koop tickets online
Shot-online
27/02/2018

The Irish Cercle Fans

Bij de laatste wedstrijd in de reguliere competitie, Cercle-Westerlo, waren weer enkele van onze Ierse vrienden op bezoek.  

Herinneren we er aan dat Ger Staunton, befaamd Iers comedian en voortrekker van de Irish Cerclefans, tijdens zijn Europese tournee in Brugge zal optreden op dinsdag 20 maart. 

(Georges Debacker)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Een jeugdspeler aan het woord

Ward Vandenbroucke – U10

Eens supporter, altijd supporter. Shot wil daarom ook de allerjongsten aan het woord laten. In deze aflevering stellen we Ward Vandenbroucke voor. Ward woont in Snellegem, is negen jaar oud en verdedigt sinds dit seizoen met veel enthousiasme de kleuren van Groen-Zwart. 

Dag Ward, wanneer ben je beginnen voetballen?

In Snellegem is geen ploeg, dus ik speelde eerst vier jaar voor VKSO Zerkegem, waar ook Denis Viane ooit is beginnen shotten. Vorig seizoen ging het goed en klopten de scouts van KV Oostende, Cercle Brugge en KFC Varsenare aan. 

Waarom heb je uiteindelijk voor Cercle gekozen?

Marc Van Opstaele, de hoofdscout van de jeugd, nodigde me uit om vier keer te komen testen.  Mijn ouders en ik werden hartelijk ontvangen. Ik was onmiddellijk op mijn gemak en had een goed gevoel. Mijn papa zei dat Cercle Brugge al jaren bekend staat om zijn goede en warmmenselijke opleiding. Voor mijn ouders speelden natuurlijk ook praktische redenen mee: de afstand naar Brugge zorgt voor minder tijdverlies dan een verplaatsing naar Oostende. De eerste ploeg van KVO speelt wel in 1A, maar bij de jeugd voetballen we in dezelfde reeks. Ik heb ondertussen geen spijt van mijn keuze, ik ben hier immers heel graag.

De jeugd van Zerkegem speelt gewestelijk voetbal, en nu ben je actief op nationaal niveau. Dat was voor jou wellicht een heel grote stap?

Dit klopt, het verschil is immens. Ik train plots drie keer per week, de oefeningen zijn moeilijker en het niveau van mijn ploegmaats op training en van tegenstanders in wedstrijden is veel hoger. 

In de kern van de U10 zitten 23 spelers. Hoe werkt dit in de praktijk?

Elke ploeg in onze reeks heeft bij de U10 twee teams, die elk wekelijks een 8 tegen 8 wedstrijd spelen. Ook bij ons zijn de 23 kinderen in twee groepen verdeeld. Er bestaat geen A of B-ploeg met de betere of iets mindere voetballers. Om de vier weken wordt daarentegen de groep door elkaar geschud zodat iedereen eens met iedereen speelt. Onze coaches zijn Nicolas Poppe en Pablo Vermote. Het zijn twee heel toffe trainers. Ze hebben een goede band met alle kinderen, vertellen graag eens een mopje en spelen vaak mee met ons.

Je vader Lieven, die jeugdcoördinator is van VKSO Zerkegem, was vroeger een fervent atleet. Hij liep enkele jaren geleden de Marathon des Sables, een zesdaagse ultraloop van 254 kilometer in de woestijn van Marokko bij een temperatuur van meer dan 40 graden.  Ik stel me dan ook voor dat jij een box-to-box voetballer bent die over veel loopvermogen beschikt. Heb ik het juist?

Ik ren veel in een match, maar ik ben toch een ander type speler. Bij Zerkegem speelde ik centraal achteraan, maar daar had ik het te gemakkelijk. Om het voor mij iets uitdagender te maken speel ik nu op de flanken, op de posities 7 en 11, maar ik kan op bijna alle plaatsen uit de voeten. Technisch ben ik goed, ik kan in een 1 tegen 1-situatie een tegenstander uitschakelen als dat moet, en ben vrij snel.  Mijn papa denkt dat ik toch een verdediger zal worden omdat ik het spel het liefst voor mij heb, en voortdurend positioneel denk, maar we zullen wel zien in de toekomst. 

Je hebt je sterke punten opgesomd. Ongetwijfeld zijn er ook zaken waar je nog hard moet aan werken. Welke zijn die?

Ik ben iets te timide op het veld. Het duel moet ik meer durven aangaan. Ik mis nog wat grinta en onverzettelijkheid. Daarnaast moet ik de kwaliteiten die ik heb beter durven gebruiken. Soms ben ik immers te onzeker om een dribbel aan te gaan. Ik moet dus meer geloven in mijzelf. 

"Ik hoop dat de A-kern spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen."

We vroegen aan één van je trainers, Nicolas Poppe, of hij zich kan herkennen in het beeld dat je van jezelf schetst.

(Nicolas) Ik denk het wel. Ward is, zoals hij zelf zegt, tweevoetig maar moet nog meer zijn tweede voet durven gebruiken bij een passeerbeweging. Hij draait heel goed mee in de groep, maar bezit door zijn verleden bij een gewestelijke ploeg nog over heel veel groeimarge, en daar gaan we samen aan werken. Ik wil er nog aan toevoegen dat Ward voor zijn leeftijd zeer matuur is. Hij is bovendien positief ingesteld, ligt goed in de groep en is altijd zeer enthousiast. Het is een plezier om zo iemand in het team te hebben. 

(Ward) Ik ga heel graag trainen, zelfs als het regent en sneeuwt. Ik speel zo graag voetbal dat ik op dinsdag ook nog minivoetbal bij De Zotte Mutse uit Brugge. De voorwaarde van mijn ouders was wel dat ik een goed schoolrapport blijf hebben. 

Hoe doet de U10 het in wedstrijden, Ward?

We spelen matchen tegen bijna alle ploegen van 1A en 1B uit het Vlaamse landsgedeelte.
Er is nog geen klassement, maar de resultaten zijn heel degelijk. Anderlecht, Club Brugge, Lokeren en Gent zijn een maatje te groot, maar we kunnen onze voet zetten naast alle andere tegenstanders.

Volg je ook de competitie van de eerste ploeg?

Natuurlijk! Ik ga ook regelmatig kijken. Mijn favoriet is Yagan omdat hij op dezelfde positie speelt als ik.  Ze mogen niet degraderen want dat heeft enorme gevolgen voor de jeugd en dan spelen we niet meer op nationaal niveau. Ik hoop dat de spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen. 

Laten we hopen dat ze dit lezen, en goed in hun oren knopen! Tot slot, ik hoorde dat je een fervent verzamelaar was van de stickers van het plakboek van Cercle Brugge.

Van mijn ploeg was ik inderdaad het snelst klaar met het vullen van mijn boek. Ik ging een paar avonden naar de Carrefour, wachtte daar aan de kassa, en vroeg aan de mensen die de stickers niet moesten hebben of ik die van hen mocht krijgen, en dat lukte meestal. Ik vond dat plakboek een heel leuk initiatief van Cercle Brugge.

Bedankt voor het interview, Ward en nog veel voetbalplezier!

(D. Vermeersch)

Lees meer
Shot-online
12/02/2017
Cerle Brugge KSV
“Machteld Live in Style” is voor drie jaar de nieuwe kledij sponsor van Cercle

De gekende fashion zaak voor dames en heren “Machteld Live in Style” (Torhoutse Stw 48 – Zedelgem) is de komende drie seizoenen kledijsponsor voor de Groen-Zwarte spelerskern, sportieve staf, beheerraad, enz…
Om dit even in de spotlights te plaatsen tekende, woensdagmiddag 13 september, de volledige ploeg, sportieve staf, voorzitter Frans Schotte, leden van de RvB van de cvba en de vzw, enz… present in de aangenaam ogende zaak van Machteld, haar man Luc en zoon Loïc.

Voor Cercle nam Algemeen Coördinator Mark Vanmaele het woord.  Hij wees er op dat er heel wat veranderde bij Cercle.  “Zowat 25 nieuwe spelers moeten het waarmaken.  Het is niet gemakkelijk om van meet af aan de perfecte match neer te zetten.  Wat volgens mij van belang is, is de kleedkamer (nvdr: toepasselijke uitspraak in de showroom van een kledingzaak…), wat er leeft.  Persoonlijk heb  ik er een zeer goed gevoel bij.  Ik ben overtuigd dat we een zeer mooi seizoen tegemoet gaan.

Buiten het sportieve wijzigde ook heel wat.  We hebben de communicatie aangepakt, we hebben (ook dank zij enkele bestuurders) de digitalisering ingezet.  We krijgen niet alleen steun van uit Monaco, maar ook van het “oude” bestuur.

We zetten ook veel in op de professionalisering.  Dit is veel mensen niet ontgaan.  Ook de media springen daar op.  Commerciële partners vinden hun weg naar Cercle Brugge.  Daarom ben ik vandaag ook zeer blij om het partnership te kunnen aankondigen met Machteld en Luc en met de schoenenzaak van mijnheer De Prêtre die de ploeg van “comfortschoenen” voorzag.  Via Bart en Danny (nvdr: onze commerciële mensen – account managers) hebben we elkaar heel snel kunnen vinden.  We wensen onze partners dan ook het beste in het zaken doen.”

"Commerciële partners vinden hun weg naar Cercle Brugge."

De echtgenoot van Machteld, Luc, nam de honneurs waar voor de zaak.  Na zijn verwelkoming beklemtoonde hij dat het voor hen een grote eer was om dit partnership met Cercle Brugge aan te gaan.  Hij verwees naar het mooie aan de vereniging met een zeer mooie en rijke traditie, de regionale verankering en een regionale- en nationale uitstraling.  “Cercle Brugge is vooral een voetbalvereniging die staat voor de waarden van een ‘true gentlemen and a true lady”, net dezelfde waarden die Machteld onderschrijft met dezelfde lokale, regionale en nationale uitstraling,” klonk het verder.  

“Als designer van de nieuwe outfit ben ik zeer fier dat het T-shirt welke ik vandaag draag deel zal uitmaken van uw nieuwe outfit”, richtte hij zich tot de spelers.  “Het is Winston Churchill die op de proppen kwam met het “V-teken”, wat staat voor ‘Victory’.  Laat dit T-shirt een “porte-bonheur” zijn voor de ganse vereniging.  Het T-shirt zal ook exclusief te koop zijn in de fanshop en bij Machteld.
Ik wens u veel succes toe dit seizoen.  Victory! “

Onze spelers kunnen dus “promeneren” met de sportieve Machteld kledij en de schoenen van De Prêtre orthopedie (winkels in Brugge (2), Aalst, Ieper, Lokeren en Oostende. 

"Victory"

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
14/09/2017
Cerle Brugge KSV
Wat nu? - Willy Craeye

Wat nu?  Blijkbaar kan zoiets zelfs nadat je al een respectabel aantal oud-Cerclespelers geïnterviewd hebt: Je komt thuis, en je vraagt je af: “Hoe leg ik dat aan boord?  Hoe slaag ik erin een correct beeld weer te geven van een mens die al te eenzijdig uit de verf komt als ik alleen de woorden weergeef die hij mij liet horen?”  Doe ik niet meer dan dat, schrijf ik alleen Willy’s antwoorden op de gestelde vragen neer, dan zou de lezer zich hem wel eens  met een al te donkere bril op kunnen voorstellen.  Werd ons gesprek gefilmd, dan kon de kijker zien dat dergelijke indruk niet klopt.  De belangrijkste oorzaak hiervan komt erop neer dat Willy, nu 78 jaar, tegelijkertijd weinig interesse heeft behouden voor wat hij als Cerclespeler 60 jaar geleden heeft gepresteerd en dat dit verleden toch een deel uitmaakt van de persoon die hij is op de dag van vandaag.  Een gezellige, goedlachse persoon is hij, die echter een stuk verleden in zich draagt, waarvan hij niet kan verhelen dat het hem is tegengevallen.  Zou ik het als ‘een brok onverteerd verleden’ brandmerken?  Neen, dat niet, ‘k geloof niet dat Willy er in de voorbije halve eeuw ook maar één uur van wakker gelegen heeft, maar vraag je hem expliciet naar ‘de tijd van toen’, dan brandt ‘de waarheid’ op zijn tong.

De waarheid?  De waarheid?  Daar moet ik verder over uitweiden, al gaat er een vrij lange aanloop aan vooraf…

Ik was enthousiast toen onze hoofdredacteur, Georges Debacker, me voorstelde Willy Craeye te interviewen.   Ik herinnerde me Willy immers heel goed.  Destijds, zo lang geleden, had hij als jong Cerclespeler indruk op mij gemaakt.  Na vier jaar in Derde werd Cercle kampioen tijdens het seizoen 1955-1956.  Ik stond vol bewondering in vuur en vlam voor de kampioenenploeg: Raoul Verleye, Marin Roye, Maurits Crépain, Roger Claeys, Adhémar Slabbinck  Jackie Decaluwé en de bijna uitsluitend Antwerpse voorlinie met Vic Derboven, Richard Van Gassen, Français Loos, Guy Thys en onze bloedeigen Pierre Schotte.  Geen wonder was het dat ik met grote ogen opkeek naar enkele beloftevolle jongeren die van zich lieten spreken en voor nieuw bloed zorgden tussen de zopas vernoemde ‘oude ratten’.  In het bijzonder Gaston Eeckeman en Willy Craeye, in mindere mate ook Herman Houf, stelden mij, zelf nog jonger dan die nieuwe sterren aan het Groen-Zwarte firmament, gerust dat Cercle stand zou houden in Tweede.  Willy Craeye imponeerde mij als een aalvlugge aanvaller met goede invallen die op een eigen, onverwachte manier een gevaarlijke aanval kon lanceren.  Heel goed herinnerde ik me echter ook dat hij na weinige wedstrijden plots uit het Groen-Zwarte blikveld verdwenen was, helemaal verdwenen eruit, zonder dat ik er enig idee van had hoe dat kwam.  Ja, het kwam goed uit dat me voorgesteld werd Willy te interviewen.  Ook na zo lange tijd vroeg ik me af hoe het kwam dat hij er ‘al met eens’ niet meer was.

Bijgevolg: als interviewer fietste ik met licht gemoed en heel nieuwsgierig naar Willy’s woonst in Sint-Andries?  Toch niet!  Nieuwsgierig was ik wel, maar vederlicht viel dat gemoed van mij niet uit.  Stel je voor: Toen Georges Debacker Willy contacteerde vroeg onze ex-Cerclist hem: “Durft je interviewer de waarheid neer te schrijven?”  “Oei,” dacht ik toen Georges me dat zei, “er zal iemand Willy lelijk tegen de schenen getrapt hebben…  Natuurlijk, natuurlijk mag ‘de waarheid’ het daglicht zien, maar het wordt delicaat als Willy namen vernoemt van wie hem onrecht zou hebben aangedaan.  Onvermijdelijk zal het interview een verhaal uit één mond worden, waarbij wie aangeklaagd mocht worden geen kans heeft op een repliek.  Hopelijk, vooral, komt hij niet voor de dag met een zo kwalijk verhaal dat het beter in de nevelen van het verre verleden verdampt dan dat het nu nog bovengehaald wordt.”

Mocht u, lezer, enigszins in mijn ongerustheid gaan delen zijn, dan kan ik u meteen gerust stellen.  Willy weet zich onheus behandeld, maar het gaat om feiten waarbij een buitenstaander denkt: “Ja, dergelijke zaken komen, helaas, al te dikwijls voor.  Aanvaardbaar zijn ze niet, maar we leven nu eenmaal in een wereld waar een ideale gang van zaken ver te zoeken is.”  Willy, echter,  commentarieert: “Je moet dat zelf hebben meegemaakt als een jong spelertje, zo’n gebrek aan teamspirit en zo’n tekort aan psychologisch inzicht, om te begrijpen wat voor een dégoût zoiets  oplevert.”

Er zijn drie zaken die Willy aanklaagt.  Laat me ze eerst inkaderen.  Tijdens Cercles eerste jaar in Tweede, 1956-’57, speelde hij één wedstrijd in het fanionelftal.  Het jaar erop elf wedstrijden.  Het is niet uitzonderlijk dat begaafde spelers vrij jong debuteren in een eerste elftal, maar Willy was bijzonder jong, pas 17 jaar.  Begrijpelijkerwijze, en niet ten onrechte, droomde hij van een heerlijke toekomst als voetballer.  Meer dan hem lief was echter wist hij zich gedwarsboomd door de Antwerpse, altijd geselecteerde, voorspelers, die “samen in dezelfde auto uit Antwerpen naar Cercle reden”.  Dat ‘dwarsbomen’ zou Willy wellicht geredelijk aanvaard hebben, was het niet dat hij zich als slachtoffer geviseerd voelde.  Dit vooral ging hem tegen: in het toenmalige WM-systeem met vijf voorspelers werd hij meermaals niet als hoekspeler maar als inside, dat betekent tussen de midvoor en de hoekspeler, opgesteld.  En trainer Guy Thys plaatste hem daar om Vic Derboven te sparen, om Vic ademtijd te geven tussen zijn acties door.   Een hoekspeler hoefde immers niet voortdurend, onophoudelijk, te draven, zoals een inside dat wel moest doen.  “Dat, zoiets, een jonge voetballer met een lichaam dat op die leeftijd nog niet volgroeid is, met zo’n zware opgave belasten zodat je eigen favoriet het wat rustiger aan kan klaren, dat doe je niet. Het is fysiek en psychologisch onverantwoord,” klaagde Willy aan.  En als illustratie voegde hij eraan toe dat hij in een wedstrijd tegen A.S. Oostende kort na drie, vier, opeenvolgende spurten plots alleen verscheen voor de toenmalige nationale doelwachter, Pol Gernaey, maar dat hij het niet verder bracht dan hem het leer zomaar zonder enige kracht in de handen te shotten.

Het tweede dat Willy zwaar tegen de borst stootte, was van een heel andere aard.  Hij vond het niet alleen eigenaardig maar zelfs oneerlijk vanwege Cercle, maar speelde hij bij de fanionelf, dan stortte Groen-Zwart slechts de helft van het bedrag dat de andere spelers verdienden, op zijn spaarboek.   Dat geen geld aan spelers onder de 21 jaar in de hand uitbetaald werd, kon Willy  aanvaarden, maar dat halveren van het bedrag zat hem hoog.

En het derde waarover Willy zozeer niet te spreken was dat hij het niet kon verzwijgen, is het feit dat Cercle hem na het einde van het seizoen 1957-’58 niet liet meegaan naar A.S. Oostende met Louis Versyp, die in de loop van het voorbije seizoen bij Cercle Guy Thys als trainer vervangen had.  Versyp had Willy graag meegenomen en hem zelfs verzekerd van een plaats in het eerste elftal.  Vermoedelijk, zo denkt, Willy, stelde Groen-Zwart dat veto om te voorkomen dat hij, Willy, bij een rechtstreekse tegenstander terecht zou komen.  Uiteindelijk belandde hij bij F.C. Eeklo, een afdeling lager, en dat na bijzondere inspanningen vanwege het Oost-Vlaamse team, niet dankzij Groen-Zwarte medewerking. 

"Een buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen."

Is het dat, slechts dat, wat het interview opleverde: Niets dan klachten, niets dan negatieve terugblikken bij een speler die het in een ver verleden niet heeft weten waar te maken bij Groen-Zwart?  Wilt u onze ex-Cerclist begrijpen, hem ‘naar waarheid’ inschatten, dan is het nodig dat u meer weet over hem en zijn specifieke persoonlijkheid.  Willy is nooit ‘een voetbalbeest’ geweest.  Dat was hij niet eens toen zijn toekomst als voetballer hem het meest rooskleurig leek.  Als knaap voetbalde hij dolgraag.  Hij woonde in de Ganzenstraat in Brugge en voortdurend voetbalde hij … doorgaans alleen, zelden met vrienden dus, voortdurend de bal tegen de muur shottend.   Toevalligheden leidden hem naar Cercle.  Verschillende keren ontmoette hij Lucien Dhondt, destijds overbekend als Cerclefiguur en als leverancier van bananen, onder meer aan zijn grootmoeder, die een groentewinkel had in de Oude Gentweg.  Een nicht van Willy was getrouwd met Pietje Roggeman, één van mijn favoriete spelers bij het Cercle van niet zo lang na de Eerste Wereldoorlog.  Hoe weinig belang Willy ook aan de kleuren hechtte, het tapijt dat voor hem open gespreid lag, kleurde Groen-Zwart.  Bijzonder typisch voor Willy is het volgende.  Hij speelde weinig bij de Cerclejeugd doordat hij vroeg bij de reserves en de eerste ploeg terecht kwam, maar tijdens de korte tijd dat hij bij de scholieren of de juniores speelde, scoorde hij aan de lopende band.  Bij de eerste ploeg echter trof hij slechts éénmaal raak. Hij scoorde die enige goal als openingstreffer in een thuismatch tegen Racing Doornik, wedstrijd die uiteindelijk op 1-2 verlies uitdraaide. Van naaldje tot draadje kan Willy dat pareltje van een doelpunt beschrijven:  rechts kreeg hij juist voor ‘de zestien’ de bal van ver toegespeeld, hij dribbelde een paar verdedigers, liep met de bal een heel eind naar links, voerde een verrassende crochet uit, keerde terug totdat hij weer midden de breedte van het veld net buiten de zestien terechtkwam, en als bekroning van deze knappe actie knalde hij het leer keihard in de winkelhaak.  Wat hierbij zo typisch is voor Willy is vooreerst de oogstrelende makelij van het doelpunt, maar vooral de commentaar die hij zestig jaar later laat volgen op zijn beschrijving ervan.  “Ik was blij,” zegt Willy, “ja, ik was blij, dat wel, maar ik voelde niks van de euforie zoals vele spelers tegenwoordig demonstreren als ze gescoord hebben.  Zo’n buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen.”  Enigszins in de zelfde lijn ligt wat hij vertelt over zijn verhouding tot zijn medespelers: met iedereen kwam hij goed overeen, maar actief deelnemen aan hun gebabbel lag hem niet, zich volop opgenomen bij die leuke bende voelde hij zich niet.  

En nu, al ben ik geen psycholoog,  hopelijk gunt u het mij, lezer, dat ik even verder nadenk over de verhouding tussen Willy’s persoonlijkheid en de betekenis van Koning Voetbal in zijn leven.  Welnu, ik vroeg Willy of hij tijdens de voorbije jaren  goed zijn boterham verdiend had.  Hij antwoordde mij dat hij 38 jaar in het onderwijs had gestaan, als technisch leraar in de afdeling houtbewerking van het Koninklijk Atheneum van Knokke-Heist.  Met terechte fierheid wees hij mij op het kunstvolle meubilair in zijn living, allemaal zelf gemaakt.  U las al dat Willy geen ‘voetbalbeest’ was.  Koning Voetbal, Cercle Brugge evenmin, heeft ooit wortel geschoten in hem.  Van binnen uit is Willy iemand die meer dan Jan met de pet geniet van wat hij als ‘schoon’ ervaart, van het artistieke, van wat het gewone op een kunstige wijze te boven gaat.  Dat is zelfs zo als het om een doelpunt gaat…  Mij was het niet moeilijk zijn standpunt te begrijpen bij de donkere toekomstvisie voor het voetbal, wereldwijd, die hij, eerder vluchtig, uit de doeken deed toen we daar verder over praatten.  Maar eigenlijk interesseert hem dat niet.  En in welke mate Cercle hem interesseert, bleek overduidelijk uit zijn antwoord op mijn vraag hoe hij tegen het Cercle van vandaag aankijkt.  Twee wedstrijden voor het einde van het eerste periodekampioenschap antwoordde hij: “Ik hoop dat ze erin blijven.”  Neen, zijn wens dat Cercle niet zou degraderen, was niet ironisch bedoeld…

En nu heb ik het wat moeilijk, lezer.  Terecht portretteer ik Willy Craeye als een ex-voetballer voor wie de lederen bal lang niet centraal staat in zijn leven, maar ik vrees dat wat u gelezen hebt de indruk nalaat dat ik hem in de eerste alinea ten onrechte als gezellig en goedlachs heb bestempeld. Wat u las, gaat daar niet tegen in.  “Om naar een voetbalmatch te gaan kijken heb ik geen cent over”, zegt hij, maar van ‘een terrasje’ kan hij echt genieten, en jarenlang al komt hij wekelijks samen met een uitdunnend groepje kameraden.  ‘Uitdunnend’, want onder meer Gaby Savat, jarenlang een door vriend en tegenstander gewaardeerde Clubspeler, is er niet meer bij.  Enkele weken geleden bezocht Willy, samen met Gaston Eeckeman, hun vroegere blauw-zwarte tegenstander in het rusthuis waarin hij verblijft.

"Ondanks alles acht ik mij een gelukkig mens."

Ik beëindigde het interview met een ietwat schalkse vraag. In oktober 1956 verloor Willy zijn eerste match bij Cercle, thuis tegen Racing Tienen, 0-1,  en anderhalf jaar later werd ook zijn laatste Cerclematch een nederlaag, 2-1  op Patro Eisden.  Of hij misschien een ‘geboren loser’ was, vroeg ik hem.  Rustig verzekerde mijn gastheer mij dat hij zich een gelukkige mens acht “omdat mijn vrouw en ik op onze leeftijd nog elke dag samen kunnen genieten van ‘t gene dat we hebben na al wat we zijn tegengekomen.”  Op dat ogenblik had Willy al verteld hoe hij bij Eeklo als voetballer niet had kunnen doorbreken wegens een bijzonder zware hersenschudding die hij nog voor zijn transfer bij een voetbalmatch onder militairen had opgelopen toen een bal van dichtbij keihard tegen zijn hoofd werd geschopt.  Een volle maand verbleef hij in de kliniek en de dokter liet er geen twijfel over bestaan: de gevolgen ervan zouden blijven natrillen, nooit meer zou hij kunnen voetballen als voordien.  Maar het was niet daaraan dat Willy dacht toen hij te verstaan gaf dat hij en zijn vrouw met heel wat tegenslagen werden geconfronteerd.

Neen, het ziet er niet naar uit dat er ooit iemand voor de dag komt met een uitgebreide biografie van Willy Craeye.  Zou het schrijven ervan de moeite lonen?  Wel, uniek zou die biografie zeker zijn.  Net zo uniek zou die zijn, lezer, als die over u, als die over mij en als die over onze buurman.  Geenszins bedoel ik daarmee dat die alledaags zou zijn, wél dat iedereen op een eigen, merkwaardige, wijze zichzelf is en beleeft wat hij of zij meemaakt.  Mij zal Willy bijblijven als een bijzonder getalenteerde jonge voetballer, wiens hart, binnen en buiten het voetbalspel, nooit op de eerste plaats klopte met het oog op sensatie of succes, maar des te meer voor het oogstrelende, het kunstvolle, het gracieuze.

(Georges Volckaert)

Lees meer
Shot-online
07/11/2017
Cerle Brugge KSV
Ik hou van de bal - Kevin Hoggas

Van de drie wintertransfers die Cercle in januari realiseerde was Kévin de eerste.  De 26-jarige Fransman mocht al vrij snel op een basisplaats rekenen en het Cercle-publiek heeft er een goed oog op.

Twee dagen voor de, alweer belangrijke, verplaatsing naar het Koning Boudewijnstadion, dat tijdelijk dienst doet als thuishaven van onze Brusselse vrienden met het stamnummer 10, maakten we een praatje met deze vriendelijke jongeman.

Je bent geboren en getogen in Besançon.  Ook je voetbalroots liggen daar?

Ik doorliep alle jeugdrangen van Racing Besançon tot de U19 (nvdr: er is ook nog “Besançon Foot” die in de periode van Kévin veel lager speelde.  Actueel bevinden beide ploegen zich echter in dezelfde lagere reeks, nl zowat de Franse 5e klasse).  Op mijn 19e werd ik opgenomen in het A-team waar ik vijftien maal aantrad tijdens het seizoen 2010-2011 (Amateursliga) en eenentwintig wedstrijden in het daaropvolgende seizoen, dit in “nationale” (nvdr: 3e afdeling).

Op het eind van het seizoen ging het niet zo goed met de financiën van de ploeg en ze moesten de boeken neerleggen en degraderen naar de regionale competitie.  Ik trok daarop voor drie seizoenen naar ASM Belfort, waar ik bijna alle wedstrijden (92) speelde.

In het seizoen 2014/15 schreef ASM Belfort, mede dankzij de jonge spelmaker Kévin Hoggas, geschiedenis.  (Wikipedia)

Toen ging het hogerop naar de Ligue 2?

Ik kwam in contact met Evian TG FC (Ligue 2) en kende er persoonlijk een goed seizoen. Daar leerde ik ook Gianni Bruno kennen.  Hij was er reeds toen ik arriveerde. Spijtig genoeg degradeerde de ploeg op het eind van het seizoen.

Opnieuw vatte je aan bij een Ligue 2 ploeg?

Bourg-en-Bresse Péronnas werd mijn volgende ploeg. Ik speelde ook daar in anderhalf seizoen (2016-17 en tot nieuwjaar 2017) veruit alle wedstrijden (54).
Ook zij verkeren actueel nog in degradatiegevaar.

Hoe kwam jij op Cercle terecht?

De onderhandelingen tussen Cercle en mezelf begonnen zowat half december. Cercles sportief manager François Vitali had contact opgenomen met mijn manager. Het project beviel me wel en voor mij was die transfer OK. Toen moesten de beide ploegen nog onderling overeenkomen, want ik was natuurlijk geen vrije speler.  Dat lukte uiteindelijk en na nieuwjaar stond ik in het mooie Brugge.

Men heeft hier duidelijk vertrouwen in jou?

(lacht) Het is inderdaad zo dat als je een contract mag tekenen van drie en een half jaar, men vertrouwen in je stelt. Ik ben hier gekomen om het objectief van Cercle, de promotie naar 1A, te helpen bewerkstelligen. Volgend seizoen kan mijn verhaal dan nog mooier worden.

Was je steeds middenvelder?

Affirmatief, dat was steeds mijn vaste “lijn”. Dat ik ook vaak scoorde? Ik speelde regelmatig als “nummer 10” en dan kun je je offensiever uitleven. Zoals jij het zelf berekende scoorde ik ruim dertig maal in ongeveer 230 wedstrijden. Mijn statistieken liggen echter hoger in het geven van assists.  

Fysiek lijk je sterk, we zien je overal op het terrein, maar ook technisch lukt het aardig?

Fysiek voel ik me inderdaad goed. De vorm zit actueel prima. De coach dient me soms wel te kanaliseren om mijn energie wat te spreiden, niet té veel afstand af te leggen en wat meer mijn positie te houden.

Wat techniek betreft: ik hou er van de bal aan mijn voeten te voelen. Meestal om een ploegmaat te bedienen maar ik neem er ook graag een dribbel bij om een tegenstander te verrassen. Ik hou van de bal.

Voel je je reeds thuis in Brugge?

Zeker! Ik woon op een appartement in het centrum van Brugge. Het is een mooie stad en ik voel me hier heel goed.

Mijn vriendin woont nog in Besançon. Ze werkt daar in de regio. Om haar hier te werk te stellen is het omwille van de taal natuurlijk niet eenvoudig. Daarom kijken we uit of er mogelijkheden zijn voor haar in de regio Rijsel. Eenmaal dat lukt, kan ze me hier vervoegen.

Terug naar het sportieve. Er staan op korte tijd heel belangrijke wedstrijden op het programma. Dat leeft wellicht in de groep?

Zeker! Iedereen is geconcentreerd en betrokken. Eerst de twee resterende competitiewedstrijden goed afwerken. Het begint overmorgen op Union. Als we daar punten pakken kan mogelijks de periodetitel reeds binnen zijn.  
De beloning is de dubbele finale tegen Beerschot. Maar… eerst die twee competitiewedstrijden tot een goed einde brengen!
Dat promotie ook extra vakantie opbrengt? Dat zou een leuk extraatje zijn natuurlijk, maar daarvoor doen we het niet hé? Cercle naar 1A brengen, dat is het objectief!

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
15/02/2018