koop tickets online

Praatje met een speler - Serge Gakpé

Op de dag van de vrijwilliger had ik in de statige beheerraadzaal van Cercle Brugge een interview met Serge Gakpé.  Serge ontpopte zich tot een aangename en enthousiaste gesprekspartner.  Met zijn 31 lentes heeft hij er al een goed gevulde carrière op zitten.  Bovendien is hij een speler die eerder naar boven kijkt, dan naar beneden.  Al nuanceert hij het toch wel snel door te stellen dat het behoud de eerste bezorgdheid is en dat daarna PO I misschien in het vizier komt.  Het relaas van een aangenaam gesprek.  

‘Mooie wedstrijden in het verschiet’

Serge, je bent met je 31 jaar één van de meest ervaren spelers bij groen-zwart.  Je kwam al relatief vroeg bij AS Monaco terecht?

"Ja dat klopt.  Ik groeide op in Bondy, een gemeente in de buurt van Parijs.  Het was dan ook de logica zelve dat ik bij een lokaal voetbalteam debuteerde.  In 2001, ik was toen veertien jaar, werd ik opgemerkt door de scouts van AS Monaco.  Ik trok dan ook op die leeftijd naar het ‘Centre de Formation’ van Monaco.  Dat was een grote stap, maar tegelijk ook een kans die ik niet kon laten liggen.  De overstap heb ik me op geen enkel moment beklaagd."

Cerle Brugge KSV

"Ik doorliep alle jeugdreeksen bij AS Monaco en werd ook opgeroepen voor de Franse nationale jeugdreeksen.  Ik speelde wedstrijden voor Frankrijk vanaf de U16 tot en met de beloften.  In 2009 besliste ik om uit te komen voor de Togolese nationale ploeg, aangezien ik de dubbele nationaliteit heb.  Vorig jaar beëindigde ik mijn internationale carrière."

Je werd ook prof bij Monaco?

"Inderdaad.  In 2005 tekende ik een profcontract en begin 2006 debuteerde ik in het eerste van AS Monaco.  Het seizoen 2006-2007 moest het seizoen van de doorbraak worden.  Ik speelde een goede eerste seizoenshelft.  Ik scoorde regelmatig en kon ook vaak beslissend zijn voor de ploeg.  Het tweede deel van het seizoen verliep echter minder goed.  Verschillende blessures hielden me aan de kant.  Ook het seizoen daarop kon ik niet fit beginnen.  Ik werkte hard om terug te keren en toen besliste men om mij een jaartje bij de reserves te stallen.  Ik kon er opnieuw ritme opdoen en bovendien hielp ik toen mee de degradatie te vermijden.  Het seizoen 2009-2010 verliep moeilijk.  Er was een nieuwe trainer en ik werd uitgeleend aan Tours in de Ligue 2.   Ik vond er mijn ritme terug en na dat seizoen keerde ik terug naar Monaco.  Maar ik geraakte niet verder dan de bank.  Ik besloot naar FC Nantes te trekken."

Cerle Brugge KSV

Tijdens die periode bij Nantes werd je ook even uitgeleend aan een Belgische club?  

"Inderdaad, ik heb al ervaring in België.  In 2012 werd ik uitgeleend aan Standard Luik.  Het was een leuke periode.  Ik herinner me dat we toen ook Europees erg goed speelden.  De trainer was toen José Riga en José Jeunechamps (tegenwoordig assistent bij Cercle) was daar toen ook actief.  Ik speelde uiteindelijk van 2011 tot 2015 bij Nantes met dus een seizoentje Standard tussendoor.   Ik deed mijn contract uit bij Nantes en kon toen transfervrij naar Italië.  Het werd Genua.  Dat was niet bepaald een succes.  Ik werd een jaar uitgeleend aan Bergamo en een jaartje aan Chievo.  Nadien ging het voor een jaar naar Amiens."  

En nu zit je dus bij Cercle Brugge.  Waarom de keuze voor groen-zwart?  En is die keuze je bevallen?  

"Er waren een aantal redenen voor de overstap naar Cercle.  Eerst en vooral ken ik de competitie en weet ik dat het niveau in België best wel hoog is.  Een tweede reden is uiteraard de link met AS Monaco."

"Ik werd er gevormd en brak er door op het hoogste niveau.  Ze waren me dus duidelijk niet vergeten.  En dan is er ook nog het feit dat ik twee leden van de technische staf ken uit het verleden.

José Jeunechamps van bij Standard en Laurent Guyot speelde zijn hele carrière bij FC Nantes.  De keuze heb ik me zeker nog geen seconde beklaagd.  De faciliteiten zijn top, de omkadering ook.  Het team is jeugdig, maar er zit toch ook wat ervaring in.   Als één van de meest ervaren spelers probeer ik mij nuttig te maken.  Ik weet wat die jonge gasten nu meemaken.  Ik probeer ze af en toe goede raad te geven."

De sfeer in de ploeg moet nu ook wel goed zijn na de recente 9 op 12?  

"De sfeer is inderdaad optimaal.  Maar dat komt natuurlijk ook door de goede resultaten.  Het is goed dat we reeds 22 punten hebben.  De vorige wedstrijd verloren we in Charleroi en dat was geen goede prestatie.  We kunnen zeker beter.  Eigenlijk moeten we elke wedstrijd aanvatten als de belangrijkste wedstrijd.  Als we dat doen, dan komen de resultaten vanzelf.  Ik kijk uit naar de komende wedstrijden.  We moeten nu tonen dat we ook tegen de goede ploegen ons mannetje kunnen staan en dat de winst in en tegen Genk geen toeval was.  Als we voor de winterstop nog een aantal overwinningen kunnen boeken, dan is de redding zo goed als zeker.  Dan kunnen we na de winterstop naar boven kijken en misschien doen we dan nog wel mee voor de top 6."

Hoe blik je persoonlijk terug op jouw eerste seizoenshelft bij Cercle?  En wat is eigenlijk je favoriete positie op het veld? 

"Goed.  Het begin was wel wat aanpassen.  Ik kwam redelijk laat bij de selectie en moest nog wat werken aan de fitheid.  Maar de laatste maanden gaat het echt wel goed.  Ik ben ook blij met mijn eigen prestaties.  Maar de prestaties van het team primeren natuurlijk.  Ik ben blij dat ik bijvoorbeeld tegen Genk mijn steentje kon bijdragen met een doelpunt.  
Ik heb niet bepaald een favoriete  positie.  Ik kan op verschillende posities uit de voeten.  We hebben nog zo’n aantal spelers in de selectie en dat maakt het interessant en leuk.  Zo kunnen we vaak positiewissels doorvoeren.  Ik kan zowel in de aanval als op de beide flanken uit de voeten."

Cerle Brugge KSV

Tot slot. Hoe zie je de nabije en verre toekomst?  

Ik ondertekende hier een contract van twee seizoenen.  Ik ben hier graag en mijn gezin voelt zich hier goed.  Maar tegelijk kijk ik ook niet te ver vooruit.  Ik weet namelijk uit ervaring dat het in het voetbal erg snel kan gaan.

Tot zover dit gesprek met onze erg sympathieke aanvaller.  Hopelijk mag hij nog vaak beslissend zijn voor groen-zwart! 

(Stijn Sinnaeve)
 

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Groen-Zwart Varsenare vierde feest

Vorig jaar vierde deze vereniging hun 40-jarig bestaan en ze denken niet aan ophouden.  Op vrijdag 8 maart was het opnieuw verzamelen geblazen in “ ’t Oosthof ” te Snellegem voor de jaarlijkse feestmaaltijd.

Meestal is er ook een speler aanwezig die een “acte de présence” komt geven, maar op dat gebied bleven de aanwezigen ditmaal op hun honger zitten. Gezien de competitiewedstrijd één dag later tegen Standard was er niemand beschikbaar.  Aan tafel was er helemaal geen honger te lijden en aan de “ere-tafel” noteerden we o.a. vzw-voorzitter Piet D’Hooghe, die later ook een toespraak gaf en een vragenronde doorstond, vzw-beheerraadslid Maria Blontrock en Mevr. Schotte.

Naast de toespraken van de gebroeders Roose, respectievelijk voorzitter en secretaris van de vereniging, gaf ook “ere-peter” Kristof Lauwers een woordje ten beste.
Op de groepsfoto bemerken we de bovenvernoemde personen, het bestuur van GZ Varsenare en Albert Verbandt, materiaalmeester bij Cercle.  Op de foto tevens een afbeelding van de bank die door de supportersvereniging geschonken werd aan de jeugdwerking.  Die bank, waarop ook een naamsvermelding komt (ook andere supportersverenigingen, personen of firma’s kunnen dat voorbeeld volgen), zal dienst doen als zitplaats voor toeschouwers bij de jeugdwedstrijden.

Dankzij de tombola kon de vereniging in totaal € 800,00 schenken aan de jeugdwerking.

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Wat nu? - Willy Craeye

Wat nu?  Blijkbaar kan zoiets zelfs nadat je al een respectabel aantal oud-Cerclespelers geïnterviewd hebt: Je komt thuis, en je vraagt je af: “Hoe leg ik dat aan boord?  Hoe slaag ik erin een correct beeld weer te geven van een mens die al te eenzijdig uit de verf komt als ik alleen de woorden weergeef die hij mij liet horen?”  Doe ik niet meer dan dat, schrijf ik alleen Willy’s antwoorden op de gestelde vragen neer, dan zou de lezer zich hem wel eens  met een al te donkere bril op kunnen voorstellen.  Werd ons gesprek gefilmd, dan kon de kijker zien dat dergelijke indruk niet klopt.  De belangrijkste oorzaak hiervan komt erop neer dat Willy, nu 78 jaar, tegelijkertijd weinig interesse heeft behouden voor wat hij als Cerclespeler 60 jaar geleden heeft gepresteerd en dat dit verleden toch een deel uitmaakt van de persoon die hij is op de dag van vandaag.  Een gezellige, goedlachse persoon is hij, die echter een stuk verleden in zich draagt, waarvan hij niet kan verhelen dat het hem is tegengevallen.  Zou ik het als ‘een brok onverteerd verleden’ brandmerken?  Neen, dat niet, ‘k geloof niet dat Willy er in de voorbije halve eeuw ook maar één uur van wakker gelegen heeft, maar vraag je hem expliciet naar ‘de tijd van toen’, dan brandt ‘de waarheid’ op zijn tong.

De waarheid?  De waarheid?  Daar moet ik verder over uitweiden, al gaat er een vrij lange aanloop aan vooraf…

Ik was enthousiast toen onze hoofdredacteur, Georges Debacker, me voorstelde Willy Craeye te interviewen.   Ik herinnerde me Willy immers heel goed.  Destijds, zo lang geleden, had hij als jong Cerclespeler indruk op mij gemaakt.  Na vier jaar in Derde werd Cercle kampioen tijdens het seizoen 1955-1956.  Ik stond vol bewondering in vuur en vlam voor de kampioenenploeg: Raoul Verleye, Marin Roye, Maurits Crépain, Roger Claeys, Adhémar Slabbinck  Jackie Decaluwé en de bijna uitsluitend Antwerpse voorlinie met Vic Derboven, Richard Van Gassen, Français Loos, Guy Thys en onze bloedeigen Pierre Schotte.  Geen wonder was het dat ik met grote ogen opkeek naar enkele beloftevolle jongeren die van zich lieten spreken en voor nieuw bloed zorgden tussen de zopas vernoemde ‘oude ratten’.  In het bijzonder Gaston Eeckeman en Willy Craeye, in mindere mate ook Herman Houf, stelden mij, zelf nog jonger dan die nieuwe sterren aan het Groen-Zwarte firmament, gerust dat Cercle stand zou houden in Tweede.  Willy Craeye imponeerde mij als een aalvlugge aanvaller met goede invallen die op een eigen, onverwachte manier een gevaarlijke aanval kon lanceren.  Heel goed herinnerde ik me echter ook dat hij na weinige wedstrijden plots uit het Groen-Zwarte blikveld verdwenen was, helemaal verdwenen eruit, zonder dat ik er enig idee van had hoe dat kwam.  Ja, het kwam goed uit dat me voorgesteld werd Willy te interviewen.  Ook na zo lange tijd vroeg ik me af hoe het kwam dat hij er ‘al met eens’ niet meer was.

Bijgevolg: als interviewer fietste ik met licht gemoed en heel nieuwsgierig naar Willy’s woonst in Sint-Andries?  Toch niet!  Nieuwsgierig was ik wel, maar vederlicht viel dat gemoed van mij niet uit.  Stel je voor: Toen Georges Debacker Willy contacteerde vroeg onze ex-Cerclist hem: “Durft je interviewer de waarheid neer te schrijven?”  “Oei,” dacht ik toen Georges me dat zei, “er zal iemand Willy lelijk tegen de schenen getrapt hebben…  Natuurlijk, natuurlijk mag ‘de waarheid’ het daglicht zien, maar het wordt delicaat als Willy namen vernoemt van wie hem onrecht zou hebben aangedaan.  Onvermijdelijk zal het interview een verhaal uit één mond worden, waarbij wie aangeklaagd mocht worden geen kans heeft op een repliek.  Hopelijk, vooral, komt hij niet voor de dag met een zo kwalijk verhaal dat het beter in de nevelen van het verre verleden verdampt dan dat het nu nog bovengehaald wordt.”

Mocht u, lezer, enigszins in mijn ongerustheid gaan delen zijn, dan kan ik u meteen gerust stellen.  Willy weet zich onheus behandeld, maar het gaat om feiten waarbij een buitenstaander denkt: “Ja, dergelijke zaken komen, helaas, al te dikwijls voor.  Aanvaardbaar zijn ze niet, maar we leven nu eenmaal in een wereld waar een ideale gang van zaken ver te zoeken is.”  Willy, echter,  commentarieert: “Je moet dat zelf hebben meegemaakt als een jong spelertje, zo’n gebrek aan teamspirit en zo’n tekort aan psychologisch inzicht, om te begrijpen wat voor een dégoût zoiets  oplevert.”

Er zijn drie zaken die Willy aanklaagt.  Laat me ze eerst inkaderen.  Tijdens Cercles eerste jaar in Tweede, 1956-’57, speelde hij één wedstrijd in het fanionelftal.  Het jaar erop elf wedstrijden.  Het is niet uitzonderlijk dat begaafde spelers vrij jong debuteren in een eerste elftal, maar Willy was bijzonder jong, pas 17 jaar.  Begrijpelijkerwijze, en niet ten onrechte, droomde hij van een heerlijke toekomst als voetballer.  Meer dan hem lief was echter wist hij zich gedwarsboomd door de Antwerpse, altijd geselecteerde, voorspelers, die “samen in dezelfde auto uit Antwerpen naar Cercle reden”.  Dat ‘dwarsbomen’ zou Willy wellicht geredelijk aanvaard hebben, was het niet dat hij zich als slachtoffer geviseerd voelde.  Dit vooral ging hem tegen: in het toenmalige WM-systeem met vijf voorspelers werd hij meermaals niet als hoekspeler maar als inside, dat betekent tussen de midvoor en de hoekspeler, opgesteld.  En trainer Guy Thys plaatste hem daar om Vic Derboven te sparen, om Vic ademtijd te geven tussen zijn acties door.   Een hoekspeler hoefde immers niet voortdurend, onophoudelijk, te draven, zoals een inside dat wel moest doen.  “Dat, zoiets, een jonge voetballer met een lichaam dat op die leeftijd nog niet volgroeid is, met zo’n zware opgave belasten zodat je eigen favoriet het wat rustiger aan kan klaren, dat doe je niet. Het is fysiek en psychologisch onverantwoord,” klaagde Willy aan.  En als illustratie voegde hij eraan toe dat hij in een wedstrijd tegen A.S. Oostende kort na drie, vier, opeenvolgende spurten plots alleen verscheen voor de toenmalige nationale doelwachter, Pol Gernaey, maar dat hij het niet verder bracht dan hem het leer zomaar zonder enige kracht in de handen te shotten.

Het tweede dat Willy zwaar tegen de borst stootte, was van een heel andere aard.  Hij vond het niet alleen eigenaardig maar zelfs oneerlijk vanwege Cercle, maar speelde hij bij de fanionelf, dan stortte Groen-Zwart slechts de helft van het bedrag dat de andere spelers verdienden, op zijn spaarboek.   Dat geen geld aan spelers onder de 21 jaar in de hand uitbetaald werd, kon Willy  aanvaarden, maar dat halveren van het bedrag zat hem hoog.

En het derde waarover Willy zozeer niet te spreken was dat hij het niet kon verzwijgen, is het feit dat Cercle hem na het einde van het seizoen 1957-’58 niet liet meegaan naar A.S. Oostende met Louis Versyp, die in de loop van het voorbije seizoen bij Cercle Guy Thys als trainer vervangen had.  Versyp had Willy graag meegenomen en hem zelfs verzekerd van een plaats in het eerste elftal.  Vermoedelijk, zo denkt, Willy, stelde Groen-Zwart dat veto om te voorkomen dat hij, Willy, bij een rechtstreekse tegenstander terecht zou komen.  Uiteindelijk belandde hij bij F.C. Eeklo, een afdeling lager, en dat na bijzondere inspanningen vanwege het Oost-Vlaamse team, niet dankzij Groen-Zwarte medewerking. 

"Een buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen."

Is het dat, slechts dat, wat het interview opleverde: Niets dan klachten, niets dan negatieve terugblikken bij een speler die het in een ver verleden niet heeft weten waar te maken bij Groen-Zwart?  Wilt u onze ex-Cerclist begrijpen, hem ‘naar waarheid’ inschatten, dan is het nodig dat u meer weet over hem en zijn specifieke persoonlijkheid.  Willy is nooit ‘een voetbalbeest’ geweest.  Dat was hij niet eens toen zijn toekomst als voetballer hem het meest rooskleurig leek.  Als knaap voetbalde hij dolgraag.  Hij woonde in de Ganzenstraat in Brugge en voortdurend voetbalde hij … doorgaans alleen, zelden met vrienden dus, voortdurend de bal tegen de muur shottend.   Toevalligheden leidden hem naar Cercle.  Verschillende keren ontmoette hij Lucien Dhondt, destijds overbekend als Cerclefiguur en als leverancier van bananen, onder meer aan zijn grootmoeder, die een groentewinkel had in de Oude Gentweg.  Een nicht van Willy was getrouwd met Pietje Roggeman, één van mijn favoriete spelers bij het Cercle van niet zo lang na de Eerste Wereldoorlog.  Hoe weinig belang Willy ook aan de kleuren hechtte, het tapijt dat voor hem open gespreid lag, kleurde Groen-Zwart.  Bijzonder typisch voor Willy is het volgende.  Hij speelde weinig bij de Cerclejeugd doordat hij vroeg bij de reserves en de eerste ploeg terecht kwam, maar tijdens de korte tijd dat hij bij de scholieren of de juniores speelde, scoorde hij aan de lopende band.  Bij de eerste ploeg echter trof hij slechts éénmaal raak. Hij scoorde die enige goal als openingstreffer in een thuismatch tegen Racing Doornik, wedstrijd die uiteindelijk op 1-2 verlies uitdraaide. Van naaldje tot draadje kan Willy dat pareltje van een doelpunt beschrijven:  rechts kreeg hij juist voor ‘de zestien’ de bal van ver toegespeeld, hij dribbelde een paar verdedigers, liep met de bal een heel eind naar links, voerde een verrassende crochet uit, keerde terug totdat hij weer midden de breedte van het veld net buiten de zestien terechtkwam, en als bekroning van deze knappe actie knalde hij het leer keihard in de winkelhaak.  Wat hierbij zo typisch is voor Willy is vooreerst de oogstrelende makelij van het doelpunt, maar vooral de commentaar die hij zestig jaar later laat volgen op zijn beschrijving ervan.  “Ik was blij,” zegt Willy, “ja, ik was blij, dat wel, maar ik voelde niks van de euforie zoals vele spelers tegenwoordig demonstreren als ze gescoord hebben.  Zo’n buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen.”  Enigszins in de zelfde lijn ligt wat hij vertelt over zijn verhouding tot zijn medespelers: met iedereen kwam hij goed overeen, maar actief deelnemen aan hun gebabbel lag hem niet, zich volop opgenomen bij die leuke bende voelde hij zich niet.  

En nu, al ben ik geen psycholoog,  hopelijk gunt u het mij, lezer, dat ik even verder nadenk over de verhouding tussen Willy’s persoonlijkheid en de betekenis van Koning Voetbal in zijn leven.  Welnu, ik vroeg Willy of hij tijdens de voorbije jaren  goed zijn boterham verdiend had.  Hij antwoordde mij dat hij 38 jaar in het onderwijs had gestaan, als technisch leraar in de afdeling houtbewerking van het Koninklijk Atheneum van Knokke-Heist.  Met terechte fierheid wees hij mij op het kunstvolle meubilair in zijn living, allemaal zelf gemaakt.  U las al dat Willy geen ‘voetbalbeest’ was.  Koning Voetbal, Cercle Brugge evenmin, heeft ooit wortel geschoten in hem.  Van binnen uit is Willy iemand die meer dan Jan met de pet geniet van wat hij als ‘schoon’ ervaart, van het artistieke, van wat het gewone op een kunstige wijze te boven gaat.  Dat is zelfs zo als het om een doelpunt gaat…  Mij was het niet moeilijk zijn standpunt te begrijpen bij de donkere toekomstvisie voor het voetbal, wereldwijd, die hij, eerder vluchtig, uit de doeken deed toen we daar verder over praatten.  Maar eigenlijk interesseert hem dat niet.  En in welke mate Cercle hem interesseert, bleek overduidelijk uit zijn antwoord op mijn vraag hoe hij tegen het Cercle van vandaag aankijkt.  Twee wedstrijden voor het einde van het eerste periodekampioenschap antwoordde hij: “Ik hoop dat ze erin blijven.”  Neen, zijn wens dat Cercle niet zou degraderen, was niet ironisch bedoeld…

En nu heb ik het wat moeilijk, lezer.  Terecht portretteer ik Willy Craeye als een ex-voetballer voor wie de lederen bal lang niet centraal staat in zijn leven, maar ik vrees dat wat u gelezen hebt de indruk nalaat dat ik hem in de eerste alinea ten onrechte als gezellig en goedlachs heb bestempeld. Wat u las, gaat daar niet tegen in.  “Om naar een voetbalmatch te gaan kijken heb ik geen cent over”, zegt hij, maar van ‘een terrasje’ kan hij echt genieten, en jarenlang al komt hij wekelijks samen met een uitdunnend groepje kameraden.  ‘Uitdunnend’, want onder meer Gaby Savat, jarenlang een door vriend en tegenstander gewaardeerde Clubspeler, is er niet meer bij.  Enkele weken geleden bezocht Willy, samen met Gaston Eeckeman, hun vroegere blauw-zwarte tegenstander in het rusthuis waarin hij verblijft.

"Ondanks alles acht ik mij een gelukkig mens."

Ik beëindigde het interview met een ietwat schalkse vraag. In oktober 1956 verloor Willy zijn eerste match bij Cercle, thuis tegen Racing Tienen, 0-1,  en anderhalf jaar later werd ook zijn laatste Cerclematch een nederlaag, 2-1  op Patro Eisden.  Of hij misschien een ‘geboren loser’ was, vroeg ik hem.  Rustig verzekerde mijn gastheer mij dat hij zich een gelukkige mens acht “omdat mijn vrouw en ik op onze leeftijd nog elke dag samen kunnen genieten van ‘t gene dat we hebben na al wat we zijn tegengekomen.”  Op dat ogenblik had Willy al verteld hoe hij bij Eeklo als voetballer niet had kunnen doorbreken wegens een bijzonder zware hersenschudding die hij nog voor zijn transfer bij een voetbalmatch onder militairen had opgelopen toen een bal van dichtbij keihard tegen zijn hoofd werd geschopt.  Een volle maand verbleef hij in de kliniek en de dokter liet er geen twijfel over bestaan: de gevolgen ervan zouden blijven natrillen, nooit meer zou hij kunnen voetballen als voordien.  Maar het was niet daaraan dat Willy dacht toen hij te verstaan gaf dat hij en zijn vrouw met heel wat tegenslagen werden geconfronteerd.

Neen, het ziet er niet naar uit dat er ooit iemand voor de dag komt met een uitgebreide biografie van Willy Craeye.  Zou het schrijven ervan de moeite lonen?  Wel, uniek zou die biografie zeker zijn.  Net zo uniek zou die zijn, lezer, als die over u, als die over mij en als die over onze buurman.  Geenszins bedoel ik daarmee dat die alledaags zou zijn, wél dat iedereen op een eigen, merkwaardige, wijze zichzelf is en beleeft wat hij of zij meemaakt.  Mij zal Willy bijblijven als een bijzonder getalenteerde jonge voetballer, wiens hart, binnen en buiten het voetbalspel, nooit op de eerste plaats klopte met het oog op sensatie of succes, maar des te meer voor het oogstrelende, het kunstvolle, het gracieuze.

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Jonge spelers begeleiden is onderdeel van mijn job - Jérémy Taravel

De donderdag voor de laatste wedstrijd van het kalenderjaar had ik een gesprek met Jérémy Taravel.  Dat gesprek vond plaats in de rijkelijke beheerraadszaal van Cercle Brugge K.SV.  Net voor de ochtendtraining maakte de dertigjarige Fransman even wat tijd vrij voor een interview.  Hij is bezig aan zijn eerste seizoen bij Cercle en kwam in het tussenseizoen over van AA Gent.  Hij heeft er al een rijkgevulde carrière opzitten en naast zijn functie als speler is hij ook belangrijk als klankbord voor de vele jonge Franstalige spelers die Cercle aan boord heeft.   

Jérémy, je bent een bekend gezicht op de Belgische velden.  Toch heb je ook al ervaring in eigen land en in Kroatië.  Kun je even je sportieve carrière tot nu toe schetsen voor onze lezers?  

Ik begon als zesjarige te voetballen bij lokale ploegen.  Ik ben geboren in Vincennes in de buurt van Parijs.  Vanaf 2003, ik was toen zestien, verdedigde ik twee seizoenen de kleuren van US Crétail-Lusitanos.  Daarna kwam het grote Lille aankloppen.  Daar vervolledigde ik mijn jeugdopleiding en kreeg ik in het seizoen 2007-2008 mijn kans in de eerste ploeg. De concurrentie was evenwel hevig.  Ik deed er toch veel ervaring op.  We hadden toen echt een goede ploeg.  Het tweede seizoen dat ik bij de grote jongens van Lille speelde, werd ik tweemaal uitgeleend.  Een half jaar aan Troyes en de tweede seizoenshelft belandde ik in België, bij Zulte Waregem.  

Bij Zulte Waregem ging het goed, je werd dan ook snel definitief overgenomen door het team van Francky Dury.  

Inderdaad.  Ik leerde in dat eerste half jaar erg veel bij van Francky Dury.  Vooral op het mentale vlak groeide ik enorm.  Bovendien kreeg ik ook de nodige speelkansen.  We eindigden dat seizoen trouwens knap vijfde.  Zulte Waregem en Lille geraakten het snel eens in het tussenseizoen en ik kon ook het seizoen daarop de kleuren van Zulte Waregem verdedigen.  Dat tweede seizoen eindigden we zesde.  

Na anderhalf jaar Zulte Waregem, volgde een langere periode bij Sporting Lokeren.  Je  bleef er maar liefst vier seizoenen, van 2010 tot 2014.  

Dat klopt.  Met Lokeren kende ik een erg goede periode.  We plaatsten ons twee seizoenen op een rij voor Play Off 1.  Bovendien konden we ook een bekerfinale spelen op de Heizel.  We wonnen toen met het kleinste verschil van KV Kortrijk.  Samen met Mijat Maric vormde ik bij de Waaslanders een complementair duo.  We speelden bijna alles, enkele kleine blessures niet te na gesproken.  In totaal speelde ik meer dan 100 wedstrijden voor Lokeren.  Het is een periode om nooit te vergeten.  

Nadien volgde dan de stap naar het buitenland.  Het werd Dinamo Zagreb in Kroatië.  Hoe beviel je dat?  

Erg goed.  Het was voor mij het moment om de stap te zetten.  Ik kende er een leuke tijd en kon veel spelen.  Op een erg hoog niveau, mag ik wel stellen.  We werden tweemaal kampioen en pakten de beker.  Ook Europees speelden we onze wedstrijden.  Het was een stap die ik me zeker niet heb beklaagd.  Mijn eerste kind werd er geboren en familiaal was het beter om na die twee seizoenen opnieuw naar België te gaan.  

Dat werd Gent, maar een succes werd het niet?  

Dat kun je wel zeggen.  Om allerlei redenen klikte het gewoon niet in Gent.  Ik wil daar niet verder over uitweiden, want dat is het verleden.  Ik werd uitgeleend aan het Zwitserse Sion, maar ook dat werd een maat voor niets.  In het vorige tussenseizoen waren er verschillende contacten, maar Cercle Brugge was het meest concreet.  Ik tekende een contract voor twee seizoenen.  

"Dit is echt wel een hoog niveau voor een ploeg in 1B.  Een hoog niveau dat uiteindelijk moet leiden tot de promotie."

Waarom werd het Cercle Brugge en wat was je eerste indruk van de ‘vereniging’?  

Het eerste gesprek was met Francois Vitali.  Ik kende hem nog van bij Lille. Dat eerste gesprek was meteen veelbelovend.  Bij het tweede gesprek kwam ook de toenmalige trainer José Riga erbij.  De gesprekken evolueerden zo goed, dat ik uiteindelijk niet lang twijfelde om hier aan de slag te gaan.  Het is echt een goed project.  Het is niet alleen maar wat spelers kopen en hopen dat de promotie gerealiseerd wordt.  Het is het totale plaatje dat klopt.  De omkadering, de faciliteiten, de begeleiding, het feit dat we elke wedstrijd op afzondering gaan, de aankomende winterstage in Spanje… Dit is echt wel een hoog niveau voor een ploeg in 1B.  Een hoog niveau dat uiteindelijk moet leiden tot de promotie.  

Het huidige seizoen verloopt wat wisselvallig.  De eerste periode eindigde Cercle derde, momenteel volgen we op vier punten van leider Lierse.  

De eerste periode was niet makkelijk.  We moesten echt bouwen aan een nieuwe ploeg.  Bijna alle spelers waren nieuw.  Dat kost natuurlijk tijd en dat was ook ingecalculeerd.  Toch deden we het niet onaardig en konden we zelfs meer punten gehaald hebben mits wat meer geluk.  Momenteel zijn we vijf wedstrijden ver in de tweede periode en totaliseren we acht punten.  Lierse won bijna alles, maar verloor vorig weekend.  Het is een reeks waar de verschillen erg klein zijn en waar we elke match alles moeten geven.  

Ondertussen hebben we ook een nieuwe coach met Frank Vercauteren.   Hoe schat je hem in?  

Elke trainer legt zijn eigen accenten.  De nieuwe trainer heeft veel gesprekken gevoerd, zowel individueel als in groep.  Hij luistert ook naar de inbreng van de spelers.  Momenteel spelen we een systeem met drie centrale verdedigers.  Dat systeem past echt wel bij de groep die we hebben.  Drie centrale verdedigers of twee, dat maakt voor mij eigenlijk niet uit.  De coach zit er trouwens kort op en is erg aanwezig.  

Je bent met je dertig jaar één van de anciens in de ploeg.  Hoe vul je die rol in?  

Ik heb inderdaad de nodige ervaring en ik probeer dat zeker in het elftal binnen te loodsen.  Samen met jongens als Koné en Mercier probeer ik de jonge spelers wat te coachen.  Zowel op het veld als buiten de lijnen.  Er zitten inderdaad erg veel jonge spelers in de kern.  Spelers die soms ook voor het eerst in het buitenland spelen.  Dat is voor hen een erg grote stap.  Samen proberen we ze dus te begeleiden.  

Hoe schat je de rest van het seizoen in?  

We moeten gewoon blijven werken.  Elke dag op training en elke wedstrijd moeten we het volle pond geven.  1B is een reeks waar het kort bij elkaar ligt en waar mentaliteit zeer belangrijk is.  Ik wil zeker de nodige mentaliteit in de ploeg brengen.  

Tot zover het aangenaam gesprek met Jérémy Taravel, een ancien die zijn rol zowel binnen als buiten de lijnen zeer ter harte neemt! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Bart Bogaert, de Supporters Liaison Officer

SHOT sprak met …
 

Bart Bogaert
 

Supporters Liaison Officer


De wat ??? zult u zich afvragen.  Vandaar dat SHOT-online even op de kar springt om wat duiding te geven.
Eén van de verplichtingen om een UEFA-licentie te bekomen is het aanstellen van een (of meerdere) Supporters Liason Officer(s) (SLO).  D.w.z. dat alle ploegen uit 1A en 1B met enige ambitie een dergelijke functie dienen te creëren.  De Pro-League startte met het project in 2016, maar er is nog heel wat werk aan de winkel, o.a. om dit in een wettelijk kader te gieten.
SHOT vroeg tekst en uitleg aan de eerste Groen-Zwarte SLO.

 

Bart, hoe kwam men bij jou terecht?

Ik sta mijn moeder sowieso bij in de persruimte, ze leidt ook de busverplaatsingen, men kent me en zo kwam (hoofdsteward, nvdr) Stefaan met de vraag of ik deze functie wou vervullen.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Een jeugdspeler aan het woord

Ward Vandenbroucke – U10

Eens supporter, altijd supporter. Shot wil daarom ook de allerjongsten aan het woord laten. In deze aflevering stellen we Ward Vandenbroucke voor. Ward woont in Snellegem, is negen jaar oud en verdedigt sinds dit seizoen met veel enthousiasme de kleuren van Groen-Zwart. 

Dag Ward, wanneer ben je beginnen voetballen?

In Snellegem is geen ploeg, dus ik speelde eerst vier jaar voor VKSO Zerkegem, waar ook Denis Viane ooit is beginnen shotten. Vorig seizoen ging het goed en klopten de scouts van KV Oostende, Cercle Brugge en KFC Varsenare aan. 

Waarom heb je uiteindelijk voor Cercle gekozen?

Marc Van Opstaele, de hoofdscout van de jeugd, nodigde me uit om vier keer te komen testen.  Mijn ouders en ik werden hartelijk ontvangen. Ik was onmiddellijk op mijn gemak en had een goed gevoel. Mijn papa zei dat Cercle Brugge al jaren bekend staat om zijn goede en warmmenselijke opleiding. Voor mijn ouders speelden natuurlijk ook praktische redenen mee: de afstand naar Brugge zorgt voor minder tijdverlies dan een verplaatsing naar Oostende. De eerste ploeg van KVO speelt wel in 1A, maar bij de jeugd voetballen we in dezelfde reeks. Ik heb ondertussen geen spijt van mijn keuze, ik ben hier immers heel graag.

De jeugd van Zerkegem speelt gewestelijk voetbal, en nu ben je actief op nationaal niveau. Dat was voor jou wellicht een heel grote stap?

Dit klopt, het verschil is immens. Ik train plots drie keer per week, de oefeningen zijn moeilijker en het niveau van mijn ploegmaats op training en van tegenstanders in wedstrijden is veel hoger. 

In de kern van de U10 zitten 23 spelers. Hoe werkt dit in de praktijk?

Elke ploeg in onze reeks heeft bij de U10 twee teams, die elk wekelijks een 8 tegen 8 wedstrijd spelen. Ook bij ons zijn de 23 kinderen in twee groepen verdeeld. Er bestaat geen A of B-ploeg met de betere of iets mindere voetballers. Om de vier weken wordt daarentegen de groep door elkaar geschud zodat iedereen eens met iedereen speelt. Onze coaches zijn Nicolas Poppe en Pablo Vermote. Het zijn twee heel toffe trainers. Ze hebben een goede band met alle kinderen, vertellen graag eens een mopje en spelen vaak mee met ons.

Je vader Lieven, die jeugdcoördinator is van VKSO Zerkegem, was vroeger een fervent atleet. Hij liep enkele jaren geleden de Marathon des Sables, een zesdaagse ultraloop van 254 kilometer in de woestijn van Marokko bij een temperatuur van meer dan 40 graden.  Ik stel me dan ook voor dat jij een box-to-box voetballer bent die over veel loopvermogen beschikt. Heb ik het juist?

Ik ren veel in een match, maar ik ben toch een ander type speler. Bij Zerkegem speelde ik centraal achteraan, maar daar had ik het te gemakkelijk. Om het voor mij iets uitdagender te maken speel ik nu op de flanken, op de posities 7 en 11, maar ik kan op bijna alle plaatsen uit de voeten. Technisch ben ik goed, ik kan in een 1 tegen 1-situatie een tegenstander uitschakelen als dat moet, en ben vrij snel.  Mijn papa denkt dat ik toch een verdediger zal worden omdat ik het spel het liefst voor mij heb, en voortdurend positioneel denk, maar we zullen wel zien in de toekomst. 

Je hebt je sterke punten opgesomd. Ongetwijfeld zijn er ook zaken waar je nog hard moet aan werken. Welke zijn die?

Ik ben iets te timide op het veld. Het duel moet ik meer durven aangaan. Ik mis nog wat grinta en onverzettelijkheid. Daarnaast moet ik de kwaliteiten die ik heb beter durven gebruiken. Soms ben ik immers te onzeker om een dribbel aan te gaan. Ik moet dus meer geloven in mijzelf. 

"Ik hoop dat de A-kern spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen."

We vroegen aan één van je trainers, Nicolas Poppe, of hij zich kan herkennen in het beeld dat je van jezelf schetst.

(Nicolas) Ik denk het wel. Ward is, zoals hij zelf zegt, tweevoetig maar moet nog meer zijn tweede voet durven gebruiken bij een passeerbeweging. Hij draait heel goed mee in de groep, maar bezit door zijn verleden bij een gewestelijke ploeg nog over heel veel groeimarge, en daar gaan we samen aan werken. Ik wil er nog aan toevoegen dat Ward voor zijn leeftijd zeer matuur is. Hij is bovendien positief ingesteld, ligt goed in de groep en is altijd zeer enthousiast. Het is een plezier om zo iemand in het team te hebben. 

(Ward) Ik ga heel graag trainen, zelfs als het regent en sneeuwt. Ik speel zo graag voetbal dat ik op dinsdag ook nog minivoetbal bij De Zotte Mutse uit Brugge. De voorwaarde van mijn ouders was wel dat ik een goed schoolrapport blijf hebben. 

Hoe doet de U10 het in wedstrijden, Ward?

We spelen matchen tegen bijna alle ploegen van 1A en 1B uit het Vlaamse landsgedeelte.
Er is nog geen klassement, maar de resultaten zijn heel degelijk. Anderlecht, Club Brugge, Lokeren en Gent zijn een maatje te groot, maar we kunnen onze voet zetten naast alle andere tegenstanders.

Volg je ook de competitie van de eerste ploeg?

Natuurlijk! Ik ga ook regelmatig kijken. Mijn favoriet is Yagan omdat hij op dezelfde positie speelt als ik.  Ze mogen niet degraderen want dat heeft enorme gevolgen voor de jeugd en dan spelen we niet meer op nationaal niveau. Ik hoop dat de spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen. 

Laten we hopen dat ze dit lezen, en goed in hun oren knopen! Tot slot, ik hoorde dat je een fervent verzamelaar was van de stickers van het plakboek van Cercle Brugge.

Van mijn ploeg was ik inderdaad het snelst klaar met het vullen van mijn boek. Ik ging een paar avonden naar de Carrefour, wachtte daar aan de kassa, en vroeg aan de mensen die de stickers niet moesten hebben of ik die van hen mocht krijgen, en dat lukte meestal. Ik vond dat plakboek een heel leuk initiatief van Cercle Brugge.

Bedankt voor het interview, Ward en nog veel voetbalplezier!

(D. Vermeersch)

Lees meer