koop tickets online

Retro - Björn Sengier geïnterviewd

RETRO
 

Twee jaar tussen de palen op Olympia…    
                                 

Björn Sengier geïnterviewd
 

Het kan iedereen overkomen. Je presteert prima in een of andere organisatie, je voelt je er kiplekker. En plots, niet alleen onverwacht maar naar je overtuiging ook onterecht, daar krijg je een koude douche over je lijf. Zo ijskoud is die douche dat ze je noodzaakt een einde te maken aan het verhaal dat je aan het schrijven bent. Niet dat er geen leven meer is na die shock, dat niet, maar toch wel zo dat het je bijzonder zwaar uitvalt een nieuwe start uit te zoeken en het roer weer op te nemen. De vraag die zich hierbij opdringt: Eens dat het tijd tot bezinken heeft gehad, hoe kijkt ‘het slachtoffer’ naar wat hem destijds overkomen is? Ligt het gebeuren hem zo zwaar op de maag dat het hem niet eens mogelijk is waardering uit te spreken voor wie en voor wat hij destijds heeft mogen meemaken?  “The time is a great healer,” beweren de Engelsen, en Björn Sengier bewijst dat het waar is.

Was je als kind al in de ban van Koning Voetbal, Björn?  Stam je uit een voetbalminnend milieu?

Ik woonde in Petegem, en voor mij bestond er nauwelijks iets anders dan voetbal.  Er waren nogal wat pleintjes in onze woonbuurt, en was er buiten de lesuren op de speelplaats van onze school geen bal te zien, dan vond je zeker een hele bende van ons op die veldjes aan het shotten.  Van meet af aan was ik altijd keeper, het was een spontane voorkeur.  Vader heeft ook gevoetbald, zij het op lager niveau, en hij zag mij en ons graag bezig.

Cerle Brugge KSV

Supporterde jij voor Sparta Petegem, voor Racing Gent-Zeehaven of voor de Gentse Buffalo’s?

Je zult het wellicht niet graag horen, maar op school was zowat iedereen ofwel voor Club Brugge, ofwel voor Anderlecht.  Er waren dus twee clans, en ik herinner me dat er op de speelplaats één jongetje met een zwart-groene sjaal rondliep.  Ik was niet voor Anderlecht, en ik was ook dat jongetje niet…  Maar kijk, denk maar niet dat ik daar last van gehad heb toen ik jaren later bij Groen-Zwart terecht kwam.  Is het niet vanzelfsprekend dat jij als kind je inpast bij een vriendengroep, en dat je als professionele voetballer de kansen grijpt die je geboden worden? 

Maar zelf speelde je bij de jongste voetbalploegjes van Sparta Petegem?

Ja, niet lang, en professioneel ben ik pas gaan voetballen bij Cercle.  Bijna heel mijn jeugd heb ik bij KV Kortrijk doorgemaakt, van mijn twaalf tot mijn achttien jaar.  Daarop volgden SK Deinze en FC Eeklo.  Bij Eeklo nam ik een grote stap voorwaarts.  Ik kende er een zo schitterend seizoen, dat Danny Van de Velde, keepertrainer bij Cercle, op het einde van dat ene jaar ervoor zorgde dat ik naar Groen-Zwart getransfereerd werd.

Cerle Brugge KSV

Dat gebeurde halfweg 2000.  Cercle  had al drie jaar ontgoocheld als titelkandidaat voor promotie naar Eerste.  Het vierde, en ook het volgende, dat waren dan jouw twee seizoenen bij Groen-Zwart, resulteerden evenmin in de zo vurig verhoopte overgang.

Dat klopt.  Zo is het uitgevallen.  We waren nochtans gedreven, enthousiast, en we wilden absoluut naar Eerste.  Elke speler evenzeer?  In principe is het nooit uitgesloten dat een of andere speler er minder op gebrand is te promoveren, in het achterhoofd kan altijd het idee opkomen dat de kans op een basisplaats hogerop kleiner is.

(foto: De nieuwkomers in augustus 2000: A. Camara, M. Makhloufi, D. Avonture, J. Nierynck, J. Siljanoski, S. Sanda, B. Sengier)

We waren alleszins een hechte groep en als team deden we al wat we maar konden om naar ’s lands hoogste afdeling  door te stoten.  Het heeft er ook even naar uitgezien dat het goed zat met de kans daartoe.  Tijdens mijn tweede jaar speelden we de eindronde.  Het begon schitterend met een overtuigende overwinning tegen Ingelmunster, maar tot onze eigen verwondering viel de motor stil daarna.  We haalden nog slechts één punt tegen Bergen, dat uiteindelijk promoveerde.

Wat is je verder het best bijgebleven uit die twee Cerclejaren?

Vooral heb ik Cercle als een warme vereniging gekend, en aI heb ik geen contact meer met hen, ik denk nog met plezier aan heel wat Cerclevolk van toen.  Ik kan zomaar voor de vuist  alle basisspelers opnoemen met wie ik samenspeelde, en ook met de supporters ging het er hartelijk aan toe.  Ja, er zaten leuke kleppers in onze ploeg, en je moet er tussen zitten om te weten hoe belangrijk dat is voor een team.  Johnny Nierynck, bijvoorbeeld, was niet de meest getalenteerde voetballer, maar niet alleen door zijn tomeloze inzet tijdens de matchen, ook als altijd positief ingestelde sfeerschepper stuwde hij Groen-Zwart vooruit.  Onze ‘Zeekapitein’ was ervoor bekend, en terecht!  Er waren nog spelers die voor de goede sfeer zorgden, hoor,  Kristoff Van Robays, Hendrik Van Hende, Fabio Vergucht en  Mo Kanu onder andere.

Cerle Brugge KSV

 

Het verheugt me dat je Cercle zo uitdrukkelijk als een warme vereniging hebt aangevoeld, maar ik durf het haast niet op te nemen in het interview.   Er zijn al zoveel geïnterviewde ex-Cerclisten die iets gezegd hebben dat daarop neerkomt, ik heb het al zo dikwijls in interviews vermeld, dat regelmatige lezers ervan wel zouden gaan denken dat ik jullie de pap in de mond geef.  Niet alleen ‘geef’, ‘duw’ zelfs…

Cerle Brugge KSV

O, neen, ik meen het zeker oprecht als ik zeg dat ik bij Cercle veel warmte heb gekend, en dat zowel onder ons, spelers, als rond het veld vanwege de supporters.  Over het Cercle van vandaag kan ik niet oordelen, maar het zou jammer zijn als dat zou afgenomen zijn.  Dat gevoel van één grote familie te zijn is moeilijk te omschrijven, maar het was zeker eigen aan Cercle zoals ik het mocht beleven.   Op en rond Olympia voelden we ons helemaal thuis.

(foto: Samen met Denis Viane als peter op een supportersfeest in Eernegem (2001).)

Sympathiek klinkt het niet wat ik nu zeg, maar: “Mooie liedjes duren niet lang.”  Je bent slechts twee jaar bij Cercle gebleven.  Hoe komt het dat er zo gauw een einde kwam aan je tijdperk bij Groen-Zwart?

Dat kwam door het enige dat me bij Cercle niet is meegevallen, maar het was dan ook een harde klap die me werd toegediend.  Tijdens de twee seizoenen vóór mij was Ricky Begeyn de vaste waarde in het Cercledoel.  Toen ik na hem kwam, speelde hij twee jaar bij SV Roeselare.  Bij Cercle presteerde ik goed.  Is een bewijs nodig?  In 2000-2001 speelde ik 32 competitie- en 6 bekermatchen bij Cercle.  Het jaar erop respectievelijk 39 en 2.  Je mag gerust schrijven dat ik voor Groen-Zwart meer punten gewonnen heb dan ik er zou verloren hebben.  En wat gebeurde er juist vóór het begin van de eerste trainingen van het seizoen 2002-2003?  Via de media vernam ik dat Ricky een contract voor vijf jaar bij Cercle aangeboden had gekregen en ondertekend.  Kun jij je indenken wat mij door het hoofd ging?  Weet je wat dat is, het vooruitzicht om daar misschien vijf jaar lang op de bank te moeten zitten?  Ik was een ambitieuze prille twintiger, ik twijfelde niet aan mijn eigen kunnen, en ik wist dat ik bij één bestuurslid van Groen-Zwart in ongenade was gevallen, iemand die al lang weg is van Cercle.  En al te vluchtig dan ben ik naar Nieuwkerken overgegaan, één afdeling lager dan Cercle en tegenwoordig FCN Sint-Niklaas.  Dat was geen meevaller, zodat ik blij was toen SK Deinze, waarbij ik al gespeeld had, na één jaar weer bij mij aanklopte.

Ik interview je hier in een prachtige, zeer ruime cafetaria naast het veld van Deinze. Bijna alles wat ik rond ons zie is oogstrelend in oranje en zwart gekleurd, maar je tweede periode als doelman hier duurde ook maar twee jaar.  Je hebt nadien nog voor een zestal ploegen in het doel postgevat.  Je hebt zelfs de grens naar Nederland overgestoken.

In België trad ik nog op bij Zulte-Waregem, SK.Lommel (toen Lommel United), FC Antwerp en Sporting Hasselt.  In Nederland kende ik twee heerlijke jaren bij Willem II en vooral bij Helmond, waar Antwerp me na één seizoen wist weg te halen.  Het is echt wel anders voetballen bij onze Noorderburen.  De technische vaardigheid komt er meer aan bod dan hier, het fysieke is er minder dominant.

Maar jij stond tussen de palen.  Voor jou zal dat toch geen groot verschil uitgemaakt hebben?   Zeg eens, hoe kijk je na al die jaren op jezelf als doelman neer?  Wat voor een keeper was jij,  wat waren je sterke kanten en wat had wellicht beter gekund?

Akkoord, voetballen in Nederland of in België verschilt meer voor veldspelers dan voor de doelman, maar je moet dat toch wat relativeren.  Meer dan vroeger is een doelman intens betrokken bij al wat zich op de grasmat afspeelt.  Natuurlijk moet hij zijn werk tussen zijn palen goed verrichten, maar wat van hem uitgaat heeft niet alleen zijn weerslag binnen de kleine of de grote rechthoek.  Wat hij als keeper betekent, heeft een belangrijke weerslag op de prestatie van  het team over heel het veld.  Ik bedoel meer dan dat opvallender dan bij veldspelers winst of verlies kan afhangen van één of enkele goede of kwalijke tussenkomsten van hem, van een fantastische redding of van een vreselijke flater, maar dat het zijn medespelers vleugels geeft als ze weten dat ze kunnen rekenen op een keeper die alles klaar voor ogen ziet.  Van alle spelers is hij de enige die kan zien wat zich over heel het terrein voordoet.  Het is dan ook van belang dat hij onafgebroken meeleeft bij al wat op dat ruime veld gebeurt.  Geeft hij richtlijnen in de mate van het mogelijke en ondervinden zijn ploegmaats dat die kloppen, dan weten zij dat ze op hem kunnen rekenen.  Het doet er zelfs niet toe of de bal tijdens heel de match maar enkele keren in zijn buurt komt of dat zijn kooi voortdurend bestookt wordt, als zijn medespelers weten dat ze zo’n klaarziend slotstuk achter zich hebben, geeft dat een enorme boost aan hun zelfvertrouwen.  Was ik lang geen Jean-Marie Pfaff, geen Preud’homme, geen Courtois, toch geloof ik dat er een gunstige invloed uitging van mij op het hele team, dankzij mijn alerte, verbale deelname aan het spel.  Ik zei al dat ik voor Cercle als keeper zeker een gunstige balans kan voorleggen, en dat was bij de ploegen erna niet anders.  Mijn technisch talent was behoorlijk, zonder dat het buitengewoon was, maar wegens mijn totaaldeelname aan het gehele wedstrijdgebeuren, niet alleen met handen en voeten maar ook met mijn ogen en mijn stem, bevorderde ik in ons team een zekere organisatie die uitging vanuit mijn doelgebied en, niet minder belangrijk, zo stimuleerde ik het zelfvertrouwen van onze veldspelers.

Je lijkt me in de wieg gelegd om trainer, keepertrainer dan wellicht, te worden?  Of is dat je ambitie niet?

Ja, ik ben al een eind ver op weg daarnaar.  Keepertrainer word ik niet, maar gewoon trainer, dat zit erin, en hopelijk komt het zover.  Ik ben 39, en ik ben een paar maanden geleden gestopt als keeper bij Sporting Hasselt omdat ik de kans kreeg om commercieel medewerker te worden bij SK. Deinze, de enige ploeg waarbij ik speelde vóór en na Cercle. 

(foto: Promotionele foto met enkele ploegmaats en coach van Wijk in de spelershome.)

Cerle Brugge KSV

Ik heb die kans met beide handen gegrepen, want ik wil zeker zo lang het ook maar enigszins kan, actief blijven in de wereld van het voetbal. Zonder voetbal was ik wellicht schrijnwerker geweest, gespecialiseerd in het maken van houten trappen, maar dat lederen ding en al wat ermee samenhangt, intrigeert me zozeer dat ik mij mijn leven zonder voetbal nauwelijks kan voorstellen.  En van trainers gesproken, ik heb er nogal wat gekend, maar slechts één bij Cercle, en dat is dan ook de trainer die ik als trainer en als mens het meest bewonder, Dennis van Wijk.  Het heeft wel wat geduurd voordat ik hem zo apprecieerde, want hij kan vreselijk hard zijn, maar dat is hij alleen zolang hij het bevorderlijk acht voor jou.  Het is merkwaardig, maar als je Dennis als trainer hebt gehad, dan is de kans groot dat je hem ofwel bijzonder hoog acht, ofwel dat je het liefst nooit meer aan hem denkt…

Hoef ik erop terug te keren, lezer, hoe Björn tegen zijn periode als Cercledoelman aankijkt?  Hij steekt zijn ontgoocheling over wat hij na die twee jaar te verduren kreeg niet onder stoelen of banken, maar hij beseft dat het niet onverdeeld ‘de Vereniging’ is die hem die klap toediende. Misschien blijkt zijn houding nog het best uit de laatste woorden die hij liet horen vooraleer ik uit Deinze wegreed: “Sinds mijn Cercletijd ben ik niet meer naar Groen-Zwart gaan zien in Olympia. Het is stilaan tijd dat ik dat wél eens doe.” Van zijn heerlijke Cercletijd met zo‘n ‘warm’ Cerclevolk heeft Björn zozeer genoten dat zijn sympathie voor onze favoriete Vereniging na zijn pijnlijk afscheid op een laag pitje kon blijven smeulen, maar uitdoven zal die nooit.

 

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Wat nu? - Willy Craeye

Wat nu?  Blijkbaar kan zoiets zelfs nadat je al een respectabel aantal oud-Cerclespelers geïnterviewd hebt: Je komt thuis, en je vraagt je af: “Hoe leg ik dat aan boord?  Hoe slaag ik erin een correct beeld weer te geven van een mens die al te eenzijdig uit de verf komt als ik alleen de woorden weergeef die hij mij liet horen?”  Doe ik niet meer dan dat, schrijf ik alleen Willy’s antwoorden op de gestelde vragen neer, dan zou de lezer zich hem wel eens  met een al te donkere bril op kunnen voorstellen.  Werd ons gesprek gefilmd, dan kon de kijker zien dat dergelijke indruk niet klopt.  De belangrijkste oorzaak hiervan komt erop neer dat Willy, nu 78 jaar, tegelijkertijd weinig interesse heeft behouden voor wat hij als Cerclespeler 60 jaar geleden heeft gepresteerd en dat dit verleden toch een deel uitmaakt van de persoon die hij is op de dag van vandaag.  Een gezellige, goedlachse persoon is hij, die echter een stuk verleden in zich draagt, waarvan hij niet kan verhelen dat het hem is tegengevallen.  Zou ik het als ‘een brok onverteerd verleden’ brandmerken?  Neen, dat niet, ‘k geloof niet dat Willy er in de voorbije halve eeuw ook maar één uur van wakker gelegen heeft, maar vraag je hem expliciet naar ‘de tijd van toen’, dan brandt ‘de waarheid’ op zijn tong.

De waarheid?  De waarheid?  Daar moet ik verder over uitweiden, al gaat er een vrij lange aanloop aan vooraf…

Ik was enthousiast toen onze hoofdredacteur, Georges Debacker, me voorstelde Willy Craeye te interviewen.   Ik herinnerde me Willy immers heel goed.  Destijds, zo lang geleden, had hij als jong Cerclespeler indruk op mij gemaakt.  Na vier jaar in Derde werd Cercle kampioen tijdens het seizoen 1955-1956.  Ik stond vol bewondering in vuur en vlam voor de kampioenenploeg: Raoul Verleye, Marin Roye, Maurits Crépain, Roger Claeys, Adhémar Slabbinck  Jackie Decaluwé en de bijna uitsluitend Antwerpse voorlinie met Vic Derboven, Richard Van Gassen, Français Loos, Guy Thys en onze bloedeigen Pierre Schotte.  Geen wonder was het dat ik met grote ogen opkeek naar enkele beloftevolle jongeren die van zich lieten spreken en voor nieuw bloed zorgden tussen de zopas vernoemde ‘oude ratten’.  In het bijzonder Gaston Eeckeman en Willy Craeye, in mindere mate ook Herman Houf, stelden mij, zelf nog jonger dan die nieuwe sterren aan het Groen-Zwarte firmament, gerust dat Cercle stand zou houden in Tweede.  Willy Craeye imponeerde mij als een aalvlugge aanvaller met goede invallen die op een eigen, onverwachte manier een gevaarlijke aanval kon lanceren.  Heel goed herinnerde ik me echter ook dat hij na weinige wedstrijden plots uit het Groen-Zwarte blikveld verdwenen was, helemaal verdwenen eruit, zonder dat ik er enig idee van had hoe dat kwam.  Ja, het kwam goed uit dat me voorgesteld werd Willy te interviewen.  Ook na zo lange tijd vroeg ik me af hoe het kwam dat hij er ‘al met eens’ niet meer was.

Bijgevolg: als interviewer fietste ik met licht gemoed en heel nieuwsgierig naar Willy’s woonst in Sint-Andries?  Toch niet!  Nieuwsgierig was ik wel, maar vederlicht viel dat gemoed van mij niet uit.  Stel je voor: Toen Georges Debacker Willy contacteerde vroeg onze ex-Cerclist hem: “Durft je interviewer de waarheid neer te schrijven?”  “Oei,” dacht ik toen Georges me dat zei, “er zal iemand Willy lelijk tegen de schenen getrapt hebben…  Natuurlijk, natuurlijk mag ‘de waarheid’ het daglicht zien, maar het wordt delicaat als Willy namen vernoemt van wie hem onrecht zou hebben aangedaan.  Onvermijdelijk zal het interview een verhaal uit één mond worden, waarbij wie aangeklaagd mocht worden geen kans heeft op een repliek.  Hopelijk, vooral, komt hij niet voor de dag met een zo kwalijk verhaal dat het beter in de nevelen van het verre verleden verdampt dan dat het nu nog bovengehaald wordt.”

Mocht u, lezer, enigszins in mijn ongerustheid gaan delen zijn, dan kan ik u meteen gerust stellen.  Willy weet zich onheus behandeld, maar het gaat om feiten waarbij een buitenstaander denkt: “Ja, dergelijke zaken komen, helaas, al te dikwijls voor.  Aanvaardbaar zijn ze niet, maar we leven nu eenmaal in een wereld waar een ideale gang van zaken ver te zoeken is.”  Willy, echter,  commentarieert: “Je moet dat zelf hebben meegemaakt als een jong spelertje, zo’n gebrek aan teamspirit en zo’n tekort aan psychologisch inzicht, om te begrijpen wat voor een dégoût zoiets  oplevert.”

Er zijn drie zaken die Willy aanklaagt.  Laat me ze eerst inkaderen.  Tijdens Cercles eerste jaar in Tweede, 1956-’57, speelde hij één wedstrijd in het fanionelftal.  Het jaar erop elf wedstrijden.  Het is niet uitzonderlijk dat begaafde spelers vrij jong debuteren in een eerste elftal, maar Willy was bijzonder jong, pas 17 jaar.  Begrijpelijkerwijze, en niet ten onrechte, droomde hij van een heerlijke toekomst als voetballer.  Meer dan hem lief was echter wist hij zich gedwarsboomd door de Antwerpse, altijd geselecteerde, voorspelers, die “samen in dezelfde auto uit Antwerpen naar Cercle reden”.  Dat ‘dwarsbomen’ zou Willy wellicht geredelijk aanvaard hebben, was het niet dat hij zich als slachtoffer geviseerd voelde.  Dit vooral ging hem tegen: in het toenmalige WM-systeem met vijf voorspelers werd hij meermaals niet als hoekspeler maar als inside, dat betekent tussen de midvoor en de hoekspeler, opgesteld.  En trainer Guy Thys plaatste hem daar om Vic Derboven te sparen, om Vic ademtijd te geven tussen zijn acties door.   Een hoekspeler hoefde immers niet voortdurend, onophoudelijk, te draven, zoals een inside dat wel moest doen.  “Dat, zoiets, een jonge voetballer met een lichaam dat op die leeftijd nog niet volgroeid is, met zo’n zware opgave belasten zodat je eigen favoriet het wat rustiger aan kan klaren, dat doe je niet. Het is fysiek en psychologisch onverantwoord,” klaagde Willy aan.  En als illustratie voegde hij eraan toe dat hij in een wedstrijd tegen A.S. Oostende kort na drie, vier, opeenvolgende spurten plots alleen verscheen voor de toenmalige nationale doelwachter, Pol Gernaey, maar dat hij het niet verder bracht dan hem het leer zomaar zonder enige kracht in de handen te shotten.

Het tweede dat Willy zwaar tegen de borst stootte, was van een heel andere aard.  Hij vond het niet alleen eigenaardig maar zelfs oneerlijk vanwege Cercle, maar speelde hij bij de fanionelf, dan stortte Groen-Zwart slechts de helft van het bedrag dat de andere spelers verdienden, op zijn spaarboek.   Dat geen geld aan spelers onder de 21 jaar in de hand uitbetaald werd, kon Willy  aanvaarden, maar dat halveren van het bedrag zat hem hoog.

En het derde waarover Willy zozeer niet te spreken was dat hij het niet kon verzwijgen, is het feit dat Cercle hem na het einde van het seizoen 1957-’58 niet liet meegaan naar A.S. Oostende met Louis Versyp, die in de loop van het voorbije seizoen bij Cercle Guy Thys als trainer vervangen had.  Versyp had Willy graag meegenomen en hem zelfs verzekerd van een plaats in het eerste elftal.  Vermoedelijk, zo denkt, Willy, stelde Groen-Zwart dat veto om te voorkomen dat hij, Willy, bij een rechtstreekse tegenstander terecht zou komen.  Uiteindelijk belandde hij bij F.C. Eeklo, een afdeling lager, en dat na bijzondere inspanningen vanwege het Oost-Vlaamse team, niet dankzij Groen-Zwarte medewerking. 

"Een buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen."

Is het dat, slechts dat, wat het interview opleverde: Niets dan klachten, niets dan negatieve terugblikken bij een speler die het in een ver verleden niet heeft weten waar te maken bij Groen-Zwart?  Wilt u onze ex-Cerclist begrijpen, hem ‘naar waarheid’ inschatten, dan is het nodig dat u meer weet over hem en zijn specifieke persoonlijkheid.  Willy is nooit ‘een voetbalbeest’ geweest.  Dat was hij niet eens toen zijn toekomst als voetballer hem het meest rooskleurig leek.  Als knaap voetbalde hij dolgraag.  Hij woonde in de Ganzenstraat in Brugge en voortdurend voetbalde hij … doorgaans alleen, zelden met vrienden dus, voortdurend de bal tegen de muur shottend.   Toevalligheden leidden hem naar Cercle.  Verschillende keren ontmoette hij Lucien Dhondt, destijds overbekend als Cerclefiguur en als leverancier van bananen, onder meer aan zijn grootmoeder, die een groentewinkel had in de Oude Gentweg.  Een nicht van Willy was getrouwd met Pietje Roggeman, één van mijn favoriete spelers bij het Cercle van niet zo lang na de Eerste Wereldoorlog.  Hoe weinig belang Willy ook aan de kleuren hechtte, het tapijt dat voor hem open gespreid lag, kleurde Groen-Zwart.  Bijzonder typisch voor Willy is het volgende.  Hij speelde weinig bij de Cerclejeugd doordat hij vroeg bij de reserves en de eerste ploeg terecht kwam, maar tijdens de korte tijd dat hij bij de scholieren of de juniores speelde, scoorde hij aan de lopende band.  Bij de eerste ploeg echter trof hij slechts éénmaal raak. Hij scoorde die enige goal als openingstreffer in een thuismatch tegen Racing Doornik, wedstrijd die uiteindelijk op 1-2 verlies uitdraaide. Van naaldje tot draadje kan Willy dat pareltje van een doelpunt beschrijven:  rechts kreeg hij juist voor ‘de zestien’ de bal van ver toegespeeld, hij dribbelde een paar verdedigers, liep met de bal een heel eind naar links, voerde een verrassende crochet uit, keerde terug totdat hij weer midden de breedte van het veld net buiten de zestien terechtkwam, en als bekroning van deze knappe actie knalde hij het leer keihard in de winkelhaak.  Wat hierbij zo typisch is voor Willy is vooreerst de oogstrelende makelij van het doelpunt, maar vooral de commentaar die hij zestig jaar later laat volgen op zijn beschrijving ervan.  “Ik was blij,” zegt Willy, “ja, ik was blij, dat wel, maar ik voelde niks van de euforie zoals vele spelers tegenwoordig demonstreren als ze gescoord hebben.  Zo’n buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen.”  Enigszins in de zelfde lijn ligt wat hij vertelt over zijn verhouding tot zijn medespelers: met iedereen kwam hij goed overeen, maar actief deelnemen aan hun gebabbel lag hem niet, zich volop opgenomen bij die leuke bende voelde hij zich niet.  

En nu, al ben ik geen psycholoog,  hopelijk gunt u het mij, lezer, dat ik even verder nadenk over de verhouding tussen Willy’s persoonlijkheid en de betekenis van Koning Voetbal in zijn leven.  Welnu, ik vroeg Willy of hij tijdens de voorbije jaren  goed zijn boterham verdiend had.  Hij antwoordde mij dat hij 38 jaar in het onderwijs had gestaan, als technisch leraar in de afdeling houtbewerking van het Koninklijk Atheneum van Knokke-Heist.  Met terechte fierheid wees hij mij op het kunstvolle meubilair in zijn living, allemaal zelf gemaakt.  U las al dat Willy geen ‘voetbalbeest’ was.  Koning Voetbal, Cercle Brugge evenmin, heeft ooit wortel geschoten in hem.  Van binnen uit is Willy iemand die meer dan Jan met de pet geniet van wat hij als ‘schoon’ ervaart, van het artistieke, van wat het gewone op een kunstige wijze te boven gaat.  Dat is zelfs zo als het om een doelpunt gaat…  Mij was het niet moeilijk zijn standpunt te begrijpen bij de donkere toekomstvisie voor het voetbal, wereldwijd, die hij, eerder vluchtig, uit de doeken deed toen we daar verder over praatten.  Maar eigenlijk interesseert hem dat niet.  En in welke mate Cercle hem interesseert, bleek overduidelijk uit zijn antwoord op mijn vraag hoe hij tegen het Cercle van vandaag aankijkt.  Twee wedstrijden voor het einde van het eerste periodekampioenschap antwoordde hij: “Ik hoop dat ze erin blijven.”  Neen, zijn wens dat Cercle niet zou degraderen, was niet ironisch bedoeld…

En nu heb ik het wat moeilijk, lezer.  Terecht portretteer ik Willy Craeye als een ex-voetballer voor wie de lederen bal lang niet centraal staat in zijn leven, maar ik vrees dat wat u gelezen hebt de indruk nalaat dat ik hem in de eerste alinea ten onrechte als gezellig en goedlachs heb bestempeld. Wat u las, gaat daar niet tegen in.  “Om naar een voetbalmatch te gaan kijken heb ik geen cent over”, zegt hij, maar van ‘een terrasje’ kan hij echt genieten, en jarenlang al komt hij wekelijks samen met een uitdunnend groepje kameraden.  ‘Uitdunnend’, want onder meer Gaby Savat, jarenlang een door vriend en tegenstander gewaardeerde Clubspeler, is er niet meer bij.  Enkele weken geleden bezocht Willy, samen met Gaston Eeckeman, hun vroegere blauw-zwarte tegenstander in het rusthuis waarin hij verblijft.

"Ondanks alles acht ik mij een gelukkig mens."

Ik beëindigde het interview met een ietwat schalkse vraag. In oktober 1956 verloor Willy zijn eerste match bij Cercle, thuis tegen Racing Tienen, 0-1,  en anderhalf jaar later werd ook zijn laatste Cerclematch een nederlaag, 2-1  op Patro Eisden.  Of hij misschien een ‘geboren loser’ was, vroeg ik hem.  Rustig verzekerde mijn gastheer mij dat hij zich een gelukkige mens acht “omdat mijn vrouw en ik op onze leeftijd nog elke dag samen kunnen genieten van ‘t gene dat we hebben na al wat we zijn tegengekomen.”  Op dat ogenblik had Willy al verteld hoe hij bij Eeklo als voetballer niet had kunnen doorbreken wegens een bijzonder zware hersenschudding die hij nog voor zijn transfer bij een voetbalmatch onder militairen had opgelopen toen een bal van dichtbij keihard tegen zijn hoofd werd geschopt.  Een volle maand verbleef hij in de kliniek en de dokter liet er geen twijfel over bestaan: de gevolgen ervan zouden blijven natrillen, nooit meer zou hij kunnen voetballen als voordien.  Maar het was niet daaraan dat Willy dacht toen hij te verstaan gaf dat hij en zijn vrouw met heel wat tegenslagen werden geconfronteerd.

Neen, het ziet er niet naar uit dat er ooit iemand voor de dag komt met een uitgebreide biografie van Willy Craeye.  Zou het schrijven ervan de moeite lonen?  Wel, uniek zou die biografie zeker zijn.  Net zo uniek zou die zijn, lezer, als die over u, als die over mij en als die over onze buurman.  Geenszins bedoel ik daarmee dat die alledaags zou zijn, wél dat iedereen op een eigen, merkwaardige, wijze zichzelf is en beleeft wat hij of zij meemaakt.  Mij zal Willy bijblijven als een bijzonder getalenteerde jonge voetballer, wiens hart, binnen en buiten het voetbalspel, nooit op de eerste plaats klopte met het oog op sensatie of succes, maar des te meer voor het oogstrelende, het kunstvolle, het gracieuze.

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
De Cercle Vrienden organiseren: Barbecue 'Hesp aan 't spit'

Op zondag 18 november organiseren De Cercle Vrienden een barbecue.

Vanaf 12 uur gaat de barbecue aan en wordt er gestart met een aperitiefje. Na het aperitief kan er hesp aan 't spit gegeten worden. Hierbij zitten kroketten + groentjes + sausje en dessert.

Waar: Gemeente Houthulst, Dorpshuis Jonkershove (Mgr. Schottestraat).

De kosten hiervan zijn voor:
Volwassen: €20,-
Kinderen tot 12 jaar: €6,-
Kinderen onder de 6 jaar: Gratis

Inschrijving vooraf noodzakelijk, voor 9 november!

Inschrijven kan bij:
Roland Noyelee: 051 545326
Stefanie Cauwelier: 0478 835702
Walter Deceuninck: 051 544134
Albert Vanacker: 051 544755
Gino Lefevre: 0499 143504
Etienne Syoen: 051 544785
Willy Vanclooster: 051 704325
Franky Lefevere: 0471 611189
Noel Douvere: 0495 801922

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Bart in Bali

Bart Vermeire (commerciële cel Cercle) was aanwezig op de grootste jaarlijkse ceremonie aan de Besakih tempel in Bali (de grootste Hindoe tempel van Azië) aan de voet van de Gunung Agung vulkaan.
Bij een verbroedering met lokale Hindoe jongeren die hun goden kwamen aanbidden, promootte Bart de Cerclekleuren in Aziatisch motief.

“Ook in het Boedhistisch klooster hebben we gebeden voor het behoud van Cercle op de dag van de wedstrijd tegen Lommel”, klonk het bij Bart.  
Met succes blijkbaar…

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 211)

Cercle

Een gelijkspel op F.C. Diest (2-2) en een thuiszege tegen White Star (3-1).  De groen-zwarten hadden de start van het nieuwe seizoen niet gemist.  Al was zeker niet iedereen tevreden over het geëtaleerde voetbal.  Wilden de Bruggelingen een gooi doen naar de zo fel begeerde promotie dan moest de kwaliteit van het geleverde spel drastisch opgekrikt worden.  Maar, zullen de groen-zwarten waarschijnlijk gedacht hebben, niet echt goed spelen en toch punten pakken, dat is de kunst.  De Bruggelingen wilden die theorie ook op het veld van Olse Merksem in de praktijk omzetten.  “Veritas” mocht in opdracht van “Het Brugsch Handelsblad” richting Merksem sporen en er zijn bevindingen toevertrouwen aan het papier :

Olse Merksem – Cercle Brugge  5-1  –  Cercle maakte spel… Olse doelpunten !” : “Hoe een dubbeltje rollen kan, zouden onze nuchtere Noorderburen alvast zeggen, na de wedstrijd Olse – Cercle gezien te hebben.  Immers, bij het horen van de uitslag zal menige Bruggeling beslist gedacht hebben dat de groen-zwarten er in het Gemeentepark te Merksem er niet bij te pas zijn gekomen.  Niets is echter minder waar : de Cercle-jongens hebben op het veld van de Oudleerlingen van St-Edwardus (de Edwardjes zeggen zij in Antwerpen) voetbal gespeeld, dat zeker mocht gezien worden.
De kombinaties verliepen vlot, er werd bij momenten aan show gedaan, bij zoverre dat Merksem op sommige ogenblikken als het ware ingedrukt was, er werden reeksen hoekschoppen afgedwongen, maar één zaak werd er vergeten, het bijzonderste : het schot op doel !  Het is tot vervelens toe dat wij dit moeten herhalen : het was enkel Bailliu die zijn kans op doel waagde, doch de Cercle-aanvoerder kende hierbij geen greintje meeval.  Hij schoot op de paal, ofwel werd zijn doelpoging door een achterspeler weggewerkt als de doelman reeds geklopt scheen, in elk geval, de lokale reservedoelman die in laatste instantie inviel voor de gewonde Jacobs, deed bepaald zeer onzeker, doch kende waarschijnlijk meer geluk op die ene wedstrijd, dan in zijn voorgaande matchen samen.  “En dat dit juist tegen Cercle moet gebeuren”, zuchtte een groen-zwarte supporter voor ons in de trein, die ons naar Brugge terugreed.
Overtrof Cercle inzake techniek de Merksemse tegenpartij, ongelukkiglijk ging dit aantrekkelijk spel gepaard met een schrijnend gebrek aan afwerking : zowel de Zuidwestvlaamse rechtervleugel Daels-Buyse als de linkerwing Gerard-Michiels liepen vaak in de kijker door hun sierlijke aanvalsmaneuvers, doch gevaar voor de lokale doelmond kwam er daarbij slechts heel zelden.  Waar bovendien Perot meer dan op zijn beurt de aanval ging steunen, doch zo traag terugkeerde bij de bliksemsnelle Merksemse tegenaanvallen, werd Roje begrijpelijkerwijze voor zware problemen geplaatst : de grote eindcijfers zijn een sprekend bewijs dat er achteraan iets niet klopte bij de man-dekking van Cercle.
Eén ding staat vast : op gebied van direktheid en van afwerking konden de Bruggelingen gerust een lesje nemen van de lokale blauw-gelen.  Waar Cercle 10 passen voor nodig had, deden Vande Weyer en zijn maats in 2 tijden, en daar bovendien de Merksemse forwards met droog poeder schoten, zal Mortier deze zonnige zondagnamiddag nog zo vlug niet vergeten.”


Technische  krabbels…
Olse Merksem – Cercle Brugge  5-1

- opkomst : 4.000 toeschouwers.
- leiding : dhr. Dupont, “thuis”arbiter.
- weergesteldheid : zonnig en warm.
- terrein : prima.
- fair-play : een paar lokale achterspelers maakten wel eens gebruik van de lankmoedigheid
  van de spelleider.
- corners : Olse 7, Cercle 12.
- doelpunten : 3e min. : Sips 1-0 ; 26e min. : Vande Weyer 2-0 ; 47e min. : Kemland 3-0 ; 57e
  min. : Vande Weyer 4-0 ; 60e min. : Sips 5-0 ;  89e min. : Perot 5-1.
- Olse Merksem : Boon, Brands, Verbois, Willems, Soetewey, Didden, Verhaegen, Vande
  Weyer, Adel, Sips, Kemland.
- Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Daels, Buyse, Bailliu, Michiels, Gerard.


 

Brugge

* Wie zin heeft om een boek te lezen kan daarvoor terecht in één van de vele bibliotheken die Brugge rijk is.  Al deze bibliotheken zijn tegenwoordig gegroepeerd en vallen onder de bevoegdheid van Stad Brugge maar dat was destijds wel even anders.  Mijn vader was een fervent boekenliefhebber.  Kilo’s boeken heeft hij gelezen.  Hij stapte dan ook regelmatig Bruggewaarts om er in de Oude Burg een bibliotheek te bezoeken.  In de gebouwen van de Christelijke Mutualiteit, de rasechte Bruggelingen spraken steevast over “de Gilde”, trof je op de bovenverdieping een welvoorziene bibliotheek aan.  Het was nog de tijd dat diverse sociale organisaties allerhande activiteiten tot bij de mensen wilden brengen en dus richtte het Algemeen Christelijk Vakverbond een volksbibliotheek op : de Guido-Gezelleboekerij.  Probeer die bibliotheek maar niet meer terug te vinden want zij is sinds jaar en dag verdwenen.  Het gebouw van de Christelijke Mutualiteit werd ondertussen reeds enkele keren grondig verbouwd zodat elk spoor dat duidt op de ooit aanwezige bibliotheek nu zeker en vast verdwenen zal zijn.  Maar mijn vader beperkte zich niet tot de Guido-Gezelleboekerij in “de Gilde”, hij ontleende ook boeken in de bibliotheek “Lode Zielens”.  Over die laatste bibliotheek doen wij hieronder wat geschiedenis uit de doeken :

In “Het Brugsch Handelsblad” van 24 september 1960 vonden wij alvast een uitnodigende advertentie terug om, nu de dagen korter en de avonden langer werden, eens een boek ter hand te nemen :

Bibliotheek Lode Zielens, Zilverstraat 43” : “Nu de lange winteravonden in het verschiet liggen, mag weerom een grotere toeloop van lezers verwacht worden in onze bibliotheek.  Een grote bestelling van meer dan 200 van de laatst verschenen romans en vormende werken is aangekomen en zal spoedig voor uitlening gereed zijn.  Zoals gewoonlijk wordt met ingang van 1 oktober de uurrooster der uitleningen uitgebreid en is de bibliotheek ook toegankelijk voor het publiek elke dinsdagavond van 18 tot 20 uur.
De volledige uurrooster is dus als volgt :
Dinsdag, woensdag en vrijdag van 18 tot 20 uur, zondagmorgen van 10 tot 12 uur, donderdag van 18 tot 19 uur voor wetenschappelijke en vormende werken.
Vanaf 1 oktober worden in de Zilverstraat geen jeugdboeken meer uitgeleend.  Alle jonge lezers worden verwezen naar de nieuwe jeugdbibliotheek in de Minderbroederstraat nr. 8 (zie afzonderlijk bericht).”

Wellicht viel het de aandachtige lezer op dat je op donderdagavond van 18 tot 19 uur in de bibliotheek terecht kon voor het ontlenen van wetenschappelijke en vormende werken.  Anno 2019 lijkt het ondenkbaar dat een bibliotheek zijn aanbod zou opsplitsen en daar afzonderlijke openingstijden zou aan koppelen !

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen (deel 207)

(periode van 20-08-1960 -> 20-08-1960)

* Cercle

Het nieuwe voetbalseizoen naderde met rasse schreden.  Hoog tijd dus om te kijken hoe de conditie van de groen-zwarten er voor stond.  En, hoe kon dit beter dan door enkele pittige oefenwedstrijden op het programma te plaatsen ?

“Veelbelovende oefenmatchen te Brugge” – “Cercle – Beerschot AC” : “Het mag gezegd dat Cercle op veelbelovende wijze het nieuw voetbalseizoen tegemoet gaat.  Er werden immers reeds twee oefenmatchen betwist die in grote lijnen voldoening schonken.  Te Charleville werd nipt met 2-1 verloren tegen de Franse eersteklasser FC Rouen terwijl op half-oogst in Nederland een mooie en verdiende 1-2 zege werd geboekt tegen Breda.  In dit laatste treffen lukte de nieuwe aanwinst W. Lambert een prachtdoel terwijl Notteboom het winninggoal scoorde.  De Hongaar Locskai, die na de rust Desmaele als linksbuiten verving, liet eveneens een gunstige indruk.  De zieke Baas diende belet te geven en werd terdege gedoebleerd door Wittewrongel.
Heden zaterdag, te 18 uur, zet Cercle op eigen terrein haar kompetitievoorbereiding verder met een oefenmatch tegen niemand minder dan de Antwerpse eersteklasser Beerschot.  Voor de groen-zwarten wordt het zeker een zware test, al menen we dat het toch op zulk geen ramp zal uitdraaien als verleden jaar.  De Sinjoren zullen het niettemin ernstig opnemen en er alles op zetten om op punt te komen.  Het bewijs hiervan is dat volgende vijftien “mannekens” de reis naar Brugge zullen meemaken : Smolders, Gernaey, Wouters, Schroeyens, Weyn, Raskin, Van Hemelryck, Huysmans, Vanhostayen, Van Acker, Rik Coppens, Drieskens, De Borger, Zaman en Et. Coppens.  Allemaal bekende spelers waarbij ook de duurste transfer van het jaar Drieskens van Lommel, waarvan veel goeds verteld wordt.
Cercle van haar kant zal het met volgende opstelling proberen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Wittewrongel, Demey, W. Lambert, Buyse, Bailliu, Michiels en de Hongaar Locskai.  Verder zullen ook Desmaele, Acket, Notteboom, Daels en de Hongaar Gaal tijdens deze match getest worden.”

* Brugge

* Als een agent de baan op moet om een opdracht uit te voeren kunnen de weersomstandigheden wel eens tegen zitten.  Dan is het altijd meegenomen als er extra kleding ter beschikking is om de weerselementen in iets comfortabeler omstandigheden te trotseren.  Burgemeester Pierre Vandamme had oog voor deze situatie en besloot om de daad bij het woord te voegen : “Brugse politiemannen tegen regen en wind beschermd” : “Burgemeester Vandamme heeft twaalf plastieken regenmantels aangekocht om de dienstdoende politiemannen te beschermen tegen regen en wind.  De wetsdienaars zijn uiterst tevreden over deze beschutting, doch voor de verkeersagenten is deze meestal minder praktisch, vermits er geen armgaten of mouwen voorhanden zijn, om met de armen bewegingen te kunnen maken. Mogelijks kan aan deze kleine tekortkoming verholpen worden voor degenen die het verkeer moeten regelen.  In ieder geval is het een flink initiatief vanwege het administratief hoofd van de Brugse politie, dat ten zeerste naar waarde wordt geschat.”      

* Wiedenkt dat de beelden aan de voorgevel van het Brugse stadhuis honderden jaren oud zijn moet dringend zijn mening herzien.  De huidige beelden zijn zelfs van relatief recente datum.  Een beetje geschiedenis hieromtrent…

- De eerste steen van het stadhuis werd in 1376 gelegd door graaf Lodewijk van Male.  De werken namen, zacht uitgedrukt, geruime tijd in beslag want het was pas in 1421, 45 jaar na het begin der werken !, dat men het stadhuis als voltooid beschouwde.
Het Brugse stadhuis was het eerste monumentale laatgotische raadhuis van Vlaanderen en Brabant en was een stenen getuige van de economische en politieke bloei van Brugge tijdens de veertiende eeuw.
- De toenmalige geplaatste gevelbeelden waren van de hand van J. van Valenciennes.  Deze beelden werden in de loop van de eeuwen (van de 15detot de 18deeeuw) aangevuld met beeltenissen van figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament en figuren van heersers van Vlaanderen zoals graven en gravinnen, aartshertogen en keizers.
- Na de Franse Revolutie van 1792 werden onze gewesten vanaf 1794 door de Fransen bezet.  Iedereen weet nog uit de geschiedenislessen van destijds dat de Fransen zich niet schroomden om waardevolle gebouwen, vooral kerken en abdijen, te plunderen en te vernielen.  Ook het Brugse stadhuis kwam niet ongeschonden uit deze woelige tijden want de gevelbeelden en de wapenschilden werden vernield.
Op 18 juni 1815 leed Napoleon een definitieve nederlaag tijdens de Slag van Waterloo.  Voor onze gewesten veranderde echter niet veel.  Wij kwamen gewoon van de regen in de drup terecht want eenmaal de Fransen verdwenen waren kwamen de Nederlanders hier de plak zwaaien…
- Op 25 augustus 1830 werd, ter gelegenheid van de verjaardag van de Nederlandse koning Willem I, de opera “De Stomme van Portici” in de Brusselse Koninklijke Muntschouwburg opgevoerd.  Deze opera luidde meteen het begin van het einde van het Nederlandse bewind in.  De aria “Amour sacrée de la Patrie” zorgde er voor dat de vlam van de opstand definitief in de pan sloeg, er braken relletjes uit en de Nederlanders mochten nog datzelfde jaar hun matten voorgoed oprollen.
- Vanaf dan ging het snel : op 20 december 1830 erkende een conferentie van de grote mogendheden in Londen het recht op Belgische onafhankelijkheid en reeds op 11 januari 1831 erkende de Conferentie van Londen de nieuwe staat België.
Gevolg van dit alles was dat Leopold van Saksen-Coburg-Gotha op 21 juli 1831 voor het Congres de eed op de Grondwet aflegde en de eerste koning van België werd.
- Het Brugse stadhuis wachtte ondertussen, zoals hierboven vermeld, sinds de ongewenste aanwezigheid van de Fransen op de nodige herstelwerken.  Toch moesten de Bruggelingen nog geduld oefenen tot 1852-1863 om de totale buitenrestauratie van hun stadhuis mee te maken inclusief neogotische toevoegingen en het plaatsen van nieuwe beelden door J. Geefs uit Antwerpen en C. Geerts uit Leuven in samenwerking met Bruggeling J. Van Nieuwenhuyse.
- Blijkbaar was er, ook toen reeds, niets nieuws onder de zon, want omstreeks 1875 stelde men vast dat de stadhuisbeelden ‘aftakelden’ wegens ‘slechte materiaalkeuze’ met als logisch gevolg de geleidelijke verwijdering van deze beelden.
Omdat men nooit over één nacht ijs gaat duurde het nog tot 1876 vooraleer met de herstellings- en restauratiewerken begonnen werd.  Maar éénmaal gestart werd niet enkel de buitenkant maar ook de binnenkant van het stadhuis grondig aangepakt.  Opnieuw werd voor de betrokken kunstenaars en restaurateurs jarenlange werkzekerheid gecreëerd.
- In 1924 kreeg Prosper Hinderyckx uit Sint-Andries de opdracht om nieuwe beelden van Onze-Lieve-Vrouw met de inktpot en van Maria en de engel Gabriël te kappen.

- De soap met de stadhuisbeelden bleef echter duren.  In 1960, men was nog maar eens bezig met het stadhuis te restaureren, werden enkele plaasteren beelden geplaatst in de nissen van de voorgevel van het stadhuis met volgend resultaat (artikel verschenen in “Het Brugsch Handelsblad” van 20 augustus 1960) :

“Nieuwe beelden voor het stadhuis vielen niet in de smaak” : “Voor enkele dagen werden in de nissen van het Brugs stadhuis, dat men volop aan ’t restaureren is, vijf plaasteren beelden geplaatst die door de leden van de Koninklijke Kommissie voor Monumenten en Landschappen gekeurd werden.  Volgens die heren steekt er niet genoeg ziel in deze beelden, waardoor de gotische stijl zoek is geraakt.  Er werd besloten kontakt te nemen met de beeldhouwers de hh. Vandevoorde uit Brussel en Aubroeck uit Temse, om de kunstwerken de gewenste wijzigingen te laten ondergaan.”

- In 1967 werd de Brugse Burg ongewild sensationeel voorpaginanieuws want voor de toegangspoort van het toenmalige gerechtshof ontplofte… een bom !
Uiteraard besteedde ook “Het Brugsch Handelsblad” van 18 februari 1967, naast alle nationale kranten, de nodige aandacht aan dit opzienbarend feit :

“Brugge, Valentijnsdag 13 februari 1967.  Het anders zo kalme Brugge haalt de voorpagina’s van de nationale en de lokale pers.  ‘Bom ontploft te Brugge.  Ontzaglijke schade aan stadhuis, gerechtshof en Heilig Bloedkapel’.  Aan de poort van het Brugse gerechtshof op de Burg is in de voorafgaande nacht een bijzonder krachtige bom ontploft.
Drie agenten hebben in de nacht van 12 op 13 februari een enorme knal gehoord en reppen zich richting Burg.  Ze constateren dat de bom was geplaatst aan de poort van het gerechtsgebouw, aangezien ze hier een krater van een halve meter diep aantreffen.  De linkerhelft van een massieve eikenhouten poort is uit haar hengsels geblazen en het beeld van Moeder Justitia op het binnenplein is onthoofd.  Stukken van de gevel van het stadhuis zijn door de klap beschadigd en ook de Heilig Bloedkapel komt er niet ongeschonden uit. Eeuwenoude brandglasramen zijn volledig vernield.  Politie, rijkswacht en een wapendeskundige kammen de Burg uit, maar van het springtuig is geen spoor meer te vinden.”

Hoe opvallend deze zaak een hele tijd de voorpagina’s van de lokale en nationale kranten beheerste, even snel verdween elk nieuws van de aanslag uit de media.  Ook kon het Belgische gerecht, ondanks zijn duchtige werk in deze prestigezaak, de zaak nooit oplossen.  De zaak stierf een stille dood en slechts enkele Bruggelingen hebben nog vage herinneringen aan het mysterie van ‘de bomme van ip den Burg’…

- Na deze aanslag opteerde men om nieuwe beelden te kappen in plaats van de beelden uit de 19deeeuw te kopiëren.  M. Witdouck uit Lovendegem vervaardigde zeven gotisch getinte beelden om in de onderste rij te plaatsen.
Er ontstond een langdurige polemiek over de vorm en de stijl van de 48 ontbrekende beelden zodat men zich in 1981 genoodzaakt zag om een wedstrijd uit te schrijven.  Het echtpaar Livia Canestraro en Stefaan Depuydt uit Snellegem werden de winnaars.  Bij het kappen van de overige beelden inspireerden zij zich, zoals het ook enkele eeuwen eerder gebeurd was, op figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament en op heersers van Vlaanderen.  Dit keer werden de beelden op andere consoles geplaatst die wapenschilden van de subalterne steden voorstelden.

Lees meer