koop tickets online

Praatje hoog in de lucht

Bram Verbist

Onze finaletegenstrever voor de promotie naar 1A, Beerschot-Wilrijk, trok van maandag tot vrijdag naar de Costa Blanca om dit belangrijk tweeluik voor te bereiden.  Ondergetekende vloog mee als “spion” voor Cercle.

Alle gekheid op een stokje, maar de BW-kern zat inderdaad op hetzelfde vliegtuig zuidwaarts als ondergetekende.  Een gesprekje op “hoog niveau”, nl. zowat tien kilometer hoog, met de bij de  Cercle supporters nog steeds zeer populaire Bram Verbist – actueel keepertrainer bij de Antwerpse ploeg – en Bart Van Lancker (voormalig assistent bij Cercle) was als verpozing tijdens de vlucht best aangenaam om wat bij te praten.

(Georges Debacker)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Langste anciënniteit - David Carpels

David Carpels heeft onder de jeugdtrainers de langste staat van dienst. Een zware blessure maakte indertijd een einde aan zijn voetballoopbaan in de provinciale reeksen. Na een intermezzo als coach van o.a. het eerste elftal van Hoger Op Oedelem besefte hij dat zijn hart bij de jeugd lag en dat hij jongeren wilde opleiden. 

David, na 15 jaar verschillende jeugdteams van Cercle getraind te hebben, maakte je een zijsprong naar de scouting voor de A-kern en de video-analyse van de jeugd. Ondertussen coach je opnieuw een ploeg. 

Op een gegeven moment begon het trainer zijn een beetje te wegen. Elke dag na je werk je in zeven haasten begeven naar de oefenvelden, pas om 21.30u thuiskomen, daarna eten, om vervolgens nieuwe trainingen voor te bereiden, en tijd vrij te maken voor het gezin. De scouting en de video-analyse waren daarom voor mij een soort herbronning en het opdoen van andere inzichten. Ik was meer thuis en kon zelf mijn tijd indelen. Na twee jaar kreeg ik echter opnieuw heimwee naar een eigen team. Je mist een zekere spanning: het toeleven met je ploeg naar een wedstrijd, het tijdens de week in functie van die match werken, de ontlading achteraf, …..Ik miste het gras tussen mijn tenen en het contact met jeugdspelers en andere trainers. 

Cercle Brugge kwam de afgelopen jaren op sportief vlak in woelige wateren terecht. Welke impact had dit op de jeugdwerking?

Het is logisch dat als je budget vermindert, dat er ook minder geld gaat naar de jeugd. Het vervoer van jeugdspelers met busjes is tot een minimum herleid. Het bestuur blijft echter zeer veel investeren in de eigen opleiding. Er is zeker geen hakbijl gezet in het aantal trainers of de omkadering. En dat is nodig ook, want de opleiding heeft steeds meer behoefte aan specialisten die ‘vakoverschrijdend’ werken. Experten in periodisering, krachttraining, revalidatietechniek, voeding, psychologie, enz. Op die manier kunnen we het maximale uit elk individu halen. Met Cercle staan we zover nog niet, maar we werken naar dat ideaal toe. 

Door de degradatie van de eerste ploeg spelen jullie nu niet meer in de hoofdreeks. 

Inderdaad, we spelen in Elite 2. Dat is een reeks met zes ploegen uit 1B en zes ploegen uit 1A. Onze jongens spelen dus op hetzelfde niveau als hun leeftijdsgenoten van o.a. KV Oostende en KV Kortrijk. Dat is een goede zaak natuurlijk om onze spelers te motiveren om op Cercle te blijven. Als we nog een stap voorwaarts kunnen zetten in onze opleiding, dan bestaat de mogelijkheid om met onze ploegen in de Elite 1 reeks aan te treden, ook al maakt het eerste elftal deel uit van 1B. Dat is een aantrekkelijk perspectief.

Jij bent momenteel trainer van de U17. Hoe doet jouw team het?

We staan momenteel samen met KV Kortrijk op een gedeelde tweede plaats na leider Eupen. In onze reeks zijn de ploegen zeer sterk aan elkaar gewaagd. Tussen de eerste en de zevende van de reeks gaapt een kloof van amper vier punten. 

“Jeugdtrainer zijn is zoals leraar zijn, een maatschappelijke verantwoordelijkheid”

Je zal het na de winterstop wel moeten rooien zonder een paar dragende spelers. 

Inderdaad, we hebben ervoor gekozen om Olivier Deman en Gianni Swennen door te schuiven naar de U19, om hen te laten kennismaken met een hoger ritme van trainen en spelen. Gianni is een grote, balvaste aanvaller die een actie voor zichzelf kan creëren, wat niet iedere nummer 9 kan, en hij bezit een neus voor doelpunten. Olivier Deman is een schaduwspits die de ruimte weet te vinden en over een groot infiltratievermogen beschikt. Dat zijn spelers die even ver staan als een Stijn Desmet en Lukas Van Eenoo op dezelfde leeftijd, maar een garantie op succes is dat nog niet. 

Je hebt inderdaad al veel jeugdspelers de revue zien passeren. Kon jij al bij de scholieren of junioren voorspellen of iemand het zou maken of niet?

Ik denk dat dit sowieso heel moeilijk is. Ik heb in het verleden veel jeugdinternationals in mijn ploegen gehad, maar vaak waren dat spelers die op fysiek vlak voor waren op hun leeftijdsgenoten. Omgekeerd zijn er spelers als Mathieu Maertens die bij de jeugd er niet boven uitstaken, maar die toch van hun voetbal hun broodwinning hebben kunnen maken. Voetballers op de leeftijd van 17 jaar moeten op elk vlak nog een stap vooruit kunnen zetten, en niet iedereen slaagt daar om fysische of mentale redenen in. Je moet blijven evolueren, en of dat lukt is moeilijk jaren op voorhand te voorspellen. 

Is de 1B-reeks eigenlijk geen godsgeschenk voor de jeugd?

Ik vind van wel. Ik begrijp dat supporters hun team liever in 1A zien, maar voor de jeugd maakt dat de kans om door te breken een stuk moeilijker. Een Felix Reuse en Nicholas Tamsin indertijd hadden zeker de kwaliteiten om profvoetballer te worden, maar op het moment dat zij piepten aan de deur van de hoofdmacht, zat Cercle in een hoogconjunctuur en kregen ze daarom geen speelkansen. Ondertussen zijn zij naar een lagere afdeling afgezakt, maar zijn ze nu 18, dan maken ze bij ons waarschijnlijk deel uit van het eerste elftal. Denk ook terug aan de tijd met Frederik Boi, Denis Viane en Bram Vandenbussche. Ook zij hadden tweede klasse met Cercle nodig om rustig te evolueren en uiteindelijk profvoetballer op het hoogste niveau te worden. 

“Cercle heeft veel geduld met eigen jeugd, dat zit in het DNA van de Vereniging”

Dat is een pleidooi voor onze jeugd om niet naar andere oorden te trekken.

Tenzij je een absoluut toptalent bent, maar dat hebben we niet, blijf je als speler van de bovenbouw beter bij Cercle Brugge, dan naar een topclub te gaan om in de Elite 1 te gaan spelen. In de 17 jaar dat ik op Cercle Brugge ben, is trouwens nog geen enkele jongere die in de bovenbouw Groen-Zwart verliet voor het prestige van een topclub profvoetballer geworden. Cercle heeft veel geduld met eigen jeugd, dat zit in het DNA van de Vereniging. Men focust zich bij een jongere immers vaak teveel op gebreken en niet altijd genoeg op de kwaliteiten die zij bezitten. Met ontwikkelend talent moet je geduld hebben; elke jeugdspeler heeft op een bepaald moment een dipje. 

Spelers die je vroeger onder je hoede had, prijzen vooral je taktisch inzicht en je individuele benadering van spelers.

Die twee zaken hangen vaak samen. Ik hecht veel belang aan organisatie op het terrein en een duidelijke afbakening van basistaken en verantwoordelijkheden. Spelers hebben behoefte aan een structuur waarin ze precies weten wat ze moeten doen, bijvoorbeeld op vlak van het lopen zonder bal, de omschakeling in balverlies of balbezit, …. Je mag slecht spelen of op technisch vlak onderliggen, als je zeer georganiseerd speelt, kun je een wedstrijd toch naar je hand zetten. Het spel leren lezen moet er door veel herhaling in geslepen worden. Soms zijn het details die wel degelijk het verschil kunnen maken. Hoeveel balverlies wordt er bijvoorbeeld niet geleden na een inworp? We zijn ons daar niet altijd bewust van, maar door de spelers in kwestie te confronteren met opgenomen beelden van henzelf, gaan hun ogen vaak open.

Tot slot. David, je werkt je al 17 jaar lang dag in, dag uit uit de naad voor de jeugd van Groen-Zwart. Heb je er nooit aan gedacht om trainer te worden van een nationale of provinciale eerste ploeg waar je ongetwijfeld meer kan verdienen?

Op het eind van vorig seizoen is Jurgen Van Opstaele, die 15 jaar bij Cercle jeugdtrainer geweest is, naar Racing Club Gent getrokken. Ooit heb ook  ik wel eens die stap overwogen, maar ik voel dat mijn hart bij de jeugd ligt. Jeugdtrainer zijn is zoals leraar zijn, een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Je hebt als trainer vooral de taak en verantwoordelijkheid om de jongens zoveel mogelijk aan te reiken en hen te begeleiden in hun vervolmaking als voetballer en hun zoektocht naar de volwassenheid. Jongeren zijn op menselijk en voetbalvlak nog ruwe bolsters, je kan en mag hen nog veel leren en je werkt altijd toe naar resultaten op langere termijn.  En dat is dankbaar werk, zo ervaar ik dat toch.

Bedankt voor het interview!

(D. Vermeersch)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Niet uit de lucht gegrepen - Hans Gerard

Het is geen toeval, lezer, dat de ex-Cerclespeler van wie u een interview voorgeschoteld krijgt, Hans Gerard is.  Hebt u de Shot-on-Linerubriek: “Cercle en Brugge door de jaren heen, deel 204 “ van 19 mei 2018 gelezen, dan begrijpt u meteen wat de aanleiding tot dit interview was.   Wellicht hoopte u zelfs dat er klaarheid zou volgen op wat u daar te lezen kreeg.  Is het u niet duidelijk waarover het hier gaat, dan raad ik u aan dat ‘deel 204’ door te nemen , bij voorkeur nog voordat u verder leest.  Vooraleer we over ‘dat hoofdstuk’ uitweiden, heeft Hans echter nog iets heel anders te vertellen…

Toen ik je telefonisch contacteerde, Hans, zei je me dat het een wonder is dat jij nog kunt geïnterviewd worden.  Blijkbaar had een recent ongeval fataal kunnen zijn voor jou?

Ja, en dat is pas drie maanden geleden.  In Sint-Pieters werd ik op het fietspad door een auto aangereden.  Die wagen zwierde mij in de lucht.  Ik kwam eerst op het dak ervan terecht en daarna op de grond.  Er was spoedig maar langdurig medische hulp, en ik kwam op de afdeling intensieve zorg van het AZ Sint-Jan terecht.  Om het uur kreeg ik er verzorging,  twaalf dagen lang.  Het zag er niet goed uit: ik lag daar met mijn nog recente ‘nieuwe heup’ verbrijzeld, schouderblad en vijf ribben gebroken, rechter schouder volledig uit de kom, een klaplong, genaaid zowel bovenaan als onderaan.  Eigenlijk heb ik geluk gehad in mijn ongeluk, maar dat mijn herstelproces nu bijzonder vlot verloopt is geen toeval.  Dat heb ik aan mijn positivisme te danken.  Mijn lichaam en mijn geest zijn al lang zo harmonisch op elkaar afgestemd dat ik fysiek en psychisch in een perfect fifty-fifty evenwicht leef.  Vóór mijn ongeval fietste ik dagelijks dertig tot veertig kilometer.  Kijk je hier even rond, dan vallen je ogen niet alleen op een hometrainer, maar je ziet overal  boeken en brieven liggen.  Dit Franstalige boek hier, “Energie Cosmique”, is toplectuur. Hadden alle mensen er maar een idee van wat uitgaat van een goede lichamelijke conditie en ontvankelijkheid voor de geesteskracht van een positieve levenshouding!

Niet alleen een wonder, ook een geluk voor jezelf en voor onze lezers is het,  Hans, dat ik je vandaag mag interviewen.  Je speelde drie jaar voor Groen-Zwart, van 1957 tot ’60.  Het is duidelijk dat het venijn in de staart zit, maar beginnen we toch maar bij jouw prilste begin.  Op 1 april 1936 werd er in Nieuwpoort een wel heel bijzondere aprilvis geboren.  Waren er onder de mensen die bewonderend in het wiegje keken ook broers of zussen van je, of kwam je ter wereld als de eerstgeborene van het gezin?    

Ik was de derde in de reeks van tien kinderen - eigenlijk de vierde, maar een zusje was gestorven.  Mijn vader was een hardwerkende landmeter, die duidelijk liet verstaan dat hij ons  liever over de studieboeken gebogen zag dan aan het sporten.  Mijn moeder werd door iedereen als een heel bijzondere persoonlijkheid erkend.  Voordat ze trouwde was ze hoofdverpleegster bij de bekende professor en chirurg Joseph Sebrechts in Brugge, en thuis was ze een fantastische moeder, die tegelijkertijd als een dokter was voor ons. 

Je voetbalde al in de wieg?

Al vroeg ‘sportte’ ik graag.  Fietsen, tennis, wat atletiek, lopen vooral.  Toch spande voetbal de kroon.  En het ging goed.  Wat schiet er zo meteen mijn geheugen te binnen?  Een matchke dat we met 9-4 wonnen toen ik nog kind was.  Ik scoorde er vijf van de negen.  En dat deed de ronde in Nieuwpoort!   Ook herinner ik me levendig een match op de Gistfabriek tegen ‘de Frères’: ‘k Zal dan twaalf geweest zijn, en ik mocht meespelen met de ploeg van het Brugse Sint-Lodewijkscollege.  Ik studeerde er Grieks-Latijn, en sommige spelers waren vijf jaar ouder dan ikzelf.

"Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij"

Toch was je al 21 toen je van Nieuwpoort in Provinciale naar Cercle trok in de op één na hoogste afdeling van het land.  Was Cercle een zeer bewuste keuze?

Eigenlijk niet.  Ik kende Cercle nauwelijks, had er nog geen enkele wedstrijd van gezien.  Het was Robert Braet die het klaar kreeg om me naar Cercle te loodsen.  Ook A.S. Oostende was een mogelijkheid geweest.  In de loop van mijn voetbalcarrière is een transfer naar een andere ploeg meer dan eens ter sprake gekomen.  Ik kon naar Anderlecht, maar mijn vader lag dwars wegens mijn studies architectuur aan Sint-Lucas in Gent - later heb ik  voor de bouw gewerkt, maar langer als verzekeraar.  Nadat ik goed presteerde als gelegenheidsspeler op Clubs Paastornooi, waar het heerlijk samenspelen was met technisch knappe spelers als Berre Deurwaerder en Fernand Goyvaerts, keek Club onder trainer Höffling begerig naar mij uit.  Ik ben zelfs bij Michel Van Maele thuis op bezoek geweest, maar Cercles bestuur, vooral Lucien Dhondt,  was niet te vermurwen.  Na de inhuldiging van Cercles lichtinstallatie  met een match van Groen-Zwart tegen Stade Reims in november 1957 had ik naar die Franse kampioeneploeg gekund.  En nadat ik al weg was bij Cercle had Beerschot een goed bod voor mij over.  Kijk, dat zijn dingen die ik me allemaal herinner, maar feitelijk  was het mij grotendeels gelijk voor welk team ik speelde.  Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij.  Ook nu nog volg ik graag matchen op tv, maar niet om het even welke.  Genieten kan ik alleen van creatief voetbal, individuele nummertjes, vlug doorspelen van de bal,  posities innemen, knappe combinaties, opentrekken van het spel.  Velen die naar het voetbal gaan, kijken haast uitsluitend naar de bal.  Ze zien die vliegen van achter naar voor, van rechts naar links,  heen en terug, maar ze hebben er geen oog voor hoe de spelers patronen vormen over het terrein.  Gisteren zag ik de Belgen in hun laatste oefenpot voor het WK 4-1 winnen tegen Costa Rica.  Wat een genot voor het oog Kevin De Bruyne en vooral Eden Hazard over het veld te zien draven met de bal aan de voet of positie kiezend om gaten te kunnen trekken.  Vraag me niet of voetbal oorlog is of  feest: het is alleen voetbal als het een spel is, een spel waarbij je kunt genieten van het oogstrelende, vooreerst als speler, maar evenzeer als toeschouwer.  Al speelde ik destijds natuurlijk om te winnen, het zal wel waar zijn dat ik soms eerder uit was op het speelse, het technisch vaardige, het creatieve, dan op het resultaat: Ik dribbelde zo graag…  

Bij Cercle maakte je vlug furore.  Maar heel lang duurde de pret niet.  Na drie jaar kwam er een bizar slot aan.  Op het einde van het seizoen 1959-’60 kreeg Cercle nog onverhoopt de kans om naar de hoogste afdeling te promoveren.  De beslissing viel bij een testwedstrijd tegen Patro Eisden op het veld van Club Mechelen (het huidige YR KV Mechelen).  Cercle verloor met 2-1.  Ik herinner me die match bijzonder goed en toen ik naar huis reed, was ik niet alleen over de uitslag ontgoocheld maar ook over het gebrek aan strijdlust bij Groen-Zwart. Toen, jaren later, het prachtige “Cercle Brugge KSV 1899-1989” van Roland Podevijn van de drukpersen kwam, las ik erin: “De wedstrijd mondde voor de talrijke Brugse supporters uit op een enorme ontgoocheling.  Na een effenaf teleurstellende Cercleprestatie werd er met 2-1 verloren.  Enkele spelers hadden tegen hun gewoonte in opvallend gelaten, inspiratieloos en ondermaats gevoetbald … Dat was niet ‘normaal’!”  Jij, Hans, kon het niet geweest zijn die ‘ondermaats’ presteerde, want  … nadat je 12 goals had gescoord in 24 matchen, was jij er niet bij – je mocht er niet bij zijn!  Maar wat las ik enkele dagen geleden op Shot-on-Line?  Weliswaar had ik al ‘geruchten’ die niet minder suggestief waren dan bovenstaand citaat voordien opgevangen, maar wat ik daar las, was niet om er stil bij te blijven zitten.  Vandaar het verzoek van onze hoofdredacteur om te luisteren naar jouw visie erop.

[Ter wille van de lezer die het vermelde ‘deel 204’ niet leest, citeer ik één zin uit die tekst, kort na de testmatch in het Brugsch Handelsblad verschenen:  “De trainer en zijn blinde volgelingen hebben waarlijk te veel ‘met zijn voeten gespeeld’ en anderen zouden het wellicht reeds lang stilgelegd hebben.”  Na lectuur van de volledige tekst, reageerde Hans als een gentleman: feiten ontkennen kon hij niet, schuldigen vrijpleiten kon hij evenmin, maar hij stond erop ook na zo lange tijd de sluier van de anonimiteit te behouden boven het hoofd van wie trainer Delfour zijn eigenzinnigheid liet doordrijven.]

Straks is het zestig jaar geleden, Hans, maar hoe kijkt u op de dag van vandaag daar tegenaan?

Al wat hier gezegd wordt, klopt.  En de testwedstrijd heb ik gezien … van op de tribune.  Hoe zat het allemaal juist in elkaar?  Heel het gebeuren, heel de achtergrond ervan, was mij duidelijk van naaldje tot draadje.  Het was trouwens niet de eerste keer dat het voor de spelers interessanter was niet te winnen, en dat niet alleen voor hen die vermoedelijk geen kans zouden krijgen in de hoogste afdeling.  Er komt nu nog een binnenpretje bij me op als ik denk aan een match op A.S. Oostende.  Wat panikeerden we toen Vic Derboven ons van ver van het doel af op voorsprong schoot!  We mochten niet winnen, en ja, hoor, het lukte ons om met 3-2 het onderspit te delven.  Dat was nog vóór het seizoen dat op die testmatch eindigde.  Ja, dat ik al een tijdje voor de testmatch aan de zijlijn gehouden werd, niet zelf het veld mocht opdraven, lag inderdaad zoals het artikel te verstaan geeft, niet alleen, zij het wel vooral, aan Edmond Delfour.  Ik weet heel goed hoe ik hem op de tenen had getrapt, maar wat zou eraan gewonnen zijn als ik dat uit de doeken deed?  Het komt er wel op neer dat ik mijn ogen niet sloot waar hij me dat liever had zien doen.  Wat kan ik hier verder nog over zeggen?  Dit alleszins, dat ik er geen trauma aan overgehouden heb, lang niet.  Ik had graag bij Cercle gespeeld, maar zo kon het niet verder.  Als het er zo aan toeging, kon ik er geen plezier meer aan beleven.  Ofwel voetbalde ik niet meer, ofwel werd ik getransfereerd.

Het werd een transfer naar Union Sint-Gillis, en kwalijk viel dat nu precies ook niet uit, want ‘den Union’ speelde in de Eerste Afdeling.  Cercle promoveerde dus niet, maar jij wél!

Bij Union kwam ik wel in onze hoofdstad terecht, maar niet in de hemel!  Ik was er semiprof, maar er was meer dat tegenviel dan dat er meeviel.  In een match tegen Beerschot werd ik brutaal gekwetst.  Er volgde een meniscusoperatie, en daarbij werd ik ‘mismeesterd’.  Onze trainer was niet vrij van vriendjespolitiek, en op het einde van mijn tweede jaar degradeerden we.  S.K. Roeselare lijfde me in, en ik trof er Robert Goethals aan, die een prima trainer was en mij weer intense vreugde in het spel bezorgde. Toen hij drie jaar later naar V.G. Oostende trok, vroeg hij me mee, en met de kustjongens speelden we kampioen.  Ten slotte heb ik nog even in Wevelgem gevoetbald.  Tijdens het weekend gaf ik daar tennisles, en dat ik een half jaartje trainer-speler werd bij S.V. was grotendeels een vriendendienst.

Na de desastreuse testmatch halfweg 1960 vreesden velen dat het met Cercle  bergaf zou gaan, te meer doordat jij er niet meer bij was, maar promotie was slechts uitgesteld.  Eén jaar later promoveerde Cercle als tweede, samen met kampioen Diest. Weet je nog hoe dat bij jou overkwam, hoe jij daar tegenaan keek?

Wel, al speelde mijn broer Jo nog bij Groen-Zwart, zelf had ik niet alleen niets meer met Cercle te maken, maar ook psychisch had ik afstand genomen van wat toch voorbij was.  Voetbal is in tegenstelling tot mijn druk zakenleven altijd een bijzaak geweest voor mij.  Ik draag Cercle geen rancune toe, en vanuit de loges samen met Fernand Van Damme, zoon van de gewezen burgemeester van Brugge en ex-voorzitter van Cercle, heb ik Groen-Zwart later nog een aantal matchen zien spelen in Jan Breydel.  

Hans woont in hartje Brugge, in het Prinsenhof, zijstraat van de Geldmuntstraat.  Hij is 82 jaar jong.  Dat ‘jong’ schrijf ik niet zomaar.  Erop wijzend dat voor nogal wat mensen op zijn leeftijd de dagen eentonig verlopen, dat elke volgende dag hun als een herhaling van de vorige overkomt, vroeg ik Hans of hij dat ook zo aanvoelde.  Het was eigenlijk een retorische vraag.  Hans’ vitaliteit was me al duidelijk vanaf het begin van het gesprek. Ik kon dan ook niet verwonderd zijn over het centrale woord van zijn antwoord: net zoals bij het voetbal is hij dag in dag uit op niets meer uit dan op ‘creativiteit’.  “Altijd ben ik creatief bezig,” beklemtoont hij, “ik denk, ik lees, ik schrijf, onophoudelijk gedreven door kosmische energie, de basis van het ontstaan en het bestaan van ALLES.”

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
The revival - Miguel van Damme

Bij de aanvang van de voorbereiding van het vorige seizoen kwam het als een donderslag bij heldere hemel. Bij Miguel Van Damme werd leukemie vastgesteld.  In februari interviewden we Miguel die toen vol goed hoop was dat de revalidatie goed verliep en hij keek reeds vooruit naar zijn eerste stappen op de groene mat. Terecht blijkt nu. Zijn doorzettingsvermogen als sportman, de medische bijstand die hij ontving, de morele steun van velen en mogelijks net dat tikkeltje geluk dat iedereen nodig heeft, bracht hem inderdaad terug op het voetbalveld.  Dat dit reeds mogelijk was in de Bekerwedstrijd tegen Genk is op zich een half mirakel.  Weinigen deden het hem voor.

We hadden een kort gesprekje met hem “the day after”.

Miguel, goed een jaar na de vreselijke diagnose stond je tegen KRC Genk op het hoogste niveau opnieuw tussen de palen?

’t Is zot geweest.  Ik had nooit gedacht dat het zo snel zou gaan.  Ik herinner me nog goed dat ik ruime tijd geleden een gesprek had met de ploegdokter die me vertelde dat we het bij het begin van het seizoen rustig zouden opbouwen en voornamelijk met de kine’s werken en als alles goed zou verlopen dat ik in december of bij de winterstage zou kunnen meetrainen met de groep en eventueel wat wedstrijden spelen.  Nu blijkt dat ik met de zomerstage reeds kon meetrainen en enkele wedstrijden met de Beloften spelen.  Het is immens hoe snel het gegaan is.  Mijn lichaam heeft het goed aangenomen.  Alleen maar positieve zaken dus.

20 september 2017 zal wellicht een speciale dag blijven voor jou?

Inderdaad.  Ik heb reeds enkele wedstrijden met de Beloften achter de rug, maar nu voor het grote publiek terug te komen  en het vertrouwen krijgen van de trainers, is vanzelfsprekend heel positief en heel leuk.   Ik ben er hen heel dankbaar voor.  Ook voor de steun die ik van de supporters kreeg, zowel voor als na de wedstrijd.  Het is een moment dat altijd in mijn hart gegrift zal staan.

De supporters stonden inderdaad letterlijk en figuurlijk achter je.

Reeds tijdens de opwarming voelde ik me gesterkt door hen.  Ook tijdens de wedstrijd en er na.  Elke bal die je pakt of elk goed moment die je hebt in de wedstrijd hoor je inderdaad de mensen die achter je staan positief reageren.  Ook tijdens de periode dat ik ziek was kreeg ik heel veel steun van vele mensen.  Dit zowel van Cercle uit als van de voetbalwereld in het algemeen.  Daar trek je je aan op.

Ook Cercle op zich bleef in je geloven.  Je contract liep immers af tijdens je ziekte en toch kon je bijtekenen.

Door mijn ziekte kwam ik in een onzekere situatie.  Eerst denk je voornamelijk aan genezen, maar naarmate je dichter bij die genezing komt, komt het sportieve dan toch terug boven water.  Als je op dat ogenblik van Cercle hoort dat ze steeds van plan waren om mijn aflopend contract te verlengen, en mij de tijd te geven om terug te keren op het hoogste niveau, gaf dat een enorme boost voor mezelf en ook voor mijn familie.  

Je “debuutwedstrijd” was niet mis?

Ik had een positief gevoel na gisteren.  Ik kon enkel goede ballen pakken en we hebben ons terug in de match kunnen knokken.  Spijtig van die lucky goal, maar we moeten de positieve zaken uit die wedstrijd onthouden.

Die eerste wedstrijd op het hoogste vlak, verteerde je die fysiek goed?

Ik trainde vandaag terug mee met de groep en kende totaal geen weerslag van gisteren.  Gisterenavond ook geen abnormale vermoeidheid.  Ondanks dat ik nog om de maand een lichte kuur krijg, heb ik er helemaal geen last van.  Ook de dokters zijn positief verrast.  

Ook je vriendin is onvoorwaardelijk blijven achter je staan en volgend jaar huwen jullie?

Inderdaad.  We wonen reeds in ons nieuw huis maar op 15 juni komend jaar treden we in het huwelijksbootje.  Alweer iets om naar uit te kijken.

Tot slot, je bent , samen met chocolatier Dominque Persoone, het gezicht van “Levensloop”?

Dit is een heel mooi initiatief van die mensen.  Het is het tweede jaar dat ze dit organiseren. Toen ze me vroegen om peter te zijn, twijfelde ik natuurlijk geen moment.  Je komt uit zo’n situatie en je weet wat die mensen doormaken, dan is dit het minste wat je kunt doen om je steun te betuigen en hen helpen een mooi bedrag in te zamelen.  Een mooi initiatief en ik hoop dat het een geslaagde dag zal worden voor de organisatie.

(Georges Debacker)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Karel Derdaele

Een gesprek met onze ticketverantwoordelijke

 

Ticketing verantwoordelijke

Als je het Cercle-secretariaat binnenstapt valt het meteen op.  De “bemanning” - sinds Silke recent haar geluk elders is gaan zoeken is dit letterlijk te nemen  - , is vrij jong.  Een beetje zoals de spelerskern zelf, zeg maar. Eén van die personen waar de supporter wellicht het vaakst oog in oog mee komt te staan is Karel Derdaele. Karel is immers de verantwoordelijke voor de ticketverkoop, abonnementenverkoop, enz…
Met o.a. het oog op de eerstdaags startende abonnementenverkoop, tijd voor een kennismaking.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Technische Directeur: Francios Vitali

Verandering van spijs doet eten. Met de komst van AS Monaco verwelkomde Cercle een nieuwe sportief verantwoordelijke. François Vitali kreeg de nodige ruimte om het eerste elftal te herbouwen, en zo volop mee te dingen naar de prijzen, of beter, naar de enige prijs in 1B. Voor de aanvang van de thuismatch tegen Lierse doet hij ons zijn verhaal over de actualiteit bij en de toekomst van groenzwart.

Een eerste kennismaking, voor sommigen die je nog niet zouden kennen: wie is François Vitali?

Ik ben Rijselaar, momenteel 41 en reeds sinds mijn 18e fulltime in de voetbalwereld actief. Ik kom van LOSC (Lille Olympic Sporting Club Lille Métropole, nvdr) waar ik 18 jaar lang heb gewerkt. Zelf ben ik amateurvoetballer geweest bij verschillende clubs in het Noorden van Frankrijk. Tijdens mijn voetbalcarrière was ik reeds met de opleiding van jonge spelers bezig. Mijn huidige carrière is begonnen na een ontmoeting met de directeur van het opleidingscentrum, Jean-Michel Vandamme. Hij stelde me voor om bij LOSC te komen werken. LOSC speelde toen in de tweede afdeling van de Franse voetbalcompetitie en was in volle ontwikkeling. Samen hebben we het opleidingscentrum verder ontwikkeld. Gaandeweg kreeg ik ook de verantwoordelijkheid voor de rekrutering van jonge voetballers. In 2009 kwam een nieuwe algemene directeur en werd Jean-Michel Vandamme tot sportief directeur van de ganse club aangesteld. Bij die aanstelling werd mij de verantwoordelijkheid voor de rekrutering en de sportieve ontwikkeling van de hele club toevertrouwd en meer in het bijzonder van het professionele team. Ik werd directeur rekrutering en hoofd van het opleidingscentrum.

Maar je bent ook reeds in België actief geweest.

Op een gegeven moment dacht LOSC eraan een satellietclub te ontwikkelen en besliste om Moeskroen, dat toen in vierde afdeling speelde, over te kopen, met het oog hen naar eerste klasse te brengen. Bij die opdracht kreeg ik een centrale functie. Toen we uiteindelijk in de hoogste afdeling terechtkwamen heeft LOSC besloten om Moeskroen opnieuw te verkopen. Al bij al ben ik door LOSC in staat gesteld enorm veel ervaring en kennis op te doen op uiteenlopende domeinen, en op het hoogste domein in Frankrijk, met de kampioenstitel in League 1, Europees voetbal etc. LOSC heeft me veel kansen gegeven waarvoor ik hen altijd dankbaar zal zijn.

Toen klopte enkele maanden geleden Cercle Brugge aan. Hoe is een en ander in zijn werk gegaan?

Ik heb het geluk gehad Vadim Vasilyev (huidig vice-president van AS Monaco, nvdr) te ontmoeten, die me sprak over het plan om een buitenlandse club mee te helpen ontwikkelen. Het plan beviel me, ook omdat ik dit reeds had meegemaakt bij Rijsel en Moeskroen. Monaco is een grote club, en die opportuniteit was natuurlijk niet min. Toen duidelijk was dat het over Cercle ging, kon ik me een beeld vormen. Met Moeskroen speelden we reeds tegen Cercle tijdens de eindronde (eindronde in de tweede voetbalklasse competitiejaar 2012-2013, nvdr), waarbij Cercle aan het langste eind trok en zich in eerste klasse kon handhaven. Bovendien kende ik Brugge als stad die slechts op 45 minuten rijden van Rijsel vandaan ligt. Bij LOSC speelden vroeger ook heel wat Belgen zoals Erwin Vandenbergh en Philippe Desmedt, dus België is mij niet onbekend.

Hoe zou je de sfeer omschrijven bij Cercle?

Cercle is een historische vereniging, die reeds jaren deel uitmaakt van het voetballandschap in België. Uiteraard waren hier bij mijn aankomst de nodige moeilijkheden, en ik heb me ook niet verwacht aan een roze wolk. Maar ik heb hier zeer aangename mensen leren kennen en ben uitstekend onthaald. Uiteraard ben en blijf ik buitenlander, maar iedereen is vriendelijk en gedreven. Cercle is een kleine organisatie vergeleken met LOSC, en zeer familiaal. Het is uiteraard ook aan mij om inspanningen te doen om me te integreren.

"Is kampioen worden een realistische droom? Ja, het is realistisch, want alle ingrediënten zijn aanwezig."

Jouw verantwoordelijkheden bevinden zich op het sportieve vlak. Wat houdt dit in? In hoofdzaak het aankoopbeleid van Cercle sturen?

Wel, ik ben “de garantie” dat de sportieve objectieven die Cercle en zijn aandeelhouder stelt ook gehaald worden. Ben ik verantwoordelijk voor de aankopen? Ja en nee. Ons functioneren is een gemeenschappelijk functioneren. Als er een speler gekocht wordt, ben ik niet degene die hem traint of laat spelen. We kiezen dus samen met José Riga en de staf, in functie van de objectieven en de middelen waarover we beschikken. Bovenal willen we een ploeg samenstellen die zo competitief mogelijk kan zijn. De eindverantwoordelijkheid ligt uiteraard bij mij, en mijn rol is om Cercle sterkst te maken in verhouding tot de financiële middelen waarover we beschikken. De uitdaging is om beter te doen dan die middelen ons toelaten. We hebben nu, met de nieuwe aandeelhouder Monaco, het geluk te beschikken over de mogelijkheden van een echte professionele voetbalclub, met een sportieve staf van vijf personen, een medische staf… Mijn rol is om die structuur zo goed mogelijk op poten te zetten en te doen functioneren, ook al is dat alles op zeer korte tijd moeten gebeuren.

Het doel is om dit jaar kampioen spelen?

Het is eigenlijk zeer eenvoudig. Ons objectief is om de beste te zijn. Betekent dit dat we eerste worden? Dat is zeker de bedoeling, maar in een competitie is men nu eenmaal niet alleen. Wat vaststaat is dat we de middelen hebben gekregen om competitief te zijn. Daarnaast is het aan ons om keihard te werken. Niet enkel het talent telt om iets te bereiken, ook de inspanningen die men levert. Dus het objectief is om eerste te worden, maar dat is uiteraard wat iedereen die deelneemt aan competitie uiteindelijk wil.

Cercle heeft hevig ingekocht op de transfermarkt. Er staat een vrijwel nieuwe eerste ploeg op het veld.

We hebben eigenlijk niet veel gekocht. We hebben wel veel spelers gerekruteerd. Het is belangrijk om een nieuw hoofdstuk te schrijven. We zoeken naar competitieve, ambitieuze mensen om onze doelen te bereiken. We hebben daarbij niet meer spelers dan een andere club. Wat ook van groot belang is, een tweede as in het nieuwe project van Cercle, is dat de jeugdopleiding een centraal element is in onze verwezenlijkingen. Bij mijn eerdere werkgevers was de jeugdopleiding eveneens cruciaal, dat is voor mij niet nieuws.

De voorbereiding liep op wieltjes, Cercle heeft vooral gewonnen. Ook de eerste matchen in de competitie liepen gesmeerd, met uitzondering dan van de zware nederlaag tegen OHL. Alles loopt volgens plan?

Ik kom terug op wat ik net zei. Er zijn vele nieuwe spelers, en die hebben een positieve dynamiek gebracht. Uiteraard was er in het begin niet de druk die een competitie met zich brengt. Staf en spelers hadden inderdaad een zeer goede voorbereiding, maar zonder te weten wat de competitie zou brengen, waar stress, resultaten… altijd voor een andere atmosfeer zorgen. Aan sommige zaken kon je zien dat de groep nog niet helemaal klaar was voor de competitie. In Leuven was er veel ambitie en goesting, maar waren ook fouten merkbaar. Die fouten zijn vrij normaal wanneer men nog nooit als groep een competitie heeft doorgemaakt. De signalen bij de fouten werden te weinig uitgestuurd of opgepikt, waardoor we finaal helemaal de boot ingaan. De realiteit van de competitie werd vergeten. Dat is de doorleefde ervaring waaraan het de ploeg nog ontbreekt.

Wat je zegt indachtig, is het realistisch om te dromen dat Cercle dit jaar kampioen kan spelen?

Je vraagt het treffend: is kampioen worden een realistische droom? Ja, het is realistisch, want alle ingrediënten zijn aanwezig. Maar of het vandaag of morgen reeds kan, dat blijft natuurlijk het grote vraagteken. Dat hebben we niet in handen. Maar de middelen zijn er, en ook de inzet om dat doel te bereiken. Het blijft evenwel een droom, omdat we niet kunnen weten of het effectief ook kunnen realiseren dit jaar. Wat ik in elk geval kan garanderen is dat iedereen bij Cercle hard werkt om te slagen in ons opzet.

"Het is van groot belang dat we geholpen worden door onze supporters en onze partners."

Wanneer ben je dit seizoen een tevreden man?

Persoonlijk gesproken ben ik reeds tevreden, omdat ik op de juiste plek ben beland, in een goede, vriendelijke omgeving, met een kwaliteitsvolle aandeelhouder. Opnieuw krijg ik een zeer mooie opportuniteit aangeboden. Wanneer men tevreden is, is men altijd tot meer in staat. Maar uiteraard kan ik enkel tevreden zijn over ons resultaat wanneer we ons doel bereiken, dat wil zeggen kampioen spelen. Alleen, ik ken de datum niet. We zullen het in elk geval worden. En dan nog is dat slechts het begin. Want daarna moet je je nog handhaven en de toekomst van Cercle verder uitbouwen. Dat laatste is het belangrijkste.

Wat zou je de Cercle-supporter zelf nog kwijt willen?

Het project met Cercle kan niemand alleen realiseren. Een voetbalclub leeft niet zonder een positieve sfeer en zonder zijn supporters. We hebben nu met Monaco de uitgelezen kans om onze doelstellingen te realiseren. Er zijn veel geëngageerde en enthousiaste mensen, spelers, medewerkers, staf… Het is fantastisch om de huidige dynamiek te zien. Maar daarnaast is het van groot belang dat we geholpen worden door onze supporters en onze partners, zowel uit als thuis. Dus wil ik vragen dat mensen ons vervoegen om dit project te doen slagen. Ook als de ploeg minder draait hebben we massaal steun nodig. Wanneer men zich gesteund weet en aangemoedigd, kunnen we meer, durven we meer, creëren we meer en verplichten we onszelf om elke dag te groeien. Bij Cercle is die steun reeds aanwezig. Laat ons zo talrijk mogelijk zijn.

Het is mijn droom om thuis voor een vol stadion te spelen en ons publiek sterke emoties te bieden. Want we komen per slot van rekening allemaal naar het stadion voor de emotie die het voetbal ons elke week schenkt. Leve Cercle!

(K.V.)

Lees meer