koop tickets online

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 212)

(periode van 1-10-1960 -> 8-10-1960)

 

Cercle

De competitiestart van Cercle had beter gekund, daarover was nagenoeg iedereen het eens.  Toch ambieerden de groen-zwarten (andermaal) de promotie.  Daarvoor zou er echter een versnelling hoger moeten geschakeld worden die ze bovendien constant(er) moesten aanhouden.  Maar om de theorie in de praktijk om te zetten diende er (waarschijnlijk) nog een lange weg afgelegd te worden.  De komst van het eerder bescheiden Union Namen kon misschien de eerste grote stap in de goede richting worden.  Vic Bergh mocht alvast voor “Het Brugsch Handelsblad” richting Edgard De Smedtstadion stappen om er aan het papier toe te vertrouwen wat de groen-zwarten er van bakten :

Cercle Brugge – Union Namen 2-1 : Daverende start en beslissend slot !” : “Voor de mop wordt wel eens de strikvraag gesteld “Waar zit de beste vis ?” met als antwoord : “tussen de kop en de staart” !  Met betrek tot de jongste wedstrijd tegen Union Namen zouden we ook wel eens een lichte variante hierop toepassen en vragen : “Wanneer speelt Cercle het beste voetbal ?”.  En hier zou het antwoord van de sportliefhebbers die dit treffen bijwoonden zeker éénsgezind luiden : “In het begin en naar ’t einde”.
Inderdaad kenden de groen-zwarten een ongewoon schitterende start waarbij ze de indruk lieten hun tegenstrevers met haar en huid te zullen oppeuzelen en een daverende nederlaag toe te dienen.  Het bleef echter bij één vroeg doelpunt en een strovuurtje, dat tijdens het verder verloop nog zelden opflakkerde en kort na de rust zelfs helemaal gedoofd werd door de bezoekende gelijkmaker.
Veel hoop op een tweede Brugse overwinning was er niet meer en velen namen reeds vrede met het verworven punt.  Tot er dan toch in de laatste minuten weer roering kwam in de Brugse brouwerij met Perot en Bailliu als grote bezielers.  En zie, als een “mooachingske” (*) van Jo Gerard dan toch goed uitviel waren Perot – Bailliu er als de weerlicht bij om met een tweede Cercledoelpunt het pleit te beslissen !”.

(*) “mooachingske” is een typisch Brugs woord en kan het best uitgelegd worden als een “fantasietje” (nvdr).

 

Technische  krabbels…
Cercle Brugge – Union Namen  2-1

- opkomst : 4 à 5.000 toeschouwers.
terrein : in uitstekende staat.
weersgesteldheid : steeds zon.
leiding : ref. Dandois, goed.
fair-play : hard maar korrekt.
corners : Cercle 7, Namen 5.
doelpunten : 3’ een keurige kombinatie Perot, Bailliu, Daels wordt door Jo Gerard besloten
  met een rake kopbal die tegen de zijnetten vliegt en vandaar terug in het spel komt, maar
  Buyse schiet een 2e maal binnen 1-0, 47’ Mortier weert een hard schot van Demarteau in de
  voeten van Sulon wiens hernemen geen genade kent 1-1, 84’ nadat Gerard zichzelf
  gedribbeld heeft kan hij gelukkig toch nog doorschuiven naar de inlopende Perot die de bal
  heel gevat lichtjes achterwaarts bij Bailliu doet afwijken en het is 2-1.
Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Daels, Buyse, Bailliu, Michiels, Jo
  Gerard.
Union Namen : Nicolay, Collin, De Vos, Geelen, Marnette, Dodal, Keyeux, Tonneau,
  Sulon, Lemineur, Demarteau.


 

De merkwaardige manier van voetballen inspireerde “Dani” uiteraard tot een “Bont Beeld” voorzien van de nodige commentaar :

“Na de ontgoochelende prestatie tegen Merksem verleden week, won Cercle van Union Namen, na een eerder matte wedstrijd.  Er zal wat meer vuur in de Cercle-boy’s moeten komen indien ze dit seizoen hoger willen.”

Cerle Brugge KSV

Er meldde zich een weekend aan zonder competitievoetbal en bijgevolg plaatste Cercle een oefenwedstrijd op het programma, kwestie van het wedstrijdritme te behouden en liefst ook nog de nodige progressie aan de supporters te etaleren.  Oefenpartner was het in Brugge niet onbekende NAC Breda :

Heden zaterdag te 17 uur : Cercle – N.A.C. Breda” : “Rust roest blijkt het parool van de Brugse ploegen die van de vrije kompetitiedag gebruik hebben gemaakt om uit te komen tegen twee sterke Nederlandse formaties.  De groen-zwarten komen reeds heden zaterdag te 17 uur op het Edgard De Smedtstadion in lijn tegen het goed bekende Hollands team NAC Breda.  Het geldt hier een terugwedstrijd van de voor het seizoen reeds betwiste ontmoeting te Breda, waar de Bruggelingen een duurbevochten 1-2 overwinning afdwongen.  Het hoeft geen betoog dat de gasten, die op een sterke ploeg kunnen bogen met tal van bekende spelers, op weerwraak belust zijn zodat de Cerclespelers hun beste schoenen zullen moeten aandoen om hun sukses te herhalen.  In deze veelbelovende partij komt Cercle in lijn met haar gewone basisploeg, waarbij toch naar verluidt enkele ekspirementen zullen doorgevoerd worden.  Zo spreekt men van de jeugdige Zomergemnaar Marc Verheye een kans te geven als linksbinnen, evenals Notteboom, Locskai e.a.”  

Dat deze match tegen een sterke Nederlandse ploeg leerzaam en wellicht ook verrijkend zou zijn hoefde geen betoog.  De groen-zwarten wilden hun supporters tonen dat zij op het goede spoor zaten en de in hen gestelde verwachtingen konden inlossen.  Ook nu weer mocht Vic Bergh in opdracht van “Het Brugsch Handelsblad” richting Cerclestadion stappen om er ter plaatse vast te stellen of de gekoesterde hoop op beterschap terecht was.

Cercle Brugge – N.A.C. Breda 2-6 : Gasten gaven het voorbeeld !” : “Wie zaterdag slechts aan de rust op het Cercleterrein kwam om de 2e helft van de vriendenwedstrijd tegen Breda te zien en reeds 0-4 cijfers op het skoorbord zag prijken, zal zich zeker wel hebben afgevraagd wat er gebeurd was ?  Men weet immers dat de groen-zwarten reeds op 15 oogst op bezoek gingen bij Breda en er een 1-2 overwinning boekten, zodat deze ruststand allesbehalve normaal leek.  Wie echter wel de 1e time volgde kon zeggen dat er niets abnormaals was voorgevallen, tenzij dat Cercle met haar reeds klassiek geworden tutterspelletje niet eens boven water was gekomen, terwijl de bezoekers daarentegen een demonstratie hadden gegeven van snel en rechtstreeks spel dat in het middenveld ook wel eens kort en lateraal was maar éénmaal in het doelgebied de nodige diepte had om de puntspelers te lanceren en de wankele lokale defensie uit haar hangsels te lichten.  De vier geskoorde doelpunten waren telkens het gevolg van het spelopentrekken of een vleugelverandering en we mogen er gerust aan toevoegen dat het geen één te veel was.  Mogelijk lag er wel een onoplettendheid van Mortier’s plaatsvervanger Acket aan de basis van de eerste voltreffer, maar anderzijds had hij zich weinig te verwijten.  Daarbij liet Breda nog een paar open kansen liggen wat trouwens bij de aanvang ook het geval was met Michiels en Buyse.  Kort na de rust dreigde het zelfs een volledige ramp te worden voor de thuisploeg als het even spoedig 0-6 werd, maar gelukkig zou de in de 2e helft opgestelde Notteboom voor een gunstige kentering zorgen.  Hijzelf had wel tegenslag met twee rake schoten die op de palen te pletter sloegen, doch Michiels en Daels zouden dan toch met twee degelijke voltreffers het zware vonnis milderen.  De Hollanders hadden in de eerste 56 minuten getoond hoe het moest en Notteboom, die vanuit de tribune eerst zijn maten hopeloos had zien krasselen, volgde uitstekend dit voorbeeld samen met Daels die als binnenspeler zonder enige twijfel zich doelmatiger kon uitleven dan op de hoek…”.

Technische  krabbels…
Cercle Brugge – N.A.C. Breda  2-6

opkomst : 500 toeschouwers.
terrein : goed maar iets glibberig.
leiding : ref. Roesbeke, kon beter.
fair-play : kon er door.
corners : Cercle 2, Breda 5.
doelpunten : 3’ Geraards 0-1, 29’ Machielse 0-2, 30’ Vissers 0-3, 34’ Van Gastel 0-4, 49’
  Baas in eigen doel 0-5, 56’ Van Gastel 0-6, 65’ Michiels 1-6, 73’ Daels 2-6.
Cercle : Acket, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Daels (Notteboom), M. Verheye (Daels),
  Bailliu, Buyse (Verheye), Michiels.
N.A.C. Breda : De Ryck, Hoogerhuysse, Bogers, Hoven, Schrijvers, Luyten, Overbeke,
  Geraards, Vissers, Van Gastel, Machielse.


 

Brugge

 

* Het “Stubbekwartier” in Brugge is een enigszins onbekende en dus waarschijnlijk ook een eerder onbeminde wijk.  Ten onrechte, want achter het project dat leidde tot het “Stubbekwartier” stak een weldoordachte visie en het waren niet de minsten, o.a. koning Leopold II, die er hun schouders onder zetten om het prestigieuze opzet te laten slagen.  Tijdens de voorbije decennia werd de wijk bovendien grotendeels opgeknapt en verfraaid waardoor het er aangenaam toeven is.  Een beetje geschiedenis…
Tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw kwam een eeuwenoude Brugse droom terug bovendrijven : Brugge opnieuw verbinden met de Noordzee.  Koning Leopold II was dit idee genegen en hij gaf in 1897 de gerenommeerde stedenbouwkundige Hermann Josef Stübben de opdracht om Brugge naar het noordwesten uit te breiden.
Om deze ambitieuze plannen te realiseren waren er natuurlijk heel wat bijkomende arbeidskrachten nodig en al deze arbeiders en bedienden moesten ook ergens wonen.  Meteen was het “Stubbekwartier” geboren : hier zouden de honderden ambachtslui, bedienden en ambtenaren die één of andere taak vervulden bij de uitbreiding van de nieuwe achterhaven gehuisvest worden.  Zoals het een zichzelf respecterende woonwijk past waren er ook plannen om een kerk te bouwen.  De kerk is er nooit gekomen maar het huidige Werfplein, tegenwoordig het hart van de buurt, werd alvast voorzien als het voorplein van de te bouwen kerk.

Cerle Brugge KSV

Het huidige Werfplein kreeg meer dan eens een andere naam.  Zo noemde het ooit het Grondwetsplein, de Koning Albertplaats en de Werfplaats (bron foto : www.erfgoedcelbrugge.be).

Hermann Josef Stübben werd op 18 februari 1845 geboren in het Duitse Hülchrath.  Hij studeerde van 1864 tot 1870 aan de Berlijnse Bauakademie en begon in 1871 zijn carrière als “Regierungsbaumeister” voor de bouw van spoorwegen.  Van 1876 tot 1881 was hij stadsarchitect voor Aken en van 1881 tot 1898 stadsarchitect voor Keulen.  Nadat in Keulen de acht kilometer lange middeleeuwse stadsomwalling gesloopt was, ontwierp Stübben de nieuwe stadsdelen en restaureerde hij de overblijvende monumenten.  In 1884 zat hij de Havencommissie voor die de nieuwe haven van Keulen ontwierp.  Op 14 mei 1891 kreeg Stübben de titel van “Beigeordnete” als erkenning van zijn vele verdiensten bij de uitbreiding van Keulen.  Van 1892 tot 1898 was hij voorzitter van de Commissie voor de uitbreiding van Posen (tegenwoordig Poznan genoemd), een stad in het westen van Polen.  Van 1898 tot 1902 fungeerde hij als bestuurder bij de elektriciteitsmaatschappij Helios en van 1904 tot 1920 als “Geheimer Oberbaurat” in Berlijn.
Met een dergelijk goed gevuld curriculum vitae mocht het geen verbazing wekken dat hij met veel hooggeplaatste personen, niet enkel in Duitsland maar ook in het buitenland, in contact kwam.  Ook de Belgische koning Leopold II deed een beroep op hem.  Hij liet Stübben de Tervurenlaan aanleggen die moest leiden naar het prestigieuze Koloniaal Museum (nu het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika).
Ook in Klemskerke (De Haan) mocht Stübben in opdracht van Leopold II aan de slag gaan.  De koning had er een eigendom van een honderdtal hectare die hij in concessie gaf aan een vennootschap die er, volgens de plannen van Stübben, een nieuwe badplaats creëerde.  Leopold II liet Stübben verder ook nog, in een daarvoor voorziene wijk, een honderdtal villa’s in Anglo-Normandische stijl optrekken, die dan aan particuliere eigenaars in een langdurige erfpacht werden toevertrouwd.  De Brugse familie Van Caillie, die een groot aan de zee grenzend terrein in Duinbergen (tussen Knokke en Heist) bezat, deed eveneens een beroep op Stübben om aan deze nieuwe badplaats de nodige stedenbouwkundige allures te verlenen.
Ook de familie Lippens, sinds jaar en dag in één adem vernoemd met Knokke, liet Stübben een deel van hun stad, met name Het Zoute, aanpakken.  Hij ontwierp er een badplaats volgens zijn geijkte formules rekening houdend met het bestaande duinenlandschap en toverde daarrond een landelijke weidse omgeving waar mooie villa’s, ook hier weer met de voorkeur voor de Anglo-Normandische bouwstijl, hun plaatsje kregen.
Het was een openbaar geheim dat koning Leopold II een boontje had voor Brugge.  Het was dan ook niet meer dan logisch dat de vorst, toen hier aan een uitbreiding in functie van de nieuwe haven gedacht werd, een beroep deed op zijn vertrouweling Stübben.
Toch haalde de Duitse bouwkundige zich hierbij de toorn van Leopold II op de hals toen enkele honderden meters van de Brugse buitengracht werden gedempt om een betere toegang vanuit de binnenstad te hebben op de in aanbouw zijnde nieuwe noordelijke haven.  Wie hiervoor uiteindelijk de verantwoordelijkheid droeg was niet meteen duidelijk maar het was de koning hoe dan ook in het verkeerde keelgat geschoten dat het uitzicht van Brugge hierdoor grondig verstoord was.  De boze koning liet zich een hele tijd niet zien in de stad en toen hij eindelijk nog eens Bruggewaarts reisde maakte hij er een privébezoek van.  Omdat burgemeester Visart de Bocarmé liever niet geconfronteerd werd met de toorn van de vorst meldde hij zich ziek en het was een plaatsvervangende schepen die zich door Leopold II de levieten mocht laten lezen.
Het ontwerp van Stübben voor het nieuwe stadsdeel was eigenlijk vrij simpel.  Er zou een industriezone komen langs het kanaal Brugge – Oostende, een arbeiderszone in het oosten (Werfplein), een Middenstandszone centraal langs de Scheepsdalelaan en een residentiële zone in het Westen.
De riante residentiële wijk was bestemd voor de burgerij.  Dit gedeelte moest brede straten en voldoende ruimte voor bomen en groen omvatten.  Hier werd ook een nieuwe parochiekerk gebouwd toegewijd aan Kristus-Koning.

De kerk van Kristus-Koning in neoromaanse stijl werd ingewijd op 18 juli 1932 door de Brugse bisschop Lamiroy (bron foto : revue.knauf.be).

Aan de andere zijde van de Scheepsdalelaan werd een heel wat bescheidener wijk voorzien waar de arbeiders konden wonen en waar ook plaats voorzien was voor kleine nijverheid en ambachten.  De straten hoefden er niet zo breed te zijn als op Kristus-Koning maar de wijk kreeg wel enkele pleinen en veel bomen.  Het was deze wijk die de geschiedenis zou ingaan als het “Stübbenkwartier”.

Cerle Brugge KSV

Heel veel bedrijven en bedrijfjes hadden hun stek in deze wijk.  Om het geheugen op te frissen noemen we er hier voor de vuist enkele op.  Dit overzichtje is uiteraard verre van volledig maar bij de Bruggelingen die reeds een dagje ouder zijn zal er wel een belletje rinkelen bij het lezen van die vertrouwde namen : de “Gasfabriek” (het latere Electrabel) langs de Scheepsdalelaan, “Bloemmolens Dewulf” (Kolenkaai), “Kolenhandel Gaston Van Biervliet” (Leopold II-laan), “Brugsche koffiebranderij De Zon” van Petitjean-Sanders die ook nog “Koloniale Waren” verhandelde (Leopold II-laan), maalderij “De Nieuwe Molens” (Kolenkaai), pompstation “Van Biervliet & Zonen” (Leopold II-laan), kistenmaker “Ackaert” (Werfstraat), schrijnwerkerij “Albert Van Damme” (hoek Werfstraat en Leopold II-laan), schroot- en afvalbedrijf “Emile De Buyser” (Werfstraat, toen nog de Generaal Lemanstraat), drukkerij-boekbinderij “Beyaert” (Werfstraat), limonadehandel “Flandre” (Werfstraat), horticultuur “Verriest” (hoek Scheepsdalelaan – Werfstraat),…

Cerle Brugge KSV

In het “Stübbenkwartier verrezen heel wat industriële gebouwen zoals de “Bloemmolens Dewulf” (uit 1912) langs de Kolenkaai (bron foto : beeldbank Brugge).

Vanaf 1920 deed Stübben het rustiger aan.  Hij had tenslotte zijn sporen reeds ruimschoots verdiend en hoefde niets meer te bewijzen.  Hij overleed op 8 december 1936 op 91-jarige leeftijd in Frankfurt am Main.

Hermann Josef Stübben (° 10 februari 1845 - + 8 december 1936) (bron foto : Wikipedia).

Cerle Brugge KSV

In 1960 was de wijk toe aan een nieuw wegdek.  Dat met de correcte naam van deze buurt vaak een loopje genomen werd en wordt zal geen verbazing wekken.  Geen enkele Bruggeling zal het waarschijnlijk ooit hebben, in de veronderstelling dat zij de naam van de wijk kennen, over het “Stübbenkwartier” of de “Stübbenwijk”.  De juiste naam wordt steevast verwrongen tot “Stubbekwartier” of “Stubbewijk”.
In “Het Brugsch Handelsblad” vonden wij over de broodnodige aanleg van een nieuw wegdek onderstaand artikel terug :

Herbestrating van Stubbewijk begonnen” : “Reeds op het einde van vorige week is men begonnen met de herbestrating van de zogenaamde Stubbewijk. In de Generaal Lemanstraat (*) werden de voetpaden opengelegd om nieuwe gasleidingen te leggen.  Van daaruit breidde deze hernieuwing zich tot de andere straten uit.  In dezelfde straat werd ook reeds een strook kasseien door de bulldozer van de firma Blanckaert uitgebroken, ten einde de asfaltering van het wegdek voor te bereiden.  Naar verluidt zou men niet in alle straten tot het verwijderen van de kasseien overgaan en op sommige plaatsen rechtstreeks op de oude kasseien asfalteren, zoals in de Julius en Maurits Sabbestraat.  Deze werken zijn in elk geval zeer welkom, want het wegdek aldaar behoorde tot het slechtste van zijn aard in de stad Brugge.”.

(*) De Generaal Lemanstraat in de “Stübbenwijk” werd gewijzigd in de Werfstraat bij het tot stand komen van Groot-Brugge (1971).  De vroegere deelgemeente Assebroek had reeds een Generaal Lemanlaan (die behouden bleef) en om verwarring te vermijden kreeg de Generaal Lemanstraat in Brugge een nieuwe naam (nvdr).

* Destijds, maar dat is ondertussen toch ook alweer een pak jaren geleden, stond er op het voetpad aan de Sint-Salvatorskathedraal een aubette.  In die aubette, eigenlijk een winkeltje op wielen dat het midden hield tussen een frietkot en een strandkar, verkocht Flavie kranten, tijdschriften, gidsen, stadsplattegronden en ansichtkaarten.  Die aubette en natuurlijk ook Flavie maakten doodgewoon deel uit van de Steenstraat.  Als je daar passeerde, als dat tenminste op een deftig uur gebeurde, dan zag je daar Flavie zitten.  Ondertussen zijn Flavie en haar aubette reeds lang uit het straatbeeld verdwenen maar de herinnering bleef.  In 1960 verscheen er in “Het Brugsch Handelsblad”, gespreid over twee weken, een artikel rond Flavie want dat jaar tekende zij reeds 25 jaar (!) present in haar aubette.  We kozen een klein fragmentje uit dat voldoende illustreert hoe belangrijk de aanwezigheid van Flavie was en dat iedereen met veel plezier met haar een praatje maakte :

25 jaar Flavie” : “Feitelijk weten er niet zo heel veel mensen, hoe ze eigenlijk heet met haar familienaam.  Zij staat in gans Brugge bekend als Flavie tout court, Flavie van ’t gazettekotje bij Sint-Salvators.  Zij huizeniert daar winter – zomer van ’s morgens zes tot ’s avonds zeven uur.  Iedereen springt daar af of staat daar stil, om ’t vers nieuws te kopen : werklieden in de vroege nuchtend, die voor hun werk nog de sportverslagen willen lezen, juffrouwen die van Sint-Salvators komen en een babbeltje slaan over ’t weder of de dierte van ’t leven pratend met die ingoe vriendelijke Flavie, die lacht lijk een verse paptoarte, dat ge geen oogskens meer ziet en vertelt rap en vele lijk een ekster.  Professors van Saint Louis (*) blijven daar staan om samen met hun gazette de stand van zaken op de parochie te vernemen en later op de voormiddag zijn het de gezeten burgers op pensioen, die om ’t nieuws van de beurs komen. Want ge moet daar lijk blijven staan, willen of niet bij dat gazettekotje dat daar zo middeleeuws dwars over ’t voetpad staat.”.

Cerle Brugge KSV

Flavie in haar aubette aan de Sint-Salvatorskathedraal (bron foto : beeldbank Brugge).

Iedereen kende Flavie en toch kenden slechts weinigen Flavie echt.  Wie was zij ?  Waar woonde zij ?  Waar kwam zij vandaan ?  Het kon een programma avant la lettre van Paul Jambers geweest zijn !  Mits een beetje zoeken en speuren ontdekte ik een humoristische tekst van de hand van Denis Vermeire waardoor het mysterie rond Flavie toch een beetje ontrafeld wordt.  Deze tekst verscheen in “Vierkant” (oktober 2016), een publicatie van Woonzorgzone Curando West.  Ik wou de Shotlezer dit leuke stukje leesvoer niet onthouden en geef het met plezier integraal weer.  Geniet er van !

FLAVIE VAN D’AUBETTE VAN SINT-SALVATORS - In de Steenstraat, aan de kerk van Sint-Salvators, ongeveer waar er nu een paar autobushokjes staan, was er vroeger een krantenkiosk.  Die heette “d’ Aubette van Sint-Salvators”.  Die kiosk was een soort kar op wielen en werd gewoon “d’Aubette” genoemd.  De uitbaatster was dikke Flavie, een mens van minstens honderd kilo, droog gewogen.  Als kind heb ik mij altijd afgevraagd : hoe geraakt Flavie in hemelsnaam in haar gazettekot ?  En dat mens moet toch ook een keer ‘pipi’ doen ?  Nooit heeft mij iemand een antwoord aangereikt.  Iedereen kende Flavie.  Maar niemand wist waar ze vandaan kwam, hoe ze noemde en waar ze woonde !  Daarom : de historie van ‘t leven van Flavie van d’Aubette van Sint-Salvators.
Flavie Jonckheere, is in Brugge ‘aangespoeld’ gelijk dat ze zeggen.  Ze is geboren in Zande, als dochter van August Jonckheere en Marie Odaert.  Flavie is kort vóór de eerste wereldoorlog, in 1911, komen dienen bij Juffrouw Heule, een welstellende dame die op het kerkplein op Sint-Anna woonde.  Rijke dames hielden er in die tijd een dienstmaagd op na.  Die deed voor hen het huishoudelijk werk, ze ging de commissies doen en soms was ze ook wel eens een beetje de gezelschapsdame van madam.  Sommige diensters werden met de tijd een stuk van ’t meubilair en zelfs halve familie.
d’Aubette van Sint-Salvators stond er reeds van vóór de eerste wereldoorlog en werd vele jaren uitgebaat door een zekere Achiel Creyf.  Hij verkocht er gazetten, postzegels, revue’s (zoals ze de boekjes vroeger noemden) en je kon er ook tabak krijgen.  Voor de zeldzame toeristen waren er ook postkaarten met “vue’s” van Brugge.
Flavie was echter door en door christelijk.  In zoverre zelfs, dat niet-katholieke gazetten en boeken werden geweerd.  Die ongelovige brol kwam haar aubette niet binnen !  Ze had het dan ook niet begrepen op de klanten van “Het Volkshuis”.  Dat was het lokaal van de socialisten dat rechtover haar aubette, op de hoek van de Zilverstraat was gevestigd.  Daar werden “Het Werkerswelzijn” en het “Vlaams Weekblad” uitgegeven !  Twee socialistische gazetten die samen met “De Volksgazet” verboden waren in haar aubette !
Met schunnige boekjes was het zuuste van ’t zelfde…  Te veel bloot op de omslag en ’t boekje was veroordeeld tot de vuilbak !  De leerlingen van de Brugse scholen uit de buurt durfden Flavie al eens “den duivel aandoen” !  Met een paar kwamen ze dan vragen naar een ‘raar’ boekje of een gewaagd stationsromannetje.  Dan was ’t kot te klein !!  Niet zelden werd de prefect van de school later op de week, bij het ophalen van z’n krant, ingelicht.  Zelfs met de persoonsbeschrijving erbij van de kleine smeerlaptjes die Flavies zieleleven in gevaar hadden gebracht !
Schuin over Flavie’s Aubette was er de koffiebranderij van “De Groof”.  Een heel erg drukbeklante zaak die van overal in de streek gekend was.  Elke zaterdagmorgen, toen de verse koffiebonen in de winkel werden gebrand, zweemde er over de hele buurt een zalige geur van versgebrande koffie !  Zaaaalig !  Dan was Flavie in haar beste doen.
Haar aubette draaide als zot.  Vaste klanten kwamen er hun wekelijkse lectuur ophalen maar ook de Brugse nieuwtjes gingen er over de toonbank.  De lotjes van de “Koloniale Loterij” die in Flavie’s aubette verkocht werden, hadden wellicht speciale, magische capaciteiten.  Ze waren in elk geval zeer geliefd bij de Bruggelingen.  Ook mijn vader trok elke week naar Flavie voor zijn lotjes van de ‘Koloniale Loterij”.  Nooit is hij er één frank rijker mee geworden !
Flavie woonde in de Katelijnestraat 1.  Maar direct na de oorlog, op 10 juli 1945, nam ze haar intrek in Sint-Salvatorskerkhof 21.  Dat was dichter bij haar aubette en vooral ook dichter bij haar kerk.  De kathedraal van Sint-Salvator.
In 1960 werd ze gevierd door de commercanten van de Steenstraat voor het zilveren jubileum van haar uitbating.  Ze kreeg een “boekee” bloemen en een omhelzing van Meneere Machiels, de voorzitter van de gebuurtekring van de Steenstraat.  Flavie bloosde en zag ’n beetje rood van “alterasie”.  Wie had dat gepeinsd … een kus van de voorzitter !!!!  “Wat goan de menschen zeggen” prevelde ze…
Helaas, vijf jaar later, in augustus 1965, moest ze wegens ziekte haar aubette vaarwel zeggen.  Het ging niet meer…..  Het deed haar raar.  Ze miste haar klanten die inmiddels vrienden en kennissen geworden waren.  Sommigen waren zelfs halve familie !  In haar woning hield ze zich bezig met haar grote postzegelverzameling.  Zij was immers een verwoed verzamelaarster en beschikte over een unieke, grote collectie zeldzame postzegels.
Flavie Jonckheere overleed in de kliniek van de Zwarte Zusters langs de Spaanse Loskaai in Brugge op maandag 16 september 1968.  Ze werd 75 jaar.  En d’Aubette van Sint-Salvator hoor ik je vragen…  Die verdween uit het straatbeeld en verhuisde naar de tuin van haar erfgenaam, een neef in Snellegem.  Hij maakte er een duivenhok van !  Zou Flavie het geweten hebben ?”.

Internationaal

* Toen Duitsland de Tweede Wereldoorlog definitief verloren had beseften vele voormalige kopstukken van de Nazipartij dat de jacht op hen open verklaard was.  Proberen te ontsnappen zou niet van een leien dakje lopen.  De Rijkshoofdstad Berlijn was omsingeld door de Russen en nagenoeg hermetisch afgesloten en in West-Europa zwaaiden de geallieerden de plak.  Velen werden gevangen genomen en kregen een proces, anderen pleegden zelfmoord om aan hun noodlot te ontsnappen.
Vaak hoorde men in de naoorlogse jaren berichten over voormalige nazikopstukken die (vooral) in Zuid-Amerika opdoken.
ODESSA, wat voluit Organisation der ehemaligen SS-Angehörigen betekent, was een netwerk van voormalige SS-officieren en –sympathisanten die onder leiding van de gewezen SS-Standartenführer Otto Skorzeny hoge nazi’s hielp ontvluchten uit het door de geallieerden veroverde Europa.
Van SS-Hauptsturmführer Josef Mengele, de “Engel des doods”, is met zekerheid geweten dat hij na de oorlog in Argentinië, Uruguay, Paraguay en Brazilië verbleef waar hij in 1979 overleed.
Een andere figuur waarover vaak geruchten de ronde deden was Martin Bormann.  Hij werd op 17 juni 1900 in het Duitse Wegeleben geboren.  De jonge Bormann was een goede student maar in 1918 verkoos hij het Duitse leger boven studeren.  Na de oorlog kwam Bormann in extreemrechtse middens terecht en in 1922 werd hij lid van het Vrijkorps Rossbach, een extreem nationalistisch en antisemitisch korps, dat zich kantte tegen de Weimarrepubliek.  Op 17 februari 1927 werd Bormann lid van de NSDAP (Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij) van Adolf Hitler.  Al snel werkte hij zich op in de partijhiërarchie en in 1928 werd hij toegevoegd aan de staf van de Sturmabteilung.  Na de machtsovername in 1933 benoemde Adolf Hitler hem tot partijorganisator en schatkist bewaarder.  Vanaf 1933 zetelde Bormann in de Rijksdag.
Een belangrijk kenmerk van Marin Bormann was dat hij nooit op de voorgrond trad maar toch altijd heel prominent aanwezig was.  In feite was Bormann de secretaris van Rudolf Hess die de tweede belangrijkste persoon in de partij en de plaatsvervanger van Hitler was.  Nadat Hess in 1941 naar Groot-Brittannië vloog en er gevangen werd gezet stelde Hitler Bormann aan als zijn privésecretaris.  De Führer had een grenzeloos vertrouwen in Bormann die een fenomenaal geheugen had en onwaarschijnlijk stipt was.  In 1943 werd Bormann partijsecretaris.  In juli 1944 pleegde kolonel Claus von Stauffenberg een mislukte aanslag op Hitler.  Omdat er bij die aanslag een groot aantal Wehrmacht-officieren betrokken waren verloor Hitler zijn vertrouwen in het leger.  Hij was enkel nog overtuigd van de loyaliteit van de SS en van de partij.  Op die manier werd Martin Bormann, als partijsecretaris de machtigste man binnen de NSDAP, samen met de Reichsführer-SS Heinrich Himmler, één van de machtigste figuren van het Derde Rijk.

Cerle Brugge KSV

(bron foto : Wikipedia)

Bormann bleef zijn Führer trouw en vergezelde hem naar de Berlijnse Führerbunker.  In zijn testament van 29 april 1945 omschreef Hitler Bormann als zijn “loyaalste partijgenoot” en stelde de Führer hem aan tot zijn testamentair executeur.  Na de zelfmoord van Adolf Hitler op 30 april 1945 ondernam Martin Bormann, samen met enkele getrouwen, op 2 mei een uitbraakpoging.  Het was zijn bedoeling om zich in Flensburg bij admiraal Karl Dönitz te voegen die, als opvolger van Hitler, de nieuwe president van het Derde Rijk was geworden.
Via onderaardse riolen bereikten Bormann en de zijnen de Friedrichstrasse waar ze in een vuurgevecht terecht kwamen en elkaar in de verwarring kwijt geraakten.

Niemand wist met zekerheid te zeggen wat er met Bormann gebeurd was.  Artur Axmann, de leider van de Hitlerjugend, verklaarde tijdens het proces van Neurenberg dat hij het dode lichaam van Bormann had zien liggen.  Erich Kempka, de chauffeur van Hitler, verklaarde dat hij Bormann na de ontploffing niet meer gezien had en hij aannam dat Bormann, gezien het over een zeer zware ontploffing ging, dood was.
Was Martin Bormann inderdaad dood ?  Of was hij toch kunnen ontsnappen ?  In “Het Brugsch Handelsblad” lazen we het volgend artikel :

Martin Bormann zou in Argentinië opgedoken zijn” : “Na de oplichting van Eichmann, de Jodenverdelger, door Israëlische agenten, werd beweerd, dat ook Martin Bormann, Hitlers laatste plaatsvervanger en sekretaris van de NSDAP in het land van ex-diktator Peron onder een valse naam zou leven.  Het is een feit, dat in Argentinië veel oud-nazi’s een onderkomen hebben gevonden met behulp van de Peron-diktatuur.  Donderdag werd te Zarate nabij Buenos Aires een man aangehouden, die sprekend op Martin Bormann gelijkt, doch er… 10 jaar jonger dan zijn berucht evenbeeld –voor zover hij dus Bormann zelf niet is– uitziet.  Hij ziet er 50 uit, terwijl Bormann er thans 60 zou moeten zijn.  Bormann verdween spoorloos uit het brandend Berlijn bijna vlak voor de intocht van de Russen in 1945.  Walter Flejer, aldus de man, die op Bormann gelijkt, zou echter volgens zijn werkgevers reeds sinds 1944 in Argentinië verblijven, zodat hij Bormann niet kan zijn, vermits deze eerst in 1945 Duitsland zou verlaten hebben, bijaldien hij werkelijk is ontsnapt.  Het mysterie Bormann is dus niet opgelost en a fortiori het mysterie Hitler ook niet.  Voor alle zekerheid stuurde Bonn een dokument met vingerafdrukken van de vermiste Nazileider naar Buenos Aires ter vergelijking.”.     

Dergelijke berichten waren schering en inslag.  Zelfs van Hitler werd op een bepaald moment beweerd dat hij niet in Berlijn gestorven was maar ondergedoken in Zuid-Amerika leefde.  Uiteindelijk bleek dat Artur Axmann en Erich Kempka de waarheid hadden gesproken.  Martin Bormann was inderdaad bij de granaatontploffing om het leven gekomen.  In december 1972 waren er bouwwerkzaamheden aan de gang nabij de Berlijnse Tiergarten, op de plaats waar Bormann voor het laatst gezien was.  De arbeiders stootten er op twee skeletten.  Tijdens het daaropvolgend onderzoek vond men op beide skeletten sporen van cyanidecapsules terug.  Veel nazi’s beschikten over dergelijke capsules met cyanide (een zeer snel werkend gif) om, als zij gevangen genomen werden, zelfmoord te kunnen plegen.  Bovendien kon men achterhalen dat één van beide skeletten het juiste postuur en de juiste leeftijd had om Bormann te kunnen zijn.  Na de autopsie bleken de gebitsgegevens en andere specifieke details overeen te komen met de gegevens waarover de Duitse overheid in hun archieven beschikte.  Op basis van al die informatie besloot Duitsland om Martin Bormann in april 1973 officieel dood te verklaren.  In 1998 konden de onderzoekers DNA-materiaal vergelijken met dat van familieleden en met zekerheid concluderen dat één van de in december 1972 gevonden skeletten dat van Martin Bormann was.  Nu het onderzoek definitief kon afgesloten worden besloot men, op verzoek van de familie, de botresten te cremeren.  De as werd op 16 augustus 1999 boven de Baltische Zee uitgestrooid.

De schedel van Martin Bormann die bij bouwwerkzaamheden werd opgegraven op de plaats waar hij het laatst gezien was (bron foto : ww2gravestone.com).

 

(Marnix Knockaert)

Cerle Brugge KSV

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Gedeelde ambitie - Dylan de Belder

Cercle Brugge verwelkomde begin deze week Frank Vercauteren als nieuwe oefenmeester.  Op training is de nieuwe aanpak meteen duidelijk.  Ik kwam te vroeg aan langs de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion en pikte de ochtendtraining mee.  Na de training had ik een afspraak met Dylan De Belder.  Ik had een leuk gesprek met hem over gedeelde ambities.  Het is namelijk zowel Cercles als Dylans wens en hoop om zo snel mogelijk in 1A te spelen.  

Dylan, je bent nog niet zo lang een officiële speler van Cercle.  Kun je even je carrière schetsen tot nu toe?  Daar was al eens een passage bij Cercle, niet?

Ik ben een geboren en getogen ‘Montois’ en startte ook met voetballen in de streek van Bergen. Als jeugdspeler kende ik een drietal ploegen.  Ik begon bij het kleine RLC Mesvin, maar in de  jeugdreeksen was ik vooral bij RAEC Mons actief.  Tussendoor was er ook  een korte tussenstop bij La Louvière.   Mijn eerste profcontract onderschreef ik bij RAEC Bergen in het seizoen 2011-2012.  Dat seizoen scoorde ik ook mijn eerste en enige officiële goal voor Mons.  In de terugwedstrijd van de finale van Play Off II was dat, hier in het Jan Breydelstadion.  (Cercle plaatste zich toen na een 0-1 en 3-2 zege tegen Bergen voor een wedstrijd tegen Gent met als inzet een Europees ticket, nvdr).  In het seizoen 2013-2014 kende Mons een slecht seizoen.  Ze degradeerden uiteindelijk uit de hoogste voetbalklasse en mijn contract werd er vroegtijdig ontbonden.  Dankzij mijn manager die op Cercle goede contacten had, kon ik hier mijn conditie onderhouden.  Het kwam uiteindelijk niet tot een contract.  Dan kwam Waasland-Beveren op de proppen.  Ik tekende er een contract voor een half seizoen met een optie op nog twee jaar.  Die optie werd gelicht, maar toen kwam Stijn Vreven als nieuwe trainer.  Het klikte niet bepaald tussen ons en hij liet me al snel verstaan dat ik niet in zijn plannen voorkwam.  Ik keek uit naar een andere club en kon uitgeleend worden aan Lommel in de tweede klasse.  Dat was voor mij een echt superjaar.  Ik kon er toen maar liefst achttien keer scoren en wekte de interesse van enkele teams.  Ik koos uiteindelijk voor Lierse.  Ik speelde er vorig seizoen en werd er topschutter van eerste klasse B met 23 treffers.  

"Monaco wil hier echt een mooi project neerzetten en ik ben blij dat ik er deel van mag uitmaken."

Je bleef dus uiteindelijk maar één seizoen in Lier.  Je maakte er in het tussenseizoen ook geen geheim van om hogerop te willen en nog het liefst naar eerste klasse A?  

Inderdaad, ik voelde dat ik klaar was voor die stap.  Ik speelde erg graag voor Lierse en draag de supporters nog steeds een warm hart toe.  Maar ik ben daar toen niet al te best behandeld geworden.   Er was interesse van enkele ploegen uit eerste klasse A en die interesse was ook redelijk concreet.  Maar het bestuur van Lierse had beslist dat ik 1,5 miljoen euro moest kosten.  Dit was gewoon een onrealistisch bedrag.  Geen enkele van de teams die interesse hadden in mij wilde of kon dat bedrag ophoesten.  In de kranten werd dit ook al snel opgeklopt.  Die gazettepraat werd vooral gecreëerd door de toenmalige voorzitter van Lierse.  Ik trainde wel mee tijdens de voorbereiding, maar had slechts een helft gespeeld en miste dus ook ritme.  In het tussenseizoen nam ik ook een nieuwe manager, met name Mogi Bayat.  Mijn prijs zakte toen wel, maar de kernen van de eersteklassers waren al grotendeels gevormd.  Ik zat wat gevangen op het Lisp.  

Toen kwam Cercle op de proppen.  Waarom trok je naar ‘de vereniging’ en wat was je eerste indruk?

Ik kende Cercle natuurlijk al vrij goed.  Ik was hier al een periode geweest.  Maar toch was er heel wat veranderd.  Alles gaat er nu veel professioneler aan toe dan toen.  De kern die hier is samengesteld is ook helemaal niet mis.  Monaco wil hier echt een mooi project neerzetten en ik ben blij dat ik er deel van uit mag maken.  De ambitie van de ploeg is natuurlijk ook zo snel mogelijk naar het hoogste niveau doorstijgen en dat is ook net mijn ambitie.  

De competitie was al bezig toen je hier aankwam.   Hoe verliep de aanpassingsperiode?  

Alle begin is moeilijk en uiteraard  had ik toen ook een conditionele achterstand.  In het begin was het erg hard werken en knokken.  De concurrentie is ook groot en dat houdt je automatisch scherp.  De laatste weken verloopt het persoonlijk vrij goed.  Ik stond vaak in de basis en kon in en tegen Beerschot ook mijn eerste doelpunt scoren.  Ik hoop dat ik op die ingeslagen weg kan verder gaan.  

Ondertussen staan er nog drie wedstrijden op het programma in de eerste periode en heeft Cercle sinds deze week een nieuwe trainer.  Wat is je eerste indruk van de nieuwe coach en hoe schat je de kansen voor de eerste periode in?   

De nieuwe trainer is niet de eerste de beste.  Hij heeft zeer veel ervaring als speler en ook als trainer.  Zijn palmares is ook indrukwekkend.  Het is een echte persoonlijkheid die meteen zijn stempel drukt op de groep en de trainingen.  Wat de eerste periode betreft, moeten we het gewoon wedstrijd per wedstrijd bekijken.  We moeten gewoon naar onszelf kijken en elke wedstrijd proberen te winnen.  Als we dat doen, leggen we druk bij de twee tegenstanders.  Beerschot-Wilrijk en OHL moeten bovendien nog een onderling duel afwerken.  Hun laatste wedstrijd in deze periode is trouwens ook een uitwedstrijd.  En die zijn in 1B nooit ‘makkelijk’.  Ook wij zullen 100% gefocust moeten zijn om de komende weken resultaat te halen in Lier en in Tubeke.  

Tot zover het gesprek met onze nieuwe spits.  Een ambitieuze jongeman die wil doorgroeien en die dat misschien het best bij Cercle kan doen.  

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Kampioenendiner

Na de viering op het podium trok het Cercle-gezelschap (spelers, sportieve staf, begeleiders en beheerraadsleden van de cvba en de vzw) naar een “geheime” locatie om met een maaltijd de feestdag af te sluiten.

De twee bussen trokken richting hotel-restaurant “Lodewijk Van Male”, waar eerst een aperitief plaatsvond in de prachtige tuin en vervolgens een maaltijd.

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Algemeen coördinator: Marc Vanmaele

Nieuwe bazen nieuwe wetten. Sedert Cercle in Monegaskische handen viel, waait een nieuwe wind in zowat elk hoek van de Vereniging. We spraken, in volle voorbereiding (29 juni) op het nieuwe voetbalseizoen, met Marc Vanmaele, de nieuwe ‘Algemeen coördinator’ van groenzwart. Enthousiasme, ambitie en positiviteit troef, voor wie daar nog aan zou twijfelen.

"Cercle koopt met de bedoeling om top 1B te spelen."

Monaco heeft de touwtjes stevig in handen? 

AS Monaco is hoofdaandeelhouder, we moeten daar niet flauw over doen. Er is zeer veel overleg met de Monegasken die heel veel knowhow in huis hebben. Zowel op sportief als op financieel vlak maar ook in commercieel en communicatief opzicht... Ze zijn zeer hulpvaardig, kennen onze situatie en komen vaak op bezoek om ons bij te staan. Alles gaat heel snel. Wanneer er beslissingen genomen moeten worden, dan gebeurt dat ook. De mensen reageren direct, maar voor alle duidelijkheid, er is een no-nonsense klimaat. Iedereen is recht voor de raap, onnodige discussies worden gemeden, wat het werken makkelijk maakt. Een voorstel moet gefundeerd gebracht worden, en als men beslist om er niet op in te gaan krijg je daar ook goede redenen voor. Tot hiertoe dus alleen maar positieve ervaringen.

De Cercle-website barst uit zijn voegen door aankondigingen van nieuwe spelers. De indruk leeft dat er een volledig nieuwe ploeg gebouwd wordt? 

Die vraag zou je eigenlijk aan François Vitali moeten stellen, want dit is een sportieve kwestie. François valt steeds terug op zijn inzicht: op elke plaats voldoende mensen die elkaar onderling kunnen versterken. De moeilijkheid is daarbij vooral om mensen te kunnen overtuigen om in België in 1B te komen spelen, want dat is nu niet meteen de meest aantrekkelijke competitie van Europa. Maar de bedoeling is inderdaad om met goede spelers te bouwen en naar 1A te kunnen stijgen. Dit gaat momenteel niet met langdurige contracten, want sommige spelers willen het graag een jaar bekijken. In elk geval, ik weet dat Cercle koopt met de bedoeling om top 1B te spelen.

Je bent een nieuwkomer bij Cercle. Wat noteren we voor de supporter die zich afvraagt wie Marc Vanmaele is?

Ik ben geboren en getogen in Tielt, 1960, afkomstig uit een textiel- en confectiefamilie. Ons gezin telde negen kinderen en ik werkte als kleine jongen al snel mee in het ouderlijk bedrijf. Ik voetbalde bij Tielt en kreeg de kans om hogerop te spelen, maar dat zagen mijn ouders niet zitten. Ik studeerde voorts lichamelijke opvoeding in Leuven, en ging na mijn legerdienst werken in Spanje voor een grote hotelketen waar ik mijn vrouw leerde kennen en de Spaanse taal. Eenmaal terug in België ging ik voor Konvert Interim werken, een West-Vlaams bedrijf dat van kleine speler uitgroeide tot big business. Van daaruit ging het naar de mediawereld, waar ik in 1994 de opstart van FOCUS-televisie meemaakte, de regionale zender van Noord-West-Vlaanderen. Na de fusie met WTV werd ik aangezocht door AVS (de Oost-Vlaamse televisiezender) waar ik algemeen directeur werd. Mijn interesse voor sport bleef evenwel altijd levend. Via Roger Lambrechts kwam ik in de voetbalwereld terecht om bij Sporting Lokeren de algemene leiding te nemen. Ik vond er alles terug wat in mij leefde: media, commercie, sport… Ik bleef drie jaar in Lokeren waar ik fantastische tijden beleefde samen met Peter Maes. In die drie jaar tijd wonnen we tweemaal de bekerfinale, speelden we tweemaal Europees en tweemaal Play-Off 1.

Om uiteindelijk bij Cercle te belanden...

Toen ik bij Sporting Lokeren vertrok kreeg ik na een relatief kalmere periode zonder voetbal de suggestie van Philips Dhondt uit Monaco om mijn CV op te sturen, toen plots de vraag kwam of ik niet voor Cercle wilde werken. Daar heb ik geen moment aan getwijfeld.

Bij Lokeren nam je de algemene leiding als CEO op jou. Welke zijn je functies bij Cercle?

Algemeen coördinator is de officiële term voor wat ik doe bij Cercle, vergelijkbaar met wat ik eerder in Lokeren deed. Mijn verantwoordelijkheid betreft het niet-sportieve luik. Die opsplitsing is ook goed, want zo kan er beter gefocust worden. Bovendien vergt de sportieve kant van de zaak een specialisatie die ik zelf niet heb, maar bij François Vitali wel aanwezig is. Financiën, personeelsbeleid, gebouwen, veiligheid, communicatie… dat is mijn terrein bij Cercle.

Het is een publiek geheim: Cercle start aan de competitie met grote ambitie. Stijgen naar 1A is het minste wat we mogen verwachten?

Zo is dat. Terug in 1A spelen, eigenlijk moet het. Er is enorm veel veranderd sinds de overname door Monaco. We draaien vijf versnellingen groter nu. Zowel sportief als niet-sportief doen we enorme sprongen vooruit. We hebben het uiteraard niet zelf in de hand, en we krijgen een zeer zware competitie. Maar stijgen is ook de ambitie van Monaco. Mijn overtuiging is dat vooral ook die belangrijke “kleedkamer” goed zit, met een mix tussen jeugd en ervaring. Het kan dus lukken, dat is mijn overtuiging.

Zijn er sinds de komst van AS Monaco, naast het stijgen naar 1A, nog andere nieuwe doelen gesteld? 

Een belangrijk item is uiteraard het stadion-dossier. Dat dossier hangt samen met het vertrek van de buren in 2020. De vraag rijst wat Cercle binnen drie jaar zal doen. Het is hoogtijd om dat dossier te finaliseren, en het leeft ook sterk in de bestuurskamer. De studiedienst van Stad Brugge is daar eveneens mee bezig. Ik ben overtuigd dat hier goede oplossingen kunnen komen. Daarnaast zijn we hard bezig met de abonnementenverkoop, de online Cercle-shop en de online ticketting. Ook de communicatie nemen we onderhanden zodat we stap voor stap kunnen groeien naar een hoger niveau. Bij dit alles staat echter voorop dat Cercle een zeer speciaal DNA heeft. Monaco beweegt zich, met alle respect, op een ander niveau. Het is mijn taak om die beide werelden bij elkaar te brengen zonder dat de eigenheid van Cercle verloren gaat.

"Nu komt er een nieuw verhaal dat Cerclisten de fierheid terug zal geven die ze verdienen."

Over de buren gesproken. Is de relatie sinds de overname veranderd?

Ik vermoed het wel. Ik hoor veel verhalen uit het verleden, maar we kunnen niet blijven stilstaan. We moeten elkaar in elk geval zien te vinden nu we nog steeds samenleven. Bij beiden is die wil aanwezig. Belangrijk is dat de grote baas van Monaco, Vadim Vasilyev, en nu ook gedelegeerd bestuurder van Cercle, binnenkort naar Brugge komt. We plannen bij die gelegenheid ook met de top van Club Brugge een onderhoud. We vinden het belangrijk dat er ook op dat niveau gepraat wordt en dat positief ‘naar beneden’ toe doorsijpelt. 

Wanneer durf jij volgend seizoen geslaagd te noemen?

Uiteraard als het lukt om te stijgen. Het buikgevoel zit goed, en ik ben overtuigd dat we hoog eindigen. Supporters zijn ontzettend belangrijk, en ik voel ook dat mensen terug naar Cercle zullen komen. Cercle heeft een moeilijke periode doorgemaakt, maar nu komt er een nieuw verhaal dat Cerclisten de fierheid terug zal geven die ze verdienen. Ik doe dan ook een oproep aan iedereen om een abonnement te kopen of anderen te overtuigen zich bij de groen-zwarte familie aan te sluiten en de boodschap mee uit te dragen dat Cercle kan en zal slagen.

(KV)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Peru en Spanje

Stefaan Dierickx moest voor een conferentie in Cusco, Peru, zijn.  Een bezoek aan Machu Picchu – met Cerclesjaal – mocht dan ook niet ontbreken.

Myriam en Georges (hoofdredacteur SHOT-online) vierden hun 40e huwelijksverjaardag op restaurant in Spanje met hun voornamelijk Britse buren.  Allen duimden voor een geslaagd Cercle-seizoen in 1A.  Hoewel… er zat 1 Brugse Clubfan tussen.  

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Back in Business

“Alleen de optimisten zullen overleven”, is een toepasselijk spreekwoord.  Toen Cercle enkele weken geleden zeven punten achter holde op Lierse, gaven velen geen cent meer voor Groen-Zwarte kansen op de tweede periodetitel.  
Iemand die zich toen positief opstelde en verklaarde dat alles mogelijk is in 1B, kreeg niet de stempel “positief” maar “naïef” op het voorhoofd gedrukt.  Persoonlijk meegemaakt…

Maar, op een psychologisch moment, net voor de korte winterstop en met de feestdagen in het verschiet, staat Groen-Zwart zowaar reeds tweede in de huidige periode met slechts één puntje achterstand op de Pallieters en, eveneens niet onbelangrijk mocht het uiteindelijk toch niet lukken, derde in de totaalrangschikking met negen punten voor op plaats vijf.

Gezien er nog een onderlinge confrontatie komt met Lierse (thuiswedstrijd op vrijdag 19 januari om 20.30 hr) heeft de ploeg van Frank Vercauteren vanaf heden alles in eigen handen.  Nu komt de periode waarbij een ruime kern van pas kan komen.  Dat alle posities op zijn minst dubbel bezet kunnen worden zal zijn nut hebben bij de ondertussen (gezien het vorderen van de competitie) oplopende gele kaarten en gebeurlijke blessures.  Zo zagen we bv. hoe Hector Rodas (zelf langdurig gekwetst voorheen) Jérémy Taravel prima verving tijdens diens schorsing.  Dat we eindelijk terug over het Monegaskisch talent Cardonna kunnen beschikken na zijn langdurige blessure, heeft een duidelijke invloed op de resultaten.  Ook Gianni Bruno staat terug aan de deur te kloppen.  Daarnaast laten de woorden van trainer Frank Vercauteren in de pers weinig aan de verbeelding over dat er eerstdaags nog gerichte versterking zou komen om het doel te realiseren.

Over pers gesproken.  Het blijft hemeltergend hoe stiefmoederlijk 1B behandeld wordt in de  media.  Ikzelf trok in elk geval reeds mijn conclusies.

Na het feestgedruis staan in de komende twee maanden nog acht “cupfinals” te wachten.  Op zondag 25 februari valt het doek over de reguliere competitie in 1B.  We sluiten thuis af tegen Westerlo.  Vijf van de acht wedstrijden spelen we in “Jan Breydel”.  Het mag dan al putje winter zijn, de vereniging rekent op uw warme steun om het doel, winst van de 2e periode en daarna nog wat meer, te bereiken.  

Eerstvolgende afspraak dus op vrijdag 5 januari met de thuiswedstrijd tegen OHL (20.30 hr).

Leve Cercle!

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Lees meer