koop tickets online

Keepertrainer: Pieter-Jan Sabbe

Cercle beschikt over een uitgebreide technische staf.  Een onontbeerlijk element daarin is de keepertrainer.  Daar waar de assistent-trainers reeds weinig in de spotlights komen, is dit zo mogelijk voor een keepertrainer nog minder het geval.  Pieter-Jan geeft er ook zelf de voorkeur aan om in de luwte te werken.  

“Onbekend is onbemind” luidt het spreekwoord.  Daar willen we met dit artikel wat verandering in brengen.

Je bent 37 en woonachtig in Marke?

Ik verhuisde recent naar Lendelede.  Ik ben afkomstig uit Zwevegem. Mijn hele leven speelde zich af in de regio Kortrijk.  Ik liep er school en sloot me op 15-jarige leeftijd aan bij K.V. Kortrijk.  Ik woonde tien jaar in Marke en sinds deze zomer, samen met mijn echtgenote Ine Veys en kinderen Siebe (7), Marie-Maxine (8) en  Rhune (10), in Lendelede.

Wat onthouden we van je sportieve carrière als speler?

Ik vatte aan bij Zwevegem Sport, een lokale ploeg.  Van mijn vijftiende tot tweeëntwintigste  speelde ik bij K.V. Kortrijk.  De laatste drie jaar behoorde ik tot de A-kern.  Het eerste jaar, in 1e afdeling, was ik 3e doelman, de volgende twee seizoenen 2e doelman.  Als jonge keeper  maakte ik er mooie zaken mee.  ¼ finale Beker van België als 2e doelman, vijf wedstrijden op de bank in eerste afdeling en daarna wedstrijden gespeeld in 2e afdeling.

2002 werd een heel moeilijk jaar met de faling van KV Kortrijk.  Er zou een fusie komen tussen Kortrijk en Wevelgem.  Ik stapte eerst mee in dat fusieverhaal, maar dat sprong uiteindelijk af.  Zo vatte ik aan bij Wevelgem in derde afdeling.  Ik verbleef er twee jaar.  Daarna volgden twee seizoenen Doornik, met Claude Verspaille als trainer en Piet Timmerman, die ik kende van bij Kortrijk, op de liberoplaats. Het was leuk.  Ik maakte er ook de fusie mee en de ingebruikname van het nieuwe stadion.
Ik kreeg toen echter problemen met mijn schouder en ik moest stoppen met voetballen.  Dit op mijn vijfentwintigste!
Ik moest stoppen met voetballen op mijn vijfentwintigste

Met je 37 jaar nu ben je jong als keepertrainer, maar wel, net door die blessure, reeds zowat twaalf jaar bezig?

Ik ben tweemaal geopereerd aan de schouder. Van beroep ben ik sportleraar.   Ik zou net al-dan-niet vast benoemd worden.  Het werd dus een moeilijke keuze.  Het ging echter niet meer om mij te verdedigen in het voetbal en ik besloot, vol ambitie, om voor mijn schoolcarrière te kiezen en dit te combineren met de taak als keepertrainer.

Ik kreeg direct alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk onder mijn hoede.  Dit deed ik drie seizoenen.  Ondertussen haalde ik alle mogelijke diploma’s als keepertrainer.  

Men stelt soms “hij is jong”, maar van mijn vijfentwintigste tot mijn zevenendertigste was ik drie jaar verantwoordelijk voor alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk, daarna bij SV Roeselare, vervolgens, als “jonge gast in de branche” drie seizoenen de A-ploeg van Antwerp.  Een moeilijke, maar mooie grote ploeg in België.  Dat was o.a. met Dennis van Wijk.  Of Dennis er voor iets tussen zat dat ik er keepertrainer werd?  Eigenlijk was het Luc De Vroe die er voor gezorgd heeft.  Hij was toen sportief directeur in Roeselare.  Hij wist dat mijn ambitie was om de keepers van de eerste ploeg te trainen.  Waarschijnlijk was het objectief om me die taak bij Roeselare toe te kennen, maar toen kwam die plaats bij Antwerp vrij.  Luc kende Dennis wel en zo is het in principe gegaan.  

In Antwerp kreeg ik na een jaar het vertrouwen door me een contractverlenging van twee seizoenen te laten ondertekenen.  

Het tweede jaar was ook een ervaring op zich met Jimmy Floyd Hasselbaink als hoofdcoach.  Tweemaal topschutter in de Premier League, driemaal topschutter van Chelsea, WK’s meegemaakt, enz…  

Zoals je aanhaalt trainde ik er ook oud-Cerclist Björn Sengier.  Hij kende er een uitstekend eerste seizoen (periode van Wijk).  Hasselbaink had het seizoen erop een andere visie op het profiel van een doelman en Björn had het er moeilijk mee.  Speciaal aan het feit dat ik trainer was van Björn was dat we ooit concurrenten waren en dat ik als 29-jarige op dat ogenblik hem als 31-jarige trainde …

Met Dennis van Wijk, op en top professional, en Hasselbaink had ik heel goede leermeesters.  Ook in het laatste jaar leerde ik veel bij.  Dan meer bepaald over het voetbalwereldje.  Antwerp was toen in overname, er waren besparingen, enz… Een moeilijk seizoen bij een “moeilijke” vereniging.  

Antwerp is toen overgenomen door De Cuyper (en Paul Gheysen) en men sloeg een andere weg in.  Zoiets valt wel voor in het voetbal.  Dat was echter heel laat.  Eigenlijk ging ik blijven, dan bleek het moeilijk en ben ik een jaartje naar Koksijde gegaan.  Het was het seizoen dat ze naar 2e klasse promoveerden.  Daar valt niet veel over te schrijven.  Sportief en financieel was die promotie naar 2e een stap te hoog voor de kustploeg.  Met die voorzitter heb ik nog steeds een goed contact.  Ik vertelde hem: “je moet zorgen dat je de mooiste amateurclub wordt van het land”.  “Je zit aan de kust, een mooi klein stadion, een leuke club”  (n.v.d.r.: het voorbeeld van Knokke volgen?).  Het viel anders uit.

Tussendoor hielp ik als vriendendienst ook nog even Izegem uit de nood, toen hun keepertrainer tijdens het seizoen opstapte.  Ik kende trainer Franky Dekenne van toen hij coach was van Wevelgem terwijl ik er speelde.  Ik depanneerde toen een tijd, eigenlijk wat langer dan voorzien.

Toen kwam Cercle?

Via Eric Deleu, die van keepertrainer Algemeen Directeur werd bij Groen-Zwart, kreeg ik na Antwerp opnieuw de mogelijkheid om voor een grote mooie professionele ploeg te werken.  Toen het verhaal Monaco startte mocht ik aan boord blijven.  Riga kende me en was lovend.  Met de financiële inbreng van de Monegasken konden ze kiezen uit wie ze wilden, maar ik mocht blijven.  Ik denk dat mijn ervaring uit de voorbije tien jaar daar wel bij geholpen heeft.  Ik ben ook dankbaar voor die kans, zowel t.o.v. José als voor Cercle.  Als je ziet dat ik nu opnieuw kan werken met, voor mij,  toch een van de drie topcoaches van België, is dit geweldig om mijn bagage nog te verruimen.

Omtrent de job nu.  De bedoeling van een keepertrainer is om doelmannen beter te maken.  Hoe vat je dat aan?

Allereerst bekijk ik welke doelmannen ik heb.  In mijn loopbaan heb ik al “mooie” doelmannen onder mijn hoede gehad.  Ik denk bv. aan Jorn Brondeel,  niet zo gekend bij het Belgische publiek.  Het is een fantastische doelman.  Hij debuteerde bij mij op Antwerp.  Hij speelde bij de U19, was afkomstig van Zulte-Waregem, en was 3e doelman bij the Great Old.  Hij heeft 12 tot 14 wedstrijden gespeeld.  Hij transfereerde naar Lierse waar hij 1e doelman werd.  Hij brak er volledig door.  Vervolgens trok hij naar Nederland (NAC Breda) en tekende onlangs een langdurig contract bij Twente.  Hij speelt elke wedstrijd.  Voor mij was hij een zeer leuke ontdekking.  Ik had ook Louis Bostyn, die nu bij Waregem speelt, onder mijn hoede.  Het is zo dat ik ook een keeperacademie heb, “S1Pro”, waar jonge doelmannen opgeleid worden.  Dat doe ik supergraag.  Zo’n 30 à 35 keepertjes van diverse leeftijden  nemen er aan deel.  Zowel Brondeel als Bostyn komen daaruit voort.  Ook jongens die in 2e amateur spelen zoals Mathieu Vanderschaeghe die hier vorig jaar nog speelde. 
Dat project is “mijn kindje” en ik zou dit niet graag ooit loslaten.
Verder was er ook nog Frank Boeckx, die in de C-kern van AA Gent zat, die we in Antwerp terug konden opvissen.  Later kon hij bij Anderlecht terug doorbreken.

Om concreter op je vraag te antwoorden: 

Hier op Cercle heb ik drie heel verschillende profielen als doelman.
Vorig seizoen vroeg Cercle me uit te kijken naar een Belgische doelman die ook zou aanvaarden dat Paul Nardi eventueel eerste doelman zou zijn, maar hem ook bijstaan in zijn verdere ontwikkeling.  Dat profiel was niet zo gemakkelijk om in te vullen.  De keuze viel op Brian Vandenbussche.  Hij is hier toegekomen en had de voorbij seizoenen weinig gespeeld.  Hij was echter zeer gemotiveerd. Op dat ogenblik rekenden we er ook nog niet op dat Miguel Van Damme zo snel terug top zou zijn.  We hadden januari/februari voor ogen.  Vandaag dus!  We kregen Miguel echter veel vroeger compleet in orde, wat natuurlijk voor het grootste deel aan hemzelf te danken is.  Hij is een atleet tot en met.  Als je ziet van hoever hij komt…  Zijn drang en wil hoe hij het realiseerde geeft ook mij kracht.  Ik weet ook dat ik direct op hem kan rekenen mocht er bv. iets met Paul voorvallen.

Ook daar heeft Brian zeer goed mee omgegaan. Hij was topfit bij aanvang seizoen.  Is toen ziek geworden en verloor een zestal weken.  In de “rangorde”, een woord dat ik niet graag gebruik, staat hij nu op nummer drie.  Hij gaat daar echter formidabel mee om.  Hij ondersteunt Paul, helpt Miguel enz…

We hebben drie echte nummers 1

Voor mezelf maak ik van mijn doelmannen een draaiboek op met hun profiel en diverse parameters.  Kracht, snelheid, lenigheid, hoge ballen, één tegen één situaties, enz… Alles waar ze goed en minder goed in zijn.  Ik zet dit in kleur.  Rood = serieus werk aan de winkel, oranje = we moeten er zeker mee aan de slag en groen is een zeer hoog niveau.  Groen moet je onderhouden, oranje zijn werkpunten en rood is veel werk.  Paul had twee rode blokjes.  Ik zal vanzelfsprekend hier niet zeggen wat dit inhoudt.  We hebben er serieus aan gewerkt én ik zie er een duidelijke evolutie in.  Dat geeft voor mij voldoening in mijn werk.  

Mijn taak is om jongens individueel beter te maken.  Met dat plan kijk ik ook naar mezelf.  Slaag ik in mijn opzet?  Is er beterschap merkbaar op de “rode punten”?  Maak ik hen niet beter, dan heb ik mijn werk niet goed gedaan.

Concreet maak ik een jaarplan.  Dat deel ik in per drie maand op de ongeveer negen maand voetbal in een seizoen.  Zo gaat het verder naar een maand- en weekplanning.  Daarna zoek ik de juiste oefenstof om hen op elk domein beter te maken.

Na iedere wedstrijd maak ik een video-analyse per onderdeel en bespreek ik het, samen met de andere doelmannen zodat ze ook mee zijn in het verhaal.  Zo leert iedereen.

"Mijn visie is: als je als doelman tien wedstrijden speelt mogen er een zestal gewoon goed zijn, ééntje of misschien twee minder goed, en twee/drie waar je echt punten pakt.  Een doelman kun je namelijk niet beoordelen op één wedstrijd."

De combinaties om een doelman te trainen zijn ook niet eindeloos denk ik dan?

Als je zonet vernam hoe minutieus en uitgebreid alles uitgewerkt wordt, denk ik dat ik meer dan werk genoeg heb.  Ik kom tijd te kort.  Ik zou de doelmannen liever nog meer bij me hebben.  De situaties die een doelman kan tegenkomen zijn zeer ruim.  Hoge bal pakken of wegbotsen, man tegen man situatie, uittrappen, inwerpen, centraal of naar de flanken, enz… 
Ik heb zeker geen probleem om de trainingen op te vullen.

Een keepertrainer komt niet zo vaak op het voorplan?

Dat hoeft voor mij ook niet.  Ik werk liever met mijn beperkt groepje.  Als je als keeper uit de radar blijft, is het teken dat je goed bezig bent.  Ook voor mij als trainer.  Als ze niet veel over je werk praten, is het teken dat je in stilte goed bezig bent.  Het lawaai en de grote show heb ik niet nodig.  

Voor mezelf geef ik me het werkpunt te blijven zoeken naar vernieuwende, betere oefenstof door onderzoek op het internet, gesprekken met collega-trainers, discussies met hoofdtrainers, bijscholingen, enz… . Mijn sterk punt is zeker het op menselijk vlak bezig zijn met de doelmannen.  Wij hebben eigenlijk drie echte nummers 1.  Er is er echter geen enkele die loopt te klagen of te zagen.  We zijn een klein groepje, maar weten heel goed waarmee we bezig zijn.

Ik kan duizend interviews geven, maar als we het met onze doelmannen op het veld niet bewijzen, dan staan we nergens.  Zij niet en ik niet.  Iedereen kent zijn plaats en weet dat hij gerespecteerd wordt.  Met onze drie toppers op die manier samenblijven zonder miserie, wel, daar ben ik trots op!  Ik hoop dat wij ons steentje kunnen bijdragen aan de doelstelling van Cercle!

(Georges Debacker)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
50e verjaardag van wijlen Virgall Joemankhan

Op 7 juni 1989 stortte een SLM-vliegtuig vlakbij het vliegveld Zanderij in Paramaribo neer. 168 mensen kwamen om bij die crash, onder wie veertien spelers van het Kleurrijk Elftal, die op weg waren naar Suriname om in hun moederland deel te nemen aan een voetbaltoernooi. Onder de slachtoffers: de toen 20-jarige Virgall Joemankhan, die net vandaag 50 zou worden.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Langste anciënniteit - David Carpels

David Carpels heeft onder de jeugdtrainers de langste staat van dienst. Een zware blessure maakte indertijd een einde aan zijn voetballoopbaan in de provinciale reeksen. Na een intermezzo als coach van o.a. het eerste elftal van Hoger Op Oedelem besefte hij dat zijn hart bij de jeugd lag en dat hij jongeren wilde opleiden. 

David, na 15 jaar verschillende jeugdteams van Cercle getraind te hebben, maakte je een zijsprong naar de scouting voor de A-kern en de video-analyse van de jeugd. Ondertussen coach je opnieuw een ploeg. 

Op een gegeven moment begon het trainer zijn een beetje te wegen. Elke dag na je werk je in zeven haasten begeven naar de oefenvelden, pas om 21.30u thuiskomen, daarna eten, om vervolgens nieuwe trainingen voor te bereiden, en tijd vrij te maken voor het gezin. De scouting en de video-analyse waren daarom voor mij een soort herbronning en het opdoen van andere inzichten. Ik was meer thuis en kon zelf mijn tijd indelen. Na twee jaar kreeg ik echter opnieuw heimwee naar een eigen team. Je mist een zekere spanning: het toeleven met je ploeg naar een wedstrijd, het tijdens de week in functie van die match werken, de ontlading achteraf, …..Ik miste het gras tussen mijn tenen en het contact met jeugdspelers en andere trainers. 

Cercle Brugge kwam de afgelopen jaren op sportief vlak in woelige wateren terecht. Welke impact had dit op de jeugdwerking?

Het is logisch dat als je budget vermindert, dat er ook minder geld gaat naar de jeugd. Het vervoer van jeugdspelers met busjes is tot een minimum herleid. Het bestuur blijft echter zeer veel investeren in de eigen opleiding. Er is zeker geen hakbijl gezet in het aantal trainers of de omkadering. En dat is nodig ook, want de opleiding heeft steeds meer behoefte aan specialisten die ‘vakoverschrijdend’ werken. Experten in periodisering, krachttraining, revalidatietechniek, voeding, psychologie, enz. Op die manier kunnen we het maximale uit elk individu halen. Met Cercle staan we zover nog niet, maar we werken naar dat ideaal toe. 

Door de degradatie van de eerste ploeg spelen jullie nu niet meer in de hoofdreeks. 

Inderdaad, we spelen in Elite 2. Dat is een reeks met zes ploegen uit 1B en zes ploegen uit 1A. Onze jongens spelen dus op hetzelfde niveau als hun leeftijdsgenoten van o.a. KV Oostende en KV Kortrijk. Dat is een goede zaak natuurlijk om onze spelers te motiveren om op Cercle te blijven. Als we nog een stap voorwaarts kunnen zetten in onze opleiding, dan bestaat de mogelijkheid om met onze ploegen in de Elite 1 reeks aan te treden, ook al maakt het eerste elftal deel uit van 1B. Dat is een aantrekkelijk perspectief.

Jij bent momenteel trainer van de U17. Hoe doet jouw team het?

We staan momenteel samen met KV Kortrijk op een gedeelde tweede plaats na leider Eupen. In onze reeks zijn de ploegen zeer sterk aan elkaar gewaagd. Tussen de eerste en de zevende van de reeks gaapt een kloof van amper vier punten. 

“Jeugdtrainer zijn is zoals leraar zijn, een maatschappelijke verantwoordelijkheid”

Je zal het na de winterstop wel moeten rooien zonder een paar dragende spelers. 

Inderdaad, we hebben ervoor gekozen om Olivier Deman en Gianni Swennen door te schuiven naar de U19, om hen te laten kennismaken met een hoger ritme van trainen en spelen. Gianni is een grote, balvaste aanvaller die een actie voor zichzelf kan creëren, wat niet iedere nummer 9 kan, en hij bezit een neus voor doelpunten. Olivier Deman is een schaduwspits die de ruimte weet te vinden en over een groot infiltratievermogen beschikt. Dat zijn spelers die even ver staan als een Stijn Desmet en Lukas Van Eenoo op dezelfde leeftijd, maar een garantie op succes is dat nog niet. 

Je hebt inderdaad al veel jeugdspelers de revue zien passeren. Kon jij al bij de scholieren of junioren voorspellen of iemand het zou maken of niet?

Ik denk dat dit sowieso heel moeilijk is. Ik heb in het verleden veel jeugdinternationals in mijn ploegen gehad, maar vaak waren dat spelers die op fysiek vlak voor waren op hun leeftijdsgenoten. Omgekeerd zijn er spelers als Mathieu Maertens die bij de jeugd er niet boven uitstaken, maar die toch van hun voetbal hun broodwinning hebben kunnen maken. Voetballers op de leeftijd van 17 jaar moeten op elk vlak nog een stap vooruit kunnen zetten, en niet iedereen slaagt daar om fysische of mentale redenen in. Je moet blijven evolueren, en of dat lukt is moeilijk jaren op voorhand te voorspellen. 

Is de 1B-reeks eigenlijk geen godsgeschenk voor de jeugd?

Ik vind van wel. Ik begrijp dat supporters hun team liever in 1A zien, maar voor de jeugd maakt dat de kans om door te breken een stuk moeilijker. Een Felix Reuse en Nicholas Tamsin indertijd hadden zeker de kwaliteiten om profvoetballer te worden, maar op het moment dat zij piepten aan de deur van de hoofdmacht, zat Cercle in een hoogconjunctuur en kregen ze daarom geen speelkansen. Ondertussen zijn zij naar een lagere afdeling afgezakt, maar zijn ze nu 18, dan maken ze bij ons waarschijnlijk deel uit van het eerste elftal. Denk ook terug aan de tijd met Frederik Boi, Denis Viane en Bram Vandenbussche. Ook zij hadden tweede klasse met Cercle nodig om rustig te evolueren en uiteindelijk profvoetballer op het hoogste niveau te worden. 

“Cercle heeft veel geduld met eigen jeugd, dat zit in het DNA van de Vereniging”

Dat is een pleidooi voor onze jeugd om niet naar andere oorden te trekken.

Tenzij je een absoluut toptalent bent, maar dat hebben we niet, blijf je als speler van de bovenbouw beter bij Cercle Brugge, dan naar een topclub te gaan om in de Elite 1 te gaan spelen. In de 17 jaar dat ik op Cercle Brugge ben, is trouwens nog geen enkele jongere die in de bovenbouw Groen-Zwart verliet voor het prestige van een topclub profvoetballer geworden. Cercle heeft veel geduld met eigen jeugd, dat zit in het DNA van de Vereniging. Men focust zich bij een jongere immers vaak teveel op gebreken en niet altijd genoeg op de kwaliteiten die zij bezitten. Met ontwikkelend talent moet je geduld hebben; elke jeugdspeler heeft op een bepaald moment een dipje. 

Spelers die je vroeger onder je hoede had, prijzen vooral je taktisch inzicht en je individuele benadering van spelers.

Die twee zaken hangen vaak samen. Ik hecht veel belang aan organisatie op het terrein en een duidelijke afbakening van basistaken en verantwoordelijkheden. Spelers hebben behoefte aan een structuur waarin ze precies weten wat ze moeten doen, bijvoorbeeld op vlak van het lopen zonder bal, de omschakeling in balverlies of balbezit, …. Je mag slecht spelen of op technisch vlak onderliggen, als je zeer georganiseerd speelt, kun je een wedstrijd toch naar je hand zetten. Het spel leren lezen moet er door veel herhaling in geslepen worden. Soms zijn het details die wel degelijk het verschil kunnen maken. Hoeveel balverlies wordt er bijvoorbeeld niet geleden na een inworp? We zijn ons daar niet altijd bewust van, maar door de spelers in kwestie te confronteren met opgenomen beelden van henzelf, gaan hun ogen vaak open.

Tot slot. David, je werkt je al 17 jaar lang dag in, dag uit uit de naad voor de jeugd van Groen-Zwart. Heb je er nooit aan gedacht om trainer te worden van een nationale of provinciale eerste ploeg waar je ongetwijfeld meer kan verdienen?

Op het eind van vorig seizoen is Jurgen Van Opstaele, die 15 jaar bij Cercle jeugdtrainer geweest is, naar Racing Club Gent getrokken. Ooit heb ook  ik wel eens die stap overwogen, maar ik voel dat mijn hart bij de jeugd ligt. Jeugdtrainer zijn is zoals leraar zijn, een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Je hebt als trainer vooral de taak en verantwoordelijkheid om de jongens zoveel mogelijk aan te reiken en hen te begeleiden in hun vervolmaking als voetballer en hun zoektocht naar de volwassenheid. Jongeren zijn op menselijk en voetbalvlak nog ruwe bolsters, je kan en mag hen nog veel leren en je werkt altijd toe naar resultaten op langere termijn.  En dat is dankbaar werk, zo ervaar ik dat toch.

Bedankt voor het interview!

(D. Vermeersch)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Algemeen coördinator: Marc Vanmaele

Nieuwe bazen nieuwe wetten. Sedert Cercle in Monegaskische handen viel, waait een nieuwe wind in zowat elk hoek van de Vereniging. We spraken, in volle voorbereiding (29 juni) op het nieuwe voetbalseizoen, met Marc Vanmaele, de nieuwe ‘Algemeen coördinator’ van groenzwart. Enthousiasme, ambitie en positiviteit troef, voor wie daar nog aan zou twijfelen.

"Cercle koopt met de bedoeling om top 1B te spelen."

Monaco heeft de touwtjes stevig in handen? 

AS Monaco is hoofdaandeelhouder, we moeten daar niet flauw over doen. Er is zeer veel overleg met de Monegasken die heel veel knowhow in huis hebben. Zowel op sportief als op financieel vlak maar ook in commercieel en communicatief opzicht... Ze zijn zeer hulpvaardig, kennen onze situatie en komen vaak op bezoek om ons bij te staan. Alles gaat heel snel. Wanneer er beslissingen genomen moeten worden, dan gebeurt dat ook. De mensen reageren direct, maar voor alle duidelijkheid, er is een no-nonsense klimaat. Iedereen is recht voor de raap, onnodige discussies worden gemeden, wat het werken makkelijk maakt. Een voorstel moet gefundeerd gebracht worden, en als men beslist om er niet op in te gaan krijg je daar ook goede redenen voor. Tot hiertoe dus alleen maar positieve ervaringen.

De Cercle-website barst uit zijn voegen door aankondigingen van nieuwe spelers. De indruk leeft dat er een volledig nieuwe ploeg gebouwd wordt? 

Die vraag zou je eigenlijk aan François Vitali moeten stellen, want dit is een sportieve kwestie. François valt steeds terug op zijn inzicht: op elke plaats voldoende mensen die elkaar onderling kunnen versterken. De moeilijkheid is daarbij vooral om mensen te kunnen overtuigen om in België in 1B te komen spelen, want dat is nu niet meteen de meest aantrekkelijke competitie van Europa. Maar de bedoeling is inderdaad om met goede spelers te bouwen en naar 1A te kunnen stijgen. Dit gaat momenteel niet met langdurige contracten, want sommige spelers willen het graag een jaar bekijken. In elk geval, ik weet dat Cercle koopt met de bedoeling om top 1B te spelen.

Je bent een nieuwkomer bij Cercle. Wat noteren we voor de supporter die zich afvraagt wie Marc Vanmaele is?

Ik ben geboren en getogen in Tielt, 1960, afkomstig uit een textiel- en confectiefamilie. Ons gezin telde negen kinderen en ik werkte als kleine jongen al snel mee in het ouderlijk bedrijf. Ik voetbalde bij Tielt en kreeg de kans om hogerop te spelen, maar dat zagen mijn ouders niet zitten. Ik studeerde voorts lichamelijke opvoeding in Leuven, en ging na mijn legerdienst werken in Spanje voor een grote hotelketen waar ik mijn vrouw leerde kennen en de Spaanse taal. Eenmaal terug in België ging ik voor Konvert Interim werken, een West-Vlaams bedrijf dat van kleine speler uitgroeide tot big business. Van daaruit ging het naar de mediawereld, waar ik in 1994 de opstart van FOCUS-televisie meemaakte, de regionale zender van Noord-West-Vlaanderen. Na de fusie met WTV werd ik aangezocht door AVS (de Oost-Vlaamse televisiezender) waar ik algemeen directeur werd. Mijn interesse voor sport bleef evenwel altijd levend. Via Roger Lambrechts kwam ik in de voetbalwereld terecht om bij Sporting Lokeren de algemene leiding te nemen. Ik vond er alles terug wat in mij leefde: media, commercie, sport… Ik bleef drie jaar in Lokeren waar ik fantastische tijden beleefde samen met Peter Maes. In die drie jaar tijd wonnen we tweemaal de bekerfinale, speelden we tweemaal Europees en tweemaal Play-Off 1.

Om uiteindelijk bij Cercle te belanden...

Toen ik bij Sporting Lokeren vertrok kreeg ik na een relatief kalmere periode zonder voetbal de suggestie van Philips Dhondt uit Monaco om mijn CV op te sturen, toen plots de vraag kwam of ik niet voor Cercle wilde werken. Daar heb ik geen moment aan getwijfeld.

Bij Lokeren nam je de algemene leiding als CEO op jou. Welke zijn je functies bij Cercle?

Algemeen coördinator is de officiële term voor wat ik doe bij Cercle, vergelijkbaar met wat ik eerder in Lokeren deed. Mijn verantwoordelijkheid betreft het niet-sportieve luik. Die opsplitsing is ook goed, want zo kan er beter gefocust worden. Bovendien vergt de sportieve kant van de zaak een specialisatie die ik zelf niet heb, maar bij François Vitali wel aanwezig is. Financiën, personeelsbeleid, gebouwen, veiligheid, communicatie… dat is mijn terrein bij Cercle.

Het is een publiek geheim: Cercle start aan de competitie met grote ambitie. Stijgen naar 1A is het minste wat we mogen verwachten?

Zo is dat. Terug in 1A spelen, eigenlijk moet het. Er is enorm veel veranderd sinds de overname door Monaco. We draaien vijf versnellingen groter nu. Zowel sportief als niet-sportief doen we enorme sprongen vooruit. We hebben het uiteraard niet zelf in de hand, en we krijgen een zeer zware competitie. Maar stijgen is ook de ambitie van Monaco. Mijn overtuiging is dat vooral ook die belangrijke “kleedkamer” goed zit, met een mix tussen jeugd en ervaring. Het kan dus lukken, dat is mijn overtuiging.

Zijn er sinds de komst van AS Monaco, naast het stijgen naar 1A, nog andere nieuwe doelen gesteld? 

Een belangrijk item is uiteraard het stadion-dossier. Dat dossier hangt samen met het vertrek van de buren in 2020. De vraag rijst wat Cercle binnen drie jaar zal doen. Het is hoogtijd om dat dossier te finaliseren, en het leeft ook sterk in de bestuurskamer. De studiedienst van Stad Brugge is daar eveneens mee bezig. Ik ben overtuigd dat hier goede oplossingen kunnen komen. Daarnaast zijn we hard bezig met de abonnementenverkoop, de online Cercle-shop en de online ticketting. Ook de communicatie nemen we onderhanden zodat we stap voor stap kunnen groeien naar een hoger niveau. Bij dit alles staat echter voorop dat Cercle een zeer speciaal DNA heeft. Monaco beweegt zich, met alle respect, op een ander niveau. Het is mijn taak om die beide werelden bij elkaar te brengen zonder dat de eigenheid van Cercle verloren gaat.

"Nu komt er een nieuw verhaal dat Cerclisten de fierheid terug zal geven die ze verdienen."

Over de buren gesproken. Is de relatie sinds de overname veranderd?

Ik vermoed het wel. Ik hoor veel verhalen uit het verleden, maar we kunnen niet blijven stilstaan. We moeten elkaar in elk geval zien te vinden nu we nog steeds samenleven. Bij beiden is die wil aanwezig. Belangrijk is dat de grote baas van Monaco, Vadim Vasilyev, en nu ook gedelegeerd bestuurder van Cercle, binnenkort naar Brugge komt. We plannen bij die gelegenheid ook met de top van Club Brugge een onderhoud. We vinden het belangrijk dat er ook op dat niveau gepraat wordt en dat positief ‘naar beneden’ toe doorsijpelt. 

Wanneer durf jij volgend seizoen geslaagd te noemen?

Uiteraard als het lukt om te stijgen. Het buikgevoel zit goed, en ik ben overtuigd dat we hoog eindigen. Supporters zijn ontzettend belangrijk, en ik voel ook dat mensen terug naar Cercle zullen komen. Cercle heeft een moeilijke periode doorgemaakt, maar nu komt er een nieuw verhaal dat Cerclisten de fierheid terug zal geven die ze verdienen. Ik doe dan ook een oproep aan iedereen om een abonnement te kopen of anderen te overtuigen zich bij de groen-zwarte familie aan te sluiten en de boodschap mee uit te dragen dat Cercle kan en zal slagen.

(KV)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Huldiging sportvrijwilliger

Op maandag 11 december vond de jaarlijkse algemene vergadering plaats van de Brugse Sportraad in de cultuurzaal Daverlo te Assebroek.  
Een vast item tijdens deze vergadering is de uitreiking van een getuigschrift en medaille aan vrijwilligers bij een Brugse sportvereniging die minstens 21 jaar dienst op de teller hebben.

Dit jaar waren er een tiental gegadigden, waaronder twee van Cercle nl. Myriam Floré en Pierre Lammens.

Gezien de gevaarlijke weersomstandigheden (sneeuw) tekenden een aantal mensen niet present.  Zo ook de Cercle-genomineerden.  De medaille werd daarna retroactief bekomen.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Tienmaal kampioen.. - Pierre Hanon

Wie kan zeggen dat hij ooit de groen-zwarte kleuren in Cercles fanionelftal verdedigde, verdient lof. Wie ooit het paars-wit bij de eerste ploeg van Anderlecht aantrok, kan terecht iets hoger van de toren blazen. Wie ooit als Rode Duivel de eer van ons land verdedigde, mag er bepaald trots op gaan. Wierook vraagt hij niet, maar Pierre Hanon speelde bij Cercle, bij Anderlecht, werd landskampioen, werd bekerwinnaar zowel op nationaal als op Europees vlak, was een sterkhouder als Rode Duivel. Achtenveertig keren verdedigde Pierre ons nationaal elftal, maar het merkwaardigste getal dat hem siert, is …  tien.  Niet één speler in onze hoogste nationale afdeling behaalde  er meer keren dan hij de hoogste titel: tienmaal werd hij kampioen in onze eerste nationale! 

Op 1 juli 1970 werd je officieel  aangesloten bij Cercle, maar jou interviewen, Pierre, kan onmogelijk starten bij 1970. Daar ging al te veel aan vooraf…

Klopt, je moet zelfs niet lang na mijn geboorte, in Anderlecht, eind 1936, van start gaan. Ik was pas drie of vier jaar toen mijn vader, die een café openhield, tegen zijn klanten zei: “Gaan jullie wat opzij zitten, want de kleine moet hier voetballen.” Zeven jaar oud trok ik naar een groot veld waar we tegen elkaar voetbalden met vijftig tegen vijftig, als het niet met honderd tegen honderd was! Als doel zetten we palen in de grond, en het was niet te verwonderen dat het mensen van Anderlecht opviel dat ik een goed schot had, want ik schoot de palen omver.  Ik tekende een aansluiting bij paars-wit, speelde erbij voordat ik tien was en nooit heb ik bij een jeugdploeg van mijn leeftijd gespeeld, altijd hoger. Wat ik me bijzonder goed herinner, is dat de voorzitter van Anderlecht in ons café kwam en tegen vader en moeder zei: “Als díe niet in ons eerste elftal komt, dan komt er nooit iemand in!”

Ik dacht dat je zou beginnen bij Jef Mermans, Arsène Vaillant, Rie Meert, want althans mijn verste herinneringen aan paars-wit gaan terug tot deze Anderlechtpioniers. Misschien noem ik ze ten onrechte ‘pioniers’, maar vóór hun generatie, voor de Tweede Wereldoorlog, speelde Anderlecht nooit kampioen. Nu is paars-wit al aan dertig kampioenentitels toe!

Ik was tien jaar toen mijn favorieten hun eerste nationale titel binnenhaalden. Dat was in 1947. Zelf kwam ik in het eerste elftal toen ik bijna achttien was, in 1954-’55. We verloren thuis tegen Sporting Charleroi met 0-1, maar dat belette niet dat Anderlecht dan al voor de zesde keer kampioen werd. Toen ik in ’70 naar Cercle vertrok, kon ik bogen op iets dat door geen enkele speler overtroffen is: tienmaal kampioen van België! Onze beste reeks zetten we neer van 1964 tot ’68, met vijf kampioenentitels na elkaar. Het was heerlijk, te meer nog daar ons elftal enkel en alleen uit Belgen bestond. Om even terug te komen op de drie spelers die je daarnet vernoemde: met elk van hen heb ik samen in onze fanionploeg gespeeld, zij het slechts enkele keren. Bovendien was het Jef Mermans die mij leiding gaf en mij ons eerste elftal binnenloodste.

"Mijn beste tegenstander ooit?  Pélé!"

Wil  je voor onze lezers  een ruikertje plukken van je meest memorabele herinneringen aan spelers en wedstrijden van vóór je Cercletijd?

Aan de spits van mijn medespelers staan Pol Van Himst en Jef Jurion, samen met een verdediger zoals ik er nooit, zelfs wereldwijd, een betere heb gekend. Ook al is het wel voorgekomen dat zijn speelsheid ons een puntje kostte, een sterker verdedigende spektakelman dan hij, kwam ik nergens tegen. Zijn naam: Laurent Verbiest. Mijn beste tegenstander ooit: Pélé, tegen wie ik drie of vier keer uitkwam. Mijn mooiste herinnering bij de nationale ploeg: 5-1 winst tegen Brazilië, met drie doelpunten van Jackie Stockman. We hebben daar Brazilië zozeer van het veld gespeeld dat ze ons direct na de match al uitnodigden om hun het volgende jaar repliek te gaan geven op eigen bodem. Minstens de helft van onze spelers waren zo vooruitziende dat ze bedankten voor die return, en, jawel, we kregen er dan ook een 5-0 rammeling. Twintig minuten voor het einde was het nog maar 1-0, maar wegens ademhalingsproblemen bij dat vochtige, warme klimaat, stuikten we ten slotte helemaal in elkaar. Op Europees vlak is vooral de uitschakeling van Real Madrid met 1-0 op de Heizel onvergetelijk voor mij, met een doelpunt van Jef Jurion.

Halfweg 1970 trek jij naar Cercle Brugge. Hoe komt een voetbalmonument als Pierre Hanon ertoe, hoewel nog duidelijk ver af van zijn laatste voetbaladem, naar een matige tweedeklasser te trekken die drie jaar voordien nog in de derde klasse uitkwam?

Als ik naar Cercle gekomen ben, was dat niet negentig of negenennegentig maar honderd procent dankzij en voor Urbain Braems. Ik kon onder meer ook naar Club Mechelen, maar het was me duidelijk dat Urbain mij zeer hoog inschatte en hij overtuigde me dat hij mij echt van doen had. Ik kan niet omschrijven wat die overgang voor mij betekende. In het begin had ik het zéér, zéér moeilijk. Het verschil met Anderlecht was enorm. Ik was gewoon voor 30.000 mensen te spelen, kwam nu uit in het armzalige Edgard De Smedt-stadionneke voor een publiek tienmaal minder in aantal.Ook tijdens de week treinde ik ernaartoe voor avondtrainingen. Neen, je begrijpt het niet als je niet ervaren hebt hoe ánders het er bij  Anderlecht aan toe ging, bij Anderlecht met zijn perfecte accommodatie en materiaalvoorziening.  Dat alles terzijde gelaten waren er toch twee dingen die mijn motivatie hooghielden: ik wilde  hoe dan ook aan iedereen bewijzen dat ik het nog kon, en vooral, ik ben nooit, nooit in mijn leven zulke charmante, zulke vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle. Niet alleen maar toch in het bijzonder denk ik hierbij aan Gerard Versyp, aan Johan Versyp en aan Lucien Hautekiet.

"Ik ben nooit in mijn leven zulke charmante, vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle."

En het ging goed bij Cercle! Zeer goed zelfs, aanvankelijk. Tijdens je eerste Cerclejaar al werd Groen-Zwart kampioen en promoveerde dus naar eerste. Ik kan niet voorkomen dat er hierbij toch een vraagje bij me opkomt. Na je unieke carrière bij Anderlecht  daal je af naar een tweedeklasser en direct promoveer je met dat ‘ploegje’ naar de reeks waaruit je weggestapt bent. Was je écht gelukkig met die gang van zaken? Kon  je met hart en ziel opnieuw naar eerste gaan – met Cercle…?

Oh, ja. Met Cercle kampioen spelen in tweede deed me evenveel plezier als kampioen worden in eerste. Zie je, als je een contract afsluit, dan moet je het respecteren. Je moet er volop achter staan, en dan besef je: “Nu speel ik met die ploeg, en net als vroeger komt het erop aan te winnen.” Lukt dat, dan heb je er evenveel plezier aan als iemand die al twintig jaar voor die ploeg speelt.

Het jaar daarop deed Cercle het lang niet onaardig in eerste. Groen-Zwart was vierde halfweg, eindigde als vijfde op één plaats van een Uefa-ticket.

Het begon al fantastisch. De eerste wedstrijd was thuis tegen … Anderlecht! We wonnen met 2-0. ‘k Weet niet of je dat kunt begrijpen, maar hoewel ook dan nog mijn hart voor Anderlecht klopte, was het Cerclegevoel dat mij toen aangreep, overweldigend. Een misschien vergelijkbaar gevoel doorstroomde mij ook bij onze zesde match. We staan 1-0 achter op het veld van Club. Ik pegel een vrije schop van op vijfentwintig meter keihard tegen het net van ex-Cercledoelman Sanders. Wie het gezien heeft, herinnert het zich, ongetwijfeld.  Carlos Desteur lepelde de bal van heel dichtbij op mijn voet, en … raak! Het was een enig mooi doelpunt, maar geen toevalstreffer. Week op week hadden we bij elke training dat nummertje ingeoefend. Zo haalden we 1-1 op Club, en niet veel later lukte het op Club Luik nog eens op die manier te scoren. Nogal wat ploegen hebben het nummertje nadien uitgeprobeerd, maar toch was het vrij vlug op geen enkel veld meer te zien. Was het geen toevalstreffer, efficiënt was het evenmin. Zelf kreeg ik op die manier tijdens de oefeningen gemiddeld zes keren op de tien de bal tussen de palen, maar het scorepercentage was toch wel aan de zeer lage kant. 

"Mijn hart klopte voor Anderlecht, maar het Cerclegevoel greep me toen aan."

Cercle eindigde het volgende seizoen, 1972-73, slechts als elfde. In het feestboek van Roland Podevijn bij Cercles negentigste bestaansjaar wordt dat onder meer toegeschreven aan langdurige kwetsuren, aan schorsingen en aan “wrijvingen met het bestuur (Pierre Hanon)”.  Was het juist geweest indien er niet had gestaan “wrijvingen met het bestuur”, maar “wrijvingen met trainer Grijzenhout”?

Wat je suggereert, klopt helemaal. Niet met het bestuur had ik problemen, enkel en alleen met de nieuwe trainer. Urbain Braems was, helaas, naar Antwerp vertrokken – helaas, want het ging mij onder Urbain zo goed dat ik onder hem misschien wel tot mijn veertigste in eerste klasse had kunnen meedraaien.Graag had hij mij meegenomen, maar mijn contract liep nog één jaar door, en daar hield ik mij aan. Ik moet het niet onder stoelen of banken steken, met de nieuwe trainer, met Han Grijzenhout, heeft het nooit geklikt. Het nam zulke proporties aan dat ik het na enkele maanden niet meer zag zitten. Gelukkiglijk had Cercles bestuur dan het begrip voor mij dat bij Grijzenhout ontbrak.

Het is niet als een stoute vraag bedoeld, Pierre, maar, ja, wat wil je, wij zijn allemaal mensen onderhevig aan psychologische wetmatigheden die ook wel de volgende vraag rechtvaardigen: Kan het bij jou een rol gespeeld hebben dat Grijzenhout als trainer een groentje was en jij als speler een doorgewinterde ex-topvoetballer?

Ik denk inderdaad dat dit heeft meegespeeld.Maar dat neemt niet weg dat Grijzenhout geen greintje respect voor mij opbracht, noch voor mij als persoon, noch voor mij in mijn specifieke situatie. De meeste Cerclespelers waren twintigers.  Ik was 35 jaar.  Ik had een schoolgaande zoon. Als die de vorige twee jaren in juli met vakantie was en de voetbaltrainingen herbegonnen, bezorgde Urbain mij een trainingsschema zodat ik een halve maand van een familiale vakantie kon genieten en daarna toch topfit op de trainingen verscheen. Geen sprake van zo’n situatiebegrip bij Grijzenhout. Integendeel, voortdurend behandelde hij mij alsof ik een spelertje was dat uit Bevordering kwam. Neen, ik heb nooit beweerd dat Grijzenhout op het vlak van het voetbalspelletje op zich geen bekwame trainer was, maar daar waar ik zeer bewust niet boven mijn medespelers uitkraaide, daar waar ik van meet af aan goed in de groep geïntegreerd was, daar waar jongens als John Bogaert, Julien Verriest en Franky Simon bereid waren  voor mij door het vuur te gaan, daar ontbrak het Grijzenhout aan elementair respect voor mij. Overigens: ik geef toe dat mijn houding tegenover Grijzenhout onbewust kan beïnvloed geweest zijn doordat ik bovenaan een heuvel stond en hij onderaan, maar is het niet evengoed mogelijk dat zijn houding tegenover mij voor een stuk juist te verklaren is door zíjn positie daar onderaan?

In overleg met het Cerclebestuur deed jij je derde jaar niet uit en daarna trok je naar Bergen.  Met succes? En wat deed je na Bergen?

Succes? Jawel, want we speelden kampioen in derde en promoveerden dus naar tweede. Ik begon als speler-trainer, maar vond het na een tijdje beter niet meer zelf mee te spelen. Maar, maar, maar … Zie, ik ben geen Vlaming, ik ben geen Waal, ik ben een Brusselaar en ik ben een Belg, maar als wat ik in Brugge en in Bergen heb meegemaakt typisch is voor Vlaanderen en Wallonië, dan is het met de Walen erg gesteld. Cercle was kleinschalig, maar alles was er altijd proper en in orde. Als ik in Bergen twee maanden na de kampioenenviering in de kleedkamers terugkwam, waren die nog altijd dezelfde varkensstallen als direct na die viering.  Mij gaat dat niet, zo’n gebrek aan orde, aan discipline, aan voornaamheid – ik kan er niet tegen. Lang heb ik het dan ook niet uitgehouden in Bergen. Daarna ben ik nog ruim tien jaar jeugdtrainer geweest bij Anderlecht, tot trainer Peruzovic mij voorstelde om de scouting voor de eerste ploeg op mij te nemen. Dat ik dit mocht doen, is voor mij een onvoorstelbare zegen geweest. Het werd het begin van een nieuw, een prachtig hoofdstuk in mijn leven.

Een nieuw, prachtig hoofdstuk in je leven?

Wat ging eraan vooraf? Het voetbal heeft mij eerst en vooral veel plezier bijgebracht.  Nu nog herhaalt mijn vrouw het dikwijls: “Je hebt in je leven geluk gehad. Je hebt kunnen doen wat je graag deed en je bent daar totaal in geslaagd.” Ten tweede heb ik dankzij het voetbal veel mensen leren kennen en veel interessante relaties aangeknoopt. En ten derde dank ik aan Koning Voetbal dat ik goed mijn brood heb verdiend, zozeer zelfs dat ik nu, inderdaad, na mijn voetbalcarrière een prachtig hoofdstuk aan mijn leven kan toevoegen. Het begon als scout bij Anderlecht. Als scout heb ik heel Europa doorgereisd. Dat reizen intrigeerde me zozeer dat ik intussen bijna heel de wereld heb gezien. Reizen is voor mijn vrouw en mezelf, ook nu nog, een festijn. Maanden lang bereid ik onze reizen voor, ter plekke weet ik altijd heel goed wat er het bezoeken waard is, en na elke reis vergt ook het vereeuwigen ervan weken, zo niet maanden tijd. Het bewerken van beeld, klank en kleur, zeg maar, het opmaken van hele filmreportages, vind ik meeslepend en verrijkend. Bijna, bijna geniet ik zoveel van mijn reizen als van het voetballen voordien. En dat is véél gezegd!

U las het al, lezer, Pierre Hanon vraagt geen wierook. Maar het minste dat gezegd kan worden is dat hij een sterke persoonlijkheid is. Hij is zichzelf en hij weet wie hij is. Hij is zich bewust van het toch wel uitzonderlijke dat hij als voetballer gepresteerd heeft. Als er iets is dat hij in zijn omgang met zijn medemensen vereist - en já, dat ís er! -  dan is het  ‘respect’. Wederzijds respect, respectvol benaderd worden en ontvangen respect met respect beantwoorden, bepaalt Pierres levenswijze en –filosofie overduidelijk. Als een vriendelijke, kordate gentleman, die ‘oude waarden’ als voornaamheid,  betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, netheid en vooral respect hoog in het vaandel draagt, zal ik me hem blijven herinneren. Toen Pierre gevraagd werd om voor Shot geïnterviewd te worden, antwoordde hij: “Ja, voor Cercle wil ik dat graag doen” (en ook dan zei  hij, letterlijk, dat hij nooit charmantere mensen dan bij Cercle heeft ontmoet). Ik heb het  hem niet gevraagd, lezer, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat hij er ook toe bereid  was geweest een interview toe te staan voor de supporters van RAEC Mons. 

(Georges Volckaert)

Lees meer