koop tickets online

Wat nu? - Willy Craeye

Wat nu?  Blijkbaar kan zoiets zelfs nadat je al een respectabel aantal oud-Cerclespelers geïnterviewd hebt: Je komt thuis, en je vraagt je af: “Hoe leg ik dat aan boord?  Hoe slaag ik erin een correct beeld weer te geven van een mens die al te eenzijdig uit de verf komt als ik alleen de woorden weergeef die hij mij liet horen?”  Doe ik niet meer dan dat, schrijf ik alleen Willy’s antwoorden op de gestelde vragen neer, dan zou de lezer zich hem wel eens  met een al te donkere bril op kunnen voorstellen.  Werd ons gesprek gefilmd, dan kon de kijker zien dat dergelijke indruk niet klopt.  De belangrijkste oorzaak hiervan komt erop neer dat Willy, nu 78 jaar, tegelijkertijd weinig interesse heeft behouden voor wat hij als Cerclespeler 60 jaar geleden heeft gepresteerd en dat dit verleden toch een deel uitmaakt van de persoon die hij is op de dag van vandaag.  Een gezellige, goedlachse persoon is hij, die echter een stuk verleden in zich draagt, waarvan hij niet kan verhelen dat het hem is tegengevallen.  Zou ik het als ‘een brok onverteerd verleden’ brandmerken?  Neen, dat niet, ‘k geloof niet dat Willy er in de voorbije halve eeuw ook maar één uur van wakker gelegen heeft, maar vraag je hem expliciet naar ‘de tijd van toen’, dan brandt ‘de waarheid’ op zijn tong.

De waarheid?  De waarheid?  Daar moet ik verder over uitweiden, al gaat er een vrij lange aanloop aan vooraf…

Ik was enthousiast toen onze hoofdredacteur, Georges Debacker, me voorstelde Willy Craeye te interviewen.   Ik herinnerde me Willy immers heel goed.  Destijds, zo lang geleden, had hij als jong Cerclespeler indruk op mij gemaakt.  Na vier jaar in Derde werd Cercle kampioen tijdens het seizoen 1955-1956.  Ik stond vol bewondering in vuur en vlam voor de kampioenenploeg: Raoul Verleye, Marin Roye, Maurits Crépain, Roger Claeys, Adhémar Slabbinck  Jackie Decaluwé en de bijna uitsluitend Antwerpse voorlinie met Vic Derboven, Richard Van Gassen, Français Loos, Guy Thys en onze bloedeigen Pierre Schotte.  Geen wonder was het dat ik met grote ogen opkeek naar enkele beloftevolle jongeren die van zich lieten spreken en voor nieuw bloed zorgden tussen de zopas vernoemde ‘oude ratten’.  In het bijzonder Gaston Eeckeman en Willy Craeye, in mindere mate ook Herman Houf, stelden mij, zelf nog jonger dan die nieuwe sterren aan het Groen-Zwarte firmament, gerust dat Cercle stand zou houden in Tweede.  Willy Craeye imponeerde mij als een aalvlugge aanvaller met goede invallen die op een eigen, onverwachte manier een gevaarlijke aanval kon lanceren.  Heel goed herinnerde ik me echter ook dat hij na weinige wedstrijden plots uit het Groen-Zwarte blikveld verdwenen was, helemaal verdwenen eruit, zonder dat ik er enig idee van had hoe dat kwam.  Ja, het kwam goed uit dat me voorgesteld werd Willy te interviewen.  Ook na zo lange tijd vroeg ik me af hoe het kwam dat hij er ‘al met eens’ niet meer was.

Bijgevolg: als interviewer fietste ik met licht gemoed en heel nieuwsgierig naar Willy’s woonst in Sint-Andries?  Toch niet!  Nieuwsgierig was ik wel, maar vederlicht viel dat gemoed van mij niet uit.  Stel je voor: Toen Georges Debacker Willy contacteerde vroeg onze ex-Cerclist hem: “Durft je interviewer de waarheid neer te schrijven?”  “Oei,” dacht ik toen Georges me dat zei, “er zal iemand Willy lelijk tegen de schenen getrapt hebben…  Natuurlijk, natuurlijk mag ‘de waarheid’ het daglicht zien, maar het wordt delicaat als Willy namen vernoemt van wie hem onrecht zou hebben aangedaan.  Onvermijdelijk zal het interview een verhaal uit één mond worden, waarbij wie aangeklaagd mocht worden geen kans heeft op een repliek.  Hopelijk, vooral, komt hij niet voor de dag met een zo kwalijk verhaal dat het beter in de nevelen van het verre verleden verdampt dan dat het nu nog bovengehaald wordt.”

Mocht u, lezer, enigszins in mijn ongerustheid gaan delen zijn, dan kan ik u meteen gerust stellen.  Willy weet zich onheus behandeld, maar het gaat om feiten waarbij een buitenstaander denkt: “Ja, dergelijke zaken komen, helaas, al te dikwijls voor.  Aanvaardbaar zijn ze niet, maar we leven nu eenmaal in een wereld waar een ideale gang van zaken ver te zoeken is.”  Willy, echter,  commentarieert: “Je moet dat zelf hebben meegemaakt als een jong spelertje, zo’n gebrek aan teamspirit en zo’n tekort aan psychologisch inzicht, om te begrijpen wat voor een dégoût zoiets  oplevert.”

Er zijn drie zaken die Willy aanklaagt.  Laat me ze eerst inkaderen.  Tijdens Cercles eerste jaar in Tweede, 1956-’57, speelde hij één wedstrijd in het fanionelftal.  Het jaar erop elf wedstrijden.  Het is niet uitzonderlijk dat begaafde spelers vrij jong debuteren in een eerste elftal, maar Willy was bijzonder jong, pas 17 jaar.  Begrijpelijkerwijze, en niet ten onrechte, droomde hij van een heerlijke toekomst als voetballer.  Meer dan hem lief was echter wist hij zich gedwarsboomd door de Antwerpse, altijd geselecteerde, voorspelers, die “samen in dezelfde auto uit Antwerpen naar Cercle reden”.  Dat ‘dwarsbomen’ zou Willy wellicht geredelijk aanvaard hebben, was het niet dat hij zich als slachtoffer geviseerd voelde.  Dit vooral ging hem tegen: in het toenmalige WM-systeem met vijf voorspelers werd hij meermaals niet als hoekspeler maar als inside, dat betekent tussen de midvoor en de hoekspeler, opgesteld.  En trainer Guy Thys plaatste hem daar om Vic Derboven te sparen, om Vic ademtijd te geven tussen zijn acties door.   Een hoekspeler hoefde immers niet voortdurend, onophoudelijk, te draven, zoals een inside dat wel moest doen.  “Dat, zoiets, een jonge voetballer met een lichaam dat op die leeftijd nog niet volgroeid is, met zo’n zware opgave belasten zodat je eigen favoriet het wat rustiger aan kan klaren, dat doe je niet. Het is fysiek en psychologisch onverantwoord,” klaagde Willy aan.  En als illustratie voegde hij eraan toe dat hij in een wedstrijd tegen A.S. Oostende kort na drie, vier, opeenvolgende spurten plots alleen verscheen voor de toenmalige nationale doelwachter, Pol Gernaey, maar dat hij het niet verder bracht dan hem het leer zomaar zonder enige kracht in de handen te shotten.

Het tweede dat Willy zwaar tegen de borst stootte, was van een heel andere aard.  Hij vond het niet alleen eigenaardig maar zelfs oneerlijk vanwege Cercle, maar speelde hij bij de fanionelf, dan stortte Groen-Zwart slechts de helft van het bedrag dat de andere spelers verdienden, op zijn spaarboek.   Dat geen geld aan spelers onder de 21 jaar in de hand uitbetaald werd, kon Willy  aanvaarden, maar dat halveren van het bedrag zat hem hoog.

En het derde waarover Willy zozeer niet te spreken was dat hij het niet kon verzwijgen, is het feit dat Cercle hem na het einde van het seizoen 1957-’58 niet liet meegaan naar A.S. Oostende met Louis Versyp, die in de loop van het voorbije seizoen bij Cercle Guy Thys als trainer vervangen had.  Versyp had Willy graag meegenomen en hem zelfs verzekerd van een plaats in het eerste elftal.  Vermoedelijk, zo denkt, Willy, stelde Groen-Zwart dat veto om te voorkomen dat hij, Willy, bij een rechtstreekse tegenstander terecht zou komen.  Uiteindelijk belandde hij bij F.C. Eeklo, een afdeling lager, en dat na bijzondere inspanningen vanwege het Oost-Vlaamse team, niet dankzij Groen-Zwarte medewerking. 

"Een buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen."

Is het dat, slechts dat, wat het interview opleverde: Niets dan klachten, niets dan negatieve terugblikken bij een speler die het in een ver verleden niet heeft weten waar te maken bij Groen-Zwart?  Wilt u onze ex-Cerclist begrijpen, hem ‘naar waarheid’ inschatten, dan is het nodig dat u meer weet over hem en zijn specifieke persoonlijkheid.  Willy is nooit ‘een voetbalbeest’ geweest.  Dat was hij niet eens toen zijn toekomst als voetballer hem het meest rooskleurig leek.  Als knaap voetbalde hij dolgraag.  Hij woonde in de Ganzenstraat in Brugge en voortdurend voetbalde hij … doorgaans alleen, zelden met vrienden dus, voortdurend de bal tegen de muur shottend.   Toevalligheden leidden hem naar Cercle.  Verschillende keren ontmoette hij Lucien Dhondt, destijds overbekend als Cerclefiguur en als leverancier van bananen, onder meer aan zijn grootmoeder, die een groentewinkel had in de Oude Gentweg.  Een nicht van Willy was getrouwd met Pietje Roggeman, één van mijn favoriete spelers bij het Cercle van niet zo lang na de Eerste Wereldoorlog.  Hoe weinig belang Willy ook aan de kleuren hechtte, het tapijt dat voor hem open gespreid lag, kleurde Groen-Zwart.  Bijzonder typisch voor Willy is het volgende.  Hij speelde weinig bij de Cerclejeugd doordat hij vroeg bij de reserves en de eerste ploeg terecht kwam, maar tijdens de korte tijd dat hij bij de scholieren of de juniores speelde, scoorde hij aan de lopende band.  Bij de eerste ploeg echter trof hij slechts éénmaal raak. Hij scoorde die enige goal als openingstreffer in een thuismatch tegen Racing Doornik, wedstrijd die uiteindelijk op 1-2 verlies uitdraaide. Van naaldje tot draadje kan Willy dat pareltje van een doelpunt beschrijven:  rechts kreeg hij juist voor ‘de zestien’ de bal van ver toegespeeld, hij dribbelde een paar verdedigers, liep met de bal een heel eind naar links, voerde een verrassende crochet uit, keerde terug totdat hij weer midden de breedte van het veld net buiten de zestien terechtkwam, en als bekroning van deze knappe actie knalde hij het leer keihard in de winkelhaak.  Wat hierbij zo typisch is voor Willy is vooreerst de oogstrelende makelij van het doelpunt, maar vooral de commentaar die hij zestig jaar later laat volgen op zijn beschrijving ervan.  “Ik was blij,” zegt Willy, “ja, ik was blij, dat wel, maar ik voelde niks van de euforie zoals vele spelers tegenwoordig demonstreren als ze gescoord hebben.  Zo’n buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen.”  Enigszins in de zelfde lijn ligt wat hij vertelt over zijn verhouding tot zijn medespelers: met iedereen kwam hij goed overeen, maar actief deelnemen aan hun gebabbel lag hem niet, zich volop opgenomen bij die leuke bende voelde hij zich niet.  

En nu, al ben ik geen psycholoog,  hopelijk gunt u het mij, lezer, dat ik even verder nadenk over de verhouding tussen Willy’s persoonlijkheid en de betekenis van Koning Voetbal in zijn leven.  Welnu, ik vroeg Willy of hij tijdens de voorbije jaren  goed zijn boterham verdiend had.  Hij antwoordde mij dat hij 38 jaar in het onderwijs had gestaan, als technisch leraar in de afdeling houtbewerking van het Koninklijk Atheneum van Knokke-Heist.  Met terechte fierheid wees hij mij op het kunstvolle meubilair in zijn living, allemaal zelf gemaakt.  U las al dat Willy geen ‘voetbalbeest’ was.  Koning Voetbal, Cercle Brugge evenmin, heeft ooit wortel geschoten in hem.  Van binnen uit is Willy iemand die meer dan Jan met de pet geniet van wat hij als ‘schoon’ ervaart, van het artistieke, van wat het gewone op een kunstige wijze te boven gaat.  Dat is zelfs zo als het om een doelpunt gaat…  Mij was het niet moeilijk zijn standpunt te begrijpen bij de donkere toekomstvisie voor het voetbal, wereldwijd, die hij, eerder vluchtig, uit de doeken deed toen we daar verder over praatten.  Maar eigenlijk interesseert hem dat niet.  En in welke mate Cercle hem interesseert, bleek overduidelijk uit zijn antwoord op mijn vraag hoe hij tegen het Cercle van vandaag aankijkt.  Twee wedstrijden voor het einde van het eerste periodekampioenschap antwoordde hij: “Ik hoop dat ze erin blijven.”  Neen, zijn wens dat Cercle niet zou degraderen, was niet ironisch bedoeld…

En nu heb ik het wat moeilijk, lezer.  Terecht portretteer ik Willy Craeye als een ex-voetballer voor wie de lederen bal lang niet centraal staat in zijn leven, maar ik vrees dat wat u gelezen hebt de indruk nalaat dat ik hem in de eerste alinea ten onrechte als gezellig en goedlachs heb bestempeld. Wat u las, gaat daar niet tegen in.  “Om naar een voetbalmatch te gaan kijken heb ik geen cent over”, zegt hij, maar van ‘een terrasje’ kan hij echt genieten, en jarenlang al komt hij wekelijks samen met een uitdunnend groepje kameraden.  ‘Uitdunnend’, want onder meer Gaby Savat, jarenlang een door vriend en tegenstander gewaardeerde Clubspeler, is er niet meer bij.  Enkele weken geleden bezocht Willy, samen met Gaston Eeckeman, hun vroegere blauw-zwarte tegenstander in het rusthuis waarin hij verblijft.

"Ondanks alles acht ik mij een gelukkig mens."

Ik beëindigde het interview met een ietwat schalkse vraag. In oktober 1956 verloor Willy zijn eerste match bij Cercle, thuis tegen Racing Tienen, 0-1,  en anderhalf jaar later werd ook zijn laatste Cerclematch een nederlaag, 2-1  op Patro Eisden.  Of hij misschien een ‘geboren loser’ was, vroeg ik hem.  Rustig verzekerde mijn gastheer mij dat hij zich een gelukkige mens acht “omdat mijn vrouw en ik op onze leeftijd nog elke dag samen kunnen genieten van ‘t gene dat we hebben na al wat we zijn tegengekomen.”  Op dat ogenblik had Willy al verteld hoe hij bij Eeklo als voetballer niet had kunnen doorbreken wegens een bijzonder zware hersenschudding die hij nog voor zijn transfer bij een voetbalmatch onder militairen had opgelopen toen een bal van dichtbij keihard tegen zijn hoofd werd geschopt.  Een volle maand verbleef hij in de kliniek en de dokter liet er geen twijfel over bestaan: de gevolgen ervan zouden blijven natrillen, nooit meer zou hij kunnen voetballen als voordien.  Maar het was niet daaraan dat Willy dacht toen hij te verstaan gaf dat hij en zijn vrouw met heel wat tegenslagen werden geconfronteerd.

Neen, het ziet er niet naar uit dat er ooit iemand voor de dag komt met een uitgebreide biografie van Willy Craeye.  Zou het schrijven ervan de moeite lonen?  Wel, uniek zou die biografie zeker zijn.  Net zo uniek zou die zijn, lezer, als die over u, als die over mij en als die over onze buurman.  Geenszins bedoel ik daarmee dat die alledaags zou zijn, wél dat iedereen op een eigen, merkwaardige, wijze zichzelf is en beleeft wat hij of zij meemaakt.  Mij zal Willy bijblijven als een bijzonder getalenteerde jonge voetballer, wiens hart, binnen en buiten het voetbalspel, nooit op de eerste plaats klopte met het oog op sensatie of succes, maar des te meer voor het oogstrelende, het kunstvolle, het gracieuze.

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
RETRO - Liever 'techniek' dan 'fysiek': Philemon Desmaele



Liever 'techniek' dan 'fysiek'                      


Philemon Desmaele geïnterviewd


(redactionele nota: naar aanleiding van het overlijden van Philemon, publiceren we graag het interview dat in SHOT verscheen in mei 2008) 

1958.  Een halve eeuw geleden, op de kop.  Het  jaar dat voor elke lezer een zelfde herinnering oproept.  Zelfs wie nog lang niet kaalt of grijst, weet direct waarover het gaat.
Voor vele oma's en opa's staat dit jaartal in hun geheugen ingeprent als 'het jaar dat ik (tweemaal) (driemaal) (viermaal) ( ...) naar de Expo ben geweest'.  Dat dit laatste niet bij álle 'oude ratten' het geval is, wordt bevestigd door ex-Ratje Philemon Desmaele, een naam die klinkt als een klok voor wie Cercle al heel lang volgt in wel en wee.

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 220)

(periode van 28-01-1961 -> 04-02-1961)


Cercle

De groen-zwarten legden een hobbelig parcours af.  Er werden punten gehaald als het niet verwacht werd maar er werden vooral kostbare punten verloren als het niet mocht.  Voor een elftal dat ambities koesterde om te promoveren was dat geen ideaal scenario.  Gelukkig was de volgende wedstrijd een thuismatch tegen het pas dertiende geklasseerde Olse Merksem.  Met twaalf punten achter hun naam hadden de blauw-gelen niet bijster veel overschot op de laatste in de rangschikking, Lyra, dat amper negen punten verzameld had.  De Antwerpenaars leden best geen nieuw puntenverlies om niet in verlegenheid te komen.  Voor Cercle leek deze wedstrijd de kans bij uitstek om een ruime zege te laten optekenen zodat de komende matchen met een gerust gemoed konden aangevat worden.  Of… zou het nog maar eens anders uitpakken ?

“Vic Bergh” trok voor “Het Brugsch Handelsblad” richting Edgard De Smedtstadion in de hoop dat hij er een verslag kon neerpennen waarin hij een klinkende Cerclezege kon beschrijven…

Cercle Brugge – Olse Merksem 1-4 : Ontgoochelend en smadelijk verlies…” : “Voor wie nog een bewijs moest hebben dat het de laatste weken niet meer vlot bij Cercle, dat er iets hapert, betekent de even afgetekende als smadelijke 1-4 nederlaag van zondag jl. op eigen veld tegen Olse Merksem waarlijk de proef op de som !  De groen-zwarten kunnen voor dit nieuw home-verlies inderdaad weinig of geen verontschuldigingen doen gelden, want het was het resultaat van een doorslechte en ontgoochelende prestatie waaruit omzeggens geen enkele speler vrijuit gaat…  Over gans de duur van de wedstrijd, waarvan de inzet voor de lokalen nochtans van kapitaal belang was met het oog op het verstevigen van hun nog steeds gunstige positie, rammelde het in de Brugse ploeg dat het een aard was en werd zij bestendig netjes de les gespeld door een eerder middelmatige maar geestdriftige en snelle tegenstrever.  Zowel inzake verband, als in samenspel, doordrijvendheid en schotvaardigheid stonden de Bruggelingen onder hun gasten, hetgeen de juiste 1-4 eindcijfers trouwens treffend aantonen.  Het feit dat de groen-zwarten zelfs een goedkope penalty vandoen hadden om de eer te redden, onderschrijft met klank hun hopeloze steriliteit en ondoelmatigheid die niet alleen het gevolg zijn van een te lateraal en te gesloten acteren, maar ook en vooral van een manklopend systeem en een weinig oordeelkundige ploegopstelling.  Als men immers nagaat dat twee specifieke kanthalfs in de voorlijn geplaatst worden en deze laatste iedere steun ontzegd wordt van de gedwongen defensief spelende middenspelers, dan is het klaar dat de onontbeerlijke productiviteit zoek blijft.  Zolang de groen-zwarten geen snedig, direct aanvalsspel kunnen opbrengen, gepaard aan een effectieve schotvaardigheid en afwerking, zal er, helaas, niets in huis komen van de reeds zo lang gekoesterde promoveringsdromen.  Wil men vooraleer het te laat is nog redden wat er te redden is, dan dient er kordaat en onverwijld ingegrepen en hiervoor mag men voor niets en niemand terugschrikken.  Het belang en de toekomst van Cercle staan hier onvoorwaardelijk op het spel !”
 


Technische  krabbels…
Cercle Brugge – Olse Merksem  1-4


- opkomst : 5.000 toeschouwers.
- terrein : goed.
- weersgesteldheid : mist en regenachtig.
- leiding : ref. Cumps, zwak.
- fair-play : correct.
- corners : Cercle 8, Olse Merksem 5.
- doelpunten : 20’ Brandts 0-1, 25’ Roje via Demey 0-2, 35’ Lambert (penalty) 1-2, 54’
  Didden 1-3, 55’ Brandts 1-4.
- Cercle : Mortier, Roje, Serru, Michiels, Wittevrongel, Demey, Notteboom, Lambert, Perot,
  De Caluwé, Desmaele.
- Olse Merksem : Jacobs, Verbois, De Hert, Willems, Soetewey, Didden, Adel, Sips,
  Brandts, Vandeweyer, Adriaenssen.


Als het minder goed gaat met de favoriete ploeg is het vanzelfsprekend dat de supporters zich roeren.  Dat was bij Cercle niet anders.  Al had het, de tegenvallende resultaten van de laatste weken in acht genomen, nog lang geduurd voor iemand zijn nek uitstak.  Iedere supporter spuide wel zijn eigen mening gevolgd door de nodige oplossingen maar tot nu toe was het altijd gekoeld zonder blazen.  De hierna volgende lezersbrief met de toepasselijke titel “Quo vadis Cercle ?” (*) van “een groen-zwarte aanhanger” zorgde ervoor dat het protest tastbaar werd en in een stroomversnelling terecht kwam.  Nu kon geen enkele groen-zwarte verantwoordelijke nog langer zijn hoofd in het zand stoppen.  De zware thuisnederlaag tegen Olse Merksem was de spreekwoordelijke druppel die de al even spreekwoordelijke emmer liet overlopen.  Het was de hoogste tijd om het roer om te gooien…

(*) “Quo vadis” : Latijn voor “Waarheen gaat gij ?” (nvdr)

Quo vadis Cercle ?” : “Toen ik verleden zondag na de match aan ’t mijmeren was over hetgeen men zou kunnen noemen “het treurig geval Cercle”, schoot mij plotseling te binnen dat de wekelijkse voetbalpartij eigenlijk een “heerlijke ontspanning” zou moeten zijn.  Hoe dikwijls echter zijn de prestaties van de Brugse groen-zwarten voor ons, Cerclemannen, een heerlijke ontspanning ?  Veeleer zien wij met schrik de zondag tegemoet.  Ook als de tegenstander bepaald zwakker is zijn wij nooit een ogenblik gerust.  Onze verwachtingen ?  Onze dromen van voor het seizoen ?  Niets anders dan ontgoochelingen !...  Wanneer wij nuchter de gang van zaken bij Cercle beschouwen, dan moeten wij achteraf besluiten : het is de logische ontknoping van hetgeen wij effenaf WANBEHEER moeten noemen.  Ik wil nu niet uitweiden over datgene waarvan ik niet 100 % zeker ben, zoals de persoon van die of die, of nog de training, of nog andere zaken.  Ik stel enkel vast wat nu toch eindelijk voor iedereen allerduidelijkst is : diegene die de ploeg samenstelt, heeft sinds anderhalf jaar nog niets anders gedaan dan de Cercleploeg stelselmatig verzwakken !  Verleden jaar werd de beste voorspeler die wij hadden (*)(dat hij tekortkomingen had ?  Noem de speler die er geen heeft !) meerdere keren onverantwoordelijk niet opgesteld o.a. niet in de kapitale testmatch tegen Eisden.  Nadien werd hij verkocht.  Verzwakking van de ploeg.  Wij zouden kunnen een halflijn hebben van tenminste dezelfde sterkte als die van de gemiddelde elftallen uit de 1e afdeling.  NOOIT wordt dergelijke middenlijn opgesteld.  Verzwakking van de ploeg !  Uitstekende kanthalfs, waarvan men sinds lang weet dat zij in de voorlijn maar half presteren, worden regelmatig weerkerend vooraan geplaatst.  Verzwakking van halflijn en van voorhoede !  Als de voorlijn mank loopt door gewonden of weerbarstige forme, moet de halflijn niet meteen verzwakt worden !  Dan moeten reserven in de aanvalslijn, als die voor handen zijn.  En Cercle beschikt over degelijke invallers.  Iedere persoon die aan de leiding staat, mist al eens, zelfs grovelijk, zelfs twee, drie maal.  Maar dat iemand een jaar en half steeds maar dezelfde flaters begaat, is niet meer aanvaardbaar.  Er is daar iets niet meer in orde, hetzij verregaande incompetentie, hetzij blinde vooringenomenheid of wat dan ook, maar er is daar iets niet meer in orde.  Diegenen die nog dergelijke selectionneur steunen, moeten weten dat zij zich in verdenking stellen.  Is de toestand niet reeds zo ver gezet dat, indien de goed-menenden niet de koppen bij mekaar steken en krachtdadig ingrijpen, Cercle recht naar de ondergang gaat ?  Er is werk voor klaarziende, krachtdadige persoonlijkheden die geloven dat zij daar een heerlijke taak te vervullen hebben.  De Cercle-aanhangers –veel talrijker dan men denkt– zien uit naar de komst van dergelijke persoonlijkheden, die er ook zijn in de schoot van het bestuur. – Een groen-zwarte aanhanger.”

(*) Verleden jaar werd de beste voorspeler die wij hadden… : de briefschrijver bedoelt hier duidelijk Hans Gerard (nvdr).

Ondanks het feit dat Cercle een beetje de pedalen kwijt leek te zijn, en dat is misschien nog zacht uitgedrukt, bleven de groen-zwarten aanklampen bij de toonaangevende elftallen in Tweede Klasse.  Iedereen leed wel eens onverwacht puntenverlies en dat zorgde er voor dat Cercle zich op de vierde plaats kon handhaven.  Omdat ook de topploegen regelmatig al eens één of meerdere puntjes vergooiden, slopen de mindere goden op kousenvoeten dichterbij.  Daardoor was het mogelijk dat na zestien wedstrijden het twaalfde geklasseerde Berchem Sport slechts zes punten minder telde dan leider FC Diest.  De Brugse groen-zwarten totaliseerden, ondanks de tegenvallende prestaties van de laatste weken, amper twee punten minder dan de leider.  Alles bleek dus nog mogelijk…  De stand in Tweede Klasse : 1. FC Diest (21 punten), 2. FC Beringen (21), 3. Union Namen (19), 4. Cercle (19), 5. SK Sint-Niklaas (18), 6. FC Turnhout (18), 7. FC Mechelen (17), 8. Kortrijk Sport (15), 9. Racing Doornik (15), 10. SC Charleroi (15), 11. Racing Brussel (15), 12. Berchem Sport (15), 13. Olse Merksem (14), 14. FC Tilleur (12), 15. Lyra (9), 16. White Star (9).

De Brugse gemoederen waren, ondanks de nog steeds gunstige klassering, zeker nog niet tot bedaren gebracht.  Het potje kookte over, de frustraties kwamen tot een uitbarsting en de diverse oplossingen werden als gloeiend hete lava uitgebraakt.  En, zoals het vaak gaat als het mank loopt, eiste men de kop van de trainer.  Een andere, en natuurlijk een betere, trainer zou meteen alle problemen van tafel vegen.  Na de trainerswissel zou Cercle elke tegenstander van het veld spelen om, op het einde van de competitie, met de vingers in de neus, snel even de titel mee te graaien…

Nieuwe trainer bij Cercle ? : “De laatste ontgoochelende thuiswedstrijden waarop zes van de acht te winnen punten onbegrijpelijk verloren gingen, hebben een grote beroering verwekt in de Brugse sportmiddens in het algemeen en in de Cerclerangen in het bijzonder.  De groen-zwarte supporters, die hun schoon geld betalen om hun ploeg goed voetbal te zien spelen en meteen te zien winnen, staken verleden zondag hun teleurstelling en mistevredenheid niet onder stoelen of banken.  Zowel de spelers om hun passief optreden als de trainer om zijn niets-opbrengend systeem werden zwaar aangevallen en zondagavond konden we zelfs een telegram lezen van een Cerclesupporter die als volgt zijn verontwaardiging uitdrukte : “Delfour à la porte ou le Cercle est perdu” !  Krasser kan het zeker niet zodat er begrijpelijkerwijze ook in de groen-zwarte bestuurskringen uiteenlopende reacties zijn losgekomen met als middelpunt de kwestie van een nieuwe trainer.  Zonder de technische bevoegdheid van Edmond Delfour aan te vechten is het niettemin een feit dat hij tactisch en als selectionneur grotendeels heeft gefaald.  Uit doorgaans zeer betrouwbare bron konden we dan ook vernemen dat het verlopend contract van dhr. Delfour niet zal hernieuwd worden en dat reeds duchtig uitgekeken wordt naar een nieuwe oefenmeester.  Wie het zal zijn blijft vooralsnog een raadsel, maar naar verluidt is de kans groot dat het een bekende oud-Gantoisespeler en gewezen internationaal wordt die trouwens als trainer reeds zijn sporen verdiende.  Er dient dus afgewacht, maar laat ons hopen dat dit netelig en delicaat probleem ten spoedigste wordt opgelost.”

Of de resultaten nu goed of minder goed waren, de bal bleef rollen en de voetbalzondagen volgden elkaar op.  De volgende wedstrijd, een uitmatch, beloofde alvast een lastige klus te worden voor de groen-zwarten.  Er stond immers een reisje naar Namen op het programma.  De Walen deden het bijzonder goed en waren ondertussen opgeklommen naar de derde plaats, net voor Cercle.  Een pronostiek wagen was schier onbegonnen werk want de huidige groen-zwarte ploeg kon van iedereen winnen maar ook van iedereen verliezen.  Het zou dus een dubbeltje op zijn kant worden.  In “Het Brugsch Handelsblad” werd alvast eens vooruit geblikt.

Brugse ploegen voor morgen zondag” – “Namen – Cercle : Cercle zit na de ramp tegen Merksem begrijpelijkerwijze met de handen in het haar en staat voor een zware taak om uit de penarie te geraken.  Daarbij worden de groen-zwarten dan nog morgen een lastige en gevaarlijke verplaatsing naar Union Namen voor de voeten geschoven, zodat zij met heel wat meer wilskracht en moreel zullen moeten bezield zijn om deze hinderpaal zonder veel kleerscheuren over te geraken.  Waar verschillende spelers wegens verwondingen nog onzeker waren, zal de ploeg slechts in laatste instantie samengesteld worden al heeft volgende formatie veel kans om te Namen in lijn te komen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Wittevrongel, Demey, Desmaele, Daels, Buyse, Michiels, Balliu, De Caluwé.”

En dan was het zo ver…  Het was nog geen match van de waarheid maar nieuw puntenverlies konden de groen-zwarten zich toch echt niet veroorloven.  Of… zorgden zij nog eens voor een aangename verrassing door het derde gerangschikte Union Namen in eigen huis te kloppen ?  “Veritas” mocht voor “Het Brugsch Handelsblad” meereizen naar Namen en hoopte waarschijnlijk dat hij niet met het schaamrood op de wangen Bruggewaarts zou moeten keren…

Union Namen – Cercle Brugge 0-1 : Willy Mortier matchwinnaar…” : “Volgens de algemene verwachtingen –wij hadden al evenmin gedurfd één frank te zetten op een Cerclezege– hadden de Brugse groen-zwarten geen schijn van kans om te Namen ook maar iets van de buit te oogsten, want de Walen dreven immers op een prima conditie en het terreinvoordeel zou eveneens zijn woordje meepraten.  Wel waren de lokalen bestendig in de meerderheid en moesten de Brugse verdedigers vaak hard op de tanden bijten, doch naarmate de partij vorderde en de stand blank bleef, herwonnen de Cercleboys stilaan hun zelfvertrouwen, temeer dat het spoedig bleek dat de Waaltjes niet de gevreesde ploeg vormden die men wel dacht.  De bijzonder goed gesloten Brugse verdediging schonk de Naamse aanvallers weinig of geen bewegingsvrijheid en de zuivere skoorkansen die voor Mortier ontstonden, waren gemakkelijk op de vingers van één hand te tellen.  Daarbij moeten wij hieraan toevoegen dat de Brugse doelman weer in een prima dag verkeerde en dat hij o.m. door twee sublieme saves de kansen op een overwinning gaaf hield.  Want indien de gastheren, bij wie enkel de oud-speler van FC Luik Keyeux outstanding was, op voorsprong hadden kunnen geraken, dan had de eindstand wellicht helemaal anders kunnen zijn.  Als wij dus Willy Mortier als matchwinnaar bestempelen, ligt de uitleg te vinden in wat voorafgaat.”

Technische  krabbels…
Union Namen – Cercle Brugge  0-1


- opkomst : 7.000 toeschouwers.
- leiding : ref. Burguet, lokaal getint.
- terrein : zonder een sprietje gras en gevaarlijk door de rondgestrooide as.
- fair-play : binnen de perken.
- weersgesteldheid : betrokken doch zacht weder.
- corners : Union Namen 8, Cercle 2.
- het doelpunt : 76’ Desmaele 0-1.
- Union Namen : Nicolay, Pollet, Devos, Sulon, Marnette, Dodet, Keyeux, Tonneau, J. en F.
  Demarteau, Muniken.
- Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Wittevrongel, Demey, Desmaele, Daels, Bailliu,
  Michiels, De Caluwé.


Cercle bracht dus twee belangrijke punten mee naar huis en dat vertaalde zich in de rangschikking in een mooie derde plaats.  De stand in Tweede Klasse : 1. FC Diest (23 punten), 2. FC Beringen (21), 3. Cercle (21), 4. FC Turnhout (20), 5. FC Mechelen (19), 6. Union Namen (19), 7. SK Sint-Niklaas (18), 8. Kortrijk Sport (17), 9. Sporting Charleroi (17), 10. Olse Merksem (16), 11. Racing Doornik (15), 12. Racing Brussel (15), 13. Berchem Sport (15), 14. FC Tilleur (12), 15. Lyra (11), 16. White Star (9).
De weg om een promotieticket te behalen, de eerste twee uit Tweede Klasse promoveerden, was echter nog (heel) lang en bezaaid met wolfijzers en schietgeweren.  Het toeval wilde bovendien dat in de volgende wedstrijd alweer een topploeg moest bekampt worden.  Het tweede gerangschikte FC Beringen mocht zich verheugen in een bezoekje aan het Edgard De Smedtstadion.  En bij een wedstrijd in het vooruitzicht hoorde uiteraard een vooruitblik…

Cercle – Beringen : De groen-zwarten staan morgen zondag alweer voor een kapitale thuismatch die beslist moet gewonnen worden om de promotiekansen gaaf te houden.  Beringen is natuurlijk ook allesbehalve een zwak broertje en speelt zondag wellicht ook haar laatste kans, zodat het een buitenmate vinnige en spannende strijd voor de kostbare inzet wordt.  Kan Cercle de nodige geestdrift en zegewil opbrengen, dan geven we haar een lichte voorkeur op een nipte zege.  Heel waarschijnlijk zal dezelfde opstelling in lijn komen die Namen klopte met uitzondering van De Caluwé die gewond werd en eventueel door Buyse zal worden vervangen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Wittevrongel, Demey, Desmaele, Daels, Bailliu, Michiels, Buyse.”

Het bericht over een nieuwe trainer die op komst was waarbij bepaalde bronnen lieten uitschijnen dat zij wisten of toch minstens een sterk vermoeden hadden wie het zou worden zette kwaad bloed bij de beheerraad van Cercle Brugge die een vinnige reactie stuurde naar “Het Brugsch Handelsblad” :

Een nieuwe trainer voor Cercle ?” : “Onder deze titel publiceerden we hier in ons vorig nummer een primeur uit een zeer betrouwbare bron waarover we vanwege de beheerraad van RCS Brugeois volgend schrijven ontvingen” : “Het bestuur van de RCS Brugeois is ten zeerste verwonderd in uw blad van 28 januari jl. te lezen dat Cercle Brugge uitziet naar een nieuwe trainer.  Wij houden eraan dit bericht ten stelligste te loochenen.  We behouden steeds het volle vertrouwen in de heer Ed. Delfour, en verzoeken U in het vervolg vooraleer dergelijke ongegronde geruchten te verspreiden, U beter te willen inlichten. – De Beheerraad van RCS Brugeois.” – “N.d.R. – Mogen wij even beleefd aan de Beheerraad van Cercle laten opmerken, dat wij hun goede raad kunnen missen !  Onze inlichtingsbron kon niet “beter” en betrouwbaarder zijn en wij hebben ervaring genoeg van onze “stiel” om te weten hoe we moeten handelen !  Om het verder goede verloop van het kampioenschap niet te hinderen, verstrekken wij thans geen nader commentaar.  Alleen drukken we de hoop uit Cercle’s heropstanding te kunnen begroeten en… derde keer goe keer, de groen-zwarten als kampioenen te mogen huldigen.”

De confrontatie tussen de Beheerraad van Cercle Brugge en de redactie van “Het Brugsch Handelsblad” mocht uitgedrukt worden als hard tegen onzacht.  De komende weken zouden uitwijzen wie gelijk had maar ondertussen waren de kiemen van de onrust gezaaid…  “Een supporter” kroop op zijn beurt in zijn pen om zijn mening en zijn ongerustheid te ventileren :

Onze lezers schrijven…  Een andere klok…” : “Zij staan er nog steeds…  Ik bedoel de beste stuurlui aan wal !  En voor diegene die niet begrijpt waar ik het over heb, zal ik maar meteen zeggen dat ik het hier over de Cercle-aanhang heb.  Ik zal mij zeer angstvallig onthouden hier het woord supporter uit te spreken, want ik stel mij de vraag hoeveel van die ongeveer 6.000 mensen die ’s zondags rond het Edg. Desmedtstadion staan geschaard er werkelijk als supporter aanwezig zijn ?  Ik kan verkeerd zijn, maar ik ben er zeker van dat voor iemand vreemd aan onze streek, die per toeval op een doorsnee thuismatch van Cercle belandt, het zeer moeilijk zou aan te nemen zijn dat Cercle de bezochte club is…  Veeleer gelijken de meeste mensen (supporters ?) op een hoopje twistzieke kritikasters die er hun namiddag komen verslijten om alle soorten tekortkomingen op te speuren en deze (meestal ingebeelde wantoestanden) aan de kaak te stellen op een wijze die met sport of sportiviteit niets meer te maken heeft.  De “super-visie” van deze “technici” kent geen grenzen.  Ik wil hier niet uitmaken of ze al het ongelijk hebben en ik ben zeker geen spreekbuis van het Cerclebestuur, maar iets zou ik die sarcasten toch wel willen wijs maken, nl. dat het terrein geenszins de plaats is voor hun stomme afbraakpolitiek en dat ze beter deden te beseffen dat ze met hun stembanden anders kunnen tewerk gaan !  Ik bedoel dat het hun eerste plicht is de spelers die in het veld staan aan te moedigen en liefst zo luid mogelijk.  Eenmaal zover, kunnen diezelfden als ze huiswaarts keren, zich met de gedachte troosten dat zij toch IETS positiefs hebben gedaan.  En willen die mensen dan kost wat kost nihilist zijn, dat ze dan a.u.b. zwijgen en de spelers gerust laten.  Het staat natuurlijk eenieder vrij te handelen en te denken zoals hij wil, maar zou het wel toevallig zijn dat onze jongens de meeste punten gaan halen op een ander ?...  Vergeten wij om Gods wil niet dat iedere speler al eens een hart onder de riem nodig heeft, en daar zit het hem juist : het Cerclepubliek is een ondankbaar publiek.  Het slecht presteren van een ploeg wordt al te vaak door het publiek in de hand gewerkt, meer nog, HET  ONTSTAAT er dikwijls door.  Op Cercle komen de aanmoedigingen steeds NADIEN en ik durf dit een pietluttige houding noemen.  Doe u de moeite en ga vele ploegen in provinciaal bekijken : 50 mensen maken meer lawaai (in opbouwende zin) dan 6.000 kelen op Cercle doen !  Kijk naar Club !  Daar worden de goals er in geroepen door een massa trouwe supporters…  Waar blijven de groen-zwarte supportersverenigingen ?  Waar zijn de “Buffalo’s” ?  Dat ze zich verenigen –zo nodig elk op zich zelf, al is een federatie hier wel aangewezen– en luide verkondigen aan onze jongens dat ze ook te Brugge geliefd zijn, roep zo luid tot ze het geloven dat “HUN” supporters achter hen staan en geloof mij, zij worden vanzelfs hun eigen.  Ook wij moeten er de goals “inroepen”, daardoor doen wij onszelf en de spelers plezier !  En wie weet ???  – Een supporter.”

Of het nu goed of minder goed ging en de Cercleresultaten de laatste weken al eens wat tegen vielen, de supportersvereniging “Groen-Zwart” uit de Rijselstraat in Sint-Michiels vond toch dat een feestje mocht… :

Groen-Zwart Sint-Michiels in feest” : “Zaterdag jl. kwamen 52 leden van de supportersclub “Groen-Zwart” in hun lokaal, café “City”, bijeen voor een smakelijk souper, gevolgd door een gezellig samenzijn.  De lokaalhoudster die de taak van kokkin op zich had genomen, verdiende terecht de lof die haar door iedereen werd toegezwaaid.  Nadat de inwendige mens terdege was versterkt, zorgde het orkest voor de allerbeste stemming.  Het slaagde er overigens wonderwel in, en zeker toen het nieuw Cerclelied, voor die gelegenheid gemaakt, werd gelanceerd.  De feestvierders lieten het niet aan hun hart komen, ondanks de minder goede uitslagen van hun geliefde ploeg.  De hh. Brinckman en Verkeyn lieten zich als zangsolisten gelden, alsook het duo dhr. en mevr. G. Verkeyn.  Voor de humor zorgden A. Ruysschaert en R. Lagast.  Op zeker ogenblik kwamen zelfs Hitler en Loemoemba op het tapijt !  Het feest duurde tot in de vroege zondagmorgenuurtjes.  Moge het wakker bestuur van de supporterskring het bij deze eersteling niet laten, is de wens van alle feestvierders.”

En we vonden nog een tweede verslagje van hetzelfde supportersfeestje :

Supportersclub “Groen-Zwart” “ : “In het lokaal City, Rijselstraat te Sint-Michiels, werd aan een vijftigtal leden met hun dames een zeer verzorgd avondmaal aangeboden door de Supporterskring Groen-Zwart.  Het welkomstwoord werd uitgesproken door voorzitter Georges Van Vyve, die de erevoorzitter Gerard Versyp verontschuldigde, maar tevens Arthur Ruysschaert als eregast begroette.  Na het eetmaal werd in de beste verstandhouding tot in de “vroege” uurtjes gedanst en gefeest.  Dat de Sint-Michielse Cercle-aanhangers optimisten zijn, werd bewezen bij het aanleren van een nieuw Cerclelied, dat zo talrijke malen werd gezongen, dat de match tegen Union Namen eenvoudig niet meer kon verloren worden.  Tot slot vroeg het toegewijde lid Maurits Willems aan alle supporters om bij de volgende thuiswedstrijden van Cercle alle niet opbouwende en negatieve kritiek aan het adres van de spelers te laten varen en deze integendeel tot het uiterste aan te moedigen.”

Brugge

In de vorige aflevering hadden we het over de slechte staat van de Bisschopsdreef in Sint-Kruis dat aangekaart werd in het artikel “Al hutseklutsend door de Bisschopsdreef te Sint-Kruis – Onhoudbare toestand voor bewoners en weggebruikers”.  Maar het was niet enkel in Sint-Kruis dat er straten in slechte toestand te vinden waren.  Ook Sint-Andries deelde in de spreekwoordelijke brokken… :

Ellendige toestand van Diksmuidse Heirweg te Sint-Andries” : “Wegens de grote regenval der laatste weken is de Diksmuidse Heirweg in een reusachtige modderpoel herschapen.  De bewoners vragen zich terecht af wanneer daar eindelijk eens voor een oplossing zal gezorgd worden.  De straat is bezaaid met verraderlijke putten die vol water liggen zodat de autobezitters het nauwelijks wagen met hun auto buiten te komen uit vrees onklaar te geraken.  Doch vooral voor de huismoeders wier kinderen er dagelijks viermaal door moeten om naar school te gaan is het werkelijk geen pretje.  Natte kousen en doorlopen schoenen zijn er dagelijkse kost.  Voor fietsers is de weg praktisch onberijdbaar geworden.  Reeds herhaalde malen werd op deze toestand gewezen.  Hopen wij maar dat de betrokken instanties zo vlug mogelijk voor een oplossing zullen zorgen.  Wij verwijzen onze lezers overigens naar het verslag der jongste gemeenteraadszitting, elders in ons blad, waarin melding wordt gemaakt van het standpunt van de gemeentelijke overheid terzake.”

Net zoals we vorige keer dieper ingingen op de geschiedenis van de Bisschopsdreef doen we dit deze keer ook voor de Diksmuidse Heirweg.

De Diksmuidse Heirweg werd aangelegd toen de Romeinen heer en meester waren in onze gewesten.  Zij legden op meerdere plaatsen heirbanen aan omdat ze deze rechte wegen nodig hadden om op snelle wijze hun troepen te verplaatsen en om de werking van hun postdiensten zo goed mogelijk te kunnen verzekeren.  De Diksmuidse Heirweg liep toen over de heuvel waar nu het Galgenbos ligt.  Buiten deze heirbaan zijn er geen Romeinse activiteiten in de buurt van het Galgenbos gekend.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 215)

(periode van 12-11-1960 -> 19-11-1960)


Cercle


Na de onverwachte zege tegen leider FC Turnhout hoopte elke Cerclefan uiteraard dat er tegen middenmoter SK Sint-Niklaas een verlengstuk aan het succes zou gebreid worden. Maar konden de groen-zwarten ook bevestigen ?  Het gebeurde wel eens meer dat de Bruggelingen wonnen als niemand het verwachtte maar het zou ook niet de eerste keer zijn dat zij de boot ingingen als niemand het voor mogelijk hield.
“Vic Bergh” trok die zondagnamiddag alvast richting Edgard De Smedtstadion om er voor “Het Brugsch Handelsblad” zijn bevindingen aan het papier toe te vertrouwen.   

“Cercle Brugge – S.K. Sint-Niklaas 0-1 : Cercle gaf vroeg Sint-Niklaasgeschenk !” : “Na de memorabele wedstrijd tegen FC Turnhout, waarin de groen-zwarten zich voor eenmaal op hun best toonden, werd het verleden zondag voor de trouwe Cercle-aanhangers weer eens een grote teleurstelling.  Niet zozeer het feit dat Cercle op eigen veld een eerste nederlaag opliep tegen een verrassend goede St-Niklaasploeg, ontstemde de lokale supporters, dan wel de wijze waarop domweg de zo kostbare twee punten als ’t ware werden weggesmeten…  Reeds voor de wedstrijd was er ten alle kante kritiek over de opstelling van de Brugse ploeg waarbij men er niets beter op gevonden had dan de zgz. “zieke” Roje op de backplaats te vervangen door Demey !  Iedereen die de matchen van Cercle van nabij volgt weet immers dat laatstgenoemde speler dit seizoen nog niet boven kwam en zijn vervanging zich reeds een hele tijd opdrong, wat wegens duistere redenen nog niet gebeurde.  Waar de anders zo sympathieke Oostkampenaar als half niet overtuigde, was het op zijn minst onverantwoord hem als achterspeler in lijn te brengen, iets waarmee men zowel de speler in kwestie als Cercle zelf een heel slechte dienst bewees.  De logica eiste in de eerste plaats de onbeschikbare Roje door de reserveback Van Vlaenderen –die de week tevoren tegen Roeselare trouwens goed zijn man had gestaan– te vervangen.  Maar neen, men leende zich liever tot een experiment waarvan men bij voorbaat wist dat er heel wat risico’s aan verbonden waren.  Het matchverloop heeft dat trouwens op treffende wijze bevestigd.  De Brugse verdediging rammelde dat het een aard was en zonder de onvermoeibare activiteit van Perot en Michiels, het brio van Mortier en… het slecht afwerken van de Waaslandse voorspelers, had het best een ramp kunnen worden.  Thans moest men tot 10 minuten voor het einde wachten om de gasten het enige doel van de partij te zien skoren, waarmee zij verdienstelijk de volle inzet wegkaapten.  De grove selectieflater had het hen echter heel wat vergemakkelijkt, zodat we gerust mogen zeggen dat Cercle en trainer Delfour een maand te vroeg aan hun tegenstrevers een St-Niklaasgeschenk uitreikten.”


Technische  krabbels…
Cercle Brugge – S.K. Sint-Niklaas  0-1


- terrein : uiterst glibberig en na de rust modderig.
- weersgesteldheid : betrokken en af en toe felle regenvlagen.
- opkomst : 6.000 toeschouwers.
- leiding : ref. Van Nuffel, goed, maar miste verantwoordelijkheidszin om de flagrante fout
  tegen Perot te bestraffen.
- fair-play : weinig aan te merken.
- corners : Cercle 9, St-Niklaas 6.
- het doelpunt : 80e min. : terwijl Demey en Baas passief lieten begaan, kan Van Dorselaer
  vrij en scherp boven de lichtjes uitgelopen Mortier binnenknallen.
- Cercle : Mortier, Demey, Serru, Perot, Baas, Michiels, Notteboom, Lambert, Bailliu, Daels,
  De Caluwé.
- Sint-Niklaas : Vereecken, Struyf, Janssens, Piessens, Ommeganck, Verleysen, Zaman,
  Beyers, Mariman, Van Dorselaer, Maes.


Na acht wedstrijden stond Kortrijk Sport op de eerste plaats met 11 punten, FC Beringen totaliseerde eveneens 11 punten maar omdat de Limburgers een verlieswedstrijd meer hadden stonden zij pas tweede.  S.K. Sint-Niklaas was na de zege op Cercle opgeklommen naar de derde plaats (10 punten) terwijl de groen-zwarten nu op de zevende stek stonden met negen punten.

De onbegrijpelijke opstelling van Demey als achterspeler zorgde voor heel wat commotie bij de Brugse voetbalsupporters.  Uiteraard was “Dani” er als de kippen bij om een “Bont beeld” van wat leefde bij de Cerclefans in “Het Brugsch Handelsblad” te laten publiceren…

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Sven Vandendriessche

Teammanager


Marc Van Lysebetten (voorheen bij AA Gent) werd aanvang dit seizoen aangeworven voor de functie van teammanager, na het vertrek van Nicolas Cornu die deze taak twee seizoenen waarnam .  Marc is echter een tijd onbeschikbaar wegens medische redenen en de vierenveertig jarige Sven Vandendriessche, die eerder ook voor deze functie solliciteerde, neemt actueel deze taak waar.
De seizoensaanvang is een zeer drukke periode voor de teammanager.  Vandaar dit artikel.   
Tijd dus om Sven even aan de Cercle-supporters voor te stellen, evenals een overzicht te geven waar hij zich zoal dient mee bezig te houden.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Shot-online retro: Ghislain Somers geïnterviewd (herpublicatie)

RETRO                                                                                             

Een gelukkig toeval…  

Ghislain Somers geïnterviewd

(nvdr: dit is een herpublicatie van een interview dat in april 2011 verscheen in SHOT.  Dit artikel is in combinatie met het spelersinterview elders op “SHOT-online” (“Praatje met een speler”) met Thibo Somers, zijn neef die recent een semi-profcontract ondertekende.  Ghislain overleed op 4 juli 2015)

“Je hoort dat die mens dat graag vertelt.” Terloops vangt mijn vrouw enkele flitsen op van het bandje dat ik beluister na het interview met Ghislain Somers. Ghilains enthousiasme is zo aanstekelijk dat mijn echtgenote even blijft staan. Het treft haar dat Ghislain zo geniet van wat hij laat horen. De mond die overloopt van datgene waar het hart van vol is, is de spraakfontein van een groentje. Maar het betreft dan wel een groentje van 83 jaar! Zijn eerste van 80 matchen bij het Groen-Zwarte fanionelftal speelde hij in januari 1947, ruim 64 jaar geleden dus. En vanzelfsprekend dat Ghislain grasgroen was, was het geenszins. Vier broers van hem, wel degelijk elkeen van zijn vier broers, trokken een blauw-zwart shirt aan. Nu zou het mooi zijn als ik kon toevoegen dat Ghislain zo overtuigd groen was, dat het nooit bij hem had kunnen opkomen met hetzelfde voetbalplunje als dat van zijn broers voor de dag te komen. Doch, neen, zoals spoedig zal blijken, was het zomaar het toeval dat Ghislain de goede kant uitstuurde. Maar, zo zegt hij uitdrukkelijk, het was een gelúkkig toeval! 

Lees meer