koop tickets online

Crescendo

Hoewel deze term - het geleidelijk versterken van de toon - afkomstig is uit de (Italiaanse) muziekwereld, is deze overgangsdynamiek treffend voor wat we de voorbije weken meemaakten op Cercle.  Achttien op achttien, ik herinner me niet spontaan wanneer we dit eerder beleefden.  Bovendien is Groen-Zwart ook reeds acht wedstrijden op rij ongeslagen.  Ondanks tweemaal met tien man te moeten spelen en een 2-0 achterstand op “het Kiel”, vochten onze spelers met succes terug.  Niet mis voor een behoorlijk jonge ploeg met voornamelijk technisch talent.  De hand van coach Vercauteren laat zich voelen.

De wil om te winnen en te ‘vechten’ was zeer duidelijk in de voorbij wedstrijd tegen Roeselare.  Gezien de omstandigheden deed deze nipte overwinning dubbel deugd.  Met de beslissing van scheidrechter Dieperink om Lambot rood te geven bij de aangeschoten bal, was het net of hij ons de dieperik wou induwen.  Nog tal van zijn (en eerste assistent) beslissingen smaakten bij de Groen-Zwarte fans als een Zeeuwse slijkmossel.  Een Vlaams gezegde luidt: “Als je van een “Hollander” niet gekl**t wordt, is hij het vergeten” (sorry voor onze Nederlandse Cerclevrienden).  Wel, deze was het niet vergeten.  Zo oordeelde althans het grootste deel van de tribunes.  Het Bondsparket  oordeelde de maandag nadien terecht dat de uitsluiting (meer dan) voldoende was.  Zodoende kan Benjamin vrijdag aantreden op OHL.

Betreffende journalistiek kan men zich ook soms “blauw ergeren”, wat voor een Cerclesupporter natuurlijk dubbel erg is… Over de strafschopfase lazen we (digitale versie van grote kranten) dat Lambot de bal met de handen (meervoud) uit het doel haalde.  Nou jongens, die noemen zich dan journalist!  Even flagrant, zo niet flagranter, was de berichtgeving over het “besmeuren met verf van het eigen stadion”.  Aanleiding: één berichtje van een idioot op de sociale media.  De juistheid van het bericht verifiëren, of achtergrondinformatie opzoeken is voor bepaalde perslui (die naam niet waardig) blijkbaar te veel moeite.  Gelukkig zijn er tal van andere journalisten die hun werk wel au serieux nemen.

In een vorig stukje had ik het o.a. over het gebrek aan persbelangstelling voor 1B.  Anderzijds valt het wel op dat er naargelang wie er aan de leiding staat ruimere artikels over die ploeg verschijnen.  Zowel vorig seizoen als het huidige was de omvang van de artikels telkens ruimer als het ploegen aan de Schelde betrof …

Afin, wat natuurlijk écht van tel is, is onze positie.  In de algemene rangschikking staan we op de eerste plaats met o.a. het meest gescoorde doelpunten.  Op zich heeft die plaats (cf. Lierse vorig jaar) slechts een symbolische waarde.  Het kan wel zijn nut hebben bij de finalewedstrijden waar we vanzelfsprekend hopen van de partij te zijn.  Plaatsen we ons en staan we eerste, dan mogen we de belangrijke terugwedstrijd thuis spelen.  Ook zijn actueel enkel Cercle en Beerschot, indien ze niet promoveren, de twee enige ploegen die nu reeds mathematisch zeker zijn van deelname aan PO2.

Ook met de kijkcijfers gaat het crescendo.  We spreken niet over overvolle tribunes, waarbij  een groot deel van ons zich trouwens onwennig zou voelen, maar over een leuke bezetting met een goede sfeer.  De Brugse politie (en belastingbetaler) hoeft er zelfs geen agent extra  voor in te zetten/betalen …

Nog een uitsmijter: binnenkort wordt de “gouden schoen” uitgereikt.  Als de stemgerechtigden van nu de kortzichtigheid van hun collega’s destijds willen rechtzetten, dan is er maar één mogelijke winnaar: postuum drievoudig topschutter Josip Weber!  Al is het symbolisch  …

Tot slot nog een treurige vermelding, maar met onze hoop dat het goed afloopt.  Na de wedstrijd tegen Roeselare werd Alexander Boi, broer van Fré, nog in volle euforie van de winst, voor zijn deur aangereden.  Alexander verkeert op het ogenblik van dit schrijven nog in kritieke toestand.  We wensen de ganse (Cercle-)familie Boi veel sterkte en hoop op een goede afloop.

Cerclevrienden, steun Groen-Zwart in deze laatste vier cruciale wedstrijden van de reguliere  competitie door uw aanwezigheid én aanmoedigingen.  We zijn er bijna, maar nog niet helemaal.  Kent u het liedje nog?

Laat ons crescendo gaan/spelen…

Leve Cercle!

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Bart Bogaert, de Supporters Liaison Officer

SHOT sprak met …
 

Bart Bogaert
 

Supporters Liaison Officer


De wat ??? zult u zich afvragen.  Vandaar dat SHOT-online even op de kar springt om wat duiding te geven.
Eén van de verplichtingen om een UEFA-licentie te bekomen is het aanstellen van een (of meerdere) Supporters Liason Officer(s) (SLO).  D.w.z. dat alle ploegen uit 1A en 1B met enige ambitie een dergelijke functie dienen te creëren.  De Pro-League startte met het project in 2016, maar er is nog heel wat werk aan de winkel, o.a. om dit in een wettelijk kader te gieten.
SHOT vroeg tekst en uitleg aan de eerste Groen-Zwarte SLO.

 

Bart, hoe kwam men bij jou terecht?

Ik sta mijn moeder sowieso bij in de persruimte, ze leidt ook de busverplaatsingen, men kent me en zo kwam (hoofdsteward, nvdr) Stefaan met de vraag of ik deze functie wou vervullen.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Nabil Alioui

In de week na de mathematische redding voor Cercle Brugge had ik een gesprek met Nabil Alioui.  Deze Franse jeugdinternational streek in augustus neer aan de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion, maar kampte met een vervelende blessure.  Maar er is licht aan het einde van de tunnel.  De lijdensweg is bijna ten einde voor Nabil.  Vorige maandag maakte hij zijn debuut bij de beloften in de wedstrijd in en tegen Anderlecht.  De honger naar meer is groot bij de getalenteerde Franse aanvaller.  

‘Binnenkort speelminuten in de eerste ploeg’ 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Keepertrainer: Pieter-Jan Sabbe

Cercle beschikt over een uitgebreide technische staf.  Een onontbeerlijk element daarin is de keepertrainer.  Daar waar de assistent-trainers reeds weinig in de spotlights komen, is dit zo mogelijk voor een keepertrainer nog minder het geval.  Pieter-Jan geeft er ook zelf de voorkeur aan om in de luwte te werken.  

“Onbekend is onbemind” luidt het spreekwoord.  Daar willen we met dit artikel wat verandering in brengen.

Je bent 37 en woonachtig in Marke?

Ik verhuisde recent naar Lendelede.  Ik ben afkomstig uit Zwevegem. Mijn hele leven speelde zich af in de regio Kortrijk.  Ik liep er school en sloot me op 15-jarige leeftijd aan bij K.V. Kortrijk.  Ik woonde tien jaar in Marke en sinds deze zomer, samen met mijn echtgenote Ine Veys en kinderen Siebe (7), Marie-Maxine (8) en  Rhune (10), in Lendelede.

Wat onthouden we van je sportieve carrière als speler?

Ik vatte aan bij Zwevegem Sport, een lokale ploeg.  Van mijn vijftiende tot tweeëntwintigste  speelde ik bij K.V. Kortrijk.  De laatste drie jaar behoorde ik tot de A-kern.  Het eerste jaar, in 1e afdeling, was ik 3e doelman, de volgende twee seizoenen 2e doelman.  Als jonge keeper  maakte ik er mooie zaken mee.  ¼ finale Beker van België als 2e doelman, vijf wedstrijden op de bank in eerste afdeling en daarna wedstrijden gespeeld in 2e afdeling.

2002 werd een heel moeilijk jaar met de faling van KV Kortrijk.  Er zou een fusie komen tussen Kortrijk en Wevelgem.  Ik stapte eerst mee in dat fusieverhaal, maar dat sprong uiteindelijk af.  Zo vatte ik aan bij Wevelgem in derde afdeling.  Ik verbleef er twee jaar.  Daarna volgden twee seizoenen Doornik, met Claude Verspaille als trainer en Piet Timmerman, die ik kende van bij Kortrijk, op de liberoplaats. Het was leuk.  Ik maakte er ook de fusie mee en de ingebruikname van het nieuwe stadion.
Ik kreeg toen echter problemen met mijn schouder en ik moest stoppen met voetballen.  Dit op mijn vijfentwintigste!
Ik moest stoppen met voetballen op mijn vijfentwintigste

Met je 37 jaar nu ben je jong als keepertrainer, maar wel, net door die blessure, reeds zowat twaalf jaar bezig?

Ik ben tweemaal geopereerd aan de schouder. Van beroep ben ik sportleraar.   Ik zou net al-dan-niet vast benoemd worden.  Het werd dus een moeilijke keuze.  Het ging echter niet meer om mij te verdedigen in het voetbal en ik besloot, vol ambitie, om voor mijn schoolcarrière te kiezen en dit te combineren met de taak als keepertrainer.

Ik kreeg direct alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk onder mijn hoede.  Dit deed ik drie seizoenen.  Ondertussen haalde ik alle mogelijke diploma’s als keepertrainer.  

Men stelt soms “hij is jong”, maar van mijn vijfentwintigste tot mijn zevenendertigste was ik drie jaar verantwoordelijk voor alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk, daarna bij SV Roeselare, vervolgens, als “jonge gast in de branche” drie seizoenen de A-ploeg van Antwerp.  Een moeilijke, maar mooie grote ploeg in België.  Dat was o.a. met Dennis van Wijk.  Of Dennis er voor iets tussen zat dat ik er keepertrainer werd?  Eigenlijk was het Luc De Vroe die er voor gezorgd heeft.  Hij was toen sportief directeur in Roeselare.  Hij wist dat mijn ambitie was om de keepers van de eerste ploeg te trainen.  Waarschijnlijk was het objectief om me die taak bij Roeselare toe te kennen, maar toen kwam die plaats bij Antwerp vrij.  Luc kende Dennis wel en zo is het in principe gegaan.  

In Antwerp kreeg ik na een jaar het vertrouwen door me een contractverlenging van twee seizoenen te laten ondertekenen.  

Het tweede jaar was ook een ervaring op zich met Jimmy Floyd Hasselbaink als hoofdcoach.  Tweemaal topschutter in de Premier League, driemaal topschutter van Chelsea, WK’s meegemaakt, enz…  

Zoals je aanhaalt trainde ik er ook oud-Cerclist Björn Sengier.  Hij kende er een uitstekend eerste seizoen (periode van Wijk).  Hasselbaink had het seizoen erop een andere visie op het profiel van een doelman en Björn had het er moeilijk mee.  Speciaal aan het feit dat ik trainer was van Björn was dat we ooit concurrenten waren en dat ik als 29-jarige op dat ogenblik hem als 31-jarige trainde …

Met Dennis van Wijk, op en top professional, en Hasselbaink had ik heel goede leermeesters.  Ook in het laatste jaar leerde ik veel bij.  Dan meer bepaald over het voetbalwereldje.  Antwerp was toen in overname, er waren besparingen, enz… Een moeilijk seizoen bij een “moeilijke” vereniging.  

Antwerp is toen overgenomen door De Cuyper (en Paul Gheysen) en men sloeg een andere weg in.  Zoiets valt wel voor in het voetbal.  Dat was echter heel laat.  Eigenlijk ging ik blijven, dan bleek het moeilijk en ben ik een jaartje naar Koksijde gegaan.  Het was het seizoen dat ze naar 2e klasse promoveerden.  Daar valt niet veel over te schrijven.  Sportief en financieel was die promotie naar 2e een stap te hoog voor de kustploeg.  Met die voorzitter heb ik nog steeds een goed contact.  Ik vertelde hem: “je moet zorgen dat je de mooiste amateurclub wordt van het land”.  “Je zit aan de kust, een mooi klein stadion, een leuke club”  (n.v.d.r.: het voorbeeld van Knokke volgen?).  Het viel anders uit.

Tussendoor hielp ik als vriendendienst ook nog even Izegem uit de nood, toen hun keepertrainer tijdens het seizoen opstapte.  Ik kende trainer Franky Dekenne van toen hij coach was van Wevelgem terwijl ik er speelde.  Ik depanneerde toen een tijd, eigenlijk wat langer dan voorzien.

Toen kwam Cercle?

Via Eric Deleu, die van keepertrainer Algemeen Directeur werd bij Groen-Zwart, kreeg ik na Antwerp opnieuw de mogelijkheid om voor een grote mooie professionele ploeg te werken.  Toen het verhaal Monaco startte mocht ik aan boord blijven.  Riga kende me en was lovend.  Met de financiële inbreng van de Monegasken konden ze kiezen uit wie ze wilden, maar ik mocht blijven.  Ik denk dat mijn ervaring uit de voorbije tien jaar daar wel bij geholpen heeft.  Ik ben ook dankbaar voor die kans, zowel t.o.v. José als voor Cercle.  Als je ziet dat ik nu opnieuw kan werken met, voor mij,  toch een van de drie topcoaches van België, is dit geweldig om mijn bagage nog te verruimen.

Omtrent de job nu.  De bedoeling van een keepertrainer is om doelmannen beter te maken.  Hoe vat je dat aan?

Allereerst bekijk ik welke doelmannen ik heb.  In mijn loopbaan heb ik al “mooie” doelmannen onder mijn hoede gehad.  Ik denk bv. aan Jorn Brondeel,  niet zo gekend bij het Belgische publiek.  Het is een fantastische doelman.  Hij debuteerde bij mij op Antwerp.  Hij speelde bij de U19, was afkomstig van Zulte-Waregem, en was 3e doelman bij the Great Old.  Hij heeft 12 tot 14 wedstrijden gespeeld.  Hij transfereerde naar Lierse waar hij 1e doelman werd.  Hij brak er volledig door.  Vervolgens trok hij naar Nederland (NAC Breda) en tekende onlangs een langdurig contract bij Twente.  Hij speelt elke wedstrijd.  Voor mij was hij een zeer leuke ontdekking.  Ik had ook Louis Bostyn, die nu bij Waregem speelt, onder mijn hoede.  Het is zo dat ik ook een keeperacademie heb, “S1Pro”, waar jonge doelmannen opgeleid worden.  Dat doe ik supergraag.  Zo’n 30 à 35 keepertjes van diverse leeftijden  nemen er aan deel.  Zowel Brondeel als Bostyn komen daaruit voort.  Ook jongens die in 2e amateur spelen zoals Mathieu Vanderschaeghe die hier vorig jaar nog speelde. 
Dat project is “mijn kindje” en ik zou dit niet graag ooit loslaten.
Verder was er ook nog Frank Boeckx, die in de C-kern van AA Gent zat, die we in Antwerp terug konden opvissen.  Later kon hij bij Anderlecht terug doorbreken.

Om concreter op je vraag te antwoorden: 

Hier op Cercle heb ik drie heel verschillende profielen als doelman.
Vorig seizoen vroeg Cercle me uit te kijken naar een Belgische doelman die ook zou aanvaarden dat Paul Nardi eventueel eerste doelman zou zijn, maar hem ook bijstaan in zijn verdere ontwikkeling.  Dat profiel was niet zo gemakkelijk om in te vullen.  De keuze viel op Brian Vandenbussche.  Hij is hier toegekomen en had de voorbij seizoenen weinig gespeeld.  Hij was echter zeer gemotiveerd. Op dat ogenblik rekenden we er ook nog niet op dat Miguel Van Damme zo snel terug top zou zijn.  We hadden januari/februari voor ogen.  Vandaag dus!  We kregen Miguel echter veel vroeger compleet in orde, wat natuurlijk voor het grootste deel aan hemzelf te danken is.  Hij is een atleet tot en met.  Als je ziet van hoever hij komt…  Zijn drang en wil hoe hij het realiseerde geeft ook mij kracht.  Ik weet ook dat ik direct op hem kan rekenen mocht er bv. iets met Paul voorvallen.

Ook daar heeft Brian zeer goed mee omgegaan. Hij was topfit bij aanvang seizoen.  Is toen ziek geworden en verloor een zestal weken.  In de “rangorde”, een woord dat ik niet graag gebruik, staat hij nu op nummer drie.  Hij gaat daar echter formidabel mee om.  Hij ondersteunt Paul, helpt Miguel enz…

We hebben drie echte nummers 1

Voor mezelf maak ik van mijn doelmannen een draaiboek op met hun profiel en diverse parameters.  Kracht, snelheid, lenigheid, hoge ballen, één tegen één situaties, enz… Alles waar ze goed en minder goed in zijn.  Ik zet dit in kleur.  Rood = serieus werk aan de winkel, oranje = we moeten er zeker mee aan de slag en groen is een zeer hoog niveau.  Groen moet je onderhouden, oranje zijn werkpunten en rood is veel werk.  Paul had twee rode blokjes.  Ik zal vanzelfsprekend hier niet zeggen wat dit inhoudt.  We hebben er serieus aan gewerkt én ik zie er een duidelijke evolutie in.  Dat geeft voor mij voldoening in mijn werk.  

Mijn taak is om jongens individueel beter te maken.  Met dat plan kijk ik ook naar mezelf.  Slaag ik in mijn opzet?  Is er beterschap merkbaar op de “rode punten”?  Maak ik hen niet beter, dan heb ik mijn werk niet goed gedaan.

Concreet maak ik een jaarplan.  Dat deel ik in per drie maand op de ongeveer negen maand voetbal in een seizoen.  Zo gaat het verder naar een maand- en weekplanning.  Daarna zoek ik de juiste oefenstof om hen op elk domein beter te maken.

Na iedere wedstrijd maak ik een video-analyse per onderdeel en bespreek ik het, samen met de andere doelmannen zodat ze ook mee zijn in het verhaal.  Zo leert iedereen.

"Mijn visie is: als je als doelman tien wedstrijden speelt mogen er een zestal gewoon goed zijn, ééntje of misschien twee minder goed, en twee/drie waar je echt punten pakt.  Een doelman kun je namelijk niet beoordelen op één wedstrijd."

De combinaties om een doelman te trainen zijn ook niet eindeloos denk ik dan?

Als je zonet vernam hoe minutieus en uitgebreid alles uitgewerkt wordt, denk ik dat ik meer dan werk genoeg heb.  Ik kom tijd te kort.  Ik zou de doelmannen liever nog meer bij me hebben.  De situaties die een doelman kan tegenkomen zijn zeer ruim.  Hoge bal pakken of wegbotsen, man tegen man situatie, uittrappen, inwerpen, centraal of naar de flanken, enz… 
Ik heb zeker geen probleem om de trainingen op te vullen.

Een keepertrainer komt niet zo vaak op het voorplan?

Dat hoeft voor mij ook niet.  Ik werk liever met mijn beperkt groepje.  Als je als keeper uit de radar blijft, is het teken dat je goed bezig bent.  Ook voor mij als trainer.  Als ze niet veel over je werk praten, is het teken dat je in stilte goed bezig bent.  Het lawaai en de grote show heb ik niet nodig.  

Voor mezelf geef ik me het werkpunt te blijven zoeken naar vernieuwende, betere oefenstof door onderzoek op het internet, gesprekken met collega-trainers, discussies met hoofdtrainers, bijscholingen, enz… . Mijn sterk punt is zeker het op menselijk vlak bezig zijn met de doelmannen.  Wij hebben eigenlijk drie echte nummers 1.  Er is er echter geen enkele die loopt te klagen of te zagen.  We zijn een klein groepje, maar weten heel goed waarmee we bezig zijn.

Ik kan duizend interviews geven, maar als we het met onze doelmannen op het veld niet bewijzen, dan staan we nergens.  Zij niet en ik niet.  Iedereen kent zijn plaats en weet dat hij gerespecteerd wordt.  Met onze drie toppers op die manier samenblijven zonder miserie, wel, daar ben ik trots op!  Ik hoop dat wij ons steentje kunnen bijdragen aan de doelstelling van Cercle!

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Integratie verloopt vlot - Guévin Tormin

In de aanloop naar de twee thuiswedstrijden tegen SK Lierse en Beerschot-Wilrijk trok ik nogmaals richting het spelershome van Cercle Brugge.  De spelers waren nog volop aan het ontbijten toen ik een gesprek had met Guevin Tormin.  De jonge Fransman van 19 kwam in het tussenseizoen over van AS Monaco.  Een gesprek over zijn verleden, zijn tijd bij Cercle en de ambities op korte en lange termijn.  

Guevin, je bent bezig aan je eerste maanden bij Cercle Brugge.  Kun je je sportieve carrière tot nu toe even schetsen voor onze lezers?  

Ik ben 19 jaar en ben sinds deze zomer inderdaad een speler van Cercle Brugge.  Ik heb een contract bij AS Monaco en wordt door hen uitgeleend aan Groen-Zwart.  Samen met Paul Nardi, Jordy Gaspar, Jonathan Mexique en Tristan Muyumba.  In 2012 maakte ik de overstap naar de academie van AS Monaco.  Tot dan toe speelde ik bij de jeugd van Red Star Parijs.  

Je hebt er ondertussen al een paar maanden bij Cercle opzitten.  Wat was je eerste indruk van de vereniging?  

Ik moet eerlijk toegeven dat ik Cercle Brugge niet kende.  Van de Belgische ploegen kende ik enkel Anderlecht, Gent en de buren van Club Brugge.  Maar ik leerde in die eerste maanden Cercle en Brugge beter kennen.  De eerste indruk was dus echt goed.  De nieuwe spelers werden erg goed ontvangen en ook de faciliteiten zijn hier zeer aardig.  Er is een goed oefenveld en ook naast het trainen en het spelen van de wedstrijden is alles goed geregeld voor de spelers.  Voor jonge gasten als ik is het buitenland een grote stap.  Maar er wordt hier alles aan gedaan om die stap zo goed mogelijk te verteren.  

"De wedstrijd tegen KRC Genk wordt voor ons een leuke wedstrijd."

Even over de ambities.  Wat is de ambitie met de ploeg en wat is je persoonlijke ambitie in je carrière?  

Er is gewerkt aan een zeer competitieve ploeg.  De concurrentie is zeer groot en dat komt het niveau alleen maar ten goede.  Het houdt iedereen scherp en iedereen wil gewoon spelen.  De ambitie met de ploeg is dan ook zeer duidelijk.  Cercle wil terug naar het hoogste niveau en daar zullen wij alle aan doen.  De persoonlijke ambitie op de korte termijn is om het hier zo goed mogelijk te doen en ervaring op te doen.  Op lange termijn keer ik terug naar Monaco en probeer ik daar de eerste ploeg te halen.  

Hoe blik je terug op de eerste wedstrijden?  In de competitie werd er zes op negen gehaald?

In de competitie hebben we eigenlijk al alles meegemaakt.  Op Westerlo kwamen we achter, maar toonden we de nodige mentale weerbaarheid om het nog recht te zetten.  Thuis tegen Union brachten we echt goed voetbal en wonnen we ook erg verdiend.  De uitmatch op Leuven was er één om snel te vergeten.  Alles liep fout en Leuven scoorde bij elke mogelijkheid.  We hebben veel geleerd tijdens die wedstrijd.   De competitie is hier ook veel intenser en fysieker dan in Frankrijk.  Dat is voor mij het grootste verschil.  Maar het is goed dat ik hier echte wedstrijden met inzet speel.  Dit is goed in mijn ontwikkeling als speler.  Het concept van de competitie is toch ook even aanpassen.  We spelen vier keer tegen dezelfde tegenstander.  Momenteel ken ik enkel de teams waartegen we al gespeeld hebben, maar we zullen alle teams pas goed kunnen inschatten nadat we ze allemaal één keer bekampt hebben.  

In de beker werd de 1/16de finales bereikt na winst tegen Temse?  

Inderdaad.  Het was geen makkelijke wedstrijd.  Temse speelde aardig en kwam op voorsprong.  Ik kon de gelijkmaker lukken.  Tijdens de verlengingen konden we dan afstand nemen.   De volgende ronde wacht nu een thuiswedstrijd tegen Racing Genk.  Dat wordt voor ons een leuke wedstrijd.  We kunnen ons tonen en het soort voetbal dat Genk speelt moet ons wel liggen.  We zullen die wedstrijd zonder stress afwerken.  

Je bent zoals al gezegd uitgeleend door AS Monaco.  Heb je daar nog veel contacten?  

Ja, hoor.  Ik volg hun wedstrijden natuurlijk op de voet.  Vorige weekend wonnen ze nog met 6-1 van Marseille.  Regelmatig hoor ik ook wat spelers.  En ik weet dat zij ons hier op Cercle van dichtbij volgen.  

Laten we hopen dat Guevin nog vaak beslissend mag zijn voor Cercle Brugge en nog een mooie carrière kan uitbouwen! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Serge Gakpé

Op de dag van de vrijwilliger had ik in de statige beheerraadzaal van Cercle Brugge een interview met Serge Gakpé.  Serge ontpopte zich tot een aangename en enthousiaste gesprekspartner.  Met zijn 31 lentes heeft hij er al een goed gevulde carrière op zitten.  Bovendien is hij een speler die eerder naar boven kijkt, dan naar beneden.  Al nuanceert hij het toch wel snel door te stellen dat het behoud de eerste bezorgdheid is en dat daarna PO I misschien in het vizier komt.  Het relaas van een aangenaam gesprek.  

Lees meer