koop tickets online

The Irish Cercle Fans

Bij de laatste wedstrijd in de reguliere competitie, Cercle-Westerlo, waren weer enkele van onze Ierse vrienden op bezoek.  

Herinneren we er aan dat Ger Staunton, befaamd Iers comedian en voortrekker van de Irish Cerclefans, tijdens zijn Europese tournee in Brugge zal optreden op dinsdag 20 maart. 

(Georges Debacker)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Cercle en Carrefour Market doen het met een stickerboek

Naar analogie met de gekende Panini stickerboeken sloegen Cercle en Carrefour Market de handen in elkaar om een mooi album samen te stellen waarin, op enkele uitzonderingen na, alle spelers van de voetbalschool tot de eerste ploeg en de Cercle-leiding in voorkomen.

Op een persconferentie verduidelijkten de regionaal directeur en de PR-verantwoordelijke van Carrefour Market, geflankeerd door de verantwoordelijken van Carrefour Market Scheepsdale en Brugge St.-Andries (de twee winkels waar de stickers kunnen bekomen worden) het opzet.

Carrefour Market wil zijn lokale verankering beklemtonen en doet dit o.a. met het aanbieden van stickerboeken aan de lokale voetbalverenigingen.  

De inhoud en cover zijn samengesteld door de ploeg.  De leden van de vereniging krijgen het album.  Sympathisanten kunnen het voor slechts € 2,00 aankopen in de twee  hierboven vermelde winkels.

Er zijn in totaal 363 stickers, waarbij elke speler als start zijn eigen sticker krijgt.  Het stickerboek vervolledigen kan via aankopen in de twee filialen.  Per schijf van € 25,00 ontvang je een zakje met vier stickers.  Bij aankopen van deelnemende producten  (variabel per week) krijgt de klant extra stickers en mogelijks volgen er nog promo-acties om het boek sneller vol te krijgen.

De actie is gestart op 23 december en loopt tot 18 maart.

Cercles algemeen directeur Eric Deleu dankte de verantwoordelijken van Carrefour Market en stelde dat het in 1B niet steeds evident is om steun te krijgen om dergelijke zaken te realiseren.  Hij loofde tevens het werk van de personen die zich hiervoor hebben ingezet.

Regiodirecteur Bart Demarest, tot zijn 18e zelf jeugdspeler van Cercle, “veertig kilogram eerder” (citaat), vond het  (terecht) een prachtig ontwerp en benadrukte dat dit voor wie er als jeugdspeler in voorkomt, over pakweg twintig jaar, een schitterend souvenir zal zijn.

Er kwam onze redactie ter ore dat er ondertussen reeds een facebookpagina zou bestaan om tot uitwisseling van dubbele prentjes te komen.

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Alles op zijn tijd - Anthony Portier

35 jaar is Anthony Portier.  Dat is uitzonderlijk jong om al geïnterviewd te worden voor de rubriek ‘Retro’ van  Shot On-Line.  Niet eens half zo oud is hij als Willy Craeye, de vorige ex-Cerclespeler die ons zijn wedervaren bij Groen-Zwart uit de doeken deed. De reden van dit vroege interview ligt echter voor de hand: Anthony heeft zijn voetbalschoenen definitief aan de haak gehangen.  ‘Definitief’?  Hoe geëngageerd ook, hoezeer ook met volle overgave hij zijn voetbalcarrière met alles erop, eraan en errond beleefd heeft, en hoewel zijn gehavende knieën het niet onmogelijk zouden maken nog tegen het ronde leren ding te trappen, toch lijkt het me niet dat Anthony beter het “Zeg nooit, nooit,” indachtig zou zijn.

Anthony, na turbulente jaren bij het KV Oostende-van-lang-voor-Coucke, heb je zeven en een half jaar bij Cercle gespeeld, om daarna het wat lager op te nemen bij Union St.-Gillis, Beerschot-Wilrijk en ten slotte Spermalie Middelkerke.   Wat komt je het eerst voor de geest bij deze opsomming? 

Op mijn vijfde startte ik bij Gold Star Middelkerke.  KVO trok mij als jeugdspeler aan, en ik was pas zestien toen ik al bij de eerste ploeg de bank met wedstrijden op het veld afwisselde.  Door allerlei perikelen lagen bij KVO hemel en hel dicht bij elkaar, zodat ik er speelde in Eerste, in Tweede en in Derde Klasse.  Tijdens het tussenseizoen van 2005 – 2006 keek Cercle Brugge uit naar een centrale verdediger die kon inspringen voor Djordje Svetlicic die last had van blessures, en zoals ik nadien vernam, heeft Franky Van der Elst mij bij Groen-Zwart aanbevolen als een jonge, beloftevolle kracht.  KVO deed het matig in Tweede, en de kans om bij Cercle binnen te geraken, kon ik niet aan mij laten voorbijgaan.  Al was het dan altijd in Eerste Klasse, gespreid doorheen mijn lange Cerclecarrière hebben zowel ‘de Vereniging’ als ikzelf wel en wee meegemaakt dat ver uiteen lag.  Halfweg 2013 waren Cercle en ik op elkaar uitgekeken, en ik sloot mijn loopbaan als voetballer af met één jaar Union, twee jaar Beerschot en anderhalf jaar Spermalie Middelkerke.  Bij Union werd het een tegenvaller, maar bij Beerschot speelden we tweemaal kampioen.  Helaas, bij de laatste kampioenenmatch kon ik er niet bij zijn.  Nadat ik vroeger al aan de rechterknie geopereerd werd, was het nu de beurt aan mijn linkerknie: kruisbanden gescheurd, kraakbeenletsel, meniscus…

"Glen De Boeck maakte me een betere speler".

Ik kan me onmogelijk vergissen in wat bij Cercle je hoogtepunt is geweest.  Je speelde immers 33 competitie- en 4 bekermatchen in - tien jaar geleden nu al! – het eerste Cerclejaar van Glen De Boeck.  Laat mij meteen vragen of het werkelijk dankzij Glen is dat Cercle zo schitterend presteerde.  Je hoort en leest immers courant dat Glen profiteerde van het werk van zijn voorganger, Harm van Veldhoven.

Zonder dat dit iets afdoet aan wat Harm Groen-Zwart heeft bijgebracht of aan de gedrevenheid van ons team zelf - waarbij ik vooral aan Denis Viane denk - kan ik verzekeren dat Cercle dat uitzonderlijke succes echt wel aan Glen te danken had.  Nooit heb ik zwaarder moeten trainen dan onder Glen, maar zijn specifieke aanpak rendeerde.  Hij wist zijn eigen jarenlange ervaring bij Anderlecht op ons over te brengen, en voor mij als centrale verdediger was dat extra leerzaam doordat hij bij paars-wit op die plaats speelde.  Zeker weten, hij heeft me een betere speler gemaakt.  Hoe de man afdekken, hoe instappen, hoe het spel lezen, beter dan andere trainers wist hij het uit ervaring en hamerde hij het erin.Om het bij één voorbeeld te houden:  Nogal wat trainers wensen dat je als verdediger aan een aanvaller ‘plakt’.  Glen wou vooral dat de tegenstander niet kon weten waar jij juist stond en wat jij van plan was. Leun je tegen hem aan, dan heeft hij je door, hij weet of hij het best naar links of naar rechts draait, en hij is ervandoor voordat jij het kunt beletten.  Sta je echter een paar stappen achter hem, dan zie je gauw wat hij wil, en je krijgt de kans  om gepast in te grijpen.   Ook één voorbeeld van zijn harde aanpak geef ik je graag. Toen Cercle een samenwerkingscontract met  Blackburn had, trokken we in juli 2008, nog voor het begin van de competitie, naar de terreinen van de Rovers voor een oefenstage.  We moesten ’s morgens om 7 uur op Olympia zijn en een kwartier later een duurloop van een uur in het rood beginnen in Tillegembos. Dat ‘in het rood’ komt erop neer dat we ons maximum moesten weten te bereiken.  Wie het niet goed deed, moest in Blackburn die duurloop overdoen. Op Tillegem volgde anderhalf uur bus naar Zaventem, twee uur vliegen, anderhalf uur naar Blackburn, bagage uitpakken, en een uur later bijna drie uur gaan trainen op het veld. Het werd een helse week, en blijkbaar was ik zo vermoeid en gefrustreerd dat ik me tijdens een oefenpartijtje dat we daar speelden, niet tegen de Rovers zelf, een rode kaart liet aansmeren door een aanvaller die heel de tijd ambetant deed. 

Wat was Glen eerder, een trainer die bereikte dat de spelers er individueel op vooruitgingen of een ‘team’trainer?

Och, de persoon van Glen De Boeck bestaat voor 99 procent uit ‘voetbal’, van mens tot mens over iets anders praten met hem is onmogelijk.  Het is geen toeval dat hij van het zakenleven gauw weer in de wereld van het voetbal is gedoken, en het is evenmin een toeval dat Kortrijk momenteel met hem zo knap presteert.   Uiteraard is het Glen zoals elke trainer vooral om het team zelf te doen, maar bij wederzijds vertrouwen kan hij ploeg en speler het beste doen bereiken dat voor hen haalbaar is.

Hoewel Cercle bij Glens tweede seizoen Thomas Buffel wist aan te werven, toch was het wellicht uitgesloten dat Groen-Zwart het even goed zou doen als tijdens Glens eerste?  En wat Thomas betreft, hij scoorde slechts drie doelpunten in dertig competitie- plus vier bekermatchen.  Vermoedelijk was hij niet helemaal hersteld van de blessures die hij bij Glasgow Rangers had opgelopen?

Het belangrijkste dat voor een stuk ontbrak tijdens dat seizoen was juist dat wederzijds vertrouwen, en dit in het bijzonder tussen Glen en Thomas.  Glen had een voor hemzelf duidelijk omlijnde visie op  ‘zijn’ ploeg en op alle pionnen die ervoor in aanmerking kwamen, maar naast Thomas ook beschikkend over kleppers als Tom De Sutter en Stijn De Smet viel het hem moeilijk alle kwaliteitsspelers op de voor hen meest aangewezen plaats te laten uitkomen.  Nu, zo kwalijk was dat seizoen ook niet. Bij de winterstop stonden wij nog vierde, maar Tom vertrok naar Anderlecht.  We werden negende en haalden de halve finale van de beker in Mechelen, waar we met de strafschoppen verloren.  Nog beter bekerden we het jaar daarop: al verloren we de finale op de Heizel kansloos met 3-0 tegen Gent, we hadden zelfs Anderlecht uitgeschakeld om die finale te bereiken.

Tijdens dat ‘jaar daarop’, waren Stijn De Smet en Bram Vandenbussche er niet meer bij.  Ze waren respectievelijk naar AA Gent en naar Roeselare vertrokken. Wat was het grootste verlies voor Cercle, dat van een speler met veel talent of dat van een speler met niet slechts een Zwart-Groen hart, maar een speler die Groen-Zwart kleurde van kop tot teen?

Ik bekijk het alleen maar zo: beide spelers hadden gelijk, ze maakten een goede keuze.  Niemand zal dat ontkennen voor Stijn, en Bram, door de  Zwart-Groene supporters op handen gedragen, kon met een gerust gemoed zeggen: “Ik heb een schone periode gehad bij Cercle, het is er goed geweest.” Niet dat het leuk was voor Bram, maar het is geen schande een stap opzij te zetten uit Eerste Klasse.  Bram zag zijn eigen beperkingen in, en een speler kan onmogelijk blijven drijven op enthousiasme en liefde voor de ploeg die hem gestuwd heeft naar het maximaal haalbare.

Naast verschillen zie ik ook overeenkomsten tussen Bram en jezelf als voetballer.  Heb ik het juist voor?

Daaraan is er geen twijfel mogelijk.  Zoals Bram was ook ik een karakterspeler, lang niet de rapste of de meest verfijnde voetballer. Allebei moesten wij het hebben van onze tomeloze inzet, van onze wilskracht.  Al dan niet in dezelfde mate als bij Bram, kenmerkten mij harde duelkracht, een stevig kopspel en, zoals ik al zei, goed het spel kunnen lezen, aanvoelen dus waar het spel naartoe gaat. 

Na de verloren bekerfinale kon Glen zijn vierde jaar bij Cercle beginnen.  Hij ‘kon’ het, maar hij deed het niet.  Spreken we maar niet over de wijze waarop hij Cercle in de steek liet, maar zeg even: “In voetbal zoekt iedereen het beste voor zichzelf.  Had Glen, louter zakelijk gezien, gelijk?”

Absoluut niet.  Van Cercle weggaan was het domste dat hij kon doen.  Hij zat vast in het zadel bij Cercle, had ‘de Vereniging’ een goed stuk professioneler gemaakt, en had de mogelijkheid wat hij begonnen was nog jaren aan een stuk verder uit te bouwen.  Hij had alles naar zijn eigen hand kunnen zetten.  Overigens, hoewel het niet altijd koek en ei was tussen hem en mezelf, hij is zeker de beste trainer die ik heb gehad.  Zijn opvolger, Bob Peeters, stond als trainer twee trappen lager in mijn ogen.  De Boeck ging zijn eigen gang,  hij voerde uit wat hij in zijn hoofd had.  Peeters kon het wel uitleggen, maar doordat hij die zelfzekerheid van Glen niet had, ging er minder zelfvertrouwen van hemzelf naar zijn spelers over.  En qua fysiek kon hij ons niet zo scherp houden als Glen.

"Van alle medespelers die ik bij Cercle gehad heb, heb ik het meest in bewondering gestaan voor Oleg Iachtchouck".

Je speelde ruim twee jaar onder Peeters.  Tijdens zijn derde jaar en jouw laatste bij Cercle, 2012 -2013, werd hij vervangen door Foeke Booy, die daarna zelf de plaats moest ruimen voor Lorenzo Staelens.  Met slechts 14 punten eindigde Cercle als laatste in de reguliere competitie, maar een miraculeuze redding in  PO3, na onwaarschijnlijke uitschakeling van Beerschot  en groepswinst tegen Westerlo, Moeskroen en White Star Woluwe, betekende slechts twee jaar uitstel van degradatie.  Je zei al dat Cercle en jijzelf halfweg 2013 “op elkaar uitgekeken” waren.  Hoe heb jij dan dat laatste seizoen van jou bij Groen-Zwart beleefd?  

Laat Cercle die ‘miraculeuze redding’ alleszins maar veel meer toeschrijven aan Eidur Gudjohnsen dan aan mij!  Ik kreeg slechts  14 keren de kans om aanvallers het scoren te beletten dit jaar, en na een tweedeseizoenshelft als bankzitter werd ik wel nog het veld opgestuurd  tijdens de laatste match op Westerlo, waar we 5-0 om de oren kregen.  Het ergste voor mij was dat Cercle me bij de jaarwisseling belette een droom te realiseren.  Er was een reële kans dat ik naar het Ujpest Boedapest van de zoon van Duchâtelet kon vertrekken, maar Cercle lag dwars.  Ik was er echt op uit eens zelf te ervaren wat ik zovele medespelers van me heb weten meemaken wanneer ze ver van huis gingen voetballen.  Met Frans Schotte had ik een akkoord dat ik bij Cercle weg kon bij een aanbod uit het buitenland, maar dat stond niet op papier en hij was het niet die me tegenhield.  Dat ik niet op dankbaarheid vanwege Cercle mocht rekenen, verwonderde me niet, want het woord ‘dankbaarheid’ komt in geen enkel voetbalwoordenboek voor.  Kwalijker is dat niet alleen ik, maar nogal wat van mijn ex-Cerclemedespelers, tijdens hun loopbaan bij Groen-Zwart en vooral bij het beëindigen ervan, tegen een tekort aan respect opbotsten.  Om daar  slechts één voorbeeld van te geven:  Van alle medespelers die ik bij Cercle gehad heb, heb ik het meest in bewondering gestaan voor Oleg Iatchouck, zowel op als buiten het veld.  Zo’n voetballer!  Zo’n ploegspeler! Zo’n rustige, eenvoudige mens, en toch vol temperament zodat hij niettegenstaande zijn hart van koekenbrood vinnig van zich wist af te bijten!  Zo’n kameraad met wie ik uren aan een stuk heel interessant over voetbal en alles errond kon babbelen – in het Frans dan nog wel!  Welnu, dat doe je toch niet met iemand bij wie zijn schitterende, op en top professionele carrière er stilaan begint op achteruit te gaan: Oleg had geen keuze, hij moest eerst van Brussel naar Brugge rijden om dan in de bus te stappen naar Luik en er bij de reserves te spelen…

"ik zeg altijd wat ik denk".

En jij, moest je vertrekken bij Cercle, of had het gewoon geen zin meer dat je bij Groen-Zwart bleef?

Er was mij voorgeschoteld dat er in mei zou ‘gepraat’ worden, maar dat kwam er niet van.  Na mijn laatste match liet mijn manager me weten dat Cercle hem had laten weten dat mijn contract niet verlengd werd.  Ik vernam het alleen ‘via’, en zelfs op de traditionele eindseizoenbarbecue bij Geert Leys was er niemand van het bestuur die me erover aansprak.  Kijk, ik heb veel aan Cercle te danken, de mogelijkheid om zo lang in Eerste Nationale te spelen, maar Cercle heeft ook heel wat aan mij te danken, altijd ben ik er honderd procent voor gegaan.  Rancuneus ben ik niet, maar ik zeg altijd wat ik denk, mijn trainers kunnen ervan meespreken, en het heeft me wel wat gedaan dat ook de Vereniging die geroemd wordt om het familiale karakter, de eigen spelers aanpakt als een radertje in het grote geheel.

Ja, vooral aan de manier waarop spelers weggestuurd worden, aan communicatie met hen, valt er blijkbaar te sleutelen…   Groen-Zwart ligt nu vier en een half jaar achter je.   Het is in de krant te lezen dat je het voetballen voor bekeken beschouwt.  Kniekwetsuren maken het je blijkbaar onmogelijk op je vijfendertigste nog verder te voetballen?

Neen, goed gesteld met mijn knieën is het niet na die operaties eraan, maar zo erg dat ik noodgedwongen het voetballen moet stoppen is het evenmin.  Op scharniermomenten moet een mens echter durven keuzes te maken, en verergering voorkomen is beter dan risico te lopen.  Bovendien, voetballen is heerlijk zolang  jij je er met hart en ziel kunt voor inzetten, zodat je er plezier aan beleeft.  Mijn laatste periode bij Cercle en wat ik bij Union meemaakte, waren echter niet om erbij te jubelen.  Belangrijk is ook dit: ik geef lang niet alle sport op.  Ik golf regelmatig, en zie ernaar uit golfsurfen en mountainbiken weer op te nemen.  En nog van groter belang: tijdens de weekends zal mijn agenda me toelaten te doen wat wij wensen, me niet langer dwingen mijn verplicht voetbal op te dringen ten koste van de voorkeur van mijn vrouw, Sara.  Ook onze twee zoontjes, Santiago, nu bijna zeven, en Cruz, volgende maand vijf jaar oud, zullen er heel wel bij varen.

Ik kan me niet voorstellen dat ook maar één van ons, lezers, Anthony zou tegenspreken als hij voorhoudt dat een mens op scharniermomenten keuzes moet maken.  Het merkwaardige is echter dat Anthony zich zo klaar en duidelijk realiseert hoe vrij en hoe belangrijk zijn keuze wel is.  Ik vermoed dat nogal wat voetballers die het beste achter de rug hebben, er niet toe komen zo radicaal het roer om te gooien.  Gelijk hebben ze zolang ze het voetbalspel als een hobby kunnen beleven zonder dat dit  een bedreiging is voor hun fysieke gesteldheid, hun familiale, financiële of sociale situatie.  Tot een terechte beslissing komt echter niemand als hij niet begint zoals Anthony het aanpakt: met open ogen zien en oordelen waar men staat.  Zegt iemand: “Nooit”, dan is dat niet noodzakelijk een woord dat onvoldoende overwogen is…

(Georges Volckaert)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Back in Business

“Alleen de optimisten zullen overleven”, is een toepasselijk spreekwoord.  Toen Cercle enkele weken geleden zeven punten achter holde op Lierse, gaven velen geen cent meer voor Groen-Zwarte kansen op de tweede periodetitel.  
Iemand die zich toen positief opstelde en verklaarde dat alles mogelijk is in 1B, kreeg niet de stempel “positief” maar “naïef” op het voorhoofd gedrukt.  Persoonlijk meegemaakt…

Maar, op een psychologisch moment, net voor de korte winterstop en met de feestdagen in het verschiet, staat Groen-Zwart zowaar reeds tweede in de huidige periode met slechts één puntje achterstand op de Pallieters en, eveneens niet onbelangrijk mocht het uiteindelijk toch niet lukken, derde in de totaalrangschikking met negen punten voor op plaats vijf.

Gezien er nog een onderlinge confrontatie komt met Lierse (thuiswedstrijd op vrijdag 19 januari om 20.30 hr) heeft de ploeg van Frank Vercauteren vanaf heden alles in eigen handen.  Nu komt de periode waarbij een ruime kern van pas kan komen.  Dat alle posities op zijn minst dubbel bezet kunnen worden zal zijn nut hebben bij de ondertussen (gezien het vorderen van de competitie) oplopende gele kaarten en gebeurlijke blessures.  Zo zagen we bv. hoe Hector Rodas (zelf langdurig gekwetst voorheen) Jérémy Taravel prima verving tijdens diens schorsing.  Dat we eindelijk terug over het Monegaskisch talent Cardonna kunnen beschikken na zijn langdurige blessure, heeft een duidelijke invloed op de resultaten.  Ook Gianni Bruno staat terug aan de deur te kloppen.  Daarnaast laten de woorden van trainer Frank Vercauteren in de pers weinig aan de verbeelding over dat er eerstdaags nog gerichte versterking zou komen om het doel te realiseren.

Over pers gesproken.  Het blijft hemeltergend hoe stiefmoederlijk 1B behandeld wordt in de  media.  Ikzelf trok in elk geval reeds mijn conclusies.

Na het feestgedruis staan in de komende twee maanden nog acht “cupfinals” te wachten.  Op zondag 25 februari valt het doek over de reguliere competitie in 1B.  We sluiten thuis af tegen Westerlo.  Vijf van de acht wedstrijden spelen we in “Jan Breydel”.  Het mag dan al putje winter zijn, de vereniging rekent op uw warme steun om het doel, winst van de 2e periode en daarna nog wat meer, te bereiken.  

Eerstvolgende afspraak dus op vrijdag 5 januari met de thuiswedstrijd tegen OHL (20.30 hr).

Leve Cercle!

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Halfweg

In een vorig leven, eigenlijk nog maar anderhalf seizoen geleden, toen ik nog instond voor de gedrukte versie van SHOT, diende er maandelijks een redactioneel stukje te verschijnen op  pagina 1, dit ongeacht of er voldoende inspiratie was of niet…
Nu heb ik de “luxe” om dit te doen wanneer het me uitkomt of wanneer het tijdstip er het best voor geschikt is.  Het einde van de eerste periode komende zondag lijkt me een gepast  moment om even terug te blikken en een hoopvolle blik in de toekomst te werpen.

Voorafgaand aan het huidige seizoen pende ik iets neer met als titel “optimisme”.  We kenden door de inbreng van AS Monaco een tsunami aan nieuwe spelers.  Toen reeds schreef ik dat het onmiskenbare talent dat we binnenloodsten gekneed moest worden tot een hecht team.  De pers plaatste ons voorop als de te kloppen ploeg.  Vanzelfsprekend had dit (terecht) positief beeld ook een keerzijde, want ploegen plooiden zich dubbel tegen ons.  Wellicht door de jeugdige overmoed werden heel wat punten onwaarschijnlijk te grabbel gegooid.  Overwinningen en verlieswedstrijden wisselden zich af. Om die reden vond ik het ook niet raadzaam er iets over neer te pennen en even de kat uit de boom te kijken.

Een aantal supporters die met (terecht) hoge verwachtingen het seizoen tegemoet zagen, waren regelmatig ontgoocheld (verliespunten in het slot van de wedstrijd bv.).  De ene uitte dit al luidruchtiger dan de andere en niet steeds met zinvolle omschrijvingen (op Roeselare stond er na afloop eentje naast me in de toiletten die luidruchtig verkondigde dat het bestuur buiten moest…).  Eén ding is duidelijk: 1e klasse B is een niet te onderschatten reeks waar elke wedstrijd een cupwedstrijd is.

Naast de “techniekers” in onze ploeg hebben we gelukkig ook een aantal vechters en routiniers.  Een elftal met de juiste mix daaruit samenstellen is de taak van de trainer.

Gentleman José Riga (zoals onze voorzitter hem omschreef tijdens de persconferentie bij de aanstelling van Frank Vercauteren), slaagde daar blijkbaar niet in.  Een op dat ogenblik derde plaats in de eerste periode werd als onvoldoende beschouwd en om de doelstelling van dit seizoen te bereiken, lees: een periode winnen om zo de promotie proberen af te dwingen, werd snel ingegrepen.  Nauwelijks enkele uren nadat de coach zijn kastje leegmaakte werd een persconferentie gehouden waarbij de nieuwe trainer voorgesteld werd.  Velen keken ongelovig naar de naam (die voortijdig uitlekte).  Franky Vercauteren!  Zelfs de nationale TV-zenders vonden eens de weg naar de groene kant van Jan Breydel. Ook de naam van de assistent die hij meebracht wekte verwondering, Vincent Euvrard.  Vincent die bij aanvang van het vorige seizoen nog hoofdtrainer was bij Groen-Zwart.  Mooi om een gekend (Groen-Zwart) gezicht terug te zien.

Op het ogenblik van het ingrijpen - lees trainerswissel - maakte Cercle nog een mathematische kans op de eerste  periodetitel.  Het belangrijkste was wellicht dat er nog drie wedstrijden “inloopperiode” waren naar de volgende, ultieme, kans, nl. de 2e periode.
Dat die inloopperiode nodig is, werd duidelijk op het veld van Lierse.  Elke trainer legt zijn eigen accenten.  De groep moet die opnemen.  In enkele dagen tijd is dit quasi onmogelijk.  Op Lierse was dit duidelijk.  Op Tubize, steeds een moeilijk te bespelen ploeg, zeker in het Stade Leburton, zagen we reeds een gans ander Cercle.  Veel balbezit, vele kansen, maar wat niet wijzigde … weinig omgezette kansen.  Zoals vaak tegen ons speelde de doelman ook weer zijn match van het seizoen.

Maar… er is ook een ander aspect! Sportief hebben we het enkele malen zelf laten liggen, maar “de man in oranje” (in het zwart als het een Nederlander is) liet zich tevens niet steeds van zijn mooiste kant zien.  Gigantische krantenkoppen, bladzijden vol bla bla, analisten op TV die nog meer uit hun nek kunnen kletsen, enz… omtrent de videoref.  Wij moeten het echter stellen met een aantal scheidsrechters waar ik om beleefdheidsredenen mijn mening niet verder over uitdruk.

Ik beperk me tot vorige zondag.  Wat indien de scheids wel zijn job deed bij de duidelijke strafschopfout en/of bij een andere fase Tubize tot tien man herleid zou hebben?
Ga ik te kort door de bocht?  Ik denk het niet.  In “KW sportactua” (20 oktober 2017) laat Dennis van Wijk, met heel wat ervaring in 1B, noteren: “Als je eerste klasse B voor volwaardig wil aanzien, dan moet je stoppen met het als laboratorium voor experimenten te beschouwen.  Nu laten ze hier bij ons jonge refs proefstomen, maar ze vergeten dat één punt meer of minder soms het verschil uitmaakt over het voortbestaan van de club.  Het gaat om profvoetbal, je moet dus ook hier toprefs hebben.”   Einde citaat.

De wedstrijd komende zondag tegen Westerlo, die de eerste periode afrondt, is voornamelijk van belang om het goede wat op Tubize te zien was in het spel te bevestigen en… winnend af te sluiten.  Zo kweek je vertrouwen bij spelers en aanhang.  Het is tevens de ultieme voorbereiding om voluit te kunnen gaan voor de 2e periode die de zondag nadien start met een uitgelezen test tegen Beerschot-Wilrijk.

We starten met een nieuwe lei en hopen in februari een feestje te kunnen bouwen met de periodetitel.

Leve Cercle!

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Hoofdscout jeugd - Marc van Opstale

Profclubs gaan steeds vroeger heel jonge voetballers scouten. Een jaarlijks kwalitatief goede instroom is belangrijk, zeker voor Cercle Brugge die jeugdwerking hoog in haar vaandel draagt. In dit interview maken we kennis met Marc Van Opstaele, hoofdscout van de jeugd van Cercle Brugge. Als jeugdploegen het goed doen en de grootste talenten uiteindelijk in de A-kern terechtkomen, heeft hij en zijn team daar in elk geval een belangrijke bijdrage aan geleverd.

Marc, hoe ben jij op Cercle Brugge terechtgekomen? 

In 2005 kwam de plaats van Hoofdscout Jeugd vacant. Mijn zoon Jurgen (15 jaar lang jeugdtrainer op Cercle, nu hoofdcoach van KRC Gent, n.v.d.r.) maakte mij hierop attent,  en na een goed gesprek met toenmalig Hoofd Opleiding Ronny Desmedt, was alles in kannen en kruiken. Voordien zat ik in de sportieve staf van vierdeklasser V.V. Sparta Ursel, maar dat engagement viel hoe langer hoe moeilijker te combineren met mijn job in het onderwijs. 

Wat is voor jou het profiel van een goede scout?

Wie de beste is op het veld, kan iedereen zien, maar wie de beste gaat worden, daar draait het om. Dat is niet zo gemakkelijk in te schatten. Daarnaast moeten mijn scouts enthousiasme, passie, discretie en perfectionisme aan de dag leggen. Ze zijn vaak het eerste aanspreekpunt van ouders of spelers, dus ze moeten zich als een waardige Cercle-ambassadeur gedragen. 

Hoe gaat de jeugdscouting van Cercle Brugge concreet in zijn werk?

In het begin van het seizoen proberen we zoveel mogelijk wedstrijden te bekijken, en steken we elke naam die ons opvalt in een database. Na een paar maanden gaan we gerichter ter werk. We krijgen van de teamcoaches de pijnpunten van elke ploeg doorgespeeld en dan gaan we op zoeken naar profielen die voor verbetering kunnen zorgen. Voor elke positie op het veld kennen mijn scouts de competenties die vereist zijn voor die plaats. 

Zijn er ook testdagen voor de betere spelers voorzien?

Wie twee positieve verslagen krijgt, en op een positie speelt die eventueel opnieuw kan ingevuld worden, krijgt de kans om een paar keer mee te trainen met de groep. Er komen maximum twee testers per training, om het normale verloop van het oefenmoment niet te verstoren. Daarna nemen we uiteindelijk een beslissing of stellen die even uit, als er geen consensus is.

"Wie de beste is op het veld, kan iedereen zien, maar wie de beste gaat worden, daar draait het om."

Scouten jullie enkel in de onmiddellijke regio, of gaan jullie over de provincies heen?

Ik heb 11 scouts, onder wie één iemand specifiek voor doelmannen, en elk heeft een eigen regio onder zijn hoede, uiteraard vooral in Oost- en West-Vlaanderen. Zes personen volgen specifiek de onderbouw (U7-U10, n.v.d.r.) en schuimen de gewestelijke en provinciale velden af.  De vijf scouts die op zoek gaan naar talent voor de U11 tot en met de U17 bezoeken de teams die uitkomen in de interprovinciale en elite competitie.

Kan een geïnteresseerde speler naar jou een mail sturen met de vraag of hij eens mag komen testen bij Cercle?

Nee. We hebben niet de middelen om elke jongere die zichzelf aanprijst ter plaatse te volgen. Zelf gaan we ervan uit dat de meeste spelers op een bepaalde leeftijd op hun niveau spelen; daarom sturen we in geval van een mail enkel een scout naar de allerjongsten, en vaak pas nadat we eerst links of rechts via onze kanalen al eens geïnformeerd hebben.

Kijk je bij talentdetectie op dezelfde manier naar de jongste als naar de oudste jeugdspelers?

Zeker niet. Bij de allerkleinsten kijken we naar wat iedereen kan zien: technische vaardigheid, motoriek, explosiviteit, coördinatie, snelheid, de gave om onder druk met of zonder bal de juiste beslissing te nemen, enz. Bij oudere spelers hechten we daarnaast veel belang aan de winnaarsmentaliteit en emotionele stabiliteit. Toont de speler grinta en gedrevenheid? Hoe is zijn attitude tegenover de scheidsrechter en medespelers als zijn ploeg in het verlies staat? Hoe gaat hij er mee om als hij eens op de bank zit? Wij bieden op Cercle immers een omgeving aan waarbij spelers hun talent verder kunnen ontplooien, maar het zelf willen verder evolueren is nog belangrijker om te slagen. Veel van die dingen zie je al in de manier waarop iemand opwarmt, daarom zijn we vaak ruim op voorhand aanwezig. 

Hoe gaan jullie als scout om met laatrijpe spelers?

Over alle leeftijden heen zijn er twee constanten bij de detectie van talent: we beoordelen eerder de kwaliteiten dan de gebreken, en we proberen doorheen de directe prestatie te kijken en eerder te letten op de ontwikkelingsmogelijkheden. We zullen dus nooit iemand aanwerven louter op basis van zijn fysisch profiel. Als je het scheidsrechtersblad bekijkt, dan zie je bij veel ploegen, spelers die vooral in de eerste maanden van het jaar geboren zijn, en dus fysisch sterker zijn. Laatrijpe spelers met intrinsiek veel talent dreigen op die manier te vroeg uit de boot te vallen, en dat proberen we te vermijden.   

Kan je reeds bij een heel jonge speler zien of die zich kan ontwikkelen tot een profspeler?

Bij de allerjongsten is het onmogelijk om te voorspellen wat het niveau van iemand tien jaar later zal zijn. Teveel vaardigheden, zoals techniek, motoriek, snelheid, kracht, inzicht en mentaliteit passen zich voortdurend aan aan omstandigheden die veranderen, bv. het spelen op grotere ruimtes, nieuwe en betere tegenstanders of ploegmaats, ….. Het gaat over kinderen die nog niet in de pubertijd zitten, en waarvan ontwikkeling op veel gebieden nog een groot vraagteken is. 

Als het zo moeilijk te voorspellen is, op welk niveau iemand zal terechtkomen, is het dan eigenlijk zinvol om op zoek te gaan naar 7-jarige spelers?

Je raakt een heikel punt aan. De Voetbalbond is van oordeel dat de allerjongsten best rond de kerktoren blijven spelen. Ik deel die mening volledig, en daarom hebben we vorig jaar geen U8-ploeg opgericht. Er waren echter slechts weinig teams die dit deden, met als gevolg dat we, toen we aan het scouten waren in functie van de U9, tot de vaststelling kwamen dat de concurrentie reeds gaan lopen was met heel wat spelers uit de directe regio. We vertrokken dus met een achterstand en kunnen met andere woorden niet anders dan pragmatisch denken en ook zelf een ploeg U8 oprichten. 

Jullie mogelijkheden zijn sterk afhankelijk van de resultaten van de 1ste ploeg. Zorgt dat soms niet voor veel frustratie?

In het recente verleden viel onze 1ste ploeg in de hoek waar de klappen vielen, en dat had zijn repercussies voor de jeugdscouting. Vorig jaar was er half april nog geen zekerheid over onze toekomst, met als gevolg dat veel spelers en hun ouders eieren voor hun geld kozen. Bij de U15 vertrokken 8 spelers, bij de U16 6. Het leeuwendeel vertrok naar KV Oostende en Zulte-Waregem, ploegen voor wie we op het vlak van opleiding zeker niet moeten onderdoen. De laatste vijf jaar werden bij onze U14, U15 en U16 veel goede spelers opgeleid, maar ze geraakten vaak niet waar wij ze willen, namelijk bij onze beloften.   

De deadline voor een inkomende of uitgaande transfer bij de jeugd is 1 mei. De dagen voordien zijn ongetwijfeld heel spannend. 

Ik geef graag een voorbeeld. Vorig jaar werd ik op 30 april om 22.00u ervan op de hoogte gebracht dat de aanvoerder van onze U16 in extremis naar de buren vertrok. Ik heb toen direct een jongen uit Zottegem uit zijn bed moeten bellen met de vraag of hij voor ons wilde komen spelen. Dat is voor dat gezin toch een ingrijpende beslissing waarvoor ze heel weinig bedenktijd kregen. Maar gelukkig was hun antwoord positief.

"Het feit dat onze U19 deze week op en tegen Monaco mag spelen, is heel goed voor de uitstraling van onze werking."

Het ziet er naar uit dat deze situatie zich dit seizoen niet zal voordoen.

Inderdaad, de resultaten van de A-kern stemmen ons hoopvol. Betere uitslagen van de 1ste ploeg maken jeugdtransfers veel gemakkelijker. Het feit bovendien dat onze U19 deze week op en tegen Monaco mag spelen, is heel goed voor de uitstraling van onze werking. 

Hoe wil jij de scouting de komende jaren verder uitbouwen?

Ik hoop dat we de financiële mogelijkheden zullen krijgen om ons team uit te breiden tot 15 scouts. Daarnaast kan er misschien opnieuw geïnvesteerd worden in busjes die jeugdspelers voeren van huis naar training en omgekeerd. En in een ideaal leven komen we bij de jeugd in de Elite 1-reeks terecht. 

Kan je dat laatste kort uitleggen voor zij die de jeugd niet echt volgen?

De 24 profteams zijn verdeeld in een Elite 1- en een Elite 2-reeks. In reeks 1 zitten de topploegen. In de 2de  zitten o.a. Cercle Brugge, KV Kortrijk en KV Oostende. Als je met je jeugdploegen op het allerhoogste niveau wil spelen, moet je zwaar investeren in de omkadering – parttime jeugdtrainers, kunstgrasterreinen, accommodatie, doorstroming van jeugdspelers enz..- want dat levert bij een doorlichting veel punten op. Voorlopig is dit nog een utopie, maar met de hulp van Monaco lukt dit hopelijk op een dag. 

Vorig voetbalseizoen was een annus horribilis voor de jeugdwerking van Cercle Brugge. Toch eindigde voor de scouting het jaar mooi.

Dat klopt. Vijf jeugdspelers (Gianni Swennen, Olivier Deman, Martin Puskas, Charles Vanhoutte en Francis Cathenis, n.v.d.r.) kregen een contract bij Cercle. Voor sommigen onder hen hebben we veel moeite moeten doen om hen te overhalen uit te komen voor Groen-Zwart. Die contracten geven ons een grote voldoening en we zijn trots op hen dat ze de kans die ze bij ons gekregen hebben met twee handen gegrepen hebben.  

Terecht! Bedankt voor het interview.

(Diederiek Vermeersch)

Lees meer