koop tickets online

Niet uit de lucht gegrepen - Hans Gerard

Het is geen toeval, lezer, dat de ex-Cerclespeler van wie u een interview voorgeschoteld krijgt, Hans Gerard is.  Hebt u de Shot-on-Linerubriek: “Cercle en Brugge door de jaren heen, deel 204 “ van 19 mei 2018 gelezen, dan begrijpt u meteen wat de aanleiding tot dit interview was.   Wellicht hoopte u zelfs dat er klaarheid zou volgen op wat u daar te lezen kreeg.  Is het u niet duidelijk waarover het hier gaat, dan raad ik u aan dat ‘deel 204’ door te nemen , bij voorkeur nog voordat u verder leest.  Vooraleer we over ‘dat hoofdstuk’ uitweiden, heeft Hans echter nog iets heel anders te vertellen…

Toen ik je telefonisch contacteerde, Hans, zei je me dat het een wonder is dat jij nog kunt geïnterviewd worden.  Blijkbaar had een recent ongeval fataal kunnen zijn voor jou?

Ja, en dat is pas drie maanden geleden.  In Sint-Pieters werd ik op het fietspad door een auto aangereden.  Die wagen zwierde mij in de lucht.  Ik kwam eerst op het dak ervan terecht en daarna op de grond.  Er was spoedig maar langdurig medische hulp, en ik kwam op de afdeling intensieve zorg van het AZ Sint-Jan terecht.  Om het uur kreeg ik er verzorging,  twaalf dagen lang.  Het zag er niet goed uit: ik lag daar met mijn nog recente ‘nieuwe heup’ verbrijzeld, schouderblad en vijf ribben gebroken, rechter schouder volledig uit de kom, een klaplong, genaaid zowel bovenaan als onderaan.  Eigenlijk heb ik geluk gehad in mijn ongeluk, maar dat mijn herstelproces nu bijzonder vlot verloopt is geen toeval.  Dat heb ik aan mijn positivisme te danken.  Mijn lichaam en mijn geest zijn al lang zo harmonisch op elkaar afgestemd dat ik fysiek en psychisch in een perfect fifty-fifty evenwicht leef.  Vóór mijn ongeval fietste ik dagelijks dertig tot veertig kilometer.  Kijk je hier even rond, dan vallen je ogen niet alleen op een hometrainer, maar je ziet overal  boeken en brieven liggen.  Dit Franstalige boek hier, “Energie Cosmique”, is toplectuur. Hadden alle mensen er maar een idee van wat uitgaat van een goede lichamelijke conditie en ontvankelijkheid voor de geesteskracht van een positieve levenshouding!

Niet alleen een wonder, ook een geluk voor jezelf en voor onze lezers is het,  Hans, dat ik je vandaag mag interviewen.  Je speelde drie jaar voor Groen-Zwart, van 1957 tot ’60.  Het is duidelijk dat het venijn in de staart zit, maar beginnen we toch maar bij jouw prilste begin.  Op 1 april 1936 werd er in Nieuwpoort een wel heel bijzondere aprilvis geboren.  Waren er onder de mensen die bewonderend in het wiegje keken ook broers of zussen van je, of kwam je ter wereld als de eerstgeborene van het gezin?    

Ik was de derde in de reeks van tien kinderen - eigenlijk de vierde, maar een zusje was gestorven.  Mijn vader was een hardwerkende landmeter, die duidelijk liet verstaan dat hij ons  liever over de studieboeken gebogen zag dan aan het sporten.  Mijn moeder werd door iedereen als een heel bijzondere persoonlijkheid erkend.  Voordat ze trouwde was ze hoofdverpleegster bij de bekende professor en chirurg Joseph Sebrechts in Brugge, en thuis was ze een fantastische moeder, die tegelijkertijd als een dokter was voor ons. 

Je voetbalde al in de wieg?

Al vroeg ‘sportte’ ik graag.  Fietsen, tennis, wat atletiek, lopen vooral.  Toch spande voetbal de kroon.  En het ging goed.  Wat schiet er zo meteen mijn geheugen te binnen?  Een matchke dat we met 9-4 wonnen toen ik nog kind was.  Ik scoorde er vijf van de negen.  En dat deed de ronde in Nieuwpoort!   Ook herinner ik me levendig een match op de Gistfabriek tegen ‘de Frères’: ‘k Zal dan twaalf geweest zijn, en ik mocht meespelen met de ploeg van het Brugse Sint-Lodewijkscollege.  Ik studeerde er Grieks-Latijn, en sommige spelers waren vijf jaar ouder dan ikzelf.

"Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij"

Toch was je al 21 toen je van Nieuwpoort in Provinciale naar Cercle trok in de op één na hoogste afdeling van het land.  Was Cercle een zeer bewuste keuze?

Eigenlijk niet.  Ik kende Cercle nauwelijks, had er nog geen enkele wedstrijd van gezien.  Het was Robert Braet die het klaar kreeg om me naar Cercle te loodsen.  Ook A.S. Oostende was een mogelijkheid geweest.  In de loop van mijn voetbalcarrière is een transfer naar een andere ploeg meer dan eens ter sprake gekomen.  Ik kon naar Anderlecht, maar mijn vader lag dwars wegens mijn studies architectuur aan Sint-Lucas in Gent - later heb ik  voor de bouw gewerkt, maar langer als verzekeraar.  Nadat ik goed presteerde als gelegenheidsspeler op Clubs Paastornooi, waar het heerlijk samenspelen was met technisch knappe spelers als Berre Deurwaerder en Fernand Goyvaerts, keek Club onder trainer Höffling begerig naar mij uit.  Ik ben zelfs bij Michel Van Maele thuis op bezoek geweest, maar Cercles bestuur, vooral Lucien Dhondt,  was niet te vermurwen.  Na de inhuldiging van Cercles lichtinstallatie  met een match van Groen-Zwart tegen Stade Reims in november 1957 had ik naar die Franse kampioeneploeg gekund.  En nadat ik al weg was bij Cercle had Beerschot een goed bod voor mij over.  Kijk, dat zijn dingen die ik me allemaal herinner, maar feitelijk  was het mij grotendeels gelijk voor welk team ik speelde.  Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij.  Ook nu nog volg ik graag matchen op tv, maar niet om het even welke.  Genieten kan ik alleen van creatief voetbal, individuele nummertjes, vlug doorspelen van de bal,  posities innemen, knappe combinaties, opentrekken van het spel.  Velen die naar het voetbal gaan, kijken haast uitsluitend naar de bal.  Ze zien die vliegen van achter naar voor, van rechts naar links,  heen en terug, maar ze hebben er geen oog voor hoe de spelers patronen vormen over het terrein.  Gisteren zag ik de Belgen in hun laatste oefenpot voor het WK 4-1 winnen tegen Costa Rica.  Wat een genot voor het oog Kevin De Bruyne en vooral Eden Hazard over het veld te zien draven met de bal aan de voet of positie kiezend om gaten te kunnen trekken.  Vraag me niet of voetbal oorlog is of  feest: het is alleen voetbal als het een spel is, een spel waarbij je kunt genieten van het oogstrelende, vooreerst als speler, maar evenzeer als toeschouwer.  Al speelde ik destijds natuurlijk om te winnen, het zal wel waar zijn dat ik soms eerder uit was op het speelse, het technisch vaardige, het creatieve, dan op het resultaat: Ik dribbelde zo graag…  

Bij Cercle maakte je vlug furore.  Maar heel lang duurde de pret niet.  Na drie jaar kwam er een bizar slot aan.  Op het einde van het seizoen 1959-’60 kreeg Cercle nog onverhoopt de kans om naar de hoogste afdeling te promoveren.  De beslissing viel bij een testwedstrijd tegen Patro Eisden op het veld van Club Mechelen (het huidige YR KV Mechelen).  Cercle verloor met 2-1.  Ik herinner me die match bijzonder goed en toen ik naar huis reed, was ik niet alleen over de uitslag ontgoocheld maar ook over het gebrek aan strijdlust bij Groen-Zwart. Toen, jaren later, het prachtige “Cercle Brugge KSV 1899-1989” van Roland Podevijn van de drukpersen kwam, las ik erin: “De wedstrijd mondde voor de talrijke Brugse supporters uit op een enorme ontgoocheling.  Na een effenaf teleurstellende Cercleprestatie werd er met 2-1 verloren.  Enkele spelers hadden tegen hun gewoonte in opvallend gelaten, inspiratieloos en ondermaats gevoetbald … Dat was niet ‘normaal’!”  Jij, Hans, kon het niet geweest zijn die ‘ondermaats’ presteerde, want  … nadat je 12 goals had gescoord in 24 matchen, was jij er niet bij – je mocht er niet bij zijn!  Maar wat las ik enkele dagen geleden op Shot-on-Line?  Weliswaar had ik al ‘geruchten’ die niet minder suggestief waren dan bovenstaand citaat voordien opgevangen, maar wat ik daar las, was niet om er stil bij te blijven zitten.  Vandaar het verzoek van onze hoofdredacteur om te luisteren naar jouw visie erop.

[Ter wille van de lezer die het vermelde ‘deel 204’ niet leest, citeer ik één zin uit die tekst, kort na de testmatch in het Brugsch Handelsblad verschenen:  “De trainer en zijn blinde volgelingen hebben waarlijk te veel ‘met zijn voeten gespeeld’ en anderen zouden het wellicht reeds lang stilgelegd hebben.”  Na lectuur van de volledige tekst, reageerde Hans als een gentleman: feiten ontkennen kon hij niet, schuldigen vrijpleiten kon hij evenmin, maar hij stond erop ook na zo lange tijd de sluier van de anonimiteit te behouden boven het hoofd van wie trainer Delfour zijn eigenzinnigheid liet doordrijven.]

Straks is het zestig jaar geleden, Hans, maar hoe kijkt u op de dag van vandaag daar tegenaan?

Al wat hier gezegd wordt, klopt.  En de testwedstrijd heb ik gezien … van op de tribune.  Hoe zat het allemaal juist in elkaar?  Heel het gebeuren, heel de achtergrond ervan, was mij duidelijk van naaldje tot draadje.  Het was trouwens niet de eerste keer dat het voor de spelers interessanter was niet te winnen, en dat niet alleen voor hen die vermoedelijk geen kans zouden krijgen in de hoogste afdeling.  Er komt nu nog een binnenpretje bij me op als ik denk aan een match op A.S. Oostende.  Wat panikeerden we toen Vic Derboven ons van ver van het doel af op voorsprong schoot!  We mochten niet winnen, en ja, hoor, het lukte ons om met 3-2 het onderspit te delven.  Dat was nog vóór het seizoen dat op die testmatch eindigde.  Ja, dat ik al een tijdje voor de testmatch aan de zijlijn gehouden werd, niet zelf het veld mocht opdraven, lag inderdaad zoals het artikel te verstaan geeft, niet alleen, zij het wel vooral, aan Edmond Delfour.  Ik weet heel goed hoe ik hem op de tenen had getrapt, maar wat zou eraan gewonnen zijn als ik dat uit de doeken deed?  Het komt er wel op neer dat ik mijn ogen niet sloot waar hij me dat liever had zien doen.  Wat kan ik hier verder nog over zeggen?  Dit alleszins, dat ik er geen trauma aan overgehouden heb, lang niet.  Ik had graag bij Cercle gespeeld, maar zo kon het niet verder.  Als het er zo aan toeging, kon ik er geen plezier meer aan beleven.  Ofwel voetbalde ik niet meer, ofwel werd ik getransfereerd.

Het werd een transfer naar Union Sint-Gillis, en kwalijk viel dat nu precies ook niet uit, want ‘den Union’ speelde in de Eerste Afdeling.  Cercle promoveerde dus niet, maar jij wél!

Bij Union kwam ik wel in onze hoofdstad terecht, maar niet in de hemel!  Ik was er semiprof, maar er was meer dat tegenviel dan dat er meeviel.  In een match tegen Beerschot werd ik brutaal gekwetst.  Er volgde een meniscusoperatie, en daarbij werd ik ‘mismeesterd’.  Onze trainer was niet vrij van vriendjespolitiek, en op het einde van mijn tweede jaar degradeerden we.  S.K. Roeselare lijfde me in, en ik trof er Robert Goethals aan, die een prima trainer was en mij weer intense vreugde in het spel bezorgde. Toen hij drie jaar later naar V.G. Oostende trok, vroeg hij me mee, en met de kustjongens speelden we kampioen.  Ten slotte heb ik nog even in Wevelgem gevoetbald.  Tijdens het weekend gaf ik daar tennisles, en dat ik een half jaartje trainer-speler werd bij S.V. was grotendeels een vriendendienst.

Na de desastreuse testmatch halfweg 1960 vreesden velen dat het met Cercle  bergaf zou gaan, te meer doordat jij er niet meer bij was, maar promotie was slechts uitgesteld.  Eén jaar later promoveerde Cercle als tweede, samen met kampioen Diest. Weet je nog hoe dat bij jou overkwam, hoe jij daar tegenaan keek?

Wel, al speelde mijn broer Jo nog bij Groen-Zwart, zelf had ik niet alleen niets meer met Cercle te maken, maar ook psychisch had ik afstand genomen van wat toch voorbij was.  Voetbal is in tegenstelling tot mijn druk zakenleven altijd een bijzaak geweest voor mij.  Ik draag Cercle geen rancune toe, en vanuit de loges samen met Fernand Van Damme, zoon van de gewezen burgemeester van Brugge en ex-voorzitter van Cercle, heb ik Groen-Zwart later nog een aantal matchen zien spelen in Jan Breydel.  

Hans woont in hartje Brugge, in het Prinsenhof, zijstraat van de Geldmuntstraat.  Hij is 82 jaar jong.  Dat ‘jong’ schrijf ik niet zomaar.  Erop wijzend dat voor nogal wat mensen op zijn leeftijd de dagen eentonig verlopen, dat elke volgende dag hun als een herhaling van de vorige overkomt, vroeg ik Hans of hij dat ook zo aanvoelde.  Het was eigenlijk een retorische vraag.  Hans’ vitaliteit was me al duidelijk vanaf het begin van het gesprek. Ik kon dan ook niet verwonderd zijn over het centrale woord van zijn antwoord: net zoals bij het voetbal is hij dag in dag uit op niets meer uit dan op ‘creativiteit’.  “Altijd ben ik creatief bezig,” beklemtoont hij, “ik denk, ik lees, ik schrijf, onophoudelijk gedreven door kosmische energie, de basis van het ontstaan en het bestaan van ALLES.”

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Karel Derdaele

Een gesprek met onze ticketverantwoordelijke

 

Ticketing verantwoordelijke

Als je het Cercle-secretariaat binnenstapt valt het meteen op.  De “bemanning” - sinds Silke recent haar geluk elders is gaan zoeken is dit letterlijk te nemen  - , is vrij jong.  Een beetje zoals de spelerskern zelf, zeg maar. Eén van die personen waar de supporter wellicht het vaakst oog in oog mee komt te staan is Karel Derdaele. Karel is immers de verantwoordelijke voor de ticketverkoop, abonnementenverkoop, enz…
Met o.a. het oog op de eerstdaags startende abonnementenverkoop, tijd voor een kennismaking.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Arnaud Lusamba

‘Mijn ambitie? Champions League spelen !’ 


In de aanloop naar de wedstrijd in en tegen Racing Genk had ik een gesprek met Arnaud Lusamba. Deze 21-jarige Fransman is bezig aan zijn eerste seizoen in Groen-Zwarte loondienst. Hoewel dat niet helemaal klopt. Cercle huurt de middenvelder van OSG Nice en heeft een aankoopoptie. Ik sprak Arnaud net voor de videoanalyse van Racing Genk. Een videoanalyse die blijkbaar goed werd opgevolgd, want later in de week won Cercle zijn eerste uitwedstrijd. Tegen de competitieleider uit Genk dan nog! 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle door de jaren heen (deel 206)

(periode van 23-07-1960 -> 06-08-1960)

  • Cercle

Het nieuwe voetbalseizoen 1960-1961 naderde op kousenvoeten.  De groen-zwarten maakten zich op om een nieuwe gooi naar de promotie te doen en hoopten dat “derde keer goede keer” ook voor hen van toepassing zou zijn…

Koning Voetbal weer in aantocht…  Cercle maakt zich klaar !” : “Deze week werd een aanvang genomen met de trainingen in het vooruitzicht van de nieuwe kompetitie 1960-1961.  Natuurlijk is het nog te vroeg om nu reeds uit te pakken met de vooruitzichten en de mogelijkheden van Cercle aangezien het hier slechts een eerste kontaktname geldt onder vorm van lichaamsoefeningen –zonder bal– om de stramme spieren los te werken, maar toch mogen we zeggen dat op het Edgard De Smedt Stadion een sfeer van vertrouwen, ja zelfs van optimisme heerst.
Van een buitengewone bedrijvigheid op de transfermarkt kan er bij de groen-zwarten moeilijk gewaagd worden al kan Eric Daels best een goede versterking zijn en kunnen in de laatste dagen nog verrassingen gebeuren.  In grote lijnen wordt dan ook de basisploeg behouden zodat van hun presteren in het komende kampioenschap heel wat zal afhangen.
Voorlopig kunnen we alleen maar hopen dat de spelers zich ten volle zullen inspannen om zo spoedig mogelijk de gewenste konditie en de juiste tred te vinden, ten einde volkomen klaar te zijn voor de officiële start in september a.s.  Verder rekenen we op een goede geest en samenwerking waartoe ook het bestuur en de trainer terdege hun steentje kunnen bijdragen.  In een ideale geest van samenhorigheid en onderling begrip moet Cercle zich dit jaar duchtig kunnen doen gelden en hun aanhangers voluit bevredigen.  Dit is onze enigste en vurigste wens die hopelijk met klank zal vervuld worden.”

Een ander artikel blikte nog even terug op de twee voorbije seizoenen toen Cercle telkens bijna de promotie te pakken had maar in extremis toch de duimen moest leggen :

“ “Derde keer, goei keer” voor Cercle ?“ : “Tot tweemaal toe werd Cercle in de afgelopen kampioenschappen op de meet geklopt voor de zo vurig betrachte promovering naar 1eklasse. Het jammerlijk en veelomstreden falen der groen-zwarten in de beslissende testmatch te Mechelen tegen Patro Eisden, ligt nog vers in het geheugen en nog dagelijks moeten we het aanhoren dat de Bruggelingen nooit meer dergelijke kans zullen krijgen !...
Zulks kan heel goed mogelijk zijn en is zeker te betreuren, terwijl het even waar is dat zware vergissingen begaan werden met verdragende gevolgen.  Maar gedane zaken nemen geen keer, zodat het best is daar niet verder te blijven bij stilstaan en de spons over het verleden te vegen.  Thans dient alles aangewend om niet meer in hetzelfde euvel te vervallen en alles in ’t werk gesteld om zich in ere te herstellen.
De grootste aandacht moet nu gaan naar het seizoen 1960-61 die voor Cercle hopelijk “derde keer, goei keer” wordt. Dinsdag woonden we de eerste training bij op de vernieuwde grasmat en we kunnen zeggen dat deze eerste kennismaking ons een beste indruk heeft gelaten.  Niet dat er geoefend werd dat de stukken er afvlogen, noch dat de meeste spelers reeds blijk gaven van een vergevorderde forme, maar de kameraadschappelijke geest en de goede verstandhouding waren opvallend en bemoedigend.
Onder leiding van de bruingebrande Delfour deden de twintigtal opgekomen spelers lichte lichaams-, lenigheids- en ontspanningsoefeningen waarin allen van goede wil getuigden.  Wij noteerden de aanwezigheid van praktisch de volledige Cercleploeg met Willy Mortier, Robert Serru, Aimé Baas, Dré Perot, Jackie De Caluwé, Noël Demey, Roger Notteboom, Gilbert Bailliu, Eric Buyse, Philemon Desmaele en Albert Michiels.  Enkel Marin Roje en Joseph Van Vlaenderen ontbraken wegens verlof.
We stipten ook de tegenwoordigheid aan van de nieuwe aanwinst Eric Daels van SV Wevelgem, een zwartharige rijzige atleet die de opgelegde oefeningen en bewegingen zeer flink uitvoerde.  Verder nog de bijzonderste invallers Acket, Wittewrongel, Jo Gerard en Verheye, de jongeren Van Hamme en Flamée en de “verloren zonen” Gaston Eeckeman en Willy Craeye.  Deze laatsten waren destijds flinke beloften, die echter bleven hangen en mits intensieve en harde training wellicht weer op het voorplan kunnen komen.
Wezen we reeds op het gemoedelijke van de eerste training die eerder een voorbereidend karakter had, dan zal de oefening echter geleidelijk harder en meer toegespitst worden.  En dat zal meer dan nodig zijn, vermits reeds op zondag 7 augustus een eerste wedstrijd dient betwist en dit in Frankrijk te Charleville waar de groen-zwarten het moeten opnemen tegen de nieuwe Franse eersteklasser Rouen.  Een gemakkelijke inzet is dat in geen geval en Cercle zal zeker behoorlijk zweten om tot een eervol resultaat te komen.
Het moet trouwens gezegd dat trainer Delfour zijn spelers weer een zeer lastig oefenprogramma in de schoenen schuift, want na deze harde inzet in Frankrijk wachten de groen-zwarten nog zware opgaven. Zo op maandag 15 augustus krijgen ze de traditionele Hollandse trip naar Breda, waarvan de terugmatch te Brugge waarschijnlijk begin september ’s avonds zal doorgaan.  Op zaterdag 20 augustus komt Beerschot op bezoek terwijl op zondag 28 augustus niemand minder dan de Belgische kampioenenploeg SK Lierse alhier te gast zal zijn.  Komt dan nog een vriendenpartij tegen Union waarvan de datum echter nog niet werd vastgesteld.
Dit alles wijst er op dat Delfour zijn spelers helemaal wil klaar krijgen voor de start van het kampioenschap op zondag 4 september a.s.  De gelegenheid om zich te roderen krijgen de groen-zwarten in ieder geval slechts voor het grijpen, maar het is nu te zien of allen zich daaraan zullen kunnen aanpassen.
De Cercledirigenten die we even uithoorden omtrent de vooruitzichten en de mogelijkheden der groen-zwarten in het komende kampioenschap, bleken zeer voorzichtig om niet te zeggen terughoudend in hun uitlatingen.  Het is een nieuw begin werd ons verzekerd, zodat men moet afwachten…  Alles hangt af van de konditie van de spelers en van het ploegverband, maar toch verwachten we en hopen we het beste.
We kunnen niet anders dan ons hierbij aansluiten en de hoop uitdrukken dat Cercle dit seizoen beter op haar zaak zal letten en met verenigde krachten hogerop zal trachten te komen.  Waar een wil is, is een weg, moet zowel voor spelers als bestuur de te volgen leidraad zijn !”

De groen-zwarten hadden zich bijna niet geroerd op de transfermarkt maar naarmate de dagen verstreken scheen hier toch wel een kentering in te komen.  Het was het Cerclebestuur menens om zich in het promotiedebat te mengen en dus mocht er op enkele plaatsen wat versterking bijkomen…

Toch nog versterking voor Cercle ?” : “De groen-zwarten hebben dit jaar geen sensationele aankopen gedaan en eerder de kat uit de boom gekeken.  Daarentegen werd Hans Gerard voor een flinke bom duiten van de hand gedaan aan Union Sint-Gillis, zodat de transferaktiviteit voor Cercle eerder een passief betekende.
In laatste instantie schijnt hierin dan toch een gunstige kentering te komen vermits op het ogenblik dat we deze lijnen schrijven vergevorderde onderhandelingen bezig zijn voor de aankoop van nog een paar spelers.
Er is o.m. sprake van de voorspeler van SC Charleroi, Willy Lambert, die over twee seizoenen topscorer was van IIe Klasse, en voor wie alleen nog enkele details dienen geregeld.
Deze week werden tevens een tweetal Hongaarse voetballers getest en ook hier kan het nog tot een akkoord komen ! Afwachten is echter de boodschap…” 

En dat het niet bij woorden bleef bewees het volgend artikel  :

Drie nieuwe spelers voor Cercle” : “In het kader van onze bijdrage over de eerste Cercletraining, lieten we uitschijnen dat de groen-zwarten in extremis best nog een paar belangrijke aankopen zouden kunnen doen.  Dit werd trouwens bewaarheid en vrijdag in de namiddag kregen we de officiële bevestiging dat nog drie nieuwe transfers tot een goed einde gebracht en ondertekend werden.
In de eerste plaats gaat het om de bekende voorspeler van SC Charleroi, Willy Lambert, afkomstig van Nijvel, een gevaarlijke doelschutter die twee seizoenen geleden aan het hoofd stond van de goalgetters van 2eklasse met meer dan twintig doelpunten.
Tevens werden nog twee Hongaren aangeworven die gekwalificeerd zijn om in de fanionploeg op te treden.  Het zijn de 22-jarige Zoltan Locskai, die verleden seizoen bijna alle matchen speelde bij de Anderlechtreserven als centervoor of inside en de 26-jarige André Gaal, die twee jaar geleden als achterspeler optrad bij de Gantoise-invallers.  Naar men ons verzekerde zijn het technisch vaardige elementen die op de afgenomen testen een gunstige indruk lieten.  Het is nu te zien hoe zij zullen presteren in kompetitie- en in ploegverband, zodat dient afgewacht of zij al dan niet aanwinsten voor de groen-zwarten zullen betekenen.”

Nvdr : naast deze drie vermelde spelers stapte ook nog de Hongaar Kovari over van Olympic Charleroi naar Cercle Brugge.  

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Technische Directeur: Francios Vitali

Verandering van spijs doet eten. Met de komst van AS Monaco verwelkomde Cercle een nieuwe sportief verantwoordelijke. François Vitali kreeg de nodige ruimte om het eerste elftal te herbouwen, en zo volop mee te dingen naar de prijzen, of beter, naar de enige prijs in 1B. Voor de aanvang van de thuismatch tegen Lierse doet hij ons zijn verhaal over de actualiteit bij en de toekomst van groenzwart.

Een eerste kennismaking, voor sommigen die je nog niet zouden kennen: wie is François Vitali?

Ik ben Rijselaar, momenteel 41 en reeds sinds mijn 18e fulltime in de voetbalwereld actief. Ik kom van LOSC (Lille Olympic Sporting Club Lille Métropole, nvdr) waar ik 18 jaar lang heb gewerkt. Zelf ben ik amateurvoetballer geweest bij verschillende clubs in het Noorden van Frankrijk. Tijdens mijn voetbalcarrière was ik reeds met de opleiding van jonge spelers bezig. Mijn huidige carrière is begonnen na een ontmoeting met de directeur van het opleidingscentrum, Jean-Michel Vandamme. Hij stelde me voor om bij LOSC te komen werken. LOSC speelde toen in de tweede afdeling van de Franse voetbalcompetitie en was in volle ontwikkeling. Samen hebben we het opleidingscentrum verder ontwikkeld. Gaandeweg kreeg ik ook de verantwoordelijkheid voor de rekrutering van jonge voetballers. In 2009 kwam een nieuwe algemene directeur en werd Jean-Michel Vandamme tot sportief directeur van de ganse club aangesteld. Bij die aanstelling werd mij de verantwoordelijkheid voor de rekrutering en de sportieve ontwikkeling van de hele club toevertrouwd en meer in het bijzonder van het professionele team. Ik werd directeur rekrutering en hoofd van het opleidingscentrum.

Maar je bent ook reeds in België actief geweest.

Op een gegeven moment dacht LOSC eraan een satellietclub te ontwikkelen en besliste om Moeskroen, dat toen in vierde afdeling speelde, over te kopen, met het oog hen naar eerste klasse te brengen. Bij die opdracht kreeg ik een centrale functie. Toen we uiteindelijk in de hoogste afdeling terechtkwamen heeft LOSC besloten om Moeskroen opnieuw te verkopen. Al bij al ben ik door LOSC in staat gesteld enorm veel ervaring en kennis op te doen op uiteenlopende domeinen, en op het hoogste domein in Frankrijk, met de kampioenstitel in League 1, Europees voetbal etc. LOSC heeft me veel kansen gegeven waarvoor ik hen altijd dankbaar zal zijn.

Toen klopte enkele maanden geleden Cercle Brugge aan. Hoe is een en ander in zijn werk gegaan?

Ik heb het geluk gehad Vadim Vasilyev (huidig vice-president van AS Monaco, nvdr) te ontmoeten, die me sprak over het plan om een buitenlandse club mee te helpen ontwikkelen. Het plan beviel me, ook omdat ik dit reeds had meegemaakt bij Rijsel en Moeskroen. Monaco is een grote club, en die opportuniteit was natuurlijk niet min. Toen duidelijk was dat het over Cercle ging, kon ik me een beeld vormen. Met Moeskroen speelden we reeds tegen Cercle tijdens de eindronde (eindronde in de tweede voetbalklasse competitiejaar 2012-2013, nvdr), waarbij Cercle aan het langste eind trok en zich in eerste klasse kon handhaven. Bovendien kende ik Brugge als stad die slechts op 45 minuten rijden van Rijsel vandaan ligt. Bij LOSC speelden vroeger ook heel wat Belgen zoals Erwin Vandenbergh en Philippe Desmedt, dus België is mij niet onbekend.

Hoe zou je de sfeer omschrijven bij Cercle?

Cercle is een historische vereniging, die reeds jaren deel uitmaakt van het voetballandschap in België. Uiteraard waren hier bij mijn aankomst de nodige moeilijkheden, en ik heb me ook niet verwacht aan een roze wolk. Maar ik heb hier zeer aangename mensen leren kennen en ben uitstekend onthaald. Uiteraard ben en blijf ik buitenlander, maar iedereen is vriendelijk en gedreven. Cercle is een kleine organisatie vergeleken met LOSC, en zeer familiaal. Het is uiteraard ook aan mij om inspanningen te doen om me te integreren.

"Is kampioen worden een realistische droom? Ja, het is realistisch, want alle ingrediënten zijn aanwezig."

Jouw verantwoordelijkheden bevinden zich op het sportieve vlak. Wat houdt dit in? In hoofdzaak het aankoopbeleid van Cercle sturen?

Wel, ik ben “de garantie” dat de sportieve objectieven die Cercle en zijn aandeelhouder stelt ook gehaald worden. Ben ik verantwoordelijk voor de aankopen? Ja en nee. Ons functioneren is een gemeenschappelijk functioneren. Als er een speler gekocht wordt, ben ik niet degene die hem traint of laat spelen. We kiezen dus samen met José Riga en de staf, in functie van de objectieven en de middelen waarover we beschikken. Bovenal willen we een ploeg samenstellen die zo competitief mogelijk kan zijn. De eindverantwoordelijkheid ligt uiteraard bij mij, en mijn rol is om Cercle sterkst te maken in verhouding tot de financiële middelen waarover we beschikken. De uitdaging is om beter te doen dan die middelen ons toelaten. We hebben nu, met de nieuwe aandeelhouder Monaco, het geluk te beschikken over de mogelijkheden van een echte professionele voetbalclub, met een sportieve staf van vijf personen, een medische staf… Mijn rol is om die structuur zo goed mogelijk op poten te zetten en te doen functioneren, ook al is dat alles op zeer korte tijd moeten gebeuren.

Het doel is om dit jaar kampioen spelen?

Het is eigenlijk zeer eenvoudig. Ons objectief is om de beste te zijn. Betekent dit dat we eerste worden? Dat is zeker de bedoeling, maar in een competitie is men nu eenmaal niet alleen. Wat vaststaat is dat we de middelen hebben gekregen om competitief te zijn. Daarnaast is het aan ons om keihard te werken. Niet enkel het talent telt om iets te bereiken, ook de inspanningen die men levert. Dus het objectief is om eerste te worden, maar dat is uiteraard wat iedereen die deelneemt aan competitie uiteindelijk wil.

Cercle heeft hevig ingekocht op de transfermarkt. Er staat een vrijwel nieuwe eerste ploeg op het veld.

We hebben eigenlijk niet veel gekocht. We hebben wel veel spelers gerekruteerd. Het is belangrijk om een nieuw hoofdstuk te schrijven. We zoeken naar competitieve, ambitieuze mensen om onze doelen te bereiken. We hebben daarbij niet meer spelers dan een andere club. Wat ook van groot belang is, een tweede as in het nieuwe project van Cercle, is dat de jeugdopleiding een centraal element is in onze verwezenlijkingen. Bij mijn eerdere werkgevers was de jeugdopleiding eveneens cruciaal, dat is voor mij niet nieuws.

De voorbereiding liep op wieltjes, Cercle heeft vooral gewonnen. Ook de eerste matchen in de competitie liepen gesmeerd, met uitzondering dan van de zware nederlaag tegen OHL. Alles loopt volgens plan?

Ik kom terug op wat ik net zei. Er zijn vele nieuwe spelers, en die hebben een positieve dynamiek gebracht. Uiteraard was er in het begin niet de druk die een competitie met zich brengt. Staf en spelers hadden inderdaad een zeer goede voorbereiding, maar zonder te weten wat de competitie zou brengen, waar stress, resultaten… altijd voor een andere atmosfeer zorgen. Aan sommige zaken kon je zien dat de groep nog niet helemaal klaar was voor de competitie. In Leuven was er veel ambitie en goesting, maar waren ook fouten merkbaar. Die fouten zijn vrij normaal wanneer men nog nooit als groep een competitie heeft doorgemaakt. De signalen bij de fouten werden te weinig uitgestuurd of opgepikt, waardoor we finaal helemaal de boot ingaan. De realiteit van de competitie werd vergeten. Dat is de doorleefde ervaring waaraan het de ploeg nog ontbreekt.

Wat je zegt indachtig, is het realistisch om te dromen dat Cercle dit jaar kampioen kan spelen?

Je vraagt het treffend: is kampioen worden een realistische droom? Ja, het is realistisch, want alle ingrediënten zijn aanwezig. Maar of het vandaag of morgen reeds kan, dat blijft natuurlijk het grote vraagteken. Dat hebben we niet in handen. Maar de middelen zijn er, en ook de inzet om dat doel te bereiken. Het blijft evenwel een droom, omdat we niet kunnen weten of het effectief ook kunnen realiseren dit jaar. Wat ik in elk geval kan garanderen is dat iedereen bij Cercle hard werkt om te slagen in ons opzet.

"Het is van groot belang dat we geholpen worden door onze supporters en onze partners."

Wanneer ben je dit seizoen een tevreden man?

Persoonlijk gesproken ben ik reeds tevreden, omdat ik op de juiste plek ben beland, in een goede, vriendelijke omgeving, met een kwaliteitsvolle aandeelhouder. Opnieuw krijg ik een zeer mooie opportuniteit aangeboden. Wanneer men tevreden is, is men altijd tot meer in staat. Maar uiteraard kan ik enkel tevreden zijn over ons resultaat wanneer we ons doel bereiken, dat wil zeggen kampioen spelen. Alleen, ik ken de datum niet. We zullen het in elk geval worden. En dan nog is dat slechts het begin. Want daarna moet je je nog handhaven en de toekomst van Cercle verder uitbouwen. Dat laatste is het belangrijkste.

Wat zou je de Cercle-supporter zelf nog kwijt willen?

Het project met Cercle kan niemand alleen realiseren. Een voetbalclub leeft niet zonder een positieve sfeer en zonder zijn supporters. We hebben nu met Monaco de uitgelezen kans om onze doelstellingen te realiseren. Er zijn veel geëngageerde en enthousiaste mensen, spelers, medewerkers, staf… Het is fantastisch om de huidige dynamiek te zien. Maar daarnaast is het van groot belang dat we geholpen worden door onze supporters en onze partners, zowel uit als thuis. Dus wil ik vragen dat mensen ons vervoegen om dit project te doen slagen. Ook als de ploeg minder draait hebben we massaal steun nodig. Wanneer men zich gesteund weet en aangemoedigd, kunnen we meer, durven we meer, creëren we meer en verplichten we onszelf om elke dag te groeien. Bij Cercle is die steun reeds aanwezig. Laat ons zo talrijk mogelijk zijn.

Het is mijn droom om thuis voor een vol stadion te spelen en ons publiek sterke emoties te bieden. Want we komen per slot van rekening allemaal naar het stadion voor de emotie die het voetbal ons elke week schenkt. Leve Cercle!

(K.V.)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Play-offs bij de jeugd

Ook bij de jeugd zijn er play-offs van toepassing.
Een woordje toelichting:
De ELITE jeugdkampioenschappen worden gespeeld door de clubs die uitkomen in de afdelingen profvoetbal 1A en 1B én de jeugdlicentie “ELITE” bezitten.
In dit artikel hebben we het over de leeftijdscategorieën U13 t/m U19.  Bijgevolg de ploegen die met 11/11 spelen.  (De U10 t/m U12 spelen 8/8 en de U9 5/5)

De ploegen worden ingedeeld in twee reeksen nl. A & B.  Reeks A bestaat uit de twaalf ploegen met de hoogste kwaliteitsranking.  Het is de Pro-league die de criteria voor deze kwaliteitsranking bepaalt.  Deze criteria zijn onafhankelijk van het feit of de A- ploeg uitkomt in 1A of 1B.

De reeks B bestaat uit de overige (in principe twaalf) ploegen.

Zo spelen de Cercle-jongeren in reeks B tegen Eupen, Moeskroen, Westerlo, KV Oostende, Tubeke, Antwerp, KV Kortrijk, Roeselare, Waasland Beveren, Lommel en Union.

Na de heen- en terugwedstrijden worden in beide reeksen per leeftijdscategorie een rangschikking opgemaakt.  Daaruit volgt een ranking.  Die ranking wordt opgemaakt aan de hand van de eindklassering van de ploegen U15 t/m U19.  Bij een gelijke stand haalt de vereniging met de hoogst geklasseerde U19 ploeg het.

De nummers 1 t/m 8 van de reeks A spelen een “play-off 1”.  

De nummers 9 tot 12 van de reeks A en de nummers 1 t/m 4 van de reeks B spelen een “play-off 2”.  

De nummers 5 t/m 12 van de reeks B spelen een “play-off 3”.

Dit weekend (4 maart) loopt de eigenlijke competitie af, maar er staan nog enkele inhaalwedstrijden op het programma (zoals voor ons de U13,14,17,19 tegen Roeselare op 11 maart).

De situatie ziet er op dit ogenblik rooskleurig uit voor de Groen-Zwarte jeugd.  De combinatie van de U13 t/m U19 staat op plaats 3.  De situatie om deel te nemen aan PO2, voor al deze ploegen, houdt rekening met de U15 t/m U19.  Daar staat de Cerclejeugd op plaats 2 (voornamelijk met dank aan de U19 met plaats 1 en de U 17 met plaats 3) na het ongenaakbare Eupen.

Dat net de oudste jeugdcategorieën het goed doen is goed nieuws natuurlijk.

Voor de ploegen uit 1B is dit systeem van competitie positief naar mijn mening.  Vroeger dienden ze het onder elkaar “uit te vechten” in 2e afdeling.  Nu kunnen de jeugdploegen zich meten met ploegen uit 1A (en zoals in het geval van Cercle ze achter zich laten) en via deelname aan PO2 opnieuw tegen andere ploegen uitkomen.  Sportief staan ze dus, ondanks 1B,  op gelijke hoogte en dit kan belangrijk zijn voor (verstandige) ouders als ze beslissen waar ze hun zoon willen “stallen”… 

Of het uiteindelijk binnenkort vaststaat dat de Groen-Zwarte jongeren definitief deelnemen aan PO2 en hoe ze het er van afbrengen, laten we later nog weten.

(met dank aan Wilfried Devos voor het bijhouden van de cijfergegevens)

(Georges Debacker)

 

Lees meer