koop tickets online
Shot-online
15/02/2018

Ik hou van de bal - Kevin Hoggas

Van de drie wintertransfers die Cercle in januari realiseerde was Kévin de eerste.  De 26-jarige Fransman mocht al vrij snel op een basisplaats rekenen en het Cercle-publiek heeft er een goed oog op.

Twee dagen voor de, alweer belangrijke, verplaatsing naar het Koning Boudewijnstadion, dat tijdelijk dienst doet als thuishaven van onze Brusselse vrienden met het stamnummer 10, maakten we een praatje met deze vriendelijke jongeman.

Je bent geboren en getogen in Besançon.  Ook je voetbalroots liggen daar?

Ik doorliep alle jeugdrangen van Racing Besançon tot de U19 (nvdr: er is ook nog “Besançon Foot” die in de periode van Kévin veel lager speelde.  Actueel bevinden beide ploegen zich echter in dezelfde lagere reeks, nl zowat de Franse 5e klasse).  Op mijn 19e werd ik opgenomen in het A-team waar ik vijftien maal aantrad tijdens het seizoen 2010-2011 (Amateursliga) en eenentwintig wedstrijden in het daaropvolgende seizoen, dit in “nationale” (nvdr: 3e afdeling).

Op het eind van het seizoen ging het niet zo goed met de financiën van de ploeg en ze moesten de boeken neerleggen en degraderen naar de regionale competitie.  Ik trok daarop voor drie seizoenen naar ASM Belfort, waar ik bijna alle wedstrijden (92) speelde.

In het seizoen 2014/15 schreef ASM Belfort, mede dankzij de jonge spelmaker Kévin Hoggas, geschiedenis.  (Wikipedia)

Toen ging het hogerop naar de Ligue 2?

Ik kwam in contact met Evian TG FC (Ligue 2) en kende er persoonlijk een goed seizoen. Daar leerde ik ook Gianni Bruno kennen.  Hij was er reeds toen ik arriveerde. Spijtig genoeg degradeerde de ploeg op het eind van het seizoen.

Opnieuw vatte je aan bij een Ligue 2 ploeg?

Bourg-en-Bresse Péronnas werd mijn volgende ploeg. Ik speelde ook daar in anderhalf seizoen (2016-17 en tot nieuwjaar 2017) veruit alle wedstrijden (54).
Ook zij verkeren actueel nog in degradatiegevaar.

Hoe kwam jij op Cercle terecht?

De onderhandelingen tussen Cercle en mezelf begonnen zowat half december. Cercles sportief manager François Vitali had contact opgenomen met mijn manager. Het project beviel me wel en voor mij was die transfer OK. Toen moesten de beide ploegen nog onderling overeenkomen, want ik was natuurlijk geen vrije speler.  Dat lukte uiteindelijk en na nieuwjaar stond ik in het mooie Brugge.

Men heeft hier duidelijk vertrouwen in jou?

(lacht) Het is inderdaad zo dat als je een contract mag tekenen van drie en een half jaar, men vertrouwen in je stelt. Ik ben hier gekomen om het objectief van Cercle, de promotie naar 1A, te helpen bewerkstelligen. Volgend seizoen kan mijn verhaal dan nog mooier worden.

Was je steeds middenvelder?

Affirmatief, dat was steeds mijn vaste “lijn”. Dat ik ook vaak scoorde? Ik speelde regelmatig als “nummer 10” en dan kun je je offensiever uitleven. Zoals jij het zelf berekende scoorde ik ruim dertig maal in ongeveer 230 wedstrijden. Mijn statistieken liggen echter hoger in het geven van assists.  

Fysiek lijk je sterk, we zien je overal op het terrein, maar ook technisch lukt het aardig?

Fysiek voel ik me inderdaad goed. De vorm zit actueel prima. De coach dient me soms wel te kanaliseren om mijn energie wat te spreiden, niet té veel afstand af te leggen en wat meer mijn positie te houden.

Wat techniek betreft: ik hou er van de bal aan mijn voeten te voelen. Meestal om een ploegmaat te bedienen maar ik neem er ook graag een dribbel bij om een tegenstander te verrassen. Ik hou van de bal.

Voel je je reeds thuis in Brugge?

Zeker! Ik woon op een appartement in het centrum van Brugge. Het is een mooie stad en ik voel me hier heel goed.

Mijn vriendin woont nog in Besançon. Ze werkt daar in de regio. Om haar hier te werk te stellen is het omwille van de taal natuurlijk niet eenvoudig. Daarom kijken we uit of er mogelijkheden zijn voor haar in de regio Rijsel. Eenmaal dat lukt, kan ze me hier vervoegen.

Terug naar het sportieve. Er staan op korte tijd heel belangrijke wedstrijden op het programma. Dat leeft wellicht in de groep?

Zeker! Iedereen is geconcentreerd en betrokken. Eerst de twee resterende competitiewedstrijden goed afwerken. Het begint overmorgen op Union. Als we daar punten pakken kan mogelijks de periodetitel reeds binnen zijn.  
De beloning is de dubbele finale tegen Beerschot. Maar… eerst die twee competitiewedstrijden tot een goed einde brengen!
Dat promotie ook extra vakantie opbrengt? Dat zou een leuk extraatje zijn natuurlijk, maar daarvoor doen we het niet hé? Cercle naar 1A brengen, dat is het objectief!

(Georges Debacker)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Filips Dhondt

Optimism is a moral duty. Na bijna twintig jaar is Filips Dhondt terug bij Cercle als bestuurder namens AS Monaco. Na de knappe winst tegen OH Leuven en net voor de nieuwjaarsreceptie van Groen Zwart nam hij uitgebreid de tijd voor een gesprek met SHOT. Ambitie, optimisme en de onverzadigbare wil om te winnen vormden de ingrediënten. Alsof we al een voorsmaak kregen van het kleine mirakel op en tegen KFCO Beerschot Wilrijk vier dagen later…

Je kijkt terug op een lange en rijk gevulde carrière in de voetbalwereld. Als we kennis willen maken met Filips Dhondt, welke hoogtepunten mogen we dan noteren?

Dit seizoen is mijn vierentwintigste seizoen dat ik in de voetbalwereld professioneel actief ben. Ik kan verschillende hoogtepunten noemen, maar dieptepunten uiteraard ook. Een recent hoogtepunt is zonder meer het vorige voetbalseizoen bij AS Monaco. We behaalden de kampioenstitel in Frankrijk, de finale van de Liga-beker, en de halve finale van de Champions League, amper vijf jaar nadat we laatste stonden in de tweede klasse. Een ongelofelijk scenario, eigenlijk een mirakel als je bedenkt dat de tweede in de eindstand, Paris Saint Germain, werkt met een budget dat tot zes keer zo groot is als dat van AS Monaco. Maar eigenlijk was elke Champions League campagne, zowel bij Monaco als bij de buren hier, een summum van beleving. Tijdens mijn eerste periode bij Cercle, van 1994-1998, was het voor mij vooral genieten van Josip Weber. Als ik zijn naam noem krijg ik nog steeds kippenvel. Ik was eind vorig jaar nog op de begrafenis van Josip met Franky Carlier, Geert Leys en Bert Lamaire. Laagtepunt was dan uiteraard de degradatie met Groen Zwart in 1998, waarna ik heb beslist om naar EURO 2000 over te stappen. Toenmalig voorzitter Paul Ducheyne gaf te kennen met minder mindelen verder te moeten, waarna we in alle vriendschap en openheid oplossingen hebben gezocht en gevonden.

Hoe kijk jij naar het voetbal? Kijk je als voetbalstrateeg, als zakenman, als manager?

Om in de voetbalsector te werken moet je vooral gepassioneerd zijn. Het vraagt vierentwintig uur per dag en zeven dagen per week je volle aandacht en engagement. Zelfs ’s nachts houdt het je bezig. Te meer ook omdat mensen je voortdurend aanspreken over wat voor hen hun hobby is… maar voor mij mijn beroep.

Dus je kijkt en beleeft voetbal als gepassioneerd voetballiefhebber?

Ja, absoluut, ook al evolueer je zelf ook wel na een lange carrière in de voetballerij. Ik zet de televisie op als er wedstrijden worden uitgezonden, maar ik lees intussen ook wel iets. Ook de voetbalwereld zelf is overigens zeer sterk geëvolueerd de laatste paar decennia.

Van evoluties gesproken, je was reeds bij Cercle aan de slag, en je bent nu terug bij Groen-zwart, als is dat nu in de hoedanigheid van bestuurder namens AS Monaco. Mogen we zeggen dat jij één van de drijvende krachten was achter het hele proces van de overname van Cercle?

De drijvende krachten zijn de voorzitter van AS Monaco, Dmitry Rybolovlev en de ondervoorzitter Vadim Vasilyev. Zij wilden absoluut een tweede voetbalclub vinden, omdat er zich in Frankrijk een enorm probleem stelt met de ontwikkeling van de jeugdspelers. De ‘reserven’ of U21 spelen in Frankrijk in vierde of vijfde afdeling, wat maakt dat er een enorme kloof is met de eerste afdeling. Jonge spelers kunnen nooit klaar zijn om onmiddellijk mee te draaien – tenzij je Mbappé noemt uiteraard (lacht). Je mag binnen Frankrijk maximaal zeven spelers uitlenen, waarvan hoogstens twee naar dezelfde ploeg. We hebben vaak spelers uitgeleend aan buitenlandse ploegen, maar hebben dan minder zicht op hoe die jongens evolueren. Een andere reden is ook dat je in Frankrijk slechts vier niet-Europeanen mag aansluiten bij de club, of dat nu bij de jeugd is of niet. We hebben permanent scouting in Zuid-Amerika en Afrika, maar we hebben reeds vier niet-Europeanen in dienst, wat het onmogelijk maakt om verder te rekruteren. België is bovendien een interessant land om eigen spelers te gaan ontwikkelen. Dus voorzitter en ondervoorzitter gaven me de opdracht om op zoek te gaan naar wat een interessant land zou kunnen zijn. We hebben zes landen zeer nauwkeurig onderzocht.

En het Belgische Cercle kwam daar als beste kandidaat uit naar voor?

Zo is dat. In november 2016 hebben we een eerste gesprek gehad met de toenmalige Raad van Bestuur van Cercle, wat zeer positief is verlopen, met een openheid van geest, en volle transparantie op het vlak van uitwisseling van informatie. Zeer snel reeds, op 24 december 2016, werd een ‘Confidential letter of interest’ getekend, om uiteindelijk in februari 2017 tot een consensus te komen. AS Monaco formuleerde daarbij 3 voorwaarden: de licentie halen, in 1B blijven en tenslotte de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Cercle verkrijgen. In 1B blijven bleek nog de moeilijkste opgave…

Het feit dat je al eens bij Cercle aan de slag was, heeft de zaken wellicht wel bespoedigd?

Dat niet zozeer, wel dat ik met de Belgische voetbalwereld vertrouwd was. Je moet de voetbalreglementering, de voetbalcultuur, de netwerken… echt wel kennen om dergelijke beslissingen te nemen. Mijn job was objectief verslag uit te brengen bij de voorzitter van AS Monaco. Maar Vadim had zelf ook onmiddellijk een zeer goed gevoel bij Cercle. Dat was ontzettend belangrijk.

Je hebt ook jarenlang bij de buren gewerkt. Versoepelt dat het samenleven hier in Jan Breydel? 

Ik heb tien jaar met veel plezier bij Club Brugge gewerkt, en heb ook veel goede herinneringen en vrienden bewaard. Daar heb ik geen enkel probleem mee. Maar ik ben er intussen zeven jaar weg en er is ontzettend veel veranderd. Sportieve rivaliteit moet er echter zijn, anders moet en kun je geen voetbal spelen.

Terug naar AS Monaco. Hoe kijkt men ginder eigenlijk naar Cercle? Ligt men daar als wereldploeg eigenlijk wakker van wat er hier in Brugge, bij de Groen Zwarte familie dan, gebeurt?

Ik kan je zeggen dat als Cercle speelt de stand van de wedstrijd stante pede wordt doorgestuurd naar alle hoofdrolspelers in AS Monaco. Ook op onze wekelijkse maandagvergadering is een aandachtspunt steevast het resultaat van Cercle en waar we staan. Iedereen op kantoor volgt het, niet enkel ‘les dirigeants’ van de club.

Leeft Cercle ook bij de supporters van Monaco?

Evident, iedereen weet waar het over gaat. Een van de zaken die we binnen afzienbare tijd moeten realiseren is de Cercle website in het Frans aanbieden. Dat zal de band tussen supporters veel nauwer maken. Zoals Cercle-supporters de website van AS Monaco kunnen volgen, zou dat ook omgekeerd het geval moeten kunnen zijn. We nodigden overigens ook al de jeugdploegen uit van Cercle. Dus we creëren die banden tussen beide verenigingen ook echt actief. 

"‘L’esprit des vainqueurs’, dat moeten we kweken hier in Brugge."

Naar de orde van de dag dan. Cercle won tegen OHL met tien man, toonde vechtlust en drang om te winnen. Ben je tevreden zoals het tot hiertoe loopt. Is AS Monaco tevreden?

We zijn tevreden, maar we moeten vooral de mentaliteit van de winnaar in Cercle pompen. Willen winnen, op elk moment. ‘L’esprit des vainqueurs’, dat moeten we kweken hier in Brugge.

Cercle moet af van het Calimero gevoel?

Altijd willen winnen, ook al win je niet altijd. Alleen die ingesteldheid telt. We moeten onze ambitie ook luidop durven verkondigen, en die op elk vlak laten blijken, sportief, administratief en organisatorisch. Elkeen zal gemerkt hebben dat er al grote stappen gezet werden. We bouwen aan een professionele structuur, met veel aandacht voor de eigenheid van Cercle. Daar is niet aan geraakt geweest.

Dat was inderdaad een voorwaarde die Cercle zou gesteld hebben: de eigenheid behouden en de jeugdwerking verder uitbouwen? 

Zeer zeker. Het was zelfs ook één van de eisen van AS Monaco. Overigens ook de vrees bij AS Monaco bestond toen Dmitry Rybolovlev de club kocht. Iedereen was bang dat de eigenheid van AS Monaco verloren zou gaan, en mensen hielden het hart vast voor de buitenlandse invloed. Maar we zijn nooit zo hoog gevlogen. Op vijf jaar tijd van laatste in tweede, tot eerste in eerste.

Op welke termijn willen jullie bij Cercle welke plannen realiseren?

Eerste stap was de professionalisering op alle niveaus, overigens met alle respect voor de vele vrijwilligers van Cercle. De eerste sportieve ambitie is de promotie naar 1A. Iedereen ziet ongetwijfeld welke inspanningen Monaco heeft gedaan.

The sky is the limit?

Nee, zeker niet. We mogen ook niet onderschatten dat François Vitali van voor af aan een ploeg heeft moeten bouwen, en dit vanaf half juni 2017. Als je ziet waar we nu al staan dan zijn we op goede weg. Ook tijdens de ‘wintermercato’ zal worden bijgestuurd. Probleem is wel dat we met zeer vreemde competitie zitten. In het ideale scenario spelen we de finale met als inzet de promotie, wat wil zeggen dat er tot dan nog slechts een handvol matchen te spelen zijn. Dan is het zeer moeilijk om spelers te overtuigen naar Cercle te komen. Dus de sportieve ambitie is 1A, om daarna een stabiele ploeg in de hoogste afdeling worden. Daar  hoort Cercle thuis, een traditieploeg met jaren ervaring.

"1A, daar  hoort Cercle thuis.  Een traditieploeg met jaren ervaring."

De realiteit is dat vele ploegen uit of rond West-Vlaanderen meespelen in 1A. Is het economisch haalbaar om daar nog een ploeg als Cercle aan toe te voegen?

1B is lastig, 1A is meer rendabel. Als AS Monaco elk jaar drie tot vier spelers ter beschikking kan stellen die voor Cercle alleen niet haalbaar zouden zijn, zoals met Sporting Lissabon het geval was, dan is 1A mogelijk. Dit alles aangevuld met de middelen die Cercle genereert. Buiten de vier à vijf topclubs in België moet iedereen zijn eigen business model ontwikkelen. Dat geldt ook voor AS Monaco, waar we 2500 abonnees hebben. Met alle respect voor de supporters, maar niet alleen die inkomsten maken ons ginder tot een topclub.

Terugblikkend op het seizoen tot hiertoe: Cercle heeft zich helemaal terug geknokt in de competitie. Een sterke voorbereidingscampagne, waarna het in de competitie toch op en af ging, met winstmatchen, maar ook zware verliesscores. Waar zie jij nog de nodige groeimarge?

Deze zomer hebben we zeer snel moeten handelen. Er waren weinig spelers beschikbaar, en er moest een nieuwe kern komen. Ik denk dat onze kern nu te groot is. We mikken op een kern van tweeëntwintig tot vierentwintig spelers, aangevuld met twee tot drie jeugdspelers. Dat is veel werkbaarder voor een trainer. Over specifieke posities moeten we de tegenstanders niet wijzer maken dan zij al zijn. En voor het overige moeten we uitkijken naar de middellange termijn. Jongens met korte contracten die een meerwaarde vormen moeten we aanhouden en verlengen.

Wanneer ben jij persoonlijk tevreden over dit seizoen? Alleen de promotie telt?

(overtuigd) Ja. Alleen winnen telt. Als het niet lukt, lukt het niet, maar dan is er ook geen tevredenheid mogelijk. Ik verneem dat de winterstage veel heeft bijgebracht. Er staat een groep die elkaar kent en uitgedund is. Ook tegen OHL was de vechtlust duidelijk zichtbaar. En we hebben op dit moment alles in eigen handen. Maar ook de supporters moeten er staan. Supporteren betekent letterlijk ondersteunen.

En dat is ook wat jij wil uitdragen naar de supporters?

Ik houd niet van kankeraars. Positivisme en de winning spirit, dat wil ik verkondigen voor Cercle. Winnen en willen blijven winnen, zelfs als dat niet altijd lukt!

(K.V.)

Lees meer
Shot-online
18/01/2018
Cerle Brugge KSV
Cijfers zeggen niet alles - Kristof Arys

In Tweede Nationale laat Kristof Arys 7 keren de netten van Cercles tegenstrevers trillen in 13 matchen.  Het jaar erop, in Eerste, lukt hem dat slechts 3 keren in 25 matchen.  “De cijfers spreken voor zichzelf, commentaar overbodig,” zo dacht ik.  “Het komt wel voor dat schijn bedriegt, maar toch niet bij zo’n tegenstelling,”  zo leek het mij!  Voordat  ik bij Kristof aanbelde, kon ik het me niet anders voorstellen dan dat hij zijn tweede jaar in Cercleshirt als een rampjaar had aangevoeld.  Toen ik wat later buitenstapte, was ik wijzer geworden.  Neen, hoe welsprekend ze ook lijken, cijfers zeggen niet alles.  Ook nu nog kijkt Kristof terecht met trots en warme herinnering terug op wat hij bij Cercle presteerde  in Eerste Nationale.

Kristof, na zowat 70 jaar Cercles wel en wee intens van nabij gevolgd te hebben, lopen feiten en namen meer dan mij lief is door elkaar in mijn geheugen.  Maar tijdens welke seizoenen  jij voor Cercle speelde, daarover hoefde ik slecht vijf seconden na te denken.  Hoe zou dat komen?

Er zal zich wel menig Cerclesupporter herinneren dat ik Cercle mocht helpen aan zijn, voorlopig, laatste promotie, en ook wel dat ik één jaar later al een ander oord opzocht.  We spreken over 2002-2003 en 2003-2004.

Je kwam van Deinze, en een gemakkelijke overgang was het niet geweest.  Enkele weken voor je transfer kon ik niet nalaten voorzitter Frans Schotte even aan te spreken en hem te zeggen dat er niets belangrijker was voor Cercle dan een overgang van jou naar Groen-Zwart.  Hij antwoordde: “Ze zijn zot bij Deinze.  Zo’n transfersom als zij vragen, dat is niet redelijk.”

Het is pas in januari 2003 dat ik bij Cercle kwam.  Tijdens het tussenseizoen, een half jaar voordien, zat Cercle al achter mij aan, maar bij Deinze was mijn contract voor twee jaar nog maar halfweg.  Had Cercle tien miljoen frank voor mij overgehad, dan was de transfer meteen geklonken geweest.  Toen Deinze er rond Nieuwjaar niet naast kon kijken dat ik een half jaar later gratis weg kon, lieten ze de vraagprijs zakken, en Cercle verschalkte de concurrentie van onder meer AA Gent, Westerlo en Alemania Aken.

En jij, je was gelukkig met die transfer?

Ik was ermee in de wolken.  Mijn ambitie liep helemaal gelijk met die van Cercle: zo snel mogelijk naar Eerste promoveren.  En die uitdaging was enorm.
Groen-Zwart had zeven punten achterstand op de koploper, Heusden-Zolder. Zelf had ik tussen 1998 en nieuwjaar 2003 respectievelijk bij Eendracht Aalter, KM Torhout en SK Deinze in 119 matchen 89 doelpunten gescoord, waarvan de laatste 13 bij Deinze tijdens de eerste helft van de lopende competitie.  In plaats van tegen de degradatie te moeten vechten, kon ik nu, heel dicht bij huis bovendien, een steentje bijdragen in wat een succesverhaal werd.

Met zeven rozen hielp je Cercle aan de zo vurig verlangde kampioenentitel.  
De laatste twee matchen waren beslissend, en ze staan bij elke Cerclesupporter-van-toen in het geheugen gegrift.  Je scoorde niet tijdens die wedstrijden, maar dat was wellicht niet eens een minidompertje op de uiteindelijke euforie? 

Als spits, aangeworven om te scoren, prik  je, vanzelfsprekend, graag de bal tegen het net zoveel het maar kan, maar voetbal is een teamsport, en het is als team dat je faalt of zegeviert.  Was ik niet terechtgekomen in een ploeg die hecht aaneenhing, een ploeg die een collectieve eenheid was, dan was die toch wel zeer merkwaardige  remonte na zeven punten achterstand onmogelijk geweest. Overigens, één doelpunt en één assist staan me extra klaar voor de geest.  Mijn tweede match bij Cercle was op Deinze, we behaalden een belangrijke 0-1 overwinning, en dat ik toen kon scoren was iets heel bijzonders voor mij.  Tijdens de voorlaatste match, op Zulte-Waregem, zouden we bij een overwinning kampioen geworden zijn, maar het werd 1-1. Tijdens de slotwedstrijd, thuis tegen Dessel, hadden we ons lot in eigen handen.  We kwamen 0-1 achter, maar Sebastien Stassin bezorgde ons de zege met twee kopbaldoelpunten.  Eentje ervan was bijzonder merkwaardig: ik kon ‘een verloren bal’ toch nog voor het doel brengen en in een kluwen van spelers werd het een gouden assist voor het hoofd van Sebastien.

Wellicht een onmogelijk te beantwoorden vraag: Was Cercle in 2003 ook zonder jou kampioen geworden? 

Af en toe kom ik op Olympia, en het is niet uitzonderlijk dat Cerclesupporters me zeggen: “Moesten we joen niet gèt èn da joar, we woaren nooiet kampiejoen gewist.”  En dan voegen ze er nogal eens aan toe dat ik niet lang genoeg bij Cercle gespeeld heb.  Maar het enige dat ontegensprekelijk klopt, dat is dat ik tijdens mijn eerste half seizoen één element was van een ploeg met veel talent gedreven door een enthousiaste teamspirit.

Niet lang genoeg bij Cercle gespeeld?  Kom, laten we er geen doekjes om winden: in Tweede 7 goals in 13 matchen, het jaar erop in Eerste 3 in 25.
Ik vraag me af: Wat zou daarvan de verklaring kunnen zijn?  Is het verschil tussen Eerste en Tweede zo groot?   Lag het aan jouw specifieke talenten, m.a.w. aan het ‘soort’ speler dat jij was?  Kreeg jij te weinig de bal toegespeeld door je medespelers? Of misschien vlotte het niet genoeg van meet af aan, zodat je steeds meer aan zelfvertrouwen verloor?  Is het iets van wat mij als mogelijke verklaring door het hoofd gaat of is het iets heel anders: Wat mag er toch aan de basis hebben gelegen van  zo’n daling van het aantal gescoorde doelpunten??  

Tijdens mijn 19-jarige carrière als voetballer heb ik ongeveer 300 doelpunten gescoord. Toen ik met Cercle naar Eerste promoveerde zag ik reikhalzend uit naar wat voor de deur stond, vol verlangen en vertrouwen. Op het einde van 10 jaar jeugdopleiding bij Club trainde ik mee met de eerste ploeg, met Spehar, Stanic, Okon… Speelminuten in Eerste kreeg ik er niet, ik was er nog niet rijp voor.  En nu, halfweg 2003, ging de grote poort open voor mij.  Echter, echter, voorheen en altijd daarna speelde ik als diepe spits, maar bij Cercle speelde ik in Eerste nooit op die mij zo eigen positie.  Cercle had Nordin Jbari aangetrokken, en het was mijn taak rond hem heen te spelen.  Nordin was een vedette, deed het ook  heel goed, maar ‘meters afleggen’ lag hem niet.  Waar ik gewoon was dat mijn medespelers voor mij de ruimte afdweilden, was het nu mijn taak dat voor hem te doen, zodat hij de afrondende schakel kon zijn.  Nooit heb ik zoveel gelopen tijdens mijn matchen als dat jaar, en ook nooit kwam ik zo zelden in de grote rechthoek voor het doel van de tegenstander.  Kijk je alleen naar de cijfers, dan lijkt 2003-2004 een lelijke tegenvaller voor mij, maar daar zit een heel verhaal achter.  Hoe dan ook, ik was blij dat ik kon spelen in Eerste, dat ik mee timmerde aan de weg, en ik voelde mij niet te goed om  de mij opgelegde opdracht in functie van heel ons team en van Nordin Jbari in het bijzonder met hart en ziel uit te voeren.

"Was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien."

Ik luister met open mond.  Maar het volgende jaar trok je weg van Cercle.  Uit eigen beweging of moest je weg van Groen-Zwart?

In juli en augustus 2004 trainde ik nog bij Cercle, maar op 31 augustus, de laatste transferdag, hakten Cercle en ik de knoop door: op leenbasis vertrok ik naar de grote verliezer van Cercles kampioenenjaar, naar Heusden-Zolder.  Zowel Cercle als ikzelf achtten dit de beste gang van zaken.  Het Cercle van het voorbije jaar had een ingrijpende verandering ondergaan.  Hoewel hij erin geslaagd was Cercle in Eerste te houden, en hij eerder een gouden medaille had verdiend dan dat, werd trainer Tipuric de laan uitgestuurd.  Harm van Veldhoven verving hem.  Jbari trok naar AA Gent, en Cercle lijfde naast Tom Van Mol drie voorspelers in: Dieter Dekelver, Paulus Roiha, en bijzonder belangrijk voor mij, Darko Pivaljevic.  Er kon geen sprake van zijn dat ik diepe spits zou worden en met een trainer die mij wikte en weegde als “slechts driemaal gescoord”, was er weinig twijfel aan dat ik weinig speelminuten zou krijgen.  Ik trok enthousiast naar Heusden-Zolder, want het zag ernaar uit dat ik het succesrijke Cercleseizoen van twee jaar voordien kon overdoen.  Heusden-Zolder barstte van ambitie. De ploeg bestond echter eerder uit eilandjes dan uit een team, en zoiets leidt onvermijdelijk tot een fiasco. 

Blijkbaar had jij het voor Jerko Tipuric.  Uit verschillende interviews van spelers  is me gebleken dat hun visies over hem  fel uiteenlopen: van oprechte appreciatie tot  veroordeling als was hij eerder een kwakzalver dan een coach.

Ik denk dat de pers hierin een niet al te fraaie rol gespeeld heeft, hem uiteindelijk als een kolderfiguur begon af te schilderen. Het valt niet te loochenen dat hij belang hechtte aan wat voor het voetbal niet eens marginaal genoemd kan worden - de kleur van de urine, de stand van de maan - en dat werd in de pers breed uitgesmeerd, maar Tipuric was een vakman die zowel in kwade als in goede dagen voor een gemoedelijke, een familiale sfeer wist te zorgen.  Ook met spelers van verschillende nationaliteiten liepen we niet als in hokjes naast elkaar.  Het is niet elke trainer gegeven een hele groep concurrenten, waarvan je er onvermijdelijk voortdurend enkele zwaar moet ontgoochelen, zelfs met plezier naar de trainingen te laten komen.  Over wat voor mij volgde op Cercle, ben ik heel tevreden, maar was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien. 

Je liet al verstaan dat je overgang naar de buurt van de Limburgse mijnen  geen succesnummer was.  Je bleef er dan ook maar één jaar.  Hoe verliep je carrière verder? 

Na dat ene seizoen in het verre Limburg trok ik naar Waasland, eveneens in Tweede, en scoorde er 30 goals in 60 wedstrijden.  Daarna, na mijn twee seizoenen aldaar, trok trainer Dirk Geeraerd naar Roeselare, dat in Eerste speelde.  Ik mocht mee, maar kreeg de kans op een mooie job  in het Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart Instituut op enkele kilometers van mijn deur.  Ik greep dat aanbod met beide handen beet, en ben er nog altijd als preventieadviseur en technisch coördinator werkzaam.  Sportief was het een afdaling van Tweede naar Derde Nationale, bij SV Oudenaarde, maar na interessante tussenstadia, doorgaans in stijgende lijn, ben ik nu actief als sportief coördinator bij F.C. Knokke, dat zopas naar Eerste Amateurs promoveerde.  Niet alleen, maar toch vooral, spoor ik jong talent op bij de Beloften van Club, Cercle, Kortrijk, Roeselare, Zulte-Waregem, Gent.

Sinds enkele jaren komen opvallend veel ex-Cerclejongeren bij Knokke terecht.  Lukraak door elkaar som ik even op: Niels Mestdagh, Kieriën Serpieters, Niels Van de Water, Ruben Vanraefelghem, Jannes Vermeulen, Maarten Cobbaert, Alessio Staelens, Niel Dildick, Maxim Vandewalle.  En Nicolas Tamsin en Steven Van Moeffaert hebben zopas na Knokke een ander oord opgezocht.   Dat het zo’n lange lijst is, is geen toeval?

Bij welke ploegen kan er goed opgeleid jong talent gevonden worden dat vermoedelijk net niet voldoende lijkt voor het eerste elftal van een Eerste of Tweede Klasser, maar dat in aanmerking kan komen voor een ambitieuze amateurploeg als F.C. Knokke?  Zonder nodeloos ver te lopen, is dat bij de ploegen die ik vermelde, en voor ons komt Cercle inderdaad als een waardevolle visvijver voor de dag.  Het komt wel eens voor dat talentrijke jeugdspelers menen dat voor hen een basisplaats gegarandeerd is bij een ‘ploegje’ als Knokke, maar dat staat lang niet bij voorbaat vast.  Voor elke speler die door onze selectie geraakt, is het hard knokken bij Knokke!  En, terloops, toen ik als jonge speler van Club naar Standaard Wetteren in Derde overging, scoorde ik slechts driemaal in 20 wedstrijden.  Tijdens de volgende twee seizoenen trof  ik 27 keren roos bij Eendracht  Aalter.  Voor iedereen, maar voor jongeren in het bijzonder, is geduld een mooie maar een noodzakelijke deugd.

"Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie."

Je beëindigde je loopbaan als veldspeler bijna anderhalf jaar geleden.  Die loopbaan duurde 19 jaar na je opleiding bij Club, verliep bij niet minder dan 14 ploegen, en eindigde bij Wingene.  Bij welke ploegen speelde je het liefst?

Bij Cercle en Waasland, en op minder hoog niveau bij Knokke, Wingene en Gullegem.  Dat waren allemaal succesverhalen: bij elk van die sleepten we de kampioenentitel uit de brand.  Weet je waar ik bijzonder fier op ben?  Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie. Wat gekscherend laat ik af en toe eens horen: “Als je spits een neus voor goals heeft, kun je niet zakken…”

En vandaag de dag, na bijna twee decennia op het veld, kun je ook ernaast  genieten van wat je zich ziet afspelen op de grasmat?

Enorm, enorm plezier kan ik eraan beleven.  Ik ben dan ook rechtstreeks en intens bij het gebeuren betrokken.  Niet alleen spoor ik talent op tijdens een viertal wedstrijden per week , ruimer nog behartig ik heel het reilen en zeilen van onze eerste ploeg, in mindere mate ook van onze beloften. Bovendien ben ik een aanspreekpunt voor onze spelers, voor ons bestuur, en in het bijzonder voor onze voorzitter, die als een succesrijk zakenman weet bepaalde taken te delegeren, zodat ik hem zowel sportief als extra sportief wat kan ontlasten.

Om het interview af te ronden, vroeg ik wat de reporter bij een recent interview in het Brugsch Handelsblad wel kan bedoeld hebben, als hij onder een foto laat volgen: “Kristof Arys wordt in Knokke fel geapprecieerd omwille van zijn voetbalkennis en zijn eenvoud.”  Over ‘voetbalkennis’ stelde ik mij geen vragen, maar waaraan dacht  JPV als hij verwees naar Kristofs ‘eenvoud’?  Kristof zal het wel juist voorhebben als hij meent dat JVP daarmee zinspeelt op het feit dat hij vlot en helemaal zichzelf zijnde contact weet op te nemen met wie dan ook.  Evenzeer voelt hij zich op zijn gemak in het bureau van zijn voorzitter bij Knokke, in het bureau van Vitali of Mannaert, als in om het even welk lokaal van Wingene of rond het veld van om het even welk team.  En omgekeerd!  Het is niet omdat hij in Eerste heeft gespeeld, omdat hij vijf jaar profvoetballer was, dat hij zich te goed zou voelen om met mensen van het provinciale voetbal kameraadschappelijk om te gaan. Een vriendelijke ‘goeiedag’, een praatje slaan met Jan en alleman, een openhartig interview: het typeert en eert Kristof Arys, zonder wie we “da joar, 2002-2003, nooiet kampioen geworden woaren, adden we èm nie gèt.”

(Georges Volckaert)

 

Lees meer
Shot-online
06/09/2017
Cerle Brugge KSV
De beloften: Olivier Deman

Op 21 augustus start de competitie voor de beloften, met een wedstrijd op SK Lierse. Het team van Jimmy Dewulf en Wouter Artz heeft een uitstekende voorbereiding achter de rug met 7 zeges en 1 gelijkspel en in de Beker van België nam het in de eerste ronde de maat van KV Oostende. Een van de nieuwe gezichten bij de U21 is Olivier Deman. Olivier is 17 jaar oud, student Marketing & ondernemen aan het VHSI en tekende in mei een contract voor twee jaar bij Cercle Brugge. 

Olivier, hoe verliep je voetballoopbaan tot dusver?

Ik zette mijn eerste voetbalstapjes bij FC Knokke. Toen ik 7 jaar oud was, merkten de jeugdscouts van Cercle Brugge mij op, en tekende ik bij Groen-Zwart. Dominic Janssens (huidige coach U19, n.v.d.r.) en Preben Verbandt waren mijn eerste trainers. Ik heb goede herinneringen aan hen en aan die periode, maar toch gingen mijn ouders en ik na drie jaar in op een voorstel van Club Brugge. Als klein kind kijk je op naar de grote buur, en ik wilde ervaren  of ik het niveau daar aankon. 

Bleek je beslissing om te vertrekken uiteindelijk een goede keuze?

In het begin had ik het bij Club Brugge naar mijn zin, maar naderhand verloor ik er mijn voetbalplezier. Ik kreeg voldoende speelgelegenheid en mocht elk jaar blijven, maar na de U14 vroeg ik Cercle of ik mocht terugkeren. Club heeft zeker een goede en professionele opleiding, met een heel ruime omkadering, maar ik miste de gemoedelijkheid en mijn vrienden.

Vanaf dat moment ging het crescendo voor jou.

Niet onmiddellijk. De start bij de U15 was eerder moeizaam, omdat het niet goed klikte tussen het team en de trainer, maar halfweg het seizoen kwam er een nieuwe coach, en vanaf toen begon alles te draaien. We hingen als groep sterk aan elkaar en de prestaties waren heel degelijk. Bij de U16  onder Wouter Artz kreeg ik mijn groeispurt en boekte ik veel progressie.  Vorig seizoen zette ik bij de U17 die lijn verder en werd daarom, halfweg het jaar, doorgeschoven naar de U19. 

In april kreeg je vervolgens heel mooi nieuws.

Inderdaad. Mijn ouders en ik werden uitgenodigd door Eric Deleu, op dat moment Algemeen Directeur van Cercle Brugge. Ik mocht samen met enkele leeftijdsgenoten (Gianni Swennen, Martin Puskas, Charles Vanhoutte en Francis Cathenis, n.v.d.r.) een contract tekenen dat me minstens twee jaar bindt aan Cercle. Dat was een voetbaldroom die uitkwam.

"Collectief zijn we heel sterk."

We vroegen aan David Carpels en Jimmy Dewulf welk beeld zij van jou als speler hebben en waar voor hen  jouw progressiemogelijkheden liggen.

(David) De groeispurt van Olivier begon wat later dan bij de meeste andere spelers, waardoor hij er in zijn teams aanvankelijk niet bovenuitstak. Bij de U16 en U17 ontpopte hij zich echter tot de sterkhouder van de ploeg. In een 4-3-3 zie ik hem het best tot zijn recht komen als infiltrerende middenvelder, en in een 4-4-2 is de rol van de schaduwspits hem evenzeer op het lijf geschreven. Een spelverdeler zie ik niet in hem. Olivier zoekt graag de ruimtes op en vindt die ook. Hij is linksvoetig, bezit een goede trap en scorend vermogen en is technisch sterk en balvast. Op vlak van mentaliteit toont hij zich gedreven, ambitieus, kritisch en soms veeleisend voor zijn medespelers, maar tegelijk is hij ook heel coachbaar. Mijns inziens moet hij met het oog op de toekomst vooral werken op explosiviteit en kracht. 

(Jimmy) Bij mij is de concurrentie centraal op het middenveld heel groot, dus speelt Olivier voorlopig vooral als linksbuiten. Ik ben altijd voorzichtig met het strooien van lof. Dat Olivier getalenteerd is, daar kun je natuurlijk niet omheen, maar hij moet zeker nog stappen zetten. Het is goed dat hij doorgeschoven is naar de U21, waar hij op betere en fysisch sterkere spelers zal botsen en waar alles sneller gaat. Op talent alleen zal hij nu niet langer kunnen teren. Olivier moet iets soberder leren spelen. Hij heeft een leuke actie in de voeten, maar het vervolg loopt soms mis. Iemand passeren moet rendement opleveren, anders heeft het weinig zin. Mijn spelers hebben een taakgerichte vrijheid, d.w.z. binnen de grenzen van wat ik van hen verwacht, stimuleer ik hen om zelf oplossingen te vinden. Olivier is de benjamin van de ploeg, dus hij heeft zeker nog voldoende tijd om met het oog op een eventuele profloopbaan de hiervoor broodnodige stappen te zetten. 

Olivier, kan je je in deze woorden van David en Jimmy terugvinden?

Het klopt dat mijn snelheid in de eerste meters omhoog moet en ook de efficiëntie in mijn acties is voor verbetering vatbaar. Bij de beloften word ik mentaal sterker. Mijn ploegmaats zijn immers ouder en sparen me verbaal niet als ik in oude gewoonten herval.

Cercle Brugge heeft een brede A-kern. Vrezen jullie niet dat dit een impact kan hebben op het U21 team?

In zekere zin wel. De spelers van de A-kern die in het weekend niet spelen zullen ritme moeten opdoen bij de beloften, en dit zal ten koste gaan van onze speelminuten. Aan de andere kant spelen we reeds bij de B-ploeg, we moeten met deze situatie en eventuele tegenslag kunnen omgaan, en ons in de speeltijd die we krijgen, zelfs als die beperkt is, voor de volle 100% trachten te bewijzen. Ik heb de indruk dat Monaco ook wel oog heeft voor de jeugd van Cercle Brugge: eind augustus mogen we in en o.a. tegen Monaco een tornooi spelen met de U19. Ik mag ook meegaan, en dat is toch iets waar ik enorm naar uitkijk. 

"In de competitie willen we zo lang mogelijk meestrijden voor de titel."

Misschien zorgen goede prestaties van de eerste ploeg, dankzij Monaco, ook voor een betere kwaliteit van de jeugdwerking in het algemeen?

Vorig jaar heerste er lang onzekerheid over de situatie van Cercle Brugge. Een eventuele degradatie zou grote gevolgen gehad hebben op de jeugd die niet langer op het hoogste niveau zou uitkomen. Veel jongeren kozen eieren voor hun geld, en verkasten naar KV Oostende of Zulte-Waregem, wat leidde tot kwaliteitsverlies bij sommige ploegen. Als de eerste ploeg het dit seizoen goed doet, en daar heeft het alle schijn van, dan gaan de jeugdteams automatisch hun beste spelers kunnen houden en zullen talenten gemakkelijker kunnen aangetrokken worden.

Wat zijn de ambities van jouw team dit seizoen?

Collectief zijn we heel sterk, met een paar spelers die individueel het verschil kunnen maken. Ik denk hierbij in het bijzonder aan Charles Vanhoutte, die een zeer balvaste box to box speler is, met een goede pass in de voeten, en die zelden balverlies lijdt. In de competitie willen we zo lang mogelijk meestrijden voor de titel, ik denk dat we daar de ploeg voor hebben, en ook de Beker van België leeft in onze groep.

Bedankt voor het interview en we wensen jou in de eerste plaats een blessurevrijseizoen toe.

(D. Vermeersch)

Lees meer
Shot-online
21/08/2017
Cerle Brugge KSV
Crescendo

Hoewel deze term - het geleidelijk versterken van de toon - afkomstig is uit de (Italiaanse) muziekwereld, is deze overgangsdynamiek treffend voor wat we de voorbije weken meemaakten op Cercle.  Achttien op achttien, ik herinner me niet spontaan wanneer we dit eerder beleefden.  Bovendien is Groen-Zwart ook reeds acht wedstrijden op rij ongeslagen.  Ondanks tweemaal met tien man te moeten spelen en een 2-0 achterstand op “het Kiel”, vochten onze spelers met succes terug.  Niet mis voor een behoorlijk jonge ploeg met voornamelijk technisch talent.  De hand van coach Vercauteren laat zich voelen.

De wil om te winnen en te ‘vechten’ was zeer duidelijk in de voorbij wedstrijd tegen Roeselare.  Gezien de omstandigheden deed deze nipte overwinning dubbel deugd.  Met de beslissing van scheidrechter Dieperink om Lambot rood te geven bij de aangeschoten bal, was het net of hij ons de dieperik wou induwen.  Nog tal van zijn (en eerste assistent) beslissingen smaakten bij de Groen-Zwarte fans als een Zeeuwse slijkmossel.  Een Vlaams gezegde luidt: “Als je van een “Hollander” niet gekl**t wordt, is hij het vergeten” (sorry voor onze Nederlandse Cerclevrienden).  Wel, deze was het niet vergeten.  Zo oordeelde althans het grootste deel van de tribunes.  Het Bondsparket  oordeelde de maandag nadien terecht dat de uitsluiting (meer dan) voldoende was.  Zodoende kan Benjamin vrijdag aantreden op OHL.

Betreffende journalistiek kan men zich ook soms “blauw ergeren”, wat voor een Cerclesupporter natuurlijk dubbel erg is… Over de strafschopfase lazen we (digitale versie van grote kranten) dat Lambot de bal met de handen (meervoud) uit het doel haalde.  Nou jongens, die noemen zich dan journalist!  Even flagrant, zo niet flagranter, was de berichtgeving over het “besmeuren met verf van het eigen stadion”.  Aanleiding: één berichtje van een idioot op de sociale media.  De juistheid van het bericht verifiëren, of achtergrondinformatie opzoeken is voor bepaalde perslui (die naam niet waardig) blijkbaar te veel moeite.  Gelukkig zijn er tal van andere journalisten die hun werk wel au serieux nemen.

In een vorig stukje had ik het o.a. over het gebrek aan persbelangstelling voor 1B.  Anderzijds valt het wel op dat er naargelang wie er aan de leiding staat ruimere artikels over die ploeg verschijnen.  Zowel vorig seizoen als het huidige was de omvang van de artikels telkens ruimer als het ploegen aan de Schelde betrof …

Afin, wat natuurlijk écht van tel is, is onze positie.  In de algemene rangschikking staan we op de eerste plaats met o.a. het meest gescoorde doelpunten.  Op zich heeft die plaats (cf. Lierse vorig jaar) slechts een symbolische waarde.  Het kan wel zijn nut hebben bij de finalewedstrijden waar we vanzelfsprekend hopen van de partij te zijn.  Plaatsen we ons en staan we eerste, dan mogen we de belangrijke terugwedstrijd thuis spelen.  Ook zijn actueel enkel Cercle en Beerschot, indien ze niet promoveren, de twee enige ploegen die nu reeds mathematisch zeker zijn van deelname aan PO2.

Ook met de kijkcijfers gaat het crescendo.  We spreken niet over overvolle tribunes, waarbij  een groot deel van ons zich trouwens onwennig zou voelen, maar over een leuke bezetting met een goede sfeer.  De Brugse politie (en belastingbetaler) hoeft er zelfs geen agent extra  voor in te zetten/betalen …

Nog een uitsmijter: binnenkort wordt de “gouden schoen” uitgereikt.  Als de stemgerechtigden van nu de kortzichtigheid van hun collega’s destijds willen rechtzetten, dan is er maar één mogelijke winnaar: postuum drievoudig topschutter Josip Weber!  Al is het symbolisch  …

Tot slot nog een treurige vermelding, maar met onze hoop dat het goed afloopt.  Na de wedstrijd tegen Roeselare werd Alexander Boi, broer van Fré, nog in volle euforie van de winst, voor zijn deur aangereden.  Alexander verkeert op het ogenblik van dit schrijven nog in kritieke toestand.  We wensen de ganse (Cercle-)familie Boi veel sterkte en hoop op een goede afloop.

Cerclevrienden, steun Groen-Zwart in deze laatste vier cruciale wedstrijden van de reguliere  competitie door uw aanwezigheid én aanmoedigingen.  We zijn er bijna, maar nog niet helemaal.  Kent u het liedje nog?

Laat ons crescendo gaan/spelen…

Leve Cercle!

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Lees meer
Shot-online
30/01/2018