koop tickets online
Shot-online
21/07/2017

Tienmaal kampioen.. - Pierre Hanon

Wie kan zeggen dat hij ooit de groen-zwarte kleuren in Cercles fanionelftal verdedigde, verdient lof. Wie ooit het paars-wit bij de eerste ploeg van Anderlecht aantrok, kan terecht iets hoger van de toren blazen. Wie ooit als Rode Duivel de eer van ons land verdedigde, mag er bepaald trots op gaan. Wierook vraagt hij niet, maar Pierre Hanon speelde bij Cercle, bij Anderlecht, werd landskampioen, werd bekerwinnaar zowel op nationaal als op Europees vlak, was een sterkhouder als Rode Duivel. Achtenveertig keren verdedigde Pierre ons nationaal elftal, maar het merkwaardigste getal dat hem siert, is …  tien.  Niet één speler in onze hoogste nationale afdeling behaalde  er meer keren dan hij de hoogste titel: tienmaal werd hij kampioen in onze eerste nationale! 

Op 1 juli 1970 werd je officieel  aangesloten bij Cercle, maar jou interviewen, Pierre, kan onmogelijk starten bij 1970. Daar ging al te veel aan vooraf…

Klopt, je moet zelfs niet lang na mijn geboorte, in Anderlecht, eind 1936, van start gaan. Ik was pas drie of vier jaar toen mijn vader, die een café openhield, tegen zijn klanten zei: “Gaan jullie wat opzij zitten, want de kleine moet hier voetballen.” Zeven jaar oud trok ik naar een groot veld waar we tegen elkaar voetbalden met vijftig tegen vijftig, als het niet met honderd tegen honderd was! Als doel zetten we palen in de grond, en het was niet te verwonderen dat het mensen van Anderlecht opviel dat ik een goed schot had, want ik schoot de palen omver.  Ik tekende een aansluiting bij paars-wit, speelde erbij voordat ik tien was en nooit heb ik bij een jeugdploeg van mijn leeftijd gespeeld, altijd hoger. Wat ik me bijzonder goed herinner, is dat de voorzitter van Anderlecht in ons café kwam en tegen vader en moeder zei: “Als díe niet in ons eerste elftal komt, dan komt er nooit iemand in!”

Ik dacht dat je zou beginnen bij Jef Mermans, Arsène Vaillant, Rie Meert, want althans mijn verste herinneringen aan paars-wit gaan terug tot deze Anderlechtpioniers. Misschien noem ik ze ten onrechte ‘pioniers’, maar vóór hun generatie, voor de Tweede Wereldoorlog, speelde Anderlecht nooit kampioen. Nu is paars-wit al aan dertig kampioenentitels toe!

Ik was tien jaar toen mijn favorieten hun eerste nationale titel binnenhaalden. Dat was in 1947. Zelf kwam ik in het eerste elftal toen ik bijna achttien was, in 1954-’55. We verloren thuis tegen Sporting Charleroi met 0-1, maar dat belette niet dat Anderlecht dan al voor de zesde keer kampioen werd. Toen ik in ’70 naar Cercle vertrok, kon ik bogen op iets dat door geen enkele speler overtroffen is: tienmaal kampioen van België! Onze beste reeks zetten we neer van 1964 tot ’68, met vijf kampioenentitels na elkaar. Het was heerlijk, te meer nog daar ons elftal enkel en alleen uit Belgen bestond. Om even terug te komen op de drie spelers die je daarnet vernoemde: met elk van hen heb ik samen in onze fanionploeg gespeeld, zij het slechts enkele keren. Bovendien was het Jef Mermans die mij leiding gaf en mij ons eerste elftal binnenloodste.

"Mijn beste tegenstander ooit?  Pélé!"

Wil  je voor onze lezers  een ruikertje plukken van je meest memorabele herinneringen aan spelers en wedstrijden van vóór je Cercletijd?

Aan de spits van mijn medespelers staan Pol Van Himst en Jef Jurion, samen met een verdediger zoals ik er nooit, zelfs wereldwijd, een betere heb gekend. Ook al is het wel voorgekomen dat zijn speelsheid ons een puntje kostte, een sterker verdedigende spektakelman dan hij, kwam ik nergens tegen. Zijn naam: Laurent Verbiest. Mijn beste tegenstander ooit: Pélé, tegen wie ik drie of vier keer uitkwam. Mijn mooiste herinnering bij de nationale ploeg: 5-1 winst tegen Brazilië, met drie doelpunten van Jackie Stockman. We hebben daar Brazilië zozeer van het veld gespeeld dat ze ons direct na de match al uitnodigden om hun het volgende jaar repliek te gaan geven op eigen bodem. Minstens de helft van onze spelers waren zo vooruitziende dat ze bedankten voor die return, en, jawel, we kregen er dan ook een 5-0 rammeling. Twintig minuten voor het einde was het nog maar 1-0, maar wegens ademhalingsproblemen bij dat vochtige, warme klimaat, stuikten we ten slotte helemaal in elkaar. Op Europees vlak is vooral de uitschakeling van Real Madrid met 1-0 op de Heizel onvergetelijk voor mij, met een doelpunt van Jef Jurion.

Halfweg 1970 trek jij naar Cercle Brugge. Hoe komt een voetbalmonument als Pierre Hanon ertoe, hoewel nog duidelijk ver af van zijn laatste voetbaladem, naar een matige tweedeklasser te trekken die drie jaar voordien nog in de derde klasse uitkwam?

Als ik naar Cercle gekomen ben, was dat niet negentig of negenennegentig maar honderd procent dankzij en voor Urbain Braems. Ik kon onder meer ook naar Club Mechelen, maar het was me duidelijk dat Urbain mij zeer hoog inschatte en hij overtuigde me dat hij mij echt van doen had. Ik kan niet omschrijven wat die overgang voor mij betekende. In het begin had ik het zéér, zéér moeilijk. Het verschil met Anderlecht was enorm. Ik was gewoon voor 30.000 mensen te spelen, kwam nu uit in het armzalige Edgard De Smedt-stadionneke voor een publiek tienmaal minder in aantal.Ook tijdens de week treinde ik ernaartoe voor avondtrainingen. Neen, je begrijpt het niet als je niet ervaren hebt hoe ánders het er bij  Anderlecht aan toe ging, bij Anderlecht met zijn perfecte accommodatie en materiaalvoorziening.  Dat alles terzijde gelaten waren er toch twee dingen die mijn motivatie hooghielden: ik wilde  hoe dan ook aan iedereen bewijzen dat ik het nog kon, en vooral, ik ben nooit, nooit in mijn leven zulke charmante, zulke vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle. Niet alleen maar toch in het bijzonder denk ik hierbij aan Gerard Versyp, aan Johan Versyp en aan Lucien Hautekiet.

"Ik ben nooit in mijn leven zulke charmante, vriendelijke mensen tegengekomen als bij Cercle."

En het ging goed bij Cercle! Zeer goed zelfs, aanvankelijk. Tijdens je eerste Cerclejaar al werd Groen-Zwart kampioen en promoveerde dus naar eerste. Ik kan niet voorkomen dat er hierbij toch een vraagje bij me opkomt. Na je unieke carrière bij Anderlecht  daal je af naar een tweedeklasser en direct promoveer je met dat ‘ploegje’ naar de reeks waaruit je weggestapt bent. Was je écht gelukkig met die gang van zaken? Kon  je met hart en ziel opnieuw naar eerste gaan – met Cercle…?

Oh, ja. Met Cercle kampioen spelen in tweede deed me evenveel plezier als kampioen worden in eerste. Zie je, als je een contract afsluit, dan moet je het respecteren. Je moet er volop achter staan, en dan besef je: “Nu speel ik met die ploeg, en net als vroeger komt het erop aan te winnen.” Lukt dat, dan heb je er evenveel plezier aan als iemand die al twintig jaar voor die ploeg speelt.

Het jaar daarop deed Cercle het lang niet onaardig in eerste. Groen-Zwart was vierde halfweg, eindigde als vijfde op één plaats van een Uefa-ticket.

Het begon al fantastisch. De eerste wedstrijd was thuis tegen … Anderlecht! We wonnen met 2-0. ‘k Weet niet of je dat kunt begrijpen, maar hoewel ook dan nog mijn hart voor Anderlecht klopte, was het Cerclegevoel dat mij toen aangreep, overweldigend. Een misschien vergelijkbaar gevoel doorstroomde mij ook bij onze zesde match. We staan 1-0 achter op het veld van Club. Ik pegel een vrije schop van op vijfentwintig meter keihard tegen het net van ex-Cercledoelman Sanders. Wie het gezien heeft, herinnert het zich, ongetwijfeld.  Carlos Desteur lepelde de bal van heel dichtbij op mijn voet, en … raak! Het was een enig mooi doelpunt, maar geen toevalstreffer. Week op week hadden we bij elke training dat nummertje ingeoefend. Zo haalden we 1-1 op Club, en niet veel later lukte het op Club Luik nog eens op die manier te scoren. Nogal wat ploegen hebben het nummertje nadien uitgeprobeerd, maar toch was het vrij vlug op geen enkel veld meer te zien. Was het geen toevalstreffer, efficiënt was het evenmin. Zelf kreeg ik op die manier tijdens de oefeningen gemiddeld zes keren op de tien de bal tussen de palen, maar het scorepercentage was toch wel aan de zeer lage kant. 

"Mijn hart klopte voor Anderlecht, maar het Cerclegevoel greep me toen aan."

Cercle eindigde het volgende seizoen, 1972-73, slechts als elfde. In het feestboek van Roland Podevijn bij Cercles negentigste bestaansjaar wordt dat onder meer toegeschreven aan langdurige kwetsuren, aan schorsingen en aan “wrijvingen met het bestuur (Pierre Hanon)”.  Was het juist geweest indien er niet had gestaan “wrijvingen met het bestuur”, maar “wrijvingen met trainer Grijzenhout”?

Wat je suggereert, klopt helemaal. Niet met het bestuur had ik problemen, enkel en alleen met de nieuwe trainer. Urbain Braems was, helaas, naar Antwerp vertrokken – helaas, want het ging mij onder Urbain zo goed dat ik onder hem misschien wel tot mijn veertigste in eerste klasse had kunnen meedraaien.Graag had hij mij meegenomen, maar mijn contract liep nog één jaar door, en daar hield ik mij aan. Ik moet het niet onder stoelen of banken steken, met de nieuwe trainer, met Han Grijzenhout, heeft het nooit geklikt. Het nam zulke proporties aan dat ik het na enkele maanden niet meer zag zitten. Gelukkiglijk had Cercles bestuur dan het begrip voor mij dat bij Grijzenhout ontbrak.

Het is niet als een stoute vraag bedoeld, Pierre, maar, ja, wat wil je, wij zijn allemaal mensen onderhevig aan psychologische wetmatigheden die ook wel de volgende vraag rechtvaardigen: Kan het bij jou een rol gespeeld hebben dat Grijzenhout als trainer een groentje was en jij als speler een doorgewinterde ex-topvoetballer?

Ik denk inderdaad dat dit heeft meegespeeld.Maar dat neemt niet weg dat Grijzenhout geen greintje respect voor mij opbracht, noch voor mij als persoon, noch voor mij in mijn specifieke situatie. De meeste Cerclespelers waren twintigers.  Ik was 35 jaar.  Ik had een schoolgaande zoon. Als die de vorige twee jaren in juli met vakantie was en de voetbaltrainingen herbegonnen, bezorgde Urbain mij een trainingsschema zodat ik een halve maand van een familiale vakantie kon genieten en daarna toch topfit op de trainingen verscheen. Geen sprake van zo’n situatiebegrip bij Grijzenhout. Integendeel, voortdurend behandelde hij mij alsof ik een spelertje was dat uit Bevordering kwam. Neen, ik heb nooit beweerd dat Grijzenhout op het vlak van het voetbalspelletje op zich geen bekwame trainer was, maar daar waar ik zeer bewust niet boven mijn medespelers uitkraaide, daar waar ik van meet af aan goed in de groep geïntegreerd was, daar waar jongens als John Bogaert, Julien Verriest en Franky Simon bereid waren  voor mij door het vuur te gaan, daar ontbrak het Grijzenhout aan elementair respect voor mij. Overigens: ik geef toe dat mijn houding tegenover Grijzenhout onbewust kan beïnvloed geweest zijn doordat ik bovenaan een heuvel stond en hij onderaan, maar is het niet evengoed mogelijk dat zijn houding tegenover mij voor een stuk juist te verklaren is door zíjn positie daar onderaan?

In overleg met het Cerclebestuur deed jij je derde jaar niet uit en daarna trok je naar Bergen.  Met succes? En wat deed je na Bergen?

Succes? Jawel, want we speelden kampioen in derde en promoveerden dus naar tweede. Ik begon als speler-trainer, maar vond het na een tijdje beter niet meer zelf mee te spelen. Maar, maar, maar … Zie, ik ben geen Vlaming, ik ben geen Waal, ik ben een Brusselaar en ik ben een Belg, maar als wat ik in Brugge en in Bergen heb meegemaakt typisch is voor Vlaanderen en Wallonië, dan is het met de Walen erg gesteld. Cercle was kleinschalig, maar alles was er altijd proper en in orde. Als ik in Bergen twee maanden na de kampioenenviering in de kleedkamers terugkwam, waren die nog altijd dezelfde varkensstallen als direct na die viering.  Mij gaat dat niet, zo’n gebrek aan orde, aan discipline, aan voornaamheid – ik kan er niet tegen. Lang heb ik het dan ook niet uitgehouden in Bergen. Daarna ben ik nog ruim tien jaar jeugdtrainer geweest bij Anderlecht, tot trainer Peruzovic mij voorstelde om de scouting voor de eerste ploeg op mij te nemen. Dat ik dit mocht doen, is voor mij een onvoorstelbare zegen geweest. Het werd het begin van een nieuw, een prachtig hoofdstuk in mijn leven.

Een nieuw, prachtig hoofdstuk in je leven?

Wat ging eraan vooraf? Het voetbal heeft mij eerst en vooral veel plezier bijgebracht.  Nu nog herhaalt mijn vrouw het dikwijls: “Je hebt in je leven geluk gehad. Je hebt kunnen doen wat je graag deed en je bent daar totaal in geslaagd.” Ten tweede heb ik dankzij het voetbal veel mensen leren kennen en veel interessante relaties aangeknoopt. En ten derde dank ik aan Koning Voetbal dat ik goed mijn brood heb verdiend, zozeer zelfs dat ik nu, inderdaad, na mijn voetbalcarrière een prachtig hoofdstuk aan mijn leven kan toevoegen. Het begon als scout bij Anderlecht. Als scout heb ik heel Europa doorgereisd. Dat reizen intrigeerde me zozeer dat ik intussen bijna heel de wereld heb gezien. Reizen is voor mijn vrouw en mezelf, ook nu nog, een festijn. Maanden lang bereid ik onze reizen voor, ter plekke weet ik altijd heel goed wat er het bezoeken waard is, en na elke reis vergt ook het vereeuwigen ervan weken, zo niet maanden tijd. Het bewerken van beeld, klank en kleur, zeg maar, het opmaken van hele filmreportages, vind ik meeslepend en verrijkend. Bijna, bijna geniet ik zoveel van mijn reizen als van het voetballen voordien. En dat is véél gezegd!

U las het al, lezer, Pierre Hanon vraagt geen wierook. Maar het minste dat gezegd kan worden is dat hij een sterke persoonlijkheid is. Hij is zichzelf en hij weet wie hij is. Hij is zich bewust van het toch wel uitzonderlijke dat hij als voetballer gepresteerd heeft. Als er iets is dat hij in zijn omgang met zijn medemensen vereist - en já, dat ís er! -  dan is het  ‘respect’. Wederzijds respect, respectvol benaderd worden en ontvangen respect met respect beantwoorden, bepaalt Pierres levenswijze en –filosofie overduidelijk. Als een vriendelijke, kordate gentleman, die ‘oude waarden’ als voornaamheid,  betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, netheid en vooral respect hoog in het vaandel draagt, zal ik me hem blijven herinneren. Toen Pierre gevraagd werd om voor Shot geïnterviewd te worden, antwoordde hij: “Ja, voor Cercle wil ik dat graag doen” (en ook dan zei  hij, letterlijk, dat hij nooit charmantere mensen dan bij Cercle heeft ontmoet). Ik heb het  hem niet gevraagd, lezer, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat hij er ook toe bereid  was geweest een interview toe te staan voor de supporters van RAEC Mons. 

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
“Machteld Live in Style” is voor drie jaar de nieuwe kledij sponsor van Cercle

De gekende fashion zaak voor dames en heren “Machteld Live in Style” (Torhoutse Stw 48 – Zedelgem) is de komende drie seizoenen kledijsponsor voor de Groen-Zwarte spelerskern, sportieve staf, beheerraad, enz…
Om dit even in de spotlights te plaatsen tekende, woensdagmiddag 13 september, de volledige ploeg, sportieve staf, voorzitter Frans Schotte, leden van de RvB van de cvba en de vzw, enz… present in de aangenaam ogende zaak van Machteld, haar man Luc en zoon Loïc.

Voor Cercle nam Algemeen Coördinator Mark Vanmaele het woord.  Hij wees er op dat er heel wat veranderde bij Cercle.  “Zowat 25 nieuwe spelers moeten het waarmaken.  Het is niet gemakkelijk om van meet af aan de perfecte match neer te zetten.  Wat volgens mij van belang is, is de kleedkamer (nvdr: toepasselijke uitspraak in de showroom van een kledingzaak…), wat er leeft.  Persoonlijk heb  ik er een zeer goed gevoel bij.  Ik ben overtuigd dat we een zeer mooi seizoen tegemoet gaan.

Buiten het sportieve wijzigde ook heel wat.  We hebben de communicatie aangepakt, we hebben (ook dank zij enkele bestuurders) de digitalisering ingezet.  We krijgen niet alleen steun van uit Monaco, maar ook van het “oude” bestuur.

We zetten ook veel in op de professionalisering.  Dit is veel mensen niet ontgaan.  Ook de media springen daar op.  Commerciële partners vinden hun weg naar Cercle Brugge.  Daarom ben ik vandaag ook zeer blij om het partnership te kunnen aankondigen met Machteld en Luc en met de schoenenzaak van mijnheer De Prêtre die de ploeg van “comfortschoenen” voorzag.  Via Bart en Danny (nvdr: onze commerciële mensen – account managers) hebben we elkaar heel snel kunnen vinden.  We wensen onze partners dan ook het beste in het zaken doen.”

"Commerciële partners vinden hun weg naar Cercle Brugge."

De echtgenoot van Machteld, Luc, nam de honneurs waar voor de zaak.  Na zijn verwelkoming beklemtoonde hij dat het voor hen een grote eer was om dit partnership met Cercle Brugge aan te gaan.  Hij verwees naar het mooie aan de vereniging met een zeer mooie en rijke traditie, de regionale verankering en een regionale- en nationale uitstraling.  “Cercle Brugge is vooral een voetbalvereniging die staat voor de waarden van een ‘true gentlemen and a true lady”, net dezelfde waarden die Machteld onderschrijft met dezelfde lokale, regionale en nationale uitstraling,” klonk het verder.  

“Als designer van de nieuwe outfit ben ik zeer fier dat het T-shirt welke ik vandaag draag deel zal uitmaken van uw nieuwe outfit”, richtte hij zich tot de spelers.  “Het is Winston Churchill die op de proppen kwam met het “V-teken”, wat staat voor ‘Victory’.  Laat dit T-shirt een “porte-bonheur” zijn voor de ganse vereniging.  Het T-shirt zal ook exclusief te koop zijn in de fanshop en bij Machteld.
Ik wens u veel succes toe dit seizoen.  Victory! “

Onze spelers kunnen dus “promeneren” met de sportieve Machteld kledij en de schoenen van De Prêtre orthopedie (winkels in Brugge (2), Aalst, Ieper, Lokeren en Oostende. 

"Victory"

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
14/09/2017
Cerle Brugge KSV
Ambitie - Gianni Bruno

Gianni Bruno is reeds van jongs af aan aanzien als een groot talent.  Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zijn jeugdopleiding kreeg bij Standard en Lille.  Zijn beroepscarrière speelde zich tot nu toe enkel in het buitenland af, nl. in Frankrijk en in Rusland.De openingswedstrijd van dit seizoen is meteen zijn officieel debuut in de Belgische competitie.  Dit interview met Gianni, zeer sympathieke jongen en een vlotte prater, is meteen het tweede opeenvolgende – na eerder deze week Benjamin Delacourt – met een Rijselse link.

Je naam verraadt je Italiaanse roots?

Mijn grootouders zijn inwijkelingen.  Mijn ouders zijn in Italië geboren, maar kwamen met hun ouders op zeer jonge leeftijd naar België.  Ikzelf zag het levenslicht in Luik, maar eveneens met de Italiaanse nationaliteit.  Toen ik op mijn vijftiende zou opgeroepen worden voor de nationale jeugdelftallen vroeg de voetbalbond me om ook de Belgische nationaliteit  aan te nemen.  Dat was geen probleem gezien ik in België geboren was.  Op die manier bekwam ik de dubbele nationaliteit.

Je vader was jeugdtrainer bij RFC Liège en het is dan ook niet verwonderlijk dat je daar voor het eerst tegen een bal trapte?

Klopt.  Mijn vader heeft een trainersdiploma en trainde o.a. ook kleinere ploegen.  Nadien deed hij ook scouting voor ploegen uit 1e en 2e klasse.  Hij ging dus veel wedstrijden bekijken en in het weekend vergezelde ik hem. Ik zag dus veel ploegen aan het werk.  Toen ik vijf jaar was (1996) trainde mijn vader de jeugd van RFC Liège.  Mijn oudere broer speelde er ook, de stap was vlug gezet.  Ik volgde dus mijn vader en broer.

Met de Luikse traditieploeg ging het financieel niet goed en in 2000 stapte je over naar de jeugdwerking van Standard?

Standard wou reeds enkele jaren dat ik bij hen tekende maar mijn vader was daar niet voor te vinden.  Hij was immers ook Club Luik supporter…  Toen de gebroeders Mpenza bij Standard tekenden, ik was een grote fan van hen, wou ik per se wel naar de Rouches.  Toen Standard dan opnieuw aanklopte mocht ik wel van mijn pa.

Na zeven jaar jeugdvoetbal bij Standard trok je naar het Franse Lille, ondanks een aanbod van “de Rouches”?

Lille volgde mij reeds van een jaar voordien.  Toen kwam er een concreet voorstel .  De dag dat ik besliste om te tekenen kwam er een voorstel van Standard. D’Onofrio contacteerde mijn vader, maar die gaf hem te kennen dat ik mijn beslissing reeds genomen had.

"Ik ben heel blij terug in België te zijn."

Je doorliep verder de jeugdrangen bij Lille (2007-2011) om vervolgens je debuut te maken bij de eerste ploeg. Meteen de start van een passage bij enkele Franse ploegen?

Inderdaad.  Tijdens het seizoen 2013-2014 werd ik uitgeleend aan Bastia.  Toen werd ik getransfereerd naar Evian, waar ik een contract voor vier seizoenen tekende.  Daar klikte het niet zo goed met de coach.  Na zes maand werd ik uitgeleend aan FC Lorient.  Na dat seizoen keerde ik terug naar Evian, maar die waren gedegradeerd naar D2.  Toen speelde ik zes maanden met Evian in tweede afdeling en vertrok vervolgens naar Rusland.In Evian vond ik immers geen plezier meer in het voetbal.  Ik voelde me niet goed in de stad.  Ook met de supporters verliep het niet vlot.  We speelden niet goed, haalden geen goede resultaten, het klikte niet met de coach, kortom: geen goede ervaring. 

In Rusland, bij Krylya Sovetov Samara, kon je het beter vinden.  O.a. bij coach Franky Vercauteren?

De timing van de competitie is daar anders.  Ik speelde twee maand onder Franky Vercauteren.  Hij wou me behouden en Evian leende me nog een jaar uit.  Ik speelde onder Vercauteren de vier eerste competitiewedstrijden en raakte dan gekwetst en was vijf maand out (met o.a. revalidatie in België).  Bij mijn terugkeer, in maart dit jaar, was mijnheer Vercauteren ontslagen en speelde ik de twee/drie  laatste maanden terug mee met Samara.  Dit was onder de Russische trainer Vadir Skripchenko.  De man sprak enkel Russisch, maar er was wel 24/24 een vertaler tegenwoordig.  Ik moest me echter wel opnieuw bewijzen gezien hij me niet kende, maar ik genoot zijn vertrouwen.  Zo viel ik eerst tweemaal in om daarna de tien slotwedstrijden te spelen.  Hij speelde me wel meer op de rechterflank uit dan op mijn favoriete centrale positie.  

Samara is een grote Russische stad.  Hoe was het om daar te leven?

Er leven ruim 1.200.000 mensen in Samara.  Het is een uur vliegen van Moskou.  Laat ons zeggen dat ze “un peu à retard” zijn, een beetje achter op onze moderne Europese wereld.  Ze zijn  niet even modern ingesteld als hier.   De mensen zijn er ook wat koud, meer gesloten.  Ik kende er echter geen problemen.  Op voetbalgebied verliep alles vlot.  De club was goed georganiseerd en ik maakte er heel wat vrienden.  Het was er goed voetballen en het was een goede ervaring voor mij.  Ik blik er zeer positief op terug!

Was je er alleen?  Ben je gehuwd?

Ik ben niet gehuwd maar sinds een jaar verloofd.  In september zijn we reeds negen jaar “samen”.  Zij verbleef een twee/drie maand bij mij in Rusland.

Je was ondertussen een vrije speler?

Ik lag nog onder contract bij Evian, maar de ploeg is tijdens mijn verblijf in Rusland failliet gegaan.  Vandaar ben ik vrij.

Reeds geruime tijd gaf je te kennen graag naar België terug te keren.  Er was reeds eerder interesse uit de hoek van Standard, Z.-Waregem, Moeskroen, YR KV Mechelen, …  Jij wou naar een ploeg met “un bon projet” .  Die heb je hier dus gevonden?

Mijn oorspronkelijke bedoeling was om in 1A te spelen.  Het is er echter moeilijk om een goed project te vinden waar ik in pas.  Sommigen haakten ook af op mijn loon/tranferkosten.  Doordat ik ondertussen een vrije speler ben, veranderde de situatie. Ik keek even de kat uit de boom.  Toen kreeg ik een telefoontje van mijnheer Riga die me perfect uitlegde wat de ambities van Cercle waren, de verhoudingen met Monaco, de doelstelling om kampioen te spelen, enz…
We hadden er beiden een goed gevoel bij en het contract volgde snel.

"Ik hoop dat we een super seizoen beleven en dat de supporters met plezier naar het stadion komen."

Een mediatitel was dat je via “la petite porte” terug naar België kwam maar dat dit wellicht geen slechte keuze is?  Naast de mogelijkheid om kampioen te spelen is er nog altijd de mogelijke deelname aan PO2 om je hogerop in de kijker te spelen?

Vooreerst wil ik hier spelen om kampioen te worden!  Ik voetbal nu reeds drie/vier jaar tegen de degradatie.  Het ging weliswaar om ploegen uit eerste klasse, maar die toch speelden om niet te degraderen.  Ik hoopte eindelijk eens te voetballen bij een ploeg waar de doelstelling “stijgen” is.  Het is zo dat voor een aanvaller het beter acteren is bij een ploeg die speelt om te winnen dan bij een ploeg die speelt om niet te verliezen…  Het project van Cercle is om kampioen te spelen.  Het is inderdaad zo dat ik via “la petite porte” België terug binnenkom, maar het zal voor mij mogelijks de grote poort openen.

Komende week, tijdens de openingswedstrijd op Westerlo, speel je je eerste officiële wedstrijd in de Belgische competitie.

Daar kijk ik echt naar uit.  Ik ben heel blij terug in België te zijn.  Dit vooral ook voor mijn familie.  Nu kunnen ze maximaal aanwezig zijn om naar me te komen kijken.  Voorheen zat ik telkens echt ver weg van Luik…  

Waar ga je wonen?

Ik betrek binnenkort een appartement dichtbij het centrum.  “J’adorre la ville de Bruges”!  Ook in Luik heb ik samen met mijn vriendin een appartement.  Zo kan ik ook af en toe in Luik verblijven, een stad waarvan ik eveneens hou, en zo ver rijden is het nu ook niet.

Wat verwacht je, voor jou persoonlijk en voor de ploeg, van het komende seizoen?

Persoonlijk hoop ik de ploeg te helpen met een zo groot mogelijk aantal doelpunten of beslissende voorzetten.  De ploeg helpen overwinningen te behalen, regelmatig te zijn gedurende het ganse seizoen en gespaard te blijven van blessures. Ik hoop van harte dat we een heel goede groep kunnen smeden.  Er zit heel veel individuele kwaliteit in.    Nu komt het er op aan er een groep van te maken.  Zonder het groepsgevoel kun je geen wedstrijd winnen.  Het is belangrijk om goed samen te werken en een goede mentaliteit te creëren.   Men heeft hier gepoogd om een zeer goed team samen te stellen, een mooi project, zeer professioneel.  Ik hoop dat we een super seizoen beleven en dat de supporters met plezier naar het stadion komen. 

Tot slot, weet je dat er een goede vriendschapsband bestaat tussen de supporters van Cercle en die van RFC Liège?

Ik heb daaromtrent iets gezien op het internet.  Best leuk.  Het was uiteindelijk mijn eerste ploeg.

(Georges Debacker)

Lees meer
Shot-online
28/07/2017
Cerle Brugge KSV
Crescendo

Hoewel deze term - het geleidelijk versterken van de toon - afkomstig is uit de (Italiaanse) muziekwereld, is deze overgangsdynamiek treffend voor wat we de voorbije weken meemaakten op Cercle.  Achttien op achttien, ik herinner me niet spontaan wanneer we dit eerder beleefden.  Bovendien is Groen-Zwart ook reeds acht wedstrijden op rij ongeslagen.  Ondanks tweemaal met tien man te moeten spelen en een 2-0 achterstand op “het Kiel”, vochten onze spelers met succes terug.  Niet mis voor een behoorlijk jonge ploeg met voornamelijk technisch talent.  De hand van coach Vercauteren laat zich voelen.

De wil om te winnen en te ‘vechten’ was zeer duidelijk in de voorbij wedstrijd tegen Roeselare.  Gezien de omstandigheden deed deze nipte overwinning dubbel deugd.  Met de beslissing van scheidrechter Dieperink om Lambot rood te geven bij de aangeschoten bal, was het net of hij ons de dieperik wou induwen.  Nog tal van zijn (en eerste assistent) beslissingen smaakten bij de Groen-Zwarte fans als een Zeeuwse slijkmossel.  Een Vlaams gezegde luidt: “Als je van een “Hollander” niet gekl**t wordt, is hij het vergeten” (sorry voor onze Nederlandse Cerclevrienden).  Wel, deze was het niet vergeten.  Zo oordeelde althans het grootste deel van de tribunes.  Het Bondsparket  oordeelde de maandag nadien terecht dat de uitsluiting (meer dan) voldoende was.  Zodoende kan Benjamin vrijdag aantreden op OHL.

Betreffende journalistiek kan men zich ook soms “blauw ergeren”, wat voor een Cerclesupporter natuurlijk dubbel erg is… Over de strafschopfase lazen we (digitale versie van grote kranten) dat Lambot de bal met de handen (meervoud) uit het doel haalde.  Nou jongens, die noemen zich dan journalist!  Even flagrant, zo niet flagranter, was de berichtgeving over het “besmeuren met verf van het eigen stadion”.  Aanleiding: één berichtje van een idioot op de sociale media.  De juistheid van het bericht verifiëren, of achtergrondinformatie opzoeken is voor bepaalde perslui (die naam niet waardig) blijkbaar te veel moeite.  Gelukkig zijn er tal van andere journalisten die hun werk wel au serieux nemen.

In een vorig stukje had ik het o.a. over het gebrek aan persbelangstelling voor 1B.  Anderzijds valt het wel op dat er naargelang wie er aan de leiding staat ruimere artikels over die ploeg verschijnen.  Zowel vorig seizoen als het huidige was de omvang van de artikels telkens ruimer als het ploegen aan de Schelde betrof …

Afin, wat natuurlijk écht van tel is, is onze positie.  In de algemene rangschikking staan we op de eerste plaats met o.a. het meest gescoorde doelpunten.  Op zich heeft die plaats (cf. Lierse vorig jaar) slechts een symbolische waarde.  Het kan wel zijn nut hebben bij de finalewedstrijden waar we vanzelfsprekend hopen van de partij te zijn.  Plaatsen we ons en staan we eerste, dan mogen we de belangrijke terugwedstrijd thuis spelen.  Ook zijn actueel enkel Cercle en Beerschot, indien ze niet promoveren, de twee enige ploegen die nu reeds mathematisch zeker zijn van deelname aan PO2.

Ook met de kijkcijfers gaat het crescendo.  We spreken niet over overvolle tribunes, waarbij  een groot deel van ons zich trouwens onwennig zou voelen, maar over een leuke bezetting met een goede sfeer.  De Brugse politie (en belastingbetaler) hoeft er zelfs geen agent extra  voor in te zetten/betalen …

Nog een uitsmijter: binnenkort wordt de “gouden schoen” uitgereikt.  Als de stemgerechtigden van nu de kortzichtigheid van hun collega’s destijds willen rechtzetten, dan is er maar één mogelijke winnaar: postuum drievoudig topschutter Josip Weber!  Al is het symbolisch  …

Tot slot nog een treurige vermelding, maar met onze hoop dat het goed afloopt.  Na de wedstrijd tegen Roeselare werd Alexander Boi, broer van Fré, nog in volle euforie van de winst, voor zijn deur aangereden.  Alexander verkeert op het ogenblik van dit schrijven nog in kritieke toestand.  We wensen de ganse (Cercle-)familie Boi veel sterkte en hoop op een goede afloop.

Cerclevrienden, steun Groen-Zwart in deze laatste vier cruciale wedstrijden van de reguliere  competitie door uw aanwezigheid én aanmoedigingen.  We zijn er bijna, maar nog niet helemaal.  Kent u het liedje nog?

Laat ons crescendo gaan/spelen…

Leve Cercle!

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online

Lees meer
Shot-online
30/01/2018