurig contract bij Twente.  Hij speelt elke wedstrijd.  Voor mij was hij een zeer leuke ontdekking.  Ik had ook Louis Bostyn, die nu bij Waregem speelt, onder mijn hoede.  Het is zo dat ik ook een keeperacademie heb, “S1Pro”, waar jonge doelmannen opgeleid worden.  Dat doe ik supergraag.  Zo’n 30 à 35 keepertjes van diverse leeftijden  nemen er aan deel.  Zowel Brondeel als Bostyn komen daaruit voort.  Ook jongens die in 2e amateur spelen zoals Mathieu Vanderschaeghe die hier vorig jaar nog speelde. 
Dat project is “mijn kindje” en ik zou dit niet graag ooit loslaten.
Verder was er ook nog Frank Boeckx, die in de C-kern van AA Gent zat, die we in Antwerp terug konden opvissen.  Later kon hij bij Anderlecht terug doorbreken.

Om concreter op je vraag te antwoorden: 

Hier op Cercle heb ik drie heel verschillende profielen als doelman.
Vorig seizoen vroeg Cercle me uit te kijken naar een Belgische doelman die ook zou aanvaarden dat Paul Nardi eventueel eerste doelman zou zijn, maar hem ook bijstaan in zijn verdere ontwikkeling.  Dat profiel was niet zo gemakkelijk om in te vullen.  De keuze viel op Brian Vandenbussche.  Hij is hier toegekomen en had de voorbij seizoenen weinig gespeeld.  Hij was echter zeer gemotiveerd. Op dat ogenblik rekenden we er ook nog niet op dat Miguel Van Damme zo snel terug top zou zijn.  We hadden januari/februari voor ogen.  Vandaag dus!  We kregen Miguel echter veel vroeger compleet in orde, wat natuurlijk voor het grootste deel aan hemzelf te danken is.  Hij is een atleet tot en met.  Als je ziet van hoever hij komt…  Zijn drang en wil hoe hij het realiseerde geeft ook mij kracht.  Ik weet ook dat ik direct op hem kan rekenen mocht er bv. iets met Paul voorvallen.

Ook daar heeft Brian zeer goed mee omgegaan. Hij was topfit bij aanvang seizoen.  Is toen ziek geworden en verloor een zestal weken.  In de “rangorde”, een woord dat ik niet graag gebruik, staat hij nu op nummer drie.  Hij gaat daar echter formidabel mee om.  Hij ondersteunt Paul, helpt Miguel enz…

We hebben drie echte nummers 1

Voor mezelf maak ik van mijn doelmannen een draaiboek op met hun profiel en diverse parameters.  Kracht, snelheid, lenigheid, hoge ballen, één tegen één situaties, enz… Alles waar ze goed en minder goed in zijn.  Ik zet dit in kleur.  Rood = serieus werk aan de winkel, oranje = we moeten er zeker mee aan de slag en groen is een zeer hoog niveau.  Groen moet je onderhouden, oranje zijn werkpunten en rood is veel werk.  Paul had twee rode blokjes.  Ik zal vanzelfsprekend hier niet zeggen wat dit inhoudt.  We hebben er serieus aan gewerkt én ik zie er een duidelijke evolutie in.  Dat geeft voor mij voldoening in mijn werk.  

Mijn taak is om jongens individueel beter te maken.  Met dat plan kijk ik ook naar mezelf.  Slaag ik in mijn opzet?  Is er beterschap merkbaar op de “rode punten”?  Maak ik hen niet beter, dan heb ik mijn werk niet goed gedaan.

Concreet maak ik een jaarplan.  Dat deel ik in per drie maand op de ongeveer negen maand voetbal in een seizoen.  Zo gaat het verder naar een maand- en weekplanning.  Daarna zoek ik de juiste oefenstof om hen op elk domein beter te maken.

Na iedere wedstrijd maak ik een video-analyse per onderdeel en bespreek ik het, samen met de andere doelmannen zodat ze ook mee zijn in het verhaal.  Zo leert iedereen.

"Mijn visie is: als je als doelman tien wedstrijden speelt mogen er een zestal gewoon goed zijn, ééntje of misschien twee minder goed, en twee/drie waar je echt punten pakt.  Een doelman kun je namelijk niet beoordelen op één wedstrijd."

De combinaties om een doelman te trainen zijn ook niet eindeloos denk ik dan?

Als je zonet vernam hoe minutieus en uitgebreid alles uitgewerkt wordt, denk ik dat ik meer dan werk genoeg heb.  Ik kom tijd te kort.  Ik zou de doelmannen liever nog meer bij me hebben.  De situaties die een doelman kan tegenkomen zijn zeer ruim.  Hoge bal pakken of wegbotsen, man tegen man situatie, uittrappen, inwerpen, centraal of naar de flanken, enz… 
Ik heb zeker geen probleem om de trainingen op te vullen.

Een keepertrainer komt niet zo vaak op het voorplan?

Dat hoeft voor mij ook niet.  Ik werk liever met mijn beperkt groepje.  Als je als keeper uit de radar blijft, is het teken dat je goed bezig bent.  Ook voor mij als trainer.  Als ze niet veel over je werk praten, is het teken dat je in stilte goed bezig bent.  Het lawaai en de grote show heb ik niet nodig.  

Voor mezelf geef ik me het werkpunt te blijven zoeken naar vernieuwende, betere oefenstof door onderzoek op het internet, gesprekken met collega-trainers, discussies met hoofdtrainers, bijscholingen, enz… . Mijn sterk punt is zeker het op menselijk vlak bezig zijn met de doelmannen.  Wij hebben eigenlijk drie echte nummers 1.  Er is er echter geen enkele die loopt te klagen of te zagen.  We zijn een klein groepje, maar weten heel goed waarmee we bezig zijn.

Ik kan duizend interviews geven, maar als we het met onze doelmannen op het veld niet bewijzen, dan staan we nergens.  Zij niet en ik niet.  Iedereen kent zijn plaats en weet dat hij gerespecteerd wordt.  Met onze drie toppers op die manier samenblijven zonder miserie, wel, daar ben ik trots op!  Ik hoop dat wij ons steentje kunnen bijdragen aan de doelstelling van Cercle!

(Georges Debacker)

Lees meer