koop tickets online

Cijfers zeggen niet alles - Kristof Arys

In Tweede Nationale laat Kristof Arys 7 keren de netten van Cercles tegenstrevers trillen in 13 matchen.  Het jaar erop, in Eerste, lukt hem dat slechts 3 keren in 25 matchen.  “De cijfers spreken voor zichzelf, commentaar overbodig,” zo dacht ik.  “Het komt wel voor dat schijn bedriegt, maar toch niet bij zo’n tegenstelling,”  zo leek het mij!  Voordat  ik bij Kristof aanbelde, kon ik het me niet anders voorstellen dan dat hij zijn tweede jaar in Cercleshirt als een rampjaar had aangevoeld.  Toen ik wat later buitenstapte, was ik wijzer geworden.  Neen, hoe welsprekend ze ook lijken, cijfers zeggen niet alles.  Ook nu nog kijkt Kristof terecht met trots en warme herinnering terug op wat hij bij Cercle presteerde  in Eerste Nationale.

Kristof, na zowat 70 jaar Cercles wel en wee intens van nabij gevolgd te hebben, lopen feiten en namen meer dan mij lief is door elkaar in mijn geheugen.  Maar tijdens welke seizoenen  jij voor Cercle speelde, daarover hoefde ik slecht vijf seconden na te denken.  Hoe zou dat komen?

Er zal zich wel menig Cerclesupporter herinneren dat ik Cercle mocht helpen aan zijn, voorlopig, laatste promotie, en ook wel dat ik één jaar later al een ander oord opzocht.  We spreken over 2002-2003 en 2003-2004.

Je kwam van Deinze, en een gemakkelijke overgang was het niet geweest.  Enkele weken voor je transfer kon ik niet nalaten voorzitter Frans Schotte even aan te spreken en hem te zeggen dat er niets belangrijker was voor Cercle dan een overgang van jou naar Groen-Zwart.  Hij antwoordde: “Ze zijn zot bij Deinze.  Zo’n transfersom als zij vragen, dat is niet redelijk.”

Het is pas in januari 2003 dat ik bij Cercle kwam.  Tijdens het tussenseizoen, een half jaar voordien, zat Cercle al achter mij aan, maar bij Deinze was mijn contract voor twee jaar nog maar halfweg.  Had Cercle tien miljoen frank voor mij overgehad, dan was de transfer meteen geklonken geweest.  Toen Deinze er rond Nieuwjaar niet naast kon kijken dat ik een half jaar later gratis weg kon, lieten ze de vraagprijs zakken, en Cercle verschalkte de concurrentie van onder meer AA Gent, Westerlo en Alemania Aken.

En jij, je was gelukkig met die transfer?

Ik was ermee in de wolken.  Mijn ambitie liep helemaal gelijk met die van Cercle: zo snel mogelijk naar Eerste promoveren.  En die uitdaging was enorm.
Groen-Zwart had zeven punten achterstand op de koploper, Heusden-Zolder. Zelf had ik tussen 1998 en nieuwjaar 2003 respectievelijk bij Eendracht Aalter, KM Torhout en SK Deinze in 119 matchen 89 doelpunten gescoord, waarvan de laatste 13 bij Deinze tijdens de eerste helft van de lopende competitie.  In plaats van tegen de degradatie te moeten vechten, kon ik nu, heel dicht bij huis bovendien, een steentje bijdragen in wat een succesverhaal werd.

Met zeven rozen hielp je Cercle aan de zo vurig verlangde kampioenentitel.  
De laatste twee matchen waren beslissend, en ze staan bij elke Cerclesupporter-van-toen in het geheugen gegrift.  Je scoorde niet tijdens die wedstrijden, maar dat was wellicht niet eens een minidompertje op de uiteindelijke euforie? 

Als spits, aangeworven om te scoren, prik  je, vanzelfsprekend, graag de bal tegen het net zoveel het maar kan, maar voetbal is een teamsport, en het is als team dat je faalt of zegeviert.  Was ik niet terechtgekomen in een ploeg die hecht aaneenhing, een ploeg die een collectieve eenheid was, dan was die toch wel zeer merkwaardige  remonte na zeven punten achterstand onmogelijk geweest. Overigens, één doelpunt en één assist staan me extra klaar voor de geest.  Mijn tweede match bij Cercle was op Deinze, we behaalden een belangrijke 0-1 overwinning, en dat ik toen kon scoren was iets heel bijzonders voor mij.  Tijdens de voorlaatste match, op Zulte-Waregem, zouden we bij een overwinning kampioen geworden zijn, maar het werd 1-1. Tijdens de slotwedstrijd, thuis tegen Dessel, hadden we ons lot in eigen handen.  We kwamen 0-1 achter, maar Sebastien Stassin bezorgde ons de zege met twee kopbaldoelpunten.  Eentje ervan was bijzonder merkwaardig: ik kon ‘een verloren bal’ toch nog voor het doel brengen en in een kluwen van spelers werd het een gouden assist voor het hoofd van Sebastien.

Wellicht een onmogelijk te beantwoorden vraag: Was Cercle in 2003 ook zonder jou kampioen geworden? 

Af en toe kom ik op Olympia, en het is niet uitzonderlijk dat Cerclesupporters me zeggen: “Moesten we joen niet gèt èn da joar, we woaren nooiet kampiejoen gewist.”  En dan voegen ze er nogal eens aan toe dat ik niet lang genoeg bij Cercle gespeeld heb.  Maar het enige dat ontegensprekelijk klopt, dat is dat ik tijdens mijn eerste half seizoen één element was van een ploeg met veel talent gedreven door een enthousiaste teamspirit.

Niet lang genoeg bij Cercle gespeeld?  Kom, laten we er geen doekjes om winden: in Tweede 7 goals in 13 matchen, het jaar erop in Eerste 3 in 25.
Ik vraag me af: Wat zou daarvan de verklaring kunnen zijn?  Is het verschil tussen Eerste en Tweede zo groot?   Lag het aan jouw specifieke talenten, m.a.w. aan het ‘soort’ speler dat jij was?  Kreeg jij te weinig de bal toegespeeld door je medespelers? Of misschien vlotte het niet genoeg van meet af aan, zodat je steeds meer aan zelfvertrouwen verloor?  Is het iets van wat mij als mogelijke verklaring door het hoofd gaat of is het iets heel anders: Wat mag er toch aan de basis hebben gelegen van  zo’n daling van het aantal gescoorde doelpunten??  

Tijdens mijn 19-jarige carrière als voetballer heb ik ongeveer 300 doelpunten gescoord. Toen ik met Cercle naar Eerste promoveerde zag ik reikhalzend uit naar wat voor de deur stond, vol verlangen en vertrouwen. Op het einde van 10 jaar jeugdopleiding bij Club trainde ik mee met de eerste ploeg, met Spehar, Stanic, Okon… Speelminuten in Eerste kreeg ik er niet, ik was er nog niet rijp voor.  En nu, halfweg 2003, ging de grote poort open voor mij.  Echter, echter, voorheen en altijd daarna speelde ik als diepe spits, maar bij Cercle speelde ik in Eerste nooit op die mij zo eigen positie.  Cercle had Nordin Jbari aangetrokken, en het was mijn taak rond hem heen te spelen.  Nordin was een vedette, deed het ook  heel goed, maar ‘meters afleggen’ lag hem niet.  Waar ik gewoon was dat mijn medespelers voor mij de ruimte afdweilden, was het nu mijn taak dat voor hem te doen, zodat hij de afrondende schakel kon zijn.  Nooit heb ik zoveel gelopen tijdens mijn matchen als dat jaar, en ook nooit kwam ik zo zelden in de grote rechthoek voor het doel van de tegenstander.  Kijk je alleen naar de cijfers, dan lijkt 2003-2004 een lelijke tegenvaller voor mij, maar daar zit een heel verhaal achter.  Hoe dan ook, ik was blij dat ik kon spelen in Eerste, dat ik mee timmerde aan de weg, en ik voelde mij niet te goed om  de mij opgelegde opdracht in functie van heel ons team en van Nordin Jbari in het bijzonder met hart en ziel uit te voeren.

"Was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien."

Ik luister met open mond.  Maar het volgende jaar trok je weg van Cercle.  Uit eigen beweging of moest je weg van Groen-Zwart?

In juli en augustus 2004 trainde ik nog bij Cercle, maar op 31 augustus, de laatste transferdag, hakten Cercle en ik de knoop door: op leenbasis vertrok ik naar de grote verliezer van Cercles kampioenenjaar, naar Heusden-Zolder.  Zowel Cercle als ikzelf achtten dit de beste gang van zaken.  Het Cercle van het voorbije jaar had een ingrijpende verandering ondergaan.  Hoewel hij erin geslaagd was Cercle in Eerste te houden, en hij eerder een gouden medaille had verdiend dan dat, werd trainer Tipuric de laan uitgestuurd.  Harm van Veldhoven verving hem.  Jbari trok naar AA Gent, en Cercle lijfde naast Tom Van Mol drie voorspelers in: Dieter Dekelver, Paulus Roiha, en bijzonder belangrijk voor mij, Darko Pivaljevic.  Er kon geen sprake van zijn dat ik diepe spits zou worden en met een trainer die mij wikte en weegde als “slechts driemaal gescoord”, was er weinig twijfel aan dat ik weinig speelminuten zou krijgen.  Ik trok enthousiast naar Heusden-Zolder, want het zag ernaar uit dat ik het succesrijke Cercleseizoen van twee jaar voordien kon overdoen.  Heusden-Zolder barstte van ambitie. De ploeg bestond echter eerder uit eilandjes dan uit een team, en zoiets leidt onvermijdelijk tot een fiasco. 

Blijkbaar had jij het voor Jerko Tipuric.  Uit verschillende interviews van spelers  is me gebleken dat hun visies over hem  fel uiteenlopen: van oprechte appreciatie tot  veroordeling als was hij eerder een kwakzalver dan een coach.

Ik denk dat de pers hierin een niet al te fraaie rol gespeeld heeft, hem uiteindelijk als een kolderfiguur begon af te schilderen. Het valt niet te loochenen dat hij belang hechtte aan wat voor het voetbal niet eens marginaal genoemd kan worden - de kleur van de urine, de stand van de maan - en dat werd in de pers breed uitgesmeerd, maar Tipuric was een vakman die zowel in kwade als in goede dagen voor een gemoedelijke, een familiale sfeer wist te zorgen.  Ook met spelers van verschillende nationaliteiten liepen we niet als in hokjes naast elkaar.  Het is niet elke trainer gegeven een hele groep concurrenten, waarvan je er onvermijdelijk voortdurend enkele zwaar moet ontgoochelen, zelfs met plezier naar de trainingen te laten komen.  Over wat voor mij volgde op Cercle, ben ik heel tevreden, maar was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien. 

Je liet al verstaan dat je overgang naar de buurt van de Limburgse mijnen  geen succesnummer was.  Je bleef er dan ook maar één jaar.  Hoe verliep je carrière verder? 

Na dat ene seizoen in het verre Limburg trok ik naar Waasland, eveneens in Tweede, en scoorde er 30 goals in 60 wedstrijden.  Daarna, na mijn twee seizoenen aldaar, trok trainer Dirk Geeraerd naar Roeselare, dat in Eerste speelde.  Ik mocht mee, maar kreeg de kans op een mooie job  in het Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart Instituut op enkele kilometers van mijn deur.  Ik greep dat aanbod met beide handen beet, en ben er nog altijd als preventieadviseur en technisch coördinator werkzaam.  Sportief was het een afdaling van Tweede naar Derde Nationale, bij SV Oudenaarde, maar na interessante tussenstadia, doorgaans in stijgende lijn, ben ik nu actief als sportief coördinator bij F.C. Knokke, dat zopas naar Eerste Amateurs promoveerde.  Niet alleen, maar toch vooral, spoor ik jong talent op bij de Beloften van Club, Cercle, Kortrijk, Roeselare, Zulte-Waregem, Gent.

Sinds enkele jaren komen opvallend veel ex-Cerclejongeren bij Knokke terecht.  Lukraak door elkaar som ik even op: Niels Mestdagh, Kieriën Serpieters, Niels Van de Water, Ruben Vanraefelghem, Jannes Vermeulen, Maarten Cobbaert, Alessio Staelens, Niel Dildick, Maxim Vandewalle.  En Nicolas Tamsin en Steven Van Moeffaert hebben zopas na Knokke een ander oord opgezocht.   Dat het zo’n lange lijst is, is geen toeval?

Bij welke ploegen kan er goed opgeleid jong talent gevonden worden dat vermoedelijk net niet voldoende lijkt voor het eerste elftal van een Eerste of Tweede Klasser, maar dat in aanmerking kan komen voor een ambitieuze amateurploeg als F.C. Knokke?  Zonder nodeloos ver te lopen, is dat bij de ploegen die ik vermelde, en voor ons komt Cercle inderdaad als een waardevolle visvijver voor de dag.  Het komt wel eens voor dat talentrijke jeugdspelers menen dat voor hen een basisplaats gegarandeerd is bij een ‘ploegje’ als Knokke, maar dat staat lang niet bij voorbaat vast.  Voor elke speler die door onze selectie geraakt, is het hard knokken bij Knokke!  En, terloops, toen ik als jonge speler van Club naar Standaard Wetteren in Derde overging, scoorde ik slechts driemaal in 20 wedstrijden.  Tijdens de volgende twee seizoenen trof  ik 27 keren roos bij Eendracht  Aalter.  Voor iedereen, maar voor jongeren in het bijzonder, is geduld een mooie maar een noodzakelijke deugd.

"Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie."

Je beëindigde je loopbaan als veldspeler bijna anderhalf jaar geleden.  Die loopbaan duurde 19 jaar na je opleiding bij Club, verliep bij niet minder dan 14 ploegen, en eindigde bij Wingene.  Bij welke ploegen speelde je het liefst?

Bij Cercle en Waasland, en op minder hoog niveau bij Knokke, Wingene en Gullegem.  Dat waren allemaal succesverhalen: bij elk van die sleepten we de kampioenentitel uit de brand.  Weet je waar ik bijzonder fier op ben?  Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie. Wat gekscherend laat ik af en toe eens horen: “Als je spits een neus voor goals heeft, kun je niet zakken…”

En vandaag de dag, na bijna twee decennia op het veld, kun je ook ernaast  genieten van wat je zich ziet afspelen op de grasmat?

Enorm, enorm plezier kan ik eraan beleven.  Ik ben dan ook rechtstreeks en intens bij het gebeuren betrokken.  Niet alleen spoor ik talent op tijdens een viertal wedstrijden per week , ruimer nog behartig ik heel het reilen en zeilen van onze eerste ploeg, in mindere mate ook van onze beloften. Bovendien ben ik een aanspreekpunt voor onze spelers, voor ons bestuur, en in het bijzonder voor onze voorzitter, die als een succesrijk zakenman weet bepaalde taken te delegeren, zodat ik hem zowel sportief als extra sportief wat kan ontlasten.

Om het interview af te ronden, vroeg ik wat de reporter bij een recent interview in het Brugsch Handelsblad wel kan bedoeld hebben, als hij onder een foto laat volgen: “Kristof Arys wordt in Knokke fel geapprecieerd omwille van zijn voetbalkennis en zijn eenvoud.”  Over ‘voetbalkennis’ stelde ik mij geen vragen, maar waaraan dacht  JPV als hij verwees naar Kristofs ‘eenvoud’?  Kristof zal het wel juist voorhebben als hij meent dat JVP daarmee zinspeelt op het feit dat hij vlot en helemaal zichzelf zijnde contact weet op te nemen met wie dan ook.  Evenzeer voelt hij zich op zijn gemak in het bureau van zijn voorzitter bij Knokke, in het bureau van Vitali of Mannaert, als in om het even welk lokaal van Wingene of rond het veld van om het even welk team.  En omgekeerd!  Het is niet omdat hij in Eerste heeft gespeeld, omdat hij vijf jaar profvoetballer was, dat hij zich te goed zou voelen om met mensen van het provinciale voetbal kameraadschappelijk om te gaan. Een vriendelijke ‘goeiedag’, een praatje slaan met Jan en alleman, een openhartig interview: het typeert en eert Kristof Arys, zonder wie we “da joar, 2002-2003, nooiet kampioen geworden woaren, adden we èm nie gèt.”

(Georges Volckaert)

 

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Yoann Etienne

Praatje met een speler - Yoan Etienne


 ‘Eerste profervaring bij Cercle Brugge’


Op de dag dat de nieuwe hoofdsponsor werd voorgesteld had ik een afspraak met Yoann Etienne op Cercle Brugge.  Voor de gelegenheid ging het interview door in de loges.  Terwijl de journalisten en medewerkers genoten van een lekkere hutsepot met worst interviewde ik onze jonge linkerflankverdediger.  In België zet hij op Cercle zijn eerste stappen op het hoogste niveau.

Yoann, kun je even voor onze lezers je professionele carrière tot op heden schetsen?  
 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Langste anciënniteit - David Carpels

David Carpels heeft onder de jeugdtrainers de langste staat van dienst. Een zware blessure maakte indertijd een einde aan zijn voetballoopbaan in de provinciale reeksen. Na een intermezzo als coach van o.a. het eerste elftal van Hoger Op Oedelem besefte hij dat zijn hart bij de jeugd lag en dat hij jongeren wilde opleiden. 

David, na 15 jaar verschillende jeugdteams van Cercle getraind te hebben, maakte je een zijsprong naar de scouting voor de A-kern en de video-analyse van de jeugd. Ondertussen coach je opnieuw een ploeg. 

Op een gegeven moment begon het trainer zijn een beetje te wegen. Elke dag na je werk je in zeven haasten begeven naar de oefenvelden, pas om 21.30u thuiskomen, daarna eten, om vervolgens nieuwe trainingen voor te bereiden, en tijd vrij te maken voor het gezin. De scouting en de video-analyse waren daarom voor mij een soort herbronning en het opdoen van andere inzichten. Ik was meer thuis en kon zelf mijn tijd indelen. Na twee jaar kreeg ik echter opnieuw heimwee naar een eigen team. Je mist een zekere spanning: het toeleven met je ploeg naar een wedstrijd, het tijdens de week in functie van die match werken, de ontlading achteraf, …..Ik miste het gras tussen mijn tenen en het contact met jeugdspelers en andere trainers. 

Cercle Brugge kwam de afgelopen jaren op sportief vlak in woelige wateren terecht. Welke impact had dit op de jeugdwerking?

Het is logisch dat als je budget vermindert, dat er ook minder geld gaat naar de jeugd. Het vervoer van jeugdspelers met busjes is tot een minimum herleid. Het bestuur blijft echter zeer veel investeren in de eigen opleiding. Er is zeker geen hakbijl gezet in het aantal trainers of de omkadering. En dat is nodig ook, want de opleiding heeft steeds meer behoefte aan specialisten die ‘vakoverschrijdend’ werken. Experten in periodisering, krachttraining, revalidatietechniek, voeding, psychologie, enz. Op die manier kunnen we het maximale uit elk individu halen. Met Cercle staan we zover nog niet, maar we werken naar dat ideaal toe. 

Door de degradatie van de eerste ploeg spelen jullie nu niet meer in de hoofdreeks. 

Inderdaad, we spelen in Elite 2. Dat is een reeks met zes ploegen uit 1B en zes ploegen uit 1A. Onze jongens spelen dus op hetzelfde niveau als hun leeftijdsgenoten van o.a. KV Oostende en KV Kortrijk. Dat is een goede zaak natuurlijk om onze spelers te motiveren om op Cercle te blijven. Als we nog een stap voorwaarts kunnen zetten in onze opleiding, dan bestaat de mogelijkheid om met onze ploegen in de Elite 1 reeks aan te treden, ook al maakt het eerste elftal deel uit van 1B. Dat is een aantrekkelijk perspectief.

Jij bent momenteel trainer van de U17. Hoe doet jouw team het?

We staan momenteel samen met KV Kortrijk op een gedeelde tweede plaats na leider Eupen. In onze reeks zijn de ploegen zeer sterk aan elkaar gewaagd. Tussen de eerste en de zevende van de reeks gaapt een kloof van amper vier punten. 

“Jeugdtrainer zijn is zoals leraar zijn, een maatschappelijke verantwoordelijkheid”

Je zal het na de winterstop wel moeten rooien zonder een paar dragende spelers. 

Inderdaad, we hebben ervoor gekozen om Olivier Deman en Gianni Swennen door te schuiven naar de U19, om hen te laten kennismaken met een hoger ritme van trainen en spelen. Gianni is een grote, balvaste aanvaller die een actie voor zichzelf kan creëren, wat niet iedere nummer 9 kan, en hij bezit een neus voor doelpunten. Olivier Deman is een schaduwspits die de ruimte weet te vinden en over een groot infiltratievermogen beschikt. Dat zijn spelers die even ver staan als een Stijn Desmet en Lukas Van Eenoo op dezelfde leeftijd, maar een garantie op succes is dat nog niet. 

Je hebt inderdaad al veel jeugdspelers de revue zien passeren. Kon jij al bij de scholieren of junioren voorspellen of iemand het zou maken of niet?

Ik denk dat dit sowieso heel moeilijk is. Ik heb in het verleden veel jeugdinternationals in mijn ploegen gehad, maar vaak waren dat spelers die op fysiek vlak voor waren op hun leeftijdsgenoten. Omgekeerd zijn er spelers als Mathieu Maertens die bij de jeugd er niet boven uitstaken, maar die toch van hun voetbal hun broodwinning hebben kunnen maken. Voetballers op de leeftijd van 17 jaar moeten op elk vlak nog een stap vooruit kunnen zetten, en niet iedereen slaagt daar om fysische of mentale redenen in. Je moet blijven evolueren, en of dat lukt is moeilijk jaren op voorhand te voorspellen. 

Is de 1B-reeks eigenlijk geen godsgeschenk voor de jeugd?

Ik vind van wel. Ik begrijp dat supporters hun team liever in 1A zien, maar voor de jeugd maakt dat de kans om door te breken een stuk moeilijker. Een Felix Reuse en Nicholas Tamsin indertijd hadden zeker de kwaliteiten om profvoetballer te worden, maar op het moment dat zij piepten aan de deur van de hoofdmacht, zat Cercle in een hoogconjunctuur en kregen ze daarom geen speelkansen. Ondertussen zijn zij naar een lagere afdeling afgezakt, maar zijn ze nu 18, dan maken ze bij ons waarschijnlijk deel uit van het eerste elftal. Denk ook terug aan de tijd met Frederik Boi, Denis Viane en Bram Vandenbussche. Ook zij hadden tweede klasse met Cercle nodig om rustig te evolueren en uiteindelijk profvoetballer op het hoogste niveau te worden. 

“Cercle heeft veel geduld met eigen jeugd, dat zit in het DNA van de Vereniging”

Dat is een pleidooi voor onze jeugd om niet naar andere oorden te trekken.

Tenzij je een absoluut toptalent bent, maar dat hebben we niet, blijf je als speler van de bovenbouw beter bij Cercle Brugge, dan naar een topclub te gaan om in de Elite 1 te gaan spelen. In de 17 jaar dat ik op Cercle Brugge ben, is trouwens nog geen enkele jongere die in de bovenbouw Groen-Zwart verliet voor het prestige van een topclub profvoetballer geworden. Cercle heeft veel geduld met eigen jeugd, dat zit in het DNA van de Vereniging. Men focust zich bij een jongere immers vaak teveel op gebreken en niet altijd genoeg op de kwaliteiten die zij bezitten. Met ontwikkelend talent moet je geduld hebben; elke jeugdspeler heeft op een bepaald moment een dipje. 

Spelers die je vroeger onder je hoede had, prijzen vooral je taktisch inzicht en je individuele benadering van spelers.

Die twee zaken hangen vaak samen. Ik hecht veel belang aan organisatie op het terrein en een duidelijke afbakening van basistaken en verantwoordelijkheden. Spelers hebben behoefte aan een structuur waarin ze precies weten wat ze moeten doen, bijvoorbeeld op vlak van het lopen zonder bal, de omschakeling in balverlies of balbezit, …. Je mag slecht spelen of op technisch vlak onderliggen, als je zeer georganiseerd speelt, kun je een wedstrijd toch naar je hand zetten. Het spel leren lezen moet er door veel herhaling in geslepen worden. Soms zijn het details die wel degelijk het verschil kunnen maken. Hoeveel balverlies wordt er bijvoorbeeld niet geleden na een inworp? We zijn ons daar niet altijd bewust van, maar door de spelers in kwestie te confronteren met opgenomen beelden van henzelf, gaan hun ogen vaak open.

Tot slot. David, je werkt je al 17 jaar lang dag in, dag uit uit de naad voor de jeugd van Groen-Zwart. Heb je er nooit aan gedacht om trainer te worden van een nationale of provinciale eerste ploeg waar je ongetwijfeld meer kan verdienen?

Op het eind van vorig seizoen is Jurgen Van Opstaele, die 15 jaar bij Cercle jeugdtrainer geweest is, naar Racing Club Gent getrokken. Ooit heb ook  ik wel eens die stap overwogen, maar ik voel dat mijn hart bij de jeugd ligt. Jeugdtrainer zijn is zoals leraar zijn, een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Je hebt als trainer vooral de taak en verantwoordelijkheid om de jongens zoveel mogelijk aan te reiken en hen te begeleiden in hun vervolmaking als voetballer en hun zoektocht naar de volwassenheid. Jongeren zijn op menselijk en voetbalvlak nog ruwe bolsters, je kan en mag hen nog veel leren en je werkt altijd toe naar resultaten op langere termijn.  En dat is dankbaar werk, zo ervaar ik dat toch.

Bedankt voor het interview!

(D. Vermeersch)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
The revival - Miguel van Damme

Bij de aanvang van de voorbereiding van het vorige seizoen kwam het als een donderslag bij heldere hemel. Bij Miguel Van Damme werd leukemie vastgesteld.  In februari interviewden we Miguel die toen vol goed hoop was dat de revalidatie goed verliep en hij keek reeds vooruit naar zijn eerste stappen op de groene mat. Terecht blijkt nu. Zijn doorzettingsvermogen als sportman, de medische bijstand die hij ontving, de morele steun van velen en mogelijks net dat tikkeltje geluk dat iedereen nodig heeft, bracht hem inderdaad terug op het voetbalveld.  Dat dit reeds mogelijk was in de Bekerwedstrijd tegen Genk is op zich een half mirakel.  Weinigen deden het hem voor.

We hadden een kort gesprekje met hem “the day after”.

Miguel, goed een jaar na de vreselijke diagnose stond je tegen KRC Genk op het hoogste niveau opnieuw tussen de palen?

’t Is zot geweest.  Ik had nooit gedacht dat het zo snel zou gaan.  Ik herinner me nog goed dat ik ruime tijd geleden een gesprek had met de ploegdokter die me vertelde dat we het bij het begin van het seizoen rustig zouden opbouwen en voornamelijk met de kine’s werken en als alles goed zou verlopen dat ik in december of bij de winterstage zou kunnen meetrainen met de groep en eventueel wat wedstrijden spelen.  Nu blijkt dat ik met de zomerstage reeds kon meetrainen en enkele wedstrijden met de Beloften spelen.  Het is immens hoe snel het gegaan is.  Mijn lichaam heeft het goed aangenomen.  Alleen maar positieve zaken dus.

20 september 2017 zal wellicht een speciale dag blijven voor jou?

Inderdaad.  Ik heb reeds enkele wedstrijden met de Beloften achter de rug, maar nu voor het grote publiek terug te komen  en het vertrouwen krijgen van de trainers, is vanzelfsprekend heel positief en heel leuk.   Ik ben er hen heel dankbaar voor.  Ook voor de steun die ik van de supporters kreeg, zowel voor als na de wedstrijd.  Het is een moment dat altijd in mijn hart gegrift zal staan.

De supporters stonden inderdaad letterlijk en figuurlijk achter je.

Reeds tijdens de opwarming voelde ik me gesterkt door hen.  Ook tijdens de wedstrijd en er na.  Elke bal die je pakt of elk goed moment die je hebt in de wedstrijd hoor je inderdaad de mensen die achter je staan positief reageren.  Ook tijdens de periode dat ik ziek was kreeg ik heel veel steun van vele mensen.  Dit zowel van Cercle uit als van de voetbalwereld in het algemeen.  Daar trek je je aan op.

Ook Cercle op zich bleef in je geloven.  Je contract liep immers af tijdens je ziekte en toch kon je bijtekenen.

Door mijn ziekte kwam ik in een onzekere situatie.  Eerst denk je voornamelijk aan genezen, maar naarmate je dichter bij die genezing komt, komt het sportieve dan toch terug boven water.  Als je op dat ogenblik van Cercle hoort dat ze steeds van plan waren om mijn aflopend contract te verlengen, en mij de tijd te geven om terug te keren op het hoogste niveau, gaf dat een enorme boost voor mezelf en ook voor mijn familie.  

Je “debuutwedstrijd” was niet mis?

Ik had een positief gevoel na gisteren.  Ik kon enkel goede ballen pakken en we hebben ons terug in de match kunnen knokken.  Spijtig van die lucky goal, maar we moeten de positieve zaken uit die wedstrijd onthouden.

Die eerste wedstrijd op het hoogste vlak, verteerde je die fysiek goed?

Ik trainde vandaag terug mee met de groep en kende totaal geen weerslag van gisteren.  Gisterenavond ook geen abnormale vermoeidheid.  Ondanks dat ik nog om de maand een lichte kuur krijg, heb ik er helemaal geen last van.  Ook de dokters zijn positief verrast.  

Ook je vriendin is onvoorwaardelijk blijven achter je staan en volgend jaar huwen jullie?

Inderdaad.  We wonen reeds in ons nieuw huis maar op 15 juni komend jaar treden we in het huwelijksbootje.  Alweer iets om naar uit te kijken.

Tot slot, je bent , samen met chocolatier Dominque Persoone, het gezicht van “Levensloop”?

Dit is een heel mooi initiatief van die mensen.  Het is het tweede jaar dat ze dit organiseren. Toen ze me vroegen om peter te zijn, twijfelde ik natuurlijk geen moment.  Je komt uit zo’n situatie en je weet wat die mensen doormaken, dan is dit het minste wat je kunt doen om je steun te betuigen en hen helpen een mooi bedrag in te zamelen.  Een mooi initiatief en ik hoop dat het een geslaagde dag zal worden voor de organisatie.

(Georges Debacker)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Integratie verloopt vlot - Guévin Tormin

In de aanloop naar de twee thuiswedstrijden tegen SK Lierse en Beerschot-Wilrijk trok ik nogmaals richting het spelershome van Cercle Brugge.  De spelers waren nog volop aan het ontbijten toen ik een gesprek had met Guevin Tormin.  De jonge Fransman van 19 kwam in het tussenseizoen over van AS Monaco.  Een gesprek over zijn verleden, zijn tijd bij Cercle en de ambities op korte en lange termijn.  

Guevin, je bent bezig aan je eerste maanden bij Cercle Brugge.  Kun je je sportieve carrière tot nu toe even schetsen voor onze lezers?  

Ik ben 19 jaar en ben sinds deze zomer inderdaad een speler van Cercle Brugge.  Ik heb een contract bij AS Monaco en wordt door hen uitgeleend aan Groen-Zwart.  Samen met Paul Nardi, Jordy Gaspar, Jonathan Mexique en Tristan Muyumba.  In 2012 maakte ik de overstap naar de academie van AS Monaco.  Tot dan toe speelde ik bij de jeugd van Red Star Parijs.  

Je hebt er ondertussen al een paar maanden bij Cercle opzitten.  Wat was je eerste indruk van de vereniging?  

Ik moet eerlijk toegeven dat ik Cercle Brugge niet kende.  Van de Belgische ploegen kende ik enkel Anderlecht, Gent en de buren van Club Brugge.  Maar ik leerde in die eerste maanden Cercle en Brugge beter kennen.  De eerste indruk was dus echt goed.  De nieuwe spelers werden erg goed ontvangen en ook de faciliteiten zijn hier zeer aardig.  Er is een goed oefenveld en ook naast het trainen en het spelen van de wedstrijden is alles goed geregeld voor de spelers.  Voor jonge gasten als ik is het buitenland een grote stap.  Maar er wordt hier alles aan gedaan om die stap zo goed mogelijk te verteren.  

"De wedstrijd tegen KRC Genk wordt voor ons een leuke wedstrijd."

Even over de ambities.  Wat is de ambitie met de ploeg en wat is je persoonlijke ambitie in je carrière?  

Er is gewerkt aan een zeer competitieve ploeg.  De concurrentie is zeer groot en dat komt het niveau alleen maar ten goede.  Het houdt iedereen scherp en iedereen wil gewoon spelen.  De ambitie met de ploeg is dan ook zeer duidelijk.  Cercle wil terug naar het hoogste niveau en daar zullen wij alle aan doen.  De persoonlijke ambitie op de korte termijn is om het hier zo goed mogelijk te doen en ervaring op te doen.  Op lange termijn keer ik terug naar Monaco en probeer ik daar de eerste ploeg te halen.  

Hoe blik je terug op de eerste wedstrijden?  In de competitie werd er zes op negen gehaald?

In de competitie hebben we eigenlijk al alles meegemaakt.  Op Westerlo kwamen we achter, maar toonden we de nodige mentale weerbaarheid om het nog recht te zetten.  Thuis tegen Union brachten we echt goed voetbal en wonnen we ook erg verdiend.  De uitmatch op Leuven was er één om snel te vergeten.  Alles liep fout en Leuven scoorde bij elke mogelijkheid.  We hebben veel geleerd tijdens die wedstrijd.   De competitie is hier ook veel intenser en fysieker dan in Frankrijk.  Dat is voor mij het grootste verschil.  Maar het is goed dat ik hier echte wedstrijden met inzet speel.  Dit is goed in mijn ontwikkeling als speler.  Het concept van de competitie is toch ook even aanpassen.  We spelen vier keer tegen dezelfde tegenstander.  Momenteel ken ik enkel de teams waartegen we al gespeeld hebben, maar we zullen alle teams pas goed kunnen inschatten nadat we ze allemaal één keer bekampt hebben.  

In de beker werd de 1/16de finales bereikt na winst tegen Temse?  

Inderdaad.  Het was geen makkelijke wedstrijd.  Temse speelde aardig en kwam op voorsprong.  Ik kon de gelijkmaker lukken.  Tijdens de verlengingen konden we dan afstand nemen.   De volgende ronde wacht nu een thuiswedstrijd tegen Racing Genk.  Dat wordt voor ons een leuke wedstrijd.  We kunnen ons tonen en het soort voetbal dat Genk speelt moet ons wel liggen.  We zullen die wedstrijd zonder stress afwerken.  

Je bent zoals al gezegd uitgeleend door AS Monaco.  Heb je daar nog veel contacten?  

Ja, hoor.  Ik volg hun wedstrijden natuurlijk op de voet.  Vorige weekend wonnen ze nog met 6-1 van Marseille.  Regelmatig hoor ik ook wat spelers.  En ik weet dat zij ons hier op Cercle van dichtbij volgen.  

Laten we hopen dat Guevin nog vaak beslissend mag zijn voor Cercle Brugge en nog een mooie carrière kan uitbouwen! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Schijnwerpers op … Luc Constandt

Bij het vallen van het blad. SHOT Online sprak met Luc Constandt, bestuurslid van de VZW Cercle Brugge en Cerclist in hart en nieren. Net voor de aftrap tegen Waasland-Beveren spraken we de bedrijfsleider uit Maldegem bij een kop warme soep.

Lees meer