koop tickets online

Praatje met een speler - Serge Gakpé

Op de dag van de vrijwilliger had ik in de statige beheerraadzaal van Cercle Brugge een interview met Serge Gakpé.  Serge ontpopte zich tot een aangename en enthousiaste gesprekspartner.  Met zijn 31 lentes heeft hij er al een goed gevulde carrière op zitten.  Bovendien is hij een speler die eerder naar boven kijkt, dan naar beneden.  Al nuanceert hij het toch wel snel door te stellen dat het behoud de eerste bezorgdheid is en dat daarna PO I misschien in het vizier komt.  Het relaas van een aangenaam gesprek.  

‘Mooie wedstrijden in het verschiet’

Serge, je bent met je 31 jaar één van de meest ervaren spelers bij groen-zwart.  Je kwam al relatief vroeg bij AS Monaco terecht?

"Ja dat klopt.  Ik groeide op in Bondy, een gemeente in de buurt van Parijs.  Het was dan ook de logica zelve dat ik bij een lokaal voetbalteam debuteerde.  In 2001, ik was toen veertien jaar, werd ik opgemerkt door de scouts van AS Monaco.  Ik trok dan ook op die leeftijd naar het ‘Centre de Formation’ van Monaco.  Dat was een grote stap, maar tegelijk ook een kans die ik niet kon laten liggen.  De overstap heb ik me op geen enkel moment beklaagd."

Cerle Brugge KSV

"Ik doorliep alle jeugdreeksen bij AS Monaco en werd ook opgeroepen voor de Franse nationale jeugdreeksen.  Ik speelde wedstrijden voor Frankrijk vanaf de U16 tot en met de beloften.  In 2009 besliste ik om uit te komen voor de Togolese nationale ploeg, aangezien ik de dubbele nationaliteit heb.  Vorig jaar beëindigde ik mijn internationale carrière."

Je werd ook prof bij Monaco?

"Inderdaad.  In 2005 tekende ik een profcontract en begin 2006 debuteerde ik in het eerste van AS Monaco.  Het seizoen 2006-2007 moest het seizoen van de doorbraak worden.  Ik speelde een goede eerste seizoenshelft.  Ik scoorde regelmatig en kon ook vaak beslissend zijn voor de ploeg.  Het tweede deel van het seizoen verliep echter minder goed.  Verschillende blessures hielden me aan de kant.  Ook het seizoen daarop kon ik niet fit beginnen.  Ik werkte hard om terug te keren en toen besliste men om mij een jaartje bij de reserves te stallen.  Ik kon er opnieuw ritme opdoen en bovendien hielp ik toen mee de degradatie te vermijden.  Het seizoen 2009-2010 verliep moeilijk.  Er was een nieuwe trainer en ik werd uitgeleend aan Tours in de Ligue 2.   Ik vond er mijn ritme terug en na dat seizoen keerde ik terug naar Monaco.  Maar ik geraakte niet verder dan de bank.  Ik besloot naar FC Nantes te trekken."

Cerle Brugge KSV

Tijdens die periode bij Nantes werd je ook even uitgeleend aan een Belgische club?  

"Inderdaad, ik heb al ervaring in België.  In 2012 werd ik uitgeleend aan Standard Luik.  Het was een leuke periode.  Ik herinner me dat we toen ook Europees erg goed speelden.  De trainer was toen José Riga en José Jeunechamps (tegenwoordig assistent bij Cercle) was daar toen ook actief.  Ik speelde uiteindelijk van 2011 tot 2015 bij Nantes met dus een seizoentje Standard tussendoor.   Ik deed mijn contract uit bij Nantes en kon toen transfervrij naar Italië.  Het werd Genua.  Dat was niet bepaald een succes.  Ik werd een jaar uitgeleend aan Bergamo en een jaartje aan Chievo.  Nadien ging het voor een jaar naar Amiens."  

En nu zit je dus bij Cercle Brugge.  Waarom de keuze voor groen-zwart?  En is die keuze je bevallen?  

"Er waren een aantal redenen voor de overstap naar Cercle.  Eerst en vooral ken ik de competitie en weet ik dat het niveau in België best wel hoog is.  Een tweede reden is uiteraard de link met AS Monaco."

"Ik werd er gevormd en brak er door op het hoogste niveau.  Ze waren me dus duidelijk niet vergeten.  En dan is er ook nog het feit dat ik twee leden van de technische staf ken uit het verleden.

José Jeunechamps van bij Standard en Laurent Guyot speelde zijn hele carrière bij FC Nantes.  De keuze heb ik me zeker nog geen seconde beklaagd.  De faciliteiten zijn top, de omkadering ook.  Het team is jeugdig, maar er zit toch ook wat ervaring in.   Als één van de meest ervaren spelers probeer ik mij nuttig te maken.  Ik weet wat die jonge gasten nu meemaken.  Ik probeer ze af en toe goede raad te geven."

De sfeer in de ploeg moet nu ook wel goed zijn na de recente 9 op 12?  

"De sfeer is inderdaad optimaal.  Maar dat komt natuurlijk ook door de goede resultaten.  Het is goed dat we reeds 22 punten hebben.  De vorige wedstrijd verloren we in Charleroi en dat was geen goede prestatie.  We kunnen zeker beter.  Eigenlijk moeten we elke wedstrijd aanvatten als de belangrijkste wedstrijd.  Als we dat doen, dan komen de resultaten vanzelf.  Ik kijk uit naar de komende wedstrijden.  We moeten nu tonen dat we ook tegen de goede ploegen ons mannetje kunnen staan en dat de winst in en tegen Genk geen toeval was.  Als we voor de winterstop nog een aantal overwinningen kunnen boeken, dan is de redding zo goed als zeker.  Dan kunnen we na de winterstop naar boven kijken en misschien doen we dan nog wel mee voor de top 6."

Hoe blik je persoonlijk terug op jouw eerste seizoenshelft bij Cercle?  En wat is eigenlijk je favoriete positie op het veld? 

"Goed.  Het begin was wel wat aanpassen.  Ik kwam redelijk laat bij de selectie en moest nog wat werken aan de fitheid.  Maar de laatste maanden gaat het echt wel goed.  Ik ben ook blij met mijn eigen prestaties.  Maar de prestaties van het team primeren natuurlijk.  Ik ben blij dat ik bijvoorbeeld tegen Genk mijn steentje kon bijdragen met een doelpunt.  
Ik heb niet bepaald een favoriete  positie.  Ik kan op verschillende posities uit de voeten.  We hebben nog zo’n aantal spelers in de selectie en dat maakt het interessant en leuk.  Zo kunnen we vaak positiewissels doorvoeren.  Ik kan zowel in de aanval als op de beide flanken uit de voeten."

Cerle Brugge KSV

Tot slot. Hoe zie je de nabije en verre toekomst?  

Ik ondertekende hier een contract van twee seizoenen.  Ik ben hier graag en mijn gezin voelt zich hier goed.  Maar tegelijk kijk ik ook niet te ver vooruit.  Ik weet namelijk uit ervaring dat het in het voetbal erg snel kan gaan.

Tot zover dit gesprek met onze erg sympathieke aanvaller.  Hopelijk mag hij nog vaak beslissend zijn voor groen-zwart! 

(Stijn Sinnaeve)
 

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Bart in Bali

Bart Vermeire (commerciële cel Cercle) was aanwezig op de grootste jaarlijkse ceremonie aan de Besakih tempel in Bali (de grootste Hindoe tempel van Azië) aan de voet van de Gunung Agung vulkaan.
Bij een verbroedering met lokale Hindoe jongeren die hun goden kwamen aanbidden, promootte Bart de Cerclekleuren in Aziatisch motief.

“Ook in het Boedhistisch klooster hebben we gebeden voor het behoud van Cercle op de dag van de wedstrijd tegen Lommel”, klonk het bij Bart.  
Met succes blijkbaar…

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Halfweg

In een vorig leven, eigenlijk nog maar anderhalf seizoen geleden, toen ik nog instond voor de gedrukte versie van SHOT, diende er maandelijks een redactioneel stukje te verschijnen op  pagina 1, dit ongeacht of er voldoende inspiratie was of niet…
Nu heb ik de “luxe” om dit te doen wanneer het me uitkomt of wanneer het tijdstip er het best voor geschikt is.  Het einde van de eerste periode komende zondag lijkt me een gepast  moment om even terug te blikken en een hoopvolle blik in de toekomst te werpen.

Voorafgaand aan het huidige seizoen pende ik iets neer met als titel “optimisme”.  We kenden door de inbreng van AS Monaco een tsunami aan nieuwe spelers.  Toen reeds schreef ik dat het onmiskenbare talent dat we binnenloodsten gekneed moest worden tot een hecht team.  De pers plaatste ons voorop als de te kloppen ploeg.  Vanzelfsprekend had dit (terecht) positief beeld ook een keerzijde, want ploegen plooiden zich dubbel tegen ons.  Wellicht door de jeugdige overmoed werden heel wat punten onwaarschijnlijk te grabbel gegooid.  Overwinningen en verlieswedstrijden wisselden zich af. Om die reden vond ik het ook niet raadzaam er iets over neer te pennen en even de kat uit de boom te kijken.

Een aantal supporters die met (terecht) hoge verwachtingen het seizoen tegemoet zagen, waren regelmatig ontgoocheld (verliespunten in het slot van de wedstrijd bv.).  De ene uitte dit al luidruchtiger dan de andere en niet steeds met zinvolle omschrijvingen (op Roeselare stond er na afloop eentje naast me in de toiletten die luidruchtig verkondigde dat het bestuur buiten moest…).  Eén ding is duidelijk: 1e klasse B is een niet te onderschatten reeks waar elke wedstrijd een cupwedstrijd is.

Naast de “techniekers” in onze ploeg hebben we gelukkig ook een aantal vechters en routiniers.  Een elftal met de juiste mix daaruit samenstellen is de taak van de trainer.

Gentleman José Riga (zoals onze voorzitter hem omschreef tijdens de persconferentie bij de aanstelling van Frank Vercauteren), slaagde daar blijkbaar niet in.  Een op dat ogenblik derde plaats in de eerste periode werd als onvoldoende beschouwd en om de doelstelling van dit seizoen te bereiken, lees: een periode winnen om zo de promotie proberen af te dwingen, werd snel ingegrepen.  Nauwelijks enkele uren nadat de coach zijn kastje leegmaakte werd een persconferentie gehouden waarbij de nieuwe trainer voorgesteld werd.  Velen keken ongelovig naar de naam (die voortijdig uitlekte).  Franky Vercauteren!  Zelfs de nationale TV-zenders vonden eens de weg naar de groene kant van Jan Breydel. Ook de naam van de assistent die hij meebracht wekte verwondering, Vincent Euvrard.  Vincent die bij aanvang van het vorige seizoen nog hoofdtrainer was bij Groen-Zwart.  Mooi om een gekend (Groen-Zwart) gezicht terug te zien.

Op het ogenblik van het ingrijpen - lees trainerswissel - maakte Cercle nog een mathematische kans op de eerste  periodetitel.  Het belangrijkste was wellicht dat er nog drie wedstrijden “inloopperiode” waren naar de volgende, ultieme, kans, nl. de 2e periode.
Dat die inloopperiode nodig is, werd duidelijk op het veld van Lierse.  Elke trainer legt zijn eigen accenten.  De groep moet die opnemen.  In enkele dagen tijd is dit quasi onmogelijk.  Op Lierse was dit duidelijk.  Op Tubize, steeds een moeilijk te bespelen ploeg, zeker in het Stade Leburton, zagen we reeds een gans ander Cercle.  Veel balbezit, vele kansen, maar wat niet wijzigde … weinig omgezette kansen.  Zoals vaak tegen ons speelde de doelman ook weer zijn match van het seizoen.

Maar… er is ook een ander aspect! Sportief hebben we het enkele malen zelf laten liggen, maar “de man in oranje” (in het zwart als het een Nederlander is) liet zich tevens niet steeds van zijn mooiste kant zien.  Gigantische krantenkoppen, bladzijden vol bla bla, analisten op TV die nog meer uit hun nek kunnen kletsen, enz… omtrent de videoref.  Wij moeten het echter stellen met een aantal scheidsrechters waar ik om beleefdheidsredenen mijn mening niet verder over uitdruk.

Ik beperk me tot vorige zondag.  Wat indien de scheids wel zijn job deed bij de duidelijke strafschopfout en/of bij een andere fase Tubize tot tien man herleid zou hebben?
Ga ik te kort door de bocht?  Ik denk het niet.  In “KW sportactua” (20 oktober 2017) laat Dennis van Wijk, met heel wat ervaring in 1B, noteren: “Als je eerste klasse B voor volwaardig wil aanzien, dan moet je stoppen met het als laboratorium voor experimenten te beschouwen.  Nu laten ze hier bij ons jonge refs proefstomen, maar ze vergeten dat één punt meer of minder soms het verschil uitmaakt over het voortbestaan van de club.  Het gaat om profvoetbal, je moet dus ook hier toprefs hebben.”   Einde citaat.

De wedstrijd komende zondag tegen Westerlo, die de eerste periode afrondt, is voornamelijk van belang om het goede wat op Tubize te zien was in het spel te bevestigen en… winnend af te sluiten.  Zo kweek je vertrouwen bij spelers en aanhang.  Het is tevens de ultieme voorbereiding om voluit te kunnen gaan voor de 2e periode die de zondag nadien start met een uitgelezen test tegen Beerschot-Wilrijk.

We starten met een nieuwe lei en hopen in februari een feestje te kunnen bouwen met de periodetitel.

Leve Cercle!

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Jonge spelers begeleiden is onderdeel van mijn job - Jérémy Taravel

De donderdag voor de laatste wedstrijd van het kalenderjaar had ik een gesprek met Jérémy Taravel.  Dat gesprek vond plaats in de rijkelijke beheerraadszaal van Cercle Brugge K.SV.  Net voor de ochtendtraining maakte de dertigjarige Fransman even wat tijd vrij voor een interview.  Hij is bezig aan zijn eerste seizoen bij Cercle en kwam in het tussenseizoen over van AA Gent.  Hij heeft er al een rijkgevulde carrière opzitten en naast zijn functie als speler is hij ook belangrijk als klankbord voor de vele jonge Franstalige spelers die Cercle aan boord heeft.   

Jérémy, je bent een bekend gezicht op de Belgische velden.  Toch heb je ook al ervaring in eigen land en in Kroatië.  Kun je even je sportieve carrière tot nu toe schetsen voor onze lezers?  

Ik begon als zesjarige te voetballen bij lokale ploegen.  Ik ben geboren in Vincennes in de buurt van Parijs.  Vanaf 2003, ik was toen zestien, verdedigde ik twee seizoenen de kleuren van US Crétail-Lusitanos.  Daarna kwam het grote Lille aankloppen.  Daar vervolledigde ik mijn jeugdopleiding en kreeg ik in het seizoen 2007-2008 mijn kans in de eerste ploeg. De concurrentie was evenwel hevig.  Ik deed er toch veel ervaring op.  We hadden toen echt een goede ploeg.  Het tweede seizoen dat ik bij de grote jongens van Lille speelde, werd ik tweemaal uitgeleend.  Een half jaar aan Troyes en de tweede seizoenshelft belandde ik in België, bij Zulte Waregem.  

Bij Zulte Waregem ging het goed, je werd dan ook snel definitief overgenomen door het team van Francky Dury.  

Inderdaad.  Ik leerde in dat eerste half jaar erg veel bij van Francky Dury.  Vooral op het mentale vlak groeide ik enorm.  Bovendien kreeg ik ook de nodige speelkansen.  We eindigden dat seizoen trouwens knap vijfde.  Zulte Waregem en Lille geraakten het snel eens in het tussenseizoen en ik kon ook het seizoen daarop de kleuren van Zulte Waregem verdedigen.  Dat tweede seizoen eindigden we zesde.  

Na anderhalf jaar Zulte Waregem, volgde een langere periode bij Sporting Lokeren.  Je  bleef er maar liefst vier seizoenen, van 2010 tot 2014.  

Dat klopt.  Met Lokeren kende ik een erg goede periode.  We plaatsten ons twee seizoenen op een rij voor Play Off 1.  Bovendien konden we ook een bekerfinale spelen op de Heizel.  We wonnen toen met het kleinste verschil van KV Kortrijk.  Samen met Mijat Maric vormde ik bij de Waaslanders een complementair duo.  We speelden bijna alles, enkele kleine blessures niet te na gesproken.  In totaal speelde ik meer dan 100 wedstrijden voor Lokeren.  Het is een periode om nooit te vergeten.  

Nadien volgde dan de stap naar het buitenland.  Het werd Dinamo Zagreb in Kroatië.  Hoe beviel je dat?  

Erg goed.  Het was voor mij het moment om de stap te zetten.  Ik kende er een leuke tijd en kon veel spelen.  Op een erg hoog niveau, mag ik wel stellen.  We werden tweemaal kampioen en pakten de beker.  Ook Europees speelden we onze wedstrijden.  Het was een stap die ik me zeker niet heb beklaagd.  Mijn eerste kind werd er geboren en familiaal was het beter om na die twee seizoenen opnieuw naar België te gaan.  

Dat werd Gent, maar een succes werd het niet?  

Dat kun je wel zeggen.  Om allerlei redenen klikte het gewoon niet in Gent.  Ik wil daar niet verder over uitweiden, want dat is het verleden.  Ik werd uitgeleend aan het Zwitserse Sion, maar ook dat werd een maat voor niets.  In het vorige tussenseizoen waren er verschillende contacten, maar Cercle Brugge was het meest concreet.  Ik tekende een contract voor twee seizoenen.  

"Dit is echt wel een hoog niveau voor een ploeg in 1B.  Een hoog niveau dat uiteindelijk moet leiden tot de promotie."

Waarom werd het Cercle Brugge en wat was je eerste indruk van de ‘vereniging’?  

Het eerste gesprek was met Francois Vitali.  Ik kende hem nog van bij Lille. Dat eerste gesprek was meteen veelbelovend.  Bij het tweede gesprek kwam ook de toenmalige trainer José Riga erbij.  De gesprekken evolueerden zo goed, dat ik uiteindelijk niet lang twijfelde om hier aan de slag te gaan.  Het is echt een goed project.  Het is niet alleen maar wat spelers kopen en hopen dat de promotie gerealiseerd wordt.  Het is het totale plaatje dat klopt.  De omkadering, de faciliteiten, de begeleiding, het feit dat we elke wedstrijd op afzondering gaan, de aankomende winterstage in Spanje… Dit is echt wel een hoog niveau voor een ploeg in 1B.  Een hoog niveau dat uiteindelijk moet leiden tot de promotie.  

Het huidige seizoen verloopt wat wisselvallig.  De eerste periode eindigde Cercle derde, momenteel volgen we op vier punten van leider Lierse.  

De eerste periode was niet makkelijk.  We moesten echt bouwen aan een nieuwe ploeg.  Bijna alle spelers waren nieuw.  Dat kost natuurlijk tijd en dat was ook ingecalculeerd.  Toch deden we het niet onaardig en konden we zelfs meer punten gehaald hebben mits wat meer geluk.  Momenteel zijn we vijf wedstrijden ver in de tweede periode en totaliseren we acht punten.  Lierse won bijna alles, maar verloor vorig weekend.  Het is een reeks waar de verschillen erg klein zijn en waar we elke match alles moeten geven.  

Ondertussen hebben we ook een nieuwe coach met Frank Vercauteren.   Hoe schat je hem in?  

Elke trainer legt zijn eigen accenten.  De nieuwe trainer heeft veel gesprekken gevoerd, zowel individueel als in groep.  Hij luistert ook naar de inbreng van de spelers.  Momenteel spelen we een systeem met drie centrale verdedigers.  Dat systeem past echt wel bij de groep die we hebben.  Drie centrale verdedigers of twee, dat maakt voor mij eigenlijk niet uit.  De coach zit er trouwens kort op en is erg aanwezig.  

Je bent met je dertig jaar één van de anciens in de ploeg.  Hoe vul je die rol in?  

Ik heb inderdaad de nodige ervaring en ik probeer dat zeker in het elftal binnen te loodsen.  Samen met jongens als Koné en Mercier probeer ik de jonge spelers wat te coachen.  Zowel op het veld als buiten de lijnen.  Er zitten inderdaad erg veel jonge spelers in de kern.  Spelers die soms ook voor het eerst in het buitenland spelen.  Dat is voor hen een erg grote stap.  Samen proberen we ze dus te begeleiden.  

Hoe schat je de rest van het seizoen in?  

We moeten gewoon blijven werken.  Elke dag op training en elke wedstrijd moeten we het volle pond geven.  1B is een reeks waar het kort bij elkaar ligt en waar mentaliteit zeer belangrijk is.  Ik wil zeker de nodige mentaliteit in de ploeg brengen.  

Tot zover het aangenaam gesprek met Jérémy Taravel, een ancien die zijn rol zowel binnen als buiten de lijnen zeer ter harte neemt! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Tienmaal kampioen.. - Pierre Hanon

Wie kan zeggen dat hij ooit de groen-zwarte kleuren in Cercles fanionelftal verdedigde, verdient lof. Wie ooit het paars-wit bij de eerste ploeg van Anderlecht aantrok, kan terecht iets hoger van de toren blazen. Wie ooit als Rode Duivel de eer van ons land verdedigde, mag er bepaald trots op gaan. Wierook vraagt hij niet, maar Pierre Hanon speelde bij Cercle, bij Anderlecht, werd landskampioen, werd bekerwinnaar zowel op nationaal als op Europees vlak, was een sterkhouder als Rode Duivel. Achtenveertig keren verdedigde Pierre ons nationaal elftal, maar het merkwaardigste getal dat hem siert, is …  tien.  Niet één speler in onze hoogste nationale afdeling behaalde  er meer keren dan hij de hoogste titel: tienmaal werd hij kampioen in onze eerste nationale! 

Op 1 juli 1970 werd je officieel  aangesloten bij Cercle, maar jou interviewen, Pierre, kan onmogelijk starten bij 1970. Daar ging al te veel aan vooraf…

Klopt, je moet zelfs niet lang na mijn geboorte, in Anderlecht, eind 1936, van start gaan. Ik was pas drie of vier jaar toen mijn vader, die een café openhield, tegen zijn klanten zei: “Gaan jullie wat opzij zitten, want de kleine moet hier voetballen.” Zeven jaar oud trok ik naar een groot veld waar we tegen elkaar voetbalden met vijftig tegen vijftig, als het niet met honderd tegen honderd was! Als doel zetten we palen in de grond, en het was niet te verwonderen dat het mensen van Anderlecht opviel dat ik een goed schot had, want ik schoot de palen omver.  Ik tekende een aansluiting bij paars-wit, speelde erbij voordat ik tien was en nooit heb ik bij een jeugdploeg van mijn leeftijd gespeeld, altijd hoger. Wat ik me bijzonder goed herinner, is dat de voorzitter van Anderlecht in ons café kwam en tegen vader en moeder zei: “Als díe niet in ons eerste elftal komt, dan komt er nooit iemand in!”

Ik dacht dat je zou beginnen bij Jef Mermans, Arsène Vaillant, Rie Meert, want althans mijn verste herinneringen aan paars-wit gaan terug tot deze Anderlechtpioniers. Misschien noem ik ze ten onrechte ‘pioniers’, maar vóór hun generatie, voor de Tweede Wereldoorlog, speelde Anderlecht nooit kampioen. Nu is paars-wit al aan dertig kampioenentitels toe!

Ik was tien jaar toen mijn favorieten hun eerste nationale titel binnenhaalden. Dat was in 1947. Zelf kwam ik in het eerste elftal toen ik bijna achttien was, in 1954-’55. We verloren thuis tegen Sporting Charleroi met 0-1, maar dat belette niet dat Anderlecht dan al voor de zesde keer kampioen werd. Toen ik in ’70 naar Cercle vertrok, kon ik bogen op iets dat door geen enkele speler overtroffen is: tienmaal kampioen van België! Onze beste reeks zetten we neer van 1964 tot ’68, met vijf kampioenentitels na elkaar. Het was heerlijk, te meer nog daar ons elftal enkel en alleen uit Belgen bestond. Om even terug te komen op de drie spelers die je daarnet vernoemde: met elk van hen heb ik samen in onze fanionploeg gespeeld, zij het slechts enkele keren. Bovendien was het Jef Mermans die mij leiding gaf en mij ons eerste elftal binnenloodste.

"Mijn beste tegenstander ooit?  Pélé!"

Wil  je voor onze lezers  een ruikertje plukken van je meest memorabele herinneringen aan spelers en wedstrijden van vóór je Cercletijd?

Aan de spits van mijn medespelers staan Pol Van Himst en Jef Jurion, samen met een verdediger zoals ik er nooit, zelfs wereldwijd, een betere heb gekend. Ook al is het wel voorgekomen dat zijn speelsheid ons een puntje kostte, een sterker verdedigende spektakelman dan hij, kwam ik nergens tegen. Zijn naam: Laurent Verbiest. Mijn beste tegenstander ooit: Pélé, tegen wie ik drie of vier keer uitkwam. Mijn mooiste herinnering bij de nationale ploeg: 5-1 winst tegen Brazilië, met drie doelpunten van Jackie Stockman. We hebben daar Brazilië zozeer van het veld gespeeld dat ze ons direct na de match al uitnodigden om hun het volgende jaar repliek te gaan geven op eigen bodem. Minstens de helft van onze spelers waren zo vooruitziende dat ze bedankten voor die return, en, jawel, we kregen er dan ook een 5-0 rammeling. Twintig minuten voor het einde was het nog maar 1-0, maar wegens ademhalingsproblemen bij dat vochtige, warme klimaat, stuikten we ten slotte helemaal in elkaar. Op Europees vlak is vooral de uitschakeling van Real Madrid met 1-0 op de Heizel onvergetelijk voor mij, met een doelpunt van Jef Jurion.

Halfweg 1970 trek jij naar Cercle Brugge. Hoe komt een voetbalmonument als Pierre Hanon ertoe, hoewel nog duidelijk ver af van zijn laatste voetbaladem, naar een matige tweedeklasser te trekken die drie jaar voordien nog in de derde klasse uitkwam?

Als ik naar Cercle gekomen ben, was dat niet negentig of negenennegentig maar honderd procent dankzij en voor Urbain Braems. Ik kon onder meer ook naar Club Mechelen, maar het was me duidelijk dat Urbain mij zeer hoog inschatte en hij overtuigde me dat hij mij echt van doen had. Ik kan niet omschrijven wat die overgang voor mij betekende. In het begin had ik het zéér, zéér moeilijk. Het verschil met Anderlecht was enorm. Ik was gewoon voor 30.000 mensen te spelen, kwam nu uit in het armzalige Edgard De Smedt-stadionneke voor een publiek tienmaal minder in aantal.Ook tijdens de week treinde ik ernaartoe voor avondtrainingen. Neen, je begrijpt het niet als je niet ervaren hebt hoe ánders het er bij  Anderlecht aan toe ging, bij Anderlecht met zijn perfecte accommodatie en materiaalvoorziening.  Dat alles terzijde gelaten waren er toch twee dingen die mijn motivatie hooghielden: ik wilde  hoe dan ook aan iedereen bewijzen dat ik het nog kon, en vooral, ik ben nooit, nooit in mijn leven zulke charmante, zulke vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle. Niet alleen maar toch in het bijzonder denk ik hierbij aan Gerard Versyp, aan Johan Versyp en aan Lucien Hautekiet.

"Ik ben nooit in mijn leven zulke charmante, vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle."

En het ging goed bij Cercle! Zeer goed zelfs, aanvankelijk. Tijdens je eerste Cerclejaar al werd Groen-Zwart kampioen en promoveerde dus naar eerste. Ik kan niet voorkomen dat er hierbij toch een vraagje bij me opkomt. Na je unieke carrière bij Anderlecht  daal je af naar een tweedeklasser en direct promoveer je met dat ‘ploegje’ naar de reeks waaruit je weggestapt bent. Was je écht gelukkig met die gang van zaken? Kon  je met hart en ziel opnieuw naar eerste gaan – met Cercle…?

Oh, ja. Met Cercle kampioen spelen in tweede deed me evenveel plezier als kampioen worden in eerste. Zie je, als je een contract afsluit, dan moet je het respecteren. Je moet er volop achter staan, en dan besef je: “Nu speel ik met die ploeg, en net als vroeger komt het erop aan te winnen.” Lukt dat, dan heb je er evenveel plezier aan als iemand die al twintig jaar voor die ploeg speelt.

Het jaar daarop deed Cercle het lang niet onaardig in eerste. Groen-Zwart was vierde halfweg, eindigde als vijfde op één plaats van een Uefa-ticket.

Het begon al fantastisch. De eerste wedstrijd was thuis tegen … Anderlecht! We wonnen met 2-0. ‘k Weet niet of je dat kunt begrijpen, maar hoewel ook dan nog mijn hart voor Anderlecht klopte, was het Cerclegevoel dat mij toen aangreep, overweldigend. Een misschien vergelijkbaar gevoel doorstroomde mij ook bij onze zesde match. We staan 1-0 achter op het veld van Club. Ik pegel een vrije schop van op vijfentwintig meter keihard tegen het net van ex-Cercledoelman Sanders. Wie het gezien heeft, herinnert het zich, ongetwijfeld.  Carlos Desteur lepelde de bal van heel dichtbij op mijn voet, en … raak! Het was een enig mooi doelpunt, maar geen toevalstreffer. Week op week hadden we bij elke training dat nummertje ingeoefend. Zo haalden we 1-1 op Club, en niet veel later lukte het op Club Luik nog eens op die manier te scoren. Nogal wat ploegen hebben het nummertje nadien uitgeprobeerd, maar toch was het vrij vlug op geen enkel veld meer te zien. Was het geen toevalstreffer, efficiënt was het evenmin. Zelf kreeg ik op die manier tijdens de oefeningen gemiddeld zes keren op de tien de bal tussen de palen, maar het scorepercentage was toch wel aan de zeer lage kant. 

"Mijn hart klopte voor Anderlecht, maar het Cerclegevoel greep me toen aan."

Cercle eindigde het volgende seizoen, 1972-73, slechts als elfde. In het feestboek van Roland Podevijn bij Cercles negentigste bestaansjaar wordt dat onder meer toegeschreven aan langdurige kwetsuren, aan schorsingen en aan “wrijvingen met het bestuur (Pierre Hanon)”.  Was het juist geweest indien er niet had gestaan “wrijvingen met het bestuur”, maar “wrijvingen met trainer Grijzenhout”?

Wat je suggereert, klopt helemaal. Niet met het bestuur had ik problemen, enkel en alleen met de nieuwe trainer. Urbain Braems was, helaas, naar Antwerp vertrokken – helaas, want het ging mij onder Urbain zo goed dat ik onder hem misschien wel tot mijn veertigste in eerste klasse had kunnen meedraaien.Graag had hij mij meegenomen, maar mijn contract liep nog één jaar door, en daar hield ik mij aan. Ik moet het niet onder stoelen of banken steken, met de nieuwe trainer, met Han Grijzenhout, heeft het nooit geklikt. Het nam zulke proporties aan dat ik het na enkele maanden niet meer zag zitten. Gelukkiglijk had Cercles bestuur dan het begrip voor mij dat bij Grijzenhout ontbrak.

Het is niet als een stoute vraag bedoeld, Pierre, maar, ja, wat wil je, wij zijn allemaal mensen onderhevig aan psychologische wetmatigheden die ook wel de volgende vraag rechtvaardigen: Kan het bij jou een rol gespeeld hebben dat Grijzenhout als trainer een groentje was en jij als speler een doorgewinterde ex-topvoetballer?

Ik denk inderdaad dat dit heeft meegespeeld.Maar dat neemt niet weg dat Grijzenhout geen greintje respect voor mij opbracht, noch voor mij als persoon, noch voor mij in mijn specifieke situatie. De meeste Cerclespelers waren twintigers.  Ik was 35 jaar.  Ik had een schoolgaande zoon. Als die de vorige twee jaren in juli met vakantie was en de voetbaltrainingen herbegonnen, bezorgde Urbain mij een trainingsschema zodat ik een halve maand van een familiale vakantie kon genieten en daarna toch topfit op de trainingen verscheen. Geen sprake van zo’n situatiebegrip bij Grijzenhout. Integendeel, voortdurend behandelde hij mij alsof ik een spelertje was dat uit Bevordering kwam. Neen, ik heb nooit beweerd dat Grijzenhout op het vlak van het voetbalspelletje op zich geen bekwame trainer was, maar daar waar ik zeer bewust niet boven mijn medespelers uitkraaide, daar waar ik van meet af aan goed in de groep geïntegreerd was, daar waar jongens als John Bogaert, Julien Verriest en Franky Simon bereid waren  voor mij door het vuur te gaan, daar ontbrak het Grijzenhout aan elementair respect voor mij. Overigens: ik geef toe dat mijn houding tegenover Grijzenhout onbewust kan beïnvloed geweest zijn doordat ik bovenaan een heuvel stond en hij onderaan, maar is het niet evengoed mogelijk dat zijn houding tegenover mij voor een stuk juist te verklaren is door zíjn positie daar onderaan?

In overleg met het Cerclebestuur deed jij je derde jaar niet uit en daarna trok je naar Bergen.  Met succes? En wat deed je na Bergen?

Succes? Jawel, want we speelden kampioen in derde en promoveerden dus naar tweede. Ik begon als speler-trainer, maar vond het na een tijdje beter niet meer zelf mee te spelen. Maar, maar, maar … Zie, ik ben geen Vlaming, ik ben geen Waal, ik ben een Brusselaar en ik ben een Belg, maar als wat ik in Brugge en in Bergen heb meegemaakt typisch is voor Vlaanderen en Wallonië, dan is het met de Walen erg gesteld. Cercle was kleinschalig, maar alles was er altijd proper en in orde. Als ik in Bergen twee maanden na de kampioenenviering in de kleedkamers terugkwam, waren die nog altijd dezelfde varkensstallen als direct na die viering.  Mij gaat dat niet, zo’n gebrek aan orde, aan discipline, aan voornaamheid – ik kan er niet tegen. Lang heb ik het dan ook niet uitgehouden in Bergen. Daarna ben ik nog ruim tien jaar jeugdtrainer geweest bij Anderlecht, tot trainer Peruzovic mij voorstelde om de scouting voor de eerste ploeg op mij te nemen. Dat ik dit mocht doen, is voor mij een onvoorstelbare zegen geweest. Het werd het begin van een nieuw, een prachtig hoofdstuk in mijn leven.

Een nieuw, prachtig hoofdstuk in je leven?

Wat ging eraan vooraf? Het voetbal heeft mij eerst en vooral veel plezier bijgebracht.  Nu nog herhaalt mijn vrouw het dikwijls: “Je hebt in je leven geluk gehad. Je hebt kunnen doen wat je graag deed en je bent daar totaal in geslaagd.” Ten tweede heb ik dankzij het voetbal veel mensen leren kennen en veel interessante relaties aangeknoopt. En ten derde dank ik aan Koning Voetbal dat ik goed mijn brood heb verdiend, zozeer zelfs dat ik nu, inderdaad, na mijn voetbalcarrière een prachtig hoofdstuk aan mijn leven kan toevoegen. Het begon als scout bij Anderlecht. Als scout heb ik heel Europa doorgereisd. Dat reizen intrigeerde me zozeer dat ik intussen bijna heel de wereld heb gezien. Reizen is voor mijn vrouw en mezelf, ook nu nog, een festijn. Maanden lang bereid ik onze reizen voor, ter plekke weet ik altijd heel goed wat er het bezoeken waard is, en na elke reis vergt ook het vereeuwigen ervan weken, zo niet maanden tijd. Het bewerken van beeld, klank en kleur, zeg maar, het opmaken van hele filmreportages, vind ik meeslepend en verrijkend. Bijna, bijna geniet ik zoveel van mijn reizen als van het voetballen voordien. En dat is véél gezegd!

U las het al, lezer, Pierre Hanon vraagt geen wierook. Maar het minste dat gezegd kan worden is dat hij een sterke persoonlijkheid is. Hij is zichzelf en hij weet wie hij is. Hij is zich bewust van het toch wel uitzonderlijke dat hij als voetballer gepresteerd heeft. Als er iets is dat hij in zijn omgang met zijn medemensen vereist - en já, dat ís er! -  dan is het  ‘respect’. Wederzijds respect, respectvol benaderd worden en ontvangen respect met respect beantwoorden, bepaalt Pierres levenswijze en –filosofie overduidelijk. Als een vriendelijke, kordate gentleman, die ‘oude waarden’ als voornaamheid,  betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, netheid en vooral respect hoog in het vaandel draagt, zal ik me hem blijven herinneren. Toen Pierre gevraagd werd om voor Shot geïnterviewd te worden, antwoordde hij: “Ja, voor Cercle wil ik dat graag doen” (en ook dan zei  hij, letterlijk, dat hij nooit charmantere mensen dan bij Cercle heeft ontmoet). Ik heb het  hem niet gevraagd, lezer, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat hij er ook toe bereid  was geweest een interview toe te staan voor de supporters van RAEC Mons. 

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Een jeugdspeler aan het woord

Ward Vandenbroucke – U10

Eens supporter, altijd supporter. Shot wil daarom ook de allerjongsten aan het woord laten. In deze aflevering stellen we Ward Vandenbroucke voor. Ward woont in Snellegem, is negen jaar oud en verdedigt sinds dit seizoen met veel enthousiasme de kleuren van Groen-Zwart. 

Dag Ward, wanneer ben je beginnen voetballen?

In Snellegem is geen ploeg, dus ik speelde eerst vier jaar voor VKSO Zerkegem, waar ook Denis Viane ooit is beginnen shotten. Vorig seizoen ging het goed en klopten de scouts van KV Oostende, Cercle Brugge en KFC Varsenare aan. 

Waarom heb je uiteindelijk voor Cercle gekozen?

Marc Van Opstaele, de hoofdscout van de jeugd, nodigde me uit om vier keer te komen testen.  Mijn ouders en ik werden hartelijk ontvangen. Ik was onmiddellijk op mijn gemak en had een goed gevoel. Mijn papa zei dat Cercle Brugge al jaren bekend staat om zijn goede en warmmenselijke opleiding. Voor mijn ouders speelden natuurlijk ook praktische redenen mee: de afstand naar Brugge zorgt voor minder tijdverlies dan een verplaatsing naar Oostende. De eerste ploeg van KVO speelt wel in 1A, maar bij de jeugd voetballen we in dezelfde reeks. Ik heb ondertussen geen spijt van mijn keuze, ik ben hier immers heel graag.

De jeugd van Zerkegem speelt gewestelijk voetbal, en nu ben je actief op nationaal niveau. Dat was voor jou wellicht een heel grote stap?

Dit klopt, het verschil is immens. Ik train plots drie keer per week, de oefeningen zijn moeilijker en het niveau van mijn ploegmaats op training en van tegenstanders in wedstrijden is veel hoger. 

In de kern van de U10 zitten 23 spelers. Hoe werkt dit in de praktijk?

Elke ploeg in onze reeks heeft bij de U10 twee teams, die elk wekelijks een 8 tegen 8 wedstrijd spelen. Ook bij ons zijn de 23 kinderen in twee groepen verdeeld. Er bestaat geen A of B-ploeg met de betere of iets mindere voetballers. Om de vier weken wordt daarentegen de groep door elkaar geschud zodat iedereen eens met iedereen speelt. Onze coaches zijn Nicolas Poppe en Pablo Vermote. Het zijn twee heel toffe trainers. Ze hebben een goede band met alle kinderen, vertellen graag eens een mopje en spelen vaak mee met ons.

Je vader Lieven, die jeugdcoördinator is van VKSO Zerkegem, was vroeger een fervent atleet. Hij liep enkele jaren geleden de Marathon des Sables, een zesdaagse ultraloop van 254 kilometer in de woestijn van Marokko bij een temperatuur van meer dan 40 graden.  Ik stel me dan ook voor dat jij een box-to-box voetballer bent die over veel loopvermogen beschikt. Heb ik het juist?

Ik ren veel in een match, maar ik ben toch een ander type speler. Bij Zerkegem speelde ik centraal achteraan, maar daar had ik het te gemakkelijk. Om het voor mij iets uitdagender te maken speel ik nu op de flanken, op de posities 7 en 11, maar ik kan op bijna alle plaatsen uit de voeten. Technisch ben ik goed, ik kan in een 1 tegen 1-situatie een tegenstander uitschakelen als dat moet, en ben vrij snel.  Mijn papa denkt dat ik toch een verdediger zal worden omdat ik het spel het liefst voor mij heb, en voortdurend positioneel denk, maar we zullen wel zien in de toekomst. 

Je hebt je sterke punten opgesomd. Ongetwijfeld zijn er ook zaken waar je nog hard moet aan werken. Welke zijn die?

Ik ben iets te timide op het veld. Het duel moet ik meer durven aangaan. Ik mis nog wat grinta en onverzettelijkheid. Daarnaast moet ik de kwaliteiten die ik heb beter durven gebruiken. Soms ben ik immers te onzeker om een dribbel aan te gaan. Ik moet dus meer geloven in mijzelf. 

"Ik hoop dat de A-kern spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen."

We vroegen aan één van je trainers, Nicolas Poppe, of hij zich kan herkennen in het beeld dat je van jezelf schetst.

(Nicolas) Ik denk het wel. Ward is, zoals hij zelf zegt, tweevoetig maar moet nog meer zijn tweede voet durven gebruiken bij een passeerbeweging. Hij draait heel goed mee in de groep, maar bezit door zijn verleden bij een gewestelijke ploeg nog over heel veel groeimarge, en daar gaan we samen aan werken. Ik wil er nog aan toevoegen dat Ward voor zijn leeftijd zeer matuur is. Hij is bovendien positief ingesteld, ligt goed in de groep en is altijd zeer enthousiast. Het is een plezier om zo iemand in het team te hebben. 

(Ward) Ik ga heel graag trainen, zelfs als het regent en sneeuwt. Ik speel zo graag voetbal dat ik op dinsdag ook nog minivoetbal bij De Zotte Mutse uit Brugge. De voorwaarde van mijn ouders was wel dat ik een goed schoolrapport blijf hebben. 

Hoe doet de U10 het in wedstrijden, Ward?

We spelen matchen tegen bijna alle ploegen van 1A en 1B uit het Vlaamse landsgedeelte.
Er is nog geen klassement, maar de resultaten zijn heel degelijk. Anderlecht, Club Brugge, Lokeren en Gent zijn een maatje te groot, maar we kunnen onze voet zetten naast alle andere tegenstanders.

Volg je ook de competitie van de eerste ploeg?

Natuurlijk! Ik ga ook regelmatig kijken. Mijn favoriet is Yagan omdat hij op dezelfde positie speelt als ik.  Ze mogen niet degraderen want dat heeft enorme gevolgen voor de jeugd en dan spelen we niet meer op nationaal niveau. Ik hoop dat de spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen. 

Laten we hopen dat ze dit lezen, en goed in hun oren knopen! Tot slot, ik hoorde dat je een fervent verzamelaar was van de stickers van het plakboek van Cercle Brugge.

Van mijn ploeg was ik inderdaad het snelst klaar met het vullen van mijn boek. Ik ging een paar avonden naar de Carrefour, wachtte daar aan de kassa, en vroeg aan de mensen die de stickers niet moesten hebben of ik die van hen mocht krijgen, en dat lukte meestal. Ik vond dat plakboek een heel leuk initiatief van Cercle Brugge.

Bedankt voor het interview, Ward en nog veel voetbalplezier!

(D. Vermeersch)

Lees meer