koop tickets online

Filips Dhondt

Optimism is a moral duty. Na bijna twintig jaar is Filips Dhondt terug bij Cercle als bestuurder namens AS Monaco. Na de knappe winst tegen OH Leuven en net voor de nieuwjaarsreceptie van Groen Zwart nam hij uitgebreid de tijd voor een gesprek met SHOT. Ambitie, optimisme en de onverzadigbare wil om te winnen vormden de ingrediënten. Alsof we al een voorsmaak kregen van het kleine mirakel op en tegen KFCO Beerschot Wilrijk vier dagen later…

Je kijkt terug op een lange en rijk gevulde carrière in de voetbalwereld. Als we kennis willen maken met Filips Dhondt, welke hoogtepunten mogen we dan noteren?

Dit seizoen is mijn vierentwintigste seizoen dat ik in de voetbalwereld professioneel actief ben. Ik kan verschillende hoogtepunten noemen, maar dieptepunten uiteraard ook. Een recent hoogtepunt is zonder meer het vorige voetbalseizoen bij AS Monaco. We behaalden de kampioenstitel in Frankrijk, de finale van de Liga-beker, en de halve finale van de Champions League, amper vijf jaar nadat we laatste stonden in de tweede klasse. Een ongelofelijk scenario, eigenlijk een mirakel als je bedenkt dat de tweede in de eindstand, Paris Saint Germain, werkt met een budget dat tot zes keer zo groot is als dat van AS Monaco. Maar eigenlijk was elke Champions League campagne, zowel bij Monaco als bij de buren hier, een summum van beleving. Tijdens mijn eerste periode bij Cercle, van 1994-1998, was het voor mij vooral genieten van Josip Weber. Als ik zijn naam noem krijg ik nog steeds kippenvel. Ik was eind vorig jaar nog op de begrafenis van Josip met Franky Carlier, Geert Leys en Bert Lamaire. Laagtepunt was dan uiteraard de degradatie met Groen Zwart in 1998, waarna ik heb beslist om naar EURO 2000 over te stappen. Toenmalig voorzitter Paul Ducheyne gaf te kennen met minder mindelen verder te moeten, waarna we in alle vriendschap en openheid oplossingen hebben gezocht en gevonden.

Hoe kijk jij naar het voetbal? Kijk je als voetbalstrateeg, als zakenman, als manager?

Om in de voetbalsector te werken moet je vooral gepassioneerd zijn. Het vraagt vierentwintig uur per dag en zeven dagen per week je volle aandacht en engagement. Zelfs ’s nachts houdt het je bezig. Te meer ook omdat mensen je voortdurend aanspreken over wat voor hen hun hobby is… maar voor mij mijn beroep.

Dus je kijkt en beleeft voetbal als gepassioneerd voetballiefhebber?

Ja, absoluut, ook al evolueer je zelf ook wel na een lange carrière in de voetballerij. Ik zet de televisie op als er wedstrijden worden uitgezonden, maar ik lees intussen ook wel iets. Ook de voetbalwereld zelf is overigens zeer sterk geëvolueerd de laatste paar decennia.

Van evoluties gesproken, je was reeds bij Cercle aan de slag, en je bent nu terug bij Groen-zwart, als is dat nu in de hoedanigheid van bestuurder namens AS Monaco. Mogen we zeggen dat jij één van de drijvende krachten was achter het hele proces van de overname van Cercle?

De drijvende krachten zijn de voorzitter van AS Monaco, Dmitry Rybolovlev en de ondervoorzitter Vadim Vasilyev. Zij wilden absoluut een tweede voetbalclub vinden, omdat er zich in Frankrijk een enorm probleem stelt met de ontwikkeling van de jeugdspelers. De ‘reserven’ of U21 spelen in Frankrijk in vierde of vijfde afdeling, wat maakt dat er een enorme kloof is met de eerste afdeling. Jonge spelers kunnen nooit klaar zijn om onmiddellijk mee te draaien – tenzij je Mbappé noemt uiteraard (lacht). Je mag binnen Frankrijk maximaal zeven spelers uitlenen, waarvan hoogstens twee naar dezelfde ploeg. We hebben vaak spelers uitgeleend aan buitenlandse ploegen, maar hebben dan minder zicht op hoe die jongens evolueren. Een andere reden is ook dat je in Frankrijk slechts vier niet-Europeanen mag aansluiten bij de club, of dat nu bij de jeugd is of niet. We hebben permanent scouting in Zuid-Amerika en Afrika, maar we hebben reeds vier niet-Europeanen in dienst, wat het onmogelijk maakt om verder te rekruteren. België is bovendien een interessant land om eigen spelers te gaan ontwikkelen. Dus voorzitter en ondervoorzitter gaven me de opdracht om op zoek te gaan naar wat een interessant land zou kunnen zijn. We hebben zes landen zeer nauwkeurig onderzocht.

En het Belgische Cercle kwam daar als beste kandidaat uit naar voor?

Zo is dat. In november 2016 hebben we een eerste gesprek gehad met de toenmalige Raad van Bestuur van Cercle, wat zeer positief is verlopen, met een openheid van geest, en volle transparantie op het vlak van uitwisseling van informatie. Zeer snel reeds, op 24 december 2016, werd een ‘Confidential letter of interest’ getekend, om uiteindelijk in februari 2017 tot een consensus te komen. AS Monaco formuleerde daarbij 3 voorwaarden: de licentie halen, in 1B blijven en tenslotte de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Cercle verkrijgen. In 1B blijven bleek nog de moeilijkste opgave…

Het feit dat je al eens bij Cercle aan de slag was, heeft de zaken wellicht wel bespoedigd?

Dat niet zozeer, wel dat ik met de Belgische voetbalwereld vertrouwd was. Je moet de voetbalreglementering, de voetbalcultuur, de netwerken… echt wel kennen om dergelijke beslissingen te nemen. Mijn job was objectief verslag uit te brengen bij de voorzitter van AS Monaco. Maar Vadim had zelf ook onmiddellijk een zeer goed gevoel bij Cercle. Dat was ontzettend belangrijk.

Je hebt ook jarenlang bij de buren gewerkt. Versoepelt dat het samenleven hier in Jan Breydel? 

Ik heb tien jaar met veel plezier bij Club Brugge gewerkt, en heb ook veel goede herinneringen en vrienden bewaard. Daar heb ik geen enkel probleem mee. Maar ik ben er intussen zeven jaar weg en er is ontzettend veel veranderd. Sportieve rivaliteit moet er echter zijn, anders moet en kun je geen voetbal spelen.

Terug naar AS Monaco. Hoe kijkt men ginder eigenlijk naar Cercle? Ligt men daar als wereldploeg eigenlijk wakker van wat er hier in Brugge, bij de Groen Zwarte familie dan, gebeurt?

Ik kan je zeggen dat als Cercle speelt de stand van de wedstrijd stante pede wordt doorgestuurd naar alle hoofdrolspelers in AS Monaco. Ook op onze wekelijkse maandagvergadering is een aandachtspunt steevast het resultaat van Cercle en waar we staan. Iedereen op kantoor volgt het, niet enkel ‘les dirigeants’ van de club.

Leeft Cercle ook bij de supporters van Monaco?

Evident, iedereen weet waar het over gaat. Een van de zaken die we binnen afzienbare tijd moeten realiseren is de Cercle website in het Frans aanbieden. Dat zal de band tussen supporters veel nauwer maken. Zoals Cercle-supporters de website van AS Monaco kunnen volgen, zou dat ook omgekeerd het geval moeten kunnen zijn. We nodigden overigens ook al de jeugdploegen uit van Cercle. Dus we creëren die banden tussen beide verenigingen ook echt actief. 

"‘L’esprit des vainqueurs’, dat moeten we kweken hier in Brugge."

Naar de orde van de dag dan. Cercle won tegen OHL met tien man, toonde vechtlust en drang om te winnen. Ben je tevreden zoals het tot hiertoe loopt. Is AS Monaco tevreden?

We zijn tevreden, maar we moeten vooral de mentaliteit van de winnaar in Cercle pompen. Willen winnen, op elk moment. ‘L’esprit des vainqueurs’, dat moeten we kweken hier in Brugge.

Cercle moet af van het Calimero gevoel?

Altijd willen winnen, ook al win je niet altijd. Alleen die ingesteldheid telt. We moeten onze ambitie ook luidop durven verkondigen, en die op elk vlak laten blijken, sportief, administratief en organisatorisch. Elkeen zal gemerkt hebben dat er al grote stappen gezet werden. We bouwen aan een professionele structuur, met veel aandacht voor de eigenheid van Cercle. Daar is niet aan geraakt geweest.

Dat was inderdaad een voorwaarde die Cercle zou gesteld hebben: de eigenheid behouden en de jeugdwerking verder uitbouwen? 

Zeer zeker. Het was zelfs ook één van de eisen van AS Monaco. Overigens ook de vrees bij AS Monaco bestond toen Dmitry Rybolovlev de club kocht. Iedereen was bang dat de eigenheid van AS Monaco verloren zou gaan, en mensen hielden het hart vast voor de buitenlandse invloed. Maar we zijn nooit zo hoog gevlogen. Op vijf jaar tijd van laatste in tweede, tot eerste in eerste.

Op welke termijn willen jullie bij Cercle welke plannen realiseren?

Eerste stap was de professionalisering op alle niveaus, overigens met alle respect voor de vele vrijwilligers van Cercle. De eerste sportieve ambitie is de promotie naar 1A. Iedereen ziet ongetwijfeld welke inspanningen Monaco heeft gedaan.

The sky is the limit?

Nee, zeker niet. We mogen ook niet onderschatten dat François Vitali van voor af aan een ploeg heeft moeten bouwen, en dit vanaf half juni 2017. Als je ziet waar we nu al staan dan zijn we op goede weg. Ook tijdens de ‘wintermercato’ zal worden bijgestuurd. Probleem is wel dat we met zeer vreemde competitie zitten. In het ideale scenario spelen we de finale met als inzet de promotie, wat wil zeggen dat er tot dan nog slechts een handvol matchen te spelen zijn. Dan is het zeer moeilijk om spelers te overtuigen naar Cercle te komen. Dus de sportieve ambitie is 1A, om daarna een stabiele ploeg in de hoogste afdeling worden. Daar  hoort Cercle thuis, een traditieploeg met jaren ervaring.

"1A, daar  hoort Cercle thuis.  Een traditieploeg met jaren ervaring."

De realiteit is dat vele ploegen uit of rond West-Vlaanderen meespelen in 1A. Is het economisch haalbaar om daar nog een ploeg als Cercle aan toe te voegen?

1B is lastig, 1A is meer rendabel. Als AS Monaco elk jaar drie tot vier spelers ter beschikking kan stellen die voor Cercle alleen niet haalbaar zouden zijn, zoals met Sporting Lissabon het geval was, dan is 1A mogelijk. Dit alles aangevuld met de middelen die Cercle genereert. Buiten de vier à vijf topclubs in België moet iedereen zijn eigen business model ontwikkelen. Dat geldt ook voor AS Monaco, waar we 2500 abonnees hebben. Met alle respect voor de supporters, maar niet alleen die inkomsten maken ons ginder tot een topclub.

Terugblikkend op het seizoen tot hiertoe: Cercle heeft zich helemaal terug geknokt in de competitie. Een sterke voorbereidingscampagne, waarna het in de competitie toch op en af ging, met winstmatchen, maar ook zware verliesscores. Waar zie jij nog de nodige groeimarge?

Deze zomer hebben we zeer snel moeten handelen. Er waren weinig spelers beschikbaar, en er moest een nieuwe kern komen. Ik denk dat onze kern nu te groot is. We mikken op een kern van tweeëntwintig tot vierentwintig spelers, aangevuld met twee tot drie jeugdspelers. Dat is veel werkbaarder voor een trainer. Over specifieke posities moeten we de tegenstanders niet wijzer maken dan zij al zijn. En voor het overige moeten we uitkijken naar de middellange termijn. Jongens met korte contracten die een meerwaarde vormen moeten we aanhouden en verlengen.

Wanneer ben jij persoonlijk tevreden over dit seizoen? Alleen de promotie telt?

(overtuigd) Ja. Alleen winnen telt. Als het niet lukt, lukt het niet, maar dan is er ook geen tevredenheid mogelijk. Ik verneem dat de winterstage veel heeft bijgebracht. Er staat een groep die elkaar kent en uitgedund is. Ook tegen OHL was de vechtlust duidelijk zichtbaar. En we hebben op dit moment alles in eigen handen. Maar ook de supporters moeten er staan. Supporteren betekent letterlijk ondersteunen.

En dat is ook wat jij wil uitdragen naar de supporters?

Ik houd niet van kankeraars. Positivisme en de winning spirit, dat wil ik verkondigen voor Cercle. Winnen en willen blijven winnen, zelfs als dat niet altijd lukt!

(K.V.)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Praatje hoog in de lucht

Bram Verbist

Onze finaletegenstrever voor de promotie naar 1A, Beerschot-Wilrijk, trok van maandag tot vrijdag naar de Costa Blanca om dit belangrijk tweeluik voor te bereiden.  Ondergetekende vloog mee als “spion” voor Cercle.

Alle gekheid op een stokje, maar de BW-kern zat inderdaad op hetzelfde vliegtuig zuidwaarts als ondergetekende.  Een gesprekje op “hoog niveau”, nl. zowat tien kilometer hoog, met de bij de  Cercle supporters nog steeds zeer populaire Bram Verbist – actueel keepertrainer bij de Antwerpse ploeg – en Bart Van Lancker (voormalig assistent bij Cercle) was als verpozing tijdens de vlucht best aangenaam om wat bij te praten.

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Yoann Etienne

Praatje met een speler - Yoan Etienne


 ‘Eerste profervaring bij Cercle Brugge’


Op de dag dat de nieuwe hoofdsponsor werd voorgesteld had ik een afspraak met Yoann Etienne op Cercle Brugge.  Voor de gelegenheid ging het interview door in de loges.  Terwijl de journalisten en medewerkers genoten van een lekkere hutsepot met worst interviewde ik onze jonge linkerflankverdediger.  In België zet hij op Cercle zijn eerste stappen op het hoogste niveau.

Yoann, kun je even voor onze lezers je professionele carrière tot op heden schetsen?  
 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cijfers zeggen niet alles - Kristof Arys

In Tweede Nationale laat Kristof Arys 7 keren de netten van Cercles tegenstrevers trillen in 13 matchen.  Het jaar erop, in Eerste, lukt hem dat slechts 3 keren in 25 matchen.  “De cijfers spreken voor zichzelf, commentaar overbodig,” zo dacht ik.  “Het komt wel voor dat schijn bedriegt, maar toch niet bij zo’n tegenstelling,”  zo leek het mij!  Voordat  ik bij Kristof aanbelde, kon ik het me niet anders voorstellen dan dat hij zijn tweede jaar in Cercleshirt als een rampjaar had aangevoeld.  Toen ik wat later buitenstapte, was ik wijzer geworden.  Neen, hoe welsprekend ze ook lijken, cijfers zeggen niet alles.  Ook nu nog kijkt Kristof terecht met trots en warme herinnering terug op wat hij bij Cercle presteerde  in Eerste Nationale.

Kristof, na zowat 70 jaar Cercles wel en wee intens van nabij gevolgd te hebben, lopen feiten en namen meer dan mij lief is door elkaar in mijn geheugen.  Maar tijdens welke seizoenen  jij voor Cercle speelde, daarover hoefde ik slecht vijf seconden na te denken.  Hoe zou dat komen?

Er zal zich wel menig Cerclesupporter herinneren dat ik Cercle mocht helpen aan zijn, voorlopig, laatste promotie, en ook wel dat ik één jaar later al een ander oord opzocht.  We spreken over 2002-2003 en 2003-2004.

Je kwam van Deinze, en een gemakkelijke overgang was het niet geweest.  Enkele weken voor je transfer kon ik niet nalaten voorzitter Frans Schotte even aan te spreken en hem te zeggen dat er niets belangrijker was voor Cercle dan een overgang van jou naar Groen-Zwart.  Hij antwoordde: “Ze zijn zot bij Deinze.  Zo’n transfersom als zij vragen, dat is niet redelijk.”

Het is pas in januari 2003 dat ik bij Cercle kwam.  Tijdens het tussenseizoen, een half jaar voordien, zat Cercle al achter mij aan, maar bij Deinze was mijn contract voor twee jaar nog maar halfweg.  Had Cercle tien miljoen frank voor mij overgehad, dan was de transfer meteen geklonken geweest.  Toen Deinze er rond Nieuwjaar niet naast kon kijken dat ik een half jaar later gratis weg kon, lieten ze de vraagprijs zakken, en Cercle verschalkte de concurrentie van onder meer AA Gent, Westerlo en Alemania Aken.

En jij, je was gelukkig met die transfer?

Ik was ermee in de wolken.  Mijn ambitie liep helemaal gelijk met die van Cercle: zo snel mogelijk naar Eerste promoveren.  En die uitdaging was enorm.
Groen-Zwart had zeven punten achterstand op de koploper, Heusden-Zolder. Zelf had ik tussen 1998 en nieuwjaar 2003 respectievelijk bij Eendracht Aalter, KM Torhout en SK Deinze in 119 matchen 89 doelpunten gescoord, waarvan de laatste 13 bij Deinze tijdens de eerste helft van de lopende competitie.  In plaats van tegen de degradatie te moeten vechten, kon ik nu, heel dicht bij huis bovendien, een steentje bijdragen in wat een succesverhaal werd.

Met zeven rozen hielp je Cercle aan de zo vurig verlangde kampioenentitel.  
De laatste twee matchen waren beslissend, en ze staan bij elke Cerclesupporter-van-toen in het geheugen gegrift.  Je scoorde niet tijdens die wedstrijden, maar dat was wellicht niet eens een minidompertje op de uiteindelijke euforie? 

Als spits, aangeworven om te scoren, prik  je, vanzelfsprekend, graag de bal tegen het net zoveel het maar kan, maar voetbal is een teamsport, en het is als team dat je faalt of zegeviert.  Was ik niet terechtgekomen in een ploeg die hecht aaneenhing, een ploeg die een collectieve eenheid was, dan was die toch wel zeer merkwaardige  remonte na zeven punten achterstand onmogelijk geweest. Overigens, één doelpunt en één assist staan me extra klaar voor de geest.  Mijn tweede match bij Cercle was op Deinze, we behaalden een belangrijke 0-1 overwinning, en dat ik toen kon scoren was iets heel bijzonders voor mij.  Tijdens de voorlaatste match, op Zulte-Waregem, zouden we bij een overwinning kampioen geworden zijn, maar het werd 1-1. Tijdens de slotwedstrijd, thuis tegen Dessel, hadden we ons lot in eigen handen.  We kwamen 0-1 achter, maar Sebastien Stassin bezorgde ons de zege met twee kopbaldoelpunten.  Eentje ervan was bijzonder merkwaardig: ik kon ‘een verloren bal’ toch nog voor het doel brengen en in een kluwen van spelers werd het een gouden assist voor het hoofd van Sebastien.

Wellicht een onmogelijk te beantwoorden vraag: Was Cercle in 2003 ook zonder jou kampioen geworden? 

Af en toe kom ik op Olympia, en het is niet uitzonderlijk dat Cerclesupporters me zeggen: “Moesten we joen niet gèt èn da joar, we woaren nooiet kampiejoen gewist.”  En dan voegen ze er nogal eens aan toe dat ik niet lang genoeg bij Cercle gespeeld heb.  Maar het enige dat ontegensprekelijk klopt, dat is dat ik tijdens mijn eerste half seizoen één element was van een ploeg met veel talent gedreven door een enthousiaste teamspirit.

Niet lang genoeg bij Cercle gespeeld?  Kom, laten we er geen doekjes om winden: in Tweede 7 goals in 13 matchen, het jaar erop in Eerste 3 in 25.
Ik vraag me af: Wat zou daarvan de verklaring kunnen zijn?  Is het verschil tussen Eerste en Tweede zo groot?   Lag het aan jouw specifieke talenten, m.a.w. aan het ‘soort’ speler dat jij was?  Kreeg jij te weinig de bal toegespeeld door je medespelers? Of misschien vlotte het niet genoeg van meet af aan, zodat je steeds meer aan zelfvertrouwen verloor?  Is het iets van wat mij als mogelijke verklaring door het hoofd gaat of is het iets heel anders: Wat mag er toch aan de basis hebben gelegen van  zo’n daling van het aantal gescoorde doelpunten??  

Tijdens mijn 19-jarige carrière als voetballer heb ik ongeveer 300 doelpunten gescoord. Toen ik met Cercle naar Eerste promoveerde zag ik reikhalzend uit naar wat voor de deur stond, vol verlangen en vertrouwen. Op het einde van 10 jaar jeugdopleiding bij Club trainde ik mee met de eerste ploeg, met Spehar, Stanic, Okon… Speelminuten in Eerste kreeg ik er niet, ik was er nog niet rijp voor.  En nu, halfweg 2003, ging de grote poort open voor mij.  Echter, echter, voorheen en altijd daarna speelde ik als diepe spits, maar bij Cercle speelde ik in Eerste nooit op die mij zo eigen positie.  Cercle had Nordin Jbari aangetrokken, en het was mijn taak rond hem heen te spelen.  Nordin was een vedette, deed het ook  heel goed, maar ‘meters afleggen’ lag hem niet.  Waar ik gewoon was dat mijn medespelers voor mij de ruimte afdweilden, was het nu mijn taak dat voor hem te doen, zodat hij de afrondende schakel kon zijn.  Nooit heb ik zoveel gelopen tijdens mijn matchen als dat jaar, en ook nooit kwam ik zo zelden in de grote rechthoek voor het doel van de tegenstander.  Kijk je alleen naar de cijfers, dan lijkt 2003-2004 een lelijke tegenvaller voor mij, maar daar zit een heel verhaal achter.  Hoe dan ook, ik was blij dat ik kon spelen in Eerste, dat ik mee timmerde aan de weg, en ik voelde mij niet te goed om  de mij opgelegde opdracht in functie van heel ons team en van Nordin Jbari in het bijzonder met hart en ziel uit te voeren.

"Was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien."

Ik luister met open mond.  Maar het volgende jaar trok je weg van Cercle.  Uit eigen beweging of moest je weg van Groen-Zwart?

In juli en augustus 2004 trainde ik nog bij Cercle, maar op 31 augustus, de laatste transferdag, hakten Cercle en ik de knoop door: op leenbasis vertrok ik naar de grote verliezer van Cercles kampioenenjaar, naar Heusden-Zolder.  Zowel Cercle als ikzelf achtten dit de beste gang van zaken.  Het Cercle van het voorbije jaar had een ingrijpende verandering ondergaan.  Hoewel hij erin geslaagd was Cercle in Eerste te houden, en hij eerder een gouden medaille had verdiend dan dat, werd trainer Tipuric de laan uitgestuurd.  Harm van Veldhoven verving hem.  Jbari trok naar AA Gent, en Cercle lijfde naast Tom Van Mol drie voorspelers in: Dieter Dekelver, Paulus Roiha, en bijzonder belangrijk voor mij, Darko Pivaljevic.  Er kon geen sprake van zijn dat ik diepe spits zou worden en met een trainer die mij wikte en weegde als “slechts driemaal gescoord”, was er weinig twijfel aan dat ik weinig speelminuten zou krijgen.  Ik trok enthousiast naar Heusden-Zolder, want het zag ernaar uit dat ik het succesrijke Cercleseizoen van twee jaar voordien kon overdoen.  Heusden-Zolder barstte van ambitie. De ploeg bestond echter eerder uit eilandjes dan uit een team, en zoiets leidt onvermijdelijk tot een fiasco. 

Blijkbaar had jij het voor Jerko Tipuric.  Uit verschillende interviews van spelers  is me gebleken dat hun visies over hem  fel uiteenlopen: van oprechte appreciatie tot  veroordeling als was hij eerder een kwakzalver dan een coach.

Ik denk dat de pers hierin een niet al te fraaie rol gespeeld heeft, hem uiteindelijk als een kolderfiguur begon af te schilderen. Het valt niet te loochenen dat hij belang hechtte aan wat voor het voetbal niet eens marginaal genoemd kan worden - de kleur van de urine, de stand van de maan - en dat werd in de pers breed uitgesmeerd, maar Tipuric was een vakman die zowel in kwade als in goede dagen voor een gemoedelijke, een familiale sfeer wist te zorgen.  Ook met spelers van verschillende nationaliteiten liepen we niet als in hokjes naast elkaar.  Het is niet elke trainer gegeven een hele groep concurrenten, waarvan je er onvermijdelijk voortdurend enkele zwaar moet ontgoochelen, zelfs met plezier naar de trainingen te laten komen.  Over wat voor mij volgde op Cercle, ben ik heel tevreden, maar was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien. 

Je liet al verstaan dat je overgang naar de buurt van de Limburgse mijnen  geen succesnummer was.  Je bleef er dan ook maar één jaar.  Hoe verliep je carrière verder? 

Na dat ene seizoen in het verre Limburg trok ik naar Waasland, eveneens in Tweede, en scoorde er 30 goals in 60 wedstrijden.  Daarna, na mijn twee seizoenen aldaar, trok trainer Dirk Geeraerd naar Roeselare, dat in Eerste speelde.  Ik mocht mee, maar kreeg de kans op een mooie job  in het Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart Instituut op enkele kilometers van mijn deur.  Ik greep dat aanbod met beide handen beet, en ben er nog altijd als preventieadviseur en technisch coördinator werkzaam.  Sportief was het een afdaling van Tweede naar Derde Nationale, bij SV Oudenaarde, maar na interessante tussenstadia, doorgaans in stijgende lijn, ben ik nu actief als sportief coördinator bij F.C. Knokke, dat zopas naar Eerste Amateurs promoveerde.  Niet alleen, maar toch vooral, spoor ik jong talent op bij de Beloften van Club, Cercle, Kortrijk, Roeselare, Zulte-Waregem, Gent.

Sinds enkele jaren komen opvallend veel ex-Cerclejongeren bij Knokke terecht.  Lukraak door elkaar som ik even op: Niels Mestdagh, Kieriën Serpieters, Niels Van de Water, Ruben Vanraefelghem, Jannes Vermeulen, Maarten Cobbaert, Alessio Staelens, Niel Dildick, Maxim Vandewalle.  En Nicolas Tamsin en Steven Van Moeffaert hebben zopas na Knokke een ander oord opgezocht.   Dat het zo’n lange lijst is, is geen toeval?

Bij welke ploegen kan er goed opgeleid jong talent gevonden worden dat vermoedelijk net niet voldoende lijkt voor het eerste elftal van een Eerste of Tweede Klasser, maar dat in aanmerking kan komen voor een ambitieuze amateurploeg als F.C. Knokke?  Zonder nodeloos ver te lopen, is dat bij de ploegen die ik vermelde, en voor ons komt Cercle inderdaad als een waardevolle visvijver voor de dag.  Het komt wel eens voor dat talentrijke jeugdspelers menen dat voor hen een basisplaats gegarandeerd is bij een ‘ploegje’ als Knokke, maar dat staat lang niet bij voorbaat vast.  Voor elke speler die door onze selectie geraakt, is het hard knokken bij Knokke!  En, terloops, toen ik als jonge speler van Club naar Standaard Wetteren in Derde overging, scoorde ik slechts driemaal in 20 wedstrijden.  Tijdens de volgende twee seizoenen trof  ik 27 keren roos bij Eendracht  Aalter.  Voor iedereen, maar voor jongeren in het bijzonder, is geduld een mooie maar een noodzakelijke deugd.

"Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie."

Je beëindigde je loopbaan als veldspeler bijna anderhalf jaar geleden.  Die loopbaan duurde 19 jaar na je opleiding bij Club, verliep bij niet minder dan 14 ploegen, en eindigde bij Wingene.  Bij welke ploegen speelde je het liefst?

Bij Cercle en Waasland, en op minder hoog niveau bij Knokke, Wingene en Gullegem.  Dat waren allemaal succesverhalen: bij elk van die sleepten we de kampioenentitel uit de brand.  Weet je waar ik bijzonder fier op ben?  Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie. Wat gekscherend laat ik af en toe eens horen: “Als je spits een neus voor goals heeft, kun je niet zakken…”

En vandaag de dag, na bijna twee decennia op het veld, kun je ook ernaast  genieten van wat je zich ziet afspelen op de grasmat?

Enorm, enorm plezier kan ik eraan beleven.  Ik ben dan ook rechtstreeks en intens bij het gebeuren betrokken.  Niet alleen spoor ik talent op tijdens een viertal wedstrijden per week , ruimer nog behartig ik heel het reilen en zeilen van onze eerste ploeg, in mindere mate ook van onze beloften. Bovendien ben ik een aanspreekpunt voor onze spelers, voor ons bestuur, en in het bijzonder voor onze voorzitter, die als een succesrijk zakenman weet bepaalde taken te delegeren, zodat ik hem zowel sportief als extra sportief wat kan ontlasten.

Om het interview af te ronden, vroeg ik wat de reporter bij een recent interview in het Brugsch Handelsblad wel kan bedoeld hebben, als hij onder een foto laat volgen: “Kristof Arys wordt in Knokke fel geapprecieerd omwille van zijn voetbalkennis en zijn eenvoud.”  Over ‘voetbalkennis’ stelde ik mij geen vragen, maar waaraan dacht  JPV als hij verwees naar Kristofs ‘eenvoud’?  Kristof zal het wel juist voorhebben als hij meent dat JVP daarmee zinspeelt op het feit dat hij vlot en helemaal zichzelf zijnde contact weet op te nemen met wie dan ook.  Evenzeer voelt hij zich op zijn gemak in het bureau van zijn voorzitter bij Knokke, in het bureau van Vitali of Mannaert, als in om het even welk lokaal van Wingene of rond het veld van om het even welk team.  En omgekeerd!  Het is niet omdat hij in Eerste heeft gespeeld, omdat hij vijf jaar profvoetballer was, dat hij zich te goed zou voelen om met mensen van het provinciale voetbal kameraadschappelijk om te gaan. Een vriendelijke ‘goeiedag’, een praatje slaan met Jan en alleman, een openhartig interview: het typeert en eert Kristof Arys, zonder wie we “da joar, 2002-2003, nooiet kampioen geworden woaren, adden we èm nie gèt.”

(Georges Volckaert)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Wat nu? - Willy Craeye

Wat nu?  Blijkbaar kan zoiets zelfs nadat je al een respectabel aantal oud-Cerclespelers geïnterviewd hebt: Je komt thuis, en je vraagt je af: “Hoe leg ik dat aan boord?  Hoe slaag ik erin een correct beeld weer te geven van een mens die al te eenzijdig uit de verf komt als ik alleen de woorden weergeef die hij mij liet horen?”  Doe ik niet meer dan dat, schrijf ik alleen Willy’s antwoorden op de gestelde vragen neer, dan zou de lezer zich hem wel eens  met een al te donkere bril op kunnen voorstellen.  Werd ons gesprek gefilmd, dan kon de kijker zien dat dergelijke indruk niet klopt.  De belangrijkste oorzaak hiervan komt erop neer dat Willy, nu 78 jaar, tegelijkertijd weinig interesse heeft behouden voor wat hij als Cerclespeler 60 jaar geleden heeft gepresteerd en dat dit verleden toch een deel uitmaakt van de persoon die hij is op de dag van vandaag.  Een gezellige, goedlachse persoon is hij, die echter een stuk verleden in zich draagt, waarvan hij niet kan verhelen dat het hem is tegengevallen.  Zou ik het als ‘een brok onverteerd verleden’ brandmerken?  Neen, dat niet, ‘k geloof niet dat Willy er in de voorbije halve eeuw ook maar één uur van wakker gelegen heeft, maar vraag je hem expliciet naar ‘de tijd van toen’, dan brandt ‘de waarheid’ op zijn tong.

De waarheid?  De waarheid?  Daar moet ik verder over uitweiden, al gaat er een vrij lange aanloop aan vooraf…

Ik was enthousiast toen onze hoofdredacteur, Georges Debacker, me voorstelde Willy Craeye te interviewen.   Ik herinnerde me Willy immers heel goed.  Destijds, zo lang geleden, had hij als jong Cerclespeler indruk op mij gemaakt.  Na vier jaar in Derde werd Cercle kampioen tijdens het seizoen 1955-1956.  Ik stond vol bewondering in vuur en vlam voor de kampioenenploeg: Raoul Verleye, Marin Roye, Maurits Crépain, Roger Claeys, Adhémar Slabbinck  Jackie Decaluwé en de bijna uitsluitend Antwerpse voorlinie met Vic Derboven, Richard Van Gassen, Français Loos, Guy Thys en onze bloedeigen Pierre Schotte.  Geen wonder was het dat ik met grote ogen opkeek naar enkele beloftevolle jongeren die van zich lieten spreken en voor nieuw bloed zorgden tussen de zopas vernoemde ‘oude ratten’.  In het bijzonder Gaston Eeckeman en Willy Craeye, in mindere mate ook Herman Houf, stelden mij, zelf nog jonger dan die nieuwe sterren aan het Groen-Zwarte firmament, gerust dat Cercle stand zou houden in Tweede.  Willy Craeye imponeerde mij als een aalvlugge aanvaller met goede invallen die op een eigen, onverwachte manier een gevaarlijke aanval kon lanceren.  Heel goed herinnerde ik me echter ook dat hij na weinige wedstrijden plots uit het Groen-Zwarte blikveld verdwenen was, helemaal verdwenen eruit, zonder dat ik er enig idee van had hoe dat kwam.  Ja, het kwam goed uit dat me voorgesteld werd Willy te interviewen.  Ook na zo lange tijd vroeg ik me af hoe het kwam dat hij er ‘al met eens’ niet meer was.

Bijgevolg: als interviewer fietste ik met licht gemoed en heel nieuwsgierig naar Willy’s woonst in Sint-Andries?  Toch niet!  Nieuwsgierig was ik wel, maar vederlicht viel dat gemoed van mij niet uit.  Stel je voor: Toen Georges Debacker Willy contacteerde vroeg onze ex-Cerclist hem: “Durft je interviewer de waarheid neer te schrijven?”  “Oei,” dacht ik toen Georges me dat zei, “er zal iemand Willy lelijk tegen de schenen getrapt hebben…  Natuurlijk, natuurlijk mag ‘de waarheid’ het daglicht zien, maar het wordt delicaat als Willy namen vernoemt van wie hem onrecht zou hebben aangedaan.  Onvermijdelijk zal het interview een verhaal uit één mond worden, waarbij wie aangeklaagd mocht worden geen kans heeft op een repliek.  Hopelijk, vooral, komt hij niet voor de dag met een zo kwalijk verhaal dat het beter in de nevelen van het verre verleden verdampt dan dat het nu nog bovengehaald wordt.”

Mocht u, lezer, enigszins in mijn ongerustheid gaan delen zijn, dan kan ik u meteen gerust stellen.  Willy weet zich onheus behandeld, maar het gaat om feiten waarbij een buitenstaander denkt: “Ja, dergelijke zaken komen, helaas, al te dikwijls voor.  Aanvaardbaar zijn ze niet, maar we leven nu eenmaal in een wereld waar een ideale gang van zaken ver te zoeken is.”  Willy, echter,  commentarieert: “Je moet dat zelf hebben meegemaakt als een jong spelertje, zo’n gebrek aan teamspirit en zo’n tekort aan psychologisch inzicht, om te begrijpen wat voor een dégoût zoiets  oplevert.”

Er zijn drie zaken die Willy aanklaagt.  Laat me ze eerst inkaderen.  Tijdens Cercles eerste jaar in Tweede, 1956-’57, speelde hij één wedstrijd in het fanionelftal.  Het jaar erop elf wedstrijden.  Het is niet uitzonderlijk dat begaafde spelers vrij jong debuteren in een eerste elftal, maar Willy was bijzonder jong, pas 17 jaar.  Begrijpelijkerwijze, en niet ten onrechte, droomde hij van een heerlijke toekomst als voetballer.  Meer dan hem lief was echter wist hij zich gedwarsboomd door de Antwerpse, altijd geselecteerde, voorspelers, die “samen in dezelfde auto uit Antwerpen naar Cercle reden”.  Dat ‘dwarsbomen’ zou Willy wellicht geredelijk aanvaard hebben, was het niet dat hij zich als slachtoffer geviseerd voelde.  Dit vooral ging hem tegen: in het toenmalige WM-systeem met vijf voorspelers werd hij meermaals niet als hoekspeler maar als inside, dat betekent tussen de midvoor en de hoekspeler, opgesteld.  En trainer Guy Thys plaatste hem daar om Vic Derboven te sparen, om Vic ademtijd te geven tussen zijn acties door.   Een hoekspeler hoefde immers niet voortdurend, onophoudelijk, te draven, zoals een inside dat wel moest doen.  “Dat, zoiets, een jonge voetballer met een lichaam dat op die leeftijd nog niet volgroeid is, met zo’n zware opgave belasten zodat je eigen favoriet het wat rustiger aan kan klaren, dat doe je niet. Het is fysiek en psychologisch onverantwoord,” klaagde Willy aan.  En als illustratie voegde hij eraan toe dat hij in een wedstrijd tegen A.S. Oostende kort na drie, vier, opeenvolgende spurten plots alleen verscheen voor de toenmalige nationale doelwachter, Pol Gernaey, maar dat hij het niet verder bracht dan hem het leer zomaar zonder enige kracht in de handen te shotten.

Het tweede dat Willy zwaar tegen de borst stootte, was van een heel andere aard.  Hij vond het niet alleen eigenaardig maar zelfs oneerlijk vanwege Cercle, maar speelde hij bij de fanionelf, dan stortte Groen-Zwart slechts de helft van het bedrag dat de andere spelers verdienden, op zijn spaarboek.   Dat geen geld aan spelers onder de 21 jaar in de hand uitbetaald werd, kon Willy  aanvaarden, maar dat halveren van het bedrag zat hem hoog.

En het derde waarover Willy zozeer niet te spreken was dat hij het niet kon verzwijgen, is het feit dat Cercle hem na het einde van het seizoen 1957-’58 niet liet meegaan naar A.S. Oostende met Louis Versyp, die in de loop van het voorbije seizoen bij Cercle Guy Thys als trainer vervangen had.  Versyp had Willy graag meegenomen en hem zelfs verzekerd van een plaats in het eerste elftal.  Vermoedelijk, zo denkt, Willy, stelde Groen-Zwart dat veto om te voorkomen dat hij, Willy, bij een rechtstreekse tegenstander terecht zou komen.  Uiteindelijk belandde hij bij F.C. Eeklo, een afdeling lager, en dat na bijzondere inspanningen vanwege het Oost-Vlaamse team, niet dankzij Groen-Zwarte medewerking. 

"Een buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen."

Is het dat, slechts dat, wat het interview opleverde: Niets dan klachten, niets dan negatieve terugblikken bij een speler die het in een ver verleden niet heeft weten waar te maken bij Groen-Zwart?  Wilt u onze ex-Cerclist begrijpen, hem ‘naar waarheid’ inschatten, dan is het nodig dat u meer weet over hem en zijn specifieke persoonlijkheid.  Willy is nooit ‘een voetbalbeest’ geweest.  Dat was hij niet eens toen zijn toekomst als voetballer hem het meest rooskleurig leek.  Als knaap voetbalde hij dolgraag.  Hij woonde in de Ganzenstraat in Brugge en voortdurend voetbalde hij … doorgaans alleen, zelden met vrienden dus, voortdurend de bal tegen de muur shottend.   Toevalligheden leidden hem naar Cercle.  Verschillende keren ontmoette hij Lucien Dhondt, destijds overbekend als Cerclefiguur en als leverancier van bananen, onder meer aan zijn grootmoeder, die een groentewinkel had in de Oude Gentweg.  Een nicht van Willy was getrouwd met Pietje Roggeman, één van mijn favoriete spelers bij het Cercle van niet zo lang na de Eerste Wereldoorlog.  Hoe weinig belang Willy ook aan de kleuren hechtte, het tapijt dat voor hem open gespreid lag, kleurde Groen-Zwart.  Bijzonder typisch voor Willy is het volgende.  Hij speelde weinig bij de Cerclejeugd doordat hij vroeg bij de reserves en de eerste ploeg terecht kwam, maar tijdens de korte tijd dat hij bij de scholieren of de juniores speelde, scoorde hij aan de lopende band.  Bij de eerste ploeg echter trof hij slechts éénmaal raak. Hij scoorde die enige goal als openingstreffer in een thuismatch tegen Racing Doornik, wedstrijd die uiteindelijk op 1-2 verlies uitdraaide. Van naaldje tot draadje kan Willy dat pareltje van een doelpunt beschrijven:  rechts kreeg hij juist voor ‘de zestien’ de bal van ver toegespeeld, hij dribbelde een paar verdedigers, liep met de bal een heel eind naar links, voerde een verrassende crochet uit, keerde terug totdat hij weer midden de breedte van het veld net buiten de zestien terechtkwam, en als bekroning van deze knappe actie knalde hij het leer keihard in de winkelhaak.  Wat hierbij zo typisch is voor Willy is vooreerst de oogstrelende makelij van het doelpunt, maar vooral de commentaar die hij zestig jaar later laat volgen op zijn beschrijving ervan.  “Ik was blij,” zegt Willy, “ja, ik was blij, dat wel, maar ik voelde niks van de euforie zoals vele spelers tegenwoordig demonstreren als ze gescoord hebben.  Zo’n buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen.”  Enigszins in de zelfde lijn ligt wat hij vertelt over zijn verhouding tot zijn medespelers: met iedereen kwam hij goed overeen, maar actief deelnemen aan hun gebabbel lag hem niet, zich volop opgenomen bij die leuke bende voelde hij zich niet.  

En nu, al ben ik geen psycholoog,  hopelijk gunt u het mij, lezer, dat ik even verder nadenk over de verhouding tussen Willy’s persoonlijkheid en de betekenis van Koning Voetbal in zijn leven.  Welnu, ik vroeg Willy of hij tijdens de voorbije jaren  goed zijn boterham verdiend had.  Hij antwoordde mij dat hij 38 jaar in het onderwijs had gestaan, als technisch leraar in de afdeling houtbewerking van het Koninklijk Atheneum van Knokke-Heist.  Met terechte fierheid wees hij mij op het kunstvolle meubilair in zijn living, allemaal zelf gemaakt.  U las al dat Willy geen ‘voetbalbeest’ was.  Koning Voetbal, Cercle Brugge evenmin, heeft ooit wortel geschoten in hem.  Van binnen uit is Willy iemand die meer dan Jan met de pet geniet van wat hij als ‘schoon’ ervaart, van het artistieke, van wat het gewone op een kunstige wijze te boven gaat.  Dat is zelfs zo als het om een doelpunt gaat…  Mij was het niet moeilijk zijn standpunt te begrijpen bij de donkere toekomstvisie voor het voetbal, wereldwijd, die hij, eerder vluchtig, uit de doeken deed toen we daar verder over praatten.  Maar eigenlijk interesseert hem dat niet.  En in welke mate Cercle hem interesseert, bleek overduidelijk uit zijn antwoord op mijn vraag hoe hij tegen het Cercle van vandaag aankijkt.  Twee wedstrijden voor het einde van het eerste periodekampioenschap antwoordde hij: “Ik hoop dat ze erin blijven.”  Neen, zijn wens dat Cercle niet zou degraderen, was niet ironisch bedoeld…

En nu heb ik het wat moeilijk, lezer.  Terecht portretteer ik Willy Craeye als een ex-voetballer voor wie de lederen bal lang niet centraal staat in zijn leven, maar ik vrees dat wat u gelezen hebt de indruk nalaat dat ik hem in de eerste alinea ten onrechte als gezellig en goedlachs heb bestempeld. Wat u las, gaat daar niet tegen in.  “Om naar een voetbalmatch te gaan kijken heb ik geen cent over”, zegt hij, maar van ‘een terrasje’ kan hij echt genieten, en jarenlang al komt hij wekelijks samen met een uitdunnend groepje kameraden.  ‘Uitdunnend’, want onder meer Gaby Savat, jarenlang een door vriend en tegenstander gewaardeerde Clubspeler, is er niet meer bij.  Enkele weken geleden bezocht Willy, samen met Gaston Eeckeman, hun vroegere blauw-zwarte tegenstander in het rusthuis waarin hij verblijft.

"Ondanks alles acht ik mij een gelukkig mens."

Ik beëindigde het interview met een ietwat schalkse vraag. In oktober 1956 verloor Willy zijn eerste match bij Cercle, thuis tegen Racing Tienen, 0-1,  en anderhalf jaar later werd ook zijn laatste Cerclematch een nederlaag, 2-1  op Patro Eisden.  Of hij misschien een ‘geboren loser’ was, vroeg ik hem.  Rustig verzekerde mijn gastheer mij dat hij zich een gelukkige mens acht “omdat mijn vrouw en ik op onze leeftijd nog elke dag samen kunnen genieten van ‘t gene dat we hebben na al wat we zijn tegengekomen.”  Op dat ogenblik had Willy al verteld hoe hij bij Eeklo als voetballer niet had kunnen doorbreken wegens een bijzonder zware hersenschudding die hij nog voor zijn transfer bij een voetbalmatch onder militairen had opgelopen toen een bal van dichtbij keihard tegen zijn hoofd werd geschopt.  Een volle maand verbleef hij in de kliniek en de dokter liet er geen twijfel over bestaan: de gevolgen ervan zouden blijven natrillen, nooit meer zou hij kunnen voetballen als voordien.  Maar het was niet daaraan dat Willy dacht toen hij te verstaan gaf dat hij en zijn vrouw met heel wat tegenslagen werden geconfronteerd.

Neen, het ziet er niet naar uit dat er ooit iemand voor de dag komt met een uitgebreide biografie van Willy Craeye.  Zou het schrijven ervan de moeite lonen?  Wel, uniek zou die biografie zeker zijn.  Net zo uniek zou die zijn, lezer, als die over u, als die over mij en als die over onze buurman.  Geenszins bedoel ik daarmee dat die alledaags zou zijn, wél dat iedereen op een eigen, merkwaardige, wijze zichzelf is en beleeft wat hij of zij meemaakt.  Mij zal Willy bijblijven als een bijzonder getalenteerde jonge voetballer, wiens hart, binnen en buiten het voetbalspel, nooit op de eerste plaats klopte met het oog op sensatie of succes, maar des te meer voor het oogstrelende, het kunstvolle, het gracieuze.

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
De Cercle Vrienden organiseren: Barbecue 'Hesp aan 't spit'

Op zondag 18 november organiseren De Cercle Vrienden een barbecue.

Vanaf 12 uur gaat de barbecue aan en wordt er gestart met een aperitiefje. Na het aperitief kan er hesp aan 't spit gegeten worden. Hierbij zitten kroketten + groentjes + sausje en dessert.

Waar: Gemeente Houthulst, Dorpshuis Jonkershove (Mgr. Schottestraat).

De kosten hiervan zijn voor:
Volwassen: €20,-
Kinderen tot 12 jaar: €6,-
Kinderen onder de 6 jaar: Gratis

Inschrijving vooraf noodzakelijk, voor 9 november!

Inschrijven kan bij:
Roland Noyelee: 051 545326
Stefanie Cauwelier: 0478 835702
Walter Deceuninck: 051 544134
Albert Vanacker: 051 544755
Gino Lefevre: 0499 143504
Etienne Syoen: 051 544785
Willy Vanclooster: 051 704325
Franky Lefevere: 0471 611189
Noel Douvere: 0495 801922

Lees meer