koop tickets online

Retro - Björn Sengier geïnterviewd

RETRO
 

Twee jaar tussen de palen op Olympia…    
                                 

Björn Sengier geïnterviewd
 

Het kan iedereen overkomen. Je presteert prima in een of andere organisatie, je voelt je er kiplekker. En plots, niet alleen onverwacht maar naar je overtuiging ook onterecht, daar krijg je een koude douche over je lijf. Zo ijskoud is die douche dat ze je noodzaakt een einde te maken aan het verhaal dat je aan het schrijven bent. Niet dat er geen leven meer is na die shock, dat niet, maar toch wel zo dat het je bijzonder zwaar uitvalt een nieuwe start uit te zoeken en het roer weer op te nemen. De vraag die zich hierbij opdringt: Eens dat het tijd tot bezinken heeft gehad, hoe kijkt ‘het slachtoffer’ naar wat hem destijds overkomen is? Ligt het gebeuren hem zo zwaar op de maag dat het hem niet eens mogelijk is waardering uit te spreken voor wie en voor wat hij destijds heeft mogen meemaken?  “The time is a great healer,” beweren de Engelsen, en Björn Sengier bewijst dat het waar is.

Was je als kind al in de ban van Koning Voetbal, Björn?  Stam je uit een voetbalminnend milieu?

Ik woonde in Petegem, en voor mij bestond er nauwelijks iets anders dan voetbal.  Er waren nogal wat pleintjes in onze woonbuurt, en was er buiten de lesuren op de speelplaats van onze school geen bal te zien, dan vond je zeker een hele bende van ons op die veldjes aan het shotten.  Van meet af aan was ik altijd keeper, het was een spontane voorkeur.  Vader heeft ook gevoetbald, zij het op lager niveau, en hij zag mij en ons graag bezig.

Cerle Brugge KSV

Supporterde jij voor Sparta Petegem, voor Racing Gent-Zeehaven of voor de Gentse Buffalo’s?

Je zult het wellicht niet graag horen, maar op school was zowat iedereen ofwel voor Club Brugge, ofwel voor Anderlecht.  Er waren dus twee clans, en ik herinner me dat er op de speelplaats één jongetje met een zwart-groene sjaal rondliep.  Ik was niet voor Anderlecht, en ik was ook dat jongetje niet…  Maar kijk, denk maar niet dat ik daar last van gehad heb toen ik jaren later bij Groen-Zwart terecht kwam.  Is het niet vanzelfsprekend dat jij als kind je inpast bij een vriendengroep, en dat je als professionele voetballer de kansen grijpt die je geboden worden? 

Maar zelf speelde je bij de jongste voetbalploegjes van Sparta Petegem?

Ja, niet lang, en professioneel ben ik pas gaan voetballen bij Cercle.  Bijna heel mijn jeugd heb ik bij KV Kortrijk doorgemaakt, van mijn twaalf tot mijn achttien jaar.  Daarop volgden SK Deinze en FC Eeklo.  Bij Eeklo nam ik een grote stap voorwaarts.  Ik kende er een zo schitterend seizoen, dat Danny Van de Velde, keepertrainer bij Cercle, op het einde van dat ene jaar ervoor zorgde dat ik naar Groen-Zwart getransfereerd werd.

Cerle Brugge KSV

Dat gebeurde halfweg 2000.  Cercle  had al drie jaar ontgoocheld als titelkandidaat voor promotie naar Eerste.  Het vierde, en ook het volgende, dat waren dan jouw twee seizoenen bij Groen-Zwart, resulteerden evenmin in de zo vurig verhoopte overgang.

Dat klopt.  Zo is het uitgevallen.  We waren nochtans gedreven, enthousiast, en we wilden absoluut naar Eerste.  Elke speler evenzeer?  In principe is het nooit uitgesloten dat een of andere speler er minder op gebrand is te promoveren, in het achterhoofd kan altijd het idee opkomen dat de kans op een basisplaats hogerop kleiner is.

(foto: De nieuwkomers in augustus 2000: A. Camara, M. Makhloufi, D. Avonture, J. Nierynck, J. Siljanoski, S. Sanda, B. Sengier)

We waren alleszins een hechte groep en als team deden we al wat we maar konden om naar ’s lands hoogste afdeling  door te stoten.  Het heeft er ook even naar uitgezien dat het goed zat met de kans daartoe.  Tijdens mijn tweede jaar speelden we de eindronde.  Het begon schitterend met een overtuigende overwinning tegen Ingelmunster, maar tot onze eigen verwondering viel de motor stil daarna.  We haalden nog slechts één punt tegen Bergen, dat uiteindelijk promoveerde.

Wat is je verder het best bijgebleven uit die twee Cerclejaren?

Vooral heb ik Cercle als een warme vereniging gekend, en aI heb ik geen contact meer met hen, ik denk nog met plezier aan heel wat Cerclevolk van toen.  Ik kan zomaar voor de vuist  alle basisspelers opnoemen met wie ik samenspeelde, en ook met de supporters ging het er hartelijk aan toe.  Ja, er zaten leuke kleppers in onze ploeg, en je moet er tussen zitten om te weten hoe belangrijk dat is voor een team.  Johnny Nierynck, bijvoorbeeld, was niet de meest getalenteerde voetballer, maar niet alleen door zijn tomeloze inzet tijdens de matchen, ook als altijd positief ingestelde sfeerschepper stuwde hij Groen-Zwart vooruit.  Onze ‘Zeekapitein’ was ervoor bekend, en terecht!  Er waren nog spelers die voor de goede sfeer zorgden, hoor,  Kristoff Van Robays, Hendrik Van Hende, Fabio Vergucht en  Mo Kanu onder andere.

Cerle Brugge KSV

 

Het verheugt me dat je Cercle zo uitdrukkelijk als een warme vereniging hebt aangevoeld, maar ik durf het haast niet op te nemen in het interview.   Er zijn al zoveel geïnterviewde ex-Cerclisten die iets gezegd hebben dat daarop neerkomt, ik heb het al zo dikwijls in interviews vermeld, dat regelmatige lezers ervan wel zouden gaan denken dat ik jullie de pap in de mond geef.  Niet alleen ‘geef’, ‘duw’ zelfs…

Cerle Brugge KSV

O, neen, ik meen het zeker oprecht als ik zeg dat ik bij Cercle veel warmte heb gekend, en dat zowel onder ons, spelers, als rond het veld vanwege de supporters.  Over het Cercle van vandaag kan ik niet oordelen, maar het zou jammer zijn als dat zou afgenomen zijn.  Dat gevoel van één grote familie te zijn is moeilijk te omschrijven, maar het was zeker eigen aan Cercle zoals ik het mocht beleven.   Op en rond Olympia voelden we ons helemaal thuis.

(foto: Samen met Denis Viane als peter op een supportersfeest in Eernegem (2001).)

Sympathiek klinkt het niet wat ik nu zeg, maar: “Mooie liedjes duren niet lang.”  Je bent slechts twee jaar bij Cercle gebleven.  Hoe komt het dat er zo gauw een einde kwam aan je tijdperk bij Groen-Zwart?

Dat kwam door het enige dat me bij Cercle niet is meegevallen, maar het was dan ook een harde klap die me werd toegediend.  Tijdens de twee seizoenen vóór mij was Ricky Begeyn de vaste waarde in het Cercledoel.  Toen ik na hem kwam, speelde hij twee jaar bij SV Roeselare.  Bij Cercle presteerde ik goed.  Is een bewijs nodig?  In 2000-2001 speelde ik 32 competitie- en 6 bekermatchen bij Cercle.  Het jaar erop respectievelijk 39 en 2.  Je mag gerust schrijven dat ik voor Groen-Zwart meer punten gewonnen heb dan ik er zou verloren hebben.  En wat gebeurde er juist vóór het begin van de eerste trainingen van het seizoen 2002-2003?  Via de media vernam ik dat Ricky een contract voor vijf jaar bij Cercle aangeboden had gekregen en ondertekend.  Kun jij je indenken wat mij door het hoofd ging?  Weet je wat dat is, het vooruitzicht om daar misschien vijf jaar lang op de bank te moeten zitten?  Ik was een ambitieuze prille twintiger, ik twijfelde niet aan mijn eigen kunnen, en ik wist dat ik bij één bestuurslid van Groen-Zwart in ongenade was gevallen, iemand die al lang weg is van Cercle.  En al te vluchtig dan ben ik naar Nieuwkerken overgegaan, één afdeling lager dan Cercle en tegenwoordig FCN Sint-Niklaas.  Dat was geen meevaller, zodat ik blij was toen SK Deinze, waarbij ik al gespeeld had, na één jaar weer bij mij aanklopte.

Ik interview je hier in een prachtige, zeer ruime cafetaria naast het veld van Deinze. Bijna alles wat ik rond ons zie is oogstrelend in oranje en zwart gekleurd, maar je tweede periode als doelman hier duurde ook maar twee jaar.  Je hebt nadien nog voor een zestal ploegen in het doel postgevat.  Je hebt zelfs de grens naar Nederland overgestoken.

In België trad ik nog op bij Zulte-Waregem, SK.Lommel (toen Lommel United), FC Antwerp en Sporting Hasselt.  In Nederland kende ik twee heerlijke jaren bij Willem II en vooral bij Helmond, waar Antwerp me na één seizoen wist weg te halen.  Het is echt wel anders voetballen bij onze Noorderburen.  De technische vaardigheid komt er meer aan bod dan hier, het fysieke is er minder dominant.

Maar jij stond tussen de palen.  Voor jou zal dat toch geen groot verschil uitgemaakt hebben?   Zeg eens, hoe kijk je na al die jaren op jezelf als doelman neer?  Wat voor een keeper was jij,  wat waren je sterke kanten en wat had wellicht beter gekund?

Akkoord, voetballen in Nederland of in België verschilt meer voor veldspelers dan voor de doelman, maar je moet dat toch wat relativeren.  Meer dan vroeger is een doelman intens betrokken bij al wat zich op de grasmat afspeelt.  Natuurlijk moet hij zijn werk tussen zijn palen goed verrichten, maar wat van hem uitgaat heeft niet alleen zijn weerslag binnen de kleine of de grote rechthoek.  Wat hij als keeper betekent, heeft een belangrijke weerslag op de prestatie van  het team over heel het veld.  Ik bedoel meer dan dat opvallender dan bij veldspelers winst of verlies kan afhangen van één of enkele goede of kwalijke tussenkomsten van hem, van een fantastische redding of van een vreselijke flater, maar dat het zijn medespelers vleugels geeft als ze weten dat ze kunnen rekenen op een keeper die alles klaar voor ogen ziet.  Van alle spelers is hij de enige die kan zien wat zich over heel het terrein voordoet.  Het is dan ook van belang dat hij onafgebroken meeleeft bij al wat op dat ruime veld gebeurt.  Geeft hij richtlijnen in de mate van het mogelijke en ondervinden zijn ploegmaats dat die kloppen, dan weten zij dat ze op hem kunnen rekenen.  Het doet er zelfs niet toe of de bal tijdens heel de match maar enkele keren in zijn buurt komt of dat zijn kooi voortdurend bestookt wordt, als zijn medespelers weten dat ze zo’n klaarziend slotstuk achter zich hebben, geeft dat een enorme boost aan hun zelfvertrouwen.  Was ik lang geen Jean-Marie Pfaff, geen Preud’homme, geen Courtois, toch geloof ik dat er een gunstige invloed uitging van mij op het hele team, dankzij mijn alerte, verbale deelname aan het spel.  Ik zei al dat ik voor Cercle als keeper zeker een gunstige balans kan voorleggen, en dat was bij de ploegen erna niet anders.  Mijn technisch talent was behoorlijk, zonder dat het buitengewoon was, maar wegens mijn totaaldeelname aan het gehele wedstrijdgebeuren, niet alleen met handen en voeten maar ook met mijn ogen en mijn stem, bevorderde ik in ons team een zekere organisatie die uitging vanuit mijn doelgebied en, niet minder belangrijk, zo stimuleerde ik het zelfvertrouwen van onze veldspelers.

Je lijkt me in de wieg gelegd om trainer, keepertrainer dan wellicht, te worden?  Of is dat je ambitie niet?

Ja, ik ben al een eind ver op weg daarnaar.  Keepertrainer word ik niet, maar gewoon trainer, dat zit erin, en hopelijk komt het zover.  Ik ben 39, en ik ben een paar maanden geleden gestopt als keeper bij Sporting Hasselt omdat ik de kans kreeg om commercieel medewerker te worden bij SK. Deinze, de enige ploeg waarbij ik speelde vóór en na Cercle. 

(foto: Promotionele foto met enkele ploegmaats en coach van Wijk in de spelershome.)

Cerle Brugge KSV

Ik heb die kans met beide handen gegrepen, want ik wil zeker zo lang het ook maar enigszins kan, actief blijven in de wereld van het voetbal. Zonder voetbal was ik wellicht schrijnwerker geweest, gespecialiseerd in het maken van houten trappen, maar dat lederen ding en al wat ermee samenhangt, intrigeert me zozeer dat ik mij mijn leven zonder voetbal nauwelijks kan voorstellen.  En van trainers gesproken, ik heb er nogal wat gekend, maar slechts één bij Cercle, en dat is dan ook de trainer die ik als trainer en als mens het meest bewonder, Dennis van Wijk.  Het heeft wel wat geduurd voordat ik hem zo apprecieerde, want hij kan vreselijk hard zijn, maar dat is hij alleen zolang hij het bevorderlijk acht voor jou.  Het is merkwaardig, maar als je Dennis als trainer hebt gehad, dan is de kans groot dat je hem ofwel bijzonder hoog acht, ofwel dat je het liefst nooit meer aan hem denkt…

Hoef ik erop terug te keren, lezer, hoe Björn tegen zijn periode als Cercledoelman aankijkt?  Hij steekt zijn ontgoocheling over wat hij na die twee jaar te verduren kreeg niet onder stoelen of banken, maar hij beseft dat het niet onverdeeld ‘de Vereniging’ is die hem die klap toediende. Misschien blijkt zijn houding nog het best uit de laatste woorden die hij liet horen vooraleer ik uit Deinze wegreed: “Sinds mijn Cercletijd ben ik niet meer naar Groen-Zwart gaan zien in Olympia. Het is stilaan tijd dat ik dat wél eens doe.” Van zijn heerlijke Cercletijd met zo‘n ‘warm’ Cerclevolk heeft Björn zozeer genoten dat zijn sympathie voor onze favoriete Vereniging na zijn pijnlijk afscheid op een laag pitje kon blijven smeulen, maar uitdoven zal die nooit.

 

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Historiek van de shirtsponsors

Actueel zijn de Cercle-truitjes maagdelijk blank op de borst.  De fiere witte dwarslijn loopt ononderbroken van de rechterschouder tot de linker heup.
Door de jaren heen prijkten er echter vijftien verschillende hoofdsponsors op de truien.  Recordhouders (8 seizoenen) zijn onze recentste hoofdsponsor, die thans nog steeds op de rug prijkt, ADMB en ABB-verzekeringen.  Rodenbach, die voor de supporters (naast Ysco) de lekkerste sponsor was (gezien de talloze gratis vaten…), prijkt op nr 3 met zes seizoenen. 

De eerste vorm van sponsoring op de voetbaluitrusting kwam er bij Cercle in de jaren ’60.  Het betrof eerst CULLIGAN (waterverzachters, koelers, …) en daarna de olieproducten “SINCLAIR” (Amerikaanse maatschappij opgericht in 1916 en genaamd naar de stichter).  Deze publiciteit kwam voor op de trainingsvesten van de spelers.  Shirtreclame was toen nog niet toegelaten.  

Het logo van Sinclair was een groene dino (eigenlijk een Brontosaurus).  Ik herinner me nog goed hoe voorafgaand aan sommige wedstrijden de spelers plastic groene dino’s in de tribune van het Edgard De Smedtstadion gooiden.  
Even als uitsmijter: het dino logo werd gekozen omdat de firma een link wilde leggen met de enorme ouderdom van de grondstof waaruit hun producten gemaakt werden (en nog steeds worden).

1966-1967

1967-1968

 Vanaf het seizoen 1972-1973 werd shirtreclame (onder strikte voorwaarden zoals één hoofdsponsor en niets meer) toegelaten.  Meteen ook de aanleiding waarom de thans befaamde retro-truitjes slechts één volledig seizoen gedragen werden (1971-1972).
Cercle begon met een smakelijke sponsor, nl. het product met de toepasselijke naam “GOAL” van Chocolade Jacques.

Op de ploegfoto van het seizoen 1973-1974 prijken de spelers weliswaar nog eenmaal met de mooie truitjes met C-logo, maar algauw wijzigden de truitjes met een nieuwe sponsor, nl de ferry maatschappij TOWNSEND THORESEN met aanlegplaats in Zeebrugge.

Met het West-Vlaamse YSCO kwam er stabiliteit in deze sponsoring, want de ijsjesfabrikant prijkte drie seizoenen op de truien (74-75, 75-76 en 76-77).

1974-1975

Nog meer stabiliteit in de volgende veertien seizoenen.  ABB-verzekeringen nam de eerstvolgende acht jaar voor zijn rekening (77-78 t/m 84/85).

1982-1983

De volgende zes jaar (85-86 t/m 90/91) waren voor RODENBACH.  Een periode waar de (dorstige) supporters met heimwee aan terugdenken.  Niet alleen omwille van het voetbal (met de klassespelers die we in die periode hadden), maar zeker ook omwille van de gulle sponsor naar de supporters toe…

1986-1987

In 1991-1992 een kort intermezzo met 49-JEANS dat eerder ook al sponsor van onze buren geweest was.

Toen volgden drie jaar met het Brugse benzine/diesel merk PETROS (92-93 tot zowat half 94-95).  Door “omstandigheden” werden die drie seizoenen niet voltooid en kwam het sokkenmerk BREITEX voor de rest van het seizoen op de shirts.

 Vervolgens, 95-96 en 96-97, kwam YSCO terug op de proppen en viel ook een regelmatig  gratis ijsje in de gratie van de supporters.

Daarna ging Cercle de “auto-toer” op met RENAULT, welke vier seizoenen op de groen-zwarte shirts prijkte (97-98 t/m 00-01).

1998-1999

Wat de nieuwe sponsor in 2001-2002 inhield, was niet zo meteen duidelijk voor de modale supporter.  Het betrof RES, een Barter-system waarbij o.a. handelaars onder elkaar konden/kunnen afrekenen met een eigen puntensysteem dat een geldwaarde vertegenwoordigde.  RES bleef twee seizoenen sponsor, het 2e seizoen in co-sponsoring met Standaard Boekhandel, en pikte ongetwijfeld een graantje mee met de extra publiciteit bij de promotie naar 1e afdeling in 2003.

De daaropvolgende twee seizoenen (03-04 en 04-05) was het lezen geblazen want STANDAARD BOEKHANDEL van voorzitter Frans Schotte blonk op de truien.

Tijdens de drie seizoenen nadien kregen we telkens een nieuwe hoofdsponsor en telkens uit een volledig andere branche.  In 2005-2006 was het de nationale telefooninlichtingendienst 1207, in 2006-2007 de voedingssupplementen VITAFYTEA en in 2007-2008 de campingvakanties VACANSOLEIL.

  

Ik schreef reeds dat in de jaren ’70 en ‘80  er een behoorlijke stabiliteit was i.v.m. de hoofdsponsors.  In het seizoen 2008-2009 zette ADMB de eerste stap om zich naast sponsor ABB-verzekeringen van destijds te plaatsen.  Deze HR-dienstengroep bleef eveneens maar liefst acht seizoenen hoofdsponsor van Cercle en is nog steeds co-sponsor (rugreclame).

Tijdens het vorige seizoen (2016-2017) had Cercle geen hoofdsponsor maar stond de vermelding van BUSINESS KRING 12 op de truien.

Noot: Van zodra dit toegelaten was prijkten ook tal van cosponsors op de shirts.  Vaak ook trouwe.  Niet in het minst de firma VAILLANT die Cercle zowat 25 jaar sponsorde met o.a. rugpubliciteit.

Tot zover dit beknopt overzicht betreffende zowat vijfenveertig jaar hoofdsponsors op de groen-zwarte truien.

 

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Kampioenen!

Na publicatie van dit stukje zijn er nog twintig dagen te gaan tot de viering van Cercle in Brugge.  Als opwarmertje even een terugblik op de vorige promotie.  

Vijftien jaar geleden promoveerde Cercle, na een verblijf van zes jaar in tweede, terug naar eerste afdeling.

Ook toen was het super spannend tot het eindsignaal in de laatste wedstrijd.  Geen dubbele finale zoals nu, maar de allerlaatste competitiewedstrijd.  Bij Groen-Zwart altijd suspense, nietwaar?

In mei 2003 kon Cercle kampioen spelen op één speeldag voor het einde.  Mits winst op het veld van Zulte-Waregem was het feesten geblazen.  Een indrukwekkend Groen-Zwart supporterslegioen trok naar de Gaverbeek.  Lang zag het er naar uit dat de buit binnen was.  De scheidsrechter besloot er anders over en gaf de Gaverbeekjongens een strafschop cadeau en Denis Viane rood.  Een duidelijke strafschopfout er na op Arys leverde … een gele kaart  op voor onze aanvaller.  Je zou hier een “Brys’ke” kunnen over opzetten.

Het moest dan maar thuis gebeuren op de laatste speeldag (11 mei) tegen het bescheiden Dessel Sport.  De schrik sloeg iedereen om het hart toen de bezoekers zowaar op een 0-1 voorsprong kwamen.  Twee kopbaldoelpunten van Sebastien Stassin zorgden echter voor de langverwachte (en broodnodige) promotie.

De toen ongeveer 6000 toeschouwers gingen uit de bol.  

Op zaterdag 24 mei werd Cercle gehuldigd door zowel de stad Brugge (Burgemeester Moenaert) publiekelijk op de Markt, als door de Provincie West-Vlaanderen (Gouverneur Breyne) in het Provinciaal Hof.  

Tot 21 april 2018.

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Laatste koploper van heerlijke reeks? Frederik Boi

Frederik Boi weet wat waardering verdient, en wat niet.  Van statistieken houdt hij niet.  Zozeer is hij ervan doordrongen dat voetbal een teamgebeuren is dat hij lijsten van top-schutters en meeste assists eerder als een bekoring tot individualisme beschouwt dan als een uitdrukking van verdienste.  Al staat hijzelf er niet bij stil, zijn naam prijkt bovenaan een heerlijke, statistische weergave. Vragen we ons af welke Cerclespeler voorlopig de laatste is die meer dan driehonderd keren in een officiële match de Groen-Zwarte kleuren verdedigde, dan is ‘Fré’ het antwoord. Met 325 wedstrijden nam hij die koppositie in na zijn laatste Cerclematch in april 2014.  Daarmee verdrong hij na bijna drie jaar Denis Viane van die plaats, die op niet minder dan 383 beurten kan bogen.  En wie zal Fré opvolgen?  Bij het zo veranderde voetballandschap, is de kans op een opvolger wel flinterdun.

Fré, het vorige retro-interview vond plaats in Stekene ten huize van Anthony Portier, nu zitten we hier in jouw huis in Sint-Andries, rechtover de Olympiaterreinen.  Jij en Anthony komen om dezelfde reden aan de beurt: je beëindigt een lange, in hoge mate Zwart-Groen gekleurde, voetbalcarrière.   Anthony houdt ermee op wegens knieletsels, tijdwinst voor zijn gezin en omdat het plezier aan het spel er niet meer is.  En jij, waarom?

Aan meer tijd voor mijn gezin en familiale aangelegenheden hecht ook ik veel belang,  maar bovendien is  de combinatie van mijn werk en competitief voetballen niet meer mogelijk.  Ik droomde er al van voetballer te worden toen ik nog niet eens op de lagere school zat, maar nog voor ik naar het middelbaar ging intrigeerde mij ook alles wat met informatica te maken had.  Sinds een half jaar werk ik nu bij Epson, een Japans bedrijf met wereldwijd 70.000 werknemers, dat printers, scanners en projectoren produceert.  Zozeer een droomjob is dat voor mij, dat ik er de tijdrovende verplaatsing graag bijneem.  Elke werkdag trotseer ik met mijn auto de afstand tussen thuis en Diegem, in de buurt van de Nationale Luchthaven.  Dat komt gemiddeld neer op tweemaal honderd minuten. Per trein zou het even lang duren, en geregeld neem ik zware pakken materiaal mee.

Je hebt ettelijke paren voetbalschoenen bij de Cerclejeugd versleten.  Wat is je uit je prilste Cerclejaren vooral bijgebleven?

Ik kwam als vanzelf als vijf- of zesjarige in het spoor van mijn neef en broers in Cercles Voetbalschool terecht.  De Groen-Zwarte jeugdopleiding stond hoog aangeschreven, het niveau moest zeker niet onderdoen voor dat van ‘de buren’.  Ik was tenger en klein zodat ik  fysisch iets achter was op mijn leeftijdgenoten, maar mijn trainers zagen wel kwaliteiten in mij.  Cercle had toen niet alleen nationale maar ook provinciale jeugdploegen, en meer dan mijn medespelertjes ging ik over van het ene naar het andere niveau.  Ik kon hemelhoog juichen als ik naar ‘nationale’ overgeheveld werd, maar ook bij ‘provinciale’ was het heerlijk voetballen en met veel inzet.  Onder meer met Jan Masureel, Stijn Willems, Bram Vandenbussche en Pieter Doom heb ik goeie vrienden uit ‘provinciale’ overgehouden.  

Je startte als negentienjarige bij de Eerste Ploeg in december 2000.  Herinner je nog die eerste match?  Misschien weet je nog wat jij bij je selectie het meest was: verwonderd, blij, zenuwachtig of zelfzeker? 

Blij was ik alleszins, maar niet verwonderd.  Het moest ervan komen.  In tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de trainers, keek Dennis van Wijk niet alleen naar ‘namen’, maar wie goed presteerde op training, kreeg vroeg of laat de kans om zich tijdens het weekend te bewijzen.  Zenuwachtig was ik toen niet, dat was ik pas later bij mijn eerste derby in het fanionelftal.  En zelfzeker?  Aan zelfvertrouwen ontbrak het me niet.  En, ja, het verloop van die eerste match zie ik nog voor ogen.  We verloren thuis met 1-2 tegen Maasmechelen, dat nochtans niet hoog gequoteerd stond.  Na de match was van Wijk in alle staten…  Hoe ik het er zelf van afgebracht had?  Bij mijn eerste duel kreeg ik een klop op mijn hoofd, en kinesist Geert Leys mocht het veld op om mij te verzorgen.  “Zo gaat dat bij de grote jongens,” zei hij.   En ik moest niet lang wachten op bevestiging daarvan, slechts tot mijn tweede match… 

In het ‘Cerclemuseum’ tref ik iets aan dat me bijzonder merkwaardig lijkt.   In je debuutjaar speelde je 6 competitiewedstrijden, het jaar erop 3, en 7 tijdens het daarop volgende seizoen, Cercles kampioenenjaar 2002-‘3.  Met Cercle in Eerste was je er meteen 28 keren bij en vervolgens was je nog zeven seizoenen na elkaar een vaste waarde met minstens 25 beurten.  Een trainer is een machtig man, maar aan zijn voorkeur kon het niet gelegen zijn want zowel juist na als juist voor de promotie had Jerko Tipuric het roer in handen. Blijkbaar was jij niet goed genoeg voor Tweede, maar onmisbaar in Eerste?

In het kampioenenjaar begon ik heel goed, werd zelfs in een krantenartikel als de revelatie van het seizoenbegin bestempeld.  Tegen Geel speelde ik voor de eerste keer in het midden, voordien rechtsbuiten, en na de match zei Jerko mij: “Jij gaat nooit meer weg uit het midden.”  Nog voor die term bestond, draafde ik toen het veld af als ‘box-to-box speler’, en  dankzij mijn goeie conditie had ik daar geen moeite mee.  Na enkele matchen, helaas, werd ik in Heusden-Zolder zwaar getackeld, recht op mijn knieën.  Mijn mediale band was zo goed als door, en de revalidatie duurde verschrikkelijk lang, voor een stuk doordat ik te vroeg weer op het veld wilde staan.  ‘k Heb alleen nog één match gespeeld op het einde van het seizoen, op Maasmechelen.  

"Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen".

Och, blessure, aan die meest voor de hand liggende verklaring had ik niet eens gedacht!  Na één jaar Eerste deed zich een grote verrassing voor: Tipuric was erin geslaagd Cercle in de topklasse te behouden, maar Harm van Veldhoven nam zijn plaats in.

Die trainerswissel vernamen wij al in Westerlo, juist voor de laatste wedstrijd van het seizoen.  Het zat verschillende spelers zo hoog dat ze, vooral onder impuls van Vital Borkelmans, dreigden de match niet te spelen.  “Wij spelen niet,” zei Vital.  “Je speelt wel,” zei Jerko.  En … we keerden naar Brugge terug met een 1-1 gelijkspel. Ja, dat we  in Eerste bleven met de kern die we toen hadden, was een half mirakel.  Jerko door Harm vervangen konden we nauwelijks begrijpen, ook omdat Cercle toen het kleinste budget van heel de reeks had.  En, terloops, ik beëindig straks mijn voetbalcarrière bij het pas naar Eerste Provinciale gepromoveerde Sporting Blankenberge.  Wie is er de trainer?  Jerko.  Staan we op een degradatieplaats?  Neen, je vindt ons zelfs in de eerste helft van de rangschikking.

Jerko blijft?  Neen.  Maar toch is het niet helemaal hetzelfde als bij Cercle halfweg 2004.  Dat men bij een degelijk spelend voetbalteam na zes jaar hoe dan ook graag eens nieuwe wind laat waaien is minder verwonderlijk dan na twee jaar, zoals toen.   Jerko is een prima trainer.  Zijn enige gebrek is ‘dat hij zich niet weet te verkopen’.

Tijdens Cercles gloriejaar, het eerste onder Glen De Boeck, trok jij voor niet minder dan 33 competitiematchen het Groen-Zwarte shirt aan.  Volgens Anthony Portier waren Cercles knalprestaties wel degelijk eerst en vooral aan Glen te danken.  Deel je zijn mening?

Heel zeker.  Vooreerst beschikte Glen over een stel fantastische spelers, maar daarnaast was zijn aanpak  zoals voetbal hoort te zijn: zo eenvoudig, zo simpel als het maar kan.  Dat komt erop neer dat iedere speler heel duidelijk moet weten wat hem als pion van een team op het voetbalschaakbord te doen staat.  En we wisten het! “Jij dit, jij dat, jij dit, jij dat …”  Voetbal is een loopsport, je moet voortdurend bewegen en je moet erop kunnen betrouwen: “Recupereer ik de bal, dan staat daar een medespeler die ik kan aanspelen.” Elke week opnieuw prentte Glen het ons in, steeds weer hetzelfde, zo ongecompliceerd mogelijk moest het zijn.  We hadden alleen maar verstandige spelers, maar waren er een paar blinden bij geweest, dan nog hadden die geweten wat hen te doen stond.  Wat ons tijdens Glens eerste jaar genekt heeft, dat is de gescheurde kruisband van Tom De Sutter in februari.

Maar dat Glen de glansprestatie van zijn eerste jaar erna niet heeft kunnen overdoen, heeft hij toch wel aan zichzelf te wijten.  “Wij zijn te voorspelbaar,” vreesde hij, en hij stapte af van zijn voor ons zo hanteerbaar systeem.  Ik kan het niet genoeg beklemtonen: “In voetbal is simpel spelen het beste, maar het moeilijkste dat er is.”  Weet je welke speler ik het meest bewonderde omdat hij alles zo eenvoudig mogelijk aanpakte? Dat was Oleg Iachtchouk.  Zijn balcontrole was altijd goed.  Zoals alles bij hem, leek zijn meesterschap over de bal en zijn voortgang in het spel vanzelfsprekend. Kreeg jij echter zo’n bal toegespeeld, dan lag die plots een halve meter weg van je voet.  Een eenvoudige, een intelligente, ook een leuke voetballer was Oleg. 

Dankten jullie je sterkte ook niet aan het feit dat Glen tot het uiterste ging  om de fysische conditie op te drijven? 

Ja, Glen was veeleisend, zeker ook qua fysische paraatheid.  ‘k Zie ons nog een uur aan een stuk ‘volle bak’ lopen in Tillegem.  En ook vele baloefeningen bleven duren tot onze tong op het gras lag…  Ik mag echter gerust beweren dat ik een van de spelers was die daar het minst last van had.  Ik heb het perfecte voetballichaam niet, maar wel een fysisch gestel dat geschikt is voor duursporten.  Wat ik als voetballer het meest mis, dat is kracht, en dat heb ik altijd weten te compenseren door ‘adem’ en snelheid.   ‘k Bezit beelden waarop ik tachtig meter loop langs de zijkant van het veld, de bal rond het penaltypunt van de tegenstander stil leg, binnenschiet, en rustig dooradem alsof ik twee stappen had gezet.

"Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken". 

Niet alleen over Glen De Boeck als trainer kun je meespreken, je hebt er in Cercles fanionelftal, asjeblief,  zeven meegemaakt: Dennis van Wijk, Jerko Tipuric, Harm van Veldhoven, Glen, Bob Peeters, Foeke Booy en Lorenzo Staelens.  Twee vragen liggen voor de hand: wie vond jij de beste, en zou je nu met elk van hen even graag aan tafel gaan zitten?

De meeste trainers die ik heb gehad, waren zeer degelijk, en twee van hen waren zelfs zo goed dat ze nog een paar centimeters boven Jerko uitstaken.  Dat waren Glen en, op gelijke hoogte, Yves Van Borm toen ik bij Knokke speelde. Dat ze ‘de beste’ waren, betekent lang niet dat ik met hen het minst in botsing ben gekomen, zelfs niet dat ik nu met hen het liefst zou tafelen. Een en ander kan complex zijn, hoor.  Dennis van Wijk, bijvoorbeeld, kent geen greintje medelijden op het voetbalveld, maar hij is een crème van een mens erbuiten.

We gaan even weg van Cercle.  Nog voor Van Borm heb jij dat trouwens al gedaan.  Je trok halfweg 2011 naar Oud-Heverlee Leuven, kwam na anderhalf jaar terug naar het Groen-Zwarte Olympia, je werd begin 2015 door Cercle eventjes uitgeleend aan Izegem, knokte twee jaar bij F.C. Knokke en nu ben je aan je laatste matchen bij Sporting Blankenberge toe.  

Bij OHL voelde ik me goed thuis, maar toch was ik blij dat Cercle me weer met open armen ontving.  Ook van de supporters voelde ik hun ‘welkom’ aan - en supporters zijn écht ‘de twaalfde man’: niet elke speler voelt het even intens aan, maar de meesten geeft het een kick van vertrouwen als de supporters positief op hun spel reageren. Al te veel supporters denken dat ze betalen om je te zien winnen, maar, neen, ze staan van hun centen af om je zo goed te zien spelen als het je mogelijk is!  Echte supporters vereenzelvigen zich ook met hun team als het maar niet wil lukken. 

U denkt, lezer, ik kom aan de slotbeschouwing van het interview, en dàt waarmee iedere Cerclesupporter Fré omkranst, is niet eens ter sprake gekomen.  17 december 2006, juist voor de winterstop, Cercle-Club, 63ste minuut: Fré keilt de bal tussen de blauw-zwarte doelpalen.  Het blijft 1-0 tot de scheidsrechter affluit.  Wat een vreugde, wat een euforie!  Eén seconde van uniek succes, en Fré is en blijft levenslang wereldberoemd in heel Brugge!  “Ja, zeker, daarover spreken velen me nog dikwijls aan.”  Op mijn slotvraag of het blijde nieuws dat ik vanmorgen in het Nieuwsblad gelezen heb, klopt, bevestigt Fré dat het, alles in acht genomen, onwaarschijnlijk goed evolueert met Alexander, zijn broer die nog geen maand geleden het slachtoffer werd van een zwaar verkeersongeval.  Een flits, ook hier, maar een gevolg dat écht ingrijpt in het leven.  Voor Alexander, vanzelfsprekend.  Voor Fré ook?  “Ik had voordien al besloten te stoppen met voetballen.  Zoveel tijd eist mijn werk van mij op, dat ik er te allen koste genoeg moet vrij maken voor mijn vrouw, mijn twee dochtertjes en heel mijn familie.  Alexanders accident bevestigt wat ik me al goed bewust was: tijd dient ertoe om die zo interessant mogelijk door te brengen.”

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Play-offs bij de jeugd

Ook bij de jeugd zijn er play-offs van toepassing.
Een woordje toelichting:
De ELITE jeugdkampioenschappen worden gespeeld door de clubs die uitkomen in de afdelingen profvoetbal 1A en 1B én de jeugdlicentie “ELITE” bezitten.
In dit artikel hebben we het over de leeftijdscategorieën U13 t/m U19.  Bijgevolg de ploegen die met 11/11 spelen.  (De U10 t/m U12 spelen 8/8 en de U9 5/5)

De ploegen worden ingedeeld in twee reeksen nl. A & B.  Reeks A bestaat uit de twaalf ploegen met de hoogste kwaliteitsranking.  Het is de Pro-league die de criteria voor deze kwaliteitsranking bepaalt.  Deze criteria zijn onafhankelijk van het feit of de A- ploeg uitkomt in 1A of 1B.

De reeks B bestaat uit de overige (in principe twaalf) ploegen.

Zo spelen de Cercle-jongeren in reeks B tegen Eupen, Moeskroen, Westerlo, KV Oostende, Tubeke, Antwerp, KV Kortrijk, Roeselare, Waasland Beveren, Lommel en Union.

Na de heen- en terugwedstrijden worden in beide reeksen per leeftijdscategorie een rangschikking opgemaakt.  Daaruit volgt een ranking.  Die ranking wordt opgemaakt aan de hand van de eindklassering van de ploegen U15 t/m U19.  Bij een gelijke stand haalt de vereniging met de hoogst geklasseerde U19 ploeg het.

De nummers 1 t/m 8 van de reeks A spelen een “play-off 1”.  

De nummers 9 tot 12 van de reeks A en de nummers 1 t/m 4 van de reeks B spelen een “play-off 2”.  

De nummers 5 t/m 12 van de reeks B spelen een “play-off 3”.

Dit weekend (4 maart) loopt de eigenlijke competitie af, maar er staan nog enkele inhaalwedstrijden op het programma (zoals voor ons de U13,14,17,19 tegen Roeselare op 11 maart).

De situatie ziet er op dit ogenblik rooskleurig uit voor de Groen-Zwarte jeugd.  De combinatie van de U13 t/m U19 staat op plaats 3.  De situatie om deel te nemen aan PO2, voor al deze ploegen, houdt rekening met de U15 t/m U19.  Daar staat de Cerclejeugd op plaats 2 (voornamelijk met dank aan de U19 met plaats 1 en de U 17 met plaats 3) na het ongenaakbare Eupen.

Dat net de oudste jeugdcategorieën het goed doen is goed nieuws natuurlijk.

Voor de ploegen uit 1B is dit systeem van competitie positief naar mijn mening.  Vroeger dienden ze het onder elkaar “uit te vechten” in 2e afdeling.  Nu kunnen de jeugdploegen zich meten met ploegen uit 1A (en zoals in het geval van Cercle ze achter zich laten) en via deelname aan PO2 opnieuw tegen andere ploegen uitkomen.  Sportief staan ze dus, ondanks 1B,  op gelijke hoogte en dit kan belangrijk zijn voor (verstandige) ouders als ze beslissen waar ze hun zoon willen “stallen”… 

Of het uiteindelijk binnenkort vaststaat dat de Groen-Zwarte jongeren definitief deelnemen aan PO2 en hoe ze het er van afbrengen, laten we later nog weten.

(met dank aan Wilfried Devos voor het bijhouden van de cijfergegevens)

(Georges Debacker)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
De beloften: Olivier Deman

Op 21 augustus start de competitie voor de beloften, met een wedstrijd op SK Lierse. Het team van Jimmy Dewulf en Wouter Artz heeft een uitstekende voorbereiding achter de rug met 7 zeges en 1 gelijkspel en in de Beker van België nam het in de eerste ronde de maat van KV Oostende. Een van de nieuwe gezichten bij de U21 is Olivier Deman. Olivier is 17 jaar oud, student Marketing & ondernemen aan het VHSI en tekende in mei een contract voor twee jaar bij Cercle Brugge. 

Olivier, hoe verliep je voetballoopbaan tot dusver?

Ik zette mijn eerste voetbalstapjes bij FC Knokke. Toen ik 7 jaar oud was, merkten de jeugdscouts van Cercle Brugge mij op, en tekende ik bij Groen-Zwart. Dominic Janssens (huidige coach U19, n.v.d.r.) en Preben Verbandt waren mijn eerste trainers. Ik heb goede herinneringen aan hen en aan die periode, maar toch gingen mijn ouders en ik na drie jaar in op een voorstel van Club Brugge. Als klein kind kijk je op naar de grote buur, en ik wilde ervaren  of ik het niveau daar aankon. 

Bleek je beslissing om te vertrekken uiteindelijk een goede keuze?

In het begin had ik het bij Club Brugge naar mijn zin, maar naderhand verloor ik er mijn voetbalplezier. Ik kreeg voldoende speelgelegenheid en mocht elk jaar blijven, maar na de U14 vroeg ik Cercle of ik mocht terugkeren. Club heeft zeker een goede en professionele opleiding, met een heel ruime omkadering, maar ik miste de gemoedelijkheid en mijn vrienden.

Vanaf dat moment ging het crescendo voor jou.

Niet onmiddellijk. De start bij de U15 was eerder moeizaam, omdat het niet goed klikte tussen het team en de trainer, maar halfweg het seizoen kwam er een nieuwe coach, en vanaf toen begon alles te draaien. We hingen als groep sterk aan elkaar en de prestaties waren heel degelijk. Bij de U16  onder Wouter Artz kreeg ik mijn groeispurt en boekte ik veel progressie.  Vorig seizoen zette ik bij de U17 die lijn verder en werd daarom, halfweg het jaar, doorgeschoven naar de U19. 

In april kreeg je vervolgens heel mooi nieuws.

Inderdaad. Mijn ouders en ik werden uitgenodigd door Eric Deleu, op dat moment Algemeen Directeur van Cercle Brugge. Ik mocht samen met enkele leeftijdsgenoten (Gianni Swennen, Martin Puskas, Charles Vanhoutte en Francis Cathenis, n.v.d.r.) een contract tekenen dat me minstens twee jaar bindt aan Cercle. Dat was een voetbaldroom die uitkwam.

"Collectief zijn we heel sterk."

We vroegen aan David Carpels en Jimmy Dewulf welk beeld zij van jou als speler hebben en waar voor hen  jouw progressiemogelijkheden liggen.

(David) De groeispurt van Olivier begon wat later dan bij de meeste andere spelers, waardoor hij er in zijn teams aanvankelijk niet bovenuitstak. Bij de U16 en U17 ontpopte hij zich echter tot de sterkhouder van de ploeg. In een 4-3-3 zie ik hem het best tot zijn recht komen als infiltrerende middenvelder, en in een 4-4-2 is de rol van de schaduwspits hem evenzeer op het lijf geschreven. Een spelverdeler zie ik niet in hem. Olivier zoekt graag de ruimtes op en vindt die ook. Hij is linksvoetig, bezit een goede trap en scorend vermogen en is technisch sterk en balvast. Op vlak van mentaliteit toont hij zich gedreven, ambitieus, kritisch en soms veeleisend voor zijn medespelers, maar tegelijk is hij ook heel coachbaar. Mijns inziens moet hij met het oog op de toekomst vooral werken op explosiviteit en kracht. 

(Jimmy) Bij mij is de concurrentie centraal op het middenveld heel groot, dus speelt Olivier voorlopig vooral als linksbuiten. Ik ben altijd voorzichtig met het strooien van lof. Dat Olivier getalenteerd is, daar kun je natuurlijk niet omheen, maar hij moet zeker nog stappen zetten. Het is goed dat hij doorgeschoven is naar de U21, waar hij op betere en fysisch sterkere spelers zal botsen en waar alles sneller gaat. Op talent alleen zal hij nu niet langer kunnen teren. Olivier moet iets soberder leren spelen. Hij heeft een leuke actie in de voeten, maar het vervolg loopt soms mis. Iemand passeren moet rendement opleveren, anders heeft het weinig zin. Mijn spelers hebben een taakgerichte vrijheid, d.w.z. binnen de grenzen van wat ik van hen verwacht, stimuleer ik hen om zelf oplossingen te vinden. Olivier is de benjamin van de ploeg, dus hij heeft zeker nog voldoende tijd om met het oog op een eventuele profloopbaan de hiervoor broodnodige stappen te zetten. 

Olivier, kan je je in deze woorden van David en Jimmy terugvinden?

Het klopt dat mijn snelheid in de eerste meters omhoog moet en ook de efficiëntie in mijn acties is voor verbetering vatbaar. Bij de beloften word ik mentaal sterker. Mijn ploegmaats zijn immers ouder en sparen me verbaal niet als ik in oude gewoonten herval.

Cercle Brugge heeft een brede A-kern. Vrezen jullie niet dat dit een impact kan hebben op het U21 team?

In zekere zin wel. De spelers van de A-kern die in het weekend niet spelen zullen ritme moeten opdoen bij de beloften, en dit zal ten koste gaan van onze speelminuten. Aan de andere kant spelen we reeds bij de B-ploeg, we moeten met deze situatie en eventuele tegenslag kunnen omgaan, en ons in de speeltijd die we krijgen, zelfs als die beperkt is, voor de volle 100% trachten te bewijzen. Ik heb de indruk dat Monaco ook wel oog heeft voor de jeugd van Cercle Brugge: eind augustus mogen we in en o.a. tegen Monaco een tornooi spelen met de U19. Ik mag ook meegaan, en dat is toch iets waar ik enorm naar uitkijk. 

"In de competitie willen we zo lang mogelijk meestrijden voor de titel."

Misschien zorgen goede prestaties van de eerste ploeg, dankzij Monaco, ook voor een betere kwaliteit van de jeugdwerking in het algemeen?

Vorig jaar heerste er lang onzekerheid over de situatie van Cercle Brugge. Een eventuele degradatie zou grote gevolgen gehad hebben op de jeugd die niet langer op het hoogste niveau zou uitkomen. Veel jongeren kozen eieren voor hun geld, en verkasten naar KV Oostende of Zulte-Waregem, wat leidde tot kwaliteitsverlies bij sommige ploegen. Als de eerste ploeg het dit seizoen goed doet, en daar heeft het alle schijn van, dan gaan de jeugdteams automatisch hun beste spelers kunnen houden en zullen talenten gemakkelijker kunnen aangetrokken worden.

Wat zijn de ambities van jouw team dit seizoen?

Collectief zijn we heel sterk, met een paar spelers die individueel het verschil kunnen maken. Ik denk hierbij in het bijzonder aan Charles Vanhoutte, die een zeer balvaste box to box speler is, met een goede pass in de voeten, en die zelden balverlies lijdt. In de competitie willen we zo lang mogelijk meestrijden voor de titel, ik denk dat we daar de ploeg voor hebben, en ook de Beker van België leeft in onze groep.

Bedankt voor het interview en we wensen jou in de eerste plaats een blessurevrijseizoen toe.

(D. Vermeersch)

Lees meer