koop tickets online

Laatste koploper van heerlijke reeks? Frederik Boi

Frederik Boi weet wat waardering verdient, en wat niet.  Van statistieken houdt hij niet.  Zozeer is hij ervan doordrongen dat voetbal een teamgebeuren is dat hij lijsten van top-schutters en meeste assists eerder als een bekoring tot individualisme beschouwt dan als een uitdrukking van verdienste.  Al staat hijzelf er niet bij stil, zijn naam prijkt bovenaan een heerlijke, statistische weergave. Vragen we ons af welke Cerclespeler voorlopig de laatste is die meer dan driehonderd keren in een officiële match de Groen-Zwarte kleuren verdedigde, dan is ‘Fré’ het antwoord. Met 325 wedstrijden nam hij die koppositie in na zijn laatste Cerclematch in april 2014.  Daarmee verdrong hij na bijna drie jaar Denis Viane van die plaats, die op niet minder dan 383 beurten kan bogen.  En wie zal Fré opvolgen?  Bij het zo veranderde voetballandschap, is de kans op een opvolger wel flinterdun.

Fré, het vorige retro-interview vond plaats in Stekene ten huize van Anthony Portier, nu zitten we hier in jouw huis in Sint-Andries, rechtover de Olympiaterreinen.  Jij en Anthony komen om dezelfde reden aan de beurt: je beëindigt een lange, in hoge mate Zwart-Groen gekleurde, voetbalcarrière.   Anthony houdt ermee op wegens knieletsels, tijdwinst voor zijn gezin en omdat het plezier aan het spel er niet meer is.  En jij, waarom?

Aan meer tijd voor mijn gezin en familiale aangelegenheden hecht ook ik veel belang,  maar bovendien is  de combinatie van mijn werk en competitief voetballen niet meer mogelijk.  Ik droomde er al van voetballer te worden toen ik nog niet eens op de lagere school zat, maar nog voor ik naar het middelbaar ging intrigeerde mij ook alles wat met informatica te maken had.  Sinds een half jaar werk ik nu bij Epson, een Japans bedrijf met wereldwijd 70.000 werknemers, dat printers, scanners en projectoren produceert.  Zozeer een droomjob is dat voor mij, dat ik er de tijdrovende verplaatsing graag bijneem.  Elke werkdag trotseer ik met mijn auto de afstand tussen thuis en Diegem, in de buurt van de Nationale Luchthaven.  Dat komt gemiddeld neer op tweemaal honderd minuten. Per trein zou het even lang duren, en geregeld neem ik zware pakken materiaal mee.

Je hebt ettelijke paren voetbalschoenen bij de Cerclejeugd versleten.  Wat is je uit je prilste Cerclejaren vooral bijgebleven?

Ik kwam als vanzelf als vijf- of zesjarige in het spoor van mijn neef en broers in Cercles Voetbalschool terecht.  De Groen-Zwarte jeugdopleiding stond hoog aangeschreven, het niveau moest zeker niet onderdoen voor dat van ‘de buren’.  Ik was tenger en klein zodat ik  fysisch iets achter was op mijn leeftijdgenoten, maar mijn trainers zagen wel kwaliteiten in mij.  Cercle had toen niet alleen nationale maar ook provinciale jeugdploegen, en meer dan mijn medespelertjes ging ik over van het ene naar het andere niveau.  Ik kon hemelhoog juichen als ik naar ‘nationale’ overgeheveld werd, maar ook bij ‘provinciale’ was het heerlijk voetballen en met veel inzet.  Onder meer met Jan Masureel, Stijn Willems, Bram Vandenbussche en Pieter Doom heb ik goeie vrienden uit ‘provinciale’ overgehouden.  

Je startte als negentienjarige bij de Eerste Ploeg in december 2000.  Herinner je nog die eerste match?  Misschien weet je nog wat jij bij je selectie het meest was: verwonderd, blij, zenuwachtig of zelfzeker? 

Blij was ik alleszins, maar niet verwonderd.  Het moest ervan komen.  In tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de trainers, keek Dennis van Wijk niet alleen naar ‘namen’, maar wie goed presteerde op training, kreeg vroeg of laat de kans om zich tijdens het weekend te bewijzen.  Zenuwachtig was ik toen niet, dat was ik pas later bij mijn eerste derby in het fanionelftal.  En zelfzeker?  Aan zelfvertrouwen ontbrak het me niet.  En, ja, het verloop van die eerste match zie ik nog voor ogen.  We verloren thuis met 1-2 tegen Maasmechelen, dat nochtans niet hoog gequoteerd stond.  Na de match was van Wijk in alle staten…  Hoe ik het er zelf van afgebracht had?  Bij mijn eerste duel kreeg ik een klop op mijn hoofd, en kinesist Geert Leys mocht het veld op om mij te verzorgen.  “Zo gaat dat bij de grote jongens,” zei hij.   En ik moest niet lang wachten op bevestiging daarvan, slechts tot mijn tweede match… 

In het ‘Cerclemuseum’ tref ik iets aan dat me bijzonder merkwaardig lijkt.   In je debuutjaar speelde je 6 competitiewedstrijden, het jaar erop 3, en 7 tijdens het daarop volgende seizoen, Cercles kampioenenjaar 2002-‘3.  Met Cercle in Eerste was je er meteen 28 keren bij en vervolgens was je nog zeven seizoenen na elkaar een vaste waarde met minstens 25 beurten.  Een trainer is een machtig man, maar aan zijn voorkeur kon het niet gelegen zijn want zowel juist na als juist voor de promotie had Jerko Tipuric het roer in handen. Blijkbaar was jij niet goed genoeg voor Tweede, maar onmisbaar in Eerste?

In het kampioenenjaar begon ik heel goed, werd zelfs in een krantenartikel als de revelatie van het seizoenbegin bestempeld.  Tegen Geel speelde ik voor de eerste keer in het midden, voordien rechtsbuiten, en na de match zei Jerko mij: “Jij gaat nooit meer weg uit het midden.”  Nog voor die term bestond, draafde ik toen het veld af als ‘box-to-box speler’, en  dankzij mijn goeie conditie had ik daar geen moeite mee.  Na enkele matchen, helaas, werd ik in Heusden-Zolder zwaar getackeld, recht op mijn knieën.  Mijn mediale band was zo goed als door, en de revalidatie duurde verschrikkelijk lang, voor een stuk doordat ik te vroeg weer op het veld wilde staan.  ‘k Heb alleen nog één match gespeeld op het einde van het seizoen, op Maasmechelen.  

"Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen".

Och, blessure, aan die meest voor de hand liggende verklaring had ik niet eens gedacht!  Na één jaar Eerste deed zich een grote verrassing voor: Tipuric was erin geslaagd Cercle in de topklasse te behouden, maar Harm van Veldhoven nam zijn plaats in.

Die trainerswissel vernamen wij al in Westerlo, juist voor de laatste wedstrijd van het seizoen.  Het zat verschillende spelers zo hoog dat ze, vooral onder impuls van Vital Borkelmans, dreigden de match niet te spelen.  “Wij spelen niet,” zei Vital.  “Je speelt wel,” zei Jerko.  En … we keerden naar Brugge terug met een 1-1 gelijkspel. Ja, dat we  in Eerste bleven met de kern die we toen hadden, was een half mirakel.  Jerko door Harm vervangen konden we nauwelijks begrijpen, ook omdat Cercle toen het kleinste budget van heel de reeks had.  En, terloops, ik beëindig straks mijn voetbalcarrière bij het pas naar Eerste Provinciale gepromoveerde Sporting Blankenberge.  Wie is er de trainer?  Jerko.  Staan we op een degradatieplaats?  Neen, je vindt ons zelfs in de eerste helft van de rangschikking.

Jerko blijft?  Neen.  Maar toch is het niet helemaal hetzelfde als bij Cercle halfweg 2004.  Dat men bij een degelijk spelend voetbalteam na zes jaar hoe dan ook graag eens nieuwe wind laat waaien is minder verwonderlijk dan na twee jaar, zoals toen.   Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen’.

Tijdens Cercles gloriejaar, het eerste onder Glen De Boeck, trok jij voor niet minder dan 33 competitiematchen het Groen-Zwarte shirt aan.  Volgens Anthony Portier waren Cercles knalprestaties wel degelijk eerst en vooral aan Glen te danken.  Deel je zijn mening?

Heel zeker.  Vooreerst beschikte Glen over een stel fantastische spelers, maar daarnaast was zijn aanpak  zoals voetbal hoort te zijn: zo eenvoudig, zo simpel als het maar kan.  Dat komt erop neer dat iedere speler heel duidelijk moet weten wat hem als pion van een team op het voetbalschaakbord te doen staat.  En we wisten het! “Jij dit, jij dat, jij dit, jij dat …”  Voetbal is een loopsport, je moet voortdurend bewegen en je moet erop kunnen betrouwen: “Recupereer ik de bal, dan staat daar een medespeler die ik kan aanspelen.” Elke week opnieuw prentte Glen het ons in, steeds weer hetzelfde, zo ongecompliceerd mogelijk moest het zijn.  We hadden alleen maar verstandige spelers, maar waren er een paar blinden bij geweest, dan nog hadden die geweten wat hen te doen stond.  Wat ons tijdens Glens eerste jaar genekt heeft, dat is de gescheurde kruisband van Tom De Sutter in februari.

Maar dat Glen de glansprestatie van zijn eerste jaar erna niet heeft kunnen overdoen, heeft hij toch wel aan zichzelf te wijten.  “Wij zijn te voorspelbaar,” vreesde hij, en hij stapte af van zijn voor ons zo hanteerbaar systeem.  Ik kan het niet genoeg beklemtonen: “In voetbal is simpel spelen het beste, maar het moeilijkste dat er is.”  Weet je welke speler ik het meest bewonderde omdat hij alles zo eenvoudig mogelijk aanpakte? Dat was Oleg Iachtchouk.  Zijn balcontrole was altijd goed.  Zoals alles bij hem, leek zijn meesterschap over de bal en zijn voortgang in het spel vanzelfsprekend. Kreeg jij echter zo’n bal toegespeeld, dan lag die plots een halve meter weg van je voet.  Een eenvoudige, een intelligente, ook een leuke voetballer was Oleg. 

Dankten jullie je sterkte ook niet aan het feit dat Glen tot het uiterste ging  om de fysische conditie op te drijven? 

Ja, Glen was veeleisend, zeker ook qua fysische paraatheid.  ‘k Zie ons nog een uur aan een stuk ‘volle bak’ lopen in Tillegem.  En ook vele baloefeningen bleven duren tot onze tong op het gras lag…  Ik mag echter gerust beweren dat ik een van de spelers was die daar het minst last van had.  Ik heb het perfecte voetballichaam niet, maar wel een fysisch gestel dat geschikt is voor duursporten.  Wat ik als voetballer het meest mis, dat is kracht, en dat heb ik altijd weten te compenseren door ‘adem’ en snelheid.   ‘k Bezit beelden waarop ik tachtig meter loop langs de zijkant van het veld, de bal rond het penaltypunt van de tegenstander stil leg, binnenschiet, en rustig dooradem alsof ik twee stappen had gezet.

"Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken". 

Niet alleen over Glen De Boeck als trainer kun je meespreken, je hebt er in Cercles fanionelftal, asjeblief,  zeven meegemaakt: Dennis van Wijk, Jerko Tipuric, Harm van Veldhoven, Glen, Bob Peeters, Foeke Booy en Lorenzo Staelens.  Twee vragen liggen voor de hand: wie vond jij de beste, en zou je nu met elk van hen even graag aan tafel gaan zitten?

De meeste trainers die ik heb gehad, waren zeer degelijk, en twee van hen waren zelfs zo goed dat ze nog een paar centimeters boven Jerko uitstaken.  Dat waren Glen en, op gelijke hoogte, Yves Van Borm toen ik bij Knokke speelde. Dat ze ‘de beste’ waren, betekent lang niet dat ik met hen het minst in botsing ben gekomen, zelfs niet dat ik nu met hen het liefst zou tafelen. Een en ander kan complex zijn, hoor.  Dennis van Wijk, bijvoorbeeld, kent geen greintje medelijden op het voetbalveld, maar hij is een crème van een mens erbuiten.

We gaan even weg van Cercle.  Nog voor Van Borm heb jij dat trouwens al gedaan.  Je trok halfweg 2011 naar Oud-Heverlee Leuven, kwam na anderhalf jaar terug naar het Groen-Zwarte Olympia, je werd begin 2015 door Cercle eventjes uitgeleend aan Izegem, knokte twee jaar bij F.C. Knokke en nu ben je aan je laatste matchen bij Sporting Blankenberge toe.  

Bij OHL voelde ik me goed thuis, maar toch was ik blij dat Cercle me weer met open armen ontving.  Ook van de supporters voelde ik hun ‘welkom’ aan - en supporters zijn écht ‘de twaalfde man’: niet elke speler voelt het even intens aan, maar de meesten geeft het een kick van vertrouwen als de supporters positief op hun spel reageren. Al te veel supporters denken dat ze betalen om je te zien winnen, maar, neen, ze staan van hun centen af om je zo goed te zien spelen als het je mogelijk is!  Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken. 

U denkt, lezer, ik kom aan de slotbeschouwing van het interview, en dàt waarmee iedere Cerclesupporter Fré omkranst, is niet eens ter sprake gekomen.  17 december 2006, juist voor de winterstop, Cercle-Club, 63ste minuut: Fré keilt de bal tussen de blauw-zwarte doelpalen.  Het blijft 1-0 tot de scheidsrechter affluit.  Wat een vreugde, wat een euforie!  Eén seconde van uniek succes, en Fré is en blijft levenslang wereldberoemd in heel Brugge!  “Ja, zeker, daarover spreken velen me nog dikwijls aan.”  Op mijn slotvraag of het blijde nieuws dat ik vanmorgen in het Nieuwsblad gelezen heb, klopt, bevestigt Fré dat het, alles in acht genomen, onwaarschijnlijk goed evolueert met Alexander, zijn broer die nog geen maand geleden het slachtoffer werd van een zwaar verkeersongeval.  Een flits, ook hier, maar een gevolg dat écht ingrijpt in het leven.  Voor Alexander, vanzelfsprekend.  Voor Fré ook?  “Ik had voordien al besloten te stoppen met voetballen.  Zoveel tijd eist mijn werk van mij op, dat ik er te allen koste genoeg moet vrij maken voor mijn vrouw, mijn twee dochtertjes en heel mijn familie.  Alexanders accident bevestigt wat ik me al goed bewust was: tijd dient ertoe om die zo interessant mogelijk door te brengen.”

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Met Cercle doen wat Antwerpen vorig jaar deed - Johanna Omolo

Tussen de twee thuiswedstrijden tegen Lierse en Roeselare door had ik een afspraak gemaakt met Johanna Omolo.  Onze Keniaanse middenvelder – woonachtig te Oostkamp, de thuisgemeente van onze hoofdredacteur - ontpopte zich tot een aangename gesprekspartner.  Veel lachende gezichten trouwens aan de groenzwarte kant van het Jan Breydelstadion.  Dat kan natuurlijk moeilijk anders met een knappe vijftien op vijftien op het rapport en een voorlopige eerste plaats in de tweede periode.  Ik sprak met Johanna over zijn al rijk gevulde carrière, het huidige seizoen en zijn foundation.  

Johanna, je bent geboren in Nairobi (Kenia).  Dat land kennen we vooral van duursporten.  Denken we maar aan de lange afstandslopers.  Ook wielrenner Chris Froome groeide er op.  Jij koos voor voetbal.  

Inderdaad, het lijkt geen evidente keuze.  Maar in onze gemeenschap werd er onderling al snel gevoetbald.  Voor de lol uiteraard en om ons bezig te houden.  Het klopt inderdaad dat veel van mijn landgenoten bekend zijn van de atletiek en de langere afstand.  Maar ik werd verliefd op de bal en besloot volop te gaan voor een voetbalcarrière.  

Je voetbalgeschiedenis begon dus bij een lokaal team in Kenia, maar al snel kwam je in België terecht.  

Dat klopt.  Vanaf 2006 begon mijn ‘actieve’ voetbalcarrière.  Na enkele seizoenen kwam ik in contact met een manager en hij had op zijn beurt contacten bij het Belgische Visé.   Dat was in het seizoen 2008-2009.  Visé speelde toen in de tweede voetbalklasse.  Ik kreeg er onmiddellijk mijn kans en bleef er één seizoen.  Voor mij was de overgang naar het buitenland een zeer grote stap in het onbekende.  Maar als je het in het voetbal wilt maken, moet je wel naar Europa.  Ik was 20 en vond in Visé de ideale ploeg om mijn carrière te lanceren.  

Na dat seizoen Visé kwam er een tussenstop van twee seizoenen in Luxemburg vooraleer je weer in België terecht kwam?  

Inderdaad.  Mijn prestaties werden opgemerkt door Fola Esch.  Dat is een Luxemburgse club met een rijke geschiedenis.  Sinds kort traden ze opnieuw aan in de hoogste Luxemburgse voetbalklasse de zogenaamde Nationaldivisioun.   Ik bleef er inderdaad twee seizoenen en speelde er zeer vaak in de basis.  Ik kon ook een aantal keer scoren, iets wat ik trouwens bij Visé ook al deed.  Na die twee jaar in Luxemburg was er opnieuw interesse van enkele Belgische clubs.  Beerschot AC was toen het meest concreet en ik trok voor drie jaar richting Antwerpen.   Het eerste seizoen verliep voor mij persoonlijk niet zo goed.  Ik kon maar een handvol selecties maken en viel soms naast de ploeg.  Dat was moeilijk.  Het seizoen erop werd er naar een oplossing gezocht en kon ik uitgeleend worden aan Lommel.  Die uitleenbeurt verliep goed, want ik werd definitief overgenomen het seizoen erna.  

Toch keerde je daarna opnieuw terug naar Antwerpen.  In het seizoen 2014-2015 ging je aan de slag bij FC Antwerp.  Je bleef er drie seizoenen en hielp vorig jaar mee de promotie afdwingen. 

Vorig seizoen slaagden we er inderdaad in om te promoveren.  Als spelersgroep was dit een fantastische ervaring.  Maar vooral voor de supporters was dit een onvergetelijk moment en een onvergetelijk seizoen.  Ik ben blij dat ik daartoe mijn steentje heb kunnen bijdragen.  De periode in tweede klasse duurde namelijk al dertien jaar.  Dit seizoen lijkt trouwens een beetje op het seizoen van Antwerp toen.  Een mindere eerste periode, maar een tweede periode die veel beter liep.  Laat ons hopen dat we met Cercle hetzelfde parcours kunnen afwerken.  We zullen er als spelers in elk geval alles aan doen.  

Waarom koos je in het vorige tussenseizoen voor Cercle Brugge?  

Er kwamen veel nieuwe mensen op Antwerp en ik voelde er niet genoeg vertrouwen.  Ze besloten om me te laten gaan bij een goed bod.  Dat goede bod kwam van Cercle en ik zette met plezier de stap naar het mooie Brugge.  Ik woon in de buurt, in Oostkamp.  

Je speelde dit seizoen reeds veel wedstrijden, wat is je favoriete positie op het veld?  Enkele wedstrijden geleden was je ook beslissend in de wedstrijd tegen OHL.  

Ik ben een middenvelder die graag de nodige vrijheid heeft en af en toe wil meeschuiven om voorin gevaarlijk te zijn.   Maar ik schik me ook in elke mogelijke andere rol.  Tijdens de wedstrijd die je vermeldt, viel ik in onder moeilijke omstandigheden.  We waren toen net met tien gevallen toen de trainer besliste om mij in te brengen.  Er werd een fout op mij gemaakt in de zestien en Irvin (Cardona) kon de elfmeter benutten.  Misschien een lichte penalty, maar hij werd gefloten.  

Je bent ook bezig met andere zaken.  Zo is er een foundation die jouw naam draagt?  

Dat klopt.  We willen met enkele mensen de situatie van jongeren in Dandora verbeteren.  Het is de gemeenschap waar ik vandaan kom.  Vandaag de dag zijn er daar nog veel problemen en we proberen die problemen zo goed mogelijk op te lossen.  Het is onze bedoeling om de kinderen daar een betere toekomst te bezorgen.  Dit doen we door zowel in te zetten op onderwijs als op het voetbal.  

Alvast een mooi iniatief!  Wie nog meer informatie wil over het project van Johanna kan terecht op https://johannaomolofoundation.org/ Vrijblijvende stortingen kunnen op BE02 7370 4816 9940.  Voorts hopen we vurig dat Johanna kan doen wat hij vorig jaar deed en dat is de promotie afdwingen, ditmaal met Cercle! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen (deel 208)

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 208)
(periode van 27-08-1960 -> 03-09-1960)

  • Cercle

In de vorige bijdrage kondigden we de oefenwedstrijd van de groen-zwarten tegen Beerschot AC aan.  De Cerclejongens wisten dat het sowieso een zware dobber zou worden maar hadden toch op een meer dan eervol resultaat gehoopt…

Cercle Brugge – Beerschot A.C. 0-5 – Eerste goede prestatie niet bevestigd !” : “De talrijke Brugse voetballiefhebbers die zaterdagavond op het Edgard De Smedtstadion waren om Cercle voor het eerst dit seizoen aan het werk te zien tegen Beerschot, zijn als één man ten zeerste ontgoocheld huiswaarts gekeerd.  Niet dat deze oefenwedstrijd op zichzelf zo minderwaardig was, maar hetgeen de groen-zwarten ten beste (?) gaven was zo onnoemelijk zwak en peuterig, dat zelfs de grootste optimisten er hun vertrouwen bij inschoten.  De uitslagen en prestaties der twee vorige oefenmatchen hadden immers de Cercle-aanhangers een hart onder de riem gestoken en de hoop doen heropleven dat het dit jaar eindelijk naar wens zou gaan. Deze illuzie was echter van heel korte duur, want men heeft kunnen vaststellen dat er nog niets veranderd noch verbeterd is bij vorig seizoen.  Natuurlijk is het nog maar een begin en bleek Beerschot andermaal een te sterke tegenstrever, maar toch is het van nu al reeds duidelijk dat de vooruitzichten allesbehalve rooskleurig zijn indien het roer niet kordaat gewend wordt.”

Technische krabbels…

-opkomst: +/- 2.500 toeschouwers.
terrein: uitstekend.
leiding: ref. Debleeckere, bevredigend.
fair-play: niets aan te merken.
doelpunten: 12’ Van Acker 0-1, 29’ Weyn 0-2, 30’ Drieskens 0-3, 65’ Drieskens (penalty)
  0-4, 69’ Van Acker 0-5.
Cercle: Mortier, Roje (Gaal), Serru, Perot, Wittewrongel, Demey, W. Lambert
  (Notteboom), Buyse, Bailliu, Michiels, Locskai (Desmaele).
Beerschot A.C.: Smolders, Wouters, Schroyens, Vanhemelryck, Raskin, Huysmans, Van
  Hoetayen (Zaman), Van Acker, Weyn, Drieskens, De Borger.
 

Het was overduidelijk dat de groen-zwarten nog flink wat schaafwerk voor de boeg hadden om een ploeg klaar te stomen die een gooi kon doen naar de promotie in Tweede Klasse.  Gezien men steevast beweert dat oefening kunst baart, besloot Cercle om, vooraleer de officiële competitie van start ging, nog een zware oefenwedstrijd in te lassen. Tegenstander van dienst was niemand minder dan Lierse, de kersvers kampioen Eerste Klasse :

Morgen zondag te 16 uur : Cercle – Liersche” : “Morgen zondag komt Cercle te 16 uur op eigen veld uit tegen niemand minder dan de kampioen van 1eklasse Liersche SK.  Voor de groen-zwarten betekent dit andermaal een zware opgave en zij zullen beslist veel beter moeten spelen dan tegen Beerschot, willen ze een eervol resultaat bewerken.  Cercle zal het echter op prijs stellen zich in de ogen van haar aanhangers enigszins te rehabiliteren zodat we ons ditmaal aan een meer overtuigende prestatie verwachten en een spannender en aantrekkelijker vertoon.”

Deze aankondiging maakte het de groen-zwarten alvast meer dan duidelijk, als zij er zelf nog zouden aan getwijfeld hebben, dat al wie Cercle een warm hart toedroeg uit was op een knalprestatie tegen Lierse na de wanprestatie tegen Beerschot…

Cercle Brugge – Liersche S.K. 1-1 – Gunstige kentering bij de groen-zwarten” : “De wedstrijden volgen elkaar, maar gelijken niet steeds op elkaar is een voetbalwaarheid die treffend geïllustreerd werd door de laatste oefenmatchen van Cercle, resp. tegen Beerschot en Liersche. De week tevoren kwamen de Brugse groen-zwarten omzeggens aan geen bal tegen de Sinjoren en werden dan ook na een zeer teleurstellend presteren zwaar verslagen.  Alle omstandigheden in acht genomen maar terecht, spaarden we achteraf onze scherpe kritiek niet en wezen in alle oprechtheid op de talrijke fouten en tekortkomingen die hierbij klaar aan het licht waren gekomen.
Het moet zijn dat de Cerclespelers zelf volkomen bewust waren van hun ontgoochelend en minderwaardig akteren tegen Beerschot, want tegen de landskampioenen uit Lier hebben ze zich verleden zondag niet alleen overtroffen maar tevens een heel wat betere en gavere prestatie ten beste gegeven.  Zeker, alles was bijlange nog niet perfekt en alles liep nog niet helemaal gesmeerd –met als bijzonderste nog te verbeteren punten het tekort aan uitvoersnelheid en diepte– doch er was globaal een verheugende gunstige kentering waar te nemen, die de toekomst reeds heel wat minder duister doet uitzien.  Als men ten minste verder in dezelfde zin bevestigd.
Hier ook moeten we immers in acht nemen dat het een loutere oefenpartij betrof, die weinig vaste maatstaven biedt betreffende de konditie en het rendement van de in lijn komende spelers en ploegen. De verbetering bij Cercle was echter zo opvallend dat we zulks in alle objektiviteit dubbel en dik willen onderlijnen. Zonder dat Liersche reeds “de” ploeg was die kampioenenspel demonstreerde en wel nog terdege in rodage bleek, was de repliek van de lokalen echter van die aard, dat zij ruim gelijke tred hielden met de kampioenen en voluit het besluitend 1-1 gelijkspel verdienden.” 


Technische krabbels…

-opkomst: 2.000 toeschouwers.
terrein: uitstekend.
fair-play: vriendensfeer.
leiding: ref. Casteleyn, goed.
doelpunten: 60’ Bailliu 1-0, 60’ Vermeyen 1-1.
corners: Cercle 7, Liersche 4.
Cercle: Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Locskai, Buyse (De Caluwé), Bailliu,
  Michiels, J. Gerard.
Liersche: M. Baeten, Bogaerts, Thys, A. Baeten, Willems, Van Dessel, Valckenborgh,
  Goossens, Vermeyen, Martens, Van Roosbroeck.

  Stippen we aan dat Liersche deze week met dezelfde opstelling Espagnol Barcelona versloeg
  met 2-1.
 

De tijd van de oefenwedstrijden lag, na het gelijkspel tegen Lierse, achter de rug. Het werd nu hoog tijd voor het serieuze competitiewerk.  De groen-zwarten wilden, na al die jaren van geduld oefenen, eindelijk de beoogde promotie in de wacht slepen maar natuurlijk waren wel meer ploegen op het waardevol promotieticket belust.

“Het Brugsch Handelsblad” wierp alvast een blik op Cercle’s eerste competitiematch van het seizoen 1960-1961, een zeker niet te onderschatten verplaatsing naar F.C. Diest : “Morgen zondag gaat de bal weer officieel aan het rollen : Diest – Cercle” : “De groen-zwarten wacht morgen zondag reeds een kwade verplaatsing naar FC Diest, die met de Bruggelingen nog een eitje te pellen heeft.  Cercle haalde er verleden seizoen immers heel gevleid de beide punten zodat Van Camp en Cie op weerwraak belust zijn.  De Bruggelingen weten dus van meet af waar ze aan toe zijn en zullen dubbel uit hun ogen moeten kijken willen ze niet verrast worden.  Tegen Lierse lieten ze verleden zondag een niet onaardige indruk maar toch zal er nog meer “poer” moeten inzitten om de volle buit binnen te halen. We menen dan ook dat een draw reeds een ruim bevredigend begin zou zijn voor de groen-zwarten.
Moeten we het hier nogmaals betreuren dat de vaste ploegopstelling slechts de vrijdagavond bekend wordt gemaakt en wij deze zodoende niet kunnen mededelen, dan geven we hierna toch de officieuze formatie zoals zij wellicht te Diest in lijn zal komen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Locskai, Buyse, Bailliu, Michiels, Jo Gerard.”

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Carrefour Market doen het met een stickerboek

Naar analogie met de gekende Panini stickerboeken sloegen Cercle en Carrefour Market de handen in elkaar om een mooi album samen te stellen waarin, op enkele uitzonderingen na, alle spelers van de voetbalschool tot de eerste ploeg en de Cercle-leiding in voorkomen.

Op een persconferentie verduidelijkten de regionaal directeur en de PR-verantwoordelijke van Carrefour Market, geflankeerd door de verantwoordelijken van Carrefour Market Scheepsdale en Brugge St.-Andries (de twee winkels waar de stickers kunnen bekomen worden) het opzet.

Carrefour Market wil zijn lokale verankering beklemtonen en doet dit o.a. met het aanbieden van stickerboeken aan de lokale voetbalverenigingen.  

De inhoud en cover zijn samengesteld door de ploeg.  De leden van de vereniging krijgen het album.  Sympathisanten kunnen het voor slechts € 2,00 aankopen in de twee  hierboven vermelde winkels.

Er zijn in totaal 363 stickers, waarbij elke speler als start zijn eigen sticker krijgt.  Het stickerboek vervolledigen kan via aankopen in de twee filialen.  Per schijf van € 25,00 ontvang je een zakje met vier stickers.  Bij aankopen van deelnemende producten  (variabel per week) krijgt de klant extra stickers en mogelijks volgen er nog promo-acties om het boek sneller vol te krijgen.

De actie is gestart op 23 december en loopt tot 18 maart.

Cercles algemeen directeur Eric Deleu dankte de verantwoordelijken van Carrefour Market en stelde dat het in 1B niet steeds evident is om steun te krijgen om dergelijke zaken te realiseren.  Hij loofde tevens het werk van de personen die zich hiervoor hebben ingezet.

Regiodirecteur Bart Demarest, tot zijn 18e zelf jeugdspeler van Cercle, “veertig kilogram eerder” (citaat), vond het  (terecht) een prachtig ontwerp en benadrukte dat dit voor wie er als jeugdspeler in voorkomt, over pakweg twintig jaar, een schitterend souvenir zal zijn.

Er kwam onze redactie ter ore dat er ondertussen reeds een facebookpagina zou bestaan om tot uitwisseling van dubbele prentjes te komen.

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Keepertrainer: Pieter-Jan Sabbe

Cercle beschikt over een uitgebreide technische staf.  Een onontbeerlijk element daarin is de keepertrainer.  Daar waar de assistent-trainers reeds weinig in de spotlights komen, is dit zo mogelijk voor een keepertrainer nog minder het geval.  Pieter-Jan geeft er ook zelf de voorkeur aan om in de luwte te werken.  

“Onbekend is onbemind” luidt het spreekwoord.  Daar willen we met dit artikel wat verandering in brengen.

Je bent 37 en woonachtig in Marke?

Ik verhuisde recent naar Lendelede.  Ik ben afkomstig uit Zwevegem. Mijn hele leven speelde zich af in de regio Kortrijk.  Ik liep er school en sloot me op 15-jarige leeftijd aan bij K.V. Kortrijk.  Ik woonde tien jaar in Marke en sinds deze zomer, samen met mijn echtgenote Ine Veys en kinderen Siebe (7), Marie-Maxine (8) en  Rhune (10), in Lendelede.

Wat onthouden we van je sportieve carrière als speler?

Ik vatte aan bij Zwevegem Sport, een lokale ploeg.  Van mijn vijftiende tot tweeëntwintigste  speelde ik bij K.V. Kortrijk.  De laatste drie jaar behoorde ik tot de A-kern.  Het eerste jaar, in 1e afdeling, was ik 3e doelman, de volgende twee seizoenen 2e doelman.  Als jonge keeper  maakte ik er mooie zaken mee.  ¼ finale Beker van België als 2e doelman, vijf wedstrijden op de bank in eerste afdeling en daarna wedstrijden gespeeld in 2e afdeling.

2002 werd een heel moeilijk jaar met de faling van KV Kortrijk.  Er zou een fusie komen tussen Kortrijk en Wevelgem.  Ik stapte eerst mee in dat fusieverhaal, maar dat sprong uiteindelijk af.  Zo vatte ik aan bij Wevelgem in derde afdeling.  Ik verbleef er twee jaar.  Daarna volgden twee seizoenen Doornik, met Claude Verspaille als trainer en Piet Timmerman, die ik kende van bij Kortrijk, op de liberoplaats. Het was leuk.  Ik maakte er ook de fusie mee en de ingebruikname van het nieuwe stadion.
Ik kreeg toen echter problemen met mijn schouder en ik moest stoppen met voetballen.  Dit op mijn vijfentwintigste!
Ik moest stoppen met voetballen op mijn vijfentwintigste

Met je 37 jaar nu ben je jong als keepertrainer, maar wel, net door die blessure, reeds zowat twaalf jaar bezig?

Ik ben tweemaal geopereerd aan de schouder. Van beroep ben ik sportleraar.   Ik zou net al-dan-niet vast benoemd worden.  Het werd dus een moeilijke keuze.  Het ging echter niet meer om mij te verdedigen in het voetbal en ik besloot, vol ambitie, om voor mijn schoolcarrière te kiezen en dit te combineren met de taak als keepertrainer.

Ik kreeg direct alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk onder mijn hoede.  Dit deed ik drie seizoenen.  Ondertussen haalde ik alle mogelijke diploma’s als keepertrainer.  

Men stelt soms “hij is jong”, maar van mijn vijfentwintigste tot mijn zevenendertigste was ik drie jaar verantwoordelijk voor alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk, daarna bij SV Roeselare, vervolgens, als “jonge gast in de branche” drie seizoenen de A-ploeg van Antwerp.  Een moeilijke, maar mooie grote ploeg in België.  Dat was o.a. met Dennis van Wijk.  Of Dennis er voor iets tussen zat dat ik er keepertrainer werd?  Eigenlijk was het Luc De Vroe die er voor gezorgd heeft.  Hij was toen sportief directeur in Roeselare.  Hij wist dat mijn ambitie was om de keepers van de eerste ploeg te trainen.  Waarschijnlijk was het objectief om me die taak bij Roeselare toe te kennen, maar toen kwam die plaats bij Antwerp vrij.  Luc kende Dennis wel en zo is het in principe gegaan.  

In Antwerp kreeg ik na een jaar het vertrouwen door me een contractverlenging van twee seizoenen te laten ondertekenen.  

Het tweede jaar was ook een ervaring op zich met Jimmy Floyd Hasselbaink als hoofdcoach.  Tweemaal topschutter in de Premier League, driemaal topschutter van Chelsea, WK’s meegemaakt, enz…  

Zoals je aanhaalt trainde ik er ook oud-Cerclist Björn Sengier.  Hij kende er een uitstekend eerste seizoen (periode van Wijk).  Hasselbaink had het seizoen erop een andere visie op het profiel van een doelman en Björn had het er moeilijk mee.  Speciaal aan het feit dat ik trainer was van Björn was dat we ooit concurrenten waren en dat ik als 29-jarige op dat ogenblik hem als 31-jarige trainde …

Met Dennis van Wijk, op en top professional, en Hasselbaink had ik heel goede leermeesters.  Ook in het laatste jaar leerde ik veel bij.  Dan meer bepaald over het voetbalwereldje.  Antwerp was toen in overname, er waren besparingen, enz… Een moeilijk seizoen bij een “moeilijke” vereniging.  

Antwerp is toen overgenomen door De Cuyper (en Paul Gheysen) en men sloeg een andere weg in.  Zoiets valt wel voor in het voetbal.  Dat was echter heel laat.  Eigenlijk ging ik blijven, dan bleek het moeilijk en ben ik een jaartje naar Koksijde gegaan.  Het was het seizoen dat ze naar 2e klasse promoveerden.  Daar valt niet veel over te schrijven.  Sportief en financieel was die promotie naar 2e een stap te hoog voor de kustploeg.  Met die voorzitter heb ik nog steeds een goed contact.  Ik vertelde hem: “je moet zorgen dat je de mooiste amateurclub wordt van het land”.  “Je zit aan de kust, een mooi klein stadion, een leuke club”  (n.v.d.r.: het voorbeeld van Knokke volgen?).  Het viel anders uit.

Tussendoor hielp ik als vriendendienst ook nog even Izegem uit de nood, toen hun keepertrainer tijdens het seizoen opstapte.  Ik kende trainer Franky Dekenne van toen hij coach was van Wevelgem terwijl ik er speelde.  Ik depanneerde toen een tijd, eigenlijk wat langer dan voorzien.

Toen kwam Cercle?

Via Eric Deleu, die van keepertrainer Algemeen Directeur werd bij Groen-Zwart, kreeg ik na Antwerp opnieuw de mogelijkheid om voor een grote mooie professionele ploeg te werken.  Toen het verhaal Monaco startte mocht ik aan boord blijven.  Riga kende me en was lovend.  Met de financiële inbreng van de Monegasken konden ze kiezen uit wie ze wilden, maar ik mocht blijven.  Ik denk dat mijn ervaring uit de voorbije tien jaar daar wel bij geholpen heeft.  Ik ben ook dankbaar voor die kans, zowel t.o.v. José als voor Cercle.  Als je ziet dat ik nu opnieuw kan werken met, voor mij,  toch een van de drie topcoaches van België, is dit geweldig om mijn bagage nog te verruimen.

Omtrent de job nu.  De bedoeling van een keepertrainer is om doelmannen beter te maken.  Hoe vat je dat aan?

Allereerst bekijk ik welke doelmannen ik heb.  In mijn loopbaan heb ik al “mooie” doelmannen onder mijn hoede gehad.  Ik denk bv. aan Jorn Brondeel,  niet zo gekend bij het Belgische publiek.  Het is een fantastische doelman.  Hij debuteerde bij mij op Antwerp.  Hij speelde bij de U19, was afkomstig van Zulte-Waregem, en was 3e doelman bij the Great Old.  Hij heeft 12 tot 14 wedstrijden gespeeld.  Hij transfereerde naar Lierse waar hij 1e doelman werd.  Hij brak er volledig door.  Vervolgens trok hij naar Nederland (NAC Breda) en tekende onlangs een langdurig contract bij Twente.  Hij speelt elke wedstrijd.  Voor mij was hij een zeer leuke ontdekking.  Ik had ook Louis Bostyn, die nu bij Waregem speelt, onder mijn hoede.  Het is zo dat ik ook een keeperacademie heb, “S1Pro”, waar jonge doelmannen opgeleid worden.  Dat doe ik supergraag.  Zo’n 30 à 35 keepertjes van diverse leeftijden  nemen er aan deel.  Zowel Brondeel als Bostyn komen daaruit voort.  Ook jongens die in 2e amateur spelen zoals Mathieu Vanderschaeghe die hier vorig jaar nog speelde. 
Dat project is “mijn kindje” en ik zou dit niet graag ooit loslaten.
Verder was er ook nog Frank Boeckx, die in de C-kern van AA Gent zat, die we in Antwerp terug konden opvissen.  Later kon hij bij Anderlecht terug doorbreken.

Om concreter op je vraag te antwoorden: 

Hier op Cercle heb ik drie heel verschillende profielen als doelman.
Vorig seizoen vroeg Cercle me uit te kijken naar een Belgische doelman die ook zou aanvaarden dat Paul Nardi eventueel eerste doelman zou zijn, maar hem ook bijstaan in zijn verdere ontwikkeling.  Dat profiel was niet zo gemakkelijk om in te vullen.  De keuze viel op Brian Vandenbussche.  Hij is hier toegekomen en had de voorbij seizoenen weinig gespeeld.  Hij was echter zeer gemotiveerd. Op dat ogenblik rekenden we er ook nog niet op dat Miguel Van Damme zo snel terug top zou zijn.  We hadden januari/februari voor ogen.  Vandaag dus!  We kregen Miguel echter veel vroeger compleet in orde, wat natuurlijk voor het grootste deel aan hemzelf te danken is.  Hij is een atleet tot en met.  Als je ziet van hoever hij komt…  Zijn drang en wil hoe hij het realiseerde geeft ook mij kracht.  Ik weet ook dat ik direct op hem kan rekenen mocht er bv. iets met Paul voorvallen.

Ook daar heeft Brian zeer goed mee omgegaan. Hij was topfit bij aanvang seizoen.  Is toen ziek geworden en verloor een zestal weken.  In de “rangorde”, een woord dat ik niet graag gebruik, staat hij nu op nummer drie.  Hij gaat daar echter formidabel mee om.  Hij ondersteunt Paul, helpt Miguel enz…

We hebben drie echte nummers 1

Voor mezelf maak ik van mijn doelmannen een draaiboek op met hun profiel en diverse parameters.  Kracht, snelheid, lenigheid, hoge ballen, één tegen één situaties, enz… Alles waar ze goed en minder goed in zijn.  Ik zet dit in kleur.  Rood = serieus werk aan de winkel, oranje = we moeten er zeker mee aan de slag en groen is een zeer hoog niveau.  Groen moet je onderhouden, oranje zijn werkpunten en rood is veel werk.  Paul had twee rode blokjes.  Ik zal vanzelfsprekend hier niet zeggen wat dit inhoudt.  We hebben er serieus aan gewerkt én ik zie er een duidelijke evolutie in.  Dat geeft voor mij voldoening in mijn werk.  

Mijn taak is om jongens individueel beter te maken.  Met dat plan kijk ik ook naar mezelf.  Slaag ik in mijn opzet?  Is er beterschap merkbaar op de “rode punten”?  Maak ik hen niet beter, dan heb ik mijn werk niet goed gedaan.

Concreet maak ik een jaarplan.  Dat deel ik in per drie maand op de ongeveer negen maand voetbal in een seizoen.  Zo gaat het verder naar een maand- en weekplanning.  Daarna zoek ik de juiste oefenstof om hen op elk domein beter te maken.

Na iedere wedstrijd maak ik een video-analyse per onderdeel en bespreek ik het, samen met de andere doelmannen zodat ze ook mee zijn in het verhaal.  Zo leert iedereen.

"Mijn visie is: als je als doelman tien wedstrijden speelt mogen er een zestal gewoon goed zijn, ééntje of misschien twee minder goed, en twee/drie waar je echt punten pakt.  Een doelman kun je namelijk niet beoordelen op één wedstrijd."

De combinaties om een doelman te trainen zijn ook niet eindeloos denk ik dan?

Als je zonet vernam hoe minutieus en uitgebreid alles uitgewerkt wordt, denk ik dat ik meer dan werk genoeg heb.  Ik kom tijd te kort.  Ik zou de doelmannen liever nog meer bij me hebben.  De situaties die een doelman kan tegenkomen zijn zeer ruim.  Hoge bal pakken of wegbotsen, man tegen man situatie, uittrappen, inwerpen, centraal of naar de flanken, enz… 
Ik heb zeker geen probleem om de trainingen op te vullen.

Een keepertrainer komt niet zo vaak op het voorplan?

Dat hoeft voor mij ook niet.  Ik werk liever met mijn beperkt groepje.  Als je als keeper uit de radar blijft, is het teken dat je goed bezig bent.  Ook voor mij als trainer.  Als ze niet veel over je werk praten, is het teken dat je in stilte goed bezig bent.  Het lawaai en de grote show heb ik niet nodig.  

Voor mezelf geef ik me het werkpunt te blijven zoeken naar vernieuwende, betere oefenstof door onderzoek op het internet, gesprekken met collega-trainers, discussies met hoofdtrainers, bijscholingen, enz… . Mijn sterk punt is zeker het op menselijk vlak bezig zijn met de doelmannen.  Wij hebben eigenlijk drie echte nummers 1.  Er is er echter geen enkele die loopt te klagen of te zagen.  We zijn een klein groepje, maar weten heel goed waarmee we bezig zijn.

Ik kan duizend interviews geven, maar als we het met onze doelmannen op het veld niet bewijzen, dan staan we nergens.  Zij niet en ik niet.  Iedereen kent zijn plaats en weet dat hij gerespecteerd wordt.  Met onze drie toppers op die manier samenblijven zonder miserie, wel, daar ben ik trots op!  Ik hoop dat wij ons steentje kunnen bijdragen aan de doelstelling van Cercle!

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Algemeen coƶrdinator: Marc Vanmaele

Nieuwe bazen nieuwe wetten. Sedert Cercle in Monegaskische handen viel, waait een nieuwe wind in zowat elk hoek van de Vereniging. We spraken, in volle voorbereiding (29 juni) op het nieuwe voetbalseizoen, met Marc Vanmaele, de nieuwe ‘Algemeen coördinator’ van groenzwart. Enthousiasme, ambitie en positiviteit troef, voor wie daar nog aan zou twijfelen.

"Cercle koopt met de bedoeling om top 1B te spelen."

Monaco heeft de touwtjes stevig in handen? 

AS Monaco is hoofdaandeelhouder, we moeten daar niet flauw over doen. Er is zeer veel overleg met de Monegasken die heel veel knowhow in huis hebben. Zowel op sportief als op financieel vlak maar ook in commercieel en communicatief opzicht... Ze zijn zeer hulpvaardig, kennen onze situatie en komen vaak op bezoek om ons bij te staan. Alles gaat heel snel. Wanneer er beslissingen genomen moeten worden, dan gebeurt dat ook. De mensen reageren direct, maar voor alle duidelijkheid, er is een no-nonsense klimaat. Iedereen is recht voor de raap, onnodige discussies worden gemeden, wat het werken makkelijk maakt. Een voorstel moet gefundeerd gebracht worden, en als men beslist om er niet op in te gaan krijg je daar ook goede redenen voor. Tot hiertoe dus alleen maar positieve ervaringen.

De Cercle-website barst uit zijn voegen door aankondigingen van nieuwe spelers. De indruk leeft dat er een volledig nieuwe ploeg gebouwd wordt? 

Die vraag zou je eigenlijk aan François Vitali moeten stellen, want dit is een sportieve kwestie. François valt steeds terug op zijn inzicht: op elke plaats voldoende mensen die elkaar onderling kunnen versterken. De moeilijkheid is daarbij vooral om mensen te kunnen overtuigen om in België in 1B te komen spelen, want dat is nu niet meteen de meest aantrekkelijke competitie van Europa. Maar de bedoeling is inderdaad om met goede spelers te bouwen en naar 1A te kunnen stijgen. Dit gaat momenteel niet met langdurige contracten, want sommige spelers willen het graag een jaar bekijken. In elk geval, ik weet dat Cercle koopt met de bedoeling om top 1B te spelen.

Je bent een nieuwkomer bij Cercle. Wat noteren we voor de supporter die zich afvraagt wie Marc Vanmaele is?

Ik ben geboren en getogen in Tielt, 1960, afkomstig uit een textiel- en confectiefamilie. Ons gezin telde negen kinderen en ik werkte als kleine jongen al snel mee in het ouderlijk bedrijf. Ik voetbalde bij Tielt en kreeg de kans om hogerop te spelen, maar dat zagen mijn ouders niet zitten. Ik studeerde voorts lichamelijke opvoeding in Leuven, en ging na mijn legerdienst werken in Spanje voor een grote hotelketen waar ik mijn vrouw leerde kennen en de Spaanse taal. Eenmaal terug in België ging ik voor Konvert Interim werken, een West-Vlaams bedrijf dat van kleine speler uitgroeide tot big business. Van daaruit ging het naar de mediawereld, waar ik in 1994 de opstart van FOCUS-televisie meemaakte, de regionale zender van Noord-West-Vlaanderen. Na de fusie met WTV werd ik aangezocht door AVS (de Oost-Vlaamse televisiezender) waar ik algemeen directeur werd. Mijn interesse voor sport bleef evenwel altijd levend. Via Roger Lambrechts kwam ik in de voetbalwereld terecht om bij Sporting Lokeren de algemene leiding te nemen. Ik vond er alles terug wat in mij leefde: media, commercie, sport… Ik bleef drie jaar in Lokeren waar ik fantastische tijden beleefde samen met Peter Maes. In die drie jaar tijd wonnen we tweemaal de bekerfinale, speelden we tweemaal Europees en tweemaal Play-Off 1.

Om uiteindelijk bij Cercle te belanden...

Toen ik bij Sporting Lokeren vertrok kreeg ik na een relatief kalmere periode zonder voetbal de suggestie van Philips Dhondt uit Monaco om mijn CV op te sturen, toen plots de vraag kwam of ik niet voor Cercle wilde werken. Daar heb ik geen moment aan getwijfeld.

Bij Lokeren nam je de algemene leiding als CEO op jou. Welke zijn je functies bij Cercle?

Algemeen coördinator is de officiële term voor wat ik doe bij Cercle, vergelijkbaar met wat ik eerder in Lokeren deed. Mijn verantwoordelijkheid betreft het niet-sportieve luik. Die opsplitsing is ook goed, want zo kan er beter gefocust worden. Bovendien vergt de sportieve kant van de zaak een specialisatie die ik zelf niet heb, maar bij François Vitali wel aanwezig is. Financiën, personeelsbeleid, gebouwen, veiligheid, communicatie… dat is mijn terrein bij Cercle.

Het is een publiek geheim: Cercle start aan de competitie met grote ambitie. Stijgen naar 1A is het minste wat we mogen verwachten?

Zo is dat. Terug in 1A spelen, eigenlijk moet het. Er is enorm veel veranderd sinds de overname door Monaco. We draaien vijf versnellingen groter nu. Zowel sportief als niet-sportief doen we enorme sprongen vooruit. We hebben het uiteraard niet zelf in de hand, en we krijgen een zeer zware competitie. Maar stijgen is ook de ambitie van Monaco. Mijn overtuiging is dat vooral ook die belangrijke “kleedkamer” goed zit, met een mix tussen jeugd en ervaring. Het kan dus lukken, dat is mijn overtuiging.

Zijn er sinds de komst van AS Monaco, naast het stijgen naar 1A, nog andere nieuwe doelen gesteld? 

Een belangrijk item is uiteraard het stadion-dossier. Dat dossier hangt samen met het vertrek van de buren in 2020. De vraag rijst wat Cercle binnen drie jaar zal doen. Het is hoogtijd om dat dossier te finaliseren, en het leeft ook sterk in de bestuurskamer. De studiedienst van Stad Brugge is daar eveneens mee bezig. Ik ben overtuigd dat hier goede oplossingen kunnen komen. Daarnaast zijn we hard bezig met de abonnementenverkoop, de online Cercle-shop en de online ticketting. Ook de communicatie nemen we onderhanden zodat we stap voor stap kunnen groeien naar een hoger niveau. Bij dit alles staat echter voorop dat Cercle een zeer speciaal DNA heeft. Monaco beweegt zich, met alle respect, op een ander niveau. Het is mijn taak om die beide werelden bij elkaar te brengen zonder dat de eigenheid van Cercle verloren gaat.

"Nu komt er een nieuw verhaal dat Cerclisten de fierheid terug zal geven die ze verdienen."

Over de buren gesproken. Is de relatie sinds de overname veranderd?

Ik vermoed het wel. Ik hoor veel verhalen uit het verleden, maar we kunnen niet blijven stilstaan. We moeten elkaar in elk geval zien te vinden nu we nog steeds samenleven. Bij beiden is die wil aanwezig. Belangrijk is dat de grote baas van Monaco, Vadim Vasilyev, en nu ook gedelegeerd bestuurder van Cercle, binnenkort naar Brugge komt. We plannen bij die gelegenheid ook met de top van Club Brugge een onderhoud. We vinden het belangrijk dat er ook op dat niveau gepraat wordt en dat positief ‘naar beneden’ toe doorsijpelt. 

Wanneer durf jij volgend seizoen geslaagd te noemen?

Uiteraard als het lukt om te stijgen. Het buikgevoel zit goed, en ik ben overtuigd dat we hoog eindigen. Supporters zijn ontzettend belangrijk, en ik voel ook dat mensen terug naar Cercle zullen komen. Cercle heeft een moeilijke periode doorgemaakt, maar nu komt er een nieuw verhaal dat Cerclisten de fierheid terug zal geven die ze verdienen. Ik doe dan ook een oproep aan iedereen om een abonnement te kopen of anderen te overtuigen zich bij de groen-zwarte familie aan te sluiten en de boodschap mee uit te dragen dat Cercle kan en zal slagen.

(KV)

Lees meer