koop tickets online

SHOT sprak met ... Yves Vanderhaeghe


SHOT sprak met …

Yves Vanderhaeghe


Ik werk hier heel graag

Onze coach is hier reeds sinds februari, wanneer hij de geslaagde reddingsactie inzette, maar een gesprekje met SHOT kwam er nog niet van.
Hoog tijd dus om even samen te zitten.  Ik sprak met een gedreven man die vol enthousiasme over zijn job en het spelletje praat.
Een aangenaam gesprek waarbij we, hoewel velen mogelijks denken zijn geschiedenis  voldoende te kennen, behoorlijk terugkomen op zijn carrière als speler en als trainer om het daarna vanzelfsprekend over Cercle te hebben.

Als speler begon, en beëindigde je ook, je carrière in je geboortestad Roeselare?

Ik doorliep er alle jeugdrangen tot UEFA-junior.  Als scholier kende ik een aantal selecties bij de West-Vlaamse selectie.  Zo werd ik blijkbaar opgemerkt door een scout van Cercle.  Zo deed ik mijn laatste twee jaar als UEFA bij Cercle.  Toen ging het wel snel, want na één jaar kon ik mijn debuut maken met de A-ploeg op Standard (0-3).  Er waren heel wat geblesseerde spelers en zo kon ik op de bank starten.  Het laatste kwartier mocht ik invallen.  Dat was mijn debuut in eerste afdeling.  Het is bij dat ene “optreden” bij Cercle gebleven, hoewel ik de week nadien op STVV ook op de bank zat.  Daarna waren alle A-kernspelers terug en was het logisch dat ik terug uit de selectie viel.  Toen bestond het wedstrijdblad immers maar uit vijftien spelers.  Voor mij was dat wel een serieuze motivatie om toch te proberen door te breken op het hoogste niveau.  Ik mocht op Cercle blijven en verder met de A-kern meetrainen, maar ik kreeg geen contract.  Mijn vader is een pure West-Vlaming en een nuchtere kerel, en ik diende eerst te studeren.  Ik kwam als regent LO studeren in Brugge, dus dat viel mee.  Met een klein contractje zou ik reeds tevreden geweest zijn, maar voor mijn vader was dat niet goed genoeg.  Zo keerde ik terug naar Roeselare, dat toen in 3e afdeling speelde.  Ik deed er veel ervaring op want dan speel je “mannenvoetbal”.  Ik was immers amper 18 jaar.  Ik bleef er vier jaar, tot mijn tweeëntwintigste.

Dan volgt periode 1 bij “Les Hurlus”?

Inderdaad.  Twee jaar Moeskroen.  Dat ik er een steunpilaar was?  Inderdaad.  Ik was de nummer 8, Geert Broeckaert de nr 6 en Dominique Lemoine op de tien.  We hadden een heel goede ploeg en scoorden ook veel doelpunten. Met Pascal De Vreeze, Piet Verschelde en  Olivier Boudry waren we een heel aanvallend team.  In het eerste seizoen scoorde ik zowat tien keer.  Ik had een meer vrijere rol om op het gepaste moment te infiltreren.  Dat lag mij goed, maar werd later niet mijn definitieve positie.  Ik heb veel meer op de 6 gespeeld dan op de 8. We misten nipt, in de laatste wedstrijd van de play-offs, de promotie naar eerste afdeling. Aalst promoveerde en ik werd getransfereerd naar “den Eendracht”.  Ik verbleef er drie en een half jaar.  Het eerste seizoen was mijn eerste dat ik een volledig jaar mocht proeven van eerste klasse.  We hebben dat in Aalst uitmuntend gedaan want we eindigden vierde, speelden Europees.  Jan Ceulemans was trainer.  Je ziet het nogal vaak, ook nu weer, dat een promovendus nog op zijn elan van het seizoen voordien doorgaat.

Cerle Brugge KSV

Als ploegmaat bij E. Aalst had je een bij Cercle welbekende naam, Edy Krncevic.

Jawel, een super toffe kerel.  Iemand met gewicht vooraan.  Een centrumspits wordt nogal eens hard aangepakt, maar Edy bleef altijd rechtstaan.  Hij kende de middeltjes om onder die druk uit te komen.  Dat is inderdaad wellicht één van die figuren waar je als Cerclist even blijft bij stil staan.

Je beleefde met Aalst een mooie tijd met o.a. Roma als tegenstander.  Daarna ging het met de ploeg bergaf en volgde “Les Hurlus 2”?

Ze kenden wat financiële problemen.  Daarna ging het budget naar beneden.  Elk jaar ging het iets minder.  Met nieuwjaar verhuisde ik opnieuw naar Moeskroen.  De Henegouwers zaten sportief in slechte papieren en Hugo Broos wou mij er absoluut terug bij. Ik ben daar op ingegaan.  Deze stap heeft me international gemaakt.  Ik speelde bij een ploeg die op dat ogenblik op een degradatieplaats stond, maar we hebben dat goed afgesloten.  Het jaar daarop speelden we, als ik het goed voorheb, twee maal vierde.  Ook onder Hugo Broos.  Daar is België dan overtuigd geraakt van het niveau van Yves Vanderhaeghe als speler.  Vroeger was het “degelijke, harde, constante werker bij een middenmoter”, maar dan dachten ze “OK er zit misschien wat meer in”.  Vierde met Aalst, 2 x idem met Moeskroen, je moet dus wel heel veel doen om iemand te overtuigen van je kwaliteiten.  Na eerder Stefaan Tanghe bij Moeskroen, kreeg ik ook mijn eerste nationale selectie.  Uiteindelijk behaalde ik 48 caps.  Dat is heel wat als je eerste selectie pas op je 29ste plaatsvindt.

Toen begon je “paars-wit” hoofdstuk.  Tal van Europese wedstrijden, kampioenstitels, 2e in “De Gouden Schoen”, enz…  Je mag tevreden terugblikken denk ik?

Jawel!  Het is allemaal zeer laat begonnen.  Vandaar dat ik het zo lang mogelijk probeerde vol te houden.  Het jaar dat ik, als 36-jarige, van Anderlecht rond nieuwjaar terug verhuisde naar Roeselare had ik een onderhoud met Franky Vercauteren en hij zegde me: “ Kijk Yves, we zijn zeventien wedstrijden ver, je speelde er veertien van.  Ik ben ongelofelijk tevreden met het niveau welke je nog steeds haalt, maar we moeten de opvolging wat kansen geven.  Het is jaar na jaar, 31,32,33,34,35,36 doorgegaan, nu moeten we toch wel naar de jeugd gaan kijken.”  Ik begreep het en zocht een oplossing.  Cercle was op dat ogenblik “volzet” en ik kon bij Roeselare tekenen.  Daar kende ik pech gezien ik na vier wedstrijden, met een tien op twaalf en bijgevolg de redding, een blessure opliep.  Een blessure die me een jaar inactief hield en waarbij ik zelfs mijn been bijna verloren was.  Ik kreeg immers een ziekenhuisbacterie in mijn linkerbeen, waardoor ik een jaar moest revalideren.  Ik had een contract tot mijn veertigste.  Ik zag dat ook wel zitten want ik was wel een fysiek beest, maar ik kon nooit meer op niveau terugkeren.  Ik prees me gelukkig dat dit voorviel toen ik reeds zo oud was.
Wat me wat tegenzat, en ik nog steeds spijtig vind, was dat Roeselare op een bepaald ogenblik zowat dertig spelers kocht en ze één puntje te kort kwamen om niet te degraderen.  Dat is voor het Roeselaarse voetbal nog steeds pijnlijk.  Daarom zitten ze nu in die situatie.  Het Roeselaarse voetbal was top.  Er waren vijf-zes-zevenduizend mensen.  Er is genoeg potentieel aan publiek voorhanden.  Nu zijn ze van hun pedestal gevallen.

Roeselaarse anekdote: je werd (in 1988) dood verklaard?

Het jaar dat ik van Cercle naar Roeselare terugkeerde begon ik plots te sukkelen met mijn hartslag die ik in mijn hoofd voelde.  Om een lang verhaal kort te houden: Ik ben ziek geworden, mijn toestand verslechterde en ik heb toen een hersenvliesontsteking opgelopen die heel serieus was.  Ik ben in coma terecht gekomen en dan begint het verhaal.  Ik heb inderdaad mijn overlijdensbericht uit de krant “Het Volk” thuis nog liggen.  Je kent dat hé.  Ze bellen en krijgen het bericht dat ik in coma lig, daarna volgt hij is bijna dood en uiteindelijk is het dood als het van mond tot mond gaat.
Ik ben toen blijven vechten.  Men gaf mij 5 % kans.  Ik ben er door gekomen.  Eén zaak spookte door mijn hoofd: zal ik nog kunnen voetballen?  Ik moest dit neerschrijven want ik kon niet praten.  Anders zag ik het niet meer zitten.  Ik was gebeten door die bal, gebeten om iets te bereiken…  Tegenwoordig gaat het allemaal sneller, maar stap voor stap revalideerde ik.  Toen ik mij iets beter voelde ging ik in het ziekenhuis wat stappen en nadien ook voorzichtig wat trappen doen.  Ik was fel vermagerd en al mijn spieren, o.a. in de benen, waren weg.  Daarna was het van nul herbeginnen en mij in derde afdeling proberen terug op de kaart zetten.  Dan volgde 2e, 1e .  Daarna van 1e middenmoot naar Anderlecht.  Zes jaar Champions league (30 wedstrijden !).  Ook drie keer kampioen, maar eigenlijk reken ik de vierde er ook bij gezien ik er toch veertien wedstrijden van gespeeld heb… (lacht)

Trainer dan.  Je was assistent bij Vanhaezebrouck en Leekens.  Hoofdtrainer bij KVK, KVO, AA Gent en terug KVK.  Oude Cercle-bekende Besnik Hasi wou je als assistent bij Anderlecht?

Cerle Brugge KSV

Ik werd tweemaal gevraagd als assistent bij Anderlecht.  Eenmaal door Besnik en eenmaal door Hein.  Toen de vraag kwam van Besnik zag ik echter als assistent doorgroeimogelijkheden bij Kortrijk (en werd er ook hoofdcoach).  Na het contact via Hein had ik net de aanbieding gekregen als hoofdcoach bij AA Gent.  Dat zijn keuzes in het leven.  Ik heb veel te danken aan Anderlecht.  Ik ben ze dankbaar voor mijn sportieve carrière, toch wel op latere leeftijd.  Dat heeft me veel gegeven in mijn leven ook.  Een beetje veiligheid en op financieel gebied.  Voor mij was het financiële niet zo echt belangrijk, wel het sportieve.  Ik wou tonen “ik kan mee op het hoogste niveau”.  Daar zat mijn voldoening in!  Mijn eerste Europese campagne  klopten we Man United, PSV, Dynamo Kiev, Real Madrid, Lazio Roma…  Dan zeg je, amaai!

Je trainerschap is, zoals bij zowat bij alle trainers, met wisselend succes?

Jawel, maar ik denk dat ik toch op goede prestaties kan terugblikken.  Als je een algemeen overzicht neemt van al wat ik deed, is er geen enkele ploeg die kan stellen dat ik gebuisd ben.  Bij KVO hadden we een vijf- of tienjarenplan om PO1 te spelen.  Twee jaar na elkaar wàs het PO1.  Een Bekerfinale die we jammer genoeg op strafschoppen verloren. Ook Europese wedstrijden.  Het derde seizoen startten we wat minder.  Ik had juist een maand ervoor drie jaar bijgetekend.  Ze besloten om me te ontslaan.  Ik vond het spijtig want we hadden echt wel een goede ploeg.  Het kan niet elk jaar voor de knikkers zijn.  Als je dan eens een jaar niet voor een Europese plaats speelt dan is dat zo.  Je bent als ploeg pas drie, vier, vijf jaar terug in eerste afdeling en je wilt reeds derde spelen terwijl daar ploegen zijn zoals Standard, Genk, Club, Anderlecht en Gent, dan denk ik dat de ambitie niet meer klopt.   Het kan niet altijd rozengeur en maneschijn zijn.  Dat weet je.  Dat is inherent aan het voetbal.  Het was wel een mooie periode.
Idem bij AA Gent.  We stonden vijftiende of zestiende en spelen uiteindelijk vierde en konden met de vingers in de neus PO1 halen, terwijl we na negen speeldagen zowat zeven punten had.  We speelden Europees en het volgende seizoen hebben we voor ongeveer vijftig miljoen verkocht aan spelers.  Ik denk dus enorm goede resultaten geboekt te hebben.  Ik ben daarna buitengesmeten toen we zevende stonden.  Net buiten PO1.  Ja, dan moeten we nu niet kijken naar de rangschikking hé (grijnst)?  Ik heb, op eentje na misschien, het meest punten behaald met AA Gent t.o.v. alle trainers die er ooit gepasseerd zijn.
Bij KVK.  Eerste jaar als hoofdcoach PO1.  Bij mijn terugkeer kreeg ik ze ook terug op de rails.  Vorig jaar was een moeilijk evenwichtig jaar, maar op het moment dat ze me ontslaan won je net drie topwedstrijden (Genk, Gent, Standard) en verkopen ze drie Belgen die eigenlijk de leiders van de ploeg waren.  Afin, het hoort er allemaal bij zeker?
Ik hoop dat ik bij Cercle, door vorig jaar de redding te bewerkstelligen, toch wel wat krediet opgebouwd heb.  Ik werk hier heel graag en zou hier heel graag langer aan het werk gaan. 

Maar, dat zal ook weer afhankelijk zijn van de prestaties. Dat is op heden een beetje mijn frustratie.  We hebben nu vier maal verloren met één doelpunt verschil.  Zijn we reeds weggespeeld?  Nog geen enkele maal dit jaar!  Toch heb je amper acht punten.  Ik zie ploegen die een ganse wedstrijd onder druk staan en dan met 1-0 winnen.  Dat is voetbal.  Laat me toe om te zeggen dat ik altijd aanvallend heb proberen te spelen.  Veel kansen creëren, druk vooruit zetten.  Maar als het soms eens zal gebeuren dat we punten moeten pakken en het spel op niets trekt en we winnen, dan zul je me dat niet kwalijk mogen nemen. De realiteit is er. Trainers worden beoordeeld op de punten.  Ik meen een voldoende parcours afgelegd te hebben om te weten wat ik aan het doen ben.  Ik ben op zoek naar de pakkende mayonaise in het Cercle van vandaag.  Het is misschien een utopie, maar ik zou graag van voor de wedstrijd kunnen zeggen: die zeven, of pakweg vijf, daar kan ik niet rond.  Spelers die er wekelijks staan conform aan wat we verwachten en die week na week een meerwaarde zijn voor de ploeg.  Ik heb echter te veel spelers met ups en downs.  Als je er pakweg vijf hebt waar je op kunt bouwen en bij de wedstrijden aanvullen met de spelers die in de vorm van de dag zijn (of naar wat ze toonden op training), zou dit prima zijn.
We hebben actueel te weinig jongens die echt tonen, door hun prestaties, dat ze moèten op het plein staan.  Ik zeg niet dat ze geen inzet hebben.  Maar tussen inzet en de juiste dingen doen, zit nog een verschil.

Je zit onmiskenbaar met een jonge ploeg.

Het is wat opnieuw beginnen.  Zeker achteraan.  Daar hebben we heel wat wissels t.o.v. vorig seizoen.  Een jonge verdediging wil in de praktijk ook wel zeggen: een aantal foutjes.  Die zijn er al geweest en dit is zeker te vermijden.  Vooraan zijn we onze topschutter kwijt en daar zijn we ook wat zoekende.  We moeten er misschien meer mee inzitten wie de doelpunten gaat maken en wie de eindpassen zal geven.  De simpele dingen erkennen.  Als je de eerste vijf/zes wedstrijden bekijkt, dan zie je dat we veel druk vooruit zetten, daar heel veel energie in steken en veel ballen recupereren, maar bijna nooit echte kansen creëren.  De balrecuperatie is er maar eenmaal vooraan, zelfs in een man meer situatie, buiten we dat niet uit.  Daar zijn stappen in te zetten.

Cerle Brugge KSV

Als ik de persconferenties na de wedstrijd bekijk blijk je bijna altijd rustig en sereen.  Hoe omschrijf je je eigen karakter?

Als trainer kan ik niet tegen mijn verlies.  Maar ik kan het wel heel goed wegsteken…  Je weet dat je tegenover de pers soms een klein beetje moet acteren.  Als ik veel lawaai maak over een bepaalde fase of wedstrijd dan weet ik dat dit in de komende weken nog vijf of zes keer zal aangehaald worden en terugkeren naar mij.  Daar heb ik geen zin in.  Ik steek liever mijn energie in het analyseren van onze ploeg.  Ik ben altijd open (soms te open), bereikbaar en eerlijk geweest.  Soms moet je leren om gewoon wat clichés te vertellen en zo ook zelf wat meer tijd te krijgen en de aandacht op Cercle Brugge te vestigen.  Niet in een randartikel omtrent mezelf dat mijn imago misschien opblinkt.  Ik probeer mijn woorden te wikken en te wegen.  Ik kan niet tegen mijn verlies, maar anderzijds ben ik, zoals je zelf zegt, eerlijk, en kan ik gerust toegeven als de tegenstrever beduidend beter was. 
De manier waarop we nu verliezen frustreert me wel een beetje.  Het is telkens: je verdient niet om te verliezen, maar het is wel zo.  Mijn groot vraagteken is “hoe verander je dat nu”?  Dat er met een jonge ploeg soms wat twijfel in kruipt, dat is logisch.  Ze waren zo opgelucht na die remonte op Z.-Waregem.  Ik dacht dat we dat vertrouwen konden meepakken.  Maar tegen Eupen kom je tegen de gang van het spel in 0-1 achter.  We bijten terug, krijgen een aantal kansen op de 2-1 en komen daarna weer achter via een dekkingsfout.  In die ganse match heb je met moeite wat weg gegeven.  Dat zijn sleutelmomenten die je niet pakt.
Vorig seizoen haalden we zelfs achterstanden op met tien man.  Maar toen hadden we een verdediging die al langer samenspeelde.  Een verdediging moet secuur en keihard zijn en proberen de nul te houden.  Wij proberen het vaak iets te mooi te doen. 
Wat nog de persconferenties betreft: ik ga nooit mezelf bejubelen.  Een speler aanhalen die er boven uitstak of een knappe prestatie leverde is dan wel mijn ding.

Nu even een combinatie sportief/privé.  Je bent goed bevriend met Olivier Deschacht, Stefaan Tanghe en ook Gino Caen die bij KSV Oostkamp aan de slag was en jij bij KVK als assistent binnenhaalde.

Dat klopt.  Met Olivier ga ik elk jaar op reis naar Marbella.  Olivier zijn pa heeft daar jaren geleden een huis gekocht.  Daar gaan we heel veel sporten, tennissen, padellen en… van het goede leven genieten.  Een vino tinto drinken, meestal Rioja, maar we moeten eerst wel gezweet hebben… ’s Middags gaan we meestal aan een strandbar eten en ’s avonds op restaurant.  Altijd veel plezier. Het is reeds vijftien/zestien jaar dat we samen gaan.
Dat ik een goede padelspeler ben?  Goh, ja, wat is goed?  We hebben wel redelijk wat niveau, maar ik kan zelf, wegens tijdsgebrek gezien het in het weekend is, nooit competitie spelen.  Olivier en ik kunnen ook wel wat tennissen.  Daar zijn we ook mee bezig.  Maar voor mij is de training veel te weinig wegens te weinig tijd.  Ik doe graag aan duurlopen, padel, tennissen, …  In mijn vrije tijd mogen ze me altijd bellen om zoiets te doen. 

Je bent van opleiding regent LO en Charles Vanhoutte vertelde me tijdens zijn interview met mij dat dit positief was, gezien je zijn situatie dan ook beter begrijpt.

Cerle Brugge KSV

Er zijn er nog een stuk of drie/vier in onze groep denk ik. Het is de perfecte studie voor een profvoetballer om te combineren.  Voor mij was het ook een hele opgave om stil te zitten achter die tafel.  Maar dan twee uur pakweg geologie en dan twee uur volleybal en dan een uur zwemmen… dat was magnifiek.  Ik hou inderdaad ook wel rekening met het fysieke dat die jongens reeds aflegden.

We blijven nog even bij Charles.  Een jonge ploeg en een jonge kapitein?

Het was zowat een keuze om eigen bloed het vertrouwen te geven.  Het is trouwens iemand die met een groot hart speelt voor Cercle.  Hij is fier dat hij een Cerclist is en dat hij voor Cercle mocht debuteren.  Die band aan versterkt dit wellicht nog meer.  Met Monaco zijn we bezig met jonge kerels op te leiden.  We werken aan de ontwikkeling van een jonge speler om hem bij Cercle Brugge klaar te maken om op een hoger niveau te kunnen wedijveren.  We zijn enorm veel met video bezig om die jongens te tonen wat ze juist en verkeerd doen.  Daar kruipt heel veel tijd in.  We hebben er maar enkele boven de 25 jaar.  De rest is min 23.  Je moet daar vanzelfsprekend wel wat meer energie insteken.  Ze durven wel eens het abc van het voetbal te vergeten.  Charles is zeker een jongen met de juiste ingesteldheid.  Als je die mentaliteit toont, ga je bij gelijk welke trainer, en zeker bij mij, de kans krijgen om te tonen wat je in het weekend waard bent. 
Ik doe dit zonder onderscheid te maken tussen Vlaamse spelers of buitenlandse.  Ze weten dat ik, sinds de periode dat ik hier ben, durf keuzes te maken en een ploeg volledig te veranderen als het niet goed geweest is.  Als het goed was op training gebeurt dit ook.  Dit was zo met Sampers, Somers die op Utrecht goed presteerde, enz…

Ik ben op zoek naar een ploeg die regelmatig punten pakt.  Als ze dan een keer verliezen ga ik dit niet zo kwalijk nemen.  Maar dan moet je wel eens een tien op vijftien halen.  Ik heb veel spelers en moet er telkens een zevental ontgoochelen.  Dat is ook niet steeds gemakkelijk.  Maar ze moeten eerst bewijzen dat ze thuishoren op de groene rechthoek in het weekend.

Ergens liet je ooit noteren dat je plaats 12 viseerde dit seizoen?

We staan nu veertiende en we zijn allemaal niet tevreden met die acht punten.  Mochten we een gans seizoen tussen de tiende en twaalfde plaats staan, dan moeten we wel echt tevreden zijn denk ik.  Je droomt natuurlijk altijd van meer, maar als we de eerste acht wedstrijden bekijken met vier verlieswedstrijden, tweemaal gelijk en tweemaal gewonnen, dan durf ik elke Cerclist met een gerust hart daarover aanspreken.  Het hangt vaak van details af.  Haalden we een punt tegen Eupen of tegen St.-Truiden, waar Millàn alleen voor de doelman kwam, STVV kreeg immers geen enkele kans, dan zag de actuele situatie er reeds heel wat beter uit.

Zondag spelen we tegen AA Gent.  Tegen je oude “baas” Hein en je ex-ploeg als trainer.  Deze avond spelen ze nog tegen Anderlecht (interview op 23 sep).  Vreemde ploeg dit seizoen?

Vreemde ploeg?  Ze staan absoluut niet op de positie waar ze thuishoren.  “Ex-Gent” speelt voor mij niet zo’n rol.  Ik ben vooral met Cercle begaan.  Dat is punten pakken.  Mijn “oude  baas”?  Hein en ik kennen elkaar genoeg.  We willen beiden winnen.  Die emoties/verstandhouding moet je in professioneel voetbal aan de kant zetten.  Je ziet dat het bij hen alle kanten uit kan.  Op dit ogenblik hebben ze zeven punten, waarvan drie tegen Club met 6-1.  Langs de andere kant kenden ze bijgevolg ook al wat miserie om wedstrijden te winnen.  Op dit ogenblik, voor de inhaalwedstrijd tegen Anderlecht, hebben ze zelfs minder punten dan wij.  Wij moeten geloven in ons kunnen. 

Slotvraagje: volgens de zoon van mijn beste vriend heb jij een knappe dochter?

(kijkt verrast, maar repliceert direct) Jawel! Ik ben fier op mijn dochter.  Een blondje met blauwe ogen, ze is negentien jaar en speelt hier in eerste provinciale volleybal in Brugge.  Ze studeert voor opticien.  Ze is nu door haar eerste jaar en in haar tweede jaar blijven er nog acht vakken over.  Als je over je eigen bloed praat, ben je daar wel fier over hé?

Persoonlijk ga ik mee in de visie van plaats 10 à 12.  Met de gedrevenheid van Yves, wat uiterst duidelijk was tijdens ons gesprek, én de steun van onze twaalfde man, moet dit zeker lukken.  Een extra is meegenomen.

(Georges Debacker)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Ward Faes

SHOT sprak met … Ward Faes

Een Cercleman in dienst bij Cercle

Home is where the heart is. Ward Faes ging eind 2021 bij Cercle aan de slag als juridisch en financieel bediende. Hij is eveneens de nieuwbakken AML-officer voor Groen Zwart. We spraken de sympathieke Ruddervoordenaar daags voor het aftrappen tegen Zulte Waregem en kregen een inkijk in het dagelijkse reilen en zeilen van de Vereniging.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Robert Maes

SHOT sprak met … Robert Maes

Winnaar Trofee Robert Braet

De “Trofee Robert Braet” werd in 1988 in het leven geroepen ter ere van de in 1987 overleden legendarische doelman, bestuurslid en voorzitter.
Het is een hulde aan een vrijwilliger die zich zeer verdienstelijk gemaakt heeft voor Cercle.  Vanaf 1993 wordt de trofee tweejaarlijks uitgereikt.
Omwille van corona werd de versie 2021 een jaar uitgesteld.  Op de fandag op ’t Zand mocht Robert Maes de trofee in ontvangst nemen uit de handen van vzw voorzitter Piet D’Hooghe.
Tijd voor een kennismaking met deze rustige, steeds onopvallende “délégué”.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met ... Ganvoula

SHOT sprak met … Silvère Ganvoula

‘Moeilijk moment in mijn carrière’

In de week voor de thuiswedstrijd tegen KV Kortrijk (2-0 winst) had ik ook een gesprek met Silvère Ganvoula.  De rijzige spits uit Congo-Brazzaville streek neer tijdens de winterstop.  Voorlopig kwam hij niet verder dan een paar invalbeurten.  In het gesprek werd duidelijk dat hij toch wat moeite heeft om zich aan te passen aan de voetbalstijl van Cercle Brugge.  Het relaas van een aangenaam gesprek met onze spits. 

Lees meer