koop tickets online

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 212)

(periode van 1-10-1960 -> 8-10-1960)

 

Cercle

De competitiestart van Cercle had beter gekund, daarover was nagenoeg iedereen het eens.  Toch ambieerden de groen-zwarten (andermaal) de promotie.  Daarvoor zou er echter een versnelling hoger moeten geschakeld worden die ze bovendien constant(er) moesten aanhouden.  Maar om de theorie in de praktijk om te zetten diende er (waarschijnlijk) nog een lange weg afgelegd te worden.  De komst van het eerder bescheiden Union Namen kon misschien de eerste grote stap in de goede richting worden.  Vic Bergh mocht alvast voor “Het Brugsch Handelsblad” richting Edgard De Smedtstadion stappen om er aan het papier toe te vertrouwen wat de groen-zwarten er van bakten :

Cercle Brugge – Union Namen 2-1 : Daverende start en beslissend slot !” : “Voor de mop wordt wel eens de strikvraag gesteld “Waar zit de beste vis ?” met als antwoord : “tussen de kop en de staart” !  Met betrek tot de jongste wedstrijd tegen Union Namen zouden we ook wel eens een lichte variante hierop toepassen en vragen : “Wanneer speelt Cercle het beste voetbal ?”.  En hier zou het antwoord van de sportliefhebbers die dit treffen bijwoonden zeker éénsgezind luiden : “In het begin en naar ’t einde”.
Inderdaad kenden de groen-zwarten een ongewoon schitterende start waarbij ze de indruk lieten hun tegenstrevers met haar en huid te zullen oppeuzelen en een daverende nederlaag toe te dienen.  Het bleef echter bij één vroeg doelpunt en een strovuurtje, dat tijdens het verder verloop nog zelden opflakkerde en kort na de rust zelfs helemaal gedoofd werd door de bezoekende gelijkmaker.
Veel hoop op een tweede Brugse overwinning was er niet meer en velen namen reeds vrede met het verworven punt.  Tot er dan toch in de laatste minuten weer roering kwam in de Brugse brouwerij met Perot en Bailliu als grote bezielers.  En zie, als een “mooachingske” (*) van Jo Gerard dan toch goed uitviel waren Perot – Bailliu er als de weerlicht bij om met een tweede Cercledoelpunt het pleit te beslissen !”.

(*) “mooachingske” is een typisch Brugs woord en kan het best uitgelegd worden als een “fantasietje” (nvdr).

 

Technische  krabbels…
Cercle Brugge – Union Namen  2-1

- opkomst : 4 à 5.000 toeschouwers.
terrein : in uitstekende staat.
weersgesteldheid : steeds zon.
leiding : ref. Dandois, goed.
fair-play : hard maar korrekt.
corners : Cercle 7, Namen 5.
doelpunten : 3’ een keurige kombinatie Perot, Bailliu, Daels wordt door Jo Gerard besloten
  met een rake kopbal die tegen de zijnetten vliegt en vandaar terug in het spel komt, maar
  Buyse schiet een 2e maal binnen 1-0, 47’ Mortier weert een hard schot van Demarteau in de
  voeten van Sulon wiens hernemen geen genade kent 1-1, 84’ nadat Gerard zichzelf
  gedribbeld heeft kan hij gelukkig toch nog doorschuiven naar de inlopende Perot die de bal
  heel gevat lichtjes achterwaarts bij Bailliu doet afwijken en het is 2-1.
Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Daels, Buyse, Bailliu, Michiels, Jo
  Gerard.
Union Namen : Nicolay, Collin, De Vos, Geelen, Marnette, Dodal, Keyeux, Tonneau,
  Sulon, Lemineur, Demarteau.


 

De merkwaardige manier van voetballen inspireerde “Dani” uiteraard tot een “Bont Beeld” voorzien van de nodige commentaar :

“Na de ontgoochelende prestatie tegen Merksem verleden week, won Cercle van Union Namen, na een eerder matte wedstrijd.  Er zal wat meer vuur in de Cercle-boy’s moeten komen indien ze dit seizoen hoger willen.”

Cerle Brugge KSV

Er meldde zich een weekend aan zonder competitievoetbal en bijgevolg plaatste Cercle een oefenwedstrijd op het programma, kwestie van het wedstrijdritme te behouden en liefst ook nog de nodige progressie aan de supporters te etaleren.  Oefenpartner was het in Brugge niet onbekende NAC Breda :

Heden zaterdag te 17 uur : Cercle – N.A.C. Breda” : “Rust roest blijkt het parool van de Brugse ploegen die van de vrije kompetitiedag gebruik hebben gemaakt om uit te komen tegen twee sterke Nederlandse formaties.  De groen-zwarten komen reeds heden zaterdag te 17 uur op het Edgard De Smedtstadion in lijn tegen het goed bekende Hollands team NAC Breda.  Het geldt hier een terugwedstrijd van de voor het seizoen reeds betwiste ontmoeting te Breda, waar de Bruggelingen een duurbevochten 1-2 overwinning afdwongen.  Het hoeft geen betoog dat de gasten, die op een sterke ploeg kunnen bogen met tal van bekende spelers, op weerwraak belust zijn zodat de Cerclespelers hun beste schoenen zullen moeten aandoen om hun sukses te herhalen.  In deze veelbelovende partij komt Cercle in lijn met haar gewone basisploeg, waarbij toch naar verluidt enkele ekspirementen zullen doorgevoerd worden.  Zo spreekt men van de jeugdige Zomergemnaar Marc Verheye een kans te geven als linksbinnen, evenals Notteboom, Locskai e.a.”  

Dat deze match tegen een sterke Nederlandse ploeg leerzaam en wellicht ook verrijkend zou zijn hoefde geen betoog.  De groen-zwarten wilden hun supporters tonen dat zij op het goede spoor zaten en de in hen gestelde verwachtingen konden inlossen.  Ook nu weer mocht Vic Bergh in opdracht van “Het Brugsch Handelsblad” richting Cerclestadion stappen om er ter plaatse vast te stellen of de gekoesterde hoop op beterschap terecht was.

Cercle Brugge – N.A.C. Breda 2-6 : Gasten gaven het voorbeeld !” : “Wie zaterdag slechts aan de rust op het Cercleterrein kwam om de 2e helft van de vriendenwedstrijd tegen Breda te zien en reeds 0-4 cijfers op het skoorbord zag prijken, zal zich zeker wel hebben afgevraagd wat er gebeurd was ?  Men weet immers dat de groen-zwarten reeds op 15 oogst op bezoek gingen bij Breda en er een 1-2 overwinning boekten, zodat deze ruststand allesbehalve normaal leek.  Wie echter wel de 1e time volgde kon zeggen dat er niets abnormaals was voorgevallen, tenzij dat Cercle met haar reeds klassiek geworden tutterspelletje niet eens boven water was gekomen, terwijl de bezoekers daarentegen een demonstratie hadden gegeven van snel en rechtstreeks spel dat in het middenveld ook wel eens kort en lateraal was maar éénmaal in het doelgebied de nodige diepte had om de puntspelers te lanceren en de wankele lokale defensie uit haar hangsels te lichten.  De vier geskoorde doelpunten waren telkens het gevolg van het spelopentrekken of een vleugelverandering en we mogen er gerust aan toevoegen dat het geen één te veel was.  Mogelijk lag er wel een onoplettendheid van Mortier’s plaatsvervanger Acket aan de basis van de eerste voltreffer, maar anderzijds had hij zich weinig te verwijten.  Daarbij liet Breda nog een paar open kansen liggen wat trouwens bij de aanvang ook het geval was met Michiels en Buyse.  Kort na de rust dreigde het zelfs een volledige ramp te worden voor de thuisploeg als het even spoedig 0-6 werd, maar gelukkig zou de in de 2e helft opgestelde Notteboom voor een gunstige kentering zorgen.  Hijzelf had wel tegenslag met twee rake schoten die op de palen te pletter sloegen, doch Michiels en Daels zouden dan toch met twee degelijke voltreffers het zware vonnis milderen.  De Hollanders hadden in de eerste 56 minuten getoond hoe het moest en Notteboom, die vanuit de tribune eerst zijn maten hopeloos had zien krasselen, volgde uitstekend dit voorbeeld samen met Daels die als binnenspeler zonder enige twijfel zich doelmatiger kon uitleven dan op de hoek…”.

Technische  krabbels…
Cercle Brugge – N.A.C. Breda  2-6

opkomst : 500 toeschouwers.
terrein : goed maar iets glibberig.
leiding : ref. Roesbeke, kon beter.
fair-play : kon er door.
corners : Cercle 2, Breda 5.
doelpunten : 3’ Geraards 0-1, 29’ Machielse 0-2, 30’ Vissers 0-3, 34’ Van Gastel 0-4, 49’
  Baas in eigen doel 0-5, 56’ Van Gastel 0-6, 65’ Michiels 1-6, 73’ Daels 2-6.
Cercle : Acket, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Daels (Notteboom), M. Verheye (Daels),
  Bailliu, Buyse (Verheye), Michiels.
N.A.C. Breda : De Ryck, Hoogerhuysse, Bogers, Hoven, Schrijvers, Luyten, Overbeke,
  Geraards, Vissers, Van Gastel, Machielse.


 

Brugge

 

* Het “Stubbekwartier” in Brugge is een enigszins onbekende en dus waarschijnlijk ook een eerder onbeminde wijk.  Ten onrechte, want achter het project dat leidde tot het “Stubbekwartier” stak een weldoordachte visie en het waren niet de minsten, o.a. koning Leopold II, die er hun schouders onder zetten om het prestigieuze opzet te laten slagen.  Tijdens de voorbije decennia werd de wijk bovendien grotendeels opgeknapt en verfraaid waardoor het er aangenaam toeven is.  Een beetje geschiedenis…
Tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw kwam een eeuwenoude Brugse droom terug bovendrijven : Brugge opnieuw verbinden met de Noordzee.  Koning Leopold II was dit idee genegen en hij gaf in 1897 de gerenommeerde stedenbouwkundige Hermann Josef Stübben de opdracht om Brugge naar het noordwesten uit te breiden.
Om deze ambitieuze plannen te realiseren waren er natuurlijk heel wat bijkomende arbeidskrachten nodig en al deze arbeiders en bedienden moesten ook ergens wonen.  Meteen was het “Stubbekwartier” geboren : hier zouden de honderden ambachtslui, bedienden en ambtenaren die één of andere taak vervulden bij de uitbreiding van de nieuwe achterhaven gehuisvest worden.  Zoals het een zichzelf respecterende woonwijk past waren er ook plannen om een kerk te bouwen.  De kerk is er nooit gekomen maar het huidige Werfplein, tegenwoordig het hart van de buurt, werd alvast voorzien als het voorplein van de te bouwen kerk.

Cerle Brugge KSV

Het huidige Werfplein kreeg meer dan eens een andere naam.  Zo noemde het ooit het Grondwetsplein, de Koning Albertplaats en de Werfplaats (bron foto : www.erfgoedcelbrugge.be).

Hermann Josef Stübben werd op 18 februari 1845 geboren in het Duitse Hülchrath.  Hij studeerde van 1864 tot 1870 aan de Berlijnse Bauakademie en begon in 1871 zijn carrière als “Regierungsbaumeister” voor de bouw van spoorwegen.  Van 1876 tot 1881 was hij stadsarchitect voor Aken en van 1881 tot 1898 stadsarchitect voor Keulen.  Nadat in Keulen de acht kilometer lange middeleeuwse stadsomwalling gesloopt was, ontwierp Stübben de nieuwe stadsdelen en restaureerde hij de overblijvende monumenten.  In 1884 zat hij de Havencommissie voor die de nieuwe haven van Keulen ontwierp.  Op 14 mei 1891 kreeg Stübben de titel van “Beigeordnete” als erkenning van zijn vele verdiensten bij de uitbreiding van Keulen.  Van 1892 tot 1898 was hij voorzitter van de Commissie voor de uitbreiding van Posen (tegenwoordig Poznan genoemd), een stad in het westen van Polen.  Van 1898 tot 1902 fungeerde hij als bestuurder bij de elektriciteitsmaatschappij Helios en van 1904 tot 1920 als “Geheimer Oberbaurat” in Berlijn.
Met een dergelijk goed gevuld curriculum vitae mocht het geen verbazing wekken dat hij met veel hooggeplaatste personen, niet enkel in Duitsland maar ook in het buitenland, in contact kwam.  Ook de Belgische koning Leopold II deed een beroep op hem.  Hij liet Stübben de Tervurenlaan aanleggen die moest leiden naar het prestigieuze Koloniaal Museum (nu het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika).
Ook in Klemskerke (De Haan) mocht Stübben in opdracht van Leopold II aan de slag gaan.  De koning had er een eigendom van een honderdtal hectare die hij in concessie gaf aan een vennootschap die er, volgens de plannen van Stübben, een nieuwe badplaats creëerde.  Leopold II liet Stübben verder ook nog, in een daarvoor voorziene wijk, een honderdtal villa’s in Anglo-Normandische stijl optrekken, die dan aan particuliere eigenaars in een langdurige erfpacht werden toevertrouwd.  De Brugse familie Van Caillie, die een groot aan de zee grenzend terrein in Duinbergen (tussen Knokke en Heist) bezat, deed eveneens een beroep op Stübben om aan deze nieuwe badplaats de nodige stedenbouwkundige allures te verlenen.
Ook de familie Lippens, sinds jaar en dag in één adem vernoemd met Knokke, liet Stübben een deel van hun stad, met name Het Zoute, aanpakken.  Hij ontwierp er een badplaats volgens zijn geijkte formules rekening houdend met het bestaande duinenlandschap en toverde daarrond een landelijke weidse omgeving waar mooie villa’s, ook hier weer met de voorkeur voor de Anglo-Normandische bouwstijl, hun plaatsje kregen.
Het was een openbaar geheim dat koning Leopold II een boontje had voor Brugge.  Het was dan ook niet meer dan logisch dat de vorst, toen hier aan een uitbreiding in functie van de nieuwe haven gedacht werd, een beroep deed op zijn vertrouweling Stübben.
Toch haalde de Duitse bouwkundige zich hierbij de toorn van Leopold II op de hals toen enkele honderden meters van de Brugse buitengracht werden gedempt om een betere toegang vanuit de binnenstad te hebben op de in aanbouw zijnde nieuwe noordelijke haven.  Wie hiervoor uiteindelijk de verantwoordelijkheid droeg was niet meteen duidelijk maar het was de koning hoe dan ook in het verkeerde keelgat geschoten dat het uitzicht van Brugge hierdoor grondig verstoord was.  De boze koning liet zich een hele tijd niet zien in de stad en toen hij eindelijk nog eens Bruggewaarts reisde maakte hij er een privébezoek van.  Omdat burgemeester Visart de Bocarmé liever niet geconfronteerd werd met de toorn van de vorst meldde hij zich ziek en het was een plaatsvervangende schepen die zich door Leopold II de levieten mocht laten lezen.
Het ontwerp van Stübben voor het nieuwe stadsdeel was eigenlijk vrij simpel.  Er zou een industriezone komen langs het kanaal Brugge – Oostende, een arbeiderszone in het oosten (Werfplein), een Middenstandszone centraal langs de Scheepsdalelaan en een residentiële zone in het Westen.
De riante residentiële wijk was bestemd voor de burgerij.  Dit gedeelte moest brede straten en voldoende ruimte voor bomen en groen omvatten.  Hier werd ook een nieuwe parochiekerk gebouwd toegewijd aan Kristus-Koning.

De kerk van Kristus-Koning in neoromaanse stijl werd ingewijd op 18 juli 1932 door de Brugse bisschop Lamiroy (bron foto : revue.knauf.be).

Aan de andere zijde van de Scheepsdalelaan werd een heel wat bescheidener wijk voorzien waar de arbeiders konden wonen en waar ook plaats voorzien was voor kleine nijverheid en ambachten.  De straten hoefden er niet zo breed te zijn als op Kristus-Koning maar de wijk kreeg wel enkele pleinen en veel bomen.  Het was deze wijk die de geschiedenis zou ingaan als het “Stübbenkwartier”.

Cerle Brugge KSV

Heel veel bedrijven en bedrijfjes hadden hun stek in deze wijk.  Om het geheugen op te frissen noemen we er hier voor de vuist enkele op.  Dit overzichtje is uiteraard verre van volledig maar bij de Bruggelingen die reeds een dagje ouder zijn zal er wel een belletje rinkelen bij het lezen van die vertrouwde namen : de “Gasfabriek” (het latere Electrabel) langs de Scheepsdalelaan, “Bloemmolens Dewulf” (Kolenkaai), “Kolenhandel Gaston Van Biervliet” (Leopold II-laan), “Brugsche koffiebranderij De Zon” van Petitjean-Sanders die ook nog “Koloniale Waren” verhandelde (Leopold II-laan), maalderij “De Nieuwe Molens” (Kolenkaai), pompstation “Van Biervliet & Zonen” (Leopold II-laan), kistenmaker “Ackaert” (Werfstraat), schrijnwerkerij “Albert Van Damme” (hoek Werfstraat en Leopold II-laan), schroot- en afvalbedrijf “Emile De Buyser” (Werfstraat, toen nog de Generaal Lemanstraat), drukkerij-boekbinderij “Beyaert” (Werfstraat), limonadehandel “Flandre” (Werfstraat), horticultuur “Verriest” (hoek Scheepsdalelaan – Werfstraat),…

Cerle Brugge KSV

In het “Stübbenkwartier verrezen heel wat industriële gebouwen zoals de “Bloemmolens Dewulf” (uit 1912) langs de Kolenkaai (bron foto : beeldbank Brugge).

Vanaf 1920 deed Stübben het rustiger aan.  Hij had tenslotte zijn sporen reeds ruimschoots verdiend en hoefde niets meer te bewijzen.  Hij overleed op 8 december 1936 op 91-jarige leeftijd in Frankfurt am Main.

Hermann Josef Stübben (° 10 februari 1845 - + 8 december 1936) (bron foto : Wikipedia).

Cerle Brugge KSV

In 1960 was de wijk toe aan een nieuw wegdek.  Dat met de correcte naam van deze buurt vaak een loopje genomen werd en wordt zal geen verbazing wekken.  Geen enkele Bruggeling zal het waarschijnlijk ooit hebben, in de veronderstelling dat zij de naam van de wijk kennen, over het “Stübbenkwartier” of de “Stübbenwijk”.  De juiste naam wordt steevast verwrongen tot “Stubbekwartier” of “Stubbewijk”.
In “Het Brugsch Handelsblad” vonden wij over de broodnodige aanleg van een nieuw wegdek onderstaand artikel terug :

Herbestrating van Stubbewijk begonnen” : “Reeds op het einde van vorige week is men begonnen met de herbestrating van de zogenaamde Stubbewijk. In de Generaal Lemanstraat (*) werden de voetpaden opengelegd om nieuwe gasleidingen te leggen.  Van daaruit breidde deze hernieuwing zich tot de andere straten uit.  In dezelfde straat werd ook reeds een strook kasseien door de bulldozer van de firma Blanckaert uitgebroken, ten einde de asfaltering van het wegdek voor te bereiden.  Naar verluidt zou men niet in alle straten tot het verwijderen van de kasseien overgaan en op sommige plaatsen rechtstreeks op de oude kasseien asfalteren, zoals in de Julius en Maurits Sabbestraat.  Deze werken zijn in elk geval zeer welkom, want het wegdek aldaar behoorde tot het slechtste van zijn aard in de stad Brugge.”.

(*) De Generaal Lemanstraat in de “Stübbenwijk” werd gewijzigd in de Werfstraat bij het tot stand komen van Groot-Brugge (1971).  De vroegere deelgemeente Assebroek had reeds een Generaal Lemanlaan (die behouden bleef) en om verwarring te vermijden kreeg de Generaal Lemanstraat in Brugge een nieuwe naam (nvdr).

* Destijds, maar dat is ondertussen toch ook alweer een pak jaren geleden, stond er op het voetpad aan de Sint-Salvatorskathedraal een aubette.  In die aubette, eigenlijk een winkeltje op wielen dat het midden hield tussen een frietkot en een strandkar, verkocht Flavie kranten, tijdschriften, gidsen, stadsplattegronden en ansichtkaarten.  Die aubette en natuurlijk ook Flavie maakten doodgewoon deel uit van de Steenstraat.  Als je daar passeerde, als dat tenminste op een deftig uur gebeurde, dan zag je daar Flavie zitten.  Ondertussen zijn Flavie en haar aubette reeds lang uit het straatbeeld verdwenen maar de herinnering bleef.  In 1960 verscheen er in “Het Brugsch Handelsblad”, gespreid over twee weken, een artikel rond Flavie want dat jaar tekende zij reeds 25 jaar (!) present in haar aubette.  We kozen een klein fragmentje uit dat voldoende illustreert hoe belangrijk de aanwezigheid van Flavie was en dat iedereen met veel plezier met haar een praatje maakte :

25 jaar Flavie” : “Feitelijk weten er niet zo heel veel mensen, hoe ze eigenlijk heet met haar familienaam.  Zij staat in gans Brugge bekend als Flavie tout court, Flavie van ’t gazettekotje bij Sint-Salvators.  Zij huizeniert daar winter – zomer van ’s morgens zes tot ’s avonds zeven uur.  Iedereen springt daar af of staat daar stil, om ’t vers nieuws te kopen : werklieden in de vroege nuchtend, die voor hun werk nog de sportverslagen willen lezen, juffrouwen die van Sint-Salvators komen en een babbeltje slaan over ’t weder of de dierte van ’t leven pratend met die ingoe vriendelijke Flavie, die lacht lijk een verse paptoarte, dat ge geen oogskens meer ziet en vertelt rap en vele lijk een ekster.  Professors van Saint Louis (*) blijven daar staan om samen met hun gazette de stand van zaken op de parochie te vernemen en later op de voormiddag zijn het de gezeten burgers op pensioen, die om ’t nieuws van de beurs komen. Want ge moet daar lijk blijven staan, willen of niet bij dat gazettekotje dat daar zo middeleeuws dwars over ’t voetpad staat.”.

Cerle Brugge KSV

Flavie in haar aubette aan de Sint-Salvatorskathedraal (bron foto : beeldbank Brugge).

Iedereen kende Flavie en toch kenden slechts weinigen Flavie echt.  Wie was zij ?  Waar woonde zij ?  Waar kwam zij vandaan ?  Het kon een programma avant la lettre van Paul Jambers geweest zijn !  Mits een beetje zoeken en speuren ontdekte ik een humoristische tekst van de hand van Denis Vermeire waardoor het mysterie rond Flavie toch een beetje ontrafeld wordt.  Deze tekst verscheen in “Vierkant” (oktober 2016), een publicatie van Woonzorgzone Curando West.  Ik wou de Shotlezer dit leuke stukje leesvoer niet onthouden en geef het met plezier integraal weer.  Geniet er van !

FLAVIE VAN D’AUBETTE VAN SINT-SALVATORS - In de Steenstraat, aan de kerk van Sint-Salvators, ongeveer waar er nu een paar autobushokjes staan, was er vroeger een krantenkiosk.  Die heette “d’ Aubette van Sint-Salvators”.  Die kiosk was een soort kar op wielen en werd gewoon “d’Aubette” genoemd.  De uitbaatster was dikke Flavie, een mens van minstens honderd kilo, droog gewogen.  Als kind heb ik mij altijd afgevraagd : hoe geraakt Flavie in hemelsnaam in haar gazettekot ?  En dat mens moet toch ook een keer ‘pipi’ doen ?  Nooit heeft mij iemand een antwoord aangereikt.  Iedereen kende Flavie.  Maar niemand wist waar ze vandaan kwam, hoe ze noemde en waar ze woonde !  Daarom : de historie van ‘t leven van Flavie van d’Aubette van Sint-Salvators.
Flavie Jonckheere, is in Brugge ‘aangespoeld’ gelijk dat ze zeggen.  Ze is geboren in Zande, als dochter van August Jonckheere en Marie Odaert.  Flavie is kort vóór de eerste wereldoorlog, in 1911, komen dienen bij Juffrouw Heule, een welstellende dame die op het kerkplein op Sint-Anna woonde.  Rijke dames hielden er in die tijd een dienstmaagd op na.  Die deed voor hen het huishoudelijk werk, ze ging de commissies doen en soms was ze ook wel eens een beetje de gezelschapsdame van madam.  Sommige diensters werden met de tijd een stuk van ’t meubilair en zelfs halve familie.
d’Aubette van Sint-Salvators stond er reeds van vóór de eerste wereldoorlog en werd vele jaren uitgebaat door een zekere Achiel Creyf.  Hij verkocht er gazetten, postzegels, revue’s (zoals ze de boekjes vroeger noemden) en je kon er ook tabak krijgen.  Voor de zeldzame toeristen waren er ook postkaarten met “vue’s” van Brugge.
Flavie was echter door en door christelijk.  In zoverre zelfs, dat niet-katholieke gazetten en boeken werden geweerd.  Die ongelovige brol kwam haar aubette niet binnen !  Ze had het dan ook niet begrepen op de klanten van “Het Volkshuis”.  Dat was het lokaal van de socialisten dat rechtover haar aubette, op de hoek van de Zilverstraat was gevestigd.  Daar werden “Het Werkerswelzijn” en het “Vlaams Weekblad” uitgegeven !  Twee socialistische gazetten die samen met “De Volksgazet” verboden waren in haar aubette !
Met schunnige boekjes was het zuuste van ’t zelfde…  Te veel bloot op de omslag en ’t boekje was veroordeeld tot de vuilbak !  De leerlingen van de Brugse scholen uit de buurt durfden Flavie al eens “den duivel aandoen” !  Met een paar kwamen ze dan vragen naar een ‘raar’ boekje of een gewaagd stationsromannetje.  Dan was ’t kot te klein !!  Niet zelden werd de prefect van de school later op de week, bij het ophalen van z’n krant, ingelicht.  Zelfs met de persoonsbeschrijving erbij van de kleine smeerlaptjes die Flavies zieleleven in gevaar hadden gebracht !
Schuin over Flavie’s Aubette was er de koffiebranderij van “De Groof”.  Een heel erg drukbeklante zaak die van overal in de streek gekend was.  Elke zaterdagmorgen, toen de verse koffiebonen in de winkel werden gebrand, zweemde er over de hele buurt een zalige geur van versgebrande koffie !  Zaaaalig !  Dan was Flavie in haar beste doen.
Haar aubette draaide als zot.  Vaste klanten kwamen er hun wekelijkse lectuur ophalen maar ook de Brugse nieuwtjes gingen er over de toonbank.  De lotjes van de “Koloniale Loterij” die in Flavie’s aubette verkocht werden, hadden wellicht speciale, magische capaciteiten.  Ze waren in elk geval zeer geliefd bij de Bruggelingen.  Ook mijn vader trok elke week naar Flavie voor zijn lotjes van de ‘Koloniale Loterij”.  Nooit is hij er één frank rijker mee geworden !
Flavie woonde in de Katelijnestraat 1.  Maar direct na de oorlog, op 10 juli 1945, nam ze haar intrek in Sint-Salvatorskerkhof 21.  Dat was dichter bij haar aubette en vooral ook dichter bij haar kerk.  De kathedraal van Sint-Salvator.
In 1960 werd ze gevierd door de commercanten van de Steenstraat voor het zilveren jubileum van haar uitbating.  Ze kreeg een “boekee” bloemen en een omhelzing van Meneere Machiels, de voorzitter van de gebuurtekring van de Steenstraat.  Flavie bloosde en zag ’n beetje rood van “alterasie”.  Wie had dat gepeinsd … een kus van de voorzitter !!!!  “Wat goan de menschen zeggen” prevelde ze…
Helaas, vijf jaar later, in augustus 1965, moest ze wegens ziekte haar aubette vaarwel zeggen.  Het ging niet meer…..  Het deed haar raar.  Ze miste haar klanten die inmiddels vrienden en kennissen geworden waren.  Sommigen waren zelfs halve familie !  In haar woning hield ze zich bezig met haar grote postzegelverzameling.  Zij was immers een verwoed verzamelaarster en beschikte over een unieke, grote collectie zeldzame postzegels.
Flavie Jonckheere overleed in de kliniek van de Zwarte Zusters langs de Spaanse Loskaai in Brugge op maandag 16 september 1968.  Ze werd 75 jaar.  En d’Aubette van Sint-Salvator hoor ik je vragen…  Die verdween uit het straatbeeld en verhuisde naar de tuin van haar erfgenaam, een neef in Snellegem.  Hij maakte er een duivenhok van !  Zou Flavie het geweten hebben ?”.

Internationaal

* Toen Duitsland de Tweede Wereldoorlog definitief verloren had beseften vele voormalige kopstukken van de Nazipartij dat de jacht op hen open verklaard was.  Proberen te ontsnappen zou niet van een leien dakje lopen.  De Rijkshoofdstad Berlijn was omsingeld door de Russen en nagenoeg hermetisch afgesloten en in West-Europa zwaaiden de geallieerden de plak.  Velen werden gevangen genomen en kregen een proces, anderen pleegden zelfmoord om aan hun noodlot te ontsnappen.
Vaak hoorde men in de naoorlogse jaren berichten over voormalige nazikopstukken die (vooral) in Zuid-Amerika opdoken.
ODESSA, wat voluit Organisation der ehemaligen SS-Angehörigen betekent, was een netwerk van voormalige SS-officieren en –sympathisanten die onder leiding van de gewezen SS-Standartenführer Otto Skorzeny hoge nazi’s hielp ontvluchten uit het door de geallieerden veroverde Europa.
Van SS-Hauptsturmführer Josef Mengele, de “Engel des doods”, is met zekerheid geweten dat hij na de oorlog in Argentinië, Uruguay, Paraguay en Brazilië verbleef waar hij in 1979 overleed.
Een andere figuur waarover vaak geruchten de ronde deden was Martin Bormann.  Hij werd op 17 juni 1900 in het Duitse Wegeleben geboren.  De jonge Bormann was een goede student maar in 1918 verkoos hij het Duitse leger boven studeren.  Na de oorlog kwam Bormann in extreemrechtse middens terecht en in 1922 werd hij lid van het Vrijkorps Rossbach, een extreem nationalistisch en antisemitisch korps, dat zich kantte tegen de Weimarrepubliek.  Op 17 februari 1927 werd Bormann lid van de NSDAP (Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij) van Adolf Hitler.  Al snel werkte hij zich op in de partijhiërarchie en in 1928 werd hij toegevoegd aan de staf van de Sturmabteilung.  Na de machtsovername in 1933 benoemde Adolf Hitler hem tot partijorganisator en schatkist bewaarder.  Vanaf 1933 zetelde Bormann in de Rijksdag.
Een belangrijk kenmerk van Marin Bormann was dat hij nooit op de voorgrond trad maar toch altijd heel prominent aanwezig was.  In feite was Bormann de secretaris van Rudolf Hess die de tweede belangrijkste persoon in de partij en de plaatsvervanger van Hitler was.  Nadat Hess in 1941 naar Groot-Brittannië vloog en er gevangen werd gezet stelde Hitler Bormann aan als zijn privésecretaris.  De Führer had een grenzeloos vertrouwen in Bormann die een fenomenaal geheugen had en onwaarschijnlijk stipt was.  In 1943 werd Bormann partijsecretaris.  In juli 1944 pleegde kolonel Claus von Stauffenberg een mislukte aanslag op Hitler.  Omdat er bij die aanslag een groot aantal Wehrmacht-officieren betrokken waren verloor Hitler zijn vertrouwen in het leger.  Hij was enkel nog overtuigd van de loyaliteit van de SS en van de partij.  Op die manier werd Martin Bormann, als partijsecretaris de machtigste man binnen de NSDAP, samen met de Reichsführer-SS Heinrich Himmler, één van de machtigste figuren van het Derde Rijk.

Cerle Brugge KSV

(bron foto : Wikipedia)

Bormann bleef zijn Führer trouw en vergezelde hem naar de Berlijnse Führerbunker.  In zijn testament van 29 april 1945 omschreef Hitler Bormann als zijn “loyaalste partijgenoot” en stelde de Führer hem aan tot zijn testamentair executeur.  Na de zelfmoord van Adolf Hitler op 30 april 1945 ondernam Martin Bormann, samen met enkele getrouwen, op 2 mei een uitbraakpoging.  Het was zijn bedoeling om zich in Flensburg bij admiraal Karl Dönitz te voegen die, als opvolger van Hitler, de nieuwe president van het Derde Rijk was geworden.
Via onderaardse riolen bereikten Bormann en de zijnen de Friedrichstrasse waar ze in een vuurgevecht terecht kwamen en elkaar in de verwarring kwijt geraakten.

Niemand wist met zekerheid te zeggen wat er met Bormann gebeurd was.  Artur Axmann, de leider van de Hitlerjugend, verklaarde tijdens het proces van Neurenberg dat hij het dode lichaam van Bormann had zien liggen.  Erich Kempka, de chauffeur van Hitler, verklaarde dat hij Bormann na de ontploffing niet meer gezien had en hij aannam dat Bormann, gezien het over een zeer zware ontploffing ging, dood was.
Was Martin Bormann inderdaad dood ?  Of was hij toch kunnen ontsnappen ?  In “Het Brugsch Handelsblad” lazen we het volgend artikel :

Martin Bormann zou in Argentinië opgedoken zijn” : “Na de oplichting van Eichmann, de Jodenverdelger, door Israëlische agenten, werd beweerd, dat ook Martin Bormann, Hitlers laatste plaatsvervanger en sekretaris van de NSDAP in het land van ex-diktator Peron onder een valse naam zou leven.  Het is een feit, dat in Argentinië veel oud-nazi’s een onderkomen hebben gevonden met behulp van de Peron-diktatuur.  Donderdag werd te Zarate nabij Buenos Aires een man aangehouden, die sprekend op Martin Bormann gelijkt, doch er… 10 jaar jonger dan zijn berucht evenbeeld –voor zover hij dus Bormann zelf niet is– uitziet.  Hij ziet er 50 uit, terwijl Bormann er thans 60 zou moeten zijn.  Bormann verdween spoorloos uit het brandend Berlijn bijna vlak voor de intocht van de Russen in 1945.  Walter Flejer, aldus de man, die op Bormann gelijkt, zou echter volgens zijn werkgevers reeds sinds 1944 in Argentinië verblijven, zodat hij Bormann niet kan zijn, vermits deze eerst in 1945 Duitsland zou verlaten hebben, bijaldien hij werkelijk is ontsnapt.  Het mysterie Bormann is dus niet opgelost en a fortiori het mysterie Hitler ook niet.  Voor alle zekerheid stuurde Bonn een dokument met vingerafdrukken van de vermiste Nazileider naar Buenos Aires ter vergelijking.”.     

Dergelijke berichten waren schering en inslag.  Zelfs van Hitler werd op een bepaald moment beweerd dat hij niet in Berlijn gestorven was maar ondergedoken in Zuid-Amerika leefde.  Uiteindelijk bleek dat Artur Axmann en Erich Kempka de waarheid hadden gesproken.  Martin Bormann was inderdaad bij de granaatontploffing om het leven gekomen.  In december 1972 waren er bouwwerkzaamheden aan de gang nabij de Berlijnse Tiergarten, op de plaats waar Bormann voor het laatst gezien was.  De arbeiders stootten er op twee skeletten.  Tijdens het daaropvolgend onderzoek vond men op beide skeletten sporen van cyanidecapsules terug.  Veel nazi’s beschikten over dergelijke capsules met cyanide (een zeer snel werkend gif) om, als zij gevangen genomen werden, zelfmoord te kunnen plegen.  Bovendien kon men achterhalen dat één van beide skeletten het juiste postuur en de juiste leeftijd had om Bormann te kunnen zijn.  Na de autopsie bleken de gebitsgegevens en andere specifieke details overeen te komen met de gegevens waarover de Duitse overheid in hun archieven beschikte.  Op basis van al die informatie besloot Duitsland om Martin Bormann in april 1973 officieel dood te verklaren.  In 1998 konden de onderzoekers DNA-materiaal vergelijken met dat van familieleden en met zekerheid concluderen dat één van de in december 1972 gevonden skeletten dat van Martin Bormann was.  Nu het onderzoek definitief kon afgesloten worden besloot men, op verzoek van de familie, de botresten te cremeren.  De as werd op 16 augustus 1999 boven de Baltische Zee uitgestrooid.

De schedel van Martin Bormann die bij bouwwerkzaamheden werd opgegraven op de plaats waar hij het laatst gezien was (bron foto : ww2gravestone.com).

 

(Marnix Knockaert)

Cerle Brugge KSV

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Voorzitter VZW Cercle Brugge: Piet D'Hooghe

Men moet de dag niet prijzen voor het avond is. We legden ons oor te luister bij Piet D’Hooghe, voorzitter van de VZW Cercle Brugge en vol vuur voor de groenzwarte Vereniging, luttele dagen voor de belangrijke finale-matchen tegen Beerschot-Wilrijk. Op een ijskoude wintermiddag, thuis bij koffie en haardvuur, spraken we over hoe Cercle zichzelf kon blijven in het ‘huwelijk’ met A.S. Monaco, en de vele ambities die er uit zijn geboren.

Laat ons, voor wie dat nog nodig zou zijn, beginnen met de persoon Piet D’Hooghe.

Ik tel intussen, zegge en schrijve, vierenvijftig jaar, met groen bloed geboren. Mijn oom Paul Ducheyne fungeerde tweeëndertig jaar als voorzitter van Cercle Brugge (1970-2002 nvdr). Van jongs af aan ging ik, meestal samen met mijn neef Filip Ducheyne, regelmatig mee naar Cercle kijken. Ik deed mijn humaniora bij de Jezuïten in Aalst, en daarna rechten aan de universiteit Gent waardoor Cercle toch noodgedwongen wat naar de achtergrond verdween. Maar eenmaal afgestudeerd en gehuwd, kwamen wij in Brugge wonen en was Cercle weer helemaal terug.

Om later uiteindelijk zelf bestuurlijk lid van Cercle te worden.

Ik werd eerst lid van de Business Kring, daarna BK12-bestuurslid en tenslotte BK12-voorzitter. Sindsdien rolde ik eigenlijk van het ene in het andere. Ik werd lid van de VZW, bestuurslid van de VZW, vervolgens medeoprichter en vennoot van de CVBA en bestuurslid van de CVBA, om uiteindelijk, sedert vijf mei 2017, Voorzitter van de VZW te worden.

Sedert eind 2016 werden, samen met CVBA-Voorzitter Frans Schotte, de onderhandelingen met AS Monaco gevoerd. Overigens, de intentieverklaring met AS Monaco van vierentwintig december 2016 werd hier, aan deze tafel, ondertekend. Een ontzettend intense periode waarin we geconfronteerd werden met PricewaterhouseCoopers (PwC, een internationaal accountantsbedrijf, nvdr), aangesteld door AS Monaco, die ons soms met zeven à acht man het vuur aan de schenen legden, wat niet evident was gezien de laatste moeilijke jaren van Cercle in 1B. We zijn nog steeds fier dat we daardoor zijn geworsteld. Eigenlijk zijn alle onderhandelingen met PwC en Monaco zeer constructief verlopen, in volledige openheid en in de beste verstandhouding. De uitmatch tegen Lommel (eenentwintig april 2017, Lommel – Cercle: 0-1, nvdr) die ons aan de zekerheid hielp om aan de voorwaarde te voldoen om in 1B te blijven, was een grote last die van onze schouders viel. We hadden allen de tranen in de ogen bij dat laatste fluitsignaal…

"We hadden allen de tranen in de ogen bij dat laatste fluitsignaal…"

Je bent nu voorzitter van de VZW. Velen hoorden erover, maar misschien wil je de Shot-lezer nog even kort toelichten waar die VZW precies voor staat en hoe die zich tot de, vrij recente, CVBA verhoudt?

De CVBA is de vennootschap die het stamnummer van Cercle bezit, en de A-ploeg en (deels) de beloften onder zich heeft. Die CVBA is in 2014 uit de VZW ontstaan, om redenen opgelegd door de fiscus én om externe investeringen mogelijk te maken. De voetbalbond verplichtte ons ook om het stamnummer met de A-ploeg naar de CVBA te verhuizen

Daarna bleef de VZW zonder meer bestaan, met onder zich ondermeer de ganse jeugdwerking, het community-gebeuren, de supportersfederatie en -verenigingen, en de vrijwilligers.  Juridisch is het voor een CVBA immers niet mogelijk om met vrijwilligers te werken. Cercle telt om en bij de tweehonderdnegentig vrijwilligers, een belangrijke groep waar ik zeer fier op ben. Zij vormen nog steeds, zoals voorheen, de "ruggengraat" van Cercle !

Maar de VZW vormt ook een soort toegangspoort tot de CVBA?

Daarnaast is de VZW ook belangrijk omdat elk nieuwe CVBA-vennoot eerst lid moet worden van de VZW. Dit vergt misschien een woordje uitleg. De VZW telt momenteel vierenzeventig leden.  Eén van deze leden is AS Monaco. Elk VZW-lid heeft één stem, onafhankelijk van zijn of haar financiële inbreng. Dezelfde VZW-leden (op twee uitzonderingen na) zijn ook vennoot van de CVBA. In de CBVA daarentegen hangt het stemaantal af van het kapitaal dat wordt ingebracht, waardoor AS Monaco in de CVBA uiteraard de meerderheid van de stemmen heeft. Om vennoot te kunnen worden in de CVBA, moet de betreffende persoon dus eerst als VZW-lid worden aanvaard door de bestaande VZW-leden. Dit alles om te zeggen dat het behouden van de VZW ook gericht was op het behouden van het hart en de eigenheid van Cercle, zodat niet alleen het kapitaal het laken naar zich toe zou trekken. Ook in de deal met Monaco werd dit bewust zo behouden. Het zal in feite nooit kunnen dat een "malafide" persoon, zonder medeweten of instemming van de VZW, plots aandeelhouder wordt van de CVBA. Ontzettend belangrijk dus.

Bovendien blijft de VZW als rechtspersoon ook een belangrijke aandeelhouder van de CVBA. In ruil voor de inbreng van het stamnummer en de A-ploeg verkreeg de VZW bij de oprichting van de CVBA in 2014 aandelen van de CVBA in ruil. Ook na de deal met Monaco is dit zo gebleven.

Dus de VZW is versterkt uit de onderhandelingen met Monaco gekomen?

Ik wil zeker benadrukken dat ook de VZW voordeel heeft gehaald uit de deal met Monaco. Van bij de oprichting van de CVBA had de VZW een vrij aanzienlijke schuld aan de CVBA (ongeveer vijfhonderdduizend euro) die ze niet zelf kon ophoesten. Hiervoor werd een regeling uitgewerkt met Monaco, waardoor deze schuld afgelost is. Daarnaast hebben we, met de steun van Monaco, ook een definitieve regeling kunnen treffen i.v.m. de schuld van de roerende voorheffing op de TV-rechten uit het verleden. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat we in de VZW met een schone lei konden beginnen. Uiteraard is dit zeer belangrijk. Voor het eerst sinds lang konden we met de VZW een positief resultaat voorleggen, wat zeer belangrijk is voor de toekomst. We hebben een budget dat we volledig onder controle hebben, en het is zeker mijn intentie om dat zo te houden.

Samenvattend kunnen we stellen dat het democratische hart van Cercle klopt in de VZW, die de toegang bewaakt tot de CVBA?

Voilà, het gaat inderdaad om een mechanisme dat de Cercle-eigenheid zoekt te behouden. Daardoor vermijden we toegangen die we niet kennen of niet willen. 

Je bent sinds vijf mei 2017 voorzitter van de VZW. De focus ligt daarbinnen vooral op de jeugdwerking?

Inderdaad. We tellen tweehonderdenvijf jeugdspelers plus tachtig in de voetbalschool, tweeëntwintig jeugdtrainers in parttime dienstverband, een fulltime hoofd van de jeugdopleiding, David Carpels, die prachtig werk verricht, en uiteraard ook tientallen vrijwilligers in de jeugdwerking. En dan ook een parttime hoofdscout, Marc Van Opstaele, die een hele scouting cel leidt. Dit jaar beschouwen we eigenlijk als een overgangsjaar, gezien de moeilijke laatste drie jaren waar de middelen zeer schaars waren. Met het ganse jeugdteam werken we aan een solide basis om vervolgens alleen maar te groeien Het loopt goed, stap per stap.

Sowieso hebben we de intentie om met de jeugd op termijn te stijgen van niveau. We willen naar de elite A, wat investeringen vraagt in talent, accommodatie, trainers, trainerslonen, … Recent werd een aantal jeugdspelers een contract aangeboden, wat ook een factor is om te kunnen stijgen naar de elite A. Ik voel overigens dat Monaco echt bereid is om ook wat betreft de jeugd een positieve rol te spelen, zelfs bovenop hetgeen "op papier" werd vastgelegd. 

Anderzijds, bij de A-ploeg spreken we niet van een overgangsjaar…

Nee, dat is duidelijk. Monaco stelde van meet af aan een duidelijke doelstelling. In het begin liep dat niet meteen vlot. José Riga is een uitstekend trainer, maar had het nadeel met een compleet nieuwe ploeg te moeten werken. Thans draait "de machine" op volle toeren en hopelijk leidt dit tot het beoogde resultaat.

"Het "huwelijk" is zonder meer geslaagd."

In elk geval, ik hoor links en rechts dat de samenwerking met Monaco momenteel uitstekend verloopt en dat ‘de mayonaise pakt’. Dat is ook jouw aanvoelen?

Voor honderd procent. Ik krijg die vraag vaak voorgeschoteld. Monaco en Cercle begrijpen elkaar perfect, en moeilijkheden worden meteen opgelost in een open communicatie. Het "huwelijk" is zonder meer geslaagd.

Cercle staat nu met twee benen in de finale tegen Beerschot-Wilrijk. Wellicht onnodig te vragen of je er vertrouwen in hebt?

Ik had van meet af aan vertrouwen, ook al vielen de verwachtingen in de eerste periode tegen. Ik besef ook wel dat we niet te vroeg victorie moeten kraaien. Maar zelfs al zou het niet lukken, wat niemand hoopt, verandert dit niets aan de intenties om het te doen lukken.

We moeten de dag niet prijzen voor de avond valt. Als we er echter zeer voorzichtig, bijna onhoorbaar, vanuit gaan dat de A-ploeg stijgt… hoe moeten we dan kijken naar de ambities voor volgend jaar? Monaco ziet in Cercle geen staartploeg?

Nee, zeker niet. Dat blijkt ook uit de hele opzet van de deal tussen Monaco en Cercle. Maar laat ons ons toch eerst concentreren op de eerstkomende belangrijke finale!

Dus de voorbereiding voor eventuele aankopen naar volgend jaar toe is al bezig?

Ik twijfel daar niet aan.  Maar ook hier: het sportieve beleid is een bevoegdheid van Monaco, waar we ons moeten aan houden. Monaco heeft het professionalisme, de ervaring, de knowhow, waarin we alle vertrouwen hebben. Vanaf tien maart vrij zijn is overigens geen evidentie, de brug naar de start van de volgende competitie is lang.

Misschien nog een laatste vraag, waar we vooral bij de buren over horen: het stadiondossier?

Dat dossier is in eerste instantie een bevoegdheid van de CVBA. Sowieso zijn we afhankelijk van de buren, en wel zolang zij op Jan Breydel blijven. Cercle van haar kant heeft een paar jaar terug duidelijk de principiële beslissing genomen om in Jan Breydel te blijven. Ook Monaco ondersteunt dit. Stad Brugge is eigenaar van Jan Breydel en heeft ondertussen verschillende studies besteld met het oog op de keuze tussen verbouwing of nieuwbouw. De beslissingen zullen allicht over de gemeenteraadsverkiezingen heen worden getild, mede gezien de moeilijkheden die de buren ondervinden voor het bekomen van een bouwvergunning voor hun plannen aan de Blankenbergse Steenweg. Maar die beslissingen komen er. In ieder geval blijft Cercle op Jan Breydel. Dit zal niet worden teruggedraaid.

Ik vat samen: Cercle, gelukkig getrouwd met Monaco en vol ambitie, blijft spelen in Jan Breydel, …in 1A?

Uiteraard…! Immers, Cercle leeft, leve Cercle!

(K.V.)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Retro - Kristof Snelders geïnterviewd

Kristof Snelders
 

Voetbalgenen…    


 

Grootvader René wist dat hij net iets te kort kwam om het als voetballer ver te schoppen, maar al was het niet meer dan één jaar, toch draafde hij bij ‘den Antwerp’ het veld op in ’s lands hoogste afdeling.  Vader Eddy ging bij dezelfde rood-witten in Eerste Nationale van start, en bij zes verschillende ploegen totaliseerde hij, asjeblief, 594 matchen!  Eén keer trok hij de trui van de Rode Duivels aan, en later  werd hij nog hulptrainer van ons nationaal team .  Kristof kende veel voetbalvreugde.  Hij speelde slechts twee jaar bij Cercle, maar bij geen enkele andere Vereniging straalde hem zoveel warmte van medespelers en supporters tegen als bij Groen-Zwart.  En of zoontje Charle het ziet zitten bij de U-9 van overgrootvaders Great Old?  Natuurlijk!

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Louis-Philippe Depondt

SHOT sprak met …


Louis-Philippe Depondt


Jong bloed. 


SHOT sprak tijdens de winterstop met Louis-Philippe Depondt, de jonge en nieuwbakken communicatie- en persverantwoordelijke bij Cercle. Supporters zo nauw mogelijk aan de Vereniging binden en ‘het merk’ Cercle promoten zijn de groen-zwarte drijfveren van de enthousiaste Torhoutenaar.

Je bent vrij recent bij Cercle aangekomen. Stel je even jezelf voor?

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Jong, ambitieus sluitstuk - Paul Nardi

Onze jonge “Monegask”, 22 jaar (18 mei 1994), is afkomstig uit Vesoul, een Frans stadje met een kleine 16.000 inwoners.  Het situeert zich in de driehoek Nancy/Dijon/Colmar.  Een koude maar prachtige streek (het dichtstbijzijnde skigebied ligt op amper 55 Km.), dixit Paul.  Wat Jacques Brel met Vesoul te maken heeft leest u verder in het artikel.

Paul, o.a. Frans jeugdinternational bij de U17, U18, U19, U20 en Beloften, is ambitieus en wil zoveel mogelijk wedstrijden spelen om zijn carrière te lanceren.  Dat hij over heel wat kwaliteiten beschikt, en niet toevallig een vijfjarig contract heeft bij Monaco, merkten onze supporters ook reeds op.

We voerden een gesprekje kort na de hervattingen van de trainingen, na een weekje verlof bij het aflopen van de reguliere competitie in 1B.

Gewoontegetrouw polsen we naar de eerste voetbaljaren.  Hoe zit dat bij jou?

Ik was van meet af aan doelman.  Hoe dit komt?  Ik had een oudere broer en toen we buiten speelden trapte hij ballen en ik poogde ze te stoppen.  Zo simpel is het.
Mijn eerste ploegje was in Vaivre-et-Montoille, net buiten Vesoul, en daarna speelde ik tot mijn twaalf jaar bij Vesoul HSV.

Zoals heel wat Franse spelers trok je naar een “centre de formation”?

Inderdaad.  Ik sloot aan bij het “centre de préformation” van AS Nancy.  Het was een combinatie school/internaat.  Op mijn 15/16 werd het het “centre de formation” met een traditionele opleiding van drie jaar.  Ik werd prof op mijn 18e.

Al vrij snel werd je titularis.  Enerzijds niet zo evident want de 1e doelman, Damien Grégorini, was een ervaren doelman met achtergrond bij Nice en Marseille?

Damien was inderdaad een gerespecteerd en ervaren doelman maar hij naderde het einde van zijn carrière.  Daarnaast kende hij een aantal familiale problemen op dat ogenblik en na een zestal wedstrijden in het seizoen 2013-2014 werd ik titularis (33 wedstrijden; nvdr).  Als jonge gast werd ik immers, met het vooruitzicht om hem ten gepaste tijde te vervangen, reeds voorbereid.  Ik heb ook heel veel steun aan hem gehad.  Hij heeft me geholpen om nr 1 te worden en hij was belangrijk voor mijn carrière.  

Het was een fantastisch jaar voor mij.  Ik was 18/19 jaar, eerste doelman, ik speelde in Toulon een toernooi met de Franse U20 en Monaco bood me een vijfjarig contract aan…
De Monegasken leenden me terug uit aan Nancy, zodat ik alweer een dertigtal wedstrijden ervaring kon opdoen in de Ligue 2.  

Mijn bedoeling is om voortdurend progressie te maken

Bij Monaco kon je even van de eerste ploeg proeven?

Ik speelde twee wedstrijden in de Ligue 1 en vier Bekerwedstrijden.

Aanvang dit seizoen leende Monaco je uit aan Stade Rennais (Ligue 1), maar je kwam er niet aan spelen toe?

Normaal zou hun doelman, Benoît Costil, vertrekken, maar dit gebeurde niet.  Ik was er dus 2e doelman.  Ik wou spelen en me herlanceren en toen kwam het voorstel van Cercle.  Ik twijfelde geen ogenblik! Mede door de blessure van Gilles Lentz op dat ogenblik kwam je meteen tussen de palen en dit lijkt aardig te lukken.  Je pakte ook reeds punten voor Cercle. Ik werkte hard sinds ik hier kwam en kon mijn plaats bemachtigen.  De vruchten van mijn arbeid zijn er.  Ik ben tevreden.  Dat ik reeds punten pakte voor Cercle?  Om die reden ben ik naar hier gekomen.  Het was een uitdaging voor mij.  De samenwerking met Monaco kan een goede zaak zijn.  Ik focus me actueel op die zes resterende wedstrijden.  Daarna praat ik wel met Monaco.  Mijn bedoeling is om voortdurend progressie te maken, door wedstrijden te spelen uiteraard.
Het doet ook deugd als je tijdens of na de wedstrijd de supporters je naam hoort scanderen.  Dat doet veel plezier.

In het kader van “opvallen met prestaties” is het wellicht spijtig dat we net niet deelnemen aan PO2?

Het is inderdaad echt spijtig.  In de relatief korte tijd dat ik hier ben vind ik dat we PO2 waardig zijn. Het is frustrerend dat dit ons ontlopen is.  Maar ja, dat is voetbal.  Nu is het allerbelangrijkste Cercle in 1B te houden.

Was het voor jou moeilijk om telkens, omwille van blessures, met een andere verdediging voor je te spelen?

Voor mij is het niet zo belangrijk.  Het zijn allemaal goede spelers.  Op training werk ik met allen.  We zijn jong en passen ons snel aan.  Geen probleem dus.

Bevalt het je hier in België?

Zeker.  Ik ben hier heel goed ontvangen.  Ik woon, samen met mijn vriendin, vlakbij de zee in Wenduine.  Zij is mij overal gevolgd.  In Nancy, Monaco, Rennes, hier.  Dat is goed voor mij.

Je weet ongetwijfeld dat Jacques Brel een lied schreef over Vesoul?

Ja, ik word vaak met deze vraag geconfronteerd.  Het is mooi dat hij een liedje componeerde over mijn meest geliefde stad (1)

Tot slot: ik veronderstel dat de week vakantie deugd deed na afloop van de reguliere competitie?

Zeker! Ik bezocht mijn ouders in Vesoul en jeugdvrienden in Nancy.  Ondertussen hebben we alweer goed gewerkt op training en zien we er naar uit om Cercle veilig te stellen.

(1) Jacques Brel overnachtte in 1960 in Vesoul en bracht de avond door met hotelgasten, het personeel en de uitbaters.  Hij beloofde een lied te maken over Vesoul.   In 1967 verbleef hij er opnieuw voor een nacht.  Hij hield zijn eerder woord en in 1968 kwam de plaat uit.

U kunt het beluisteren via: https://www.youtube.com/watch?v=tVKWiseNGUU 

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Technische Directeur: Francios Vitali

Verandering van spijs doet eten. Met de komst van AS Monaco verwelkomde Cercle een nieuwe sportief verantwoordelijke. François Vitali kreeg de nodige ruimte om het eerste elftal te herbouwen, en zo volop mee te dingen naar de prijzen, of beter, naar de enige prijs in 1B. Voor de aanvang van de thuismatch tegen Lierse doet hij ons zijn verhaal over de actualiteit bij en de toekomst van groenzwart.

Een eerste kennismaking, voor sommigen die je nog niet zouden kennen: wie is François Vitali?

Ik ben Rijselaar, momenteel 41 en reeds sinds mijn 18e fulltime in de voetbalwereld actief. Ik kom van LOSC (Lille Olympic Sporting Club Lille Métropole, nvdr) waar ik 18 jaar lang heb gewerkt. Zelf ben ik amateurvoetballer geweest bij verschillende clubs in het Noorden van Frankrijk. Tijdens mijn voetbalcarrière was ik reeds met de opleiding van jonge spelers bezig. Mijn huidige carrière is begonnen na een ontmoeting met de directeur van het opleidingscentrum, Jean-Michel Vandamme. Hij stelde me voor om bij LOSC te komen werken. LOSC speelde toen in de tweede afdeling van de Franse voetbalcompetitie en was in volle ontwikkeling. Samen hebben we het opleidingscentrum verder ontwikkeld. Gaandeweg kreeg ik ook de verantwoordelijkheid voor de rekrutering van jonge voetballers. In 2009 kwam een nieuwe algemene directeur en werd Jean-Michel Vandamme tot sportief directeur van de ganse club aangesteld. Bij die aanstelling werd mij de verantwoordelijkheid voor de rekrutering en de sportieve ontwikkeling van de hele club toevertrouwd en meer in het bijzonder van het professionele team. Ik werd directeur rekrutering en hoofd van het opleidingscentrum.

Maar je bent ook reeds in België actief geweest.

Op een gegeven moment dacht LOSC eraan een satellietclub te ontwikkelen en besliste om Moeskroen, dat toen in vierde afdeling speelde, over te kopen, met het oog hen naar eerste klasse te brengen. Bij die opdracht kreeg ik een centrale functie. Toen we uiteindelijk in de hoogste afdeling terechtkwamen heeft LOSC besloten om Moeskroen opnieuw te verkopen. Al bij al ben ik door LOSC in staat gesteld enorm veel ervaring en kennis op te doen op uiteenlopende domeinen, en op het hoogste domein in Frankrijk, met de kampioenstitel in League 1, Europees voetbal etc. LOSC heeft me veel kansen gegeven waarvoor ik hen altijd dankbaar zal zijn.

Toen klopte enkele maanden geleden Cercle Brugge aan. Hoe is een en ander in zijn werk gegaan?

Ik heb het geluk gehad Vadim Vasilyev (huidig vice-president van AS Monaco, nvdr) te ontmoeten, die me sprak over het plan om een buitenlandse club mee te helpen ontwikkelen. Het plan beviel me, ook omdat ik dit reeds had meegemaakt bij Rijsel en Moeskroen. Monaco is een grote club, en die opportuniteit was natuurlijk niet min. Toen duidelijk was dat het over Cercle ging, kon ik me een beeld vormen. Met Moeskroen speelden we reeds tegen Cercle tijdens de eindronde (eindronde in de tweede voetbalklasse competitiejaar 2012-2013, nvdr), waarbij Cercle aan het langste eind trok en zich in eerste klasse kon handhaven. Bovendien kende ik Brugge als stad die slechts op 45 minuten rijden van Rijsel vandaan ligt. Bij LOSC speelden vroeger ook heel wat Belgen zoals Erwin Vandenbergh en Philippe Desmedt, dus België is mij niet onbekend.

Hoe zou je de sfeer omschrijven bij Cercle?

Cercle is een historische vereniging, die reeds jaren deel uitmaakt van het voetballandschap in België. Uiteraard waren hier bij mijn aankomst de nodige moeilijkheden, en ik heb me ook niet verwacht aan een roze wolk. Maar ik heb hier zeer aangename mensen leren kennen en ben uitstekend onthaald. Uiteraard ben en blijf ik buitenlander, maar iedereen is vriendelijk en gedreven. Cercle is een kleine organisatie vergeleken met LOSC, en zeer familiaal. Het is uiteraard ook aan mij om inspanningen te doen om me te integreren.

"Is kampioen worden een realistische droom? Ja, het is realistisch, want alle ingrediënten zijn aanwezig."

Jouw verantwoordelijkheden bevinden zich op het sportieve vlak. Wat houdt dit in? In hoofdzaak het aankoopbeleid van Cercle sturen?

Wel, ik ben “de garantie” dat de sportieve objectieven die Cercle en zijn aandeelhouder stelt ook gehaald worden. Ben ik verantwoordelijk voor de aankopen? Ja en nee. Ons functioneren is een gemeenschappelijk functioneren. Als er een speler gekocht wordt, ben ik niet degene die hem traint of laat spelen. We kiezen dus samen met José Riga en de staf, in functie van de objectieven en de middelen waarover we beschikken. Bovenal willen we een ploeg samenstellen die zo competitief mogelijk kan zijn. De eindverantwoordelijkheid ligt uiteraard bij mij, en mijn rol is om Cercle sterkst te maken in verhouding tot de financiële middelen waarover we beschikken. De uitdaging is om beter te doen dan die middelen ons toelaten. We hebben nu, met de nieuwe aandeelhouder Monaco, het geluk te beschikken over de mogelijkheden van een echte professionele voetbalclub, met een sportieve staf van vijf personen, een medische staf… Mijn rol is om die structuur zo goed mogelijk op poten te zetten en te doen functioneren, ook al is dat alles op zeer korte tijd moeten gebeuren.

Het doel is om dit jaar kampioen spelen?

Het is eigenlijk zeer eenvoudig. Ons objectief is om de beste te zijn. Betekent dit dat we eerste worden? Dat is zeker de bedoeling, maar in een competitie is men nu eenmaal niet alleen. Wat vaststaat is dat we de middelen hebben gekregen om competitief te zijn. Daarnaast is het aan ons om keihard te werken. Niet enkel het talent telt om iets te bereiken, ook de inspanningen die men levert. Dus het objectief is om eerste te worden, maar dat is uiteraard wat iedereen die deelneemt aan competitie uiteindelijk wil.

Cercle heeft hevig ingekocht op de transfermarkt. Er staat een vrijwel nieuwe eerste ploeg op het veld.

We hebben eigenlijk niet veel gekocht. We hebben wel veel spelers gerekruteerd. Het is belangrijk om een nieuw hoofdstuk te schrijven. We zoeken naar competitieve, ambitieuze mensen om onze doelen te bereiken. We hebben daarbij niet meer spelers dan een andere club. Wat ook van groot belang is, een tweede as in het nieuwe project van Cercle, is dat de jeugdopleiding een centraal element is in onze verwezenlijkingen. Bij mijn eerdere werkgevers was de jeugdopleiding eveneens cruciaal, dat is voor mij niet nieuws.

De voorbereiding liep op wieltjes, Cercle heeft vooral gewonnen. Ook de eerste matchen in de competitie liepen gesmeerd, met uitzondering dan van de zware nederlaag tegen OHL. Alles loopt volgens plan?

Ik kom terug op wat ik net zei. Er zijn vele nieuwe spelers, en die hebben een positieve dynamiek gebracht. Uiteraard was er in het begin niet de druk die een competitie met zich brengt. Staf en spelers hadden inderdaad een zeer goede voorbereiding, maar zonder te weten wat de competitie zou brengen, waar stress, resultaten… altijd voor een andere atmosfeer zorgen. Aan sommige zaken kon je zien dat de groep nog niet helemaal klaar was voor de competitie. In Leuven was er veel ambitie en goesting, maar waren ook fouten merkbaar. Die fouten zijn vrij normaal wanneer men nog nooit als groep een competitie heeft doorgemaakt. De signalen bij de fouten werden te weinig uitgestuurd of opgepikt, waardoor we finaal helemaal de boot ingaan. De realiteit van de competitie werd vergeten. Dat is de doorleefde ervaring waaraan het de ploeg nog ontbreekt.

Wat je zegt indachtig, is het realistisch om te dromen dat Cercle dit jaar kampioen kan spelen?

Je vraagt het treffend: is kampioen worden een realistische droom? Ja, het is realistisch, want alle ingrediënten zijn aanwezig. Maar of het vandaag of morgen reeds kan, dat blijft natuurlijk het grote vraagteken. Dat hebben we niet in handen. Maar de middelen zijn er, en ook de inzet om dat doel te bereiken. Het blijft evenwel een droom, omdat we niet kunnen weten of het effectief ook kunnen realiseren dit jaar. Wat ik in elk geval kan garanderen is dat iedereen bij Cercle hard werkt om te slagen in ons opzet.

"Het is van groot belang dat we geholpen worden door onze supporters en onze partners."

Wanneer ben je dit seizoen een tevreden man?

Persoonlijk gesproken ben ik reeds tevreden, omdat ik op de juiste plek ben beland, in een goede, vriendelijke omgeving, met een kwaliteitsvolle aandeelhouder. Opnieuw krijg ik een zeer mooie opportuniteit aangeboden. Wanneer men tevreden is, is men altijd tot meer in staat. Maar uiteraard kan ik enkel tevreden zijn over ons resultaat wanneer we ons doel bereiken, dat wil zeggen kampioen spelen. Alleen, ik ken de datum niet. We zullen het in elk geval worden. En dan nog is dat slechts het begin. Want daarna moet je je nog handhaven en de toekomst van Cercle verder uitbouwen. Dat laatste is het belangrijkste.

Wat zou je de Cercle-supporter zelf nog kwijt willen?

Het project met Cercle kan niemand alleen realiseren. Een voetbalclub leeft niet zonder een positieve sfeer en zonder zijn supporters. We hebben nu met Monaco de uitgelezen kans om onze doelstellingen te realiseren. Er zijn veel geëngageerde en enthousiaste mensen, spelers, medewerkers, staf… Het is fantastisch om de huidige dynamiek te zien. Maar daarnaast is het van groot belang dat we geholpen worden door onze supporters en onze partners, zowel uit als thuis. Dus wil ik vragen dat mensen ons vervoegen om dit project te doen slagen. Ook als de ploeg minder draait hebben we massaal steun nodig. Wanneer men zich gesteund weet en aangemoedigd, kunnen we meer, durven we meer, creëren we meer en verplichten we onszelf om elke dag te groeien. Bij Cercle is die steun reeds aanwezig. Laat ons zo talrijk mogelijk zijn.

Het is mijn droom om thuis voor een vol stadion te spelen en ons publiek sterke emoties te bieden. Want we komen per slot van rekening allemaal naar het stadion voor de emotie die het voetbal ons elke week schenkt. Leve Cercle!

(K.V.)

Lees meer