koop tickets online

Historiek van de shirtsponsors

Actueel zijn de Cercle-truitjes maagdelijk blank op de borst.  De fiere witte dwarslijn loopt ononderbroken van de rechterschouder tot de linker heup.
Door de jaren heen prijkten er echter vijftien verschillende hoofdsponsors op de truien.  Recordhouders (8 seizoenen) zijn onze recentste hoofdsponsor, die thans nog steeds op de rug prijkt, ADMB en ABB-verzekeringen.  Rodenbach, die voor de supporters (naast Ysco) de lekkerste sponsor was (gezien de talloze gratis vaten…), prijkt op nr 3 met zes seizoenen. 

De eerste vorm van sponsoring op de voetbaluitrusting kwam er bij Cercle in de jaren ’60.  Het betrof eerst CULLIGAN (waterverzachters, koelers, …) en daarna de olieproducten “SINCLAIR” (Amerikaanse maatschappij opgericht in 1916 en genaamd naar de stichter).  Deze publiciteit kwam voor op de trainingsvesten van de spelers.  Shirtreclame was toen nog niet toegelaten.  

Het logo van Sinclair was een groene dino (eigenlijk een Brontosaurus).  Ik herinner me nog goed hoe voorafgaand aan sommige wedstrijden de spelers plastic groene dino’s in de tribune van het Edgard De Smedtstadion gooiden.  
Even als uitsmijter: het dino logo werd gekozen omdat de firma een link wilde leggen met de enorme ouderdom van de grondstof waaruit hun producten gemaakt werden (en nog steeds worden).

1966-1967

1967-1968

 Vanaf het seizoen 1972-1973 werd shirtreclame (onder strikte voorwaarden zoals één hoofdsponsor en niets meer) toegelaten.  Meteen ook de aanleiding waarom de thans befaamde retro-truitjes slechts één volledig seizoen gedragen werden (1971-1972).
Cercle begon met een smakelijke sponsor, nl. het product met de toepasselijke naam “GOAL” van Chocolade Jacques.

Op de ploegfoto van het seizoen 1973-1974 prijken de spelers weliswaar nog eenmaal met de mooie truitjes met C-logo, maar algauw wijzigden de truitjes met een nieuwe sponsor, nl de ferry maatschappij TOWNSEND THORESEN met aanlegplaats in Zeebrugge.

Met het West-Vlaamse YSCO kwam er stabiliteit in deze sponsoring, want de ijsjesfabrikant prijkte drie seizoenen op de truien (74-75, 75-76 en 76-77).

1974-1975

Nog meer stabiliteit in de volgende veertien seizoenen.  ABB-verzekeringen nam de eerstvolgende acht jaar voor zijn rekening (77-78 t/m 84/85).

1982-1983

De volgende zes jaar (85-86 t/m 90/91) waren voor RODENBACH.  Een periode waar de (dorstige) supporters met heimwee aan terugdenken.  Niet alleen omwille van het voetbal (met de klassespelers die we in die periode hadden), maar zeker ook omwille van de gulle sponsor naar de supporters toe…

1986-1987

In 1991-1992 een kort intermezzo met 49-JEANS dat eerder ook al sponsor van onze buren geweest was.

Toen volgden drie jaar met het Brugse benzine/diesel merk PETROS (92-93 tot zowat half 94-95).  Door “omstandigheden” werden die drie seizoenen niet voltooid en kwam het sokkenmerk BREITEX voor de rest van het seizoen op de shirts.

 Vervolgens, 95-96 en 96-97, kwam YSCO terug op de proppen en viel ook een regelmatig  gratis ijsje in de gratie van de supporters.

Daarna ging Cercle de “auto-toer” op met RENAULT, welke vier seizoenen op de groen-zwarte shirts prijkte (97-98 t/m 00-01).

1998-1999

Wat de nieuwe sponsor in 2001-2002 inhield, was niet zo meteen duidelijk voor de modale supporter.  Het betrof RES, een Barter-system waarbij o.a. handelaars onder elkaar konden/kunnen afrekenen met een eigen puntensysteem dat een geldwaarde vertegenwoordigde.  RES bleef twee seizoenen sponsor, het 2e seizoen in co-sponsoring met Standaard Boekhandel, en pikte ongetwijfeld een graantje mee met de extra publiciteit bij de promotie naar 1e afdeling in 2003.

De daaropvolgende twee seizoenen (03-04 en 04-05) was het lezen geblazen want STANDAARD BOEKHANDEL van voorzitter Frans Schotte blonk op de truien.

Tijdens de drie seizoenen nadien kregen we telkens een nieuwe hoofdsponsor en telkens uit een volledig andere branche.  In 2005-2006 was het de nationale telefooninlichtingendienst 1207, in 2006-2007 de voedingssupplementen VITAFYTEA en in 2007-2008 de campingvakanties VACANSOLEIL.

  

Ik schreef reeds dat in de jaren ’70 en ‘80  er een behoorlijke stabiliteit was i.v.m. de hoofdsponsors.  In het seizoen 2008-2009 zette ADMB de eerste stap om zich naast sponsor ABB-verzekeringen van destijds te plaatsen.  Deze HR-dienstengroep bleef eveneens maar liefst acht seizoenen hoofdsponsor van Cercle en is nog steeds co-sponsor (rugreclame).

Tijdens het vorige seizoen (2016-2017) had Cercle geen hoofdsponsor maar stond de vermelding van BUSINESS KRING 12 op de truien.

Noot: Van zodra dit toegelaten was prijkten ook tal van cosponsors op de shirts.  Vaak ook trouwe.  Niet in het minst de firma VAILLANT die Cercle zowat 25 jaar sponsorde met o.a. rugpubliciteit.

Tot zover dit beknopt overzicht betreffende zowat vijfenveertig jaar hoofdsponsors op de groen-zwarte truien.

 

(Georges Debacker)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Nabil Alioui

In de week na de mathematische redding voor Cercle Brugge had ik een gesprek met Nabil Alioui.  Deze Franse jeugdinternational streek in augustus neer aan de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion, maar kampte met een vervelende blessure.  Maar er is licht aan het einde van de tunnel.  De lijdensweg is bijna ten einde voor Nabil.  Vorige maandag maakte hij zijn debuut bij de beloften in de wedstrijd in en tegen Anderlecht.  De honger naar meer is groot bij de getalenteerde Franse aanvaller.  

‘Binnenkort speelminuten in de eerste ploeg’ 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Niet uit de lucht gegrepen - Hans Gerard

Het is geen toeval, lezer, dat de ex-Cerclespeler van wie u een interview voorgeschoteld krijgt, Hans Gerard is.  Hebt u de Shot-on-Linerubriek: “Cercle en Brugge door de jaren heen, deel 204 “ van 19 mei 2018 gelezen, dan begrijpt u meteen wat de aanleiding tot dit interview was.   Wellicht hoopte u zelfs dat er klaarheid zou volgen op wat u daar te lezen kreeg.  Is het u niet duidelijk waarover het hier gaat, dan raad ik u aan dat ‘deel 204’ door te nemen , bij voorkeur nog voordat u verder leest.  Vooraleer we over ‘dat hoofdstuk’ uitweiden, heeft Hans echter nog iets heel anders te vertellen…

Toen ik je telefonisch contacteerde, Hans, zei je me dat het een wonder is dat jij nog kunt geïnterviewd worden.  Blijkbaar had een recent ongeval fataal kunnen zijn voor jou?

Ja, en dat is pas drie maanden geleden.  In Sint-Pieters werd ik op het fietspad door een auto aangereden.  Die wagen zwierde mij in de lucht.  Ik kwam eerst op het dak ervan terecht en daarna op de grond.  Er was spoedig maar langdurig medische hulp, en ik kwam op de afdeling intensieve zorg van het AZ Sint-Jan terecht.  Om het uur kreeg ik er verzorging,  twaalf dagen lang.  Het zag er niet goed uit: ik lag daar met mijn nog recente ‘nieuwe heup’ verbrijzeld, schouderblad en vijf ribben gebroken, rechter schouder volledig uit de kom, een klaplong, genaaid zowel bovenaan als onderaan.  Eigenlijk heb ik geluk gehad in mijn ongeluk, maar dat mijn herstelproces nu bijzonder vlot verloopt is geen toeval.  Dat heb ik aan mijn positivisme te danken.  Mijn lichaam en mijn geest zijn al lang zo harmonisch op elkaar afgestemd dat ik fysiek en psychisch in een perfect fifty-fifty evenwicht leef.  Vóór mijn ongeval fietste ik dagelijks dertig tot veertig kilometer.  Kijk je hier even rond, dan vallen je ogen niet alleen op een hometrainer, maar je ziet overal  boeken en brieven liggen.  Dit Franstalige boek hier, “Energie Cosmique”, is toplectuur. Hadden alle mensen er maar een idee van wat uitgaat van een goede lichamelijke conditie en ontvankelijkheid voor de geesteskracht van een positieve levenshouding!

Niet alleen een wonder, ook een geluk voor jezelf en voor onze lezers is het,  Hans, dat ik je vandaag mag interviewen.  Je speelde drie jaar voor Groen-Zwart, van 1957 tot ’60.  Het is duidelijk dat het venijn in de staart zit, maar beginnen we toch maar bij jouw prilste begin.  Op 1 april 1936 werd er in Nieuwpoort een wel heel bijzondere aprilvis geboren.  Waren er onder de mensen die bewonderend in het wiegje keken ook broers of zussen van je, of kwam je ter wereld als de eerstgeborene van het gezin?    

Ik was de derde in de reeks van tien kinderen - eigenlijk de vierde, maar een zusje was gestorven.  Mijn vader was een hardwerkende landmeter, die duidelijk liet verstaan dat hij ons  liever over de studieboeken gebogen zag dan aan het sporten.  Mijn moeder werd door iedereen als een heel bijzondere persoonlijkheid erkend.  Voordat ze trouwde was ze hoofdverpleegster bij de bekende professor en chirurg Joseph Sebrechts in Brugge, en thuis was ze een fantastische moeder, die tegelijkertijd als een dokter was voor ons. 

Je voetbalde al in de wieg?

Al vroeg ‘sportte’ ik graag.  Fietsen, tennis, wat atletiek, lopen vooral.  Toch spande voetbal de kroon.  En het ging goed.  Wat schiet er zo meteen mijn geheugen te binnen?  Een matchke dat we met 9-4 wonnen toen ik nog kind was.  Ik scoorde er vijf van de negen.  En dat deed de ronde in Nieuwpoort!   Ook herinner ik me levendig een match op de Gistfabriek tegen ‘de Frères’: ‘k Zal dan twaalf geweest zijn, en ik mocht meespelen met de ploeg van het Brugse Sint-Lodewijkscollege.  Ik studeerde er Grieks-Latijn, en sommige spelers waren vijf jaar ouder dan ikzelf.

"Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij"

Toch was je al 21 toen je van Nieuwpoort in Provinciale naar Cercle trok in de op één na hoogste afdeling van het land.  Was Cercle een zeer bewuste keuze?

Eigenlijk niet.  Ik kende Cercle nauwelijks, had er nog geen enkele wedstrijd van gezien.  Het was Robert Braet die het klaar kreeg om me naar Cercle te loodsen.  Ook A.S. Oostende was een mogelijkheid geweest.  In de loop van mijn voetbalcarrière is een transfer naar een andere ploeg meer dan eens ter sprake gekomen.  Ik kon naar Anderlecht, maar mijn vader lag dwars wegens mijn studies architectuur aan Sint-Lucas in Gent - later heb ik  voor de bouw gewerkt, maar langer als verzekeraar.  Nadat ik goed presteerde als gelegenheidsspeler op Clubs Paastornooi, waar het heerlijk samenspelen was met technisch knappe spelers als Berre Deurwaerder en Fernand Goyvaerts, keek Club onder trainer Höffling begerig naar mij uit.  Ik ben zelfs bij Michel Van Maele thuis op bezoek geweest, maar Cercles bestuur, vooral Lucien Dhondt,  was niet te vermurwen.  Na de inhuldiging van Cercles lichtinstallatie  met een match van Groen-Zwart tegen Stade Reims in november 1957 had ik naar die Franse kampioeneploeg gekund.  En nadat ik al weg was bij Cercle had Beerschot een goed bod voor mij over.  Kijk, dat zijn dingen die ik me allemaal herinner, maar feitelijk  was het mij grotendeels gelijk voor welk team ik speelde.  Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij.  Ook nu nog volg ik graag matchen op tv, maar niet om het even welke.  Genieten kan ik alleen van creatief voetbal, individuele nummertjes, vlug doorspelen van de bal,  posities innemen, knappe combinaties, opentrekken van het spel.  Velen die naar het voetbal gaan, kijken haast uitsluitend naar de bal.  Ze zien die vliegen van achter naar voor, van rechts naar links,  heen en terug, maar ze hebben er geen oog voor hoe de spelers patronen vormen over het terrein.  Gisteren zag ik de Belgen in hun laatste oefenpot voor het WK 4-1 winnen tegen Costa Rica.  Wat een genot voor het oog Kevin De Bruyne en vooral Eden Hazard over het veld te zien draven met de bal aan de voet of positie kiezend om gaten te kunnen trekken.  Vraag me niet of voetbal oorlog is of  feest: het is alleen voetbal als het een spel is, een spel waarbij je kunt genieten van het oogstrelende, vooreerst als speler, maar evenzeer als toeschouwer.  Al speelde ik destijds natuurlijk om te winnen, het zal wel waar zijn dat ik soms eerder uit was op het speelse, het technisch vaardige, het creatieve, dan op het resultaat: Ik dribbelde zo graag…  

Bij Cercle maakte je vlug furore.  Maar heel lang duurde de pret niet.  Na drie jaar kwam er een bizar slot aan.  Op het einde van het seizoen 1959-’60 kreeg Cercle nog onverhoopt de kans om naar de hoogste afdeling te promoveren.  De beslissing viel bij een testwedstrijd tegen Patro Eisden op het veld van Club Mechelen (het huidige YR KV Mechelen).  Cercle verloor met 2-1.  Ik herinner me die match bijzonder goed en toen ik naar huis reed, was ik niet alleen over de uitslag ontgoocheld maar ook over het gebrek aan strijdlust bij Groen-Zwart. Toen, jaren later, het prachtige “Cercle Brugge KSV 1899-1989” van Roland Podevijn van de drukpersen kwam, las ik erin: “De wedstrijd mondde voor de talrijke Brugse supporters uit op een enorme ontgoocheling.  Na een effenaf teleurstellende Cercleprestatie werd er met 2-1 verloren.  Enkele spelers hadden tegen hun gewoonte in opvallend gelaten, inspiratieloos en ondermaats gevoetbald … Dat was niet ‘normaal’!”  Jij, Hans, kon het niet geweest zijn die ‘ondermaats’ presteerde, want  … nadat je 12 goals had gescoord in 24 matchen, was jij er niet bij – je mocht er niet bij zijn!  Maar wat las ik enkele dagen geleden op Shot-on-Line?  Weliswaar had ik al ‘geruchten’ die niet minder suggestief waren dan bovenstaand citaat voordien opgevangen, maar wat ik daar las, was niet om er stil bij te blijven zitten.  Vandaar het verzoek van onze hoofdredacteur om te luisteren naar jouw visie erop.

[Ter wille van de lezer die het vermelde ‘deel 204’ niet leest, citeer ik één zin uit die tekst, kort na de testmatch in het Brugsch Handelsblad verschenen:  “De trainer en zijn blinde volgelingen hebben waarlijk te veel ‘met zijn voeten gespeeld’ en anderen zouden het wellicht reeds lang stilgelegd hebben.”  Na lectuur van de volledige tekst, reageerde Hans als een gentleman: feiten ontkennen kon hij niet, schuldigen vrijpleiten kon hij evenmin, maar hij stond erop ook na zo lange tijd de sluier van de anonimiteit te behouden boven het hoofd van wie trainer Delfour zijn eigenzinnigheid liet doordrijven.]

Straks is het zestig jaar geleden, Hans, maar hoe kijkt u op de dag van vandaag daar tegenaan?

Al wat hier gezegd wordt, klopt.  En de testwedstrijd heb ik gezien … van op de tribune.  Hoe zat het allemaal juist in elkaar?  Heel het gebeuren, heel de achtergrond ervan, was mij duidelijk van naaldje tot draadje.  Het was trouwens niet de eerste keer dat het voor de spelers interessanter was niet te winnen, en dat niet alleen voor hen die vermoedelijk geen kans zouden krijgen in de hoogste afdeling.  Er komt nu nog een binnenpretje bij me op als ik denk aan een match op A.S. Oostende.  Wat panikeerden we toen Vic Derboven ons van ver van het doel af op voorsprong schoot!  We mochten niet winnen, en ja, hoor, het lukte ons om met 3-2 het onderspit te delven.  Dat was nog vóór het seizoen dat op die testmatch eindigde.  Ja, dat ik al een tijdje voor de testmatch aan de zijlijn gehouden werd, niet zelf het veld mocht opdraven, lag inderdaad zoals het artikel te verstaan geeft, niet alleen, zij het wel vooral, aan Edmond Delfour.  Ik weet heel goed hoe ik hem op de tenen had getrapt, maar wat zou eraan gewonnen zijn als ik dat uit de doeken deed?  Het komt er wel op neer dat ik mijn ogen niet sloot waar hij me dat liever had zien doen.  Wat kan ik hier verder nog over zeggen?  Dit alleszins, dat ik er geen trauma aan overgehouden heb, lang niet.  Ik had graag bij Cercle gespeeld, maar zo kon het niet verder.  Als het er zo aan toeging, kon ik er geen plezier meer aan beleven.  Ofwel voetbalde ik niet meer, ofwel werd ik getransfereerd.

Het werd een transfer naar Union Sint-Gillis, en kwalijk viel dat nu precies ook niet uit, want ‘den Union’ speelde in de Eerste Afdeling.  Cercle promoveerde dus niet, maar jij wél!

Bij Union kwam ik wel in onze hoofdstad terecht, maar niet in de hemel!  Ik was er semiprof, maar er was meer dat tegenviel dan dat er meeviel.  In een match tegen Beerschot werd ik brutaal gekwetst.  Er volgde een meniscusoperatie, en daarbij werd ik ‘mismeesterd’.  Onze trainer was niet vrij van vriendjespolitiek, en op het einde van mijn tweede jaar degradeerden we.  S.K. Roeselare lijfde me in, en ik trof er Robert Goethals aan, die een prima trainer was en mij weer intense vreugde in het spel bezorgde. Toen hij drie jaar later naar V.G. Oostende trok, vroeg hij me mee, en met de kustjongens speelden we kampioen.  Ten slotte heb ik nog even in Wevelgem gevoetbald.  Tijdens het weekend gaf ik daar tennisles, en dat ik een half jaartje trainer-speler werd bij S.V. was grotendeels een vriendendienst.

Na de desastreuse testmatch halfweg 1960 vreesden velen dat het met Cercle  bergaf zou gaan, te meer doordat jij er niet meer bij was, maar promotie was slechts uitgesteld.  Eén jaar later promoveerde Cercle als tweede, samen met kampioen Diest. Weet je nog hoe dat bij jou overkwam, hoe jij daar tegenaan keek?

Wel, al speelde mijn broer Jo nog bij Groen-Zwart, zelf had ik niet alleen niets meer met Cercle te maken, maar ook psychisch had ik afstand genomen van wat toch voorbij was.  Voetbal is in tegenstelling tot mijn druk zakenleven altijd een bijzaak geweest voor mij.  Ik draag Cercle geen rancune toe, en vanuit de loges samen met Fernand Van Damme, zoon van de gewezen burgemeester van Brugge en ex-voorzitter van Cercle, heb ik Groen-Zwart later nog een aantal matchen zien spelen in Jan Breydel.  

Hans woont in hartje Brugge, in het Prinsenhof, zijstraat van de Geldmuntstraat.  Hij is 82 jaar jong.  Dat ‘jong’ schrijf ik niet zomaar.  Erop wijzend dat voor nogal wat mensen op zijn leeftijd de dagen eentonig verlopen, dat elke volgende dag hun als een herhaling van de vorige overkomt, vroeg ik Hans of hij dat ook zo aanvoelde.  Het was eigenlijk een retorische vraag.  Hans’ vitaliteit was me al duidelijk vanaf het begin van het gesprek. Ik kon dan ook niet verwonderd zijn over het centrale woord van zijn antwoord: net zoals bij het voetbal is hij dag in dag uit op niets meer uit dan op ‘creativiteit’.  “Altijd ben ik creatief bezig,” beklemtoont hij, “ik denk, ik lees, ik schrijf, onophoudelijk gedreven door kosmische energie, de basis van het ontstaan en het bestaan van ALLES.”

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Jonge spelers begeleiden is onderdeel van mijn job - Jérémy Taravel

De donderdag voor de laatste wedstrijd van het kalenderjaar had ik een gesprek met Jérémy Taravel.  Dat gesprek vond plaats in de rijkelijke beheerraadszaal van Cercle Brugge K.SV.  Net voor de ochtendtraining maakte de dertigjarige Fransman even wat tijd vrij voor een interview.  Hij is bezig aan zijn eerste seizoen bij Cercle en kwam in het tussenseizoen over van AA Gent.  Hij heeft er al een rijkgevulde carrière opzitten en naast zijn functie als speler is hij ook belangrijk als klankbord voor de vele jonge Franstalige spelers die Cercle aan boord heeft.   

Jérémy, je bent een bekend gezicht op de Belgische velden.  Toch heb je ook al ervaring in eigen land en in Kroatië.  Kun je even je sportieve carrière tot nu toe schetsen voor onze lezers?  

Ik begon als zesjarige te voetballen bij lokale ploegen.  Ik ben geboren in Vincennes in de buurt van Parijs.  Vanaf 2003, ik was toen zestien, verdedigde ik twee seizoenen de kleuren van US Crétail-Lusitanos.  Daarna kwam het grote Lille aankloppen.  Daar vervolledigde ik mijn jeugdopleiding en kreeg ik in het seizoen 2007-2008 mijn kans in de eerste ploeg. De concurrentie was evenwel hevig.  Ik deed er toch veel ervaring op.  We hadden toen echt een goede ploeg.  Het tweede seizoen dat ik bij de grote jongens van Lille speelde, werd ik tweemaal uitgeleend.  Een half jaar aan Troyes en de tweede seizoenshelft belandde ik in België, bij Zulte Waregem.  

Bij Zulte Waregem ging het goed, je werd dan ook snel definitief overgenomen door het team van Francky Dury.  

Inderdaad.  Ik leerde in dat eerste half jaar erg veel bij van Francky Dury.  Vooral op het mentale vlak groeide ik enorm.  Bovendien kreeg ik ook de nodige speelkansen.  We eindigden dat seizoen trouwens knap vijfde.  Zulte Waregem en Lille geraakten het snel eens in het tussenseizoen en ik kon ook het seizoen daarop de kleuren van Zulte Waregem verdedigen.  Dat tweede seizoen eindigden we zesde.  

Na anderhalf jaar Zulte Waregem, volgde een langere periode bij Sporting Lokeren.  Je  bleef er maar liefst vier seizoenen, van 2010 tot 2014.  

Dat klopt.  Met Lokeren kende ik een erg goede periode.  We plaatsten ons twee seizoenen op een rij voor Play Off 1.  Bovendien konden we ook een bekerfinale spelen op de Heizel.  We wonnen toen met het kleinste verschil van KV Kortrijk.  Samen met Mijat Maric vormde ik bij de Waaslanders een complementair duo.  We speelden bijna alles, enkele kleine blessures niet te na gesproken.  In totaal speelde ik meer dan 100 wedstrijden voor Lokeren.  Het is een periode om nooit te vergeten.  

Nadien volgde dan de stap naar het buitenland.  Het werd Dinamo Zagreb in Kroatië.  Hoe beviel je dat?  

Erg goed.  Het was voor mij het moment om de stap te zetten.  Ik kende er een leuke tijd en kon veel spelen.  Op een erg hoog niveau, mag ik wel stellen.  We werden tweemaal kampioen en pakten de beker.  Ook Europees speelden we onze wedstrijden.  Het was een stap die ik me zeker niet heb beklaagd.  Mijn eerste kind werd er geboren en familiaal was het beter om na die twee seizoenen opnieuw naar België te gaan.  

Dat werd Gent, maar een succes werd het niet?  

Dat kun je wel zeggen.  Om allerlei redenen klikte het gewoon niet in Gent.  Ik wil daar niet verder over uitweiden, want dat is het verleden.  Ik werd uitgeleend aan het Zwitserse Sion, maar ook dat werd een maat voor niets.  In het vorige tussenseizoen waren er verschillende contacten, maar Cercle Brugge was het meest concreet.  Ik tekende een contract voor twee seizoenen.  

"Dit is echt wel een hoog niveau voor een ploeg in 1B.  Een hoog niveau dat uiteindelijk moet leiden tot de promotie."

Waarom werd het Cercle Brugge en wat was je eerste indruk van de ‘vereniging’?  

Het eerste gesprek was met Francois Vitali.  Ik kende hem nog van bij Lille. Dat eerste gesprek was meteen veelbelovend.  Bij het tweede gesprek kwam ook de toenmalige trainer José Riga erbij.  De gesprekken evolueerden zo goed, dat ik uiteindelijk niet lang twijfelde om hier aan de slag te gaan.  Het is echt een goed project.  Het is niet alleen maar wat spelers kopen en hopen dat de promotie gerealiseerd wordt.  Het is het totale plaatje dat klopt.  De omkadering, de faciliteiten, de begeleiding, het feit dat we elke wedstrijd op afzondering gaan, de aankomende winterstage in Spanje… Dit is echt wel een hoog niveau voor een ploeg in 1B.  Een hoog niveau dat uiteindelijk moet leiden tot de promotie.  

Het huidige seizoen verloopt wat wisselvallig.  De eerste periode eindigde Cercle derde, momenteel volgen we op vier punten van leider Lierse.  

De eerste periode was niet makkelijk.  We moesten echt bouwen aan een nieuwe ploeg.  Bijna alle spelers waren nieuw.  Dat kost natuurlijk tijd en dat was ook ingecalculeerd.  Toch deden we het niet onaardig en konden we zelfs meer punten gehaald hebben mits wat meer geluk.  Momenteel zijn we vijf wedstrijden ver in de tweede periode en totaliseren we acht punten.  Lierse won bijna alles, maar verloor vorig weekend.  Het is een reeks waar de verschillen erg klein zijn en waar we elke match alles moeten geven.  

Ondertussen hebben we ook een nieuwe coach met Frank Vercauteren.   Hoe schat je hem in?  

Elke trainer legt zijn eigen accenten.  De nieuwe trainer heeft veel gesprekken gevoerd, zowel individueel als in groep.  Hij luistert ook naar de inbreng van de spelers.  Momenteel spelen we een systeem met drie centrale verdedigers.  Dat systeem past echt wel bij de groep die we hebben.  Drie centrale verdedigers of twee, dat maakt voor mij eigenlijk niet uit.  De coach zit er trouwens kort op en is erg aanwezig.  

Je bent met je dertig jaar één van de anciens in de ploeg.  Hoe vul je die rol in?  

Ik heb inderdaad de nodige ervaring en ik probeer dat zeker in het elftal binnen te loodsen.  Samen met jongens als Koné en Mercier probeer ik de jonge spelers wat te coachen.  Zowel op het veld als buiten de lijnen.  Er zitten inderdaad erg veel jonge spelers in de kern.  Spelers die soms ook voor het eerst in het buitenland spelen.  Dat is voor hen een erg grote stap.  Samen proberen we ze dus te begeleiden.  

Hoe schat je de rest van het seizoen in?  

We moeten gewoon blijven werken.  Elke dag op training en elke wedstrijd moeten we het volle pond geven.  1B is een reeks waar het kort bij elkaar ligt en waar mentaliteit zeer belangrijk is.  Ik wil zeker de nodige mentaliteit in de ploeg brengen.  

Tot zover het aangenaam gesprek met Jérémy Taravel, een ancien die zijn rol zowel binnen als buiten de lijnen zeer ter harte neemt! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Kampioenendiner

Na de viering op het podium trok het Cercle-gezelschap (spelers, sportieve staf, begeleiders en beheerraadsleden van de cvba en de vzw) naar een “geheime” locatie om met een maaltijd de feestdag af te sluiten.

De twee bussen trokken richting hotel-restaurant “Lodewijk Van Male”, waar eerst een aperitief plaatsvond in de prachtige tuin en vervolgens een maaltijd.

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Met Cercle doen wat Antwerpen vorig jaar deed - Johanna Omolo

Tussen de twee thuiswedstrijden tegen Lierse en Roeselare door had ik een afspraak gemaakt met Johanna Omolo.  Onze Keniaanse middenvelder – woonachtig te Oostkamp, de thuisgemeente van onze hoofdredacteur - ontpopte zich tot een aangename gesprekspartner.  Veel lachende gezichten trouwens aan de groenzwarte kant van het Jan Breydelstadion.  Dat kan natuurlijk moeilijk anders met een knappe vijftien op vijftien op het rapport en een voorlopige eerste plaats in de tweede periode.  Ik sprak met Johanna over zijn al rijk gevulde carrière, het huidige seizoen en zijn foundation.  

Johanna, je bent geboren in Nairobi (Kenia).  Dat land kennen we vooral van duursporten.  Denken we maar aan de lange afstandslopers.  Ook wielrenner Chris Froome groeide er op.  Jij koos voor voetbal.  

Inderdaad, het lijkt geen evidente keuze.  Maar in onze gemeenschap werd er onderling al snel gevoetbald.  Voor de lol uiteraard en om ons bezig te houden.  Het klopt inderdaad dat veel van mijn landgenoten bekend zijn van de atletiek en de langere afstand.  Maar ik werd verliefd op de bal en besloot volop te gaan voor een voetbalcarrière.  

Je voetbalgeschiedenis begon dus bij een lokaal team in Kenia, maar al snel kwam je in België terecht.  

Dat klopt.  Vanaf 2006 begon mijn ‘actieve’ voetbalcarrière.  Na enkele seizoenen kwam ik in contact met een manager en hij had op zijn beurt contacten bij het Belgische Visé.   Dat was in het seizoen 2008-2009.  Visé speelde toen in de tweede voetbalklasse.  Ik kreeg er onmiddellijk mijn kans en bleef er één seizoen.  Voor mij was de overgang naar het buitenland een zeer grote stap in het onbekende.  Maar als je het in het voetbal wilt maken, moet je wel naar Europa.  Ik was 20 en vond in Visé de ideale ploeg om mijn carrière te lanceren.  

Na dat seizoen Visé kwam er een tussenstop van twee seizoenen in Luxemburg vooraleer je weer in België terecht kwam?  

Inderdaad.  Mijn prestaties werden opgemerkt door Fola Esch.  Dat is een Luxemburgse club met een rijke geschiedenis.  Sinds kort traden ze opnieuw aan in de hoogste Luxemburgse voetbalklasse de zogenaamde Nationaldivisioun.   Ik bleef er inderdaad twee seizoenen en speelde er zeer vaak in de basis.  Ik kon ook een aantal keer scoren, iets wat ik trouwens bij Visé ook al deed.  Na die twee jaar in Luxemburg was er opnieuw interesse van enkele Belgische clubs.  Beerschot AC was toen het meest concreet en ik trok voor drie jaar richting Antwerpen.   Het eerste seizoen verliep voor mij persoonlijk niet zo goed.  Ik kon maar een handvol selecties maken en viel soms naast de ploeg.  Dat was moeilijk.  Het seizoen erop werd er naar een oplossing gezocht en kon ik uitgeleend worden aan Lommel.  Die uitleenbeurt verliep goed, want ik werd definitief overgenomen het seizoen erna.  

Toch keerde je daarna opnieuw terug naar Antwerpen.  In het seizoen 2014-2015 ging je aan de slag bij FC Antwerp.  Je bleef er drie seizoenen en hielp vorig jaar mee de promotie afdwingen. 

Vorig seizoen slaagden we er inderdaad in om te promoveren.  Als spelersgroep was dit een fantastische ervaring.  Maar vooral voor de supporters was dit een onvergetelijk moment en een onvergetelijk seizoen.  Ik ben blij dat ik daartoe mijn steentje heb kunnen bijdragen.  De periode in tweede klasse duurde namelijk al dertien jaar.  Dit seizoen lijkt trouwens een beetje op het seizoen van Antwerp toen.  Een mindere eerste periode, maar een tweede periode die veel beter liep.  Laat ons hopen dat we met Cercle hetzelfde parcours kunnen afwerken.  We zullen er als spelers in elk geval alles aan doen.  

Waarom koos je in het vorige tussenseizoen voor Cercle Brugge?  

Er kwamen veel nieuwe mensen op Antwerp en ik voelde er niet genoeg vertrouwen.  Ze besloten om me te laten gaan bij een goed bod.  Dat goede bod kwam van Cercle en ik zette met plezier de stap naar het mooie Brugge.  Ik woon in de buurt, in Oostkamp.  

Je speelde dit seizoen reeds veel wedstrijden, wat is je favoriete positie op het veld?  Enkele wedstrijden geleden was je ook beslissend in de wedstrijd tegen OHL.  

Ik ben een middenvelder die graag de nodige vrijheid heeft en af en toe wil meeschuiven om voorin gevaarlijk te zijn.   Maar ik schik me ook in elke mogelijke andere rol.  Tijdens de wedstrijd die je vermeldt, viel ik in onder moeilijke omstandigheden.  We waren toen net met tien gevallen toen de trainer besliste om mij in te brengen.  Er werd een fout op mij gemaakt in de zestien en Irvin (Cardona) kon de elfmeter benutten.  Misschien een lichte penalty, maar hij werd gefloten.  

Je bent ook bezig met andere zaken.  Zo is er een foundation die jouw naam draagt?  

Dat klopt.  We willen met enkele mensen de situatie van jongeren in Dandora verbeteren.  Het is de gemeenschap waar ik vandaan kom.  Vandaag de dag zijn er daar nog veel problemen en we proberen die problemen zo goed mogelijk op te lossen.  Het is onze bedoeling om de kinderen daar een betere toekomst te bezorgen.  Dit doen we door zowel in te zetten op onderwijs als op het voetbal.  

Alvast een mooi iniatief!  Wie nog meer informatie wil over het project van Johanna kan terecht op https://johannaomolofoundation.org/ Vrijblijvende stortingen kunnen op BE02 7370 4816 9940.  Voorts hopen we vurig dat Johanna kan doen wat hij vorig jaar deed en dat is de promotie afdwingen, ditmaal met Cercle! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer