koop tickets online

Niet uit de lucht gegrepen - Hans Gerard

Het is geen toeval, lezer, dat de ex-Cerclespeler van wie u een interview voorgeschoteld krijgt, Hans Gerard is.  Hebt u de Shot-on-Linerubriek: “Cercle en Brugge door de jaren heen, deel 204 “ van 19 mei 2018 gelezen, dan begrijpt u meteen wat de aanleiding tot dit interview was.   Wellicht hoopte u zelfs dat er klaarheid zou volgen op wat u daar te lezen kreeg.  Is het u niet duidelijk waarover het hier gaat, dan raad ik u aan dat ‘deel 204’ door te nemen , bij voorkeur nog voordat u verder leest.  Vooraleer we over ‘dat hoofdstuk’ uitweiden, heeft Hans echter nog iets heel anders te vertellen…

Toen ik je telefonisch contacteerde, Hans, zei je me dat het een wonder is dat jij nog kunt geïnterviewd worden.  Blijkbaar had een recent ongeval fataal kunnen zijn voor jou?

Ja, en dat is pas drie maanden geleden.  In Sint-Pieters werd ik op het fietspad door een auto aangereden.  Die wagen zwierde mij in de lucht.  Ik kwam eerst op het dak ervan terecht en daarna op de grond.  Er was spoedig maar langdurig medische hulp, en ik kwam op de afdeling intensieve zorg van het AZ Sint-Jan terecht.  Om het uur kreeg ik er verzorging,  twaalf dagen lang.  Het zag er niet goed uit: ik lag daar met mijn nog recente ‘nieuwe heup’ verbrijzeld, schouderblad en vijf ribben gebroken, rechter schouder volledig uit de kom, een klaplong, genaaid zowel bovenaan als onderaan.  Eigenlijk heb ik geluk gehad in mijn ongeluk, maar dat mijn herstelproces nu bijzonder vlot verloopt is geen toeval.  Dat heb ik aan mijn positivisme te danken.  Mijn lichaam en mijn geest zijn al lang zo harmonisch op elkaar afgestemd dat ik fysiek en psychisch in een perfect fifty-fifty evenwicht leef.  Vóór mijn ongeval fietste ik dagelijks dertig tot veertig kilometer.  Kijk je hier even rond, dan vallen je ogen niet alleen op een hometrainer, maar je ziet overal  boeken en brieven liggen.  Dit Franstalige boek hier, “Energie Cosmique”, is toplectuur. Hadden alle mensen er maar een idee van wat uitgaat van een goede lichamelijke conditie en ontvankelijkheid voor de geesteskracht van een positieve levenshouding!

Niet alleen een wonder, ook een geluk voor jezelf en voor onze lezers is het,  Hans, dat ik je vandaag mag interviewen.  Je speelde drie jaar voor Groen-Zwart, van 1957 tot ’60.  Het is duidelijk dat het venijn in de staart zit, maar beginnen we toch maar bij jouw prilste begin.  Op 1 april 1936 werd er in Nieuwpoort een wel heel bijzondere aprilvis geboren.  Waren er onder de mensen die bewonderend in het wiegje keken ook broers of zussen van je, of kwam je ter wereld als de eerstgeborene van het gezin?    

Ik was de derde in de reeks van tien kinderen - eigenlijk de vierde, maar een zusje was gestorven.  Mijn vader was een hardwerkende landmeter, die duidelijk liet verstaan dat hij ons  liever over de studieboeken gebogen zag dan aan het sporten.  Mijn moeder werd door iedereen als een heel bijzondere persoonlijkheid erkend.  Voordat ze trouwde was ze hoofdverpleegster bij de bekende professor en chirurg Joseph Sebrechts in Brugge, en thuis was ze een fantastische moeder, die tegelijkertijd als een dokter was voor ons. 

Je voetbalde al in de wieg?

Al vroeg ‘sportte’ ik graag.  Fietsen, tennis, wat atletiek, lopen vooral.  Toch spande voetbal de kroon.  En het ging goed.  Wat schiet er zo meteen mijn geheugen te binnen?  Een matchke dat we met 9-4 wonnen toen ik nog kind was.  Ik scoorde er vijf van de negen.  En dat deed de ronde in Nieuwpoort!   Ook herinner ik me levendig een match op de Gistfabriek tegen ‘de Frères’: ‘k Zal dan twaalf geweest zijn, en ik mocht meespelen met de ploeg van het Brugse Sint-Lodewijkscollege.  Ik studeerde er Grieks-Latijn, en sommige spelers waren vijf jaar ouder dan ikzelf.

"Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij"

Toch was je al 21 toen je van Nieuwpoort in Provinciale naar Cercle trok in de op één na hoogste afdeling van het land.  Was Cercle een zeer bewuste keuze?

Eigenlijk niet.  Ik kende Cercle nauwelijks, had er nog geen enkele wedstrijd van gezien.  Het was Robert Braet die het klaar kreeg om me naar Cercle te loodsen.  Ook A.S. Oostende was een mogelijkheid geweest.  In de loop van mijn voetbalcarrière is een transfer naar een andere ploeg meer dan eens ter sprake gekomen.  Ik kon naar Anderlecht, maar mijn vader lag dwars wegens mijn studies architectuur aan Sint-Lucas in Gent - later heb ik  voor de bouw gewerkt, maar langer als verzekeraar.  Nadat ik goed presteerde als gelegenheidsspeler op Clubs Paastornooi, waar het heerlijk samenspelen was met technisch knappe spelers als Berre Deurwaerder en Fernand Goyvaerts, keek Club onder trainer Höffling begerig naar mij uit.  Ik ben zelfs bij Michel Van Maele thuis op bezoek geweest, maar Cercles bestuur, vooral Lucien Dhondt,  was niet te vermurwen.  Na de inhuldiging van Cercles lichtinstallatie  met een match van Groen-Zwart tegen Stade Reims in november 1957 had ik naar die Franse kampioeneploeg gekund.  En nadat ik al weg was bij Cercle had Beerschot een goed bod voor mij over.  Kijk, dat zijn dingen die ik me allemaal herinner, maar feitelijk  was het mij grotendeels gelijk voor welk team ik speelde.  Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij.  Ook nu nog volg ik graag matchen op tv, maar niet om het even welke.  Genieten kan ik alleen van creatief voetbal, individuele nummertjes, vlug doorspelen van de bal,  posities innemen, knappe combinaties, opentrekken van het spel.  Velen die naar het voetbal gaan, kijken haast uitsluitend naar de bal.  Ze zien die vliegen van achter naar voor, van rechts naar links,  heen en terug, maar ze hebben er geen oog voor hoe de spelers patronen vormen over het terrein.  Gisteren zag ik de Belgen in hun laatste oefenpot voor het WK 4-1 winnen tegen Costa Rica.  Wat een genot voor het oog Kevin De Bruyne en vooral Eden Hazard over het veld te zien draven met de bal aan de voet of positie kiezend om gaten te kunnen trekken.  Vraag me niet of voetbal oorlog is of  feest: het is alleen voetbal als het een spel is, een spel waarbij je kunt genieten van het oogstrelende, vooreerst als speler, maar evenzeer als toeschouwer.  Al speelde ik destijds natuurlijk om te winnen, het zal wel waar zijn dat ik soms eerder uit was op het speelse, het technisch vaardige, het creatieve, dan op het resultaat: Ik dribbelde zo graag…  

Bij Cercle maakte je vlug furore.  Maar heel lang duurde de pret niet.  Na drie jaar kwam er een bizar slot aan.  Op het einde van het seizoen 1959-’60 kreeg Cercle nog onverhoopt de kans om naar de hoogste afdeling te promoveren.  De beslissing viel bij een testwedstrijd tegen Patro Eisden op het veld van Club Mechelen (het huidige YR KV Mechelen).  Cercle verloor met 2-1.  Ik herinner me die match bijzonder goed en toen ik naar huis reed, was ik niet alleen over de uitslag ontgoocheld maar ook over het gebrek aan strijdlust bij Groen-Zwart. Toen, jaren later, het prachtige “Cercle Brugge KSV 1899-1989” van Roland Podevijn van de drukpersen kwam, las ik erin: “De wedstrijd mondde voor de talrijke Brugse supporters uit op een enorme ontgoocheling.  Na een effenaf teleurstellende Cercleprestatie werd er met 2-1 verloren.  Enkele spelers hadden tegen hun gewoonte in opvallend gelaten, inspiratieloos en ondermaats gevoetbald … Dat was niet ‘normaal’!”  Jij, Hans, kon het niet geweest zijn die ‘ondermaats’ presteerde, want  … nadat je 12 goals had gescoord in 24 matchen, was jij er niet bij – je mocht er niet bij zijn!  Maar wat las ik enkele dagen geleden op Shot-on-Line?  Weliswaar had ik al ‘geruchten’ die niet minder suggestief waren dan bovenstaand citaat voordien opgevangen, maar wat ik daar las, was niet om er stil bij te blijven zitten.  Vandaar het verzoek van onze hoofdredacteur om te luisteren naar jouw visie erop.

[Ter wille van de lezer die het vermelde ‘deel 204’ niet leest, citeer ik één zin uit die tekst, kort na de testmatch in het Brugsch Handelsblad verschenen:  “De trainer en zijn blinde volgelingen hebben waarlijk te veel ‘met zijn voeten gespeeld’ en anderen zouden het wellicht reeds lang stilgelegd hebben.”  Na lectuur van de volledige tekst, reageerde Hans als een gentleman: feiten ontkennen kon hij niet, schuldigen vrijpleiten kon hij evenmin, maar hij stond erop ook na zo lange tijd de sluier van de anonimiteit te behouden boven het hoofd van wie trainer Delfour zijn eigenzinnigheid liet doordrijven.]

Straks is het zestig jaar geleden, Hans, maar hoe kijkt u op de dag van vandaag daar tegenaan?

Al wat hier gezegd wordt, klopt.  En de testwedstrijd heb ik gezien … van op de tribune.  Hoe zat het allemaal juist in elkaar?  Heel het gebeuren, heel de achtergrond ervan, was mij duidelijk van naaldje tot draadje.  Het was trouwens niet de eerste keer dat het voor de spelers interessanter was niet te winnen, en dat niet alleen voor hen die vermoedelijk geen kans zouden krijgen in de hoogste afdeling.  Er komt nu nog een binnenpretje bij me op als ik denk aan een match op A.S. Oostende.  Wat panikeerden we toen Vic Derboven ons van ver van het doel af op voorsprong schoot!  We mochten niet winnen, en ja, hoor, het lukte ons om met 3-2 het onderspit te delven.  Dat was nog vóór het seizoen dat op die testmatch eindigde.  Ja, dat ik al een tijdje voor de testmatch aan de zijlijn gehouden werd, niet zelf het veld mocht opdraven, lag inderdaad zoals het artikel te verstaan geeft, niet alleen, zij het wel vooral, aan Edmond Delfour.  Ik weet heel goed hoe ik hem op de tenen had getrapt, maar wat zou eraan gewonnen zijn als ik dat uit de doeken deed?  Het komt er wel op neer dat ik mijn ogen niet sloot waar hij me dat liever had zien doen.  Wat kan ik hier verder nog over zeggen?  Dit alleszins, dat ik er geen trauma aan overgehouden heb, lang niet.  Ik had graag bij Cercle gespeeld, maar zo kon het niet verder.  Als het er zo aan toeging, kon ik er geen plezier meer aan beleven.  Ofwel voetbalde ik niet meer, ofwel werd ik getransfereerd.

Het werd een transfer naar Union Sint-Gillis, en kwalijk viel dat nu precies ook niet uit, want ‘den Union’ speelde in de Eerste Afdeling.  Cercle promoveerde dus niet, maar jij wél!

Bij Union kwam ik wel in onze hoofdstad terecht, maar niet in de hemel!  Ik was er semiprof, maar er was meer dat tegenviel dan dat er meeviel.  In een match tegen Beerschot werd ik brutaal gekwetst.  Er volgde een meniscusoperatie, en daarbij werd ik ‘mismeesterd’.  Onze trainer was niet vrij van vriendjespolitiek, en op het einde van mijn tweede jaar degradeerden we.  S.K. Roeselare lijfde me in, en ik trof er Robert Goethals aan, die een prima trainer was en mij weer intense vreugde in het spel bezorgde. Toen hij drie jaar later naar V.G. Oostende trok, vroeg hij me mee, en met de kustjongens speelden we kampioen.  Ten slotte heb ik nog even in Wevelgem gevoetbald.  Tijdens het weekend gaf ik daar tennisles, en dat ik een half jaartje trainer-speler werd bij S.V. was grotendeels een vriendendienst.

Na de desastreuse testmatch halfweg 1960 vreesden velen dat het met Cercle  bergaf zou gaan, te meer doordat jij er niet meer bij was, maar promotie was slechts uitgesteld.  Eén jaar later promoveerde Cercle als tweede, samen met kampioen Diest. Weet je nog hoe dat bij jou overkwam, hoe jij daar tegenaan keek?

Wel, al speelde mijn broer Jo nog bij Groen-Zwart, zelf had ik niet alleen niets meer met Cercle te maken, maar ook psychisch had ik afstand genomen van wat toch voorbij was.  Voetbal is in tegenstelling tot mijn druk zakenleven altijd een bijzaak geweest voor mij.  Ik draag Cercle geen rancune toe, en vanuit de loges samen met Fernand Van Damme, zoon van de gewezen burgemeester van Brugge en ex-voorzitter van Cercle, heb ik Groen-Zwart later nog een aantal matchen zien spelen in Jan Breydel.  

Hans woont in hartje Brugge, in het Prinsenhof, zijstraat van de Geldmuntstraat.  Hij is 82 jaar jong.  Dat ‘jong’ schrijf ik niet zomaar.  Erop wijzend dat voor nogal wat mensen op zijn leeftijd de dagen eentonig verlopen, dat elke volgende dag hun als een herhaling van de vorige overkomt, vroeg ik Hans of hij dat ook zo aanvoelde.  Het was eigenlijk een retorische vraag.  Hans’ vitaliteit was me al duidelijk vanaf het begin van het gesprek. Ik kon dan ook niet verwonderd zijn over het centrale woord van zijn antwoord: net zoals bij het voetbal is hij dag in dag uit op niets meer uit dan op ‘creativiteit’.  “Altijd ben ik creatief bezig,” beklemtoont hij, “ik denk, ik lees, ik schrijf, onophoudelijk gedreven door kosmische energie, de basis van het ontstaan en het bestaan van ALLES.”

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met ... Ganvoula

SHOT sprak met … Silvère Ganvoula

‘Moeilijk moment in mijn carrière’

In de week voor de thuiswedstrijd tegen KV Kortrijk (2-0 winst) had ik ook een gesprek met Silvère Ganvoula.  De rijzige spits uit Congo-Brazzaville streek neer tijdens de winterstop.  Voorlopig kwam hij niet verder dan een paar invalbeurten.  In het gesprek werd duidelijk dat hij toch wat moeite heeft om zich aan te passen aan de voetbalstijl van Cercle Brugge.  Het relaas van een aangenaam gesprek met onze spits. 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Jesper Daland

SHOT sprak met … Jesper Daland

‘Heb me heel vlot aangepast aan het Belgische voetbal’

Na de 6 op 6 in de competitie lijkt Cercle Brugge eindelijk gelanceerd te zijn.  In de aanloop naar de wedstrijd in en tegen STVV ging ik in gesprek met Jesper Daland.  De jonge Noorse verdediger ontpopte zich in de eerste seizoenshelft tot een vaste waarde in het Cercleteam.  Meer nog, hij mag gerust omschreven worden als één van de revelaties.  Niet alleen bij Cercle, maar ook in de Belgische competitie.  Hieronder volgt het relaas van een aangenaam gesprek met een erg sympathieke jongeman.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 230)

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 230)
(periode van 01-07-1961 -> 08-07-1961)

  • Cercle

Tegenwoordig bestaat er geen komkommertijd meer in het voetbal.  Elke dag valt er wel een of ander nieuwtje.  Of het nu de pure waarheid is of integendeel de waarheid geweld aandoet, daar ligt allang niemand meer van wakker.  Hooguit maakt iemand er zich nog eens een beetje zenuwachtig over wat dan in het beste geval voor een bescheiden tegenreactie zorgt maar meer stof wordt er niet meer door opgewaaid.  Vijftig jaar geleden verscheen tijdens de zomermaanden niet al te veel transfernieuws maar wat toen gepubliceerd werd stemde wel vaak overeen met de werkelijkheid.
Net voor het afsluiten van de transferperiode vernamen de voetbalsupporters dat de Hongaar Nemes het groen-zwarte spelersshirt zou aantrekken.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met ... Yves Vanderhaeghe


SHOT sprak met …

Yves Vanderhaeghe


Ik werk hier heel graag

Onze coach is hier reeds sinds februari, wanneer hij de geslaagde reddingsactie inzette, maar een gesprekje met SHOT kwam er nog niet van.
Hoog tijd dus om even samen te zitten.  Ik sprak met een gedreven man die vol enthousiasme over zijn job en het spelletje praat.
Een aangenaam gesprek waarbij we, hoewel velen mogelijks denken zijn geschiedenis  voldoende te kennen, behoorlijk terugkomen op zijn carrière als speler en als trainer om het daarna vanzelfsprekend over Cercle te hebben.

Als speler begon, en beëindigde je ook, je carrière in je geboortestad Roeselare?

Ik doorliep er alle jeugdrangen tot UEFA-junior.  Als scholier kende ik een aantal selecties bij de West-Vlaamse selectie.  Zo werd ik blijkbaar opgemerkt door een scout van Cercle.  Zo deed ik mijn laatste twee jaar als UEFA bij Cercle.  Toen ging het wel snel, want na één jaar kon ik mijn debuut maken met de A-ploeg op Standard (0-3).  Er waren heel wat geblesseerde spelers en zo kon ik op de bank starten.  Het laatste kwartier mocht ik invallen.  Dat was mijn debuut in eerste afdeling.  Het is bij dat ene “optreden” bij Cercle gebleven, hoewel ik de week nadien op STVV ook op de bank zat.  Daarna waren alle A-kernspelers terug en was het logisch dat ik terug uit de selectie viel.  Toen bestond het wedstrijdblad immers maar uit vijftien spelers.  Voor mij was dat wel een serieuze motivatie om toch te proberen door te breken op het hoogste niveau.  Ik mocht op Cercle blijven en verder met de A-kern meetrainen, maar ik kreeg geen contract.  Mijn vader is een pure West-Vlaming en een nuchtere kerel, en ik diende eerst te studeren.  Ik kwam als regent LO studeren in Brugge, dus dat viel mee.  Met een klein contractje zou ik reeds tevreden geweest zijn, maar voor mijn vader was dat niet goed genoeg.  Zo keerde ik terug naar Roeselare, dat toen in 3e afdeling speelde.  Ik deed er veel ervaring op want dan speel je “mannenvoetbal”.  Ik was immers amper 18 jaar.  Ik bleef er vier jaar, tot mijn tweeëntwintigste.

Dan volgt periode 1 bij “Les Hurlus”?

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 229)

(Periode van 17-06-1961 -> 24-06-1961)

  • Cercle

Op het vlak van voetbal was het pure komkommertijd wat eigenlijk wel normaal was voor de tijd van het jaar.  Gelukkig staken er toch reeds wat transfergeluiden de kop op wat er voor zorgde dat de supporters hoe dan ook enige hoop mochten koesteren in het vooruitzicht van het nieuwe seizoen.
Maar we starten dit groen-zwarte nieuws met het bericht dat een nieuwe supportersvereniging het daglicht gezien had :

Lees meer