koop tickets online

Wat nu? - Willy Craeye

Wat nu?  Blijkbaar kan zoiets zelfs nadat je al een respectabel aantal oud-Cerclespelers geïnterviewd hebt: Je komt thuis, en je vraagt je af: “Hoe leg ik dat aan boord?  Hoe slaag ik erin een correct beeld weer te geven van een mens die al te eenzijdig uit de verf komt als ik alleen de woorden weergeef die hij mij liet horen?”  Doe ik niet meer dan dat, schrijf ik alleen Willy’s antwoorden op de gestelde vragen neer, dan zou de lezer zich hem wel eens  met een al te donkere bril op kunnen voorstellen.  Werd ons gesprek gefilmd, dan kon de kijker zien dat dergelijke indruk niet klopt.  De belangrijkste oorzaak hiervan komt erop neer dat Willy, nu 78 jaar, tegelijkertijd weinig interesse heeft behouden voor wat hij als Cerclespeler 60 jaar geleden heeft gepresteerd en dat dit verleden toch een deel uitmaakt van de persoon die hij is op de dag van vandaag.  Een gezellige, goedlachse persoon is hij, die echter een stuk verleden in zich draagt, waarvan hij niet kan verhelen dat het hem is tegengevallen.  Zou ik het als ‘een brok onverteerd verleden’ brandmerken?  Neen, dat niet, ‘k geloof niet dat Willy er in de voorbije halve eeuw ook maar één uur van wakker gelegen heeft, maar vraag je hem expliciet naar ‘de tijd van toen’, dan brandt ‘de waarheid’ op zijn tong.

De waarheid?  De waarheid?  Daar moet ik verder over uitweiden, al gaat er een vrij lange aanloop aan vooraf…

Ik was enthousiast toen onze hoofdredacteur, Georges Debacker, me voorstelde Willy Craeye te interviewen.   Ik herinnerde me Willy immers heel goed.  Destijds, zo lang geleden, had hij als jong Cerclespeler indruk op mij gemaakt.  Na vier jaar in Derde werd Cercle kampioen tijdens het seizoen 1955-1956.  Ik stond vol bewondering in vuur en vlam voor de kampioenenploeg: Raoul Verleye, Marin Roye, Maurits Crépain, Roger Claeys, Adhémar Slabbinck  Jackie Decaluwé en de bijna uitsluitend Antwerpse voorlinie met Vic Derboven, Richard Van Gassen, Français Loos, Guy Thys en onze bloedeigen Pierre Schotte.  Geen wonder was het dat ik met grote ogen opkeek naar enkele beloftevolle jongeren die van zich lieten spreken en voor nieuw bloed zorgden tussen de zopas vernoemde ‘oude ratten’.  In het bijzonder Gaston Eeckeman en Willy Craeye, in mindere mate ook Herman Houf, stelden mij, zelf nog jonger dan die nieuwe sterren aan het Groen-Zwarte firmament, gerust dat Cercle stand zou houden in Tweede.  Willy Craeye imponeerde mij als een aalvlugge aanvaller met goede invallen die op een eigen, onverwachte manier een gevaarlijke aanval kon lanceren.  Heel goed herinnerde ik me echter ook dat hij na weinige wedstrijden plots uit het Groen-Zwarte blikveld verdwenen was, helemaal verdwenen eruit, zonder dat ik er enig idee van had hoe dat kwam.  Ja, het kwam goed uit dat me voorgesteld werd Willy te interviewen.  Ook na zo lange tijd vroeg ik me af hoe het kwam dat hij er ‘al met eens’ niet meer was.

Bijgevolg: als interviewer fietste ik met licht gemoed en heel nieuwsgierig naar Willy’s woonst in Sint-Andries?  Toch niet!  Nieuwsgierig was ik wel, maar vederlicht viel dat gemoed van mij niet uit.  Stel je voor: Toen Georges Debacker Willy contacteerde vroeg onze ex-Cerclist hem: “Durft je interviewer de waarheid neer te schrijven?”  “Oei,” dacht ik toen Georges me dat zei, “er zal iemand Willy lelijk tegen de schenen getrapt hebben…  Natuurlijk, natuurlijk mag ‘de waarheid’ het daglicht zien, maar het wordt delicaat als Willy namen vernoemt van wie hem onrecht zou hebben aangedaan.  Onvermijdelijk zal het interview een verhaal uit één mond worden, waarbij wie aangeklaagd mocht worden geen kans heeft op een repliek.  Hopelijk, vooral, komt hij niet voor de dag met een zo kwalijk verhaal dat het beter in de nevelen van het verre verleden verdampt dan dat het nu nog bovengehaald wordt.”

Mocht u, lezer, enigszins in mijn ongerustheid gaan delen zijn, dan kan ik u meteen gerust stellen.  Willy weet zich onheus behandeld, maar het gaat om feiten waarbij een buitenstaander denkt: “Ja, dergelijke zaken komen, helaas, al te dikwijls voor.  Aanvaardbaar zijn ze niet, maar we leven nu eenmaal in een wereld waar een ideale gang van zaken ver te zoeken is.”  Willy, echter,  commentarieert: “Je moet dat zelf hebben meegemaakt als een jong spelertje, zo’n gebrek aan teamspirit en zo’n tekort aan psychologisch inzicht, om te begrijpen wat voor een dégoût zoiets  oplevert.”

Er zijn drie zaken die Willy aanklaagt.  Laat me ze eerst inkaderen.  Tijdens Cercles eerste jaar in Tweede, 1956-’57, speelde hij één wedstrijd in het fanionelftal.  Het jaar erop elf wedstrijden.  Het is niet uitzonderlijk dat begaafde spelers vrij jong debuteren in een eerste elftal, maar Willy was bijzonder jong, pas 17 jaar.  Begrijpelijkerwijze, en niet ten onrechte, droomde hij van een heerlijke toekomst als voetballer.  Meer dan hem lief was echter wist hij zich gedwarsboomd door de Antwerpse, altijd geselecteerde, voorspelers, die “samen in dezelfde auto uit Antwerpen naar Cercle reden”.  Dat ‘dwarsbomen’ zou Willy wellicht geredelijk aanvaard hebben, was het niet dat hij zich als slachtoffer geviseerd voelde.  Dit vooral ging hem tegen: in het toenmalige WM-systeem met vijf voorspelers werd hij meermaals niet als hoekspeler maar als inside, dat betekent tussen de midvoor en de hoekspeler, opgesteld.  En trainer Guy Thys plaatste hem daar om Vic Derboven te sparen, om Vic ademtijd te geven tussen zijn acties door.   Een hoekspeler hoefde immers niet voortdurend, onophoudelijk, te draven, zoals een inside dat wel moest doen.  “Dat, zoiets, een jonge voetballer met een lichaam dat op die leeftijd nog niet volgroeid is, met zo’n zware opgave belasten zodat je eigen favoriet het wat rustiger aan kan klaren, dat doe je niet. Het is fysiek en psychologisch onverantwoord,” klaagde Willy aan.  En als illustratie voegde hij eraan toe dat hij in een wedstrijd tegen A.S. Oostende kort na drie, vier, opeenvolgende spurten plots alleen verscheen voor de toenmalige nationale doelwachter, Pol Gernaey, maar dat hij het niet verder bracht dan hem het leer zomaar zonder enige kracht in de handen te shotten.

Het tweede dat Willy zwaar tegen de borst stootte, was van een heel andere aard.  Hij vond het niet alleen eigenaardig maar zelfs oneerlijk vanwege Cercle, maar speelde hij bij de fanionelf, dan stortte Groen-Zwart slechts de helft van het bedrag dat de andere spelers verdienden, op zijn spaarboek.   Dat geen geld aan spelers onder de 21 jaar in de hand uitbetaald werd, kon Willy  aanvaarden, maar dat halveren van het bedrag zat hem hoog.

En het derde waarover Willy zozeer niet te spreken was dat hij het niet kon verzwijgen, is het feit dat Cercle hem na het einde van het seizoen 1957-’58 niet liet meegaan naar A.S. Oostende met Louis Versyp, die in de loop van het voorbije seizoen bij Cercle Guy Thys als trainer vervangen had.  Versyp had Willy graag meegenomen en hem zelfs verzekerd van een plaats in het eerste elftal.  Vermoedelijk, zo denkt, Willy, stelde Groen-Zwart dat veto om te voorkomen dat hij, Willy, bij een rechtstreekse tegenstander terecht zou komen.  Uiteindelijk belandde hij bij F.C. Eeklo, een afdeling lager, en dat na bijzondere inspanningen vanwege het Oost-Vlaamse team, niet dankzij Groen-Zwarte medewerking. 

"Een buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen."

Is het dat, slechts dat, wat het interview opleverde: Niets dan klachten, niets dan negatieve terugblikken bij een speler die het in een ver verleden niet heeft weten waar te maken bij Groen-Zwart?  Wilt u onze ex-Cerclist begrijpen, hem ‘naar waarheid’ inschatten, dan is het nodig dat u meer weet over hem en zijn specifieke persoonlijkheid.  Willy is nooit ‘een voetbalbeest’ geweest.  Dat was hij niet eens toen zijn toekomst als voetballer hem het meest rooskleurig leek.  Als knaap voetbalde hij dolgraag.  Hij woonde in de Ganzenstraat in Brugge en voortdurend voetbalde hij … doorgaans alleen, zelden met vrienden dus, voortdurend de bal tegen de muur shottend.   Toevalligheden leidden hem naar Cercle.  Verschillende keren ontmoette hij Lucien Dhondt, destijds overbekend als Cerclefiguur en als leverancier van bananen, onder meer aan zijn grootmoeder, die een groentewinkel had in de Oude Gentweg.  Een nicht van Willy was getrouwd met Pietje Roggeman, één van mijn favoriete spelers bij het Cercle van niet zo lang na de Eerste Wereldoorlog.  Hoe weinig belang Willy ook aan de kleuren hechtte, het tapijt dat voor hem open gespreid lag, kleurde Groen-Zwart.  Bijzonder typisch voor Willy is het volgende.  Hij speelde weinig bij de Cerclejeugd doordat hij vroeg bij de reserves en de eerste ploeg terecht kwam, maar tijdens de korte tijd dat hij bij de scholieren of de juniores speelde, scoorde hij aan de lopende band.  Bij de eerste ploeg echter trof hij slechts éénmaal raak. Hij scoorde die enige goal als openingstreffer in een thuismatch tegen Racing Doornik, wedstrijd die uiteindelijk op 1-2 verlies uitdraaide. Van naaldje tot draadje kan Willy dat pareltje van een doelpunt beschrijven:  rechts kreeg hij juist voor ‘de zestien’ de bal van ver toegespeeld, hij dribbelde een paar verdedigers, liep met de bal een heel eind naar links, voerde een verrassende crochet uit, keerde terug totdat hij weer midden de breedte van het veld net buiten de zestien terechtkwam, en als bekroning van deze knappe actie knalde hij het leer keihard in de winkelhaak.  Wat hierbij zo typisch is voor Willy is vooreerst de oogstrelende makelij van het doelpunt, maar vooral de commentaar die hij zestig jaar later laat volgen op zijn beschrijving ervan.  “Ik was blij,” zegt Willy, “ja, ik was blij, dat wel, maar ik voelde niks van de euforie zoals vele spelers tegenwoordig demonstreren als ze gescoord hebben.  Zo’n buitenzinnige uitgelatenheid voor een doelpunt kon bij mij niet opkomen.”  Enigszins in de zelfde lijn ligt wat hij vertelt over zijn verhouding tot zijn medespelers: met iedereen kwam hij goed overeen, maar actief deelnemen aan hun gebabbel lag hem niet, zich volop opgenomen bij die leuke bende voelde hij zich niet.  

En nu, al ben ik geen psycholoog,  hopelijk gunt u het mij, lezer, dat ik even verder nadenk over de verhouding tussen Willy’s persoonlijkheid en de betekenis van Koning Voetbal in zijn leven.  Welnu, ik vroeg Willy of hij tijdens de voorbije jaren  goed zijn boterham verdiend had.  Hij antwoordde mij dat hij 38 jaar in het onderwijs had gestaan, als technisch leraar in de afdeling houtbewerking van het Koninklijk Atheneum van Knokke-Heist.  Met terechte fierheid wees hij mij op het kunstvolle meubilair in zijn living, allemaal zelf gemaakt.  U las al dat Willy geen ‘voetbalbeest’ was.  Koning Voetbal, Cercle Brugge evenmin, heeft ooit wortel geschoten in hem.  Van binnen uit is Willy iemand die meer dan Jan met de pet geniet van wat hij als ‘schoon’ ervaart, van het artistieke, van wat het gewone op een kunstige wijze te boven gaat.  Dat is zelfs zo als het om een doelpunt gaat…  Mij was het niet moeilijk zijn standpunt te begrijpen bij de donkere toekomstvisie voor het voetbal, wereldwijd, die hij, eerder vluchtig, uit de doeken deed toen we daar verder over praatten.  Maar eigenlijk interesseert hem dat niet.  En in welke mate Cercle hem interesseert, bleek overduidelijk uit zijn antwoord op mijn vraag hoe hij tegen het Cercle van vandaag aankijkt.  Twee wedstrijden voor het einde van het eerste periodekampioenschap antwoordde hij: “Ik hoop dat ze erin blijven.”  Neen, zijn wens dat Cercle niet zou degraderen, was niet ironisch bedoeld…

En nu heb ik het wat moeilijk, lezer.  Terecht portretteer ik Willy Craeye als een ex-voetballer voor wie de lederen bal lang niet centraal staat in zijn leven, maar ik vrees dat wat u gelezen hebt de indruk nalaat dat ik hem in de eerste alinea ten onrechte als gezellig en goedlachs heb bestempeld. Wat u las, gaat daar niet tegen in.  “Om naar een voetbalmatch te gaan kijken heb ik geen cent over”, zegt hij, maar van ‘een terrasje’ kan hij echt genieten, en jarenlang al komt hij wekelijks samen met een uitdunnend groepje kameraden.  ‘Uitdunnend’, want onder meer Gaby Savat, jarenlang een door vriend en tegenstander gewaardeerde Clubspeler, is er niet meer bij.  Enkele weken geleden bezocht Willy, samen met Gaston Eeckeman, hun vroegere blauw-zwarte tegenstander in het rusthuis waarin hij verblijft.

"Ondanks alles acht ik mij een gelukkig mens."

Ik beëindigde het interview met een ietwat schalkse vraag. In oktober 1956 verloor Willy zijn eerste match bij Cercle, thuis tegen Racing Tienen, 0-1,  en anderhalf jaar later werd ook zijn laatste Cerclematch een nederlaag, 2-1  op Patro Eisden.  Of hij misschien een ‘geboren loser’ was, vroeg ik hem.  Rustig verzekerde mijn gastheer mij dat hij zich een gelukkige mens acht “omdat mijn vrouw en ik op onze leeftijd nog elke dag samen kunnen genieten van ‘t gene dat we hebben na al wat we zijn tegengekomen.”  Op dat ogenblik had Willy al verteld hoe hij bij Eeklo als voetballer niet had kunnen doorbreken wegens een bijzonder zware hersenschudding die hij nog voor zijn transfer bij een voetbalmatch onder militairen had opgelopen toen een bal van dichtbij keihard tegen zijn hoofd werd geschopt.  Een volle maand verbleef hij in de kliniek en de dokter liet er geen twijfel over bestaan: de gevolgen ervan zouden blijven natrillen, nooit meer zou hij kunnen voetballen als voordien.  Maar het was niet daaraan dat Willy dacht toen hij te verstaan gaf dat hij en zijn vrouw met heel wat tegenslagen werden geconfronteerd.

Neen, het ziet er niet naar uit dat er ooit iemand voor de dag komt met een uitgebreide biografie van Willy Craeye.  Zou het schrijven ervan de moeite lonen?  Wel, uniek zou die biografie zeker zijn.  Net zo uniek zou die zijn, lezer, als die over u, als die over mij en als die over onze buurman.  Geenszins bedoel ik daarmee dat die alledaags zou zijn, wél dat iedereen op een eigen, merkwaardige, wijze zichzelf is en beleeft wat hij of zij meemaakt.  Mij zal Willy bijblijven als een bijzonder getalenteerde jonge voetballer, wiens hart, binnen en buiten het voetbalspel, nooit op de eerste plaats klopte met het oog op sensatie of succes, maar des te meer voor het oogstrelende, het kunstvolle, het gracieuze.

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 215)

(periode van 12-11-1960 -> 19-11-1960)


Cercle


Na de onverwachte zege tegen leider FC Turnhout hoopte elke Cerclefan uiteraard dat er tegen middenmoter SK Sint-Niklaas een verlengstuk aan het succes zou gebreid worden. Maar konden de groen-zwarten ook bevestigen ?  Het gebeurde wel eens meer dat de Bruggelingen wonnen als niemand het verwachtte maar het zou ook niet de eerste keer zijn dat zij de boot ingingen als niemand het voor mogelijk hield.
“Vic Bergh” trok die zondagnamiddag alvast richting Edgard De Smedtstadion om er voor “Het Brugsch Handelsblad” zijn bevindingen aan het papier toe te vertrouwen.   

“Cercle Brugge – S.K. Sint-Niklaas 0-1 : Cercle gaf vroeg Sint-Niklaasgeschenk !” : “Na de memorabele wedstrijd tegen FC Turnhout, waarin de groen-zwarten zich voor eenmaal op hun best toonden, werd het verleden zondag voor de trouwe Cercle-aanhangers weer eens een grote teleurstelling.  Niet zozeer het feit dat Cercle op eigen veld een eerste nederlaag opliep tegen een verrassend goede St-Niklaasploeg, ontstemde de lokale supporters, dan wel de wijze waarop domweg de zo kostbare twee punten als ’t ware werden weggesmeten…  Reeds voor de wedstrijd was er ten alle kante kritiek over de opstelling van de Brugse ploeg waarbij men er niets beter op gevonden had dan de zgz. “zieke” Roje op de backplaats te vervangen door Demey !  Iedereen die de matchen van Cercle van nabij volgt weet immers dat laatstgenoemde speler dit seizoen nog niet boven kwam en zijn vervanging zich reeds een hele tijd opdrong, wat wegens duistere redenen nog niet gebeurde.  Waar de anders zo sympathieke Oostkampenaar als half niet overtuigde, was het op zijn minst onverantwoord hem als achterspeler in lijn te brengen, iets waarmee men zowel de speler in kwestie als Cercle zelf een heel slechte dienst bewees.  De logica eiste in de eerste plaats de onbeschikbare Roje door de reserveback Van Vlaenderen –die de week tevoren tegen Roeselare trouwens goed zijn man had gestaan– te vervangen.  Maar neen, men leende zich liever tot een experiment waarvan men bij voorbaat wist dat er heel wat risico’s aan verbonden waren.  Het matchverloop heeft dat trouwens op treffende wijze bevestigd.  De Brugse verdediging rammelde dat het een aard was en zonder de onvermoeibare activiteit van Perot en Michiels, het brio van Mortier en… het slecht afwerken van de Waaslandse voorspelers, had het best een ramp kunnen worden.  Thans moest men tot 10 minuten voor het einde wachten om de gasten het enige doel van de partij te zien skoren, waarmee zij verdienstelijk de volle inzet wegkaapten.  De grove selectieflater had het hen echter heel wat vergemakkelijkt, zodat we gerust mogen zeggen dat Cercle en trainer Delfour een maand te vroeg aan hun tegenstrevers een St-Niklaasgeschenk uitreikten.”


Technische  krabbels…
Cercle Brugge – S.K. Sint-Niklaas  0-1


- terrein : uiterst glibberig en na de rust modderig.
- weersgesteldheid : betrokken en af en toe felle regenvlagen.
- opkomst : 6.000 toeschouwers.
- leiding : ref. Van Nuffel, goed, maar miste verantwoordelijkheidszin om de flagrante fout
  tegen Perot te bestraffen.
- fair-play : weinig aan te merken.
- corners : Cercle 9, St-Niklaas 6.
- het doelpunt : 80e min. : terwijl Demey en Baas passief lieten begaan, kan Van Dorselaer
  vrij en scherp boven de lichtjes uitgelopen Mortier binnenknallen.
- Cercle : Mortier, Demey, Serru, Perot, Baas, Michiels, Notteboom, Lambert, Bailliu, Daels,
  De Caluwé.
- Sint-Niklaas : Vereecken, Struyf, Janssens, Piessens, Ommeganck, Verleysen, Zaman,
  Beyers, Mariman, Van Dorselaer, Maes.


Na acht wedstrijden stond Kortrijk Sport op de eerste plaats met 11 punten, FC Beringen totaliseerde eveneens 11 punten maar omdat de Limburgers een verlieswedstrijd meer hadden stonden zij pas tweede.  S.K. Sint-Niklaas was na de zege op Cercle opgeklommen naar de derde plaats (10 punten) terwijl de groen-zwarten nu op de zevende stek stonden met negen punten.

De onbegrijpelijke opstelling van Demey als achterspeler zorgde voor heel wat commotie bij de Brugse voetbalsupporters.  Uiteraard was “Dani” er als de kippen bij om een “Bont beeld” van wat leefde bij de Cerclefans in “Het Brugsch Handelsblad” te laten publiceren…

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Sven Vandendriessche

Teammanager


Marc Van Lysebetten (voorheen bij AA Gent) werd aanvang dit seizoen aangeworven voor de functie van teammanager, na het vertrek van Nicolas Cornu die deze taak twee seizoenen waarnam .  Marc is echter een tijd onbeschikbaar wegens medische redenen en de vierenveertig jarige Sven Vandendriessche, die eerder ook voor deze functie solliciteerde, neemt actueel deze taak waar.
De seizoensaanvang is een zeer drukke periode voor de teammanager.  Vandaar dit artikel.   
Tijd dus om Sven even aan de Cercle-supporters voor te stellen, evenals een overzicht te geven waar hij zich zoal dient mee bezig te houden.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Shot-online retro: Ghislain Somers geïnterviewd (herpublicatie)

RETRO                                                                                             

Een gelukkig toeval…  

Ghislain Somers geïnterviewd

(nvdr: dit is een herpublicatie van een interview dat in april 2011 verscheen in SHOT.  Dit artikel is in combinatie met het spelersinterview elders op “SHOT-online” (“Praatje met een speler”) met Thibo Somers, zijn neef die recent een semi-profcontract ondertekende.  Ghislain overleed op 4 juli 2015)

“Je hoort dat die mens dat graag vertelt.” Terloops vangt mijn vrouw enkele flitsen op van het bandje dat ik beluister na het interview met Ghislain Somers. Ghilains enthousiasme is zo aanstekelijk dat mijn echtgenote even blijft staan. Het treft haar dat Ghislain zo geniet van wat hij laat horen. De mond die overloopt van datgene waar het hart van vol is, is de spraakfontein van een groentje. Maar het betreft dan wel een groentje van 83 jaar! Zijn eerste van 80 matchen bij het Groen-Zwarte fanionelftal speelde hij in januari 1947, ruim 64 jaar geleden dus. En vanzelfsprekend dat Ghislain grasgroen was, was het geenszins. Vier broers van hem, wel degelijk elkeen van zijn vier broers, trokken een blauw-zwart shirt aan. Nu zou het mooi zijn als ik kon toevoegen dat Ghislain zo overtuigd groen was, dat het nooit bij hem had kunnen opkomen met hetzelfde voetbalplunje als dat van zijn broers voor de dag te komen. Doch, neen, zoals spoedig zal blijken, was het zomaar het toeval dat Ghislain de goede kant uitstuurde. Maar, zo zegt hij uitdrukkelijk, het was een gelúkkig toeval! 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 214)

(periode van 05-11-1960 -> 05-11-1960)
 

Cercle

Na de schitterende en vooral hoopgevende prestatie tegen leider F.C. Turnhout wilden de groen-zwarten uiteraard een verlengstuk aan hun verhoopte opmars breien.  Helaas voor Cercle stond er het eerstvolgende weekend geen competitievoetbal op het programma.  De  Brugse Tweedeklasser nodigde dan maar Derdeklasser S.K. Roeselare uit voor een oefenpartijtje.  Het resultaat was niet belangrijk en de Cercletrainer wilde van de gelegenheid gebruik maken om één en ander uit te testen.  Of dat ook leerzaam zou zijn was dan weer een andere vraag…
S.K. Roeselare stond na acht wedstrijden op de achtste plaats en telde acht punten.  A.S. Oostende voerde de lijst aan met veertien punten uit negen wedstrijden.  Onderaan deden F.C. Eeklo met zes punten uit acht wedstrijden en vooral F.C. Izegem, slechts één schamel puntje uit acht wedstrijden, het duidelijk niet zo goed.
“Daver” mocht alvast voor “Het Brugsch Handelsblad” richting Lauwe reizen, waar de wedstrijd afgewerkt zou worden, en er bekijken en vooral beoordelen wat de groen-zwarten allemaal uit hun voeten zouden schudden…

Cercle Brugge – S.K. Roeselare 2-4 : Een “lauwe” oefenwedstrijd !” : “Bij het zien van de uitslag van deze vriendenwedstrijd die Cercle zondag te Lauwe speelde, zullen velen zich hebben afgevraagd hoe het mogelijk was dat de groen-zwarten zich door de Roeselaarse derde klassers lieten “wassen”.  Het antwoord hierop is spoedig gegeven als men weet dat de wit-zwarten met heel wat meer geestdrift akteerden en van het verzwakken van de Brugse ploeg door het inschakelen van talrijke invallers, gebruik maakten om een onvermijdelijk overwicht en een dito zege af te dwingen.  In de eerste helft kreeg men nochtans mooi voetbal te zien, weliswaar aan een eerder traag tempo, waarin de technische en individuele vaardigheid van de groen-zwarten primeerde op het meer primaire akteren van SK Roeselare.  Daarna ging Cercle echter over tot een grondige en tegenover het betalend publiek eerder onverantwoorde ploegwijziging, zodat slechts een viertal spelers van het fanionelftal tussen de lijnen bleven.  Het eropvolgend vertoon, vooral van Cercle’s zijde kon slechts nog matig bekoren, zodat het globaal maar een “lauwe” wedstrijd werd.  Uit de Cercleprestatie vallen er geen besluiten te trekken voor het verder vervolg van de kompetitie.  Alles bijeen werd het immers niet meer dan een gemoedelijke oefenpartij, waarbij er vooral naar gestreefd werd zich zo weinig mogelijk “te geven” en vooral niet gewond te worden in duels.  Zelden zagen we een Cerclespeler met klem een bal betwisten, wat er ten volle op wijst dat de groen-zwarten dit van vooraf goed in de oren waren geblazen.  Toch is dit treffen ten dele leerzaam geweest dat het nu nog eens duidelijk gebleken is dat Michiels geen hoekspeler is, doch wel een specifieke kanthalf die op deze plaats Cercle zeker zeer flinke diensten kan bewijzen.  In de eerste helft was de prestatie van beide backs als degelijk te bestempelen.  Na de rust wisten ze echter niet meer waar eerst ingegrepen, want de falende halflijn liet heel wat gaten.  Hieruit blijkt nogmaals dat het spel in reserve nog zo oneindig veel verschilt met dat wat er in de eerste ploeg van de spelers gevergd wordt !  Bij de Rodenbachmannen, die een niet onaardige indruk lieten en verdiend zegevierden, viel inzonder het werk op van Van Moerkerke, Van Eeckhoute, stopper Van de Pitte en invaller Carette.  Ook doelman Van Izeghem bezit grote klasse en het zou ons niet verwonderen moesten grote ploegen hun ogen op deze talentvolle speler richten."

Op zondag 6 november stond de thuiswedstrijd tegen S.K. Sint-Niklaas op het programma.  De Waaslanders prijkten, na zeven wedstrijden, op de zesde plaats en telden acht punten.  Dat was slechts één puntje minder dan de groen-zwarten die zich op de vierde stek genesteld hadden.  Na het verlies van F.C. Turnhout had Tweede Klasse ondertussen ook een nieuwe leider : F.C. Beringen.
Om een duidelijk beeld te verkrijgen van de krachtsverhoudingen in Tweede Klasse volgt hierna de klassering met, tussen haakjes, de punten : 1. F.C.  Beringen (11), 2. F.C. Turnhout (10), 3. Kortrijk Sport (9), 4. Cercle (9), 5. Racing Doornik (9)*, 6. S.K. Sint-Niklaas (8), 7. Sporting Charleroi (8), 8. Berchem Sport (8), 9. F.C. Mechelen (8), 10. F.C. Diest (7), 11. Union Namen (7)*, 12. Olse Merksem (7), 13. Lyra (6), 14. White Star (5), 15. Racing Brussel (2), 16. F.C. Tilleur (0).
Het valt op dat liefst twaalf van de zestien zich heel dicht in elkaars buurt ophielden.  Tussen het nummer één, F.C. Beringen, en het nummer twaalf, Olse Merksem, bedraagt het verschil amper vier punten.  Dat hield in dat twee keer winnen of twee keer verliezen de rangschikking dooreen kon gooien…

* Racing Doornik en Union Namen hadden reeds acht wedstrijden op de teller staan, alle andere ploegen totaliseerden zeven matchen.

Ondertussen werd er, traditiegetrouw, reeds even vooruit geblikt op de komende ontmoeting tussen de groen-zwarte Bruggelingen en de geel-blauwe Waaslanders : “De komst van SK St. Niklaas naar Cercle Brugge zal weer duizenden West-Vlamingen naar het “De Smedtstadion” lokken om er getuige te zijn van de felle strijd welke Cercle zal moeten leveren om de Waaslanders te kloppen.  Dit zal inderdaad zeker het geval zijn want St. Niklaas koestert dit seizoen eveneens zekere ambities.  Weet U dat de Blauw-Gelen slechts één puntje achterstand tellen op de Groen-Zwarten en dat zij tot hiertoe slechts ZES doelpunten tegen kregen dan wanneer Cercle’s sterke verdediging er 13 te incasseren kreeg.  De Cercle-voorlijn zal het gewis niet gemakkelijk krijgen om de tegenstrevende hard spelende verdediging te verschalken.  Toch hebben we volop vertrouwen in de Groen-Zwarte aanvallers indien gespeeld wordt zoals tegen Turnhout tijdens de tweede helft.  Wij hopen dat de Bruggelingen met eenzelfde zegewil zullen optreden en dan laat het weinig twijfel dat de volle inzet te Brugge blijft.  De overwinning is ten andere van het allergrootste belang want deze kan Cercle heel dicht bij leider Beringen brengen.  Wij voorzien een 3-1 zege best mogelijk.”

Dat deze wedstrijd als heel belangrijk beschouwd werd konden we afleiden uit het feit dat nog een andere krant eveneens een ruime vooruitblik afdrukte : “Voor de aanstaande grote wedstrijd Cercle – SK Sint-Niklaas kunnen kaarten op voorhand bekomen worden – Zoals we reeds verleden week aankondigden worden in het vooruitzicht van de grote volkstoeloop welke verwacht wordt op de aanstaande partij Cercle – St. Niklaas kaarten op voorhand verkocht.  Het Cercle-bestuur neemt deze maatregel om enigszins de guichetten aan de ingang van het terrein te ontlasten en de belangstellenden het lang wachten en aanschuiven te besparen.  De kaarten kunnen bekomen worden in het Hotel de Londres, ’t Zand te Brugge tot zondag middag 12.30 uur. – Na de prachtige prestatie welke de herboren groen-zwarte ploeg leverde tegen, de sinds negentien wedstrijden ongeslagen leider Turnhout, laat het niet de minste twijfel dat de komst van SK St. Niklaas, die dit seizoen beslist zekere ambities koestert, weer een gelegenheid zal zijn om het Cercle-Stadion boordevol te doen lopen.  Cercle heeft bewezen tegen Turnhout zo als eender wie te kunnen “vechten” als het moet.  Zij heeft bewezen in deze partij de sterkste baas te kunnen zijn en het moraal welke haar thans bezielt moet haar verder in staat stellen grootse daden te verrichten.  De spelers zijn hiervan bewust en hebben ongetwijfeld na deze prachtige verwezenlijking, hun volledig zelfvertrouwen herwonnen.  Iedereen moet voortaan bewust zijn van zijn kunnen en moet zich met volle overgave en zegewil in de strijd werpen.  Dan alleen kan dit jaar de lang verwachte droom werkelijkheid worden.  Er mogen dus geen nutteloze verliespunten meer geboekt worden.  Cercle staat op dit ogenblik beter geklasseerd dan verleden jaar.  Er moet volhard worden.  Tegen SK St. Niklaas, die naar het schijnt momenteel een zeer homogeen en stevig geheel bezit en slechts één enkel puntje achterstel heeft op Cercle, moet een nieuwe overwinning geboekt worden.  Dit kan wanneer gespeeld wordt met het heilig vuur waarmede U de duizenden toeschouwers tijdens de wedstrijd tegen Turnhout begeesterd en geboeid hebt.  Deze wedstrijd heeft ons bovendien geleerd dat duizenden Brugse sportliefhebbers aan uw zijde staan om uw sukses te helpen bewerken wanneer zij zien dat U er het nodige voor over hebt en alle loomheid achterwege laat.  Het moet weer een groot sukses worden.  Duizenden Brugse en Westvlaamse supporters staan gereed om U zondag weer even luidruchtig te komen aanmoedigen.  Stelt hun niet teleur doch bezorgt hun weer een deugddoende vreugde door een klinkende overwinning te behalen.  Dan ja beslist kunt U ook op hen rekenen en kunnen samenwerkend de moeilijkste hinderpalen uit de weg geruimd worden.  Het moet, want Cercle Brugge leeft nog en moet hoger op.  Een goede raad aan de belangstellenden.  Wilt U niet teleur gesteld worden volgt onze raad en schaft U kaarten op voorhand aan.”

Brugge

* Dat Brugge een stad is met een rijk verleden hoeft geen betoog.  Als er ergens een gebouw afgebroken of opgetrokken wordt, denken wij maar recent aan het Beursplein, blijkt telkens weer dat de Brugse ondergrond rijk is aan, meestal, waardevolle artefacten.  In 1960 liet het Sint-Leocollege uitbreidingswerken uitvoeren in de Carmersstraat en tijdens die werken werd er een eerder lugubere vondst gedaan : “Geraamten opgedolven – Tijdens verbouwingswerken, die momenteel uitgevoerd worden op de hoek van de Carmersstraat en de Elisabeth Zorgestraat, ten einde de schoollokalen van het Sint-Leokollege uit te breiden, werden in de voorbije dagen mensengeraamten opgedolven.  Men vermoedt dat deze overblijfselen dagtekenen uit vroegere eeuwen, vermoedelijk van het verdwenen Karmelietenklooster aldaar.  De politie heeft, zoals het trouwens voor alle beenderopgravingen het geval is, de nodige vaststellingen gedaan.  Volgens zekere geruchten maakte de politie proces-verbaal op tegen de arbeiders, die aldaar werkzaam zijn…  Deze beweringen zijn natuurlijk van alle grond ontbloot.  Het is een feit dat omzeggens overal te Brugge, waar delvingswerken uitgevoerd worden, er beenderen opgegraven worden.  De politie dient dan na te gaan naar de oorsprong van deze begraafplaatsen.  Daarom wordt een onderzoek ingesteld en niet om arbeiders lastig te vallen !!”

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Retro - Bram Vandenbussche

Retro

Bram Vandenbussche
 

"Voetbal: oorlog of feest?"


Hoelang, lezer, heb je Bram Vandenbussche in Cercleshirt zien strijden op het groene veld?  Zelfs meer dan twintig jaar is niet uitgesloten!  Naar zijn eigen zeggen, deed hij dat “met het mes tussen de tanden”.  Wat vermoed je dat hij antwoordde op de vraag of voetbal oorlog is of feest?  Ik heb die vraag al aan heel wat ex-Cerclespelers gesteld, maar Brams antwoord was uniek.  Spitsvondig was het, maar vooral knap.  Dat hoeft je niet te verwonderen, want net als Eddy Snelders is Bram ‘niet de eerste de beste’.  En zo zadel ik je voorlopig met twee open vragen op: wat komt Eddy Snelders hier te doen in dit interview, en wat was dan wel Brams antwoord op de gestelde vraag?  Wel zoals een match geen seconde eerder ten einde is dan wanneer de ref affluit, zo ook kom je pas bij het eindpunt van de slotbeschouwing alles te weten dat Bram te vertellen had…

Het zag er eerder beroerd uit voor Groen-Zwart toen het op 14 februari 2005 naar het Kiel trok om er Beerschot te bekampen.   Bij Cercles tweede jaar in Eerste na de promotie halfweg 2003 dreigde de degradatiezone dichtbij te komen, en niet alleen voor de nieuwe trainer, Harm van Velthoven, was het bijzonder belangrijk niet verder naar die gevarenzone af te glijden.   Bram, is die wedstrijd op Beerschot vast in je geheugen blijven steken?
 

Lees meer