koop tickets online

Praatje met een speler - Nabil Alioui

In de week na de mathematische redding voor Cercle Brugge had ik een gesprek met Nabil Alioui.  Deze Franse jeugdinternational streek in augustus neer aan de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion, maar kampte met een vervelende blessure.  Maar er is licht aan het einde van de tunnel.  De lijdensweg is bijna ten einde voor Nabil.  Vorige maandag maakte hij zijn debuut bij de beloften in de wedstrijd in en tegen Anderlecht.  De honger naar meer is groot bij de getalenteerde Franse aanvaller.  

‘Binnenkort speelminuten in de eerste ploeg’ 

Nabil, bij de meeste Cerclesupporters ben je nog niet zo gekend.  Kun je jezelf even kort voorstellen? 


Ik ben een 20-jarige aanvaller die vorig jaar in augustus zijn eerste profcontract tekende bij AS Monaco.  Zowel in de spits als vanaf links kan ik uit de voeten.  Ik debuteerde bij enkele lokale ploegen en na verloop van tijd belandde ik bij het grotere Toulon.  Daar kwamen verschillende ploegen me scouten en ik koos ervoor om bij AS Monaco aan de slag te gaan.  Het ‘centre de formation’ van AS Monaco had toen al een erg goede naam.  Het was nog de periode voor de overname van Dmitry Rybolovlev.  Voor mij persoonlijk was het toen een erg grote stap, want ik was toen nog maar veertien jaar.  Achteraf gezien is die stap een uitstekende keuze geweest.  Ik doorliep er alle jeugdreeksen en tekende in augustus mijn eerste contract bij de profs.  

Je kreeg ook al een heel aantal oproepingsbrieven in je brievenbus voor de Franse nationale ploeg.  Ook in de Youth League was je actief.  Beiden niet zonder succes? 


Tijdens mijn periode bij Monaco werd ik inderdaad opgeroepen voor de U17 en de U19 voor Frankrijk.  Bij de U17 was dat trouwens onder Laurent Guyot, die nu bij Cercle trainer is.  In het tussenseizoen speelde ik recent nog met de Franse U19 het EK in Finland.  We bereikten er de halve finale.  Daar was Italië te sterk.

Cerle Brugge KSV

Uiteindelijk werd Portugal Europees kampioen door in de finale Italië te kloppen.  Voor mij was het inderdaad een geslaagd toernooi.  In de poulefase wonnen we tegen Engeland met 5-0 en in die wedstrijd kon ik twee keer scoren.  Ook in de Youth League heb ik inderdaad aardig wat wedstrijden gespeeld.  In de elf wedstrijden die ik op dat niveau speelde vond ik vijf keer de weg naar doel.  


Na dat EK besloot je dan de stap te zetten naar Cercle Brugge en de Belgische competitie.  Een logische keuze?

 
Eigenlijk wel.  Cercle Brugge had het vorig seizoen goed gedaan en had daarbij de promotie afgedwongen naar de hoogste afdeling.  Er was al een samenwerking tussen de beide teams en het was dus inderdaad een logische beslissing om in België aan de slag te gaan.  Bovendien waren er de verhalen van Guévin Tormin, Irvin Cardona en Paul Nardi.  Zij waren uitsluitend positief en dus twijfelde ik niet.  De Belgische competitie is een goede competitie om je carrière te lanceren.  Clubs als Anderlecht, Standard en Club Brugge kende ik al.  En uiteraard ken ik ook de Belgische toppers van bij de Rode Duivels.  Voor mij persoonlijk is het ook een belangrijke stap aangezien het mijn eerste ervaring is bij een eerste ploeg op het hoogste niveau.  

Cerle Brugge KSV

Je streek hier vorige zomer neer na het EK U19.  Het was een start met gemengde gevoelens? 


Absoluut.  Eerst nam ik nog wat rust na dat EK.  Vorig seizoen was voor mij erg vermoeiend en vooral lang.  Toen ik hier op Cercle aankwam, vielen de faciliteiten me onmiddellijk op.  Alles is piekfijn in orde.  Ik vond ook snel een appartement in Sint-Andries.  Eigenlijk wordt alles goed geregeld voor ons.  Chapeau aan alle medewerkers.  Ik hoef mij enkel maar op het voetbal te concentreren.  Een echt profbestaan dus.  Ook de integratie in de groep was echt optimaal.

De voertaal is Frans en dat is natuurlijk in mijn voordeel.  Maar al het goede ten spijt, liep het helaas al snel mis.  Bij de eerste trainingen voelde ik een bepaalde pijn.  De medische staf heeft me toen behandeld en ook in Monaco werd ik onderzocht.  Het verdict was een probleem aan de adductoren.   Er volgde een operatie en een lange revalidatie.  Ik moest dus vanaf de zijlijn toekijken hoe het eerste team zich kon redden. 

Vorige maandag maakte je debuut bij de beloften.  In en tegen Anderlecht werd er met 3-0 verloren.  Hoe blik je terug op dat debuut?  En wat zijn de verdere ambities voor dit seizoen?


Met een zeer goed gevoel uiteraard.  Ik mocht op het uur invallen en het was erg fijn om opnieuw in een ploeg te staan en om de bal te voelen.  Het resultaat met de ploeg was dan wel minder, maar op persoonlijk vlak kan ik enkel maar gelukkig zijn met dat debuut.  De bedoeling is nu om op termijn een selectie te verdienen voor de eerste ploeg en om ook daar eventueel een invalbeurt te krijgen.  Voorts ben ik zoals elke andere voetballer.  Ik wil zoveel mogelijk aan spelen toe komen, ervaring opdoen en beter worden.  


Hoe blik je terug op het seizoen van Cercle Brugge tot nu toe?  


Ik denk dat de ploeg het goed gedaan heeft.  De doelstelling was bij het begin van het seizoen dan ook om het behoud af te dwingen.  Vorige zaterdag is dat gelukt na het gelijkspel tegen KV Oostende.  Nu kunnen we ontspannen de rest van de competitie afwerken.  We hebben een relatief jonge ploeg en kunnen nog groeien.  


En wat is jouw persoonlijke ambitie? 


Zoals gezegd eerst selecties halen en minuten maken.  Eerst bij de beloften en vervolgens bij de eerste ploeg.  Daarna zien we wel.  Ik heb nu een jaar getekend bij Cercle Brugge.   Alle opties zijn open.  Vermoedelijk keer ik na het seizoen terug naar Monaco om daar de voorbereiding mee te maken.  Dan is een nieuw verblijf bij Cercle Brugge niet uitgesloten.  Maar ik bekijk het liever dag per dag en plan niet graag ver vooruit.  

Tot zover het gesprek met onze sympathieke aanvaller.  Laat ons hopen dat hij snel aan de slag kan met de grote jongens en al even snel de weg naar doel vindt.  

(Stijn Sinnaeve)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Tienmaal kampioen.. - Pierre Hanon

Wie kan zeggen dat hij ooit de groen-zwarte kleuren in Cercles fanionelftal verdedigde, verdient lof. Wie ooit het paars-wit bij de eerste ploeg van Anderlecht aantrok, kan terecht iets hoger van de toren blazen. Wie ooit als Rode Duivel de eer van ons land verdedigde, mag er bepaald trots op gaan. Wierook vraagt hij niet, maar Pierre Hanon speelde bij Cercle, bij Anderlecht, werd landskampioen, werd bekerwinnaar zowel op nationaal als op Europees vlak, was een sterkhouder als Rode Duivel. Achtenveertig keren verdedigde Pierre ons nationaal elftal, maar het merkwaardigste getal dat hem siert, is …  tien.  Niet één speler in onze hoogste nationale afdeling behaalde  er meer keren dan hij de hoogste titel: tienmaal werd hij kampioen in onze eerste nationale! 

Op 1 juli 1970 werd je officieel  aangesloten bij Cercle, maar jou interviewen, Pierre, kan onmogelijk starten bij 1970. Daar ging al te veel aan vooraf…

Klopt, je moet zelfs niet lang na mijn geboorte, in Anderlecht, eind 1936, van start gaan. Ik was pas drie of vier jaar toen mijn vader, die een café openhield, tegen zijn klanten zei: “Gaan jullie wat opzij zitten, want de kleine moet hier voetballen.” Zeven jaar oud trok ik naar een groot veld waar we tegen elkaar voetbalden met vijftig tegen vijftig, als het niet met honderd tegen honderd was! Als doel zetten we palen in de grond, en het was niet te verwonderen dat het mensen van Anderlecht opviel dat ik een goed schot had, want ik schoot de palen omver.  Ik tekende een aansluiting bij paars-wit, speelde erbij voordat ik tien was en nooit heb ik bij een jeugdploeg van mijn leeftijd gespeeld, altijd hoger. Wat ik me bijzonder goed herinner, is dat de voorzitter van Anderlecht in ons café kwam en tegen vader en moeder zei: “Als díe niet in ons eerste elftal komt, dan komt er nooit iemand in!”

Ik dacht dat je zou beginnen bij Jef Mermans, Arsène Vaillant, Rie Meert, want althans mijn verste herinneringen aan paars-wit gaan terug tot deze Anderlechtpioniers. Misschien noem ik ze ten onrechte ‘pioniers’, maar vóór hun generatie, voor de Tweede Wereldoorlog, speelde Anderlecht nooit kampioen. Nu is paars-wit al aan dertig kampioenentitels toe!

Ik was tien jaar toen mijn favorieten hun eerste nationale titel binnenhaalden. Dat was in 1947. Zelf kwam ik in het eerste elftal toen ik bijna achttien was, in 1954-’55. We verloren thuis tegen Sporting Charleroi met 0-1, maar dat belette niet dat Anderlecht dan al voor de zesde keer kampioen werd. Toen ik in ’70 naar Cercle vertrok, kon ik bogen op iets dat door geen enkele speler overtroffen is: tienmaal kampioen van België! Onze beste reeks zetten we neer van 1964 tot ’68, met vijf kampioenentitels na elkaar. Het was heerlijk, te meer nog daar ons elftal enkel en alleen uit Belgen bestond. Om even terug te komen op de drie spelers die je daarnet vernoemde: met elk van hen heb ik samen in onze fanionploeg gespeeld, zij het slechts enkele keren. Bovendien was het Jef Mermans die mij leiding gaf en mij ons eerste elftal binnenloodste.

"Mijn beste tegenstander ooit?  Pélé!"

Wil  je voor onze lezers  een ruikertje plukken van je meest memorabele herinneringen aan spelers en wedstrijden van vóór je Cercletijd?

Aan de spits van mijn medespelers staan Pol Van Himst en Jef Jurion, samen met een verdediger zoals ik er nooit, zelfs wereldwijd, een betere heb gekend. Ook al is het wel voorgekomen dat zijn speelsheid ons een puntje kostte, een sterker verdedigende spektakelman dan hij, kwam ik nergens tegen. Zijn naam: Laurent Verbiest. Mijn beste tegenstander ooit: Pélé, tegen wie ik drie of vier keer uitkwam. Mijn mooiste herinnering bij de nationale ploeg: 5-1 winst tegen Brazilië, met drie doelpunten van Jackie Stockman. We hebben daar Brazilië zozeer van het veld gespeeld dat ze ons direct na de match al uitnodigden om hun het volgende jaar repliek te gaan geven op eigen bodem. Minstens de helft van onze spelers waren zo vooruitziende dat ze bedankten voor die return, en, jawel, we kregen er dan ook een 5-0 rammeling. Twintig minuten voor het einde was het nog maar 1-0, maar wegens ademhalingsproblemen bij dat vochtige, warme klimaat, stuikten we ten slotte helemaal in elkaar. Op Europees vlak is vooral de uitschakeling van Real Madrid met 1-0 op de Heizel onvergetelijk voor mij, met een doelpunt van Jef Jurion.

Halfweg 1970 trek jij naar Cercle Brugge. Hoe komt een voetbalmonument als Pierre Hanon ertoe, hoewel nog duidelijk ver af van zijn laatste voetbaladem, naar een matige tweedeklasser te trekken die drie jaar voordien nog in de derde klasse uitkwam?

Als ik naar Cercle gekomen ben, was dat niet negentig of negenennegentig maar honderd procent dankzij en voor Urbain Braems. Ik kon onder meer ook naar Club Mechelen, maar het was me duidelijk dat Urbain mij zeer hoog inschatte en hij overtuigde me dat hij mij echt van doen had. Ik kan niet omschrijven wat die overgang voor mij betekende. In het begin had ik het zéér, zéér moeilijk. Het verschil met Anderlecht was enorm. Ik was gewoon voor 30.000 mensen te spelen, kwam nu uit in het armzalige Edgard De Smedt-stadionneke voor een publiek tienmaal minder in aantal.Ook tijdens de week treinde ik ernaartoe voor avondtrainingen. Neen, je begrijpt het niet als je niet ervaren hebt hoe ánders het er bij  Anderlecht aan toe ging, bij Anderlecht met zijn perfecte accommodatie en materiaalvoorziening.  Dat alles terzijde gelaten waren er toch twee dingen die mijn motivatie hooghielden: ik wilde  hoe dan ook aan iedereen bewijzen dat ik het nog kon, en vooral, ik ben nooit, nooit in mijn leven zulke charmante, zulke vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle. Niet alleen maar toch in het bijzonder denk ik hierbij aan Gerard Versyp, aan Johan Versyp en aan Lucien Hautekiet.

"Ik ben nooit in mijn leven zulke charmante, vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle."

En het ging goed bij Cercle! Zeer goed zelfs, aanvankelijk. Tijdens je eerste Cerclejaar al werd Groen-Zwart kampioen en promoveerde dus naar eerste. Ik kan niet voorkomen dat er hierbij toch een vraagje bij me opkomt. Na je unieke carrière bij Anderlecht  daal je af naar een tweedeklasser en direct promoveer je met dat ‘ploegje’ naar de reeks waaruit je weggestapt bent. Was je écht gelukkig met die gang van zaken? Kon  je met hart en ziel opnieuw naar eerste gaan – met Cercle…?

Oh, ja. Met Cercle kampioen spelen in tweede deed me evenveel plezier als kampioen worden in eerste. Zie je, als je een contract afsluit, dan moet je het respecteren. Je moet er volop achter staan, en dan besef je: “Nu speel ik met die ploeg, en net als vroeger komt het erop aan te winnen.” Lukt dat, dan heb je er evenveel plezier aan als iemand die al twintig jaar voor die ploeg speelt.

Het jaar daarop deed Cercle het lang niet onaardig in eerste. Groen-Zwart was vierde halfweg, eindigde als vijfde op één plaats van een Uefa-ticket.

Het begon al fantastisch. De eerste wedstrijd was thuis tegen … Anderlecht! We wonnen met 2-0. ‘k Weet niet of je dat kunt begrijpen, maar hoewel ook dan nog mijn hart voor Anderlecht klopte, was het Cerclegevoel dat mij toen aangreep, overweldigend. Een misschien vergelijkbaar gevoel doorstroomde mij ook bij onze zesde match. We staan 1-0 achter op het veld van Club. Ik pegel een vrije schop van op vijfentwintig meter keihard tegen het net van ex-Cercledoelman Sanders. Wie het gezien heeft, herinnert het zich, ongetwijfeld.  Carlos Desteur lepelde de bal van heel dichtbij op mijn voet, en … raak! Het was een enig mooi doelpunt, maar geen toevalstreffer. Week op week hadden we bij elke training dat nummertje ingeoefend. Zo haalden we 1-1 op Club, en niet veel later lukte het op Club Luik nog eens op die manier te scoren. Nogal wat ploegen hebben het nummertje nadien uitgeprobeerd, maar toch was het vrij vlug op geen enkel veld meer te zien. Was het geen toevalstreffer, efficiënt was het evenmin. Zelf kreeg ik op die manier tijdens de oefeningen gemiddeld zes keren op de tien de bal tussen de palen, maar het scorepercentage was toch wel aan de zeer lage kant. 

"Mijn hart klopte voor Anderlecht, maar het Cerclegevoel greep me toen aan."

Cercle eindigde het volgende seizoen, 1972-73, slechts als elfde. In het feestboek van Roland Podevijn bij Cercles negentigste bestaansjaar wordt dat onder meer toegeschreven aan langdurige kwetsuren, aan schorsingen en aan “wrijvingen met het bestuur (Pierre Hanon)”.  Was het juist geweest indien er niet had gestaan “wrijvingen met het bestuur”, maar “wrijvingen met trainer Grijzenhout”?

Wat je suggereert, klopt helemaal. Niet met het bestuur had ik problemen, enkel en alleen met de nieuwe trainer. Urbain Braems was, helaas, naar Antwerp vertrokken – helaas, want het ging mij onder Urbain zo goed dat ik onder hem misschien wel tot mijn veertigste in eerste klasse had kunnen meedraaien.Graag had hij mij meegenomen, maar mijn contract liep nog één jaar door, en daar hield ik mij aan. Ik moet het niet onder stoelen of banken steken, met de nieuwe trainer, met Han Grijzenhout, heeft het nooit geklikt. Het nam zulke proporties aan dat ik het na enkele maanden niet meer zag zitten. Gelukkiglijk had Cercles bestuur dan het begrip voor mij dat bij Grijzenhout ontbrak.

Het is niet als een stoute vraag bedoeld, Pierre, maar, ja, wat wil je, wij zijn allemaal mensen onderhevig aan psychologische wetmatigheden die ook wel de volgende vraag rechtvaardigen: Kan het bij jou een rol gespeeld hebben dat Grijzenhout als trainer een groentje was en jij als speler een doorgewinterde ex-topvoetballer?

Ik denk inderdaad dat dit heeft meegespeeld.Maar dat neemt niet weg dat Grijzenhout geen greintje respect voor mij opbracht, noch voor mij als persoon, noch voor mij in mijn specifieke situatie. De meeste Cerclespelers waren twintigers.  Ik was 35 jaar.  Ik had een schoolgaande zoon. Als die de vorige twee jaren in juli met vakantie was en de voetbaltrainingen herbegonnen, bezorgde Urbain mij een trainingsschema zodat ik een halve maand van een familiale vakantie kon genieten en daarna toch topfit op de trainingen verscheen. Geen sprake van zo’n situatiebegrip bij Grijzenhout. Integendeel, voortdurend behandelde hij mij alsof ik een spelertje was dat uit Bevordering kwam. Neen, ik heb nooit beweerd dat Grijzenhout op het vlak van het voetbalspelletje op zich geen bekwame trainer was, maar daar waar ik zeer bewust niet boven mijn medespelers uitkraaide, daar waar ik van meet af aan goed in de groep geïntegreerd was, daar waar jongens als John Bogaert, Julien Verriest en Franky Simon bereid waren  voor mij door het vuur te gaan, daar ontbrak het Grijzenhout aan elementair respect voor mij. Overigens: ik geef toe dat mijn houding tegenover Grijzenhout onbewust kan beïnvloed geweest zijn doordat ik bovenaan een heuvel stond en hij onderaan, maar is het niet evengoed mogelijk dat zijn houding tegenover mij voor een stuk juist te verklaren is door zíjn positie daar onderaan?

In overleg met het Cerclebestuur deed jij je derde jaar niet uit en daarna trok je naar Bergen.  Met succes? En wat deed je na Bergen?

Succes? Jawel, want we speelden kampioen in derde en promoveerden dus naar tweede. Ik begon als speler-trainer, maar vond het na een tijdje beter niet meer zelf mee te spelen. Maar, maar, maar … Zie, ik ben geen Vlaming, ik ben geen Waal, ik ben een Brusselaar en ik ben een Belg, maar als wat ik in Brugge en in Bergen heb meegemaakt typisch is voor Vlaanderen en Wallonië, dan is het met de Walen erg gesteld. Cercle was kleinschalig, maar alles was er altijd proper en in orde. Als ik in Bergen twee maanden na de kampioenenviering in de kleedkamers terugkwam, waren die nog altijd dezelfde varkensstallen als direct na die viering.  Mij gaat dat niet, zo’n gebrek aan orde, aan discipline, aan voornaamheid – ik kan er niet tegen. Lang heb ik het dan ook niet uitgehouden in Bergen. Daarna ben ik nog ruim tien jaar jeugdtrainer geweest bij Anderlecht, tot trainer Peruzovic mij voorstelde om de scouting voor de eerste ploeg op mij te nemen. Dat ik dit mocht doen, is voor mij een onvoorstelbare zegen geweest. Het werd het begin van een nieuw, een prachtig hoofdstuk in mijn leven.

Een nieuw, prachtig hoofdstuk in je leven?

Wat ging eraan vooraf? Het voetbal heeft mij eerst en vooral veel plezier bijgebracht.  Nu nog herhaalt mijn vrouw het dikwijls: “Je hebt in je leven geluk gehad. Je hebt kunnen doen wat je graag deed en je bent daar totaal in geslaagd.” Ten tweede heb ik dankzij het voetbal veel mensen leren kennen en veel interessante relaties aangeknoopt. En ten derde dank ik aan Koning Voetbal dat ik goed mijn brood heb verdiend, zozeer zelfs dat ik nu, inderdaad, na mijn voetbalcarrière een prachtig hoofdstuk aan mijn leven kan toevoegen. Het begon als scout bij Anderlecht. Als scout heb ik heel Europa doorgereisd. Dat reizen intrigeerde me zozeer dat ik intussen bijna heel de wereld heb gezien. Reizen is voor mijn vrouw en mezelf, ook nu nog, een festijn. Maanden lang bereid ik onze reizen voor, ter plekke weet ik altijd heel goed wat er het bezoeken waard is, en na elke reis vergt ook het vereeuwigen ervan weken, zo niet maanden tijd. Het bewerken van beeld, klank en kleur, zeg maar, het opmaken van hele filmreportages, vind ik meeslepend en verrijkend. Bijna, bijna geniet ik zoveel van mijn reizen als van het voetballen voordien. En dat is véél gezegd!

U las het al, lezer, Pierre Hanon vraagt geen wierook. Maar het minste dat gezegd kan worden is dat hij een sterke persoonlijkheid is. Hij is zichzelf en hij weet wie hij is. Hij is zich bewust van het toch wel uitzonderlijke dat hij als voetballer gepresteerd heeft. Als er iets is dat hij in zijn omgang met zijn medemensen vereist - en já, dat ís er! -  dan is het  ‘respect’. Wederzijds respect, respectvol benaderd worden en ontvangen respect met respect beantwoorden, bepaalt Pierres levenswijze en –filosofie overduidelijk. Als een vriendelijke, kordate gentleman, die ‘oude waarden’ als voornaamheid,  betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, netheid en vooral respect hoog in het vaandel draagt, zal ik me hem blijven herinneren. Toen Pierre gevraagd werd om voor Shot geïnterviewd te worden, antwoordde hij: “Ja, voor Cercle wil ik dat graag doen” (en ook dan zei  hij, letterlijk, dat hij nooit charmantere mensen dan bij Cercle heeft ontmoet). Ik heb het  hem niet gevraagd, lezer, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat hij er ook toe bereid  was geweest een interview toe te staan voor de supporters van RAEC Mons. 

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Arnaud Lusamba

‘Mijn ambitie? Champions League spelen !’ 


In de aanloop naar de wedstrijd in en tegen Racing Genk had ik een gesprek met Arnaud Lusamba. Deze 21-jarige Fransman is bezig aan zijn eerste seizoen in Groen-Zwarte loondienst. Hoewel dat niet helemaal klopt. Cercle huurt de middenvelder van OSG Nice en heeft een aankoopoptie. Ik sprak Arnaud net voor de videoanalyse van Racing Genk. Een videoanalyse die blijkbaar goed werd opgevolgd, want later in de week won Cercle zijn eerste uitwedstrijd. Tegen de competitieleider uit Genk dan nog! 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
MS Koningsdam en Cercle

ms Koningsdam en Cercle

Charles Verwaal is “hotel director” op de ms Koningsdam van de “Holland America Line”.  Niet zo maar een “bootje”…  We vertellen er u zodadelijk wat meer over.
Charles is Cerclesupporter sinds zijn aankomst in België zeventien jaar geleden en pikt de thuiswedstrijden van Cercle mee als hij vrij is van zijn werk op het schip.  Bovendien is hij de vader van U16 doelman Tim, die reeds vijf jaar bij Cercle aangesloten is.

In april kocht Charles dertien Cercle-shirts in de shop om het “Koningsdam-team” overal ter wereld in Groen-Zwart te laten aantreden tegen andere teams. 

Op 13 mei ligt het schip een dag in de haven van Zeebrugge en zal een delegatie de groene kant van Jan Breydel bezoeken en ook wel een balletje trappen.

De ms Koningsdam is amper een jaar jong.  Het meet zo’n 300 meter (iets minder dan de lengte van drie voetbalvelden) en is 35 meter breed.
Er is plaats voor 3116 gasten (1331 kajuiten) en kent een bezetting van 1036 bemanningsleden (545 kajuiten).  Het gros van de bemanning staat in voor de gasten als “hotel staff”.  Dit zijn er ongeveer 900 (waarvan o.a. 140 koks voor de zeven restaurants).

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Retro - Björn Sengier geïnterviewd

RETRO
 

Twee jaar tussen de palen op Olympia…    
                                 

Björn Sengier geïnterviewd
 

Het kan iedereen overkomen. Je presteert prima in een of andere organisatie, je voelt je er kiplekker. En plots, niet alleen onverwacht maar naar je overtuiging ook onterecht, daar krijg je een koude douche over je lijf. Zo ijskoud is die douche dat ze je noodzaakt een einde te maken aan het verhaal dat je aan het schrijven bent. Niet dat er geen leven meer is na die shock, dat niet, maar toch wel zo dat het je bijzonder zwaar uitvalt een nieuwe start uit te zoeken en het roer weer op te nemen. De vraag die zich hierbij opdringt: Eens dat het tijd tot bezinken heeft gehad, hoe kijkt ‘het slachtoffer’ naar wat hem destijds overkomen is? Ligt het gebeuren hem zo zwaar op de maag dat het hem niet eens mogelijk is waardering uit te spreken voor wie en voor wat hij destijds heeft mogen meemaken?  “The time is a great healer,” beweren de Engelsen, en Björn Sengier bewijst dat het waar is.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Mooi project bij Cercle Brugge - Xavier Mercier

Tussen de eerste twee competitiewedstrijden in trok ik naar de oefenvelden van Cercle.  Dat alles rond Groen-Zwart weer volop leeft, werd meteen duidelijk.  De A-kern was stevig aan het trainen onder het goedkeurend oog van een ruim opgekomen schare supporters.  Ook aan het secretariaat heerste een gezellige drukte.  Na de training had ik een gesprek met Xavier Mercier.  De aanvallende middenvelder kwam over van KV Kortrijk en was enkele dagen voordien de matchwinnaar dankzij twee goals op het veld van Westerlo.  

Xavier, als eerste vraagje.  Wie is de mens Xavier Mercier?  

Ik ben afkomstig  uit Zuid-Frankrijk.  Momenteel woon ik in Wevelgem.  Ik ben getrouwd en heb twee kinderen.  

Je bent niet nieuw in het Belgische voetbal.  Je kwam immers over van KV Kortrijk.  Kun je voor onze lezers even je volledige sportieve carrière schetsen?  

Met voetballen begon ik bij Montpellier HSC, een ploeg die momenteel in de Ligue 1 speelt.    Ik ben geboren in Alès, in het zuiden van Frankrijk.  Montpellier was een logische keuze, aangezien het in de buurt was van mijn geboorteplaats.  Ik doorliep er alle jeugdrangen.  In 2009 startte mijn eigenlijke carrière.  Ik was toen twintig en besloot te kiezen voor een avontuur bij US Lesquin.  Het woord avontuur mag je letterlijk nemen, want ik verhuisde naar de andere kant van het land.  Voor een jonge gast is dat niet evident.  Lesquin kwam toen uit in de tweede amateurklasse.  Het is een beetje te vergelijken met de vijfde klasse.  In Frankrijk heb je de ‘Ligue 1’ als hoogste niveau.  Daaronder is er dan de ‘Ligue 2’.  Als je nog meer afzakt is er dan ook de ‘National’ reeks.  Nog daaronder heb je dan nog de eerste amateurklasse (CFA 1) en de tweede amateurklasse (CFA 2).  

Je talent werd snel opgemerkt en al snel kwam er een profploeg op je weg?  

Dat klopt. Ik speelde er een goed seizoen en kon het seizoen daarop aan de slag bij  EA Guingamp.  Momenteel spelen ook zij in de Ligue 1.  Maar toen ik er speelde, kwamen ze uit in de ‘National’ reeks.  Mijn eerste seizoen viel daar goed mee.  We konden zelfs de promotie afdwingen naar de ‘Ligue 2’.  Het tweede seizoen verliep minder.  Ik besloot om het seizoen daarop (2012-2013) in de eerste amateurklasse (CFA 1) te beginnen.  Met name bij AS Beauvais Oise.  Ik bleef er twee seizoenen en vond er het voetbalplezier terug.  Ik speelde bijna alles en scoorde ook vlot.  In 2015 kon ik weer een niveau hoger terecht met name bij US Boulogne.  Ik bleef er anderhalf seizoen en kon toen naar KV Kortrijk.  

Je Belgisch avontuur begon inderdaad bij Kortrijk op het hoogste niveau.  Waarom verkoos je in het tussenseizoen Cercle Brugge? 

Het liep niet meer goed in Kortrijk.  Ik speelde wel een behoorlijk goed eerste seizoen.  In mijn eerste wedstrijd kon ik ook meteen scoren tegen KV Oostende.  In de loop van de voorbereiding merkte ik echter dat men niet meer op mij rekende.   Ik besloot dan uit te kijken naar een andere ploeg.  Er waren wat ploegen uit de ‘Ligue 2’ die interesse toonden in mijn diensten, maar ook Cercle Brugge was snel erg concreet.  De twee ploegen geraakten er snel uit en na een onderhoud met ondermeer trainer José Riga besloot ik voor het ambitieuze Cercleproject te kiezen.  

"We moeten ons niet verstoppen.  Promotie naar eerste klasse A is het doel."

De voorbereiding verliep vlot voor Cercle.  Wat was je eerste indruk en hoe verliep de integratie?  

Ik kwam wat later toe, maar werd onmiddellijk goed opgevangen door de ploegmaats en de staf.  Alles verloopt hier heel professioneel.  De eerste indruk was dus wat mij betreft perfect.  De integratie versnelde ook omdat heel wat spelers eveneens de Franse nationaliteit bezitten of toch ook Frans spreken.  

Persoonlijk was je vorige zondag al meteen beslissend.  Dat moet deugd doen.  Hoe blik je daarop terug?  

Eerst en vooral is het zo dat een goede start zeer belangrijk is.  In die zin is het natuurlijk deugddoend dat we meteen op Westerlo de volle buit konden pakken.  Dat ik daarbij inval en twee doelpunten maak is bijzaak.  Het ploegbelang staat voorop.   We moeten allemaal strijden voor de ploeg en voor een zo goed mogelijk resultaat in elke wedstrijd.  

De ambitie van dit seizoen is duidelijk.  Cercle gaat voor het kampioenschap?  En hoe schat je de andere ploegen in?  

Wij hebben in elk geval een goede ploeg met veel mogelijkheden.  We moeten ons dan ook niet verstoppen.  Promotie naar eerste klasse A is het doel.  Wat de andere ploegen betreft, is het moeilijk om ze nu al allemaal in te schatten.  Het wordt in elk geval een harde competitie waar we talent zullen moeten koppelen aan mentaliteit.  

Laat ons hopen dat Xavier nog enkele keren beslissend mag zijn in wedstrijden van Cercle Brugge.  Te beginnen tegen Union nu vrijdag! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer