koop tickets online
Shot-online
04/12/2018

Schijnwerpers op … Luc Constandt

Bij het vallen van het blad. SHOT Online sprak met Luc Constandt, bestuurslid van de VZW Cercle Brugge en Cerclist in hart en nieren. Net voor de aftrap tegen Waasland-Beveren spraken we de bedrijfsleider uit Maldegem bij een kop warme soep.

 

Met wie heeft SHOT het genoegen kennis te maken?

Ik ben geboren in 1945, dus intussen met 73 jaren gezegend, en afkomstig uit Jabbeke, verwant met de familie Bogaert die reeds lange tijd, en nog steeds, in de Belgische politiek actief is. Ik deed technische studies, waarna ik mijn carrière begon aan de tekentafel bij de familie Claeys in Lichtervelde, een aluminium-extrusie-bedrijf. Na nog wat omwegen, belandde ik uiteindelijk in Maldegem, waar ik kon beginnen op zelfstandige basis in de aluminiumsector. Mijn bedrijf in ramen en deuren, Aludecor, evolueerde tot een middelgrote onderneming met een vijftigtal werknemers, om in 1998 over te schakelen op het maken en plaatsen van aluminium balustrades. Van toen af heette de firma Aluform, waar ook mijn oudste zoon bij werd betrokken. Tot op heden verzorg ik nog steeds het commerciële luik, en ben ik nog 10-12 uur per dag actief. Elke ochtend steeds vroeg uit de veren.
 

Cerle Brugge KSV

En dan is Cercle nog niet vernoemd…

Ik ben lange tijd in de sportwereld actief geweest, en dan aanvankelijk in de volleybalwereld. Ik was 25 jaar voorzitter van Flamingo Maldegem, waarmee we tot in ere-divisie zijn geraakt. Ook mijn oudste zoon was daar als speler actief, en ik houd er vooral goede herinneringen aan over. Maar daarnaast ben ik ook Cercle-supporter sinds mijn 18e..Dus een slordige 55 jaar klopt het hart voor Cercle. Ik maakte zowat alle periodes mee, heb Verriest zien spelen en andere schitterende spelers zoals Monteanu, Weber, Kalusha… Ik bleef Cercle altijd trouw, en ook onze mooie familie draagt de Cercle een warm hart toe.
 

Cerle Brugge KSV

Ondertussen gaat het Cercle sportief en extra-sportief voor de wind:

Inderdaad. Cercle is lokaal altijd al een sterk merk geweest. De onverwachte degradatie naar 1B gooide echter wat roet in het eten. Iedereen herinnert zich nog het drama thuis tegen KV Mechelen. Ik heb toen aan Frans Schotte en Paul Vanhaecke een extra financiële inbreng beloofd, hetgeen ook is gebeurd. Ik wil hier toch ook nog vermelden dat ik, om loutere zakelijke reden eerder ook in KV Oostende sponsering ben aangegaan. Dat ging gepaard met bedrijfsopdrachten bij de uitbreiding van het stadion, maar die sponsoring loopt dit jaar af. In bepaalde Cercle-kringen werd dat al eens verkeerd begrepen, als zou Oostende mijn voorkeur hebben genoten, wat niet het geval is. Dat wil ik bij deze toch eens duidelijk stellen.
 

Heb je als VZW bestuurslid een bepaalde functie?

Niet specifiek. De VZW is er om de eigenheid van Cercle Brugge te bewaken, en is in hoofdzaak op de jeugdwerking gericht. Ik kreeg vorig jaar de vraag van de voorzitter Piet D’hooghe om bestuurslid te worden, wat me heeft gevleid. Ik aanvaardde onder de voorwaarde dat het mij niet al te veel werk zou kosten. Het bestuur bestaat naast mezelf uit Frans Goeminne, Maria Blontrock, Filip Vermander en Piet D’hooghe, aangevuld met een delegatie van Monaco in de figuur van Filips Dhondt. We komen een vijftal keer per jaar officieel bijeen, en alles verloopt zeer professioneel, wat me zeer goed bevalt. Ik wil er ook nog aan toevoegen dat ik veel respect heb voor de organisatie van de VZW, in het bijzonder voor het werk van Piet D'Hooghe en Maria Blontrock die ontzettend veel betekenen voor de vereniging.

De toekomst van Cercle zelf, wordt daar in de VZW over gesproken, hebben jullie daar een visie op?

Nee, daar wordt eigenlijk niet over gesproken. Ook in de sportieve verwachtingen en plannen op het hoogste niveau hebben we geen inzage.

Maar voor de jeugdwerking zijn er wel objectieven door de VZW geformuleerd?

Door toedoen van de voorzitter scoren we met de jeugdwerking hoge toppen. We kregen onlangs nog de hoogste nationale kwalificatie voor onze jeugdwerking, wat slechts een 12-tal ploegen uit de reeks te beurt viel. Dat kwaliteitslabel hangt af van veel factoren en parameters: ruimtes die we ter beschikking stellen, opsmuk van fitness-zalen, werking van de kantines, en zeer belangrijk ook de begeleiding van de jeugd die bij Cercle uitstekend is. Wat dat betreft is Cercle dus op zeer goede weg. Het zal een kunst zijn om volgend jaar even goed te doen.
 

Nog even naar de eerste ploeg. Cercle begon goed aan het seizoen, daarna viel het wat terug, met verlies in de derby. Ook buitenshuis vielen er tot nog toe minder punten te rapen. Hoe schat jij een en ander zelf in?

We hebben een reeks jeugdige, jonge spelers in onze rangen met de bedoeling ze op te leiden en te laten evolueren. Dit gegeven aangevuld met een aantal spelers die bleven en een paar meer ervaren spelers staat er nu toch een stevige ploeg op het veld. Men had echter gehoopt een paar goede Belgische spelers binnen te halen, wat jammer genoeg niet gelukt is. Voor de trainer is het soms schuiven, want uiteindelijk moeten er wel zes Belgische spelers op het blad staan. 

Cerle Brugge KSV

Tot slot, waar zie je Cercle dit seizoen eindigen?

Ik denk toch wel in de linker kolom. Sommige spelers zijn aan het doorbreken. Zo is Hazard toch een van de opkomende mannen, en mits wat meer stabiliteit in de ploeg heb ik goede hoop voor de Vereniging. Lang leve Cercle dus!

(KV)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Cijfers zeggen niet alles - Kristof Arys

In Tweede Nationale laat Kristof Arys 7 keren de netten van Cercles tegenstrevers trillen in 13 matchen.  Het jaar erop, in Eerste, lukt hem dat slechts 3 keren in 25 matchen.  “De cijfers spreken voor zichzelf, commentaar overbodig,” zo dacht ik.  “Het komt wel voor dat schijn bedriegt, maar toch niet bij zo’n tegenstelling,”  zo leek het mij!  Voordat  ik bij Kristof aanbelde, kon ik het me niet anders voorstellen dan dat hij zijn tweede jaar in Cercleshirt als een rampjaar had aangevoeld.  Toen ik wat later buitenstapte, was ik wijzer geworden.  Neen, hoe welsprekend ze ook lijken, cijfers zeggen niet alles.  Ook nu nog kijkt Kristof terecht met trots en warme herinnering terug op wat hij bij Cercle presteerde  in Eerste Nationale.

Kristof, na zowat 70 jaar Cercles wel en wee intens van nabij gevolgd te hebben, lopen feiten en namen meer dan mij lief is door elkaar in mijn geheugen.  Maar tijdens welke seizoenen  jij voor Cercle speelde, daarover hoefde ik slecht vijf seconden na te denken.  Hoe zou dat komen?

Er zal zich wel menig Cerclesupporter herinneren dat ik Cercle mocht helpen aan zijn, voorlopig, laatste promotie, en ook wel dat ik één jaar later al een ander oord opzocht.  We spreken over 2002-2003 en 2003-2004.

Je kwam van Deinze, en een gemakkelijke overgang was het niet geweest.  Enkele weken voor je transfer kon ik niet nalaten voorzitter Frans Schotte even aan te spreken en hem te zeggen dat er niets belangrijker was voor Cercle dan een overgang van jou naar Groen-Zwart.  Hij antwoordde: “Ze zijn zot bij Deinze.  Zo’n transfersom als zij vragen, dat is niet redelijk.”

Het is pas in januari 2003 dat ik bij Cercle kwam.  Tijdens het tussenseizoen, een half jaar voordien, zat Cercle al achter mij aan, maar bij Deinze was mijn contract voor twee jaar nog maar halfweg.  Had Cercle tien miljoen frank voor mij overgehad, dan was de transfer meteen geklonken geweest.  Toen Deinze er rond Nieuwjaar niet naast kon kijken dat ik een half jaar later gratis weg kon, lieten ze de vraagprijs zakken, en Cercle verschalkte de concurrentie van onder meer AA Gent, Westerlo en Alemania Aken.

En jij, je was gelukkig met die transfer?

Ik was ermee in de wolken.  Mijn ambitie liep helemaal gelijk met die van Cercle: zo snel mogelijk naar Eerste promoveren.  En die uitdaging was enorm.
Groen-Zwart had zeven punten achterstand op de koploper, Heusden-Zolder. Zelf had ik tussen 1998 en nieuwjaar 2003 respectievelijk bij Eendracht Aalter, KM Torhout en SK Deinze in 119 matchen 89 doelpunten gescoord, waarvan de laatste 13 bij Deinze tijdens de eerste helft van de lopende competitie.  In plaats van tegen de degradatie te moeten vechten, kon ik nu, heel dicht bij huis bovendien, een steentje bijdragen in wat een succesverhaal werd.

Met zeven rozen hielp je Cercle aan de zo vurig verlangde kampioenentitel.  
De laatste twee matchen waren beslissend, en ze staan bij elke Cerclesupporter-van-toen in het geheugen gegrift.  Je scoorde niet tijdens die wedstrijden, maar dat was wellicht niet eens een minidompertje op de uiteindelijke euforie? 

Als spits, aangeworven om te scoren, prik  je, vanzelfsprekend, graag de bal tegen het net zoveel het maar kan, maar voetbal is een teamsport, en het is als team dat je faalt of zegeviert.  Was ik niet terechtgekomen in een ploeg die hecht aaneenhing, een ploeg die een collectieve eenheid was, dan was die toch wel zeer merkwaardige  remonte na zeven punten achterstand onmogelijk geweest. Overigens, één doelpunt en één assist staan me extra klaar voor de geest.  Mijn tweede match bij Cercle was op Deinze, we behaalden een belangrijke 0-1 overwinning, en dat ik toen kon scoren was iets heel bijzonders voor mij.  Tijdens de voorlaatste match, op Zulte-Waregem, zouden we bij een overwinning kampioen geworden zijn, maar het werd 1-1. Tijdens de slotwedstrijd, thuis tegen Dessel, hadden we ons lot in eigen handen.  We kwamen 0-1 achter, maar Sebastien Stassin bezorgde ons de zege met twee kopbaldoelpunten.  Eentje ervan was bijzonder merkwaardig: ik kon ‘een verloren bal’ toch nog voor het doel brengen en in een kluwen van spelers werd het een gouden assist voor het hoofd van Sebastien.

Wellicht een onmogelijk te beantwoorden vraag: Was Cercle in 2003 ook zonder jou kampioen geworden? 

Af en toe kom ik op Olympia, en het is niet uitzonderlijk dat Cerclesupporters me zeggen: “Moesten we joen niet gèt èn da joar, we woaren nooiet kampiejoen gewist.”  En dan voegen ze er nogal eens aan toe dat ik niet lang genoeg bij Cercle gespeeld heb.  Maar het enige dat ontegensprekelijk klopt, dat is dat ik tijdens mijn eerste half seizoen één element was van een ploeg met veel talent gedreven door een enthousiaste teamspirit.

Niet lang genoeg bij Cercle gespeeld?  Kom, laten we er geen doekjes om winden: in Tweede 7 goals in 13 matchen, het jaar erop in Eerste 3 in 25.
Ik vraag me af: Wat zou daarvan de verklaring kunnen zijn?  Is het verschil tussen Eerste en Tweede zo groot?   Lag het aan jouw specifieke talenten, m.a.w. aan het ‘soort’ speler dat jij was?  Kreeg jij te weinig de bal toegespeeld door je medespelers? Of misschien vlotte het niet genoeg van meet af aan, zodat je steeds meer aan zelfvertrouwen verloor?  Is het iets van wat mij als mogelijke verklaring door het hoofd gaat of is het iets heel anders: Wat mag er toch aan de basis hebben gelegen van  zo’n daling van het aantal gescoorde doelpunten??  

Tijdens mijn 19-jarige carrière als voetballer heb ik ongeveer 300 doelpunten gescoord. Toen ik met Cercle naar Eerste promoveerde zag ik reikhalzend uit naar wat voor de deur stond, vol verlangen en vertrouwen. Op het einde van 10 jaar jeugdopleiding bij Club trainde ik mee met de eerste ploeg, met Spehar, Stanic, Okon… Speelminuten in Eerste kreeg ik er niet, ik was er nog niet rijp voor.  En nu, halfweg 2003, ging de grote poort open voor mij.  Echter, echter, voorheen en altijd daarna speelde ik als diepe spits, maar bij Cercle speelde ik in Eerste nooit op die mij zo eigen positie.  Cercle had Nordin Jbari aangetrokken, en het was mijn taak rond hem heen te spelen.  Nordin was een vedette, deed het ook  heel goed, maar ‘meters afleggen’ lag hem niet.  Waar ik gewoon was dat mijn medespelers voor mij de ruimte afdweilden, was het nu mijn taak dat voor hem te doen, zodat hij de afrondende schakel kon zijn.  Nooit heb ik zoveel gelopen tijdens mijn matchen als dat jaar, en ook nooit kwam ik zo zelden in de grote rechthoek voor het doel van de tegenstander.  Kijk je alleen naar de cijfers, dan lijkt 2003-2004 een lelijke tegenvaller voor mij, maar daar zit een heel verhaal achter.  Hoe dan ook, ik was blij dat ik kon spelen in Eerste, dat ik mee timmerde aan de weg, en ik voelde mij niet te goed om  de mij opgelegde opdracht in functie van heel ons team en van Nordin Jbari in het bijzonder met hart en ziel uit te voeren.

"Was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien."

Ik luister met open mond.  Maar het volgende jaar trok je weg van Cercle.  Uit eigen beweging of moest je weg van Groen-Zwart?

In juli en augustus 2004 trainde ik nog bij Cercle, maar op 31 augustus, de laatste transferdag, hakten Cercle en ik de knoop door: op leenbasis vertrok ik naar de grote verliezer van Cercles kampioenenjaar, naar Heusden-Zolder.  Zowel Cercle als ikzelf achtten dit de beste gang van zaken.  Het Cercle van het voorbije jaar had een ingrijpende verandering ondergaan.  Hoewel hij erin geslaagd was Cercle in Eerste te houden, en hij eerder een gouden medaille had verdiend dan dat, werd trainer Tipuric de laan uitgestuurd.  Harm van Veldhoven verving hem.  Jbari trok naar AA Gent, en Cercle lijfde naast Tom Van Mol drie voorspelers in: Dieter Dekelver, Paulus Roiha, en bijzonder belangrijk voor mij, Darko Pivaljevic.  Er kon geen sprake van zijn dat ik diepe spits zou worden en met een trainer die mij wikte en weegde als “slechts driemaal gescoord”, was er weinig twijfel aan dat ik weinig speelminuten zou krijgen.  Ik trok enthousiast naar Heusden-Zolder, want het zag ernaar uit dat ik het succesrijke Cercleseizoen van twee jaar voordien kon overdoen.  Heusden-Zolder barstte van ambitie. De ploeg bestond echter eerder uit eilandjes dan uit een team, en zoiets leidt onvermijdelijk tot een fiasco. 

Blijkbaar had jij het voor Jerko Tipuric.  Uit verschillende interviews van spelers  is me gebleken dat hun visies over hem  fel uiteenlopen: van oprechte appreciatie tot  veroordeling als was hij eerder een kwakzalver dan een coach.

Ik denk dat de pers hierin een niet al te fraaie rol gespeeld heeft, hem uiteindelijk als een kolderfiguur begon af te schilderen. Het valt niet te loochenen dat hij belang hechtte aan wat voor het voetbal niet eens marginaal genoemd kan worden - de kleur van de urine, de stand van de maan - en dat werd in de pers breed uitgesmeerd, maar Tipuric was een vakman die zowel in kwade als in goede dagen voor een gemoedelijke, een familiale sfeer wist te zorgen.  Ook met spelers van verschillende nationaliteiten liepen we niet als in hokjes naast elkaar.  Het is niet elke trainer gegeven een hele groep concurrenten, waarvan je er onvermijdelijk voortdurend enkele zwaar moet ontgoochelen, zelfs met plezier naar de trainingen te laten komen.  Over wat voor mij volgde op Cercle, ben ik heel tevreden, maar was Jerko trainer gebleven na zijn eerste jaar in Eerste, dan had mijn verdere voetbalcarrière er heel anders kunnen uitzien. 

Je liet al verstaan dat je overgang naar de buurt van de Limburgse mijnen  geen succesnummer was.  Je bleef er dan ook maar één jaar.  Hoe verliep je carrière verder? 

Na dat ene seizoen in het verre Limburg trok ik naar Waasland, eveneens in Tweede, en scoorde er 30 goals in 60 wedstrijden.  Daarna, na mijn twee seizoenen aldaar, trok trainer Dirk Geeraerd naar Roeselare, dat in Eerste speelde.  Ik mocht mee, maar kreeg de kans op een mooie job  in het Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart Instituut op enkele kilometers van mijn deur.  Ik greep dat aanbod met beide handen beet, en ben er nog altijd als preventieadviseur en technisch coördinator werkzaam.  Sportief was het een afdaling van Tweede naar Derde Nationale, bij SV Oudenaarde, maar na interessante tussenstadia, doorgaans in stijgende lijn, ben ik nu actief als sportief coördinator bij F.C. Knokke, dat zopas naar Eerste Amateurs promoveerde.  Niet alleen, maar toch vooral, spoor ik jong talent op bij de Beloften van Club, Cercle, Kortrijk, Roeselare, Zulte-Waregem, Gent.

Sinds enkele jaren komen opvallend veel ex-Cerclejongeren bij Knokke terecht.  Lukraak door elkaar som ik even op: Niels Mestdagh, Kieriën Serpieters, Niels Van de Water, Ruben Vanraefelghem, Jannes Vermeulen, Maarten Cobbaert, Alessio Staelens, Niel Dildick, Maxim Vandewalle.  En Nicolas Tamsin en Steven Van Moeffaert hebben zopas na Knokke een ander oord opgezocht.   Dat het zo’n lange lijst is, is geen toeval?

Bij welke ploegen kan er goed opgeleid jong talent gevonden worden dat vermoedelijk net niet voldoende lijkt voor het eerste elftal van een Eerste of Tweede Klasser, maar dat in aanmerking kan komen voor een ambitieuze amateurploeg als F.C. Knokke?  Zonder nodeloos ver te lopen, is dat bij de ploegen die ik vermelde, en voor ons komt Cercle inderdaad als een waardevolle visvijver voor de dag.  Het komt wel eens voor dat talentrijke jeugdspelers menen dat voor hen een basisplaats gegarandeerd is bij een ‘ploegje’ als Knokke, maar dat staat lang niet bij voorbaat vast.  Voor elke speler die door onze selectie geraakt, is het hard knokken bij Knokke!  En, terloops, toen ik als jonge speler van Club naar Standaard Wetteren in Derde overging, scoorde ik slechts driemaal in 20 wedstrijden.  Tijdens de volgende twee seizoenen trof  ik 27 keren roos bij Eendracht  Aalter.  Voor iedereen, maar voor jongeren in het bijzonder, is geduld een mooie maar een noodzakelijke deugd.

"Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie."

Je beëindigde je loopbaan als veldspeler bijna anderhalf jaar geleden.  Die loopbaan duurde 19 jaar na je opleiding bij Club, verliep bij niet minder dan 14 ploegen, en eindigde bij Wingene.  Bij welke ploegen speelde je het liefst?

Bij Cercle en Waasland, en op minder hoog niveau bij Knokke, Wingene en Gullegem.  Dat waren allemaal succesverhalen: bij elk van die sleepten we de kampioenentitel uit de brand.  Weet je waar ik bijzonder fier op ben?  Als speler van een Eerste ploeg, van Eerste Nationale tot en met Tweede Provinciale, heb ik zeven promoties meegemaakt, en niet één degradatie. Wat gekscherend laat ik af en toe eens horen: “Als je spits een neus voor goals heeft, kun je niet zakken…”

En vandaag de dag, na bijna twee decennia op het veld, kun je ook ernaast  genieten van wat je zich ziet afspelen op de grasmat?

Enorm, enorm plezier kan ik eraan beleven.  Ik ben dan ook rechtstreeks en intens bij het gebeuren betrokken.  Niet alleen spoor ik talent op tijdens een viertal wedstrijden per week , ruimer nog behartig ik heel het reilen en zeilen van onze eerste ploeg, in mindere mate ook van onze beloften. Bovendien ben ik een aanspreekpunt voor onze spelers, voor ons bestuur, en in het bijzonder voor onze voorzitter, die als een succesrijk zakenman weet bepaalde taken te delegeren, zodat ik hem zowel sportief als extra sportief wat kan ontlasten.

Om het interview af te ronden, vroeg ik wat de reporter bij een recent interview in het Brugsch Handelsblad wel kan bedoeld hebben, als hij onder een foto laat volgen: “Kristof Arys wordt in Knokke fel geapprecieerd omwille van zijn voetbalkennis en zijn eenvoud.”  Over ‘voetbalkennis’ stelde ik mij geen vragen, maar waaraan dacht  JPV als hij verwees naar Kristofs ‘eenvoud’?  Kristof zal het wel juist voorhebben als hij meent dat JVP daarmee zinspeelt op het feit dat hij vlot en helemaal zichzelf zijnde contact weet op te nemen met wie dan ook.  Evenzeer voelt hij zich op zijn gemak in het bureau van zijn voorzitter bij Knokke, in het bureau van Vitali of Mannaert, als in om het even welk lokaal van Wingene of rond het veld van om het even welk team.  En omgekeerd!  Het is niet omdat hij in Eerste heeft gespeeld, omdat hij vijf jaar profvoetballer was, dat hij zich te goed zou voelen om met mensen van het provinciale voetbal kameraadschappelijk om te gaan. Een vriendelijke ‘goeiedag’, een praatje slaan met Jan en alleman, een openhartig interview: het typeert en eert Kristof Arys, zonder wie we “da joar, 2002-2003, nooiet kampioen geworden woaren, adden we èm nie gèt.”

(Georges Volckaert)

 

Lees meer
Shot-online
06/09/2017
Cerle Brugge KSV
Crescendo

Hoewel deze term - het geleidelijk versterken van de toon - afkomstig is uit de (Italiaanse) muziekwereld, is deze overgangsdynamiek treffend voor wat we de voorbije weken meemaakten op Cercle.  Achttien op achttien, ik herinner me niet spontaan wanneer we dit eerder beleefden.  Bovendien is Groen-Zwart ook reeds acht wedstrijden op rij ongeslagen.  Ondanks tweemaal met tien man te moeten spelen en een 2-0 achterstand op “het Kiel”, vochten onze spelers met succes terug.  Niet mis voor een behoorlijk jonge ploeg met voornamelijk technisch talent.  De hand van coach Vercauteren laat zich voelen.

De wil om te winnen en te ‘vechten’ was zeer duidelijk in de voorbij wedstrijd tegen Roeselare.  Gezien de omstandigheden deed deze nipte overwinning dubbel deugd.  Met de beslissing van scheidrechter Dieperink om Lambot rood te geven bij de aangeschoten bal, was het net of hij ons de dieperik wou induwen.  Nog tal van zijn (en eerste assistent) beslissingen smaakten bij de Groen-Zwarte fans als een Zeeuwse slijkmossel.  Een Vlaams gezegde luidt: “Als je van een “Hollander” niet gekl**t wordt, is hij het vergeten” (sorry voor onze Nederlandse Cerclevrienden).  Wel, deze was het niet vergeten.  Zo oordeelde althans het grootste deel van de tribunes.  Het Bondsparket  oordeelde de maandag nadien terecht dat de uitsluiting (meer dan) voldoende was.  Zodoende kan Benjamin vrijdag aantreden op OHL.

Betreffende journalistiek kan men zich ook soms “blauw ergeren”, wat voor een Cerclesupporter natuurlijk dubbel erg is… Over de strafschopfase lazen we (digitale versie van grote kranten) dat Lambot de bal met de handen (meervoud) uit het doel haalde.  Nou jongens, die noemen zich dan journalist!  Even flagrant, zo niet flagranter, was de berichtgeving over het “besmeuren met verf van het eigen stadion”.  Aanleiding: één berichtje van een idioot op de sociale media.  De juistheid van het bericht verifiëren, of achtergrondinformatie opzoeken is voor bepaalde perslui (die naam niet waardig) blijkbaar te veel moeite.  Gelukkig zijn er tal van andere journalisten die hun werk wel au serieux nemen.

In een vorig stukje had ik het o.a. over het gebrek aan persbelangstelling voor 1B.  Anderzijds valt het wel op dat er naargelang wie er aan de leiding staat ruimere artikels over die ploeg verschijnen.  Zowel vorig seizoen als het huidige was de omvang van de artikels telkens ruimer als het ploegen aan de Schelde betrof …

Afin, wat natuurlijk écht van tel is, is onze positie.  In de algemene rangschikking staan we op de eerste plaats met o.a. het meest gescoorde doelpunten.  Op zich heeft die plaats (cf. Lierse vorig jaar) slechts een symbolische waarde.  Het kan wel zijn nut hebben bij de finalewedstrijden waar we vanzelfsprekend hopen van de partij te zijn.  Plaatsen we ons en staan we eerste, dan mogen we de belangrijke terugwedstrijd thuis spelen.  Ook zijn actueel enkel Cercle en Beerschot, indien ze niet promoveren, de twee enige ploegen die nu reeds mathematisch zeker zijn van deelname aan PO2.

Ook met de kijkcijfers gaat het crescendo.  We spreken niet over overvolle tribunes, waarbij  een groot deel van ons zich trouwens onwennig zou voelen, maar over een leuke bezetting met een goede sfeer.  De Brugse politie (en belastingbetaler) hoeft er zelfs geen agent extra  voor in te zetten/betalen …

Nog een uitsmijter: binnenkort wordt de “gouden schoen” uitgereikt.  Als de stemgerechtigden van nu de kortzichtigheid van hun collega’s destijds willen rechtzetten, dan is er maar één mogelijke winnaar: postuum drievoudig topschutter Josip Weber!  Al is het symbolisch  …

Tot slot nog een treurige vermelding, maar met onze hoop dat het goed afloopt.  Na de wedstrijd tegen Roeselare werd Alexander Boi, broer van Fré, nog in volle euforie van de winst, voor zijn deur aangereden.  Alexander verkeert op het ogenblik van dit schrijven nog in kritieke toestand.  We wensen de ganse (Cercle-)familie Boi veel sterkte en hoop op een goede afloop.

Cerclevrienden, steun Groen-Zwart in deze laatste vier cruciale wedstrijden van de reguliere  competitie door uw aanwezigheid én aanmoedigingen.  We zijn er bijna, maar nog niet helemaal.  Kent u het liedje nog?

Laat ons crescendo gaan/spelen…

Leve Cercle!

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Lees meer
Shot-online
30/01/2018
Cerle Brugge KSV
De beloften: Olivier Deman

Op 21 augustus start de competitie voor de beloften, met een wedstrijd op SK Lierse. Het team van Jimmy Dewulf en Wouter Artz heeft een uitstekende voorbereiding achter de rug met 7 zeges en 1 gelijkspel en in de Beker van België nam het in de eerste ronde de maat van KV Oostende. Een van de nieuwe gezichten bij de U21 is Olivier Deman. Olivier is 17 jaar oud, student Marketing & ondernemen aan het VHSI en tekende in mei een contract voor twee jaar bij Cercle Brugge. 

Olivier, hoe verliep je voetballoopbaan tot dusver?

Ik zette mijn eerste voetbalstapjes bij FC Knokke. Toen ik 7 jaar oud was, merkten de jeugdscouts van Cercle Brugge mij op, en tekende ik bij Groen-Zwart. Dominic Janssens (huidige coach U19, n.v.d.r.) en Preben Verbandt waren mijn eerste trainers. Ik heb goede herinneringen aan hen en aan die periode, maar toch gingen mijn ouders en ik na drie jaar in op een voorstel van Club Brugge. Als klein kind kijk je op naar de grote buur, en ik wilde ervaren  of ik het niveau daar aankon. 

Bleek je beslissing om te vertrekken uiteindelijk een goede keuze?

In het begin had ik het bij Club Brugge naar mijn zin, maar naderhand verloor ik er mijn voetbalplezier. Ik kreeg voldoende speelgelegenheid en mocht elk jaar blijven, maar na de U14 vroeg ik Cercle of ik mocht terugkeren. Club heeft zeker een goede en professionele opleiding, met een heel ruime omkadering, maar ik miste de gemoedelijkheid en mijn vrienden.

Vanaf dat moment ging het crescendo voor jou.

Niet onmiddellijk. De start bij de U15 was eerder moeizaam, omdat het niet goed klikte tussen het team en de trainer, maar halfweg het seizoen kwam er een nieuwe coach, en vanaf toen begon alles te draaien. We hingen als groep sterk aan elkaar en de prestaties waren heel degelijk. Bij de U16  onder Wouter Artz kreeg ik mijn groeispurt en boekte ik veel progressie.  Vorig seizoen zette ik bij de U17 die lijn verder en werd daarom, halfweg het jaar, doorgeschoven naar de U19. 

In april kreeg je vervolgens heel mooi nieuws.

Inderdaad. Mijn ouders en ik werden uitgenodigd door Eric Deleu, op dat moment Algemeen Directeur van Cercle Brugge. Ik mocht samen met enkele leeftijdsgenoten (Gianni Swennen, Martin Puskas, Charles Vanhoutte en Francis Cathenis, n.v.d.r.) een contract tekenen dat me minstens twee jaar bindt aan Cercle. Dat was een voetbaldroom die uitkwam.

"Collectief zijn we heel sterk."

We vroegen aan David Carpels en Jimmy Dewulf welk beeld zij van jou als speler hebben en waar voor hen  jouw progressiemogelijkheden liggen.

(David) De groeispurt van Olivier begon wat later dan bij de meeste andere spelers, waardoor hij er in zijn teams aanvankelijk niet bovenuitstak. Bij de U16 en U17 ontpopte hij zich echter tot de sterkhouder van de ploeg. In een 4-3-3 zie ik hem het best tot zijn recht komen als infiltrerende middenvelder, en in een 4-4-2 is de rol van de schaduwspits hem evenzeer op het lijf geschreven. Een spelverdeler zie ik niet in hem. Olivier zoekt graag de ruimtes op en vindt die ook. Hij is linksvoetig, bezit een goede trap en scorend vermogen en is technisch sterk en balvast. Op vlak van mentaliteit toont hij zich gedreven, ambitieus, kritisch en soms veeleisend voor zijn medespelers, maar tegelijk is hij ook heel coachbaar. Mijns inziens moet hij met het oog op de toekomst vooral werken op explosiviteit en kracht. 

(Jimmy) Bij mij is de concurrentie centraal op het middenveld heel groot, dus speelt Olivier voorlopig vooral als linksbuiten. Ik ben altijd voorzichtig met het strooien van lof. Dat Olivier getalenteerd is, daar kun je natuurlijk niet omheen, maar hij moet zeker nog stappen zetten. Het is goed dat hij doorgeschoven is naar de U21, waar hij op betere en fysisch sterkere spelers zal botsen en waar alles sneller gaat. Op talent alleen zal hij nu niet langer kunnen teren. Olivier moet iets soberder leren spelen. Hij heeft een leuke actie in de voeten, maar het vervolg loopt soms mis. Iemand passeren moet rendement opleveren, anders heeft het weinig zin. Mijn spelers hebben een taakgerichte vrijheid, d.w.z. binnen de grenzen van wat ik van hen verwacht, stimuleer ik hen om zelf oplossingen te vinden. Olivier is de benjamin van de ploeg, dus hij heeft zeker nog voldoende tijd om met het oog op een eventuele profloopbaan de hiervoor broodnodige stappen te zetten. 

Olivier, kan je je in deze woorden van David en Jimmy terugvinden?

Het klopt dat mijn snelheid in de eerste meters omhoog moet en ook de efficiëntie in mijn acties is voor verbetering vatbaar. Bij de beloften word ik mentaal sterker. Mijn ploegmaats zijn immers ouder en sparen me verbaal niet als ik in oude gewoonten herval.

Cercle Brugge heeft een brede A-kern. Vrezen jullie niet dat dit een impact kan hebben op het U21 team?

In zekere zin wel. De spelers van de A-kern die in het weekend niet spelen zullen ritme moeten opdoen bij de beloften, en dit zal ten koste gaan van onze speelminuten. Aan de andere kant spelen we reeds bij de B-ploeg, we moeten met deze situatie en eventuele tegenslag kunnen omgaan, en ons in de speeltijd die we krijgen, zelfs als die beperkt is, voor de volle 100% trachten te bewijzen. Ik heb de indruk dat Monaco ook wel oog heeft voor de jeugd van Cercle Brugge: eind augustus mogen we in en o.a. tegen Monaco een tornooi spelen met de U19. Ik mag ook meegaan, en dat is toch iets waar ik enorm naar uitkijk. 

"In de competitie willen we zo lang mogelijk meestrijden voor de titel."

Misschien zorgen goede prestaties van de eerste ploeg, dankzij Monaco, ook voor een betere kwaliteit van de jeugdwerking in het algemeen?

Vorig jaar heerste er lang onzekerheid over de situatie van Cercle Brugge. Een eventuele degradatie zou grote gevolgen gehad hebben op de jeugd die niet langer op het hoogste niveau zou uitkomen. Veel jongeren kozen eieren voor hun geld, en verkasten naar KV Oostende of Zulte-Waregem, wat leidde tot kwaliteitsverlies bij sommige ploegen. Als de eerste ploeg het dit seizoen goed doet, en daar heeft het alle schijn van, dan gaan de jeugdteams automatisch hun beste spelers kunnen houden en zullen talenten gemakkelijker kunnen aangetrokken worden.

Wat zijn de ambities van jouw team dit seizoen?

Collectief zijn we heel sterk, met een paar spelers die individueel het verschil kunnen maken. Ik denk hierbij in het bijzonder aan Charles Vanhoutte, die een zeer balvaste box to box speler is, met een goede pass in de voeten, en die zelden balverlies lijdt. In de competitie willen we zo lang mogelijk meestrijden voor de titel, ik denk dat we daar de ploeg voor hebben, en ook de Beker van België leeft in onze groep.

Bedankt voor het interview en we wensen jou in de eerste plaats een blessurevrijseizoen toe.

(D. Vermeersch)

Lees meer
Shot-online
21/08/2017
Cerle Brugge KSV
12de man

Kees & Casper Verhoeven
Nederlandse supporters

Als hoofdredacteur van SHOT kwam ik in de voorbije 23 jaar vaak in contact met buitenlandse aanwezigen op Cercle-wedstrijden terwijl ik me her of der in het stadion bevond.  Sommige “relaties”  (en hun aanhankelijkheid t.o.v. Cercle) zijn niet kortstondig, zo bewijzen o.a. onze Ierse vrienden.  Een ander bewijs zijn Kees en Casper Verhoeven uit het Nederlandse Berkel-Enschot (zie je de link in de plaatsnaam?).  Ik interviewde de familie Verhoeven quasi exact 21 jaar geleden.  Het artikel verscheen in SHOT nr 10 van mei 1997.  Onder de kerktoren van Lissewege had ik toen een gesprekje met de jonge Casper en vader Cees.  “Oudere” broer Kees kon er toen niet bij zijn.

Nog steeds tekenen de broers meer dan regelmatig present bij Cercle-wedstrijden, zowel thuis als uit.  Even kennismaken.

Het valt wel meer voor dat we buitenlandse supporters enkele jaren als trouwe fans mogen begroeten, maar jullie houden het reeds erg lang vol.  Daarenboven komen jullie van zo’n 200 Km. ver.
Als ik me goed herinner lag de basis meer dan twintig jaar geleden bij het regelmatig familievakantie uitje naar Blankenberge én … Josip weber?

Blankenberge was sinds jaar en dag voor onze familie meerdere keren per jaar dé vakantiebestemming.  Zo gingen we ook het Belgische voetbal volgen.  Ik kan me nog herinneren dat we ’s avonds in het Belgische appartement de samenvattingen van de wedstrijden op de BRT volgden en hoe we o.a. zagen hoe Cercle met 3-1 won tegen de buren met een fantastische wedstrijd van “fenomeen” Josip Weber.  Een fenomeen als speler en als mens en hij werd al snel het jeugdidool van Casper (die ook verwijst naar klassespelers als Munteanu en Selymes).  Ik denk dat bij die wedstrijd onze liefde voor Cercle ontstaan is (Kees).  We volgden toen Cercle via de radio of teletekst en vader kocht regelmatig op maandag een Belgische krant. Daarna begonnen we (Kees)  in Nederland  de BRT-samenvattingen op video op te nemen, tot de VTM de rechten verwierf…  Gelukkig is het via het internet nu gemakkelijker om informatie en beelden te vergaren.
(Casper) Op zaterdag 22 oktober 1994 ging ik voor het eerst met mijn vader naar Cercle.  Ik was toen veertien.  Kees kon er spijtig genoeg niet bij zijn.  Cercle stond op dat ogenblik voorlaatste en moest tegen een topper als Standard, die nog niet verloren had, aantreden.  Het werd een 3-0 overwinning.  Ik was meteen helemaal verkocht!

Vader was destijds chauffeur van dienst?

Wij hadden toen vanzelfsprekend nog geen rijbewijs, dus waren we afhankelijk van vader.  Tot eind de jaren ’90 reed hij regelmatig naar Cercle.  Zo woonden we enkel malen per jaar een wedstrijd bij, vaak gecombineerd met onze vakanties in Blankenberge.Toen eerst Kees en daarna ikzelf in het bezit kwamen van een rijbewijs steeg het aantal wedstrijden sterk.

Jullie tekenen inderdaad heel regelmatig present in Jan Breydel?

Dit seizoen 15 van de 30 wedstrijden aanwezig geweest, zowel uit als thuis.  Meestal combineren we dit met een dagje aan zee, en als het weer het toestaat, op het strand.

Sommige uitwedstrijden zijn heel wat korter bij jullie deur en ook daar vinden we jullie terug, al is het  niet steeds makkelijk als het een combiregeling betreft of er geen kaartverkoop is aan de deur zoals op Union bv. .

(Kees) Ikzelf ben tegen combi-regelingen dus daar doe ik niet aan mee uit principe. Gelukkig konden we heel eenvoudig kaarten kopen voor Beerschot-Cercle (finalewedstrijd), al zaten we wel in een Beerschot vak. Weliswaar zonder Cercle-sjaal, maar ik moet toegeven dat de sfeer er prima was en er absoluut geen vijandigheden jegens Cercle waren. Voor kaarten in het Jan-Breydel stadion kunnen we gelukkig altijd, via jou Georges, op voorhand kaarten verkrijgen. Dat is echt heel prettig, want het is niet zo fijn als we lang hebben gereden om Cercle te zien, kaarten kopen aan de deur en dat we dan op rij 3 of zo moeten plaats nemen.
(Casper) Die wedstrijd op Beerschot-Wilrijk wilden we echt niet missen.  Bij verplaatsingen waarbij de lokale loketten niet open zijn, zoals op Union, hebben we dan het geluk dat door onze goede contacten met jou, je de kaart(en) vooraf in Brugge koopt voor ons.  Daar zijn we erg dankbaar voor.  

Risicowedstrijden waar niet zo veel van afhangt of andere wedstrijden die we niet kunnen bijwonen, volgen we via een stream op internet.  Dat is voor ons het voordeel van deze tijd t.o.v. de jaren ’90.

"Het mooiste om te zien was dat Cercle weer leeft."

De belangrijke wedstrijd om het behoud te verzekeren vorig seizoen op Lommel maakten we samen mee.  Daar nam onze terreinfotograaf Geert bovendien een leuke foto van.  Ook voor jullie was het resultaat toen een pak van het hart.

(Casper) Ik kwam net terug uit Fuerteventura en reed daarna met Kees meteen door naar Lommel.  Het was een spannende wedstrijd met gelukkig een positief resultaat.
(Kees) Het was een onvergetelijke avond.  De spanning was enorm.  We waren al heel vroeg bij het stadion en tijdens de wedstrijd kwamen er steeds meer supporters binnendruppelen.  Blijkbaar hadden de bussen vertraging.  De ontlading bij de overwinning was enorm.  Die leuke foto blijven we herinneren.

Bij de laatste (finale)wedstrijd dit seizoen, ging het niet  over het afwenden van degradatie maar om de promotie.  Hoe beleefden jullie deze wedstrijd?

(Casper) Het was een jaar met een groot contrast om eerst voor het  behoud (profstatus) te spelen en daarna te promoveren naar 1A. De ontlading is in beide gevallen enorm geweest.
Wat er vooraf gebeurde met de ontvangst van de spelersbus heeft heel veel indruk op mij gemaakt. En toen er ook nog eens bijna 15.000 toeschouwers in het stadion zaten vond ik ongekend.  Ik was vol spanning tijdens de wedstrijd maar toen de 2 doelpunten vielen zat ik wat gemakkelijker op mijn stoeltje.  Alleen zag ik in de 2de helft een minder sterk Cercle wat ook nog een paar goeie kansen miste.
Toen de 2-1 viel zak je even door de grond van “het is over” maar toch bleef ik een sprankeltje hoop houden omdat er tegen Beerschot altijd wel iets gebeurde dit seizoen ( aanwezig bij de legendarische 2-3 overwinning op 13 januari op Beerschot).
Uiteindelijk viel een paar minuten later dan toch de treffer via de penalty. Ontlading was gigantisch!!!

(Kees) Enorm spannend, maar ik had er vertrouwen in. Het mooiste om te zien was dat Cercle weer leeft. En dan bedoel ik de versieringen in de Olympialaan, de geweldige aankomst van de bus en de spanning en sfeer rond het stadion. Het was allemaal gemeende liefde voor Cercle wat ik zag en dat deed mij goed!

Het was ook niet jullie eerste “kampioenenwedstrijd”.  In 2003 waren jullie ook present (met pa).

(Kees) We waren er bij. Ook een week eerder toen het net niet lukte. Ik herinner me nog de geweldige rush van Berthé die hij helaas niet afmaakte. Gelukkig lukte het een week later wel! Qua sfeer en blijdschap viel dat kampioenschap in het niet bij de meest recente vieringen.

Bekerfinale’s?

(Kees) Bij beide (AA Gent & Genk) waren we aanwezig, helaas viel het resultaat steeds tegen. Het waren hele gezellige dagen, maar ook qua plek in het stadion was het niet helemaal dat.  (Casper) Het waren wel twee geweldige ervaringen in Brussel onder het Atomium in het “Cercle Village”.

Casper maakte reeds eens een rekensommetje hoeveel wedstrijden (jullie kunnen niet steeds samen present zijn) van Cercle hij reeds bijwoonde.  Vertel even, Casper.

De Cercle tickets bewaren Kees en ik altijd. En die vanaf 2000 heb ik sinds enkele jaren in een map verzameld. Deze ben ik recent gaan tellen en kom dan op 165 tickets uit sinds 2000. 

In al die seizoenen die jullie meemaakten kenden we enkele “magere jaren”, waar verlies vaak diende ingecalculeerd te worden.  Hoe verliep zo’n terugrit van 200 kilometer dan?

(Casper) De meest vervelende terugrit is die na de wedstrijd tegen KV Mechelen geweest toen Cercle degradeerde (2015). Tijdens deze terugrit radio uitgezet en wij drieën hebben die rit weinig gezegd. Ik ging een dag later op vakantie en mijn humeur was enkele dagen verpest. De overige kilometers na een verloren wedstrijden zijn over het algemeen goed te verteren vaak met een dosis humor.  Je kunt overigens niet altijd winnen … (smiley).

(Kees) Meestal gaat dat wel, soms is de tegenstander ook beter en dan is dat makkelijker te accepteren. Tijdens het dramatische verlies tegen Mechelen een aantal jaren geleden was het inderdaad echter stiller dan normaal.

"Cercle is vaak de underdog geweest en dat trekt op een of andere manier ook aan."

Wat trekt jullie nog steeds zo aan in Groen-Zwart?

(Kees) Het voetbal zoals het vroeger was, denk ik. De gezellige sfeer. Bij Cercle is van echte commercie nog weinig te merken. Hoewel  de competitie-indeling in 1B echt belachelijk is. In de oude 1e en 2e klasse was er mee diversiteit aan verenigingen en te bezoeken plaatsen.  Cercle heeft altijd leuke spelers gehad. Verder is Cercle vaak de underdog geweest en dat trekt op een of andere manier ook aan. En natuurlijk het vriendelijke contact van de mensen die we via of door Cercle kennen. 

(Casper) Eens een fan altijd een fan in goede en in slechte tijden.  Cercle heeft altijd een neusje gehad om mooie/interessante spelers te halen (vooral in het verleden).  Dit zijn te veel spelers om op te noemen.  
De spectaculaire wedstrijden die we gezien hebben trekken ons natuurlijk aan, want soms lijkt dit alleen bij Cercle te kunnen. (3-2 ) Mechelen (115 Jaar bestaan) 2-3 (Beerschot) en de gewonnen derby’s. 
Het warme, sympathieke en familialere van Cercle hebben in het begin al wel de basis gelegd.  Er zijn door de jaren heen contacten met bepaalde personen/supporters  van Cercle opgebouwd (en sommige oud-spelers). 

Wat zijn jullie toekomstdromen voor Cercle?

(Casper) Dat Cercle door de samenwerking wel Cercle blijft zoals hierboven beschreven betreft de vereniging.  Vooral dat Cercle sportief en financieel gezond blijft maar ook stabiel verblijf in 1A met leuk aantrekkelijk voetbal.  Hopelijk dat Cercle ooit nog een prijsje pakt zou helemaal tof zijn! 

(Kees) We zullen jaarlijks natuurlijk wedstrijden blijven bezoeken en zijn benieuwd hoe de verdere  uitbouw van het huwelijk met Monaco zal evolueren. Cercle staat gelukkig weer op de kaart en hopelijk blijft de ziel van Cercle intact! 

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
11/04/2018
Cerle Brugge KSV
Langste anciënniteit - David Carpels

David Carpels heeft onder de jeugdtrainers de langste staat van dienst. Een zware blessure maakte indertijd een einde aan zijn voetballoopbaan in de provinciale reeksen. Na een intermezzo als coach van o.a. het eerste elftal van Hoger Op Oedelem besefte hij dat zijn hart bij de jeugd lag en dat hij jongeren wilde opleiden. 

David, na 15 jaar verschillende jeugdteams van Cercle getraind te hebben, maakte je een zijsprong naar de scouting voor de A-kern en de video-analyse van de jeugd. Ondertussen coach je opnieuw een ploeg. 

Op een gegeven moment begon het trainer zijn een beetje te wegen. Elke dag na je werk je in zeven haasten begeven naar de oefenvelden, pas om 21.30u thuiskomen, daarna eten, om vervolgens nieuwe trainingen voor te bereiden, en tijd vrij te maken voor het gezin. De scouting en de video-analyse waren daarom voor mij een soort herbronning en het opdoen van andere inzichten. Ik was meer thuis en kon zelf mijn tijd indelen. Na twee jaar kreeg ik echter opnieuw heimwee naar een eigen team. Je mist een zekere spanning: het toeleven met je ploeg naar een wedstrijd, het tijdens de week in functie van die match werken, de ontlading achteraf, …..Ik miste het gras tussen mijn tenen en het contact met jeugdspelers en andere trainers. 

Cercle Brugge kwam de afgelopen jaren op sportief vlak in woelige wateren terecht. Welke impact had dit op de jeugdwerking?

Het is logisch dat als je budget vermindert, dat er ook minder geld gaat naar de jeugd. Het vervoer van jeugdspelers met busjes is tot een minimum herleid. Het bestuur blijft echter zeer veel investeren in de eigen opleiding. Er is zeker geen hakbijl gezet in het aantal trainers of de omkadering. En dat is nodig ook, want de opleiding heeft steeds meer behoefte aan specialisten die ‘vakoverschrijdend’ werken. Experten in periodisering, krachttraining, revalidatietechniek, voeding, psychologie, enz. Op die manier kunnen we het maximale uit elk individu halen. Met Cercle staan we zover nog niet, maar we werken naar dat ideaal toe. 

Door de degradatie van de eerste ploeg spelen jullie nu niet meer in de hoofdreeks. 

Inderdaad, we spelen in Elite 2. Dat is een reeks met zes ploegen uit 1B en zes ploegen uit 1A. Onze jongens spelen dus op hetzelfde niveau als hun leeftijdsgenoten van o.a. KV Oostende en KV Kortrijk. Dat is een goede zaak natuurlijk om onze spelers te motiveren om op Cercle te blijven. Als we nog een stap voorwaarts kunnen zetten in onze opleiding, dan bestaat de mogelijkheid om met onze ploegen in de Elite 1 reeks aan te treden, ook al maakt het eerste elftal deel uit van 1B. Dat is een aantrekkelijk perspectief.

Jij bent momenteel trainer van de U17. Hoe doet jouw team het?

We staan momenteel samen met KV Kortrijk op een gedeelde tweede plaats na leider Eupen. In onze reeks zijn de ploegen zeer sterk aan elkaar gewaagd. Tussen de eerste en de zevende van de reeks gaapt een kloof van amper vier punten. 

“Jeugdtrainer zijn is zoals leraar zijn, een maatschappelijke verantwoordelijkheid”

Je zal het na de winterstop wel moeten rooien zonder een paar dragende spelers. 

Inderdaad, we hebben ervoor gekozen om Olivier Deman en Gianni Swennen door te schuiven naar de U19, om hen te laten kennismaken met een hoger ritme van trainen en spelen. Gianni is een grote, balvaste aanvaller die een actie voor zichzelf kan creëren, wat niet iedere nummer 9 kan, en hij bezit een neus voor doelpunten. Olivier Deman is een schaduwspits die de ruimte weet te vinden en over een groot infiltratievermogen beschikt. Dat zijn spelers die even ver staan als een Stijn Desmet en Lukas Van Eenoo op dezelfde leeftijd, maar een garantie op succes is dat nog niet. 

Je hebt inderdaad al veel jeugdspelers de revue zien passeren. Kon jij al bij de scholieren of junioren voorspellen of iemand het zou maken of niet?

Ik denk dat dit sowieso heel moeilijk is. Ik heb in het verleden veel jeugdinternationals in mijn ploegen gehad, maar vaak waren dat spelers die op fysiek vlak voor waren op hun leeftijdsgenoten. Omgekeerd zijn er spelers als Mathieu Maertens die bij de jeugd er niet boven uitstaken, maar die toch van hun voetbal hun broodwinning hebben kunnen maken. Voetballers op de leeftijd van 17 jaar moeten op elk vlak nog een stap vooruit kunnen zetten, en niet iedereen slaagt daar om fysische of mentale redenen in. Je moet blijven evolueren, en of dat lukt is moeilijk jaren op voorhand te voorspellen. 

Is de 1B-reeks eigenlijk geen godsgeschenk voor de jeugd?

Ik vind van wel. Ik begrijp dat supporters hun team liever in 1A zien, maar voor de jeugd maakt dat de kans om door te breken een stuk moeilijker. Een Felix Reuse en Nicholas Tamsin indertijd hadden zeker de kwaliteiten om profvoetballer te worden, maar op het moment dat zij piepten aan de deur van de hoofdmacht, zat Cercle in een hoogconjunctuur en kregen ze daarom geen speelkansen. Ondertussen zijn zij naar een lagere afdeling afgezakt, maar zijn ze nu 18, dan maken ze bij ons waarschijnlijk deel uit van het eerste elftal. Denk ook terug aan de tijd met Frederik Boi, Denis Viane en Bram Vandenbussche. Ook zij hadden tweede klasse met Cercle nodig om rustig te evolueren en uiteindelijk profvoetballer op het hoogste niveau te worden. 

“Cercle heeft veel geduld met eigen jeugd, dat zit in het DNA van de Vereniging”

Dat is een pleidooi voor onze jeugd om niet naar andere oorden te trekken.

Tenzij je een absoluut toptalent bent, maar dat hebben we niet, blijf je als speler van de bovenbouw beter bij Cercle Brugge, dan naar een topclub te gaan om in de Elite 1 te gaan spelen. In de 17 jaar dat ik op Cercle Brugge ben, is trouwens nog geen enkele jongere die in de bovenbouw Groen-Zwart verliet voor het prestige van een topclub profvoetballer geworden. Cercle heeft veel geduld met eigen jeugd, dat zit in het DNA van de Vereniging. Men focust zich bij een jongere immers vaak teveel op gebreken en niet altijd genoeg op de kwaliteiten die zij bezitten. Met ontwikkelend talent moet je geduld hebben; elke jeugdspeler heeft op een bepaald moment een dipje. 

Spelers die je vroeger onder je hoede had, prijzen vooral je taktisch inzicht en je individuele benadering van spelers.

Die twee zaken hangen vaak samen. Ik hecht veel belang aan organisatie op het terrein en een duidelijke afbakening van basistaken en verantwoordelijkheden. Spelers hebben behoefte aan een structuur waarin ze precies weten wat ze moeten doen, bijvoorbeeld op vlak van het lopen zonder bal, de omschakeling in balverlies of balbezit, …. Je mag slecht spelen of op technisch vlak onderliggen, als je zeer georganiseerd speelt, kun je een wedstrijd toch naar je hand zetten. Het spel leren lezen moet er door veel herhaling in geslepen worden. Soms zijn het details die wel degelijk het verschil kunnen maken. Hoeveel balverlies wordt er bijvoorbeeld niet geleden na een inworp? We zijn ons daar niet altijd bewust van, maar door de spelers in kwestie te confronteren met opgenomen beelden van henzelf, gaan hun ogen vaak open.

Tot slot. David, je werkt je al 17 jaar lang dag in, dag uit uit de naad voor de jeugd van Groen-Zwart. Heb je er nooit aan gedacht om trainer te worden van een nationale of provinciale eerste ploeg waar je ongetwijfeld meer kan verdienen?

Op het eind van vorig seizoen is Jurgen Van Opstaele, die 15 jaar bij Cercle jeugdtrainer geweest is, naar Racing Club Gent getrokken. Ooit heb ook  ik wel eens die stap overwogen, maar ik voel dat mijn hart bij de jeugd ligt. Jeugdtrainer zijn is zoals leraar zijn, een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Je hebt als trainer vooral de taak en verantwoordelijkheid om de jongens zoveel mogelijk aan te reiken en hen te begeleiden in hun vervolmaking als voetballer en hun zoektocht naar de volwassenheid. Jongeren zijn op menselijk en voetbalvlak nog ruwe bolsters, je kan en mag hen nog veel leren en je werkt altijd toe naar resultaten op langere termijn.  En dat is dankbaar werk, zo ervaar ik dat toch.

Bedankt voor het interview!

(D. Vermeersch)

Lees meer
Shot-online
16/01/2017