koop tickets online

Peru en Spanje

Stefaan Dierickx moest voor een conferentie in Cusco, Peru, zijn.  Een bezoek aan Machu Picchu – met Cerclesjaal – mocht dan ook niet ontbreken.

Myriam en Georges (hoofdredacteur SHOT-online) vierden hun 40e huwelijksverjaardag op restaurant in Spanje met hun voornamelijk Britse buren.  Allen duimden voor een geslaagd Cercle-seizoen in 1A.  Hoewel… er zat 1 Brugse Clubfan tussen.  

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Technische Directeur: Francios Vitali

Verandering van spijs doet eten. Met de komst van AS Monaco verwelkomde Cercle een nieuwe sportief verantwoordelijke. François Vitali kreeg de nodige ruimte om het eerste elftal te herbouwen, en zo volop mee te dingen naar de prijzen, of beter, naar de enige prijs in 1B. Voor de aanvang van de thuismatch tegen Lierse doet hij ons zijn verhaal over de actualiteit bij en de toekomst van groenzwart.

Een eerste kennismaking, voor sommigen die je nog niet zouden kennen: wie is François Vitali?

Ik ben Rijselaar, momenteel 41 en reeds sinds mijn 18e fulltime in de voetbalwereld actief. Ik kom van LOSC (Lille Olympic Sporting Club Lille Métropole, nvdr) waar ik 18 jaar lang heb gewerkt. Zelf ben ik amateurvoetballer geweest bij verschillende clubs in het Noorden van Frankrijk. Tijdens mijn voetbalcarrière was ik reeds met de opleiding van jonge spelers bezig. Mijn huidige carrière is begonnen na een ontmoeting met de directeur van het opleidingscentrum, Jean-Michel Vandamme. Hij stelde me voor om bij LOSC te komen werken. LOSC speelde toen in de tweede afdeling van de Franse voetbalcompetitie en was in volle ontwikkeling. Samen hebben we het opleidingscentrum verder ontwikkeld. Gaandeweg kreeg ik ook de verantwoordelijkheid voor de rekrutering van jonge voetballers. In 2009 kwam een nieuwe algemene directeur en werd Jean-Michel Vandamme tot sportief directeur van de ganse club aangesteld. Bij die aanstelling werd mij de verantwoordelijkheid voor de rekrutering en de sportieve ontwikkeling van de hele club toevertrouwd en meer in het bijzonder van het professionele team. Ik werd directeur rekrutering en hoofd van het opleidingscentrum.

Maar je bent ook reeds in België actief geweest.

Op een gegeven moment dacht LOSC eraan een satellietclub te ontwikkelen en besliste om Moeskroen, dat toen in vierde afdeling speelde, over te kopen, met het oog hen naar eerste klasse te brengen. Bij die opdracht kreeg ik een centrale functie. Toen we uiteindelijk in de hoogste afdeling terechtkwamen heeft LOSC besloten om Moeskroen opnieuw te verkopen. Al bij al ben ik door LOSC in staat gesteld enorm veel ervaring en kennis op te doen op uiteenlopende domeinen, en op het hoogste domein in Frankrijk, met de kampioenstitel in League 1, Europees voetbal etc. LOSC heeft me veel kansen gegeven waarvoor ik hen altijd dankbaar zal zijn.

Toen klopte enkele maanden geleden Cercle Brugge aan. Hoe is een en ander in zijn werk gegaan?

Ik heb het geluk gehad Vadim Vasilyev (huidig vice-president van AS Monaco, nvdr) te ontmoeten, die me sprak over het plan om een buitenlandse club mee te helpen ontwikkelen. Het plan beviel me, ook omdat ik dit reeds had meegemaakt bij Rijsel en Moeskroen. Monaco is een grote club, en die opportuniteit was natuurlijk niet min. Toen duidelijk was dat het over Cercle ging, kon ik me een beeld vormen. Met Moeskroen speelden we reeds tegen Cercle tijdens de eindronde (eindronde in de tweede voetbalklasse competitiejaar 2012-2013, nvdr), waarbij Cercle aan het langste eind trok en zich in eerste klasse kon handhaven. Bovendien kende ik Brugge als stad die slechts op 45 minuten rijden van Rijsel vandaan ligt. Bij LOSC speelden vroeger ook heel wat Belgen zoals Erwin Vandenbergh en Philippe Desmedt, dus België is mij niet onbekend.

Hoe zou je de sfeer omschrijven bij Cercle?

Cercle is een historische vereniging, die reeds jaren deel uitmaakt van het voetballandschap in België. Uiteraard waren hier bij mijn aankomst de nodige moeilijkheden, en ik heb me ook niet verwacht aan een roze wolk. Maar ik heb hier zeer aangename mensen leren kennen en ben uitstekend onthaald. Uiteraard ben en blijf ik buitenlander, maar iedereen is vriendelijk en gedreven. Cercle is een kleine organisatie vergeleken met LOSC, en zeer familiaal. Het is uiteraard ook aan mij om inspanningen te doen om me te integreren.

"Is kampioen worden een realistische droom? Ja, het is realistisch, want alle ingrediënten zijn aanwezig."

Jouw verantwoordelijkheden bevinden zich op het sportieve vlak. Wat houdt dit in? In hoofdzaak het aankoopbeleid van Cercle sturen?

Wel, ik ben “de garantie” dat de sportieve objectieven die Cercle en zijn aandeelhouder stelt ook gehaald worden. Ben ik verantwoordelijk voor de aankopen? Ja en nee. Ons functioneren is een gemeenschappelijk functioneren. Als er een speler gekocht wordt, ben ik niet degene die hem traint of laat spelen. We kiezen dus samen met José Riga en de staf, in functie van de objectieven en de middelen waarover we beschikken. Bovenal willen we een ploeg samenstellen die zo competitief mogelijk kan zijn. De eindverantwoordelijkheid ligt uiteraard bij mij, en mijn rol is om Cercle sterkst te maken in verhouding tot de financiële middelen waarover we beschikken. De uitdaging is om beter te doen dan die middelen ons toelaten. We hebben nu, met de nieuwe aandeelhouder Monaco, het geluk te beschikken over de mogelijkheden van een echte professionele voetbalclub, met een sportieve staf van vijf personen, een medische staf… Mijn rol is om die structuur zo goed mogelijk op poten te zetten en te doen functioneren, ook al is dat alles op zeer korte tijd moeten gebeuren.

Het doel is om dit jaar kampioen spelen?

Het is eigenlijk zeer eenvoudig. Ons objectief is om de beste te zijn. Betekent dit dat we eerste worden? Dat is zeker de bedoeling, maar in een competitie is men nu eenmaal niet alleen. Wat vaststaat is dat we de middelen hebben gekregen om competitief te zijn. Daarnaast is het aan ons om keihard te werken. Niet enkel het talent telt om iets te bereiken, ook de inspanningen die men levert. Dus het objectief is om eerste te worden, maar dat is uiteraard wat iedereen die deelneemt aan competitie uiteindelijk wil.

Cercle heeft hevig ingekocht op de transfermarkt. Er staat een vrijwel nieuwe eerste ploeg op het veld.

We hebben eigenlijk niet veel gekocht. We hebben wel veel spelers gerekruteerd. Het is belangrijk om een nieuw hoofdstuk te schrijven. We zoeken naar competitieve, ambitieuze mensen om onze doelen te bereiken. We hebben daarbij niet meer spelers dan een andere club. Wat ook van groot belang is, een tweede as in het nieuwe project van Cercle, is dat de jeugdopleiding een centraal element is in onze verwezenlijkingen. Bij mijn eerdere werkgevers was de jeugdopleiding eveneens cruciaal, dat is voor mij niet nieuws.

De voorbereiding liep op wieltjes, Cercle heeft vooral gewonnen. Ook de eerste matchen in de competitie liepen gesmeerd, met uitzondering dan van de zware nederlaag tegen OHL. Alles loopt volgens plan?

Ik kom terug op wat ik net zei. Er zijn vele nieuwe spelers, en die hebben een positieve dynamiek gebracht. Uiteraard was er in het begin niet de druk die een competitie met zich brengt. Staf en spelers hadden inderdaad een zeer goede voorbereiding, maar zonder te weten wat de competitie zou brengen, waar stress, resultaten… altijd voor een andere atmosfeer zorgen. Aan sommige zaken kon je zien dat de groep nog niet helemaal klaar was voor de competitie. In Leuven was er veel ambitie en goesting, maar waren ook fouten merkbaar. Die fouten zijn vrij normaal wanneer men nog nooit als groep een competitie heeft doorgemaakt. De signalen bij de fouten werden te weinig uitgestuurd of opgepikt, waardoor we finaal helemaal de boot ingaan. De realiteit van de competitie werd vergeten. Dat is de doorleefde ervaring waaraan het de ploeg nog ontbreekt.

Wat je zegt indachtig, is het realistisch om te dromen dat Cercle dit jaar kampioen kan spelen?

Je vraagt het treffend: is kampioen worden een realistische droom? Ja, het is realistisch, want alle ingrediënten zijn aanwezig. Maar of het vandaag of morgen reeds kan, dat blijft natuurlijk het grote vraagteken. Dat hebben we niet in handen. Maar de middelen zijn er, en ook de inzet om dat doel te bereiken. Het blijft evenwel een droom, omdat we niet kunnen weten of het effectief ook kunnen realiseren dit jaar. Wat ik in elk geval kan garanderen is dat iedereen bij Cercle hard werkt om te slagen in ons opzet.

"Het is van groot belang dat we geholpen worden door onze supporters en onze partners."

Wanneer ben je dit seizoen een tevreden man?

Persoonlijk gesproken ben ik reeds tevreden, omdat ik op de juiste plek ben beland, in een goede, vriendelijke omgeving, met een kwaliteitsvolle aandeelhouder. Opnieuw krijg ik een zeer mooie opportuniteit aangeboden. Wanneer men tevreden is, is men altijd tot meer in staat. Maar uiteraard kan ik enkel tevreden zijn over ons resultaat wanneer we ons doel bereiken, dat wil zeggen kampioen spelen. Alleen, ik ken de datum niet. We zullen het in elk geval worden. En dan nog is dat slechts het begin. Want daarna moet je je nog handhaven en de toekomst van Cercle verder uitbouwen. Dat laatste is het belangrijkste.

Wat zou je de Cercle-supporter zelf nog kwijt willen?

Het project met Cercle kan niemand alleen realiseren. Een voetbalclub leeft niet zonder een positieve sfeer en zonder zijn supporters. We hebben nu met Monaco de uitgelezen kans om onze doelstellingen te realiseren. Er zijn veel geëngageerde en enthousiaste mensen, spelers, medewerkers, staf… Het is fantastisch om de huidige dynamiek te zien. Maar daarnaast is het van groot belang dat we geholpen worden door onze supporters en onze partners, zowel uit als thuis. Dus wil ik vragen dat mensen ons vervoegen om dit project te doen slagen. Ook als de ploeg minder draait hebben we massaal steun nodig. Wanneer men zich gesteund weet en aangemoedigd, kunnen we meer, durven we meer, creëren we meer en verplichten we onszelf om elke dag te groeien. Bij Cercle is die steun reeds aanwezig. Laat ons zo talrijk mogelijk zijn.

Het is mijn droom om thuis voor een vol stadion te spelen en ons publiek sterke emoties te bieden. Want we komen per slot van rekening allemaal naar het stadion voor de emotie die het voetbal ons elke week schenkt. Leve Cercle!

(K.V.)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Een jeugdspeler aan het woord

Ward Vandenbroucke – U10

Eens supporter, altijd supporter. Shot wil daarom ook de allerjongsten aan het woord laten. In deze aflevering stellen we Ward Vandenbroucke voor. Ward woont in Snellegem, is negen jaar oud en verdedigt sinds dit seizoen met veel enthousiasme de kleuren van Groen-Zwart. 

Dag Ward, wanneer ben je beginnen voetballen?

In Snellegem is geen ploeg, dus ik speelde eerst vier jaar voor VKSO Zerkegem, waar ook Denis Viane ooit is beginnen shotten. Vorig seizoen ging het goed en klopten de scouts van KV Oostende, Cercle Brugge en KFC Varsenare aan. 

Waarom heb je uiteindelijk voor Cercle gekozen?

Marc Van Opstaele, de hoofdscout van de jeugd, nodigde me uit om vier keer te komen testen.  Mijn ouders en ik werden hartelijk ontvangen. Ik was onmiddellijk op mijn gemak en had een goed gevoel. Mijn papa zei dat Cercle Brugge al jaren bekend staat om zijn goede en warmmenselijke opleiding. Voor mijn ouders speelden natuurlijk ook praktische redenen mee: de afstand naar Brugge zorgt voor minder tijdverlies dan een verplaatsing naar Oostende. De eerste ploeg van KVO speelt wel in 1A, maar bij de jeugd voetballen we in dezelfde reeks. Ik heb ondertussen geen spijt van mijn keuze, ik ben hier immers heel graag.

De jeugd van Zerkegem speelt gewestelijk voetbal, en nu ben je actief op nationaal niveau. Dat was voor jou wellicht een heel grote stap?

Dit klopt, het verschil is immens. Ik train plots drie keer per week, de oefeningen zijn moeilijker en het niveau van mijn ploegmaats op training en van tegenstanders in wedstrijden is veel hoger. 

In de kern van de U10 zitten 23 spelers. Hoe werkt dit in de praktijk?

Elke ploeg in onze reeks heeft bij de U10 twee teams, die elk wekelijks een 8 tegen 8 wedstrijd spelen. Ook bij ons zijn de 23 kinderen in twee groepen verdeeld. Er bestaat geen A of B-ploeg met de betere of iets mindere voetballers. Om de vier weken wordt daarentegen de groep door elkaar geschud zodat iedereen eens met iedereen speelt. Onze coaches zijn Nicolas Poppe en Pablo Vermote. Het zijn twee heel toffe trainers. Ze hebben een goede band met alle kinderen, vertellen graag eens een mopje en spelen vaak mee met ons.

Je vader Lieven, die jeugdcoördinator is van VKSO Zerkegem, was vroeger een fervent atleet. Hij liep enkele jaren geleden de Marathon des Sables, een zesdaagse ultraloop van 254 kilometer in de woestijn van Marokko bij een temperatuur van meer dan 40 graden.  Ik stel me dan ook voor dat jij een box-to-box voetballer bent die over veel loopvermogen beschikt. Heb ik het juist?

Ik ren veel in een match, maar ik ben toch een ander type speler. Bij Zerkegem speelde ik centraal achteraan, maar daar had ik het te gemakkelijk. Om het voor mij iets uitdagender te maken speel ik nu op de flanken, op de posities 7 en 11, maar ik kan op bijna alle plaatsen uit de voeten. Technisch ben ik goed, ik kan in een 1 tegen 1-situatie een tegenstander uitschakelen als dat moet, en ben vrij snel.  Mijn papa denkt dat ik toch een verdediger zal worden omdat ik het spel het liefst voor mij heb, en voortdurend positioneel denk, maar we zullen wel zien in de toekomst. 

Je hebt je sterke punten opgesomd. Ongetwijfeld zijn er ook zaken waar je nog hard moet aan werken. Welke zijn die?

Ik ben iets te timide op het veld. Het duel moet ik meer durven aangaan. Ik mis nog wat grinta en onverzettelijkheid. Daarnaast moet ik de kwaliteiten die ik heb beter durven gebruiken. Soms ben ik immers te onzeker om een dribbel aan te gaan. Ik moet dus meer geloven in mijzelf. 

"Ik hoop dat de A-kern spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen."

We vroegen aan één van je trainers, Nicolas Poppe, of hij zich kan herkennen in het beeld dat je van jezelf schetst.

(Nicolas) Ik denk het wel. Ward is, zoals hij zelf zegt, tweevoetig maar moet nog meer zijn tweede voet durven gebruiken bij een passeerbeweging. Hij draait heel goed mee in de groep, maar bezit door zijn verleden bij een gewestelijke ploeg nog over heel veel groeimarge, en daar gaan we samen aan werken. Ik wil er nog aan toevoegen dat Ward voor zijn leeftijd zeer matuur is. Hij is bovendien positief ingesteld, ligt goed in de groep en is altijd zeer enthousiast. Het is een plezier om zo iemand in het team te hebben. 

(Ward) Ik ga heel graag trainen, zelfs als het regent en sneeuwt. Ik speel zo graag voetbal dat ik op dinsdag ook nog minivoetbal bij De Zotte Mutse uit Brugge. De voorwaarde van mijn ouders was wel dat ik een goed schoolrapport blijf hebben. 

Hoe doet de U10 het in wedstrijden, Ward?

We spelen matchen tegen bijna alle ploegen van 1A en 1B uit het Vlaamse landsgedeelte.
Er is nog geen klassement, maar de resultaten zijn heel degelijk. Anderlecht, Club Brugge, Lokeren en Gent zijn een maatje te groot, maar we kunnen onze voet zetten naast alle andere tegenstanders.

Volg je ook de competitie van de eerste ploeg?

Natuurlijk! Ik ga ook regelmatig kijken. Mijn favoriet is Yagan omdat hij op dezelfde positie speelt als ik.  Ze mogen niet degraderen want dat heeft enorme gevolgen voor de jeugd en dan spelen we niet meer op nationaal niveau. Ik hoop dat de spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen. 

Laten we hopen dat ze dit lezen, en goed in hun oren knopen! Tot slot, ik hoorde dat je een fervent verzamelaar was van de stickers van het plakboek van Cercle Brugge.

Van mijn ploeg was ik inderdaad het snelst klaar met het vullen van mijn boek. Ik ging een paar avonden naar de Carrefour, wachtte daar aan de kassa, en vroeg aan de mensen die de stickers niet moesten hebben of ik die van hen mocht krijgen, en dat lukte meestal. Ik vond dat plakboek een heel leuk initiatief van Cercle Brugge.

Bedankt voor het interview, Ward en nog veel voetbalplezier!

(D. Vermeersch)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Alles op zijn tijd - Anthony Portier

35 jaar is Anthony Portier.  Dat is uitzonderlijk jong om al geïnterviewd te worden voor de rubriek ‘Retro’ van  Shot On-Line.  Niet eens half zo oud is hij als Willy Craeye, de vorige ex-Cerclespeler die ons zijn wedervaren bij Groen-Zwart uit de doeken deed. De reden van dit vroege interview ligt echter voor de hand: Anthony heeft zijn voetbalschoenen definitief aan de haak gehangen.  ‘Definitief’?  Hoe geëngageerd ook, hoezeer ook met volle overgave hij zijn voetbalcarrière met alles erop, eraan en errond beleefd heeft, en hoewel zijn gehavende knieën het niet onmogelijk zouden maken nog tegen het ronde leren ding te trappen, toch lijkt het me niet dat Anthony beter het “Zeg nooit, nooit,” indachtig zou zijn.

Anthony, na turbulente jaren bij het KV Oostende-van-lang-voor-Coucke, heb je zeven en een half jaar bij Cercle gespeeld, om daarna het wat lager op te nemen bij Union St.-Gillis, Beerschot-Wilrijk en ten slotte Spermalie Middelkerke.   Wat komt je het eerst voor de geest bij deze opsomming? 

Op mijn vijfde startte ik bij Gold Star Middelkerke.  KVO trok mij als jeugdspeler aan, en ik was pas zestien toen ik al bij de eerste ploeg de bank met wedstrijden op het veld afwisselde.  Door allerlei perikelen lagen bij KVO hemel en hel dicht bij elkaar, zodat ik er speelde in Eerste, in Tweede en in Derde Klasse.  Tijdens het tussenseizoen van 2005 – 2006 keek Cercle Brugge uit naar een centrale verdediger die kon inspringen voor Djordje Svetlicic die last had van blessures, en zoals ik nadien vernam, heeft Franky Van der Elst mij bij Groen-Zwart aanbevolen als een jonge, beloftevolle kracht.  KVO deed het matig in Tweede, en de kans om bij Cercle binnen te geraken, kon ik niet aan mij laten voorbijgaan.  Al was het dan altijd in Eerste Klasse, gespreid doorheen mijn lange Cerclecarrière hebben zowel ‘de Vereniging’ als ikzelf wel en wee meegemaakt dat ver uiteen lag.  Halfweg 2013 waren Cercle en ik op elkaar uitgekeken, en ik sloot mijn loopbaan als voetballer af met één jaar Union, twee jaar Beerschot en anderhalf jaar Spermalie Middelkerke.  Bij Union werd het een tegenvaller, maar bij Beerschot speelden we tweemaal kampioen.  Helaas, bij de laatste kampioenenmatch kon ik er niet bij zijn.  Nadat ik vroeger al aan de rechterknie geopereerd werd, was het nu de beurt aan mijn linkerknie: kruisbanden gescheurd, kraakbeenletsel, meniscus…

"Glen De Boeck maakte me een betere speler".

Ik kan me onmogelijk vergissen in wat bij Cercle je hoogtepunt is geweest.  Je speelde immers 33 competitie- en 4 bekermatchen in - tien jaar geleden nu al! – het eerste Cerclejaar van Glen De Boeck.  Laat mij meteen vragen of het werkelijk dankzij Glen is dat Cercle zo schitterend presteerde.  Je hoort en leest immers courant dat Glen profiteerde van het werk van zijn voorganger, Harm van Veldhoven.

Zonder dat dit iets afdoet aan wat Harm Groen-Zwart heeft bijgebracht of aan de gedrevenheid van ons team zelf - waarbij ik vooral aan Denis Viane denk - kan ik verzekeren dat Cercle dat uitzonderlijke succes echt wel aan Glen te danken had.  Nooit heb ik zwaarder moeten trainen dan onder Glen, maar zijn specifieke aanpak rendeerde.  Hij wist zijn eigen jarenlange ervaring bij Anderlecht op ons over te brengen, en voor mij als centrale verdediger was dat extra leerzaam doordat hij bij paars-wit op die plaats speelde.  Zeker weten, hij heeft me een betere speler gemaakt.  Hoe de man afdekken, hoe instappen, hoe het spel lezen, beter dan andere trainers wist hij het uit ervaring en hamerde hij het erin.Om het bij één voorbeeld te houden:  Nogal wat trainers wensen dat je als verdediger aan een aanvaller ‘plakt’.  Glen wou vooral dat de tegenstander niet kon weten waar jij juist stond en wat jij van plan was. Leun je tegen hem aan, dan heeft hij je door, hij weet of hij het best naar links of naar rechts draait, en hij is ervandoor voordat jij het kunt beletten.  Sta je echter een paar stappen achter hem, dan zie je gauw wat hij wil, en je krijgt de kans  om gepast in te grijpen.   Ook één voorbeeld van zijn harde aanpak geef ik je graag. Toen Cercle een samenwerkingscontract met  Blackburn had, trokken we in juli 2008, nog voor het begin van de competitie, naar de terreinen van de Rovers voor een oefenstage.  We moesten ’s morgens om 7 uur op Olympia zijn en een kwartier later een duurloop van een uur in het rood beginnen in Tillegembos. Dat ‘in het rood’ komt erop neer dat we ons maximum moesten weten te bereiken.  Wie het niet goed deed, moest in Blackburn die duurloop overdoen. Op Tillegem volgde anderhalf uur bus naar Zaventem, twee uur vliegen, anderhalf uur naar Blackburn, bagage uitpakken, en een uur later bijna drie uur gaan trainen op het veld. Het werd een helse week, en blijkbaar was ik zo vermoeid en gefrustreerd dat ik me tijdens een oefenpartijtje dat we daar speelden, niet tegen de Rovers zelf, een rode kaart liet aansmeren door een aanvaller die heel de tijd ambetant deed. 

Wat was Glen eerder, een trainer die bereikte dat de spelers er individueel op vooruitgingen of een ‘team’trainer?

Och, de persoon van Glen De Boeck bestaat voor 99 procent uit ‘voetbal’, van mens tot mens over iets anders praten met hem is onmogelijk.  Het is geen toeval dat hij van het zakenleven gauw weer in de wereld van het voetbal is gedoken, en het is evenmin een toeval dat Kortrijk momenteel met hem zo knap presteert.   Uiteraard is het Glen zoals elke trainer vooral om het team zelf te doen, maar bij wederzijds vertrouwen kan hij ploeg en speler het beste doen bereiken dat voor hen haalbaar is.

Hoewel Cercle bij Glens tweede seizoen Thomas Buffel wist aan te werven, toch was het wellicht uitgesloten dat Groen-Zwart het even goed zou doen als tijdens Glens eerste?  En wat Thomas betreft, hij scoorde slechts drie doelpunten in dertig competitie- plus vier bekermatchen.  Vermoedelijk was hij niet helemaal hersteld van de blessures die hij bij Glasgow Rangers had opgelopen?

Het belangrijkste dat voor een stuk ontbrak tijdens dat seizoen was juist dat wederzijds vertrouwen, en dit in het bijzonder tussen Glen en Thomas.  Glen had een voor hemzelf duidelijk omlijnde visie op  ‘zijn’ ploeg en op alle pionnen die ervoor in aanmerking kwamen, maar naast Thomas ook beschikkend over kleppers als Tom De Sutter en Stijn De Smet viel het hem moeilijk alle kwaliteitsspelers op de voor hen meest aangewezen plaats te laten uitkomen.  Nu, zo kwalijk was dat seizoen ook niet. Bij de winterstop stonden wij nog vierde, maar Tom vertrok naar Anderlecht.  We werden negende en haalden de halve finale van de beker in Mechelen, waar we met de strafschoppen verloren.  Nog beter bekerden we het jaar daarop: al verloren we de finale op de Heizel kansloos met 3-0 tegen Gent, we hadden zelfs Anderlecht uitgeschakeld om die finale te bereiken.

Tijdens dat ‘jaar daarop’, waren Stijn De Smet en Bram Vandenbussche er niet meer bij.  Ze waren respectievelijk naar AA Gent en naar Roeselare vertrokken. Wat was het grootste verlies voor Cercle, dat van een speler met veel talent of dat van een speler met niet slechts een Zwart-Groen hart, maar een speler die Groen-Zwart kleurde van kop tot teen?

Ik bekijk het alleen maar zo: beide spelers hadden gelijk, ze maakten een goede keuze.  Niemand zal dat ontkennen voor Stijn, en Bram, door de  Zwart-Groene supporters op handen gedragen, kon met een gerust gemoed zeggen: “Ik heb een schone periode gehad bij Cercle, het is er goed geweest.” Niet dat het leuk was voor Bram, maar het is geen schande een stap opzij te zetten uit Eerste Klasse.  Bram zag zijn eigen beperkingen in, en een speler kan onmogelijk blijven drijven op enthousiasme en liefde voor de ploeg die hem gestuwd heeft naar het maximaal haalbare.

Naast verschillen zie ik ook overeenkomsten tussen Bram en jezelf als voetballer.  Heb ik het juist voor?

Daaraan is er geen twijfel mogelijk.  Zoals Bram was ook ik een karakterspeler, lang niet de rapste of de meest verfijnde voetballer. Allebei moesten wij het hebben van onze tomeloze inzet, van onze wilskracht.  Al dan niet in dezelfde mate als bij Bram, kenmerkten mij harde duelkracht, een stevig kopspel en, zoals ik al zei, goed het spel kunnen lezen, aanvoelen dus waar het spel naartoe gaat. 

Na de verloren bekerfinale kon Glen zijn vierde jaar bij Cercle beginnen.  Hij ‘kon’ het, maar hij deed het niet.  Spreken we maar niet over de wijze waarop hij Cercle in de steek liet, maar zeg even: “In voetbal zoekt iedereen het beste voor zichzelf.  Had Glen, louter zakelijk gezien, gelijk?”

Absoluut niet.  Van Cercle weggaan was het domste dat hij kon doen.  Hij zat vast in het zadel bij Cercle, had ‘de Vereniging’ een goed stuk professioneler gemaakt, en had de mogelijkheid wat hij begonnen was nog jaren aan een stuk verder uit te bouwen.  Hij had alles naar zijn eigen hand kunnen zetten.  Overigens, hoewel het niet altijd koek en ei was tussen hem en mezelf, hij is zeker de beste trainer die ik heb gehad.  Zijn opvolger, Bob Peeters, stond als trainer twee trappen lager in mijn ogen.  De Boeck ging zijn eigen gang,  hij voerde uit wat hij in zijn hoofd had.  Peeters kon het wel uitleggen, maar doordat hij die zelfzekerheid van Glen niet had, ging er minder zelfvertrouwen van hemzelf naar zijn spelers over.  En qua fysiek kon hij ons niet zo scherp houden als Glen.

"Van alle medespelers die ik bij Cercle gehad heb, heb ik het meest in bewondering gestaan voor Oleg Iachtchouck".

Je speelde ruim twee jaar onder Peeters.  Tijdens zijn derde jaar en jouw laatste bij Cercle, 2012 -2013, werd hij vervangen door Foeke Booy, die daarna zelf de plaats moest ruimen voor Lorenzo Staelens.  Met slechts 14 punten eindigde Cercle als laatste in de reguliere competitie, maar een miraculeuze redding in  PO3, na onwaarschijnlijke uitschakeling van Beerschot  en groepswinst tegen Westerlo, Moeskroen en White Star Woluwe, betekende slechts twee jaar uitstel van degradatie.  Je zei al dat Cercle en jijzelf halfweg 2013 “op elkaar uitgekeken” waren.  Hoe heb jij dan dat laatste seizoen van jou bij Groen-Zwart beleefd?  

Laat Cercle die ‘miraculeuze redding’ alleszins maar veel meer toeschrijven aan Eidur Gudjohnsen dan aan mij!  Ik kreeg slechts  14 keren de kans om aanvallers het scoren te beletten dit jaar, en na een tweedeseizoenshelft als bankzitter werd ik wel nog het veld opgestuurd  tijdens de laatste match op Westerlo, waar we 5-0 om de oren kregen.  Het ergste voor mij was dat Cercle me bij de jaarwisseling belette een droom te realiseren.  Er was een reële kans dat ik naar het Ujpest Boedapest van de zoon van Duchâtelet kon vertrekken, maar Cercle lag dwars.  Ik was er echt op uit eens zelf te ervaren wat ik zovele medespelers van me heb weten meemaken wanneer ze ver van huis gingen voetballen.  Met Frans Schotte had ik een akkoord dat ik bij Cercle weg kon bij een aanbod uit het buitenland, maar dat stond niet op papier en hij was het niet die me tegenhield.  Dat ik niet op dankbaarheid vanwege Cercle mocht rekenen, verwonderde me niet, want het woord ‘dankbaarheid’ komt in geen enkel voetbalwoordenboek voor.  Kwalijker is dat niet alleen ik, maar nogal wat van mijn ex-Cerclemedespelers, tijdens hun loopbaan bij Groen-Zwart en vooral bij het beëindigen ervan, tegen een tekort aan respect opbotsten.  Om daar  slechts één voorbeeld van te geven:  Van alle medespelers die ik bij Cercle gehad heb, heb ik het meest in bewondering gestaan voor Oleg Iatchouck, zowel op als buiten het veld.  Zo’n voetballer!  Zo’n ploegspeler! Zo’n rustige, eenvoudige mens, en toch vol temperament zodat hij niettegenstaande zijn hart van koekenbrood vinnig van zich wist af te bijten!  Zo’n kameraad met wie ik uren aan een stuk heel interessant over voetbal en alles errond kon babbelen – in het Frans dan nog wel!  Welnu, dat doe je toch niet met iemand bij wie zijn schitterende, op en top professionele carrière er stilaan begint op achteruit te gaan: Oleg had geen keuze, hij moest eerst van Brussel naar Brugge rijden om dan in de bus te stappen naar Luik en er bij de reserves te spelen…

"ik zeg altijd wat ik denk".

En jij, moest je vertrekken bij Cercle, of had het gewoon geen zin meer dat je bij Groen-Zwart bleef?

Er was mij voorgeschoteld dat er in mei zou ‘gepraat’ worden, maar dat kwam er niet van.  Na mijn laatste match liet mijn manager me weten dat Cercle hem had laten weten dat mijn contract niet verlengd werd.  Ik vernam het alleen ‘via’, en zelfs op de traditionele eindseizoenbarbecue bij Geert Leys was er niemand van het bestuur die me erover aansprak.  Kijk, ik heb veel aan Cercle te danken, de mogelijkheid om zo lang in Eerste Nationale te spelen, maar Cercle heeft ook heel wat aan mij te danken, altijd ben ik er honderd procent voor gegaan.  Rancuneus ben ik niet, maar ik zeg altijd wat ik denk, mijn trainers kunnen ervan meespreken, en het heeft me wel wat gedaan dat ook de Vereniging die geroemd wordt om het familiale karakter, de eigen spelers aanpakt als een radertje in het grote geheel.

Ja, vooral aan de manier waarop spelers weggestuurd worden, aan communicatie met hen, valt er blijkbaar te sleutelen…   Groen-Zwart ligt nu vier en een half jaar achter je.   Het is in de krant te lezen dat je het voetballen voor bekeken beschouwt.  Kniekwetsuren maken het je blijkbaar onmogelijk op je vijfendertigste nog verder te voetballen?

Neen, goed gesteld met mijn knieën is het niet na die operaties eraan, maar zo erg dat ik noodgedwongen het voetballen moet stoppen is het evenmin.  Op scharniermomenten moet een mens echter durven keuzes te maken, en verergering voorkomen is beter dan risico te lopen.  Bovendien, voetballen is heerlijk zolang  jij je er met hart en ziel kunt voor inzetten, zodat je er plezier aan beleeft.  Mijn laatste periode bij Cercle en wat ik bij Union meemaakte, waren echter niet om erbij te jubelen.  Belangrijk is ook dit: ik geef lang niet alle sport op.  Ik golf regelmatig, en zie ernaar uit golfsurfen en mountainbiken weer op te nemen.  En nog van groter belang: tijdens de weekends zal mijn agenda me toelaten te doen wat wij wensen, me niet langer dwingen mijn verplicht voetbal op te dringen ten koste van de voorkeur van mijn vrouw, Sara.  Ook onze twee zoontjes, Santiago, nu bijna zeven, en Cruz, volgende maand vijf jaar oud, zullen er heel wel bij varen.

Ik kan me niet voorstellen dat ook maar één van ons, lezers, Anthony zou tegenspreken als hij voorhoudt dat een mens op scharniermomenten keuzes moet maken.  Het merkwaardige is echter dat Anthony zich zo klaar en duidelijk realiseert hoe vrij en hoe belangrijk zijn keuze wel is.  Ik vermoed dat nogal wat voetballers die het beste achter de rug hebben, er niet toe komen zo radicaal het roer om te gooien.  Gelijk hebben ze zolang ze het voetbalspel als een hobby kunnen beleven zonder dat dit  een bedreiging is voor hun fysieke gesteldheid, hun familiale, financiële of sociale situatie.  Tot een terechte beslissing komt echter niemand als hij niet begint zoals Anthony het aanpakt: met open ogen zien en oordelen waar men staat.  Zegt iemand: “Nooit”, dan is dat niet noodzakelijk een woord dat onvoldoende overwogen is…

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Koos bewust voor buitenlands avontuur - Lloyd Palun

Daags voor de tweede uitwedstrijd van het seizoen (tegen Oud Heverlee Leuven) trok ik opnieuw naar de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion.  Na de training had ik een interessant gesprek met onze nieuwe rechtsachter Lloyd Palun.  

Lloyd, je bent zoals veel spelers net bij Cercle Brugge.  Kun je even je carrière tot nu toe schetsen voor onze lezers?  

Ik zag het levenslicht in Arles, in het zuiden van Frankrijk.  De stad waar Vincent Van Gogh ook vaak vertoefde.  Mijn roots liggen evenwel in Gabon en ik draag ook nog steeds die nationaliteit.  Mijn eerste voetbalervaring deed ik op bij het Zuid-Franse Martigues. Ik doorliep er de jeugdreeksen en maakte er ook mijn debuut in de eerste ploeg.  Het was een ploeg die wat zweefde tussen de laagste profreeksen en de hoogste amateurreeksen.  Ook Eric Cantona speelde daar trouwens nog in de jaren 1980.  In 2009 verkaste ik naar Trinité Sport, een amateurploeg, ook al in Zuid-Frankrijk.  Opnieuw een jaar later kwam het naburige en grote Olympique Gymnaste Club Nice-Côte d&rqsuo;Azur, kortweg OGC Nice aankloppen.  Een ploeg met een rijke traditie.  Ze werden ondermeer vier keer kampioen in de Ligue 1.  Ik bleef er van 2010 tot 2015.  Ik speelde er een aanzienlijk aantal wedstrijden op het hoogste niveau.  Vorig jaar speelde Nice trouwens een fantastisch seizoen.  Het eindigde op een derde plaats en speelt momenteel voor een plaats in de Champions League.  Na de tijd bij Nice ging ik aan de slag bij Red Star Parijs.  Een ploeg die toen in Ligue 2 aantrad, maar momenteel een reeksje lager speelt.  

"De ploeg terug naar het hoogste niveau brengen is onze taak."

En toen kwam Cercle Brugge.  Waarom koos je uiteindelijk om de groen-zwarte kleuren te verdedigen?  

Eerst en vooral koos ik voor het ambitieuze project dat Cercle me voorstelde.  Francois Vitali bouwde aan een zeer competitieve ploeg en alles rond de ploeg straalt gewoon ambitie uit.  Die ambitie is ook meteen uitgesproken en is gewoon kampioen spelen met Cercle.  De ploeg terug naar het hoogste niveau brengen is onze taak.  Ik begrijp dat Cercle een begrip is in het Belgische voetbal en de ploeg hoort gewoon thuis op het hoogste niveau.  Naast de grote sportieve ambities, koos ik ook bewust voor een buitenlands avontuur.  Ik had ook wat aanbiedingen uit de Franse Ligue 2, maar die legde ik naast me neer om twee jaar bij Cercle te tekenen.  Het was voor mij, op mijn 28ste,  een goede stap in mijn carrière.  

Wat was je eerste indruk bij Cercle?    

De eerste indruk was meteen zeer positief.  Alles verloopt hier super professioneel.  De spelers en de leden van de technische staf kunnen in alle rust werken.  De omkadering is gewoon top.  Eigenlijk moeten wij alleen maar denken aan de prestaties op het veld, al de rest is voor ons geregeld.  De voertaal is hier ook Frans.  Dat is voor mij uiteraard ook een pluspunt.  Toch ben ik momenteel bezig met het leren van de Nederlandse taal.  Ik vind dit zeer belangrijk.  Tenslotte woon ik hier ook in de buurt en wil ik me wat integreren.  

Hoe zit het op persoonlijk vlak?  Je woont in de buurt van Brugge vertelde je net?  

Inderdaad, ik woon in de rand van Brugge.  Een stad die ik ondertussen al een paar keer bezocht en echt fantastisch vind.  Ik ben niet getrouwd, maar woon samen met mijn vriendin en heb twee kinderen. 

De competitiestart verliep alvast foutloos met twee overwinningen en een zes op zes, tevreden? 

Uiteraard zijn we met het resultaat van de twee eerste wedstrijden zeer tevreden.  We behaalden het maximum en dat is goed.  Ik ben echter van mening dat alles altijd beter kan.  Eigenlijk is dit ook logisch.  Het is een volledig nieuwe ploeg en de automatismen kunnen nog wat beter.  Maar het is belangrijk dat we hard blijven werken en elkaar scherp houden.   Dan volgen de resultaten vanzelf.  Maar bovenal moeten we vooral ook plezier hebben in het voetbalspelletje.  

De eerste twee wedstrijden stond je ook telkens in de basiself.  Is de rechtsachter je beste positie?  

Het is in elk geval mijn favoriete positie.  Ik hou ervan om de hele flank af te dweilen en ook goede voorzetten af te leveren voor de spitsen.  Het samenspel met Irvin Cardona verliep tijdens die twee wedstrijden al zeer goed.  Het verdedigende werk is mijn prioriteit, maar als ik een mogelijkheid zie schuif ik graag eens mee.  Ik ben wat ze noemen ‘een loper’.  Ik kan ook uit de voeten op de linksback mocht dat nodig zijn.  

Straks volgt een wedstrijd in en tegen OH Leuven.  Ken je die ploeg al?  En weet je al hoe de competitieformule werkt?  

Ik moet eerlijk bekennen dat ik OH Leuven nog niet aan het werk zag en ze dus ook niet ken.  Dit geldt eigenlijk voor de meeste tegenstanders.  Maar tijdens de tactische bespreking voor de wedstrijd zal de technische staf ons wel wijzen op hun sterktes en zwaktes.  En de competitieformule is mij inderdaad al uitgelegd door de spelers die hier al een tijdje actief zijn.  Ik denk dat het de enige competitie ter wereld is waar ploegen vier keer tegen elkaar spelen.  Op het einde gaat het gewoon om het winnen van een periode en op die manier de promotie af te dwingen.  

Laat ons hopen dat Cercle Brugge daarin slaagt dit seizoen.  Aan de inzet van onze sympathieke rechtsback zal het in elk geval niet liggen!  

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Gedeelde ambitie - Dylan de Belder

Cercle Brugge verwelkomde begin deze week Frank Vercauteren als nieuwe oefenmeester.  Op training is de nieuwe aanpak meteen duidelijk.  Ik kwam te vroeg aan langs de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion en pikte de ochtendtraining mee.  Na de training had ik een afspraak met Dylan De Belder.  Ik had een leuk gesprek met hem over gedeelde ambities.  Het is namelijk zowel Cercles als Dylans wens en hoop om zo snel mogelijk in 1A te spelen.  

Dylan, je bent nog niet zo lang een officiële speler van Cercle.  Kun je even je carrière schetsen tot nu toe?  Daar was al eens een passage bij Cercle, niet?

Ik ben een geboren en getogen ‘Montois’ en startte ook met voetballen in de streek van Bergen. Als jeugdspeler kende ik een drietal ploegen.  Ik begon bij het kleine RLC Mesvin, maar in de  jeugdreeksen was ik vooral bij RAEC Mons actief.  Tussendoor was er ook  een korte tussenstop bij La Louvière.   Mijn eerste profcontract onderschreef ik bij RAEC Bergen in het seizoen 2011-2012.  Dat seizoen scoorde ik ook mijn eerste en enige officiële goal voor Mons.  In de terugwedstrijd van de finale van Play Off II was dat, hier in het Jan Breydelstadion.  (Cercle plaatste zich toen na een 0-1 en 3-2 zege tegen Bergen voor een wedstrijd tegen Gent met als inzet een Europees ticket, nvdr).  In het seizoen 2013-2014 kende Mons een slecht seizoen.  Ze degradeerden uiteindelijk uit de hoogste voetbalklasse en mijn contract werd er vroegtijdig ontbonden.  Dankzij mijn manager die op Cercle goede contacten had, kon ik hier mijn conditie onderhouden.  Het kwam uiteindelijk niet tot een contract.  Dan kwam Waasland-Beveren op de proppen.  Ik tekende er een contract voor een half seizoen met een optie op nog twee jaar.  Die optie werd gelicht, maar toen kwam Stijn Vreven als nieuwe trainer.  Het klikte niet bepaald tussen ons en hij liet me al snel verstaan dat ik niet in zijn plannen voorkwam.  Ik keek uit naar een andere club en kon uitgeleend worden aan Lommel in de tweede klasse.  Dat was voor mij een echt superjaar.  Ik kon er toen maar liefst achttien keer scoren en wekte de interesse van enkele teams.  Ik koos uiteindelijk voor Lierse.  Ik speelde er vorig seizoen en werd er topschutter van eerste klasse B met 23 treffers.  

"Monaco wil hier echt een mooi project neerzetten en ik ben blij dat ik er deel van mag uitmaken."

Je bleef dus uiteindelijk maar één seizoen in Lier.  Je maakte er in het tussenseizoen ook geen geheim van om hogerop te willen en nog het liefst naar eerste klasse A?  

Inderdaad, ik voelde dat ik klaar was voor die stap.  Ik speelde erg graag voor Lierse en draag de supporters nog steeds een warm hart toe.  Maar ik ben daar toen niet al te best behandeld geworden.   Er was interesse van enkele ploegen uit eerste klasse A en die interesse was ook redelijk concreet.  Maar het bestuur van Lierse had beslist dat ik 1,5 miljoen euro moest kosten.  Dit was gewoon een onrealistisch bedrag.  Geen enkele van de teams die interesse hadden in mij wilde of kon dat bedrag ophoesten.  In de kranten werd dit ook al snel opgeklopt.  Die gazettepraat werd vooral gecreëerd door de toenmalige voorzitter van Lierse.  Ik trainde wel mee tijdens de voorbereiding, maar had slechts een helft gespeeld en miste dus ook ritme.  In het tussenseizoen nam ik ook een nieuwe manager, met name Mogi Bayat.  Mijn prijs zakte toen wel, maar de kernen van de eersteklassers waren al grotendeels gevormd.  Ik zat wat gevangen op het Lisp.  

Toen kwam Cercle op de proppen.  Waarom trok je naar ‘de vereniging’ en wat was je eerste indruk?

Ik kende Cercle natuurlijk al vrij goed.  Ik was hier al een periode geweest.  Maar toch was er heel wat veranderd.  Alles gaat er nu veel professioneler aan toe dan toen.  De kern die hier is samengesteld is ook helemaal niet mis.  Monaco wil hier echt een mooi project neerzetten en ik ben blij dat ik er deel van uit mag maken.  De ambitie van de ploeg is natuurlijk ook zo snel mogelijk naar het hoogste niveau doorstijgen en dat is ook net mijn ambitie.  

De competitie was al bezig toen je hier aankwam.   Hoe verliep de aanpassingsperiode?  

Alle begin is moeilijk en uiteraard  had ik toen ook een conditionele achterstand.  In het begin was het erg hard werken en knokken.  De concurrentie is ook groot en dat houdt je automatisch scherp.  De laatste weken verloopt het persoonlijk vrij goed.  Ik stond vaak in de basis en kon in en tegen Beerschot ook mijn eerste doelpunt scoren.  Ik hoop dat ik op die ingeslagen weg kan verder gaan.  

Ondertussen staan er nog drie wedstrijden op het programma in de eerste periode en heeft Cercle sinds deze week een nieuwe trainer.  Wat is je eerste indruk van de nieuwe coach en hoe schat je de kansen voor de eerste periode in?   

De nieuwe trainer is niet de eerste de beste.  Hij heeft zeer veel ervaring als speler en ook als trainer.  Zijn palmares is ook indrukwekkend.  Het is een echte persoonlijkheid die meteen zijn stempel drukt op de groep en de trainingen.  Wat de eerste periode betreft, moeten we het gewoon wedstrijd per wedstrijd bekijken.  We moeten gewoon naar onszelf kijken en elke wedstrijd proberen te winnen.  Als we dat doen, leggen we druk bij de twee tegenstanders.  Beerschot-Wilrijk en OHL moeten bovendien nog een onderling duel afwerken.  Hun laatste wedstrijd in deze periode is trouwens ook een uitwedstrijd.  En die zijn in 1B nooit ‘makkelijk’.  Ook wij zullen 100% gefocust moeten zijn om de komende weken resultaat te halen in Lier en in Tubeke.  

Tot zover het gesprek met onze nieuwe spits.  Een ambitieuze jongeman die wil doorgroeien en die dat misschien het best bij Cercle kan doen.  

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer