koop tickets online
Shot-online
29/12/2018

Retro - Björn Sengier geïnterviewd

RETRO
 

Twee jaar tussen de palen op Olympia…    
                                 

Björn Sengier geïnterviewd
 

Het kan iedereen overkomen. Je presteert prima in een of andere organisatie, je voelt je er kiplekker. En plots, niet alleen onverwacht maar naar je overtuiging ook onterecht, daar krijg je een koude douche over je lijf. Zo ijskoud is die douche dat ze je noodzaakt een einde te maken aan het verhaal dat je aan het schrijven bent. Niet dat er geen leven meer is na die shock, dat niet, maar toch wel zo dat het je bijzonder zwaar uitvalt een nieuwe start uit te zoeken en het roer weer op te nemen. De vraag die zich hierbij opdringt: Eens dat het tijd tot bezinken heeft gehad, hoe kijkt ‘het slachtoffer’ naar wat hem destijds overkomen is? Ligt het gebeuren hem zo zwaar op de maag dat het hem niet eens mogelijk is waardering uit te spreken voor wie en voor wat hij destijds heeft mogen meemaken?  “The time is a great healer,” beweren de Engelsen, en Björn Sengier bewijst dat het waar is.

Was je als kind al in de ban van Koning Voetbal, Björn?  Stam je uit een voetbalminnend milieu?

Ik woonde in Petegem, en voor mij bestond er nauwelijks iets anders dan voetbal.  Er waren nogal wat pleintjes in onze woonbuurt, en was er buiten de lesuren op de speelplaats van onze school geen bal te zien, dan vond je zeker een hele bende van ons op die veldjes aan het shotten.  Van meet af aan was ik altijd keeper, het was een spontane voorkeur.  Vader heeft ook gevoetbald, zij het op lager niveau, en hij zag mij en ons graag bezig.

Cerle Brugge KSV

Supporterde jij voor Sparta Petegem, voor Racing Gent-Zeehaven of voor de Gentse Buffalo’s?

Je zult het wellicht niet graag horen, maar op school was zowat iedereen ofwel voor Club Brugge, ofwel voor Anderlecht.  Er waren dus twee clans, en ik herinner me dat er op de speelplaats één jongetje met een zwart-groene sjaal rondliep.  Ik was niet voor Anderlecht, en ik was ook dat jongetje niet…  Maar kijk, denk maar niet dat ik daar last van gehad heb toen ik jaren later bij Groen-Zwart terecht kwam.  Is het niet vanzelfsprekend dat jij als kind je inpast bij een vriendengroep, en dat je als professionele voetballer de kansen grijpt die je geboden worden? 

Maar zelf speelde je bij de jongste voetbalploegjes van Sparta Petegem?

Ja, niet lang, en professioneel ben ik pas gaan voetballen bij Cercle.  Bijna heel mijn jeugd heb ik bij KV Kortrijk doorgemaakt, van mijn twaalf tot mijn achttien jaar.  Daarop volgden SK Deinze en FC Eeklo.  Bij Eeklo nam ik een grote stap voorwaarts.  Ik kende er een zo schitterend seizoen, dat Danny Van de Velde, keepertrainer bij Cercle, op het einde van dat ene jaar ervoor zorgde dat ik naar Groen-Zwart getransfereerd werd.

Cerle Brugge KSV

Dat gebeurde halfweg 2000.  Cercle  had al drie jaar ontgoocheld als titelkandidaat voor promotie naar Eerste.  Het vierde, en ook het volgende, dat waren dan jouw twee seizoenen bij Groen-Zwart, resulteerden evenmin in de zo vurig verhoopte overgang.

Dat klopt.  Zo is het uitgevallen.  We waren nochtans gedreven, enthousiast, en we wilden absoluut naar Eerste.  Elke speler evenzeer?  In principe is het nooit uitgesloten dat een of andere speler er minder op gebrand is te promoveren, in het achterhoofd kan altijd het idee opkomen dat de kans op een basisplaats hogerop kleiner is.

(foto: De nieuwkomers in augustus 2000: A. Camara, M. Makhloufi, D. Avonture, J. Nierynck, J. Siljanoski, S. Sanda, B. Sengier)

We waren alleszins een hechte groep en als team deden we al wat we maar konden om naar ’s lands hoogste afdeling  door te stoten.  Het heeft er ook even naar uitgezien dat het goed zat met de kans daartoe.  Tijdens mijn tweede jaar speelden we de eindronde.  Het begon schitterend met een overtuigende overwinning tegen Ingelmunster, maar tot onze eigen verwondering viel de motor stil daarna.  We haalden nog slechts één punt tegen Bergen, dat uiteindelijk promoveerde.

Wat is je verder het best bijgebleven uit die twee Cerclejaren?

Vooral heb ik Cercle als een warme vereniging gekend, en aI heb ik geen contact meer met hen, ik denk nog met plezier aan heel wat Cerclevolk van toen.  Ik kan zomaar voor de vuist  alle basisspelers opnoemen met wie ik samenspeelde, en ook met de supporters ging het er hartelijk aan toe.  Ja, er zaten leuke kleppers in onze ploeg, en je moet er tussen zitten om te weten hoe belangrijk dat is voor een team.  Johnny Nierynck, bijvoorbeeld, was niet de meest getalenteerde voetballer, maar niet alleen door zijn tomeloze inzet tijdens de matchen, ook als altijd positief ingestelde sfeerschepper stuwde hij Groen-Zwart vooruit.  Onze ‘Zeekapitein’ was ervoor bekend, en terecht!  Er waren nog spelers die voor de goede sfeer zorgden, hoor,  Kristoff Van Robays, Hendrik Van Hende, Fabio Vergucht en  Mo Kanu onder andere.

Cerle Brugge KSV

 

Het verheugt me dat je Cercle zo uitdrukkelijk als een warme vereniging hebt aangevoeld, maar ik durf het haast niet op te nemen in het interview.   Er zijn al zoveel geïnterviewde ex-Cerclisten die iets gezegd hebben dat daarop neerkomt, ik heb het al zo dikwijls in interviews vermeld, dat regelmatige lezers ervan wel zouden gaan denken dat ik jullie de pap in de mond geef.  Niet alleen ‘geef’, ‘duw’ zelfs…

Cerle Brugge KSV

O, neen, ik meen het zeker oprecht als ik zeg dat ik bij Cercle veel warmte heb gekend, en dat zowel onder ons, spelers, als rond het veld vanwege de supporters.  Over het Cercle van vandaag kan ik niet oordelen, maar het zou jammer zijn als dat zou afgenomen zijn.  Dat gevoel van één grote familie te zijn is moeilijk te omschrijven, maar het was zeker eigen aan Cercle zoals ik het mocht beleven.   Op en rond Olympia voelden we ons helemaal thuis.

(foto: Samen met Denis Viane als peter op een supportersfeest in Eernegem (2001).)

Sympathiek klinkt het niet wat ik nu zeg, maar: “Mooie liedjes duren niet lang.”  Je bent slechts twee jaar bij Cercle gebleven.  Hoe komt het dat er zo gauw een einde kwam aan je tijdperk bij Groen-Zwart?

Dat kwam door het enige dat me bij Cercle niet is meegevallen, maar het was dan ook een harde klap die me werd toegediend.  Tijdens de twee seizoenen vóór mij was Ricky Begeyn de vaste waarde in het Cercledoel.  Toen ik na hem kwam, speelde hij twee jaar bij SV Roeselare.  Bij Cercle presteerde ik goed.  Is een bewijs nodig?  In 2000-2001 speelde ik 32 competitie- en 6 bekermatchen bij Cercle.  Het jaar erop respectievelijk 39 en 2.  Je mag gerust schrijven dat ik voor Groen-Zwart meer punten gewonnen heb dan ik er zou verloren hebben.  En wat gebeurde er juist vóór het begin van de eerste trainingen van het seizoen 2002-2003?  Via de media vernam ik dat Ricky een contract voor vijf jaar bij Cercle aangeboden had gekregen en ondertekend.  Kun jij je indenken wat mij door het hoofd ging?  Weet je wat dat is, het vooruitzicht om daar misschien vijf jaar lang op de bank te moeten zitten?  Ik was een ambitieuze prille twintiger, ik twijfelde niet aan mijn eigen kunnen, en ik wist dat ik bij één bestuurslid van Groen-Zwart in ongenade was gevallen, iemand die al lang weg is van Cercle.  En al te vluchtig dan ben ik naar Nieuwkerken overgegaan, één afdeling lager dan Cercle en tegenwoordig FCN Sint-Niklaas.  Dat was geen meevaller, zodat ik blij was toen SK Deinze, waarbij ik al gespeeld had, na één jaar weer bij mij aanklopte.

Ik interview je hier in een prachtige, zeer ruime cafetaria naast het veld van Deinze. Bijna alles wat ik rond ons zie is oogstrelend in oranje en zwart gekleurd, maar je tweede periode als doelman hier duurde ook maar twee jaar.  Je hebt nadien nog voor een zestal ploegen in het doel postgevat.  Je hebt zelfs de grens naar Nederland overgestoken.

In België trad ik nog op bij Zulte-Waregem, SK.Lommel (toen Lommel United), FC Antwerp en Sporting Hasselt.  In Nederland kende ik twee heerlijke jaren bij Willem II en vooral bij Helmond, waar Antwerp me na één seizoen wist weg te halen.  Het is echt wel anders voetballen bij onze Noorderburen.  De technische vaardigheid komt er meer aan bod dan hier, het fysieke is er minder dominant.

Maar jij stond tussen de palen.  Voor jou zal dat toch geen groot verschil uitgemaakt hebben?   Zeg eens, hoe kijk je na al die jaren op jezelf als doelman neer?  Wat voor een keeper was jij,  wat waren je sterke kanten en wat had wellicht beter gekund?

Akkoord, voetballen in Nederland of in België verschilt meer voor veldspelers dan voor de doelman, maar je moet dat toch wat relativeren.  Meer dan vroeger is een doelman intens betrokken bij al wat zich op de grasmat afspeelt.  Natuurlijk moet hij zijn werk tussen zijn palen goed verrichten, maar wat van hem uitgaat heeft niet alleen zijn weerslag binnen de kleine of de grote rechthoek.  Wat hij als keeper betekent, heeft een belangrijke weerslag op de prestatie van  het team over heel het veld.  Ik bedoel meer dan dat opvallender dan bij veldspelers winst of verlies kan afhangen van één of enkele goede of kwalijke tussenkomsten van hem, van een fantastische redding of van een vreselijke flater, maar dat het zijn medespelers vleugels geeft als ze weten dat ze kunnen rekenen op een keeper die alles klaar voor ogen ziet.  Van alle spelers is hij de enige die kan zien wat zich over heel het terrein voordoet.  Het is dan ook van belang dat hij onafgebroken meeleeft bij al wat op dat ruime veld gebeurt.  Geeft hij richtlijnen in de mate van het mogelijke en ondervinden zijn ploegmaats dat die kloppen, dan weten zij dat ze op hem kunnen rekenen.  Het doet er zelfs niet toe of de bal tijdens heel de match maar enkele keren in zijn buurt komt of dat zijn kooi voortdurend bestookt wordt, als zijn medespelers weten dat ze zo’n klaarziend slotstuk achter zich hebben, geeft dat een enorme boost aan hun zelfvertrouwen.  Was ik lang geen Jean-Marie Pfaff, geen Preud’homme, geen Courtois, toch geloof ik dat er een gunstige invloed uitging van mij op het hele team, dankzij mijn alerte, verbale deelname aan het spel.  Ik zei al dat ik voor Cercle als keeper zeker een gunstige balans kan voorleggen, en dat was bij de ploegen erna niet anders.  Mijn technisch talent was behoorlijk, zonder dat het buitengewoon was, maar wegens mijn totaaldeelname aan het gehele wedstrijdgebeuren, niet alleen met handen en voeten maar ook met mijn ogen en mijn stem, bevorderde ik in ons team een zekere organisatie die uitging vanuit mijn doelgebied en, niet minder belangrijk, zo stimuleerde ik het zelfvertrouwen van onze veldspelers.

Je lijkt me in de wieg gelegd om trainer, keepertrainer dan wellicht, te worden?  Of is dat je ambitie niet?

Ja, ik ben al een eind ver op weg daarnaar.  Keepertrainer word ik niet, maar gewoon trainer, dat zit erin, en hopelijk komt het zover.  Ik ben 39, en ik ben een paar maanden geleden gestopt als keeper bij Sporting Hasselt omdat ik de kans kreeg om commercieel medewerker te worden bij SK. Deinze, de enige ploeg waarbij ik speelde vóór en na Cercle. 

(foto: Promotionele foto met enkele ploegmaats en coach van Wijk in de spelershome.)

Cerle Brugge KSV

Ik heb die kans met beide handen gegrepen, want ik wil zeker zo lang het ook maar enigszins kan, actief blijven in de wereld van het voetbal. Zonder voetbal was ik wellicht schrijnwerker geweest, gespecialiseerd in het maken van houten trappen, maar dat lederen ding en al wat ermee samenhangt, intrigeert me zozeer dat ik mij mijn leven zonder voetbal nauwelijks kan voorstellen.  En van trainers gesproken, ik heb er nogal wat gekend, maar slechts één bij Cercle, en dat is dan ook de trainer die ik als trainer en als mens het meest bewonder, Dennis van Wijk.  Het heeft wel wat geduurd voordat ik hem zo apprecieerde, want hij kan vreselijk hard zijn, maar dat is hij alleen zolang hij het bevorderlijk acht voor jou.  Het is merkwaardig, maar als je Dennis als trainer hebt gehad, dan is de kans groot dat je hem ofwel bijzonder hoog acht, ofwel dat je het liefst nooit meer aan hem denkt…

Hoef ik erop terug te keren, lezer, hoe Björn tegen zijn periode als Cercledoelman aankijkt?  Hij steekt zijn ontgoocheling over wat hij na die twee jaar te verduren kreeg niet onder stoelen of banken, maar hij beseft dat het niet onverdeeld ‘de Vereniging’ is die hem die klap toediende. Misschien blijkt zijn houding nog het best uit de laatste woorden die hij liet horen vooraleer ik uit Deinze wegreed: “Sinds mijn Cercletijd ben ik niet meer naar Groen-Zwart gaan zien in Olympia. Het is stilaan tijd dat ik dat wél eens doe.” Van zijn heerlijke Cercletijd met zo‘n ‘warm’ Cerclevolk heeft Björn zozeer genoten dat zijn sympathie voor onze favoriete Vereniging na zijn pijnlijk afscheid op een laag pitje kon blijven smeulen, maar uitdoven zal die nooit.

 

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Een jeugdspeler aan het woord

Ward Vandenbroucke – U10

Eens supporter, altijd supporter. Shot wil daarom ook de allerjongsten aan het woord laten. In deze aflevering stellen we Ward Vandenbroucke voor. Ward woont in Snellegem, is negen jaar oud en verdedigt sinds dit seizoen met veel enthousiasme de kleuren van Groen-Zwart. 

Dag Ward, wanneer ben je beginnen voetballen?

In Snellegem is geen ploeg, dus ik speelde eerst vier jaar voor VKSO Zerkegem, waar ook Denis Viane ooit is beginnen shotten. Vorig seizoen ging het goed en klopten de scouts van KV Oostende, Cercle Brugge en KFC Varsenare aan. 

Waarom heb je uiteindelijk voor Cercle gekozen?

Marc Van Opstaele, de hoofdscout van de jeugd, nodigde me uit om vier keer te komen testen.  Mijn ouders en ik werden hartelijk ontvangen. Ik was onmiddellijk op mijn gemak en had een goed gevoel. Mijn papa zei dat Cercle Brugge al jaren bekend staat om zijn goede en warmmenselijke opleiding. Voor mijn ouders speelden natuurlijk ook praktische redenen mee: de afstand naar Brugge zorgt voor minder tijdverlies dan een verplaatsing naar Oostende. De eerste ploeg van KVO speelt wel in 1A, maar bij de jeugd voetballen we in dezelfde reeks. Ik heb ondertussen geen spijt van mijn keuze, ik ben hier immers heel graag.

De jeugd van Zerkegem speelt gewestelijk voetbal, en nu ben je actief op nationaal niveau. Dat was voor jou wellicht een heel grote stap?

Dit klopt, het verschil is immens. Ik train plots drie keer per week, de oefeningen zijn moeilijker en het niveau van mijn ploegmaats op training en van tegenstanders in wedstrijden is veel hoger. 

In de kern van de U10 zitten 23 spelers. Hoe werkt dit in de praktijk?

Elke ploeg in onze reeks heeft bij de U10 twee teams, die elk wekelijks een 8 tegen 8 wedstrijd spelen. Ook bij ons zijn de 23 kinderen in twee groepen verdeeld. Er bestaat geen A of B-ploeg met de betere of iets mindere voetballers. Om de vier weken wordt daarentegen de groep door elkaar geschud zodat iedereen eens met iedereen speelt. Onze coaches zijn Nicolas Poppe en Pablo Vermote. Het zijn twee heel toffe trainers. Ze hebben een goede band met alle kinderen, vertellen graag eens een mopje en spelen vaak mee met ons.

Je vader Lieven, die jeugdcoördinator is van VKSO Zerkegem, was vroeger een fervent atleet. Hij liep enkele jaren geleden de Marathon des Sables, een zesdaagse ultraloop van 254 kilometer in de woestijn van Marokko bij een temperatuur van meer dan 40 graden.  Ik stel me dan ook voor dat jij een box-to-box voetballer bent die over veel loopvermogen beschikt. Heb ik het juist?

Ik ren veel in een match, maar ik ben toch een ander type speler. Bij Zerkegem speelde ik centraal achteraan, maar daar had ik het te gemakkelijk. Om het voor mij iets uitdagender te maken speel ik nu op de flanken, op de posities 7 en 11, maar ik kan op bijna alle plaatsen uit de voeten. Technisch ben ik goed, ik kan in een 1 tegen 1-situatie een tegenstander uitschakelen als dat moet, en ben vrij snel.  Mijn papa denkt dat ik toch een verdediger zal worden omdat ik het spel het liefst voor mij heb, en voortdurend positioneel denk, maar we zullen wel zien in de toekomst. 

Je hebt je sterke punten opgesomd. Ongetwijfeld zijn er ook zaken waar je nog hard moet aan werken. Welke zijn die?

Ik ben iets te timide op het veld. Het duel moet ik meer durven aangaan. Ik mis nog wat grinta en onverzettelijkheid. Daarnaast moet ik de kwaliteiten die ik heb beter durven gebruiken. Soms ben ik immers te onzeker om een dribbel aan te gaan. Ik moet dus meer geloven in mijzelf. 

"Ik hoop dat de A-kern spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen."

We vroegen aan één van je trainers, Nicolas Poppe, of hij zich kan herkennen in het beeld dat je van jezelf schetst.

(Nicolas) Ik denk het wel. Ward is, zoals hij zelf zegt, tweevoetig maar moet nog meer zijn tweede voet durven gebruiken bij een passeerbeweging. Hij draait heel goed mee in de groep, maar bezit door zijn verleden bij een gewestelijke ploeg nog over heel veel groeimarge, en daar gaan we samen aan werken. Ik wil er nog aan toevoegen dat Ward voor zijn leeftijd zeer matuur is. Hij is bovendien positief ingesteld, ligt goed in de groep en is altijd zeer enthousiast. Het is een plezier om zo iemand in het team te hebben. 

(Ward) Ik ga heel graag trainen, zelfs als het regent en sneeuwt. Ik speel zo graag voetbal dat ik op dinsdag ook nog minivoetbal bij De Zotte Mutse uit Brugge. De voorwaarde van mijn ouders was wel dat ik een goed schoolrapport blijf hebben. 

Hoe doet de U10 het in wedstrijden, Ward?

We spelen matchen tegen bijna alle ploegen van 1A en 1B uit het Vlaamse landsgedeelte.
Er is nog geen klassement, maar de resultaten zijn heel degelijk. Anderlecht, Club Brugge, Lokeren en Gent zijn een maatje te groot, maar we kunnen onze voet zetten naast alle andere tegenstanders.

Volg je ook de competitie van de eerste ploeg?

Natuurlijk! Ik ga ook regelmatig kijken. Mijn favoriet is Yagan omdat hij op dezelfde positie speelt als ik.  Ze mogen niet degraderen want dat heeft enorme gevolgen voor de jeugd en dan spelen we niet meer op nationaal niveau. Ik hoop dat de spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen. 

Laten we hopen dat ze dit lezen, en goed in hun oren knopen! Tot slot, ik hoorde dat je een fervent verzamelaar was van de stickers van het plakboek van Cercle Brugge.

Van mijn ploeg was ik inderdaad het snelst klaar met het vullen van mijn boek. Ik ging een paar avonden naar de Carrefour, wachtte daar aan de kassa, en vroeg aan de mensen die de stickers niet moesten hebben of ik die van hen mocht krijgen, en dat lukte meestal. Ik vond dat plakboek een heel leuk initiatief van Cercle Brugge.

Bedankt voor het interview, Ward en nog veel voetbalplezier!

(D. Vermeersch)

Lees meer
Shot-online
12/02/2017
Cerle Brugge KSV
Gedeelde ambitie - Dylan de Belder

Cercle Brugge verwelkomde begin deze week Frank Vercauteren als nieuwe oefenmeester.  Op training is de nieuwe aanpak meteen duidelijk.  Ik kwam te vroeg aan langs de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion en pikte de ochtendtraining mee.  Na de training had ik een afspraak met Dylan De Belder.  Ik had een leuk gesprek met hem over gedeelde ambities.  Het is namelijk zowel Cercles als Dylans wens en hoop om zo snel mogelijk in 1A te spelen.  

Dylan, je bent nog niet zo lang een officiële speler van Cercle.  Kun je even je carrière schetsen tot nu toe?  Daar was al eens een passage bij Cercle, niet?

Ik ben een geboren en getogen ‘Montois’ en startte ook met voetballen in de streek van Bergen. Als jeugdspeler kende ik een drietal ploegen.  Ik begon bij het kleine RLC Mesvin, maar in de  jeugdreeksen was ik vooral bij RAEC Mons actief.  Tussendoor was er ook  een korte tussenstop bij La Louvière.   Mijn eerste profcontract onderschreef ik bij RAEC Bergen in het seizoen 2011-2012.  Dat seizoen scoorde ik ook mijn eerste en enige officiële goal voor Mons.  In de terugwedstrijd van de finale van Play Off II was dat, hier in het Jan Breydelstadion.  (Cercle plaatste zich toen na een 0-1 en 3-2 zege tegen Bergen voor een wedstrijd tegen Gent met als inzet een Europees ticket, nvdr).  In het seizoen 2013-2014 kende Mons een slecht seizoen.  Ze degradeerden uiteindelijk uit de hoogste voetbalklasse en mijn contract werd er vroegtijdig ontbonden.  Dankzij mijn manager die op Cercle goede contacten had, kon ik hier mijn conditie onderhouden.  Het kwam uiteindelijk niet tot een contract.  Dan kwam Waasland-Beveren op de proppen.  Ik tekende er een contract voor een half seizoen met een optie op nog twee jaar.  Die optie werd gelicht, maar toen kwam Stijn Vreven als nieuwe trainer.  Het klikte niet bepaald tussen ons en hij liet me al snel verstaan dat ik niet in zijn plannen voorkwam.  Ik keek uit naar een andere club en kon uitgeleend worden aan Lommel in de tweede klasse.  Dat was voor mij een echt superjaar.  Ik kon er toen maar liefst achttien keer scoren en wekte de interesse van enkele teams.  Ik koos uiteindelijk voor Lierse.  Ik speelde er vorig seizoen en werd er topschutter van eerste klasse B met 23 treffers.  

"Monaco wil hier echt een mooi project neerzetten en ik ben blij dat ik er deel van mag uitmaken."

Je bleef dus uiteindelijk maar één seizoen in Lier.  Je maakte er in het tussenseizoen ook geen geheim van om hogerop te willen en nog het liefst naar eerste klasse A?  

Inderdaad, ik voelde dat ik klaar was voor die stap.  Ik speelde erg graag voor Lierse en draag de supporters nog steeds een warm hart toe.  Maar ik ben daar toen niet al te best behandeld geworden.   Er was interesse van enkele ploegen uit eerste klasse A en die interesse was ook redelijk concreet.  Maar het bestuur van Lierse had beslist dat ik 1,5 miljoen euro moest kosten.  Dit was gewoon een onrealistisch bedrag.  Geen enkele van de teams die interesse hadden in mij wilde of kon dat bedrag ophoesten.  In de kranten werd dit ook al snel opgeklopt.  Die gazettepraat werd vooral gecreëerd door de toenmalige voorzitter van Lierse.  Ik trainde wel mee tijdens de voorbereiding, maar had slechts een helft gespeeld en miste dus ook ritme.  In het tussenseizoen nam ik ook een nieuwe manager, met name Mogi Bayat.  Mijn prijs zakte toen wel, maar de kernen van de eersteklassers waren al grotendeels gevormd.  Ik zat wat gevangen op het Lisp.  

Toen kwam Cercle op de proppen.  Waarom trok je naar ‘de vereniging’ en wat was je eerste indruk?

Ik kende Cercle natuurlijk al vrij goed.  Ik was hier al een periode geweest.  Maar toch was er heel wat veranderd.  Alles gaat er nu veel professioneler aan toe dan toen.  De kern die hier is samengesteld is ook helemaal niet mis.  Monaco wil hier echt een mooi project neerzetten en ik ben blij dat ik er deel van uit mag maken.  De ambitie van de ploeg is natuurlijk ook zo snel mogelijk naar het hoogste niveau doorstijgen en dat is ook net mijn ambitie.  

De competitie was al bezig toen je hier aankwam.   Hoe verliep de aanpassingsperiode?  

Alle begin is moeilijk en uiteraard  had ik toen ook een conditionele achterstand.  In het begin was het erg hard werken en knokken.  De concurrentie is ook groot en dat houdt je automatisch scherp.  De laatste weken verloopt het persoonlijk vrij goed.  Ik stond vaak in de basis en kon in en tegen Beerschot ook mijn eerste doelpunt scoren.  Ik hoop dat ik op die ingeslagen weg kan verder gaan.  

Ondertussen staan er nog drie wedstrijden op het programma in de eerste periode en heeft Cercle sinds deze week een nieuwe trainer.  Wat is je eerste indruk van de nieuwe coach en hoe schat je de kansen voor de eerste periode in?   

De nieuwe trainer is niet de eerste de beste.  Hij heeft zeer veel ervaring als speler en ook als trainer.  Zijn palmares is ook indrukwekkend.  Het is een echte persoonlijkheid die meteen zijn stempel drukt op de groep en de trainingen.  Wat de eerste periode betreft, moeten we het gewoon wedstrijd per wedstrijd bekijken.  We moeten gewoon naar onszelf kijken en elke wedstrijd proberen te winnen.  Als we dat doen, leggen we druk bij de twee tegenstanders.  Beerschot-Wilrijk en OHL moeten bovendien nog een onderling duel afwerken.  Hun laatste wedstrijd in deze periode is trouwens ook een uitwedstrijd.  En die zijn in 1B nooit ‘makkelijk’.  Ook wij zullen 100% gefocust moeten zijn om de komende weken resultaat te halen in Lier en in Tubeke.  

Tot zover het gesprek met onze nieuwe spits.  Een ambitieuze jongeman die wil doorgroeien en die dat misschien het best bij Cercle kan doen.  

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Shot-online
19/10/2017
Cerle Brugge KSV
De beloften: Olivier Deman

Op 21 augustus start de competitie voor de beloften, met een wedstrijd op SK Lierse. Het team van Jimmy Dewulf en Wouter Artz heeft een uitstekende voorbereiding achter de rug met 7 zeges en 1 gelijkspel en in de Beker van België nam het in de eerste ronde de maat van KV Oostende. Een van de nieuwe gezichten bij de U21 is Olivier Deman. Olivier is 17 jaar oud, student Marketing & ondernemen aan het VHSI en tekende in mei een contract voor twee jaar bij Cercle Brugge. 

Olivier, hoe verliep je voetballoopbaan tot dusver?

Ik zette mijn eerste voetbalstapjes bij FC Knokke. Toen ik 7 jaar oud was, merkten de jeugdscouts van Cercle Brugge mij op, en tekende ik bij Groen-Zwart. Dominic Janssens (huidige coach U19, n.v.d.r.) en Preben Verbandt waren mijn eerste trainers. Ik heb goede herinneringen aan hen en aan die periode, maar toch gingen mijn ouders en ik na drie jaar in op een voorstel van Club Brugge. Als klein kind kijk je op naar de grote buur, en ik wilde ervaren  of ik het niveau daar aankon. 

Bleek je beslissing om te vertrekken uiteindelijk een goede keuze?

In het begin had ik het bij Club Brugge naar mijn zin, maar naderhand verloor ik er mijn voetbalplezier. Ik kreeg voldoende speelgelegenheid en mocht elk jaar blijven, maar na de U14 vroeg ik Cercle of ik mocht terugkeren. Club heeft zeker een goede en professionele opleiding, met een heel ruime omkadering, maar ik miste de gemoedelijkheid en mijn vrienden.

Vanaf dat moment ging het crescendo voor jou.

Niet onmiddellijk. De start bij de U15 was eerder moeizaam, omdat het niet goed klikte tussen het team en de trainer, maar halfweg het seizoen kwam er een nieuwe coach, en vanaf toen begon alles te draaien. We hingen als groep sterk aan elkaar en de prestaties waren heel degelijk. Bij de U16  onder Wouter Artz kreeg ik mijn groeispurt en boekte ik veel progressie.  Vorig seizoen zette ik bij de U17 die lijn verder en werd daarom, halfweg het jaar, doorgeschoven naar de U19. 

In april kreeg je vervolgens heel mooi nieuws.

Inderdaad. Mijn ouders en ik werden uitgenodigd door Eric Deleu, op dat moment Algemeen Directeur van Cercle Brugge. Ik mocht samen met enkele leeftijdsgenoten (Gianni Swennen, Martin Puskas, Charles Vanhoutte en Francis Cathenis, n.v.d.r.) een contract tekenen dat me minstens twee jaar bindt aan Cercle. Dat was een voetbaldroom die uitkwam.

"Collectief zijn we heel sterk."

We vroegen aan David Carpels en Jimmy Dewulf welk beeld zij van jou als speler hebben en waar voor hen  jouw progressiemogelijkheden liggen.

(David) De groeispurt van Olivier begon wat later dan bij de meeste andere spelers, waardoor hij er in zijn teams aanvankelijk niet bovenuitstak. Bij de U16 en U17 ontpopte hij zich echter tot de sterkhouder van de ploeg. In een 4-3-3 zie ik hem het best tot zijn recht komen als infiltrerende middenvelder, en in een 4-4-2 is de rol van de schaduwspits hem evenzeer op het lijf geschreven. Een spelverdeler zie ik niet in hem. Olivier zoekt graag de ruimtes op en vindt die ook. Hij is linksvoetig, bezit een goede trap en scorend vermogen en is technisch sterk en balvast. Op vlak van mentaliteit toont hij zich gedreven, ambitieus, kritisch en soms veeleisend voor zijn medespelers, maar tegelijk is hij ook heel coachbaar. Mijns inziens moet hij met het oog op de toekomst vooral werken op explosiviteit en kracht. 

(Jimmy) Bij mij is de concurrentie centraal op het middenveld heel groot, dus speelt Olivier voorlopig vooral als linksbuiten. Ik ben altijd voorzichtig met het strooien van lof. Dat Olivier getalenteerd is, daar kun je natuurlijk niet omheen, maar hij moet zeker nog stappen zetten. Het is goed dat hij doorgeschoven is naar de U21, waar hij op betere en fysisch sterkere spelers zal botsen en waar alles sneller gaat. Op talent alleen zal hij nu niet langer kunnen teren. Olivier moet iets soberder leren spelen. Hij heeft een leuke actie in de voeten, maar het vervolg loopt soms mis. Iemand passeren moet rendement opleveren, anders heeft het weinig zin. Mijn spelers hebben een taakgerichte vrijheid, d.w.z. binnen de grenzen van wat ik van hen verwacht, stimuleer ik hen om zelf oplossingen te vinden. Olivier is de benjamin van de ploeg, dus hij heeft zeker nog voldoende tijd om met het oog op een eventuele profloopbaan de hiervoor broodnodige stappen te zetten. 

Olivier, kan je je in deze woorden van David en Jimmy terugvinden?

Het klopt dat mijn snelheid in de eerste meters omhoog moet en ook de efficiëntie in mijn acties is voor verbetering vatbaar. Bij de beloften word ik mentaal sterker. Mijn ploegmaats zijn immers ouder en sparen me verbaal niet als ik in oude gewoonten herval.

Cercle Brugge heeft een brede A-kern. Vrezen jullie niet dat dit een impact kan hebben op het U21 team?

In zekere zin wel. De spelers van de A-kern die in het weekend niet spelen zullen ritme moeten opdoen bij de beloften, en dit zal ten koste gaan van onze speelminuten. Aan de andere kant spelen we reeds bij de B-ploeg, we moeten met deze situatie en eventuele tegenslag kunnen omgaan, en ons in de speeltijd die we krijgen, zelfs als die beperkt is, voor de volle 100% trachten te bewijzen. Ik heb de indruk dat Monaco ook wel oog heeft voor de jeugd van Cercle Brugge: eind augustus mogen we in en o.a. tegen Monaco een tornooi spelen met de U19. Ik mag ook meegaan, en dat is toch iets waar ik enorm naar uitkijk. 

"In de competitie willen we zo lang mogelijk meestrijden voor de titel."

Misschien zorgen goede prestaties van de eerste ploeg, dankzij Monaco, ook voor een betere kwaliteit van de jeugdwerking in het algemeen?

Vorig jaar heerste er lang onzekerheid over de situatie van Cercle Brugge. Een eventuele degradatie zou grote gevolgen gehad hebben op de jeugd die niet langer op het hoogste niveau zou uitkomen. Veel jongeren kozen eieren voor hun geld, en verkasten naar KV Oostende of Zulte-Waregem, wat leidde tot kwaliteitsverlies bij sommige ploegen. Als de eerste ploeg het dit seizoen goed doet, en daar heeft het alle schijn van, dan gaan de jeugdteams automatisch hun beste spelers kunnen houden en zullen talenten gemakkelijker kunnen aangetrokken worden.

Wat zijn de ambities van jouw team dit seizoen?

Collectief zijn we heel sterk, met een paar spelers die individueel het verschil kunnen maken. Ik denk hierbij in het bijzonder aan Charles Vanhoutte, die een zeer balvaste box to box speler is, met een goede pass in de voeten, en die zelden balverlies lijdt. In de competitie willen we zo lang mogelijk meestrijden voor de titel, ik denk dat we daar de ploeg voor hebben, en ook de Beker van België leeft in onze groep.

Bedankt voor het interview en we wensen jou in de eerste plaats een blessurevrijseizoen toe.

(D. Vermeersch)

Lees meer
Shot-online
21/08/2017
Cerle Brugge KSV
Keepertrainer: Pieter-Jan Sabbe

Cercle beschikt over een uitgebreide technische staf.  Een onontbeerlijk element daarin is de keepertrainer.  Daar waar de assistent-trainers reeds weinig in de spotlights komen, is dit zo mogelijk voor een keepertrainer nog minder het geval.  Pieter-Jan geeft er ook zelf de voorkeur aan om in de luwte te werken.  

“Onbekend is onbemind” luidt het spreekwoord.  Daar willen we met dit artikel wat verandering in brengen.

Je bent 37 en woonachtig in Marke?

Ik verhuisde recent naar Lendelede.  Ik ben afkomstig uit Zwevegem. Mijn hele leven speelde zich af in de regio Kortrijk.  Ik liep er school en sloot me op 15-jarige leeftijd aan bij K.V. Kortrijk.  Ik woonde tien jaar in Marke en sinds deze zomer, samen met mijn echtgenote Ine Veys en kinderen Siebe (7), Marie-Maxine (8) en  Rhune (10), in Lendelede.

Wat onthouden we van je sportieve carrière als speler?

Ik vatte aan bij Zwevegem Sport, een lokale ploeg.  Van mijn vijftiende tot tweeëntwintigste  speelde ik bij K.V. Kortrijk.  De laatste drie jaar behoorde ik tot de A-kern.  Het eerste jaar, in 1e afdeling, was ik 3e doelman, de volgende twee seizoenen 2e doelman.  Als jonge keeper  maakte ik er mooie zaken mee.  ¼ finale Beker van België als 2e doelman, vijf wedstrijden op de bank in eerste afdeling en daarna wedstrijden gespeeld in 2e afdeling.

2002 werd een heel moeilijk jaar met de faling van KV Kortrijk.  Er zou een fusie komen tussen Kortrijk en Wevelgem.  Ik stapte eerst mee in dat fusieverhaal, maar dat sprong uiteindelijk af.  Zo vatte ik aan bij Wevelgem in derde afdeling.  Ik verbleef er twee jaar.  Daarna volgden twee seizoenen Doornik, met Claude Verspaille als trainer en Piet Timmerman, die ik kende van bij Kortrijk, op de liberoplaats. Het was leuk.  Ik maakte er ook de fusie mee en de ingebruikname van het nieuwe stadion.
Ik kreeg toen echter problemen met mijn schouder en ik moest stoppen met voetballen.  Dit op mijn vijfentwintigste!
Ik moest stoppen met voetballen op mijn vijfentwintigste

Met je 37 jaar nu ben je jong als keepertrainer, maar wel, net door die blessure, reeds zowat twaalf jaar bezig?

Ik ben tweemaal geopereerd aan de schouder. Van beroep ben ik sportleraar.   Ik zou net al-dan-niet vast benoemd worden.  Het werd dus een moeilijke keuze.  Het ging echter niet meer om mij te verdedigen in het voetbal en ik besloot, vol ambitie, om voor mijn schoolcarrière te kiezen en dit te combineren met de taak als keepertrainer.

Ik kreeg direct alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk onder mijn hoede.  Dit deed ik drie seizoenen.  Ondertussen haalde ik alle mogelijke diploma’s als keepertrainer.  

Men stelt soms “hij is jong”, maar van mijn vijfentwintigste tot mijn zevenendertigste was ik drie jaar verantwoordelijk voor alle jeugddoelmannen van KV Kortrijk, daarna bij SV Roeselare, vervolgens, als “jonge gast in de branche” drie seizoenen de A-ploeg van Antwerp.  Een moeilijke, maar mooie grote ploeg in België.  Dat was o.a. met Dennis van Wijk.  Of Dennis er voor iets tussen zat dat ik er keepertrainer werd?  Eigenlijk was het Luc De Vroe die er voor gezorgd heeft.  Hij was toen sportief directeur in Roeselare.  Hij wist dat mijn ambitie was om de keepers van de eerste ploeg te trainen.  Waarschijnlijk was het objectief om me die taak bij Roeselare toe te kennen, maar toen kwam die plaats bij Antwerp vrij.  Luc kende Dennis wel en zo is het in principe gegaan.  

In Antwerp kreeg ik na een jaar het vertrouwen door me een contractverlenging van twee seizoenen te laten ondertekenen.  

Het tweede jaar was ook een ervaring op zich met Jimmy Floyd Hasselbaink als hoofdcoach.  Tweemaal topschutter in de Premier League, driemaal topschutter van Chelsea, WK’s meegemaakt, enz…  

Zoals je aanhaalt trainde ik er ook oud-Cerclist Björn Sengier.  Hij kende er een uitstekend eerste seizoen (periode van Wijk).  Hasselbaink had het seizoen erop een andere visie op het profiel van een doelman en Björn had het er moeilijk mee.  Speciaal aan het feit dat ik trainer was van Björn was dat we ooit concurrenten waren en dat ik als 29-jarige op dat ogenblik hem als 31-jarige trainde …

Met Dennis van Wijk, op en top professional, en Hasselbaink had ik heel goede leermeesters.  Ook in het laatste jaar leerde ik veel bij.  Dan meer bepaald over het voetbalwereldje.  Antwerp was toen in overname, er waren besparingen, enz… Een moeilijk seizoen bij een “moeilijke” vereniging.  

Antwerp is toen overgenomen door De Cuyper (en Paul Gheysen) en men sloeg een andere weg in.  Zoiets valt wel voor in het voetbal.  Dat was echter heel laat.  Eigenlijk ging ik blijven, dan bleek het moeilijk en ben ik een jaartje naar Koksijde gegaan.  Het was het seizoen dat ze naar 2e klasse promoveerden.  Daar valt niet veel over te schrijven.  Sportief en financieel was die promotie naar 2e een stap te hoog voor de kustploeg.  Met die voorzitter heb ik nog steeds een goed contact.  Ik vertelde hem: “je moet zorgen dat je de mooiste amateurclub wordt van het land”.  “Je zit aan de kust, een mooi klein stadion, een leuke club”  (n.v.d.r.: het voorbeeld van Knokke volgen?).  Het viel anders uit.

Tussendoor hielp ik als vriendendienst ook nog even Izegem uit de nood, toen hun keepertrainer tijdens het seizoen opstapte.  Ik kende trainer Franky Dekenne van toen hij coach was van Wevelgem terwijl ik er speelde.  Ik depanneerde toen een tijd, eigenlijk wat langer dan voorzien.

Toen kwam Cercle?

Via Eric Deleu, die van keepertrainer Algemeen Directeur werd bij Groen-Zwart, kreeg ik na Antwerp opnieuw de mogelijkheid om voor een grote mooie professionele ploeg te werken.  Toen het verhaal Monaco startte mocht ik aan boord blijven.  Riga kende me en was lovend.  Met de financiële inbreng van de Monegasken konden ze kiezen uit wie ze wilden, maar ik mocht blijven.  Ik denk dat mijn ervaring uit de voorbije tien jaar daar wel bij geholpen heeft.  Ik ben ook dankbaar voor die kans, zowel t.o.v. José als voor Cercle.  Als je ziet dat ik nu opnieuw kan werken met, voor mij,  toch een van de drie topcoaches van België, is dit geweldig om mijn bagage nog te verruimen.

Omtrent de job nu.  De bedoeling van een keepertrainer is om doelmannen beter te maken.  Hoe vat je dat aan?

Allereerst bekijk ik welke doelmannen ik heb.  In mijn loopbaan heb ik al “mooie” doelmannen onder mijn hoede gehad.  Ik denk bv. aan Jorn Brondeel,  niet zo gekend bij het Belgische publiek.  Het is een fantastische doelman.  Hij debuteerde bij mij op Antwerp.  Hij speelde bij de U19, was afkomstig van Zulte-Waregem, en was 3e doelman bij the Great Old.  Hij heeft 12 tot 14 wedstrijden gespeeld.  Hij transfereerde naar Lierse waar hij 1e doelman werd.  Hij brak er volledig door.  Vervolgens trok hij naar Nederland (NAC Breda) en tekende onlangs een langdurig contract bij Twente.  Hij speelt elke wedstrijd.  Voor mij was hij een zeer leuke ontdekking.  Ik had ook Louis Bostyn, die nu bij Waregem speelt, onder mijn hoede.  Het is zo dat ik ook een keeperacademie heb, “S1Pro”, waar jonge doelmannen opgeleid worden.  Dat doe ik supergraag.  Zo’n 30 à 35 keepertjes van diverse leeftijden  nemen er aan deel.  Zowel Brondeel als Bostyn komen daaruit voort.  Ook jongens die in 2e amateur spelen zoals Mathieu Vanderschaeghe die hier vorig jaar nog speelde. 
Dat project is “mijn kindje” en ik zou dit niet graag ooit loslaten.
Verder was er ook nog Frank Boeckx, die in de C-kern van AA Gent zat, die we in Antwerp terug konden opvissen.  Later kon hij bij Anderlecht terug doorbreken.

Om concreter op je vraag te antwoorden: 

Hier op Cercle heb ik drie heel verschillende profielen als doelman.
Vorig seizoen vroeg Cercle me uit te kijken naar een Belgische doelman die ook zou aanvaarden dat Paul Nardi eventueel eerste doelman zou zijn, maar hem ook bijstaan in zijn verdere ontwikkeling.  Dat profiel was niet zo gemakkelijk om in te vullen.  De keuze viel op Brian Vandenbussche.  Hij is hier toegekomen en had de voorbij seizoenen weinig gespeeld.  Hij was echter zeer gemotiveerd. Op dat ogenblik rekenden we er ook nog niet op dat Miguel Van Damme zo snel terug top zou zijn.  We hadden januari/februari voor ogen.  Vandaag dus!  We kregen Miguel echter veel vroeger compleet in orde, wat natuurlijk voor het grootste deel aan hemzelf te danken is.  Hij is een atleet tot en met.  Als je ziet van hoever hij komt…  Zijn drang en wil hoe hij het realiseerde geeft ook mij kracht.  Ik weet ook dat ik direct op hem kan rekenen mocht er bv. iets met Paul voorvallen.

Ook daar heeft Brian zeer goed mee omgegaan. Hij was topfit bij aanvang seizoen.  Is toen ziek geworden en verloor een zestal weken.  In de “rangorde”, een woord dat ik niet graag gebruik, staat hij nu op nummer drie.  Hij gaat daar echter formidabel mee om.  Hij ondersteunt Paul, helpt Miguel enz…

We hebben drie echte nummers 1

Voor mezelf maak ik van mijn doelmannen een draaiboek op met hun profiel en diverse parameters.  Kracht, snelheid, lenigheid, hoge ballen, één tegen één situaties, enz… Alles waar ze goed en minder goed in zijn.  Ik zet dit in kleur.  Rood = serieus werk aan de winkel, oranje = we moeten er zeker mee aan de slag en groen is een zeer hoog niveau.  Groen moet je onderhouden, oranje zijn werkpunten en rood is veel werk.  Paul had twee rode blokjes.  Ik zal vanzelfsprekend hier niet zeggen wat dit inhoudt.  We hebben er serieus aan gewerkt én ik zie er een duidelijke evolutie in.  Dat geeft voor mij voldoening in mijn werk.  

Mijn taak is om jongens individueel beter te maken.  Met dat plan kijk ik ook naar mezelf.  Slaag ik in mijn opzet?  Is er beterschap merkbaar op de “rode punten”?  Maak ik hen niet beter, dan heb ik mijn werk niet goed gedaan.

Concreet maak ik een jaarplan.  Dat deel ik in per drie maand op de ongeveer negen maand voetbal in een seizoen.  Zo gaat het verder naar een maand- en weekplanning.  Daarna zoek ik de juiste oefenstof om hen op elk domein beter te maken.

Na iedere wedstrijd maak ik een video-analyse per onderdeel en bespreek ik het, samen met de andere doelmannen zodat ze ook mee zijn in het verhaal.  Zo leert iedereen.

"Mijn visie is: als je als doelman tien wedstrijden speelt mogen er een zestal gewoon goed zijn, ééntje of misschien twee minder goed, en twee/drie waar je echt punten pakt.  Een doelman kun je namelijk niet beoordelen op één wedstrijd."

De combinaties om een doelman te trainen zijn ook niet eindeloos denk ik dan?

Als je zonet vernam hoe minutieus en uitgebreid alles uitgewerkt wordt, denk ik dat ik meer dan werk genoeg heb.  Ik kom tijd te kort.  Ik zou de doelmannen liever nog meer bij me hebben.  De situaties die een doelman kan tegenkomen zijn zeer ruim.  Hoge bal pakken of wegbotsen, man tegen man situatie, uittrappen, inwerpen, centraal of naar de flanken, enz… 
Ik heb zeker geen probleem om de trainingen op te vullen.

Een keepertrainer komt niet zo vaak op het voorplan?

Dat hoeft voor mij ook niet.  Ik werk liever met mijn beperkt groepje.  Als je als keeper uit de radar blijft, is het teken dat je goed bezig bent.  Ook voor mij als trainer.  Als ze niet veel over je werk praten, is het teken dat je in stilte goed bezig bent.  Het lawaai en de grote show heb ik niet nodig.  

Voor mezelf geef ik me het werkpunt te blijven zoeken naar vernieuwende, betere oefenstof door onderzoek op het internet, gesprekken met collega-trainers, discussies met hoofdtrainers, bijscholingen, enz… . Mijn sterk punt is zeker het op menselijk vlak bezig zijn met de doelmannen.  Wij hebben eigenlijk drie echte nummers 1.  Er is er echter geen enkele die loopt te klagen of te zagen.  We zijn een klein groepje, maar weten heel goed waarmee we bezig zijn.

Ik kan duizend interviews geven, maar als we het met onze doelmannen op het veld niet bewijzen, dan staan we nergens.  Zij niet en ik niet.  Iedereen kent zijn plaats en weet dat hij gerespecteerd wordt.  Met onze drie toppers op die manier samenblijven zonder miserie, wel, daar ben ik trots op!  Ik hoop dat wij ons steentje kunnen bijdragen aan de doelstelling van Cercle!

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
13/02/2018
Cerle Brugge KSV
Historiek van de shirtsponsors

Actueel zijn de Cercle-truitjes maagdelijk blank op de borst.  De fiere witte dwarslijn loopt ononderbroken van de rechterschouder tot de linker heup.
Door de jaren heen prijkten er echter vijftien verschillende hoofdsponsors op de truien.  Recordhouders (8 seizoenen) zijn onze recentste hoofdsponsor, die thans nog steeds op de rug prijkt, ADMB en ABB-verzekeringen.  Rodenbach, die voor de supporters (naast Ysco) de lekkerste sponsor was (gezien de talloze gratis vaten…), prijkt op nr 3 met zes seizoenen. 

De eerste vorm van sponsoring op de voetbaluitrusting kwam er bij Cercle in de jaren ’60.  Het betrof eerst CULLIGAN (waterverzachters, koelers, …) en daarna de olieproducten “SINCLAIR” (Amerikaanse maatschappij opgericht in 1916 en genaamd naar de stichter).  Deze publiciteit kwam voor op de trainingsvesten van de spelers.  Shirtreclame was toen nog niet toegelaten.  

Het logo van Sinclair was een groene dino (eigenlijk een Brontosaurus).  Ik herinner me nog goed hoe voorafgaand aan sommige wedstrijden de spelers plastic groene dino’s in de tribune van het Edgard De Smedtstadion gooiden.  
Even als uitsmijter: het dino logo werd gekozen omdat de firma een link wilde leggen met de enorme ouderdom van de grondstof waaruit hun producten gemaakt werden (en nog steeds worden).

1966-1967

1967-1968

 Vanaf het seizoen 1972-1973 werd shirtreclame (onder strikte voorwaarden zoals één hoofdsponsor en niets meer) toegelaten.  Meteen ook de aanleiding waarom de thans befaamde retro-truitjes slechts één volledig seizoen gedragen werden (1971-1972).
Cercle begon met een smakelijke sponsor, nl. het product met de toepasselijke naam “GOAL” van Chocolade Jacques.

Op de ploegfoto van het seizoen 1973-1974 prijken de spelers weliswaar nog eenmaal met de mooie truitjes met C-logo, maar algauw wijzigden de truitjes met een nieuwe sponsor, nl de ferry maatschappij TOWNSEND THORESEN met aanlegplaats in Zeebrugge.

Met het West-Vlaamse YSCO kwam er stabiliteit in deze sponsoring, want de ijsjesfabrikant prijkte drie seizoenen op de truien (74-75, 75-76 en 76-77).

1974-1975

Nog meer stabiliteit in de volgende veertien seizoenen.  ABB-verzekeringen nam de eerstvolgende acht jaar voor zijn rekening (77-78 t/m 84/85).

1982-1983

De volgende zes jaar (85-86 t/m 90/91) waren voor RODENBACH.  Een periode waar de (dorstige) supporters met heimwee aan terugdenken.  Niet alleen omwille van het voetbal (met de klassespelers die we in die periode hadden), maar zeker ook omwille van de gulle sponsor naar de supporters toe…

1986-1987

In 1991-1992 een kort intermezzo met 49-JEANS dat eerder ook al sponsor van onze buren geweest was.

Toen volgden drie jaar met het Brugse benzine/diesel merk PETROS (92-93 tot zowat half 94-95).  Door “omstandigheden” werden die drie seizoenen niet voltooid en kwam het sokkenmerk BREITEX voor de rest van het seizoen op de shirts.

 Vervolgens, 95-96 en 96-97, kwam YSCO terug op de proppen en viel ook een regelmatig  gratis ijsje in de gratie van de supporters.

Daarna ging Cercle de “auto-toer” op met RENAULT, welke vier seizoenen op de groen-zwarte shirts prijkte (97-98 t/m 00-01).

1998-1999

Wat de nieuwe sponsor in 2001-2002 inhield, was niet zo meteen duidelijk voor de modale supporter.  Het betrof RES, een Barter-system waarbij o.a. handelaars onder elkaar konden/kunnen afrekenen met een eigen puntensysteem dat een geldwaarde vertegenwoordigde.  RES bleef twee seizoenen sponsor, het 2e seizoen in co-sponsoring met Standaard Boekhandel, en pikte ongetwijfeld een graantje mee met de extra publiciteit bij de promotie naar 1e afdeling in 2003.

De daaropvolgende twee seizoenen (03-04 en 04-05) was het lezen geblazen want STANDAARD BOEKHANDEL van voorzitter Frans Schotte blonk op de truien.

Tijdens de drie seizoenen nadien kregen we telkens een nieuwe hoofdsponsor en telkens uit een volledig andere branche.  In 2005-2006 was het de nationale telefooninlichtingendienst 1207, in 2006-2007 de voedingssupplementen VITAFYTEA en in 2007-2008 de campingvakanties VACANSOLEIL.

  

Ik schreef reeds dat in de jaren ’70 en ‘80  er een behoorlijke stabiliteit was i.v.m. de hoofdsponsors.  In het seizoen 2008-2009 zette ADMB de eerste stap om zich naast sponsor ABB-verzekeringen van destijds te plaatsen.  Deze HR-dienstengroep bleef eveneens maar liefst acht seizoenen hoofdsponsor van Cercle en is nog steeds co-sponsor (rugreclame).

Tijdens het vorige seizoen (2016-2017) had Cercle geen hoofdsponsor maar stond de vermelding van BUSINESS KRING 12 op de truien.

Noot: Van zodra dit toegelaten was prijkten ook tal van cosponsors op de shirts.  Vaak ook trouwe.  Niet in het minst de firma VAILLANT die Cercle zowat 25 jaar sponsorde met o.a. rugpubliciteit.

Tot zover dit beknopt overzicht betreffende zowat vijfenveertig jaar hoofdsponsors op de groen-zwarte truien.

 

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
28/11/2017