koop tickets online

Hoofdscout jeugd - Marc van Opstale

Profclubs gaan steeds vroeger heel jonge voetballers scouten. Een jaarlijks kwalitatief goede instroom is belangrijk, zeker voor Cercle Brugge die jeugdwerking hoog in haar vaandel draagt. In dit interview maken we kennis met Marc Van Opstaele, hoofdscout van de jeugd van Cercle Brugge. Als jeugdploegen het goed doen en de grootste talenten uiteindelijk in de A-kern terechtkomen, heeft hij en zijn team daar in elk geval een belangrijke bijdrage aan geleverd.

Marc, hoe ben jij op Cercle Brugge terechtgekomen? 

In 2005 kwam de plaats van Hoofdscout Jeugd vacant. Mijn zoon Jurgen (15 jaar lang jeugdtrainer op Cercle, nu hoofdcoach van KRC Gent, n.v.d.r.) maakte mij hierop attent,  en na een goed gesprek met toenmalig Hoofd Opleiding Ronny Desmedt, was alles in kannen en kruiken. Voordien zat ik in de sportieve staf van vierdeklasser V.V. Sparta Ursel, maar dat engagement viel hoe langer hoe moeilijker te combineren met mijn job in het onderwijs. 

Wat is voor jou het profiel van een goede scout?

Wie de beste is op het veld, kan iedereen zien, maar wie de beste gaat worden, daar draait het om. Dat is niet zo gemakkelijk in te schatten. Daarnaast moeten mijn scouts enthousiasme, passie, discretie en perfectionisme aan de dag leggen. Ze zijn vaak het eerste aanspreekpunt van ouders of spelers, dus ze moeten zich als een waardige Cercle-ambassadeur gedragen. 

Hoe gaat de jeugdscouting van Cercle Brugge concreet in zijn werk?

In het begin van het seizoen proberen we zoveel mogelijk wedstrijden te bekijken, en steken we elke naam die ons opvalt in een database. Na een paar maanden gaan we gerichter ter werk. We krijgen van de teamcoaches de pijnpunten van elke ploeg doorgespeeld en dan gaan we op zoeken naar profielen die voor verbetering kunnen zorgen. Voor elke positie op het veld kennen mijn scouts de competenties die vereist zijn voor die plaats. 

Zijn er ook testdagen voor de betere spelers voorzien?

Wie twee positieve verslagen krijgt, en op een positie speelt die eventueel opnieuw kan ingevuld worden, krijgt de kans om een paar keer mee te trainen met de groep. Er komen maximum twee testers per training, om het normale verloop van het oefenmoment niet te verstoren. Daarna nemen we uiteindelijk een beslissing of stellen die even uit, als er geen consensus is.

"Wie de beste is op het veld, kan iedereen zien, maar wie de beste gaat worden, daar draait het om."

Scouten jullie enkel in de onmiddellijke regio, of gaan jullie over de provincies heen?

Ik heb 11 scouts, onder wie één iemand specifiek voor doelmannen, en elk heeft een eigen regio onder zijn hoede, uiteraard vooral in Oost- en West-Vlaanderen. Zes personen volgen specifiek de onderbouw (U7-U10, n.v.d.r.) en schuimen de gewestelijke en provinciale velden af.  De vijf scouts die op zoek gaan naar talent voor de U11 tot en met de U17 bezoeken de teams die uitkomen in de interprovinciale en elite competitie.

Kan een geïnteresseerde speler naar jou een mail sturen met de vraag of hij eens mag komen testen bij Cercle?

Nee. We hebben niet de middelen om elke jongere die zichzelf aanprijst ter plaatse te volgen. Zelf gaan we ervan uit dat de meeste spelers op een bepaalde leeftijd op hun niveau spelen; daarom sturen we in geval van een mail enkel een scout naar de allerjongsten, en vaak pas nadat we eerst links of rechts via onze kanalen al eens geïnformeerd hebben.

Kijk je bij talentdetectie op dezelfde manier naar de jongste als naar de oudste jeugdspelers?

Zeker niet. Bij de allerkleinsten kijken we naar wat iedereen kan zien: technische vaardigheid, motoriek, explosiviteit, coördinatie, snelheid, de gave om onder druk met of zonder bal de juiste beslissing te nemen, enz. Bij oudere spelers hechten we daarnaast veel belang aan de winnaarsmentaliteit en emotionele stabiliteit. Toont de speler grinta en gedrevenheid? Hoe is zijn attitude tegenover de scheidsrechter en medespelers als zijn ploeg in het verlies staat? Hoe gaat hij er mee om als hij eens op de bank zit? Wij bieden op Cercle immers een omgeving aan waarbij spelers hun talent verder kunnen ontplooien, maar het zelf willen verder evolueren is nog belangrijker om te slagen. Veel van die dingen zie je al in de manier waarop iemand opwarmt, daarom zijn we vaak ruim op voorhand aanwezig. 

Hoe gaan jullie als scout om met laatrijpe spelers?

Over alle leeftijden heen zijn er twee constanten bij de detectie van talent: we beoordelen eerder de kwaliteiten dan de gebreken, en we proberen doorheen de directe prestatie te kijken en eerder te letten op de ontwikkelingsmogelijkheden. We zullen dus nooit iemand aanwerven louter op basis van zijn fysisch profiel. Als je het scheidsrechtersblad bekijkt, dan zie je bij veel ploegen, spelers die vooral in de eerste maanden van het jaar geboren zijn, en dus fysisch sterker zijn. Laatrijpe spelers met intrinsiek veel talent dreigen op die manier te vroeg uit de boot te vallen, en dat proberen we te vermijden.   

Kan je reeds bij een heel jonge speler zien of die zich kan ontwikkelen tot een profspeler?

Bij de allerjongsten is het onmogelijk om te voorspellen wat het niveau van iemand tien jaar later zal zijn. Teveel vaardigheden, zoals techniek, motoriek, snelheid, kracht, inzicht en mentaliteit passen zich voortdurend aan aan omstandigheden die veranderen, bv. het spelen op grotere ruimtes, nieuwe en betere tegenstanders of ploegmaats, ….. Het gaat over kinderen die nog niet in de pubertijd zitten, en waarvan ontwikkeling op veel gebieden nog een groot vraagteken is. 

Als het zo moeilijk te voorspellen is, op welk niveau iemand zal terechtkomen, is het dan eigenlijk zinvol om op zoek te gaan naar 7-jarige spelers?

Je raakt een heikel punt aan. De Voetbalbond is van oordeel dat de allerjongsten best rond de kerktoren blijven spelen. Ik deel die mening volledig, en daarom hebben we vorig jaar geen U8-ploeg opgericht. Er waren echter slechts weinig teams die dit deden, met als gevolg dat we, toen we aan het scouten waren in functie van de U9, tot de vaststelling kwamen dat de concurrentie reeds gaan lopen was met heel wat spelers uit de directe regio. We vertrokken dus met een achterstand en kunnen met andere woorden niet anders dan pragmatisch denken en ook zelf een ploeg U8 oprichten. 

Jullie mogelijkheden zijn sterk afhankelijk van de resultaten van de 1ste ploeg. Zorgt dat soms niet voor veel frustratie?

In het recente verleden viel onze 1ste ploeg in de hoek waar de klappen vielen, en dat had zijn repercussies voor de jeugdscouting. Vorig jaar was er half april nog geen zekerheid over onze toekomst, met als gevolg dat veel spelers en hun ouders eieren voor hun geld kozen. Bij de U15 vertrokken 8 spelers, bij de U16 6. Het leeuwendeel vertrok naar KV Oostende en Zulte-Waregem, ploegen voor wie we op het vlak van opleiding zeker niet moeten onderdoen. De laatste vijf jaar werden bij onze U14, U15 en U16 veel goede spelers opgeleid, maar ze geraakten vaak niet waar wij ze willen, namelijk bij onze beloften.   

De deadline voor een inkomende of uitgaande transfer bij de jeugd is 1 mei. De dagen voordien zijn ongetwijfeld heel spannend. 

Ik geef graag een voorbeeld. Vorig jaar werd ik op 30 april om 22.00u ervan op de hoogte gebracht dat de aanvoerder van onze U16 in extremis naar de buren vertrok. Ik heb toen direct een jongen uit Zottegem uit zijn bed moeten bellen met de vraag of hij voor ons wilde komen spelen. Dat is voor dat gezin toch een ingrijpende beslissing waarvoor ze heel weinig bedenktijd kregen. Maar gelukkig was hun antwoord positief.

"Het feit dat onze U19 deze week op en tegen Monaco mag spelen, is heel goed voor de uitstraling van onze werking."

Het ziet er naar uit dat deze situatie zich dit seizoen niet zal voordoen.

Inderdaad, de resultaten van de A-kern stemmen ons hoopvol. Betere uitslagen van de 1ste ploeg maken jeugdtransfers veel gemakkelijker. Het feit bovendien dat onze U19 deze week op en tegen Monaco mag spelen, is heel goed voor de uitstraling van onze werking. 

Hoe wil jij de scouting de komende jaren verder uitbouwen?

Ik hoop dat we de financiële mogelijkheden zullen krijgen om ons team uit te breiden tot 15 scouts. Daarnaast kan er misschien opnieuw geïnvesteerd worden in busjes die jeugdspelers voeren van huis naar training en omgekeerd. En in een ideaal leven komen we bij de jeugd in de Elite 1-reeks terecht. 

Kan je dat laatste kort uitleggen voor zij die de jeugd niet echt volgen?

De 24 profteams zijn verdeeld in een Elite 1- en een Elite 2-reeks. In reeks 1 zitten de topploegen. In de 2de  zitten o.a. Cercle Brugge, KV Kortrijk en KV Oostende. Als je met je jeugdploegen op het allerhoogste niveau wil spelen, moet je zwaar investeren in de omkadering – parttime jeugdtrainers, kunstgrasterreinen, accommodatie, doorstroming van jeugdspelers enz..- want dat levert bij een doorlichting veel punten op. Voorlopig is dit nog een utopie, maar met de hulp van Monaco lukt dit hopelijk op een dag. 

Vorig voetbalseizoen was een annus horribilis voor de jeugdwerking van Cercle Brugge. Toch eindigde voor de scouting het jaar mooi.

Dat klopt. Vijf jeugdspelers (Gianni Swennen, Olivier Deman, Martin Puskas, Charles Vanhoutte en Francis Cathenis, n.v.d.r.) kregen een contract bij Cercle. Voor sommigen onder hen hebben we veel moeite moeten doen om hen te overhalen uit te komen voor Groen-Zwart. Die contracten geven ons een grote voldoening en we zijn trots op hen dat ze de kans die ze bij ons gekregen hebben met twee handen gegrepen hebben.  

Terecht! Bedankt voor het interview.

(Diederiek Vermeersch)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Laatste koploper van heerlijke reeks? Frederik Boi

Frederik Boi weet wat waardering verdient, en wat niet.  Van statistieken houdt hij niet.  Zozeer is hij ervan doordrongen dat voetbal een teamgebeuren is dat hij lijsten van top-schutters en meeste assists eerder als een bekoring tot individualisme beschouwt dan als een uitdrukking van verdienste.  Al staat hijzelf er niet bij stil, zijn naam prijkt bovenaan een heerlijke, statistische weergave. Vragen we ons af welke Cerclespeler voorlopig de laatste is die meer dan driehonderd keren in een officiële match de Groen-Zwarte kleuren verdedigde, dan is ‘Fré’ het antwoord. Met 325 wedstrijden nam hij die koppositie in na zijn laatste Cerclematch in april 2014.  Daarmee verdrong hij na bijna drie jaar Denis Viane van die plaats, die op niet minder dan 383 beurten kan bogen.  En wie zal Fré opvolgen?  Bij het zo veranderde voetballandschap, is de kans op een opvolger wel flinterdun.

Fré, het vorige retro-interview vond plaats in Stekene ten huize van Anthony Portier, nu zitten we hier in jouw huis in Sint-Andries, rechtover de Olympiaterreinen.  Jij en Anthony komen om dezelfde reden aan de beurt: je beëindigt een lange, in hoge mate Zwart-Groen gekleurde, voetbalcarrière.   Anthony houdt ermee op wegens knieletsels, tijdwinst voor zijn gezin en omdat het plezier aan het spel er niet meer is.  En jij, waarom?

Aan meer tijd voor mijn gezin en familiale aangelegenheden hecht ook ik veel belang,  maar bovendien is  de combinatie van mijn werk en competitief voetballen niet meer mogelijk.  Ik droomde er al van voetballer te worden toen ik nog niet eens op de lagere school zat, maar nog voor ik naar het middelbaar ging intrigeerde mij ook alles wat met informatica te maken had.  Sinds een half jaar werk ik nu bij Epson, een Japans bedrijf met wereldwijd 70.000 werknemers, dat printers, scanners en projectoren produceert.  Zozeer een droomjob is dat voor mij, dat ik er de tijdrovende verplaatsing graag bijneem.  Elke werkdag trotseer ik met mijn auto de afstand tussen thuis en Diegem, in de buurt van de Nationale Luchthaven.  Dat komt gemiddeld neer op tweemaal honderd minuten. Per trein zou het even lang duren, en geregeld neem ik zware pakken materiaal mee.

Je hebt ettelijke paren voetbalschoenen bij de Cerclejeugd versleten.  Wat is je uit je prilste Cerclejaren vooral bijgebleven?

Ik kwam als vanzelf als vijf- of zesjarige in het spoor van mijn neef en broers in Cercles Voetbalschool terecht.  De Groen-Zwarte jeugdopleiding stond hoog aangeschreven, het niveau moest zeker niet onderdoen voor dat van ‘de buren’.  Ik was tenger en klein zodat ik  fysisch iets achter was op mijn leeftijdgenoten, maar mijn trainers zagen wel kwaliteiten in mij.  Cercle had toen niet alleen nationale maar ook provinciale jeugdploegen, en meer dan mijn medespelertjes ging ik over van het ene naar het andere niveau.  Ik kon hemelhoog juichen als ik naar ‘nationale’ overgeheveld werd, maar ook bij ‘provinciale’ was het heerlijk voetballen en met veel inzet.  Onder meer met Jan Masureel, Stijn Willems, Bram Vandenbussche en Pieter Doom heb ik goeie vrienden uit ‘provinciale’ overgehouden.  

Je startte als negentienjarige bij de Eerste Ploeg in december 2000.  Herinner je nog die eerste match?  Misschien weet je nog wat jij bij je selectie het meest was: verwonderd, blij, zenuwachtig of zelfzeker? 

Blij was ik alleszins, maar niet verwonderd.  Het moest ervan komen.  In tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de trainers, keek Dennis van Wijk niet alleen naar ‘namen’, maar wie goed presteerde op training, kreeg vroeg of laat de kans om zich tijdens het weekend te bewijzen.  Zenuwachtig was ik toen niet, dat was ik pas later bij mijn eerste derby in het fanionelftal.  En zelfzeker?  Aan zelfvertrouwen ontbrak het me niet.  En, ja, het verloop van die eerste match zie ik nog voor ogen.  We verloren thuis met 1-2 tegen Maasmechelen, dat nochtans niet hoog gequoteerd stond.  Na de match was van Wijk in alle staten…  Hoe ik het er zelf van afgebracht had?  Bij mijn eerste duel kreeg ik een klop op mijn hoofd, en kinesist Geert Leys mocht het veld op om mij te verzorgen.  “Zo gaat dat bij de grote jongens,” zei hij.   En ik moest niet lang wachten op bevestiging daarvan, slechts tot mijn tweede match… 

In het ‘Cerclemuseum’ tref ik iets aan dat me bijzonder merkwaardig lijkt.   In je debuutjaar speelde je 6 competitiewedstrijden, het jaar erop 3, en 7 tijdens het daarop volgende seizoen, Cercles kampioenenjaar 2002-‘3.  Met Cercle in Eerste was je er meteen 28 keren bij en vervolgens was je nog zeven seizoenen na elkaar een vaste waarde met minstens 25 beurten.  Een trainer is een machtig man, maar aan zijn voorkeur kon het niet gelegen zijn want zowel juist na als juist voor de promotie had Jerko Tipuric het roer in handen. Blijkbaar was jij niet goed genoeg voor Tweede, maar onmisbaar in Eerste?

In het kampioenenjaar begon ik heel goed, werd zelfs in een krantenartikel als de revelatie van het seizoenbegin bestempeld.  Tegen Geel speelde ik voor de eerste keer in het midden, voordien rechtsbuiten, en na de match zei Jerko mij: “Jij gaat nooit meer weg uit het midden.”  Nog voor die term bestond, draafde ik toen het veld af als ‘box-to-box speler’, en  dankzij mijn goeie conditie had ik daar geen moeite mee.  Na enkele matchen, helaas, werd ik in Heusden-Zolder zwaar getackeld, recht op mijn knieën.  Mijn mediale band was zo goed als door, en de revalidatie duurde verschrikkelijk lang, voor een stuk doordat ik te vroeg weer op het veld wilde staan.  ‘k Heb alleen nog één match gespeeld op het einde van het seizoen, op Maasmechelen.  

"Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen".

Och, blessure, aan die meest voor de hand liggende verklaring had ik niet eens gedacht!  Na één jaar Eerste deed zich een grote verrassing voor: Tipuric was erin geslaagd Cercle in de topklasse te behouden, maar Harm van Veldhoven nam zijn plaats in.

Die trainerswissel vernamen wij al in Westerlo, juist voor de laatste wedstrijd van het seizoen.  Het zat verschillende spelers zo hoog dat ze, vooral onder impuls van Vital Borkelmans, dreigden de match niet te spelen.  “Wij spelen niet,” zei Vital.  “Je speelt wel,” zei Jerko.  En … we keerden naar Brugge terug met een 1-1 gelijkspel. Ja, dat we  in Eerste bleven met de kern die we toen hadden, was een half mirakel.  Jerko door Harm vervangen konden we nauwelijks begrijpen, ook omdat Cercle toen het kleinste budget van heel de reeks had.  En, terloops, ik beëindig straks mijn voetbalcarrière bij het pas naar Eerste Provinciale gepromoveerde Sporting Blankenberge.  Wie is er de trainer?  Jerko.  Staan we op een degradatieplaats?  Neen, je vindt ons zelfs in de eerste helft van de rangschikking.

Jerko blijft?  Neen.  Maar toch is het niet helemaal hetzelfde als bij Cercle halfweg 2004.  Dat men bij een degelijk spelend voetbalteam na zes jaar hoe dan ook graag eens nieuwe wind laat waaien is minder verwonderlijk dan na twee jaar, zoals toen.   Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen’.

Tijdens Cercles gloriejaar, het eerste onder Glen De Boeck, trok jij voor niet minder dan 33 competitiematchen het Groen-Zwarte shirt aan.  Volgens Anthony Portier waren Cercles knalprestaties wel degelijk eerst en vooral aan Glen te danken.  Deel je zijn mening?

Heel zeker.  Vooreerst beschikte Glen over een stel fantastische spelers, maar daarnaast was zijn aanpak  zoals voetbal hoort te zijn: zo eenvoudig, zo simpel als het maar kan.  Dat komt erop neer dat iedere speler heel duidelijk moet weten wat hem als pion van een team op het voetbalschaakbord te doen staat.  En we wisten het! “Jij dit, jij dat, jij dit, jij dat …”  Voetbal is een loopsport, je moet voortdurend bewegen en je moet erop kunnen betrouwen: “Recupereer ik de bal, dan staat daar een medespeler die ik kan aanspelen.” Elke week opnieuw prentte Glen het ons in, steeds weer hetzelfde, zo ongecompliceerd mogelijk moest het zijn.  We hadden alleen maar verstandige spelers, maar waren er een paar blinden bij geweest, dan nog hadden die geweten wat hen te doen stond.  Wat ons tijdens Glens eerste jaar genekt heeft, dat is de gescheurde kruisband van Tom De Sutter in februari.

Maar dat Glen de glansprestatie van zijn eerste jaar erna niet heeft kunnen overdoen, heeft hij toch wel aan zichzelf te wijten.  “Wij zijn te voorspelbaar,” vreesde hij, en hij stapte af van zijn voor ons zo hanteerbaar systeem.  Ik kan het niet genoeg beklemtonen: “In voetbal is simpel spelen het beste, maar het moeilijkste dat er is.”  Weet je welke speler ik het meest bewonderde omdat hij alles zo eenvoudig mogelijk aanpakte? Dat was Oleg Iachtchouk.  Zijn balcontrole was altijd goed.  Zoals alles bij hem, leek zijn meesterschap over de bal en zijn voortgang in het spel vanzelfsprekend. Kreeg jij echter zo’n bal toegespeeld, dan lag die plots een halve meter weg van je voet.  Een eenvoudige, een intelligente, ook een leuke voetballer was Oleg. 

Dankten jullie je sterkte ook niet aan het feit dat Glen tot het uiterste ging  om de fysische conditie op te drijven? 

Ja, Glen was veeleisend, zeker ook qua fysische paraatheid.  ‘k Zie ons nog een uur aan een stuk ‘volle bak’ lopen in Tillegem.  En ook vele baloefeningen bleven duren tot onze tong op het gras lag…  Ik mag echter gerust beweren dat ik een van de spelers was die daar het minst last van had.  Ik heb het perfecte voetballichaam niet, maar wel een fysisch gestel dat geschikt is voor duursporten.  Wat ik als voetballer het meest mis, dat is kracht, en dat heb ik altijd weten te compenseren door ‘adem’ en snelheid.   ‘k Bezit beelden waarop ik tachtig meter loop langs de zijkant van het veld, de bal rond het penaltypunt van de tegenstander stil leg, binnenschiet, en rustig dooradem alsof ik twee stappen had gezet.

"Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken". 

Niet alleen over Glen De Boeck als trainer kun je meespreken, je hebt er in Cercles fanionelftal, asjeblief,  zeven meegemaakt: Dennis van Wijk, Jerko Tipuric, Harm van Veldhoven, Glen, Bob Peeters, Foeke Booy en Lorenzo Staelens.  Twee vragen liggen voor de hand: wie vond jij de beste, en zou je nu met elk van hen even graag aan tafel gaan zitten?

De meeste trainers die ik heb gehad, waren zeer degelijk, en twee van hen waren zelfs zo goed dat ze nog een paar centimeters boven Jerko uitstaken.  Dat waren Glen en, op gelijke hoogte, Yves Van Borm toen ik bij Knokke speelde. Dat ze ‘de beste’ waren, betekent lang niet dat ik met hen het minst in botsing ben gekomen, zelfs niet dat ik nu met hen het liefst zou tafelen. Een en ander kan complex zijn, hoor.  Dennis van Wijk, bijvoorbeeld, kent geen greintje medelijden op het voetbalveld, maar hij is een crème van een mens erbuiten.

We gaan even weg van Cercle.  Nog voor Van Borm heb jij dat trouwens al gedaan.  Je trok halfweg 2011 naar Oud-Heverlee Leuven, kwam na anderhalf jaar terug naar het Groen-Zwarte Olympia, je werd begin 2015 door Cercle eventjes uitgeleend aan Izegem, knokte twee jaar bij F.C. Knokke en nu ben je aan je laatste matchen bij Sporting Blankenberge toe.  

Bij OHL voelde ik me goed thuis, maar toch was ik blij dat Cercle me weer met open armen ontving.  Ook van de supporters voelde ik hun ‘welkom’ aan - en supporters zijn écht ‘de twaalfde man’: niet elke speler voelt het even intens aan, maar de meesten geeft het een kick van vertrouwen als de supporters positief op hun spel reageren. Al te veel supporters denken dat ze betalen om je te zien winnen, maar, neen, ze staan van hun centen af om je zo goed te zien spelen als het je mogelijk is!  Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken. 

U denkt, lezer, ik kom aan de slotbeschouwing van het interview, en dàt waarmee iedere Cerclesupporter Fré omkranst, is niet eens ter sprake gekomen.  17 december 2006, juist voor de winterstop, Cercle-Club, 63ste minuut: Fré keilt de bal tussen de blauw-zwarte doelpalen.  Het blijft 1-0 tot de scheidsrechter affluit.  Wat een vreugde, wat een euforie!  Eén seconde van uniek succes, en Fré is en blijft levenslang wereldberoemd in heel Brugge!  “Ja, zeker, daarover spreken velen me nog dikwijls aan.”  Op mijn slotvraag of het blijde nieuws dat ik vanmorgen in het Nieuwsblad gelezen heb, klopt, bevestigt Fré dat het, alles in acht genomen, onwaarschijnlijk goed evolueert met Alexander, zijn broer die nog geen maand geleden het slachtoffer werd van een zwaar verkeersongeval.  Een flits, ook hier, maar een gevolg dat écht ingrijpt in het leven.  Voor Alexander, vanzelfsprekend.  Voor Fré ook?  “Ik had voordien al besloten te stoppen met voetballen.  Zoveel tijd eist mijn werk van mij op, dat ik er te allen koste genoeg moet vrij maken voor mijn vrouw, mijn twee dochtertjes en heel mijn familie.  Alexanders accident bevestigt wat ik me al goed bewust was: tijd dient ertoe om die zo interessant mogelijk door te brengen.”

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Huldiging sportvrijwilliger

Op maandag 11 december vond de jaarlijkse algemene vergadering plaats van de Brugse Sportraad in de cultuurzaal Daverlo te Assebroek.  
Een vast item tijdens deze vergadering is de uitreiking van een getuigschrift en medaille aan vrijwilligers bij een Brugse sportvereniging die minstens 21 jaar dienst op de teller hebben.

Dit jaar waren er een tiental gegadigden, waaronder twee van Cercle nl. Myriam Floré en Pierre Lammens.

Gezien de gevaarlijke weersomstandigheden (sneeuw) tekenden een aantal mensen niet present.  Zo ook de Cercle-genomineerden.  De medaille werd daarna retroactief bekomen.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen (deel 208)

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 208)
(periode van 27-08-1960 -> 03-09-1960)

  • Cercle

In de vorige bijdrage kondigden we de oefenwedstrijd van de groen-zwarten tegen Beerschot AC aan.  De Cerclejongens wisten dat het sowieso een zware dobber zou worden maar hadden toch op een meer dan eervol resultaat gehoopt…

Cercle Brugge – Beerschot A.C. 0-5 – Eerste goede prestatie niet bevestigd !” : “De talrijke Brugse voetballiefhebbers die zaterdagavond op het Edgard De Smedtstadion waren om Cercle voor het eerst dit seizoen aan het werk te zien tegen Beerschot, zijn als één man ten zeerste ontgoocheld huiswaarts gekeerd.  Niet dat deze oefenwedstrijd op zichzelf zo minderwaardig was, maar hetgeen de groen-zwarten ten beste (?) gaven was zo onnoemelijk zwak en peuterig, dat zelfs de grootste optimisten er hun vertrouwen bij inschoten.  De uitslagen en prestaties der twee vorige oefenmatchen hadden immers de Cercle-aanhangers een hart onder de riem gestoken en de hoop doen heropleven dat het dit jaar eindelijk naar wens zou gaan. Deze illuzie was echter van heel korte duur, want men heeft kunnen vaststellen dat er nog niets veranderd noch verbeterd is bij vorig seizoen.  Natuurlijk is het nog maar een begin en bleek Beerschot andermaal een te sterke tegenstrever, maar toch is het van nu al reeds duidelijk dat de vooruitzichten allesbehalve rooskleurig zijn indien het roer niet kordaat gewend wordt.”

Technische krabbels…

-opkomst: +/- 2.500 toeschouwers.
terrein: uitstekend.
leiding: ref. Debleeckere, bevredigend.
fair-play: niets aan te merken.
doelpunten: 12’ Van Acker 0-1, 29’ Weyn 0-2, 30’ Drieskens 0-3, 65’ Drieskens (penalty)
  0-4, 69’ Van Acker 0-5.
Cercle: Mortier, Roje (Gaal), Serru, Perot, Wittewrongel, Demey, W. Lambert
  (Notteboom), Buyse, Bailliu, Michiels, Locskai (Desmaele).
Beerschot A.C.: Smolders, Wouters, Schroyens, Vanhemelryck, Raskin, Huysmans, Van
  Hoetayen (Zaman), Van Acker, Weyn, Drieskens, De Borger.
 

Het was overduidelijk dat de groen-zwarten nog flink wat schaafwerk voor de boeg hadden om een ploeg klaar te stomen die een gooi kon doen naar de promotie in Tweede Klasse.  Gezien men steevast beweert dat oefening kunst baart, besloot Cercle om, vooraleer de officiële competitie van start ging, nog een zware oefenwedstrijd in te lassen. Tegenstander van dienst was niemand minder dan Lierse, de kersvers kampioen Eerste Klasse :

Morgen zondag te 16 uur : Cercle – Liersche” : “Morgen zondag komt Cercle te 16 uur op eigen veld uit tegen niemand minder dan de kampioen van 1eklasse Liersche SK.  Voor de groen-zwarten betekent dit andermaal een zware opgave en zij zullen beslist veel beter moeten spelen dan tegen Beerschot, willen ze een eervol resultaat bewerken.  Cercle zal het echter op prijs stellen zich in de ogen van haar aanhangers enigszins te rehabiliteren zodat we ons ditmaal aan een meer overtuigende prestatie verwachten en een spannender en aantrekkelijker vertoon.”

Deze aankondiging maakte het de groen-zwarten alvast meer dan duidelijk, als zij er zelf nog zouden aan getwijfeld hebben, dat al wie Cercle een warm hart toedroeg uit was op een knalprestatie tegen Lierse na de wanprestatie tegen Beerschot…

Cercle Brugge – Liersche S.K. 1-1 – Gunstige kentering bij de groen-zwarten” : “De wedstrijden volgen elkaar, maar gelijken niet steeds op elkaar is een voetbalwaarheid die treffend geïllustreerd werd door de laatste oefenmatchen van Cercle, resp. tegen Beerschot en Liersche. De week tevoren kwamen de Brugse groen-zwarten omzeggens aan geen bal tegen de Sinjoren en werden dan ook na een zeer teleurstellend presteren zwaar verslagen.  Alle omstandigheden in acht genomen maar terecht, spaarden we achteraf onze scherpe kritiek niet en wezen in alle oprechtheid op de talrijke fouten en tekortkomingen die hierbij klaar aan het licht waren gekomen.
Het moet zijn dat de Cerclespelers zelf volkomen bewust waren van hun ontgoochelend en minderwaardig akteren tegen Beerschot, want tegen de landskampioenen uit Lier hebben ze zich verleden zondag niet alleen overtroffen maar tevens een heel wat betere en gavere prestatie ten beste gegeven.  Zeker, alles was bijlange nog niet perfekt en alles liep nog niet helemaal gesmeerd –met als bijzonderste nog te verbeteren punten het tekort aan uitvoersnelheid en diepte– doch er was globaal een verheugende gunstige kentering waar te nemen, die de toekomst reeds heel wat minder duister doet uitzien.  Als men ten minste verder in dezelfde zin bevestigd.
Hier ook moeten we immers in acht nemen dat het een loutere oefenpartij betrof, die weinig vaste maatstaven biedt betreffende de konditie en het rendement van de in lijn komende spelers en ploegen. De verbetering bij Cercle was echter zo opvallend dat we zulks in alle objektiviteit dubbel en dik willen onderlijnen. Zonder dat Liersche reeds “de” ploeg was die kampioenenspel demonstreerde en wel nog terdege in rodage bleek, was de repliek van de lokalen echter van die aard, dat zij ruim gelijke tred hielden met de kampioenen en voluit het besluitend 1-1 gelijkspel verdienden.” 


Technische krabbels…

-opkomst: 2.000 toeschouwers.
terrein: uitstekend.
fair-play: vriendensfeer.
leiding: ref. Casteleyn, goed.
doelpunten: 60’ Bailliu 1-0, 60’ Vermeyen 1-1.
corners: Cercle 7, Liersche 4.
Cercle: Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Locskai, Buyse (De Caluwé), Bailliu,
  Michiels, J. Gerard.
Liersche: M. Baeten, Bogaerts, Thys, A. Baeten, Willems, Van Dessel, Valckenborgh,
  Goossens, Vermeyen, Martens, Van Roosbroeck.

  Stippen we aan dat Liersche deze week met dezelfde opstelling Espagnol Barcelona versloeg
  met 2-1.
 

De tijd van de oefenwedstrijden lag, na het gelijkspel tegen Lierse, achter de rug. Het werd nu hoog tijd voor het serieuze competitiewerk.  De groen-zwarten wilden, na al die jaren van geduld oefenen, eindelijk de beoogde promotie in de wacht slepen maar natuurlijk waren wel meer ploegen op het waardevol promotieticket belust.

“Het Brugsch Handelsblad” wierp alvast een blik op Cercle’s eerste competitiematch van het seizoen 1960-1961, een zeker niet te onderschatten verplaatsing naar F.C. Diest : “Morgen zondag gaat de bal weer officieel aan het rollen : Diest – Cercle” : “De groen-zwarten wacht morgen zondag reeds een kwade verplaatsing naar FC Diest, die met de Bruggelingen nog een eitje te pellen heeft.  Cercle haalde er verleden seizoen immers heel gevleid de beide punten zodat Van Camp en Cie op weerwraak belust zijn.  De Bruggelingen weten dus van meet af waar ze aan toe zijn en zullen dubbel uit hun ogen moeten kijken willen ze niet verrast worden.  Tegen Lierse lieten ze verleden zondag een niet onaardige indruk maar toch zal er nog meer “poer” moeten inzitten om de volle buit binnen te halen. We menen dan ook dat een draw reeds een ruim bevredigend begin zou zijn voor de groen-zwarten.
Moeten we het hier nogmaals betreuren dat de vaste ploegopstelling slechts de vrijdagavond bekend wordt gemaakt en wij deze zodoende niet kunnen mededelen, dan geven we hierna toch de officieuze formatie zoals zij wellicht te Diest in lijn zal komen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Locskai, Buyse, Bailliu, Michiels, Jo Gerard.”

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 210)

(periode van 17-09-1960 -> 17-09-1960)

 

Cercle

Na het gelijkspel op Diest ging Cercle in de eerste thuiswedstrijd van het seizoen 1960-1961 op zoek naar een zege.  De tegenstander was White Star maar of het ook een gewillig slachtoffer zou zijn was dan weer een andere vraag.  “Vic Bergh” mocht alvast pen en papier meenemen en in opdracht van “Het Brugsch Handelsblad” richting Edgard De Smedtstadion stappen om er ter plaatse vast te stellen wat de groen-zwarten er van bakten…

Cercle Brugge – White Star 3-1 – Weinig overtuigende eerste zege…” : “De enkele duizende voetballiefhebbers die zondag de eerste thuiswedstrijd van Cercle op het Edgard De Smedt Stadion van nabij hebben gevolgd, waren omzeggens unaniem in hun oordeel : na een erbarmelijke eerste helft, hebben de groen-zwarten na de rust een kwartier gespeeld zoals het moest en dat was voldoende om hen van de volle inzet te verzekeren, zonder dat zij hierdoor nochtans ten volle konden overtuigen !
Is deze beoordeling van de vox populi even raak als realistisch, dan strookt ze volledig met hetgeen we op het veld gezien hebben.  Cercle won de twee punten, maar ’t is ook al, want van enige merkbare verbetering was er geen sprake.  De groen-zwarten blijven hopeloos “tutteren” en zonder de schotvaardigheid en de opportuniteit van Gilbert Bailliu hadden ze wellicht met heel wat minder vrede moeten nemen !
Dat de Brugse groen-zwarten nochtans heel wat beter kunnen en hun mogelijkheden verder reiken, bewezen ze treffend na de herneming, zonder achteraf evenwel in dezelfde zin te vervolgen.  Er werd snel en zelfs direkt gespeeld waaruit een paar doelrijpe kansen kwamen die de lokale kapitein trouwens niet liet liggen.  De vraag stelt zich dan ook waarom zij aanvankelijk zo krasselden en pingelden, om dan na hun daverend en beslissend kwartiertje terug in hetzelfde euvel te hervallen ?  Of was het de warmte die hen parten speelde ?...
Wat het ook zij, in ieder geval mag Cercle het van ons aannemen dat met dergelijk onevenwichtig presteren nooit het beoogde doel zal bereikt worden.  Meer nog, dat zij gevaar loopt hiermee meer dan eens zware ontgoochelingen op te lopen en zich tot een middelmatige rol zal moeten beperken.  Voor alles moet naar een vlotte samenhang gestreefd worden, gesteund op een konkrete homogeniteit en geestdrift en uitgewerkt door een snel, rechtstreeks en effektief spel.  Kunnen de groen-zwarten hiertoe komen, dan mogen ze vrij en vrank iedereen in de ogen zien en hoge, rechtmatige ambities koesteren !”


Technische  krabbels…
Cercle Brugge – White Star  3-1

opkomst : 5.000 toeschouwers.
terrein : uitstekend.
weersgesteldheid : mooi en (te) warm.
fair-play : korrekt.
leiding : ref. Van Royen, kon bevredigen, een slecht punt was het wel toen hij keepersbal
  gaf en spijt Ausloos zelf bekende het leder in corner te hebben doen afwijken, toch bij zijn
  beslissing bleef…
corners : Cercle 9, White Star 2.
doelpunten : 15’ Walschaert 0-1, 31’ Daels 1-1, 52’ Bailliu 2-1, 57’ Bailliu 3-1.
Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Daels, Buyse, Bailliu, Michiels, Jo
  Gerard.
White Star : Ausloos, Craps, Frérie, Van Moerkerke, Braeckman, Bartholomeus, Decat,
  Buisseret, Colonval, Schweiger, Walschaert.


Nu de twee punten binnen waren mocht er reeds vooruitgeblikt op Olse Merksem – Cercle waar de groen-zwarten toch wel uit een ander vaatje zouden moeten tappen om minstens één punt mee te brengen naar Brugge :

Olse Merksem – Cercle” : “Cercle krijgt morgen een zware verplaatsing naar Merksem voor de voeten geschoven waar Bailliu en Co zeker goed uit de ogen zullen moeten zien.  Alhoewel we de officiële ploegopstelling nog niet onder ogen kregen zou het ons niet verwonderen moest Gerard geweerd worden ten voordele van Lambert, zodat best hiernavolgende elf te Merksem een tweede draw kan afdwingen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Buyse, Daels, Lambert, Bailliu en Michiels.”

 

Brugge

Brugge telde destijds heel wat kazernes.  Denken we maar even aan de Weylerkazerne in de Hugo Losschaertstraat, kazerne kolonel Rademakers en kazerne Knaepen op het domein tussen de Langestraat, de Koopmansstraat, de Vuldersstraat en de Kazernevest, het vroegere militair hospitaal in de Peterseliestraat en het militair voedermagazijn “De Fourage”, net buiten de Kruispoort, langs de Maalse Steenweg.  Eén voor één verdwenen ze echter uit het straatbeeld en tegenwoordig moet je in fotoboeken over Brugge bladeren om te weten hoe de kazernes eruit zagen.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Bart in Bali

Bart Vermeire (commerciële cel Cercle) was aanwezig op de grootste jaarlijkse ceremonie aan de Besakih tempel in Bali (de grootste Hindoe tempel van Azië) aan de voet van de Gunung Agung vulkaan.
Bij een verbroedering met lokale Hindoe jongeren die hun goden kwamen aanbidden, promootte Bart de Cerclekleuren in Aziatisch motief.

“Ook in het Boedhistisch klooster hebben we gebeden voor het behoud van Cercle op de dag van de wedstrijd tegen Lommel”, klonk het bij Bart.  
Met succes blijkbaar…

Lees meer