koop tickets online

Wat nu? - Willy Craeye

Wat nu?  Blijkbaar kan zoiets zelfs nadat je al een respectabel aantal oud-Cerclespelers geïnterviewd hebt: Je komt thuis, en je vraagt je af: “Hoe leg ik dat aan boord?  Hoe slaag ik erin een correct beeld weer te geven van een mens die al te eenzijdig uit de verf komt als ik alleen de woorden weergeef die hij mij liet horen?”  Doe ik niet meer dan dat, schrijf ik alleen Willy’s antwoorden op de gestelde vragen neer, dan zou de lezer zich hem wel eens  met een al te donkere bril op kunnen voorstellen.  Werd ons gesprek gefilmd, dan kon de kijker zien dat dergelijke indruk niet klopt.  De belangrijkste oorzaak hiervan komt erop neer dat Willy, nu 78 jaar, tegelijkertijd weinig interesse heeft behouden voor wat hij als Cerclespeler 60 jaar geleden heeft gepresteerd en dat dit verleden toch een deel uitmaakt van de persoon die hij is op de dag van vandaag.  Een gezellige, goedlachse persoon is hij, die echter een stuk verleden in zich draagt, waarvan hij niet kan verhelen dat het hem is tegengevallen.  Zou ik het als ‘een brok onverteerd verleden’ brandmerken?  Neen, dat niet, ‘k geloof niet dat Willy er in de voorbije halve eeuw ook maar één uur van wakker gelegen heeft, maar vraag je hem expliciet naar ‘de tijd van toen’, dan brandt ‘de waarheid’ op zijn tong.

De waarheid?  De waarheid?  Daar moet ik verder over uitweiden, al gaat er een vrij lange aanloop aan vooraf…

Ik was enthousiast toen onze hoofdredacteur, Georges Debacker, me voorstelde Willy Craeye te interviewen.   Ik herinnerde me Willy immers heel goed.  Destijds, zo lang geleden, had hij als jong Cerclespeler indruk op mij gemaakt.  Na vier jaar in Derde werd Cercle kampioen tijdens het seizoen 1955-1956.  Ik stond vol bewondering in vuur en vlam voor de kampioenenploeg: Raoul Verleye, Marin Roye, Maurits Crépain, Roger Claeys, Adhémar Slabbinck  Jackie Decaluwé en de bijna uitsluitend Antwerpse voorlinie met Vic Derboven, Richard Van Gassen, Français Loos, Guy Thys en onze bloedeigen Pierre Schotte.  Geen wonder was het dat ik met grote ogen opkeek naar enkele beloftevolle jongeren die van zich lieten spreken en voor nieuw bloed zorgden tussen de zopas vernoemde ‘oude ratten’.  In het bijzonder Gaston Eeckeman en Willy Craeye, in mindere mate ook Herman Houf, stelden mij, zelf nog jonger dan die nieuwe sterren aan het Groen-Zwarte firmament, gerust dat Cercle stand zou houden in Tweede.  Willy Craeye imponeerde mij als een aalvlugge aanvaller met goede invallen die op een eigen, onverwachte manier een gevaarlijke aanval kon lanceren.  Heel goed herinnerde ik me echter ook dat hij na weinige wedstrijden plots uit het Groen-Zwarte blikveld verdwenen was, helemaal verdwenen eruit, zonder dat ik er enig idee van had hoe dat kwam.  Ja, het kwam goed uit dat me voorgesteld werd Willy te interviewen.  Ook na zo lange tijd vroeg ik me af hoe het kwam dat hij er ‘al met eens’ niet meer was.

Bijgevolg: als interviewer fietste ik met licht gemoed en heel nieuwsgierig naar Willy’s woonst in Sint-Andries?  Toch niet!  Nieuwsgierig was ik wel, maar vederlicht viel dat gemoed van mij niet uit.  Stel je voor: Toen Georges Debacker Willy contacteerde vroeg onze ex-Cerclist hem: “Durft je interviewer de waarheid neer te schrijven?”  “Oei,” dacht ik toen Georges me dat zei, “er zal iemand Willy lelijk tegen de schenen getrapt hebben…  Natuurlijk, natuurlijk mag ‘de waarheid’ het daglicht zien, maar het wordt delicaat als Willy namen vernoemt van wie hem onrecht zou hebben aangedaan.  Onvermijdelijk zal het interview een verhaal uit één mond worden, waarbij wie aangeklaagd mocht worden geen kans heeft op een repliek.  Hopelijk, vooral, komt hij niet voor de dag met een zo kwalijk verhaal dat het beter in de nevelen van het verre verleden verdampt dan dat het nu nog bovengehaald wordt.”

Mocht u, lezer, enigszins in mijn ongerustheid gaan delen zijn, dan kan ik u meteen gerust stellen.  Willy weet zich onheus behandeld, maar het gaat om feiten waarbij een buitenstaander denkt: “Ja, dergelijke zaken komen, helaas, al te dikwijls voor.  Aanvaardbaar zijn ze niet, maar we leven nu eenmaal in een wereld waar een ideale gang van zaken ver te zoeken is.”  Willy, echter,  commentarieert: “Je moet dat zelf hebben meegemaakt als een jong spelertje, zo’n gebrek aan teamspirit en zo’n tekort aan psychologisch inzicht, om te begrijpen wat voor een dégoût zoiets  oplevert.”

Er zijn drie zaken die Willy aanklaagt.  Laat me ze eerst inkaderen.  Tijdens Cercles eerste jaar in Tweede, 1956-’57, speelde hij één wedstrijd in het fanionelftal.  Het jaar erop elf wedstrijden.  Het is niet uitzonderlijk dat begaafde spelers vrij jong debuteren in een eerste elftal, maar Willy was bijzonder jong, pas 17 jaar.  Begrijpelijkerwijze, en niet ten onrechte, droomde hij van een heerlijke toekomst als voetballer.  Meer dan hem lief was echter wist hij zich gedwarsboomd door de Antwerpse, altijd geselecteerde, voorspelers, die “samen in dezelfde auto uit Antwerpen naar Cercle reden”.  Dat ‘dwarsbomen’ zou Willy wellicht geredelijk aanvaard hebben, was het niet dat hij zich als slachtoffer geviseerd voelde.  Dit vooral ging hem tegen: in het toenmalige WM-systeem met vijf voorspelers werd hij meermaals niet als hoekspeler maar als inside, dat betekent tussen de midvoor en de hoekspeler, opgesteld.  En trainer Guy Thys plaatste hem daar om Vic Derboven te sparen, om Vic ademtijd te geven tussen zijn acties door.   Een hoekspeler hoefde immers niet voortdurend, onophoudelijk, te draven, zoals een inside dat wel moest doen.  “Dat, zoiets, een jonge voetballer met een lichaam dat op die leeftijd nog niet volgroeid is, met zo’n zware opgave belasten zodat je eigen favoriet het wat rustiger aan kan klaren, dat doe je niet. Het is fysiek en psychologisch onverantwoord,” klaagde Willy aan.  En als illustratie voegde hij eraan toe dat hij in een wedstrijd tegen A.S. Oostende kort na drie, vier, opeenvolgende spurten plots alleen verscheen voor de toenmalige nationale doelwachter, Pol Gernaey, maar dat hij het niet verder bracht dan hem het leer zomaar zonder enige kracht in de handen te shotten.

Het tweede dat Willy zwaar tegen de borst stootte, was van een heel andere aard.  Hij vond het niet alleen eigenaardig maar zelfs oneerlijk vanwege Cercle, maar speelde hij bij de fanionelf, dan stortte Groen-Zwart slechts de helft van het bedrag dat de andere spelers verdienden, op zijn spaarboek.   Dat geen geld aan spelers onder de 21 jaar in de hand uitbetaald werd, kon Willy  aanvaarden, maar dat halveren van het bedrag zat hem hoog.

En het derde waarover Willy zozeer niet te spreken was dat hij het niet kon verzwijgen, is het feit dat Cercle hem na het einde van het seizoen 1957-’58 niet liet meegaan naar A.S. Oostende met Louis Versyp, die in de loop van het voorbije seizoen bij Cercle Guy Thys als trainer vervangen had.  Versyp had Willy graag meegenomen en hem zelfs verzekerd van een plaats in het eerste elftal.  Vermoedelijk, zo denkt, Willy, stelde Groen-Zwart dat veto om te voorkomen dat hij, Willy, bij een rechtstreekse tegenstander terecht zou komen.  Uiteindelijk belandde hij bij F.C. Eeklo, een afdeling lager, en dat na bijzondere inspanningen vanwege het Oost-Vlaamse team, niet dankzij Groen-Zwarte medewerking. 

"Een buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen."

Is het dat, slechts dat, wat het interview opleverde: Niets dan klachten, niets dan negatieve terugblikken bij een speler die het in een ver verleden niet heeft weten waar te maken bij Groen-Zwart?  Wilt u onze ex-Cerclist begrijpen, hem ‘naar waarheid’ inschatten, dan is het nodig dat u meer weet over hem en zijn specifieke persoonlijkheid.  Willy is nooit ‘een voetbalbeest’ geweest.  Dat was hij niet eens toen zijn toekomst als voetballer hem het meest rooskleurig leek.  Als knaap voetbalde hij dolgraag.  Hij woonde in de Ganzenstraat in Brugge en voortdurend voetbalde hij … doorgaans alleen, zelden met vrienden dus, voortdurend de bal tegen de muur shottend.   Toevalligheden leidden hem naar Cercle.  Verschillende keren ontmoette hij Lucien Dhondt, destijds overbekend als Cerclefiguur en als leverancier van bananen, onder meer aan zijn grootmoeder, die een groentewinkel had in de Oude Gentweg.  Een nicht van Willy was getrouwd met Pietje Roggeman, één van mijn favoriete spelers bij het Cercle van niet zo lang na de Eerste Wereldoorlog.  Hoe weinig belang Willy ook aan de kleuren hechtte, het tapijt dat voor hem open gespreid lag, kleurde Groen-Zwart.  Bijzonder typisch voor Willy is het volgende.  Hij speelde weinig bij de Cerclejeugd doordat hij vroeg bij de reserves en de eerste ploeg terecht kwam, maar tijdens de korte tijd dat hij bij de scholieren of de juniores speelde, scoorde hij aan de lopende band.  Bij de eerste ploeg echter trof hij slechts éénmaal raak. Hij scoorde die enige goal als openingstreffer in een thuismatch tegen Racing Doornik, wedstrijd die uiteindelijk op 1-2 verlies uitdraaide. Van naaldje tot draadje kan Willy dat pareltje van een doelpunt beschrijven:  rechts kreeg hij juist voor ‘de zestien’ de bal van ver toegespeeld, hij dribbelde een paar verdedigers, liep met de bal een heel eind naar links, voerde een verrassende crochet uit, keerde terug totdat hij weer midden de breedte van het veld net buiten de zestien terechtkwam, en als bekroning van deze knappe actie knalde hij het leer keihard in de winkelhaak.  Wat hierbij zo typisch is voor Willy is vooreerst de oogstrelende makelij van het doelpunt, maar vooral de commentaar die hij zestig jaar later laat volgen op zijn beschrijving ervan.  “Ik was blij,” zegt Willy, “ja, ik was blij, dat wel, maar ik voelde niks van de euforie zoals vele spelers tegenwoordig demonstreren als ze gescoord hebben.  Zo’n buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen.”  Enigszins in de zelfde lijn ligt wat hij vertelt over zijn verhouding tot zijn medespelers: met iedereen kwam hij goed overeen, maar actief deelnemen aan hun gebabbel lag hem niet, zich volop opgenomen bij die leuke bende voelde hij zich niet.  

En nu, al ben ik geen psycholoog,  hopelijk gunt u het mij, lezer, dat ik even verder nadenk over de verhouding tussen Willy’s persoonlijkheid en de betekenis van Koning Voetbal in zijn leven.  Welnu, ik vroeg Willy of hij tijdens de voorbije jaren  goed zijn boterham verdiend had.  Hij antwoordde mij dat hij 38 jaar in het onderwijs had gestaan, als technisch leraar in de afdeling houtbewerking van het Koninklijk Atheneum van Knokke-Heist.  Met terechte fierheid wees hij mij op het kunstvolle meubilair in zijn living, allemaal zelf gemaakt.  U las al dat Willy geen ‘voetbalbeest’ was.  Koning Voetbal, Cercle Brugge evenmin, heeft ooit wortel geschoten in hem.  Van binnen uit is Willy iemand die meer dan Jan met de pet geniet van wat hij als ‘schoon’ ervaart, van het artistieke, van wat het gewone op een kunstige wijze te boven gaat.  Dat is zelfs zo als het om een doelpunt gaat…  Mij was het niet moeilijk zijn standpunt te begrijpen bij de donkere toekomstvisie voor het voetbal, wereldwijd, die hij, eerder vluchtig, uit de doeken deed toen we daar verder over praatten.  Maar eigenlijk interesseert hem dat niet.  En in welke mate Cercle hem interesseert, bleek overduidelijk uit zijn antwoord op mijn vraag hoe hij tegen het Cercle van vandaag aankijkt.  Twee wedstrijden voor het einde van het eerste periodekampioenschap antwoordde hij: “Ik hoop dat ze erin blijven.”  Neen, zijn wens dat Cercle niet zou degraderen, was niet ironisch bedoeld…

En nu heb ik het wat moeilijk, lezer.  Terecht portretteer ik Willy Craeye als een ex-voetballer voor wie de lederen bal lang niet centraal staat in zijn leven, maar ik vrees dat wat u gelezen hebt de indruk nalaat dat ik hem in de eerste alinea ten onrechte als gezellig en goedlachs heb bestempeld. Wat u las, gaat daar niet tegen in.  “Om naar een voetbalmatch te gaan kijken heb ik geen cent over”, zegt hij, maar van ‘een terrasje’ kan hij echt genieten, en jarenlang al komt hij wekelijks samen met een uitdunnend groepje kameraden.  ‘Uitdunnend’, want onder meer Gaby Savat, jarenlang een door vriend en tegenstander gewaardeerde Clubspeler, is er niet meer bij.  Enkele weken geleden bezocht Willy, samen met Gaston Eeckeman, hun vroegere blauw-zwarte tegenstander in het rusthuis waarin hij verblijft.

"Ondanks alles acht ik mij een gelukkig mens."

Ik beëindigde het interview met een ietwat schalkse vraag. In oktober 1956 verloor Willy zijn eerste match bij Cercle, thuis tegen Racing Tienen, 0-1,  en anderhalf jaar later werd ook zijn laatste Cerclematch een nederlaag, 2-1  op Patro Eisden.  Of hij misschien een ‘geboren loser’ was, vroeg ik hem.  Rustig verzekerde mijn gastheer mij dat hij zich een gelukkige mens acht “omdat mijn vrouw en ik op onze leeftijd nog elke dag samen kunnen genieten van ‘t gene dat we hebben na al wat we zijn tegengekomen.”  Op dat ogenblik had Willy al verteld hoe hij bij Eeklo als voetballer niet had kunnen doorbreken wegens een bijzonder zware hersenschudding die hij nog voor zijn transfer bij een voetbalmatch onder militairen had opgelopen toen een bal van dichtbij keihard tegen zijn hoofd werd geschopt.  Een volle maand verbleef hij in de kliniek en de dokter liet er geen twijfel over bestaan: de gevolgen ervan zouden blijven natrillen, nooit meer zou hij kunnen voetballen als voordien.  Maar het was niet daaraan dat Willy dacht toen hij te verstaan gaf dat hij en zijn vrouw met heel wat tegenslagen werden geconfronteerd.

Neen, het ziet er niet naar uit dat er ooit iemand voor de dag komt met een uitgebreide biografie van Willy Craeye.  Zou het schrijven ervan de moeite lonen?  Wel, uniek zou die biografie zeker zijn.  Net zo uniek zou die zijn, lezer, als die over u, als die over mij en als die over onze buurman.  Geenszins bedoel ik daarmee dat die alledaags zou zijn, wél dat iedereen op een eigen, merkwaardige, wijze zichzelf is en beleeft wat hij of zij meemaakt.  Mij zal Willy bijblijven als een bijzonder getalenteerde jonge voetballer, wiens hart, binnen en buiten het voetbalspel, nooit op de eerste plaats klopte met het oog op sensatie of succes, maar des te meer voor het oogstrelende, het kunstvolle, het gracieuze.

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Yoann Etienne

Praatje met een speler - Yoan Etienne


 ‘Eerste profervaring bij Cercle Brugge’


Op de dag dat de nieuwe hoofdsponsor werd voorgesteld had ik een afspraak met Yoann Etienne op Cercle Brugge.  Voor de gelegenheid ging het interview door in de loges.  Terwijl de journalisten en medewerkers genoten van een lekkere hutsepot met worst interviewde ik onze jonge linkerflankverdediger.  In België zet hij op Cercle zijn eerste stappen op het hoogste niveau.

Yoann, kun je even voor onze lezers je professionele carrière tot op heden schetsen?  
 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Bart Bogaert, de Supporters Liaison Officer

SHOT sprak met …
 

Bart Bogaert
 

Supporters Liaison Officer


De wat ??? zult u zich afvragen.  Vandaar dat SHOT-online even op de kar springt om wat duiding te geven.
Eén van de verplichtingen om een UEFA-licentie te bekomen is het aanstellen van een (of meerdere) Supporters Liason Officer(s) (SLO).  D.w.z. dat alle ploegen uit 1A en 1B met enige ambitie een dergelijke functie dienen te creëren.  De Pro-League startte met het project in 2016, maar er is nog heel wat werk aan de winkel, o.a. om dit in een wettelijk kader te gieten.
SHOT vroeg tekst en uitleg aan de eerste Groen-Zwarte SLO.

 

Bart, hoe kwam men bij jou terecht?

Ik sta mijn moeder sowieso bij in de persruimte, ze leidt ook de busverplaatsingen, men kent me en zo kwam (hoofdsteward, nvdr) Stefaan met de vraag of ik deze functie wou vervullen.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Een jeugdspeler aan het woord

Ward Vandenbroucke – U10

Eens supporter, altijd supporter. Shot wil daarom ook de allerjongsten aan het woord laten. In deze aflevering stellen we Ward Vandenbroucke voor. Ward woont in Snellegem, is negen jaar oud en verdedigt sinds dit seizoen met veel enthousiasme de kleuren van Groen-Zwart. 

Dag Ward, wanneer ben je beginnen voetballen?

In Snellegem is geen ploeg, dus ik speelde eerst vier jaar voor VKSO Zerkegem, waar ook Denis Viane ooit is beginnen shotten. Vorig seizoen ging het goed en klopten de scouts van KV Oostende, Cercle Brugge en KFC Varsenare aan. 

Waarom heb je uiteindelijk voor Cercle gekozen?

Marc Van Opstaele, de hoofdscout van de jeugd, nodigde me uit om vier keer te komen testen.  Mijn ouders en ik werden hartelijk ontvangen. Ik was onmiddellijk op mijn gemak en had een goed gevoel. Mijn papa zei dat Cercle Brugge al jaren bekend staat om zijn goede en warmmenselijke opleiding. Voor mijn ouders speelden natuurlijk ook praktische redenen mee: de afstand naar Brugge zorgt voor minder tijdverlies dan een verplaatsing naar Oostende. De eerste ploeg van KVO speelt wel in 1A, maar bij de jeugd voetballen we in dezelfde reeks. Ik heb ondertussen geen spijt van mijn keuze, ik ben hier immers heel graag.

De jeugd van Zerkegem speelt gewestelijk voetbal, en nu ben je actief op nationaal niveau. Dat was voor jou wellicht een heel grote stap?

Dit klopt, het verschil is immens. Ik train plots drie keer per week, de oefeningen zijn moeilijker en het niveau van mijn ploegmaats op training en van tegenstanders in wedstrijden is veel hoger. 

In de kern van de U10 zitten 23 spelers. Hoe werkt dit in de praktijk?

Elke ploeg in onze reeks heeft bij de U10 twee teams, die elk wekelijks een 8 tegen 8 wedstrijd spelen. Ook bij ons zijn de 23 kinderen in twee groepen verdeeld. Er bestaat geen A of B-ploeg met de betere of iets mindere voetballers. Om de vier weken wordt daarentegen de groep door elkaar geschud zodat iedereen eens met iedereen speelt. Onze coaches zijn Nicolas Poppe en Pablo Vermote. Het zijn twee heel toffe trainers. Ze hebben een goede band met alle kinderen, vertellen graag eens een mopje en spelen vaak mee met ons.

Je vader Lieven, die jeugdcoördinator is van VKSO Zerkegem, was vroeger een fervent atleet. Hij liep enkele jaren geleden de Marathon des Sables, een zesdaagse ultraloop van 254 kilometer in de woestijn van Marokko bij een temperatuur van meer dan 40 graden.  Ik stel me dan ook voor dat jij een box-to-box voetballer bent die over veel loopvermogen beschikt. Heb ik het juist?

Ik ren veel in een match, maar ik ben toch een ander type speler. Bij Zerkegem speelde ik centraal achteraan, maar daar had ik het te gemakkelijk. Om het voor mij iets uitdagender te maken speel ik nu op de flanken, op de posities 7 en 11, maar ik kan op bijna alle plaatsen uit de voeten. Technisch ben ik goed, ik kan in een 1 tegen 1-situatie een tegenstander uitschakelen als dat moet, en ben vrij snel.  Mijn papa denkt dat ik toch een verdediger zal worden omdat ik het spel het liefst voor mij heb, en voortdurend positioneel denk, maar we zullen wel zien in de toekomst. 

Je hebt je sterke punten opgesomd. Ongetwijfeld zijn er ook zaken waar je nog hard moet aan werken. Welke zijn die?

Ik ben iets te timide op het veld. Het duel moet ik meer durven aangaan. Ik mis nog wat grinta en onverzettelijkheid. Daarnaast moet ik de kwaliteiten die ik heb beter durven gebruiken. Soms ben ik immers te onzeker om een dribbel aan te gaan. Ik moet dus meer geloven in mijzelf. 

"Ik hoop dat de A-kern spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen."

We vroegen aan één van je trainers, Nicolas Poppe, of hij zich kan herkennen in het beeld dat je van jezelf schetst.

(Nicolas) Ik denk het wel. Ward is, zoals hij zelf zegt, tweevoetig maar moet nog meer zijn tweede voet durven gebruiken bij een passeerbeweging. Hij draait heel goed mee in de groep, maar bezit door zijn verleden bij een gewestelijke ploeg nog over heel veel groeimarge, en daar gaan we samen aan werken. Ik wil er nog aan toevoegen dat Ward voor zijn leeftijd zeer matuur is. Hij is bovendien positief ingesteld, ligt goed in de groep en is altijd zeer enthousiast. Het is een plezier om zo iemand in het team te hebben. 

(Ward) Ik ga heel graag trainen, zelfs als het regent en sneeuwt. Ik speel zo graag voetbal dat ik op dinsdag ook nog minivoetbal bij De Zotte Mutse uit Brugge. De voorwaarde van mijn ouders was wel dat ik een goed schoolrapport blijf hebben. 

Hoe doet de U10 het in wedstrijden, Ward?

We spelen matchen tegen bijna alle ploegen van 1A en 1B uit het Vlaamse landsgedeelte.
Er is nog geen klassement, maar de resultaten zijn heel degelijk. Anderlecht, Club Brugge, Lokeren en Gent zijn een maatje te groot, maar we kunnen onze voet zetten naast alle andere tegenstanders.

Volg je ook de competitie van de eerste ploeg?

Natuurlijk! Ik ga ook regelmatig kijken. Mijn favoriet is Yagan omdat hij op dezelfde positie speelt als ik.  Ze mogen niet degraderen want dat heeft enorme gevolgen voor de jeugd en dan spelen we niet meer op nationaal niveau. Ik hoop dat de spelers goed beseffen wat ze ons wegnemen als ze hun best niet doen. 

Laten we hopen dat ze dit lezen, en goed in hun oren knopen! Tot slot, ik hoorde dat je een fervent verzamelaar was van de stickers van het plakboek van Cercle Brugge.

Van mijn ploeg was ik inderdaad het snelst klaar met het vullen van mijn boek. Ik ging een paar avonden naar de Carrefour, wachtte daar aan de kassa, en vroeg aan de mensen die de stickers niet moesten hebben of ik die van hen mocht krijgen, en dat lukte meestal. Ik vond dat plakboek een heel leuk initiatief van Cercle Brugge.

Bedankt voor het interview, Ward en nog veel voetbalplezier!

(D. Vermeersch)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Met Cercle doen wat Antwerpen vorig jaar deed - Johanna Omolo

Tussen de twee thuiswedstrijden tegen Lierse en Roeselare door had ik een afspraak gemaakt met Johanna Omolo.  Onze Keniaanse middenvelder – woonachtig te Oostkamp, de thuisgemeente van onze hoofdredacteur - ontpopte zich tot een aangename gesprekspartner.  Veel lachende gezichten trouwens aan de groenzwarte kant van het Jan Breydelstadion.  Dat kan natuurlijk moeilijk anders met een knappe vijftien op vijftien op het rapport en een voorlopige eerste plaats in de tweede periode.  Ik sprak met Johanna over zijn al rijk gevulde carrière, het huidige seizoen en zijn foundation.  

Johanna, je bent geboren in Nairobi (Kenia).  Dat land kennen we vooral van duursporten.  Denken we maar aan de lange afstandslopers.  Ook wielrenner Chris Froome groeide er op.  Jij koos voor voetbal.  

Inderdaad, het lijkt geen evidente keuze.  Maar in onze gemeenschap werd er onderling al snel gevoetbald.  Voor de lol uiteraard en om ons bezig te houden.  Het klopt inderdaad dat veel van mijn landgenoten bekend zijn van de atletiek en de langere afstand.  Maar ik werd verliefd op de bal en besloot volop te gaan voor een voetbalcarrière.  

Je voetbalgeschiedenis begon dus bij een lokaal team in Kenia, maar al snel kwam je in België terecht.  

Dat klopt.  Vanaf 2006 begon mijn ‘actieve’ voetbalcarrière.  Na enkele seizoenen kwam ik in contact met een manager en hij had op zijn beurt contacten bij het Belgische Visé.   Dat was in het seizoen 2008-2009.  Visé speelde toen in de tweede voetbalklasse.  Ik kreeg er onmiddellijk mijn kans en bleef er één seizoen.  Voor mij was de overgang naar het buitenland een zeer grote stap in het onbekende.  Maar als je het in het voetbal wilt maken, moet je wel naar Europa.  Ik was 20 en vond in Visé de ideale ploeg om mijn carrière te lanceren.  

Na dat seizoen Visé kwam er een tussenstop van twee seizoenen in Luxemburg vooraleer je weer in België terecht kwam?  

Inderdaad.  Mijn prestaties werden opgemerkt door Fola Esch.  Dat is een Luxemburgse club met een rijke geschiedenis.  Sinds kort traden ze opnieuw aan in de hoogste Luxemburgse voetbalklasse de zogenaamde Nationaldivisioun.   Ik bleef er inderdaad twee seizoenen en speelde er zeer vaak in de basis.  Ik kon ook een aantal keer scoren, iets wat ik trouwens bij Visé ook al deed.  Na die twee jaar in Luxemburg was er opnieuw interesse van enkele Belgische clubs.  Beerschot AC was toen het meest concreet en ik trok voor drie jaar richting Antwerpen.   Het eerste seizoen verliep voor mij persoonlijk niet zo goed.  Ik kon maar een handvol selecties maken en viel soms naast de ploeg.  Dat was moeilijk.  Het seizoen erop werd er naar een oplossing gezocht en kon ik uitgeleend worden aan Lommel.  Die uitleenbeurt verliep goed, want ik werd definitief overgenomen het seizoen erna.  

Toch keerde je daarna opnieuw terug naar Antwerpen.  In het seizoen 2014-2015 ging je aan de slag bij FC Antwerp.  Je bleef er drie seizoenen en hielp vorig jaar mee de promotie afdwingen. 

Vorig seizoen slaagden we er inderdaad in om te promoveren.  Als spelersgroep was dit een fantastische ervaring.  Maar vooral voor de supporters was dit een onvergetelijk moment en een onvergetelijk seizoen.  Ik ben blij dat ik daartoe mijn steentje heb kunnen bijdragen.  De periode in tweede klasse duurde namelijk al dertien jaar.  Dit seizoen lijkt trouwens een beetje op het seizoen van Antwerp toen.  Een mindere eerste periode, maar een tweede periode die veel beter liep.  Laat ons hopen dat we met Cercle hetzelfde parcours kunnen afwerken.  We zullen er als spelers in elk geval alles aan doen.  

Waarom koos je in het vorige tussenseizoen voor Cercle Brugge?  

Er kwamen veel nieuwe mensen op Antwerp en ik voelde er niet genoeg vertrouwen.  Ze besloten om me te laten gaan bij een goed bod.  Dat goede bod kwam van Cercle en ik zette met plezier de stap naar het mooie Brugge.  Ik woon in de buurt, in Oostkamp.  

Je speelde dit seizoen reeds veel wedstrijden, wat is je favoriete positie op het veld?  Enkele wedstrijden geleden was je ook beslissend in de wedstrijd tegen OHL.  

Ik ben een middenvelder die graag de nodige vrijheid heeft en af en toe wil meeschuiven om voorin gevaarlijk te zijn.   Maar ik schik me ook in elke mogelijke andere rol.  Tijdens de wedstrijd die je vermeldt, viel ik in onder moeilijke omstandigheden.  We waren toen net met tien gevallen toen de trainer besliste om mij in te brengen.  Er werd een fout op mij gemaakt in de zestien en Irvin (Cardona) kon de elfmeter benutten.  Misschien een lichte penalty, maar hij werd gefloten.  

Je bent ook bezig met andere zaken.  Zo is er een foundation die jouw naam draagt?  

Dat klopt.  We willen met enkele mensen de situatie van jongeren in Dandora verbeteren.  Het is de gemeenschap waar ik vandaan kom.  Vandaag de dag zijn er daar nog veel problemen en we proberen die problemen zo goed mogelijk op te lossen.  Het is onze bedoeling om de kinderen daar een betere toekomst te bezorgen.  Dit doen we door zowel in te zetten op onderwijs als op het voetbal.  

Alvast een mooi iniatief!  Wie nog meer informatie wil over het project van Johanna kan terecht op https://johannaomolofoundation.org/ Vrijblijvende stortingen kunnen op BE02 7370 4816 9940.  Voorts hopen we vurig dat Johanna kan doen wat hij vorig jaar deed en dat is de promotie afdwingen, ditmaal met Cercle! 

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Gedeelde ambitie - Dylan de Belder

Cercle Brugge verwelkomde begin deze week Frank Vercauteren als nieuwe oefenmeester.  Op training is de nieuwe aanpak meteen duidelijk.  Ik kwam te vroeg aan langs de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion en pikte de ochtendtraining mee.  Na de training had ik een afspraak met Dylan De Belder.  Ik had een leuk gesprek met hem over gedeelde ambities.  Het is namelijk zowel Cercles als Dylans wens en hoop om zo snel mogelijk in 1A te spelen.  

Dylan, je bent nog niet zo lang een officiële speler van Cercle.  Kun je even je carrière schetsen tot nu toe?  Daar was al eens een passage bij Cercle, niet?

Ik ben een geboren en getogen ‘Montois’ en startte ook met voetballen in de streek van Bergen. Als jeugdspeler kende ik een drietal ploegen.  Ik begon bij het kleine RLC Mesvin, maar in de  jeugdreeksen was ik vooral bij RAEC Mons actief.  Tussendoor was er ook  een korte tussenstop bij La Louvière.   Mijn eerste profcontract onderschreef ik bij RAEC Bergen in het seizoen 2011-2012.  Dat seizoen scoorde ik ook mijn eerste en enige officiële goal voor Mons.  In de terugwedstrijd van de finale van Play Off II was dat, hier in het Jan Breydelstadion.  (Cercle plaatste zich toen na een 0-1 en 3-2 zege tegen Bergen voor een wedstrijd tegen Gent met als inzet een Europees ticket, nvdr).  In het seizoen 2013-2014 kende Mons een slecht seizoen.  Ze degradeerden uiteindelijk uit de hoogste voetbalklasse en mijn contract werd er vroegtijdig ontbonden.  Dankzij mijn manager die op Cercle goede contacten had, kon ik hier mijn conditie onderhouden.  Het kwam uiteindelijk niet tot een contract.  Dan kwam Waasland-Beveren op de proppen.  Ik tekende er een contract voor een half seizoen met een optie op nog twee jaar.  Die optie werd gelicht, maar toen kwam Stijn Vreven als nieuwe trainer.  Het klikte niet bepaald tussen ons en hij liet me al snel verstaan dat ik niet in zijn plannen voorkwam.  Ik keek uit naar een andere club en kon uitgeleend worden aan Lommel in de tweede klasse.  Dat was voor mij een echt superjaar.  Ik kon er toen maar liefst achttien keer scoren en wekte de interesse van enkele teams.  Ik koos uiteindelijk voor Lierse.  Ik speelde er vorig seizoen en werd er topschutter van eerste klasse B met 23 treffers.  

"Monaco wil hier echt een mooi project neerzetten en ik ben blij dat ik er deel van mag uitmaken."

Je bleef dus uiteindelijk maar één seizoen in Lier.  Je maakte er in het tussenseizoen ook geen geheim van om hogerop te willen en nog het liefst naar eerste klasse A?  

Inderdaad, ik voelde dat ik klaar was voor die stap.  Ik speelde erg graag voor Lierse en draag de supporters nog steeds een warm hart toe.  Maar ik ben daar toen niet al te best behandeld geworden.   Er was interesse van enkele ploegen uit eerste klasse A en die interesse was ook redelijk concreet.  Maar het bestuur van Lierse had beslist dat ik 1,5 miljoen euro moest kosten.  Dit was gewoon een onrealistisch bedrag.  Geen enkele van de teams die interesse hadden in mij wilde of kon dat bedrag ophoesten.  In de kranten werd dit ook al snel opgeklopt.  Die gazettepraat werd vooral gecreëerd door de toenmalige voorzitter van Lierse.  Ik trainde wel mee tijdens de voorbereiding, maar had slechts een helft gespeeld en miste dus ook ritme.  In het tussenseizoen nam ik ook een nieuwe manager, met name Mogi Bayat.  Mijn prijs zakte toen wel, maar de kernen van de eersteklassers waren al grotendeels gevormd.  Ik zat wat gevangen op het Lisp.  

Toen kwam Cercle op de proppen.  Waarom trok je naar ‘de vereniging’ en wat was je eerste indruk?

Ik kende Cercle natuurlijk al vrij goed.  Ik was hier al een periode geweest.  Maar toch was er heel wat veranderd.  Alles gaat er nu veel professioneler aan toe dan toen.  De kern die hier is samengesteld is ook helemaal niet mis.  Monaco wil hier echt een mooi project neerzetten en ik ben blij dat ik er deel van uit mag maken.  De ambitie van de ploeg is natuurlijk ook zo snel mogelijk naar het hoogste niveau doorstijgen en dat is ook net mijn ambitie.  

De competitie was al bezig toen je hier aankwam.   Hoe verliep de aanpassingsperiode?  

Alle begin is moeilijk en uiteraard  had ik toen ook een conditionele achterstand.  In het begin was het erg hard werken en knokken.  De concurrentie is ook groot en dat houdt je automatisch scherp.  De laatste weken verloopt het persoonlijk vrij goed.  Ik stond vaak in de basis en kon in en tegen Beerschot ook mijn eerste doelpunt scoren.  Ik hoop dat ik op die ingeslagen weg kan verder gaan.  

Ondertussen staan er nog drie wedstrijden op het programma in de eerste periode en heeft Cercle sinds deze week een nieuwe trainer.  Wat is je eerste indruk van de nieuwe coach en hoe schat je de kansen voor de eerste periode in?   

De nieuwe trainer is niet de eerste de beste.  Hij heeft zeer veel ervaring als speler en ook als trainer.  Zijn palmares is ook indrukwekkend.  Het is een echte persoonlijkheid die meteen zijn stempel drukt op de groep en de trainingen.  Wat de eerste periode betreft, moeten we het gewoon wedstrijd per wedstrijd bekijken.  We moeten gewoon naar onszelf kijken en elke wedstrijd proberen te winnen.  Als we dat doen, leggen we druk bij de twee tegenstanders.  Beerschot-Wilrijk en OHL moeten bovendien nog een onderling duel afwerken.  Hun laatste wedstrijd in deze periode is trouwens ook een uitwedstrijd.  En die zijn in 1B nooit ‘makkelijk’.  Ook wij zullen 100% gefocust moeten zijn om de komende weken resultaat te halen in Lier en in Tubeke.  

Tot zover het gesprek met onze nieuwe spits.  Een ambitieuze jongeman die wil doorgroeien en die dat misschien het best bij Cercle kan doen.  

(Stijn Sinnaeve)

Lees meer