koop tickets online

Keepertrainer: Pieter-Jan Sabbe

Cercle beschikt over een uitgebreide technische staf.  Een onontbeerlijk element daarin is de keepertrainer.  Daar waar de assistent-trainers reeds weinig in de spotlights komen, is dit zo mogelijk voor een keepertrainer nog minder het geval.  Pieter-Jan geeft er ook zelf de voorkeur aan om in de luwte te werken.  

“Onbekend is onbemind” luidt het spreekwoord.  Daar willen we met dit artikel wat verandering in brengen.

Je bent 37 en woonachtig in Marke?

Ik verhuisde recent naar Lendelede.  Ik ben afkomstig uit Zwevegem. Mijn hele leven speelde zich af in de regio Kortrijk.  Ik liep er school en sloot me op 15-jarige leeftijd aan bij K.V. Kortrijk.  Ik woonde tien jaar in Marke en sinds deze zomer, samen met mijn echtgenote Ine Veys en kinderen Siebe (7), Marie-Maxine (8) en  Rhune (10), in Lendelede.

Wat onthouden we van je sportieve carrière als speler?

Ik vatte aan bij Zwevegem Sport, een lokale ploeg.  Van mijn vijftiende tot tweeëntwintigste  speelde ik bij K.V. Kortrijk.  De laatste drie jaar behoorde ik tot de A-kern.  Het eerste jaar, in 1e afdeling, was ik 3e doelman, de volgende twee seizoenen 2e doelman.  Als jonge keeper  maakte ik er mooie zaken mee.  ¼ finale Beker van België als 2e doelman, vijf wedstrijden op de bank in eerste afdeling en daarna wedstrijden gespeeld in 2e afdeling.

2002 werd een heel moeilijk jaar met de faling van KV Kortrijk.  Er zou een fusie komen tussen Kortrijk en Wevelgem.  Ik stapte eerst mee in dat fusieverhaal, maar dat sprong uiteindelijk af.  Zo vatte ik aan bij Wevelgem in derde afdeling.  Ik verbleef er twee jaar.  Daarna volgden twee seizoenen Doornik, met Claude Verspaille als trainer en Piet Timmerman, die ik kende van bij Kortrijk, op de liberoplaats. Het was leuk.  Ik maakte er ook de fusie mee en de ingebruikname van het nieuwe stadion.
Ik kreeg toen echter problemen met mijn schouder en ik moest stoppen met voetballen.  Dit op mijn vijfentwintigste!
Ik moest stoppen met voetballen op mijn vijfentwintigste

Met je 37 jaar nu ben je jong als keepertrainer, maar wel, net door die blessure, reeds zowat twaalf jaar bezig?

Ik ben tweemaal geopereerd aan de schouder. Van beroep ben ik sportleraar.   Ik zou net al-dan-niet vast benoemd worden.  Het werd dus een moeilijke keuze.  Het ging echter niet meer om mij te verdedigen in het voetbal en ik besloot, vol ambitie, om voor mijn schoolcarrière te kiezen en dit te combineren met de taak als keepertrainer.

Ik kreeg direct alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk onder mijn hoede.  Dit deed ik drie seizoenen.  Ondertussen haalde ik alle mogelijke diploma’s als keepertrainer.  

Men stelt soms “hij is jong”, maar van mijn vijfentwintigste tot mijn zevenendertigste was ik drie jaar verantwoordelijk voor alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk, daarna bij SV Roeselare, vervolgens, als “jonge gast in de branche” drie seizoenen de A-ploeg van Antwerp.  Een moeilijke, maar mooie grote ploeg in België.  Dat was o.a. met Dennis van Wijk.  Of Dennis er voor iets tussen zat dat ik er keepertrainer werd?  Eigenlijk was het Luc De Vroe die er voor gezorgd heeft.  Hij was toen sportief directeur in Roeselare.  Hij wist dat mijn ambitie was om de keepers van de eerste ploeg te trainen.  Waarschijnlijk was het objectief om me die taak bij Roeselare toe te kennen, maar toen kwam die plaats bij Antwerp vrij.  Luc kende Dennis wel en zo is het in principe gegaan.  

In Antwerp kreeg ik na een jaar het vertrouwen door me een contractverlenging van twee seizoenen te laten ondertekenen.  

Het tweede jaar was ook een ervaring op zich met Jimmy Floyd Hasselbaink als hoofdcoach.  Tweemaal topschutter in de Premier League, driemaal topschutter van Chelsea, WK’s meegemaakt, enz…  

Zoals je aanhaalt trainde ik er ook oud-Cerclist Björn Sengier.  Hij kende er een uitstekend eerste seizoen (periode van Wijk).  Hasselbaink had het seizoen erop een andere visie op het profiel van een doelman en Björn had het er moeilijk mee.  Speciaal aan het feit dat ik trainer was van Björn was dat we ooit concurrenten waren en dat ik als 29-jarige op dat ogenblik hem als 31-jarige trainde …

Met Dennis van Wijk, op en top professional, en Hasselbaink had ik heel goede leermeesters.  Ook in het laatste jaar leerde ik veel bij.  Dan meer bepaald over het voetbalwereldje.  Antwerp was toen in overname, er waren besparingen, enz… Een moeilijk seizoen bij een “moeilijke” vereniging.  

Antwerp is toen overgenomen door De Cuyper (en Paul Gheysen) en men sloeg een andere weg in.  Zoiets valt wel voor in het voetbal.  Dat was echter heel laat.  Eigenlijk ging ik blijven, dan bleek het moeilijk en ben ik een jaartje naar Koksijde gegaan.  Het was het seizoen dat ze naar 2e klasse promoveerden.  Daar valt niet veel over te schrijven.  Sportief en financieel was die promotie naar 2e een stap te hoog voor de kustploeg.  Met die voorzitter heb ik nog steeds een goed contact.  Ik vertelde hem: “je moet zorgen dat je de mooiste amateurclub wordt van het land”.  “Je zit aan de kust, een mooi klein stadion, een leuke club”  (n.v.d.r.: het voorbeeld van Knokke volgen?).  Het viel anders uit.

Tussendoor hielp ik als vriendendienst ook nog even Izegem uit de nood, toen hun keepertrainer tijdens het seizoen opstapte.  Ik kende trainer Franky Dekenne van toen hij coach was van Wevelgem terwijl ik er speelde.  Ik depanneerde toen een tijd, eigenlijk wat langer dan voorzien.

Toen kwam Cercle?

Via Eric Deleu, die van keepertrainer Algemeen Directeur werd bij Groen-Zwart, kreeg ik na Antwerp opnieuw de mogelijkheid om voor een grote mooie professionele ploeg te werken.  Toen het verhaal Monaco startte mocht ik aan boord blijven.  Riga kende me en was lovend.  Met de financiële inbreng van de Monegasken konden ze kiezen uit wie ze wilden, maar ik mocht blijven.  Ik denk dat mijn ervaring uit de voorbije tien jaar daar wel bij geholpen heeft.  Ik ben ook dankbaar voor die kans, zowel t.o.v. José als voor Cercle.  Als je ziet dat ik nu opnieuw kan werken met, voor mij,  toch een van de drie topcoaches van België, is dit geweldig om mijn bagage nog te verruimen.

Omtrent de job nu.  De bedoeling van een keepertrainer is om doelmannen beter te maken.  Hoe vat je dat aan?

Allereerst bekijk ik welke doelmannen ik heb.  In mijn loopbaan heb ik al “mooie” doelmannen onder mijn hoede gehad.  Ik denk bv. aan Jorn Brondeel,  niet zo gekend bij het Belgische publiek.  Het is een fantastische doelman.  Hij debuteerde bij mij op Antwerp.  Hij speelde bij de U19, was afkomstig van Zulte-Waregem, en was 3e doelman bij the Great Old.  Hij heeft 12 tot 14 wedstrijden gespeeld.  Hij transfereerde naar Lierse waar hij 1e doelman werd.  Hij brak er volledig door.  Vervolgens trok hij naar Nederland (NAC Breda) en tekende onlangs een langdurig contract bij Twente.  Hij speelt elke wedstrijd.  Voor mij was hij een zeer leuke ontdekking.  Ik had ook Louis Bostyn, die nu bij Waregem speelt, onder mijn hoede.  Het is zo dat ik ook een keeperacademie heb, “S1Pro”, waar jonge doelmannen opgeleid worden.  Dat doe ik supergraag.  Zo’n 30 à 35 keepertjes van diverse leeftijden  nemen er aan deel.  Zowel Brondeel als Bostyn komen daaruit voort.  Ook jongens die in 2e amateur spelen zoals Mathieu Vanderschaeghe die hier vorig jaar nog speelde. 
Dat project is “mijn kindje” en ik zou dit niet graag ooit loslaten.
Verder was er ook nog Frank Boeckx, die in de C-kern van AA Gent zat, die we in Antwerp terug konden opvissen.  Later kon hij bij Anderlecht terug doorbreken.

Om concreter op je vraag te antwoorden: 

Hier op Cercle heb ik drie heel verschillende profielen als doelman.
Vorig seizoen vroeg Cercle me uit te kijken naar een Belgische doelman die ook zou aanvaarden dat Paul Nardi eventueel eerste doelman zou zijn, maar hem ook bijstaan in zijn verdere ontwikkeling.  Dat profiel was niet zo gemakkelijk om in te vullen.  De keuze viel op Brian Vandenbussche.  Hij is hier toegekomen en had de voorbij seizoenen weinig gespeeld.  Hij was echter zeer gemotiveerd. Op dat ogenblik rekenden we er ook nog niet op dat Miguel Van Damme zo snel terug top zou zijn.  We hadden januari/februari voor ogen.  Vandaag dus!  We kregen Miguel echter veel vroeger compleet in orde, wat natuurlijk voor het grootste deel aan hemzelf te danken is.  Hij is een atleet tot en met.  Als je ziet van hoever hij komt…  Zijn drang en wil hoe hij het realiseerde geeft ook mij kracht.  Ik weet ook dat ik direct op hem kan rekenen mocht er bv. iets met Paul voorvallen.

Ook daar heeft Brian zeer goed mee omgegaan. Hij was topfit bij aanvang seizoen.  Is toen ziek geworden en verloor een zestal weken.  In de “rangorde”, een woord dat ik niet graag gebruik, staat hij nu op nummer drie.  Hij gaat daar echter formidabel mee om.  Hij ondersteunt Paul, helpt Miguel enz…

We hebben drie echte nummers 1

Voor mezelf maak ik van mijn doelmannen een draaiboek op met hun profiel en diverse parameters.  Kracht, snelheid, lenigheid, hoge ballen, één tegen één situaties, enz… Alles waar ze goed en minder goed in zijn.  Ik zet dit in kleur.  Rood = serieus werk aan de winkel, oranje = we moeten er zeker mee aan de slag en groen is een zeer hoog niveau.  Groen moet je onderhouden, oranje zijn werkpunten en rood is veel werk.  Paul had twee rode blokjes.  Ik zal vanzelfsprekend hier niet zeggen wat dit inhoudt.  We hebben er serieus aan gewerkt én ik zie er een duidelijke evolutie in.  Dat geeft voor mij voldoening in mijn werk.  

Mijn taak is om jongens individueel beter te maken.  Met dat plan kijk ik ook naar mezelf.  Slaag ik in mijn opzet?  Is er beterschap merkbaar op de “rode punten”?  Maak ik hen niet beter, dan heb ik mijn werk niet goed gedaan.

Concreet maak ik een jaarplan.  Dat deel ik in per drie maand op de ongeveer negen maand voetbal in een seizoen.  Zo gaat het verder naar een maand- en weekplanning.  Daarna zoek ik de juiste oefenstof om hen op elk domein beter te maken.

Na iedere wedstrijd maak ik een video-analyse per onderdeel en bespreek ik het, samen met de andere doelmannen zodat ze ook mee zijn in het verhaal.  Zo leert iedereen.

"Mijn visie is: als je als doelman tien wedstrijden speelt mogen er een zestal gewoon goed zijn, ééntje of misschien twee minder goed, en twee/drie waar je echt punten pakt.  Een doelman kun je namelijk niet beoordelen op één wedstrijd."

De combinaties om een doelman te trainen zijn ook niet eindeloos denk ik dan?

Als je zonet vernam hoe minutieus en uitgebreid alles uitgewerkt wordt, denk ik dat ik meer dan werk genoeg heb.  Ik kom tijd te kort.  Ik zou de doelmannen liever nog meer bij me hebben.  De situaties die een doelman kan tegenkomen zijn zeer ruim.  Hoge bal pakken of wegbotsen, man tegen man situatie, uittrappen, inwerpen, centraal of naar de flanken, enz… 
Ik heb zeker geen probleem om de trainingen op te vullen.

Een keepertrainer komt niet zo vaak op het voorplan?

Dat hoeft voor mij ook niet.  Ik werk liever met mijn beperkt groepje.  Als je als keeper uit de radar blijft, is het teken dat je goed bezig bent.  Ook voor mij als trainer.  Als ze niet veel over je werk praten, is het teken dat je in stilte goed bezig bent.  Het lawaai en de grote show heb ik niet nodig.  

Voor mezelf geef ik me het werkpunt te blijven zoeken naar vernieuwende, betere oefenstof door onderzoek op het internet, gesprekken met collega-trainers, discussies met hoofdtrainers, bijscholingen, enz… . Mijn sterk punt is zeker het op menselijk vlak bezig zijn met de doelmannen.  Wij hebben eigenlijk drie echte nummers 1.  Er is er echter geen enkele die loopt te klagen of te zagen.  We zijn een klein groepje, maar weten heel goed waarmee we bezig zijn.

Ik kan duizend interviews geven, maar als we het met onze doelmannen op het veld niet bewijzen, dan staan we nergens.  Zij niet en ik niet.  Iedereen kent zijn plaats en weet dat hij gerespecteerd wordt.  Met onze drie toppers op die manier samenblijven zonder miserie, wel, daar ben ik trots op!  Ik hoop dat wij ons steentje kunnen bijdragen aan de doelstelling van Cercle!

(Georges Debacker)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 215)

(periode van 12-11-1960 -> 19-11-1960)


Cercle


Na de onverwachte zege tegen leider FC Turnhout hoopte elke Cerclefan uiteraard dat er tegen middenmoter SK Sint-Niklaas een verlengstuk aan het succes zou gebreid worden. Maar konden de groen-zwarten ook bevestigen ?  Het gebeurde wel eens meer dat de Bruggelingen wonnen als niemand het verwachtte maar het zou ook niet de eerste keer zijn dat zij de boot ingingen als niemand het voor mogelijk hield.
“Vic Bergh” trok die zondagnamiddag alvast richting Edgard De Smedtstadion om er voor “Het Brugsch Handelsblad” zijn bevindingen aan het papier toe te vertrouwen.   

“Cercle Brugge – S.K. Sint-Niklaas 0-1 : Cercle gaf vroeg Sint-Niklaasgeschenk !” : “Na de memorabele wedstrijd tegen FC Turnhout, waarin de groen-zwarten zich voor eenmaal op hun best toonden, werd het verleden zondag voor de trouwe Cercle-aanhangers weer eens een grote teleurstelling.  Niet zozeer het feit dat Cercle op eigen veld een eerste nederlaag opliep tegen een verrassend goede St-Niklaasploeg, ontstemde de lokale supporters, dan wel de wijze waarop domweg de zo kostbare twee punten als ’t ware werden weggesmeten…  Reeds voor de wedstrijd was er ten alle kante kritiek over de opstelling van de Brugse ploeg waarbij men er niets beter op gevonden had dan de zgz. “zieke” Roje op de backplaats te vervangen door Demey !  Iedereen die de matchen van Cercle van nabij volgt weet immers dat laatstgenoemde speler dit seizoen nog niet boven kwam en zijn vervanging zich reeds een hele tijd opdrong, wat wegens duistere redenen nog niet gebeurde.  Waar de anders zo sympathieke Oostkampenaar als half niet overtuigde, was het op zijn minst onverantwoord hem als achterspeler in lijn te brengen, iets waarmee men zowel de speler in kwestie als Cercle zelf een heel slechte dienst bewees.  De logica eiste in de eerste plaats de onbeschikbare Roje door de reserveback Van Vlaenderen –die de week tevoren tegen Roeselare trouwens goed zijn man had gestaan– te vervangen.  Maar neen, men leende zich liever tot een experiment waarvan men bij voorbaat wist dat er heel wat risico’s aan verbonden waren.  Het matchverloop heeft dat trouwens op treffende wijze bevestigd.  De Brugse verdediging rammelde dat het een aard was en zonder de onvermoeibare activiteit van Perot en Michiels, het brio van Mortier en… het slecht afwerken van de Waaslandse voorspelers, had het best een ramp kunnen worden.  Thans moest men tot 10 minuten voor het einde wachten om de gasten het enige doel van de partij te zien skoren, waarmee zij verdienstelijk de volle inzet wegkaapten.  De grove selectieflater had het hen echter heel wat vergemakkelijkt, zodat we gerust mogen zeggen dat Cercle en trainer Delfour een maand te vroeg aan hun tegenstrevers een St-Niklaasgeschenk uitreikten.”


Technische  krabbels…
Cercle Brugge – S.K. Sint-Niklaas  0-1


- terrein : uiterst glibberig en na de rust modderig.
- weersgesteldheid : betrokken en af en toe felle regenvlagen.
- opkomst : 6.000 toeschouwers.
- leiding : ref. Van Nuffel, goed, maar miste verantwoordelijkheidszin om de flagrante fout
  tegen Perot te bestraffen.
- fair-play : weinig aan te merken.
- corners : Cercle 9, St-Niklaas 6.
- het doelpunt : 80e min. : terwijl Demey en Baas passief lieten begaan, kan Van Dorselaer
  vrij en scherp boven de lichtjes uitgelopen Mortier binnenknallen.
- Cercle : Mortier, Demey, Serru, Perot, Baas, Michiels, Notteboom, Lambert, Bailliu, Daels,
  De Caluwé.
- Sint-Niklaas : Vereecken, Struyf, Janssens, Piessens, Ommeganck, Verleysen, Zaman,
  Beyers, Mariman, Van Dorselaer, Maes.


Na acht wedstrijden stond Kortrijk Sport op de eerste plaats met 11 punten, FC Beringen totaliseerde eveneens 11 punten maar omdat de Limburgers een verlieswedstrijd meer hadden stonden zij pas tweede.  S.K. Sint-Niklaas was na de zege op Cercle opgeklommen naar de derde plaats (10 punten) terwijl de groen-zwarten nu op de zevende stek stonden met negen punten.

De onbegrijpelijke opstelling van Demey als achterspeler zorgde voor heel wat commotie bij de Brugse voetbalsupporters.  Uiteraard was “Dani” er als de kippen bij om een “Bont beeld” van wat leefde bij de Cerclefans in “Het Brugsch Handelsblad” te laten publiceren…

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Sven Vandendriessche

Teammanager


Marc Van Lysebetten (voorheen bij AA Gent) werd aanvang dit seizoen aangeworven voor de functie van teammanager, na het vertrek van Nicolas Cornu die deze taak twee seizoenen waarnam .  Marc is echter een tijd onbeschikbaar wegens medische redenen en de vierenveertig jarige Sven Vandendriessche, die eerder ook voor deze functie solliciteerde, neemt actueel deze taak waar.
De seizoensaanvang is een zeer drukke periode voor de teammanager.  Vandaar dit artikel.   
Tijd dus om Sven even aan de Cercle-supporters voor te stellen, evenals een overzicht te geven waar hij zich zoal dient mee bezig te houden.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Raymond De Corte

Groen bloed


Duizenden jonge voetballertjes, waarvan verschillende nu rijpere zestigers zijn en de jongste thans late tieners, traden ooit aan op het “Tornooi De Corte”.  Dit tornooi hield een halve eeuw stand.  Wellicht een unicum. 
De oprichter was Joseph De Corte, na acht jaar nam zoon Raymond het voor … 42 jaar over.  Om de titel “traditievereniging” en “familievereniging” in deze meer zakelijke voetbaltijden te ondersteunen, en, alleen al om respect te tonen voor die jarenlange sponsoring t.v.v. de Brugse jeugd, sprak ik met Raymond af in “Grill-restaurant Parrilla” te Assebroek om een praatje te maken.
Zijn wederkerige vorm van respect kwam er extra bij doordat hij ook Chris Verbeke en Pierre Lammens, twee mensen die zich jarenlang daadwerkelijk ingezet hebben voor het “Tornooi De Corte”, mee uitnodigde aan tafel.

 

Beweren dat de familie De Corte Cerclemensen zijn, is een open deur intrappen?

In mijn vaders hart zat er een Cerclevlag, en hij had groen bloed ook (lacht).  Vanaf mijn zes jaar ging ik aan de hand van vader naar het Egard De Smedt stadion.  Ik ben nu 81 jaar en heb in al die tijd slechts twee seizoenen gemist toen  ik in Afrika werkte.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 214)

(periode van 05-11-1960 -> 05-11-1960)
 

Cercle

Na de schitterende en vooral hoopgevende prestatie tegen leider F.C. Turnhout wilden de groen-zwarten uiteraard een verlengstuk aan hun verhoopte opmars breien.  Helaas voor Cercle stond er het eerstvolgende weekend geen competitievoetbal op het programma.  De  Brugse Tweedeklasser nodigde dan maar Derdeklasser S.K. Roeselare uit voor een oefenpartijtje.  Het resultaat was niet belangrijk en de Cercletrainer wilde van de gelegenheid gebruik maken om één en ander uit te testen.  Of dat ook leerzaam zou zijn was dan weer een andere vraag…
S.K. Roeselare stond na acht wedstrijden op de achtste plaats en telde acht punten.  A.S. Oostende voerde de lijst aan met veertien punten uit negen wedstrijden.  Onderaan deden F.C. Eeklo met zes punten uit acht wedstrijden en vooral F.C. Izegem, slechts één schamel puntje uit acht wedstrijden, het duidelijk niet zo goed.
“Daver” mocht alvast voor “Het Brugsch Handelsblad” richting Lauwe reizen, waar de wedstrijd afgewerkt zou worden, en er bekijken en vooral beoordelen wat de groen-zwarten allemaal uit hun voeten zouden schudden…

Cercle Brugge – S.K. Roeselare 2-4 : Een “lauwe” oefenwedstrijd !” : “Bij het zien van de uitslag van deze vriendenwedstrijd die Cercle zondag te Lauwe speelde, zullen velen zich hebben afgevraagd hoe het mogelijk was dat de groen-zwarten zich door de Roeselaarse derde klassers lieten “wassen”.  Het antwoord hierop is spoedig gegeven als men weet dat de wit-zwarten met heel wat meer geestdrift akteerden en van het verzwakken van de Brugse ploeg door het inschakelen van talrijke invallers, gebruik maakten om een onvermijdelijk overwicht en een dito zege af te dwingen.  In de eerste helft kreeg men nochtans mooi voetbal te zien, weliswaar aan een eerder traag tempo, waarin de technische en individuele vaardigheid van de groen-zwarten primeerde op het meer primaire akteren van SK Roeselare.  Daarna ging Cercle echter over tot een grondige en tegenover het betalend publiek eerder onverantwoorde ploegwijziging, zodat slechts een viertal spelers van het fanionelftal tussen de lijnen bleven.  Het eropvolgend vertoon, vooral van Cercle’s zijde kon slechts nog matig bekoren, zodat het globaal maar een “lauwe” wedstrijd werd.  Uit de Cercleprestatie vallen er geen besluiten te trekken voor het verder vervolg van de kompetitie.  Alles bijeen werd het immers niet meer dan een gemoedelijke oefenpartij, waarbij er vooral naar gestreefd werd zich zo weinig mogelijk “te geven” en vooral niet gewond te worden in duels.  Zelden zagen we een Cerclespeler met klem een bal betwisten, wat er ten volle op wijst dat de groen-zwarten dit van vooraf goed in de oren waren geblazen.  Toch is dit treffen ten dele leerzaam geweest dat het nu nog eens duidelijk gebleken is dat Michiels geen hoekspeler is, doch wel een specifieke kanthalf die op deze plaats Cercle zeker zeer flinke diensten kan bewijzen.  In de eerste helft was de prestatie van beide backs als degelijk te bestempelen.  Na de rust wisten ze echter niet meer waar eerst ingegrepen, want de falende halflijn liet heel wat gaten.  Hieruit blijkt nogmaals dat het spel in reserve nog zo oneindig veel verschilt met dat wat er in de eerste ploeg van de spelers gevergd wordt !  Bij de Rodenbachmannen, die een niet onaardige indruk lieten en verdiend zegevierden, viel inzonder het werk op van Van Moerkerke, Van Eeckhoute, stopper Van de Pitte en invaller Carette.  Ook doelman Van Izeghem bezit grote klasse en het zou ons niet verwonderen moesten grote ploegen hun ogen op deze talentvolle speler richten."

Op zondag 6 november stond de thuiswedstrijd tegen S.K. Sint-Niklaas op het programma.  De Waaslanders prijkten, na zeven wedstrijden, op de zesde plaats en telden acht punten.  Dat was slechts één puntje minder dan de groen-zwarten die zich op de vierde stek genesteld hadden.  Na het verlies van F.C. Turnhout had Tweede Klasse ondertussen ook een nieuwe leider : F.C. Beringen.
Om een duidelijk beeld te verkrijgen van de krachtsverhoudingen in Tweede Klasse volgt hierna de klassering met, tussen haakjes, de punten : 1. F.C.  Beringen (11), 2. F.C. Turnhout (10), 3. Kortrijk Sport (9), 4. Cercle (9), 5. Racing Doornik (9)*, 6. S.K. Sint-Niklaas (8), 7. Sporting Charleroi (8), 8. Berchem Sport (8), 9. F.C. Mechelen (8), 10. F.C. Diest (7), 11. Union Namen (7)*, 12. Olse Merksem (7), 13. Lyra (6), 14. White Star (5), 15. Racing Brussel (2), 16. F.C. Tilleur (0).
Het valt op dat liefst twaalf van de zestien zich heel dicht in elkaars buurt ophielden.  Tussen het nummer één, F.C. Beringen, en het nummer twaalf, Olse Merksem, bedraagt het verschil amper vier punten.  Dat hield in dat twee keer winnen of twee keer verliezen de rangschikking dooreen kon gooien…

* Racing Doornik en Union Namen hadden reeds acht wedstrijden op de teller staan, alle andere ploegen totaliseerden zeven matchen.

Ondertussen werd er, traditiegetrouw, reeds even vooruit geblikt op de komende ontmoeting tussen de groen-zwarte Bruggelingen en de geel-blauwe Waaslanders : “De komst van SK St. Niklaas naar Cercle Brugge zal weer duizenden West-Vlamingen naar het “De Smedtstadion” lokken om er getuige te zijn van de felle strijd welke Cercle zal moeten leveren om de Waaslanders te kloppen.  Dit zal inderdaad zeker het geval zijn want St. Niklaas koestert dit seizoen eveneens zekere ambities.  Weet U dat de Blauw-Gelen slechts één puntje achterstand tellen op de Groen-Zwarten en dat zij tot hiertoe slechts ZES doelpunten tegen kregen dan wanneer Cercle’s sterke verdediging er 13 te incasseren kreeg.  De Cercle-voorlijn zal het gewis niet gemakkelijk krijgen om de tegenstrevende hard spelende verdediging te verschalken.  Toch hebben we volop vertrouwen in de Groen-Zwarte aanvallers indien gespeeld wordt zoals tegen Turnhout tijdens de tweede helft.  Wij hopen dat de Bruggelingen met eenzelfde zegewil zullen optreden en dan laat het weinig twijfel dat de volle inzet te Brugge blijft.  De overwinning is ten andere van het allergrootste belang want deze kan Cercle heel dicht bij leider Beringen brengen.  Wij voorzien een 3-1 zege best mogelijk.”

Dat deze wedstrijd als heel belangrijk beschouwd werd konden we afleiden uit het feit dat nog een andere krant eveneens een ruime vooruitblik afdrukte : “Voor de aanstaande grote wedstrijd Cercle – SK Sint-Niklaas kunnen kaarten op voorhand bekomen worden – Zoals we reeds verleden week aankondigden worden in het vooruitzicht van de grote volkstoeloop welke verwacht wordt op de aanstaande partij Cercle – St. Niklaas kaarten op voorhand verkocht.  Het Cercle-bestuur neemt deze maatregel om enigszins de guichetten aan de ingang van het terrein te ontlasten en de belangstellenden het lang wachten en aanschuiven te besparen.  De kaarten kunnen bekomen worden in het Hotel de Londres, ’t Zand te Brugge tot zondag middag 12.30 uur. – Na de prachtige prestatie welke de herboren groen-zwarte ploeg leverde tegen, de sinds negentien wedstrijden ongeslagen leider Turnhout, laat het niet de minste twijfel dat de komst van SK St. Niklaas, die dit seizoen beslist zekere ambities koestert, weer een gelegenheid zal zijn om het Cercle-Stadion boordevol te doen lopen.  Cercle heeft bewezen tegen Turnhout zo als eender wie te kunnen “vechten” als het moet.  Zij heeft bewezen in deze partij de sterkste baas te kunnen zijn en het moraal welke haar thans bezielt moet haar verder in staat stellen grootse daden te verrichten.  De spelers zijn hiervan bewust en hebben ongetwijfeld na deze prachtige verwezenlijking, hun volledig zelfvertrouwen herwonnen.  Iedereen moet voortaan bewust zijn van zijn kunnen en moet zich met volle overgave en zegewil in de strijd werpen.  Dan alleen kan dit jaar de lang verwachte droom werkelijkheid worden.  Er mogen dus geen nutteloze verliespunten meer geboekt worden.  Cercle staat op dit ogenblik beter geklasseerd dan verleden jaar.  Er moet volhard worden.  Tegen SK St. Niklaas, die naar het schijnt momenteel een zeer homogeen en stevig geheel bezit en slechts één enkel puntje achterstel heeft op Cercle, moet een nieuwe overwinning geboekt worden.  Dit kan wanneer gespeeld wordt met het heilig vuur waarmede U de duizenden toeschouwers tijdens de wedstrijd tegen Turnhout begeesterd en geboeid hebt.  Deze wedstrijd heeft ons bovendien geleerd dat duizenden Brugse sportliefhebbers aan uw zijde staan om uw sukses te helpen bewerken wanneer zij zien dat U er het nodige voor over hebt en alle loomheid achterwege laat.  Het moet weer een groot sukses worden.  Duizenden Brugse en Westvlaamse supporters staan gereed om U zondag weer even luidruchtig te komen aanmoedigen.  Stelt hun niet teleur doch bezorgt hun weer een deugddoende vreugde door een klinkende overwinning te behalen.  Dan ja beslist kunt U ook op hen rekenen en kunnen samenwerkend de moeilijkste hinderpalen uit de weg geruimd worden.  Het moet, want Cercle Brugge leeft nog en moet hoger op.  Een goede raad aan de belangstellenden.  Wilt U niet teleur gesteld worden volgt onze raad en schaft U kaarten op voorhand aan.”

Brugge

* Dat Brugge een stad is met een rijk verleden hoeft geen betoog.  Als er ergens een gebouw afgebroken of opgetrokken wordt, denken wij maar recent aan het Beursplein, blijkt telkens weer dat de Brugse ondergrond rijk is aan, meestal, waardevolle artefacten.  In 1960 liet het Sint-Leocollege uitbreidingswerken uitvoeren in de Carmersstraat en tijdens die werken werd er een eerder lugubere vondst gedaan : “Geraamten opgedolven – Tijdens verbouwingswerken, die momenteel uitgevoerd worden op de hoek van de Carmersstraat en de Elisabeth Zorgestraat, ten einde de schoollokalen van het Sint-Leokollege uit te breiden, werden in de voorbije dagen mensengeraamten opgedolven.  Men vermoedt dat deze overblijfselen dagtekenen uit vroegere eeuwen, vermoedelijk van het verdwenen Karmelietenklooster aldaar.  De politie heeft, zoals het trouwens voor alle beenderopgravingen het geval is, de nodige vaststellingen gedaan.  Volgens zekere geruchten maakte de politie proces-verbaal op tegen de arbeiders, die aldaar werkzaam zijn…  Deze beweringen zijn natuurlijk van alle grond ontbloot.  Het is een feit dat omzeggens overal te Brugge, waar delvingswerken uitgevoerd worden, er beenderen opgegraven worden.  De politie dient dan na te gaan naar de oorsprong van deze begraafplaatsen.  Daarom wordt een onderzoek ingesteld en niet om arbeiders lastig te vallen !!”

Lees meer