koop tickets online

Wat nu? - Willy Craeye

Wat nu?  Blijkbaar kan zoiets zelfs nadat je al een respectabel aantal oud-Cerclespelers geïnterviewd hebt: Je komt thuis, en je vraagt je af: “Hoe leg ik dat aan boord?  Hoe slaag ik erin een correct beeld weer te geven van een mens die al te eenzijdig uit de verf komt als ik alleen de woorden weergeef die hij mij liet horen?”  Doe ik niet meer dan dat, schrijf ik alleen Willy’s antwoorden op de gestelde vragen neer, dan zou de lezer zich hem wel eens  met een al te donkere bril op kunnen voorstellen.  Werd ons gesprek gefilmd, dan kon de kijker zien dat dergelijke indruk niet klopt.  De belangrijkste oorzaak hiervan komt erop neer dat Willy, nu 78 jaar, tegelijkertijd weinig interesse heeft behouden voor wat hij als Cerclespeler 60 jaar geleden heeft gepresteerd en dat dit verleden toch een deel uitmaakt van de persoon die hij is op de dag van vandaag.  Een gezellige, goedlachse persoon is hij, die echter een stuk verleden in zich draagt, waarvan hij niet kan verhelen dat het hem is tegengevallen.  Zou ik het als ‘een brok onverteerd verleden’ brandmerken?  Neen, dat niet, ‘k geloof niet dat Willy er in de voorbije halve eeuw ook maar één uur van wakker gelegen heeft, maar vraag je hem expliciet naar ‘de tijd van toen’, dan brandt ‘de waarheid’ op zijn tong.

De waarheid?  De waarheid?  Daar moet ik verder over uitweiden, al gaat er een vrij lange aanloop aan vooraf…

Ik was enthousiast toen onze hoofdredacteur, Georges Debacker, me voorstelde Willy Craeye te interviewen.   Ik herinnerde me Willy immers heel goed.  Destijds, zo lang geleden, had hij als jong Cerclespeler indruk op mij gemaakt.  Na vier jaar in Derde werd Cercle kampioen tijdens het seizoen 1955-1956.  Ik stond vol bewondering in vuur en vlam voor de kampioenenploeg: Raoul Verleye, Marin Roye, Maurits Crépain, Roger Claeys, Adhémar Slabbinck  Jackie Decaluwé en de bijna uitsluitend Antwerpse voorlinie met Vic Derboven, Richard Van Gassen, Français Loos, Guy Thys en onze bloedeigen Pierre Schotte.  Geen wonder was het dat ik met grote ogen opkeek naar enkele beloftevolle jongeren die van zich lieten spreken en voor nieuw bloed zorgden tussen de zopas vernoemde ‘oude ratten’.  In het bijzonder Gaston Eeckeman en Willy Craeye, in mindere mate ook Herman Houf, stelden mij, zelf nog jonger dan die nieuwe sterren aan het Groen-Zwarte firmament, gerust dat Cercle stand zou houden in Tweede.  Willy Craeye imponeerde mij als een aalvlugge aanvaller met goede invallen die op een eigen, onverwachte manier een gevaarlijke aanval kon lanceren.  Heel goed herinnerde ik me echter ook dat hij na weinige wedstrijden plots uit het Groen-Zwarte blikveld verdwenen was, helemaal verdwenen eruit, zonder dat ik er enig idee van had hoe dat kwam.  Ja, het kwam goed uit dat me voorgesteld werd Willy te interviewen.  Ook na zo lange tijd vroeg ik me af hoe het kwam dat hij er ‘al met eens’ niet meer was.

Bijgevolg: als interviewer fietste ik met licht gemoed en heel nieuwsgierig naar Willy’s woonst in Sint-Andries?  Toch niet!  Nieuwsgierig was ik wel, maar vederlicht viel dat gemoed van mij niet uit.  Stel je voor: Toen Georges Debacker Willy contacteerde vroeg onze ex-Cerclist hem: “Durft je interviewer de waarheid neer te schrijven?”  “Oei,” dacht ik toen Georges me dat zei, “er zal iemand Willy lelijk tegen de schenen getrapt hebben…  Natuurlijk, natuurlijk mag ‘de waarheid’ het daglicht zien, maar het wordt delicaat als Willy namen vernoemt van wie hem onrecht zou hebben aangedaan.  Onvermijdelijk zal het interview een verhaal uit één mond worden, waarbij wie aangeklaagd mocht worden geen kans heeft op een repliek.  Hopelijk, vooral, komt hij niet voor de dag met een zo kwalijk verhaal dat het beter in de nevelen van het verre verleden verdampt dan dat het nu nog bovengehaald wordt.”

Mocht u, lezer, enigszins in mijn ongerustheid gaan delen zijn, dan kan ik u meteen gerust stellen.  Willy weet zich onheus behandeld, maar het gaat om feiten waarbij een buitenstaander denkt: “Ja, dergelijke zaken komen, helaas, al te dikwijls voor.  Aanvaardbaar zijn ze niet, maar we leven nu eenmaal in een wereld waar een ideale gang van zaken ver te zoeken is.”  Willy, echter,  commentarieert: “Je moet dat zelf hebben meegemaakt als een jong spelertje, zo’n gebrek aan teamspirit en zo’n tekort aan psychologisch inzicht, om te begrijpen wat voor een dégoût zoiets  oplevert.”

Er zijn drie zaken die Willy aanklaagt.  Laat me ze eerst inkaderen.  Tijdens Cercles eerste jaar in Tweede, 1956-’57, speelde hij één wedstrijd in het fanionelftal.  Het jaar erop elf wedstrijden.  Het is niet uitzonderlijk dat begaafde spelers vrij jong debuteren in een eerste elftal, maar Willy was bijzonder jong, pas 17 jaar.  Begrijpelijkerwijze, en niet ten onrechte, droomde hij van een heerlijke toekomst als voetballer.  Meer dan hem lief was echter wist hij zich gedwarsboomd door de Antwerpse, altijd geselecteerde, voorspelers, die “samen in dezelfde auto uit Antwerpen naar Cercle reden”.  Dat ‘dwarsbomen’ zou Willy wellicht geredelijk aanvaard hebben, was het niet dat hij zich als slachtoffer geviseerd voelde.  Dit vooral ging hem tegen: in het toenmalige WM-systeem met vijf voorspelers werd hij meermaals niet als hoekspeler maar als inside, dat betekent tussen de midvoor en de hoekspeler, opgesteld.  En trainer Guy Thys plaatste hem daar om Vic Derboven te sparen, om Vic ademtijd te geven tussen zijn acties door.   Een hoekspeler hoefde immers niet voortdurend, onophoudelijk, te draven, zoals een inside dat wel moest doen.  “Dat, zoiets, een jonge voetballer met een lichaam dat op die leeftijd nog niet volgroeid is, met zo’n zware opgave belasten zodat je eigen favoriet het wat rustiger aan kan klaren, dat doe je niet. Het is fysiek en psychologisch onverantwoord,” klaagde Willy aan.  En als illustratie voegde hij eraan toe dat hij in een wedstrijd tegen A.S. Oostende kort na drie, vier, opeenvolgende spurten plots alleen verscheen voor de toenmalige nationale doelwachter, Pol Gernaey, maar dat hij het niet verder bracht dan hem het leer zomaar zonder enige kracht in de handen te shotten.

Het tweede dat Willy zwaar tegen de borst stootte, was van een heel andere aard.  Hij vond het niet alleen eigenaardig maar zelfs oneerlijk vanwege Cercle, maar speelde hij bij de fanionelf, dan stortte Groen-Zwart slechts de helft van het bedrag dat de andere spelers verdienden, op zijn spaarboek.   Dat geen geld aan spelers onder de 21 jaar in de hand uitbetaald werd, kon Willy  aanvaarden, maar dat halveren van het bedrag zat hem hoog.

En het derde waarover Willy zozeer niet te spreken was dat hij het niet kon verzwijgen, is het feit dat Cercle hem na het einde van het seizoen 1957-’58 niet liet meegaan naar A.S. Oostende met Louis Versyp, die in de loop van het voorbije seizoen bij Cercle Guy Thys als trainer vervangen had.  Versyp had Willy graag meegenomen en hem zelfs verzekerd van een plaats in het eerste elftal.  Vermoedelijk, zo denkt, Willy, stelde Groen-Zwart dat veto om te voorkomen dat hij, Willy, bij een rechtstreekse tegenstander terecht zou komen.  Uiteindelijk belandde hij bij F.C. Eeklo, een afdeling lager, en dat na bijzondere inspanningen vanwege het Oost-Vlaamse team, niet dankzij Groen-Zwarte medewerking. 

"Een buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen."

Is het dat, slechts dat, wat het interview opleverde: Niets dan klachten, niets dan negatieve terugblikken bij een speler die het in een ver verleden niet heeft weten waar te maken bij Groen-Zwart?  Wilt u onze ex-Cerclist begrijpen, hem ‘naar waarheid’ inschatten, dan is het nodig dat u meer weet over hem en zijn specifieke persoonlijkheid.  Willy is nooit ‘een voetbalbeest’ geweest.  Dat was hij niet eens toen zijn toekomst als voetballer hem het meest rooskleurig leek.  Als knaap voetbalde hij dolgraag.  Hij woonde in de Ganzenstraat in Brugge en voortdurend voetbalde hij … doorgaans alleen, zelden met vrienden dus, voortdurend de bal tegen de muur shottend.   Toevalligheden leidden hem naar Cercle.  Verschillende keren ontmoette hij Lucien Dhondt, destijds overbekend als Cerclefiguur en als leverancier van bananen, onder meer aan zijn grootmoeder, die een groentewinkel had in de Oude Gentweg.  Een nicht van Willy was getrouwd met Pietje Roggeman, één van mijn favoriete spelers bij het Cercle van niet zo lang na de Eerste Wereldoorlog.  Hoe weinig belang Willy ook aan de kleuren hechtte, het tapijt dat voor hem open gespreid lag, kleurde Groen-Zwart.  Bijzonder typisch voor Willy is het volgende.  Hij speelde weinig bij de Cerclejeugd doordat hij vroeg bij de reserves en de eerste ploeg terecht kwam, maar tijdens de korte tijd dat hij bij de scholieren of de juniores speelde, scoorde hij aan de lopende band.  Bij de eerste ploeg echter trof hij slechts éénmaal raak. Hij scoorde die enige goal als openingstreffer in een thuismatch tegen Racing Doornik, wedstrijd die uiteindelijk op 1-2 verlies uitdraaide. Van naaldje tot draadje kan Willy dat pareltje van een doelpunt beschrijven:  rechts kreeg hij juist voor ‘de zestien’ de bal van ver toegespeeld, hij dribbelde een paar verdedigers, liep met de bal een heel eind naar links, voerde een verrassende crochet uit, keerde terug totdat hij weer midden de breedte van het veld net buiten de zestien terechtkwam, en als bekroning van deze knappe actie knalde hij het leer keihard in de winkelhaak.  Wat hierbij zo typisch is voor Willy is vooreerst de oogstrelende makelij van het doelpunt, maar vooral de commentaar die hij zestig jaar later laat volgen op zijn beschrijving ervan.  “Ik was blij,” zegt Willy, “ja, ik was blij, dat wel, maar ik voelde niks van de euforie zoals vele spelers tegenwoordig demonstreren als ze gescoord hebben.  Zo’n buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen.”  Enigszins in de zelfde lijn ligt wat hij vertelt over zijn verhouding tot zijn medespelers: met iedereen kwam hij goed overeen, maar actief deelnemen aan hun gebabbel lag hem niet, zich volop opgenomen bij die leuke bende voelde hij zich niet.  

En nu, al ben ik geen psycholoog,  hopelijk gunt u het mij, lezer, dat ik even verder nadenk over de verhouding tussen Willy’s persoonlijkheid en de betekenis van Koning Voetbal in zijn leven.  Welnu, ik vroeg Willy of hij tijdens de voorbije jaren  goed zijn boterham verdiend had.  Hij antwoordde mij dat hij 38 jaar in het onderwijs had gestaan, als technisch leraar in de afdeling houtbewerking van het Koninklijk Atheneum van Knokke-Heist.  Met terechte fierheid wees hij mij op het kunstvolle meubilair in zijn living, allemaal zelf gemaakt.  U las al dat Willy geen ‘voetbalbeest’ was.  Koning Voetbal, Cercle Brugge evenmin, heeft ooit wortel geschoten in hem.  Van binnen uit is Willy iemand die meer dan Jan met de pet geniet van wat hij als ‘schoon’ ervaart, van het artistieke, van wat het gewone op een kunstige wijze te boven gaat.  Dat is zelfs zo als het om een doelpunt gaat…  Mij was het niet moeilijk zijn standpunt te begrijpen bij de donkere toekomstvisie voor het voetbal, wereldwijd, die hij, eerder vluchtig, uit de doeken deed toen we daar verder over praatten.  Maar eigenlijk interesseert hem dat niet.  En in welke mate Cercle hem interesseert, bleek overduidelijk uit zijn antwoord op mijn vraag hoe hij tegen het Cercle van vandaag aankijkt.  Twee wedstrijden voor het einde van het eerste periodekampioenschap antwoordde hij: “Ik hoop dat ze erin blijven.”  Neen, zijn wens dat Cercle niet zou degraderen, was niet ironisch bedoeld…

En nu heb ik het wat moeilijk, lezer.  Terecht portretteer ik Willy Craeye als een ex-voetballer voor wie de lederen bal lang niet centraal staat in zijn leven, maar ik vrees dat wat u gelezen hebt de indruk nalaat dat ik hem in de eerste alinea ten onrechte als gezellig en goedlachs heb bestempeld. Wat u las, gaat daar niet tegen in.  “Om naar een voetbalmatch te gaan kijken heb ik geen cent over”, zegt hij, maar van ‘een terrasje’ kan hij echt genieten, en jarenlang al komt hij wekelijks samen met een uitdunnend groepje kameraden.  ‘Uitdunnend’, want onder meer Gaby Savat, jarenlang een door vriend en tegenstander gewaardeerde Clubspeler, is er niet meer bij.  Enkele weken geleden bezocht Willy, samen met Gaston Eeckeman, hun vroegere blauw-zwarte tegenstander in het rusthuis waarin hij verblijft.

"Ondanks alles acht ik mij een gelukkig mens."

Ik beëindigde het interview met een ietwat schalkse vraag. In oktober 1956 verloor Willy zijn eerste match bij Cercle, thuis tegen Racing Tienen, 0-1,  en anderhalf jaar later werd ook zijn laatste Cerclematch een nederlaag, 2-1  op Patro Eisden.  Of hij misschien een ‘geboren loser’ was, vroeg ik hem.  Rustig verzekerde mijn gastheer mij dat hij zich een gelukkige mens acht “omdat mijn vrouw en ik op onze leeftijd nog elke dag samen kunnen genieten van ‘t gene dat we hebben na al wat we zijn tegengekomen.”  Op dat ogenblik had Willy al verteld hoe hij bij Eeklo als voetballer niet had kunnen doorbreken wegens een bijzonder zware hersenschudding die hij nog voor zijn transfer bij een voetbalmatch onder militairen had opgelopen toen een bal van dichtbij keihard tegen zijn hoofd werd geschopt.  Een volle maand verbleef hij in de kliniek en de dokter liet er geen twijfel over bestaan: de gevolgen ervan zouden blijven natrillen, nooit meer zou hij kunnen voetballen als voordien.  Maar het was niet daaraan dat Willy dacht toen hij te verstaan gaf dat hij en zijn vrouw met heel wat tegenslagen werden geconfronteerd.

Neen, het ziet er niet naar uit dat er ooit iemand voor de dag komt met een uitgebreide biografie van Willy Craeye.  Zou het schrijven ervan de moeite lonen?  Wel, uniek zou die biografie zeker zijn.  Net zo uniek zou die zijn, lezer, als die over u, als die over mij en als die over onze buurman.  Geenszins bedoel ik daarmee dat die alledaags zou zijn, wél dat iedereen op een eigen, merkwaardige, wijze zichzelf is en beleeft wat hij of zij meemaakt.  Mij zal Willy bijblijven als een bijzonder getalenteerde jonge voetballer, wiens hart, binnen en buiten het voetbalspel, nooit op de eerste plaats klopte met het oog op sensatie of succes, maar des te meer voor het oogstrelende, het kunstvolle, het gracieuze.

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 239)

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 239)
(periode van 04-11-1961 -> 11-11-1961)

  • Cercle

Cercle had van de komst van Beerschot geprofiteerd om een kostbaar puntje in de wacht te slepen.  Konden de groen-zwarten dit herhalen tegen de rood-witte stadsgenoten van Beerschot ?  Op de negende speeldag kregen ze alvast de kans om, in eigen huis hun puntensaldo wat aan te dikken…

Cercle Brugge – Antwerp F.C. 3-1  -  Geestdrift en strijdvaardigheid aan de basis…

“Zelfs als Cercle met zware cijfers op Olympic, Club Luik en Standard geklopt werd, was de sportpers het eens om te zeggen dat de Brugse nieuwelingen goed en aantrekkelijk voetbal speelden, maar opvallend de nodige kracht, hardheid en snelheid misten om nu reeds in eerste klasse volwaardig te renderen.  In andere woorden gezegd, de groen-zwarten waren te braaf en lieten zich te gemakkelijk maneuvreren door meer geroutineerde en geharde tegenstrevers, die reeds jaren het klappen van de zweep kennen.  En zie, in een paar weken is dit volkomen veranderd.  Cercle, die noodzakelijkerwijze naar het defensieve wapen greep, heeft zowel tegen Beerschot als tegen Antwerp met klank bewezen, wel de onontbeerlijke geestdrift en wilskracht te kunnen opbrengen om voor de broodnodige puntjes te kunnen vechten en dit met een verrassend succes.  Het waren immers in het bijzonder voornoemde factoren die de nochtans fel gehavende Brugse ploeg toegelaten heeft de “mennekens” in bedwang te houden en thans Antwerp haar eerste nederlaag op verplaatsing toe te dienen.  Alhoewel de groen-zwarten op papier geen schijn van kans werd toegekend om de Sinjoren ook maar enigszins te bedreigen, zijn ze er niet alleen in geslaagd door een stevige verdediging de roodbroeken te remmen, maar ook en vooral door hun snedige en geestdriftige uitvallen de Antwerpdefensie uit haar evenwicht te krijgen en tot driemaal toe te verrassen !  Overdreven was dat zelfs niet eens, want met een tikje meer beheersing vanwege Daels en Notteboom waren er beslist nog een paar doelpunten bijgekomen.  Reden om laatstgenoemde Cerclespelers hiervoor een steen te werpen is er echter in geen geval, evenmin als naar Wittevrongel wiens flater het enige doelpunt der gasten meebracht, want allen hebben zich als één man en met ware leeuwenmoed in de harde strijd geworpen.  Deze hebben ze trouwens ruim verdiend tot een goed einde gebracht, hetgeen een juiste beloning was voor hun allesgevend en niet-versagend presteren.  Want aan het verdiende van de lokale overwinning was er niet het minst te tornen daar waar Antwerp voor haar verlies weinig verontschuldigingen kan doen gelden, tenzij het uitvallen van back Adriaensens en vooral het feit dat zij in een slechte dag was…


Technische  krabbels…
Cercle Brugge  -  Antwerp F.C.  3-1


- opkomst : 9.000 toeschouwers.
- terrein : uitstekende staat.
- weersgesteldheid : aanvankelijk betrokken, daarna zon, lichte wind dwars over ’t veld.
- leiding : ref. Casteleyn, bevredigend.
- fair-play : bijna voorbeeldig.
- corners : Cercle 4, Antwerp 6.
- doelpunten : 25’ Daels 1-0, 42’ Notteboom 2-0, 47’ Declers 2-1, 57’ Notteboom 3-1.
- Cercle : Mortier, Serru, Decock, Baas, Wittevrongel, Demey, Notteboom, Daels, Michiels,
  De Caluwé, Orlans.
- Antwerp : Cooremans, Wouters, Adriaensens, Mees, Van Ginderen, Janssens, Beyers, Deckers, Van Gool, Bohez, Reniers.

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Pablo Vermote

SHOT sprak met … Pablo Vermote 

Content creative” & jeugdtrainer


“Misschien niet de beste, maar wel de mooiste vereniging van ‘t land…” We spraken Pablo Vermote, de man die sinds enkele maanden samen met het communicatieteam o.a. de sociale media bij de Vereniging stoffeert. We leerden de sympathieke Bruggeling kennen een dag voor de aftrap tegen Union St. Gillis. Of hoe de liefde voor Cercle nog maar eens een stem en een gezicht kreeg.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … John Fiers

SHOT sprak met … John Fiers

Aanspreekpunt Persoonlijk Integriteit (API)

Heden ten dage rusten er heel wat verplichtingen op onze voetbalploegen.  Zo is vanaf 2023 een “aanspreekpunt Persoonlijke Integriteit” vereist.  Bij de Cercle-jeugd zal deze taak ingevuld worden door John Fiers.
Dat John, met heel wat Cercle-achtergrond, niet in een onbekend avontuur stapt, moge duidelijk zijn na het volgende gesprek dat ik met hem had.

Ik wou starten met de klassieke vraag “stel uzelf eens voor”, maar kreeg meteen ook het antwoord mee op pakweg de volgende drie vragen op mijn lijstje.  Lees dus even mee:

Ik ben geboren in Oostende en heb net een carrière achter de rug bij Defensie.  Daar was mijn taak enerzijds mekanieker vliegtuigen, maar daarnaast ook een vijftiental jaar vertrouwenspersoon.  Ik werkte voor de “Preventieadviseur psychosociale aspecten” (stond ook in voor zo’n 6000 personeelsleden van Defensie – ook in internationale humanitaire operaties) en was tevens milieucoördinator.  Ik werk ook voor “Voetbal Vlaanderen” als clubondersteuner.  Ik heb een zestigtal Provinciale, Interprovinciale en gewestelijke ploegen onder mijn bevoegdheid.  Die bezoek ik een tweetal maal per seizoen.  Ik ben ook lesgever aan de Vlaamse trainersschool.  Daar geef ik de “Uefa C” en “instructeur B”.

Sinds kort ben ik op pensioen en de TVJO (Technisch Verantwoordelijke Jeugd Opleiding) en ATVJO (adjunct) vroegen mij om de functie op te nemen van API.  Vanaf 2023 wordt dit een verplichting.  Gezien mijn verleden stemde ik toe.  Een twintig jaar terug was ik zo’n negen jaar actief bij de Cercle-jeugd.  Mijn twee zonen speelden er ook.  Ik was er trainer, jeugdcoördinator, organiseerde er als eerste de sportkampen en ook bij het International Yought Soccer Challenge Tornooi was ik een drijvende kracht.  Ik mag zeggen dat ik een “groen hart” heb.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 238)

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 238)
(periode van 21-10-1961 -> 28-10-1961)

  • Cercle

De volgende wedstrijd, een uitwedstrijd, beloofde alvast geen gemakkelijke match te worden.  En dat was dan nog zacht uitgedrukt.  De groen-zwarten dienden het immers op te nemen tegen landskampioen Standard.  Maar gelukkig moet elke wedstrijd altijd gespeeld worden en dat maakt het altijd toch weer spannend.  De verrassing van een onverwacht resultaat, punten halen waar niemand die voorzien had,…  Zou ook Cercle, in een begenadigde dag, daar eventueel toe in staat zijn ?  “Veritas” spoorde, in opdracht van “Het Brugsch Handelsblad”, mee richting Luik en hoopte er alvast het beste van… :

Standard Luik – Cercle Brugge 7-1  –  De Luikse kampioenen op hun best !

“Voor het eerst dit seizoen konden de Belgische kampioenen met hun voltallige samenstelling opkomen en Cercle heeft daarvan de gevolgen moeten dragen : niet minder dan zeven maal moest een nochtans voortreffelijke Mortier zich omdraaien en het hadden er nog meer kunnen zijn ware het niet dat de Rouches tijdens de laatste 20 minuten het wat gemakkelijker opnamen.  Het dient gezegd dat Standard op ons een grootse indruk heeft gelaten : vooral de voorhoede, waarbij wij vooral Claessen en Crossan opmerkten, was niet te houden en het gaf de indruk dat de Luikenaars op deze genadedag wellicht de beste ploegen hadden baas gekund.  Hun overwicht was bijwijlen zo groot dat zelfs back Vliers mee in de aanval kwam.  In ieder geval namen de lokalen volledig het middenveld voor zich en het duo Bolzée-Houf, daarin geholpen door de onvermoeibare Ier Crossan, kon zich vanzelfsprekend volkomen uitleven.  Hoeveel keren Houf keeper Mortier onder vuur nam kunnen wij zelfs bij benadering niet schatten, feit is in ieder geval dat de groen-zwarten, die dan nog gevoelig gehandicapt waren na de rust door het uitvallen van Perot, een ware voetballes kregen.  Na de zevende competitiedag moeten wij vooral vaststellen dat het Cercle nog steeds mangelt aan snelheid : het ritme van de hoogste klasse hebben de groen-zwarten nog steeds niet vast.  Indien men het middenveld onvoorwaardelijk aan de tegenstrever prijsgeeft, is het noodzakelijk dat de tegenaanval buitengewoon snel afgewerkt wordt om verrassend te zijn, vermits de aanvallers steeds numeriek in de minderheid zijn.  Welnu, wat zien wij : telkens Nemes of Michiels in het bezit van de bal komen, wandelen zij omzeggens vooruit, tot er voldoende medespelers mee zijn, doch intussen zijn de puntspelers natuurlijk gemarkeerd en is alle gevaar bezworen.  Wat een verschil met Richard Orlans, die thans beter speelt dan in zijn glorietijd bij Gantoise.  Deze gaat in één tijd recht naar doel en samen met Bailliu kan hij een bestendig gevaar voor de tegenstrevers betekenen, indien hij oordeelkundig aan het werk gezet wordt.  De Gentse postbediende was op Sclessin weer op zijn best en met een tikje meeval had hij zeker twee doelpunten gescoord.  De eerste keer een vijftal minuten voor de pauze, toen de stand 2-0 was en een slecht ontzetten van de Waalse stopper Marchal Orlans alleen voor Nicolay bracht en de scheidsrechter voor ingebeeld handspel floot…  Op de tegenaanval werd het echter 3-0 in plaats van 2-1 !  De tweede keer na amper twintig seconden in de 2e helft, toen Richard vanop 20 meter een fantastische kei afvuurde, die helaas tegen de binnenkant van de paal te pletter sloeg en die Bailliu dan voor de open doelmond hoog over zette.  Hebben wij reeds de twee verdienstelijkste Cerclespelers vermeld : Orlans, die de vergelijking met Paeschen glansrijk zou winnen en van het opgetogen Standardpubliek na de wedstrijd bij het verlaten van het terrein, een ware ovatie in ontvangst mocht nemen, en Mortier die vooral in de 2e helft minstens een half dozijn zekere doelpunten voorkwam, dan konden verder alleen Bailliu, voor zijn onverpoosd zwoegen, Vanderhaeghen in mindere en De Caluwé in meerdere mate, voldoen.  De anderen moeten op de eerste plaats sneller gaan spelen, zo niet zal Cercle nog dikwijls dergelijke pillen te slikken krijgen.  Wellicht kan ook het feit dat de groen-zwarten gedurende praktisch de ganse 2e time met tien man moesten spelen (Perot moest immers definitief het veld verlaten aan de 55e min.), ter verontschuldiging worden ingeroepen…”


Technische  krabbels…
Standard Luik  -  Cercle Brugge  7-1


opkomst : 25.000 toeschouwers, spijt de tramstaking.
leiding : ref. Dandois, een tikje home-getint.
weersgesteldheid : ideaal om te voetballen, met evenwel een lage hinderende zon.
terrein : zeer goed.
fair-play : hard doch correct.
corners : Standard 6, Cercle 4.
doelpunten :
  4e min. : de wedstrijd was amper 4 minuten oud, toen Crossan –wat een reuzespeler– de
  heroptredende Semmeling lanceerde.  Decock was genoodzaakt een foutieve sliding uit te
  voeren om de lokale rechtsbuiten te stoppen : de free-kick werd ver over de hoofden voor
  doel gezet, waar Paeschen met het hoofd hernam en Sztany de beslissende toets gaf : 1-0.
  12e min. : een prachtig persoonlijk staaltje van Claessen, die de ganse defensie oprolde,
  Mortier uit zijn kooi lokte en met een grondscherend schot raak besloot : 2-0.
  42e min. : Crossan dreef met de bal op, zette gemeten voor aan de spurtende Sztany, die een
  boogballetje voor doel plaatste, waar Mortier in duel met Claessen, de bal wegsloeg in de
  voeten van Crossan die in de vlucht nummer drie scoorde : 3-0.
  Ondertussen had Cercle nochtans een niet onaardige repliek gegeven en zo voorkwam
  Nicolay een zeker doelpunt met in de voeten van de vlugge Orlans te duikelen en had
  Bailliu van een niet een scherpe voorzet van Nemes gerateerd, toen de Waalse portier
  geklopt scheen.  Het onontbeerlijke tikje geluk was er evenwel niet bij.  In het begin van de
  2e helft werd Perot aan de knie gewond bij een balbetwisting met Sztany.  Hij sukkelde nog
  een paar minuten mee vooraan, doch moest weldra definitief het veld verlaten.  Dank zij
  deze numerieke meerderheid zou Standard dan aan een ware demonstratie van efficiënt
  voetbal beginnen en op amper een goed kwartier wezen de bordjes 7-0.
  54e min. : een afgeweerd schot van Claessen, Paeschen schoot raak in de verste hoek : 4-0.
  58e min. : een prachtige volée van Claessen : 5-0.
  65e min. : op hoekschop plaatste Crossan tegen de paal, Claessen hernam van dichtbij : 6-0.
  69e min. : een achterwaartse pas van Paeschen naar Crossan gevolgd door een puik
  vluchtschot van de Ier : 7-0.
  Het zou Bailliu zijn die enkele minuten voor het einde het verdiend eerreddend doeltje voor
  Cercle scoorde toen hij met een mooi schot van even buiten het strafschopgebied, Nicolay
  het nakijken gaf : 7-1.
Standard : Nicolay, Vliers, Thellin, Bolzée, Marchal, Houf, Semmeling, Sztany, Claessen,
  Crossan, Paeschen.
Cercle : Mortier, Vanderhaeghen, Decock, Perot, Wittevrongel, De Caluwé, Desmaele,
  Michiels, Nemes, Bailliu, Orlans. 
 


De (meeste) Cerclesupporters hadden zich tot nog toe afwachtend opgesteld in de hoop dat er snel een positieve kentering zou komen.  Na de zware nederlaag op Standard besloot een zekere J.V.S. uit Assebroek in zijn pen te klimmen om eens flink zijn groeiend ongenoegen te spuien… :

Open brief van een Cerclesupporter… - Maak ermee gedaan, jongens !

“Waarmee ?  Met dat minderwaardigheidscomplex waarmee ge elke zondag het plein oprent.  Maak ermee gedaan, schudt het van u af, zet er de studs in.  De commentators in pers, radio en televisie herhalen het iedere week : ge speelt goed voetbal.  Waaraan twijfelt ge dan nog ?  Ge kent het, even goed als eender wie.  Heb toch geloof in eigen kunde.  Dat ge de Brugse derby verloren hebt, en dat ge nu tegen Standard een flinke rammeling gekregen hebt ?  Dat is juist.  En wat dan nog ?  Kijk, jongens, wij supporters verwachten geen mirakelen.  Wij weten dat ge leergeld moet betalen, en veel.  Wij vragen niet dat ge elke zondag zoudt winnen.  Maar wat we wel vragen is dat ge u in iedere match zoudt inzetten, voor uw volle waarde, met al uw kunde, en met al uw wilskracht.  Dat ge zoudt vechten voor elke bal, gedurende 90 minuten.  Voetbal is zeker geen stierengevecht, maar het is ook geen spel voor oude juffers.  Eerbiedig de regels van de sportiviteit, maar bijt een beetje harder van u af.  Laat u niet langer meer intimideren door namen, maar intimideer zelf door kloeke vastberadenheid.  Wij zijn niet belust op een Verviersreputatie, maar met de faam van “gemakkelijke” ploeg kunt ge er onmogelijk komen.  En vooral, vergeet niet, dat een match 90 minuten duurt, en dat ge geen half uur nodig hebt om een paar doelpunten te maken.  Van trainer Delfour vragen wij ook iets.  Wij hebben volle vertrouwen in hem.  Wij weten dat hij het ABC van het voetbalspel volledig onder de knie heeft.  Met groot genoegen hebben wij sinds drie jaar de individuele vooruitgang der spelers kunnen volgen.  Het voorbereidend werk is af tot in de puntjes.  En nu vragen wij hem : asjeblieft, leer de groen-zwarten nu ook eens doelpunten maken.  Aan het Cerclebestuur vragen wij : spaar uw aanmoedigingen niet, onder gelijk welke vorm.  Wees niet krenterig.  Na al de inspanningen die u reeds gedaan hebt, moet u resoluut uw kans gaan, zonder aarzelen, want mogelijk hangt het behoud daarvan af.  En vooral : wordt er wel voldoende aandacht besteed aan de “mental training” ?  Wij, supporters, hebben ten slotte ook iets te doen.  Laten wij onze kritiek thuis, en brengen wij onze beste stem mee.  Laten wij een beetje minder braaf en een beetje meer… fanatiek zijn.  Op een voetbalterrein mag gerust een beetje herrie zijn, de tribune zal niet invallen.  Wij moeten de stemming maken, de WINST-stemming.  Komaan, mensen, allen aan één touw, en het ZAL gaan !”

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Ward Faes

SHOT sprak met … Ward Faes

Een Cercleman in dienst bij Cercle

Home is where the heart is. Ward Faes ging eind 2021 bij Cercle aan de slag als juridisch en financieel bediende. Hij is eveneens de nieuwbakken AML-officer voor Groen Zwart. We spraken de sympathieke Ruddervoordenaar daags voor het aftrappen tegen Zulte Waregem en kregen een inkijk in het dagelijkse reilen en zeilen van de Vereniging.

Lees meer