koop tickets online

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 209)

(periode van 10-09-1960 -> 10-09-1960)


•    Cercle

De tijd van de oefenwedstrijden zat er op.  Nu kwam het serieuze competitiewerk er aan.  Een competitie waarin de groen-zwarten een rol van betekenis wilden spelen met een promotieticket als ultieme beloning.  De weg was lang en meerdere ploegen deden graag een gooi naar de promotie maar ook elftallen die tegen de degradatie vochten konden punten kosten.  En zelfs tegen ploegen waarvan georakeld werd dat ze niets te winnen of te verliezen hadden keek je maar best uit.  De lange weg naar Eerste klasse was overduidelijk bezaaid met heel wat wolfijzers en schietgeweren…
Om het eerste elftal een hart onder de riem te steken had de reservenploeg alvast geprobeerd het goede voorbeeld te geven : ze hadden de reserven van F.C. Diest een 4-0 oplawaai verkocht : “Vorige zaterdag boekten de Cerclereserven een vlotte 4-0 zege tegen Diest.  Met drie doelpunten schoot de oud Sporting Charleroi-midvoor Lambert zich op het voorplan, maar de grote uitblinker was ontegensprekelijk de Wevelgemnaar Eric Daels.”   

De reserven hadden getoond hoe het moet maar het eerste elftal moest nu nog de theorie omzetten in praktijk…


“F.C. Diest – Cercle Brugge 2-2 – Fatale penalty zes minuten voor tijd…” : “Er waren nog amper 6 minuten te spelen en Cercle stond nog steeds met 1-2 aan de winst, toen de ver naar achter opererende lokale rechtsbuiten Maes zijn zoveelste hoge voorzet naar Mortier’s kooi zond.  En weer lieten de supporters hun mistevredenheid horen, want de center was eens te meer veel te dicht bij het doel gegeven, waar Mortier hoog opspringend de bal met de beide vuisten wegbokste.  Op hetzelfde ogenblik beging Roje echter een even dwaze als nutteloze haakfout op de toespringende Van Roosbroeck…
“Penalty !” huilde naast mij de Diesterse trainer Marcel Vercammen en terzelfdertijd floot scheidsrechter Van Gijsegem, terwijl hij kordaat naar de elfmeterstip wees.  Meteen kreeg Jefke Van Camp gelegenheid om de stand te effenen, want alhoewel vrij slecht gegeven, belandde de bal toch tegen de touwen, daar Mortier de verkeerde hoek gekozen had…  En evenals verleden jaar tijdens de eerste kompetitiewedstrijd, verloren de groen-zwarten opnieuw een punt door een “onnozele” strafschop !  Wedden dat Roje nog vaak aan die eerste wedstrijden zal terugdenken ?
Toch dient het gezegd dat die puntendeling de getrouwe weergave is van het geleverde spel.  Toonde de Diest-aanval zich heel wat bedrijviger dan de eerder slappe Brugse voorhoede, dan stond de trapvaste Cercle-defensie veel steviger te been dan haar wit-zwarte overburen, zodat het gelijk spel ongetwijfeld iedereen (of niemand) zal bevredigd hebben.”

Technische krabbels…

F.C. Diest – Cercle Brugge 2-2


- opkomst : 2.500 toeschouwers.
- weersgesteldheid : om beurten regen en zon.
- terrein : goed doch gras veel te lang.
- fair-play : niets te melden.
- leiding : ref. Van Gijseghem, goed.
- corners : Diest 6, Cercle 4.
- doelpunten : 47’ Van Roosbroeck 1-0, 67’ Buyse 1-1, 80’ Bailliu 1-2, 84’ Van Camp
  (penalty) 2-2.
- F.C. Diest : Goeleven, Drijvers, Bos, Greeven, Verdonck, Saenen, Maes, Van Camp,
  Boeckx, Van Roosbroeck, Van Rompay.
- Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Locskai, Buyse, Bailliu, Michiels,
  Gerard.

Wij weten het reeds van vorige gelegenheden maar ‘Dani’ was er in ‘Het Brugsch Handelsblad’ altijd als de kippen bij om bijzondere gebeurtenissen van de afgelopen week in een ‘bont beeld’ vast te leggen.  De penaltyfout van Marin Roje, zes minuten voor tijd, die Cercle uiteindelijk een waardevol punt zou kosten was voor ‘Dani’ dan ook een dankbaar onderwerp :

En natuurlijk geen ‘bont beeld’ zonder een korte begeleidende tekst : “Cercle haalde op Diest toch een punt.  Niettemin geraakte Roje voor zijn eerste match toch reeds verzeild in een strafschophistorie.  Van een specialist op dit gebied gesproken.”

Cerle Brugge KSV

De volgende wedstrijd leverde een thuisduel op tegen White Star.  De groen-zwarten konden van deze gelegenheid gebruik maken om de puntjes op de i te plaatsen na het uit de handen geven van de zege op F.C. Diest.  Met minder dan een zege zouden de supporters geen genoegen nemen en volgend (vermoedelijk) elftal moest dit zien te realiseren : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Buyse, Daels, Lambert, Bailliu en Michiels.



    Brugge
 

* “Brugse paraplegiekers hebben de eer” : deze titel deed mij toch even de wenkbrauwen fronsen gewoon omdat ik het woord waarmee het onderwerp van deze zin omschreven werd niet onmiddellijk verwacht had in een weekblad uit 1960.  Zoals jullie weten betekent paraplegie een verlamming aan beide zijden van het lichaam of, korter gezegd, een dubbelzijdige verlamming.  Tegenwoordig is het maar de normaalste zaak van de wereld dat atleten met een beperking sportief actief zijn en er ook voor hen competities, ja zelfs Olympische Spelen, georganiseerd worden.  De hoogste tijd dus om even op het internet te zoeken naar de oorsprong er van.  Wat blijkt : de georganiseerde sport voor sporters met een lichamelijke beperking deed zijn intrede na de Tweede Wereldoorlog.  Heel wat gewonde soldaten en burgers waren in revalidatiecentra terecht gekomen en sport werd er geïntroduceerd als een belangrijk onderdeel van het revalidatieprogramma.  Aanvankelijk groeide sport als revalidatie uit tot recreatieve sport en later tot wedstrijdsport.  Eén van de pioniers was Ludwig Guttmann, een Duitse neuroloog, die verbonden was aan het Stoke Mandeville ziekenhuis in Engeland.  Toen in 1948 de Olympische Spelen gehouden werden in Londen organiseerde hij in Stoke Mandeville een sportieve wedstrijd voor sporters met een rolstoel : de Stoke Mandeville Games dat de basis werd voor de latere Paralympische Spelen.
Het initiatief verspreidde zich over de hele wereld en ook in Brugge voelden ‘paraplegiekers’ zich geroepen om het sportieve strijdperk te betreden : 

“Tijdens de selektiewedstrijden van zaterdag jl. voor de Belgische paraplegiekers die moesten aangeduid worden voor de Stokemandeville-games, die te Rome, in ’t kader van de Olympische Spelen zullen betwist worden, hebben de Brugse paraplegiekers, de troetelkinderen van dokter Vertongen, zich bijzonder onderscheiden.  In de basketballwedstrijden overwonnen zij andermaal de Brusselaars met 13 tegen 12.  Van de 500 deelnemers uit alle delen van het land werden er niet minder dan 4 Brugse paraplegiekers geselektioneerd om te Rome aan de spelen deel te nemen.
Zondag 2 oktober zal men die moedige kerels aan het werk kunnen zien in de Vrije Technische School te Brugge, waar zij sportdemonstraties zoals basket-ball, turnen en ping-pong zullen ten beste geven.  Over deze uitzonderlijke sportgebeurtenis komen wij in onze volgende nummers nader terug.  Intussen wensen wij onze Brugse jongens veel sukses te Rome, alwaar dr. Vertongen hen zal vergezellen.”

Cerle Brugge KSV

Rolstoelatleten in actie op de 800 meter rolstoelrace tijdens de Olympische Spelen voor mindervaliden tijdens de Paralympische Zomerspelen 1980 (bron foto : Wikipedia).

* In Brugge had vroeger (bijna) elke wijk zijn feest.  Eén van de in Brugge wereldberoemde wijkfeesten is dat van de Verloren Hoek (op het einde van de Carmersstraat) maar ook andere wijken konden destijds prat gaan op een flink georganiseerd wijkfeest.  Eén daarvan was Sint-Gillis dat bij de ietwat oudere Bruggelingen veel beter bekend is als ’t Zilletje :

“Geslaagd wijkfeest op Sint-Gillis” : “Als een der oudste volkswijken van onze stad heeft Sint-Gillis andermaal blijk gegeven de oude traditie der wijkkermissen in ere te willen houden.  Nadat de feestelijkheden van verleden jaar door allerlei misverstanden in het “water” waren gevallen, heeft dit jaar een nieuwe groep durvers van Sint-Gillis de handen uit de mouwen gestoken en het initiatief genomen, om de herinrichting van een feestkomitee te bewerken en aldus aan “ ’t Zilletje” opnieuw zijn kermispret te schenken.  Dat men hierin ten volle geslaagd is heeft het verloop der feestelijkheden voldoende bewezen, en graag vernoemen wij hier de samenstelling van dit verdienstelijk nieuw komitee.  Het zijn de hh. Martens Paul, erevoorzitter ; François Lebacq, voorzitter ; Bert Wills, ondervoorzitter ; Van Mieghem, sekretaris ; Henri Van Troye, penningmeester en de kommissarissen Medard Rosseel en Raymond Somers.  En met hen juichen alle inwoners van de wijk “Leve ’t Zilletjie”.

Was er een tijd dat de wijkfeesten welig bloeiden dan kwam er ook een tijd dat het ene wijkfeest na het andere verdween.  De samenleving veranderde, de sociale contacten verminderden of hielden (bijna) helemaal op te bestaan, de vele vrijwilligers die zich belangeloos voor hun wijk of kwartier hadden ingezet haakten af en de aflossing van de wacht stond niet klaar.  Maar alles keert terug zegt men weleens.  Daarom niet noodzakelijk in de oude vorm maar de laatste jaren zijn er in de diverse stadsgedeelten toch weer de nodige enthousiastelingen die, om de buurtbewoners eens samen te krijgen en beter te leren kennen, hun schouders onder het initiatief van een straat-, wijk- of buurtfeest stoppen en op die manier wat ambiance proberen te brengen waar zij wonen.

Ook in Sint-Gillis probeerde men de buurtfeesten nieuw leven in te blazen maar het verliep met vallen en opstaan.  Het grootste probleem was dat zelfs de wijkbewoners niet stonden te popelen om aan de vele activiteiten deel te nemen of zelfs maar bij te wonen.  Op de site Buurtwerk Sint-Gillis leert het artikel “Sint-Gillis Brugge : exit” ons hoe moeilijk het kan zijn om dergelijke festiviteiten te laten bestaan en te doen slagen.

Buurtfeest Sint-Gillis op 29 augustus 2015 (bron foto : http://www.bb-emma.be).

* Nu wij toch enigszins in de sfeer van het feesten verzeild zijn viel mij in een ander artikel een in onbruik geraakt woord op : koekezondag.  Is dat geen mooi woord ?  Maar wat betekende het ?
 

Cerle Brugge KSV

Het artikeltje dat je hieronder aantreft en het woord koekezondag bevat gaat over een wielerwedstrijd voor onafhankelijken en bevat een schat aan namen van firma’s en bedrijven waarvan de meeste ondertussen al jaren tot de geschiedenisboekjes behoren.  Daarover alleen al uitweiden zou mij ontelbare interessante bladzijden achtergrondinformatie van een rijk Brugs verleden opleveren.  Misschien kom ik hier later nog eens op terug want heel veel Bruggelingen herinneren zich ongetwijfeld nog de brouwerijen ’t Hamerken en Aigle-Belgica, Cinema Metro, café ’t Nieuw Kwartier, betonfabriek De Clercq-De Maerschalk, café Mexico, café Sint-Elooi, wasserij Canteclaer en wasserij Sinte-Anna en nog zo veel meer…

- Gemeente  Sint-Kruis -
_________________

Koekezondag  25 september 1960
Grote Prijs  Was- en Zelfwasserij
Canteclaer (Sint-Kruis) en Sinte-Anna (Brugge)
voor Onafhankelijken BWB
15.000 frank prijzen – 3.000 frank premiën
Palm en beker aan de overwinnaar
Ereprijs Meubelgalerij Huyghe – Ezelstraat, 71, Brugge

Ingericht door de Supportersclub “Recht op Geluk” in samenwerking met het Gemeentebestuur – Kon. Brugse Velosport – Bieren Meiresonne (verdeler Germain Pattijn) – Bieren ’t Hamerken en Aigle-Belgica – Meester-kleermaker Achiel Cauwels – Zuivelfabriek Ste-Marie Oedelem – Velo’s en Bromfietsen Jos Janssen – Huis Richard Verté – Roger Caestecker (Schilderwerken) – Garage De Scheemaecker (Ford en Taunus) – Likeurstokerij De Hert – Verzekeringsmaatschappij Constantia – Firma Lambert-Dauw (Minerale Vetten en Oliën) – Betonfabriek De Clercq-De Maerschalk – Cinema Métro – Café “De Tramstatie” – Café “Mexico” – Café “Sint-Elooi” – Café “De Schulle” – Café “Het Nieuw Kwartier” – Dagblad “Het Volk” en het Weekblad “Brugsch Handelsblad”.

Inschrijving : vanaf 12 uur in café “St-Elooi” (bij de Kerk) – Vertrek te 13 uur aan café “Casino”. – Aankomst : café “De Tramstatie”. – Premiënuitreiking : café “Mexico”.
Mikroreportage  RADIO  NORD, Noordzandstraat, Brugge – Radio  T.V. Siera – Koelkasten Siemens.
  

Freewheelend op het internet lees je dat met Koekezondag de zondag na de kermis bedoeld wordt.  Dat klopt met de datum (25 september) in het artikel want Sint-Kruis Kermis gaat altijd door op de derde zondag van september.  In 1960 viel Sint-Kruis Kermis op 18 september en vierde men een week later, dus op 25 september, Koekezondag.
Om de kermis destijds een feestelijk karakter te geven maakten vele huismoeders een deeg met zacht brood, dat vervolgens licht gesuikerd werd en waar zij dan eventueel rozijnen aan toe voegden om vervolgens hun eigen koekebrood te bakken.  Rozijnen kwamen vroeger in de meeste gezinnen enkel met de kermis of ter gelegenheid van een communiefeest op tafel.  Vooruitziende moeders maakten wat extra deeg of zij bewaarden wat over was van Kermiszondag voor de daaropvolgende zondag zodat de voorbije kermis alvast op een feestelijke manier kon afgesloten worden.  Meteen kreeg die zondag de naam Koekezondag mee.
Blijkbaar was dit gebruik vooral gekend in West-Vlaanderen.
Wie graag meer te weten komt over heem- en volkskunde in het Brugse kan ik zeker verwijzen naar de vele werken hieromtrent van wijlen Magda Cafmeyer.
Zij werd geboren als Magdalena Cafmeyer in Sint-Kruis op 10 september 1899 in wat je een kroostrijk gezin mag noemen.  Zij was immers het zesde van twaalf kinderen in het gezin van Arthur Cafmeyer en Hermine Neyrinck.  Geen enkele van de dochters stapte in het huwelijksbootje.  Ofwel werden zij kloosterlinge ofwel werden zij onderwijzeres.  Magda studeerde voor onderwijzeres aan de Brugse Rijksnormaalschool.  In 1923 werd zij onderwijzeres in een volksschool van de Zusters van de Heilige Vincentius.  Zij bleef les geven in de Brugse scholen van deze congregatie tot aan haar pensionering in 1955.
Toen zij nog onderwijzeres was toonde zij reeds veel belangstelling voor de achtergrond van haar leerlingen.  Zij vroeg hen naar de gewoonten bij hen thuis, welke liedjes er gezongen werden, welke verhalen hun ouders en grootouders vertelden,… en schreef dit allemaal zorgvuldig op.  Uit al die informatie distilleerde zij haar eerste publicaties.
Na haar pensionering organiseerde zij de archivering van mondelinge informatie op een meer professionele manier : gewapend met een bandopnemer, een fototoestel en een notaboek bezocht zij de oudere bewoners uit de Brugse regio om ze te laten vertellen over hun leven.  Zij verzamelde een schat aan informatie over de stiel die zij uitgeoefend hadden, over hun legerdienst, over spreuken en gezegden, over geloof en bijgeloof, over devotie en over nog zo veel meer.
Zij verwerkte deze rijke oogst aan gegevens in talrijke artikels die verschenen in het tijdschrift “Biekorf”, “Handelingen van het Genootschap voor geschiedenis te Brugge”, in de volkskundige almanak “ ’t Beertje”,…  Alleen al in “Biekorf” publiceerde zij tussen 1933 en 1983 niet minder dan 126 uitgebreide bijdragen in de vlotte vertelstijl haar eigen en getuigend van haar brede belangstelling  !
In het tijdschrift “Biekorf” uit 1947 schreef Magda Cafmeyer het artikel “Als het kermis is” waarin zij merkwaardige bijzonderheden geeft over Sint-Kruis Kermis zoals de opsomming van de gevierde kermisdagen : “… zaterdagavond : kermisopening met vreugdeschoten en klokgelui – kermiszondag – maandag : viering in familie en dienst voor de overledenen – dinsdag : ringsteking – woensdag : prijsbolling – donderdag : allerlei volksspelen – Koekezondag en zelfs Koeksmaandag (voor de Brugse kantwerksters)…”

Magda Cafmeyer pende verder ook heel wat neer over Sint-Kruis en Male, over de toponymie (= plaatsnaamkunde) en de hydrografie van Brugge en van het gebied ten noordoosten van Brugge.
Magda Cafmeyer mocht zeker een bezige bij genoemd worden want naast haar vele auteurswerk was zij van 1952 tot 1972 conservator van het Museum van Volkskunde, werd zij ook nog stadsgids, gaf zij vaak voordrachten of lessen in de Koninklijke Gidsenbond, was zij stichtend lid van de Vereninging voor Volkskunde Antwerpen, bestuurslid van de West-Vlaamse Bond van volkskundigen, corresponderend lid van de Koninklijke Belgische Commissie voor Volkskunde, stichtend lid van de vzw Abdij van Male,…
 

Cerle Brugge KSV

(bron foto : http://heemkundesintkruis.brugseverenigingen.be/SintKruizenaars/CafmeyerMagda)
Magda Cafmeyer overleed op 11 februari 1983.  In haar geliefd Sint-Kruis werd een straat naar haar vernoemd.          
 

* Van buurtfeesten en Koekezondag naar bier is maar een kleine stap.  In de destijds heel bekende maar ondertussen reeds jaren verdwenen brouwerij Aigle-Belgica werd een nieuwe technische directeur aangesteld : “Nieuwe technische direkteur benoemd in de brouwerijen Aigle Belgica” : “Als opvolger van wijlen Theo Janssens werd voor enkele dagen dhr. P.R. De Decker, ingenieur IFBr., aangesteld.  De nieuwe technische direkteur is afkomstig uit Brussel en kwam in 1936 in Aigle Belgica te Gent in dienst.  In 1948 werd hij adjunkt van dhr. Janssens te Brugge.  Net zoals zijn voorganger is de nieuwe technische direkteur vergroeid met zijn bedrijf.  Wij wensen hem vele jaren aan de technische leiding van de Brugse brouwerij en het beste voor de toekomst.” 

Eerder in deze reeks gaven wij een historiek van deze brouwerij die in de loop der jaren in het Brugse uitgegroeid was tot een begrip.  Voor wie het toen zou gemist hebben volgt hieronder een beknopte versie…
 

Een luchtfoto van de brouwerij Aigle-Belgica in Brugge toont ons hoe groot deze brouwerij wel was.  De gebouwen, die zich vooral situeerden tussen de Elisabeth Zorghestaat, de Carmersstraat, de Rijkepijndersstraat en de Snaggaardstraat, besloegen niet minder dan 13.000 m² !  Op de voorgrond zien wij de gebouwen van het Sint-Leocollege kant Elisabeth Zorghestraat. 

(bron tekst en foto : http://www.thamerken.be/brouwerijgeschiedenis/AIGLE.htm).

Cerle Brugge KSV

In 1553 vond je in de nabijheid van de Carmersbrug, waar nu Hotel Adornes gevestigd is, brouwerij Den Arend terug.  Deze naam was het uiteindelijke restant van brouwerij De Blauwe Arent die destijds in de Noordzandstraat was opgestart.
In het begin van de negentiende eeuw was Antoine De Meulemeester de eigenaar van brouwerij Den Arend.  Hij kocht het huizenblok op rond de bestaande brouwerij, het erf “De Blauwe Kroon”, om de brouwerij uit te breiden.

De grote bloei van de brouwerij kwam er in de tweede helft van de negentiende eeuw onder leiding van Leon De Meulemeester.  Reeds in 1877 wilden de brouwerijverantwoordelijken het gloednieuwe lage gistingsprocédé toepassen maar… de oude wet op de accijnzen vormde de struikelsteen.  Leon De Meulemeester omzeilde dit obstakel echter heel handig door… een directeur der Accijnzen in dienst te nemen als commercieel directeur.  De oude wet werd korte tijd later gewijzigd en brouwerij Den Arend was er als de kippen bij om het nieuwe product pils op de markt te brengen.

In 1906 richtte Leon De Meulemeester samen met zijn drie kinderen Victor, Alphonse en Alice de NV Den Arent op.  De behuizing langs de Sint-Annarei was te klein om de nieuwe installaties voor de lage gisting in onder te brengen en zonder verpinken kocht NV Den Arent tussen 1923 en 1925 meer dan vijftig godshuizen in de omgeving van de Elisabeth Zorghestraat, de Snaggaardstraat en de Rijkepijndersstraat.  Wat nu fel protest zou uitlokken kon toen wel nog : NV Den Arent kreeg toelating om alle huisjes af te breken.  Als enige tegenprestatie vroeg stad Brugge dat de NV vijfentwintig nieuwe godshuisjes zou bouwen in de Stijn Streuvelsstraat in het nieuwe Gezellekwartier.  Op de vrijgekomen gronden (meer dan 13.000 m² !) bouwde de NV een nieuwe brouwerij waarvan de gebouwen (met toelating van stad Brugge !) een hoogte van liefst tweeëntwintig meter mochten hebben.
In 1928 besloten brouwerij Den Arent uit Brugge en brouwerij Belgica uit Gent hun krachten te bundelen : de nieuwe NV Grote Verenigde Brouwer Aigle-Belgica was geboren !
De fusie was voor de Gentse vestiging het begin van het einde want op het einde van de jaren veertig werden de brouwketels in de vroegere brouwerij Belgica stilgelegd.
In Brugge daarentegen boerde men naarstig verder.  De brouwerij bouwde en verbouwde, verschafte aan ongeveer tweehonderd mensen werk en telde in de jaren zeventig meer dan zeshonderd (!) verplichte café’s.  Viermaal daags werd er gebrouwen in ketels van driehonderd hectoliter.
Maar het mooie liedje bleef niet duren.  De mouterij werd stilgelegd in 1968.  Piedboeuf, dat reeds tweeëntwintig procent van de aandelen bezat, nam in 1978 brouwerij Aigle-Belgica over.  De verouderde ketels raakten in onbruik en de gebouwen dienden tot 1982 enkel nog als een depot voor het Jupilerbier.  In 1982 verhuisde het depot naar het industriegebied ’t Waggelwater in Sint-Andries.  De gebouwen van de eens zo machtige Aigle-Belgica werden in 1985 gesloopt.  Een tot puin vervallen wijk bleef achter !


•    Internationaal

De problemen in de vroegere kolonie Belgisch-Congo waren nog steeds niet voorbij.  Zowel Joseph Kasavubu als zijn opponent Patrice Lumumba betwistten elkaar onophoudelijk de heerschappij.  Men kon enkel hopen op een snelle en vreedzame oplossing…

“Krachtproef Kazavoeboe – Loemoemba ontknoping nabij ? – Loemoemba roept zich in dagorde tot staatshoofd uit” : “De krachtproef tussen Kazavoeboe en Loemoemba nadert snel haar hoogtepunt.  In een nota, verstrekt aan de pers, betwistte gisteren het kabinet van president Kazavoeboe de juridische geldigheid van de stemmingen ten gunste van Loemoemba in kamer en senaat.  De stemming, aldus de nota, betekent niet, dat het vertrouwen in de regering betuigd werd, vermits Loemoemba geen eerste minister meer is, krachtens een volkomen wettelijk besluit van het staatshoofd.  De stemming is derhalve slechts een wens, wettelijk komt het het parlement niet toe, een beslissing van het staatshoofd te wijzigen.  De uitvoerende en de wetgevende macht zijn gescheiden, zodat thans alleen Iléo, belast met de regeringsvorming, de uitvoerende macht vertegenwoordigt.
Van zijn kant richtte Loemoemba een dagorde tot het leger, waarin hij verklaarde, zich zelf als staatshoofd uit te roepen en Kazavoeboe andermaal van verraad beschuldigde.  Loemoemba nam ook het opperbevelhebberschap van het leger op zich.  Hij stuurde een legerafdeling naar het UNO-hoofdkwartier, ten einde de UNO te bewegen, de kontrole over radio en vliegvelden op te heffen.  De afdeling werd door UNO-strijdkrachten beleefd afgescheept.  Tegen gisterennamiddag verwachtte men een betoging van niet nader vernoemde jeugdbewegingen tegen Loemoemba, gisterenvoormiddag was de toestand te Leopoldstad nog rustig, terwijl de UNO alles onder toezicht houdt.”

De toestand in onze vroegere kolonie dat zich herdoopt had tot de Republiek Congo ging natuurlijk niet onopgemerkt voorbij aan Dani die er prompt een “bont beeld” van maakte voorzien van een gevatte ‘ondertiteling’ :

Cerle Brugge KSV

“In Kongo is het slot van de historie nog niet in het zicht.  Loemoemba en Kazavoeboe zetten elkaar beurtelings af.  En daarmee stijgt de warboel nu ook ten top.”

(Marnix Knockaert)
 

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Nico Clauwaert

SHOT sprak met …


Nico Clauwaert

Er prijkt een naam op het shirt van Cercle. Met ‘Napoleon Sports & Casino’ vond de Vereniging een hoofdsponsor voor dit en volgend voetbalseizoen in de hoogste klasse van het Belgische voetbal. We spraken met Nico Clauwaert, die er het luik ‘sports partnerships’ van Napoleon Sports & Casino onder zijn hoede heeft, en polsten naar de redenen voor en de toekomst van de samenwerking.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Tienmaal kampioen.. - Pierre Hanon

Wie kan zeggen dat hij ooit de groen-zwarte kleuren in Cercles fanionelftal verdedigde, verdient lof. Wie ooit het paars-wit bij de eerste ploeg van Anderlecht aantrok, kan terecht iets hoger van de toren blazen. Wie ooit als Rode Duivel de eer van ons land verdedigde, mag er bepaald trots op gaan. Wierook vraagt hij niet, maar Pierre Hanon speelde bij Cercle, bij Anderlecht, werd landskampioen, werd bekerwinnaar zowel op nationaal als op Europees vlak, was een sterkhouder als Rode Duivel. Achtenveertig keren verdedigde Pierre ons nationaal elftal, maar het merkwaardigste getal dat hem siert, is …  tien.  Niet één speler in onze hoogste nationale afdeling behaalde  er meer keren dan hij de hoogste titel: tienmaal werd hij kampioen in onze eerste nationale! 

Op 1 juli 1970 werd je officieel  aangesloten bij Cercle, maar jou interviewen, Pierre, kan onmogelijk starten bij 1970. Daar ging al te veel aan vooraf…

Klopt, je moet zelfs niet lang na mijn geboorte, in Anderlecht, eind 1936, van start gaan. Ik was pas drie of vier jaar toen mijn vader, die een café openhield, tegen zijn klanten zei: “Gaan jullie wat opzij zitten, want de kleine moet hier voetballen.” Zeven jaar oud trok ik naar een groot veld waar we tegen elkaar voetbalden met vijftig tegen vijftig, als het niet met honderd tegen honderd was! Als doel zetten we palen in de grond, en het was niet te verwonderen dat het mensen van Anderlecht opviel dat ik een goed schot had, want ik schoot de palen omver.  Ik tekende een aansluiting bij paars-wit, speelde erbij voordat ik tien was en nooit heb ik bij een jeugdploeg van mijn leeftijd gespeeld, altijd hoger. Wat ik me bijzonder goed herinner, is dat de voorzitter van Anderlecht in ons café kwam en tegen vader en moeder zei: “Als díe niet in ons eerste elftal komt, dan komt er nooit iemand in!”

Ik dacht dat je zou beginnen bij Jef Mermans, Arsène Vaillant, Rie Meert, want althans mijn verste herinneringen aan paars-wit gaan terug tot deze Anderlechtpioniers. Misschien noem ik ze ten onrechte ‘pioniers’, maar vóór hun generatie, voor de Tweede Wereldoorlog, speelde Anderlecht nooit kampioen. Nu is paars-wit al aan dertig kampioenentitels toe!

Ik was tien jaar toen mijn favorieten hun eerste nationale titel binnenhaalden. Dat was in 1947. Zelf kwam ik in het eerste elftal toen ik bijna achttien was, in 1954-’55. We verloren thuis tegen Sporting Charleroi met 0-1, maar dat belette niet dat Anderlecht dan al voor de zesde keer kampioen werd. Toen ik in ’70 naar Cercle vertrok, kon ik bogen op iets dat door geen enkele speler overtroffen is: tienmaal kampioen van België! Onze beste reeks zetten we neer van 1964 tot ’68, met vijf kampioenentitels na elkaar. Het was heerlijk, te meer nog daar ons elftal enkel en alleen uit Belgen bestond. Om even terug te komen op de drie spelers die je daarnet vernoemde: met elk van hen heb ik samen in onze fanionploeg gespeeld, zij het slechts enkele keren. Bovendien was het Jef Mermans die mij leiding gaf en mij ons eerste elftal binnenloodste.

"Mijn beste tegenstander ooit?  Pélé!"

Wil  je voor onze lezers  een ruikertje plukken van je meest memorabele herinneringen aan spelers en wedstrijden van vóór je Cercletijd?

Aan de spits van mijn medespelers staan Pol Van Himst en Jef Jurion, samen met een verdediger zoals ik er nooit, zelfs wereldwijd, een betere heb gekend. Ook al is het wel voorgekomen dat zijn speelsheid ons een puntje kostte, een sterker verdedigende spektakelman dan hij, kwam ik nergens tegen. Zijn naam: Laurent Verbiest. Mijn beste tegenstander ooit: Pélé, tegen wie ik drie of vier keer uitkwam. Mijn mooiste herinnering bij de nationale ploeg: 5-1 winst tegen Brazilië, met drie doelpunten van Jackie Stockman. We hebben daar Brazilië zozeer van het veld gespeeld dat ze ons direct na de match al uitnodigden om hun het volgende jaar repliek te gaan geven op eigen bodem. Minstens de helft van onze spelers waren zo vooruitziende dat ze bedankten voor die return, en, jawel, we kregen er dan ook een 5-0 rammeling. Twintig minuten voor het einde was het nog maar 1-0, maar wegens ademhalingsproblemen bij dat vochtige, warme klimaat, stuikten we ten slotte helemaal in elkaar. Op Europees vlak is vooral de uitschakeling van Real Madrid met 1-0 op de Heizel onvergetelijk voor mij, met een doelpunt van Jef Jurion.

Halfweg 1970 trek jij naar Cercle Brugge. Hoe komt een voetbalmonument als Pierre Hanon ertoe, hoewel nog duidelijk ver af van zijn laatste voetbaladem, naar een matige tweedeklasser te trekken die drie jaar voordien nog in de derde klasse uitkwam?

Als ik naar Cercle gekomen ben, was dat niet negentig of negenennegentig maar honderd procent dankzij en voor Urbain Braems. Ik kon onder meer ook naar Club Mechelen, maar het was me duidelijk dat Urbain mij zeer hoog inschatte en hij overtuigde me dat hij mij echt van doen had. Ik kan niet omschrijven wat die overgang voor mij betekende. In het begin had ik het zéér, zéér moeilijk. Het verschil met Anderlecht was enorm. Ik was gewoon voor 30.000 mensen te spelen, kwam nu uit in het armzalige Edgard De Smedt-stadionneke voor een publiek tienmaal minder in aantal.Ook tijdens de week treinde ik ernaartoe voor avondtrainingen. Neen, je begrijpt het niet als je niet ervaren hebt hoe ánders het er bij  Anderlecht aan toe ging, bij Anderlecht met zijn perfecte accommodatie en materiaalvoorziening.  Dat alles terzijde gelaten waren er toch twee dingen die mijn motivatie hooghielden: ik wilde  hoe dan ook aan iedereen bewijzen dat ik het nog kon, en vooral, ik ben nooit, nooit in mijn leven zulke charmante, zulke vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle. Niet alleen maar toch in het bijzonder denk ik hierbij aan Gerard Versyp, aan Johan Versyp en aan Lucien Hautekiet.

"Ik ben nooit in mijn leven zulke charmante, vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle."

En het ging goed bij Cercle! Zeer goed zelfs, aanvankelijk. Tijdens je eerste Cerclejaar al werd Groen-Zwart kampioen en promoveerde dus naar eerste. Ik kan niet voorkomen dat er hierbij toch een vraagje bij me opkomt. Na je unieke carrière bij Anderlecht  daal je af naar een tweedeklasser en direct promoveer je met dat ‘ploegje’ naar de reeks waaruit je weggestapt bent. Was je écht gelukkig met die gang van zaken? Kon  je met hart en ziel opnieuw naar eerste gaan – met Cercle…?

Oh, ja. Met Cercle kampioen spelen in tweede deed me evenveel plezier als kampioen worden in eerste. Zie je, als je een contract afsluit, dan moet je het respecteren. Je moet er volop achter staan, en dan besef je: “Nu speel ik met die ploeg, en net als vroeger komt het erop aan te winnen.” Lukt dat, dan heb je er evenveel plezier aan als iemand die al twintig jaar voor die ploeg speelt.

Het jaar daarop deed Cercle het lang niet onaardig in eerste. Groen-Zwart was vierde halfweg, eindigde als vijfde op één plaats van een Uefa-ticket.

Het begon al fantastisch. De eerste wedstrijd was thuis tegen … Anderlecht! We wonnen met 2-0. ‘k Weet niet of je dat kunt begrijpen, maar hoewel ook dan nog mijn hart voor Anderlecht klopte, was het Cerclegevoel dat mij toen aangreep, overweldigend. Een misschien vergelijkbaar gevoel doorstroomde mij ook bij onze zesde match. We staan 1-0 achter op het veld van Club. Ik pegel een vrije schop van op vijfentwintig meter keihard tegen het net van ex-Cercledoelman Sanders. Wie het gezien heeft, herinnert het zich, ongetwijfeld.  Carlos Desteur lepelde de bal van heel dichtbij op mijn voet, en … raak! Het was een enig mooi doelpunt, maar geen toevalstreffer. Week op week hadden we bij elke training dat nummertje ingeoefend. Zo haalden we 1-1 op Club, en niet veel later lukte het op Club Luik nog eens op die manier te scoren. Nogal wat ploegen hebben het nummertje nadien uitgeprobeerd, maar toch was het vrij vlug op geen enkel veld meer te zien. Was het geen toevalstreffer, efficiënt was het evenmin. Zelf kreeg ik op die manier tijdens de oefeningen gemiddeld zes keren op de tien de bal tussen de palen, maar het scorepercentage was toch wel aan de zeer lage kant. 

"Mijn hart klopte voor Anderlecht, maar het Cerclegevoel greep me toen aan."

Cercle eindigde het volgende seizoen, 1972-73, slechts als elfde. In het feestboek van Roland Podevijn bij Cercles negentigste bestaansjaar wordt dat onder meer toegeschreven aan langdurige kwetsuren, aan schorsingen en aan “wrijvingen met het bestuur (Pierre Hanon)”.  Was het juist geweest indien er niet had gestaan “wrijvingen met het bestuur”, maar “wrijvingen met trainer Grijzenhout”?

Wat je suggereert, klopt helemaal. Niet met het bestuur had ik problemen, enkel en alleen met de nieuwe trainer. Urbain Braems was, helaas, naar Antwerp vertrokken – helaas, want het ging mij onder Urbain zo goed dat ik onder hem misschien wel tot mijn veertigste in eerste klasse had kunnen meedraaien.Graag had hij mij meegenomen, maar mijn contract liep nog één jaar door, en daar hield ik mij aan. Ik moet het niet onder stoelen of banken steken, met de nieuwe trainer, met Han Grijzenhout, heeft het nooit geklikt. Het nam zulke proporties aan dat ik het na enkele maanden niet meer zag zitten. Gelukkiglijk had Cercles bestuur dan het begrip voor mij dat bij Grijzenhout ontbrak.

Het is niet als een stoute vraag bedoeld, Pierre, maar, ja, wat wil je, wij zijn allemaal mensen onderhevig aan psychologische wetmatigheden die ook wel de volgende vraag rechtvaardigen: Kan het bij jou een rol gespeeld hebben dat Grijzenhout als trainer een groentje was en jij als speler een doorgewinterde ex-topvoetballer?

Ik denk inderdaad dat dit heeft meegespeeld.Maar dat neemt niet weg dat Grijzenhout geen greintje respect voor mij opbracht, noch voor mij als persoon, noch voor mij in mijn specifieke situatie. De meeste Cerclespelers waren twintigers.  Ik was 35 jaar.  Ik had een schoolgaande zoon. Als die de vorige twee jaren in juli met vakantie was en de voetbaltrainingen herbegonnen, bezorgde Urbain mij een trainingsschema zodat ik een halve maand van een familiale vakantie kon genieten en daarna toch topfit op de trainingen verscheen. Geen sprake van zo’n situatiebegrip bij Grijzenhout. Integendeel, voortdurend behandelde hij mij alsof ik een spelertje was dat uit Bevordering kwam. Neen, ik heb nooit beweerd dat Grijzenhout op het vlak van het voetbalspelletje op zich geen bekwame trainer was, maar daar waar ik zeer bewust niet boven mijn medespelers uitkraaide, daar waar ik van meet af aan goed in de groep geïntegreerd was, daar waar jongens als John Bogaert, Julien Verriest en Franky Simon bereid waren  voor mij door het vuur te gaan, daar ontbrak het Grijzenhout aan elementair respect voor mij. Overigens: ik geef toe dat mijn houding tegenover Grijzenhout onbewust kan beïnvloed geweest zijn doordat ik bovenaan een heuvel stond en hij onderaan, maar is het niet evengoed mogelijk dat zijn houding tegenover mij voor een stuk juist te verklaren is door zíjn positie daar onderaan?

In overleg met het Cerclebestuur deed jij je derde jaar niet uit en daarna trok je naar Bergen.  Met succes? En wat deed je na Bergen?

Succes? Jawel, want we speelden kampioen in derde en promoveerden dus naar tweede. Ik begon als speler-trainer, maar vond het na een tijdje beter niet meer zelf mee te spelen. Maar, maar, maar … Zie, ik ben geen Vlaming, ik ben geen Waal, ik ben een Brusselaar en ik ben een Belg, maar als wat ik in Brugge en in Bergen heb meegemaakt typisch is voor Vlaanderen en Wallonië, dan is het met de Walen erg gesteld. Cercle was kleinschalig, maar alles was er altijd proper en in orde. Als ik in Bergen twee maanden na de kampioenenviering in de kleedkamers terugkwam, waren die nog altijd dezelfde varkensstallen als direct na die viering.  Mij gaat dat niet, zo’n gebrek aan orde, aan discipline, aan voornaamheid – ik kan er niet tegen. Lang heb ik het dan ook niet uitgehouden in Bergen. Daarna ben ik nog ruim tien jaar jeugdtrainer geweest bij Anderlecht, tot trainer Peruzovic mij voorstelde om de scouting voor de eerste ploeg op mij te nemen. Dat ik dit mocht doen, is voor mij een onvoorstelbare zegen geweest. Het werd het begin van een nieuw, een prachtig hoofdstuk in mijn leven.

Een nieuw, prachtig hoofdstuk in je leven?

Wat ging eraan vooraf? Het voetbal heeft mij eerst en vooral veel plezier bijgebracht.  Nu nog herhaalt mijn vrouw het dikwijls: “Je hebt in je leven geluk gehad. Je hebt kunnen doen wat je graag deed en je bent daar totaal in geslaagd.” Ten tweede heb ik dankzij het voetbal veel mensen leren kennen en veel interessante relaties aangeknoopt. En ten derde dank ik aan Koning Voetbal dat ik goed mijn brood heb verdiend, zozeer zelfs dat ik nu, inderdaad, na mijn voetbalcarrière een prachtig hoofdstuk aan mijn leven kan toevoegen. Het begon als scout bij Anderlecht. Als scout heb ik heel Europa doorgereisd. Dat reizen intrigeerde me zozeer dat ik intussen bijna heel de wereld heb gezien. Reizen is voor mijn vrouw en mezelf, ook nu nog, een festijn. Maanden lang bereid ik onze reizen voor, ter plekke weet ik altijd heel goed wat er het bezoeken waard is, en na elke reis vergt ook het vereeuwigen ervan weken, zo niet maanden tijd. Het bewerken van beeld, klank en kleur, zeg maar, het opmaken van hele filmreportages, vind ik meeslepend en verrijkend. Bijna, bijna geniet ik zoveel van mijn reizen als van het voetballen voordien. En dat is véél gezegd!

U las het al, lezer, Pierre Hanon vraagt geen wierook. Maar het minste dat gezegd kan worden is dat hij een sterke persoonlijkheid is. Hij is zichzelf en hij weet wie hij is. Hij is zich bewust van het toch wel uitzonderlijke dat hij als voetballer gepresteerd heeft. Als er iets is dat hij in zijn omgang met zijn medemensen vereist - en já, dat ís er! -  dan is het  ‘respect’. Wederzijds respect, respectvol benaderd worden en ontvangen respect met respect beantwoorden, bepaalt Pierres levenswijze en –filosofie overduidelijk. Als een vriendelijke, kordate gentleman, die ‘oude waarden’ als voornaamheid,  betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, netheid en vooral respect hoog in het vaandel draagt, zal ik me hem blijven herinneren. Toen Pierre gevraagd werd om voor Shot geïnterviewd te worden, antwoordde hij: “Ja, voor Cercle wil ik dat graag doen” (en ook dan zei  hij, letterlijk, dat hij nooit charmantere mensen dan bij Cercle heeft ontmoet). Ik heb het  hem niet gevraagd, lezer, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat hij er ook toe bereid  was geweest een interview toe te staan voor de supporters van RAEC Mons. 

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Arnaud Lusamba

‘Mijn ambitie? Champions League spelen !’ 


In de aanloop naar de wedstrijd in en tegen Racing Genk had ik een gesprek met Arnaud Lusamba. Deze 21-jarige Fransman is bezig aan zijn eerste seizoen in Groen-Zwarte loondienst. Hoewel dat niet helemaal klopt. Cercle huurt de middenvelder van OSG Nice en heeft een aankoopoptie. Ik sprak Arnaud net voor de videoanalyse van Racing Genk. Een videoanalyse die blijkbaar goed werd opgevolgd, want later in de week won Cercle zijn eerste uitwedstrijd. Tegen de competitieleider uit Genk dan nog! 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cijfers zeggen niet alles - Kristof Arys

In Tweede Nationale laat Kristof Arys 7 keren de netten van Cercles tegenstrevers trillen in 13 matchen.  Het jaar erop, in Eerste, lukt hem dat slechts 3 keren in 25 matchen.  “De cijfers spreken voor zichzelf, commentaar overbodig,” zo dacht ik.  “Het komt wel voor dat schijn bedriegt, maar toch niet bij zo’n tegenstelling,”  zo leek het mij!  Voordat  ik bij Kristof aanbelde, kon ik het me niet anders voorstellen dan dat hij zijn tweede jaar in Cercleshirt als een rampjaar had aangevoeld.  Toen ik wat later buitenstapte, was ik wijzer geworden.  Neen, hoe welsprekend ze ook lijken, cijfers zeggen niet alles.  Ook nu nog kijkt Kristof terecht met trots en warme herinnering terug op wat hij bij Cercle presteerde  in Eerste Nationale.

Kristof, na zowat 70 jaar Cercles wel en wee intens van nabij gevolgd te hebben, lopen feiten en namen meer dan mij lief is door elkaar in mijn geheugen.  Maar tijdens welke seizoenen  jij voor Cercle speelde, daarover hoefde ik slecht vijf seconden na te denken.  Hoe zou dat komen?

Er zal zich wel menig Cerclesupporter herinneren dat ik Cercle mocht helpen aan zijn, voorlopig, laatste promotie, en ook wel dat ik één jaar later al een ander oord opzocht.  We spreken over 2002-2003 en 2003-2004.

Je kwam van Deinze, en een gemakkelijke overgang was het niet geweest.  Enkele weken voor je transfer kon ik niet nalaten voorzitter Frans Schotte even aan te spreken en hem te zeggen dat er niets belangrijker was voor Cercle dan een overgang van jou naar Groen-Zwart.  Hij antwoordde: “Ze zijn zot bij Deinze.  Zo’n transfersom als zij vragen, dat is niet redelijk.”

Het is pas in januari 2003 dat ik bij Cercle kwam.  Tijdens het tussenseizoen, een half jaar voordien, zat Cercle al achter mij aan, maar bij Deinze was mijn contract voor twee jaar nog maar halfweg.  Had Cercle tien miljoen frank voor mij overgehad, dan was de transfer meteen geklonken geweest.  Toen Deinze er rond Nieuwjaar niet naast kon kijken dat ik een half jaar later gratis weg kon, lieten ze de vraagprijs zakken, en Cercle verschalkte de concurrentie van onder meer AA Gent, Westerlo en Alemania Aken.

En jij, je was gelukkig met die transfer?

Ik was ermee in de wolken.  Mijn ambitie liep helemaal gelijk met die van Cercle: zo snel mogelijk naar Eerste promoveren.  En die uitdaging was enorm.
Groen-Zwart had zeven punten achterstand op de koploper, Heusden-Zolder. Zelf had ik tussen 1998 en nieuwjaar 2003 respectievelijk bij Eendracht Aalter, KM Torhout en SK Deinze in 119 matchen 89 doelpunten gescoord, waarvan de laatste 13 bij Deinze tijdens de eerste helft van de lopende competitie.  In plaats van tegen de degradatie te moeten vechten, kon ik nu, heel dicht bij huis bovendien, een steentje bijdragen in wat een succesverhaal werd.

Met zeven rozen hielp je Cercle aan de zo vurig verlangde kampioenentitel.  
De laatste twee matchen waren beslissend, en ze staan bij elke Cerclesupporter-van-toen in het geheugen gegrift.  Je scoorde niet tijdens die wedstrijden, maar dat was wellicht niet eens een minidompertje op de uiteindelijke euforie? 

Als spits, aangeworven om te scoren, prik  je, vanzelfsprekend, graag de bal tegen het net zoveel het maar kan, maar voetbal is een teamsport, en het is als team dat je faalt of zegeviert.  Was ik niet terechtgekomen in een ploeg die hecht aaneenhing, een ploeg die een collectieve eenheid was, dan was die toch wel zeer merkwaardige  remonte na zeven punten achterstand onmogelijk geweest. Overigens, één doelpunt en één assist staan me extra klaar voor de geest.  Mijn tweede match bij Cercle was op Deinze, we behaalden een belangrijke 0-1 overwinning, en dat ik toen kon scoren was iets heel bijzonders voor mij.  Tijdens de voorlaatste match, op Zulte-Waregem, zouden we bij een overwinning kampioen geworden zijn, maar het werd 1-1. Tijdens de slotwedstrijd, thuis tegen Dessel, hadden we ons lot in eigen handen.  We kwamen 0-1 achter, maar Sebastien Stassin bezorgde ons de zege met twee kopbaldoelpunten.  Eentje ervan was bijzonder merkwaardig: ik kon ‘een verloren bal’ toch nog voor het doel brengen en in een kluwen van spelers werd het een gouden assist voor het hoofd van Sebastien.

Wellicht een onmogelijk te beantwoorden vraag: Was Cercle in 2003 ook zonder jou kampioen geworden? 

Af en toe kom ik op Olympia, en het is niet uitzonderlijk dat Cerclesupporters me zeggen: “Moesten we joen niet gèt èn da joar, we woaren nooiet kampiejoen gewist.”  En dan voegen ze er nogal eens aan toe dat ik niet lang genoeg bij Cercle gespeeld heb.  Maar het enige dat ontegensprekelijk klopt, dat is dat ik tijdens mijn eerste half seizoen één element was van een ploeg met veel talent gedreven door een enthousiaste teamspirit.

Niet lang genoeg bij Cercle gespeeld?  Kom, laten we er geen doekjes om winden: in Tweede 7 goals in 13 matchen, het jaar erop in Eerste 3 in 25.
Ik vraag me af: Wat zou daarvan de verklaring kunnen zijn?  Is het verschil tussen Eerste en Tweede zo groot?   Lag het aan jouw specifieke talenten, m.a.w. aan het ‘soort’ speler dat jij was?  Kreeg jij te weinig de bal toegespeeld door je medespelers? Of misschien vlotte het niet genoeg van meet af aan, zodat je steeds meer aan zelfvertrouwen verloor?  Is het iets van wat mij als mogelijke verklaring door het hoofd gaat of is het iets heel anders: Wat mag er toch aan de basis hebben gelegen van  zo’n daling van het aantal gescoorde doelpunten??  

Tijdens mijn 19-jarige carrière als voetballer heb ik ongeveer 300 doelpunten gescoord. Toen ik met Cercle naar Eerste promoveerde zag ik reikhalzend uit naar wat voor de deur stond, vol verlangen en vertrouwen. Op het einde van 10 jaar jeugdopleiding bij Club trainde ik mee met de eerste ploeg, met Spehar, Stanic, Okon… Speelminuten in Eerste kreeg ik er niet, ik was er nog niet rijp voor.  En nu, halfweg 2003, ging de grote poort open voor mij.  Echter, echter, voorheen en altijd daarna speelde ik als diepe spits, maar bij Cercle speelde ik in Eerste nooit op die mij zo eigen positie.  Cercle had Nordin Jbari aangetrokken, en het was mijn taak rond hem heen te spelen.  Nordin was een vedette, deed het ook  heel goed, maar ‘meters afleggen’ lag hem niet.  Waar ik gewoon was dat mijn medespelers voor mij de ruimte afdweilden, was het nu mijn taak dat voor hem te doen, zodat hij de afrondende schakel kon zijn.  Nooit heb ik zoveel gelopen tijdens mijn matchen als dat jaar, en ook nooit kwam ik zo zelden in de grote rechthoek voor het doel van de tegenstander.  Kijk je alleen naar de cijfers, dan lijkt 2003-2004 een lelijke tegenvaller voor mij, maar daar zit een heel verhaal achter.  Hoe dan ook, ik was blij dat ik kon spelen in Eerste, dat ik mee timmerde aan de weg, en ik voelde mij niet te goed om  de mij opgelegde opdracht in functie van heel ons team en van Nordin Jbari in het bijzonder met hart en ziel uit te voeren.

"Was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien."

Ik luister met open mond.  Maar het volgende jaar trok je weg van Cercle.  Uit eigen beweging of moest je weg van Groen-Zwart?

In juli en augustus 2004 trainde ik nog bij Cercle, maar op 31 augustus, de laatste transferdag, hakten Cercle en ik de knoop door: op leenbasis vertrok ik naar de grote verliezer van Cercles kampioenenjaar, naar Heusden-Zolder.  Zowel Cercle als ikzelf achtten dit de beste gang van zaken.  Het Cercle van het voorbije jaar had een ingrijpende verandering ondergaan.  Hoewel hij erin geslaagd was Cercle in Eerste te houden, en hij eerder een gouden medaille had verdiend dan dat, werd trainer Tipuric de laan uitgestuurd.  Harm van Veldhoven verving hem.  Jbari trok naar AA Gent, en Cercle lijfde naast Tom Van Mol drie voorspelers in: Dieter Dekelver, Paulus Roiha, en bijzonder belangrijk voor mij, Darko Pivaljevic.  Er kon geen sprake van zijn dat ik diepe spits zou worden en met een trainer die mij wikte en weegde als “slechts driemaal gescoord”, was er weinig twijfel aan dat ik weinig speelminuten zou krijgen.  Ik trok enthousiast naar Heusden-Zolder, want het zag ernaar uit dat ik het succesrijke Cercleseizoen van twee jaar voordien kon overdoen.  Heusden-Zolder barstte van ambitie. De ploeg bestond echter eerder uit eilandjes dan uit een team, en zoiets leidt onvermijdelijk tot een fiasco. 

Blijkbaar had jij het voor Jerko Tipuric.  Uit verschillende interviews van spelers  is me gebleken dat hun visies over hem  fel uiteenlopen: van oprechte appreciatie tot  veroordeling als was hij eerder een kwakzalver dan een coach.

Ik denk dat de pers hierin een niet al te fraaie rol gespeeld heeft, hem uiteindelijk als een kolderfiguur begon af te schilderen. Het valt niet te loochenen dat hij belang hechtte aan wat voor het voetbal niet eens marginaal genoemd kan worden - de kleur van de urine, de stand van de maan - en dat werd in de pers breed uitgesmeerd, maar Tipuric was een vakman die zowel in kwade als in goede dagen voor een gemoedelijke, een familiale sfeer wist te zorgen.  Ook met spelers van verschillende nationaliteiten liepen we niet als in hokjes naast elkaar.  Het is niet elke trainer gegeven een hele groep concurrenten, waarvan je er onvermijdelijk voortdurend enkele zwaar moet ontgoochelen, zelfs met plezier naar de trainingen te laten komen.  Over wat voor mij volgde op Cercle, ben ik heel tevreden, maar was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien. 

Je liet al verstaan dat je overgang naar de buurt van de Limburgse mijnen  geen succesnummer was.  Je bleef er dan ook maar één jaar.  Hoe verliep je carrière verder? 

Na dat ene seizoen in het verre Limburg trok ik naar Waasland, eveneens in Tweede, en scoorde er 30 goals in 60 wedstrijden.  Daarna, na mijn twee seizoenen aldaar, trok trainer Dirk Geeraerd naar Roeselare, dat in Eerste speelde.  Ik mocht mee, maar kreeg de kans op een mooie job  in het Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart Instituut op enkele kilometers van mijn deur.  Ik greep dat aanbod met beide handen beet, en ben er nog altijd als preventieadviseur en technisch coördinator werkzaam.  Sportief was het een afdaling van Tweede naar Derde Nationale, bij SV Oudenaarde, maar na interessante tussenstadia, doorgaans in stijgende lijn, ben ik nu actief als sportief coördinator bij F.C. Knokke, dat zopas naar Eerste Amateurs promoveerde.  Niet alleen, maar toch vooral, spoor ik jong talent op bij de Beloften van Club, Cercle, Kortrijk, Roeselare, Zulte-Waregem, Gent.

Sinds enkele jaren komen opvallend veel ex-Cerclejongeren bij Knokke terecht.  Lukraak door elkaar som ik even op: Niels Mestdagh, Kieriën Serpieters, Niels Van de Water, Ruben Vanraefelghem, Jannes Vermeulen, Maarten Cobbaert, Alessio Staelens, Niel Dildick, Maxim Vandewalle.  En Nicolas Tamsin en Steven Van Moeffaert hebben zopas na Knokke een ander oord opgezocht.   Dat het zo’n lange lijst is, is geen toeval?

Bij welke ploegen kan er goed opgeleid jong talent gevonden worden dat vermoedelijk net niet voldoende lijkt voor het eerste elftal van een Eerste of Tweede Klasser, maar dat in aanmerking kan komen voor een ambitieuze amateurploeg als F.C. Knokke?  Zonder nodeloos ver te lopen, is dat bij de ploegen die ik vermelde, en voor ons komt Cercle inderdaad als een waardevolle visvijver voor de dag.  Het komt wel eens voor dat talentrijke jeugdspelers menen dat voor hen een basisplaats gegarandeerd is bij een ‘ploegje’ als Knokke, maar dat staat lang niet bij voorbaat vast.  Voor elke speler die door onze selectie geraakt, is het hard knokken bij Knokke!  En, terloops, toen ik als jonge speler van Club naar Standaard Wetteren in Derde overging, scoorde ik slechts driemaal in 20 wedstrijden.  Tijdens de volgende twee seizoenen trof  ik 27 keren roos bij Eendracht  Aalter.  Voor iedereen, maar voor jongeren in het bijzonder, is geduld een mooie maar een noodzakelijke deugd.

"Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie."

Je beëindigde je loopbaan als veldspeler bijna anderhalf jaar geleden.  Die loopbaan duurde 19 jaar na je opleiding bij Club, verliep bij niet minder dan 14 ploegen, en eindigde bij Wingene.  Bij welke ploegen speelde je het liefst?

Bij Cercle en Waasland, en op minder hoog niveau bij Knokke, Wingene en Gullegem.  Dat waren allemaal succesverhalen: bij elk van die sleepten we de kampioenentitel uit de brand.  Weet je waar ik bijzonder fier op ben?  Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie. Wat gekscherend laat ik af en toe eens horen: “Als je spits een neus voor goals heeft, kun je niet zakken…”

En vandaag de dag, na bijna twee decennia op het veld, kun je ook ernaast  genieten van wat je zich ziet afspelen op de grasmat?

Enorm, enorm plezier kan ik eraan beleven.  Ik ben dan ook rechtstreeks en intens bij het gebeuren betrokken.  Niet alleen spoor ik talent op tijdens een viertal wedstrijden per week , ruimer nog behartig ik heel het reilen en zeilen van onze eerste ploeg, in mindere mate ook van onze beloften. Bovendien ben ik een aanspreekpunt voor onze spelers, voor ons bestuur, en in het bijzonder voor onze voorzitter, die als een succesrijk zakenman weet bepaalde taken te delegeren, zodat ik hem zowel sportief als extra sportief wat kan ontlasten.

Om het interview af te ronden, vroeg ik wat de reporter bij een recent interview in het Brugsch Handelsblad wel kan bedoeld hebben, als hij onder een foto laat volgen: “Kristof Arys wordt in Knokke fel geapprecieerd omwille van zijn voetbalkennis en zijn eenvoud.”  Over ‘voetbalkennis’ stelde ik mij geen vragen, maar waaraan dacht  JPV als hij verwees naar Kristofs ‘eenvoud’?  Kristof zal het wel juist voorhebben als hij meent dat JVP daarmee zinspeelt op het feit dat hij vlot en helemaal zichzelf zijnde contact weet op te nemen met wie dan ook.  Evenzeer voelt hij zich op zijn gemak in het bureau van zijn voorzitter bij Knokke, in het bureau van Vitali of Mannaert, als in om het even welk lokaal van Wingene of rond het veld van om het even welk team.  En omgekeerd!  Het is niet omdat hij in Eerste heeft gespeeld, omdat hij vijf jaar profvoetballer was, dat hij zich te goed zou voelen om met mensen van het provinciale voetbal kameraadschappelijk om te gaan. Een vriendelijke ‘goeiedag’, een praatje slaan met Jan en alleman, een openhartig interview: het typeert en eert Kristof Arys, zonder wie we “da joar, 2002-2003, nooiet kampioen geworden woaren, adden we èm nie gèt.”

(Georges Volckaert)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle door de jaren heen (deel 206)

(periode van 23-07-1960 -> 06-08-1960)

  • Cercle

Het nieuwe voetbalseizoen 1960-1961 naderde op kousenvoeten.  De groen-zwarten maakten zich op om een nieuwe gooi naar de promotie te doen en hoopten dat “derde keer goede keer” ook voor hen van toepassing zou zijn…

Koning Voetbal weer in aantocht…  Cercle maakt zich klaar !” : “Deze week werd een aanvang genomen met de trainingen in het vooruitzicht van de nieuwe kompetitie 1960-1961.  Natuurlijk is het nog te vroeg om nu reeds uit te pakken met de vooruitzichten en de mogelijkheden van Cercle aangezien het hier slechts een eerste kontaktname geldt onder vorm van lichaamsoefeningen –zonder bal– om de stramme spieren los te werken, maar toch mogen we zeggen dat op het Edgard De Smedt Stadion een sfeer van vertrouwen, ja zelfs van optimisme heerst.
Van een buitengewone bedrijvigheid op de transfermarkt kan er bij de groen-zwarten moeilijk gewaagd worden al kan Eric Daels best een goede versterking zijn en kunnen in de laatste dagen nog verrassingen gebeuren.  In grote lijnen wordt dan ook de basisploeg behouden zodat van hun presteren in het komende kampioenschap heel wat zal afhangen.
Voorlopig kunnen we alleen maar hopen dat de spelers zich ten volle zullen inspannen om zo spoedig mogelijk de gewenste konditie en de juiste tred te vinden, ten einde volkomen klaar te zijn voor de officiële start in september a.s.  Verder rekenen we op een goede geest en samenwerking waartoe ook het bestuur en de trainer terdege hun steentje kunnen bijdragen.  In een ideale geest van samenhorigheid en onderling begrip moet Cercle zich dit jaar duchtig kunnen doen gelden en hun aanhangers voluit bevredigen.  Dit is onze enigste en vurigste wens die hopelijk met klank zal vervuld worden.”

Een ander artikel blikte nog even terug op de twee voorbije seizoenen toen Cercle telkens bijna de promotie te pakken had maar in extremis toch de duimen moest leggen :

“ “Derde keer, goei keer” voor Cercle ?“ : “Tot tweemaal toe werd Cercle in de afgelopen kampioenschappen op de meet geklopt voor de zo vurig betrachte promovering naar 1eklasse. Het jammerlijk en veelomstreden falen der groen-zwarten in de beslissende testmatch te Mechelen tegen Patro Eisden, ligt nog vers in het geheugen en nog dagelijks moeten we het aanhoren dat de Bruggelingen nooit meer dergelijke kans zullen krijgen !...
Zulks kan heel goed mogelijk zijn en is zeker te betreuren, terwijl het even waar is dat zware vergissingen begaan werden met verdragende gevolgen.  Maar gedane zaken nemen geen keer, zodat het best is daar niet verder te blijven bij stilstaan en de spons over het verleden te vegen.  Thans dient alles aangewend om niet meer in hetzelfde euvel te vervallen en alles in ’t werk gesteld om zich in ere te herstellen.
De grootste aandacht moet nu gaan naar het seizoen 1960-61 die voor Cercle hopelijk “derde keer, goei keer” wordt. Dinsdag woonden we de eerste training bij op de vernieuwde grasmat en we kunnen zeggen dat deze eerste kennismaking ons een beste indruk heeft gelaten.  Niet dat er geoefend werd dat de stukken er afvlogen, noch dat de meeste spelers reeds blijk gaven van een vergevorderde forme, maar de kameraadschappelijke geest en de goede verstandhouding waren opvallend en bemoedigend.
Onder leiding van de bruingebrande Delfour deden de twintigtal opgekomen spelers lichte lichaams-, lenigheids- en ontspanningsoefeningen waarin allen van goede wil getuigden.  Wij noteerden de aanwezigheid van praktisch de volledige Cercleploeg met Willy Mortier, Robert Serru, Aimé Baas, Dré Perot, Jackie De Caluwé, Noël Demey, Roger Notteboom, Gilbert Bailliu, Eric Buyse, Philemon Desmaele en Albert Michiels.  Enkel Marin Roje en Joseph Van Vlaenderen ontbraken wegens verlof.
We stipten ook de tegenwoordigheid aan van de nieuwe aanwinst Eric Daels van SV Wevelgem, een zwartharige rijzige atleet die de opgelegde oefeningen en bewegingen zeer flink uitvoerde.  Verder nog de bijzonderste invallers Acket, Wittewrongel, Jo Gerard en Verheye, de jongeren Van Hamme en Flamée en de “verloren zonen” Gaston Eeckeman en Willy Craeye.  Deze laatsten waren destijds flinke beloften, die echter bleven hangen en mits intensieve en harde training wellicht weer op het voorplan kunnen komen.
Wezen we reeds op het gemoedelijke van de eerste training die eerder een voorbereidend karakter had, dan zal de oefening echter geleidelijk harder en meer toegespitst worden.  En dat zal meer dan nodig zijn, vermits reeds op zondag 7 augustus een eerste wedstrijd dient betwist en dit in Frankrijk te Charleville waar de groen-zwarten het moeten opnemen tegen de nieuwe Franse eersteklasser Rouen.  Een gemakkelijke inzet is dat in geen geval en Cercle zal zeker behoorlijk zweten om tot een eervol resultaat te komen.
Het moet trouwens gezegd dat trainer Delfour zijn spelers weer een zeer lastig oefenprogramma in de schoenen schuift, want na deze harde inzet in Frankrijk wachten de groen-zwarten nog zware opgaven. Zo op maandag 15 augustus krijgen ze de traditionele Hollandse trip naar Breda, waarvan de terugmatch te Brugge waarschijnlijk begin september ’s avonds zal doorgaan.  Op zaterdag 20 augustus komt Beerschot op bezoek terwijl op zondag 28 augustus niemand minder dan de Belgische kampioenenploeg SK Lierse alhier te gast zal zijn.  Komt dan nog een vriendenpartij tegen Union waarvan de datum echter nog niet werd vastgesteld.
Dit alles wijst er op dat Delfour zijn spelers helemaal wil klaar krijgen voor de start van het kampioenschap op zondag 4 september a.s.  De gelegenheid om zich te roderen krijgen de groen-zwarten in ieder geval slechts voor het grijpen, maar het is nu te zien of allen zich daaraan zullen kunnen aanpassen.
De Cercledirigenten die we even uithoorden omtrent de vooruitzichten en de mogelijkheden der groen-zwarten in het komende kampioenschap, bleken zeer voorzichtig om niet te zeggen terughoudend in hun uitlatingen.  Het is een nieuw begin werd ons verzekerd, zodat men moet afwachten…  Alles hangt af van de konditie van de spelers en van het ploegverband, maar toch verwachten we en hopen we het beste.
We kunnen niet anders dan ons hierbij aansluiten en de hoop uitdrukken dat Cercle dit seizoen beter op haar zaak zal letten en met verenigde krachten hogerop zal trachten te komen.  Waar een wil is, is een weg, moet zowel voor spelers als bestuur de te volgen leidraad zijn !”

De groen-zwarten hadden zich bijna niet geroerd op de transfermarkt maar naarmate de dagen verstreken scheen hier toch wel een kentering in te komen.  Het was het Cerclebestuur menens om zich in het promotiedebat te mengen en dus mocht er op enkele plaatsen wat versterking bijkomen…

Toch nog versterking voor Cercle ?” : “De groen-zwarten hebben dit jaar geen sensationele aankopen gedaan en eerder de kat uit de boom gekeken.  Daarentegen werd Hans Gerard voor een flinke bom duiten van de hand gedaan aan Union Sint-Gillis, zodat de transferaktiviteit voor Cercle eerder een passief betekende.
In laatste instantie schijnt hierin dan toch een gunstige kentering te komen vermits op het ogenblik dat we deze lijnen schrijven vergevorderde onderhandelingen bezig zijn voor de aankoop van nog een paar spelers.
Er is o.m. sprake van de voorspeler van SC Charleroi, Willy Lambert, die over twee seizoenen topscorer was van IIe Klasse, en voor wie alleen nog enkele details dienen geregeld.
Deze week werden tevens een tweetal Hongaarse voetballers getest en ook hier kan het nog tot een akkoord komen ! Afwachten is echter de boodschap…” 

En dat het niet bij woorden bleef bewees het volgend artikel  :

Drie nieuwe spelers voor Cercle” : “In het kader van onze bijdrage over de eerste Cercletraining, lieten we uitschijnen dat de groen-zwarten in extremis best nog een paar belangrijke aankopen zouden kunnen doen.  Dit werd trouwens bewaarheid en vrijdag in de namiddag kregen we de officiële bevestiging dat nog drie nieuwe transfers tot een goed einde gebracht en ondertekend werden.
In de eerste plaats gaat het om de bekende voorspeler van SC Charleroi, Willy Lambert, afkomstig van Nijvel, een gevaarlijke doelschutter die twee seizoenen geleden aan het hoofd stond van de goalgetters van 2eklasse met meer dan twintig doelpunten.
Tevens werden nog twee Hongaren aangeworven die gekwalificeerd zijn om in de fanionploeg op te treden.  Het zijn de 22-jarige Zoltan Locskai, die verleden seizoen bijna alle matchen speelde bij de Anderlechtreserven als centervoor of inside en de 26-jarige André Gaal, die twee jaar geleden als achterspeler optrad bij de Gantoise-invallers.  Naar men ons verzekerde zijn het technisch vaardige elementen die op de afgenomen testen een gunstige indruk lieten.  Het is nu te zien hoe zij zullen presteren in kompetitie- en in ploegverband, zodat dient afgewacht of zij al dan niet aanwinsten voor de groen-zwarten zullen betekenen.”

Nvdr : naast deze drie vermelde spelers stapte ook nog de Hongaar Kovari over van Olympic Charleroi naar Cercle Brugge.  

Lees meer