koop tickets online

Praatje met een speler - Arnaud Lusamba

‘Mijn ambitie? Champions League spelen !’ 


In de aanloop naar de wedstrijd in en tegen Racing Genk had ik een gesprek met Arnaud Lusamba. Deze 21-jarige Fransman is bezig aan zijn eerste seizoen in Groen-Zwarte loondienst. Hoewel dat niet helemaal klopt. Cercle huurt de middenvelder van OSG Nice en heeft een aankoopoptie. Ik sprak Arnaud net voor de videoanalyse van Racing Genk. Een videoanalyse die blijkbaar goed werd opgevolgd, want later in de week won Cercle zijn eerste uitwedstrijd. Tegen de competitieleider uit Genk dan nog! 

Arnaud, eerst even iets over jezelf. Wie is Arnaud Lusamba? Wat zijn je vorige teams en wat is eigenlijk je favoriete positie in het elftal? 

Ik ben 21 jaar geleden geboren in Metz. Met voetballen startte ik bij de jeugd van AS Nancy. Al snel bleek dat een centrale stek op het middenveld mijn beste positie was. Na het doorlopen van alle jeugdreeksen werd ik er ook prof. Het eerste seizoen was dat nog in het tweede elftal, maar daarna mocht ik bij de grote jongens gaan spelen. Vervolgens bleef ik nog twee seizoenen bij AS Nancy.  In 49 wedstrijden bij het fanionteam kwam ik tien keer tot scoren. Mijn prestaties vielen blijkbaar in de smaak en ik werd door enkele ploegen gescout. OGC Nice was het meest concreet en ik besloot de stap naar de Ligue 1 te zetten. Die overgang was niet eenvoudig. Ik zat er al een tijd in het tweede elftal toen Cercle me in het tussenseizoen benaderde voor een uitleenbeurt. Ik  moest niet lang twijfelen. Het project van AS Monaco sprak me aan en ik kon bovendien op een hoger niveau spelen dan bij het tweede elftal van Nice.  
 

Cerle Brugge KSV

Waarom precies de stap naar de Belgische hoogste voetbalklasse? Enkel door het project van AS Monaco?   

Neen er waren wel wat meer redenen. Zoals ik daarnet al zei wilde ik vooral op een hoger niveau spelen. Maar eerlijk gezegd, ik kende erg weinig van de Belgische voetbalcompetitie. Af en toe zag ik wel eens een wedstrijd van Anderlecht of Club Brugge in de Champions League, maar dat was ook alles. Daarnaast was het trouwens ook geen volledige stap in het onbekende. Het feit dat Laurent Guyot hier trainer is, bepaalde mee mijn keuze. Met dhr. Guyot kwam ik hier een oude bekende tegen. Bij de jeugdreeksen was ik international voor Frankrijk. Dit zowel bij de U17 als bij de U19.  Bij de U17 had ik dhr. Guyot als coach. Na vijftien wedstrijden moet ik zeggen dat ik echt wel de beste keuze gemaakt heb. Het niveau is echt goed. Het is in elk geval een pak hoger dan bij de reserves in de Franse eerste klasse.  
 

Cerle Brugge KSV

Het normale seizoen is halfweg. Hoe blik je terug op je eigen prestaties en op de prestaties van het team?  

Ik denk dat we het niet slecht gedaan hebben. We verzamelden negentien punten en behaalden vooral thuis goede resultaten. Persoonlijk kan ik ook niet ontevreden zijn. Ik verzamelde veel basisplaatsen en ik denk dat ik nuttig ben voor het team. Het samenspel met de ploegmaats verloopt ook goed. Ik ben echt blij dat ik de stap gezet heb en dat ik mij aangepast heb aan het niveau.
 

Wat denk je of hoop je voor het vervolg van het seizoen?  
Zeer simpel eigenlijk, ik zou graag opnieuw negentien punten verzamelen. Als we dat zouden kunnen, hebben we het zeer goed gedaan. Het beste is dat we het wedstrijd per wedstrijd aanpakken. Er zijn wel nog wat werkpunten. Zo moeten we er alles aan doen om op verplaatsing ook eens en resultaat neer te zetten. En ook moeten we er alles aan doen om onze voet eens naast een echte topploeg te kunnen zetten. Als dit mogelijk is dan zetten we een belangrijke stap.Eens we zeker zijn van het behoud kunnen we dan vrank, vrij en complexloos spelen. We zien dan op het einde van de competitie wel waar het schip strandt.

Een slotvraagje. Hoe zie je je persoonlijke toekomst? Wat is je ultieme droom op sportief vlak? 

Op korte termijn wil ik dit seizoen een volledig seizoen op een goed niveau spelen. Ik ben nog jong en kan hier echt wel ervaring opdoen en heel wat bijleren. De oudere spelers zijn daar heel belangrijk in. Ze steunen ons goed en ze staan de jongere gasten, zoals ik, bij met raad en daad. Wat volgend seizoen betreft, is het nog onzeker. Ik heb nog een contract bij Nice. Terugkeren is dus zeker een optie. Maar Cercle heeft ook een aankoopoptie bekomen. Het wordt dus afwachten. Wat de verre toekomst betreft wil ik gewoon elk seizoen verbeteren en dus elk seizoen een stap vooruit zetten. Mijn ultieme doel is uiteraard het spelen van de Champions League.  Daar spelen alle groten tegen elkaar. Ook zou ik het een droom vinden om bij de Franse nationale ploeg een cap te verzamelen.  

De woorden van Arnaud waren profetisch. Enkele dagen later klopte Groen-Zwart het tot dan ongeslagen RC Genk met 1-2. Hopelijk het begin van een goede tweede periode. Helaas pakte Arnaud ook twee keer geel waardoor hij in en tegen Charleroi geschorst is.  

(Stijn Sinnaeve) 
 

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Peru en Spanje

Stefaan Dierickx moest voor een conferentie in Cusco, Peru, zijn.  Een bezoek aan Machu Picchu – met Cerclesjaal – mocht dan ook niet ontbreken.

Myriam en Georges (hoofdredacteur SHOT-online) vierden hun 40e huwelijksverjaardag op restaurant in Spanje met hun voornamelijk Britse buren.  Allen duimden voor een geslaagd Cercle-seizoen in 1A.  Hoewel… er zat 1 Brugse Clubfan tussen.  

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Keepertrainer: Pieter-Jan Sabbe

Cercle beschikt over een uitgebreide technische staf.  Een onontbeerlijk element daarin is de keepertrainer.  Daar waar de assistent-trainers reeds weinig in de spotlights komen, is dit zo mogelijk voor een keepertrainer nog minder het geval.  Pieter-Jan geeft er ook zelf de voorkeur aan om in de luwte te werken.  

“Onbekend is onbemind” luidt het spreekwoord.  Daar willen we met dit artikel wat verandering in brengen.

Je bent 37 en woonachtig in Marke?

Ik verhuisde recent naar Lendelede.  Ik ben afkomstig uit Zwevegem. Mijn hele leven speelde zich af in de regio Kortrijk.  Ik liep er school en sloot me op 15-jarige leeftijd aan bij K.V. Kortrijk.  Ik woonde tien jaar in Marke en sinds deze zomer, samen met mijn echtgenote Ine Veys en kinderen Siebe (7), Marie-Maxine (8) en  Rhune (10), in Lendelede.

Wat onthouden we van je sportieve carrière als speler?

Ik vatte aan bij Zwevegem Sport, een lokale ploeg.  Van mijn vijftiende tot tweeëntwintigste  speelde ik bij K.V. Kortrijk.  De laatste drie jaar behoorde ik tot de A-kern.  Het eerste jaar, in 1e afdeling, was ik 3e doelman, de volgende twee seizoenen 2e doelman.  Als jonge keeper  maakte ik er mooie zaken mee.  ¼ finale Beker van België als 2e doelman, vijf wedstrijden op de bank in eerste afdeling en daarna wedstrijden gespeeld in 2e afdeling.

2002 werd een heel moeilijk jaar met de faling van KV Kortrijk.  Er zou een fusie komen tussen Kortrijk en Wevelgem.  Ik stapte eerst mee in dat fusieverhaal, maar dat sprong uiteindelijk af.  Zo vatte ik aan bij Wevelgem in derde afdeling.  Ik verbleef er twee jaar.  Daarna volgden twee seizoenen Doornik, met Claude Verspaille als trainer en Piet Timmerman, die ik kende van bij Kortrijk, op de liberoplaats. Het was leuk.  Ik maakte er ook de fusie mee en de ingebruikname van het nieuwe stadion.
Ik kreeg toen echter problemen met mijn schouder en ik moest stoppen met voetballen.  Dit op mijn vijfentwintigste!
Ik moest stoppen met voetballen op mijn vijfentwintigste

Met je 37 jaar nu ben je jong als keepertrainer, maar wel, net door die blessure, reeds zowat twaalf jaar bezig?

Ik ben tweemaal geopereerd aan de schouder. Van beroep ben ik sportleraar.   Ik zou net al-dan-niet vast benoemd worden.  Het werd dus een moeilijke keuze.  Het ging echter niet meer om mij te verdedigen in het voetbal en ik besloot, vol ambitie, om voor mijn schoolcarrière te kiezen en dit te combineren met de taak als keepertrainer.

Ik kreeg direct alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk onder mijn hoede.  Dit deed ik drie seizoenen.  Ondertussen haalde ik alle mogelijke diploma’s als keepertrainer.  

Men stelt soms “hij is jong”, maar van mijn vijfentwintigste tot mijn zevenendertigste was ik drie jaar verantwoordelijk voor alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk, daarna bij SV Roeselare, vervolgens, als “jonge gast in de branche” drie seizoenen de A-ploeg van Antwerp.  Een moeilijke, maar mooie grote ploeg in België.  Dat was o.a. met Dennis van Wijk.  Of Dennis er voor iets tussen zat dat ik er keepertrainer werd?  Eigenlijk was het Luc De Vroe die er voor gezorgd heeft.  Hij was toen sportief directeur in Roeselare.  Hij wist dat mijn ambitie was om de keepers van de eerste ploeg te trainen.  Waarschijnlijk was het objectief om me die taak bij Roeselare toe te kennen, maar toen kwam die plaats bij Antwerp vrij.  Luc kende Dennis wel en zo is het in principe gegaan.  

In Antwerp kreeg ik na een jaar het vertrouwen door me een contractverlenging van twee seizoenen te laten ondertekenen.  

Het tweede jaar was ook een ervaring op zich met Jimmy Floyd Hasselbaink als hoofdcoach.  Tweemaal topschutter in de Premier League, driemaal topschutter van Chelsea, WK’s meegemaakt, enz…  

Zoals je aanhaalt trainde ik er ook oud-Cerclist Björn Sengier.  Hij kende er een uitstekend eerste seizoen (periode van Wijk).  Hasselbaink had het seizoen erop een andere visie op het profiel van een doelman en Björn had het er moeilijk mee.  Speciaal aan het feit dat ik trainer was van Björn was dat we ooit concurrenten waren en dat ik als 29-jarige op dat ogenblik hem als 31-jarige trainde …

Met Dennis van Wijk, op en top professional, en Hasselbaink had ik heel goede leermeesters.  Ook in het laatste jaar leerde ik veel bij.  Dan meer bepaald over het voetbalwereldje.  Antwerp was toen in overname, er waren besparingen, enz… Een moeilijk seizoen bij een “moeilijke” vereniging.  

Antwerp is toen overgenomen door De Cuyper (en Paul Gheysen) en men sloeg een andere weg in.  Zoiets valt wel voor in het voetbal.  Dat was echter heel laat.  Eigenlijk ging ik blijven, dan bleek het moeilijk en ben ik een jaartje naar Koksijde gegaan.  Het was het seizoen dat ze naar 2e klasse promoveerden.  Daar valt niet veel over te schrijven.  Sportief en financieel was die promotie naar 2e een stap te hoog voor de kustploeg.  Met die voorzitter heb ik nog steeds een goed contact.  Ik vertelde hem: “je moet zorgen dat je de mooiste amateurclub wordt van het land”.  “Je zit aan de kust, een mooi klein stadion, een leuke club”  (n.v.d.r.: het voorbeeld van Knokke volgen?).  Het viel anders uit.

Tussendoor hielp ik als vriendendienst ook nog even Izegem uit de nood, toen hun keepertrainer tijdens het seizoen opstapte.  Ik kende trainer Franky Dekenne van toen hij coach was van Wevelgem terwijl ik er speelde.  Ik depanneerde toen een tijd, eigenlijk wat langer dan voorzien.

Toen kwam Cercle?

Via Eric Deleu, die van keepertrainer Algemeen Directeur werd bij Groen-Zwart, kreeg ik na Antwerp opnieuw de mogelijkheid om voor een grote mooie professionele ploeg te werken.  Toen het verhaal Monaco startte mocht ik aan boord blijven.  Riga kende me en was lovend.  Met de financiële inbreng van de Monegasken konden ze kiezen uit wie ze wilden, maar ik mocht blijven.  Ik denk dat mijn ervaring uit de voorbije tien jaar daar wel bij geholpen heeft.  Ik ben ook dankbaar voor die kans, zowel t.o.v. José als voor Cercle.  Als je ziet dat ik nu opnieuw kan werken met, voor mij,  toch een van de drie topcoaches van België, is dit geweldig om mijn bagage nog te verruimen.

Omtrent de job nu.  De bedoeling van een keepertrainer is om doelmannen beter te maken.  Hoe vat je dat aan?

Allereerst bekijk ik welke doelmannen ik heb.  In mijn loopbaan heb ik al “mooie” doelmannen onder mijn hoede gehad.  Ik denk bv. aan Jorn Brondeel,  niet zo gekend bij het Belgische publiek.  Het is een fantastische doelman.  Hij debuteerde bij mij op Antwerp.  Hij speelde bij de U19, was afkomstig van Zulte-Waregem, en was 3e doelman bij the Great Old.  Hij heeft 12 tot 14 wedstrijden gespeeld.  Hij transfereerde naar Lierse waar hij 1e doelman werd.  Hij brak er volledig door.  Vervolgens trok hij naar Nederland (NAC Breda) en tekende onlangs een langdurig contract bij Twente.  Hij speelt elke wedstrijd.  Voor mij was hij een zeer leuke ontdekking.  Ik had ook Louis Bostyn, die nu bij Waregem speelt, onder mijn hoede.  Het is zo dat ik ook een keeperacademie heb, “S1Pro”, waar jonge doelmannen opgeleid worden.  Dat doe ik supergraag.  Zo’n 30 à 35 keepertjes van diverse leeftijden  nemen er aan deel.  Zowel Brondeel als Bostyn komen daaruit voort.  Ook jongens die in 2e amateur spelen zoals Mathieu Vanderschaeghe die hier vorig jaar nog speelde. 
Dat project is “mijn kindje” en ik zou dit niet graag ooit loslaten.
Verder was er ook nog Frank Boeckx, die in de C-kern van AA Gent zat, die we in Antwerp terug konden opvissen.  Later kon hij bij Anderlecht terug doorbreken.

Om concreter op je vraag te antwoorden: 

Hier op Cercle heb ik drie heel verschillende profielen als doelman.
Vorig seizoen vroeg Cercle me uit te kijken naar een Belgische doelman die ook zou aanvaarden dat Paul Nardi eventueel eerste doelman zou zijn, maar hem ook bijstaan in zijn verdere ontwikkeling.  Dat profiel was niet zo gemakkelijk om in te vullen.  De keuze viel op Brian Vandenbussche.  Hij is hier toegekomen en had de voorbij seizoenen weinig gespeeld.  Hij was echter zeer gemotiveerd. Op dat ogenblik rekenden we er ook nog niet op dat Miguel Van Damme zo snel terug top zou zijn.  We hadden januari/februari voor ogen.  Vandaag dus!  We kregen Miguel echter veel vroeger compleet in orde, wat natuurlijk voor het grootste deel aan hemzelf te danken is.  Hij is een atleet tot en met.  Als je ziet van hoever hij komt…  Zijn drang en wil hoe hij het realiseerde geeft ook mij kracht.  Ik weet ook dat ik direct op hem kan rekenen mocht er bv. iets met Paul voorvallen.

Ook daar heeft Brian zeer goed mee omgegaan. Hij was topfit bij aanvang seizoen.  Is toen ziek geworden en verloor een zestal weken.  In de “rangorde”, een woord dat ik niet graag gebruik, staat hij nu op nummer drie.  Hij gaat daar echter formidabel mee om.  Hij ondersteunt Paul, helpt Miguel enz…

We hebben drie echte nummers 1

Voor mezelf maak ik van mijn doelmannen een draaiboek op met hun profiel en diverse parameters.  Kracht, snelheid, lenigheid, hoge ballen, één tegen één situaties, enz… Alles waar ze goed en minder goed in zijn.  Ik zet dit in kleur.  Rood = serieus werk aan de winkel, oranje = we moeten er zeker mee aan de slag en groen is een zeer hoog niveau.  Groen moet je onderhouden, oranje zijn werkpunten en rood is veel werk.  Paul had twee rode blokjes.  Ik zal vanzelfsprekend hier niet zeggen wat dit inhoudt.  We hebben er serieus aan gewerkt én ik zie er een duidelijke evolutie in.  Dat geeft voor mij voldoening in mijn werk.  

Mijn taak is om jongens individueel beter te maken.  Met dat plan kijk ik ook naar mezelf.  Slaag ik in mijn opzet?  Is er beterschap merkbaar op de “rode punten”?  Maak ik hen niet beter, dan heb ik mijn werk niet goed gedaan.

Concreet maak ik een jaarplan.  Dat deel ik in per drie maand op de ongeveer negen maand voetbal in een seizoen.  Zo gaat het verder naar een maand- en weekplanning.  Daarna zoek ik de juiste oefenstof om hen op elk domein beter te maken.

Na iedere wedstrijd maak ik een video-analyse per onderdeel en bespreek ik het, samen met de andere doelmannen zodat ze ook mee zijn in het verhaal.  Zo leert iedereen.

"Mijn visie is: als je als doelman tien wedstrijden speelt mogen er een zestal gewoon goed zijn, ééntje of misschien twee minder goed, en twee/drie waar je echt punten pakt.  Een doelman kun je namelijk niet beoordelen op één wedstrijd."

De combinaties om een doelman te trainen zijn ook niet eindeloos denk ik dan?

Als je zonet vernam hoe minutieus en uitgebreid alles uitgewerkt wordt, denk ik dat ik meer dan werk genoeg heb.  Ik kom tijd te kort.  Ik zou de doelmannen liever nog meer bij me hebben.  De situaties die een doelman kan tegenkomen zijn zeer ruim.  Hoge bal pakken of wegbotsen, man tegen man situatie, uittrappen, inwerpen, centraal of naar de flanken, enz… 
Ik heb zeker geen probleem om de trainingen op te vullen.

Een keepertrainer komt niet zo vaak op het voorplan?

Dat hoeft voor mij ook niet.  Ik werk liever met mijn beperkt groepje.  Als je als keeper uit de radar blijft, is het teken dat je goed bezig bent.  Ook voor mij als trainer.  Als ze niet veel over je werk praten, is het teken dat je in stilte goed bezig bent.  Het lawaai en de grote show heb ik niet nodig.  

Voor mezelf geef ik me het werkpunt te blijven zoeken naar vernieuwende, betere oefenstof door onderzoek op het internet, gesprekken met collega-trainers, discussies met hoofdtrainers, bijscholingen, enz… . Mijn sterk punt is zeker het op menselijk vlak bezig zijn met de doelmannen.  Wij hebben eigenlijk drie echte nummers 1.  Er is er echter geen enkele die loopt te klagen of te zagen.  We zijn een klein groepje, maar weten heel goed waarmee we bezig zijn.

Ik kan duizend interviews geven, maar als we het met onze doelmannen op het veld niet bewijzen, dan staan we nergens.  Zij niet en ik niet.  Iedereen kent zijn plaats en weet dat hij gerespecteerd wordt.  Met onze drie toppers op die manier samenblijven zonder miserie, wel, daar ben ik trots op!  Ik hoop dat wij ons steentje kunnen bijdragen aan de doelstelling van Cercle!

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Niet uit de lucht gegrepen - Hans Gerard

Het is geen toeval, lezer, dat de ex-Cerclespeler van wie u een interview voorgeschoteld krijgt, Hans Gerard is.  Hebt u de Shot-on-Linerubriek: “Cercle en Brugge door de jaren heen, deel 204 “ van 19 mei 2018 gelezen, dan begrijpt u meteen wat de aanleiding tot dit interview was.   Wellicht hoopte u zelfs dat er klaarheid zou volgen op wat u daar te lezen kreeg.  Is het u niet duidelijk waarover het hier gaat, dan raad ik u aan dat ‘deel 204’ door te nemen , bij voorkeur nog voordat u verder leest.  Vooraleer we over ‘dat hoofdstuk’ uitweiden, heeft Hans echter nog iets heel anders te vertellen…

Toen ik je telefonisch contacteerde, Hans, zei je me dat het een wonder is dat jij nog kunt geïnterviewd worden.  Blijkbaar had een recent ongeval fataal kunnen zijn voor jou?

Ja, en dat is pas drie maanden geleden.  In Sint-Pieters werd ik op het fietspad door een auto aangereden.  Die wagen zwierde mij in de lucht.  Ik kwam eerst op het dak ervan terecht en daarna op de grond.  Er was spoedig maar langdurig medische hulp, en ik kwam op de afdeling intensieve zorg van het AZ Sint-Jan terecht.  Om het uur kreeg ik er verzorging,  twaalf dagen lang.  Het zag er niet goed uit: ik lag daar met mijn nog recente ‘nieuwe heup’ verbrijzeld, schouderblad en vijf ribben gebroken, rechter schouder volledig uit de kom, een klaplong, genaaid zowel bovenaan als onderaan.  Eigenlijk heb ik geluk gehad in mijn ongeluk, maar dat mijn herstelproces nu bijzonder vlot verloopt is geen toeval.  Dat heb ik aan mijn positivisme te danken.  Mijn lichaam en mijn geest zijn al lang zo harmonisch op elkaar afgestemd dat ik fysiek en psychisch in een perfect fifty-fifty evenwicht leef.  Vóór mijn ongeval fietste ik dagelijks dertig tot veertig kilometer.  Kijk je hier even rond, dan vallen je ogen niet alleen op een hometrainer, maar je ziet overal  boeken en brieven liggen.  Dit Franstalige boek hier, “Energie Cosmique”, is toplectuur. Hadden alle mensen er maar een idee van wat uitgaat van een goede lichamelijke conditie en ontvankelijkheid voor de geesteskracht van een positieve levenshouding!

Niet alleen een wonder, ook een geluk voor jezelf en voor onze lezers is het,  Hans, dat ik je vandaag mag interviewen.  Je speelde drie jaar voor Groen-Zwart, van 1957 tot ’60.  Het is duidelijk dat het venijn in de staart zit, maar beginnen we toch maar bij jouw prilste begin.  Op 1 april 1936 werd er in Nieuwpoort een wel heel bijzondere aprilvis geboren.  Waren er onder de mensen die bewonderend in het wiegje keken ook broers of zussen van je, of kwam je ter wereld als de eerstgeborene van het gezin?    

Ik was de derde in de reeks van tien kinderen - eigenlijk de vierde, maar een zusje was gestorven.  Mijn vader was een hardwerkende landmeter, die duidelijk liet verstaan dat hij ons  liever over de studieboeken gebogen zag dan aan het sporten.  Mijn moeder werd door iedereen als een heel bijzondere persoonlijkheid erkend.  Voordat ze trouwde was ze hoofdverpleegster bij de bekende professor en chirurg Joseph Sebrechts in Brugge, en thuis was ze een fantastische moeder, die tegelijkertijd als een dokter was voor ons. 

Je voetbalde al in de wieg?

Al vroeg ‘sportte’ ik graag.  Fietsen, tennis, wat atletiek, lopen vooral.  Toch spande voetbal de kroon.  En het ging goed.  Wat schiet er zo meteen mijn geheugen te binnen?  Een matchke dat we met 9-4 wonnen toen ik nog kind was.  Ik scoorde er vijf van de negen.  En dat deed de ronde in Nieuwpoort!   Ook herinner ik me levendig een match op de Gistfabriek tegen ‘de Frères’: ‘k Zal dan twaalf geweest zijn, en ik mocht meespelen met de ploeg van het Brugse Sint-Lodewijkscollege.  Ik studeerde er Grieks-Latijn, en sommige spelers waren vijf jaar ouder dan ikzelf.

"Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij"

Toch was je al 21 toen je van Nieuwpoort in Provinciale naar Cercle trok in de op één na hoogste afdeling van het land.  Was Cercle een zeer bewuste keuze?

Eigenlijk niet.  Ik kende Cercle nauwelijks, had er nog geen enkele wedstrijd van gezien.  Het was Robert Braet die het klaar kreeg om me naar Cercle te loodsen.  Ook A.S. Oostende was een mogelijkheid geweest.  In de loop van mijn voetbalcarrière is een transfer naar een andere ploeg meer dan eens ter sprake gekomen.  Ik kon naar Anderlecht, maar mijn vader lag dwars wegens mijn studies architectuur aan Sint-Lucas in Gent - later heb ik  voor de bouw gewerkt, maar langer als verzekeraar.  Nadat ik goed presteerde als gelegenheidsspeler op Clubs Paastornooi, waar het heerlijk samenspelen was met technisch knappe spelers als Berre Deurwaerder en Fernand Goyvaerts, keek Club onder trainer Höffling begerig naar mij uit.  Ik ben zelfs bij Michel Van Maele thuis op bezoek geweest, maar Cercles bestuur, vooral Lucien Dhondt,  was niet te vermurwen.  Na de inhuldiging van Cercles lichtinstallatie  met een match van Groen-Zwart tegen Stade Reims in november 1957 had ik naar die Franse kampioeneploeg gekund.  En nadat ik al weg was bij Cercle had Beerschot een goed bod voor mij over.  Kijk, dat zijn dingen die ik me allemaal herinner, maar feitelijk  was het mij grotendeels gelijk voor welk team ik speelde.  Ik voetbalde dolgraag, beleefde plezier aan het spel, en dat was wat telde voor mij.  Ook nu nog volg ik graag matchen op tv, maar niet om het even welke.  Genieten kan ik alleen van creatief voetbal, individuele nummertjes, vlug doorspelen van de bal,  posities innemen, knappe combinaties, opentrekken van het spel.  Velen die naar het voetbal gaan, kijken haast uitsluitend naar de bal.  Ze zien die vliegen van achter naar voor, van rechts naar links,  heen en terug, maar ze hebben er geen oog voor hoe de spelers patronen vormen over het terrein.  Gisteren zag ik de Belgen in hun laatste oefenpot voor het WK 4-1 winnen tegen Costa Rica.  Wat een genot voor het oog Kevin De Bruyne en vooral Eden Hazard over het veld te zien draven met de bal aan de voet of positie kiezend om gaten te kunnen trekken.  Vraag me niet of voetbal oorlog is of  feest: het is alleen voetbal als het een spel is, een spel waarbij je kunt genieten van het oogstrelende, vooreerst als speler, maar evenzeer als toeschouwer.  Al speelde ik destijds natuurlijk om te winnen, het zal wel waar zijn dat ik soms eerder uit was op het speelse, het technisch vaardige, het creatieve, dan op het resultaat: Ik dribbelde zo graag…  

Bij Cercle maakte je vlug furore.  Maar heel lang duurde de pret niet.  Na drie jaar kwam er een bizar slot aan.  Op het einde van het seizoen 1959-’60 kreeg Cercle nog onverhoopt de kans om naar de hoogste afdeling te promoveren.  De beslissing viel bij een testwedstrijd tegen Patro Eisden op het veld van Club Mechelen (het huidige YR KV Mechelen).  Cercle verloor met 2-1.  Ik herinner me die match bijzonder goed en toen ik naar huis reed, was ik niet alleen over de uitslag ontgoocheld maar ook over het gebrek aan strijdlust bij Groen-Zwart. Toen, jaren later, het prachtige “Cercle Brugge KSV 1899-1989” van Roland Podevijn van de drukpersen kwam, las ik erin: “De wedstrijd mondde voor de talrijke Brugse supporters uit op een enorme ontgoocheling.  Na een effenaf teleurstellende Cercleprestatie werd er met 2-1 verloren.  Enkele spelers hadden tegen hun gewoonte in opvallend gelaten, inspiratieloos en ondermaats gevoetbald … Dat was niet ‘normaal’!”  Jij, Hans, kon het niet geweest zijn die ‘ondermaats’ presteerde, want  … nadat je 12 goals had gescoord in 24 matchen, was jij er niet bij – je mocht er niet bij zijn!  Maar wat las ik enkele dagen geleden op Shot-on-Line?  Weliswaar had ik al ‘geruchten’ die niet minder suggestief waren dan bovenstaand citaat voordien opgevangen, maar wat ik daar las, was niet om er stil bij te blijven zitten.  Vandaar het verzoek van onze hoofdredacteur om te luisteren naar jouw visie erop.

[Ter wille van de lezer die het vermelde ‘deel 204’ niet leest, citeer ik één zin uit die tekst, kort na de testmatch in het Brugsch Handelsblad verschenen:  “De trainer en zijn blinde volgelingen hebben waarlijk te veel ‘met zijn voeten gespeeld’ en anderen zouden het wellicht reeds lang stilgelegd hebben.”  Na lectuur van de volledige tekst, reageerde Hans als een gentleman: feiten ontkennen kon hij niet, schuldigen vrijpleiten kon hij evenmin, maar hij stond erop ook na zo lange tijd de sluier van de anonimiteit te behouden boven het hoofd van wie trainer Delfour zijn eigenzinnigheid liet doordrijven.]

Straks is het zestig jaar geleden, Hans, maar hoe kijkt u op de dag van vandaag daar tegenaan?

Al wat hier gezegd wordt, klopt.  En de testwedstrijd heb ik gezien … van op de tribune.  Hoe zat het allemaal juist in elkaar?  Heel het gebeuren, heel de achtergrond ervan, was mij duidelijk van naaldje tot draadje.  Het was trouwens niet de eerste keer dat het voor de spelers interessanter was niet te winnen, en dat niet alleen voor hen die vermoedelijk geen kans zouden krijgen in de hoogste afdeling.  Er komt nu nog een binnenpretje bij me op als ik denk aan een match op A.S. Oostende.  Wat panikeerden we toen Vic Derboven ons van ver van het doel af op voorsprong schoot!  We mochten niet winnen, en ja, hoor, het lukte ons om met 3-2 het onderspit te delven.  Dat was nog vóór het seizoen dat op die testmatch eindigde.  Ja, dat ik al een tijdje voor de testmatch aan de zijlijn gehouden werd, niet zelf het veld mocht opdraven, lag inderdaad zoals het artikel te verstaan geeft, niet alleen, zij het wel vooral, aan Edmond Delfour.  Ik weet heel goed hoe ik hem op de tenen had getrapt, maar wat zou eraan gewonnen zijn als ik dat uit de doeken deed?  Het komt er wel op neer dat ik mijn ogen niet sloot waar hij me dat liever had zien doen.  Wat kan ik hier verder nog over zeggen?  Dit alleszins, dat ik er geen trauma aan overgehouden heb, lang niet.  Ik had graag bij Cercle gespeeld, maar zo kon het niet verder.  Als het er zo aan toeging, kon ik er geen plezier meer aan beleven.  Ofwel voetbalde ik niet meer, ofwel werd ik getransfereerd.

Het werd een transfer naar Union Sint-Gillis, en kwalijk viel dat nu precies ook niet uit, want ‘den Union’ speelde in de Eerste Afdeling.  Cercle promoveerde dus niet, maar jij wél!

Bij Union kwam ik wel in onze hoofdstad terecht, maar niet in de hemel!  Ik was er semiprof, maar er was meer dat tegenviel dan dat er meeviel.  In een match tegen Beerschot werd ik brutaal gekwetst.  Er volgde een meniscusoperatie, en daarbij werd ik ‘mismeesterd’.  Onze trainer was niet vrij van vriendjespolitiek, en op het einde van mijn tweede jaar degradeerden we.  S.K. Roeselare lijfde me in, en ik trof er Robert Goethals aan, die een prima trainer was en mij weer intense vreugde in het spel bezorgde. Toen hij drie jaar later naar V.G. Oostende trok, vroeg hij me mee, en met de kustjongens speelden we kampioen.  Ten slotte heb ik nog even in Wevelgem gevoetbald.  Tijdens het weekend gaf ik daar tennisles, en dat ik een half jaartje trainer-speler werd bij S.V. was grotendeels een vriendendienst.

Na de desastreuse testmatch halfweg 1960 vreesden velen dat het met Cercle  bergaf zou gaan, te meer doordat jij er niet meer bij was, maar promotie was slechts uitgesteld.  Eén jaar later promoveerde Cercle als tweede, samen met kampioen Diest. Weet je nog hoe dat bij jou overkwam, hoe jij daar tegenaan keek?

Wel, al speelde mijn broer Jo nog bij Groen-Zwart, zelf had ik niet alleen niets meer met Cercle te maken, maar ook psychisch had ik afstand genomen van wat toch voorbij was.  Voetbal is in tegenstelling tot mijn druk zakenleven altijd een bijzaak geweest voor mij.  Ik draag Cercle geen rancune toe, en vanuit de loges samen met Fernand Van Damme, zoon van de gewezen burgemeester van Brugge en ex-voorzitter van Cercle, heb ik Groen-Zwart later nog een aantal matchen zien spelen in Jan Breydel.  

Hans woont in hartje Brugge, in het Prinsenhof, zijstraat van de Geldmuntstraat.  Hij is 82 jaar jong.  Dat ‘jong’ schrijf ik niet zomaar.  Erop wijzend dat voor nogal wat mensen op zijn leeftijd de dagen eentonig verlopen, dat elke volgende dag hun als een herhaling van de vorige overkomt, vroeg ik Hans of hij dat ook zo aanvoelde.  Het was eigenlijk een retorische vraag.  Hans’ vitaliteit was me al duidelijk vanaf het begin van het gesprek. Ik kon dan ook niet verwonderd zijn over het centrale woord van zijn antwoord: net zoals bij het voetbal is hij dag in dag uit op niets meer uit dan op ‘creativiteit’.  “Altijd ben ik creatief bezig,” beklemtoont hij, “ik denk, ik lees, ik schrijf, onophoudelijk gedreven door kosmische energie, de basis van het ontstaan en het bestaan van ALLES.”

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Hoofdscout jeugd - Marc van Opstale

Profclubs gaan steeds vroeger heel jonge voetballers scouten. Een jaarlijks kwalitatief goede instroom is belangrijk, zeker voor Cercle Brugge die jeugdwerking hoog in haar vaandel draagt. In dit interview maken we kennis met Marc Van Opstaele, hoofdscout van de jeugd van Cercle Brugge. Als jeugdploegen het goed doen en de grootste talenten uiteindelijk in de A-kern terechtkomen, heeft hij en zijn team daar in elk geval een belangrijke bijdrage aan geleverd.

Marc, hoe ben jij op Cercle Brugge terechtgekomen? 

In 2005 kwam de plaats van Hoofdscout Jeugd vacant. Mijn zoon Jurgen (15 jaar lang jeugdtrainer op Cercle, nu hoofdcoach van KRC Gent, n.v.d.r.) maakte mij hierop attent,  en na een goed gesprek met toenmalig Hoofd Opleiding Ronny Desmedt, was alles in kannen en kruiken. Voordien zat ik in de sportieve staf van vierdeklasser V.V. Sparta Ursel, maar dat engagement viel hoe langer hoe moeilijker te combineren met mijn job in het onderwijs. 

Wat is voor jou het profiel van een goede scout?

Wie de beste is op het veld, kan iedereen zien, maar wie de beste gaat worden, daar draait het om. Dat is niet zo gemakkelijk in te schatten. Daarnaast moeten mijn scouts enthousiasme, passie, discretie en perfectionisme aan de dag leggen. Ze zijn vaak het eerste aanspreekpunt van ouders of spelers, dus ze moeten zich als een waardige Cercle-ambassadeur gedragen. 

Hoe gaat de jeugdscouting van Cercle Brugge concreet in zijn werk?

In het begin van het seizoen proberen we zoveel mogelijk wedstrijden te bekijken, en steken we elke naam die ons opvalt in een database. Na een paar maanden gaan we gerichter ter werk. We krijgen van de teamcoaches de pijnpunten van elke ploeg doorgespeeld en dan gaan we op zoeken naar profielen die voor verbetering kunnen zorgen. Voor elke positie op het veld kennen mijn scouts de competenties die vereist zijn voor die plaats. 

Zijn er ook testdagen voor de betere spelers voorzien?

Wie twee positieve verslagen krijgt, en op een positie speelt die eventueel opnieuw kan ingevuld worden, krijgt de kans om een paar keer mee te trainen met de groep. Er komen maximum twee testers per training, om het normale verloop van het oefenmoment niet te verstoren. Daarna nemen we uiteindelijk een beslissing of stellen die even uit, als er geen consensus is.

"Wie de beste is op het veld, kan iedereen zien, maar wie de beste gaat worden, daar draait het om."

Scouten jullie enkel in de onmiddellijke regio, of gaan jullie over de provincies heen?

Ik heb 11 scouts, onder wie één iemand specifiek voor doelmannen, en elk heeft een eigen regio onder zijn hoede, uiteraard vooral in Oost- en West-Vlaanderen. Zes personen volgen specifiek de onderbouw (U7-U10, n.v.d.r.) en schuimen de gewestelijke en provinciale velden af.  De vijf scouts die op zoek gaan naar talent voor de U11 tot en met de U17 bezoeken de teams die uitkomen in de interprovinciale en elite competitie.

Kan een geïnteresseerde speler naar jou een mail sturen met de vraag of hij eens mag komen testen bij Cercle?

Nee. We hebben niet de middelen om elke jongere die zichzelf aanprijst ter plaatse te volgen. Zelf gaan we ervan uit dat de meeste spelers op een bepaalde leeftijd op hun niveau spelen; daarom sturen we in geval van een mail enkel een scout naar de allerjongsten, en vaak pas nadat we eerst links of rechts via onze kanalen al eens geïnformeerd hebben.

Kijk je bij talentdetectie op dezelfde manier naar de jongste als naar de oudste jeugdspelers?

Zeker niet. Bij de allerkleinsten kijken we naar wat iedereen kan zien: technische vaardigheid, motoriek, explosiviteit, coördinatie, snelheid, de gave om onder druk met of zonder bal de juiste beslissing te nemen, enz. Bij oudere spelers hechten we daarnaast veel belang aan de winnaarsmentaliteit en emotionele stabiliteit. Toont de speler grinta en gedrevenheid? Hoe is zijn attitude tegenover de scheidsrechter en medespelers als zijn ploeg in het verlies staat? Hoe gaat hij er mee om als hij eens op de bank zit? Wij bieden op Cercle immers een omgeving aan waarbij spelers hun talent verder kunnen ontplooien, maar het zelf willen verder evolueren is nog belangrijker om te slagen. Veel van die dingen zie je al in de manier waarop iemand opwarmt, daarom zijn we vaak ruim op voorhand aanwezig. 

Hoe gaan jullie als scout om met laatrijpe spelers?

Over alle leeftijden heen zijn er twee constanten bij de detectie van talent: we beoordelen eerder de kwaliteiten dan de gebreken, en we proberen doorheen de directe prestatie te kijken en eerder te letten op de ontwikkelingsmogelijkheden. We zullen dus nooit iemand aanwerven louter op basis van zijn fysisch profiel. Als je het scheidsrechtersblad bekijkt, dan zie je bij veel ploegen, spelers die vooral in de eerste maanden van het jaar geboren zijn, en dus fysisch sterker zijn. Laatrijpe spelers met intrinsiek veel talent dreigen op die manier te vroeg uit de boot te vallen, en dat proberen we te vermijden.   

Kan je reeds bij een heel jonge speler zien of die zich kan ontwikkelen tot een profspeler?

Bij de allerjongsten is het onmogelijk om te voorspellen wat het niveau van iemand tien jaar later zal zijn. Teveel vaardigheden, zoals techniek, motoriek, snelheid, kracht, inzicht en mentaliteit passen zich voortdurend aan aan omstandigheden die veranderen, bv. het spelen op grotere ruimtes, nieuwe en betere tegenstanders of ploegmaats, ….. Het gaat over kinderen die nog niet in de pubertijd zitten, en waarvan ontwikkeling op veel gebieden nog een groot vraagteken is. 

Als het zo moeilijk te voorspellen is, op welk niveau iemand zal terechtkomen, is het dan eigenlijk zinvol om op zoek te gaan naar 7-jarige spelers?

Je raakt een heikel punt aan. De Voetbalbond is van oordeel dat de allerjongsten best rond de kerktoren blijven spelen. Ik deel die mening volledig, en daarom hebben we vorig jaar geen U8-ploeg opgericht. Er waren echter slechts weinig teams die dit deden, met als gevolg dat we, toen we aan het scouten waren in functie van de U9, tot de vaststelling kwamen dat de concurrentie reeds gaan lopen was met heel wat spelers uit de directe regio. We vertrokken dus met een achterstand en kunnen met andere woorden niet anders dan pragmatisch denken en ook zelf een ploeg U8 oprichten. 

Jullie mogelijkheden zijn sterk afhankelijk van de resultaten van de 1ste ploeg. Zorgt dat soms niet voor veel frustratie?

In het recente verleden viel onze 1ste ploeg in de hoek waar de klappen vielen, en dat had zijn repercussies voor de jeugdscouting. Vorig jaar was er half april nog geen zekerheid over onze toekomst, met als gevolg dat veel spelers en hun ouders eieren voor hun geld kozen. Bij de U15 vertrokken 8 spelers, bij de U16 6. Het leeuwendeel vertrok naar KV Oostende en Zulte-Waregem, ploegen voor wie we op het vlak van opleiding zeker niet moeten onderdoen. De laatste vijf jaar werden bij onze U14, U15 en U16 veel goede spelers opgeleid, maar ze geraakten vaak niet waar wij ze willen, namelijk bij onze beloften.   

De deadline voor een inkomende of uitgaande transfer bij de jeugd is 1 mei. De dagen voordien zijn ongetwijfeld heel spannend. 

Ik geef graag een voorbeeld. Vorig jaar werd ik op 30 april om 22.00u ervan op de hoogte gebracht dat de aanvoerder van onze U16 in extremis naar de buren vertrok. Ik heb toen direct een jongen uit Zottegem uit zijn bed moeten bellen met de vraag of hij voor ons wilde komen spelen. Dat is voor dat gezin toch een ingrijpende beslissing waarvoor ze heel weinig bedenktijd kregen. Maar gelukkig was hun antwoord positief.

"Het feit dat onze U19 deze week op en tegen Monaco mag spelen, is heel goed voor de uitstraling van onze werking."

Het ziet er naar uit dat deze situatie zich dit seizoen niet zal voordoen.

Inderdaad, de resultaten van de A-kern stemmen ons hoopvol. Betere uitslagen van de 1ste ploeg maken jeugdtransfers veel gemakkelijker. Het feit bovendien dat onze U19 deze week op en tegen Monaco mag spelen, is heel goed voor de uitstraling van onze werking. 

Hoe wil jij de scouting de komende jaren verder uitbouwen?

Ik hoop dat we de financiële mogelijkheden zullen krijgen om ons team uit te breiden tot 15 scouts. Daarnaast kan er misschien opnieuw geïnvesteerd worden in busjes die jeugdspelers voeren van huis naar training en omgekeerd. En in een ideaal leven komen we bij de jeugd in de Elite 1-reeks terecht. 

Kan je dat laatste kort uitleggen voor zij die de jeugd niet echt volgen?

De 24 profteams zijn verdeeld in een Elite 1- en een Elite 2-reeks. In reeks 1 zitten de topploegen. In de 2de  zitten o.a. Cercle Brugge, KV Kortrijk en KV Oostende. Als je met je jeugdploegen op het allerhoogste niveau wil spelen, moet je zwaar investeren in de omkadering – parttime jeugdtrainers, kunstgrasterreinen, accommodatie, doorstroming van jeugdspelers enz..- want dat levert bij een doorlichting veel punten op. Voorlopig is dit nog een utopie, maar met de hulp van Monaco lukt dit hopelijk op een dag. 

Vorig voetbalseizoen was een annus horribilis voor de jeugdwerking van Cercle Brugge. Toch eindigde voor de scouting het jaar mooi.

Dat klopt. Vijf jeugdspelers (Gianni Swennen, Olivier Deman, Martin Puskas, Charles Vanhoutte en Francis Cathenis, n.v.d.r.) kregen een contract bij Cercle. Voor sommigen onder hen hebben we veel moeite moeten doen om hen te overhalen uit te komen voor Groen-Zwart. Die contracten geven ons een grote voldoening en we zijn trots op hen dat ze de kans die ze bij ons gekregen hebben met twee handen gegrepen hebben.  

Terecht! Bedankt voor het interview.

(Diederiek Vermeersch)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
The revival - Miguel van Damme

Bij de aanvang van de voorbereiding van het vorige seizoen kwam het als een donderslag bij heldere hemel. Bij Miguel Van Damme werd leukemie vastgesteld.  In februari interviewden we Miguel die toen vol goed hoop was dat de revalidatie goed verliep en hij keek reeds vooruit naar zijn eerste stappen op de groene mat. Terecht blijkt nu. Zijn doorzettingsvermogen als sportman, de medische bijstand die hij ontving, de morele steun van velen en mogelijks net dat tikkeltje geluk dat iedereen nodig heeft, bracht hem inderdaad terug op het voetbalveld.  Dat dit reeds mogelijk was in de Bekerwedstrijd tegen Genk is op zich een half mirakel.  Weinigen deden het hem voor.

We hadden een kort gesprekje met hem “the day after”.

Miguel, goed een jaar na de vreselijke diagnose stond je tegen KRC Genk op het hoogste niveau opnieuw tussen de palen?

’t Is zot geweest.  Ik had nooit gedacht dat het zo snel zou gaan.  Ik herinner me nog goed dat ik ruime tijd geleden een gesprek had met de ploegdokter die me vertelde dat we het bij het begin van het seizoen rustig zouden opbouwen en voornamelijk met de kine’s werken en als alles goed zou verlopen dat ik in december of bij de winterstage zou kunnen meetrainen met de groep en eventueel wat wedstrijden spelen.  Nu blijkt dat ik met de zomerstage reeds kon meetrainen en enkele wedstrijden met de Beloften spelen.  Het is immens hoe snel het gegaan is.  Mijn lichaam heeft het goed aangenomen.  Alleen maar positieve zaken dus.

20 september 2017 zal wellicht een speciale dag blijven voor jou?

Inderdaad.  Ik heb reeds enkele wedstrijden met de Beloften achter de rug, maar nu voor het grote publiek terug te komen  en het vertrouwen krijgen van de trainers, is vanzelfsprekend heel positief en heel leuk.   Ik ben er hen heel dankbaar voor.  Ook voor de steun die ik van de supporters kreeg, zowel voor als na de wedstrijd.  Het is een moment dat altijd in mijn hart gegrift zal staan.

De supporters stonden inderdaad letterlijk en figuurlijk achter je.

Reeds tijdens de opwarming voelde ik me gesterkt door hen.  Ook tijdens de wedstrijd en er na.  Elke bal die je pakt of elk goed moment die je hebt in de wedstrijd hoor je inderdaad de mensen die achter je staan positief reageren.  Ook tijdens de periode dat ik ziek was kreeg ik heel veel steun van vele mensen.  Dit zowel van Cercle uit als van de voetbalwereld in het algemeen.  Daar trek je je aan op.

Ook Cercle op zich bleef in je geloven.  Je contract liep immers af tijdens je ziekte en toch kon je bijtekenen.

Door mijn ziekte kwam ik in een onzekere situatie.  Eerst denk je voornamelijk aan genezen, maar naarmate je dichter bij die genezing komt, komt het sportieve dan toch terug boven water.  Als je op dat ogenblik van Cercle hoort dat ze steeds van plan waren om mijn aflopend contract te verlengen, en mij de tijd te geven om terug te keren op het hoogste niveau, gaf dat een enorme boost voor mezelf en ook voor mijn familie.  

Je “debuutwedstrijd” was niet mis?

Ik had een positief gevoel na gisteren.  Ik kon enkel goede ballen pakken en we hebben ons terug in de match kunnen knokken.  Spijtig van die lucky goal, maar we moeten de positieve zaken uit die wedstrijd onthouden.

Die eerste wedstrijd op het hoogste vlak, verteerde je die fysiek goed?

Ik trainde vandaag terug mee met de groep en kende totaal geen weerslag van gisteren.  Gisterenavond ook geen abnormale vermoeidheid.  Ondanks dat ik nog om de maand een lichte kuur krijg, heb ik er helemaal geen last van.  Ook de dokters zijn positief verrast.  

Ook je vriendin is onvoorwaardelijk blijven achter je staan en volgend jaar huwen jullie?

Inderdaad.  We wonen reeds in ons nieuw huis maar op 15 juni komend jaar treden we in het huwelijksbootje.  Alweer iets om naar uit te kijken.

Tot slot, je bent , samen met chocolatier Dominque Persoone, het gezicht van “Levensloop”?

Dit is een heel mooi initiatief van die mensen.  Het is het tweede jaar dat ze dit organiseren. Toen ze me vroegen om peter te zijn, twijfelde ik natuurlijk geen moment.  Je komt uit zo’n situatie en je weet wat die mensen doormaken, dan is dit het minste wat je kunt doen om je steun te betuigen en hen helpen een mooi bedrag in te zamelen.  Een mooi initiatief en ik hoop dat het een geslaagde dag zal worden voor de organisatie.

(Georges Debacker)

 

Lees meer