koop tickets online

SHOT sprak met … Chloë Goetinck

Psychologe

Het aanstaande seizoen treedt de Cerclejeugd terug aan bij Elite 1.  D.w.z. bij de twaalf beste jeugdopleidingen van het land, en kunnen ze zich terug met de besten meten.  In een vorig artikel schreef ik reeds dat het begrip “jeugdwerking” wel snel kan uitgesproken worden, maar dat er heel wat achter schuilt.  Dat het Cercle menens is met de jeugdwerking en dat dit behoorlijk ver kan gaan, bewijst de op til zijnde samenwerking met een externe psychologe.  
SHOT is graag snel bij de pinken, en nog vooraleer de exacte taakomschrijving van Mevr. Goetinck duidelijk gespecifieerd is, gingen we alvast bij haar even ons oor te luisteren leggen.   Daar de overheid ondertussen een aantal corona maatregelen afzwakte, werd dit het eerste “live” SHOT interview sinds maanden.  Chloë en ikzelf nestelden ons op een zondagmorgen op een Brugs terras (de lokale economie steunen hé) en ik liet deze intelligente  spraakwaterval haar ideeën spuien en een beetje haar ziel en leven blootleggen.

In Cerclemiddens ben jij actueel onbekend, Chloë.  Geef ons even een inzicht in jouw leven.

Ik ben Brugse en geboren in 1980.  Mijn vader was een hardwerkend en geëngageerd huisarts. Mijn moeder studeerde Frans/geschiedenis (regentaat), ondersteunde mijn vader in de praktijk en runde het hele huishouden.  Na mij volgden er nog drie zussen. Ik ben dus opgegroeid in een “vrouwengezin”.  Mijn jongste zus is overleden in 1992.  Een kind verliezen in een gezin brengt heel wat teweeg.  Je worstelt niet alleen met je eigen verdriet, maar ook met de rouw van je ouders en je zussen.  Ik vermoed dat dit voor een groot deel bepalend geweest is in mijn studiekeuze tot psychologe.  
 

Cerle Brugge KSV

Ik was in de humanoria altijd goed in wetenschappen.  In de familie was het idee dan ook “Chloë zal wel arts worden”.  Dat zat ook in mijn hoofd.  Aansluiten bij “Artsen Zonder Grenzen”, naar het buitenland gaan, enz…    Ik was wel steeds “zoekend” van aard.  Vele van mijn klasgenoten hadden een duidelijk visie voor ogen wat ze wilden gaan studeren.  Ik twijfelde meer. Mijn moeder stelde me voor een sabbatjaar te nemen om alles te laten bezinken (‘dank u’ aan mijn mama!).  Dat heb ik dan ook gedaan.  Ik leefde drie maand in het Baskenland (Noord-Spanje) en zes maand in Ecuador, waar ik vrijwilligerswerk deed. Ik werkte ik Quito met mishandelde vrouwen en ik leefde twee volle maanden in het regenwoud bij de Quechua-Indianen om les te geven aan kinderen van 6 tot 12 jaar oud. Daarna keerde ik terug naar België en ving ik de studies Klinische Psychologie aan (vijf jaar in Gent).  Ik studeerde vlot en combineerde dat ook vaak met bezoeken in Baskenland, waar ik na mijn ervaring daar zowat ’een 2e familie’ had.  Daardoor spreek ik een mondje Spaans en geef ik therapie aan Spaanstalige mensen.   

Mijn werkloopbaan startte in Terneuzen. Mijn stage speelde zich af in een centrum voor kinderen, jongeren en gezinnen (vergelijkbaar met het CGG te Brugge) . Nadien kreeg ik werk aangeboden in dezelfde stad  in een medisch kleuterdagverblijf.  Toen volgde het Revalidatiecentrum Spermalie (de kleuterafdeling) in Brugge.  
Vervolgens werkte ik binnen het Palliatief Netwerk Noord-West Vlaanderen.   Een hele ommezwaai, maar dat heb ik heel graag gedaan.  Ik sta al sinds mijn puberteit stil bij onze “existentie” , het feit dat we leven en slechts één zekerheid hebben, nl. dat we ooit sterven.  Hoe kunnen we dat leven zinvol invullen en wat kan ik bijdragen?  
Ik ben op een bepaald ogenblik gestart als zelfstandige (psychologe) in bijberoep (herinner me het jaar niet meer).  Dat kwam eigenlijk door mijn vader (‘dank u’ papa).  Als huisarts had hij een bepaalde patiënte met een probleem en hij vroeg me of ik even naar haar wou luisteren.  Ik deed dit toen op vrijwillige basis, maar de dame liet me weten dat ze daar echt iets aan gehad heeft, en ikzelf had het ook als fijn en zinvol ervaren.  Als groentje was het helemaal nog niet mijn ambitie om een eigen praktijk op te richten, maar om bij te leren in teams.  Na deze ervaring startte ik toch als zelfstandige in bijberoep, en het bleef groeien zodat ik naar een volledig zelfstandigenstatuut overstapte.  Door die groei wierf ik ook andere, jonge, psychologen aan om hen ook de mogelijkheid te bieden om bij mij te kunnen groeien, maar ook om te genieten van een vruchtbare uitwisseling onder elkaar.  Ondertussen zijn we een groepspraktijk (psybrugge) waar we met vijf personen werken.  Dat kan eventueel nog uitbreiden, maar ik ben niet zinnens een “psychologenfabriek” te runnen…  Ik hou van het intiemere teamwork/-gevoel.

Gedurende de werkjaren studeerde ik nog verder. In 2006 begon ik aan mijn eerste therapeutische opleiding, Oplossingsgerichte therapie aan het Korzybski te Brugge, onder leiding van Luc Isebaert en Myriam Le Fevere de ten Hove.  Ik vermoed dat deze therapeutische stroming binnen de sportwereld erg boeiend kan zijn. Ik heb wat ervaring met begeleiding van sportmensen.  Op roeivlak, tennis, voetbal, e.a. …  Het woord “oplossingsgericht” is soms een misleidende term. Het is niet zo dat oplossingsgericht therapeuten alleen maar bezig zijn met oplossingen bedenken en niet bij het probleem stil staan.   Het gaat er om dat we veel meer gaan stilstaan bij krachten, competenties en  talenten van mensen en deze gaan versterken.  Dit versus “problem oriented thinking”.  Toen ik afstudeerde als klinisch psycholoog was ik er eigenlijk op getraind om mensen te vragen “wat is uw probleem, wanneer en hoe is dit gestart, welke factoren spelen daar op in, waardoor verslechterde het, …?  Samenvattend: allemaal vragen die ons meer inzicht geven in hoe we onszelf ‘in de penarie’ helpen. Terwijl je binnen een oplossingsgericht kader eerder vragen gaat stellen zoals: wanneer is het probleem niet aanwezig, wie is er dan bij jou, wat doe je dan, wat helpt er jou daarbij, …  Dat is een gans andere mindset,  en voor veel mensen ook veel meer hoopgevend (ook voor de therapeut zelf).  Het concept “hoop”.  Daar wil ik me in de toekomst nog meer op toeleggen.  Daar kan heel veel kracht van uitgaan.  

In 2011 volgde ik  een tweede therapeutische opleiding (vier jaar), nl. partner-, relatie-, gezins- en systeempsychotherapie aan de UGent, onder leiding van Dr Gilbert Lemmens.  Zelf in individuele therapeutische gesprekken, zit je niet met slechts ‘twee personen’ in de therapieruimte. Waarmee ik bedoel: we zijn allemaal  het kind van, de broer/zus van, een ouder van, tante/nonkel van, collega van, buurman/vrouw, vriend(in) van, enz.. Dus zonder dat die personen fysiek aanwezig zijn, kunnen ze heel erg ‘present’ zijn in de ruimte. We zijn niet alleen en een probleem hebben we nooit alleen.  En ook oplossingen hebben we nooit alleen.  Veel kracht zit ook in onze omgeving.  

Naar Cercle nu.  Hoe is Groen-Zwart bij u terechtgekomen?

Diederiek Vermeersch, één van de twee ATVJO (Adjunct Technisch Verantwoordelijk Jeugd Opleiding) is een bekende van mij en benaderde me met de vraag of ik iemand kende, of als ik zelf de rol wou opnemen, om als extern vertrouwenspersoon op te treden bij de jeugdwerking van Cercle.  Na enig nadenken (als ik me voor iets inzet moet dit 100 % zijn) en ruggenspraak met mijn collega’s, besloot ik om de taak op mij te nemen.

Je taakomschrijving is nog niet volledig duidelijk, want dit is nog kersvers.  In welke richting denk je zelf?

We moeten inderdaad nog samenzitten over de concrete invulling.  Momenteel heb ik mijn opdracht zo begrepen: de mogelijke vragen, zorgen, problemen, waarbij de jeugdspelers, maar ook de trainers en ander personeel bij mij terecht kunnen , gaat over seksueel of andere vorm van grensoverschrijdend gedrag die zich mogelijks afspelen binnen Cercle. Ik denk aan pesterijen (ook online), vernederd worden, fysiek geweld (trekken, duwen, slaan, grove of kwetsende seksuele opmerkingen en het stellen van ongewenst seksueel gedrag
Indien je er kan over spreken met de ATVJO wordt dit in eerste instantie aangemoedigd. Maar sommige zaken liggen meer delicaat, of kunnen gepaard gaan met angst en/of schaamte. In deze gevallen spreken we liever anoniem en in vertrouwen met iemand. In die gevallen kun je dus met mij komen spreken. Ik bespreek geen namen met de Cercle noch geef door wie contact met mij opzocht. 

In principe gaat het dus niet over problematische thuissituaties pur sang. De zaken moeten Cerclegerelateerd zijn, Nadat alles met de verantwoordelijken besproken is zal hieromtrent meer duidelijkheid zijn en zal ongetwijfeld  aan alle jeugdspelers gecommuniceerd worden hoe de vork in de steel zit en hoe en wanneer ze concreet met mij contact kunnen opnemen

Toen ik de taak t.o.v. Cercle aanvaardde dacht ik er aan dat ik misschien met de ATVJO’s  zou kunnen brainstormen over bv. over detectie, signalering en preventiewerk.  Dat is misschien nog het allerbelangrijkste.  Ideeën genoeg…maar zoals ik al zei, de functiebeschrijving moet naar mij toe nog geconcretiseerd worden.

Indien een jongere bij u terecht komt, zal er geen actie naar derden zijn zonder te toelating van betrokkene?

Inderdaad.  Iedereen die slachtoffer of getuige is van een vorm van grensoverschrijdend gedrag kan bij mij terecht.  Maar ook de “daders”, en ik plaats dit woord uitdrukkelijk tussen aanhaaltekens.  De realiteit is vaak veel complexer en meer genuanceerd dan een gewone zwart/wit situatie (dader/slachtoffer).  Vaak zien we dat “daders” (bijvoorbeeld bij pesten) jongeren zijn die thuis zeer zwaar te lijden hebben of die zelf ooit gepest geweest zijn.  In die zin wil ik als psycholoog stellen dat ik geen politie agent ben en ook geen rechter.  Ik stap uit het veroordelende.  Mijn taak is om een ruimte te bieden waar men kan spreken en gehoord kan worden en waar samen kan nagedacht worden.  Als psycholoog zijn we gebonden aan het beroepsgeheim. We hebben ook spreekrecht (geen plicht) op het ogenblik dat we bv. zouden denken dat de persoon in kwestie een gevaar zou kunnen vormen voor zichzelf, anderen of de maatschappij.  Maar in dergelijke gevallen ga ik dit ook eerst aankaarten met mijn cliënt en hem/haar diets maken dat er andere mensen moeten ingeschakeld worden.  Zo is het ook duidelijk dat ik niet naar de ATVJO, trainer of iemand anders binnen Cercle zou stappen met details of naam en toenaam.  Dan zou immers het volledig concept van extern vertrouwenspersoon in het water vallen.

Heb je zelf sportconnecties?  Ik bedoel daarmee zelf sportief zijn of banden met verenigingen?

Ik ben van nature steeds een sportief type geweest.  Ik heb geen topsport gedaan, maar dat zegt ook veel uit welk nest ik kom.  Als klein meisje vatte ik aan met turnen (bij Rust Roest) en was er behoorlijk goed in.  Op mijn zeven of acht jaar was ik reeds zes dagen op zeven aan het trainen en kreeg ik de vraag om naar competitie (keurturnen) over te schakelen.  Toen heeft mijn moeder me daaruit gehaald.  Mijn ouders wilden me van veel laten proeven.  Ik bleef sport doen, maar leerde ook piano spelen, de zeescouts, dansen,…  Ook boksen voor het fysieke aspect en het dansen voor de lenigheid en lichaamscoördinatie.  Dans en voetbal zijn trouwens een voortreffelijke combinatie (lacht) om je eigen lichaam te controleren.   Voor mij was het dus eerder recreatie op verschillende domeinen dan op één specifieke tak.  
Zoals ik reeds zegde ben ik in een vrouwengezin opgegroeid.  Vandaar misschien minder connectie met het voetbal, maar ik weet wel wat buitenspel is hé! (proest het uit)  Mijn vader  komt uit een gezin met vier zonen en daar voel ik bij mijn nonkels en enkele neven wel het gevoel voor “de ploeg van ’t Stad”.  Toen ik in het Baskenland verbleef ervaarde ik die zeer grote trots voor hun team.  “Athletic” (Athletic Bilbao, nvdr), ik kan het nummer volledig meezingen want daar ging ik wel vaak mee naar wedstrijden.  De trots daar is er omdat de ploeg enkel uit Basken bestaat.  In Ecuador zat ik een tijdje in een gastgezin met drie zonen in Quito. Zij studeerden aan de universiteit met een voetbalbeurs en ze namen hun “zusje” – ik was dan wel 18 – mee naar hun voetbalmatchen.  Zo zijn er dus toch voetballinks.

Waarom ging je in op het voorstel van Cercle?

Hoewel ik in mijn praktijk meer met volwassenen werk, ligt mijn hart bij kinderen en jongvolwassenen.  Toen het aspect “grensoverschrijdend gedrag” ter sprake kwam had ik zeker interesse.  Het is immers zo dat je (negatieve) ervaringen in je jeugd verder in je leven meedraagt en medebepalend zijn wie je wordt/bent als volwassene.  In het werk met volwassenen merk ik hoe bepalend onze jeugdervaringen kunnen zijn en een blijvende impact hebben op ons denken, onze manier hoe we relaties aangaan, onze manier van problemen/conflicten benaderen, …  Daarom is het voor mij belangrijk om met jongeren bezig te zijn.  

Hoe vroeger we kunnen ingrijpen, hoe groter het effect. Dit heeft o.a. te maken met de neuroplasticiteit van onze hersenen. In die jonge basis kunnen we als psycholoog veel meer betekenen met de positieve gevolgen van dien bij het opgroeien.  Als dat een bijdrage zou kunnen zijn, zou dit voor mij zeer mooi zijn.  Ik ben ook psycholoog voor het Europacollege, ook daar werk ik met jongvolwassenen en we werken ook samen met Howest..  Kortom, het werken met jongeren spreekt me zeer aan.

Ook het feit dat het voor de voetbalvereniging in Brugge is, alhoewel ik  niet zozeer chauvinist ben - ik beschrijf mezelf altijd eerder als een wereldburger.  

Sinds de uitnodiging boeit het me ook om te weten te komen hoe er tot op heden reeds met bepaalde situaties omgegaan wordt bij de jeugdwerking van Cercle.  Aanpak, preventieve maatregelen, mentale begeleiding, enz…
Ik hoop door deze samenwerking er ook zelf uit te leren, wat ongetwijfeld zo zal zijn!

De aangename babbel met Chloë duurde zo’n anderhalf uur.  De hierboven weergegeven tekst is slechts een fractie van het totale gesprek, wat voor mij bijna een spoedcursus psychologie was. Echt verrijkend, maar te uitgebreid om het hier volledig weer te geven.  Deze enthousiaste dame zal zonder twijfel een verrijking zijn voor de Cerclejeugd, maar, zoals ATVJO Diederiek Vermeersch het stelde, en waar Chloë volmondig mee akkoord gaat: “Hopelijk hebben we haar niet nodig” (dat wil immers zeggen dat er zich geen problemen voordoen).

(Georges Debacker)
 

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 223)

(periode van 25-03-1961 -> 01-04-1961)

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met ... Franck Kanouté

‘Geen stappen overslaan in mijn carrière’ 

Mijn tweede spelersinterview plande ik met Franck Kanouté.  De jonge Senegalese middenvelder was al een tijdje in Brugge, maar zijn overgang naar Cercle Brugge werd pas officieel op 1 september.  Hij zat meteen in de wedstrijdselectie tegen Anderlecht en maakte er ook zijn debuut na de rust.  Hij kon het tij niet meer helpen keren en Cercle verloor met 2-0.  Het relaas van een leuk gesprek met onze jonge middenvelder van 21. 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met ... Iké Ugbo

 ‘Cercle is de ideale stap voor mij’ 


Een nieuw seizoen betekent uiteraard ook nieuwe spelersinterviews.  Voor mijn eerste opdracht trok ik naar de Cerclepub voor een interview met Ike Ugbo.  Vreemd om nog eens op Cercle te zijn na alle coronaperikelen.  Binnenkort zijn er opnieuw wedstrijden met publiek.  Ook voor deze aangename jonge gast zal dit wellicht een leukere ervaring zijn dan voetballen voor lege tribunes.  De jonge Engelse spits kende alvast een droomdebuut met een doelpunt tegen Mechelen.   Het werd een aangenaam gesprek met deze 21-jarige aanvaller die momenteel in Jabbeke woont.

Lees meer