koop tickets online

SHOT sprak met … Nico Clauwaert

SHOT sprak met …


Nico Clauwaert

Er prijkt een naam op het shirt van Cercle. Met ‘Napoleon Sports & Casino’ vond de Vereniging een hoofdsponsor voor dit en volgend voetbalseizoen in de hoogste klasse van het Belgische voetbal. We spraken met Nico Clauwaert, die er het luik ‘sports partnerships’ van Napoleon Sports & Casino onder zijn hoede heeft, en polsten naar de redenen voor en de toekomst van de samenwerking.

Met wie heeft SHOT het genoegen kennis te maken?


Nico Clauwaert. Ik ben 29 jaar oud, afkomstig uit Dudzele. Ik studeerde bedrijfsmanagement met afstudeerrichting sport -en cultuurmanagement aan de Vives Hogeschool te Brugge, gevolgd door een master Politieke en Sociale wetenschappen, communicatiewetenschappen aan de UGent. Na mijn studies was ik uitdrukkelijk op zoek naar een job in de sportindustrie.

De hoofdactiviteit van Napoleon Sports & Casino betreft niet alleen het aanbieden van sportweddenschappen?


Dat is zo. We zijn momenteel Belgisch marktleider in het aanbieden van online en offline kansspelen, waaronder casino games, live casino en sportweddenschappen. Het bedrijf beschikt over 26 speelhallen en 2 casino’s in België.

Napoleon Sports & Casino is een puur Belgisch bedrijf?


Inderdaad, het hoofdkantoor bevindt zich in Erembodegem. Zo is Napoleon Sports & Casino bijvoorbeeld ook de enige aanbieder in België, die beschikt over een eigen live casinostudio.

Cerle Brugge KSV

Je hebt je droom om in de sportindustrie te werken voorlopig dus waar kunnen maken?


Zeer zeker. Eerder toevallig kwam ik terecht bij Napoleon Sports & Casino, wat op dat moment nog een familiebedrijf was onder de naam Napoleon Games. Ik werk hier intussen zes jaar en 4 maanden en binnen het bedrijf ligt mijn focus op het realiseren van groei van de ‘online business unit’ Sportweddenschappen. Het uitwerken met het marketingteam van acties voor nieuwe en bestaande spelers, en het verbeteren van de spelervaring via de APP zijn voorbeelden die deze groei moeten verwezenlijken. Recent ontferm ik mij ook over het luik ‘sport partnerships’, waarvan de samenwerking met Cercle Brugge een eerste realisatie is.

Intussen is het bedrijf hoofdpartner van Cercle. Vanwaar de interesse in Cercle?


Nadat onze partnershipstrategie in augustus 2018 werd bijgestuurd, ben ik op zoek gegaan naar projecten die in lijn liggen met deze vernieuwde strategie. In deze zoektocht kwam Cercle al snel in het vizier. We zochten uitdrukkelijk naar projecten voor de lange termijn die onze vernieuwde waarden kunnen uitstralen: Belgisch, betrouwbaar, ‘thrilling’, kwalitatief, lokaal.


En Cercle had ook nog geen shirtpartner…

 

Cerle Brugge KSV

Ook dat was inderdaad een serieuze troef voor ons. Het volledige plaatje klopte. Beide partijen hebben bepaalde raakvlakken, en het is onze bedoeling om op deze zaken nu verder te werken.

Naast de goede zichtbaarheid, is het niveau van ‘hospitality’ van belang, zeg maar de manier waarop wij onze genodigden kunnen ontvangen. Dat is bij Cercle top! Tot slot is ook de manier waarop beide partijen de samenwerking digitaal kunnen uitdragen enorm belangrijk. Samen met een jong, gedreven digitaal team van Cercle moeten we erin slagen om relevante en creatieve acties aan te bieden aan de fans van Cercle.

De onderhandelingen met Cercle zijn snel verlopen?


Ja, toch relatief snel. Vanaf de eerste dag had ik een zeer goed gevoel bij de contacten met de verantwoordelijken van Cercle. Zoals gezegd staan ook jonge en enthousiaste mensen klaar om het project op digitaal vlak in handen te nemen. Daarin staat Cercle, in vergelijking met andere (top) teams in België, reeds heel ver. Voetbalverenigingen realiseren zich dat er een nieuwe aanpak nodig is op gebied van omgaan met lange termijn partners. Cercle Brugge heeft dat snel en zeer goed begrepen.

De vraag die allicht vaak gesteld wordt: is gokken en voetbal geen riskante combinatie, vooral na de recente gebeurtenissen en schandalen?


Het is inderdaad een zeer actuele vraag, met alle problemen rond ‘matchfixing’ die de laatste jaren naar boven zijn gekomen. Napoleon Sports & Casino werkt actief mee om matchfixing tegen te gaan, door haar medewerking op elk moment te verlenen aan de betreffende instanties. Het bannen van sportweddenschappen lijkt me dan weer geen goed idee te zijn. Als erkende operatoren hun producten niet meer kunnen aanprijzen, zal er volgens mij een grote verschuiving plaatsvinden naar het illegale circuit. Met alle gevolgen van dien voor de consumentenbescherming, want illegale operatoren nemen geen maatregelen om de wetten na te leven, laat staan de spelers te beschermen. Men mag dus vooral niet alles op één hoop gooien. Er is niets mis met het plaatsen van een weddenschap op een favoriete ploeg. Die behoefte zal altijd blijven bestaan. Daarom is het nodig om de instandhouding van de reguliere markt mee te bewaken en ervoor te zorgen dat malafide praktijken gebannen worden.

Welke toekomstplannen hebben jullie met Cercle? Over welke termijn spreken we concreet?


Het contract loopt nu voor anderhalf seizoen, plus twee jaar optie. In totaliteit spreken we dus over een duurtijd van drie en een half jaar. Net als onze eerdere partnerships met Sunweb-Napoleon Games in het veldrijden & KAA Gent in de voetbalwereld, willen we werken aan een verhaal voor de lange termijn dat gestaag kan groeien. Wat mij betreft is de drie en een half jaar die we in het vooruitzicht hebben met Cercle slechts het begin van iets groter. 

Cerle Brugge KSV

Hebben jullie ook concrete verwachtingen van Cercle zelf?


Ik vergelijk dit project voor een groot stuk met onze huidige voetbalpartnership met KAA Gent. We zijn toen ingestapt als structureel partner van KAA Gent bij de overgang naar de Ghelamco Arena. Al heel snel zijn we toen samen kampioen geworden en kenden we mooie momenten in de UEFA Champions League. Eigenlijk willen we deze sportieve uitbouw ook realiseren met Cercle. Uiteraard wil dit niet zeggen dat Cercle kampioen moet worden. Het is belangrijk dat er een groeiverhaal geschreven kan worden waarbij Cercle op relatief korte termijn kan uitgroeien tot een volwaardige middenmoter die ook eens kan meedingen naar een PO1-ticket.

Tot slot: welke verwachtingen hebben jullie nog dit seizoen voor Cercle? Aantreden in PO2 daar worden nogal wat supporters warm noch koud van?


PO2 is PO2, daar kunnen we niet omheen. Maar ook in PO2 zal Napoleon Sports & Casino samen met het digitaal team van Cercle creatieve acties aanbieden voor de fans van Cercle. Het bijwonen van een thuiswedstrijd van Cercle vanuit de loges of het winnen van een gesigneerd voetbalshirt zijn hier voorbeelden van. Kortom, we willen er voor de Cerclefan een feest van maken!

(KV)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Filips Dhondt

Optimism is a moral duty. Na bijna twintig jaar is Filips Dhondt terug bij Cercle als bestuurder namens AS Monaco. Na de knappe winst tegen OH Leuven en net voor de nieuwjaarsreceptie van Groen Zwart nam hij uitgebreid de tijd voor een gesprek met SHOT. Ambitie, optimisme en de onverzadigbare wil om te winnen vormden de ingrediënten. Alsof we al een voorsmaak kregen van het kleine mirakel op en tegen KFCO Beerschot Wilrijk vier dagen later…

Je kijkt terug op een lange en rijk gevulde carrière in de voetbalwereld. Als we kennis willen maken met Filips Dhondt, welke hoogtepunten mogen we dan noteren?

Dit seizoen is mijn vierentwintigste seizoen dat ik in de voetbalwereld professioneel actief ben. Ik kan verschillende hoogtepunten noemen, maar dieptepunten uiteraard ook. Een recent hoogtepunt is zonder meer het vorige voetbalseizoen bij AS Monaco. We behaalden de kampioenstitel in Frankrijk, de finale van de Liga-beker, en de halve finale van de Champions League, amper vijf jaar nadat we laatste stonden in de tweede klasse. Een ongelofelijk scenario, eigenlijk een mirakel als je bedenkt dat de tweede in de eindstand, Paris Saint Germain, werkt met een budget dat tot zes keer zo groot is als dat van AS Monaco. Maar eigenlijk was elke Champions League campagne, zowel bij Monaco als bij de buren hier, een summum van beleving. Tijdens mijn eerste periode bij Cercle, van 1994-1998, was het voor mij vooral genieten van Josip Weber. Als ik zijn naam noem krijg ik nog steeds kippenvel. Ik was eind vorig jaar nog op de begrafenis van Josip met Franky Carlier, Geert Leys en Bert Lamaire. Laagtepunt was dan uiteraard de degradatie met Groen Zwart in 1998, waarna ik heb beslist om naar EURO 2000 over te stappen. Toenmalig voorzitter Paul Ducheyne gaf te kennen met minder mindelen verder te moeten, waarna we in alle vriendschap en openheid oplossingen hebben gezocht en gevonden.

Hoe kijk jij naar het voetbal? Kijk je als voetbalstrateeg, als zakenman, als manager?

Om in de voetbalsector te werken moet je vooral gepassioneerd zijn. Het vraagt vierentwintig uur per dag en zeven dagen per week je volle aandacht en engagement. Zelfs ’s nachts houdt het je bezig. Te meer ook omdat mensen je voortdurend aanspreken over wat voor hen hun hobby is… maar voor mij mijn beroep.

Dus je kijkt en beleeft voetbal als gepassioneerd voetballiefhebber?

Ja, absoluut, ook al evolueer je zelf ook wel na een lange carrière in de voetballerij. Ik zet de televisie op als er wedstrijden worden uitgezonden, maar ik lees intussen ook wel iets. Ook de voetbalwereld zelf is overigens zeer sterk geëvolueerd de laatste paar decennia.

Van evoluties gesproken, je was reeds bij Cercle aan de slag, en je bent nu terug bij Groen-zwart, als is dat nu in de hoedanigheid van bestuurder namens AS Monaco. Mogen we zeggen dat jij één van de drijvende krachten was achter het hele proces van de overname van Cercle?

De drijvende krachten zijn de voorzitter van AS Monaco, Dmitry Rybolovlev en de ondervoorzitter Vadim Vasilyev. Zij wilden absoluut een tweede voetbalclub vinden, omdat er zich in Frankrijk een enorm probleem stelt met de ontwikkeling van de jeugdspelers. De ‘reserven’ of U21 spelen in Frankrijk in vierde of vijfde afdeling, wat maakt dat er een enorme kloof is met de eerste afdeling. Jonge spelers kunnen nooit klaar zijn om onmiddellijk mee te draaien – tenzij je Mbappé noemt uiteraard (lacht). Je mag binnen Frankrijk maximaal zeven spelers uitlenen, waarvan hoogstens twee naar dezelfde ploeg. We hebben vaak spelers uitgeleend aan buitenlandse ploegen, maar hebben dan minder zicht op hoe die jongens evolueren. Een andere reden is ook dat je in Frankrijk slechts vier niet-Europeanen mag aansluiten bij de club, of dat nu bij de jeugd is of niet. We hebben permanent scouting in Zuid-Amerika en Afrika, maar we hebben reeds vier niet-Europeanen in dienst, wat het onmogelijk maakt om verder te rekruteren. België is bovendien een interessant land om eigen spelers te gaan ontwikkelen. Dus voorzitter en ondervoorzitter gaven me de opdracht om op zoek te gaan naar wat een interessant land zou kunnen zijn. We hebben zes landen zeer nauwkeurig onderzocht.

En het Belgische Cercle kwam daar als beste kandidaat uit naar voor?

Zo is dat. In november 2016 hebben we een eerste gesprek gehad met de toenmalige Raad van Bestuur van Cercle, wat zeer positief is verlopen, met een openheid van geest, en volle transparantie op het vlak van uitwisseling van informatie. Zeer snel reeds, op 24 december 2016, werd een ‘Confidential letter of interest’ getekend, om uiteindelijk in februari 2017 tot een consensus te komen. AS Monaco formuleerde daarbij 3 voorwaarden: de licentie halen, in 1B blijven en tenslotte de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Cercle verkrijgen. In 1B blijven bleek nog de moeilijkste opgave…

Het feit dat je al eens bij Cercle aan de slag was, heeft de zaken wellicht wel bespoedigd?

Dat niet zozeer, wel dat ik met de Belgische voetbalwereld vertrouwd was. Je moet de voetbalreglementering, de voetbalcultuur, de netwerken… echt wel kennen om dergelijke beslissingen te nemen. Mijn job was objectief verslag uit te brengen bij de voorzitter van AS Monaco. Maar Vadim had zelf ook onmiddellijk een zeer goed gevoel bij Cercle. Dat was ontzettend belangrijk.

Je hebt ook jarenlang bij de buren gewerkt. Versoepelt dat het samenleven hier in Jan Breydel? 

Ik heb tien jaar met veel plezier bij Club Brugge gewerkt, en heb ook veel goede herinneringen en vrienden bewaard. Daar heb ik geen enkel probleem mee. Maar ik ben er intussen zeven jaar weg en er is ontzettend veel veranderd. Sportieve rivaliteit moet er echter zijn, anders moet en kun je geen voetbal spelen.

Terug naar AS Monaco. Hoe kijkt men ginder eigenlijk naar Cercle? Ligt men daar als wereldploeg eigenlijk wakker van wat er hier in Brugge, bij de Groen Zwarte familie dan, gebeurt?

Ik kan je zeggen dat als Cercle speelt de stand van de wedstrijd stante pede wordt doorgestuurd naar alle hoofdrolspelers in AS Monaco. Ook op onze wekelijkse maandagvergadering is een aandachtspunt steevast het resultaat van Cercle en waar we staan. Iedereen op kantoor volgt het, niet enkel ‘les dirigeants’ van de club.

Leeft Cercle ook bij de supporters van Monaco?

Evident, iedereen weet waar het over gaat. Een van de zaken die we binnen afzienbare tijd moeten realiseren is de Cercle website in het Frans aanbieden. Dat zal de band tussen supporters veel nauwer maken. Zoals Cercle-supporters de website van AS Monaco kunnen volgen, zou dat ook omgekeerd het geval moeten kunnen zijn. We nodigden overigens ook al de jeugdploegen uit van Cercle. Dus we creëren die banden tussen beide verenigingen ook echt actief. 

"‘L’esprit des vainqueurs’, dat moeten we kweken hier in Brugge."

Naar de orde van de dag dan. Cercle won tegen OHL met tien man, toonde vechtlust en drang om te winnen. Ben je tevreden zoals het tot hiertoe loopt. Is AS Monaco tevreden?

We zijn tevreden, maar we moeten vooral de mentaliteit van de winnaar in Cercle pompen. Willen winnen, op elk moment. ‘L’esprit des vainqueurs’, dat moeten we kweken hier in Brugge.

Cercle moet af van het Calimero gevoel?

Altijd willen winnen, ook al win je niet altijd. Alleen die ingesteldheid telt. We moeten onze ambitie ook luidop durven verkondigen, en die op elk vlak laten blijken, sportief, administratief en organisatorisch. Elkeen zal gemerkt hebben dat er al grote stappen gezet werden. We bouwen aan een professionele structuur, met veel aandacht voor de eigenheid van Cercle. Daar is niet aan geraakt geweest.

Dat was inderdaad een voorwaarde die Cercle zou gesteld hebben: de eigenheid behouden en de jeugdwerking verder uitbouwen? 

Zeer zeker. Het was zelfs ook één van de eisen van AS Monaco. Overigens ook de vrees bij AS Monaco bestond toen Dmitry Rybolovlev de club kocht. Iedereen was bang dat de eigenheid van AS Monaco verloren zou gaan, en mensen hielden het hart vast voor de buitenlandse invloed. Maar we zijn nooit zo hoog gevlogen. Op vijf jaar tijd van laatste in tweede, tot eerste in eerste.

Op welke termijn willen jullie bij Cercle welke plannen realiseren?

Eerste stap was de professionalisering op alle niveaus, overigens met alle respect voor de vele vrijwilligers van Cercle. De eerste sportieve ambitie is de promotie naar 1A. Iedereen ziet ongetwijfeld welke inspanningen Monaco heeft gedaan.

The sky is the limit?

Nee, zeker niet. We mogen ook niet onderschatten dat François Vitali van voor af aan een ploeg heeft moeten bouwen, en dit vanaf half juni 2017. Als je ziet waar we nu al staan dan zijn we op goede weg. Ook tijdens de ‘wintermercato’ zal worden bijgestuurd. Probleem is wel dat we met zeer vreemde competitie zitten. In het ideale scenario spelen we de finale met als inzet de promotie, wat wil zeggen dat er tot dan nog slechts een handvol matchen te spelen zijn. Dan is het zeer moeilijk om spelers te overtuigen naar Cercle te komen. Dus de sportieve ambitie is 1A, om daarna een stabiele ploeg in de hoogste afdeling worden. Daar  hoort Cercle thuis, een traditieploeg met jaren ervaring.

"1A, daar  hoort Cercle thuis.  Een traditieploeg met jaren ervaring."

De realiteit is dat vele ploegen uit of rond West-Vlaanderen meespelen in 1A. Is het economisch haalbaar om daar nog een ploeg als Cercle aan toe te voegen?

1B is lastig, 1A is meer rendabel. Als AS Monaco elk jaar drie tot vier spelers ter beschikking kan stellen die voor Cercle alleen niet haalbaar zouden zijn, zoals met Sporting Lissabon het geval was, dan is 1A mogelijk. Dit alles aangevuld met de middelen die Cercle genereert. Buiten de vier à vijf topclubs in België moet iedereen zijn eigen business model ontwikkelen. Dat geldt ook voor AS Monaco, waar we 2500 abonnees hebben. Met alle respect voor de supporters, maar niet alleen die inkomsten maken ons ginder tot een topclub.

Terugblikkend op het seizoen tot hiertoe: Cercle heeft zich helemaal terug geknokt in de competitie. Een sterke voorbereidingscampagne, waarna het in de competitie toch op en af ging, met winstmatchen, maar ook zware verliesscores. Waar zie jij nog de nodige groeimarge?

Deze zomer hebben we zeer snel moeten handelen. Er waren weinig spelers beschikbaar, en er moest een nieuwe kern komen. Ik denk dat onze kern nu te groot is. We mikken op een kern van tweeëntwintig tot vierentwintig spelers, aangevuld met twee tot drie jeugdspelers. Dat is veel werkbaarder voor een trainer. Over specifieke posities moeten we de tegenstanders niet wijzer maken dan zij al zijn. En voor het overige moeten we uitkijken naar de middellange termijn. Jongens met korte contracten die een meerwaarde vormen moeten we aanhouden en verlengen.

Wanneer ben jij persoonlijk tevreden over dit seizoen? Alleen de promotie telt?

(overtuigd) Ja. Alleen winnen telt. Als het niet lukt, lukt het niet, maar dan is er ook geen tevredenheid mogelijk. Ik verneem dat de winterstage veel heeft bijgebracht. Er staat een groep die elkaar kent en uitgedund is. Ook tegen OHL was de vechtlust duidelijk zichtbaar. En we hebben op dit moment alles in eigen handen. Maar ook de supporters moeten er staan. Supporteren betekent letterlijk ondersteunen.

En dat is ook wat jij wil uitdragen naar de supporters?

Ik houd niet van kankeraars. Positivisme en de winning spirit, dat wil ik verkondigen voor Cercle. Winnen en willen blijven winnen, zelfs als dat niet altijd lukt!

(K.V.)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Tienmaal kampioen.. - Pierre Hanon

Wie kan zeggen dat hij ooit de groen-zwarte kleuren in Cercles fanionelftal verdedigde, verdient lof. Wie ooit het paars-wit bij de eerste ploeg van Anderlecht aantrok, kan terecht iets hoger van de toren blazen. Wie ooit als Rode Duivel de eer van ons land verdedigde, mag er bepaald trots op gaan. Wierook vraagt hij niet, maar Pierre Hanon speelde bij Cercle, bij Anderlecht, werd landskampioen, werd bekerwinnaar zowel op nationaal als op Europees vlak, was een sterkhouder als Rode Duivel. Achtenveertig keren verdedigde Pierre ons nationaal elftal, maar het merkwaardigste getal dat hem siert, is …  tien.  Niet één speler in onze hoogste nationale afdeling behaalde  er meer keren dan hij de hoogste titel: tienmaal werd hij kampioen in onze eerste nationale! 

Op 1 juli 1970 werd je officieel  aangesloten bij Cercle, maar jou interviewen, Pierre, kan onmogelijk starten bij 1970. Daar ging al te veel aan vooraf…

Klopt, je moet zelfs niet lang na mijn geboorte, in Anderlecht, eind 1936, van start gaan. Ik was pas drie of vier jaar toen mijn vader, die een café openhield, tegen zijn klanten zei: “Gaan jullie wat opzij zitten, want de kleine moet hier voetballen.” Zeven jaar oud trok ik naar een groot veld waar we tegen elkaar voetbalden met vijftig tegen vijftig, als het niet met honderd tegen honderd was! Als doel zetten we palen in de grond, en het was niet te verwonderen dat het mensen van Anderlecht opviel dat ik een goed schot had, want ik schoot de palen omver.  Ik tekende een aansluiting bij paars-wit, speelde erbij voordat ik tien was en nooit heb ik bij een jeugdploeg van mijn leeftijd gespeeld, altijd hoger. Wat ik me bijzonder goed herinner, is dat de voorzitter van Anderlecht in ons café kwam en tegen vader en moeder zei: “Als díe niet in ons eerste elftal komt, dan komt er nooit iemand in!”

Ik dacht dat je zou beginnen bij Jef Mermans, Arsène Vaillant, Rie Meert, want althans mijn verste herinneringen aan paars-wit gaan terug tot deze Anderlechtpioniers. Misschien noem ik ze ten onrechte ‘pioniers’, maar vóór hun generatie, voor de Tweede Wereldoorlog, speelde Anderlecht nooit kampioen. Nu is paars-wit al aan dertig kampioenentitels toe!

Ik was tien jaar toen mijn favorieten hun eerste nationale titel binnenhaalden. Dat was in 1947. Zelf kwam ik in het eerste elftal toen ik bijna achttien was, in 1954-’55. We verloren thuis tegen Sporting Charleroi met 0-1, maar dat belette niet dat Anderlecht dan al voor de zesde keer kampioen werd. Toen ik in ’70 naar Cercle vertrok, kon ik bogen op iets dat door geen enkele speler overtroffen is: tienmaal kampioen van België! Onze beste reeks zetten we neer van 1964 tot ’68, met vijf kampioenentitels na elkaar. Het was heerlijk, te meer nog daar ons elftal enkel en alleen uit Belgen bestond. Om even terug te komen op de drie spelers die je daarnet vernoemde: met elk van hen heb ik samen in onze fanionploeg gespeeld, zij het slechts enkele keren. Bovendien was het Jef Mermans die mij leiding gaf en mij ons eerste elftal binnenloodste.

"Mijn beste tegenstander ooit?  Pélé!"

Wil  je voor onze lezers  een ruikertje plukken van je meest memorabele herinneringen aan spelers en wedstrijden van vóór je Cercletijd?

Aan de spits van mijn medespelers staan Pol Van Himst en Jef Jurion, samen met een verdediger zoals ik er nooit, zelfs wereldwijd, een betere heb gekend. Ook al is het wel voorgekomen dat zijn speelsheid ons een puntje kostte, een sterker verdedigende spektakelman dan hij, kwam ik nergens tegen. Zijn naam: Laurent Verbiest. Mijn beste tegenstander ooit: Pélé, tegen wie ik drie of vier keer uitkwam. Mijn mooiste herinnering bij de nationale ploeg: 5-1 winst tegen Brazilië, met drie doelpunten van Jackie Stockman. We hebben daar Brazilië zozeer van het veld gespeeld dat ze ons direct na de match al uitnodigden om hun het volgende jaar repliek te gaan geven op eigen bodem. Minstens de helft van onze spelers waren zo vooruitziende dat ze bedankten voor die return, en, jawel, we kregen er dan ook een 5-0 rammeling. Twintig minuten voor het einde was het nog maar 1-0, maar wegens ademhalingsproblemen bij dat vochtige, warme klimaat, stuikten we ten slotte helemaal in elkaar. Op Europees vlak is vooral de uitschakeling van Real Madrid met 1-0 op de Heizel onvergetelijk voor mij, met een doelpunt van Jef Jurion.

Halfweg 1970 trek jij naar Cercle Brugge. Hoe komt een voetbalmonument als Pierre Hanon ertoe, hoewel nog duidelijk ver af van zijn laatste voetbaladem, naar een matige tweedeklasser te trekken die drie jaar voordien nog in de derde klasse uitkwam?

Als ik naar Cercle gekomen ben, was dat niet negentig of negenennegentig maar honderd procent dankzij en voor Urbain Braems. Ik kon onder meer ook naar Club Mechelen, maar het was me duidelijk dat Urbain mij zeer hoog inschatte en hij overtuigde me dat hij mij echt van doen had. Ik kan niet omschrijven wat die overgang voor mij betekende. In het begin had ik het zéér, zéér moeilijk. Het verschil met Anderlecht was enorm. Ik was gewoon voor 30.000 mensen te spelen, kwam nu uit in het armzalige Edgard De Smedt-stadionneke voor een publiek tienmaal minder in aantal.Ook tijdens de week treinde ik ernaartoe voor avondtrainingen. Neen, je begrijpt het niet als je niet ervaren hebt hoe ánders het er bij  Anderlecht aan toe ging, bij Anderlecht met zijn perfecte accommodatie en materiaalvoorziening.  Dat alles terzijde gelaten waren er toch twee dingen die mijn motivatie hooghielden: ik wilde  hoe dan ook aan iedereen bewijzen dat ik het nog kon, en vooral, ik ben nooit, nooit in mijn leven zulke charmante, zulke vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle. Niet alleen maar toch in het bijzonder denk ik hierbij aan Gerard Versyp, aan Johan Versyp en aan Lucien Hautekiet.

"Ik ben nooit in mijn leven zulke charmante, vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle."

En het ging goed bij Cercle! Zeer goed zelfs, aanvankelijk. Tijdens je eerste Cerclejaar al werd Groen-Zwart kampioen en promoveerde dus naar eerste. Ik kan niet voorkomen dat er hierbij toch een vraagje bij me opkomt. Na je unieke carrière bij Anderlecht  daal je af naar een tweedeklasser en direct promoveer je met dat ‘ploegje’ naar de reeks waaruit je weggestapt bent. Was je écht gelukkig met die gang van zaken? Kon  je met hart en ziel opnieuw naar eerste gaan – met Cercle…?

Oh, ja. Met Cercle kampioen spelen in tweede deed me evenveel plezier als kampioen worden in eerste. Zie je, als je een contract afsluit, dan moet je het respecteren. Je moet er volop achter staan, en dan besef je: “Nu speel ik met die ploeg, en net als vroeger komt het erop aan te winnen.” Lukt dat, dan heb je er evenveel plezier aan als iemand die al twintig jaar voor die ploeg speelt.

Het jaar daarop deed Cercle het lang niet onaardig in eerste. Groen-Zwart was vierde halfweg, eindigde als vijfde op één plaats van een Uefa-ticket.

Het begon al fantastisch. De eerste wedstrijd was thuis tegen … Anderlecht! We wonnen met 2-0. ‘k Weet niet of je dat kunt begrijpen, maar hoewel ook dan nog mijn hart voor Anderlecht klopte, was het Cerclegevoel dat mij toen aangreep, overweldigend. Een misschien vergelijkbaar gevoel doorstroomde mij ook bij onze zesde match. We staan 1-0 achter op het veld van Club. Ik pegel een vrije schop van op vijfentwintig meter keihard tegen het net van ex-Cercledoelman Sanders. Wie het gezien heeft, herinnert het zich, ongetwijfeld.  Carlos Desteur lepelde de bal van heel dichtbij op mijn voet, en … raak! Het was een enig mooi doelpunt, maar geen toevalstreffer. Week op week hadden we bij elke training dat nummertje ingeoefend. Zo haalden we 1-1 op Club, en niet veel later lukte het op Club Luik nog eens op die manier te scoren. Nogal wat ploegen hebben het nummertje nadien uitgeprobeerd, maar toch was het vrij vlug op geen enkel veld meer te zien. Was het geen toevalstreffer, efficiënt was het evenmin. Zelf kreeg ik op die manier tijdens de oefeningen gemiddeld zes keren op de tien de bal tussen de palen, maar het scorepercentage was toch wel aan de zeer lage kant. 

"Mijn hart klopte voor Anderlecht, maar het Cerclegevoel greep me toen aan."

Cercle eindigde het volgende seizoen, 1972-73, slechts als elfde. In het feestboek van Roland Podevijn bij Cercles negentigste bestaansjaar wordt dat onder meer toegeschreven aan langdurige kwetsuren, aan schorsingen en aan “wrijvingen met het bestuur (Pierre Hanon)”.  Was het juist geweest indien er niet had gestaan “wrijvingen met het bestuur”, maar “wrijvingen met trainer Grijzenhout”?

Wat je suggereert, klopt helemaal. Niet met het bestuur had ik problemen, enkel en alleen met de nieuwe trainer. Urbain Braems was, helaas, naar Antwerp vertrokken – helaas, want het ging mij onder Urbain zo goed dat ik onder hem misschien wel tot mijn veertigste in eerste klasse had kunnen meedraaien.Graag had hij mij meegenomen, maar mijn contract liep nog één jaar door, en daar hield ik mij aan. Ik moet het niet onder stoelen of banken steken, met de nieuwe trainer, met Han Grijzenhout, heeft het nooit geklikt. Het nam zulke proporties aan dat ik het na enkele maanden niet meer zag zitten. Gelukkiglijk had Cercles bestuur dan het begrip voor mij dat bij Grijzenhout ontbrak.

Het is niet als een stoute vraag bedoeld, Pierre, maar, ja, wat wil je, wij zijn allemaal mensen onderhevig aan psychologische wetmatigheden die ook wel de volgende vraag rechtvaardigen: Kan het bij jou een rol gespeeld hebben dat Grijzenhout als trainer een groentje was en jij als speler een doorgewinterde ex-topvoetballer?

Ik denk inderdaad dat dit heeft meegespeeld.Maar dat neemt niet weg dat Grijzenhout geen greintje respect voor mij opbracht, noch voor mij als persoon, noch voor mij in mijn specifieke situatie. De meeste Cerclespelers waren twintigers.  Ik was 35 jaar.  Ik had een schoolgaande zoon. Als die de vorige twee jaren in juli met vakantie was en de voetbaltrainingen herbegonnen, bezorgde Urbain mij een trainingsschema zodat ik een halve maand van een familiale vakantie kon genieten en daarna toch topfit op de trainingen verscheen. Geen sprake van zo’n situatiebegrip bij Grijzenhout. Integendeel, voortdurend behandelde hij mij alsof ik een spelertje was dat uit Bevordering kwam. Neen, ik heb nooit beweerd dat Grijzenhout op het vlak van het voetbalspelletje op zich geen bekwame trainer was, maar daar waar ik zeer bewust niet boven mijn medespelers uitkraaide, daar waar ik van meet af aan goed in de groep geïntegreerd was, daar waar jongens als John Bogaert, Julien Verriest en Franky Simon bereid waren  voor mij door het vuur te gaan, daar ontbrak het Grijzenhout aan elementair respect voor mij. Overigens: ik geef toe dat mijn houding tegenover Grijzenhout onbewust kan beïnvloed geweest zijn doordat ik bovenaan een heuvel stond en hij onderaan, maar is het niet evengoed mogelijk dat zijn houding tegenover mij voor een stuk juist te verklaren is door zíjn positie daar onderaan?

In overleg met het Cerclebestuur deed jij je derde jaar niet uit en daarna trok je naar Bergen.  Met succes? En wat deed je na Bergen?

Succes? Jawel, want we speelden kampioen in derde en promoveerden dus naar tweede. Ik begon als speler-trainer, maar vond het na een tijdje beter niet meer zelf mee te spelen. Maar, maar, maar … Zie, ik ben geen Vlaming, ik ben geen Waal, ik ben een Brusselaar en ik ben een Belg, maar als wat ik in Brugge en in Bergen heb meegemaakt typisch is voor Vlaanderen en Wallonië, dan is het met de Walen erg gesteld. Cercle was kleinschalig, maar alles was er altijd proper en in orde. Als ik in Bergen twee maanden na de kampioenenviering in de kleedkamers terugkwam, waren die nog altijd dezelfde varkensstallen als direct na die viering.  Mij gaat dat niet, zo’n gebrek aan orde, aan discipline, aan voornaamheid – ik kan er niet tegen. Lang heb ik het dan ook niet uitgehouden in Bergen. Daarna ben ik nog ruim tien jaar jeugdtrainer geweest bij Anderlecht, tot trainer Peruzovic mij voorstelde om de scouting voor de eerste ploeg op mij te nemen. Dat ik dit mocht doen, is voor mij een onvoorstelbare zegen geweest. Het werd het begin van een nieuw, een prachtig hoofdstuk in mijn leven.

Een nieuw, prachtig hoofdstuk in je leven?

Wat ging eraan vooraf? Het voetbal heeft mij eerst en vooral veel plezier bijgebracht.  Nu nog herhaalt mijn vrouw het dikwijls: “Je hebt in je leven geluk gehad. Je hebt kunnen doen wat je graag deed en je bent daar totaal in geslaagd.” Ten tweede heb ik dankzij het voetbal veel mensen leren kennen en veel interessante relaties aangeknoopt. En ten derde dank ik aan Koning Voetbal dat ik goed mijn brood heb verdiend, zozeer zelfs dat ik nu, inderdaad, na mijn voetbalcarrière een prachtig hoofdstuk aan mijn leven kan toevoegen. Het begon als scout bij Anderlecht. Als scout heb ik heel Europa doorgereisd. Dat reizen intrigeerde me zozeer dat ik intussen bijna heel de wereld heb gezien. Reizen is voor mijn vrouw en mezelf, ook nu nog, een festijn. Maanden lang bereid ik onze reizen voor, ter plekke weet ik altijd heel goed wat er het bezoeken waard is, en na elke reis vergt ook het vereeuwigen ervan weken, zo niet maanden tijd. Het bewerken van beeld, klank en kleur, zeg maar, het opmaken van hele filmreportages, vind ik meeslepend en verrijkend. Bijna, bijna geniet ik zoveel van mijn reizen als van het voetballen voordien. En dat is véél gezegd!

U las het al, lezer, Pierre Hanon vraagt geen wierook. Maar het minste dat gezegd kan worden is dat hij een sterke persoonlijkheid is. Hij is zichzelf en hij weet wie hij is. Hij is zich bewust van het toch wel uitzonderlijke dat hij als voetballer gepresteerd heeft. Als er iets is dat hij in zijn omgang met zijn medemensen vereist - en já, dat ís er! -  dan is het  ‘respect’. Wederzijds respect, respectvol benaderd worden en ontvangen respect met respect beantwoorden, bepaalt Pierres levenswijze en –filosofie overduidelijk. Als een vriendelijke, kordate gentleman, die ‘oude waarden’ als voornaamheid,  betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, netheid en vooral respect hoog in het vaandel draagt, zal ik me hem blijven herinneren. Toen Pierre gevraagd werd om voor Shot geïnterviewd te worden, antwoordde hij: “Ja, voor Cercle wil ik dat graag doen” (en ook dan zei  hij, letterlijk, dat hij nooit charmantere mensen dan bij Cercle heeft ontmoet). Ik heb het  hem niet gevraagd, lezer, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat hij er ook toe bereid  was geweest een interview toe te staan voor de supporters van RAEC Mons. 

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
15de maaltijd The Green Devils

Op zondag 18 november organiseren The Green Devils voor de 15de keer een maaltijd. Iedereen is hiervoor welkom.

Het menu bestaat uit:

* Aperitief

* Mosselsouper à volonté

* Koffie

Voor diegene die geen mossels wensen is er ook een koude schotels voorzien. 

Waar: Jeugdcentrum De Groene Meersen - Zedelgem

Kosten: voor een lid €20,- voor een niet-lid €25,- 
Voor kinderen tot 12 jaar: €15,-

Je kunt je opgeven bij:

Dave "Café Transit" Zedelgem:
0472549713

Serge: 0470260960
of: bouwensserge@gmail.com

Junior: 0491633490
of: stefaan.lamaire1@gmail.com

Sonia Soens: 0497133805

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Jonge spelers begeleiden is onderdeel van mijn job - Jérémy Taravel

De donderdag voor de laatste wedstrijd van het kalenderjaar had ik een gesprek met Jérémy Taravel.  Dat gesprek vond plaats in de rijkelijke beheerraadszaal van Cercle Brugge K.SV.  Net voor de ochtendtraining maakte de dertigjarige Fransman even wat tijd vrij voor een interview.  Hij is bezig aan zijn eerste seizoen bij Cercle en kwam in het tussenseizoen over van AA Gent.  Hij heeft er al een rijkgevulde carrière opzitten en naast zijn functie als speler is hij ook belangrijk als klankbord voor de vele jonge Franstalige spelers die Cercle aan boord heeft.   

Jérémy, je bent een bekend gezicht op de Belgische velden.  Toch heb je ook al ervaring in eigen land en in Kroatië.  Kun je even je sportieve carrière tot nu toe schetsen voor onze lezers?  

Ik begon als zesjarige te voetballen bij lokale ploegen.  Ik ben geboren in Vincennes in de buurt van Parijs.  Vanaf 2003, ik was toen zestien, verdedigde ik twee seizoenen de kleuren van US Crétail-Lusitanos.  Daarna kwam het grote Lille aankloppen.  Daar vervolledigde ik mijn jeugdopleiding en kreeg ik in het seizoen 2007-2008 mijn kans in de eerste ploeg. De concurrentie was evenwel hevig.  Ik deed er toch veel ervaring op.  We hadden toen echt een goede ploeg.  Het tweede seizoen dat ik bij de grote jongens van Lille speelde, werd ik tweemaal uitgeleend.  Een half jaar aan Troyes en de tweede seizoenshelft belandde ik in België, bij Zulte Waregem.  

Bij Zulte Waregem ging het goed, je werd dan ook snel definitief overgenomen door het team van Francky Dury.  

Inderdaad.  Ik leerde in dat eerste half jaar erg veel bij van Francky Dury.  Vooral op het mentale vlak groeide ik enorm.  Bovendien kreeg ik ook de nodige speelkansen.  We eindigden dat seizoen trouwens knap vijfde.  Zulte Waregem en Lille geraakten het snel eens in het tussenseizoen en ik kon ook het seizoen daarop de kleuren van Zulte Waregem verdedigen.  Dat tweede seizoen eindigden we zesde.  

Na anderhalf jaar Zulte Waregem, volgde een langere periode bij Sporting Lokeren.  Je  bleef er maar liefst vier seizoenen, van 2010 tot 2014.  

Dat klopt.  Met Lokeren kende ik een erg goede periode.  We plaatsten ons twee seizoenen op een rij voor Play Off 1.  Bovendien konden we ook een bekerfinale spelen op de Heizel.  We wonnen toen met het kleinste verschil van KV Kortrijk.  Samen met Mijat Maric vormde ik bij de Waaslanders een complementair duo.  We speelden bijna alles, enkele kleine blessures niet te na gesproken.  In totaal speelde ik meer dan 100 wedstrijden voor Lokeren.  Het is een periode om nooit te vergeten.  

Nadien volgde dan de stap naar het buitenland.  Het werd Dinamo Zagreb in Kroatië.  Hoe beviel je dat?  

Erg goed.  Het was voor mij het moment om de stap te zetten.  Ik kende er een leuke tijd en kon veel spelen.  Op een erg hoog niveau, mag ik wel stellen.  We werden tweemaal kampioen en pakten de beker.  Ook Europees speelden we onze wedstrijden.  Het was een stap die ik me zeker niet heb beklaagd.  Mijn eerste kind werd er geboren en familiaal was het beter om na die twee seizoenen opnieuw naar België te gaan.  

Dat werd Gent, maar een succes werd het niet?  

Dat kun je wel zeggen.  Om allerlei redenen klikte het gewoon niet in Gent.  Ik wil daar niet verder over uitweiden, want dat is het verleden.  Ik werd uitgeleend aan het Zwitserse Sion, maar ook dat werd een maat voor niets.  In het vorige tussenseizoen waren er verschillende contacten, maar Cercle Brugge was het meest concreet.  Ik tekende een contract voor twee seizoenen.  

"Dit is echt wel een hoog niveau voor een ploeg in 1B.  Een hoog niveau dat uiteindelijk moet leiden tot de promotie."

Waarom werd het Cercle Brugge en wat was je eerste indruk van de ‘vereniging’?  

Het eerste gesprek was met Francois Vitali.  Ik kende hem nog van bij Lille. Dat eerste gesprek was meteen veelbelovend.  Bij het tweede gesprek kwam ook de toenmalige trainer José Riga erbij.  De gesprekken evolueerden zo goed, dat ik uiteindelijk niet lang twijfelde om hier aan de slag te gaan.  Het is echt een goed project.  Het is niet alleen maar wat spelers kopen en hopen dat de promotie gerealiseerd wordt.  Het is het totale plaatje dat klopt.  De omkadering, de faciliteiten, de begeleiding, het feit dat we elke wedstrijd op afzondering gaan, de aankomende winterstage in Spanje… Dit is echt wel een hoog niveau voor een ploeg in 1B.  Een hoog niveau dat uiteindelijk moet leiden tot de promotie.  

Het huidige seizoen verloopt wat wisselvallig.  De eerste periode eindigde Cercle derde, momenteel volgen we op vier punten van leider Lierse.  

De eerste periode was niet makkelijk.  We moesten echt bouwen aan een nieuwe ploeg.  Bijna alle spelers waren nieuw.  Dat kost natuurlijk tijd en dat was ook ingecalculeerd.  Toch deden we het niet onaardig en konden we zelfs meer punten gehaald hebben mits wat meer geluk.  Momenteel zijn we vijf wedstrijden ver in de tweede periode en totaliseren we acht punten.  Lierse won bijna alles, maar verloor vorig weekend.  Het is een reeks waar de verschillen erg klein zijn en waar we elke match alles moeten geven.  

Ondertussen hebben we ook een nieuwe coach met Frank Vercauteren.   Hoe schat je hem in?  

Elke trainer legt zijn eigen accenten.  De nieuwe trainer heeft veel gesprekken gevoerd, zowel individueel als in groep.  Hij luistert ook naar de inbreng van de spelers.  Momenteel spelen we een systeem met drie centrale verdedigers.  Dat systeem past echt wel bij de groep die we hebben.  Drie centrale verdedigers of twee, dat maakt voor mij eigenlijk niet uit.  De coach zit er trouwens kort op en is erg aanwezig.  

Je bent met je dertig jaar één van de anciens in de ploeg.  Hoe vul je die rol in?  

Ik heb inderdaad de nodige ervaring en ik probeer dat zeker in het elftal binnen te loodsen.  Samen met jongens als Koné en Mercier probeer ik de jonge spelers wat te coachen.  Zowel op het veld als buiten de lijnen.  Er zitten inderdaad erg veel jonge spelers in de kern.  Spelers die soms ook voor het eerst in het buitenland spelen.  Dat is voor hen een erg grote stap.  Samen proberen we ze dus te begeleiden.  

Hoe schat je de rest van het seizoen in?  

We moeten gewoon blijven werken.  Elke dag op training en elke wedstrijd moeten we het volle pond geven.  1B is een reeks waar het kort bij elkaar ligt en waar mentaliteit zeer belangrijk is.  Ik wil zeker de nodige mentaliteit in de ploeg brengen.  

Tot zover het aangenaam gesprek met Jérémy Taravel, een ancien die zijn rol zowel binnen als buiten de lijnen zeer ter harte neemt! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Hoofdscout jeugd - Marc van Opstale

Profclubs gaan steeds vroeger heel jonge voetballers scouten. Een jaarlijks kwalitatief goede instroom is belangrijk, zeker voor Cercle Brugge die jeugdwerking hoog in haar vaandel draagt. In dit interview maken we kennis met Marc Van Opstaele, hoofdscout van de jeugd van Cercle Brugge. Als jeugdploegen het goed doen en de grootste talenten uiteindelijk in de A-kern terechtkomen, heeft hij en zijn team daar in elk geval een belangrijke bijdrage aan geleverd.

Marc, hoe ben jij op Cercle Brugge terechtgekomen? 

In 2005 kwam de plaats van Hoofdscout Jeugd vacant. Mijn zoon Jurgen (15 jaar lang jeugdtrainer op Cercle, nu hoofdcoach van KRC Gent, n.v.d.r.) maakte mij hierop attent,  en na een goed gesprek met toenmalig Hoofd Opleiding Ronny Desmedt, was alles in kannen en kruiken. Voordien zat ik in de sportieve staf van vierdeklasser V.V. Sparta Ursel, maar dat engagement viel hoe langer hoe moeilijker te combineren met mijn job in het onderwijs. 

Wat is voor jou het profiel van een goede scout?

Wie de beste is op het veld, kan iedereen zien, maar wie de beste gaat worden, daar draait het om. Dat is niet zo gemakkelijk in te schatten. Daarnaast moeten mijn scouts enthousiasme, passie, discretie en perfectionisme aan de dag leggen. Ze zijn vaak het eerste aanspreekpunt van ouders of spelers, dus ze moeten zich als een waardige Cercle-ambassadeur gedragen. 

Hoe gaat de jeugdscouting van Cercle Brugge concreet in zijn werk?

In het begin van het seizoen proberen we zoveel mogelijk wedstrijden te bekijken, en steken we elke naam die ons opvalt in een database. Na een paar maanden gaan we gerichter ter werk. We krijgen van de teamcoaches de pijnpunten van elke ploeg doorgespeeld en dan gaan we op zoeken naar profielen die voor verbetering kunnen zorgen. Voor elke positie op het veld kennen mijn scouts de competenties die vereist zijn voor die plaats. 

Zijn er ook testdagen voor de betere spelers voorzien?

Wie twee positieve verslagen krijgt, en op een positie speelt die eventueel opnieuw kan ingevuld worden, krijgt de kans om een paar keer mee te trainen met de groep. Er komen maximum twee testers per training, om het normale verloop van het oefenmoment niet te verstoren. Daarna nemen we uiteindelijk een beslissing of stellen die even uit, als er geen consensus is.

"Wie de beste is op het veld, kan iedereen zien, maar wie de beste gaat worden, daar draait het om."

Scouten jullie enkel in de onmiddellijke regio, of gaan jullie over de provincies heen?

Ik heb 11 scouts, onder wie één iemand specifiek voor doelmannen, en elk heeft een eigen regio onder zijn hoede, uiteraard vooral in Oost- en West-Vlaanderen. Zes personen volgen specifiek de onderbouw (U7-U10, n.v.d.r.) en schuimen de gewestelijke en provinciale velden af.  De vijf scouts die op zoek gaan naar talent voor de U11 tot en met de U17 bezoeken de teams die uitkomen in de interprovinciale en elite competitie.

Kan een geïnteresseerde speler naar jou een mail sturen met de vraag of hij eens mag komen testen bij Cercle?

Nee. We hebben niet de middelen om elke jongere die zichzelf aanprijst ter plaatse te volgen. Zelf gaan we ervan uit dat de meeste spelers op een bepaalde leeftijd op hun niveau spelen; daarom sturen we in geval van een mail enkel een scout naar de allerjongsten, en vaak pas nadat we eerst links of rechts via onze kanalen al eens geïnformeerd hebben.

Kijk je bij talentdetectie op dezelfde manier naar de jongste als naar de oudste jeugdspelers?

Zeker niet. Bij de allerkleinsten kijken we naar wat iedereen kan zien: technische vaardigheid, motoriek, explosiviteit, coördinatie, snelheid, de gave om onder druk met of zonder bal de juiste beslissing te nemen, enz. Bij oudere spelers hechten we daarnaast veel belang aan de winnaarsmentaliteit en emotionele stabiliteit. Toont de speler grinta en gedrevenheid? Hoe is zijn attitude tegenover de scheidsrechter en medespelers als zijn ploeg in het verlies staat? Hoe gaat hij er mee om als hij eens op de bank zit? Wij bieden op Cercle immers een omgeving aan waarbij spelers hun talent verder kunnen ontplooien, maar het zelf willen verder evolueren is nog belangrijker om te slagen. Veel van die dingen zie je al in de manier waarop iemand opwarmt, daarom zijn we vaak ruim op voorhand aanwezig. 

Hoe gaan jullie als scout om met laatrijpe spelers?

Over alle leeftijden heen zijn er twee constanten bij de detectie van talent: we beoordelen eerder de kwaliteiten dan de gebreken, en we proberen doorheen de directe prestatie te kijken en eerder te letten op de ontwikkelingsmogelijkheden. We zullen dus nooit iemand aanwerven louter op basis van zijn fysisch profiel. Als je het scheidsrechtersblad bekijkt, dan zie je bij veel ploegen, spelers die vooral in de eerste maanden van het jaar geboren zijn, en dus fysisch sterker zijn. Laatrijpe spelers met intrinsiek veel talent dreigen op die manier te vroeg uit de boot te vallen, en dat proberen we te vermijden.   

Kan je reeds bij een heel jonge speler zien of die zich kan ontwikkelen tot een profspeler?

Bij de allerjongsten is het onmogelijk om te voorspellen wat het niveau van iemand tien jaar later zal zijn. Teveel vaardigheden, zoals techniek, motoriek, snelheid, kracht, inzicht en mentaliteit passen zich voortdurend aan aan omstandigheden die veranderen, bv. het spelen op grotere ruimtes, nieuwe en betere tegenstanders of ploegmaats, ….. Het gaat over kinderen die nog niet in de pubertijd zitten, en waarvan ontwikkeling op veel gebieden nog een groot vraagteken is. 

Als het zo moeilijk te voorspellen is, op welk niveau iemand zal terechtkomen, is het dan eigenlijk zinvol om op zoek te gaan naar 7-jarige spelers?

Je raakt een heikel punt aan. De Voetbalbond is van oordeel dat de allerjongsten best rond de kerktoren blijven spelen. Ik deel die mening volledig, en daarom hebben we vorig jaar geen U8-ploeg opgericht. Er waren echter slechts weinig teams die dit deden, met als gevolg dat we, toen we aan het scouten waren in functie van de U9, tot de vaststelling kwamen dat de concurrentie reeds gaan lopen was met heel wat spelers uit de directe regio. We vertrokken dus met een achterstand en kunnen met andere woorden niet anders dan pragmatisch denken en ook zelf een ploeg U8 oprichten. 

Jullie mogelijkheden zijn sterk afhankelijk van de resultaten van de 1ste ploeg. Zorgt dat soms niet voor veel frustratie?

In het recente verleden viel onze 1ste ploeg in de hoek waar de klappen vielen, en dat had zijn repercussies voor de jeugdscouting. Vorig jaar was er half april nog geen zekerheid over onze toekomst, met als gevolg dat veel spelers en hun ouders eieren voor hun geld kozen. Bij de U15 vertrokken 8 spelers, bij de U16 6. Het leeuwendeel vertrok naar KV Oostende en Zulte-Waregem, ploegen voor wie we op het vlak van opleiding zeker niet moeten onderdoen. De laatste vijf jaar werden bij onze U14, U15 en U16 veel goede spelers opgeleid, maar ze geraakten vaak niet waar wij ze willen, namelijk bij onze beloften.   

De deadline voor een inkomende of uitgaande transfer bij de jeugd is 1 mei. De dagen voordien zijn ongetwijfeld heel spannend. 

Ik geef graag een voorbeeld. Vorig jaar werd ik op 30 april om 22.00u ervan op de hoogte gebracht dat de aanvoerder van onze U16 in extremis naar de buren vertrok. Ik heb toen direct een jongen uit Zottegem uit zijn bed moeten bellen met de vraag of hij voor ons wilde komen spelen. Dat is voor dat gezin toch een ingrijpende beslissing waarvoor ze heel weinig bedenktijd kregen. Maar gelukkig was hun antwoord positief.

"Het feit dat onze U19 deze week op en tegen Monaco mag spelen, is heel goed voor de uitstraling van onze werking."

Het ziet er naar uit dat deze situatie zich dit seizoen niet zal voordoen.

Inderdaad, de resultaten van de A-kern stemmen ons hoopvol. Betere uitslagen van de 1ste ploeg maken jeugdtransfers veel gemakkelijker. Het feit bovendien dat onze U19 deze week op en tegen Monaco mag spelen, is heel goed voor de uitstraling van onze werking. 

Hoe wil jij de scouting de komende jaren verder uitbouwen?

Ik hoop dat we de financiële mogelijkheden zullen krijgen om ons team uit te breiden tot 15 scouts. Daarnaast kan er misschien opnieuw geïnvesteerd worden in busjes die jeugdspelers voeren van huis naar training en omgekeerd. En in een ideaal leven komen we bij de jeugd in de Elite 1-reeks terecht. 

Kan je dat laatste kort uitleggen voor zij die de jeugd niet echt volgen?

De 24 profteams zijn verdeeld in een Elite 1- en een Elite 2-reeks. In reeks 1 zitten de topploegen. In de 2de  zitten o.a. Cercle Brugge, KV Kortrijk en KV Oostende. Als je met je jeugdploegen op het allerhoogste niveau wil spelen, moet je zwaar investeren in de omkadering – parttime jeugdtrainers, kunstgrasterreinen, accommodatie, doorstroming van jeugdspelers enz..- want dat levert bij een doorlichting veel punten op. Voorlopig is dit nog een utopie, maar met de hulp van Monaco lukt dit hopelijk op een dag. 

Vorig voetbalseizoen was een annus horribilis voor de jeugdwerking van Cercle Brugge. Toch eindigde voor de scouting het jaar mooi.

Dat klopt. Vijf jeugdspelers (Gianni Swennen, Olivier Deman, Martin Puskas, Charles Vanhoutte en Francis Cathenis, n.v.d.r.) kregen een contract bij Cercle. Voor sommigen onder hen hebben we veel moeite moeten doen om hen te overhalen uit te komen voor Groen-Zwart. Die contracten geven ons een grote voldoening en we zijn trots op hen dat ze de kans die ze bij ons gekregen hebben met twee handen gegrepen hebben.  

Terecht! Bedankt voor het interview.

(Diederiek Vermeersch)

Lees meer