koop tickets online
Shot-online
20/03/2018

Laatste koploper van heerlijke reeks? Frederik Boi

Frederik Boi weet wat waardering verdient, en wat niet.  Van statistieken houdt hij niet.  Zozeer is hij ervan doordrongen dat voetbal een teamgebeuren is dat hij lijsten van top-schutters en meeste assists eerder als een bekoring tot individualisme beschouwt dan als een uitdrukking van verdienste.  Al staat hijzelf er niet bij stil, zijn naam prijkt bovenaan een heerlijke, statistische weergave. Vragen we ons af welke Cerclespeler voorlopig de laatste is die meer dan driehonderd keren in een officiële match de Groen-Zwarte kleuren verdedigde, dan is ‘Fré’ het antwoord. Met 325 wedstrijden nam hij die koppositie in na zijn laatste Cerclematch in april 2014.  Daarmee verdrong hij na bijna drie jaar Denis Viane van die plaats, die op niet minder dan 383 beurten kan bogen.  En wie zal Fré opvolgen?  Bij het zo veranderde voetballandschap, is de kans op een opvolger wel flinterdun.

Fré, het vorige retro-interview vond plaats in Stekene ten huize van Anthony Portier, nu zitten we hier in jouw huis in Sint-Andries, rechtover de Olympiaterreinen.  Jij en Anthony komen om dezelfde reden aan de beurt: je beëindigt een lange, in hoge mate Zwart-Groen gekleurde, voetbalcarrière.   Anthony houdt ermee op wegens knieletsels, tijdwinst voor zijn gezin en omdat het plezier aan het spel er niet meer is.  En jij, waarom?

Aan meer tijd voor mijn gezin en familiale aangelegenheden hecht ook ik veel belang,  maar bovendien is  de combinatie van mijn werk en competitief voetballen niet meer mogelijk.  Ik droomde er al van voetballer te worden toen ik nog niet eens op de lagere school zat, maar nog voor ik naar het middelbaar ging intrigeerde mij ook alles wat met informatica te maken had.  Sinds een half jaar werk ik nu bij Epson, een Japans bedrijf met wereldwijd 70.000 werknemers, dat printers, scanners en projectoren produceert.  Zozeer een droomjob is dat voor mij, dat ik er de tijdrovende verplaatsing graag bijneem.  Elke werkdag trotseer ik met mijn auto de afstand tussen thuis en Diegem, in de buurt van de Nationale Luchthaven.  Dat komt gemiddeld neer op tweemaal honderd minuten. Per trein zou het even lang duren, en geregeld neem ik zware pakken materiaal mee.

Je hebt ettelijke paren voetbalschoenen bij de Cerclejeugd versleten.  Wat is je uit je prilste Cerclejaren vooral bijgebleven?

Ik kwam als vanzelf als vijf- of zesjarige in het spoor van mijn neef en broers in Cercles Voetbalschool terecht.  De Groen-Zwarte jeugdopleiding stond hoog aangeschreven, het niveau moest zeker niet onderdoen voor dat van ‘de buren’.  Ik was tenger en klein zodat ik  fysisch iets achter was op mijn leeftijdgenoten, maar mijn trainers zagen wel kwaliteiten in mij.  Cercle had toen niet alleen nationale maar ook provinciale jeugdploegen, en meer dan mijn medespelertjes ging ik over van het ene naar het andere niveau.  Ik kon hemelhoog juichen als ik naar ‘nationale’ overgeheveld werd, maar ook bij ‘provinciale’ was het heerlijk voetballen en met veel inzet.  Onder meer met Jan Masureel, Stijn Willems, Bram Vandenbussche en Pieter Doom heb ik goeie vrienden uit ‘provinciale’ overgehouden.  

Je startte als negentienjarige bij de Eerste Ploeg in december 2000.  Herinner je nog die eerste match?  Misschien weet je nog wat jij bij je selectie het meest was: verwonderd, blij, zenuwachtig of zelfzeker? 

Blij was ik alleszins, maar niet verwonderd.  Het moest ervan komen.  In tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de trainers, keek Dennis van Wijk niet alleen naar ‘namen’, maar wie goed presteerde op training, kreeg vroeg of laat de kans om zich tijdens het weekend te bewijzen.  Zenuwachtig was ik toen niet, dat was ik pas later bij mijn eerste derby in het fanionelftal.  En zelfzeker?  Aan zelfvertrouwen ontbrak het me niet.  En, ja, het verloop van die eerste match zie ik nog voor ogen.  We verloren thuis met 1-2 tegen Maasmechelen, dat nochtans niet hoog gequoteerd stond.  Na de match was van Wijk in alle staten…  Hoe ik het er zelf van afgebracht had?  Bij mijn eerste duel kreeg ik een klop op mijn hoofd, en kinesist Geert Leys mocht het veld op om mij te verzorgen.  “Zo gaat dat bij de grote jongens,” zei hij.   En ik moest niet lang wachten op bevestiging daarvan, slechts tot mijn tweede match… 

In het ‘Cerclemuseum’ tref ik iets aan dat me bijzonder merkwaardig lijkt.   In je debuutjaar speelde je 6 competitiewedstrijden, het jaar erop 3, en 7 tijdens het daarop volgende seizoen, Cercles kampioenenjaar 2002-‘3.  Met Cercle in Eerste was je er meteen 28 keren bij en vervolgens was je nog zeven seizoenen na elkaar een vaste waarde met minstens 25 beurten.  Een trainer is een machtig man, maar aan zijn voorkeur kon het niet gelegen zijn want zowel juist na als juist voor de promotie had Jerko Tipuric het roer in handen. Blijkbaar was jij niet goed genoeg voor Tweede, maar onmisbaar in Eerste?

In het kampioenenjaar begon ik heel goed, werd zelfs in een krantenartikel als de revelatie van het seizoenbegin bestempeld.  Tegen Geel speelde ik voor de eerste keer in het midden, voordien rechtsbuiten, en na de match zei Jerko mij: “Jij gaat nooit meer weg uit het midden.”  Nog voor die term bestond, draafde ik toen het veld af als ‘box-to-box speler’, en  dankzij mijn goeie conditie had ik daar geen moeite mee.  Na enkele matchen, helaas, werd ik in Heusden-Zolder zwaar getackeld, recht op mijn knieën.  Mijn mediale band was zo goed als door, en de revalidatie duurde verschrikkelijk lang, voor een stuk doordat ik te vroeg weer op het veld wilde staan.  ‘k Heb alleen nog één match gespeeld op het einde van het seizoen, op Maasmechelen.  

"Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen".

Och, blessure, aan die meest voor de hand liggende verklaring had ik niet eens gedacht!  Na één jaar Eerste deed zich een grote verrassing voor: Tipuric was erin geslaagd Cercle in de topklasse te behouden, maar Harm van Veldhoven nam zijn plaats in.

Die trainerswissel vernamen wij al in Westerlo, juist voor de laatste wedstrijd van het seizoen.  Het zat verschillende spelers zo hoog dat ze, vooral onder impuls van Vital Borkelmans, dreigden de match niet te spelen.  “Wij spelen niet,” zei Vital.  “Je speelt wel,” zei Jerko.  En … we keerden naar Brugge terug met een 1-1 gelijkspel. Ja, dat we  in Eerste bleven met de kern die we toen hadden, was een half mirakel.  Jerko door Harm vervangen konden we nauwelijks begrijpen, ook omdat Cercle toen het kleinste budget van heel de reeks had.  En, terloops, ik beëindig straks mijn voetbalcarrière bij het pas naar Eerste Provinciale gepromoveerde Sporting Blankenberge.  Wie is er de trainer?  Jerko.  Staan we op een degradatieplaats?  Neen, je vindt ons zelfs in de eerste helft van de rangschikking.

Jerko blijft?  Neen.  Maar toch is het niet helemaal hetzelfde als bij Cercle halfweg 2004.  Dat men bij een degelijk spelend voetbalteam na zes jaar hoe dan ook graag eens nieuwe wind laat waaien is minder verwonderlijk dan na twee jaar, zoals toen.   Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen’.

Tijdens Cercles gloriejaar, het eerste onder Glen De Boeck, trok jij voor niet minder dan 33 competitiematchen het Groen-Zwarte shirt aan.  Volgens Anthony Portier waren Cercles knalprestaties wel degelijk eerst en vooral aan Glen te danken.  Deel je zijn mening?

Heel zeker.  Vooreerst beschikte Glen over een stel fantastische spelers, maar daarnaast was zijn aanpak  zoals voetbal hoort te zijn: zo eenvoudig, zo simpel als het maar kan.  Dat komt erop neer dat iedere speler heel duidelijk moet weten wat hem als pion van een team op het voetbalschaakbord te doen staat.  En we wisten het! “Jij dit, jij dat, jij dit, jij dat …”  Voetbal is een loopsport, je moet voortdurend bewegen en je moet erop kunnen betrouwen: “Recupereer ik de bal, dan staat daar een medespeler die ik kan aanspelen.” Elke week opnieuw prentte Glen het ons in, steeds weer hetzelfde, zo ongecompliceerd mogelijk moest het zijn.  We hadden alleen maar verstandige spelers, maar waren er een paar blinden bij geweest, dan nog hadden die geweten wat hen te doen stond.  Wat ons tijdens Glens eerste jaar genekt heeft, dat is de gescheurde kruisband van Tom De Sutter in februari.

Maar dat Glen de glansprestatie van zijn eerste jaar erna niet heeft kunnen overdoen, heeft hij toch wel aan zichzelf te wijten.  “Wij zijn te voorspelbaar,” vreesde hij, en hij stapte af van zijn voor ons zo hanteerbaar systeem.  Ik kan het niet genoeg beklemtonen: “In voetbal is simpel spelen het beste, maar het moeilijkste dat er is.”  Weet je welke speler ik het meest bewonderde omdat hij alles zo eenvoudig mogelijk aanpakte? Dat was Oleg Iachtchouk.  Zijn balcontrole was altijd goed.  Zoals alles bij hem, leek zijn meesterschap over de bal en zijn voortgang in het spel vanzelfsprekend. Kreeg jij echter zo’n bal toegespeeld, dan lag die plots een halve meter weg van je voet.  Een eenvoudige, een intelligente, ook een leuke voetballer was Oleg. 

Dankten jullie je sterkte ook niet aan het feit dat Glen tot het uiterste ging  om de fysische conditie op te drijven? 

Ja, Glen was veeleisend, zeker ook qua fysische paraatheid.  ‘k Zie ons nog een uur aan een stuk ‘volle bak’ lopen in Tillegem.  En ook vele baloefeningen bleven duren tot onze tong op het gras lag…  Ik mag echter gerust beweren dat ik een van de spelers was die daar het minst last van had.  Ik heb het perfecte voetballichaam niet, maar wel een fysisch gestel dat geschikt is voor duursporten.  Wat ik als voetballer het meest mis, dat is kracht, en dat heb ik altijd weten te compenseren door ‘adem’ en snelheid.   ‘k Bezit beelden waarop ik tachtig meter loop langs de zijkant van het veld, de bal rond het penaltypunt van de tegenstander stil leg, binnenschiet, en rustig dooradem alsof ik twee stappen had gezet.

"Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken". 

Niet alleen over Glen De Boeck als trainer kun je meespreken, je hebt er in Cercles fanionelftal, asjeblief,  zeven meegemaakt: Dennis van Wijk, Jerko Tipuric, Harm van Veldhoven, Glen, Bob Peeters, Foeke Booy en Lorenzo Staelens.  Twee vragen liggen voor de hand: wie vond jij de beste, en zou je nu met elk van hen even graag aan tafel gaan zitten?

De meeste trainers die ik heb gehad, waren zeer degelijk, en twee van hen waren zelfs zo goed dat ze nog een paar centimeters boven Jerko uitstaken.  Dat waren Glen en, op gelijke hoogte, Yves Van Borm toen ik bij Knokke speelde. Dat ze ‘de beste’ waren, betekent lang niet dat ik met hen het minst in botsing ben gekomen, zelfs niet dat ik nu met hen het liefst zou tafelen. Een en ander kan complex zijn, hoor.  Dennis van Wijk, bijvoorbeeld, kent geen greintje medelijden op het voetbalveld, maar hij is een crème van een mens erbuiten.

We gaan even weg van Cercle.  Nog voor Van Borm heb jij dat trouwens al gedaan.  Je trok halfweg 2011 naar Oud-Heverlee Leuven, kwam na anderhalf jaar terug naar het Groen-Zwarte Olympia, je werd begin 2015 door Cercle eventjes uitgeleend aan Izegem, knokte twee jaar bij F.C. Knokke en nu ben je aan je laatste matchen bij Sporting Blankenberge toe.  

Bij OHL voelde ik me goed thuis, maar toch was ik blij dat Cercle me weer met open armen ontving.  Ook van de supporters voelde ik hun ‘welkom’ aan - en supporters zijn écht ‘de twaalfde man’: niet elke speler voelt het even intens aan, maar de meesten geeft het een kick van vertrouwen als de supporters positief op hun spel reageren. Al te veel supporters denken dat ze betalen om je te zien winnen, maar, neen, ze staan van hun centen af om je zo goed te zien spelen als het je mogelijk is!  Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken. 

U denkt, lezer, ik kom aan de slotbeschouwing van het interview, en dàt waarmee iedere Cerclesupporter Fré omkranst, is niet eens ter sprake gekomen.  17 december 2006, juist voor de winterstop, Cercle-Club, 63ste minuut: Fré keilt de bal tussen de blauw-zwarte doelpalen.  Het blijft 1-0 tot de scheidsrechter affluit.  Wat een vreugde, wat een euforie!  Eén seconde van uniek succes, en Fré is en blijft levenslang wereldberoemd in heel Brugge!  “Ja, zeker, daarover spreken velen me nog dikwijls aan.”  Op mijn slotvraag of het blijde nieuws dat ik vanmorgen in het Nieuwsblad gelezen heb, klopt, bevestigt Fré dat het, alles in acht genomen, onwaarschijnlijk goed evolueert met Alexander, zijn broer die nog geen maand geleden het slachtoffer werd van een zwaar verkeersongeval.  Een flits, ook hier, maar een gevolg dat écht ingrijpt in het leven.  Voor Alexander, vanzelfsprekend.  Voor Fré ook?  “Ik had voordien al besloten te stoppen met voetballen.  Zoveel tijd eist mijn werk van mij op, dat ik er te allen koste genoeg moet vrij maken voor mijn vrouw, mijn twee dochtertjes en heel mijn familie.  Alexanders accident bevestigt wat ik me al goed bewust was: tijd dient ertoe om die zo interessant mogelijk door te brengen.”

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Cercle en Carrefour Market doen het met een stickerboek

Naar analogie met de gekende Panini stickerboeken sloegen Cercle en Carrefour Market de handen in elkaar om een mooi album samen te stellen waarin, op enkele uitzonderingen na, alle spelers van de voetbalschool tot de eerste ploeg en de Cercle-leiding in voorkomen.

Op een persconferentie verduidelijkten de regionaal directeur en de PR-verantwoordelijke van Carrefour Market, geflankeerd door de verantwoordelijken van Carrefour Market Scheepsdale en Brugge St.-Andries (de twee winkels waar de stickers kunnen bekomen worden) het opzet.

Carrefour Market wil zijn lokale verankering beklemtonen en doet dit o.a. met het aanbieden van stickerboeken aan de lokale voetbalverenigingen.  

De inhoud en cover zijn samengesteld door de ploeg.  De leden van de vereniging krijgen het album.  Sympathisanten kunnen het voor slechts € 2,00 aankopen in de twee  hierboven vermelde winkels.

Er zijn in totaal 363 stickers, waarbij elke speler als start zijn eigen sticker krijgt.  Het stickerboek vervolledigen kan via aankopen in de twee filialen.  Per schijf van € 25,00 ontvang je een zakje met vier stickers.  Bij aankopen van deelnemende producten  (variabel per week) krijgt de klant extra stickers en mogelijks volgen er nog promo-acties om het boek sneller vol te krijgen.

De actie is gestart op 23 december en loopt tot 18 maart.

Cercles algemeen directeur Eric Deleu dankte de verantwoordelijken van Carrefour Market en stelde dat het in 1B niet steeds evident is om steun te krijgen om dergelijke zaken te realiseren.  Hij loofde tevens het werk van de personen die zich hiervoor hebben ingezet.

Regiodirecteur Bart Demarest, tot zijn 18e zelf jeugdspeler van Cercle, “veertig kilogram eerder” (citaat), vond het  (terecht) een prachtig ontwerp en benadrukte dat dit voor wie er als jeugdspeler in voorkomt, over pakweg twintig jaar, een schitterend souvenir zal zijn.

Er kwam onze redactie ter ore dat er ondertussen reeds een facebookpagina zou bestaan om tot uitwisseling van dubbele prentjes te komen.

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
05/01/2017
Cerle Brugge KSV
Cijfers zeggen niet alles - Kristof Arys

In Tweede Nationale laat Kristof Arys 7 keren de netten van Cercles tegenstrevers trillen in 13 matchen.  Het jaar erop, in Eerste, lukt hem dat slechts 3 keren in 25 matchen.  “De cijfers spreken voor zichzelf, commentaar overbodig,” zo dacht ik.  “Het komt wel voor dat schijn bedriegt, maar toch niet bij zo’n tegenstelling,”  zo leek het mij!  Voordat  ik bij Kristof aanbelde, kon ik het me niet anders voorstellen dan dat hij zijn tweede jaar in Cercleshirt als een rampjaar had aangevoeld.  Toen ik wat later buitenstapte, was ik wijzer geworden.  Neen, hoe welsprekend ze ook lijken, cijfers zeggen niet alles.  Ook nu nog kijkt Kristof terecht met trots en warme herinnering terug op wat hij bij Cercle presteerde  in Eerste Nationale.

Kristof, na zowat 70 jaar Cercles wel en wee intens van nabij gevolgd te hebben, lopen feiten en namen meer dan mij lief is door elkaar in mijn geheugen.  Maar tijdens welke seizoenen  jij voor Cercle speelde, daarover hoefde ik slecht vijf seconden na te denken.  Hoe zou dat komen?

Er zal zich wel menig Cerclesupporter herinneren dat ik Cercle mocht helpen aan zijn, voorlopig, laatste promotie, en ook wel dat ik één jaar later al een ander oord opzocht.  We spreken over 2002-2003 en 2003-2004.

Je kwam van Deinze, en een gemakkelijke overgang was het niet geweest.  Enkele weken voor je transfer kon ik niet nalaten voorzitter Frans Schotte even aan te spreken en hem te zeggen dat er niets belangrijker was voor Cercle dan een overgang van jou naar Groen-Zwart.  Hij antwoordde: “Ze zijn zot bij Deinze.  Zo’n transfersom als zij vragen, dat is niet redelijk.”

Het is pas in januari 2003 dat ik bij Cercle kwam.  Tijdens het tussenseizoen, een half jaar voordien, zat Cercle al achter mij aan, maar bij Deinze was mijn contract voor twee jaar nog maar halfweg.  Had Cercle tien miljoen frank voor mij overgehad, dan was de transfer meteen geklonken geweest.  Toen Deinze er rond Nieuwjaar niet naast kon kijken dat ik een half jaar later gratis weg kon, lieten ze de vraagprijs zakken, en Cercle verschalkte de concurrentie van onder meer AA Gent, Westerlo en Alemania Aken.

En jij, je was gelukkig met die transfer?

Ik was ermee in de wolken.  Mijn ambitie liep helemaal gelijk met die van Cercle: zo snel mogelijk naar Eerste promoveren.  En die uitdaging was enorm.
Groen-Zwart had zeven punten achterstand op de koploper, Heusden-Zolder. Zelf had ik tussen 1998 en nieuwjaar 2003 respectievelijk bij Eendracht Aalter, KM Torhout en SK Deinze in 119 matchen 89 doelpunten gescoord, waarvan de laatste 13 bij Deinze tijdens de eerste helft van de lopende competitie.  In plaats van tegen de degradatie te moeten vechten, kon ik nu, heel dicht bij huis bovendien, een steentje bijdragen in wat een succesverhaal werd.

Met zeven rozen hielp je Cercle aan de zo vurig verlangde kampioenentitel.  
De laatste twee matchen waren beslissend, en ze staan bij elke Cerclesupporter-van-toen in het geheugen gegrift.  Je scoorde niet tijdens die wedstrijden, maar dat was wellicht niet eens een minidompertje op de uiteindelijke euforie? 

Als spits, aangeworven om te scoren, prik  je, vanzelfsprekend, graag de bal tegen het net zoveel het maar kan, maar voetbal is een teamsport, en het is als team dat je faalt of zegeviert.  Was ik niet terechtgekomen in een ploeg die hecht aaneenhing, een ploeg die een collectieve eenheid was, dan was die toch wel zeer merkwaardige  remonte na zeven punten achterstand onmogelijk geweest. Overigens, één doelpunt en één assist staan me extra klaar voor de geest.  Mijn tweede match bij Cercle was op Deinze, we behaalden een belangrijke 0-1 overwinning, en dat ik toen kon scoren was iets heel bijzonders voor mij.  Tijdens de voorlaatste match, op Zulte-Waregem, zouden we bij een overwinning kampioen geworden zijn, maar het werd 1-1. Tijdens de slotwedstrijd, thuis tegen Dessel, hadden we ons lot in eigen handen.  We kwamen 0-1 achter, maar Sebastien Stassin bezorgde ons de zege met twee kopbaldoelpunten.  Eentje ervan was bijzonder merkwaardig: ik kon ‘een verloren bal’ toch nog voor het doel brengen en in een kluwen van spelers werd het een gouden assist voor het hoofd van Sebastien.

Wellicht een onmogelijk te beantwoorden vraag: Was Cercle in 2003 ook zonder jou kampioen geworden? 

Af en toe kom ik op Olympia, en het is niet uitzonderlijk dat Cerclesupporters me zeggen: “Moesten we joen niet gèt èn da joar, we woaren nooiet kampiejoen gewist.”  En dan voegen ze er nogal eens aan toe dat ik niet lang genoeg bij Cercle gespeeld heb.  Maar het enige dat ontegensprekelijk klopt, dat is dat ik tijdens mijn eerste half seizoen één element was van een ploeg met veel talent gedreven door een enthousiaste teamspirit.

Niet lang genoeg bij Cercle gespeeld?  Kom, laten we er geen doekjes om winden: in Tweede 7 goals in 13 matchen, het jaar erop in Eerste 3 in 25.
Ik vraag me af: Wat zou daarvan de verklaring kunnen zijn?  Is het verschil tussen Eerste en Tweede zo groot?   Lag het aan jouw specifieke talenten, m.a.w. aan het ‘soort’ speler dat jij was?  Kreeg jij te weinig de bal toegespeeld door je medespelers? Of misschien vlotte het niet genoeg van meet af aan, zodat je steeds meer aan zelfvertrouwen verloor?  Is het iets van wat mij als mogelijke verklaring door het hoofd gaat of is het iets heel anders: Wat mag er toch aan de basis hebben gelegen van  zo’n daling van het aantal gescoorde doelpunten??  

Tijdens mijn 19-jarige carrière als voetballer heb ik ongeveer 300 doelpunten gescoord. Toen ik met Cercle naar Eerste promoveerde zag ik reikhalzend uit naar wat voor de deur stond, vol verlangen en vertrouwen. Op het einde van 10 jaar jeugdopleiding bij Club trainde ik mee met de eerste ploeg, met Spehar, Stanic, Okon… Speelminuten in Eerste kreeg ik er niet, ik was er nog niet rijp voor.  En nu, halfweg 2003, ging de grote poort open voor mij.  Echter, echter, voorheen en altijd daarna speelde ik als diepe spits, maar bij Cercle speelde ik in Eerste nooit op die mij zo eigen positie.  Cercle had Nordin Jbari aangetrokken, en het was mijn taak rond hem heen te spelen.  Nordin was een vedette, deed het ook  heel goed, maar ‘meters afleggen’ lag hem niet.  Waar ik gewoon was dat mijn medespelers voor mij de ruimte afdweilden, was het nu mijn taak dat voor hem te doen, zodat hij de afrondende schakel kon zijn.  Nooit heb ik zoveel gelopen tijdens mijn matchen als dat jaar, en ook nooit kwam ik zo zelden in de grote rechthoek voor het doel van de tegenstander.  Kijk je alleen naar de cijfers, dan lijkt 2003-2004 een lelijke tegenvaller voor mij, maar daar zit een heel verhaal achter.  Hoe dan ook, ik was blij dat ik kon spelen in Eerste, dat ik mee timmerde aan de weg, en ik voelde mij niet te goed om  de mij opgelegde opdracht in functie van heel ons team en van Nordin Jbari in het bijzonder met hart en ziel uit te voeren.

"Was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien."

Ik luister met open mond.  Maar het volgende jaar trok je weg van Cercle.  Uit eigen beweging of moest je weg van Groen-Zwart?

In juli en augustus 2004 trainde ik nog bij Cercle, maar op 31 augustus, de laatste transferdag, hakten Cercle en ik de knoop door: op leenbasis vertrok ik naar de grote verliezer van Cercles kampioenenjaar, naar Heusden-Zolder.  Zowel Cercle als ikzelf achtten dit de beste gang van zaken.  Het Cercle van het voorbije jaar had een ingrijpende verandering ondergaan.  Hoewel hij erin geslaagd was Cercle in Eerste te houden, en hij eerder een gouden medaille had verdiend dan dat, werd trainer Tipuric de laan uitgestuurd.  Harm van Veldhoven verving hem.  Jbari trok naar AA Gent, en Cercle lijfde naast Tom Van Mol drie voorspelers in: Dieter Dekelver, Paulus Roiha, en bijzonder belangrijk voor mij, Darko Pivaljevic.  Er kon geen sprake van zijn dat ik diepe spits zou worden en met een trainer die mij wikte en weegde als “slechts driemaal gescoord”, was er weinig twijfel aan dat ik weinig speelminuten zou krijgen.  Ik trok enthousiast naar Heusden-Zolder, want het zag ernaar uit dat ik het succesrijke Cercleseizoen van twee jaar voordien kon overdoen.  Heusden-Zolder barstte van ambitie. De ploeg bestond echter eerder uit eilandjes dan uit een team, en zoiets leidt onvermijdelijk tot een fiasco. 

Blijkbaar had jij het voor Jerko Tipuric.  Uit verschillende interviews van spelers  is me gebleken dat hun visies over hem  fel uiteenlopen: van oprechte appreciatie tot  veroordeling als was hij eerder een kwakzalver dan een coach.

Ik denk dat de pers hierin een niet al te fraaie rol gespeeld heeft, hem uiteindelijk als een kolderfiguur begon af te schilderen. Het valt niet te loochenen dat hij belang hechtte aan wat voor het voetbal niet eens marginaal genoemd kan worden - de kleur van de urine, de stand van de maan - en dat werd in de pers breed uitgesmeerd, maar Tipuric was een vakman die zowel in kwade als in goede dagen voor een gemoedelijke, een familiale sfeer wist te zorgen.  Ook met spelers van verschillende nationaliteiten liepen we niet als in hokjes naast elkaar.  Het is niet elke trainer gegeven een hele groep concurrenten, waarvan je er onvermijdelijk voortdurend enkele zwaar moet ontgoochelen, zelfs met plezier naar de trainingen te laten komen.  Over wat voor mij volgde op Cercle, ben ik heel tevreden, maar was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien. 

Je liet al verstaan dat je overgang naar de buurt van de Limburgse mijnen  geen succesnummer was.  Je bleef er dan ook maar één jaar.  Hoe verliep je carrière verder? 

Na dat ene seizoen in het verre Limburg trok ik naar Waasland, eveneens in Tweede, en scoorde er 30 goals in 60 wedstrijden.  Daarna, na mijn twee seizoenen aldaar, trok trainer Dirk Geeraerd naar Roeselare, dat in Eerste speelde.  Ik mocht mee, maar kreeg de kans op een mooie job  in het Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart Instituut op enkele kilometers van mijn deur.  Ik greep dat aanbod met beide handen beet, en ben er nog altijd als preventieadviseur en technisch coördinator werkzaam.  Sportief was het een afdaling van Tweede naar Derde Nationale, bij SV Oudenaarde, maar na interessante tussenstadia, doorgaans in stijgende lijn, ben ik nu actief als sportief coördinator bij F.C. Knokke, dat zopas naar Eerste Amateurs promoveerde.  Niet alleen, maar toch vooral, spoor ik jong talent op bij de Beloften van Club, Cercle, Kortrijk, Roeselare, Zulte-Waregem, Gent.

Sinds enkele jaren komen opvallend veel ex-Cerclejongeren bij Knokke terecht.  Lukraak door elkaar som ik even op: Niels Mestdagh, Kieriën Serpieters, Niels Van de Water, Ruben Vanraefelghem, Jannes Vermeulen, Maarten Cobbaert, Alessio Staelens, Niel Dildick, Maxim Vandewalle.  En Nicolas Tamsin en Steven Van Moeffaert hebben zopas na Knokke een ander oord opgezocht.   Dat het zo’n lange lijst is, is geen toeval?

Bij welke ploegen kan er goed opgeleid jong talent gevonden worden dat vermoedelijk net niet voldoende lijkt voor het eerste elftal van een Eerste of Tweede Klasser, maar dat in aanmerking kan komen voor een ambitieuze amateurploeg als F.C. Knokke?  Zonder nodeloos ver te lopen, is dat bij de ploegen die ik vermelde, en voor ons komt Cercle inderdaad als een waardevolle visvijver voor de dag.  Het komt wel eens voor dat talentrijke jeugdspelers menen dat voor hen een basisplaats gegarandeerd is bij een ‘ploegje’ als Knokke, maar dat staat lang niet bij voorbaat vast.  Voor elke speler die door onze selectie geraakt, is het hard knokken bij Knokke!  En, terloops, toen ik als jonge speler van Club naar Standaard Wetteren in Derde overging, scoorde ik slechts driemaal in 20 wedstrijden.  Tijdens de volgende twee seizoenen trof  ik 27 keren roos bij Eendracht  Aalter.  Voor iedereen, maar voor jongeren in het bijzonder, is geduld een mooie maar een noodzakelijke deugd.

"Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie."

Je beëindigde je loopbaan als veldspeler bijna anderhalf jaar geleden.  Die loopbaan duurde 19 jaar na je opleiding bij Club, verliep bij niet minder dan 14 ploegen, en eindigde bij Wingene.  Bij welke ploegen speelde je het liefst?

Bij Cercle en Waasland, en op minder hoog niveau bij Knokke, Wingene en Gullegem.  Dat waren allemaal succesverhalen: bij elk van die sleepten we de kampioenentitel uit de brand.  Weet je waar ik bijzonder fier op ben?  Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie. Wat gekscherend laat ik af en toe eens horen: “Als je spits een neus voor goals heeft, kun je niet zakken…”

En vandaag de dag, na bijna twee decennia op het veld, kun je ook ernaast  genieten van wat je zich ziet afspelen op de grasmat?

Enorm, enorm plezier kan ik eraan beleven.  Ik ben dan ook rechtstreeks en intens bij het gebeuren betrokken.  Niet alleen spoor ik talent op tijdens een viertal wedstrijden per week , ruimer nog behartig ik heel het reilen en zeilen van onze eerste ploeg, in mindere mate ook van onze beloften. Bovendien ben ik een aanspreekpunt voor onze spelers, voor ons bestuur, en in het bijzonder voor onze voorzitter, die als een succesrijk zakenman weet bepaalde taken te delegeren, zodat ik hem zowel sportief als extra sportief wat kan ontlasten.

Om het interview af te ronden, vroeg ik wat de reporter bij een recent interview in het Brugsch Handelsblad wel kan bedoeld hebben, als hij onder een foto laat volgen: “Kristof Arys wordt in Knokke fel geapprecieerd omwille van zijn voetbalkennis en zijn eenvoud.”  Over ‘voetbalkennis’ stelde ik mij geen vragen, maar waaraan dacht  JPV als hij verwees naar Kristofs ‘eenvoud’?  Kristof zal het wel juist voorhebben als hij meent dat JVP daarmee zinspeelt op het feit dat hij vlot en helemaal zichzelf zijnde contact weet op te nemen met wie dan ook.  Evenzeer voelt hij zich op zijn gemak in het bureau van zijn voorzitter bij Knokke, in het bureau van Vitali of Mannaert, als in om het even welk lokaal van Wingene of rond het veld van om het even welk team.  En omgekeerd!  Het is niet omdat hij in Eerste heeft gespeeld, omdat hij vijf jaar profvoetballer was, dat hij zich te goed zou voelen om met mensen van het provinciale voetbal kameraadschappelijk om te gaan. Een vriendelijke ‘goeiedag’, een praatje slaan met Jan en alleman, een openhartig interview: het typeert en eert Kristof Arys, zonder wie we “da joar, 2002-2003, nooiet kampioen geworden woaren, adden we èm nie gèt.”

(Georges Volckaert)

 

Lees meer
Shot-online
06/09/2017
Cerle Brugge KSV
Ervaring - Brian Vandenbussche

Deze week zette Brian Vandenbussche zijn handtekening onder een contract dat hem voor één jaar bindt aan Cercle Brugge. Voor de gewezen doelman van de Rode Duivels is deze transfer een beetje thuiskomen: na twee jaar Sparta, tien jaar Heerenveen en drie jaar AA Gent keert hij terug naar Jan Breydel waar hij, weliswaar aan de andere kant van het stadion, zijn jeugdopleiding kreeg. 

Brian, hoe is Cercle Brugge bij jou terechtgekomen?

Het eerste contact dateert van 2014. Ik besloot mijn verbintenis in Friesland niet te verlengen, en mijn vrouw en ik wilden ons settelen in Blankenberge, waar onze roots liggen. Toenmalig Technisch Directeur Sven Jaecques nodigde mij uit voor een gesprek. Dat was heel constructief, maar in dezelfde periode belde Gent met een voorstel dat toen zowel sportief als financieel een stuk interessanter was, en ik koos voor de Buffalo’s. Het contact met Cercle is echter altijd gebleven. Mijn verbintenis met Gent liep af, en keepertrainer Pieter-Jan Sabbe liet me weten dat Cercle Brugge op zoek was naar een doelman met mijn profiel. En zo ging de bal aan het rollen.

Je zegt dat Cercle zocht naar een type zoals jij. Wat bedoel je hier concreet mee? Met andere woorden: welke taak is voor jou dit seizoen weggelegd bij Groen-Zwart?

De rolverdeling is duidelijk. Paul Nardi is eerste doelman en Miguel Van Damme is nog aan het herstellen. Ik ben dus voorlopig stand-in. Dit betekent niet dat ik mij zomaar neerleg bij mijn plaats op de bank. Ik zal Miguel en Paul zo scherp mogelijk houden en het de trainer zo moeilijk mogelijk maken bij zijn keuzes. De ambitie moet de titel zijn, en dat begint met een betrouwbaar sluitstuk achter de verdediging.

"vind zo snel mogelijk een heel goede en sterke vrouw!"

Dat is een beetje de rol die je bij Gent had, waar Matz Sels, en vorig seizoen Lovre Kalinic onbetwistbare titularis waren. We vroegen aan je gewezen ploegmaat en aanvoerder Hannes Van der Bruggen, die nu bij KV Kortrijk speelt, of dit een functie is die je ligt.

(Van der Bruggen) Ik ben ervan overtuigd dat Cercle Brugge met de komst van Brian een goede zaak gedaan heeft. Eerlijk gezegd heb ik hem enkele weken geleden meermaals aangeprezen bij het bestuur van KV Kortrijk, dat ook op zoek was naar een dergelijke keeper, maar dit is uiteindelijk niet doorgegaan. Brian is altijd loyaal geweest tegenover de eerste doelman en ligt zeer goed in een groep, dat mag je bij elke speler van Gent navragen. 

Sommige mensen denken misschien: een tweede doelman mag blij zijn dat hij erbij hoort, die is sowieso braaf.

(Van der Bruggen) ‘Loyaal zijn’ is niet hetzelfde als ‘braaf zijn’. Brian is een natuurlijke leidersfiguur met veel présance. Op zijn eentje onderhandelde hij bij Gent de premies voor de rest van de groep. Met Louwaegie over geld praten is niet gemakkelijk, maar Brian deed dat met verve, en dat engagement was des te opmerkelijker omdat hij in het laatste jaar uit de wedstrijdkern viel en onderhandelde over premies die hij zelf niet meer zou krijgen. 

Ondanks het feit dat hij weinig aan spelen toekwam, bleef hij zeer gedreven trainen, en laste hij voor zichzelf vaak extra krachttrainingen in. Nardi en Van Damme zullen hun speelminuten in elk geval niet cadeau krijgen van hem.  

Brian, van jou wordt wellicht ook verwacht dat je wat ontfermt over de jonge spelers.

Zeker voor de spelers die uit het buitenland komen, en dus niet op hun ouders kunnen terugvallen, heb ik één belangrijke raad die ik vaak herhaal: vind zo snel mogelijk een heel goede en sterke vrouw! Voor een voetballer is alleen zijn heel gevaarlijk. Je gaat gemakkelijker uit, je krijgt veel aandacht, iedereen is vriendelijk en wil iets van jou, enz. De grote motor van mijn carrière is eigenlijk mijn vrouw Loes. Zij gaf haar job in het onderwijs op om mee naar Heerenveen te gaan, en gaf me zo de rust, de stabiliteit en de nestwarmte die ik broodnodig had. Na de training en de wedstrijden kon ik naar een warme thuishaven terugkeren en behield ik zo mijn focus op het voetbal. Ik heb het maximum uit mijn carrière gehaald, en daar heeft zij een groot aandeel in. Ondertussen heeft mijn echtgenote haar beroep als leerkracht opnieuw opgenomen en hebben we samen een zoon, Arno, die als linksbuiten bij de U12 van Blankenberge speelt.

Voor wie jou door je lange verblijf in het buitenland niet goed kent: wat voor een keeper ben jij? 

Ik ben met mijn 1m96 een grote doelman en sterk op hoge ballen. Ondanks mijn lengte ben ik vrij snel tegen de grond. Daarnaast ben ik nog redelijk explosief en voetbal ik ook goed uit. Uiteraard heb ik ook punten waar ik minder tevreden over ben, maar daar vertel ik zelf nooit over.

Je bent 35 jaar, dus we mogen al eens terugblikken op je carrière. Je hebt veel trainers gehad. Wie maakte de grootste indruk op jou? 

Marco Van Basten imponeerde natuurlijk door zijn verleden als topvoetballer bij AC Milaan en het Nederlands voetbalelftal; de no-nonsense stijl van Gertjan Verbeek (huidig trainer VfL Bochum, n.v.d.r.) lag me zeer goed, de kwaliteiten van Trond Sollied kent iedereen, maar de de grootste bewondering koester ik toch voor Vanhaezebrouck. Tactisch is Hein buitengewoon sterk en hij slaagde er bovendien in de groep mee te krijgen in zijn verhaal. 

"ik ben echt benieuwd of in onze kern ook pareltjes zitten die later te bewonderen zullen zijn op het allerhoogste niveau."

En je mooiste herinnering? 

Ik twijfel tussen drie zaken. Mijn eerste wedstrijd met de Rode Duivels (Brian werd 13 keer opgeroepen en speelde 3 keer, n.v.d.r.) tegen Azerbeidzjan, in 2007, was een kinderdroom die uitkwam. De resultaten van de nationale ploeg waren onder René Vanderecyken nog niet goed, maar de kiem voor het huidige succes werd toen wel gelegd, met in het team een jonge Kompany, Vertonghen en Vermaelen. Daarnaast heb ik bij Heerenveen vijf of zes Europese campagnes meegemaakt, en de match tegen AC Milaan was een avond die lang bleef beklijven. En tot slot is er natuurlijk het kampioenenjaar en de Champions League-campagne van Gent. Sportief heb ik daar geen grote bijdrage aan geleverd, maar je raakt zo opgezogen in de groepsdynamiek van een team dat boven zichzelf uitstijgt dat je daar als bankzitter ook enorm van geniet. 

Naast de Rode Duivels die je opsomde heb je ook bij Heerenveen met heel wat goede voetballers gespeeld.

Heerenveen heeft een zeer knap scoutingsapparaat en is een kweekijver voor jong talent. Afonso Alves maakte later deel uit van de Braziliaanse nationale ploeg, Danijel Pranjic vertrok naar Bayern Munchen, Klaas-Jan Huntelaar kwam nadien bij Real Madrid terecht, Sulejmani en Djuricic tekenden bij Benfica, enz. Door de inbreng van Monaco wordt Cercle Brugge misschien het nieuwe Heerenveen. Ik ben echt benieuwd of in onze kern ook pareltjes zitten die later te bewonderen zullen zijn op het allerhoogste niveau.

Wij ook! Bedankt voor het interview en een succesvol en blessurevrij seizoen toegewenst!

(Diederiek Vermeersch)

 

Lees meer
Shot-online
29/06/2017
Cerle Brugge KSV
Silke Loridan

Wie het Cercle-secretariaat binnenstapt wordt vergast op de vriendelijke glimlach van een 23-jarige Veurnse.  Silke Loridan werkt nu zowat tien maanden op het Cercle-secretariaat.  Tijd dus om deze enthousiaste, gemotiveerde  jongedame even aan u voor te stellen.

Wat deed je voorafgaand aan je job bij Cercle?

In het middelbaar studeerde ik “economie-moderne talen”. Ik was gestart met “wetenschappen”, maar wijzigde mijn keuze.  Dat komt eigenlijk wel goed van pas nu op mijn werk bij Cercle met al die verschillende talen.

Vervolgens verbleef ik twee jaar in Gent.  Eerst volgde ik aan de universiteit “criminologie”.  Ik droomde er altijd al van om rechercheur te worden.  Daarom koos ik die richting.  Uiteindelijk was het niet zo mijn ding.  Het was te zwaar voor mij.  Dit moet ik eerlijk toegeven.  Vervolgens “grafische en digitale media” aan de Hoge School .  Dat was wel leuk, maar mijn ontwerpen waren echter niet goed genoeg en de creatieve ideeën kwamen er niet steeds uit zoals het moest.  Dan weet je voor jezelf dat je moet stoppen (lacht).  

Ik werkte ook als jobstudent in een supermarkt in Oostduinkerke.  Uiteindelijk bleef ik er om er vast te werken.  Dat was een periode van twee jaar.  Ik groeide, kreeg meer zelfvertrouwen, werd volwassener en leerde meer op mijn eigen benen staan.  Ik werd ook socialer tegenover anderen en kwam meer uit mijn schelp.  

Na twee jaar werd het wel tijd voor iets anders.  Ik wou een meer administratieve job waarbij ik meer mijn hoofd dan mijn handen moest gebruiken.  

Zo belandde je via facebook bij Cercle?

Ik voetbalde destijds bij White Star Bulskamp, dezelfde ploeg waar ook de zus van secretariaatcollega  Branco voetbalde en hij eveneens bij de mannen.  We zijn reeds zo’n acht jaar vrienden op facebook.  Zo zag ik op een dag een Cercle-vacature passeren.  Ook voorheen had ik reeds Cercle-vacatures gezien op facebook, maar toen vond ik dat ik er nog niet klaar voor was en solliciteerde niet.  Nu had ik echter het gevoel: “dat is het, nu ben ik er klaar voor!”.  Ik solliciteerde en bekwam de job.

"Het is mijn droomjob."

Ook voorheen kwam je reeds af en toe naar wedstrijden zien?

Ik was reeds verschillende malen op Jan Breydel.  Dit zowel op Cercle als Club.  Op Cercle was dit met Branco, zijn zus en zijn familie mee.  Ik vond het een leuke sfeer.  Iedereen kent mekaar.  Het gaat er zeer familiaal aan toe.  Misschien zijn de supporters niet zo talrijk als bij een andere ploeg, maar ik vind iedereen wel aangenaam.  Ze beschouwen je direct als een deel van de familie.  

Je bent hier nu zo’n tien maand.  Hoe voel je je?

Ik startte op 22 december 2016.  Ik heb een supergoed gevoel.  Het is mijn droomjob.  Toen ik vroeger in de tribune zat, droomde ik er van om daar beneden te staan en iets met de organisatie kunnen te maken te hebben.  Hier werken is voor mij echt de max!  Het is danig gevarieerd, het is nooit saai.  Het steekt niet tegen omdat je zodanig veel zaken hebt om je om te bekommeren.  Ik krijg ook veel verantwoordelijkheden en het bijhorende vertrouwen, en dat vind ik ook leuk.  Bovendien ervaar ik dat ik in dit jaar ook zeer veel bijgeleerd heb.  Ik sta weer tien stappen verder in mijn leven qua persoonlijkheid.  Je leert ook zeer veel nieuwe mensen kennen.

Je sprak van meer “open” worden.  Je beperkt je niet tot je kerntaken op Cercle maar bent ook tegenwoordig “buiten de diensturen” op supportersfeestjes en organisaties?

Ik probeer inderdaad zoveel als mogelijk supportersfeestjes van de diverse verenigingen bij te wonen.  Zo leer je ook die mensen beter kennen en de sfeer is er telkens zeer goed.  Weer dat familiale, waarbij ik me direct thuis voel.

Dat ik ook aan “Levensloop” heb deelgenomen?   Ik heb mijn neefje, die nog zeer jong was, verloren aan kanker.  Al een voldoende motivatie op zich om deel te nemen.  Sowieso wou ik eens deelnemen en toen ik vernam dat Jimmy De Wulf en Broes (Beloften) vanuit de jeugdwerking een team zouden afvaardigen, aarzelde ik niet.  Na de uitwedstrijd op Beerschot-Wilrijk zijn we rechtsreeks naar “Levensloop” gereden om daar present te zijn van middernacht tot 04.00 uur.  Niet dat we de ganse tijd gelopen hebben natuurlijk.

"Ik probeer ook alle uitwedstrijden bij te wonen.  Ik miste er nog maar eentje dit seizoen.  Cercle is eigenlijk mijn leven geworden!"

Ik zag het reeds vaak aan de uren waarop ik mails ontvang van het secretariaat en aan de randactiviteiten, het is hier geen nine to five job hé?

(lacht) Inderdaad.  Het is wel een hele verandering.  Mijn vorig werk was gewoon van 08.30 hr tot 19.00 hr . Je kwam thuis en deed niets meer voor je job.  Nu sta ik op met Cercle en ga ik slapen met Cercle.  Ik vind dat niet erg.  Ik wil immers dat Cercle groeit.  Ik wil er moeite in steken, zorgen dat het vooruitgaat en dat de supporters tevreden zijn.  Dat vind ik echt belangrijk.  Het is dan ook geen probleem voor mij om langer te blijven.  Ik ga pas naar huis als mijn werk gedaan is.  Actueel is het enkel wat moeilijker te combineren met mijn avondschool, maar ik heb het er voor over.

"Cercle is eigenlijk mijn leven geworden!"

Avondschool?

Ik zit in het 2e jaar “reisconsulente” aan Syntra.  Ik ben daarmee aangevangen (voor ik bij Cercle kwam) omdat ik het idee had opgevat om in het buitenland te gaan werken.  Sinds ik hier tewerkgesteld ben, is dat natuurlijk niet meer het doel maar het vak op zich interesseert me wel.  Ook tijdens die opleiding leer ik veel bij.  Ik ben er op alle vlakken vlot door en ik wil mezelf bewijzen dat ik iets kan afmaken.  Mogelijks kan ik het in mijn verdere leven nog gebruiken.  Je weet nooit wat de toekomst brengt.

Reizen zit wel in de familie.  Mijn peter woont in Maleisië.  In de vakanties gingen we ook vaak met mijn ouders op reis.  We huurden huisjes of vertrokken met de caravan.  Het zit er van kinds af aan in.  Spijtig genoeg is het in combinatie met mijn job op Cercle niet meer zo vaak mogelijk. 

Het kwam reeds even aan bod, je voetbalde ook zelf?

Ik speelde vijf of zes jaar bij White Star Bulskamp.  Vanaf de opstart van de ploeg was ik er bij.  Door het studeren heb ik dit jammer genoeg moeten stoppen.  Mocht ik kunnen en de tijd hebben, zou ik er direct terug aan beginnen.  Ik voetbal enorm graag.  Dat is iets wat ik wel mis.  Als ik van op de tribune wedstrijden zie, dan wil ik zelf op dat plein staan… (lacht).

Ik kom nog even terug op het secretariaat.  Het klikt blijkbaar zeer goed tussen de collega’s? 

Jazeker.  Toen ik hier aankwam was het even aanpassen als enige vrouw.  Maar er is een toffe sfeer.  Iedereen is familiaal en accepteert elkaar zoals men is.  Ook onze recentste aanwinst (sinds maandag n.v.d.r.) is een toffe gast.  We zijn allemaal jong en voelen elkaar daardoor wellicht ook wat beter aan.  
Het is zeker een plezier om hier te werken.

Een mooie afsluiter waar ik niets aan toe te voegen heb.

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
17/10/2017