koop tickets online

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 211)

(periode van 24-09-1960 -> 24-09-1960)

Cercle

Een gelijkspel op F.C. Diest (2-2) en een thuiszege tegen White Star (3-1).  De groen-zwarten hadden de start van het nieuwe seizoen niet gemist.  Al was zeker niet iedereen tevreden over het geëtaleerde voetbal.  Wilden de Bruggelingen een gooi doen naar de zo fel begeerde promotie dan moest de kwaliteit van het geleverde spel drastisch opgekrikt worden.  Maar, zullen de groen-zwarten waarschijnlijk gedacht hebben, niet echt goed spelen en toch punten pakken, dat is de kunst.  De Bruggelingen wilden die theorie ook op het veld van Olse Merksem in de praktijk omzetten.  “Veritas” mocht in opdracht van “Het Brugsch Handelsblad” richting Merksem sporen en er zijn bevindingen toevertrouwen aan het papier :

Olse Merksem – Cercle Brugge  5-1  –  Cercle maakte spel… Olse doelpunten !” : “Hoe een dubbeltje rollen kan, zouden onze nuchtere Noorderburen alvast zeggen, na de wedstrijd Olse – Cercle gezien te hebben.  Immers, bij het horen van de uitslag zal menige Bruggeling beslist gedacht hebben dat de groen-zwarten er in het Gemeentepark te Merksem er niet bij te pas zijn gekomen.  Niets is echter minder waar : de Cercle-jongens hebben op het veld van de Oudleerlingen van St-Edwardus (de Edwardjes zeggen zij in Antwerpen) voetbal gespeeld, dat zeker mocht gezien worden.
De kombinaties verliepen vlot, er werd bij momenten aan show gedaan, bij zoverre dat Merksem op sommige ogenblikken als het ware ingedrukt was, er werden reeksen hoekschoppen afgedwongen, maar één zaak werd er vergeten, het bijzonderste : het schot op doel !  Het is tot vervelens toe dat wij dit moeten herhalen : het was enkel Bailliu die zijn kans op doel waagde, doch de Cercle-aanvoerder kende hierbij geen greintje meeval.  Hij schoot op de paal, ofwel werd zijn doelpoging door een achterspeler weggewerkt als de doelman reeds geklopt scheen, in elk geval, de lokale reservedoelman die in laatste instantie inviel voor de gewonde Jacobs, deed bepaald zeer onzeker, doch kende waarschijnlijk meer geluk op die ene wedstrijd, dan in zijn voorgaande matchen samen.  “En dat dit juist tegen Cercle moet gebeuren”, zuchtte een groen-zwarte supporter voor ons in de trein, die ons naar Brugge terugreed.
Overtrof Cercle inzake techniek de Merksemse tegenpartij, ongelukkiglijk ging dit aantrekkelijk spel gepaard met een schrijnend gebrek aan afwerking : zowel de Zuidwestvlaamse rechtervleugel Daels-Buyse als de linkerwing Gerard-Michiels liepen vaak in de kijker door hun sierlijke aanvalsmaneuvers, doch gevaar voor de lokale doelmond kwam er daarbij slechts heel zelden.  Waar bovendien Perot meer dan op zijn beurt de aanval ging steunen, doch zo traag terugkeerde bij de bliksemsnelle Merksemse tegenaanvallen, werd Roje begrijpelijkerwijze voor zware problemen geplaatst : de grote eindcijfers zijn een sprekend bewijs dat er achteraan iets niet klopte bij de man-dekking van Cercle.
Eén ding staat vast : op gebied van direktheid en van afwerking konden de Bruggelingen gerust een lesje nemen van de lokale blauw-gelen.  Waar Cercle 10 passen voor nodig had, deden Vande Weyer en zijn maats in 2 tijden, en daar bovendien de Merksemse forwards met droog poeder schoten, zal Mortier deze zonnige zondagnamiddag nog zo vlug niet vergeten.”


Technische  krabbels…
Olse Merksem – Cercle Brugge  5-1

- opkomst : 4.000 toeschouwers.
- leiding : dhr. Dupont, “thuis”arbiter.
- weergesteldheid : zonnig en warm.
- terrein : prima.
- fair-play : een paar lokale achterspelers maakten wel eens gebruik van de lankmoedigheid
  van de spelleider.
- corners : Olse 7, Cercle 12.
- doelpunten : 3e min. : Sips 1-0 ; 26e min. : Vande Weyer 2-0 ; 47e min. : Kemland 3-0 ; 57e
  min. : Vande Weyer 4-0 ; 60e min. : Sips 5-0 ;  89e min. : Perot 5-1.
- Olse Merksem : Boon, Brands, Verbois, Willems, Soetewey, Didden, Verhaegen, Vande
  Weyer, Adel, Sips, Kemland.
- Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Daels, Buyse, Bailliu, Michiels, Gerard.


 

Brugge

* Wie zin heeft om een boek te lezen kan daarvoor terecht in één van de vele bibliotheken die Brugge rijk is.  Al deze bibliotheken zijn tegenwoordig gegroepeerd en vallen onder de bevoegdheid van Stad Brugge maar dat was destijds wel even anders.  Mijn vader was een fervent boekenliefhebber.  Kilo’s boeken heeft hij gelezen.  Hij stapte dan ook regelmatig Bruggewaarts om er in de Oude Burg een bibliotheek te bezoeken.  In de gebouwen van de Christelijke Mutualiteit, de rasechte Bruggelingen spraken steevast over “de Gilde”, trof je op de bovenverdieping een welvoorziene bibliotheek aan.  Het was nog de tijd dat diverse sociale organisaties allerhande activiteiten tot bij de mensen wilden brengen en dus richtte het Algemeen Christelijk Vakverbond een volksbibliotheek op : de Guido-Gezelleboekerij.  Probeer die bibliotheek maar niet meer terug te vinden want zij is sinds jaar en dag verdwenen.  Het gebouw van de Christelijke Mutualiteit werd ondertussen reeds enkele keren grondig verbouwd zodat elk spoor dat duidt op de ooit aanwezige bibliotheek nu zeker en vast verdwenen zal zijn.  Maar mijn vader beperkte zich niet tot de Guido-Gezelleboekerij in “de Gilde”, hij ontleende ook boeken in de bibliotheek “Lode Zielens”.  Over die laatste bibliotheek doen wij hieronder wat geschiedenis uit de doeken :

In “Het Brugsch Handelsblad” van 24 september 1960 vonden wij alvast een uitnodigende advertentie terug om, nu de dagen korter en de avonden langer werden, eens een boek ter hand te nemen :

Bibliotheek Lode Zielens, Zilverstraat 43” : “Nu de lange winteravonden in het verschiet liggen, mag weerom een grotere toeloop van lezers verwacht worden in onze bibliotheek.  Een grote bestelling van meer dan 200 van de laatst verschenen romans en vormende werken is aangekomen en zal spoedig voor uitlening gereed zijn.  Zoals gewoonlijk wordt met ingang van 1 oktober de uurrooster der uitleningen uitgebreid en is de bibliotheek ook toegankelijk voor het publiek elke dinsdagavond van 18 tot 20 uur.
De volledige uurrooster is dus als volgt :
Dinsdag, woensdag en vrijdag van 18 tot 20 uur, zondagmorgen van 10 tot 12 uur, donderdag van 18 tot 19 uur voor wetenschappelijke en vormende werken.
Vanaf 1 oktober worden in de Zilverstraat geen jeugdboeken meer uitgeleend.  Alle jonge lezers worden verwezen naar de nieuwe jeugdbibliotheek in de Minderbroederstraat nr. 8 (zie afzonderlijk bericht).”

Wellicht viel het de aandachtige lezer op dat je op donderdagavond van 18 tot 19 uur in de bibliotheek terecht kon voor het ontlenen van wetenschappelijke en vormende werken.  Anno 2019 lijkt het ondenkbaar dat een bibliotheek zijn aanbod zou opsplitsen en daar afzonderlijke openingstijden zou aan koppelen !

Cerle Brugge KSV

In dit ondertussen verdwenen gebouw in de Zilverstraat trof je de openbare bibliotheek “Lode Zielens” aan (bron foto : beeldbank Brugge).

Maar, wie was nu Lode Zielens ?

Ludovicus Carolus Zielens werd in Antwerpen geboren op 13 juni 1901 in het Sint-Andrieskwartier dat beter bekend stond als de “parochie van misère”.  Lode, zoals hij aangesproken werd, was de oudste van de drie kinderen van diamantslijper Frans Josephus Zielens en Maria Theresia Bens.  De lagere school volgde hij bij de paters in de Pompstraat.  In 1911 verhuisde de familie naar de wijk “Het Kiel” waar hij les kreeg in de Stedelijke Jongensschool in de Pierenbergstraat.  In 1915 werd hij leerling op de Technische Lagere Hoofdschool aan de Paardenmarkt.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog volgde hij van nabij de ontwikkeling van het activisme.  Het activisme was in de periode van de Eerste Wereldoorlog de benaming voor het deel van de Vlaamse Beweging dat via de collaboratie met Duitsland een aantal Vlaamse grieven en zelfs Vlaamse onafhankelijkheid hoopte te verwezenlijken.  Zielens las, niettegenstaande zijn jeugdige leeftijd, het werk van Léon Tolstoï en schreef verzen die hij in zijn vriendenkring declameerde.
Ondanks zijn goede schooluitslagen kreeg Lode Zielens niet de kans om te studeren en werd hij achtereenvolgens havenarbeider, helper bij een fietsenmaker, werkman bij de Bell Telephone Company en ‘markeur’ aan de haven.
Omwille van zijn literair talent werd hij al vroeg opgemerkt en kon hij er prat op gaan dat hij, nauwelijks twintig jaar oud, een plaatsje kreeg bij de redactie van het dagblad “Volksgazet”.  In 1920 debuteerde Zielens met zijn eerste novelle “Schoolkolonie” dat in Elsevier’s Maandschrift werd gepubliceerd.
Het schrijven bracht echter geen brood op de plank en dus voegde Zielens een nieuwe job toe aan zijn reeds goedgevuld repertoire : hij werd kantoorbediende bij de Union Forestière, een Antwerpse houthandel, waar hij inhoudsmaten berekent.
In 1922 won hij de tweede prijs in een novellenprijskamp uitgeschreven door de “Volksgazet” en vertrouwde de redactie van deze socialistische krant hem de rubriek ‘Kunst en letteren’ toe.  Behalve journalistiek werk voor zijn eigen krant, zorgde hij eveneens voor bijdragen aan minstens twaalf periodieken.
Op 18 november 1924 huwde hij met Ludovica Henrica Ceulemans en verhuisde het jonge koppel naar de Oudstrijdersstraat te Borgerhout.  Op 23 oktober 1925 werd een zoon, Herman Frans, geboren.  In 1926 volgde een nieuwe verhuis richting een tuinwijk in de Eenheidstraat te Wilrijk.
In 1930 verwierf Lode Zielens een reisbeurs en vertrok hij naar Frankrijk waar hij te Parijs, Dijon, Lyon, Grenoble, Marseille, Nice, Arles, Avignon en Tarascon verbleef.
Ondertussen kreeg zijn eerste roman “Het duistere bloed” ruime waardering.  Het centrale thema in deze roman was de seksuele obsessie van het personage, vrachtrijder Karel.
Lode Zielens, uitgegroeid tot een bezielende romanschrijver, zorgde, samen met o.a. Gerard Walschap, voor een vernieuwing in de Vlaamse letterkunde.  Zij stapten af van de zogenaamde heimatroman en kozen voor de meer sociale roman die ethische problematiek, seksualiteit en morele wantoestanden aankaartte.  Alle problemen waar de gewone mens mee geconfronteerd kon worden, kwamen tot uiting in zijn romans die zich meestal afspeelden in een proletarisch of in een kleinburgerlijk milieu.
Vanaf 1931 focuste Lode Zielens zich helemaal op het schrijverschap.  Zijn roman “Het duistere bloed” bezorgde hem nog datzelfde jaar de “Letterkundige prijs der Provincie Antwerpen” en enkele van zijn novellen, “De roep” (novellebundel) en “Polka voor piston” werden gepubliceerd.
Sinds 1928 werkte Zielens onverdroten verder aan wat het belangrijkste werk, zijn opus magnum, uit zijn carrière werd : “Moeder, waarom leven wij ?”.  Als journalist bij de “Volksgazet” trok hij dagelijks, samen met Frans Dille, een illustrator en later een bekend graficus, de stad in op zoek naar reportages.  Elke dag bouwde hij verder aan wat spontaan de vernieuwende roman “Moeder, waarom leven wij ?” zou worden.
In 1932 werd dit werk, een proletarisch havenepos, gepubliceerd.  Het verscheen midden in een lange periode van economische crisis (1929-1935) waarin de werkloosheid enorme proporties had aangenomen en duizenden arbeiders en bedienden afhankelijk waren van een uitkering.  Een schrijnend gebrek aan geld en aan levensmiddelen tekenden het leven in de industriezones.
Doctor Emiel Willekens schreef over “Moeder, waarom leven wij ?” : “Lode Zielens was de eerste eigen, Vlaamse auteur, met wiens personages een hele klasse van werkmensen uit de grootstad zich identificeren kon, die haar eigen leven weergaf en die meteen niet gewild literair deed, maar naar zijn lezers toe schreef, zich bovendien met hen solidair verklaarde zonder daarbij aan strijdliteratuur te gaan doen of zelfs maar tendentieus te worden.  Zielens is als schrijver over sociale thema’s niet uniek, noch is hij de eerst-gekomene.  Hij staat op een lijn die van Petrus Frans Van Kerckhoven over Eugeen Zetternam heen naar Reimond Stijns en Gustaaf Vermeersch voert.  Maar om telkens diverse redenen is de toenadering tot de lezer bij deze auteurs onvolkomen gebleven.  Bij Zielens is de identificatie totaal.”.
In 1934 kreeg hij de “Driejaarlijkse Staatsprijs voor Letterkunde” voor zijn “Moeder, waarom leven wij ?” en werd hij ontvangen op het Antwerpse stadhuis.  Hij maakte ook een reis naar Nederland waar hij Rotterdam, Den Haag en Amsterdam aandeed en een tijdje bij Herman Robbers te Schoorl verbleef.
In 1935 volgde nog maar eens een verhuis.  Deze keer ging het richting Carnotstraat nadat hij in 1931 reeds van Wilrijk naar de Meir verhuisd was.  Met de Antwerpse filmpersjournalisten maakte hij in 1936 een korte reis naar Engeland.
Het ging Lode Zielens voor de wind met in 1938 een nieuwe verhuis tot gevolg, deze keer naar de Rolwagenstraat.  Hij had ook een tweede verblijf te Kapellen.  Tevens werd hij benoemd tot leraar in de algemene literatuurgeschiedenis aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen.  In 1939 volgde een reis naar Zwitserland met de Antwerpse Filmpersbond.
Wanneer de troepen van Adolf Hitler in 1940 ons land veroverden vond Lode Zielens het raadzamer om via Duinkerke, Boulogne en Dieppe naar Toulouse te trekken.  Drie maanden later keerde hij naar Antwerpen terug.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog stopte men met het uitgeven van de “Volksgazet” en Zielens kreeg een aanstelling als tijdelijk stadsbediende bij het “Museum van de Vlaamse Letterkunde”.
Na de bevrijding in 1944 ging Lode Zielens opnieuw aan de slag als journalist bij de Volksgazet.
Op 28 november 1944 sloeg echter het noodlot toe.  De Duitsers, die de oorlog aan het verliezen waren, probeerden met alle middelen alsnog het tij te keren.  Eén van hun laatste en zeer gevreesde wapens waren hun Vergeltungswaffen, beter bekend als de V1 en V2-raketten.  Naast Londen richtten de Duitsers hun raketten ook op de haven van Antwerpen omdat deze van strategisch belang was voor de geallieerde opmars in Duitsland.  Het was op die bewuste novemberdag dat Lode Zielens tijdens een bombardement met V2-raketten op Antwerpen om het leven kwam.  Hij werd begraven op het kerkhof Schoonselhof.

(bron tekst : schrijversgewijs.be)

Lode Zielens publiceerde realistische sociale romans en behoorde daardoor tot de vernieuwers van de Vlaamse literatuur (bron foto : www.assisen.be).

Cerle Brugge KSV
Cerle Brugge KSV

Toen de oude bibliotheek eind jaren ’60 afgebroken werd vond bibliotheek “Lode Zielens” een onderkomen in een pand wat verder in de Zilverstraat.  Ook dat gebouw verdween uit het Brugse straatbeeld en de vrijgekomen gronden werden gebruikt voor de bouw van de Alberthal (bron foto : beeldbank Brugge).

Bibliotheek “Lode Zielens”, ondertussen een filiaal geworden van de stedelijke hoofdbibliotheek Biekorf, vond sinds jaar en dag een stek in een imposant neogothisch gebouw in de Westmeers : de Germana.  Maar de geschiedenis van dat gebouw is stof  voor een latere bijdrage.

 

Brugge telde destijds enkele grote maar nog veel meer kleinere bibliotheken.  Eén van deze kleinere bibliotheken, maar wie herinnert zich dat nog ?, was de uitleenbibliotheek Rousseau in de Langestraat 29.  Deze privé-uitleenbibliotheek opende waarschijnlijk de deuren, een precieze datum is er niet, begin de dertiger jaren van de vorige eeuw.  De winkel van het echtpaar Rousseau – De Muyter omvatte trouwens niet alleen een uitleenbibliotheek maar ook een afdeling met school- en kantoorbenodigdheden, een krantenwinkel en een kleine boekhandel waar stationsromannetjes de boventoon voerden.  De uitleenbibliotheek was ondergebracht in een achterliggend lokaal.  De aangeboden boeken waren vooral de Nederlands- en Franstalige succesboeken van dat moment.  Rousseau genoot de reputatie dat zij ook ‘gewaagde’ boeken uitleenden al moest dat begrip met de nodige voorzichtigheid benaderd worden want enkele jaren later kon je deze boeken ook gewoon in de stadsbibliotheek ontlenen.  Wanneer deze privé-uitleenbibliotheek de deuren sloot is evenmin exact gekend maar het moet ergens midden de jaren zeventig geweest zijn.

Cerle Brugge KSV

Stanley Schofield, de fotograaf van dienst, maakte tijdens de zomer van 1927 een reis door Nederland en België.  Hij logeerde in het toenmalige hotel Verriest, nu Flanders Hotel, en nam deze foto vanuit één van de bovenramen van het hotel.  Centraal op de foto zien wij het uitstalraam van de “Librairie J. Rousseau – De Muyter” (tekst op het raam).  Je kon er ook terecht voor “schoolgerief”.
Op het ogenblik van de opname stonden op de stoep heel wat mensen, waarschijnlijk ongeduldig, uit te kijken naar de op komst zijnde stoet die uitging n.a.v. de inhuldiging op 31 juli 1927 van een gedenkplaat in de Balsemboomstraat.  Tijdens de Eerste Wereldoorlog bombardeerden de Engelsen het kazernecomplex tussen de Langestraat en de Kazernevest maar meerdere bommen misten hun doel en kwamen op de nabijgelegen woonwijk terecht.  Hierbij vielen heel wat burgerslachtoffers.    Deze gedenkplaat kwam er om de slachtoffers van een Engels bombardement op de nabijgelegen kazerne te herdenken.  De inhuldiging van de gedenkplaat werd voorafgegaan door een godsdienstige plechtigheid en door een stoet waarin oorlogstaferelen geëvoceerd werden.
In het wegdek van de Langestraat zien we de tramsporen van Tram 6 Sint-Kruis (bron foto : beeldbank Brugge).

* We hadden het in één van de vorige bijdragen reeds over de bouwvallige Smedenkapel in de Smedenstraat.  Na al die tijd was er nog steeds niets aan gedaan en een storm die over onze contreien getrokken was had er voor gezorgd dat de kapel nu als een echt gevaarlijk bouwsel mocht bestempeld worden : “De Smedenkapel wordt een openbaar gevaar” : “Tijdens de voorbije week is de bouwvallige toestand van de Smedenkapel ten gevolge van een geweldige storm nog verergerd, zodat de hulp van de stad diende ingeroepen te worden om de weggebruikers te beschermen tegen het eventueel instorten van de kapel.  IJzeren hekkens werden thans rond het gebouw geplaatst, om de voetgangers op afstand te houden.  Wij hebben pas voor een paar weken de zaak van de Smedenkapel opnieuw aangesneden.  Het wordt hoog tijd dat de verantwoordelijke instanties in deze aangelegenheid een beslissing nemen.  De Smedenkapel, zoals die er nu staat, is ’t grootste schandaal van West-Brugge.  Bedoeld gebouw is geen geklasseerd monument en momenteel nog eigendom van dhr. Maertens, die echter niet vrij is, een verbouwing uit te voeren in het belang van zijn handel.  Als historisch gebouw heeft de Smedenkapel geen waarde meer.  Het is een bouwval en een publiek gevaar.  Waarop wacht men om deze ruïne op te ruimen ?  Langer getalm is onverantwoord !”.

De Smedenkapel in betere tijden !  Op de plaats waar vroeger het Sinte Loys huys stond werd omstreeks 1353-1354 een kapel gebouwd die tot het ambacht van de smeden behoorde.  In de vijftiende eeuw werd de kapel verbouwd en kreeg het uitzicht zoals wij zien op bovenstaande foto.  Na de Franse Revolutie van 1789 en éénmaal de rust in hun eigen land min of meer teruggekeerd was trokken de Fransen op veroveringstocht.  Zij hielden onze gewesten van 1794 tot 1814 onder de knoet.  Veel kerken en kloosters moesten er onder de Franse heerschappij aan geloven en de Smedenkapel werd openbaar verkocht.  De voormalige kapel werd vanaf dan gebruikt als o.a. atelier en opslagplaats.  In 1961 stortte een gedeelte van de apsis in maar toch voelde niemand zich geroepen om de kapel van een verdere teloorgang te redden.  Uiteindelijk werd de vroegere Smedenkapel gesloopt (bron foto : beeldbank Brugge).

 

Cerle Brugge KSV

* Wie interesse heeft in het ontstaan en de groei en bloei van Brugge weet dat onze mooie stad altijd eerder kleinschalig geweest is.  De naam van Brugge werd voor de eerste keer vermeld tussen 850 en 875.  Het oorspronkelijke Brugge situeerde zich op en rond de huidige Burg.  Er was een Zuidpoort (bij de huidige Blinde-Ezelstraat), een Oostpoort (bij de Hoogstraat), een Westpoort (bij de Breidelstraat) en een Noordpoort (bij de Philipstockstraat).  In feite was dat ‘eerste Brugge’ een kleine versterking met vier poorten.  In de schaduw van die versterking kwamen mensen wonen en het grondgebied breidde zich met mondjesmaat uit.  In 1127-1128 werd de eerste stadsomwalling gebouwd dat volgende stadspoorten omvatte : de Noordzandpoort (aan het einde van de Noordzandstraat), de Zuidzandpoort (aan het einde van de Zuidzandstraat), de Ezelpoort of Sint-Jacobspoort (aan het einde van de Sint-Jakobsstraat, de Vlamingpoort (aan het einde van de Vlamingstraat), de Koetelwijkpoort (aan de huidige Koningsbrug over de Spiegelrei), de Oude Molenpoort (aan het einde van de Hoogstraat) en de Mariapoort (aan het einde van de Mariastraat).
In 1297 werd de tweede stadsomwalling gebouwd dat de volgende stadspoorten omvatte : de Ezelpoort, Smedenpoort, Gentpoort, Kruispoort, Boeveriepoort, Katelijnepoort, Sint-Nikolaaspoort, Sint-Leonarduspoort en de Spejepoort.  De eerste vier poorten bestaan nog steeds maar de andere poorten zijn van de Brugse bodem verdwenen.  De Sint-Nikolaaspoort, Sint-Leonarduspoort en de Spejepoort vormden samen het Dampoortcomplex.

In het artikel uit “Het Brugsch Handelsblad” heeft de verslaggever het over de oude vestingsmuur langs de Augustijnenrei.  Deze vestingsmuur behoorde tot de eerste stadsomwalling van 1127-1128 : “Oude vestingsmuur langs de St-Augustijnenrei” : “Onder leiding van dhr. Luc Devliegher heeft men maandag een aanvang gemaakt met het onderzoeken van een oude vestingsmuur langsheen de Augustijnenrei, ter hoogte van de achterzijde van het huis nr. 26 in de Grauwwerkersstraat (*).  Dit werk wordt uitgevoerd door de Kulturele Dienst der Provincie en de Dienst voor Opgravingen te Brussel.  Het betreft hier een oude vestingsmuur, daterende omstreeks uit het jaar 1128 en waarvan de halfronde verdedigingstoren nog zeer goed zichtbaar is.  Het overblijvend gedeelte van deze toren werd later als paviljoen gebruikt.  Deze muur, waarvan de fundering uit harde veldsteen bestaat, werd, zoals trouwens zeer goed merkbaar is, naderhand reeds hersteld, doch op enkele plaatsen is de originele steen nog zeer goed zichtbaar alhoewel door de weersomstandigheden erg weggevreten.”

(*) De auteur van dit artikel heeft het over “de achterzijde van het huis nr. 26 in de Grauwwerkersstraat”.  De, volgens mij, door de verslaggever in deze context bedoelde straat is echter de Pieter Pourbusstraat.  De Brugse gemeenteraad besliste op 16 februari 1900 deze straat te noemen naar de bekende schilder, bouwmeester en cartograaf Pieter Pourbus (1524-1584).  De achterzijde van het huis nr. 26 in de Grauwwerkersstraat grenst niet aan de Augustijnenrei (nvdr).

Cerle Brugge KSV

De halfronde verdedigingstoren in de eerste stadsomwalling (1127-1128).  De opname dateert uit 1973 (bron foto : beeldbank Brugge).

 

(Marnix Knockaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Cijfers zeggen niet alles - Kristof Arys

In Tweede Nationale laat Kristof Arys 7 keren de netten van Cercles tegenstrevers trillen in 13 matchen.  Het jaar erop, in Eerste, lukt hem dat slechts 3 keren in 25 matchen.  “De cijfers spreken voor zichzelf, commentaar overbodig,” zo dacht ik.  “Het komt wel voor dat schijn bedriegt, maar toch niet bij zo’n tegenstelling,”  zo leek het mij!  Voordat  ik bij Kristof aanbelde, kon ik het me niet anders voorstellen dan dat hij zijn tweede jaar in Cercleshirt als een rampjaar had aangevoeld.  Toen ik wat later buitenstapte, was ik wijzer geworden.  Neen, hoe welsprekend ze ook lijken, cijfers zeggen niet alles.  Ook nu nog kijkt Kristof terecht met trots en warme herinnering terug op wat hij bij Cercle presteerde  in Eerste Nationale.

Kristof, na zowat 70 jaar Cercles wel en wee intens van nabij gevolgd te hebben, lopen feiten en namen meer dan mij lief is door elkaar in mijn geheugen.  Maar tijdens welke seizoenen  jij voor Cercle speelde, daarover hoefde ik slecht vijf seconden na te denken.  Hoe zou dat komen?

Er zal zich wel menig Cerclesupporter herinneren dat ik Cercle mocht helpen aan zijn, voorlopig, laatste promotie, en ook wel dat ik één jaar later al een ander oord opzocht.  We spreken over 2002-2003 en 2003-2004.

Je kwam van Deinze, en een gemakkelijke overgang was het niet geweest.  Enkele weken voor je transfer kon ik niet nalaten voorzitter Frans Schotte even aan te spreken en hem te zeggen dat er niets belangrijker was voor Cercle dan een overgang van jou naar Groen-Zwart.  Hij antwoordde: “Ze zijn zot bij Deinze.  Zo’n transfersom als zij vragen, dat is niet redelijk.”

Het is pas in januari 2003 dat ik bij Cercle kwam.  Tijdens het tussenseizoen, een half jaar voordien, zat Cercle al achter mij aan, maar bij Deinze was mijn contract voor twee jaar nog maar halfweg.  Had Cercle tien miljoen frank voor mij overgehad, dan was de transfer meteen geklonken geweest.  Toen Deinze er rond Nieuwjaar niet naast kon kijken dat ik een half jaar later gratis weg kon, lieten ze de vraagprijs zakken, en Cercle verschalkte de concurrentie van onder meer AA Gent, Westerlo en Alemania Aken.

En jij, je was gelukkig met die transfer?

Ik was ermee in de wolken.  Mijn ambitie liep helemaal gelijk met die van Cercle: zo snel mogelijk naar Eerste promoveren.  En die uitdaging was enorm.
Groen-Zwart had zeven punten achterstand op de koploper, Heusden-Zolder. Zelf had ik tussen 1998 en nieuwjaar 2003 respectievelijk bij Eendracht Aalter, KM Torhout en SK Deinze in 119 matchen 89 doelpunten gescoord, waarvan de laatste 13 bij Deinze tijdens de eerste helft van de lopende competitie.  In plaats van tegen de degradatie te moeten vechten, kon ik nu, heel dicht bij huis bovendien, een steentje bijdragen in wat een succesverhaal werd.

Met zeven rozen hielp je Cercle aan de zo vurig verlangde kampioenentitel.  
De laatste twee matchen waren beslissend, en ze staan bij elke Cerclesupporter-van-toen in het geheugen gegrift.  Je scoorde niet tijdens die wedstrijden, maar dat was wellicht niet eens een minidompertje op de uiteindelijke euforie? 

Als spits, aangeworven om te scoren, prik  je, vanzelfsprekend, graag de bal tegen het net zoveel het maar kan, maar voetbal is een teamsport, en het is als team dat je faalt of zegeviert.  Was ik niet terechtgekomen in een ploeg die hecht aaneenhing, een ploeg die een collectieve eenheid was, dan was die toch wel zeer merkwaardige  remonte na zeven punten achterstand onmogelijk geweest. Overigens, één doelpunt en één assist staan me extra klaar voor de geest.  Mijn tweede match bij Cercle was op Deinze, we behaalden een belangrijke 0-1 overwinning, en dat ik toen kon scoren was iets heel bijzonders voor mij.  Tijdens de voorlaatste match, op Zulte-Waregem, zouden we bij een overwinning kampioen geworden zijn, maar het werd 1-1. Tijdens de slotwedstrijd, thuis tegen Dessel, hadden we ons lot in eigen handen.  We kwamen 0-1 achter, maar Sebastien Stassin bezorgde ons de zege met twee kopbaldoelpunten.  Eentje ervan was bijzonder merkwaardig: ik kon ‘een verloren bal’ toch nog voor het doel brengen en in een kluwen van spelers werd het een gouden assist voor het hoofd van Sebastien.

Wellicht een onmogelijk te beantwoorden vraag: Was Cercle in 2003 ook zonder jou kampioen geworden? 

Af en toe kom ik op Olympia, en het is niet uitzonderlijk dat Cerclesupporters me zeggen: “Moesten we joen niet gèt èn da joar, we woaren nooiet kampiejoen gewist.”  En dan voegen ze er nogal eens aan toe dat ik niet lang genoeg bij Cercle gespeeld heb.  Maar het enige dat ontegensprekelijk klopt, dat is dat ik tijdens mijn eerste half seizoen één element was van een ploeg met veel talent gedreven door een enthousiaste teamspirit.

Niet lang genoeg bij Cercle gespeeld?  Kom, laten we er geen doekjes om winden: in Tweede 7 goals in 13 matchen, het jaar erop in Eerste 3 in 25.
Ik vraag me af: Wat zou daarvan de verklaring kunnen zijn?  Is het verschil tussen Eerste en Tweede zo groot?   Lag het aan jouw specifieke talenten, m.a.w. aan het ‘soort’ speler dat jij was?  Kreeg jij te weinig de bal toegespeeld door je medespelers? Of misschien vlotte het niet genoeg van meet af aan, zodat je steeds meer aan zelfvertrouwen verloor?  Is het iets van wat mij als mogelijke verklaring door het hoofd gaat of is het iets heel anders: Wat mag er toch aan de basis hebben gelegen van  zo’n daling van het aantal gescoorde doelpunten??  

Tijdens mijn 19-jarige carrière als voetballer heb ik ongeveer 300 doelpunten gescoord. Toen ik met Cercle naar Eerste promoveerde zag ik reikhalzend uit naar wat voor de deur stond, vol verlangen en vertrouwen. Op het einde van 10 jaar jeugdopleiding bij Club trainde ik mee met de eerste ploeg, met Spehar, Stanic, Okon… Speelminuten in Eerste kreeg ik er niet, ik was er nog niet rijp voor.  En nu, halfweg 2003, ging de grote poort open voor mij.  Echter, echter, voorheen en altijd daarna speelde ik als diepe spits, maar bij Cercle speelde ik in Eerste nooit op die mij zo eigen positie.  Cercle had Nordin Jbari aangetrokken, en het was mijn taak rond hem heen te spelen.  Nordin was een vedette, deed het ook  heel goed, maar ‘meters afleggen’ lag hem niet.  Waar ik gewoon was dat mijn medespelers voor mij de ruimte afdweilden, was het nu mijn taak dat voor hem te doen, zodat hij de afrondende schakel kon zijn.  Nooit heb ik zoveel gelopen tijdens mijn matchen als dat jaar, en ook nooit kwam ik zo zelden in de grote rechthoek voor het doel van de tegenstander.  Kijk je alleen naar de cijfers, dan lijkt 2003-2004 een lelijke tegenvaller voor mij, maar daar zit een heel verhaal achter.  Hoe dan ook, ik was blij dat ik kon spelen in Eerste, dat ik mee timmerde aan de weg, en ik voelde mij niet te goed om  de mij opgelegde opdracht in functie van heel ons team en van Nordin Jbari in het bijzonder met hart en ziel uit te voeren.

"Was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien."

Ik luister met open mond.  Maar het volgende jaar trok je weg van Cercle.  Uit eigen beweging of moest je weg van Groen-Zwart?

In juli en augustus 2004 trainde ik nog bij Cercle, maar op 31 augustus, de laatste transferdag, hakten Cercle en ik de knoop door: op leenbasis vertrok ik naar de grote verliezer van Cercles kampioenenjaar, naar Heusden-Zolder.  Zowel Cercle als ikzelf achtten dit de beste gang van zaken.  Het Cercle van het voorbije jaar had een ingrijpende verandering ondergaan.  Hoewel hij erin geslaagd was Cercle in Eerste te houden, en hij eerder een gouden medaille had verdiend dan dat, werd trainer Tipuric de laan uitgestuurd.  Harm van Veldhoven verving hem.  Jbari trok naar AA Gent, en Cercle lijfde naast Tom Van Mol drie voorspelers in: Dieter Dekelver, Paulus Roiha, en bijzonder belangrijk voor mij, Darko Pivaljevic.  Er kon geen sprake van zijn dat ik diepe spits zou worden en met een trainer die mij wikte en weegde als “slechts driemaal gescoord”, was er weinig twijfel aan dat ik weinig speelminuten zou krijgen.  Ik trok enthousiast naar Heusden-Zolder, want het zag ernaar uit dat ik het succesrijke Cercleseizoen van twee jaar voordien kon overdoen.  Heusden-Zolder barstte van ambitie. De ploeg bestond echter eerder uit eilandjes dan uit een team, en zoiets leidt onvermijdelijk tot een fiasco. 

Blijkbaar had jij het voor Jerko Tipuric.  Uit verschillende interviews van spelers  is me gebleken dat hun visies over hem  fel uiteenlopen: van oprechte appreciatie tot  veroordeling als was hij eerder een kwakzalver dan een coach.

Ik denk dat de pers hierin een niet al te fraaie rol gespeeld heeft, hem uiteindelijk als een kolderfiguur begon af te schilderen. Het valt niet te loochenen dat hij belang hechtte aan wat voor het voetbal niet eens marginaal genoemd kan worden - de kleur van de urine, de stand van de maan - en dat werd in de pers breed uitgesmeerd, maar Tipuric was een vakman die zowel in kwade als in goede dagen voor een gemoedelijke, een familiale sfeer wist te zorgen.  Ook met spelers van verschillende nationaliteiten liepen we niet als in hokjes naast elkaar.  Het is niet elke trainer gegeven een hele groep concurrenten, waarvan je er onvermijdelijk voortdurend enkele zwaar moet ontgoochelen, zelfs met plezier naar de trainingen te laten komen.  Over wat voor mij volgde op Cercle, ben ik heel tevreden, maar was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien. 

Je liet al verstaan dat je overgang naar de buurt van de Limburgse mijnen  geen succesnummer was.  Je bleef er dan ook maar één jaar.  Hoe verliep je carrière verder? 

Na dat ene seizoen in het verre Limburg trok ik naar Waasland, eveneens in Tweede, en scoorde er 30 goals in 60 wedstrijden.  Daarna, na mijn twee seizoenen aldaar, trok trainer Dirk Geeraerd naar Roeselare, dat in Eerste speelde.  Ik mocht mee, maar kreeg de kans op een mooie job  in het Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart Instituut op enkele kilometers van mijn deur.  Ik greep dat aanbod met beide handen beet, en ben er nog altijd als preventieadviseur en technisch coördinator werkzaam.  Sportief was het een afdaling van Tweede naar Derde Nationale, bij SV Oudenaarde, maar na interessante tussenstadia, doorgaans in stijgende lijn, ben ik nu actief als sportief coördinator bij F.C. Knokke, dat zopas naar Eerste Amateurs promoveerde.  Niet alleen, maar toch vooral, spoor ik jong talent op bij de Beloften van Club, Cercle, Kortrijk, Roeselare, Zulte-Waregem, Gent.

Sinds enkele jaren komen opvallend veel ex-Cerclejongeren bij Knokke terecht.  Lukraak door elkaar som ik even op: Niels Mestdagh, Kieriën Serpieters, Niels Van de Water, Ruben Vanraefelghem, Jannes Vermeulen, Maarten Cobbaert, Alessio Staelens, Niel Dildick, Maxim Vandewalle.  En Nicolas Tamsin en Steven Van Moeffaert hebben zopas na Knokke een ander oord opgezocht.   Dat het zo’n lange lijst is, is geen toeval?

Bij welke ploegen kan er goed opgeleid jong talent gevonden worden dat vermoedelijk net niet voldoende lijkt voor het eerste elftal van een Eerste of Tweede Klasser, maar dat in aanmerking kan komen voor een ambitieuze amateurploeg als F.C. Knokke?  Zonder nodeloos ver te lopen, is dat bij de ploegen die ik vermelde, en voor ons komt Cercle inderdaad als een waardevolle visvijver voor de dag.  Het komt wel eens voor dat talentrijke jeugdspelers menen dat voor hen een basisplaats gegarandeerd is bij een ‘ploegje’ als Knokke, maar dat staat lang niet bij voorbaat vast.  Voor elke speler die door onze selectie geraakt, is het hard knokken bij Knokke!  En, terloops, toen ik als jonge speler van Club naar Standaard Wetteren in Derde overging, scoorde ik slechts driemaal in 20 wedstrijden.  Tijdens de volgende twee seizoenen trof  ik 27 keren roos bij Eendracht  Aalter.  Voor iedereen, maar voor jongeren in het bijzonder, is geduld een mooie maar een noodzakelijke deugd.

"Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie."

Je beëindigde je loopbaan als veldspeler bijna anderhalf jaar geleden.  Die loopbaan duurde 19 jaar na je opleiding bij Club, verliep bij niet minder dan 14 ploegen, en eindigde bij Wingene.  Bij welke ploegen speelde je het liefst?

Bij Cercle en Waasland, en op minder hoog niveau bij Knokke, Wingene en Gullegem.  Dat waren allemaal succesverhalen: bij elk van die sleepten we de kampioenentitel uit de brand.  Weet je waar ik bijzonder fier op ben?  Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie. Wat gekscherend laat ik af en toe eens horen: “Als je spits een neus voor goals heeft, kun je niet zakken…”

En vandaag de dag, na bijna twee decennia op het veld, kun je ook ernaast  genieten van wat je zich ziet afspelen op de grasmat?

Enorm, enorm plezier kan ik eraan beleven.  Ik ben dan ook rechtstreeks en intens bij het gebeuren betrokken.  Niet alleen spoor ik talent op tijdens een viertal wedstrijden per week , ruimer nog behartig ik heel het reilen en zeilen van onze eerste ploeg, in mindere mate ook van onze beloften. Bovendien ben ik een aanspreekpunt voor onze spelers, voor ons bestuur, en in het bijzonder voor onze voorzitter, die als een succesrijk zakenman weet bepaalde taken te delegeren, zodat ik hem zowel sportief als extra sportief wat kan ontlasten.

Om het interview af te ronden, vroeg ik wat de reporter bij een recent interview in het Brugsch Handelsblad wel kan bedoeld hebben, als hij onder een foto laat volgen: “Kristof Arys wordt in Knokke fel geapprecieerd omwille van zijn voetbalkennis en zijn eenvoud.”  Over ‘voetbalkennis’ stelde ik mij geen vragen, maar waaraan dacht  JPV als hij verwees naar Kristofs ‘eenvoud’?  Kristof zal het wel juist voorhebben als hij meent dat JVP daarmee zinspeelt op het feit dat hij vlot en helemaal zichzelf zijnde contact weet op te nemen met wie dan ook.  Evenzeer voelt hij zich op zijn gemak in het bureau van zijn voorzitter bij Knokke, in het bureau van Vitali of Mannaert, als in om het even welk lokaal van Wingene of rond het veld van om het even welk team.  En omgekeerd!  Het is niet omdat hij in Eerste heeft gespeeld, omdat hij vijf jaar profvoetballer was, dat hij zich te goed zou voelen om met mensen van het provinciale voetbal kameraadschappelijk om te gaan. Een vriendelijke ‘goeiedag’, een praatje slaan met Jan en alleman, een openhartig interview: het typeert en eert Kristof Arys, zonder wie we “da joar, 2002-2003, nooiet kampioen geworden woaren, adden we èm nie gèt.”

(Georges Volckaert)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
De beloften: Olivier Deman

Op 21 augustus start de competitie voor de beloften, met een wedstrijd op SK Lierse. Het team van Jimmy Dewulf en Wouter Artz heeft een uitstekende voorbereiding achter de rug met 7 zeges en 1 gelijkspel en in de Beker van België nam het in de eerste ronde de maat van KV Oostende. Een van de nieuwe gezichten bij de U21 is Olivier Deman. Olivier is 17 jaar oud, student Marketing & ondernemen aan het VHSI en tekende in mei een contract voor twee jaar bij Cercle Brugge. 

Olivier, hoe verliep je voetballoopbaan tot dusver?

Ik zette mijn eerste voetbalstapjes bij FC Knokke. Toen ik 7 jaar oud was, merkten de jeugdscouts van Cercle Brugge mij op, en tekende ik bij Groen-Zwart. Dominic Janssens (huidige coach U19, n.v.d.r.) en Preben Verbandt waren mijn eerste trainers. Ik heb goede herinneringen aan hen en aan die periode, maar toch gingen mijn ouders en ik na drie jaar in op een voorstel van Club Brugge. Als klein kind kijk je op naar de grote buur, en ik wilde ervaren  of ik het niveau daar aankon. 

Bleek je beslissing om te vertrekken uiteindelijk een goede keuze?

In het begin had ik het bij Club Brugge naar mijn zin, maar naderhand verloor ik er mijn voetbalplezier. Ik kreeg voldoende speelgelegenheid en mocht elk jaar blijven, maar na de U14 vroeg ik Cercle of ik mocht terugkeren. Club heeft zeker een goede en professionele opleiding, met een heel ruime omkadering, maar ik miste de gemoedelijkheid en mijn vrienden.

Vanaf dat moment ging het crescendo voor jou.

Niet onmiddellijk. De start bij de U15 was eerder moeizaam, omdat het niet goed klikte tussen het team en de trainer, maar halfweg het seizoen kwam er een nieuwe coach, en vanaf toen begon alles te draaien. We hingen als groep sterk aan elkaar en de prestaties waren heel degelijk. Bij de U16  onder Wouter Artz kreeg ik mijn groeispurt en boekte ik veel progressie.  Vorig seizoen zette ik bij de U17 die lijn verder en werd daarom, halfweg het jaar, doorgeschoven naar de U19. 

In april kreeg je vervolgens heel mooi nieuws.

Inderdaad. Mijn ouders en ik werden uitgenodigd door Eric Deleu, op dat moment Algemeen Directeur van Cercle Brugge. Ik mocht samen met enkele leeftijdsgenoten (Gianni Swennen, Martin Puskas, Charles Vanhoutte en Francis Cathenis, n.v.d.r.) een contract tekenen dat me minstens twee jaar bindt aan Cercle. Dat was een voetbaldroom die uitkwam.

"Collectief zijn we heel sterk."

We vroegen aan David Carpels en Jimmy Dewulf welk beeld zij van jou als speler hebben en waar voor hen  jouw progressiemogelijkheden liggen.

(David) De groeispurt van Olivier begon wat later dan bij de meeste andere spelers, waardoor hij er in zijn teams aanvankelijk niet bovenuitstak. Bij de U16 en U17 ontpopte hij zich echter tot de sterkhouder van de ploeg. In een 4-3-3 zie ik hem het best tot zijn recht komen als infiltrerende middenvelder, en in een 4-4-2 is de rol van de schaduwspits hem evenzeer op het lijf geschreven. Een spelverdeler zie ik niet in hem. Olivier zoekt graag de ruimtes op en vindt die ook. Hij is linksvoetig, bezit een goede trap en scorend vermogen en is technisch sterk en balvast. Op vlak van mentaliteit toont hij zich gedreven, ambitieus, kritisch en soms veeleisend voor zijn medespelers, maar tegelijk is hij ook heel coachbaar. Mijns inziens moet hij met het oog op de toekomst vooral werken op explosiviteit en kracht. 

(Jimmy) Bij mij is de concurrentie centraal op het middenveld heel groot, dus speelt Olivier voorlopig vooral als linksbuiten. Ik ben altijd voorzichtig met het strooien van lof. Dat Olivier getalenteerd is, daar kun je natuurlijk niet omheen, maar hij moet zeker nog stappen zetten. Het is goed dat hij doorgeschoven is naar de U21, waar hij op betere en fysisch sterkere spelers zal botsen en waar alles sneller gaat. Op talent alleen zal hij nu niet langer kunnen teren. Olivier moet iets soberder leren spelen. Hij heeft een leuke actie in de voeten, maar het vervolg loopt soms mis. Iemand passeren moet rendement opleveren, anders heeft het weinig zin. Mijn spelers hebben een taakgerichte vrijheid, d.w.z. binnen de grenzen van wat ik van hen verwacht, stimuleer ik hen om zelf oplossingen te vinden. Olivier is de benjamin van de ploeg, dus hij heeft zeker nog voldoende tijd om met het oog op een eventuele profloopbaan de hiervoor broodnodige stappen te zetten. 

Olivier, kan je je in deze woorden van David en Jimmy terugvinden?

Het klopt dat mijn snelheid in de eerste meters omhoog moet en ook de efficiëntie in mijn acties is voor verbetering vatbaar. Bij de beloften word ik mentaal sterker. Mijn ploegmaats zijn immers ouder en sparen me verbaal niet als ik in oude gewoonten herval.

Cercle Brugge heeft een brede A-kern. Vrezen jullie niet dat dit een impact kan hebben op het U21 team?

In zekere zin wel. De spelers van de A-kern die in het weekend niet spelen zullen ritme moeten opdoen bij de beloften, en dit zal ten koste gaan van onze speelminuten. Aan de andere kant spelen we reeds bij de B-ploeg, we moeten met deze situatie en eventuele tegenslag kunnen omgaan, en ons in de speeltijd die we krijgen, zelfs als die beperkt is, voor de volle 100% trachten te bewijzen. Ik heb de indruk dat Monaco ook wel oog heeft voor de jeugd van Cercle Brugge: eind augustus mogen we in en o.a. tegen Monaco een tornooi spelen met de U19. Ik mag ook meegaan, en dat is toch iets waar ik enorm naar uitkijk. 

"In de competitie willen we zo lang mogelijk meestrijden voor de titel."

Misschien zorgen goede prestaties van de eerste ploeg, dankzij Monaco, ook voor een betere kwaliteit van de jeugdwerking in het algemeen?

Vorig jaar heerste er lang onzekerheid over de situatie van Cercle Brugge. Een eventuele degradatie zou grote gevolgen gehad hebben op de jeugd die niet langer op het hoogste niveau zou uitkomen. Veel jongeren kozen eieren voor hun geld, en verkasten naar KV Oostende of Zulte-Waregem, wat leidde tot kwaliteitsverlies bij sommige ploegen. Als de eerste ploeg het dit seizoen goed doet, en daar heeft het alle schijn van, dan gaan de jeugdteams automatisch hun beste spelers kunnen houden en zullen talenten gemakkelijker kunnen aangetrokken worden.

Wat zijn de ambities van jouw team dit seizoen?

Collectief zijn we heel sterk, met een paar spelers die individueel het verschil kunnen maken. Ik denk hierbij in het bijzonder aan Charles Vanhoutte, die een zeer balvaste box to box speler is, met een goede pass in de voeten, en die zelden balverlies lijdt. In de competitie willen we zo lang mogelijk meestrijden voor de titel, ik denk dat we daar de ploeg voor hebben, en ook de Beker van België leeft in onze groep.

Bedankt voor het interview en we wensen jou in de eerste plaats een blessurevrijseizoen toe.

(D. Vermeersch)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle door de jaren heen (deel 206)

(periode van 23-07-1960 -> 06-08-1960)

  • Cercle

Het nieuwe voetbalseizoen 1960-1961 naderde op kousenvoeten.  De groen-zwarten maakten zich op om een nieuwe gooi naar de promotie te doen en hoopten dat “derde keer goede keer” ook voor hen van toepassing zou zijn…

Koning Voetbal weer in aantocht…  Cercle maakt zich klaar !” : “Deze week werd een aanvang genomen met de trainingen in het vooruitzicht van de nieuwe kompetitie 1960-1961.  Natuurlijk is het nog te vroeg om nu reeds uit te pakken met de vooruitzichten en de mogelijkheden van Cercle aangezien het hier slechts een eerste kontaktname geldt onder vorm van lichaamsoefeningen –zonder bal– om de stramme spieren los te werken, maar toch mogen we zeggen dat op het Edgard De Smedt Stadion een sfeer van vertrouwen, ja zelfs van optimisme heerst.
Van een buitengewone bedrijvigheid op de transfermarkt kan er bij de groen-zwarten moeilijk gewaagd worden al kan Eric Daels best een goede versterking zijn en kunnen in de laatste dagen nog verrassingen gebeuren.  In grote lijnen wordt dan ook de basisploeg behouden zodat van hun presteren in het komende kampioenschap heel wat zal afhangen.
Voorlopig kunnen we alleen maar hopen dat de spelers zich ten volle zullen inspannen om zo spoedig mogelijk de gewenste konditie en de juiste tred te vinden, ten einde volkomen klaar te zijn voor de officiële start in september a.s.  Verder rekenen we op een goede geest en samenwerking waartoe ook het bestuur en de trainer terdege hun steentje kunnen bijdragen.  In een ideale geest van samenhorigheid en onderling begrip moet Cercle zich dit jaar duchtig kunnen doen gelden en hun aanhangers voluit bevredigen.  Dit is onze enigste en vurigste wens die hopelijk met klank zal vervuld worden.”

Een ander artikel blikte nog even terug op de twee voorbije seizoenen toen Cercle telkens bijna de promotie te pakken had maar in extremis toch de duimen moest leggen :

“ “Derde keer, goei keer” voor Cercle ?“ : “Tot tweemaal toe werd Cercle in de afgelopen kampioenschappen op de meet geklopt voor de zo vurig betrachte promovering naar 1eklasse. Het jammerlijk en veelomstreden falen der groen-zwarten in de beslissende testmatch te Mechelen tegen Patro Eisden, ligt nog vers in het geheugen en nog dagelijks moeten we het aanhoren dat de Bruggelingen nooit meer dergelijke kans zullen krijgen !...
Zulks kan heel goed mogelijk zijn en is zeker te betreuren, terwijl het even waar is dat zware vergissingen begaan werden met verdragende gevolgen.  Maar gedane zaken nemen geen keer, zodat het best is daar niet verder te blijven bij stilstaan en de spons over het verleden te vegen.  Thans dient alles aangewend om niet meer in hetzelfde euvel te vervallen en alles in ’t werk gesteld om zich in ere te herstellen.
De grootste aandacht moet nu gaan naar het seizoen 1960-61 die voor Cercle hopelijk “derde keer, goei keer” wordt. Dinsdag woonden we de eerste training bij op de vernieuwde grasmat en we kunnen zeggen dat deze eerste kennismaking ons een beste indruk heeft gelaten.  Niet dat er geoefend werd dat de stukken er afvlogen, noch dat de meeste spelers reeds blijk gaven van een vergevorderde forme, maar de kameraadschappelijke geest en de goede verstandhouding waren opvallend en bemoedigend.
Onder leiding van de bruingebrande Delfour deden de twintigtal opgekomen spelers lichte lichaams-, lenigheids- en ontspanningsoefeningen waarin allen van goede wil getuigden.  Wij noteerden de aanwezigheid van praktisch de volledige Cercleploeg met Willy Mortier, Robert Serru, Aimé Baas, Dré Perot, Jackie De Caluwé, Noël Demey, Roger Notteboom, Gilbert Bailliu, Eric Buyse, Philemon Desmaele en Albert Michiels.  Enkel Marin Roje en Joseph Van Vlaenderen ontbraken wegens verlof.
We stipten ook de tegenwoordigheid aan van de nieuwe aanwinst Eric Daels van SV Wevelgem, een zwartharige rijzige atleet die de opgelegde oefeningen en bewegingen zeer flink uitvoerde.  Verder nog de bijzonderste invallers Acket, Wittewrongel, Jo Gerard en Verheye, de jongeren Van Hamme en Flamée en de “verloren zonen” Gaston Eeckeman en Willy Craeye.  Deze laatsten waren destijds flinke beloften, die echter bleven hangen en mits intensieve en harde training wellicht weer op het voorplan kunnen komen.
Wezen we reeds op het gemoedelijke van de eerste training die eerder een voorbereidend karakter had, dan zal de oefening echter geleidelijk harder en meer toegespitst worden.  En dat zal meer dan nodig zijn, vermits reeds op zondag 7 augustus een eerste wedstrijd dient betwist en dit in Frankrijk te Charleville waar de groen-zwarten het moeten opnemen tegen de nieuwe Franse eersteklasser Rouen.  Een gemakkelijke inzet is dat in geen geval en Cercle zal zeker behoorlijk zweten om tot een eervol resultaat te komen.
Het moet trouwens gezegd dat trainer Delfour zijn spelers weer een zeer lastig oefenprogramma in de schoenen schuift, want na deze harde inzet in Frankrijk wachten de groen-zwarten nog zware opgaven. Zo op maandag 15 augustus krijgen ze de traditionele Hollandse trip naar Breda, waarvan de terugmatch te Brugge waarschijnlijk begin september ’s avonds zal doorgaan.  Op zaterdag 20 augustus komt Beerschot op bezoek terwijl op zondag 28 augustus niemand minder dan de Belgische kampioenenploeg SK Lierse alhier te gast zal zijn.  Komt dan nog een vriendenpartij tegen Union waarvan de datum echter nog niet werd vastgesteld.
Dit alles wijst er op dat Delfour zijn spelers helemaal wil klaar krijgen voor de start van het kampioenschap op zondag 4 september a.s.  De gelegenheid om zich te roderen krijgen de groen-zwarten in ieder geval slechts voor het grijpen, maar het is nu te zien of allen zich daaraan zullen kunnen aanpassen.
De Cercledirigenten die we even uithoorden omtrent de vooruitzichten en de mogelijkheden der groen-zwarten in het komende kampioenschap, bleken zeer voorzichtig om niet te zeggen terughoudend in hun uitlatingen.  Het is een nieuw begin werd ons verzekerd, zodat men moet afwachten…  Alles hangt af van de konditie van de spelers en van het ploegverband, maar toch verwachten we en hopen we het beste.
We kunnen niet anders dan ons hierbij aansluiten en de hoop uitdrukken dat Cercle dit seizoen beter op haar zaak zal letten en met verenigde krachten hogerop zal trachten te komen.  Waar een wil is, is een weg, moet zowel voor spelers als bestuur de te volgen leidraad zijn !”

De groen-zwarten hadden zich bijna niet geroerd op de transfermarkt maar naarmate de dagen verstreken scheen hier toch wel een kentering in te komen.  Het was het Cerclebestuur menens om zich in het promotiedebat te mengen en dus mocht er op enkele plaatsen wat versterking bijkomen…

Toch nog versterking voor Cercle ?” : “De groen-zwarten hebben dit jaar geen sensationele aankopen gedaan en eerder de kat uit de boom gekeken.  Daarentegen werd Hans Gerard voor een flinke bom duiten van de hand gedaan aan Union Sint-Gillis, zodat de transferaktiviteit voor Cercle eerder een passief betekende.
In laatste instantie schijnt hierin dan toch een gunstige kentering te komen vermits op het ogenblik dat we deze lijnen schrijven vergevorderde onderhandelingen bezig zijn voor de aankoop van nog een paar spelers.
Er is o.m. sprake van de voorspeler van SC Charleroi, Willy Lambert, die over twee seizoenen topscorer was van IIe Klasse, en voor wie alleen nog enkele details dienen geregeld.
Deze week werden tevens een tweetal Hongaarse voetballers getest en ook hier kan het nog tot een akkoord komen ! Afwachten is echter de boodschap…” 

En dat het niet bij woorden bleef bewees het volgend artikel  :

Drie nieuwe spelers voor Cercle” : “In het kader van onze bijdrage over de eerste Cercletraining, lieten we uitschijnen dat de groen-zwarten in extremis best nog een paar belangrijke aankopen zouden kunnen doen.  Dit werd trouwens bewaarheid en vrijdag in de namiddag kregen we de officiële bevestiging dat nog drie nieuwe transfers tot een goed einde gebracht en ondertekend werden.
In de eerste plaats gaat het om de bekende voorspeler van SC Charleroi, Willy Lambert, afkomstig van Nijvel, een gevaarlijke doelschutter die twee seizoenen geleden aan het hoofd stond van de goalgetters van 2eklasse met meer dan twintig doelpunten.
Tevens werden nog twee Hongaren aangeworven die gekwalificeerd zijn om in de fanionploeg op te treden.  Het zijn de 22-jarige Zoltan Locskai, die verleden seizoen bijna alle matchen speelde bij de Anderlechtreserven als centervoor of inside en de 26-jarige André Gaal, die twee jaar geleden als achterspeler optrad bij de Gantoise-invallers.  Naar men ons verzekerde zijn het technisch vaardige elementen die op de afgenomen testen een gunstige indruk lieten.  Het is nu te zien hoe zij zullen presteren in kompetitie- en in ploegverband, zodat dient afgewacht of zij al dan niet aanwinsten voor de groen-zwarten zullen betekenen.”

Nvdr : naast deze drie vermelde spelers stapte ook nog de Hongaar Kovari over van Olympic Charleroi naar Cercle Brugge.  

Lees meer
Cerle Brugge KSV
“Machteld Live in Style” is voor drie jaar de nieuwe kledij sponsor van Cercle

De gekende fashion zaak voor dames en heren “Machteld Live in Style” (Torhoutse Stw 48 – Zedelgem) is de komende drie seizoenen kledijsponsor voor de Groen-Zwarte spelerskern, sportieve staf, beheerraad, enz…
Om dit even in de spotlights te plaatsen tekende, woensdagmiddag 13 september, de volledige ploeg, sportieve staf, voorzitter Frans Schotte, leden van de RvB van de cvba en de vzw, enz… present in de aangenaam ogende zaak van Machteld, haar man Luc en zoon Loïc.

Voor Cercle nam Algemeen Coördinator Mark Vanmaele het woord.  Hij wees er op dat er heel wat veranderde bij Cercle.  “Zowat 25 nieuwe spelers moeten het waarmaken.  Het is niet gemakkelijk om van meet af aan de perfecte match neer te zetten.  Wat volgens mij van belang is, is de kleedkamer (nvdr: toepasselijke uitspraak in de showroom van een kledingzaak…), wat er leeft.  Persoonlijk heb  ik er een zeer goed gevoel bij.  Ik ben overtuigd dat we een zeer mooi seizoen tegemoet gaan.

Buiten het sportieve wijzigde ook heel wat.  We hebben de communicatie aangepakt, we hebben (ook dank zij enkele bestuurders) de digitalisering ingezet.  We krijgen niet alleen steun van uit Monaco, maar ook van het “oude” bestuur.

We zetten ook veel in op de professionalisering.  Dit is veel mensen niet ontgaan.  Ook de media springen daar op.  Commerciële partners vinden hun weg naar Cercle Brugge.  Daarom ben ik vandaag ook zeer blij om het partnership te kunnen aankondigen met Machteld en Luc en met de schoenenzaak van mijnheer De Prêtre die de ploeg van “comfortschoenen” voorzag.  Via Bart en Danny (nvdr: onze commerciële mensen – account managers) hebben we elkaar heel snel kunnen vinden.  We wensen onze partners dan ook het beste in het zaken doen.”

"Commerciële partners vinden hun weg naar Cercle Brugge."

De echtgenoot van Machteld, Luc, nam de honneurs waar voor de zaak.  Na zijn verwelkoming beklemtoonde hij dat het voor hen een grote eer was om dit partnership met Cercle Brugge aan te gaan.  Hij verwees naar het mooie aan de vereniging met een zeer mooie en rijke traditie, de regionale verankering en een regionale- en nationale uitstraling.  “Cercle Brugge is vooral een voetbalvereniging die staat voor de waarden van een ‘true gentlemen and a true lady”, net dezelfde waarden die Machteld onderschrijft met dezelfde lokale, regionale en nationale uitstraling,” klonk het verder.  

“Als designer van de nieuwe outfit ben ik zeer fier dat het T-shirt welke ik vandaag draag deel zal uitmaken van uw nieuwe outfit”, richtte hij zich tot de spelers.  “Het is Winston Churchill die op de proppen kwam met het “V-teken”, wat staat voor ‘Victory’.  Laat dit T-shirt een “porte-bonheur” zijn voor de ganse vereniging.  Het T-shirt zal ook exclusief te koop zijn in de fanshop en bij Machteld.
Ik wens u veel succes toe dit seizoen.  Victory! “

Onze spelers kunnen dus “promeneren” met de sportieve Machteld kledij en de schoenen van De Prêtre orthopedie (winkels in Brugge (2), Aalst, Ieper, Lokeren en Oostende. 

"Victory"

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Voorzitter VZW Cercle Brugge: Piet D'Hooghe

Men moet de dag niet prijzen voor het avond is. We legden ons oor te luister bij Piet D’Hooghe, voorzitter van de VZW Cercle Brugge en vol vuur voor de groenzwarte Vereniging, luttele dagen voor de belangrijke finale-matchen tegen Beerschot-Wilrijk. Op een ijskoude wintermiddag, thuis bij koffie en haardvuur, spraken we over hoe Cercle zichzelf kon blijven in het ‘huwelijk’ met A.S. Monaco, en de vele ambities die er uit zijn geboren.

Laat ons, voor wie dat nog nodig zou zijn, beginnen met de persoon Piet D’Hooghe.

Ik tel intussen, zegge en schrijve, vierenvijftig jaar, met groen bloed geboren. Mijn oom Paul Ducheyne fungeerde tweeëndertig jaar als voorzitter van Cercle Brugge (1970-2002 nvdr). Van jongs af aan ging ik, meestal samen met mijn neef Filip Ducheyne, regelmatig mee naar Cercle kijken. Ik deed mijn humaniora bij de Jezuïten in Aalst, en daarna rechten aan de universiteit Gent waardoor Cercle toch noodgedwongen wat naar de achtergrond verdween. Maar eenmaal afgestudeerd en gehuwd, kwamen wij in Brugge wonen en was Cercle weer helemaal terug.

Om later uiteindelijk zelf bestuurlijk lid van Cercle te worden.

Ik werd eerst lid van de Business Kring, daarna BK12-bestuurslid en tenslotte BK12-voorzitter. Sindsdien rolde ik eigenlijk van het ene in het andere. Ik werd lid van de VZW, bestuurslid van de VZW, vervolgens medeoprichter en vennoot van de CVBA en bestuurslid van de CVBA, om uiteindelijk, sedert vijf mei 2017, Voorzitter van de VZW te worden.

Sedert eind 2016 werden, samen met CVBA-Voorzitter Frans Schotte, de onderhandelingen met AS Monaco gevoerd. Overigens, de intentieverklaring met AS Monaco van vierentwintig december 2016 werd hier, aan deze tafel, ondertekend. Een ontzettend intense periode waarin we geconfronteerd werden met PricewaterhouseCoopers (PwC, een internationaal accountantsbedrijf, nvdr), aangesteld door AS Monaco, die ons soms met zeven à acht man het vuur aan de schenen legden, wat niet evident was gezien de laatste moeilijke jaren van Cercle in 1B. We zijn nog steeds fier dat we daardoor zijn geworsteld. Eigenlijk zijn alle onderhandelingen met PwC en Monaco zeer constructief verlopen, in volledige openheid en in de beste verstandhouding. De uitmatch tegen Lommel (eenentwintig april 2017, Lommel – Cercle: 0-1, nvdr) die ons aan de zekerheid hielp om aan de voorwaarde te voldoen om in 1B te blijven, was een grote last die van onze schouders viel. We hadden allen de tranen in de ogen bij dat laatste fluitsignaal…

"We hadden allen de tranen in de ogen bij dat laatste fluitsignaal…"

Je bent nu voorzitter van de VZW. Velen hoorden erover, maar misschien wil je de Shot-lezer nog even kort toelichten waar die VZW precies voor staat en hoe die zich tot de, vrij recente, CVBA verhoudt?

De CVBA is de vennootschap die het stamnummer van Cercle bezit, en de A-ploeg en (deels) de beloften onder zich heeft. Die CVBA is in 2014 uit de VZW ontstaan, om redenen opgelegd door de fiscus én om externe investeringen mogelijk te maken. De voetbalbond verplichtte ons ook om het stamnummer met de A-ploeg naar de CVBA te verhuizen

Daarna bleef de VZW zonder meer bestaan, met onder zich ondermeer de ganse jeugdwerking, het community-gebeuren, de supportersfederatie en -verenigingen, en de vrijwilligers.  Juridisch is het voor een CVBA immers niet mogelijk om met vrijwilligers te werken. Cercle telt om en bij de tweehonderdnegentig vrijwilligers, een belangrijke groep waar ik zeer fier op ben. Zij vormen nog steeds, zoals voorheen, de "ruggengraat" van Cercle !

Maar de VZW vormt ook een soort toegangspoort tot de CVBA?

Daarnaast is de VZW ook belangrijk omdat elk nieuwe CVBA-vennoot eerst lid moet worden van de VZW. Dit vergt misschien een woordje uitleg. De VZW telt momenteel vierenzeventig leden.  Eén van deze leden is AS Monaco. Elk VZW-lid heeft één stem, onafhankelijk van zijn of haar financiële inbreng. Dezelfde VZW-leden (op twee uitzonderingen na) zijn ook vennoot van de CVBA. In de CBVA daarentegen hangt het stemaantal af van het kapitaal dat wordt ingebracht, waardoor AS Monaco in de CVBA uiteraard de meerderheid van de stemmen heeft. Om vennoot te kunnen worden in de CVBA, moet de betreffende persoon dus eerst als VZW-lid worden aanvaard door de bestaande VZW-leden. Dit alles om te zeggen dat het behouden van de VZW ook gericht was op het behouden van het hart en de eigenheid van Cercle, zodat niet alleen het kapitaal het laken naar zich toe zou trekken. Ook in de deal met Monaco werd dit bewust zo behouden. Het zal in feite nooit kunnen dat een "malafide" persoon, zonder medeweten of instemming van de VZW, plots aandeelhouder wordt van de CVBA. Ontzettend belangrijk dus.

Bovendien blijft de VZW als rechtspersoon ook een belangrijke aandeelhouder van de CVBA. In ruil voor de inbreng van het stamnummer en de A-ploeg verkreeg de VZW bij de oprichting van de CVBA in 2014 aandelen van de CVBA in ruil. Ook na de deal met Monaco is dit zo gebleven.

Dus de VZW is versterkt uit de onderhandelingen met Monaco gekomen?

Ik wil zeker benadrukken dat ook de VZW voordeel heeft gehaald uit de deal met Monaco. Van bij de oprichting van de CVBA had de VZW een vrij aanzienlijke schuld aan de CVBA (ongeveer vijfhonderdduizend euro) die ze niet zelf kon ophoesten. Hiervoor werd een regeling uitgewerkt met Monaco, waardoor deze schuld afgelost is. Daarnaast hebben we, met de steun van Monaco, ook een definitieve regeling kunnen treffen i.v.m. de schuld van de roerende voorheffing op de TV-rechten uit het verleden. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat we in de VZW met een schone lei konden beginnen. Uiteraard is dit zeer belangrijk. Voor het eerst sinds lang konden we met de VZW een positief resultaat voorleggen, wat zeer belangrijk is voor de toekomst. We hebben een budget dat we volledig onder controle hebben, en het is zeker mijn intentie om dat zo te houden.

Samenvattend kunnen we stellen dat het democratische hart van Cercle klopt in de VZW, die de toegang bewaakt tot de CVBA?

Voilà, het gaat inderdaad om een mechanisme dat de Cercle-eigenheid zoekt te behouden. Daardoor vermijden we toegangen die we niet kennen of niet willen. 

Je bent sinds vijf mei 2017 voorzitter van de VZW. De focus ligt daarbinnen vooral op de jeugdwerking?

Inderdaad. We tellen tweehonderdenvijf jeugdspelers plus tachtig in de voetbalschool, tweeëntwintig jeugdtrainers in parttime dienstverband, een fulltime hoofd van de jeugdopleiding, David Carpels, die prachtig werk verricht, en uiteraard ook tientallen vrijwilligers in de jeugdwerking. En dan ook een parttime hoofdscout, Marc Van Opstaele, die een hele scouting cel leidt. Dit jaar beschouwen we eigenlijk als een overgangsjaar, gezien de moeilijke laatste drie jaren waar de middelen zeer schaars waren. Met het ganse jeugdteam werken we aan een solide basis om vervolgens alleen maar te groeien Het loopt goed, stap per stap.

Sowieso hebben we de intentie om met de jeugd op termijn te stijgen van niveau. We willen naar de elite A, wat investeringen vraagt in talent, accommodatie, trainers, trainerslonen, … Recent werd een aantal jeugdspelers een contract aangeboden, wat ook een factor is om te kunnen stijgen naar de elite A. Ik voel overigens dat Monaco echt bereid is om ook wat betreft de jeugd een positieve rol te spelen, zelfs bovenop hetgeen "op papier" werd vastgelegd. 

Anderzijds, bij de A-ploeg spreken we niet van een overgangsjaar…

Nee, dat is duidelijk. Monaco stelde van meet af aan een duidelijke doelstelling. In het begin liep dat niet meteen vlot. José Riga is een uitstekend trainer, maar had het nadeel met een compleet nieuwe ploeg te moeten werken. Thans draait "de machine" op volle toeren en hopelijk leidt dit tot het beoogde resultaat.

"Het "huwelijk" is zonder meer geslaagd."

In elk geval, ik hoor links en rechts dat de samenwerking met Monaco momenteel uitstekend verloopt en dat ‘de mayonaise pakt’. Dat is ook jouw aanvoelen?

Voor honderd procent. Ik krijg die vraag vaak voorgeschoteld. Monaco en Cercle begrijpen elkaar perfect, en moeilijkheden worden meteen opgelost in een open communicatie. Het "huwelijk" is zonder meer geslaagd.

Cercle staat nu met twee benen in de finale tegen Beerschot-Wilrijk. Wellicht onnodig te vragen of je er vertrouwen in hebt?

Ik had van meet af aan vertrouwen, ook al vielen de verwachtingen in de eerste periode tegen. Ik besef ook wel dat we niet te vroeg victorie moeten kraaien. Maar zelfs al zou het niet lukken, wat niemand hoopt, verandert dit niets aan de intenties om het te doen lukken.

We moeten de dag niet prijzen voor de avond valt. Als we er echter zeer voorzichtig, bijna onhoorbaar, vanuit gaan dat de A-ploeg stijgt… hoe moeten we dan kijken naar de ambities voor volgend jaar? Monaco ziet in Cercle geen staartploeg?

Nee, zeker niet. Dat blijkt ook uit de hele opzet van de deal tussen Monaco en Cercle. Maar laat ons ons toch eerst concentreren op de eerstkomende belangrijke finale!

Dus de voorbereiding voor eventuele aankopen naar volgend jaar toe is al bezig?

Ik twijfel daar niet aan.  Maar ook hier: het sportieve beleid is een bevoegdheid van Monaco, waar we ons moeten aan houden. Monaco heeft het professionalisme, de ervaring, de knowhow, waarin we alle vertrouwen hebben. Vanaf tien maart vrij zijn is overigens geen evidentie, de brug naar de start van de volgende competitie is lang.

Misschien nog een laatste vraag, waar we vooral bij de buren over horen: het stadiondossier?

Dat dossier is in eerste instantie een bevoegdheid van de CVBA. Sowieso zijn we afhankelijk van de buren, en wel zolang zij op Jan Breydel blijven. Cercle van haar kant heeft een paar jaar terug duidelijk de principiële beslissing genomen om in Jan Breydel te blijven. Ook Monaco ondersteunt dit. Stad Brugge is eigenaar van Jan Breydel en heeft ondertussen verschillende studies besteld met het oog op de keuze tussen verbouwing of nieuwbouw. De beslissingen zullen allicht over de gemeenteraadsverkiezingen heen worden getild, mede gezien de moeilijkheden die de buren ondervinden voor het bekomen van een bouwvergunning voor hun plannen aan de Blankenbergse Steenweg. Maar die beslissingen komen er. In ieder geval blijft Cercle op Jan Breydel. Dit zal niet worden teruggedraaid.

Ik vat samen: Cercle, gelukkig getrouwd met Monaco en vol ambitie, blijft spelen in Jan Breydel, …in 1A?

Uiteraard…! Immers, Cercle leeft, leve Cercle!

(K.V.)

Lees meer