koop tickets online

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 209)

(periode van 10-09-1960 -> 10-09-1960)


•    Cercle

De tijd van de oefenwedstrijden zat er op.  Nu kwam het serieuze competitiewerk er aan.  Een competitie waarin de groen-zwarten een rol van betekenis wilden spelen met een promotieticket als ultieme beloning.  De weg was lang en meerdere ploegen deden graag een gooi naar de promotie maar ook elftallen die tegen de degradatie vochten konden punten kosten.  En zelfs tegen ploegen waarvan georakeld werd dat ze niets te winnen of te verliezen hadden keek je maar best uit.  De lange weg naar Eerste klasse was overduidelijk bezaaid met heel wat wolfijzers en schietgeweren…
Om het eerste elftal een hart onder de riem te steken had de reservenploeg alvast geprobeerd het goede voorbeeld te geven : ze hadden de reserven van F.C. Diest een 4-0 oplawaai verkocht : “Vorige zaterdag boekten de Cerclereserven een vlotte 4-0 zege tegen Diest.  Met drie doelpunten schoot de oud Sporting Charleroi-midvoor Lambert zich op het voorplan, maar de grote uitblinker was ontegensprekelijk de Wevelgemnaar Eric Daels.”   

De reserven hadden getoond hoe het moet maar het eerste elftal moest nu nog de theorie omzetten in praktijk…


“F.C. Diest – Cercle Brugge 2-2 – Fatale penalty zes minuten voor tijd…” : “Er waren nog amper 6 minuten te spelen en Cercle stond nog steeds met 1-2 aan de winst, toen de ver naar achter opererende lokale rechtsbuiten Maes zijn zoveelste hoge voorzet naar Mortier’s kooi zond.  En weer lieten de supporters hun mistevredenheid horen, want de center was eens te meer veel te dicht bij het doel gegeven, waar Mortier hoog opspringend de bal met de beide vuisten wegbokste.  Op hetzelfde ogenblik beging Roje echter een even dwaze als nutteloze haakfout op de toespringende Van Roosbroeck…
“Penalty !” huilde naast mij de Diesterse trainer Marcel Vercammen en terzelfdertijd floot scheidsrechter Van Gijsegem, terwijl hij kordaat naar de elfmeterstip wees.  Meteen kreeg Jefke Van Camp gelegenheid om de stand te effenen, want alhoewel vrij slecht gegeven, belandde de bal toch tegen de touwen, daar Mortier de verkeerde hoek gekozen had…  En evenals verleden jaar tijdens de eerste kompetitiewedstrijd, verloren de groen-zwarten opnieuw een punt door een “onnozele” strafschop !  Wedden dat Roje nog vaak aan die eerste wedstrijden zal terugdenken ?
Toch dient het gezegd dat die puntendeling de getrouwe weergave is van het geleverde spel.  Toonde de Diest-aanval zich heel wat bedrijviger dan de eerder slappe Brugse voorhoede, dan stond de trapvaste Cercle-defensie veel steviger te been dan haar wit-zwarte overburen, zodat het gelijk spel ongetwijfeld iedereen (of niemand) zal bevredigd hebben.”

Technische krabbels…

F.C. Diest – Cercle Brugge 2-2


- opkomst : 2.500 toeschouwers.
- weersgesteldheid : om beurten regen en zon.
- terrein : goed doch gras veel te lang.
- fair-play : niets te melden.
- leiding : ref. Van Gijseghem, goed.
- corners : Diest 6, Cercle 4.
- doelpunten : 47’ Van Roosbroeck 1-0, 67’ Buyse 1-1, 80’ Bailliu 1-2, 84’ Van Camp
  (penalty) 2-2.
- F.C. Diest : Goeleven, Drijvers, Bos, Greeven, Verdonck, Saenen, Maes, Van Camp,
  Boeckx, Van Roosbroeck, Van Rompay.
- Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Locskai, Buyse, Bailliu, Michiels,
  Gerard.

Wij weten het reeds van vorige gelegenheden maar ‘Dani’ was er in ‘Het Brugsch Handelsblad’ altijd als de kippen bij om bijzondere gebeurtenissen van de afgelopen week in een ‘bont beeld’ vast te leggen.  De penaltyfout van Marin Roje, zes minuten voor tijd, die Cercle uiteindelijk een waardevol punt zou kosten was voor ‘Dani’ dan ook een dankbaar onderwerp :

En natuurlijk geen ‘bont beeld’ zonder een korte begeleidende tekst : “Cercle haalde op Diest toch een punt.  Niettemin geraakte Roje voor zijn eerste match toch reeds verzeild in een strafschophistorie.  Van een specialist op dit gebied gesproken.”

Cerle Brugge KSV

De volgende wedstrijd leverde een thuisduel op tegen White Star.  De groen-zwarten konden van deze gelegenheid gebruik maken om de puntjes op de i te plaatsen na het uit de handen geven van de zege op F.C. Diest.  Met minder dan een zege zouden de supporters geen genoegen nemen en volgend (vermoedelijk) elftal moest dit zien te realiseren : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Buyse, Daels, Lambert, Bailliu en Michiels.



    Brugge
 

* “Brugse paraplegiekers hebben de eer” : deze titel deed mij toch even de wenkbrauwen fronsen gewoon omdat ik het woord waarmee het onderwerp van deze zin omschreven werd niet onmiddellijk verwacht had in een weekblad uit 1960.  Zoals jullie weten betekent paraplegie een verlamming aan beide zijden van het lichaam of, korter gezegd, een dubbelzijdige verlamming.  Tegenwoordig is het maar de normaalste zaak van de wereld dat atleten met een beperking sportief actief zijn en er ook voor hen competities, ja zelfs Olympische Spelen, georganiseerd worden.  De hoogste tijd dus om even op het internet te zoeken naar de oorsprong er van.  Wat blijkt : de georganiseerde sport voor sporters met een lichamelijke beperking deed zijn intrede na de Tweede Wereldoorlog.  Heel wat gewonde soldaten en burgers waren in revalidatiecentra terecht gekomen en sport werd er geïntroduceerd als een belangrijk onderdeel van het revalidatieprogramma.  Aanvankelijk groeide sport als revalidatie uit tot recreatieve sport en later tot wedstrijdsport.  Eén van de pioniers was Ludwig Guttmann, een Duitse neuroloog, die verbonden was aan het Stoke Mandeville ziekenhuis in Engeland.  Toen in 1948 de Olympische Spelen gehouden werden in Londen organiseerde hij in Stoke Mandeville een sportieve wedstrijd voor sporters met een rolstoel : de Stoke Mandeville Games dat de basis werd voor de latere Paralympische Spelen.
Het initiatief verspreidde zich over de hele wereld en ook in Brugge voelden ‘paraplegiekers’ zich geroepen om het sportieve strijdperk te betreden : 

“Tijdens de selektiewedstrijden van zaterdag jl. voor de Belgische paraplegiekers die moesten aangeduid worden voor de Stokemandeville-games, die te Rome, in ’t kader van de Olympische Spelen zullen betwist worden, hebben de Brugse paraplegiekers, de troetelkinderen van dokter Vertongen, zich bijzonder onderscheiden.  In de basketballwedstrijden overwonnen zij andermaal de Brusselaars met 13 tegen 12.  Van de 500 deelnemers uit alle delen van het land werden er niet minder dan 4 Brugse paraplegiekers geselektioneerd om te Rome aan de spelen deel te nemen.
Zondag 2 oktober zal men die moedige kerels aan het werk kunnen zien in de Vrije Technische School te Brugge, waar zij sportdemonstraties zoals basket-ball, turnen en ping-pong zullen ten beste geven.  Over deze uitzonderlijke sportgebeurtenis komen wij in onze volgende nummers nader terug.  Intussen wensen wij onze Brugse jongens veel sukses te Rome, alwaar dr. Vertongen hen zal vergezellen.”

Cerle Brugge KSV

Rolstoelatleten in actie op de 800 meter rolstoelrace tijdens de Olympische Spelen voor mindervaliden tijdens de Paralympische Zomerspelen 1980 (bron foto : Wikipedia).

* In Brugge had vroeger (bijna) elke wijk zijn feest.  Eén van de in Brugge wereldberoemde wijkfeesten is dat van de Verloren Hoek (op het einde van de Carmersstraat) maar ook andere wijken konden destijds prat gaan op een flink georganiseerd wijkfeest.  Eén daarvan was Sint-Gillis dat bij de ietwat oudere Bruggelingen veel beter bekend is als ’t Zilletje :

“Geslaagd wijkfeest op Sint-Gillis” : “Als een der oudste volkswijken van onze stad heeft Sint-Gillis andermaal blijk gegeven de oude traditie der wijkkermissen in ere te willen houden.  Nadat de feestelijkheden van verleden jaar door allerlei misverstanden in het “water” waren gevallen, heeft dit jaar een nieuwe groep durvers van Sint-Gillis de handen uit de mouwen gestoken en het initiatief genomen, om de herinrichting van een feestkomitee te bewerken en aldus aan “ ’t Zilletje” opnieuw zijn kermispret te schenken.  Dat men hierin ten volle geslaagd is heeft het verloop der feestelijkheden voldoende bewezen, en graag vernoemen wij hier de samenstelling van dit verdienstelijk nieuw komitee.  Het zijn de hh. Martens Paul, erevoorzitter ; François Lebacq, voorzitter ; Bert Wills, ondervoorzitter ; Van Mieghem, sekretaris ; Henri Van Troye, penningmeester en de kommissarissen Medard Rosseel en Raymond Somers.  En met hen juichen alle inwoners van de wijk “Leve ’t Zilletjie”.

Was er een tijd dat de wijkfeesten welig bloeiden dan kwam er ook een tijd dat het ene wijkfeest na het andere verdween.  De samenleving veranderde, de sociale contacten verminderden of hielden (bijna) helemaal op te bestaan, de vele vrijwilligers die zich belangeloos voor hun wijk of kwartier hadden ingezet haakten af en de aflossing van de wacht stond niet klaar.  Maar alles keert terug zegt men weleens.  Daarom niet noodzakelijk in de oude vorm maar de laatste jaren zijn er in de diverse stadsgedeelten toch weer de nodige enthousiastelingen die, om de buurtbewoners eens samen te krijgen en beter te leren kennen, hun schouders onder het initiatief van een straat-, wijk- of buurtfeest stoppen en op die manier wat ambiance proberen te brengen waar zij wonen.

Ook in Sint-Gillis probeerde men de buurtfeesten nieuw leven in te blazen maar het verliep met vallen en opstaan.  Het grootste probleem was dat zelfs de wijkbewoners niet stonden te popelen om aan de vele activiteiten deel te nemen of zelfs maar bij te wonen.  Op de site Buurtwerk Sint-Gillis leert het artikel “Sint-Gillis Brugge : exit” ons hoe moeilijk het kan zijn om dergelijke festiviteiten te laten bestaan en te doen slagen.

Buurtfeest Sint-Gillis op 29 augustus 2015 (bron foto : http://www.bb-emma.be).

* Nu wij toch enigszins in de sfeer van het feesten verzeild zijn viel mij in een ander artikel een in onbruik geraakt woord op : koekezondag.  Is dat geen mooi woord ?  Maar wat betekende het ?
 

Cerle Brugge KSV

Het artikeltje dat je hieronder aantreft en het woord koekezondag bevat gaat over een wielerwedstrijd voor onafhankelijken en bevat een schat aan namen van firma’s en bedrijven waarvan de meeste ondertussen al jaren tot de geschiedenisboekjes behoren.  Daarover alleen al uitweiden zou mij ontelbare interessante bladzijden achtergrondinformatie van een rijk Brugs verleden opleveren.  Misschien kom ik hier later nog eens op terug want heel veel Bruggelingen herinneren zich ongetwijfeld nog de brouwerijen ’t Hamerken en Aigle-Belgica, Cinema Metro, café ’t Nieuw Kwartier, betonfabriek De Clercq-De Maerschalk, café Mexico, café Sint-Elooi, wasserij Canteclaer en wasserij Sinte-Anna en nog zo veel meer…

- Gemeente  Sint-Kruis -
_________________

Koekezondag  25 september 1960
Grote Prijs  Was- en Zelfwasserij
Canteclaer (Sint-Kruis) en Sinte-Anna (Brugge)
voor Onafhankelijken BWB
15.000 frank prijzen – 3.000 frank premiën
Palm en beker aan de overwinnaar
Ereprijs Meubelgalerij Huyghe – Ezelstraat, 71, Brugge

Ingericht door de Supportersclub “Recht op Geluk” in samenwerking met het Gemeentebestuur – Kon. Brugse Velosport – Bieren Meiresonne (verdeler Germain Pattijn) – Bieren ’t Hamerken en Aigle-Belgica – Meester-kleermaker Achiel Cauwels – Zuivelfabriek Ste-Marie Oedelem – Velo’s en Bromfietsen Jos Janssen – Huis Richard Verté – Roger Caestecker (Schilderwerken) – Garage De Scheemaecker (Ford en Taunus) – Likeurstokerij De Hert – Verzekeringsmaatschappij Constantia – Firma Lambert-Dauw (Minerale Vetten en Oliën) – Betonfabriek De Clercq-De Maerschalk – Cinema Métro – Café “De Tramstatie” – Café “Mexico” – Café “Sint-Elooi” – Café “De Schulle” – Café “Het Nieuw Kwartier” – Dagblad “Het Volk” en het Weekblad “Brugsch Handelsblad”.

Inschrijving : vanaf 12 uur in café “St-Elooi” (bij de Kerk) – Vertrek te 13 uur aan café “Casino”. – Aankomst : café “De Tramstatie”. – Premiënuitreiking : café “Mexico”.
Mikroreportage  RADIO  NORD, Noordzandstraat, Brugge – Radio  T.V. Siera – Koelkasten Siemens.
  

Freewheelend op het internet lees je dat met Koekezondag de zondag na de kermis bedoeld wordt.  Dat klopt met de datum (25 september) in het artikel want Sint-Kruis Kermis gaat altijd door op de derde zondag van september.  In 1960 viel Sint-Kruis Kermis op 18 september en vierde men een week later, dus op 25 september, Koekezondag.
Om de kermis destijds een feestelijk karakter te geven maakten vele huismoeders een deeg met zacht brood, dat vervolgens licht gesuikerd werd en waar zij dan eventueel rozijnen aan toe voegden om vervolgens hun eigen koekebrood te bakken.  Rozijnen kwamen vroeger in de meeste gezinnen enkel met de kermis of ter gelegenheid van een communiefeest op tafel.  Vooruitziende moeders maakten wat extra deeg of zij bewaarden wat over was van Kermiszondag voor de daaropvolgende zondag zodat de voorbije kermis alvast op een feestelijke manier kon afgesloten worden.  Meteen kreeg die zondag de naam Koekezondag mee.
Blijkbaar was dit gebruik vooral gekend in West-Vlaanderen.
Wie graag meer te weten komt over heem- en volkskunde in het Brugse kan ik zeker verwijzen naar de vele werken hieromtrent van wijlen Magda Cafmeyer.
Zij werd geboren als Magdalena Cafmeyer in Sint-Kruis op 10 september 1899 in wat je een kroostrijk gezin mag noemen.  Zij was immers het zesde van twaalf kinderen in het gezin van Arthur Cafmeyer en Hermine Neyrinck.  Geen enkele van de dochters stapte in het huwelijksbootje.  Ofwel werden zij kloosterlinge ofwel werden zij onderwijzeres.  Magda studeerde voor onderwijzeres aan de Brugse Rijksnormaalschool.  In 1923 werd zij onderwijzeres in een volksschool van de Zusters van de Heilige Vincentius.  Zij bleef les geven in de Brugse scholen van deze congregatie tot aan haar pensionering in 1955.
Toen zij nog onderwijzeres was toonde zij reeds veel belangstelling voor de achtergrond van haar leerlingen.  Zij vroeg hen naar de gewoonten bij hen thuis, welke liedjes er gezongen werden, welke verhalen hun ouders en grootouders vertelden,… en schreef dit allemaal zorgvuldig op.  Uit al die informatie distilleerde zij haar eerste publicaties.
Na haar pensionering organiseerde zij de archivering van mondelinge informatie op een meer professionele manier : gewapend met een bandopnemer, een fototoestel en een notaboek bezocht zij de oudere bewoners uit de Brugse regio om ze te laten vertellen over hun leven.  Zij verzamelde een schat aan informatie over de stiel die zij uitgeoefend hadden, over hun legerdienst, over spreuken en gezegden, over geloof en bijgeloof, over devotie en over nog zo veel meer.
Zij verwerkte deze rijke oogst aan gegevens in talrijke artikels die verschenen in het tijdschrift “Biekorf”, “Handelingen van het Genootschap voor geschiedenis te Brugge”, in de volkskundige almanak “ ’t Beertje”,…  Alleen al in “Biekorf” publiceerde zij tussen 1933 en 1983 niet minder dan 126 uitgebreide bijdragen in de vlotte vertelstijl haar eigen en getuigend van haar brede belangstelling  !
In het tijdschrift “Biekorf” uit 1947 schreef Magda Cafmeyer het artikel “Als het kermis is” waarin zij merkwaardige bijzonderheden geeft over Sint-Kruis Kermis zoals de opsomming van de gevierde kermisdagen : “… zaterdagavond : kermisopening met vreugdeschoten en klokgelui – kermiszondag – maandag : viering in familie en dienst voor de overledenen – dinsdag : ringsteking – woensdag : prijsbolling – donderdag : allerlei volksspelen – Koekezondag en zelfs Koeksmaandag (voor de Brugse kantwerksters)…”

Magda Cafmeyer pende verder ook heel wat neer over Sint-Kruis en Male, over de toponymie (= plaatsnaamkunde) en de hydrografie van Brugge en van het gebied ten noordoosten van Brugge.
Magda Cafmeyer mocht zeker een bezige bij genoemd worden want naast haar vele auteurswerk was zij van 1952 tot 1972 conservator van het Museum van Volkskunde, werd zij ook nog stadsgids, gaf zij vaak voordrachten of lessen in de Koninklijke Gidsenbond, was zij stichtend lid van de Vereninging voor Volkskunde Antwerpen, bestuurslid van de West-Vlaamse Bond van volkskundigen, corresponderend lid van de Koninklijke Belgische Commissie voor Volkskunde, stichtend lid van de vzw Abdij van Male,…
 

Cerle Brugge KSV

(bron foto : http://heemkundesintkruis.brugseverenigingen.be/SintKruizenaars/CafmeyerMagda)
Magda Cafmeyer overleed op 11 februari 1983.  In haar geliefd Sint-Kruis werd een straat naar haar vernoemd.          
 

* Van buurtfeesten en Koekezondag naar bier is maar een kleine stap.  In de destijds heel bekende maar ondertussen reeds jaren verdwenen brouwerij Aigle-Belgica werd een nieuwe technische directeur aangesteld : “Nieuwe technische direkteur benoemd in de brouwerijen Aigle Belgica” : “Als opvolger van wijlen Theo Janssens werd voor enkele dagen dhr. P.R. De Decker, ingenieur IFBr., aangesteld.  De nieuwe technische direkteur is afkomstig uit Brussel en kwam in 1936 in Aigle Belgica te Gent in dienst.  In 1948 werd hij adjunkt van dhr. Janssens te Brugge.  Net zoals zijn voorganger is de nieuwe technische direkteur vergroeid met zijn bedrijf.  Wij wensen hem vele jaren aan de technische leiding van de Brugse brouwerij en het beste voor de toekomst.” 

Eerder in deze reeks gaven wij een historiek van deze brouwerij die in de loop der jaren in het Brugse uitgegroeid was tot een begrip.  Voor wie het toen zou gemist hebben volgt hieronder een beknopte versie…
 

Een luchtfoto van de brouwerij Aigle-Belgica in Brugge toont ons hoe groot deze brouwerij wel was.  De gebouwen, die zich vooral situeerden tussen de Elisabeth Zorghestaat, de Carmersstraat, de Rijkepijndersstraat en de Snaggaardstraat, besloegen niet minder dan 13.000 m² !  Op de voorgrond zien wij de gebouwen van het Sint-Leocollege kant Elisabeth Zorghestraat. 

(bron tekst en foto : http://www.thamerken.be/brouwerijgeschiedenis/AIGLE.htm).

Cerle Brugge KSV

In 1553 vond je in de nabijheid van de Carmersbrug, waar nu Hotel Adornes gevestigd is, brouwerij Den Arend terug.  Deze naam was het uiteindelijke restant van brouwerij De Blauwe Arent die destijds in de Noordzandstraat was opgestart.
In het begin van de negentiende eeuw was Antoine De Meulemeester de eigenaar van brouwerij Den Arend.  Hij kocht het huizenblok op rond de bestaande brouwerij, het erf “De Blauwe Kroon”, om de brouwerij uit te breiden.

De grote bloei van de brouwerij kwam er in de tweede helft van de negentiende eeuw onder leiding van Leon De Meulemeester.  Reeds in 1877 wilden de brouwerijverantwoordelijken het gloednieuwe lage gistingsprocédé toepassen maar… de oude wet op de accijnzen vormde de struikelsteen.  Leon De Meulemeester omzeilde dit obstakel echter heel handig door… een directeur der Accijnzen in dienst te nemen als commercieel directeur.  De oude wet werd korte tijd later gewijzigd en brouwerij Den Arend was er als de kippen bij om het nieuwe product pils op de markt te brengen.

In 1906 richtte Leon De Meulemeester samen met zijn drie kinderen Victor, Alphonse en Alice de NV Den Arent op.  De behuizing langs de Sint-Annarei was te klein om de nieuwe installaties voor de lage gisting in onder te brengen en zonder verpinken kocht NV Den Arent tussen 1923 en 1925 meer dan vijftig godshuizen in de omgeving van de Elisabeth Zorghestraat, de Snaggaardstraat en de Rijkepijndersstraat.  Wat nu fel protest zou uitlokken kon toen wel nog : NV Den Arent kreeg toelating om alle huisjes af te breken.  Als enige tegenprestatie vroeg stad Brugge dat de NV vijfentwintig nieuwe godshuisjes zou bouwen in de Stijn Streuvelsstraat in het nieuwe Gezellekwartier.  Op de vrijgekomen gronden (meer dan 13.000 m² !) bouwde de NV een nieuwe brouwerij waarvan de gebouwen (met toelating van stad Brugge !) een hoogte van liefst tweeëntwintig meter mochten hebben.
In 1928 besloten brouwerij Den Arent uit Brugge en brouwerij Belgica uit Gent hun krachten te bundelen : de nieuwe NV Grote Verenigde Brouwer Aigle-Belgica was geboren !
De fusie was voor de Gentse vestiging het begin van het einde want op het einde van de jaren veertig werden de brouwketels in de vroegere brouwerij Belgica stilgelegd.
In Brugge daarentegen boerde men naarstig verder.  De brouwerij bouwde en verbouwde, verschafte aan ongeveer tweehonderd mensen werk en telde in de jaren zeventig meer dan zeshonderd (!) verplichte café’s.  Viermaal daags werd er gebrouwen in ketels van driehonderd hectoliter.
Maar het mooie liedje bleef niet duren.  De mouterij werd stilgelegd in 1968.  Piedboeuf, dat reeds tweeëntwintig procent van de aandelen bezat, nam in 1978 brouwerij Aigle-Belgica over.  De verouderde ketels raakten in onbruik en de gebouwen dienden tot 1982 enkel nog als een depot voor het Jupilerbier.  In 1982 verhuisde het depot naar het industriegebied ’t Waggelwater in Sint-Andries.  De gebouwen van de eens zo machtige Aigle-Belgica werden in 1985 gesloopt.  Een tot puin vervallen wijk bleef achter !


•    Internationaal

De problemen in de vroegere kolonie Belgisch-Congo waren nog steeds niet voorbij.  Zowel Joseph Kasavubu als zijn opponent Patrice Lumumba betwistten elkaar onophoudelijk de heerschappij.  Men kon enkel hopen op een snelle en vreedzame oplossing…

“Krachtproef Kazavoeboe – Loemoemba ontknoping nabij ? – Loemoemba roept zich in dagorde tot staatshoofd uit” : “De krachtproef tussen Kazavoeboe en Loemoemba nadert snel haar hoogtepunt.  In een nota, verstrekt aan de pers, betwistte gisteren het kabinet van president Kazavoeboe de juridische geldigheid van de stemmingen ten gunste van Loemoemba in kamer en senaat.  De stemming, aldus de nota, betekent niet, dat het vertrouwen in de regering betuigd werd, vermits Loemoemba geen eerste minister meer is, krachtens een volkomen wettelijk besluit van het staatshoofd.  De stemming is derhalve slechts een wens, wettelijk komt het het parlement niet toe, een beslissing van het staatshoofd te wijzigen.  De uitvoerende en de wetgevende macht zijn gescheiden, zodat thans alleen Iléo, belast met de regeringsvorming, de uitvoerende macht vertegenwoordigt.
Van zijn kant richtte Loemoemba een dagorde tot het leger, waarin hij verklaarde, zich zelf als staatshoofd uit te roepen en Kazavoeboe andermaal van verraad beschuldigde.  Loemoemba nam ook het opperbevelhebberschap van het leger op zich.  Hij stuurde een legerafdeling naar het UNO-hoofdkwartier, ten einde de UNO te bewegen, de kontrole over radio en vliegvelden op te heffen.  De afdeling werd door UNO-strijdkrachten beleefd afgescheept.  Tegen gisterennamiddag verwachtte men een betoging van niet nader vernoemde jeugdbewegingen tegen Loemoemba, gisterenvoormiddag was de toestand te Leopoldstad nog rustig, terwijl de UNO alles onder toezicht houdt.”

De toestand in onze vroegere kolonie dat zich herdoopt had tot de Republiek Congo ging natuurlijk niet onopgemerkt voorbij aan Dani die er prompt een “bont beeld” van maakte voorzien van een gevatte ‘ondertiteling’ :

Cerle Brugge KSV

“In Kongo is het slot van de historie nog niet in het zicht.  Loemoemba en Kazavoeboe zetten elkaar beurtelings af.  En daarmee stijgt de warboel nu ook ten top.”

(Marnix Knockaert)
 

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Keepertrainer: Pieter-Jan Sabbe

Cercle beschikt over een uitgebreide technische staf.  Een onontbeerlijk element daarin is de keepertrainer.  Daar waar de assistent-trainers reeds weinig in de spotlights komen, is dit zo mogelijk voor een keepertrainer nog minder het geval.  Pieter-Jan geeft er ook zelf de voorkeur aan om in de luwte te werken.  

“Onbekend is onbemind” luidt het spreekwoord.  Daar willen we met dit artikel wat verandering in brengen.

Je bent 37 en woonachtig in Marke?

Ik verhuisde recent naar Lendelede.  Ik ben afkomstig uit Zwevegem. Mijn hele leven speelde zich af in de regio Kortrijk.  Ik liep er school en sloot me op 15-jarige leeftijd aan bij K.V. Kortrijk.  Ik woonde tien jaar in Marke en sinds deze zomer, samen met mijn echtgenote Ine Veys en kinderen Siebe (7), Marie-Maxine (8) en  Rhune (10), in Lendelede.

Wat onthouden we van je sportieve carrière als speler?

Ik vatte aan bij Zwevegem Sport, een lokale ploeg.  Van mijn vijftiende tot tweeëntwintigste  speelde ik bij K.V. Kortrijk.  De laatste drie jaar behoorde ik tot de A-kern.  Het eerste jaar, in 1e afdeling, was ik 3e doelman, de volgende twee seizoenen 2e doelman.  Als jonge keeper  maakte ik er mooie zaken mee.  ¼ finale Beker van België als 2e doelman, vijf wedstrijden op de bank in eerste afdeling en daarna wedstrijden gespeeld in 2e afdeling.

2002 werd een heel moeilijk jaar met de faling van KV Kortrijk.  Er zou een fusie komen tussen Kortrijk en Wevelgem.  Ik stapte eerst mee in dat fusieverhaal, maar dat sprong uiteindelijk af.  Zo vatte ik aan bij Wevelgem in derde afdeling.  Ik verbleef er twee jaar.  Daarna volgden twee seizoenen Doornik, met Claude Verspaille als trainer en Piet Timmerman, die ik kende van bij Kortrijk, op de liberoplaats. Het was leuk.  Ik maakte er ook de fusie mee en de ingebruikname van het nieuwe stadion.
Ik kreeg toen echter problemen met mijn schouder en ik moest stoppen met voetballen.  Dit op mijn vijfentwintigste!
Ik moest stoppen met voetballen op mijn vijfentwintigste

Met je 37 jaar nu ben je jong als keepertrainer, maar wel, net door die blessure, reeds zowat twaalf jaar bezig?

Ik ben tweemaal geopereerd aan de schouder. Van beroep ben ik sportleraar.   Ik zou net al-dan-niet vast benoemd worden.  Het werd dus een moeilijke keuze.  Het ging echter niet meer om mij te verdedigen in het voetbal en ik besloot, vol ambitie, om voor mijn schoolcarrière te kiezen en dit te combineren met de taak als keepertrainer.

Ik kreeg direct alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk onder mijn hoede.  Dit deed ik drie seizoenen.  Ondertussen haalde ik alle mogelijke diploma’s als keepertrainer.  

Men stelt soms “hij is jong”, maar van mijn vijfentwintigste tot mijn zevenendertigste was ik drie jaar verantwoordelijk voor alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk, daarna bij SV Roeselare, vervolgens, als “jonge gast in de branche” drie seizoenen de A-ploeg van Antwerp.  Een moeilijke, maar mooie grote ploeg in België.  Dat was o.a. met Dennis van Wijk.  Of Dennis er voor iets tussen zat dat ik er keepertrainer werd?  Eigenlijk was het Luc De Vroe die er voor gezorgd heeft.  Hij was toen sportief directeur in Roeselare.  Hij wist dat mijn ambitie was om de keepers van de eerste ploeg te trainen.  Waarschijnlijk was het objectief om me die taak bij Roeselare toe te kennen, maar toen kwam die plaats bij Antwerp vrij.  Luc kende Dennis wel en zo is het in principe gegaan.  

In Antwerp kreeg ik na een jaar het vertrouwen door me een contractverlenging van twee seizoenen te laten ondertekenen.  

Het tweede jaar was ook een ervaring op zich met Jimmy Floyd Hasselbaink als hoofdcoach.  Tweemaal topschutter in de Premier League, driemaal topschutter van Chelsea, WK’s meegemaakt, enz…  

Zoals je aanhaalt trainde ik er ook oud-Cerclist Björn Sengier.  Hij kende er een uitstekend eerste seizoen (periode van Wijk).  Hasselbaink had het seizoen erop een andere visie op het profiel van een doelman en Björn had het er moeilijk mee.  Speciaal aan het feit dat ik trainer was van Björn was dat we ooit concurrenten waren en dat ik als 29-jarige op dat ogenblik hem als 31-jarige trainde …

Met Dennis van Wijk, op en top professional, en Hasselbaink had ik heel goede leermeesters.  Ook in het laatste jaar leerde ik veel bij.  Dan meer bepaald over het voetbalwereldje.  Antwerp was toen in overname, er waren besparingen, enz… Een moeilijk seizoen bij een “moeilijke” vereniging.  

Antwerp is toen overgenomen door De Cuyper (en Paul Gheysen) en men sloeg een andere weg in.  Zoiets valt wel voor in het voetbal.  Dat was echter heel laat.  Eigenlijk ging ik blijven, dan bleek het moeilijk en ben ik een jaartje naar Koksijde gegaan.  Het was het seizoen dat ze naar 2e klasse promoveerden.  Daar valt niet veel over te schrijven.  Sportief en financieel was die promotie naar 2e een stap te hoog voor de kustploeg.  Met die voorzitter heb ik nog steeds een goed contact.  Ik vertelde hem: “je moet zorgen dat je de mooiste amateurclub wordt van het land”.  “Je zit aan de kust, een mooi klein stadion, een leuke club”  (n.v.d.r.: het voorbeeld van Knokke volgen?).  Het viel anders uit.

Tussendoor hielp ik als vriendendienst ook nog even Izegem uit de nood, toen hun keepertrainer tijdens het seizoen opstapte.  Ik kende trainer Franky Dekenne van toen hij coach was van Wevelgem terwijl ik er speelde.  Ik depanneerde toen een tijd, eigenlijk wat langer dan voorzien.

Toen kwam Cercle?

Via Eric Deleu, die van keepertrainer Algemeen Directeur werd bij Groen-Zwart, kreeg ik na Antwerp opnieuw de mogelijkheid om voor een grote mooie professionele ploeg te werken.  Toen het verhaal Monaco startte mocht ik aan boord blijven.  Riga kende me en was lovend.  Met de financiële inbreng van de Monegasken konden ze kiezen uit wie ze wilden, maar ik mocht blijven.  Ik denk dat mijn ervaring uit de voorbije tien jaar daar wel bij geholpen heeft.  Ik ben ook dankbaar voor die kans, zowel t.o.v. José als voor Cercle.  Als je ziet dat ik nu opnieuw kan werken met, voor mij,  toch een van de drie topcoaches van België, is dit geweldig om mijn bagage nog te verruimen.

Omtrent de job nu.  De bedoeling van een keepertrainer is om doelmannen beter te maken.  Hoe vat je dat aan?

Allereerst bekijk ik welke doelmannen ik heb.  In mijn loopbaan heb ik al “mooie” doelmannen onder mijn hoede gehad.  Ik denk bv. aan Jorn Brondeel,  niet zo gekend bij het Belgische publiek.  Het is een fantastische doelman.  Hij debuteerde bij mij op Antwerp.  Hij speelde bij de U19, was afkomstig van Zulte-Waregem, en was 3e doelman bij the Great Old.  Hij heeft 12 tot 14 wedstrijden gespeeld.  Hij transfereerde naar Lierse waar hij 1e doelman werd.  Hij brak er volledig door.  Vervolgens trok hij naar Nederland (NAC Breda) en tekende onlangs een langdurig contract bij Twente.  Hij speelt elke wedstrijd.  Voor mij was hij een zeer leuke ontdekking.  Ik had ook Louis Bostyn, die nu bij Waregem speelt, onder mijn hoede.  Het is zo dat ik ook een keeperacademie heb, “S1Pro”, waar jonge doelmannen opgeleid worden.  Dat doe ik supergraag.  Zo’n 30 à 35 keepertjes van diverse leeftijden  nemen er aan deel.  Zowel Brondeel als Bostyn komen daaruit voort.  Ook jongens die in 2e amateur spelen zoals Mathieu Vanderschaeghe die hier vorig jaar nog speelde. 
Dat project is “mijn kindje” en ik zou dit niet graag ooit loslaten.
Verder was er ook nog Frank Boeckx, die in de C-kern van AA Gent zat, die we in Antwerp terug konden opvissen.  Later kon hij bij Anderlecht terug doorbreken.

Om concreter op je vraag te antwoorden: 

Hier op Cercle heb ik drie heel verschillende profielen als doelman.
Vorig seizoen vroeg Cercle me uit te kijken naar een Belgische doelman die ook zou aanvaarden dat Paul Nardi eventueel eerste doelman zou zijn, maar hem ook bijstaan in zijn verdere ontwikkeling.  Dat profiel was niet zo gemakkelijk om in te vullen.  De keuze viel op Brian Vandenbussche.  Hij is hier toegekomen en had de voorbij seizoenen weinig gespeeld.  Hij was echter zeer gemotiveerd. Op dat ogenblik rekenden we er ook nog niet op dat Miguel Van Damme zo snel terug top zou zijn.  We hadden januari/februari voor ogen.  Vandaag dus!  We kregen Miguel echter veel vroeger compleet in orde, wat natuurlijk voor het grootste deel aan hemzelf te danken is.  Hij is een atleet tot en met.  Als je ziet van hoever hij komt…  Zijn drang en wil hoe hij het realiseerde geeft ook mij kracht.  Ik weet ook dat ik direct op hem kan rekenen mocht er bv. iets met Paul voorvallen.

Ook daar heeft Brian zeer goed mee omgegaan. Hij was topfit bij aanvang seizoen.  Is toen ziek geworden en verloor een zestal weken.  In de “rangorde”, een woord dat ik niet graag gebruik, staat hij nu op nummer drie.  Hij gaat daar echter formidabel mee om.  Hij ondersteunt Paul, helpt Miguel enz…

We hebben drie echte nummers 1

Voor mezelf maak ik van mijn doelmannen een draaiboek op met hun profiel en diverse parameters.  Kracht, snelheid, lenigheid, hoge ballen, één tegen één situaties, enz… Alles waar ze goed en minder goed in zijn.  Ik zet dit in kleur.  Rood = serieus werk aan de winkel, oranje = we moeten er zeker mee aan de slag en groen is een zeer hoog niveau.  Groen moet je onderhouden, oranje zijn werkpunten en rood is veel werk.  Paul had twee rode blokjes.  Ik zal vanzelfsprekend hier niet zeggen wat dit inhoudt.  We hebben er serieus aan gewerkt én ik zie er een duidelijke evolutie in.  Dat geeft voor mij voldoening in mijn werk.  

Mijn taak is om jongens individueel beter te maken.  Met dat plan kijk ik ook naar mezelf.  Slaag ik in mijn opzet?  Is er beterschap merkbaar op de “rode punten”?  Maak ik hen niet beter, dan heb ik mijn werk niet goed gedaan.

Concreet maak ik een jaarplan.  Dat deel ik in per drie maand op de ongeveer negen maand voetbal in een seizoen.  Zo gaat het verder naar een maand- en weekplanning.  Daarna zoek ik de juiste oefenstof om hen op elk domein beter te maken.

Na iedere wedstrijd maak ik een video-analyse per onderdeel en bespreek ik het, samen met de andere doelmannen zodat ze ook mee zijn in het verhaal.  Zo leert iedereen.

"Mijn visie is: als je als doelman tien wedstrijden speelt mogen er een zestal gewoon goed zijn, ééntje of misschien twee minder goed, en twee/drie waar je echt punten pakt.  Een doelman kun je namelijk niet beoordelen op één wedstrijd."

De combinaties om een doelman te trainen zijn ook niet eindeloos denk ik dan?

Als je zonet vernam hoe minutieus en uitgebreid alles uitgewerkt wordt, denk ik dat ik meer dan werk genoeg heb.  Ik kom tijd te kort.  Ik zou de doelmannen liever nog meer bij me hebben.  De situaties die een doelman kan tegenkomen zijn zeer ruim.  Hoge bal pakken of wegbotsen, man tegen man situatie, uittrappen, inwerpen, centraal of naar de flanken, enz… 
Ik heb zeker geen probleem om de trainingen op te vullen.

Een keepertrainer komt niet zo vaak op het voorplan?

Dat hoeft voor mij ook niet.  Ik werk liever met mijn beperkt groepje.  Als je als keeper uit de radar blijft, is het teken dat je goed bezig bent.  Ook voor mij als trainer.  Als ze niet veel over je werk praten, is het teken dat je in stilte goed bezig bent.  Het lawaai en de grote show heb ik niet nodig.  

Voor mezelf geef ik me het werkpunt te blijven zoeken naar vernieuwende, betere oefenstof door onderzoek op het internet, gesprekken met collega-trainers, discussies met hoofdtrainers, bijscholingen, enz… . Mijn sterk punt is zeker het op menselijk vlak bezig zijn met de doelmannen.  Wij hebben eigenlijk drie echte nummers 1.  Er is er echter geen enkele die loopt te klagen of te zagen.  We zijn een klein groepje, maar weten heel goed waarmee we bezig zijn.

Ik kan duizend interviews geven, maar als we het met onze doelmannen op het veld niet bewijzen, dan staan we nergens.  Zij niet en ik niet.  Iedereen kent zijn plaats en weet dat hij gerespecteerd wordt.  Met onze drie toppers op die manier samenblijven zonder miserie, wel, daar ben ik trots op!  Ik hoop dat wij ons steentje kunnen bijdragen aan de doelstelling van Cercle!

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Jong, ambitieus sluitstuk - Paul Nardi

Onze jonge “Monegask”, 22 jaar (18 mei 1994), is afkomstig uit Vesoul, een Frans stadje met een kleine 16.000 inwoners.  Het situeert zich in de driehoek Nancy/Dijon/Colmar.  Een koude maar prachtige streek (het dichtstbijzijnde skigebied ligt op amper 55 Km.), dixit Paul.  Wat Jacques Brel met Vesoul te maken heeft leest u verder in het artikel.

Paul, o.a. Frans jeugdinternational bij de U17, U18, U19, U20 en Beloften, is ambitieus en wil zoveel mogelijk wedstrijden spelen om zijn carrière te lanceren.  Dat hij over heel wat kwaliteiten beschikt, en niet toevallig een vijfjarig contract heeft bij Monaco, merkten onze supporters ook reeds op.

We voerden een gesprekje kort na de hervattingen van de trainingen, na een weekje verlof bij het aflopen van de reguliere competitie in 1B.

Gewoontegetrouw polsen we naar de eerste voetbaljaren.  Hoe zit dat bij jou?

Ik was van meet af aan doelman.  Hoe dit komt?  Ik had een oudere broer en toen we buiten speelden trapte hij ballen en ik poogde ze te stoppen.  Zo simpel is het.
Mijn eerste ploegje was in Vaivre-et-Montoille, net buiten Vesoul, en daarna speelde ik tot mijn twaalf jaar bij Vesoul HSV.

Zoals heel wat Franse spelers trok je naar een “centre de formation”?

Inderdaad.  Ik sloot aan bij het “centre de préformation” van AS Nancy.  Het was een combinatie school/internaat.  Op mijn 15/16 werd het het “centre de formation” met een traditionele opleiding van drie jaar.  Ik werd prof op mijn 18e.

Al vrij snel werd je titularis.  Enerzijds niet zo evident want de 1e doelman, Damien Grégorini, was een ervaren doelman met achtergrond bij Nice en Marseille?

Damien was inderdaad een gerespecteerd en ervaren doelman maar hij naderde het einde van zijn carrière.  Daarnaast kende hij een aantal familiale problemen op dat ogenblik en na een zestal wedstrijden in het seizoen 2013-2014 werd ik titularis (33 wedstrijden; nvdr).  Als jonge gast werd ik immers, met het vooruitzicht om hem ten gepaste tijde te vervangen, reeds voorbereid.  Ik heb ook heel veel steun aan hem gehad.  Hij heeft me geholpen om nr 1 te worden en hij was belangrijk voor mijn carrière.  

Het was een fantastisch jaar voor mij.  Ik was 18/19 jaar, eerste doelman, ik speelde in Toulon een toernooi met de Franse U20 en Monaco bood me een vijfjarig contract aan…
De Monegasken leenden me terug uit aan Nancy, zodat ik alweer een dertigtal wedstrijden ervaring kon opdoen in de Ligue 2.  

Mijn bedoeling is om voortdurend progressie te maken

Bij Monaco kon je even van de eerste ploeg proeven?

Ik speelde twee wedstrijden in de Ligue 1 en vier Bekerwedstrijden.

Aanvang dit seizoen leende Monaco je uit aan Stade Rennais (Ligue 1), maar je kwam er niet aan spelen toe?

Normaal zou hun doelman, Benoît Costil, vertrekken, maar dit gebeurde niet.  Ik was er dus 2e doelman.  Ik wou spelen en me herlanceren en toen kwam het voorstel van Cercle.  Ik twijfelde geen ogenblik! Mede door de blessure van Gilles Lentz op dat ogenblik kwam je meteen tussen de palen en dit lijkt aardig te lukken.  Je pakte ook reeds punten voor Cercle. Ik werkte hard sinds ik hier kwam en kon mijn plaats bemachtigen.  De vruchten van mijn arbeid zijn er.  Ik ben tevreden.  Dat ik reeds punten pakte voor Cercle?  Om die reden ben ik naar hier gekomen.  Het was een uitdaging voor mij.  De samenwerking met Monaco kan een goede zaak zijn.  Ik focus me actueel op die zes resterende wedstrijden.  Daarna praat ik wel met Monaco.  Mijn bedoeling is om voortdurend progressie te maken, door wedstrijden te spelen uiteraard.
Het doet ook deugd als je tijdens of na de wedstrijd de supporters je naam hoort scanderen.  Dat doet veel plezier.

In het kader van “opvallen met prestaties” is het wellicht spijtig dat we net niet deelnemen aan PO2?

Het is inderdaad echt spijtig.  In de relatief korte tijd dat ik hier ben vind ik dat we PO2 waardig zijn. Het is frustrerend dat dit ons ontlopen is.  Maar ja, dat is voetbal.  Nu is het allerbelangrijkste Cercle in 1B te houden.

Was het voor jou moeilijk om telkens, omwille van blessures, met een andere verdediging voor je te spelen?

Voor mij is het niet zo belangrijk.  Het zijn allemaal goede spelers.  Op training werk ik met allen.  We zijn jong en passen ons snel aan.  Geen probleem dus.

Bevalt het je hier in België?

Zeker.  Ik ben hier heel goed ontvangen.  Ik woon, samen met mijn vriendin, vlakbij de zee in Wenduine.  Zij is mij overal gevolgd.  In Nancy, Monaco, Rennes, hier.  Dat is goed voor mij.

Je weet ongetwijfeld dat Jacques Brel een lied schreef over Vesoul?

Ja, ik word vaak met deze vraag geconfronteerd.  Het is mooi dat hij een liedje componeerde over mijn meest geliefde stad (1)

Tot slot: ik veronderstel dat de week vakantie deugd deed na afloop van de reguliere competitie?

Zeker! Ik bezocht mijn ouders in Vesoul en jeugdvrienden in Nancy.  Ondertussen hebben we alweer goed gewerkt op training en zien we er naar uit om Cercle veilig te stellen.

(1) Jacques Brel overnachtte in 1960 in Vesoul en bracht de avond door met hotelgasten, het personeel en de uitbaters.  Hij beloofde een lied te maken over Vesoul.   In 1967 verbleef hij er opnieuw voor een nacht.  Hij hield zijn eerder woord en in 1968 kwam de plaat uit.

U kunt het beluisteren via: https://www.youtube.com/watch?v=tVKWiseNGUU 

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
The revival - Miguel van Damme

Bij de aanvang van de voorbereiding van het vorige seizoen kwam het als een donderslag bij heldere hemel. Bij Miguel Van Damme werd leukemie vastgesteld.  In februari interviewden we Miguel die toen vol goed hoop was dat de revalidatie goed verliep en hij keek reeds vooruit naar zijn eerste stappen op de groene mat. Terecht blijkt nu. Zijn doorzettingsvermogen als sportman, de medische bijstand die hij ontving, de morele steun van velen en mogelijks net dat tikkeltje geluk dat iedereen nodig heeft, bracht hem inderdaad terug op het voetbalveld.  Dat dit reeds mogelijk was in de Bekerwedstrijd tegen Genk is op zich een half mirakel.  Weinigen deden het hem voor.

We hadden een kort gesprekje met hem “the day after”.

Miguel, goed een jaar na de vreselijke diagnose stond je tegen KRC Genk op het hoogste niveau opnieuw tussen de palen?

’t Is zot geweest.  Ik had nooit gedacht dat het zo snel zou gaan.  Ik herinner me nog goed dat ik ruime tijd geleden een gesprek had met de ploegdokter die me vertelde dat we het bij het begin van het seizoen rustig zouden opbouwen en voornamelijk met de kine’s werken en als alles goed zou verlopen dat ik in december of bij de winterstage zou kunnen meetrainen met de groep en eventueel wat wedstrijden spelen.  Nu blijkt dat ik met de zomerstage reeds kon meetrainen en enkele wedstrijden met de Beloften spelen.  Het is immens hoe snel het gegaan is.  Mijn lichaam heeft het goed aangenomen.  Alleen maar positieve zaken dus.

20 september 2017 zal wellicht een speciale dag blijven voor jou?

Inderdaad.  Ik heb reeds enkele wedstrijden met de Beloften achter de rug, maar nu voor het grote publiek terug te komen  en het vertrouwen krijgen van de trainers, is vanzelfsprekend heel positief en heel leuk.   Ik ben er hen heel dankbaar voor.  Ook voor de steun die ik van de supporters kreeg, zowel voor als na de wedstrijd.  Het is een moment dat altijd in mijn hart gegrift zal staan.

De supporters stonden inderdaad letterlijk en figuurlijk achter je.

Reeds tijdens de opwarming voelde ik me gesterkt door hen.  Ook tijdens de wedstrijd en er na.  Elke bal die je pakt of elk goed moment die je hebt in de wedstrijd hoor je inderdaad de mensen die achter je staan positief reageren.  Ook tijdens de periode dat ik ziek was kreeg ik heel veel steun van vele mensen.  Dit zowel van Cercle uit als van de voetbalwereld in het algemeen.  Daar trek je je aan op.

Ook Cercle op zich bleef in je geloven.  Je contract liep immers af tijdens je ziekte en toch kon je bijtekenen.

Door mijn ziekte kwam ik in een onzekere situatie.  Eerst denk je voornamelijk aan genezen, maar naarmate je dichter bij die genezing komt, komt het sportieve dan toch terug boven water.  Als je op dat ogenblik van Cercle hoort dat ze steeds van plan waren om mijn aflopend contract te verlengen, en mij de tijd te geven om terug te keren op het hoogste niveau, gaf dat een enorme boost voor mezelf en ook voor mijn familie.  

Je “debuutwedstrijd” was niet mis?

Ik had een positief gevoel na gisteren.  Ik kon enkel goede ballen pakken en we hebben ons terug in de match kunnen knokken.  Spijtig van die lucky goal, maar we moeten de positieve zaken uit die wedstrijd onthouden.

Die eerste wedstrijd op het hoogste vlak, verteerde je die fysiek goed?

Ik trainde vandaag terug mee met de groep en kende totaal geen weerslag van gisteren.  Gisterenavond ook geen abnormale vermoeidheid.  Ondanks dat ik nog om de maand een lichte kuur krijg, heb ik er helemaal geen last van.  Ook de dokters zijn positief verrast.  

Ook je vriendin is onvoorwaardelijk blijven achter je staan en volgend jaar huwen jullie?

Inderdaad.  We wonen reeds in ons nieuw huis maar op 15 juni komend jaar treden we in het huwelijksbootje.  Alweer iets om naar uit te kijken.

Tot slot, je bent , samen met chocolatier Dominque Persoone, het gezicht van “Levensloop”?

Dit is een heel mooi initiatief van die mensen.  Het is het tweede jaar dat ze dit organiseren. Toen ze me vroegen om peter te zijn, twijfelde ik natuurlijk geen moment.  Je komt uit zo’n situatie en je weet wat die mensen doormaken, dan is dit het minste wat je kunt doen om je steun te betuigen en hen helpen een mooi bedrag in te zamelen.  Een mooi initiatief en ik hoop dat het een geslaagde dag zal worden voor de organisatie.

(Georges Debacker)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Laatste koploper van heerlijke reeks? Frederik Boi

Frederik Boi weet wat waardering verdient, en wat niet.  Van statistieken houdt hij niet.  Zozeer is hij ervan doordrongen dat voetbal een teamgebeuren is dat hij lijsten van top-schutters en meeste assists eerder als een bekoring tot individualisme beschouwt dan als een uitdrukking van verdienste.  Al staat hijzelf er niet bij stil, zijn naam prijkt bovenaan een heerlijke, statistische weergave. Vragen we ons af welke Cerclespeler voorlopig de laatste is die meer dan driehonderd keren in een officiële match de Groen-Zwarte kleuren verdedigde, dan is ‘Fré’ het antwoord. Met 325 wedstrijden nam hij die koppositie in na zijn laatste Cerclematch in april 2014.  Daarmee verdrong hij na bijna drie jaar Denis Viane van die plaats, die op niet minder dan 383 beurten kan bogen.  En wie zal Fré opvolgen?  Bij het zo veranderde voetballandschap, is de kans op een opvolger wel flinterdun.

Fré, het vorige retro-interview vond plaats in Stekene ten huize van Anthony Portier, nu zitten we hier in jouw huis in Sint-Andries, rechtover de Olympiaterreinen.  Jij en Anthony komen om dezelfde reden aan de beurt: je beëindigt een lange, in hoge mate Zwart-Groen gekleurde, voetbalcarrière.   Anthony houdt ermee op wegens knieletsels, tijdwinst voor zijn gezin en omdat het plezier aan het spel er niet meer is.  En jij, waarom?

Aan meer tijd voor mijn gezin en familiale aangelegenheden hecht ook ik veel belang,  maar bovendien is  de combinatie van mijn werk en competitief voetballen niet meer mogelijk.  Ik droomde er al van voetballer te worden toen ik nog niet eens op de lagere school zat, maar nog voor ik naar het middelbaar ging intrigeerde mij ook alles wat met informatica te maken had.  Sinds een half jaar werk ik nu bij Epson, een Japans bedrijf met wereldwijd 70.000 werknemers, dat printers, scanners en projectoren produceert.  Zozeer een droomjob is dat voor mij, dat ik er de tijdrovende verplaatsing graag bijneem.  Elke werkdag trotseer ik met mijn auto de afstand tussen thuis en Diegem, in de buurt van de Nationale Luchthaven.  Dat komt gemiddeld neer op tweemaal honderd minuten. Per trein zou het even lang duren, en geregeld neem ik zware pakken materiaal mee.

Je hebt ettelijke paren voetbalschoenen bij de Cerclejeugd versleten.  Wat is je uit je prilste Cerclejaren vooral bijgebleven?

Ik kwam als vanzelf als vijf- of zesjarige in het spoor van mijn neef en broers in Cercles Voetbalschool terecht.  De Groen-Zwarte jeugdopleiding stond hoog aangeschreven, het niveau moest zeker niet onderdoen voor dat van ‘de buren’.  Ik was tenger en klein zodat ik  fysisch iets achter was op mijn leeftijdgenoten, maar mijn trainers zagen wel kwaliteiten in mij.  Cercle had toen niet alleen nationale maar ook provinciale jeugdploegen, en meer dan mijn medespelertjes ging ik over van het ene naar het andere niveau.  Ik kon hemelhoog juichen als ik naar ‘nationale’ overgeheveld werd, maar ook bij ‘provinciale’ was het heerlijk voetballen en met veel inzet.  Onder meer met Jan Masureel, Stijn Willems, Bram Vandenbussche en Pieter Doom heb ik goeie vrienden uit ‘provinciale’ overgehouden.  

Je startte als negentienjarige bij de Eerste Ploeg in december 2000.  Herinner je nog die eerste match?  Misschien weet je nog wat jij bij je selectie het meest was: verwonderd, blij, zenuwachtig of zelfzeker? 

Blij was ik alleszins, maar niet verwonderd.  Het moest ervan komen.  In tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de trainers, keek Dennis van Wijk niet alleen naar ‘namen’, maar wie goed presteerde op training, kreeg vroeg of laat de kans om zich tijdens het weekend te bewijzen.  Zenuwachtig was ik toen niet, dat was ik pas later bij mijn eerste derby in het fanionelftal.  En zelfzeker?  Aan zelfvertrouwen ontbrak het me niet.  En, ja, het verloop van die eerste match zie ik nog voor ogen.  We verloren thuis met 1-2 tegen Maasmechelen, dat nochtans niet hoog gequoteerd stond.  Na de match was van Wijk in alle staten…  Hoe ik het er zelf van afgebracht had?  Bij mijn eerste duel kreeg ik een klop op mijn hoofd, en kinesist Geert Leys mocht het veld op om mij te verzorgen.  “Zo gaat dat bij de grote jongens,” zei hij.   En ik moest niet lang wachten op bevestiging daarvan, slechts tot mijn tweede match… 

In het ‘Cerclemuseum’ tref ik iets aan dat me bijzonder merkwaardig lijkt.   In je debuutjaar speelde je 6 competitiewedstrijden, het jaar erop 3, en 7 tijdens het daarop volgende seizoen, Cercles kampioenenjaar 2002-‘3.  Met Cercle in Eerste was je er meteen 28 keren bij en vervolgens was je nog zeven seizoenen na elkaar een vaste waarde met minstens 25 beurten.  Een trainer is een machtig man, maar aan zijn voorkeur kon het niet gelegen zijn want zowel juist na als juist voor de promotie had Jerko Tipuric het roer in handen. Blijkbaar was jij niet goed genoeg voor Tweede, maar onmisbaar in Eerste?

In het kampioenenjaar begon ik heel goed, werd zelfs in een krantenartikel als de revelatie van het seizoenbegin bestempeld.  Tegen Geel speelde ik voor de eerste keer in het midden, voordien rechtsbuiten, en na de match zei Jerko mij: “Jij gaat nooit meer weg uit het midden.”  Nog voor die term bestond, draafde ik toen het veld af als ‘box-to-box speler’, en  dankzij mijn goeie conditie had ik daar geen moeite mee.  Na enkele matchen, helaas, werd ik in Heusden-Zolder zwaar getackeld, recht op mijn knieën.  Mijn mediale band was zo goed als door, en de revalidatie duurde verschrikkelijk lang, voor een stuk doordat ik te vroeg weer op het veld wilde staan.  ‘k Heb alleen nog één match gespeeld op het einde van het seizoen, op Maasmechelen.  

"Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen".

Och, blessure, aan die meest voor de hand liggende verklaring had ik niet eens gedacht!  Na één jaar Eerste deed zich een grote verrassing voor: Tipuric was erin geslaagd Cercle in de topklasse te behouden, maar Harm van Veldhoven nam zijn plaats in.

Die trainerswissel vernamen wij al in Westerlo, juist voor de laatste wedstrijd van het seizoen.  Het zat verschillende spelers zo hoog dat ze, vooral onder impuls van Vital Borkelmans, dreigden de match niet te spelen.  “Wij spelen niet,” zei Vital.  “Je speelt wel,” zei Jerko.  En … we keerden naar Brugge terug met een 1-1 gelijkspel. Ja, dat we  in Eerste bleven met de kern die we toen hadden, was een half mirakel.  Jerko door Harm vervangen konden we nauwelijks begrijpen, ook omdat Cercle toen het kleinste budget van heel de reeks had.  En, terloops, ik beëindig straks mijn voetbalcarrière bij het pas naar Eerste Provinciale gepromoveerde Sporting Blankenberge.  Wie is er de trainer?  Jerko.  Staan we op een degradatieplaats?  Neen, je vindt ons zelfs in de eerste helft van de rangschikking.

Jerko blijft?  Neen.  Maar toch is het niet helemaal hetzelfde als bij Cercle halfweg 2004.  Dat men bij een degelijk spelend voetbalteam na zes jaar hoe dan ook graag eens nieuwe wind laat waaien is minder verwonderlijk dan na twee jaar, zoals toen.   Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen’.

Tijdens Cercles gloriejaar, het eerste onder Glen De Boeck, trok jij voor niet minder dan 33 competitiematchen het Groen-Zwarte shirt aan.  Volgens Anthony Portier waren Cercles knalprestaties wel degelijk eerst en vooral aan Glen te danken.  Deel je zijn mening?

Heel zeker.  Vooreerst beschikte Glen over een stel fantastische spelers, maar daarnaast was zijn aanpak  zoals voetbal hoort te zijn: zo eenvoudig, zo simpel als het maar kan.  Dat komt erop neer dat iedere speler heel duidelijk moet weten wat hem als pion van een team op het voetbalschaakbord te doen staat.  En we wisten het! “Jij dit, jij dat, jij dit, jij dat …”  Voetbal is een loopsport, je moet voortdurend bewegen en je moet erop kunnen betrouwen: “Recupereer ik de bal, dan staat daar een medespeler die ik kan aanspelen.” Elke week opnieuw prentte Glen het ons in, steeds weer hetzelfde, zo ongecompliceerd mogelijk moest het zijn.  We hadden alleen maar verstandige spelers, maar waren er een paar blinden bij geweest, dan nog hadden die geweten wat hen te doen stond.  Wat ons tijdens Glens eerste jaar genekt heeft, dat is de gescheurde kruisband van Tom De Sutter in februari.

Maar dat Glen de glansprestatie van zijn eerste jaar erna niet heeft kunnen overdoen, heeft hij toch wel aan zichzelf te wijten.  “Wij zijn te voorspelbaar,” vreesde hij, en hij stapte af van zijn voor ons zo hanteerbaar systeem.  Ik kan het niet genoeg beklemtonen: “In voetbal is simpel spelen het beste, maar het moeilijkste dat er is.”  Weet je welke speler ik het meest bewonderde omdat hij alles zo eenvoudig mogelijk aanpakte? Dat was Oleg Iachtchouk.  Zijn balcontrole was altijd goed.  Zoals alles bij hem, leek zijn meesterschap over de bal en zijn voortgang in het spel vanzelfsprekend. Kreeg jij echter zo’n bal toegespeeld, dan lag die plots een halve meter weg van je voet.  Een eenvoudige, een intelligente, ook een leuke voetballer was Oleg. 

Dankten jullie je sterkte ook niet aan het feit dat Glen tot het uiterste ging  om de fysische conditie op te drijven? 

Ja, Glen was veeleisend, zeker ook qua fysische paraatheid.  ‘k Zie ons nog een uur aan een stuk ‘volle bak’ lopen in Tillegem.  En ook vele baloefeningen bleven duren tot onze tong op het gras lag…  Ik mag echter gerust beweren dat ik een van de spelers was die daar het minst last van had.  Ik heb het perfecte voetballichaam niet, maar wel een fysisch gestel dat geschikt is voor duursporten.  Wat ik als voetballer het meest mis, dat is kracht, en dat heb ik altijd weten te compenseren door ‘adem’ en snelheid.   ‘k Bezit beelden waarop ik tachtig meter loop langs de zijkant van het veld, de bal rond het penaltypunt van de tegenstander stil leg, binnenschiet, en rustig dooradem alsof ik twee stappen had gezet.

"Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken". 

Niet alleen over Glen De Boeck als trainer kun je meespreken, je hebt er in Cercles fanionelftal, asjeblief,  zeven meegemaakt: Dennis van Wijk, Jerko Tipuric, Harm van Veldhoven, Glen, Bob Peeters, Foeke Booy en Lorenzo Staelens.  Twee vragen liggen voor de hand: wie vond jij de beste, en zou je nu met elk van hen even graag aan tafel gaan zitten?

De meeste trainers die ik heb gehad, waren zeer degelijk, en twee van hen waren zelfs zo goed dat ze nog een paar centimeters boven Jerko uitstaken.  Dat waren Glen en, op gelijke hoogte, Yves Van Borm toen ik bij Knokke speelde. Dat ze ‘de beste’ waren, betekent lang niet dat ik met hen het minst in botsing ben gekomen, zelfs niet dat ik nu met hen het liefst zou tafelen. Een en ander kan complex zijn, hoor.  Dennis van Wijk, bijvoorbeeld, kent geen greintje medelijden op het voetbalveld, maar hij is een crème van een mens erbuiten.

We gaan even weg van Cercle.  Nog voor Van Borm heb jij dat trouwens al gedaan.  Je trok halfweg 2011 naar Oud-Heverlee Leuven, kwam na anderhalf jaar terug naar het Groen-Zwarte Olympia, je werd begin 2015 door Cercle eventjes uitgeleend aan Izegem, knokte twee jaar bij F.C. Knokke en nu ben je aan je laatste matchen bij Sporting Blankenberge toe.  

Bij OHL voelde ik me goed thuis, maar toch was ik blij dat Cercle me weer met open armen ontving.  Ook van de supporters voelde ik hun ‘welkom’ aan - en supporters zijn écht ‘de twaalfde man’: niet elke speler voelt het even intens aan, maar de meesten geeft het een kick van vertrouwen als de supporters positief op hun spel reageren. Al te veel supporters denken dat ze betalen om je te zien winnen, maar, neen, ze staan van hun centen af om je zo goed te zien spelen als het je mogelijk is!  Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken. 

U denkt, lezer, ik kom aan de slotbeschouwing van het interview, en dàt waarmee iedere Cerclesupporter Fré omkranst, is niet eens ter sprake gekomen.  17 december 2006, juist voor de winterstop, Cercle-Club, 63ste minuut: Fré keilt de bal tussen de blauw-zwarte doelpalen.  Het blijft 1-0 tot de scheidsrechter affluit.  Wat een vreugde, wat een euforie!  Eén seconde van uniek succes, en Fré is en blijft levenslang wereldberoemd in heel Brugge!  “Ja, zeker, daarover spreken velen me nog dikwijls aan.”  Op mijn slotvraag of het blijde nieuws dat ik vanmorgen in het Nieuwsblad gelezen heb, klopt, bevestigt Fré dat het, alles in acht genomen, onwaarschijnlijk goed evolueert met Alexander, zijn broer die nog geen maand geleden het slachtoffer werd van een zwaar verkeersongeval.  Een flits, ook hier, maar een gevolg dat écht ingrijpt in het leven.  Voor Alexander, vanzelfsprekend.  Voor Fré ook?  “Ik had voordien al besloten te stoppen met voetballen.  Zoveel tijd eist mijn werk van mij op, dat ik er te allen koste genoeg moet vrij maken voor mijn vrouw, mijn twee dochtertjes en heel mijn familie.  Alexanders accident bevestigt wat ik me al goed bewust was: tijd dient ertoe om die zo interessant mogelijk door te brengen.”

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met ... de Beloftencoach

Praatje met ... de Beloftencoach


 Jimmy De Wulf

 


Ambitie


De link Jimmy De Wulf/Cercle telt 10 jaar.  Jimmy was vijf jaar A-kernspeler (2003-2008, 148 wedstrijden) en is na nog omzwervingen bij KVO, in Cyprus en in Koksijde, ondertussen vijf jaar actief als trainer bij  Groen-Zwart.
Die trainersjaren mogen als een succes beschouwd worden.  Om die reden, en de opnieuw mooie prestaties dit seizoen van de Beloften, maakte ik op vrijdag 8 februari een afspraak met Jimmy in café “Calvarieberg”, kortbij zijn deur en zoals het past, zeker met de derby in het vooruitzicht, binnen de Brugse stadswallen.

Lees meer