koop tickets online

Tienmaal kampioen.. - Pierre Hanon

Wie kan zeggen dat hij ooit de groen-zwarte kleuren in Cercles fanionelftal verdedigde, verdient lof. Wie ooit het paars-wit bij de eerste ploeg van Anderlecht aantrok, kan terecht iets hoger van de toren blazen. Wie ooit als Rode Duivel de eer van ons land verdedigde, mag er bepaald trots op gaan. Wierook vraagt hij niet, maar Pierre Hanon speelde bij Cercle, bij Anderlecht, werd landskampioen, werd bekerwinnaar zowel op nationaal als op Europees vlak, was een sterkhouder als Rode Duivel. Achtenveertig keren verdedigde Pierre ons nationaal elftal, maar het merkwaardigste getal dat hem siert, is …  tien.  Niet één speler in onze hoogste nationale afdeling behaalde  er meer keren dan hij de hoogste titel: tienmaal werd hij kampioen in onze eerste nationale! 

Op 1 juli 1970 werd je officieel  aangesloten bij Cercle, maar jou interviewen, Pierre, kan onmogelijk starten bij 1970. Daar ging al te veel aan vooraf…

Klopt, je moet zelfs niet lang na mijn geboorte, in Anderlecht, eind 1936, van start gaan. Ik was pas drie of vier jaar toen mijn vader, die een café openhield, tegen zijn klanten zei: “Gaan jullie wat opzij zitten, want de kleine moet hier voetballen.” Zeven jaar oud trok ik naar een groot veld waar we tegen elkaar voetbalden met vijftig tegen vijftig, als het niet met honderd tegen honderd was! Als doel zetten we palen in de grond, en het was niet te verwonderen dat het mensen van Anderlecht opviel dat ik een goed schot had, want ik schoot de palen omver.  Ik tekende een aansluiting bij paars-wit, speelde erbij voordat ik tien was en nooit heb ik bij een jeugdploeg van mijn leeftijd gespeeld, altijd hoger. Wat ik me bijzonder goed herinner, is dat de voorzitter van Anderlecht in ons café kwam en tegen vader en moeder zei: “Als díe niet in ons eerste elftal komt, dan komt er nooit iemand in!”

Ik dacht dat je zou beginnen bij Jef Mermans, Arsène Vaillant, Rie Meert, want althans mijn verste herinneringen aan paars-wit gaan terug tot deze Anderlechtpioniers. Misschien noem ik ze ten onrechte ‘pioniers’, maar vóór hun generatie, voor de Tweede Wereldoorlog, speelde Anderlecht nooit kampioen. Nu is paars-wit al aan dertig kampioenentitels toe!

Ik was tien jaar toen mijn favorieten hun eerste nationale titel binnenhaalden. Dat was in 1947. Zelf kwam ik in het eerste elftal toen ik bijna achttien was, in 1954-’55. We verloren thuis tegen Sporting Charleroi met 0-1, maar dat belette niet dat Anderlecht dan al voor de zesde keer kampioen werd. Toen ik in ’70 naar Cercle vertrok, kon ik bogen op iets dat door geen enkele speler overtroffen is: tienmaal kampioen van België! Onze beste reeks zetten we neer van 1964 tot ’68, met vijf kampioenentitels na elkaar. Het was heerlijk, te meer nog daar ons elftal enkel en alleen uit Belgen bestond. Om even terug te komen op de drie spelers die je daarnet vernoemde: met elk van hen heb ik samen in onze fanionploeg gespeeld, zij het slechts enkele keren. Bovendien was het Jef Mermans die mij leiding gaf en mij ons eerste elftal binnenloodste.

"Mijn beste tegenstander ooit?  Pélé!"

Wil  je voor onze lezers  een ruikertje plukken van je meest memorabele herinneringen aan spelers en wedstrijden van vóór je Cercletijd?

Aan de spits van mijn medespelers staan Pol Van Himst en Jef Jurion, samen met een verdediger zoals ik er nooit, zelfs wereldwijd, een betere heb gekend. Ook al is het wel voorgekomen dat zijn speelsheid ons een puntje kostte, een sterker verdedigende spektakelman dan hij, kwam ik nergens tegen. Zijn naam: Laurent Verbiest. Mijn beste tegenstander ooit: Pélé, tegen wie ik drie of vier keer uitkwam. Mijn mooiste herinnering bij de nationale ploeg: 5-1 winst tegen Brazilië, met drie doelpunten van Jackie Stockman. We hebben daar Brazilië zozeer van het veld gespeeld dat ze ons direct na de match al uitnodigden om hun het volgende jaar repliek te gaan geven op eigen bodem. Minstens de helft van onze spelers waren zo vooruitziende dat ze bedankten voor die return, en, jawel, we kregen er dan ook een 5-0 rammeling. Twintig minuten voor het einde was het nog maar 1-0, maar wegens ademhalingsproblemen bij dat vochtige, warme klimaat, stuikten we ten slotte helemaal in elkaar. Op Europees vlak is vooral de uitschakeling van Real Madrid met 1-0 op de Heizel onvergetelijk voor mij, met een doelpunt van Jef Jurion.

Halfweg 1970 trek jij naar Cercle Brugge. Hoe komt een voetbalmonument als Pierre Hanon ertoe, hoewel nog duidelijk ver af van zijn laatste voetbaladem, naar een matige tweedeklasser te trekken die drie jaar voordien nog in de derde klasse uitkwam?

Als ik naar Cercle gekomen ben, was dat niet negentig of negenennegentig maar honderd procent dankzij en voor Urbain Braems. Ik kon onder meer ook naar Club Mechelen, maar het was me duidelijk dat Urbain mij zeer hoog inschatte en hij overtuigde me dat hij mij echt van doen had. Ik kan niet omschrijven wat die overgang voor mij betekende. In het begin had ik het zéér, zéér moeilijk. Het verschil met Anderlecht was enorm. Ik was gewoon voor 30.000 mensen te spelen, kwam nu uit in het armzalige Edgard De Smedt-stadionneke voor een publiek tienmaal minder in aantal.Ook tijdens de week treinde ik ernaartoe voor avondtrainingen. Neen, je begrijpt het niet als je niet ervaren hebt hoe ánders het er bij  Anderlecht aan toe ging, bij Anderlecht met zijn perfecte accommodatie en materiaalvoorziening.  Dat alles terzijde gelaten waren er toch twee dingen die mijn motivatie hooghielden: ik wilde  hoe dan ook aan iedereen bewijzen dat ik het nog kon, en vooral, ik ben nooit, nooit in mijn leven zulke charmante, zulke vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle. Niet alleen maar toch in het bijzonder denk ik hierbij aan Gerard Versyp, aan Johan Versyp en aan Lucien Hautekiet.

"Ik ben nooit in mijn leven zulke charmante, vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle."

En het ging goed bij Cercle! Zeer goed zelfs, aanvankelijk. Tijdens je eerste Cerclejaar al werd Groen-Zwart kampioen en promoveerde dus naar eerste. Ik kan niet voorkomen dat er hierbij toch een vraagje bij me opkomt. Na je unieke carrière bij Anderlecht  daal je af naar een tweedeklasser en direct promoveer je met dat ‘ploegje’ naar de reeks waaruit je weggestapt bent. Was je écht gelukkig met die gang van zaken? Kon  je met hart en ziel opnieuw naar eerste gaan – met Cercle…?

Oh, ja. Met Cercle kampioen spelen in tweede deed me evenveel plezier als kampioen worden in eerste. Zie je, als je een contract afsluit, dan moet je het respecteren. Je moet er volop achter staan, en dan besef je: “Nu speel ik met die ploeg, en net als vroeger komt het erop aan te winnen.” Lukt dat, dan heb je er evenveel plezier aan als iemand die al twintig jaar voor die ploeg speelt.

Het jaar daarop deed Cercle het lang niet onaardig in eerste. Groen-Zwart was vierde halfweg, eindigde als vijfde op één plaats van een Uefa-ticket.

Het begon al fantastisch. De eerste wedstrijd was thuis tegen … Anderlecht! We wonnen met 2-0. ‘k Weet niet of je dat kunt begrijpen, maar hoewel ook dan nog mijn hart voor Anderlecht klopte, was het Cerclegevoel dat mij toen aangreep, overweldigend. Een misschien vergelijkbaar gevoel doorstroomde mij ook bij onze zesde match. We staan 1-0 achter op het veld van Club. Ik pegel een vrije schop van op vijfentwintig meter keihard tegen het net van ex-Cercledoelman Sanders. Wie het gezien heeft, herinnert het zich, ongetwijfeld.  Carlos Desteur lepelde de bal van heel dichtbij op mijn voet, en … raak! Het was een enig mooi doelpunt, maar geen toevalstreffer. Week op week hadden we bij elke training dat nummertje ingeoefend. Zo haalden we 1-1 op Club, en niet veel later lukte het op Club Luik nog eens op die manier te scoren. Nogal wat ploegen hebben het nummertje nadien uitgeprobeerd, maar toch was het vrij vlug op geen enkel veld meer te zien. Was het geen toevalstreffer, efficiënt was het evenmin. Zelf kreeg ik op die manier tijdens de oefeningen gemiddeld zes keren op de tien de bal tussen de palen, maar het scorepercentage was toch wel aan de zeer lage kant. 

"Mijn hart klopte voor Anderlecht, maar het Cerclegevoel greep me toen aan."

Cercle eindigde het volgende seizoen, 1972-73, slechts als elfde. In het feestboek van Roland Podevijn bij Cercles negentigste bestaansjaar wordt dat onder meer toegeschreven aan langdurige kwetsuren, aan schorsingen en aan “wrijvingen met het bestuur (Pierre Hanon)”.  Was het juist geweest indien er niet had gestaan “wrijvingen met het bestuur”, maar “wrijvingen met trainer Grijzenhout”?

Wat je suggereert, klopt helemaal. Niet met het bestuur had ik problemen, enkel en alleen met de nieuwe trainer. Urbain Braems was, helaas, naar Antwerp vertrokken – helaas, want het ging mij onder Urbain zo goed dat ik onder hem misschien wel tot mijn veertigste in eerste klasse had kunnen meedraaien.Graag had hij mij meegenomen, maar mijn contract liep nog één jaar door, en daar hield ik mij aan. Ik moet het niet onder stoelen of banken steken, met de nieuwe trainer, met Han Grijzenhout, heeft het nooit geklikt. Het nam zulke proporties aan dat ik het na enkele maanden niet meer zag zitten. Gelukkiglijk had Cercles bestuur dan het begrip voor mij dat bij Grijzenhout ontbrak.

Het is niet als een stoute vraag bedoeld, Pierre, maar, ja, wat wil je, wij zijn allemaal mensen onderhevig aan psychologische wetmatigheden die ook wel de volgende vraag rechtvaardigen: Kan het bij jou een rol gespeeld hebben dat Grijzenhout als trainer een groentje was en jij als speler een doorgewinterde ex-topvoetballer?

Ik denk inderdaad dat dit heeft meegespeeld.Maar dat neemt niet weg dat Grijzenhout geen greintje respect voor mij opbracht, noch voor mij als persoon, noch voor mij in mijn specifieke situatie. De meeste Cerclespelers waren twintigers.  Ik was 35 jaar.  Ik had een schoolgaande zoon. Als die de vorige twee jaren in juli met vakantie was en de voetbaltrainingen herbegonnen, bezorgde Urbain mij een trainingsschema zodat ik een halve maand van een familiale vakantie kon genieten en daarna toch topfit op de trainingen verscheen. Geen sprake van zo’n situatiebegrip bij Grijzenhout. Integendeel, voortdurend behandelde hij mij alsof ik een spelertje was dat uit Bevordering kwam. Neen, ik heb nooit beweerd dat Grijzenhout op het vlak van het voetbalspelletje op zich geen bekwame trainer was, maar daar waar ik zeer bewust niet boven mijn medespelers uitkraaide, daar waar ik van meet af aan goed in de groep geïntegreerd was, daar waar jongens als John Bogaert, Julien Verriest en Franky Simon bereid waren  voor mij door het vuur te gaan, daar ontbrak het Grijzenhout aan elementair respect voor mij. Overigens: ik geef toe dat mijn houding tegenover Grijzenhout onbewust kan beïnvloed geweest zijn doordat ik bovenaan een heuvel stond en hij onderaan, maar is het niet evengoed mogelijk dat zijn houding tegenover mij voor een stuk juist te verklaren is door zíjn positie daar onderaan?

In overleg met het Cerclebestuur deed jij je derde jaar niet uit en daarna trok je naar Bergen.  Met succes? En wat deed je na Bergen?

Succes? Jawel, want we speelden kampioen in derde en promoveerden dus naar tweede. Ik begon als speler-trainer, maar vond het na een tijdje beter niet meer zelf mee te spelen. Maar, maar, maar … Zie, ik ben geen Vlaming, ik ben geen Waal, ik ben een Brusselaar en ik ben een Belg, maar als wat ik in Brugge en in Bergen heb meegemaakt typisch is voor Vlaanderen en Wallonië, dan is het met de Walen erg gesteld. Cercle was kleinschalig, maar alles was er altijd proper en in orde. Als ik in Bergen twee maanden na de kampioenenviering in de kleedkamers terugkwam, waren die nog altijd dezelfde varkensstallen als direct na die viering.  Mij gaat dat niet, zo’n gebrek aan orde, aan discipline, aan voornaamheid – ik kan er niet tegen. Lang heb ik het dan ook niet uitgehouden in Bergen. Daarna ben ik nog ruim tien jaar jeugdtrainer geweest bij Anderlecht, tot trainer Peruzovic mij voorstelde om de scouting voor de eerste ploeg op mij te nemen. Dat ik dit mocht doen, is voor mij een onvoorstelbare zegen geweest. Het werd het begin van een nieuw, een prachtig hoofdstuk in mijn leven.

Een nieuw, prachtig hoofdstuk in je leven?

Wat ging eraan vooraf? Het voetbal heeft mij eerst en vooral veel plezier bijgebracht.  Nu nog herhaalt mijn vrouw het dikwijls: “Je hebt in je leven geluk gehad. Je hebt kunnen doen wat je graag deed en je bent daar totaal in geslaagd.” Ten tweede heb ik dankzij het voetbal veel mensen leren kennen en veel interessante relaties aangeknoopt. En ten derde dank ik aan Koning Voetbal dat ik goed mijn brood heb verdiend, zozeer zelfs dat ik nu, inderdaad, na mijn voetbalcarrière een prachtig hoofdstuk aan mijn leven kan toevoegen. Het begon als scout bij Anderlecht. Als scout heb ik heel Europa doorgereisd. Dat reizen intrigeerde me zozeer dat ik intussen bijna heel de wereld heb gezien. Reizen is voor mijn vrouw en mezelf, ook nu nog, een festijn. Maanden lang bereid ik onze reizen voor, ter plekke weet ik altijd heel goed wat er het bezoeken waard is, en na elke reis vergt ook het vereeuwigen ervan weken, zo niet maanden tijd. Het bewerken van beeld, klank en kleur, zeg maar, het opmaken van hele filmreportages, vind ik meeslepend en verrijkend. Bijna, bijna geniet ik zoveel van mijn reizen als van het voetballen voordien. En dat is véél gezegd!

U las het al, lezer, Pierre Hanon vraagt geen wierook. Maar het minste dat gezegd kan worden is dat hij een sterke persoonlijkheid is. Hij is zichzelf en hij weet wie hij is. Hij is zich bewust van het toch wel uitzonderlijke dat hij als voetballer gepresteerd heeft. Als er iets is dat hij in zijn omgang met zijn medemensen vereist - en já, dat ís er! -  dan is het  ‘respect’. Wederzijds respect, respectvol benaderd worden en ontvangen respect met respect beantwoorden, bepaalt Pierres levenswijze en –filosofie overduidelijk. Als een vriendelijke, kordate gentleman, die ‘oude waarden’ als voornaamheid,  betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, netheid en vooral respect hoog in het vaandel draagt, zal ik me hem blijven herinneren. Toen Pierre gevraagd werd om voor Shot geïnterviewd te worden, antwoordde hij: “Ja, voor Cercle wil ik dat graag doen” (en ook dan zei  hij, letterlijk, dat hij nooit charmantere mensen dan bij Cercle heeft ontmoet). Ik heb het  hem niet gevraagd, lezer, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat hij er ook toe bereid  was geweest een interview toe te staan voor de supporters van RAEC Mons. 

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Onze (bijna) "Nestor" - Benjamin Delacourt

Met Benjamin Delacourt trok Groen-Zwart ervaring aan bij de over het algemeen toch wel jonge nieuwe Cercle-ploeg.  De naam Benjamin komt uit de Bijbel.  Benjamin was de jongste zoon van de 12  kinderen van aartsvader Jakob (en zijn vrouw Rachel).  Met de uitdrukking “de benjamin” denken nog weinig mensen aan de Bijbel, maar wel aan het begrip “de jongste”.  Bij stamnummer 12 is Benjamin niet de jongste maar, op Brian Vandenbussche na, de oudste.
Een kennismaking met onze centraal verdediger.

Stel je jeugdjaren even voor.

Ik ben op 10 september 1985 geboren in Croix, Noord Frankrijk.  Binnenkort staat mijn teller dus op 32.  Op mijn vijf jaar trapte ik mijn eerste balletjes bij het lokaal ploegje, maar snel ging het naar het grote Lille.  Daar doorliep ik de jeugdrangen tot de U16.  Lille beschikt over een fantastisch opleidingscentrum, wat mijn kwaliteiten vormde. Daarna stak ik de grens over naar België richting Moeskroen  Daar tekende ik ook mijn eerste contract.  Aanvankelijk een “contract beloften” en nadien een profcontract.  Ik speelde met de Beloften, trainde met de A-kern en speelde ook een wedstrijd met de fanions.

Na een zestal jaar “Hurlus” trok je terug richting Frankrijk?

Inderdaad.  Van 2006 tot 2011 speelde ik voor ES Wasquehal ( D4, CFA en CFA2).  Ik speelde er quasi alle wedstrijden en was ook twee seizoenen kapitein.  Eén exploot van Wasquehal was toen we in 2011 tot de 1/16 finale van de “Coup de France” konden doorstoten.

De liefde met Moeskroen was nog niet over, want in 2011 stond je opnieuw op “Le Canonnier”?

Ditmaal bij het “nieuwe” Moeskroen, RMP.  Ik verbleef er vier seizoenen, waarvan drie in tweede afdeling en één in eerste.  Ik speelde er zowat een honderdtwintig wedstrijden.  Dat ik er als verdediger ook heel wat doelpunten maakte?  Ik ben sterk in de lucht en trof zowat een dozijn keer raak. Het is niet de nationaliteit maar de kwaliteit van de spelers op het terrein die van tel is

Je bleef in België en verkaste naar Deinze.  Daar kwam je ook een oude bekende tegen en enkele andere Cercle-oudgedienden?

Dennis van Wijk was er trainer, maar zijn assistent was Geoffrey Claeys met wie ik nog samen speelde bij Moeskroen.  Na het vertrek van van Wijk werd Geoffrey hoofdcoach.  Dat was wel een speciale relatie natuurlijk, een voormalig collega-speler die je hoofdtrainer wordt.  Maar dat verliep zeer goed.  Nadien kwam Regi Van Acker overnemen.  

Ik speelde ook naast een andere Cercle-bekende, Hans Cornelis.  Ik heb het wel niet met hem over Cercle kunnen hebben want tijdens het seizoen was er nog geen sprake van dat ik naar hier zou komen.  Dit gebeurde, tijdens de vakantie, compleet onverwacht.

Hoe dan?

Na afloop van de vorige competitie bij Deinze vertrok ik op vakantie.  Ik kreeg een telefoontje van François Vitali (nvdr: onze nieuwe sportief directeur) om mijn situatie bij Deinze te schetsen.  Ik vertelde hem dat ik nog een jaar onder contract lag.  Vanzelfsprekend had ik interesse in het nieuwe project van Cercle, maar gezien mijn lopende contract lag dit niet in mijn handen.

Ik belde naar coach Regi Van Acker.  Hij was bereid mij te laten gaan gezien de mooie kans - en het mooie Cercle-project - die ik kreeg op mijn leeftijd.  Hij gaf mij “groen licht”.  De voorzitter van Deinze zag dit echter anders en wou mij aan mijn contract houden.  Er is onderhandeld tussen de twee besturen die uiteindelijk tot een overeenkomst kwamen.  Zo tekende ik hier voor een jaar.

Laten we nog even bij Deinze blijven.  Het was een bizar verhaal wat zich vorig seizoen afspeelde, niet?

Eigenlijk begon het reeds het jaar voordien.  Door de op til zijnde competitiehervorming diende de ploeg bij de eerste acht te eindigen.  Het bestuur stelde een heel competitieve ploeg samen, maar op het eind waren we er net niet bij.  Het vorige seizoen startte dus in de nieuwe 1e amateur liga.  Alles verliep lekker en we concurreerden met Beerschot toen we plots, na enkele maanden competitie, door een klacht van Seraing, tientallen punten afgetrokken werden (nvdr: dit kwam door het al dan niet reglementair opstellen van een speler – het ganse verhaal weergeven is te uitgebreid).  Je kunt je voorstellen dat dit mentaal enorm zwaar was voor de spelers en de ploeg.  Uiteindelijk haalde de voorzitter en de advocaten toch het gelijk naar Deinze.  In plaats van de top dreigde immers de degradatie door een administratieve aangelegenheid.  Zonder dit feit haalden we ongetwijfeld een beter eindresultaat.

Hier bij Cercle zit je tussen tal van landgenoten?

Ik kende dit ook reeds bij Moeskroen toen Lille ze overgenomen had.  Het is echter niet de nationaliteit maar de kwaliteit van de spelers op het terrein die van tel is.  Of het nu Fransen, Argentijnen, Spanjaarden of wat dan ook zijn, dat is niet van tel.  We hebben een goede ploeg.

We gaan er het maximum aan doen om dit jaar de promotie te realiseren. De kern is tamelijk uitgebreid.  Er is een grote concurrentie. Zo maak je vooruitgang als speler en als ploeg.  Het project van Cercle is ambitieus en daarvoor moet je ook ambitieuze spelers hebben.  De concurrentie zal de groep goed doen.

Benjamin staat als begrip voor “de jongste”, maar je bent hier meer “de Nestor”?  (nvdr: spreekwoordelijk “de oudste en eerbiedwaardigste persoon in een vereniging of gezelschap” – afkomstig uit de Griekse mythologie)

Dat is een van de redenen waarom de technisch directeur mij hier wou.  Met de ervaring die ik opdeed bij Moeskroen in het project Lille-Mouscron, weet hij dat hij op mij kan rekenen om de jongeren hier te ondersteunen.  Het omkaderen van de jongeren is een van mijn doelstellingen.  Anderzijds ben ik hier natuurlijk vooral om te spelen.  Dat ik actueel 2e kapitein ben?  Op dit ogenblik kiest de coach daarvoor.  Het is een rol die me ligt.  De jongeren omkaderen, er naar schreeuwen als het nodig is en “copain” zijn in de andere gevallen.  Er moeten enkele dergelijke spelers zijn in een ploeg.

Wat niet onbelangrijk is, je bent voetbal-Belg?

Ja, ik word beschouwd als voetbal-Belg op het scheidsrechtersblad.  Ik genoot een deel van mijn jeugdopleiding bij Moeskroen en finaliseerde het ook daar.  Vandaar. 

In je periode bij Deinze stelde je in een interview dat je doel was om ooit nog eens terug in 1A te spelen, een competitie waar je bij Moeskroen van proefde.

Vanzelfsprekend! Als je er eenmaal van proefde wil je meer.  Op mijn leeftijd kan dit Groen-Zwarte project me naar de Jupiler League leiden.  We gaan er het maximum aan doen om het dit jaar te realiseren.

En familiaal?

Ik ben gehuwd en heb twee kinderen.  Een jongen en een meisje.  “Le choix du roi” (1).  Ik woon in Frankrijk, in Hem, vlakbij Roubaix en op een boogscheut van de Belgische grens.

((1) Nu we toch geschiedkundig bezig zijn in dit artikel: dit begrip stamt uit de middeleeuwen toen vorsten en aristocraten een zoon wensten om hun naam verder te zetten en hun bezittingen te behouden en daarnaast een meisje om uit te huwelijken in een andere belangrijke familie om zo de macht te kunnen uitbreiden.) 

Stout slotvraagje.  Ik las ooit ergens dat uw favoriete Franse ploeg Bordeaux is.  Mag je dit hier wel uitspreken?

(lacht) Ik heb steeds van die ploeg gehouden.  De generatie van Lizarazu, Zidane, Dugarry, … de tijd van het grote Bordeaux.  Het is gebleven (met een verontschuldigende glimlach).

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Retro - Björn Sengier geïnterviewd

RETRO
 

Twee jaar tussen de palen op Olympia…    
                                 

Björn Sengier geïnterviewd
 

Het kan iedereen overkomen. Je presteert prima in een of andere organisatie, je voelt je er kiplekker. En plots, niet alleen onverwacht maar naar je overtuiging ook onterecht, daar krijg je een koude douche over je lijf. Zo ijskoud is die douche dat ze je noodzaakt een einde te maken aan het verhaal dat je aan het schrijven bent. Niet dat er geen leven meer is na die shock, dat niet, maar toch wel zo dat het je bijzonder zwaar uitvalt een nieuwe start uit te zoeken en het roer weer op te nemen. De vraag die zich hierbij opdringt: Eens dat het tijd tot bezinken heeft gehad, hoe kijkt ‘het slachtoffer’ naar wat hem destijds overkomen is? Ligt het gebeuren hem zo zwaar op de maag dat het hem niet eens mogelijk is waardering uit te spreken voor wie en voor wat hij destijds heeft mogen meemaken?  “The time is a great healer,” beweren de Engelsen, en Björn Sengier bewijst dat het waar is.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Groen-Zwart Varsenare vierde feest

Vorig jaar vierde deze vereniging hun 40-jarig bestaan en ze denken niet aan ophouden.  Op vrijdag 8 maart was het opnieuw verzamelen geblazen in “ ’t Oosthof ” te Snellegem voor de jaarlijkse feestmaaltijd.

Meestal is er ook een speler aanwezig die een “acte de présence” komt geven, maar op dat gebied bleven de aanwezigen ditmaal op hun honger zitten. Gezien de competitiewedstrijd één dag later tegen Standard was er niemand beschikbaar.  Aan tafel was er helemaal geen honger te lijden en aan de “ere-tafel” noteerden we o.a. vzw-voorzitter Piet D’Hooghe, die later ook een toespraak gaf en een vragenronde doorstond, vzw-beheerraadslid Maria Blontrock en Mevr. Schotte.

Naast de toespraken van de gebroeders Roose, respectievelijk voorzitter en secretaris van de vereniging, gaf ook “ere-peter” Kristof Lauwers een woordje ten beste.
Op de groepsfoto bemerken we de bovenvernoemde personen, het bestuur van GZ Varsenare en Albert Verbandt, materiaalmeester bij Cercle.  Op de foto tevens een afbeelding van de bank die door de supportersvereniging geschonken werd aan de jeugdwerking.  Die bank, waarop ook een naamsvermelding komt (ook andere supportersverenigingen, personen of firma’s kunnen dat voorbeeld volgen), zal dienst doen als zitplaats voor toeschouwers bij de jeugdwedstrijden.

Dankzij de tombola kon de vereniging in totaal € 800,00 schenken aan de jeugdwerking.

(Georges Debacker)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Langs de lijn - Respect !?

Vooraf even dit: SHOT-online poogt u vanaf heden terug regelmatig artikels aan te bieden zoals “Langs de lijn”, “Retro”, “Cercle en Brugge door de jaren heen”, “Schijnwerpers op”, spelersinterviews, enz…

Door de vernieuwing van de website waren (zijn) nog niet alle mogelijkheden voorhanden voor onze rubrieken.  Vandaar dat het windstil bleef uit deze hoek.  We hopen de groene wind terug in de zeilen te krijgen en u af en toe te vergasten op een stukje Cercle-literatuur uit eerste hand.  Geloofwaardig dus.

Hoewel het voorgaande ook een reflectie geeft op de titel, over naar het onderwerp nu. In het “Astridpark” te Anderlecht, dus niet de “Bottanieken hof” te Brugge alwaar de nieuwe supportersvereniging “Cercle 8310” in l’ Estaminet hun lokaal vindt, schalde voor de wedstrijd een oproep door de luidsprekers om respect te tonen voor de scheidsrechters, “want zonder scheidsrechters is er immers geen voetbal”, klonk het.

Terecht, maar door het optreden van “BV” en co op 15 maart 2015 was er ei-zo-na heel wat minder voetbal in Brugge. De scheidsrechter in kwestie toonde zich in latere wedstrijden van Cercle, op zijn zachtst uitgedrukt, ook geen groene fan.

Waar ik naartoe wil in mijn betoog, is niet het al dan niet letterlijke proces van ene of andere scheidsrechter maken, maar wel volgende bedenking t.o.v. de media:
Naar analogie met de oproep van de Anderlechtse stadionomroeper, schrijf ik, bij gebrek aan micro, tot de Belgische pers: “heb respect voor de niet G5 (+ Antwerpse ploegen of YR KV Mechelen, die wel alle aandacht krijgen), want zonder de “kleinere ploegen” is er ook geen voetbal …”.

Het is schrijnend hoe de media zich prostitueren voor ploegen met een grote aanhang.  De verkoopcijfers natuurlijk…  Spijtig ook voor de journalisten die “teamwatcher” zijn van een “kleinere ploeg”. Ondanks hun inzet worden ze karig beloond met een klein stukje in de krant. 

Als Cercle dan al eens tegen één van de “toppers” speelt in een thuiswedstrijd, is 95 % van het krantenverhaal gewijd aan de tegenpartij of de Europese match die ze gespeeld hebben of nog moeten spelen. U kent het wel. 

Als Cercle drie centrale verdedigers moet missen, om maar één recent voorbeeld te geven, hebt u een vergrootglas nodig om dit in de media te lezen/horen.  Zelfs Hercule Poirot of Sherlock Holmes zouden er een flinke kluit aan gehad hebben. 
Oh wé, bij de toppers in dergelijk geval. Twee pagina’s, vijf dagen lang.

Afin, ik hoef het u eigenlijk niet te beschrijven, u merkt het zelf dagelijks op.

Er zijn er die nog verder gaan.  Na de goede start van Cercle dit seizoen kwamen er een reeks nederlagen tegen “toppers”. Na dit puntenverlies schreef journalist “NP” (er staat net een “s” te veel in zijn naam om de vergelijking te maken met het “vergif” uit zijn pen) “dat Cercle nu langzaamaan op de plaats komt waar het thuishoort”.  Objectiviteit!?

Een ander thema is, wat onze voorzitter ook reeds aanhaalde, het voortdurend verwijzen naar “satelietploeg van Monaco”.  Het woord “huurling” is schering en inslag.  Bij geen enkele ploeg in de Belgische competitie die in handen is van een buitenlander (en er zijn er zeer veel), komt dit aan bod.  Plat clichégebruik, copy/paste en in replay mode. Ook dat is blijkbaar hedendaagse journalistiek.

Dus, heren hoofdredacteuren, gedenk: “zonder de ‘kleine ploegen’ is er geen voetbal!”  Respect voor iedereen dus, respect dat zich vertaalt in de nodige aandacht op uw nationale pagina’s/zenders.

Calimero-gevoel?  Neen! Realiteit? Ja!
 

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online
30.10.2018

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Een jeugdspeler aan het woord

Ward Vandenbroucke – U10

Eens supporter, altijd supporter. Shot wil daarom ook de allerjongsten aan het woord laten. In deze aflevering stellen we Ward Vandenbroucke voor. Ward woont in Snellegem, is negen jaar oud en verdedigt sinds dit seizoen met veel enthousiasme de kleuren van Groen-Zwart. 

Dag Ward, wanneer ben je beginnen voetballen?

In Snellegem is geen ploeg, dus ik speelde eerst vier jaar voor VKSO Zerkegem, waar ook Denis Viane ooit is beginnen shotten. Vorig seizoen ging het goed en klopten de scouts van KV Oostende, Cercle Brugge en KFC Varsenare aan. 

Waarom heb je uiteindelijk voor Cercle gekozen?

Marc Van Opstaele, de hoofdscout van de jeugd, nodigde me uit om vier keer te komen testen.  Mijn ouders en ik werden hartelijk ontvangen. Ik was onmiddellijk op mijn gemak en had een goed gevoel. Mijn papa zei dat Cercle Brugge al jaren bekend staat om zijn goede en warmmenselijke opleiding. Voor mijn ouders speelden natuurlijk ook praktische redenen mee: de afstand naar Brugge zorgt voor minder tijdverlies dan een verplaatsing naar Oostende. De eerste ploeg van KVO speelt wel in 1A, maar bij de jeugd voetballen we in dezelfde reeks. Ik heb ondertussen geen spijt van mijn keuze, ik ben hier immers heel graag.

De jeugd van Zerkegem speelt gewestelijk voetbal, en nu ben je actief op nationaal niveau. Dat was voor jou wellicht een heel grote stap?

Dit klopt, het verschil is immens. Ik train plots drie keer per week, de oefeningen zijn moeilijker en het niveau van mijn ploegmaats op training en van tegenstanders in wedstrijden is veel hoger. 

In de kern van de U10 zitten 23 spelers. Hoe werkt dit in de praktijk?

Elke ploeg in onze reeks heeft bij de U10 twee teams, die elk wekelijks een 8 tegen 8 wedstrijd spelen. Ook bij ons zijn de 23 kinderen in twee groepen verdeeld. Er bestaat geen A of B-ploeg met de betere of iets mindere voetballers. Om de vier weken wordt daarentegen de groep door elkaar geschud zodat iedereen eens met iedereen speelt. Onze coaches zijn Nicolas Poppe en Pablo Vermote. Het zijn twee heel toffe trainers. Ze hebben een goede band met alle kinderen, vertellen graag eens een mopje en spelen vaak mee met ons.

Je vader Lieven, die jeugdcoördinator is van VKSO Zerkegem, was vroeger een fervent atleet. Hij liep enkele jaren geleden de Marathon des Sables, een zesdaagse ultraloop van 254 kilometer in de woestijn van Marokko bij een temperatuur van meer dan 40 graden.  Ik stel me dan ook voor dat jij een box-to-box voetballer bent die over veel loopvermogen beschikt. Heb ik het juist?

Ik ren veel in een match, maar ik ben toch een ander type speler. Bij Zerkegem speelde ik centraal achteraan, maar daar had ik het te gemakkelijk. Om het voor mij iets uitdagender te maken speel ik nu op de flanken, op de posities 7 en 11, maar ik kan op bijna alle plaatsen uit de voeten. Technisch ben ik goed, ik kan in een 1 tegen 1-situatie een tegenstander uitschakelen als dat moet, en ben vrij snel.  Mijn papa denkt dat ik toch een verdediger zal worden omdat ik het spel het liefst voor mij heb, en voortdurend positioneel denk, maar we zullen wel zien in de toekomst. 

Je hebt je sterke punten opgesomd. Ongetwijfeld zijn er ook zaken waar je nog hard moet aan werken. Welke zijn die?

Ik ben iets te timide op het veld. Het duel moet ik meer durven aangaan. Ik mis nog wat grinta en onverzettelijkheid. Daarnaast moet ik de kwaliteiten die ik heb beter durven gebruiken. Soms ben ik immers te onzeker om een dribbel aan te gaan. Ik moet dus meer geloven in mijzelf. 

"Ik hoop dat de A-kern spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen."

We vroegen aan één van je trainers, Nicolas Poppe, of hij zich kan herkennen in het beeld dat je van jezelf schetst.

(Nicolas) Ik denk het wel. Ward is, zoals hij zelf zegt, tweevoetig maar moet nog meer zijn tweede voet durven gebruiken bij een passeerbeweging. Hij draait heel goed mee in de groep, maar bezit door zijn verleden bij een gewestelijke ploeg nog over heel veel groeimarge, en daar gaan we samen aan werken. Ik wil er nog aan toevoegen dat Ward voor zijn leeftijd zeer matuur is. Hij is bovendien positief ingesteld, ligt goed in de groep en is altijd zeer enthousiast. Het is een plezier om zo iemand in het team te hebben. 

(Ward) Ik ga heel graag trainen, zelfs als het regent en sneeuwt. Ik speel zo graag voetbal dat ik op dinsdag ook nog minivoetbal bij De Zotte Mutse uit Brugge. De voorwaarde van mijn ouders was wel dat ik een goed schoolrapport blijf hebben. 

Hoe doet de U10 het in wedstrijden, Ward?

We spelen matchen tegen bijna alle ploegen van 1A en 1B uit het Vlaamse landsgedeelte.
Er is nog geen klassement, maar de resultaten zijn heel degelijk. Anderlecht, Club Brugge, Lokeren en Gent zijn een maatje te groot, maar we kunnen onze voet zetten naast alle andere tegenstanders.

Volg je ook de competitie van de eerste ploeg?

Natuurlijk! Ik ga ook regelmatig kijken. Mijn favoriet is Yagan omdat hij op dezelfde positie speelt als ik.  Ze mogen niet degraderen want dat heeft enorme gevolgen voor de jeugd en dan spelen we niet meer op nationaal niveau. Ik hoop dat de spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen. 

Laten we hopen dat ze dit lezen, en goed in hun oren knopen! Tot slot, ik hoorde dat je een fervent verzamelaar was van de stickers van het plakboek van Cercle Brugge.

Van mijn ploeg was ik inderdaad het snelst klaar met het vullen van mijn boek. Ik ging een paar avonden naar de Carrefour, wachtte daar aan de kassa, en vroeg aan de mensen die de stickers niet moesten hebben of ik die van hen mocht krijgen, en dat lukte meestal. Ik vond dat plakboek een heel leuk initiatief van Cercle Brugge.

Bedankt voor het interview, Ward en nog veel voetbalplezier!

(D. Vermeersch)

Lees meer