koop tickets online

Crescendo

Hoewel deze term - het geleidelijk versterken van de toon - afkomstig is uit de (Italiaanse) muziekwereld, is deze overgangsdynamiek treffend voor wat we de voorbije weken meemaakten op Cercle.  Achttien op achttien, ik herinner me niet spontaan wanneer we dit eerder beleefden.  Bovendien is Groen-Zwart ook reeds acht wedstrijden op rij ongeslagen.  Ondanks tweemaal met tien man te moeten spelen en een 2-0 achterstand op “het Kiel”, vochten onze spelers met succes terug.  Niet mis voor een behoorlijk jonge ploeg met voornamelijk technisch talent.  De hand van coach Vercauteren laat zich voelen.

De wil om te winnen en te ‘vechten’ was zeer duidelijk in de voorbij wedstrijd tegen Roeselare.  Gezien de omstandigheden deed deze nipte overwinning dubbel deugd.  Met de beslissing van scheidrechter Dieperink om Lambot rood te geven bij de aangeschoten bal, was het net of hij ons de dieperik wou induwen.  Nog tal van zijn (en eerste assistent) beslissingen smaakten bij de Groen-Zwarte fans als een Zeeuwse slijkmossel.  Een Vlaams gezegde luidt: “Als je van een “Hollander” niet gekl**t wordt, is hij het vergeten” (sorry voor onze Nederlandse Cerclevrienden).  Wel, deze was het niet vergeten.  Zo oordeelde althans het grootste deel van de tribunes.  Het Bondsparket  oordeelde de maandag nadien terecht dat de uitsluiting (meer dan) voldoende was.  Zodoende kan Benjamin vrijdag aantreden op OHL.

Betreffende journalistiek kan men zich ook soms “blauw ergeren”, wat voor een Cerclesupporter natuurlijk dubbel erg is… Over de strafschopfase lazen we (digitale versie van grote kranten) dat Lambot de bal met de handen (meervoud) uit het doel haalde.  Nou jongens, die noemen zich dan journalist!  Even flagrant, zo niet flagranter, was de berichtgeving over het “besmeuren met verf van het eigen stadion”.  Aanleiding: één berichtje van een idioot op de sociale media.  De juistheid van het bericht verifiëren, of achtergrondinformatie opzoeken is voor bepaalde perslui (die naam niet waardig) blijkbaar te veel moeite.  Gelukkig zijn er tal van andere journalisten die hun werk wel au serieux nemen.

In een vorig stukje had ik het o.a. over het gebrek aan persbelangstelling voor 1B.  Anderzijds valt het wel op dat er naargelang wie er aan de leiding staat ruimere artikels over die ploeg verschijnen.  Zowel vorig seizoen als het huidige was de omvang van de artikels telkens ruimer als het ploegen aan de Schelde betrof …

Afin, wat natuurlijk écht van tel is, is onze positie.  In de algemene rangschikking staan we op de eerste plaats met o.a. het meest gescoorde doelpunten.  Op zich heeft die plaats (cf. Lierse vorig jaar) slechts een symbolische waarde.  Het kan wel zijn nut hebben bij de finalewedstrijden waar we vanzelfsprekend hopen van de partij te zijn.  Plaatsen we ons en staan we eerste, dan mogen we de belangrijke terugwedstrijd thuis spelen.  Ook zijn actueel enkel Cercle en Beerschot, indien ze niet promoveren, de twee enige ploegen die nu reeds mathematisch zeker zijn van deelname aan PO2.

Ook met de kijkcijfers gaat het crescendo.  We spreken niet over overvolle tribunes, waarbij  een groot deel van ons zich trouwens onwennig zou voelen, maar over een leuke bezetting met een goede sfeer.  De Brugse politie (en belastingbetaler) hoeft er zelfs geen agent extra  voor in te zetten/betalen …

Nog een uitsmijter: binnenkort wordt de “gouden schoen” uitgereikt.  Als de stemgerechtigden van nu de kortzichtigheid van hun collega’s destijds willen rechtzetten, dan is er maar één mogelijke winnaar: postuum drievoudig topschutter Josip Weber!  Al is het symbolisch  …

Tot slot nog een treurige vermelding, maar met onze hoop dat het goed afloopt.  Na de wedstrijd tegen Roeselare werd Alexander Boi, broer van Fré, nog in volle euforie van de winst, voor zijn deur aangereden.  Alexander verkeert op het ogenblik van dit schrijven nog in kritieke toestand.  We wensen de ganse (Cercle-)familie Boi veel sterkte en hoop op een goede afloop.

Cerclevrienden, steun Groen-Zwart in deze laatste vier cruciale wedstrijden van de reguliere  competitie door uw aanwezigheid én aanmoedigingen.  We zijn er bijna, maar nog niet helemaal.  Kent u het liedje nog?

Laat ons crescendo gaan/spelen…

Leve Cercle!

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
42e souper Cerclevrienden Veldegem
Lees meer
Cerle Brugge KSV
Jong, ambitieus sluitstuk - Paul Nardi

Onze jonge “Monegask”, 22 jaar (18 mei 1994), is afkomstig uit Vesoul, een Frans stadje met een kleine 16.000 inwoners.  Het situeert zich in de driehoek Nancy/Dijon/Colmar.  Een koude maar prachtige streek (het dichtstbijzijnde skigebied ligt op amper 55 Km.), dixit Paul.  Wat Jacques Brel met Vesoul te maken heeft leest u verder in het artikel.

Paul, o.a. Frans jeugdinternational bij de U17, U18, U19, U20 en Beloften, is ambitieus en wil zoveel mogelijk wedstrijden spelen om zijn carrière te lanceren.  Dat hij over heel wat kwaliteiten beschikt, en niet toevallig een vijfjarig contract heeft bij Monaco, merkten onze supporters ook reeds op.

We voerden een gesprekje kort na de hervattingen van de trainingen, na een weekje verlof bij het aflopen van de reguliere competitie in 1B.

Gewoontegetrouw polsen we naar de eerste voetbaljaren.  Hoe zit dat bij jou?

Ik was van meet af aan doelman.  Hoe dit komt?  Ik had een oudere broer en toen we buiten speelden trapte hij ballen en ik poogde ze te stoppen.  Zo simpel is het.
Mijn eerste ploegje was in Vaivre-et-Montoille, net buiten Vesoul, en daarna speelde ik tot mijn twaalf jaar bij Vesoul HSV.

Zoals heel wat Franse spelers trok je naar een “centre de formation”?

Inderdaad.  Ik sloot aan bij het “centre de préformation” van AS Nancy.  Het was een combinatie school/internaat.  Op mijn 15/16 werd het het “centre de formation” met een traditionele opleiding van drie jaar.  Ik werd prof op mijn 18e.

Al vrij snel werd je titularis.  Enerzijds niet zo evident want de 1e doelman, Damien Grégorini, was een ervaren doelman met achtergrond bij Nice en Marseille?

Damien was inderdaad een gerespecteerd en ervaren doelman maar hij naderde het einde van zijn carrière.  Daarnaast kende hij een aantal familiale problemen op dat ogenblik en na een zestal wedstrijden in het seizoen 2013-2014 werd ik titularis (33 wedstrijden; nvdr).  Als jonge gast werd ik immers, met het vooruitzicht om hem ten gepaste tijde te vervangen, reeds voorbereid.  Ik heb ook heel veel steun aan hem gehad.  Hij heeft me geholpen om nr 1 te worden en hij was belangrijk voor mijn carrière.  

Het was een fantastisch jaar voor mij.  Ik was 18/19 jaar, eerste doelman, ik speelde in Toulon een toernooi met de Franse U20 en Monaco bood me een vijfjarig contract aan…
De Monegasken leenden me terug uit aan Nancy, zodat ik alweer een dertigtal wedstrijden ervaring kon opdoen in de Ligue 2.  

Mijn bedoeling is om voortdurend progressie te maken

Bij Monaco kon je even van de eerste ploeg proeven?

Ik speelde twee wedstrijden in de Ligue 1 en vier Bekerwedstrijden.

Aanvang dit seizoen leende Monaco je uit aan Stade Rennais (Ligue 1), maar je kwam er niet aan spelen toe?

Normaal zou hun doelman, Benoît Costil, vertrekken, maar dit gebeurde niet.  Ik was er dus 2e doelman.  Ik wou spelen en me herlanceren en toen kwam het voorstel van Cercle.  Ik twijfelde geen ogenblik! Mede door de blessure van Gilles Lentz op dat ogenblik kwam je meteen tussen de palen en dit lijkt aardig te lukken.  Je pakte ook reeds punten voor Cercle. Ik werkte hard sinds ik hier kwam en kon mijn plaats bemachtigen.  De vruchten van mijn arbeid zijn er.  Ik ben tevreden.  Dat ik reeds punten pakte voor Cercle?  Om die reden ben ik naar hier gekomen.  Het was een uitdaging voor mij.  De samenwerking met Monaco kan een goede zaak zijn.  Ik focus me actueel op die zes resterende wedstrijden.  Daarna praat ik wel met Monaco.  Mijn bedoeling is om voortdurend progressie te maken, door wedstrijden te spelen uiteraard.
Het doet ook deugd als je tijdens of na de wedstrijd de supporters je naam hoort scanderen.  Dat doet veel plezier.

In het kader van “opvallen met prestaties” is het wellicht spijtig dat we net niet deelnemen aan PO2?

Het is inderdaad echt spijtig.  In de relatief korte tijd dat ik hier ben vind ik dat we PO2 waardig zijn. Het is frustrerend dat dit ons ontlopen is.  Maar ja, dat is voetbal.  Nu is het allerbelangrijkste Cercle in 1B te houden.

Was het voor jou moeilijk om telkens, omwille van blessures, met een andere verdediging voor je te spelen?

Voor mij is het niet zo belangrijk.  Het zijn allemaal goede spelers.  Op training werk ik met allen.  We zijn jong en passen ons snel aan.  Geen probleem dus.

Bevalt het je hier in België?

Zeker.  Ik ben hier heel goed ontvangen.  Ik woon, samen met mijn vriendin, vlakbij de zee in Wenduine.  Zij is mij overal gevolgd.  In Nancy, Monaco, Rennes, hier.  Dat is goed voor mij.

Je weet ongetwijfeld dat Jacques Brel een lied schreef over Vesoul?

Ja, ik word vaak met deze vraag geconfronteerd.  Het is mooi dat hij een liedje componeerde over mijn meest geliefde stad (1)

Tot slot: ik veronderstel dat de week vakantie deugd deed na afloop van de reguliere competitie?

Zeker! Ik bezocht mijn ouders in Vesoul en jeugdvrienden in Nancy.  Ondertussen hebben we alweer goed gewerkt op training en zien we er naar uit om Cercle veilig te stellen.

(1) Jacques Brel overnachtte in 1960 in Vesoul en bracht de avond door met hotelgasten, het personeel en de uitbaters.  Hij beloofde een lied te maken over Vesoul.   In 1967 verbleef hij er opnieuw voor een nacht.  Hij hield zijn eerder woord en in 1968 kwam de plaat uit.

U kunt het beluisteren via: https://www.youtube.com/watch?v=tVKWiseNGUU 

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Een jeugdspeler aan het woord

Ward Vandenbroucke – U10

Eens supporter, altijd supporter. Shot wil daarom ook de allerjongsten aan het woord laten. In deze aflevering stellen we Ward Vandenbroucke voor. Ward woont in Snellegem, is negen jaar oud en verdedigt sinds dit seizoen met veel enthousiasme de kleuren van Groen-Zwart. 

Dag Ward, wanneer ben je beginnen voetballen?

In Snellegem is geen ploeg, dus ik speelde eerst vier jaar voor VKSO Zerkegem, waar ook Denis Viane ooit is beginnen shotten. Vorig seizoen ging het goed en klopten de scouts van KV Oostende, Cercle Brugge en KFC Varsenare aan. 

Waarom heb je uiteindelijk voor Cercle gekozen?

Marc Van Opstaele, de hoofdscout van de jeugd, nodigde me uit om vier keer te komen testen.  Mijn ouders en ik werden hartelijk ontvangen. Ik was onmiddellijk op mijn gemak en had een goed gevoel. Mijn papa zei dat Cercle Brugge al jaren bekend staat om zijn goede en warmmenselijke opleiding. Voor mijn ouders speelden natuurlijk ook praktische redenen mee: de afstand naar Brugge zorgt voor minder tijdverlies dan een verplaatsing naar Oostende. De eerste ploeg van KVO speelt wel in 1A, maar bij de jeugd voetballen we in dezelfde reeks. Ik heb ondertussen geen spijt van mijn keuze, ik ben hier immers heel graag.

De jeugd van Zerkegem speelt gewestelijk voetbal, en nu ben je actief op nationaal niveau. Dat was voor jou wellicht een heel grote stap?

Dit klopt, het verschil is immens. Ik train plots drie keer per week, de oefeningen zijn moeilijker en het niveau van mijn ploegmaats op training en van tegenstanders in wedstrijden is veel hoger. 

In de kern van de U10 zitten 23 spelers. Hoe werkt dit in de praktijk?

Elke ploeg in onze reeks heeft bij de U10 twee teams, die elk wekelijks een 8 tegen 8 wedstrijd spelen. Ook bij ons zijn de 23 kinderen in twee groepen verdeeld. Er bestaat geen A of B-ploeg met de betere of iets mindere voetballers. Om de vier weken wordt daarentegen de groep door elkaar geschud zodat iedereen eens met iedereen speelt. Onze coaches zijn Nicolas Poppe en Pablo Vermote. Het zijn twee heel toffe trainers. Ze hebben een goede band met alle kinderen, vertellen graag eens een mopje en spelen vaak mee met ons.

Je vader Lieven, die jeugdcoördinator is van VKSO Zerkegem, was vroeger een fervent atleet. Hij liep enkele jaren geleden de Marathon des Sables, een zesdaagse ultraloop van 254 kilometer in de woestijn van Marokko bij een temperatuur van meer dan 40 graden.  Ik stel me dan ook voor dat jij een box-to-box voetballer bent die over veel loopvermogen beschikt. Heb ik het juist?

Ik ren veel in een match, maar ik ben toch een ander type speler. Bij Zerkegem speelde ik centraal achteraan, maar daar had ik het te gemakkelijk. Om het voor mij iets uitdagender te maken speel ik nu op de flanken, op de posities 7 en 11, maar ik kan op bijna alle plaatsen uit de voeten. Technisch ben ik goed, ik kan in een 1 tegen 1-situatie een tegenstander uitschakelen als dat moet, en ben vrij snel.  Mijn papa denkt dat ik toch een verdediger zal worden omdat ik het spel het liefst voor mij heb, en voortdurend positioneel denk, maar we zullen wel zien in de toekomst. 

Je hebt je sterke punten opgesomd. Ongetwijfeld zijn er ook zaken waar je nog hard moet aan werken. Welke zijn die?

Ik ben iets te timide op het veld. Het duel moet ik meer durven aangaan. Ik mis nog wat grinta en onverzettelijkheid. Daarnaast moet ik de kwaliteiten die ik heb beter durven gebruiken. Soms ben ik immers te onzeker om een dribbel aan te gaan. Ik moet dus meer geloven in mijzelf. 

"Ik hoop dat de A-kern spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen."

We vroegen aan één van je trainers, Nicolas Poppe, of hij zich kan herkennen in het beeld dat je van jezelf schetst.

(Nicolas) Ik denk het wel. Ward is, zoals hij zelf zegt, tweevoetig maar moet nog meer zijn tweede voet durven gebruiken bij een passeerbeweging. Hij draait heel goed mee in de groep, maar bezit door zijn verleden bij een gewestelijke ploeg nog over heel veel groeimarge, en daar gaan we samen aan werken. Ik wil er nog aan toevoegen dat Ward voor zijn leeftijd zeer matuur is. Hij is bovendien positief ingesteld, ligt goed in de groep en is altijd zeer enthousiast. Het is een plezier om zo iemand in het team te hebben. 

(Ward) Ik ga heel graag trainen, zelfs als het regent en sneeuwt. Ik speel zo graag voetbal dat ik op dinsdag ook nog minivoetbal bij De Zotte Mutse uit Brugge. De voorwaarde van mijn ouders was wel dat ik een goed schoolrapport blijf hebben. 

Hoe doet de U10 het in wedstrijden, Ward?

We spelen matchen tegen bijna alle ploegen van 1A en 1B uit het Vlaamse landsgedeelte.
Er is nog geen klassement, maar de resultaten zijn heel degelijk. Anderlecht, Club Brugge, Lokeren en Gent zijn een maatje te groot, maar we kunnen onze voet zetten naast alle andere tegenstanders.

Volg je ook de competitie van de eerste ploeg?

Natuurlijk! Ik ga ook regelmatig kijken. Mijn favoriet is Yagan omdat hij op dezelfde positie speelt als ik.  Ze mogen niet degraderen want dat heeft enorme gevolgen voor de jeugd en dan spelen we niet meer op nationaal niveau. Ik hoop dat de spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen. 

Laten we hopen dat ze dit lezen, en goed in hun oren knopen! Tot slot, ik hoorde dat je een fervent verzamelaar was van de stickers van het plakboek van Cercle Brugge.

Van mijn ploeg was ik inderdaad het snelst klaar met het vullen van mijn boek. Ik ging een paar avonden naar de Carrefour, wachtte daar aan de kassa, en vroeg aan de mensen die de stickers niet moesten hebben of ik die van hen mocht krijgen, en dat lukte meestal. Ik vond dat plakboek een heel leuk initiatief van Cercle Brugge.

Bedankt voor het interview, Ward en nog veel voetbalplezier!

(D. Vermeersch)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Laatste koploper van heerlijke reeks? Frederik Boi

Frederik Boi weet wat waardering verdient, en wat niet.  Van statistieken houdt hij niet.  Zozeer is hij ervan doordrongen dat voetbal een teamgebeuren is dat hij lijsten van top-schutters en meeste assists eerder als een bekoring tot individualisme beschouwt dan als een uitdrukking van verdienste.  Al staat hijzelf er niet bij stil, zijn naam prijkt bovenaan een heerlijke, statistische weergave. Vragen we ons af welke Cerclespeler voorlopig de laatste is die meer dan driehonderd keren in een officiële match de Groen-Zwarte kleuren verdedigde, dan is ‘Fré’ het antwoord. Met 325 wedstrijden nam hij die koppositie in na zijn laatste Cerclematch in april 2014.  Daarmee verdrong hij na bijna drie jaar Denis Viane van die plaats, die op niet minder dan 383 beurten kan bogen.  En wie zal Fré opvolgen?  Bij het zo veranderde voetballandschap, is de kans op een opvolger wel flinterdun.

Fré, het vorige retro-interview vond plaats in Stekene ten huize van Anthony Portier, nu zitten we hier in jouw huis in Sint-Andries, rechtover de Olympiaterreinen.  Jij en Anthony komen om dezelfde reden aan de beurt: je beëindigt een lange, in hoge mate Zwart-Groen gekleurde, voetbalcarrière.   Anthony houdt ermee op wegens knieletsels, tijdwinst voor zijn gezin en omdat het plezier aan het spel er niet meer is.  En jij, waarom?

Aan meer tijd voor mijn gezin en familiale aangelegenheden hecht ook ik veel belang,  maar bovendien is  de combinatie van mijn werk en competitief voetballen niet meer mogelijk.  Ik droomde er al van voetballer te worden toen ik nog niet eens op de lagere school zat, maar nog voor ik naar het middelbaar ging intrigeerde mij ook alles wat met informatica te maken had.  Sinds een half jaar werk ik nu bij Epson, een Japans bedrijf met wereldwijd 70.000 werknemers, dat printers, scanners en projectoren produceert.  Zozeer een droomjob is dat voor mij, dat ik er de tijdrovende verplaatsing graag bijneem.  Elke werkdag trotseer ik met mijn auto de afstand tussen thuis en Diegem, in de buurt van de Nationale Luchthaven.  Dat komt gemiddeld neer op tweemaal honderd minuten. Per trein zou het even lang duren, en geregeld neem ik zware pakken materiaal mee.

Je hebt ettelijke paren voetbalschoenen bij de Cerclejeugd versleten.  Wat is je uit je prilste Cerclejaren vooral bijgebleven?

Ik kwam als vanzelf als vijf- of zesjarige in het spoor van mijn neef en broers in Cercles Voetbalschool terecht.  De Groen-Zwarte jeugdopleiding stond hoog aangeschreven, het niveau moest zeker niet onderdoen voor dat van ‘de buren’.  Ik was tenger en klein zodat ik  fysisch iets achter was op mijn leeftijdgenoten, maar mijn trainers zagen wel kwaliteiten in mij.  Cercle had toen niet alleen nationale maar ook provinciale jeugdploegen, en meer dan mijn medespelertjes ging ik over van het ene naar het andere niveau.  Ik kon hemelhoog juichen als ik naar ‘nationale’ overgeheveld werd, maar ook bij ‘provinciale’ was het heerlijk voetballen en met veel inzet.  Onder meer met Jan Masureel, Stijn Willems, Bram Vandenbussche en Pieter Doom heb ik goeie vrienden uit ‘provinciale’ overgehouden.  

Je startte als negentienjarige bij de Eerste Ploeg in december 2000.  Herinner je nog die eerste match?  Misschien weet je nog wat jij bij je selectie het meest was: verwonderd, blij, zenuwachtig of zelfzeker? 

Blij was ik alleszins, maar niet verwonderd.  Het moest ervan komen.  In tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de trainers, keek Dennis van Wijk niet alleen naar ‘namen’, maar wie goed presteerde op training, kreeg vroeg of laat de kans om zich tijdens het weekend te bewijzen.  Zenuwachtig was ik toen niet, dat was ik pas later bij mijn eerste derby in het fanionelftal.  En zelfzeker?  Aan zelfvertrouwen ontbrak het me niet.  En, ja, het verloop van die eerste match zie ik nog voor ogen.  We verloren thuis met 1-2 tegen Maasmechelen, dat nochtans niet hoog gequoteerd stond.  Na de match was van Wijk in alle staten…  Hoe ik het er zelf van afgebracht had?  Bij mijn eerste duel kreeg ik een klop op mijn hoofd, en kinesist Geert Leys mocht het veld op om mij te verzorgen.  “Zo gaat dat bij de grote jongens,” zei hij.   En ik moest niet lang wachten op bevestiging daarvan, slechts tot mijn tweede match… 

In het ‘Cerclemuseum’ tref ik iets aan dat me bijzonder merkwaardig lijkt.   In je debuutjaar speelde je 6 competitiewedstrijden, het jaar erop 3, en 7 tijdens het daarop volgende seizoen, Cercles kampioenenjaar 2002-‘3.  Met Cercle in Eerste was je er meteen 28 keren bij en vervolgens was je nog zeven seizoenen na elkaar een vaste waarde met minstens 25 beurten.  Een trainer is een machtig man, maar aan zijn voorkeur kon het niet gelegen zijn want zowel juist na als juist voor de promotie had Jerko Tipuric het roer in handen. Blijkbaar was jij niet goed genoeg voor Tweede, maar onmisbaar in Eerste?

In het kampioenenjaar begon ik heel goed, werd zelfs in een krantenartikel als de revelatie van het seizoenbegin bestempeld.  Tegen Geel speelde ik voor de eerste keer in het midden, voordien rechtsbuiten, en na de match zei Jerko mij: “Jij gaat nooit meer weg uit het midden.”  Nog voor die term bestond, draafde ik toen het veld af als ‘box-to-box speler’, en  dankzij mijn goeie conditie had ik daar geen moeite mee.  Na enkele matchen, helaas, werd ik in Heusden-Zolder zwaar getackeld, recht op mijn knieën.  Mijn mediale band was zo goed als door, en de revalidatie duurde verschrikkelijk lang, voor een stuk doordat ik te vroeg weer op het veld wilde staan.  ‘k Heb alleen nog één match gespeeld op het einde van het seizoen, op Maasmechelen.  

"Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen".

Och, blessure, aan die meest voor de hand liggende verklaring had ik niet eens gedacht!  Na één jaar Eerste deed zich een grote verrassing voor: Tipuric was erin geslaagd Cercle in de topklasse te behouden, maar Harm van Veldhoven nam zijn plaats in.

Die trainerswissel vernamen wij al in Westerlo, juist voor de laatste wedstrijd van het seizoen.  Het zat verschillende spelers zo hoog dat ze, vooral onder impuls van Vital Borkelmans, dreigden de match niet te spelen.  “Wij spelen niet,” zei Vital.  “Je speelt wel,” zei Jerko.  En … we keerden naar Brugge terug met een 1-1 gelijkspel. Ja, dat we  in Eerste bleven met de kern die we toen hadden, was een half mirakel.  Jerko door Harm vervangen konden we nauwelijks begrijpen, ook omdat Cercle toen het kleinste budget van heel de reeks had.  En, terloops, ik beëindig straks mijn voetbalcarrière bij het pas naar Eerste Provinciale gepromoveerde Sporting Blankenberge.  Wie is er de trainer?  Jerko.  Staan we op een degradatieplaats?  Neen, je vindt ons zelfs in de eerste helft van de rangschikking.

Jerko blijft?  Neen.  Maar toch is het niet helemaal hetzelfde als bij Cercle halfweg 2004.  Dat men bij een degelijk spelend voetbalteam na zes jaar hoe dan ook graag eens nieuwe wind laat waaien is minder verwonderlijk dan na twee jaar, zoals toen.   Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen’.

Tijdens Cercles gloriejaar, het eerste onder Glen De Boeck, trok jij voor niet minder dan 33 competitiematchen het Groen-Zwarte shirt aan.  Volgens Anthony Portier waren Cercles knalprestaties wel degelijk eerst en vooral aan Glen te danken.  Deel je zijn mening?

Heel zeker.  Vooreerst beschikte Glen over een stel fantastische spelers, maar daarnaast was zijn aanpak  zoals voetbal hoort te zijn: zo eenvoudig, zo simpel als het maar kan.  Dat komt erop neer dat iedere speler heel duidelijk moet weten wat hem als pion van een team op het voetbalschaakbord te doen staat.  En we wisten het! “Jij dit, jij dat, jij dit, jij dat …”  Voetbal is een loopsport, je moet voortdurend bewegen en je moet erop kunnen betrouwen: “Recupereer ik de bal, dan staat daar een medespeler die ik kan aanspelen.” Elke week opnieuw prentte Glen het ons in, steeds weer hetzelfde, zo ongecompliceerd mogelijk moest het zijn.  We hadden alleen maar verstandige spelers, maar waren er een paar blinden bij geweest, dan nog hadden die geweten wat hen te doen stond.  Wat ons tijdens Glens eerste jaar genekt heeft, dat is de gescheurde kruisband van Tom De Sutter in februari.

Maar dat Glen de glansprestatie van zijn eerste jaar erna niet heeft kunnen overdoen, heeft hij toch wel aan zichzelf te wijten.  “Wij zijn te voorspelbaar,” vreesde hij, en hij stapte af van zijn voor ons zo hanteerbaar systeem.  Ik kan het niet genoeg beklemtonen: “In voetbal is simpel spelen het beste, maar het moeilijkste dat er is.”  Weet je welke speler ik het meest bewonderde omdat hij alles zo eenvoudig mogelijk aanpakte? Dat was Oleg Iachtchouk.  Zijn balcontrole was altijd goed.  Zoals alles bij hem, leek zijn meesterschap over de bal en zijn voortgang in het spel vanzelfsprekend. Kreeg jij echter zo’n bal toegespeeld, dan lag die plots een halve meter weg van je voet.  Een eenvoudige, een intelligente, ook een leuke voetballer was Oleg. 

Dankten jullie je sterkte ook niet aan het feit dat Glen tot het uiterste ging  om de fysische conditie op te drijven? 

Ja, Glen was veeleisend, zeker ook qua fysische paraatheid.  ‘k Zie ons nog een uur aan een stuk ‘volle bak’ lopen in Tillegem.  En ook vele baloefeningen bleven duren tot onze tong op het gras lag…  Ik mag echter gerust beweren dat ik een van de spelers was die daar het minst last van had.  Ik heb het perfecte voetballichaam niet, maar wel een fysisch gestel dat geschikt is voor duursporten.  Wat ik als voetballer het meest mis, dat is kracht, en dat heb ik altijd weten te compenseren door ‘adem’ en snelheid.   ‘k Bezit beelden waarop ik tachtig meter loop langs de zijkant van het veld, de bal rond het penaltypunt van de tegenstander stil leg, binnenschiet, en rustig dooradem alsof ik twee stappen had gezet.

"Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken". 

Niet alleen over Glen De Boeck als trainer kun je meespreken, je hebt er in Cercles fanionelftal, asjeblief,  zeven meegemaakt: Dennis van Wijk, Jerko Tipuric, Harm van Veldhoven, Glen, Bob Peeters, Foeke Booy en Lorenzo Staelens.  Twee vragen liggen voor de hand: wie vond jij de beste, en zou je nu met elk van hen even graag aan tafel gaan zitten?

De meeste trainers die ik heb gehad, waren zeer degelijk, en twee van hen waren zelfs zo goed dat ze nog een paar centimeters boven Jerko uitstaken.  Dat waren Glen en, op gelijke hoogte, Yves Van Borm toen ik bij Knokke speelde. Dat ze ‘de beste’ waren, betekent lang niet dat ik met hen het minst in botsing ben gekomen, zelfs niet dat ik nu met hen het liefst zou tafelen. Een en ander kan complex zijn, hoor.  Dennis van Wijk, bijvoorbeeld, kent geen greintje medelijden op het voetbalveld, maar hij is een crème van een mens erbuiten.

We gaan even weg van Cercle.  Nog voor Van Borm heb jij dat trouwens al gedaan.  Je trok halfweg 2011 naar Oud-Heverlee Leuven, kwam na anderhalf jaar terug naar het Groen-Zwarte Olympia, je werd begin 2015 door Cercle eventjes uitgeleend aan Izegem, knokte twee jaar bij F.C. Knokke en nu ben je aan je laatste matchen bij Sporting Blankenberge toe.  

Bij OHL voelde ik me goed thuis, maar toch was ik blij dat Cercle me weer met open armen ontving.  Ook van de supporters voelde ik hun ‘welkom’ aan - en supporters zijn écht ‘de twaalfde man’: niet elke speler voelt het even intens aan, maar de meesten geeft het een kick van vertrouwen als de supporters positief op hun spel reageren. Al te veel supporters denken dat ze betalen om je te zien winnen, maar, neen, ze staan van hun centen af om je zo goed te zien spelen als het je mogelijk is!  Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken. 

U denkt, lezer, ik kom aan de slotbeschouwing van het interview, en dàt waarmee iedere Cerclesupporter Fré omkranst, is niet eens ter sprake gekomen.  17 december 2006, juist voor de winterstop, Cercle-Club, 63ste minuut: Fré keilt de bal tussen de blauw-zwarte doelpalen.  Het blijft 1-0 tot de scheidsrechter affluit.  Wat een vreugde, wat een euforie!  Eén seconde van uniek succes, en Fré is en blijft levenslang wereldberoemd in heel Brugge!  “Ja, zeker, daarover spreken velen me nog dikwijls aan.”  Op mijn slotvraag of het blijde nieuws dat ik vanmorgen in het Nieuwsblad gelezen heb, klopt, bevestigt Fré dat het, alles in acht genomen, onwaarschijnlijk goed evolueert met Alexander, zijn broer die nog geen maand geleden het slachtoffer werd van een zwaar verkeersongeval.  Een flits, ook hier, maar een gevolg dat écht ingrijpt in het leven.  Voor Alexander, vanzelfsprekend.  Voor Fré ook?  “Ik had voordien al besloten te stoppen met voetballen.  Zoveel tijd eist mijn werk van mij op, dat ik er te allen koste genoeg moet vrij maken voor mijn vrouw, mijn twee dochtertjes en heel mijn familie.  Alexanders accident bevestigt wat ik me al goed bewust was: tijd dient ertoe om die zo interessant mogelijk door te brengen.”

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen (deel 207)

(periode van 20-08-1960 -> 20-08-1960)

* Cercle

Het nieuwe voetbalseizoen naderde met rasse schreden.  Hoog tijd dus om te kijken hoe de conditie van de groen-zwarten er voor stond.  En, hoe kon dit beter dan door enkele pittige oefenwedstrijden op het programma te plaatsen ?

“Veelbelovende oefenmatchen te Brugge” – “Cercle – Beerschot AC” : “Het mag gezegd dat Cercle op veelbelovende wijze het nieuw voetbalseizoen tegemoet gaat.  Er werden immers reeds twee oefenmatchen betwist die in grote lijnen voldoening schonken.  Te Charleville werd nipt met 2-1 verloren tegen de Franse eersteklasser FC Rouen terwijl op half-oogst in Nederland een mooie en verdiende 1-2 zege werd geboekt tegen Breda.  In dit laatste treffen lukte de nieuwe aanwinst W. Lambert een prachtdoel terwijl Notteboom het winninggoal scoorde.  De Hongaar Locskai, die na de rust Desmaele als linksbuiten verving, liet eveneens een gunstige indruk.  De zieke Baas diende belet te geven en werd terdege gedoebleerd door Wittewrongel.
Heden zaterdag, te 18 uur, zet Cercle op eigen terrein haar kompetitievoorbereiding verder met een oefenmatch tegen niemand minder dan de Antwerpse eersteklasser Beerschot.  Voor de groen-zwarten wordt het zeker een zware test, al menen we dat het toch op zulk geen ramp zal uitdraaien als verleden jaar.  De Sinjoren zullen het niettemin ernstig opnemen en er alles op zetten om op punt te komen.  Het bewijs hiervan is dat volgende vijftien “mannekens” de reis naar Brugge zullen meemaken : Smolders, Gernaey, Wouters, Schroeyens, Weyn, Raskin, Van Hemelryck, Huysmans, Vanhostayen, Van Acker, Rik Coppens, Drieskens, De Borger, Zaman en Et. Coppens.  Allemaal bekende spelers waarbij ook de duurste transfer van het jaar Drieskens van Lommel, waarvan veel goeds verteld wordt.
Cercle van haar kant zal het met volgende opstelling proberen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Wittewrongel, Demey, W. Lambert, Buyse, Bailliu, Michiels en de Hongaar Locskai.  Verder zullen ook Desmaele, Acket, Notteboom, Daels en de Hongaar Gaal tijdens deze match getest worden.”

* Brugge

* Als een agent de baan op moet om een opdracht uit te voeren kunnen de weersomstandigheden wel eens tegen zitten.  Dan is het altijd meegenomen als er extra kleding ter beschikking is om de weerselementen in iets comfortabeler omstandigheden te trotseren.  Burgemeester Pierre Vandamme had oog voor deze situatie en besloot om de daad bij het woord te voegen : “Brugse politiemannen tegen regen en wind beschermd” : “Burgemeester Vandamme heeft twaalf plastieken regenmantels aangekocht om de dienstdoende politiemannen te beschermen tegen regen en wind.  De wetsdienaars zijn uiterst tevreden over deze beschutting, doch voor de verkeersagenten is deze meestal minder praktisch, vermits er geen armgaten of mouwen voorhanden zijn, om met de armen bewegingen te kunnen maken. Mogelijks kan aan deze kleine tekortkoming verholpen worden voor degenen die het verkeer moeten regelen.  In ieder geval is het een flink initiatief vanwege het administratief hoofd van de Brugse politie, dat ten zeerste naar waarde wordt geschat.”      

* Wiedenkt dat de beelden aan de voorgevel van het Brugse stadhuis honderden jaren oud zijn moet dringend zijn mening herzien.  De huidige beelden zijn zelfs van relatief recente datum.  Een beetje geschiedenis hieromtrent…

- De eerste steen van het stadhuis werd in 1376 gelegd door graaf Lodewijk van Male.  De werken namen, zacht uitgedrukt, geruime tijd in beslag want het was pas in 1421, 45 jaar na het begin der werken !, dat men het stadhuis als voltooid beschouwde.
Het Brugse stadhuis was het eerste monumentale laatgotische raadhuis van Vlaanderen en Brabant en was een stenen getuige van de economische en politieke bloei van Brugge tijdens de veertiende eeuw.
- De toenmalige geplaatste gevelbeelden waren van de hand van J. van Valenciennes.  Deze beelden werden in de loop van de eeuwen (van de 15detot de 18deeeuw) aangevuld met beeltenissen van figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament en figuren van heersers van Vlaanderen zoals graven en gravinnen, aartshertogen en keizers.
- Na de Franse Revolutie van 1792 werden onze gewesten vanaf 1794 door de Fransen bezet.  Iedereen weet nog uit de geschiedenislessen van destijds dat de Fransen zich niet schroomden om waardevolle gebouwen, vooral kerken en abdijen, te plunderen en te vernielen.  Ook het Brugse stadhuis kwam niet ongeschonden uit deze woelige tijden want de gevelbeelden en de wapenschilden werden vernield.
Op 18 juni 1815 leed Napoleon een definitieve nederlaag tijdens de Slag van Waterloo.  Voor onze gewesten veranderde echter niet veel.  Wij kwamen gewoon van de regen in de drup terecht want eenmaal de Fransen verdwenen waren kwamen de Nederlanders hier de plak zwaaien…
- Op 25 augustus 1830 werd, ter gelegenheid van de verjaardag van de Nederlandse koning Willem I, de opera “De Stomme van Portici” in de Brusselse Koninklijke Muntschouwburg opgevoerd.  Deze opera luidde meteen het begin van het einde van het Nederlandse bewind in.  De aria “Amour sacrée de la Patrie” zorgde er voor dat de vlam van de opstand definitief in de pan sloeg, er braken relletjes uit en de Nederlanders mochten nog datzelfde jaar hun matten voorgoed oprollen.
- Vanaf dan ging het snel : op 20 december 1830 erkende een conferentie van de grote mogendheden in Londen het recht op Belgische onafhankelijkheid en reeds op 11 januari 1831 erkende de Conferentie van Londen de nieuwe staat België.
Gevolg van dit alles was dat Leopold van Saksen-Coburg-Gotha op 21 juli 1831 voor het Congres de eed op de Grondwet aflegde en de eerste koning van België werd.
- Het Brugse stadhuis wachtte ondertussen, zoals hierboven vermeld, sinds de ongewenste aanwezigheid van de Fransen op de nodige herstelwerken.  Toch moesten de Bruggelingen nog geduld oefenen tot 1852-1863 om de totale buitenrestauratie van hun stadhuis mee te maken inclusief neogotische toevoegingen en het plaatsen van nieuwe beelden door J. Geefs uit Antwerpen en C. Geerts uit Leuven in samenwerking met Bruggeling J. Van Nieuwenhuyse.
- Blijkbaar was er, ook toen reeds, niets nieuws onder de zon, want omstreeks 1875 stelde men vast dat de stadhuisbeelden ‘aftakelden’ wegens ‘slechte materiaalkeuze’ met als logisch gevolg de geleidelijke verwijdering van deze beelden.
Omdat men nooit over één nacht ijs gaat duurde het nog tot 1876 vooraleer met de herstellings- en restauratiewerken begonnen werd.  Maar éénmaal gestart werd niet enkel de buitenkant maar ook de binnenkant van het stadhuis grondig aangepakt.  Opnieuw werd voor de betrokken kunstenaars en restaurateurs jarenlange werkzekerheid gecreëerd.
- In 1924 kreeg Prosper Hinderyckx uit Sint-Andries de opdracht om nieuwe beelden van Onze-Lieve-Vrouw met de inktpot en van Maria en de engel Gabriël te kappen.

- De soap met de stadhuisbeelden bleef echter duren.  In 1960, men was nog maar eens bezig met het stadhuis te restaureren, werden enkele plaasteren beelden geplaatst in de nissen van de voorgevel van het stadhuis met volgend resultaat (artikel verschenen in “Het Brugsch Handelsblad” van 20 augustus 1960) :

“Nieuwe beelden voor het stadhuis vielen niet in de smaak” : “Voor enkele dagen werden in de nissen van het Brugs stadhuis, dat men volop aan ’t restaureren is, vijf plaasteren beelden geplaatst die door de leden van de Koninklijke Kommissie voor Monumenten en Landschappen gekeurd werden.  Volgens die heren steekt er niet genoeg ziel in deze beelden, waardoor de gotische stijl zoek is geraakt.  Er werd besloten kontakt te nemen met de beeldhouwers de hh. Vandevoorde uit Brussel en Aubroeck uit Temse, om de kunstwerken de gewenste wijzigingen te laten ondergaan.”

- In 1967 werd de Brugse Burg ongewild sensationeel voorpaginanieuws want voor de toegangspoort van het toenmalige gerechtshof ontplofte… een bom !
Uiteraard besteedde ook “Het Brugsch Handelsblad” van 18 februari 1967, naast alle nationale kranten, de nodige aandacht aan dit opzienbarend feit :

“Brugge, Valentijnsdag 13 februari 1967.  Het anders zo kalme Brugge haalt de voorpagina’s van de nationale en de lokale pers.  ‘Bom ontploft te Brugge.  Ontzaglijke schade aan stadhuis, gerechtshof en Heilig Bloedkapel’.  Aan de poort van het Brugse gerechtshof op de Burg is in de voorafgaande nacht een bijzonder krachtige bom ontploft.
Drie agenten hebben in de nacht van 12 op 13 februari een enorme knal gehoord en reppen zich richting Burg.  Ze constateren dat de bom was geplaatst aan de poort van het gerechtsgebouw, aangezien ze hier een krater van een halve meter diep aantreffen.  De linkerhelft van een massieve eikenhouten poort is uit haar hengsels geblazen en het beeld van Moeder Justitia op het binnenplein is onthoofd.  Stukken van de gevel van het stadhuis zijn door de klap beschadigd en ook de Heilig Bloedkapel komt er niet ongeschonden uit. Eeuwenoude brandglasramen zijn volledig vernield.  Politie, rijkswacht en een wapendeskundige kammen de Burg uit, maar van het springtuig is geen spoor meer te vinden.”

Hoe opvallend deze zaak een hele tijd de voorpagina’s van de lokale en nationale kranten beheerste, even snel verdween elk nieuws van de aanslag uit de media.  Ook kon het Belgische gerecht, ondanks zijn duchtige werk in deze prestigezaak, de zaak nooit oplossen.  De zaak stierf een stille dood en slechts enkele Bruggelingen hebben nog vage herinneringen aan het mysterie van ‘de bomme van ip den Burg’…

- Na deze aanslag opteerde men om nieuwe beelden te kappen in plaats van de beelden uit de 19deeeuw te kopiëren.  M. Witdouck uit Lovendegem vervaardigde zeven gotisch getinte beelden om in de onderste rij te plaatsen.
Er ontstond een langdurige polemiek over de vorm en de stijl van de 48 ontbrekende beelden zodat men zich in 1981 genoodzaakt zag om een wedstrijd uit te schrijven.  Het echtpaar Livia Canestraro en Stefaan Depuydt uit Snellegem werden de winnaars.  Bij het kappen van de overige beelden inspireerden zij zich, zoals het ook enkele eeuwen eerder gebeurd was, op figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament en op heersers van Vlaanderen.  Dit keer werden de beelden op andere consoles geplaatst die wapenschilden van de subalterne steden voorstelden.

Lees meer