koop tickets online

Laatste koploper van heerlijke reeks? Frederik Boi

Frederik Boi weet wat waardering verdient, en wat niet.  Van statistieken houdt hij niet.  Zozeer is hij ervan doordrongen dat voetbal een teamgebeuren is dat hij lijsten van top-schutters en meeste assists eerder als een bekoring tot individualisme beschouwt dan als een uitdrukking van verdienste.  Al staat hijzelf er niet bij stil, zijn naam prijkt bovenaan een heerlijke, statistische weergave. Vragen we ons af welke Cerclespeler voorlopig de laatste is die meer dan driehonderd keren in een officiële match de Groen-Zwarte kleuren verdedigde, dan is ‘Fré’ het antwoord. Met 325 wedstrijden nam hij die koppositie in na zijn laatste Cerclematch in april 2014.  Daarmee verdrong hij na bijna drie jaar Denis Viane van die plaats, die op niet minder dan 383 beurten kan bogen.  En wie zal Fré opvolgen?  Bij het zo veranderde voetballandschap, is de kans op een opvolger wel flinterdun.

Fré, het vorige retro-interview vond plaats in Stekene ten huize van Anthony Portier, nu zitten we hier in jouw huis in Sint-Andries, rechtover de Olympiaterreinen.  Jij en Anthony komen om dezelfde reden aan de beurt: je beëindigt een lange, in hoge mate Zwart-Groen gekleurde, voetbalcarrière.   Anthony houdt ermee op wegens knieletsels, tijdwinst voor zijn gezin en omdat het plezier aan het spel er niet meer is.  En jij, waarom?

Aan meer tijd voor mijn gezin en familiale aangelegenheden hecht ook ik veel belang,  maar bovendien is  de combinatie van mijn werk en competitief voetballen niet meer mogelijk.  Ik droomde er al van voetballer te worden toen ik nog niet eens op de lagere school zat, maar nog voor ik naar het middelbaar ging intrigeerde mij ook alles wat met informatica te maken had.  Sinds een half jaar werk ik nu bij Epson, een Japans bedrijf met wereldwijd 70.000 werknemers, dat printers, scanners en projectoren produceert.  Zozeer een droomjob is dat voor mij, dat ik er de tijdrovende verplaatsing graag bijneem.  Elke werkdag trotseer ik met mijn auto de afstand tussen thuis en Diegem, in de buurt van de Nationale Luchthaven.  Dat komt gemiddeld neer op tweemaal honderd minuten. Per trein zou het even lang duren, en geregeld neem ik zware pakken materiaal mee.

Je hebt ettelijke paren voetbalschoenen bij de Cerclejeugd versleten.  Wat is je uit je prilste Cerclejaren vooral bijgebleven?

Ik kwam als vanzelf als vijf- of zesjarige in het spoor van mijn neef en broers in Cercles Voetbalschool terecht.  De Groen-Zwarte jeugdopleiding stond hoog aangeschreven, het niveau moest zeker niet onderdoen voor dat van ‘de buren’.  Ik was tenger en klein zodat ik  fysisch iets achter was op mijn leeftijdgenoten, maar mijn trainers zagen wel kwaliteiten in mij.  Cercle had toen niet alleen nationale maar ook provinciale jeugdploegen, en meer dan mijn medespelertjes ging ik over van het ene naar het andere niveau.  Ik kon hemelhoog juichen als ik naar ‘nationale’ overgeheveld werd, maar ook bij ‘provinciale’ was het heerlijk voetballen en met veel inzet.  Onder meer met Jan Masureel, Stijn Willems, Bram Vandenbussche en Pieter Doom heb ik goeie vrienden uit ‘provinciale’ overgehouden.  

Je startte als negentienjarige bij de Eerste Ploeg in december 2000.  Herinner je nog die eerste match?  Misschien weet je nog wat jij bij je selectie het meest was: verwonderd, blij, zenuwachtig of zelfzeker? 

Blij was ik alleszins, maar niet verwonderd.  Het moest ervan komen.  In tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de trainers, keek Dennis van Wijk niet alleen naar ‘namen’, maar wie goed presteerde op training, kreeg vroeg of laat de kans om zich tijdens het weekend te bewijzen.  Zenuwachtig was ik toen niet, dat was ik pas later bij mijn eerste derby in het fanionelftal.  En zelfzeker?  Aan zelfvertrouwen ontbrak het me niet.  En, ja, het verloop van die eerste match zie ik nog voor ogen.  We verloren thuis met 1-2 tegen Maasmechelen, dat nochtans niet hoog gequoteerd stond.  Na de match was van Wijk in alle staten…  Hoe ik het er zelf van afgebracht had?  Bij mijn eerste duel kreeg ik een klop op mijn hoofd, en kinesist Geert Leys mocht het veld op om mij te verzorgen.  “Zo gaat dat bij de grote jongens,” zei hij.   En ik moest niet lang wachten op bevestiging daarvan, slechts tot mijn tweede match… 

In het ‘Cerclemuseum’ tref ik iets aan dat me bijzonder merkwaardig lijkt.   In je debuutjaar speelde je 6 competitiewedstrijden, het jaar erop 3, en 7 tijdens het daarop volgende seizoen, Cercles kampioenenjaar 2002-‘3.  Met Cercle in Eerste was je er meteen 28 keren bij en vervolgens was je nog zeven seizoenen na elkaar een vaste waarde met minstens 25 beurten.  Een trainer is een machtig man, maar aan zijn voorkeur kon het niet gelegen zijn want zowel juist na als juist voor de promotie had Jerko Tipuric het roer in handen. Blijkbaar was jij niet goed genoeg voor Tweede, maar onmisbaar in Eerste?

In het kampioenenjaar begon ik heel goed, werd zelfs in een krantenartikel als de revelatie van het seizoenbegin bestempeld.  Tegen Geel speelde ik voor de eerste keer in het midden, voordien rechtsbuiten, en na de match zei Jerko mij: “Jij gaat nooit meer weg uit het midden.”  Nog voor die term bestond, draafde ik toen het veld af als ‘box-to-box speler’, en  dankzij mijn goeie conditie had ik daar geen moeite mee.  Na enkele matchen, helaas, werd ik in Heusden-Zolder zwaar getackeld, recht op mijn knieën.  Mijn mediale band was zo goed als door, en de revalidatie duurde verschrikkelijk lang, voor een stuk doordat ik te vroeg weer op het veld wilde staan.  ‘k Heb alleen nog één match gespeeld op het einde van het seizoen, op Maasmechelen.  

"Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen".

Och, blessure, aan die meest voor de hand liggende verklaring had ik niet eens gedacht!  Na één jaar Eerste deed zich een grote verrassing voor: Tipuric was erin geslaagd Cercle in de topklasse te behouden, maar Harm van Veldhoven nam zijn plaats in.

Die trainerswissel vernamen wij al in Westerlo, juist voor de laatste wedstrijd van het seizoen.  Het zat verschillende spelers zo hoog dat ze, vooral onder impuls van Vital Borkelmans, dreigden de match niet te spelen.  “Wij spelen niet,” zei Vital.  “Je speelt wel,” zei Jerko.  En … we keerden naar Brugge terug met een 1-1 gelijkspel. Ja, dat we  in Eerste bleven met de kern die we toen hadden, was een half mirakel.  Jerko door Harm vervangen konden we nauwelijks begrijpen, ook omdat Cercle toen het kleinste budget van heel de reeks had.  En, terloops, ik beëindig straks mijn voetbalcarrière bij het pas naar Eerste Provinciale gepromoveerde Sporting Blankenberge.  Wie is er de trainer?  Jerko.  Staan we op een degradatieplaats?  Neen, je vindt ons zelfs in de eerste helft van de rangschikking.

Jerko blijft?  Neen.  Maar toch is het niet helemaal hetzelfde als bij Cercle halfweg 2004.  Dat men bij een degelijk spelend voetbalteam na zes jaar hoe dan ook graag eens nieuwe wind laat waaien is minder verwonderlijk dan na twee jaar, zoals toen.   Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen’.

Tijdens Cercles gloriejaar, het eerste onder Glen De Boeck, trok jij voor niet minder dan 33 competitiematchen het Groen-Zwarte shirt aan.  Volgens Anthony Portier waren Cercles knalprestaties wel degelijk eerst en vooral aan Glen te danken.  Deel je zijn mening?

Heel zeker.  Vooreerst beschikte Glen over een stel fantastische spelers, maar daarnaast was zijn aanpak  zoals voetbal hoort te zijn: zo eenvoudig, zo simpel als het maar kan.  Dat komt erop neer dat iedere speler heel duidelijk moet weten wat hem als pion van een team op het voetbalschaakbord te doen staat.  En we wisten het! “Jij dit, jij dat, jij dit, jij dat …”  Voetbal is een loopsport, je moet voortdurend bewegen en je moet erop kunnen betrouwen: “Recupereer ik de bal, dan staat daar een medespeler die ik kan aanspelen.” Elke week opnieuw prentte Glen het ons in, steeds weer hetzelfde, zo ongecompliceerd mogelijk moest het zijn.  We hadden alleen maar verstandige spelers, maar waren er een paar blinden bij geweest, dan nog hadden die geweten wat hen te doen stond.  Wat ons tijdens Glens eerste jaar genekt heeft, dat is de gescheurde kruisband van Tom De Sutter in februari.

Maar dat Glen de glansprestatie van zijn eerste jaar erna niet heeft kunnen overdoen, heeft hij toch wel aan zichzelf te wijten.  “Wij zijn te voorspelbaar,” vreesde hij, en hij stapte af van zijn voor ons zo hanteerbaar systeem.  Ik kan het niet genoeg beklemtonen: “In voetbal is simpel spelen het beste, maar het moeilijkste dat er is.”  Weet je welke speler ik het meest bewonderde omdat hij alles zo eenvoudig mogelijk aanpakte? Dat was Oleg Iachtchouk.  Zijn balcontrole was altijd goed.  Zoals alles bij hem, leek zijn meesterschap over de bal en zijn voortgang in het spel vanzelfsprekend. Kreeg jij echter zo’n bal toegespeeld, dan lag die plots een halve meter weg van je voet.  Een eenvoudige, een intelligente, ook een leuke voetballer was Oleg. 

Dankten jullie je sterkte ook niet aan het feit dat Glen tot het uiterste ging  om de fysische conditie op te drijven? 

Ja, Glen was veeleisend, zeker ook qua fysische paraatheid.  ‘k Zie ons nog een uur aan een stuk ‘volle bak’ lopen in Tillegem.  En ook vele baloefeningen bleven duren tot onze tong op het gras lag…  Ik mag echter gerust beweren dat ik een van de spelers was die daar het minst last van had.  Ik heb het perfecte voetballichaam niet, maar wel een fysisch gestel dat geschikt is voor duursporten.  Wat ik als voetballer het meest mis, dat is kracht, en dat heb ik altijd weten te compenseren door ‘adem’ en snelheid.   ‘k Bezit beelden waarop ik tachtig meter loop langs de zijkant van het veld, de bal rond het penaltypunt van de tegenstander stil leg, binnenschiet, en rustig dooradem alsof ik twee stappen had gezet.

"Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken". 

Niet alleen over Glen De Boeck als trainer kun je meespreken, je hebt er in Cercles fanionelftal, asjeblief,  zeven meegemaakt: Dennis van Wijk, Jerko Tipuric, Harm van Veldhoven, Glen, Bob Peeters, Foeke Booy en Lorenzo Staelens.  Twee vragen liggen voor de hand: wie vond jij de beste, en zou je nu met elk van hen even graag aan tafel gaan zitten?

De meeste trainers die ik heb gehad, waren zeer degelijk, en twee van hen waren zelfs zo goed dat ze nog een paar centimeters boven Jerko uitstaken.  Dat waren Glen en, op gelijke hoogte, Yves Van Borm toen ik bij Knokke speelde. Dat ze ‘de beste’ waren, betekent lang niet dat ik met hen het minst in botsing ben gekomen, zelfs niet dat ik nu met hen het liefst zou tafelen. Een en ander kan complex zijn, hoor.  Dennis van Wijk, bijvoorbeeld, kent geen greintje medelijden op het voetbalveld, maar hij is een crème van een mens erbuiten.

We gaan even weg van Cercle.  Nog voor Van Borm heb jij dat trouwens al gedaan.  Je trok halfweg 2011 naar Oud-Heverlee Leuven, kwam na anderhalf jaar terug naar het Groen-Zwarte Olympia, je werd begin 2015 door Cercle eventjes uitgeleend aan Izegem, knokte twee jaar bij F.C. Knokke en nu ben je aan je laatste matchen bij Sporting Blankenberge toe.  

Bij OHL voelde ik me goed thuis, maar toch was ik blij dat Cercle me weer met open armen ontving.  Ook van de supporters voelde ik hun ‘welkom’ aan - en supporters zijn écht ‘de twaalfde man’: niet elke speler voelt het even intens aan, maar de meesten geeft het een kick van vertrouwen als de supporters positief op hun spel reageren. Al te veel supporters denken dat ze betalen om je te zien winnen, maar, neen, ze staan van hun centen af om je zo goed te zien spelen als het je mogelijk is!  Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken. 

U denkt, lezer, ik kom aan de slotbeschouwing van het interview, en dàt waarmee iedere Cerclesupporter Fré omkranst, is niet eens ter sprake gekomen.  17 december 2006, juist voor de winterstop, Cercle-Club, 63ste minuut: Fré keilt de bal tussen de blauw-zwarte doelpalen.  Het blijft 1-0 tot de scheidsrechter affluit.  Wat een vreugde, wat een euforie!  Eén seconde van uniek succes, en Fré is en blijft levenslang wereldberoemd in heel Brugge!  “Ja, zeker, daarover spreken velen me nog dikwijls aan.”  Op mijn slotvraag of het blijde nieuws dat ik vanmorgen in het Nieuwsblad gelezen heb, klopt, bevestigt Fré dat het, alles in acht genomen, onwaarschijnlijk goed evolueert met Alexander, zijn broer die nog geen maand geleden het slachtoffer werd van een zwaar verkeersongeval.  Een flits, ook hier, maar een gevolg dat écht ingrijpt in het leven.  Voor Alexander, vanzelfsprekend.  Voor Fré ook?  “Ik had voordien al besloten te stoppen met voetballen.  Zoveel tijd eist mijn werk van mij op, dat ik er te allen koste genoeg moet vrij maken voor mijn vrouw, mijn twee dochtertjes en heel mijn familie.  Alexanders accident bevestigt wat ik me al goed bewust was: tijd dient ertoe om die zo interessant mogelijk door te brengen.”

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Onze (bijna) "Nestor" - Benjamin Delacourt

Met Benjamin Delacourt trok Groen-Zwart ervaring aan bij de over het algemeen toch wel jonge nieuwe Cercle-ploeg.  De naam Benjamin komt uit de Bijbel.  Benjamin was de jongste zoon van de 12  kinderen van aartsvader Jakob (en zijn vrouw Rachel).  Met de uitdrukking “de benjamin” denken nog weinig mensen aan de Bijbel, maar wel aan het begrip “de jongste”.  Bij stamnummer 12 is Benjamin niet de jongste maar, op Brian Vandenbussche na, de oudste.
Een kennismaking met onze centraal verdediger.

Stel je jeugdjaren even voor.

Ik ben op 10 september 1985 geboren in Croix, Noord Frankrijk.  Binnenkort staat mijn teller dus op 32.  Op mijn vijf jaar trapte ik mijn eerste balletjes bij het lokaal ploegje, maar snel ging het naar het grote Lille.  Daar doorliep ik de jeugdrangen tot de U16.  Lille beschikt over een fantastisch opleidingscentrum, wat mijn kwaliteiten vormde. Daarna stak ik de grens over naar België richting Moeskroen  Daar tekende ik ook mijn eerste contract.  Aanvankelijk een “contract beloften” en nadien een profcontract.  Ik speelde met de Beloften, trainde met de A-kern en speelde ook een wedstrijd met de fanions.

Na een zestal jaar “Hurlus” trok je terug richting Frankrijk?

Inderdaad.  Van 2006 tot 2011 speelde ik voor ES Wasquehal ( D4, CFA en CFA2).  Ik speelde er quasi alle wedstrijden en was ook twee seizoenen kapitein.  Eén exploot van Wasquehal was toen we in 2011 tot de 1/16 finale van de “Coup de France” konden doorstoten.

De liefde met Moeskroen was nog niet over, want in 2011 stond je opnieuw op “Le Canonnier”?

Ditmaal bij het “nieuwe” Moeskroen, RMP.  Ik verbleef er vier seizoenen, waarvan drie in tweede afdeling en één in eerste.  Ik speelde er zowat een honderdtwintig wedstrijden.  Dat ik er als verdediger ook heel wat doelpunten maakte?  Ik ben sterk in de lucht en trof zowat een dozijn keer raak. Het is niet de nationaliteit maar de kwaliteit van de spelers op het terrein die van tel is

Je bleef in België en verkaste naar Deinze.  Daar kwam je ook een oude bekende tegen en enkele andere Cercle-oudgedienden?

Dennis van Wijk was er trainer, maar zijn assistent was Geoffrey Claeys met wie ik nog samen speelde bij Moeskroen.  Na het vertrek van van Wijk werd Geoffrey hoofdcoach.  Dat was wel een speciale relatie natuurlijk, een voormalig collega-speler die je hoofdtrainer wordt.  Maar dat verliep zeer goed.  Nadien kwam Regi Van Acker overnemen.  

Ik speelde ook naast een andere Cercle-bekende, Hans Cornelis.  Ik heb het wel niet met hem over Cercle kunnen hebben want tijdens het seizoen was er nog geen sprake van dat ik naar hier zou komen.  Dit gebeurde, tijdens de vakantie, compleet onverwacht.

Hoe dan?

Na afloop van de vorige competitie bij Deinze vertrok ik op vakantie.  Ik kreeg een telefoontje van François Vitali (nvdr: onze nieuwe sportief directeur) om mijn situatie bij Deinze te schetsen.  Ik vertelde hem dat ik nog een jaar onder contract lag.  Vanzelfsprekend had ik interesse in het nieuwe project van Cercle, maar gezien mijn lopende contract lag dit niet in mijn handen.

Ik belde naar coach Regi Van Acker.  Hij was bereid mij te laten gaan gezien de mooie kans - en het mooie Cercle-project - die ik kreeg op mijn leeftijd.  Hij gaf mij “groen licht”.  De voorzitter van Deinze zag dit echter anders en wou mij aan mijn contract houden.  Er is onderhandeld tussen de twee besturen die uiteindelijk tot een overeenkomst kwamen.  Zo tekende ik hier voor een jaar.

Laten we nog even bij Deinze blijven.  Het was een bizar verhaal wat zich vorig seizoen afspeelde, niet?

Eigenlijk begon het reeds het jaar voordien.  Door de op til zijnde competitiehervorming diende de ploeg bij de eerste acht te eindigen.  Het bestuur stelde een heel competitieve ploeg samen, maar op het eind waren we er net niet bij.  Het vorige seizoen startte dus in de nieuwe 1e amateur liga.  Alles verliep lekker en we concurreerden met Beerschot toen we plots, na enkele maanden competitie, door een klacht van Seraing, tientallen punten afgetrokken werden (nvdr: dit kwam door het al dan niet reglementair opstellen van een speler – het ganse verhaal weergeven is te uitgebreid).  Je kunt je voorstellen dat dit mentaal enorm zwaar was voor de spelers en de ploeg.  Uiteindelijk haalde de voorzitter en de advocaten toch het gelijk naar Deinze.  In plaats van de top dreigde immers de degradatie door een administratieve aangelegenheid.  Zonder dit feit haalden we ongetwijfeld een beter eindresultaat.

Hier bij Cercle zit je tussen tal van landgenoten?

Ik kende dit ook reeds bij Moeskroen toen Lille ze overgenomen had.  Het is echter niet de nationaliteit maar de kwaliteit van de spelers op het terrein die van tel is.  Of het nu Fransen, Argentijnen, Spanjaarden of wat dan ook zijn, dat is niet van tel.  We hebben een goede ploeg.

We gaan er het maximum aan doen om dit jaar de promotie te realiseren. De kern is tamelijk uitgebreid.  Er is een grote concurrentie. Zo maak je vooruitgang als speler en als ploeg.  Het project van Cercle is ambitieus en daarvoor moet je ook ambitieuze spelers hebben.  De concurrentie zal de groep goed doen.

Benjamin staat als begrip voor “de jongste”, maar je bent hier meer “de Nestor”?  (nvdr: spreekwoordelijk “de oudste en eerbiedwaardigste persoon in een vereniging of gezelschap” – afkomstig uit de Griekse mythologie)

Dat is een van de redenen waarom de technisch directeur mij hier wou.  Met de ervaring die ik opdeed bij Moeskroen in het project Lille-Mouscron, weet hij dat hij op mij kan rekenen om de jongeren hier te ondersteunen.  Het omkaderen van de jongeren is een van mijn doelstellingen.  Anderzijds ben ik hier natuurlijk vooral om te spelen.  Dat ik actueel 2e kapitein ben?  Op dit ogenblik kiest de coach daarvoor.  Het is een rol die me ligt.  De jongeren omkaderen, er naar schreeuwen als het nodig is en “copain” zijn in de andere gevallen.  Er moeten enkele dergelijke spelers zijn in een ploeg.

Wat niet onbelangrijk is, je bent voetbal-Belg?

Ja, ik word beschouwd als voetbal-Belg op het scheidsrechtersblad.  Ik genoot een deel van mijn jeugdopleiding bij Moeskroen en finaliseerde het ook daar.  Vandaar. 

In je periode bij Deinze stelde je in een interview dat je doel was om ooit nog eens terug in 1A te spelen, een competitie waar je bij Moeskroen van proefde.

Vanzelfsprekend! Als je er eenmaal van proefde wil je meer.  Op mijn leeftijd kan dit Groen-Zwarte project me naar de Jupiler League leiden.  We gaan er het maximum aan doen om het dit jaar te realiseren.

En familiaal?

Ik ben gehuwd en heb twee kinderen.  Een jongen en een meisje.  “Le choix du roi” (1).  Ik woon in Frankrijk, in Hem, vlakbij Roubaix en op een boogscheut van de Belgische grens.

((1) Nu we toch geschiedkundig bezig zijn in dit artikel: dit begrip stamt uit de middeleeuwen toen vorsten en aristocraten een zoon wensten om hun naam verder te zetten en hun bezittingen te behouden en daarnaast een meisje om uit te huwelijken in een andere belangrijke familie om zo de macht te kunnen uitbreiden.) 

Stout slotvraagje.  Ik las ooit ergens dat uw favoriete Franse ploeg Bordeaux is.  Mag je dit hier wel uitspreken?

(lacht) Ik heb steeds van die ploeg gehouden.  De generatie van Lizarazu, Zidane, Dugarry, … de tijd van het grote Bordeaux.  Het is gebleven (met een verontschuldigende glimlach).

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Retro - Kristof Snelders geïnterviewd

Kristof Snelders
 

Voetbalgenen…    


 

Grootvader René wist dat hij net iets te kort kwam om het als voetballer ver te schoppen, maar al was het niet meer dan één jaar, toch draafde hij bij ‘den Antwerp’ het veld op in ’s lands hoogste afdeling.  Vader Eddy ging bij dezelfde rood-witten in Eerste Nationale van start, en bij zes verschillende ploegen totaliseerde hij, asjeblief, 594 matchen!  Eén keer trok hij de trui van de Rode Duivels aan, en later  werd hij nog hulptrainer van ons nationaal team .  Kristof kende veel voetbalvreugde.  Hij speelde slechts twee jaar bij Cercle, maar bij geen enkele andere Vereniging straalde hem zoveel warmte van medespelers en supporters tegen als bij Groen-Zwart.  En of zoontje Charle het ziet zitten bij de U-9 van overgrootvaders Great Old?  Natuurlijk!

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Bart Bogaert, de Supporters Liaison Officer

SHOT sprak met …
 

Bart Bogaert
 

Supporters Liaison Officer


De wat ??? zult u zich afvragen.  Vandaar dat SHOT-online even op de kar springt om wat duiding te geven.
Eén van de verplichtingen om een UEFA-licentie te bekomen is het aanstellen van een (of meerdere) Supporters Liason Officer(s) (SLO).  D.w.z. dat alle ploegen uit 1A en 1B met enige ambitie een dergelijke functie dienen te creëren.  De Pro-League startte met het project in 2016, maar er is nog heel wat werk aan de winkel, o.a. om dit in een wettelijk kader te gieten.
SHOT vroeg tekst en uitleg aan de eerste Groen-Zwarte SLO.

 

Bart, hoe kwam men bij jou terecht?

Ik sta mijn moeder sowieso bij in de persruimte, ze leidt ook de busverplaatsingen, men kent me en zo kwam (hoofdsteward, nvdr) Stefaan met de vraag of ik deze functie wou vervullen.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
The Irish Cercle Fans

Bij de laatste wedstrijd in de reguliere competitie, Cercle-Westerlo, waren weer enkele van onze Ierse vrienden op bezoek.  

Herinneren we er aan dat Ger Staunton, befaamd Iers comedian en voortrekker van de Irish Cerclefans, tijdens zijn Europese tournee in Brugge zal optreden op dinsdag 20 maart. 

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
BBQ Cercle lééft, Loppem

Op zaterdag 26 april organiseerde de supportersvereniging uit Loppem als naar traditie de “eerste BBQ van het jaar”. Net als vorig jaar vond deze plaats aan de tennisvelden van TC Loppem.

Ook het Loppemse bestuur ondervond dat het supportersverenigingsleven wat afkalft.  De opkomst was beduidend lager dan gewoonlijk. Lokale voorzitter Chris Van Hulle had het er ook over in zijn toespraak. Aan stoppen denken ze niet in Loppem. Aan een gewijzigde formule des te meer.

De BBQ was weerom lekker, kon ook vzw-voorzitter Piet D’Hooghe, die ook een toepspraak ten beste gaf, en echtgenote, getuigen.  Ook vzw-beheerraadslid Maria Blontrock was vanzelfsprekend present alsook Anita als voorzitter van de supportersfederatie.  Misschien een “pluimpje” ook voor Karel De Muelenaere, die met het openbaar vervoer vanuit Diksmuide kwam afgezakt naar Loppem.

In Loppem kennen ze iets van “surprises” om te entertainen. Tombola, vogelpik, bingo, enz… passeerden reeds de revue de voorbije jaren en dit in tal van versies. Ook dit jaar was dit niet anders. Bovendien was het, uit dank voor de aanwezigen, gratis. Ze genoten van een aangename avond en iedereen ging met een leuke prijs naar huis.

(Georges Debacker)
 

Lees meer