koop tickets online

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 211)

(periode van 24-09-1960 -> 24-09-1960)

Cercle

Een gelijkspel op F.C. Diest (2-2) en een thuiszege tegen White Star (3-1).  De groen-zwarten hadden de start van het nieuwe seizoen niet gemist.  Al was zeker niet iedereen tevreden over het geëtaleerde voetbal.  Wilden de Bruggelingen een gooi doen naar de zo fel begeerde promotie dan moest de kwaliteit van het geleverde spel drastisch opgekrikt worden.  Maar, zullen de groen-zwarten waarschijnlijk gedacht hebben, niet echt goed spelen en toch punten pakken, dat is de kunst.  De Bruggelingen wilden die theorie ook op het veld van Olse Merksem in de praktijk omzetten.  “Veritas” mocht in opdracht van “Het Brugsch Handelsblad” richting Merksem sporen en er zijn bevindingen toevertrouwen aan het papier :

Olse Merksem – Cercle Brugge  5-1  –  Cercle maakte spel… Olse doelpunten !” : “Hoe een dubbeltje rollen kan, zouden onze nuchtere Noorderburen alvast zeggen, na de wedstrijd Olse – Cercle gezien te hebben.  Immers, bij het horen van de uitslag zal menige Bruggeling beslist gedacht hebben dat de groen-zwarten er in het Gemeentepark te Merksem er niet bij te pas zijn gekomen.  Niets is echter minder waar : de Cercle-jongens hebben op het veld van de Oudleerlingen van St-Edwardus (de Edwardjes zeggen zij in Antwerpen) voetbal gespeeld, dat zeker mocht gezien worden.
De kombinaties verliepen vlot, er werd bij momenten aan show gedaan, bij zoverre dat Merksem op sommige ogenblikken als het ware ingedrukt was, er werden reeksen hoekschoppen afgedwongen, maar één zaak werd er vergeten, het bijzonderste : het schot op doel !  Het is tot vervelens toe dat wij dit moeten herhalen : het was enkel Bailliu die zijn kans op doel waagde, doch de Cercle-aanvoerder kende hierbij geen greintje meeval.  Hij schoot op de paal, ofwel werd zijn doelpoging door een achterspeler weggewerkt als de doelman reeds geklopt scheen, in elk geval, de lokale reservedoelman die in laatste instantie inviel voor de gewonde Jacobs, deed bepaald zeer onzeker, doch kende waarschijnlijk meer geluk op die ene wedstrijd, dan in zijn voorgaande matchen samen.  “En dat dit juist tegen Cercle moet gebeuren”, zuchtte een groen-zwarte supporter voor ons in de trein, die ons naar Brugge terugreed.
Overtrof Cercle inzake techniek de Merksemse tegenpartij, ongelukkiglijk ging dit aantrekkelijk spel gepaard met een schrijnend gebrek aan afwerking : zowel de Zuidwestvlaamse rechtervleugel Daels-Buyse als de linkerwing Gerard-Michiels liepen vaak in de kijker door hun sierlijke aanvalsmaneuvers, doch gevaar voor de lokale doelmond kwam er daarbij slechts heel zelden.  Waar bovendien Perot meer dan op zijn beurt de aanval ging steunen, doch zo traag terugkeerde bij de bliksemsnelle Merksemse tegenaanvallen, werd Roje begrijpelijkerwijze voor zware problemen geplaatst : de grote eindcijfers zijn een sprekend bewijs dat er achteraan iets niet klopte bij de man-dekking van Cercle.
Eén ding staat vast : op gebied van direktheid en van afwerking konden de Bruggelingen gerust een lesje nemen van de lokale blauw-gelen.  Waar Cercle 10 passen voor nodig had, deden Vande Weyer en zijn maats in 2 tijden, en daar bovendien de Merksemse forwards met droog poeder schoten, zal Mortier deze zonnige zondagnamiddag nog zo vlug niet vergeten.”


Technische  krabbels…
Olse Merksem – Cercle Brugge  5-1

- opkomst : 4.000 toeschouwers.
- leiding : dhr. Dupont, “thuis”arbiter.
- weergesteldheid : zonnig en warm.
- terrein : prima.
- fair-play : een paar lokale achterspelers maakten wel eens gebruik van de lankmoedigheid
  van de spelleider.
- corners : Olse 7, Cercle 12.
- doelpunten : 3e min. : Sips 1-0 ; 26e min. : Vande Weyer 2-0 ; 47e min. : Kemland 3-0 ; 57e
  min. : Vande Weyer 4-0 ; 60e min. : Sips 5-0 ;  89e min. : Perot 5-1.
- Olse Merksem : Boon, Brands, Verbois, Willems, Soetewey, Didden, Verhaegen, Vande
  Weyer, Adel, Sips, Kemland.
- Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Daels, Buyse, Bailliu, Michiels, Gerard.


 

Brugge

* Wie zin heeft om een boek te lezen kan daarvoor terecht in één van de vele bibliotheken die Brugge rijk is.  Al deze bibliotheken zijn tegenwoordig gegroepeerd en vallen onder de bevoegdheid van Stad Brugge maar dat was destijds wel even anders.  Mijn vader was een fervent boekenliefhebber.  Kilo’s boeken heeft hij gelezen.  Hij stapte dan ook regelmatig Bruggewaarts om er in de Oude Burg een bibliotheek te bezoeken.  In de gebouwen van de Christelijke Mutualiteit, de rasechte Bruggelingen spraken steevast over “de Gilde”, trof je op de bovenverdieping een welvoorziene bibliotheek aan.  Het was nog de tijd dat diverse sociale organisaties allerhande activiteiten tot bij de mensen wilden brengen en dus richtte het Algemeen Christelijk Vakverbond een volksbibliotheek op : de Guido-Gezelleboekerij.  Probeer die bibliotheek maar niet meer terug te vinden want zij is sinds jaar en dag verdwenen.  Het gebouw van de Christelijke Mutualiteit werd ondertussen reeds enkele keren grondig verbouwd zodat elk spoor dat duidt op de ooit aanwezige bibliotheek nu zeker en vast verdwenen zal zijn.  Maar mijn vader beperkte zich niet tot de Guido-Gezelleboekerij in “de Gilde”, hij ontleende ook boeken in de bibliotheek “Lode Zielens”.  Over die laatste bibliotheek doen wij hieronder wat geschiedenis uit de doeken :

In “Het Brugsch Handelsblad” van 24 september 1960 vonden wij alvast een uitnodigende advertentie terug om, nu de dagen korter en de avonden langer werden, eens een boek ter hand te nemen :

Bibliotheek Lode Zielens, Zilverstraat 43” : “Nu de lange winteravonden in het verschiet liggen, mag weerom een grotere toeloop van lezers verwacht worden in onze bibliotheek.  Een grote bestelling van meer dan 200 van de laatst verschenen romans en vormende werken is aangekomen en zal spoedig voor uitlening gereed zijn.  Zoals gewoonlijk wordt met ingang van 1 oktober de uurrooster der uitleningen uitgebreid en is de bibliotheek ook toegankelijk voor het publiek elke dinsdagavond van 18 tot 20 uur.
De volledige uurrooster is dus als volgt :
Dinsdag, woensdag en vrijdag van 18 tot 20 uur, zondagmorgen van 10 tot 12 uur, donderdag van 18 tot 19 uur voor wetenschappelijke en vormende werken.
Vanaf 1 oktober worden in de Zilverstraat geen jeugdboeken meer uitgeleend.  Alle jonge lezers worden verwezen naar de nieuwe jeugdbibliotheek in de Minderbroederstraat nr. 8 (zie afzonderlijk bericht).”

Wellicht viel het de aandachtige lezer op dat je op donderdagavond van 18 tot 19 uur in de bibliotheek terecht kon voor het ontlenen van wetenschappelijke en vormende werken.  Anno 2019 lijkt het ondenkbaar dat een bibliotheek zijn aanbod zou opsplitsen en daar afzonderlijke openingstijden zou aan koppelen !

Cerle Brugge KSV

In dit ondertussen verdwenen gebouw in de Zilverstraat trof je de openbare bibliotheek “Lode Zielens” aan (bron foto : beeldbank Brugge).

Maar, wie was nu Lode Zielens ?

Ludovicus Carolus Zielens werd in Antwerpen geboren op 13 juni 1901 in het Sint-Andrieskwartier dat beter bekend stond als de “parochie van misère”.  Lode, zoals hij aangesproken werd, was de oudste van de drie kinderen van diamantslijper Frans Josephus Zielens en Maria Theresia Bens.  De lagere school volgde hij bij de paters in de Pompstraat.  In 1911 verhuisde de familie naar de wijk “Het Kiel” waar hij les kreeg in de Stedelijke Jongensschool in de Pierenbergstraat.  In 1915 werd hij leerling op de Technische Lagere Hoofdschool aan de Paardenmarkt.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog volgde hij van nabij de ontwikkeling van het activisme.  Het activisme was in de periode van de Eerste Wereldoorlog de benaming voor het deel van de Vlaamse Beweging dat via de collaboratie met Duitsland een aantal Vlaamse grieven en zelfs Vlaamse onafhankelijkheid hoopte te verwezenlijken.  Zielens las, niettegenstaande zijn jeugdige leeftijd, het werk van Léon Tolstoï en schreef verzen die hij in zijn vriendenkring declameerde.
Ondanks zijn goede schooluitslagen kreeg Lode Zielens niet de kans om te studeren en werd hij achtereenvolgens havenarbeider, helper bij een fietsenmaker, werkman bij de Bell Telephone Company en ‘markeur’ aan de haven.
Omwille van zijn literair talent werd hij al vroeg opgemerkt en kon hij er prat op gaan dat hij, nauwelijks twintig jaar oud, een plaatsje kreeg bij de redactie van het dagblad “Volksgazet”.  In 1920 debuteerde Zielens met zijn eerste novelle “Schoolkolonie” dat in Elsevier’s Maandschrift werd gepubliceerd.
Het schrijven bracht echter geen brood op de plank en dus voegde Zielens een nieuwe job toe aan zijn reeds goedgevuld repertoire : hij werd kantoorbediende bij de Union Forestière, een Antwerpse houthandel, waar hij inhoudsmaten berekent.
In 1922 won hij de tweede prijs in een novellenprijskamp uitgeschreven door de “Volksgazet” en vertrouwde de redactie van deze socialistische krant hem de rubriek ‘Kunst en letteren’ toe.  Behalve journalistiek werk voor zijn eigen krant, zorgde hij eveneens voor bijdragen aan minstens twaalf periodieken.
Op 18 november 1924 huwde hij met Ludovica Henrica Ceulemans en verhuisde het jonge koppel naar de Oudstrijdersstraat te Borgerhout.  Op 23 oktober 1925 werd een zoon, Herman Frans, geboren.  In 1926 volgde een nieuwe verhuis richting een tuinwijk in de Eenheidstraat te Wilrijk.
In 1930 verwierf Lode Zielens een reisbeurs en vertrok hij naar Frankrijk waar hij te Parijs, Dijon, Lyon, Grenoble, Marseille, Nice, Arles, Avignon en Tarascon verbleef.
Ondertussen kreeg zijn eerste roman “Het duistere bloed” ruime waardering.  Het centrale thema in deze roman was de seksuele obsessie van het personage, vrachtrijder Karel.
Lode Zielens, uitgegroeid tot een bezielende romanschrijver, zorgde, samen met o.a. Gerard Walschap, voor een vernieuwing in de Vlaamse letterkunde.  Zij stapten af van de zogenaamde heimatroman en kozen voor de meer sociale roman die ethische problematiek, seksualiteit en morele wantoestanden aankaartte.  Alle problemen waar de gewone mens mee geconfronteerd kon worden, kwamen tot uiting in zijn romans die zich meestal afspeelden in een proletarisch of in een kleinburgerlijk milieu.
Vanaf 1931 focuste Lode Zielens zich helemaal op het schrijverschap.  Zijn roman “Het duistere bloed” bezorgde hem nog datzelfde jaar de “Letterkundige prijs der Provincie Antwerpen” en enkele van zijn novellen, “De roep” (novellebundel) en “Polka voor piston” werden gepubliceerd.
Sinds 1928 werkte Zielens onverdroten verder aan wat het belangrijkste werk, zijn opus magnum, uit zijn carrière werd : “Moeder, waarom leven wij ?”.  Als journalist bij de “Volksgazet” trok hij dagelijks, samen met Frans Dille, een illustrator en later een bekend graficus, de stad in op zoek naar reportages.  Elke dag bouwde hij verder aan wat spontaan de vernieuwende roman “Moeder, waarom leven wij ?” zou worden.
In 1932 werd dit werk, een proletarisch havenepos, gepubliceerd.  Het verscheen midden in een lange periode van economische crisis (1929-1935) waarin de werkloosheid enorme proporties had aangenomen en duizenden arbeiders en bedienden afhankelijk waren van een uitkering.  Een schrijnend gebrek aan geld en aan levensmiddelen tekenden het leven in de industriezones.
Doctor Emiel Willekens schreef over “Moeder, waarom leven wij ?” : “Lode Zielens was de eerste eigen, Vlaamse auteur, met wiens personages een hele klasse van werkmensen uit de grootstad zich identificeren kon, die haar eigen leven weergaf en die meteen niet gewild literair deed, maar naar zijn lezers toe schreef, zich bovendien met hen solidair verklaarde zonder daarbij aan strijdliteratuur te gaan doen of zelfs maar tendentieus te worden.  Zielens is als schrijver over sociale thema’s niet uniek, noch is hij de eerst-gekomene.  Hij staat op een lijn die van Petrus Frans Van Kerckhoven over Eugeen Zetternam heen naar Reimond Stijns en Gustaaf Vermeersch voert.  Maar om telkens diverse redenen is de toenadering tot de lezer bij deze auteurs onvolkomen gebleven.  Bij Zielens is de identificatie totaal.”.
In 1934 kreeg hij de “Driejaarlijkse Staatsprijs voor Letterkunde” voor zijn “Moeder, waarom leven wij ?” en werd hij ontvangen op het Antwerpse stadhuis.  Hij maakte ook een reis naar Nederland waar hij Rotterdam, Den Haag en Amsterdam aandeed en een tijdje bij Herman Robbers te Schoorl verbleef.
In 1935 volgde nog maar eens een verhuis.  Deze keer ging het richting Carnotstraat nadat hij in 1931 reeds van Wilrijk naar de Meir verhuisd was.  Met de Antwerpse filmpersjournalisten maakte hij in 1936 een korte reis naar Engeland.
Het ging Lode Zielens voor de wind met in 1938 een nieuwe verhuis tot gevolg, deze keer naar de Rolwagenstraat.  Hij had ook een tweede verblijf te Kapellen.  Tevens werd hij benoemd tot leraar in de algemene literatuurgeschiedenis aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen.  In 1939 volgde een reis naar Zwitserland met de Antwerpse Filmpersbond.
Wanneer de troepen van Adolf Hitler in 1940 ons land veroverden vond Lode Zielens het raadzamer om via Duinkerke, Boulogne en Dieppe naar Toulouse te trekken.  Drie maanden later keerde hij naar Antwerpen terug.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog stopte men met het uitgeven van de “Volksgazet” en Zielens kreeg een aanstelling als tijdelijk stadsbediende bij het “Museum van de Vlaamse Letterkunde”.
Na de bevrijding in 1944 ging Lode Zielens opnieuw aan de slag als journalist bij de Volksgazet.
Op 28 november 1944 sloeg echter het noodlot toe.  De Duitsers, die de oorlog aan het verliezen waren, probeerden met alle middelen alsnog het tij te keren.  Eén van hun laatste en zeer gevreesde wapens waren hun Vergeltungswaffen, beter bekend als de V1 en V2-raketten.  Naast Londen richtten de Duitsers hun raketten ook op de haven van Antwerpen omdat deze van strategisch belang was voor de geallieerde opmars in Duitsland.  Het was op die bewuste novemberdag dat Lode Zielens tijdens een bombardement met V2-raketten op Antwerpen om het leven kwam.  Hij werd begraven op het kerkhof Schoonselhof.

(bron tekst : schrijversgewijs.be)

Lode Zielens publiceerde realistische sociale romans en behoorde daardoor tot de vernieuwers van de Vlaamse literatuur (bron foto : www.assisen.be).

Cerle Brugge KSV
Cerle Brugge KSV

Toen de oude bibliotheek eind jaren ’60 afgebroken werd vond bibliotheek “Lode Zielens” een onderkomen in een pand wat verder in de Zilverstraat.  Ook dat gebouw verdween uit het Brugse straatbeeld en de vrijgekomen gronden werden gebruikt voor de bouw van de Alberthal (bron foto : beeldbank Brugge).

Bibliotheek “Lode Zielens”, ondertussen een filiaal geworden van de stedelijke hoofdbibliotheek Biekorf, vond sinds jaar en dag een stek in een imposant neogothisch gebouw in de Westmeers : de Germana.  Maar de geschiedenis van dat gebouw is stof  voor een latere bijdrage.

 

Brugge telde destijds enkele grote maar nog veel meer kleinere bibliotheken.  Eén van deze kleinere bibliotheken, maar wie herinnert zich dat nog ?, was de uitleenbibliotheek Rousseau in de Langestraat 29.  Deze privé-uitleenbibliotheek opende waarschijnlijk de deuren, een precieze datum is er niet, begin de dertiger jaren van de vorige eeuw.  De winkel van het echtpaar Rousseau – De Muyter omvatte trouwens niet alleen een uitleenbibliotheek maar ook een afdeling met school- en kantoorbenodigdheden, een krantenwinkel en een kleine boekhandel waar stationsromannetjes de boventoon voerden.  De uitleenbibliotheek was ondergebracht in een achterliggend lokaal.  De aangeboden boeken waren vooral de Nederlands- en Franstalige succesboeken van dat moment.  Rousseau genoot de reputatie dat zij ook ‘gewaagde’ boeken uitleenden al moest dat begrip met de nodige voorzichtigheid benaderd worden want enkele jaren later kon je deze boeken ook gewoon in de stadsbibliotheek ontlenen.  Wanneer deze privé-uitleenbibliotheek de deuren sloot is evenmin exact gekend maar het moet ergens midden de jaren zeventig geweest zijn.

Cerle Brugge KSV

Stanley Schofield, de fotograaf van dienst, maakte tijdens de zomer van 1927 een reis door Nederland en België.  Hij logeerde in het toenmalige hotel Verriest, nu Flanders Hotel, en nam deze foto vanuit één van de bovenramen van het hotel.  Centraal op de foto zien wij het uitstalraam van de “Librairie J. Rousseau – De Muyter” (tekst op het raam).  Je kon er ook terecht voor “schoolgerief”.
Op het ogenblik van de opname stonden op de stoep heel wat mensen, waarschijnlijk ongeduldig, uit te kijken naar de op komst zijnde stoet die uitging n.a.v. de inhuldiging op 31 juli 1927 van een gedenkplaat in de Balsemboomstraat.  Tijdens de Eerste Wereldoorlog bombardeerden de Engelsen het kazernecomplex tussen de Langestraat en de Kazernevest maar meerdere bommen misten hun doel en kwamen op de nabijgelegen woonwijk terecht.  Hierbij vielen heel wat burgerslachtoffers.    Deze gedenkplaat kwam er om de slachtoffers van een Engels bombardement op de nabijgelegen kazerne te herdenken.  De inhuldiging van de gedenkplaat werd voorafgegaan door een godsdienstige plechtigheid en door een stoet waarin oorlogstaferelen geëvoceerd werden.
In het wegdek van de Langestraat zien we de tramsporen van Tram 6 Sint-Kruis (bron foto : beeldbank Brugge).

* We hadden het in één van de vorige bijdragen reeds over de bouwvallige Smedenkapel in de Smedenstraat.  Na al die tijd was er nog steeds niets aan gedaan en een storm die over onze contreien getrokken was had er voor gezorgd dat de kapel nu als een echt gevaarlijk bouwsel mocht bestempeld worden : “De Smedenkapel wordt een openbaar gevaar” : “Tijdens de voorbije week is de bouwvallige toestand van de Smedenkapel ten gevolge van een geweldige storm nog verergerd, zodat de hulp van de stad diende ingeroepen te worden om de weggebruikers te beschermen tegen het eventueel instorten van de kapel.  IJzeren hekkens werden thans rond het gebouw geplaatst, om de voetgangers op afstand te houden.  Wij hebben pas voor een paar weken de zaak van de Smedenkapel opnieuw aangesneden.  Het wordt hoog tijd dat de verantwoordelijke instanties in deze aangelegenheid een beslissing nemen.  De Smedenkapel, zoals die er nu staat, is ’t grootste schandaal van West-Brugge.  Bedoeld gebouw is geen geklasseerd monument en momenteel nog eigendom van dhr. Maertens, die echter niet vrij is, een verbouwing uit te voeren in het belang van zijn handel.  Als historisch gebouw heeft de Smedenkapel geen waarde meer.  Het is een bouwval en een publiek gevaar.  Waarop wacht men om deze ruïne op te ruimen ?  Langer getalm is onverantwoord !”.

De Smedenkapel in betere tijden !  Op de plaats waar vroeger het Sinte Loys huys stond werd omstreeks 1353-1354 een kapel gebouwd die tot het ambacht van de smeden behoorde.  In de vijftiende eeuw werd de kapel verbouwd en kreeg het uitzicht zoals wij zien op bovenstaande foto.  Na de Franse Revolutie van 1789 en éénmaal de rust in hun eigen land min of meer teruggekeerd was trokken de Fransen op veroveringstocht.  Zij hielden onze gewesten van 1794 tot 1814 onder de knoet.  Veel kerken en kloosters moesten er onder de Franse heerschappij aan geloven en de Smedenkapel werd openbaar verkocht.  De voormalige kapel werd vanaf dan gebruikt als o.a. atelier en opslagplaats.  In 1961 stortte een gedeelte van de apsis in maar toch voelde niemand zich geroepen om de kapel van een verdere teloorgang te redden.  Uiteindelijk werd de vroegere Smedenkapel gesloopt (bron foto : beeldbank Brugge).

 

Cerle Brugge KSV

* Wie interesse heeft in het ontstaan en de groei en bloei van Brugge weet dat onze mooie stad altijd eerder kleinschalig geweest is.  De naam van Brugge werd voor de eerste keer vermeld tussen 850 en 875.  Het oorspronkelijke Brugge situeerde zich op en rond de huidige Burg.  Er was een Zuidpoort (bij de huidige Blinde-Ezelstraat), een Oostpoort (bij de Hoogstraat), een Westpoort (bij de Breidelstraat) en een Noordpoort (bij de Philipstockstraat).  In feite was dat ‘eerste Brugge’ een kleine versterking met vier poorten.  In de schaduw van die versterking kwamen mensen wonen en het grondgebied breidde zich met mondjesmaat uit.  In 1127-1128 werd de eerste stadsomwalling gebouwd dat volgende stadspoorten omvatte : de Noordzandpoort (aan het einde van de Noordzandstraat), de Zuidzandpoort (aan het einde van de Zuidzandstraat), de Ezelpoort of Sint-Jacobspoort (aan het einde van de Sint-Jakobsstraat, de Vlamingpoort (aan het einde van de Vlamingstraat), de Koetelwijkpoort (aan de huidige Koningsbrug over de Spiegelrei), de Oude Molenpoort (aan het einde van de Hoogstraat) en de Mariapoort (aan het einde van de Mariastraat).
In 1297 werd de tweede stadsomwalling gebouwd dat de volgende stadspoorten omvatte : de Ezelpoort, Smedenpoort, Gentpoort, Kruispoort, Boeveriepoort, Katelijnepoort, Sint-Nikolaaspoort, Sint-Leonarduspoort en de Spejepoort.  De eerste vier poorten bestaan nog steeds maar de andere poorten zijn van de Brugse bodem verdwenen.  De Sint-Nikolaaspoort, Sint-Leonarduspoort en de Spejepoort vormden samen het Dampoortcomplex.

In het artikel uit “Het Brugsch Handelsblad” heeft de verslaggever het over de oude vestingsmuur langs de Augustijnenrei.  Deze vestingsmuur behoorde tot de eerste stadsomwalling van 1127-1128 : “Oude vestingsmuur langs de St-Augustijnenrei” : “Onder leiding van dhr. Luc Devliegher heeft men maandag een aanvang gemaakt met het onderzoeken van een oude vestingsmuur langsheen de Augustijnenrei, ter hoogte van de achterzijde van het huis nr. 26 in de Grauwwerkersstraat (*).  Dit werk wordt uitgevoerd door de Kulturele Dienst der Provincie en de Dienst voor Opgravingen te Brussel.  Het betreft hier een oude vestingsmuur, daterende omstreeks uit het jaar 1128 en waarvan de halfronde verdedigingstoren nog zeer goed zichtbaar is.  Het overblijvend gedeelte van deze toren werd later als paviljoen gebruikt.  Deze muur, waarvan de fundering uit harde veldsteen bestaat, werd, zoals trouwens zeer goed merkbaar is, naderhand reeds hersteld, doch op enkele plaatsen is de originele steen nog zeer goed zichtbaar alhoewel door de weersomstandigheden erg weggevreten.”

(*) De auteur van dit artikel heeft het over “de achterzijde van het huis nr. 26 in de Grauwwerkersstraat”.  De, volgens mij, door de verslaggever in deze context bedoelde straat is echter de Pieter Pourbusstraat.  De Brugse gemeenteraad besliste op 16 februari 1900 deze straat te noemen naar de bekende schilder, bouwmeester en cartograaf Pieter Pourbus (1524-1584).  De achterzijde van het huis nr. 26 in de Grauwwerkersstraat grenst niet aan de Augustijnenrei (nvdr).

Cerle Brugge KSV

De halfronde verdedigingstoren in de eerste stadsomwalling (1127-1128).  De opname dateert uit 1973 (bron foto : beeldbank Brugge).

 

(Marnix Knockaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Gedeelde ambitie - Dylan de Belder

Cercle Brugge verwelkomde begin deze week Frank Vercauteren als nieuwe oefenmeester.  Op training is de nieuwe aanpak meteen duidelijk.  Ik kwam te vroeg aan langs de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion en pikte de ochtendtraining mee.  Na de training had ik een afspraak met Dylan De Belder.  Ik had een leuk gesprek met hem over gedeelde ambities.  Het is namelijk zowel Cercles als Dylans wens en hoop om zo snel mogelijk in 1A te spelen.  

Dylan, je bent nog niet zo lang een officiële speler van Cercle.  Kun je even je carrière schetsen tot nu toe?  Daar was al eens een passage bij Cercle, niet?

Ik ben een geboren en getogen ‘Montois’ en startte ook met voetballen in de streek van Bergen. Als jeugdspeler kende ik een drietal ploegen.  Ik begon bij het kleine RLC Mesvin, maar in de  jeugdreeksen was ik vooral bij RAEC Mons actief.  Tussendoor was er ook  een korte tussenstop bij La Louvière.   Mijn eerste profcontract onderschreef ik bij RAEC Bergen in het seizoen 2011-2012.  Dat seizoen scoorde ik ook mijn eerste en enige officiële goal voor Mons.  In de terugwedstrijd van de finale van Play Off II was dat, hier in het Jan Breydelstadion.  (Cercle plaatste zich toen na een 0-1 en 3-2 zege tegen Bergen voor een wedstrijd tegen Gent met als inzet een Europees ticket, nvdr).  In het seizoen 2013-2014 kende Mons een slecht seizoen.  Ze degradeerden uiteindelijk uit de hoogste voetbalklasse en mijn contract werd er vroegtijdig ontbonden.  Dankzij mijn manager die op Cercle goede contacten had, kon ik hier mijn conditie onderhouden.  Het kwam uiteindelijk niet tot een contract.  Dan kwam Waasland-Beveren op de proppen.  Ik tekende er een contract voor een half seizoen met een optie op nog twee jaar.  Die optie werd gelicht, maar toen kwam Stijn Vreven als nieuwe trainer.  Het klikte niet bepaald tussen ons en hij liet me al snel verstaan dat ik niet in zijn plannen voorkwam.  Ik keek uit naar een andere club en kon uitgeleend worden aan Lommel in de tweede klasse.  Dat was voor mij een echt superjaar.  Ik kon er toen maar liefst achttien keer scoren en wekte de interesse van enkele teams.  Ik koos uiteindelijk voor Lierse.  Ik speelde er vorig seizoen en werd er topschutter van eerste klasse B met 23 treffers.  

"Monaco wil hier echt een mooi project neerzetten en ik ben blij dat ik er deel van mag uitmaken."

Je bleef dus uiteindelijk maar één seizoen in Lier.  Je maakte er in het tussenseizoen ook geen geheim van om hogerop te willen en nog het liefst naar eerste klasse A?  

Inderdaad, ik voelde dat ik klaar was voor die stap.  Ik speelde erg graag voor Lierse en draag de supporters nog steeds een warm hart toe.  Maar ik ben daar toen niet al te best behandeld geworden.   Er was interesse van enkele ploegen uit eerste klasse A en die interesse was ook redelijk concreet.  Maar het bestuur van Lierse had beslist dat ik 1,5 miljoen euro moest kosten.  Dit was gewoon een onrealistisch bedrag.  Geen enkele van de teams die interesse hadden in mij wilde of kon dat bedrag ophoesten.  In de kranten werd dit ook al snel opgeklopt.  Die gazettepraat werd vooral gecreëerd door de toenmalige voorzitter van Lierse.  Ik trainde wel mee tijdens de voorbereiding, maar had slechts een helft gespeeld en miste dus ook ritme.  In het tussenseizoen nam ik ook een nieuwe manager, met name Mogi Bayat.  Mijn prijs zakte toen wel, maar de kernen van de eersteklassers waren al grotendeels gevormd.  Ik zat wat gevangen op het Lisp.  

Toen kwam Cercle op de proppen.  Waarom trok je naar ‘de vereniging’ en wat was je eerste indruk?

Ik kende Cercle natuurlijk al vrij goed.  Ik was hier al een periode geweest.  Maar toch was er heel wat veranderd.  Alles gaat er nu veel professioneler aan toe dan toen.  De kern die hier is samengesteld is ook helemaal niet mis.  Monaco wil hier echt een mooi project neerzetten en ik ben blij dat ik er deel van uit mag maken.  De ambitie van de ploeg is natuurlijk ook zo snel mogelijk naar het hoogste niveau doorstijgen en dat is ook net mijn ambitie.  

De competitie was al bezig toen je hier aankwam.   Hoe verliep de aanpassingsperiode?  

Alle begin is moeilijk en uiteraard  had ik toen ook een conditionele achterstand.  In het begin was het erg hard werken en knokken.  De concurrentie is ook groot en dat houdt je automatisch scherp.  De laatste weken verloopt het persoonlijk vrij goed.  Ik stond vaak in de basis en kon in en tegen Beerschot ook mijn eerste doelpunt scoren.  Ik hoop dat ik op die ingeslagen weg kan verder gaan.  

Ondertussen staan er nog drie wedstrijden op het programma in de eerste periode en heeft Cercle sinds deze week een nieuwe trainer.  Wat is je eerste indruk van de nieuwe coach en hoe schat je de kansen voor de eerste periode in?   

De nieuwe trainer is niet de eerste de beste.  Hij heeft zeer veel ervaring als speler en ook als trainer.  Zijn palmares is ook indrukwekkend.  Het is een echte persoonlijkheid die meteen zijn stempel drukt op de groep en de trainingen.  Wat de eerste periode betreft, moeten we het gewoon wedstrijd per wedstrijd bekijken.  We moeten gewoon naar onszelf kijken en elke wedstrijd proberen te winnen.  Als we dat doen, leggen we druk bij de twee tegenstanders.  Beerschot-Wilrijk en OHL moeten bovendien nog een onderling duel afwerken.  Hun laatste wedstrijd in deze periode is trouwens ook een uitwedstrijd.  En die zijn in 1B nooit ‘makkelijk’.  Ook wij zullen 100% gefocust moeten zijn om de komende weken resultaat te halen in Lier en in Tubeke.  

Tot zover het gesprek met onze nieuwe spits.  Een ambitieuze jongeman die wil doorgroeien en die dat misschien het best bij Cercle kan doen.  

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Arnaud Lusamba

‘Mijn ambitie? Champions League spelen !’ 


In de aanloop naar de wedstrijd in en tegen Racing Genk had ik een gesprek met Arnaud Lusamba. Deze 21-jarige Fransman is bezig aan zijn eerste seizoen in Groen-Zwarte loondienst. Hoewel dat niet helemaal klopt. Cercle huurt de middenvelder van OSG Nice en heeft een aankoopoptie. Ik sprak Arnaud net voor de videoanalyse van Racing Genk. Een videoanalyse die blijkbaar goed werd opgevolgd, want later in de week won Cercle zijn eerste uitwedstrijd. Tegen de competitieleider uit Genk dan nog! 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Bart in Bali

Bart Vermeire (commerciële cel Cercle) was aanwezig op de grootste jaarlijkse ceremonie aan de Besakih tempel in Bali (de grootste Hindoe tempel van Azië) aan de voet van de Gunung Agung vulkaan.
Bij een verbroedering met lokale Hindoe jongeren die hun goden kwamen aanbidden, promootte Bart de Cerclekleuren in Aziatisch motief.

“Ook in het Boedhistisch klooster hebben we gebeden voor het behoud van Cercle op de dag van de wedstrijd tegen Lommel”, klonk het bij Bart.  
Met succes blijkbaar…

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Louis-Philippe Depondt

SHOT sprak met …


Louis-Philippe Depondt


Jong bloed. 


SHOT sprak tijdens de winterstop met Louis-Philippe Depondt, de jonge en nieuwbakken communicatie- en persverantwoordelijke bij Cercle. Supporters zo nauw mogelijk aan de Vereniging binden en ‘het merk’ Cercle promoten zijn de groen-zwarte drijfveren van de enthousiaste Torhoutenaar.

Je bent vrij recent bij Cercle aangekomen. Stel je even jezelf voor?

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Retro - Kristof Snelders geïnterviewd

Kristof Snelders
 

Voetbalgenen…    


 

Grootvader René wist dat hij net iets te kort kwam om het als voetballer ver te schoppen, maar al was het niet meer dan één jaar, toch draafde hij bij ‘den Antwerp’ het veld op in ’s lands hoogste afdeling.  Vader Eddy ging bij dezelfde rood-witten in Eerste Nationale van start, en bij zes verschillende ploegen totaliseerde hij, asjeblief, 594 matchen!  Eén keer trok hij de trui van de Rode Duivels aan, en later  werd hij nog hulptrainer van ons nationaal team .  Kristof kende veel voetbalvreugde.  Hij speelde slechts twee jaar bij Cercle, maar bij geen enkele andere Vereniging straalde hem zoveel warmte van medespelers en supporters tegen als bij Groen-Zwart.  En of zoontje Charle het ziet zitten bij de U-9 van overgrootvaders Great Old?  Natuurlijk!

Lees meer