koop tickets online
Shot-online
15/12/2018

Praatje met de trainer - Laurent Guyot

We zijn tevreden, nu “SHOT-online” terug op dreef geraakt, u nog eens een trainersinterview te kunnen aanbieden.  Onze vorige trainer, Frank Vercauteren, wou destijds geen niet-wedstrijd gerelateerde interviews geven aan de pers.  Ook niet aan de eigen media.
Met Laurent Guyot ontmoetten we net voor de vrijdagnamiddagtraining, anderhalve dag voor de wedstrijd tegen Anderlecht, een aimabele gesprekspartner.

"Ik ben heel gelukkig hier te zijn"

 

Coach, goed twee weken geleden waren we halfweg de reguliere competitie.  19 van de beoogde 30 punten waren binnen.  Een tevreden man?

De week er op hadden we er zelfs reeds 22!  Onze eerste objectief was 30 punten behalen.  Als we de resultaten van de vorige jaren in de Jupiler League bekijken, komt het er op neer dat als je een gemiddelde haalt van één punt per wedstrijd, je niet in de problemen komt.  Voor twee jaar was 23 punten voldoende, vorig jaar 27 (als je een positief doelpuntensaldo had).  Gemiddeld één punt per match is ook makkelijk om op te volgen.

Cerle Brugge KSV

We keerden dus met 19 punten en ik sprak de spelers toe dat ons objectief verder een gemiddelde van één punt per wedstrijd is. We zijn drie wedstrijden ver in de terugronde en door de winst op Genk halen we actueel die doelstelling.  We staan bijgevolg in totaal nog wat voor op schema, maar we kunnen niet ontkennen dat we wat moeilijkheden kennen als we tegen grote ploegen spelen.

Na de wedstrijd op Genk begon er reeds een aantal supporters te zweven en keken niet meer achteruit maar ook naar boven.

Dat is normaal.  Alle supporters of mensen die hun ploeg steunen denken zo.  Als coach moet je je echter bewust zijn van de mogelijkheden van je groep.  Als je de lat hoger legt moet je er zeker van zijn dat je team het aankan.  Zeggen is één zaak, het doen een ander paar mouwen.  Als ik aan de supporterrs verkondig “ja, we zullen vechten voor PO1” zullen ze me mogelijks zelfs niet geloven.  Ook Mr Bölöni hield na de wedstrijd tegen ons die boot af bij de persconferentie.

Cerle Brugge KSV

In één week tijd krijgen we hier Antwerp en Anderlecht over de vloer.  Misschien is door de spelwijze van Antwerp Anderlecht misschien een “gemakkelijker” tegenstrever?

Neen, neen.  Het is anders, maar niet gemakkelijker! Wij gaan die wedstrijd voorbereiden zoals elke andere en ook zoals gewoonlijk het beste van onszelf geven.  Misschien zorgen we voor “un exploit” (exploot) , zoals we dit op Genk gedaan hebben.  Als je het woord “exploit” uitspreekt dan kijk je ook naar de letterlijke betekenis van het woord en besef je dat dit niet voor elk weekend is…
We zullen het beste van onszelf geven en dan zien we wel wat het resultaat weze.

Als het tot een “exploit” komt, dan zal je een mooie verjaardag kennen maandag aanstaande?

(kijkt verrast) Dat zou inderdaad mooi zijn.  Anderzijds is die verjaardag niet direct om te vieren, want ik nader de vijftig…  Vanaf nu is elke verjaardag minder en minder aangenaam (lachend).  Het is vriendelijk dit op te merken.  Een overwinning tegen Anderlecht en maandag ontwaken met 25 punten zou inderdaad het mooiste verjaardagsgeschenk zijn dat ik me kan indenken.

Soms klinkt het op de tribunes dat je het te voorzichtig aanpakt.

Bij aanvang van het seizoen kwamen mensen me feliciteren met de aanpak.  Wat met het effectief waar we over beschikken en wat kunnen we er mee bereiken?  Wat is voorzichtig spelen en wat is niet voorzichtig spelen?  Mijn job is iets op poten te zetten voor de vereniging en de spelers om punten te pakken.  Als we pakweg de laatste wedstrijd tegen Antwerp nemen: Cardona, Bongiovanni, Gakpé, Hazard, Mercier.  Vijf spelers die zeer offensief spelen.  Onze ploeg is echter actueel, door de blessures, defensief niet zo solied. 
Elk heeft natuurlijk zijn mening.  In het begin van het seizoen vond men het goed.  Vanzelfsprekend, want we wonnen veel.  Ik probeer zo efficiënt mogelijk te laten spelen.  Mocht het meest efficiënte zijn om met acht aanvallers te spelen, ik zou het doen…

Cerle Brugge KSV

Laat ons ook nog even uw “vorig leven” als voetballer in beschouwing nemen.  Zowat 300 wedstrijden in Ligue 1 & 2.  Niet mis.

In 1978 tot 1985 trad ik aan bij de jeugd van FC Nantes.  Daarna maakte ik deel uit van de A-ploeg en speelde 191 wedstrijden als centraal verdediger.  In 1998 ging het richting Toulouse en de drie volgende seizoenen bij Guingamp.  In 2002 stopte mijn actieve carrière als speler.
Ik moet zeggen dat ik er fier op ben.  Het is een carrière van veertien jaar.  Gezien mijn capaciteiten is het een mooie, terechte loopbaan.  Ik heb geen uitzonderlijke dingen gedaan, maar 300 wedstrijden op dat niveau is inderdaad niet mis.  Het maakte mijn lichaam sterker en het heeft mijn liefde voor voetbal versterkt.  Dit gaf me ook de goesting om het verder waar te maken als trainer.

Je behaalde in het eerste decennium van deze eeuw dan ook de nodige diploma’s?

Nadat ik stopte met voetballen, werkte ik in het centre de formation van Nantes.  In 2005 behaalde ik de “Youth pro license” en in 2008 de “Professional coaching license”.  Van 2005-2009 trainde ik verder de jeugd van Nantes.

In 2009 volgde je eerste opdracht als T1?

Ik ging als 39-jarige aan de slag bij US Boulogne, net gepromoveerd naar Ligue 1.  Ik bleef er tot december 2010.  De volgende twee seizoenen had ik CD Sedan onder mijn hoede.  Het eerste seizoen eindigden we 4e, het seizoen er na voorlaatste…  De voorzitter had immers ondertussen de volledige basisploeg verkocht.  Beeld je in,  pakweg je twaalf beste spelers!  De ploeg ging daarna ook in faling.

Daarna was het opnieuw “jeugdgericht”?

Van 2013 tot 2015 stond ik in voor de Franse nationale ploeg U16 en U17.  Daar had ik o.a. Arnaud Lusamba, Guévin Tormin en Nabil Alioui onder mijn hoede.

Cerle Brugge KSV

Hoe kwam je er toe te verkassen naar Canada (Toronto FC)?

Ik had er persoonlijk zin in om een ander land, een andere cultuur te ontdekken. Ik kijk er tevreden op terug. Ik hield ook van de mentaliteit. Om uit Toronto te vertrekken moest er zich een aanbod voordoen die me zowel sportief als qua perspectief motiveerde. Zoals je weet kwam dat er via Monaco. Ik vind dit project zeer interessant. Het is niet gemakkelijk, maar net dat maakt het interessant. Een ploeg die net naar 1A promoveert, er komen jongeren van Monaco met de bedoeling die beter te maken, gelijktijdig ervaren spelers opsporen om die jongeren te omkaderen, enz… Al bij al niet gemakkelijk want de Jupiler Pro League is veeleisend. Ik ben wel heel tevreden hier te zijn. Ik hou van de stad en van mijn werk hier.

Het heropbouwen van de vereniging, stap per stap, is verheugend om te zien.  Men mag niet vergeten dat pakweg achttien maanden geleden Cercle bijna niet meer bestond.  d’ Accord?  (ondergetekende knikt).  Er was ontgoocheling dat we verloren tegen Antwerp, maar men vergeet waar we achttien maand geleden stonden (maakt een vergelijkende beweging met gespreide armen van de vloer tot het plafond). We hebben inderdaad twee opeenvolgende wedstrijden verloren en krijgen er nog een zware op het bord zondag.  Men mag echter niet vergeten van waar we komen.  We staan ondertussen veel verder, dat mag men niet uit het oog verliezen. Ik ben hier om te bouwen en ik doe dat met veel plezier.

Is het niet vervelend voor u dat men u steeds de stempel van opleidingscoach opdrukt?

Ik heb daar geen probleem mee.  Ik ben er inderdaad om de jongeren op te leiden en te verbeteren, dat is zeker.  Maar, als Monaco me contacteerde was het eerste wat ze zegden: de prioriteit van de prioriteiten is dat deze club, sorry Cercle, voor jaren in 1A blijft.  Dat is dus duidelijk!
Beetje per beetje maken we er ook betere spelers van.  Een situatie waar ook Cercle alleen maar beter van wordt.  Dat doet men echter niet met een vingerknip (die hij letterlijk uitvoerde).  We hebben jongere spelers die nu de “ervaring” hebben van tien wedstrijden in 1A en hebben rijpere spelers, ongeveer dertigers,  zoals Lambot, Mercier en Taravel, maar waarvan de twee eerste weinig ervaring hebben in 1A.  We hebben een ploeg die op hoger niveau speelt maar zonder ervaring op dat niveau.  Om ervaring op te doen zijn er geen geheimen; je moet veel wedstrijden spelen.  Zoals we eerder aanhaalden, ik heb ervaring in de Ligue 1 in Frankrijk omdat ik er zowat 300 wedstrijden speelde.  Speelde ik er slechts twintig, wel, dan had ik geen ervaring.

Cerle Brugge KSV

Ik merk op dat tijdens interviews of persconferenties u steeds kalm blijft. De gentleman…

Er is een uitdrukking in Noord Amerika waarvan ik hou: “not to high and not to low”.  Het voetbal is wat het is.  Ik bekritiseer het niet, maar in het voetbal is het soms extreem.  Als je wint is het goed, als je verliest is het een catastrofe.  Je moet de trainer buiten smijten, spelers vervangen, enz…  “Le construction c’est dans le temps”(vrij vertaald: opbouwen doe je in de tijd).  Soms ben ik ook wel eens in “colleire”.  Zoals recent tegen Antwerp.  Ik kijk daarbij niet naar de scheidsrechter, want die heeft het steeds moeilijk.

Ik kijk dan wel in de richting van de VAR.  Die strafschop mocht er nooit komen, want er was duidelijk voorafgaand buitenspel en de bal van Etienne werd door Jelle Van Damme ruim achter de lijn weggewerkt.  Op de scheidsrechters geef ik niet af.  Die mensen hebben het niet steeds gemakkelijk.  Ik ga er tevens van uit dat ze eerlijk zijn.  Maar als je drie mensen hebt die op hun gemak in een busje zitten en op hun TV-schermen zo een flagrante zaken niet zien en bijgevolg niet melden… ?!? Ze zijn er om de scheidsrechter te helpen! Mogelijks zouden we mits een correcte ingreep van de VAR ook de wedstrijd verloren hebben, maar is die strafschop er niet, dan was het op dat ogenblik nog steeds 0-0!

Een slotvraagje dat wellicht op de lippen van de supporters ligt: als het van de trainer afhangt, mogen we wintertransfers verwachten?

Er bestaat een mogelijkheid.  Dan zal dit wel in het kader zijn van eventuele vertrekkers.  In elk geval niet grootschalig.

(Georges Debacker)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Jong, ambitieus sluitstuk - Paul Nardi

Onze jonge “Monegask”, 22 jaar (18 mei 1994), is afkomstig uit Vesoul, een Frans stadje met een kleine 16.000 inwoners.  Het situeert zich in de driehoek Nancy/Dijon/Colmar.  Een koude maar prachtige streek (het dichtstbijzijnde skigebied ligt op amper 55 Km.), dixit Paul.  Wat Jacques Brel met Vesoul te maken heeft leest u verder in het artikel.

Paul, o.a. Frans jeugdinternational bij de U17, U18, U19, U20 en Beloften, is ambitieus en wil zoveel mogelijk wedstrijden spelen om zijn carrière te lanceren.  Dat hij over heel wat kwaliteiten beschikt, en niet toevallig een vijfjarig contract heeft bij Monaco, merkten onze supporters ook reeds op.

We voerden een gesprekje kort na de hervattingen van de trainingen, na een weekje verlof bij het aflopen van de reguliere competitie in 1B.

Gewoontegetrouw polsen we naar de eerste voetbaljaren.  Hoe zit dat bij jou?

Ik was van meet af aan doelman.  Hoe dit komt?  Ik had een oudere broer en toen we buiten speelden trapte hij ballen en ik poogde ze te stoppen.  Zo simpel is het.
Mijn eerste ploegje was in Vaivre-et-Montoille, net buiten Vesoul, en daarna speelde ik tot mijn twaalf jaar bij Vesoul HSV.

Zoals heel wat Franse spelers trok je naar een “centre de formation”?

Inderdaad.  Ik sloot aan bij het “centre de préformation” van AS Nancy.  Het was een combinatie school/internaat.  Op mijn 15/16 werd het het “centre de formation” met een traditionele opleiding van drie jaar.  Ik werd prof op mijn 18e.

Al vrij snel werd je titularis.  Enerzijds niet zo evident want de 1e doelman, Damien Grégorini, was een ervaren doelman met achtergrond bij Nice en Marseille?

Damien was inderdaad een gerespecteerd en ervaren doelman maar hij naderde het einde van zijn carrière.  Daarnaast kende hij een aantal familiale problemen op dat ogenblik en na een zestal wedstrijden in het seizoen 2013-2014 werd ik titularis (33 wedstrijden; nvdr).  Als jonge gast werd ik immers, met het vooruitzicht om hem ten gepaste tijde te vervangen, reeds voorbereid.  Ik heb ook heel veel steun aan hem gehad.  Hij heeft me geholpen om nr 1 te worden en hij was belangrijk voor mijn carrière.  

Het was een fantastisch jaar voor mij.  Ik was 18/19 jaar, eerste doelman, ik speelde in Toulon een toernooi met de Franse U20 en Monaco bood me een vijfjarig contract aan…
De Monegasken leenden me terug uit aan Nancy, zodat ik alweer een dertigtal wedstrijden ervaring kon opdoen in de Ligue 2.  

Mijn bedoeling is om voortdurend progressie te maken

Bij Monaco kon je even van de eerste ploeg proeven?

Ik speelde twee wedstrijden in de Ligue 1 en vier Bekerwedstrijden.

Aanvang dit seizoen leende Monaco je uit aan Stade Rennais (Ligue 1), maar je kwam er niet aan spelen toe?

Normaal zou hun doelman, Benoît Costil, vertrekken, maar dit gebeurde niet.  Ik was er dus 2e doelman.  Ik wou spelen en me herlanceren en toen kwam het voorstel van Cercle.  Ik twijfelde geen ogenblik! Mede door de blessure van Gilles Lentz op dat ogenblik kwam je meteen tussen de palen en dit lijkt aardig te lukken.  Je pakte ook reeds punten voor Cercle. Ik werkte hard sinds ik hier kwam en kon mijn plaats bemachtigen.  De vruchten van mijn arbeid zijn er.  Ik ben tevreden.  Dat ik reeds punten pakte voor Cercle?  Om die reden ben ik naar hier gekomen.  Het was een uitdaging voor mij.  De samenwerking met Monaco kan een goede zaak zijn.  Ik focus me actueel op die zes resterende wedstrijden.  Daarna praat ik wel met Monaco.  Mijn bedoeling is om voortdurend progressie te maken, door wedstrijden te spelen uiteraard.
Het doet ook deugd als je tijdens of na de wedstrijd de supporters je naam hoort scanderen.  Dat doet veel plezier.

In het kader van “opvallen met prestaties” is het wellicht spijtig dat we net niet deelnemen aan PO2?

Het is inderdaad echt spijtig.  In de relatief korte tijd dat ik hier ben vind ik dat we PO2 waardig zijn. Het is frustrerend dat dit ons ontlopen is.  Maar ja, dat is voetbal.  Nu is het allerbelangrijkste Cercle in 1B te houden.

Was het voor jou moeilijk om telkens, omwille van blessures, met een andere verdediging voor je te spelen?

Voor mij is het niet zo belangrijk.  Het zijn allemaal goede spelers.  Op training werk ik met allen.  We zijn jong en passen ons snel aan.  Geen probleem dus.

Bevalt het je hier in België?

Zeker.  Ik ben hier heel goed ontvangen.  Ik woon, samen met mijn vriendin, vlakbij de zee in Wenduine.  Zij is mij overal gevolgd.  In Nancy, Monaco, Rennes, hier.  Dat is goed voor mij.

Je weet ongetwijfeld dat Jacques Brel een lied schreef over Vesoul?

Ja, ik word vaak met deze vraag geconfronteerd.  Het is mooi dat hij een liedje componeerde over mijn meest geliefde stad (1)

Tot slot: ik veronderstel dat de week vakantie deugd deed na afloop van de reguliere competitie?

Zeker! Ik bezocht mijn ouders in Vesoul en jeugdvrienden in Nancy.  Ondertussen hebben we alweer goed gewerkt op training en zien we er naar uit om Cercle veilig te stellen.

(1) Jacques Brel overnachtte in 1960 in Vesoul en bracht de avond door met hotelgasten, het personeel en de uitbaters.  Hij beloofde een lied te maken over Vesoul.   In 1967 verbleef hij er opnieuw voor een nacht.  Hij hield zijn eerder woord en in 1968 kwam de plaat uit.

U kunt het beluisteren via: https://www.youtube.com/watch?v=tVKWiseNGUU 

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
09/03/2017
Cerle Brugge KSV
Historiek van de shirtsponsors

Actueel zijn de Cercle-truitjes maagdelijk blank op de borst.  De fiere witte dwarslijn loopt ononderbroken van de rechterschouder tot de linker heup.
Door de jaren heen prijkten er echter vijftien verschillende hoofdsponsors op de truien.  Recordhouders (8 seizoenen) zijn onze recentste hoofdsponsor, die thans nog steeds op de rug prijkt, ADMB en ABB-verzekeringen.  Rodenbach, die voor de supporters (naast Ysco) de lekkerste sponsor was (gezien de talloze gratis vaten…), prijkt op nr 3 met zes seizoenen. 

De eerste vorm van sponsoring op de voetbaluitrusting kwam er bij Cercle in de jaren ’60.  Het betrof eerst CULLIGAN (waterverzachters, koelers, …) en daarna de olieproducten “SINCLAIR” (Amerikaanse maatschappij opgericht in 1916 en genaamd naar de stichter).  Deze publiciteit kwam voor op de trainingsvesten van de spelers.  Shirtreclame was toen nog niet toegelaten.  

Het logo van Sinclair was een groene dino (eigenlijk een Brontosaurus).  Ik herinner me nog goed hoe voorafgaand aan sommige wedstrijden de spelers plastic groene dino’s in de tribune van het Edgard De Smedtstadion gooiden.  
Even als uitsmijter: het dino logo werd gekozen omdat de firma een link wilde leggen met de enorme ouderdom van de grondstof waaruit hun producten gemaakt werden (en nog steeds worden).

1966-1967

1967-1968

 Vanaf het seizoen 1972-1973 werd shirtreclame (onder strikte voorwaarden zoals één hoofdsponsor en niets meer) toegelaten.  Meteen ook de aanleiding waarom de thans befaamde retro-truitjes slechts één volledig seizoen gedragen werden (1971-1972).
Cercle begon met een smakelijke sponsor, nl. het product met de toepasselijke naam “GOAL” van Chocolade Jacques.

Op de ploegfoto van het seizoen 1973-1974 prijken de spelers weliswaar nog eenmaal met de mooie truitjes met C-logo, maar algauw wijzigden de truitjes met een nieuwe sponsor, nl de ferry maatschappij TOWNSEND THORESEN met aanlegplaats in Zeebrugge.

Met het West-Vlaamse YSCO kwam er stabiliteit in deze sponsoring, want de ijsjesfabrikant prijkte drie seizoenen op de truien (74-75, 75-76 en 76-77).

1974-1975

Nog meer stabiliteit in de volgende veertien seizoenen.  ABB-verzekeringen nam de eerstvolgende acht jaar voor zijn rekening (77-78 t/m 84/85).

1982-1983

De volgende zes jaar (85-86 t/m 90/91) waren voor RODENBACH.  Een periode waar de (dorstige) supporters met heimwee aan terugdenken.  Niet alleen omwille van het voetbal (met de klassespelers die we in die periode hadden), maar zeker ook omwille van de gulle sponsor naar de supporters toe…

1986-1987

In 1991-1992 een kort intermezzo met 49-JEANS dat eerder ook al sponsor van onze buren geweest was.

Toen volgden drie jaar met het Brugse benzine/diesel merk PETROS (92-93 tot zowat half 94-95).  Door “omstandigheden” werden die drie seizoenen niet voltooid en kwam het sokkenmerk BREITEX voor de rest van het seizoen op de shirts.

 Vervolgens, 95-96 en 96-97, kwam YSCO terug op de proppen en viel ook een regelmatig  gratis ijsje in de gratie van de supporters.

Daarna ging Cercle de “auto-toer” op met RENAULT, welke vier seizoenen op de groen-zwarte shirts prijkte (97-98 t/m 00-01).

1998-1999

Wat de nieuwe sponsor in 2001-2002 inhield, was niet zo meteen duidelijk voor de modale supporter.  Het betrof RES, een Barter-system waarbij o.a. handelaars onder elkaar konden/kunnen afrekenen met een eigen puntensysteem dat een geldwaarde vertegenwoordigde.  RES bleef twee seizoenen sponsor, het 2e seizoen in co-sponsoring met Standaard Boekhandel, en pikte ongetwijfeld een graantje mee met de extra publiciteit bij de promotie naar 1e afdeling in 2003.

De daaropvolgende twee seizoenen (03-04 en 04-05) was het lezen geblazen want STANDAARD BOEKHANDEL van voorzitter Frans Schotte blonk op de truien.

Tijdens de drie seizoenen nadien kregen we telkens een nieuwe hoofdsponsor en telkens uit een volledig andere branche.  In 2005-2006 was het de nationale telefooninlichtingendienst 1207, in 2006-2007 de voedingssupplementen VITAFYTEA en in 2007-2008 de campingvakanties VACANSOLEIL.

  

Ik schreef reeds dat in de jaren ’70 en ‘80  er een behoorlijke stabiliteit was i.v.m. de hoofdsponsors.  In het seizoen 2008-2009 zette ADMB de eerste stap om zich naast sponsor ABB-verzekeringen van destijds te plaatsen.  Deze HR-dienstengroep bleef eveneens maar liefst acht seizoenen hoofdsponsor van Cercle en is nog steeds co-sponsor (rugreclame).

Tijdens het vorige seizoen (2016-2017) had Cercle geen hoofdsponsor maar stond de vermelding van BUSINESS KRING 12 op de truien.

Noot: Van zodra dit toegelaten was prijkten ook tal van cosponsors op de shirts.  Vaak ook trouwe.  Niet in het minst de firma VAILLANT die Cercle zowat 25 jaar sponsorde met o.a. rugpubliciteit.

Tot zover dit beknopt overzicht betreffende zowat vijfenveertig jaar hoofdsponsors op de groen-zwarte truien.

 

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
28/11/2017
Cerle Brugge KSV
Koos bewust voor buitenlands avontuur - Lloyd Palun

Daags voor de tweede uitwedstrijd van het seizoen (tegen Oud Heverlee Leuven) trok ik opnieuw naar de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion.  Na de training had ik een interessant gesprek met onze nieuwe rechtsachter Lloyd Palun.  

Lloyd, je bent zoals veel spelers net bij Cercle Brugge.  Kun je even je carrière tot nu toe schetsen voor onze lezers?  

Ik zag het levenslicht in Arles, in het zuiden van Frankrijk.  De stad waar Vincent Van Gogh ook vaak vertoefde.  Mijn roots liggen evenwel in Gabon en ik draag ook nog steeds die nationaliteit.  Mijn eerste voetbalervaring deed ik op bij het Zuid-Franse Martigues. Ik doorliep er de jeugdreeksen en maakte er ook mijn debuut in de eerste ploeg.  Het was een ploeg die wat zweefde tussen de laagste profreeksen en de hoogste amateurreeksen.  Ook Eric Cantona speelde daar trouwens nog in de jaren 1980.  In 2009 verkaste ik naar Trinité Sport, een amateurploeg, ook al in Zuid-Frankrijk.  Opnieuw een jaar later kwam het naburige en grote Olympique Gymnaste Club Nice-Côte d&rqsuo;Azur, kortweg OGC Nice aankloppen.  Een ploeg met een rijke traditie.  Ze werden ondermeer vier keer kampioen in de Ligue 1.  Ik bleef er van 2010 tot 2015.  Ik speelde er een aanzienlijk aantal wedstrijden op het hoogste niveau.  Vorig jaar speelde Nice trouwens een fantastisch seizoen.  Het eindigde op een derde plaats en speelt momenteel voor een plaats in de Champions League.  Na de tijd bij Nice ging ik aan de slag bij Red Star Parijs.  Een ploeg die toen in Ligue 2 aantrad, maar momenteel een reeksje lager speelt.  

"De ploeg terug naar het hoogste niveau brengen is onze taak."

En toen kwam Cercle Brugge.  Waarom koos je uiteindelijk om de groen-zwarte kleuren te verdedigen?  

Eerst en vooral koos ik voor het ambitieuze project dat Cercle me voorstelde.  Francois Vitali bouwde aan een zeer competitieve ploeg en alles rond de ploeg straalt gewoon ambitie uit.  Die ambitie is ook meteen uitgesproken en is gewoon kampioen spelen met Cercle.  De ploeg terug naar het hoogste niveau brengen is onze taak.  Ik begrijp dat Cercle een begrip is in het Belgische voetbal en de ploeg hoort gewoon thuis op het hoogste niveau.  Naast de grote sportieve ambities, koos ik ook bewust voor een buitenlands avontuur.  Ik had ook wat aanbiedingen uit de Franse Ligue 2, maar die legde ik naast me neer om twee jaar bij Cercle te tekenen.  Het was voor mij, op mijn 28ste,  een goede stap in mijn carrière.  

Wat was je eerste indruk bij Cercle?    

De eerste indruk was meteen zeer positief.  Alles verloopt hier super professioneel.  De spelers en de leden van de technische staf kunnen in alle rust werken.  De omkadering is gewoon top.  Eigenlijk moeten wij alleen maar denken aan de prestaties op het veld, al de rest is voor ons geregeld.  De voertaal is hier ook Frans.  Dat is voor mij uiteraard ook een pluspunt.  Toch ben ik momenteel bezig met het leren van de Nederlandse taal.  Ik vind dit zeer belangrijk.  Tenslotte woon ik hier ook in de buurt en wil ik me wat integreren.  

Hoe zit het op persoonlijk vlak?  Je woont in de buurt van Brugge vertelde je net?  

Inderdaad, ik woon in de rand van Brugge.  Een stad die ik ondertussen al een paar keer bezocht en echt fantastisch vind.  Ik ben niet getrouwd, maar woon samen met mijn vriendin en heb twee kinderen. 

De competitiestart verliep alvast foutloos met twee overwinningen en een zes op zes, tevreden? 

Uiteraard zijn we met het resultaat van de twee eerste wedstrijden zeer tevreden.  We behaalden het maximum en dat is goed.  Ik ben echter van mening dat alles altijd beter kan.  Eigenlijk is dit ook logisch.  Het is een volledig nieuwe ploeg en de automatismen kunnen nog wat beter.  Maar het is belangrijk dat we hard blijven werken en elkaar scherp houden.   Dan volgen de resultaten vanzelf.  Maar bovenal moeten we vooral ook plezier hebben in het voetbalspelletje.  

De eerste twee wedstrijden stond je ook telkens in de basiself.  Is de rechtsachter je beste positie?  

Het is in elk geval mijn favoriete positie.  Ik hou ervan om de hele flank af te dweilen en ook goede voorzetten af te leveren voor de spitsen.  Het samenspel met Irvin Cardona verliep tijdens die twee wedstrijden al zeer goed.  Het verdedigende werk is mijn prioriteit, maar als ik een mogelijkheid zie schuif ik graag eens mee.  Ik ben wat ze noemen ‘een loper’.  Ik kan ook uit de voeten op de linksback mocht dat nodig zijn.  

Straks volgt een wedstrijd in en tegen OH Leuven.  Ken je die ploeg al?  En weet je al hoe de competitieformule werkt?  

Ik moet eerlijk bekennen dat ik OH Leuven nog niet aan het werk zag en ze dus ook niet ken.  Dit geldt eigenlijk voor de meeste tegenstanders.  Maar tijdens de tactische bespreking voor de wedstrijd zal de technische staf ons wel wijzen op hun sterktes en zwaktes.  En de competitieformule is mij inderdaad al uitgelegd door de spelers die hier al een tijdje actief zijn.  Ik denk dat het de enige competitie ter wereld is waar ploegen vier keer tegen elkaar spelen.  Op het einde gaat het gewoon om het winnen van een periode en op die manier de promotie af te dwingen.  

Laat ons hopen dat Cercle Brugge daarin slaagt dit seizoen.  Aan de inzet van onze sympathieke rechtsback zal het in elk geval niet liggen!  

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Shot-online
19/08/2017
Cerle Brugge KSV
Alles op zijn tijd - Anthony Portier

35 jaar is Anthony Portier.  Dat is uitzonderlijk jong om al geïnterviewd te worden voor de rubriek ‘Retro’ van  Shot On-Line.  Niet eens half zo oud is hij als Willy Craeye, de vorige ex-Cerclespeler die ons zijn wedervaren bij Groen-Zwart uit de doeken deed. De reden van dit vroege interview ligt echter voor de hand: Anthony heeft zijn voetbalschoenen definitief aan de haak gehangen.  ‘Definitief’?  Hoe geëngageerd ook, hoezeer ook met volle overgave hij zijn voetbalcarrière met alles erop, eraan en errond beleefd heeft, en hoewel zijn gehavende knieën het niet onmogelijk zouden maken nog tegen het ronde leren ding te trappen, toch lijkt het me niet dat Anthony beter het “Zeg nooit, nooit,” indachtig zou zijn.

Anthony, na turbulente jaren bij het KV Oostende-van-lang-voor-Coucke, heb je zeven en een half jaar bij Cercle gespeeld, om daarna het wat lager op te nemen bij Union St.-Gillis, Beerschot-Wilrijk en ten slotte Spermalie Middelkerke.   Wat komt je het eerst voor de geest bij deze opsomming? 

Op mijn vijfde startte ik bij Gold Star Middelkerke.  KVO trok mij als jeugdspeler aan, en ik was pas zestien toen ik al bij de eerste ploeg de bank met wedstrijden op het veld afwisselde.  Door allerlei perikelen lagen bij KVO hemel en hel dicht bij elkaar, zodat ik er speelde in Eerste, in Tweede en in Derde Klasse.  Tijdens het tussenseizoen van 2005 – 2006 keek Cercle Brugge uit naar een centrale verdediger die kon inspringen voor Djordje Svetlicic die last had van blessures, en zoals ik nadien vernam, heeft Franky Van der Elst mij bij Groen-Zwart aanbevolen als een jonge, beloftevolle kracht.  KVO deed het matig in Tweede, en de kans om bij Cercle binnen te geraken, kon ik niet aan mij laten voorbijgaan.  Al was het dan altijd in Eerste Klasse, gespreid doorheen mijn lange Cerclecarrière hebben zowel ‘de Vereniging’ als ikzelf wel en wee meegemaakt dat ver uiteen lag.  Halfweg 2013 waren Cercle en ik op elkaar uitgekeken, en ik sloot mijn loopbaan als voetballer af met één jaar Union, twee jaar Beerschot en anderhalf jaar Spermalie Middelkerke.  Bij Union werd het een tegenvaller, maar bij Beerschot speelden we tweemaal kampioen.  Helaas, bij de laatste kampioenenmatch kon ik er niet bij zijn.  Nadat ik vroeger al aan de rechterknie geopereerd werd, was het nu de beurt aan mijn linkerknie: kruisbanden gescheurd, kraakbeenletsel, meniscus…

"Glen De Boeck maakte me een betere speler".

Ik kan me onmogelijk vergissen in wat bij Cercle je hoogtepunt is geweest.  Je speelde immers 33 competitie- en 4 bekermatchen in - tien jaar geleden nu al! – het eerste Cerclejaar van Glen De Boeck.  Laat mij meteen vragen of het werkelijk dankzij Glen is dat Cercle zo schitterend presteerde.  Je hoort en leest immers courant dat Glen profiteerde van het werk van zijn voorganger, Harm van Veldhoven.

Zonder dat dit iets afdoet aan wat Harm Groen-Zwart heeft bijgebracht of aan de gedrevenheid van ons team zelf - waarbij ik vooral aan Denis Viane denk - kan ik verzekeren dat Cercle dat uitzonderlijke succes echt wel aan Glen te danken had.  Nooit heb ik zwaarder moeten trainen dan onder Glen, maar zijn specifieke aanpak rendeerde.  Hij wist zijn eigen jarenlange ervaring bij Anderlecht op ons over te brengen, en voor mij als centrale verdediger was dat extra leerzaam doordat hij bij paars-wit op die plaats speelde.  Zeker weten, hij heeft me een betere speler gemaakt.  Hoe de man afdekken, hoe instappen, hoe het spel lezen, beter dan andere trainers wist hij het uit ervaring en hamerde hij het erin.Om het bij één voorbeeld te houden:  Nogal wat trainers wensen dat je als verdediger aan een aanvaller ‘plakt’.  Glen wou vooral dat de tegenstander niet kon weten waar jij juist stond en wat jij van plan was. Leun je tegen hem aan, dan heeft hij je door, hij weet of hij het best naar links of naar rechts draait, en hij is ervandoor voordat jij het kunt beletten.  Sta je echter een paar stappen achter hem, dan zie je gauw wat hij wil, en je krijgt de kans  om gepast in te grijpen.   Ook één voorbeeld van zijn harde aanpak geef ik je graag. Toen Cercle een samenwerkingscontract met  Blackburn had, trokken we in juli 2008, nog voor het begin van de competitie, naar de terreinen van de Rovers voor een oefenstage.  We moesten ’s morgens om 7 uur op Olympia zijn en een kwartier later een duurloop van een uur in het rood beginnen in Tillegembos. Dat ‘in het rood’ komt erop neer dat we ons maximum moesten weten te bereiken.  Wie het niet goed deed, moest in Blackburn die duurloop overdoen. Op Tillegem volgde anderhalf uur bus naar Zaventem, twee uur vliegen, anderhalf uur naar Blackburn, bagage uitpakken, en een uur later bijna drie uur gaan trainen op het veld. Het werd een helse week, en blijkbaar was ik zo vermoeid en gefrustreerd dat ik me tijdens een oefenpartijtje dat we daar speelden, niet tegen de Rovers zelf, een rode kaart liet aansmeren door een aanvaller die heel de tijd ambetant deed. 

Wat was Glen eerder, een trainer die bereikte dat de spelers er individueel op vooruitgingen of een ‘team’trainer?

Och, de persoon van Glen De Boeck bestaat voor 99 procent uit ‘voetbal’, van mens tot mens over iets anders praten met hem is onmogelijk.  Het is geen toeval dat hij van het zakenleven gauw weer in de wereld van het voetbal is gedoken, en het is evenmin een toeval dat Kortrijk momenteel met hem zo knap presteert.   Uiteraard is het Glen zoals elke trainer vooral om het team zelf te doen, maar bij wederzijds vertrouwen kan hij ploeg en speler het beste doen bereiken dat voor hen haalbaar is.

Hoewel Cercle bij Glens tweede seizoen Thomas Buffel wist aan te werven, toch was het wellicht uitgesloten dat Groen-Zwart het even goed zou doen als tijdens Glens eerste?  En wat Thomas betreft, hij scoorde slechts drie doelpunten in dertig competitie- plus vier bekermatchen.  Vermoedelijk was hij niet helemaal hersteld van de blessures die hij bij Glasgow Rangers had opgelopen?

Het belangrijkste dat voor een stuk ontbrak tijdens dat seizoen was juist dat wederzijds vertrouwen, en dit in het bijzonder tussen Glen en Thomas.  Glen had een voor hemzelf duidelijk omlijnde visie op  ‘zijn’ ploeg en op alle pionnen die ervoor in aanmerking kwamen, maar naast Thomas ook beschikkend over kleppers als Tom De Sutter en Stijn De Smet viel het hem moeilijk alle kwaliteitsspelers op de voor hen meest aangewezen plaats te laten uitkomen.  Nu, zo kwalijk was dat seizoen ook niet. Bij de winterstop stonden wij nog vierde, maar Tom vertrok naar Anderlecht.  We werden negende en haalden de halve finale van de beker in Mechelen, waar we met de strafschoppen verloren.  Nog beter bekerden we het jaar daarop: al verloren we de finale op de Heizel kansloos met 3-0 tegen Gent, we hadden zelfs Anderlecht uitgeschakeld om die finale te bereiken.

Tijdens dat ‘jaar daarop’, waren Stijn De Smet en Bram Vandenbussche er niet meer bij.  Ze waren respectievelijk naar AA Gent en naar Roeselare vertrokken. Wat was het grootste verlies voor Cercle, dat van een speler met veel talent of dat van een speler met niet slechts een Zwart-Groen hart, maar een speler die Groen-Zwart kleurde van kop tot teen?

Ik bekijk het alleen maar zo: beide spelers hadden gelijk, ze maakten een goede keuze.  Niemand zal dat ontkennen voor Stijn, en Bram, door de  Zwart-Groene supporters op handen gedragen, kon met een gerust gemoed zeggen: “Ik heb een schone periode gehad bij Cercle, het is er goed geweest.” Niet dat het leuk was voor Bram, maar het is geen schande een stap opzij te zetten uit Eerste Klasse.  Bram zag zijn eigen beperkingen in, en een speler kan onmogelijk blijven drijven op enthousiasme en liefde voor de ploeg die hem gestuwd heeft naar het maximaal haalbare.

Naast verschillen zie ik ook overeenkomsten tussen Bram en jezelf als voetballer.  Heb ik het juist voor?

Daaraan is er geen twijfel mogelijk.  Zoals Bram was ook ik een karakterspeler, lang niet de rapste of de meest verfijnde voetballer. Allebei moesten wij het hebben van onze tomeloze inzet, van onze wilskracht.  Al dan niet in dezelfde mate als bij Bram, kenmerkten mij harde duelkracht, een stevig kopspel en, zoals ik al zei, goed het spel kunnen lezen, aanvoelen dus waar het spel naartoe gaat. 

Na de verloren bekerfinale kon Glen zijn vierde jaar bij Cercle beginnen.  Hij ‘kon’ het, maar hij deed het niet.  Spreken we maar niet over de wijze waarop hij Cercle in de steek liet, maar zeg even: “In voetbal zoekt iedereen het beste voor zichzelf.  Had Glen, louter zakelijk gezien, gelijk?”

Absoluut niet.  Van Cercle weggaan was het domste dat hij kon doen.  Hij zat vast in het zadel bij Cercle, had ‘de Vereniging’ een goed stuk professioneler gemaakt, en had de mogelijkheid wat hij begonnen was nog jaren aan een stuk verder uit te bouwen.  Hij had alles naar zijn eigen hand kunnen zetten.  Overigens, hoewel het niet altijd koek en ei was tussen hem en mezelf, hij is zeker de beste trainer die ik heb gehad.  Zijn opvolger, Bob Peeters, stond als trainer twee trappen lager in mijn ogen.  De Boeck ging zijn eigen gang,  hij voerde uit wat hij in zijn hoofd had.  Peeters kon het wel uitleggen, maar doordat hij die zelfzekerheid van Glen niet had, ging er minder zelfvertrouwen van hemzelf naar zijn spelers over.  En qua fysiek kon hij ons niet zo scherp houden als Glen.

"Van alle medespelers die ik bij Cercle gehad heb, heb ik het meest in bewondering gestaan voor Oleg Iachtchouck".

Je speelde ruim twee jaar onder Peeters.  Tijdens zijn derde jaar en jouw laatste bij Cercle, 2012 -2013, werd hij vervangen door Foeke Booy, die daarna zelf de plaats moest ruimen voor Lorenzo Staelens.  Met slechts 14 punten eindigde Cercle als laatste in de reguliere competitie, maar een miraculeuze redding in  PO3, na onwaarschijnlijke uitschakeling van Beerschot  en groepswinst tegen Westerlo, Moeskroen en White Star Woluwe, betekende slechts twee jaar uitstel van degradatie.  Je zei al dat Cercle en jijzelf halfweg 2013 “op elkaar uitgekeken” waren.  Hoe heb jij dan dat laatste seizoen van jou bij Groen-Zwart beleefd?  

Laat Cercle die ‘miraculeuze redding’ alleszins maar veel meer toeschrijven aan Eidur Gudjohnsen dan aan mij!  Ik kreeg slechts  14 keren de kans om aanvallers het scoren te beletten dit jaar, en na een tweedeseizoenshelft als bankzitter werd ik wel nog het veld opgestuurd  tijdens de laatste match op Westerlo, waar we 5-0 om de oren kregen.  Het ergste voor mij was dat Cercle me bij de jaarwisseling belette een droom te realiseren.  Er was een reële kans dat ik naar het Ujpest Boedapest van de zoon van Duchâtelet kon vertrekken, maar Cercle lag dwars.  Ik was er echt op uit eens zelf te ervaren wat ik zovele medespelers van me heb weten meemaken wanneer ze ver van huis gingen voetballen.  Met Frans Schotte had ik een akkoord dat ik bij Cercle weg kon bij een aanbod uit het buitenland, maar dat stond niet op papier en hij was het niet die me tegenhield.  Dat ik niet op dankbaarheid vanwege Cercle mocht rekenen, verwonderde me niet, want het woord ‘dankbaarheid’ komt in geen enkel voetbalwoordenboek voor.  Kwalijker is dat niet alleen ik, maar nogal wat van mijn ex-Cerclemedespelers, tijdens hun loopbaan bij Groen-Zwart en vooral bij het beëindigen ervan, tegen een tekort aan respect opbotsten.  Om daar  slechts één voorbeeld van te geven:  Van alle medespelers die ik bij Cercle gehad heb, heb ik het meest in bewondering gestaan voor Oleg Iatchouck, zowel op als buiten het veld.  Zo’n voetballer!  Zo’n ploegspeler! Zo’n rustige, eenvoudige mens, en toch vol temperament zodat hij niettegenstaande zijn hart van koekenbrood vinnig van zich wist af te bijten!  Zo’n kameraad met wie ik uren aan een stuk heel interessant over voetbal en alles errond kon babbelen – in het Frans dan nog wel!  Welnu, dat doe je toch niet met iemand bij wie zijn schitterende, op en top professionele carrière er stilaan begint op achteruit te gaan: Oleg had geen keuze, hij moest eerst van Brussel naar Brugge rijden om dan in de bus te stappen naar Luik en er bij de reserves te spelen…

"ik zeg altijd wat ik denk".

En jij, moest je vertrekken bij Cercle, of had het gewoon geen zin meer dat je bij Groen-Zwart bleef?

Er was mij voorgeschoteld dat er in mei zou ‘gepraat’ worden, maar dat kwam er niet van.  Na mijn laatste match liet mijn manager me weten dat Cercle hem had laten weten dat mijn contract niet verlengd werd.  Ik vernam het alleen ‘via’, en zelfs op de traditionele eindseizoenbarbecue bij Geert Leys was er niemand van het bestuur die me erover aansprak.  Kijk, ik heb veel aan Cercle te danken, de mogelijkheid om zo lang in Eerste Nationale te spelen, maar Cercle heeft ook heel wat aan mij te danken, altijd ben ik er honderd procent voor gegaan.  Rancuneus ben ik niet, maar ik zeg altijd wat ik denk, mijn trainers kunnen ervan meespreken, en het heeft me wel wat gedaan dat ook de Vereniging die geroemd wordt om het familiale karakter, de eigen spelers aanpakt als een radertje in het grote geheel.

Ja, vooral aan de manier waarop spelers weggestuurd worden, aan communicatie met hen, valt er blijkbaar te sleutelen…   Groen-Zwart ligt nu vier en een half jaar achter je.   Het is in de krant te lezen dat je het voetballen voor bekeken beschouwt.  Kniekwetsuren maken het je blijkbaar onmogelijk op je vijfendertigste nog verder te voetballen?

Neen, goed gesteld met mijn knieën is het niet na die operaties eraan, maar zo erg dat ik noodgedwongen het voetballen moet stoppen is het evenmin.  Op scharniermomenten moet een mens echter durven keuzes te maken, en verergering voorkomen is beter dan risico te lopen.  Bovendien, voetballen is heerlijk zolang  jij je er met hart en ziel kunt voor inzetten, zodat je er plezier aan beleeft.  Mijn laatste periode bij Cercle en wat ik bij Union meemaakte, waren echter niet om erbij te jubelen.  Belangrijk is ook dit: ik geef lang niet alle sport op.  Ik golf regelmatig, en zie ernaar uit golfsurfen en mountainbiken weer op te nemen.  En nog van groter belang: tijdens de weekends zal mijn agenda me toelaten te doen wat wij wensen, me niet langer dwingen mijn verplicht voetbal op te dringen ten koste van de voorkeur van mijn vrouw, Sara.  Ook onze twee zoontjes, Santiago, nu bijna zeven, en Cruz, volgende maand vijf jaar oud, zullen er heel wel bij varen.

Ik kan me niet voorstellen dat ook maar één van ons, lezers, Anthony zou tegenspreken als hij voorhoudt dat een mens op scharniermomenten keuzes moet maken.  Het merkwaardige is echter dat Anthony zich zo klaar en duidelijk realiseert hoe vrij en hoe belangrijk zijn keuze wel is.  Ik vermoed dat nogal wat voetballers die het beste achter de rug hebben, er niet toe komen zo radicaal het roer om te gooien.  Gelijk hebben ze zolang ze het voetbalspel als een hobby kunnen beleven zonder dat dit  een bedreiging is voor hun fysieke gesteldheid, hun familiale, financiële of sociale situatie.  Tot een terechte beslissing komt echter niemand als hij niet begint zoals Anthony het aanpakt: met open ogen zien en oordelen waar men staat.  Zegt iemand: “Nooit”, dan is dat niet noodzakelijk een woord dat onvoldoende overwogen is…

(Georges Volckaert)

Lees meer
Shot-online
09/01/2018